Oosthuizen

De ware puberteit duurt, volgens Loesje, je leven lang. Maar toen ik qua levensjaren nog een puber was fietste ik regelmatig langs Oosthuizen, maar niet er door. Het dorp lag aan de overkant van het water.

De bedoeling was op die dagen om de boot vanuit Enkhuizen naar Urk te halen. Ik moest dus wel een beetje doortrappen, er zat een deadline qua tijd aan mijn route vast. Vanuit Urk fietste ik dan weer verder naar Drenthe waar ik bomen ging zagen. Vandaar dat er in Drenthe zo weinig bomen staan.

Maar ik zou het over Oosthuizen hebben. Dat ik Oosthuizen niet binnen ben gefietst mag een wonder heten. De plaats had namelijk voor mij een magische klank. Dat was te wijten of te danken aan mijn vader, die een groot liefhebber van orgels was. En in Oosthuizen stond volgens hem het oudste orgel van Nederland. Dat orgel staat in de Grote of Sint-Nicolaaskerk. De kerk werd gebouwd tussen 1511 en 1518. Men vermoedt echter dat het orgel nog ouder is. Als dat waar is, is het dan ook mogelijk het oudste bespeelbare orgel in Nederland.

De Ringvaart langs de Beemster in Oosthuizen

Echter: óf het waar is, is in nevelen gehuld. Er bestaan geen stukken die aangeven wanneer het orgel daadwerkelijk gebouwd is. Wel staat vast dat tijdens de Beeldenstorm (1566) het orgel buiten gebruik is gesteld en het altaar uit de kerk verwijderd is. Aanvankelijk waren de calvinisten tegen het orgel, nu zijn de meesten de grote orgelfans, maar niet alzo in Schotland waar het orgel in veel kerken nog steeds taboe is. “We don’n believe in organs.”

Avondlicht langs de Ringvaart

Omdat de gemeentezang zonder orgel steeds moeizamer verliep heeft men na enkele tientallen jaren het orgel toch weer in gebruik genomen. Daarna volgden nog diverse restauraties. Tijdens de laatste restauratie (rond 2003) werd geprobeerd om het orgel zoveel mogelijk zijn authentieke klank te laten behouden, dan wel terug te laten krijgen. Oud of iets minder oud, “met de middentoonstemming en de weerbarstige klank behoort dit orgel tot één van de meest bijzondere orgels van Nederland.” Organisten moeten goed hun muziek uitkiezen, want het orgel is nog op klassieke wijze gestemd. Een muziekstuk uit de 19e eeuw op je programma zetten schijnt op dit orgel geen succes te zijn.

Panoramafoto van Oosthuizen

Oosthuizen is een zeer oude plaats, die vermoedelijk al in 922 in de boeken vermeld staat. Het dorp lag in feite op een smalle landengte tussen de Zuiderzee en de woelige Beemster. Het was altijd paniek op de zolders bij storm, totdat de plannen van Leeghwater uitgevoerd werden en de gevaarlijke Beemster zijn waterkracht verloor.

De Grote Kerk van Oosthuizen bij avond

De oude delen van het dorp liggen dan ook op een dijk: daar had je grotere kansen om droge voeten te houden. Daar vind je nog steeds de meest historische bebouwing. Voor de rest is Oosthuizen vooral een forensendorp, met woonwijken die je overal in Nederland aantreft. Vroeger had Oosthuizen een station, maar de treinen uit Hoorn zoeven nu op bijna volle vaart het dorp voorbij. Eergisteren raakte de trein een auto op de plaatselijke overweg, de trein kwam tot stilstand, maar de auto bleek onvindbaar. Achteraf bleek dat de bestuurder gewoon met beschadigde auto door was gereden, zijn naam was Haas(t).

Avondlucht langs de Ringvaart

Oosthuizen telt zo’n 3300 inwoners. Sinds kort maakt de plaats onderdeel uit van de gemeente Edam/Volendam. Binnen die gemeente kreeg de PVV bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen de meeste stemmen. Anders ligt het bij de verkiezingen voor de gemeenteraad. Daarbij wordt vooral op Lokalo’s gestemd. De partij Zeevangs Belang kreeg toen bijna 500 stemmen, en de VVD als tweede partij 110 stemmen.

Oosthuizen was berucht vanwege het grote aantal verkeersongevallen, maar dat aantal is na het jaar 2000 sterk gedaald. In 2022 werden 17 ongelukken gemeld. Ik was het niet, want ik fietste in 2022 niet door Oosthuizen. 

