Vakantie 2011

O.h.m.d.i.d.t. zijn we met vakantie. Ik schrijf O.h.m.d.i.d.t. omdat het anders zo'n lange zin zou worden. Dus heb ik het afgekort. Als ik het voluit zou typen zou ik moeten schrijven: "Op het moment dat ik dit typ'. Dat vond ik te lang. Dus heb ik het afgekort. 

Dit is een serie in telegramstijl over onze vakantiebestemmingen in de afgelopen tien jaar. Altijd met de fiets en altijd in de buurt van het water.

De vakantie van 2011 was aanzienlijk vertraagd. Pas in de herfst gingen we op reis. In de voorafgaande winter was ik door een wegpiraat gelanceerd. De Mercedes en mijn been hadden aanzienlijke schade opgelopen.

Omdat een herenfiets nog niet te bestijgen viel had ik een damesfiets met lage instap gekocht. Die namen we mee naar Konstanz aan de Bodensee. In de tijd van de waterstanden op de radio was die plaats bekend vanwege zijn Konstanz onveranderd. Voor de nadenkers is vermoedelijk wel duidelijk waarom de waterstanden hier niet zoveel veranderden.

Ons vakantiehuis had zicht op de hier diepblauwe Rijn. In tegenstelling tot de Donau bleek de Rijn wél blauw te zijn.

Ondanks nog steeds fysieke beperkingen werd er best veel gefietst in een erg mooie omgeving. Regelmatig staken we de Bodensee over met één van de vele veerponten om weer een nieuw stukje landschap tot ons te nemen. En steeds weer zagen we vanaf het water de hoge bergtoppen van de Alpen.

Uiteindelijk hebben we op deze manier in stukjes de hele Bodensee rondgefietst, door drie landen: Zwitserland, Oostenrijk en Duitsland.

Noordkop

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, kom jij wel eens in Den Helder?" Dat zal ik jullie zeggen. Hoe zou ik Den Helder kunnen vergeten? Ik heb er 28 jaar lang gewoond. Elke maand kom ik er nog wel een keer. 

Vorige week had ik een afspraak in Den Helder. Omdat er geen OV-fietsen meer te huur waren nam ik mijn eigen Batavus mee. Dat was de aanleiding om aan deze reis meteen maar een fietsrondje te koppelen.

De binnenstad van Den Helder was ernstig aan het verpauperen. Uiteraard pas na ons vertrek. Toen is het verval begonnen. Zo waren bijna alle winkels uit de doorbraak van de jaren ’60 verdwenen. Toen was een stuk van het oude centrum platgegooid. Het had hét bruisende winkelcentrum van de stad moeten zijn, maar na het vertrek van V&D, P&C, Vögele en Flandria bleef er weinig meer over. Maar inmiddels wordt hard aan de revalitisering van dit gebied.

Zigzaggend door het centrum van de stad (de oudste huizen dateren uit het begin van de 19e eeuw) en over het terrein van de voormalige Rijkswerf (vroeger streng verboden gebied, het stond zelfs niet op de stafkaart ingetekend) fietste ik naar mijn favoriete plek: het havenhoofd bij de Texelse boot. Helaas was mijn favoriete bankje bezet door de Duitsers. En de boot naar Texel lag aan de overkant van het Marsdiep.

Sinds de aanleg van de steiger van ’t Horntje duurt de oversteek naar Texel nog geen 20 minuten. Veel Duitse toeristen denken dat ze aan een lange zeereis beginnen. Ze staan in de rij in het restaurant en slaan complete maaltijden in. Tegen de tijd dat ze het eten op hun tafeltje hebben legt de boot aan aan de overkant.

Over de 'Zeepromenade' fietste ik naar een tweede favoriete plek: Huisduinen bij de vuurtoren de Lange Jaap. 

Wat fietst daar? (3)

Behalve de mensen op de E-bike heb je ook de fietsers die helemaal niet trappen. 

Ik weet niet hoe die voertuigen allemaal heten. Je hebt snorfietsen, die soms veel te hard snorren en scooters. Die laatsten zijn wat dikker dan de snorfietsen. Ze worden in Delft ook veel verhuurd. Dan zitten er doorgaans twee mensen op één groene Flickbike.

Sommige van die scooters hoor ik niet aankomen. Anderen hoor ik wel (wat veiliger voor mij is) maar die stinken nogal eens nadrukkelijk.

De grootste ramp zijn de maaltijdbezorgers. Er zijn momenten waarbij het meeste verkeer door onze fietsstraat bestaat uit veel te snel rijdende maaltijdbezorgers. Dat zijn inmiddels lang niet alleen maar pizzakoeriers. Er zijn ook vegan- bezorgers, maar die rijden nét zo snel. Maar vanmorgen was het nog te vroeg voor die bezorgers.

