Persoonlijkheidsstoornis en ouder worden

Je wordt ouder en je hebt psychische of psychiatrische problematiek.

Vaak horen we dat bij ouderen de problemen milder worden. Maar is dat wel altijd zo. Kan het allemaal ook niet ingewikkelder worden?

Daarover ging het tijdens een andere lezing tijdens het congres waar ik vrijdag bij aanwezig was.

Cluster A: het vreemde cluster

Cluster A in de DSM (het spoorboekje van de psychiater) betreft het vreemde en excentrieke cluster. Daar onder vallen de schizoïde persoonlijkheid (vooral sociale angst), de paranoïde persoonlijkheid (vooral wantrouwen) en de schizotypische persoonlijkheid (opvallend door bijvoorbeeld het voortdurend spreken over magische krachten of over een zesde zintuig). Deze mensen gaan vaak slechter functioneren als ze meer zorg nodig hebben. Ze waren vooral gewend om hun eigen gang te gaan. Het is dus ingewikkeld als een ander voortdurend jou psychische territorium binnenkomt.

Cluster B: het dramatische cluster

Cluster B in de DSM omvat het dramatische en onvoorspelbare cluster. Daar vallen de narcistische persoonlijkheid, de antisociale persoonlijkheid, de theatrale persoonlijkheid en de borderline persoonlijkheid onder.

Zowel bij de narcistische persoonlijkheid als bij de borderline persoonlijkheid zie je op oudere leeftijd vaker depressieve beelden. De persoon in kwestie raakt de controle kwijt en dat vreet psychische energie.

Bij de antisociale persoonlijkheid zie je dat de mogelijkheden van grensoverschrijdend gedrag vaak minder worden, de problematiek lijkt daardoor milder te worden. Maar met je scootmobiel kun je nog altijd ‘toevallig’ over de tenen van je buurman rijden.

Bij de theatrale persoonlijkheid zie je een terugval in functioneren doordat de zorgbehoefte toeneemt. Er wordt veel gesomatiseerd: er ontstaan allerlei nieuwe en vaak moeilijk te verklaren klachten. De huisarts heeft het er maar druk mee.

Cluster C: het angstige cluster

Cluster C betreft het angstige en onzekere cluster. Hier onder vallen de afhankelijke persoonlijkheidsstoornis, de ontwijkende persoonlijkheidsstoornis en de obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis (ernstig dwangmatig). Hoe gaat dat allemaal aflopen?

Bij de afhankelijke persoonlijkheidsstoornis zie je dat opname in een verzorgingshuis nogal eens tot een betere stemming leidt: je hoeft niet zelf meer te beslissen. Een hogere indicatie leidt tot een betere stemming…

Bij de ontwijkende persoonlijkheid zie je dat fobische klachten nogal eens toenemen. De controle en het overzicht worden minder en dat vertaalt zich in meer fobische klachten.

Bij de obsessief compulsieve stoornis zie je dat er veel behoefte is aan extra controle. Zo worden medische uitslagen niet vertrouwd. De persoon in kwestie weet het zeker: hij is dement. Daarom wil hij graag extra onderzoeken om precies te weten hoe het zit. De dokter krijgt er soms een punthoofd van. Zie je een verpleeghuisarts met een punthoofd, dan heeft zij waarschijnlijk veel dwangmatige patiënten op de afdeling.

Ouderen met autisme

Tenslotte gaf de spreker nog een toegift: hoe zit het met mensen met autisme? Omdat mensen met autisme grote moeite hebben om hun wereld onder controle te houden en de achteruitgang in cognitieve vermogens maakt dat controle moeizamer wordt zullen mensen met autisme meer krampachtig, gespannen gaan functioneren, de stress neemt toe.

Ik teken daarbij aan dat ik ook het omgekeerde heb gezien: mensen met autisme die beter gingen functioneren omdat de druk vanuit de samenleving minder werd. Zoals een 85-jarige man die iedere ochtend met vaste rituelen opstond en om 10 uur na twee koppen koffie lekker aan het schilderen sloeg. Iedere dag twee schilderijen en dan was hij om vier uur weer klaar met zijn werk. Je kon er de klok op gelijk zetten. Daarna volgden de rituelen voor het eind van de dag. Als hij maar zijn eigen patronen kon volgen zat hij prima in zijn vel, ook toen hij fysiek wat kwetsbaarder werd. Hij werd geholpen om om 10 uur aan de slag te kunnen en zijn schilderijen werden geleidelijk wat kleiner en meer globaal. Maar veel stress: nee, dat zag ik niet aan hem. Misschien is hij inmiddels al wel honderd geworden…

Advertenties

Auteur: henk50

Ik ben GZ-psycholoog. Sinds 1975 werk ik in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog.

1 thought on “Persoonlijkheidsstoornis en ouder worden”

  1. Dat beloofd wat als 53 jarige borderliner lekker vooruitzicht hahaha
    De kunst is je daar dan toch weer niet door uit het veld te laten slaan en maar zien wat op ons pad komt nietwaar.
    Veel andere keuze is er toch niet.

    Ouder worden is voor niemand fijn.
    Daar zijn we dan weer wél allemaal gelijken in.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s