Langs de Sambre

Op school hebben jullie vast wel geleerd over de Sambre. Het is geen opmerkelijke of grootse rivier. Meer een soort Linge die zich door de heuvels van Noord-Frankrijk en Wallonië slingert. Of een Vecht, voor de lezers in Overijssel. 

Dat de Sambre toch over een grote lengte bevaarbaar is, komt doordat de rivier in de 19e eeuw grotendeels gekanaliseerd werd. Hij stroomt namelijk door Charleroi en dat was in die tijd één van de belangrijkste industriële gebieden van West-Europa.

Elk retour voor een 65-plusser kost in België € 7,20. Voor het grensoverschrijdende deel betaal je dan nog extra (in mijn geval Roosendaal-Essen: € 5,00 retour). Je kunt ook naar doorrijden naar Luxemburg, waar het OV gratis is). 
De Bluebike tegenover de Citadel van Namen

Omdat ik fietspogingen aan het doen was, maar niet ver kwam, besloot ik nog eens elders te oefenen. Ik nam de trein naar Roosendaal en zoefde vervolgens per trein België in. Twee overstappen en twee uur later was ik in Namen. Daar huurde ik een Blue-Bike, de Belgische OV-fiets.

Belgische OV-fietsen gedragen zich als een soort tank. Een zwaar frame en brede banden dat je zwaarder trapt dan je thuis gewend bent. Daar staat tegenover dat deze fiets zeven versnellingen heeft en dat de huur 70% goedkoper is dan de Nederlandse OV-fiets.

Jaagpad langs de Sambre

Namen is een wat grijze stad (als gevolg van de kleur van de gebouwen) aan de samenvloeiing van de Maas en de Sambre. En waar een samenvloeiing is, daar ontwikkelden middeleeuwse planologen ook graag een burcht, en in later eeuwen werd dat een fort. Zo ook in Namen. Op een honderd meter hoge heuvel ligt de strategische citadel.

Industrie langs de Sambre

Namen is de hoofdstad van Wallonië, maar oogt meer als een provinciestad. Met zijn ruim 100.000 inwoners is de plaats vergelijkbaar met Alkmaar. Er is ook geen grote industrie gevestigd. Het centrum omvat tal van kleine straten met kleine winkels en aan de rand staan de kleinschalige gebouwen van de universiteit.

Er staan geen fietsborden richting de Sambre, dus ik fiets mijn neus achterna. Bij de samenvloeiing van Maas en Sambre zijn een paar ingewikkelde kruisingen. Illegaal en heelhuids kom ik aan de overkant. Ik fiets nu westwaarts langs het water, totdat het pad in blubber eindigt. We zijn hier in België. Daar gaan ze we vanuit dat borden zinloos zijn en dat de fietser het zelf maar moet ervaren hoe het zit.

Langs de Sambre: van Namen naar Floreffe

Ik ga over twee sluisdeuren naar de overkant van het water. Daar zie ik het Jaagpad langs de Sambre. Het is bewolkt, de straat is nat en even buiten het dal zie je de grijze en bruine heuvels oprijzen (bruin vanwege de bladeren van de bomen).

Uiteindelijk kom ik in Floreffe. De beroemde abdij die boven het dorp ligt werd gesticht in 1121. Tegenwoordig is er een middelbare school gevestigd benevens internaat. Om het allemaal wat gezelliger te maken is er ook een bierbrouwerij gevestigd.

Graftombes bij de dorpskerk van Floreffe

Ik neem de verkeerde trap en kom bij de dorpskerk uit, die helemaal wordt omgeven door een begraafplaats met tal van tomben die in een muur zijn ingemetseld. De trap leidt verder nergens toe, het pad loopt dood. Maar omdat het begint te schemeren heb ik niet genoeg tijd om naar beneden te gaan en alsnog de lange trappen naar de abdij te beklimmen. Ik bestijg de Blue Bike weer.

Terug neem ik de grote weg naar Namen. Deze leidt ook door het dal, maar op grotere afstand van de Sambre. Het is een wat saaie weg, met veel autogeraas. Daardoor voelt het allemaal wat extra vermoeiend. Ik ben blij als ik weer heelhuids bij het station van Namen ben.

De Strava heeft er vandaag bijna 30 kilometer bij opgeteld. Drie overstappen en drie uur later ben ik weer in Delft.   