De berijders van de ‘dikke scooters’ zijn doorgaans vijftig plus. Hun voertuig is meestal uitgerust met twee grote spiegels. Daardoor komen ze nog wel eens klem te zitten tussen de zijkant van de auto en een lantaarnpaal.

Niet alleen de scooter ziet er stevig uit. Vaak zien de 50-plus berijders er ook omvangrijk uit. Ik weet alleen niet wat de kip was en wie het ei.

Stapte de berijder van de fiets over op de scooter omdat hij te zwaar werd. Of word je vanzelf zwaar als je op zo'n scooter rijdt? 

Wat fietst daar? (2)

Nu we het toch over oudere echtparen hebben: daar horen we zelf ook bij. Maar ik kon ons als ouder echtpaar niet vanachter het raam op de gevoelige plaat vastleggen.

We wonen aan een knoopppuntenroute. Dat houdt in dat er nogal wat oudere echtparen langs komen. Zonder knooppunten raken ze namelijk de weg kwijt. Ze lijken op biologen die met de Flora in de hand planten ontleden zonder goed te kunnen zien hoe mooi die plant is.

Bij ons huis staat Knooppunt 1. Dat is natuurlijk een mooi begin van een fietstocht. Je ziet het echtpaar zich op het zadel hijsen, waarbij hij gewoontegetrouw zijn been over de bagagedrager zwaait en zij nog een paar honderd meter op het zadel moet schuiven teneinde tot een goede zit te komen. Gelukkig is er om de hoek een roemrijk restaurant aan het water. Tijd voor koffie met appelgebak en de noodzakelijke sanitaire stop. ‘Kees, hoeveel hebben we nu gereden?’ ‘Achthonderd meter, Annie!’ Een kind zou daar aan toevoegen: ‘Pappa, zijn we er al?’

Net zoals in kledingwinkels kun je aan de volgorde bij het fietsen zien wie de leiding heeft. In kledingwinkels kijkt het personeel wie er voorop loopt. Loopt de vrouw voorop dan moest de man van zijn vrouw nodig eens een nieuwe broek kopen. Op de foto rijdt de man in hoge snelheid voorop: hij zal zijn vrouw wel even de juiste weg wijzen.

Over de echtparen die op de fiets passeren kun je nog allerlei verhalen schrijven. Die echtparen bestaan in tientallen varianten. Maar dat onderwerp ligt wat gevoelig. Er was ooit een stuk in een cabaret over het zogenaamde ‘ANWB-echtpaar’, maar dat werd niet door iedereen gewaardeerd. Ik ben uit principe geen lid van de ANWB, dus ik voelde me niet aangesproken.

Tegenwoordig heb je de categorie van de snelle echtparen. Ze hebben allebei een flonkerend nieuwe E-bike met enorme achteruitkijkspiegel en ze maken flink vaart zonder hard te hoeven te trappen. Waarschijnlijk zetten ze de fiets in een Zoef de Haas-stand en niet in de Schildpad-stand. Van achter ons raam ziet het er alleen wat vreemd uit. Alsof ze door een vreemde kracht voortgestuwd worden en net doen of ze daarbij ook nog zelf hard moeten trappen om vooruit te komen. En ondertussen uitstralen: ‘zien jullie wel hoe sportief wij zijn?’

Die snelheid is niet altijd een voordeel, want regelmatig rijden ze een knooppunt voorbij en daarna zijn ze helemaal de weg kwijt. Zonder knooppunt met de fiets is de knooppuntenfietser helemaal niets.

Maar dat is niet zo aardig van mij. Voor sommige mensen is de E-bike een uitkomst. Wij fietsen nog gewoon. Dat gaat ons snel genoeg... En we hebben nooit een stopcontact nodig. 

Wat fietst daar?

Ik heb drie minuten voor het raam van onze woonkamer gestaan (of achter het raam, het is maar hoe je het bekijkt). Alle fietsers die passeerden heb ik op de foto gezet. Tsja, hoe dat zit met de privacy en de openbare weg? Maar de foto's zijn grofkorrelig, dus de personen zijn nauwelijks herkenbaar. 

Ik heb trouwens niet alle fietsers op de foto gezet. Degenen die mobiel aan het fietsen én bellen waren heb ik gewist. Dat waren er een stuk of vijf. Dat is wel de eerste categorie: de bellende student. Meestal herkenbaar aan de blauwe voorband (de Swap-fiets).

Het was half twaalf. Er was bijna geen woon-werkverkeer. Voor een groot deel waren het plezierfietsers. Zoals deze fietser. Korte broek, T-shirt, rugtas en lekker met losse handen genieten van het zonnetje. Waarschijnlijk onderweg naar de Technische Universiteit of de Haagse Hogeschool, locatie Delft.