Startproblemen met de fiets

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, stap jij nog wel eens op de fiets?" Dat zal ik jullie zeggen: ik stap wél op de fiets, maar ik kom niet ver. 

In de maanden november en december was de Batavus Dinsdag niet buiten de bebouwde kom geweest. Rond Oud en Nieuw kreeg ik ook nog eens een buikgriep te maken, hoewel de buikgriep eerder mij te pakken nam.

Langs de Schie

Ik dacht: ‘Dit gaat zo niet goed, ik moet mezelf en mijn fietsleven beteren’. Dus stapte ik woensdag op de fiets en reed de bebouwde kom van Delft uit. Na tien kilometer stond het zweet op mijn rug en kreeg ik het gevoel dat ik beter weer naar huis kon gaan. Maar ik was te ver weg van huis, dus besloot ik in een winkelcentrum op een bankje mijn zonden te gaan overdenken. Ik kon ook nog mijn fiets in het station van Schiedam parkeren en dan met de trein terug naar Delft treinen.

Landgoed de Tempel bij Zweth (gemeente Rotterdam)

Toen ik weer enigszins bij de les was stapte ik weer op de fiets. Ik besloot toch maar Delftwaarts te fietsen. Na ongeveer twee uur en 20 kilometer was ik weer thuis. Daar viel ik op de bank in slaap.

De volgende dag meende ik weer een fietspoging te moeten wagen. Ik fietste weer de bebouwde kom uit richting Overschie. Daarna verder naar Schiedam.

Vanuit Delft via Schiedam en Vlaardingen

Daar werd ik geprangd voor vermoeidheid. Ik besloot bij de plaatselijke Burger King een pauze te nemen, zonder Burger, maar met warme chocomel. Daarna fietste ik via Vlaardingen en de laatste groene buffer in de regio (Midden Delfland) terug naar Delft. De laatste kilometers reed ik op mijn tandvlees. Dit moeten jullie overigens figuurlijk opvatten. Ik was nauwelijks nog in staat om mijn stuur goed vast te houden. De teller had er 35 kilometer bij opgeteld.

Nochtans en desalniettemin wilde ik de moed niet opgeven. Op donderdag wilde ik op bezoek bij een hoogbejaarde meneer die net als crisis in een verpleeghuis was opgenomen. Dat verpleeghuis is in Den Haag. Ik dacht een goede combinatie te hebben bedacht: enkeltje Den Haag en dan fysiek bijkomen tijdens het bezoek. Daarna met frisse moed terugfietsen.

Na regen komt nattigheid

En ziedaar: deze keer legde ik de tien kilometer heenwaarts in redelijke conditie af. De kamer van de man bleek niet te bestaan, ik belandde in een douchecel. Uiteindelijk de kamer gevonden. De man die ik wilde bezoeken was erg moe en had geen gehoorapparaat in en bril op, daardoor was het een hele klus om even met hem te communiceren. Ook de dokter zou nog even langs komen. Ik dacht onze schoondochter in functie aan te treffen (zij werkt hier als verpleeghuisarts), maar het bleek een andere dokter te zijn.

Toen ik het pand wilde verlaten was ik de code van de deur kwijt. Maar één van de bewoners riep luidkeels de code. Daardoor kon ik weer naar de fiets toe. Ondertussen was het begonnen met regenen. Dat was niet afgesproken. Ik droogde mezelf even op in een supermarkt en fietste daarna bijna even nat weer verder. Thuis moest ik alsnog behoorlijk bijkomen.

Of het met het fietsen nog wat wordt is dus wel de vraag. Met een E-bike zou ik verder kunnen komen, maar totnutoe ben ik vooral van het 'zelf doen'. Volgende week zijn alle dagen bezet met externe afspraken zonder fiets. Dus het duurt nog even voordat de Batavus echt weer op gang komt.  

Nieuwerkerk

Vanwege het nieuwe jaar hebben we het vandaag over Nieuwerkerk. Er zijn twee Nieuwerkerken in Nederland. Dit Nieuwerkerk ligt op Schouwen-Duiveland. 

Ouwerkerk is het oudste dorp op Schouwen-Duiveland. Als er een Ouwerkerk is moet er ook een Nieuwerkerk zijn. En dat is er dus, zo’n tien kilometer naar het oosten.

In 1953 had Nieuwerkerk zwaar te lijden onder de Watersnood. Bijna 300 van de destijds 1800 inwoners kwamen om in de golven.