Op de achtergrond zie je een ouder echtpaar. Ze waren het niet eens over de route. Hij nam de linkeroever van de Schie, zijn de rechteroever, aan de overkant van het water. Omdat de brug verderop open stond konden ze elkaar niet (meer) bereiken. Het water was véél te diep.  

Bloemen plukken

Van jongs af aan plukte ik tijdens fietstochten vaak bloemen. Die waren bestemd voor de eerste vrouw in mijn leven: mijn moeder. 

Soms nam ik een beschermde bloem mee, zoals de zwanenbloem. Dat was niet de bedoeling. Maar als jongen van 8 of 9 jaar weet je niet of een bloem beschermd is.

Tegenwoordig pluk ik tijdens fietstochten ook regelmatig bloemen in bermen. Die neem ik mee voor de tweede vrouw in mijn leven: Tineke. Ik weet niet of bloemen plukken illegaal is, maar als de berm vol staat met duizenden bloemen van dezelfde soort denk ik dat het wel een keertje mag. Aan een berm zó vol geladen mist men één of twee margrieten niet.

Tineke weet (bijna) altijd hoe de bloemen heten. De gele bloem is de doronicum (de voorjaarszonnebloem). De witte bloem met het gele hart is de ‘gewone margriet’. Omdat die naam wat te gewoon is mag het ook in het latijn. Dan heet de bloem de Leucanthemum vulgare. Die staat veel in bermen. De ongewone margriet wordt gekweekt en is een slag groter.

De doronicum en de margriet zijn familie van elkaar. Ze behoren tot de composietenfamilie.  

Groenten scoren

In Den Helder woont een man. Er wonen wel meer mannen, trouwens. Deze man fietst twee keer in de week naar Callantsoog om daar boodschappen te doen. 

Wat is er fout aan Den Helder, of wat is er goed aan Callantsoog, zo zou de arglistige lezer kunnen denken. Welnu, het gaat mij niet om het oordeel over één van beide plaatsen. Ze doen allebei hun best.

Het gaat deze meneer niet om de boodschappen, maar om het fietsen. Hij fietst met een doel. En dat doel is boodschappen doen. Hij zou ook naar Harlingen kunnen fietsen, maar de Afsluitdijk is een aantal jaren gesloten voor fietsers. Dus die optie valt af.

Ik fiets meestal wat doelloos rond, maar tegenwoordig maak ik ook gerichte fietstochten. Tijdens die tochten scoor ik voornamelijk groene producten bij lokale agrariërs.

Ik heb een vast adres voor de paprika’s (in een kas ten westen van Naaldwijk), een vast adres voor de komkommers (bij een kas ten westen van Delfgauw), een vast adres voor de Challenger-aardappelen (bij een boer in Mijnsheerenland) en een vast adres voor de tomaten (in een kas bij ’s Gravenzande). Tussendoor scoor ik ook nog bloemen.

Zo scoor ik gezond eten (niet in plastic verpakt) en ik bouw aan mijn conditie. Inmiddels neem ik deze producten voor meerdere adressen mee. Het enige probleem is dat ik steeds muntgeld moet verzamelen.

Als dat gelukt is kan ik weer onderweg. Mijn portemonnee wordt dan steeds  lichter en mijn fietstassen worden onderweg steeds zwaarder. 

Samen fietsen voor gevorderden

Zoals ik vorige week meldde ontwikkelen vrouwen (gemiddeld) meer lichamelijke ongemakken en mannen meer cognitieve ongemakken. 

Omdat ik dat verteld had ontwikkelde Tineke in de afgelopen maanden tal van ongemakkelijke blessures die het fietsen moeizaam maakten. Maar over tien dagen gaan we met vakantie en zonder fiets zijn wij niets. Dus moest er geoefend worden. Ik smeerde brood en Tineke stapte op de fiets.

Voor de mensen die haar niet kennen: Tineke is een krachtdadige en oplossingsgerichte vrouw. Soms heeft ze zelfs al een oplossing bedacht voordat er een probleem is ontstaan.

De krachtdadigheid komt ook tot uiting in het fietsen. We maken al meer dan een halve eeuw gezamenlijke fietstochten. Maar als Tineke op de fiets stapt ben ik haar meteen kwijt. Ze gaat gewoon veel te snel. Dat kan mijn hoofd niet bijhouden (cognitieve achteruitgang). Gisteren was dat ook weer zo. Ze was zo ongeveer Delft al uit toen ik aan de eerste dwarsstraat toe was. Uiteindelijk hebben we elkaar in de Vinexwijk Ypenburg weer ontmoet. Ze belde mij net op waar ik bleef. Dat heeft overigens geen zin, want ik hoor de telefoon niet.