Dorpskerk van Nieuwerkerk met vrijstaande toren

Ooit had ik een artikel gelezen over de Katholiek Apostolische Kerk van Nieuwerkerk. Dat is een chiliastische beweging, dwz men verwacht de spoedige wederkomst van Jezus.

In dit kerkje werd één keer per jaar een dienst gehouden. Je vraagt je dan af: wie houdt de boel tussendoor schoon? Inmiddels is het laatste gemeentelid overleden en ik denk dat er dan ook geen kerkdienst meer wordt gehouden. Maar waar staat of stond dat kerkje? Het is mij niet geopenbaard. Ik vraag het aan twee autochtonen, maar zij weten van toeten noch blazen.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is nieuwerkerk-1.jpg
Dorpsbeeld in Nieuwerkerk

Er zijn overigens genoeg andere kerken in Nieuwerkerk. De (grote) dorpskerk heeft een losstaande toren. De Duitsers hebben de toren in 1945 volkomen zinloos opgeblazen, dus het exemplaar dat er nu staat is nagebouwd. In de dorpskerk kun je één keer per zondag naar de kerk. De andere kerken houden dubbele diensten: de Gereformeerde Gemeente, de Oud Gereformeerde Gemeente en de Hersteld Hervormde Kerk. In de Gereformeerde Gemeente worden vier collecten aangekondigd, dus als je twee keer naar de kerk gaat moet je aardig wat contant geld op zak hebben.

Het is wel opvallend: vier volle kerken op 2700 inwoners. Er zijn drie brievenbussen en twee supermarkten.

Dorpskerk met vrijstaande toren (2)

Nieuwerkerk ziet er ouder uit dan Ouwerkerk. Dat heb je ook wel eens met mensen. Je denkt dat de één ouder is dan de ander, maar het is precies omgekeerd. Zo is het hier ook. Het jongere zusje van Ouwerkerk ziet er ouder uit. Maar het is ook mooier. Zo zie maar weer: oud zijn hoeft niet lelijk te zijn.

Ik fiets een rondje door het dorp. De plaatselijke bevolking heeft zichzelf voornamelijk in huis geïsoleerd. Waarschijnlijk zitten veel mensen aan de warme prak. Weinig mensen en ook geen zuinige Zeeuwse meisjes begeven zich op straat. De romantiek van de reclame is vandaag zoek.

Sfeervol straatje

In de gymzaal van Nieuwerkerk kon in 2022 gestemd worden. Veruit de meeste stemmen trok de SGP (212), gevolgd door Leefbaar Schouwen (97) en het CDA (95 stemmen).

De bevolkingsopbouw van Nieuwerkerk is gezonder dan in veel andere plaatsen in Nederland. Er wonen meer jongeren dan ouderen. Ook ligt het opleidingsniveau hoger dan gemiddeld in Nederland. De jongeren moeten wel stevig trappen om een school voor voortgezet onderwijs te bezoeken: acht kilometer door de open vlakte. Dat kweekt kracht en doorzettingsvermogen.

Nog een paar wetenswaardigheden uit Nieuwerkerk: 84% van de bevolking geeft aan alcohol te nuttigen, 51% zegt overgewicht te hebben, 19% is roker. Van de bevolking heeft 92% een Nederlandse achtergrond ('autochtoon'). In 2021 werden er twee fietsen gestolen en negen winkeldiefstallen gepleegd. 

Middenbeemster

Even weer terug naar de provincie waar we een halve eeuw gewoond hebben: Noord-Holland. Midden in die provincie ligt de Beemster. En midden in de Beemster ligt het dorp Middenbeemster. 
Het centrum van Middenbeemster oogt rustiek

De Beemster valt onder het Unesco Werelderfgoed. De polder met zijn rechte wegen die parallel op gelijke afstand van elkaar lopen stond model voor de wijze waarop de wegen op de prairie van Iowa zijn aangelegd.

Nog een foto van het centrum met links het dorpscafé
Kijk eens wat een plaatje, dit dorp!

Middenbeemster is het oudste dorp van de Beemster. Na de drooglegging werd hier een rechthoekig plein aangelegd, waar later de veemarkt werd gehouden. Het dorp werd al sne;l de hoofdplaats van de polder.

Aan het plein staat ook de dorpskerk, die werd ontworpen door Hendrick de Keyser (tevens de ontwerper van de Westerkerk in Amsterdam).

De dorpskerk van Middenbeemster

Toen ik hier voor het eerst mijn fiets parkeerde was ik best verbaasd vanwege de historische bebouwing en het goed bewaarde karakter van het dorp. Het is dan ook deels beschermd dorpsgezicht, met enkele tientallen monumenten.