Het enige probleem is dat Tineke – passend bij de gevorderde leeftijd van een vrouw – eerder last krijgt van lichamelijke ongemakken. Dat gebeurde al ter hoogte van Voorschoten. De vuistregel is dat ik na 50 kilometer een beetje op gang begin te komen en dat Tineke rond de 50 kilometer begint af te haken. Maar dat is al een halve eeuw zo, dus daar zijn we al lang aan gewend. Het is ook niet storend: zo zit onze fietswereld nu eenmaal in elkaar.

Ik denk dat we met vakantie een hangmat mee moeten nemen. Dan hang ik Tineke na 30 kilometer op. Daarna fiets ik 60 kilometer. Vervolgens haal ik haar weer op en fietsen we 30 kilometer terug. Omdat ze lekker in de hangmat heeft kunnen liggen kan die tien kilometer boven de tax van 50 kilometer er wel bij. 

Fietsretour naar zee

Nee, het was geen fotogeniek weer. Ik heb onderweg ook geen foto's gemaakt. Maar wat me zo enorm is meegevallen in onze nieuwe woonomgeving is de mogelijkheid om leuke en afwisselende fietstochten te maken.

Neem de rit naar de Noorderpier in Scheveningen vice versa. Den Haag en Delft zijn via Rijswijk aan elkaar vastgegroeid. Helaas werd het laatste stukje groene buffer tussen de beide steden de afgelopen twee jaar volgebouwd. En toch…

Vanuit Delft fietsten we langs de landelijke Vliet (de waterweg tussen Rotterdam en Leiden) over een verkeersluwe fietsstraat naar Rijswijk. Daarna door het rustieke dorpse centrum van Rijswijk naar Den Haag. Door het Laakkwartier (bij Den Haag Hollands Spoor) was het even doorbijten. Maar daarna volgde een nieuwe vrijliggende fietsroute langs het water door o.a. het 19e eeuwse Statenkwartier (met veel statige huizen) naar Scheveningen.

Op de terugweg door het oude dorp Scheveningen en daarna door en langs allerlei parken en het statige Benoordenhout en Bezuidenhout naar Voorburg met een historisch centrum.

Vervolgens met een lange fietsbrug (naast park Drievliet) naar de wijk Ypenburg. Dat is een typische Vinexlocatie met vrijliggende fietspaden. Over de voormalige start en landingsbaan weer terug naar Delft. Rechtdoor had ook gekund, dan kom je door een uitgebreid bosgebied: de Delftse Hout. In beide gevallen fiets je rechtstreeks het historische centrum van Delft binnen.

En al die afwisseling binnen 35 fietskilometers. Je moet het even weten hoe het zit want anders fiets je jezelf vast op bedrijventerreinen, in kassengebieden en op autowegen.

Maar als je de weg ongeveer weet fiets je grotendeels over comfortabele nieuw geasfalteerde fietspaden. Langs waterwegen, door statige wijken, de zee en een duingebied, prachtige parken en af en toe wat bedrijven en autosnelwegen. 

De stad Geervliet

Het schijnt dat nog niet alle lezers van dit weblog in Geervliet zijn geweest. Daarom zal ik de plaats even voorstellen.

Vanuit onze woonplaats ligt Geervliet op fietsafstand. Maar je moet wel een aantal keren het water over; door de tunnel, met een veerpont of over een hoge brug.

Geervliet valt als plaats niet zo op. Het dorp ligt tegen Spijkenisse aan en onder de rook van het Botlekgebied. Maar die rook komt hier voornamelijk bij noordenwind, dus relatief is hier nog best veel frisse lucht.

Ik heb het over een dorp, maar wat jullie waarschijnlijk niet weten is dat Geervliet eigenlijk een stad is. De plaats kreeg in 1381 stadsrechten. Ook was de stad geheel ommuurd. Geervliet was toen een havenstad aan de Bernisse. Helaas verzandde die rivier en daarmee trad het verval in. Bovendien verwoestte een stadsbrand in 1741 een groot deel van de oude huizen en schuren. Daarna was het grootste deel van de werkende bevolking aangewezen op de landbouw.

Vorige week was ik weer in Geervliet en ik viel van mijn zadel vanwege de verbazing dat er hier zelfs een stadswandeling mogelijk is. Zonder gids, want ze zijn niet bang dat je verdwaalt.

Een boek dat over de geschiedenis van Geervliet gaat heet typerend ‘Van stad naar dorp’. Tegenwoordig is Geervliet een dorp met een vrij groot deel bebouwing uit de jaren ’70, met daarnaast een onverwachts (klein) stedelijk centrum met plaatselijke kippen en geiten en af en toe een poes.

Bij mijn vorige bezoek had de bakker er groene tompoucen in de aanbieding. Maar helaas, de bakker zat al om 16 uur dicht, ik was te laat...