De Beemster is o.a. bekend van het lied cq dijenkletser:

Bij ons in de Beemster daar is het zo goed/ daar geven de koeien tien liter als ’t moet, en geven ze niet, ja dat hindert geen zier/ dan is het geen koe maar dan is het een stier.

De drukke kruising in het centrum van het dorp

De schrijfsters Betje Wolff en Aagje Deken woonden in Middenbeemster. Er staat een museum dat aan de beide dames is gewijd en dat voornamelijk wordt bezocht door docenten Nederlands en hun weerbarstige leerlingen. Verder bevindt zich in Middenbeemster een urinoir. Dat is handig als je niet wilt wildplassen: dag en nacht geopend.

De huizenprijs in Midden-Beemster is niet voor de poes: gemiddeld rond een half miljoen euro. De VVD en D’66 kregen er veruit de meeste stemmen bij de vorige verkiezingen. Er werd in 2021 geen fiets als gestolen opgegeven.

Volgens mijn zwager komt de beste kaas van Nederland uit de Beemster. Hij kan het weten, want hij is kaashandelaar.

Loenen

De L is van Loenen aan de Vecht. Die toevoeging is noodzakelijk. Er is namelijk nóg een Loenen. Dat ligt aan de rand van de Veluwe tussen Apeldoorn en Dieren. In de zomer stopt daar een heuse stoomtrein.

Loenen aan de Vecht heeft geen station. In het westen zien de meest westelijke inwoners 12 treinen per uur in beide richtingen voorbij passeren, maar daar hebben ze hier niets aan. Ze moeten eerst 8 kilometer naar Breukelen fietsen.

Loenen Dorpskerk en ophaalbrug

Dit Loenen ligt dus aan de Vecht. Er zijn twee Vechten, net zoals er twee Loenens zijn. De ene Vecht ligt voornamelijk in de provincie Overijssel, de andere stroomt door de provincies Utrecht en Noord-Holland. Ik heb het over de laatstgenoemde. Langs de eerstgenoemde Vecht ligt geen Loenen. Daar wordt ook niet gevochten, de mensen zijn er vredelievend.

Loenen maakt – samen met Breukelen en Maarssen – deel uit van de gemeente Stichtse Vecht. Het is er een zootje. Het dorp ligt namelijk in de Gooi-en Vechtstreek. Als je al niet getroffen wordt door overvliegende voorwerpen kun je zomaar getroffen worden door een klap tegen je kanis. Mijn schoonzus is hier jaren geleden getrouwd met mijn zwager, maar dat liep gelukkig goed af, hoewel de zus van mijn zwager er zoek raakte.

Straat in het centrum van Loenen

Kunnen jullie het nog allemaal volgen? Het zat overigens zo dat mijn zwager en zijn zus Amerikanen zijn. En Amerikanen zijn gewend dat wegen recht lopen en genummerd zijn. Dus als je als Amerikaan in Loenen bent snap je er helemaal niets meer van. Alleen de huizen hebben nummers.

Aan de oostzijde van de Vecht in Loenen was tijdens mijn laatste passage iets bijzonders aan de hand. De weg was verboden voor racefietsers. De bochtige weg is helemaal niet geschikt voor racefietsers die luid vloekend om de bocht komen zeilen. Racefietsen mogen natuurlijk wel, als ze hier maar niet racen. Doe dat maar op het snelfietspad langs het Amsterdam-Rijnkanaal.

Weg langs de oostzijde van de Vecht in Loenen

In de Gouden Eeuw bouwden veel rijke Amsterdammers een optrekje aan de Vecht in Loenen. Er staan rond deze plaats dan ook prachtige buitenhuizen. In totaal staan er tien op de landelijke monumentenlijst. Ook nu nog is Loenen een soort van dorps Wallstreet. Er zijn zestig financiële adviseurs gevestigd.

Loenen is een dorp met nogal veel bovenmodale inkomens. Het gemiddelde inkomen ligt er 1/3 hoger dan gemiddeld. Dat mag ook wel met een gemiddelde huizenprijs van boven de 600.000 euro. Een huis van nog geen honderd vierkante meter in het centrum van Loenen heeft een vraagprijs van 650.000 euro. En dan woon je ook nog eens ver van een station.

CDA, D’66 en VVD kregen in Loenen aan de Vecht de meeste stemmen. Er werden vorig jaar vier fietsen gestolen. Dat is niet netjes.

De Vecht in Loenen aan de Vecht

Loenen is overigens best een aardig dorp. ‘Een pareltje aan de Vecht’ zo wordt er geschreven in een boek over de provincie Utrecht. Ik trof er ook een aantal poezen aan, dat is ook een pré.

Mooi zijn ook de opklapbrug over de Vecht en de straten rond de historische dorpskerk. Deze kerk fikte in 1945 deels af. De mensen hebben het wel gemakkelijk over de Duitsers, maar die hadden het niet gedaan. De schade is inmiddels weer hersteld.

Op een orgel van de dorpskerk nam de destijds bekende musicus Louis van Dijk ooit de LP ‘Louis van Dyke plays Lennon en McCartney’ op.

Op zondag kunnen de inwoners van Loenen aan de Vecht kiezen uit acht kerkdiensten in vijf verschillende kerkgebouwen. De Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland geeft geen informatie over het aantal leden en de kerkdiensten, maar het financiële overzicht van inkomsten en uitgaven van de kerk staat vrijmoedig gepubliceerd op internet.

Door de week kunnen de inwoners kiezen uit twee huisartspraktijken, twee fietsenmakers, twee bushaltes, drie supermarkten en vijf brievenbussen. 

Glad

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, ga jij wel eens onderuit?" Dat zal ik jullie zeggen: jaarlijks minstens één keer. Dat doe ik in het kader van de valoefeningen. 
Drie tegelijk

Toch ben ik voorzichtiger geworden. Tegenwoordig stap ik af als ik het niet vertrouw. Ik heb begrepen dat een gebroken heup de inleiding vormt voor veel meer ongemak op hogere leeftijd. De geriater vergeleek het met dominostenen: als er eentje valt, valt de rest ook. En dan is het einde nabij. Mijn beide jongere broers hebben overigens al hun heup gebroken, maar ze leven tóch nog.

Een gewaarschuwde fietser

Gisteren kwam ik thuis vanwege een afspraak in Baarn. En ziedaar: de weg vanuit het station naar huis bleek een ijsbaan. De gemeente heeft daar gladde tegels laten leggen, dat past bij het historische karakter van Delft. Die tegels worden bij regen al glad, maar helemaal bij sneeuw en ijzel.

De ene na de andere fietser werd getroffen door de zwaartekracht. Her en der lagen onderdelen van fietsen. Het leek wel een fietskerkhof. Vooral Chinese studenten gingen massaal onderuit. Die zijn te herkennen aan hun mondkapjes, maar die helpen niet tegen valgevaar.

Links het muurtje, maar dat bood toch weinig houvast

Met grote moeite wist ik lopend naast de fiets een helling te nemen. een deel van de fietsers kwam daar niet vooruit, ze gleden steeds weer terug. Dat zie je op één van de foto’s aan de linkerkant: de fietsster klampt zich vast aan het muurtje maar gleed uiteindelijk weer helemaal terug. Eigenlijk ben ik best aardig, want ik heb haar van helemaal beneden weer naar boven geholpen en daarna ook nog eens haar fiets gered.

Als ramptoerist ben ik natuurlijk dol op ongelukken, dus ik ben nog even blijven staan. Ik denk dat ik wel zo’n twintig mensen weer op de been heb geholpen.

Een deel van de mensen die ik waarschuwde voor de gladheid fietste onverdroten door en die gingen uiteindelijk bijna allemaal onderuit. Dan had ik toch eigenlijk nog wel een beetje leedvermaak. Luister dan eens naar een oude en fietswijze man!  

Kats

Het zat het dorp Kats allemaal niet mee. Ooit was het een welvarend dorp, maar daarna werd het door ramp op ramp getroffen.
Het “Witte Kerkje” in Kats

In 1530 werd het dorp door een stormvloed overspoeld, daarbij kwamen 150 mensen om het leven. Toen alles een beetje begon op te drogen werd het dorp in 1532 opnieuw getroffen door een stormvloed. Nu verdween het hele eiland Noord-Beveland in zee.

In 1598 werd het oostelijke deel van het eiland weer ingepolderd. Dat verklaart ook het rechthoekige stratenpatroon van Kats. Dat begon toen net de mode te worden. Niks geen kromme straten, stadsmuren en grachten: gewoon lekker rechtdoor. Net zoals in New York.

Interieur van het “Witte Kerkje”

Maar helaas: een paar jaar later werd het kersverse dorp getroffen door een pest-epidemie in de 17e eeuw. Toen de mensen bekomen waren van deze ramp kwam er een tweede golf overheen. Geen golven water, maar een zeer besmettelijke ziekte. Het dorp had zó te lijden van deze rampen dat er nog maar zeven huizen bewoond werden.

Katse Koffie

Na die tijd kwam er weer wat groei en besloot men om een eigen kerkelijke gemeente te stichten. Er werd een kerk gebouwd (het ‘Witte Kerkje’) en er werd een dominee uit Engeland beroepen. Zo stond Kats weer op de kaart.

Bovendien werd het een veerhaven. Hier kwam de veerpont van Zuid-Beveland aan. En bij zo’n veerpont hoort ook een restaurant. De veerpont is verdwenen (want er liggen dammen) en Kats verstilde. Maar wat bleef is het restaurant dat getooid is met een Michelin-ster.

Kats vanaf een uitsnijding in de dijk (foto van Internet)

Ik moest speciaal een omweg fietsen om in Kats te geraken. Het was midden in coronatijd, maar de kerk was open. Je kon er zelfs koffie, cake en likeur scoren. En een gesprek voeren met de plaatselijke koster.

In Kats hingen veel platen van katten volgens het model van de Grote Rode Kater uit Jan Jans en de kinderen. Dat gaf het dorp een gezellige sfeer, al spinden ze niet.

In Kats wonen 345 mensen en waarschijnlijk ook een aantal katten. Bijna alle huizen zijn koophuizen met een gemiddelde woningwaarde beneden de twee ton.

Groen Links kreeg in Kats veruit de meeste stemmen in 2022. Er werden drie geweldsmisdrijven gepleegd in 2021, maar er werden geen fietsen gestolen en er vonden geen verkeersongelukken plaats. Voor een basisschool, een dokter en een supermarkt moet je vanuit Kats vijf kilometer fietsen. Gelukkig is er wél een brievenbus. 

Joppe

Drie keer waren we met vakantie in Joppe: in 2001 en in 2004. Het waren rustieke vakanties in een huisje aan de rand van het bos, met uitzicht op een maisveld.

Nu weet niet iedereen waar Joppe ligt. Het is dan ook een minkukelig plaatsje dat voornamelijk bestaat uit een kerk, een restaurant en een brievenbus. Meer heb je trouwens eigenlijk ook niet nodig.

Karakteristieke landweg bij Joppe

Voor de geografische beelddenkers onder ons: beeld je de plaatsen Deventer en Zutphen aan de IJssel in. De lijn noord-zuid van Deventer naar Zutphen is de basislijn. Maak dan een gelijkbenige driehoek oostwaarts en je bent in Joppe: tien kilometer van Deventer en tien kilometer van Zutphen. Eenvoudiger kan ik het niet maken.

Kerk en pastorie in Joppe

Joppe ligt in een zeer rustgevend landschap. Zelfs de meeste wegen zijn er onverhard. Het is er alsof de foto’s uit de fotoboeken van mijn vader uit de jaren ’30 herleven. Er is vrij veel bos, afgewisseld door percelen grasland of akkerbouw en soms een stukje heide, zoals de Gorsselse heide.

Af en toe wordt de landelijke rust er wild verstoord. dat komt door een crossbaan. Joppe mag dan wel in een verstild landschap liggen, het is wel de Achterhoek van Normaal en Oerend Hard. Gelukkig is die onrust een uitzondering.

Interieur van de kerk in Joppe

Joppe telt ongeveer 400 inwoners. Inmiddels is het een chique dorp geworden met een gemiddelde WOZ-waarde van meer dan 550.000 euro. Er was in Joppe geen stembureau, dus ik kan niet melden naar welke partij de politieke voorkeur uit ging. Er werden in 2021 in Joppe 9 diefstallen gepleegd.

Ooit had Joppe een station, in de bocht van de spoorlijn halverwege Deventer en Zutphen. Omdat niemand verder de plaats Joppe kende werd het station Gorssel genoemd. Daar bevinden zich nu het bijzondere museum MORE, benevens een psychiater met wie ik jaren heb mogen samenwerken.

In Joppe woonde ooit een baron met landgoed. De baron heette Frans Ernest Alexander van Hövel tot Westerflier. Zijn handtekening paste niet op een girobetaalkaart en hij is daarom voor de invoering van die kaarten overleden. Hij liet als goedgelovige een kerk bouwen in Joppe: de kerk van Onze Lieve Vrouw Tenhemelopneming. Aan de kerk werd meteen een grafkelder voor de adellijke familie toegevoegd.

De Vijfsprong bij Joppe

Het restaurant staat aan de Zessprong, een idyllisch plekje in het bos. Er komen veel fietsers op E-bikes die hun fiets in het soms rulle zand niet helemaal onder controle hebben. Er gebeuren in de zomer net zoveel fietsongelukken als op het Waterlooplein in Amsterdam. Maar een zessprong is ook best ingewikkeld.

Het restaurant brandde in 2018 helemaal af, maar is inmiddels weer in blakende staat herbouwd.

In het bos bij Joppe maakte ik ooit een dusdanig daverend onweer mee dat ik echt geen hand voor ogen meer kon zien. Het was al na zonsondergang en ik was nog even naar de klepperende ooievaars bij Gorssel gefietst. Op de terugweg werd het zó aardedonker dat ik geen idee meer had waar ik was. Ik kon niet meer verder fietsen vanwege de enorme regenval. En ik had geen zaklantaarn of mobiele telefoon en geen idee hoe lang ik onder de dakgoot van een schuurtje heb gestaan. De goot stroomde uiteindelijk over.

Na afloop meldde een verzopen kater zich bij het huisje 't Pumpke. Ik nam meteen een douche, maar daar word je ook niet droger van.   

Ilpendam

Vroeger kwam ik elk jaar wel een paar keer in Ilpendam. En toen ik in Amsterdam werkte zelfs bijna wekelijks. Want ik werkte toen ook in Landsmeer, Monnickendam en Purmerend. Die plaatsen liggen rond Ilpendam gedrapeerd.
Het pontje van Ilpendam over het Noordhollands Kanaal

Mensen die met de bus reizen kennen Ilpendam van de bushalte waar elke paar minuten een bus stopt. Het schijnt de drukte buslijn van Nederland te zijn. In de spitsrichting (naar of van Amsterdam) kun je per uur twaalf keer de bus nemen. Je kunt vanaf de bushalte ook het pontje nemen naar de overkant van het Noordhollands Kanaal. Maar dan ben je nog niet jarig, want aan de overkant is het voornamelijk lucht en ledigheid en moet je een paar kilometer lopen voor de volgende bushalte.

Landschap bij Ilpendam

De plaats Ilpendam telt ruim 1800 inwoners die gemiddeld per hoofd van de bevolking 31.000 euro per jaar verdienen, waarbij de gemiddelde prijs van een woning 375.000 euro is. Er zijn in Ilpendam meer mensen ongehuwd dan gehuwd en de meeste mensen in het dorp stemmen Groen Links. Er werden in 2021 geen gestolen fietsen aangegeven.

De inwoners van het dorp houden van voetbal: de plaatselijke voetbalclub telt 300 leden. En dat op 1700 inwoners…

Mevrouw Onkruid, alias Maaike Pfann, verzorgt opleidingen in Ilpendam. “Ik zaai mijn kennis en ervaring en begeleid jouw persoonlijke groei met liefde en aandacht. Ook jij bent natuur. We beleven de seizoenen bewust en staan stil bij jaarfeesten en rituelen. Ontwikkel je gevoel en intuïtie. Leer vertrouwen op de oneindige wijsheid van de natuur.”

De Dorpsstraat in Ilpendam

De plaatselijke dokter houdt praktijk en huis op het adres Dokterspad 1. Aan de overkant van de dokter bevindt zich het Fitplein. Even verderop is de Insectentuin. Daar kun je geprikt worden. Het Hervormde kerkgebouw staat aan de Kerkstraat. Het gebouw dateert deels uit de late 17e eeuw. In het gebouw bevindt zich een aantal wereldse beelden waarvan de handen ontbreken. Ik heb geen idee waarom dat zo is. In elk geval kunnen deze beelden ’s nachts niet stiekem op het mooie orgel gaan spelen.

Ooit was Ds. H.J. Heijnes predikant in deze regio. Hij schreef een humoristisch boekje over de inwoners van Noord-Holland. Daarin vermeldde hij “dat de godsdienst van de Noordhollanders verwant is met het christendom. Want in hun kerken ligt een Bijbel op de kansel en zij letten goed op.”

In veel plaatsen in Noord-Holland staan anno 2022 monumentale kerken leeg. In deze dorpen worden geen kerkdiensten meer gehouden. In Ilpendam kun je nog altijd elke zondag in twee kerkgebouwen een kerkdienst bijwonen.