Turnhout

Bij de naam Turnhout moet ik aan oefeningen aan de rekstok denken. Maar de naam schijnt afgeleid te zijn van de Germaanse woorden 'doorn' en 'bos'.  

Om vanuit het westen Turnhout binnen te kunnen fietsen moet ik me door een uitgestrekt bedrijventerrein worstelen dat – net zoals alle andere bedrijventerreinen van na de Tweede Wereldoorlog – een architectonische schandvlek is. Gelukkig schijnt de zon.

Daarna kom je echt in Turnhout en dat is beslist geen onaantrekkelijke plaats. In zekere zin doet het centrum wat aan dat van het Belgische Hasselt denken, met in het midden een aantal historische gebouwen die daarna enkele ringen van bebouwing die concentrisch om het centrum heen liggen.

Even bezijden dat centrum vind je één van de mooiste begijnhoven van België. Het land telt 26 begijnhoven, waarvan er 13 op de lijst van Unesco-werelderfgoed staan, waaronder het begijnhof van Turnhout. Het is in de afgelopen jaren gerenoveerd, tijdens een vorig bezoek fotografeerde ik voornamelijk bouwwerkzaamheden.

Het Begijnhof van Turnhout

De eerste gebouwen ontstonden in de late Middeleeuwen, maar de huizen die je nu ziet dateren uit de 16e en 17e eeuw. Het gaat om een uitgestrekt en langwerpig complex: een oase van stilte in de stad. Ooit woonden hier 360 begijnen. Ik vind het opvallend dat het nogal verschillende huizen zijn qua grootte. Op het terrein staat een goed bewaarde barokkerk. Je kunt er ook een museum bezoeken, maar ik ben te laat. Maar het hof zelf is gewoon erg mooi om weer even rond te dwalen. Het is de zesde keer dat ik in dit Begijnhof ben, maar ik ben opnieuw onder de indruk.

Een ander mooi gebouw is de neoclassicistische gevangenis. Daar ben ik niet binnen geweest. Van buiten hebben veel Belgische gevangenissen dezelfde architectuur. België telt een groot aantal verouderde gevangenissen. Omdat de gevangenissen sterk overbevolkt waren is er de afgelopen jaren gebouwd aan nieuwe complexen. Een aanzienlijk deel van de gevangenen in België heeft geen Belgische nationaliteit (38%). In Brussel is dit zelfs de meerderheid. Zo’n 12% heeft geen woonadres elders. Komen ze vrij, dan zijn ze voor onderdak afhankelijk van opvang zoals tehuizen voor daklozen.

Maar wat ik zo bijzonder vind aan die oudere gevangenissen is de architectuur. Neem bijvoorbeeld de gevangenis van Brussel Sint Gillis. Die is gewoon een plaatje! Je zou aan de buitenkant denken dat het binnen goed toeven is. In Leeuwarden is zo’n gevangenis omgetoverd tot hotel waar het inderdaad goed toeven is.

Ik fiets nog even naar het echte centrum van Turnhout, maar daar kun je – als je een beetje atletisch bent – vandaag over de hoofden lopen. Er heeft een invasie van Nederlanders plaats gevonden die de lock-down in eigen land omzeilen. Vervolgens word ik ook nog twee keer bijna geschept door een auto met Nederlands kenteken. Hier moet ik niet zijn!

Ik overweeg wat ik nu zal doen. Ruim dertig kilometer in de kou en deels in het donker terugfietsen naar Tilburg of de warmte opzoeken van de trein. Ik kies voor het laatste. Met een overstap in Berchem kom ik in Roosendaal uit. De vloerverwarming van de oude Belgische treinen zorgt ondertussen voor lekker warme voeten... De fietsteller heeft er 70 kilometer bij opgeteld. 

Na Hoogstraten

... zag ik een bord richting Achtel. Ik dacht: geen idee, maar misschien is Achtel best een aardig plaatsje. In dier voege kwam ik in Achtel uit.

Achtel bleek voornamelijk te bestaan uit een kerststal met daar om heen een aantal boerderijen en een kapel. Deze kapel heet de Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeënkapel. Je moet er maar op komen.

Landschap in de omgeving van Hoogstraten

Ik fiets parallel aan een drukke weg die ik uiteindelijk niet meer kan vermijden. Zodoende kom ik in Rijkevorsel uit. Daar was ik wel eens eerder geweest, maar ik kom nu vanuit de andere richting en zie weer allerlei nieuwe dingen. Dat kan trouwens ook door mijn vergeetachtigheid komen.

Op internet zie ik dat de plaats gestaag groeit, vooral vanwege forensen uit Antwerpen. In politiek opzicht valt op dat de N-VA (de Nieuw Vlaamse Alliantie) bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen in één klap 11 zetels in de gemeenteraad kreeg en daarmee de absolute meerderheid. Verder bemoei ik me daar niet mee.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is images.jpg
Rijkevorsel (foto van internet geplukt)

Rijkevorsel heeft – net als veel andere Vlaamse plaatsen – een rijk verenigingsleven, waarbij ook de muziekkorpsen zich danig roeren. Zoals de Fanfare Vermaak na Arbeid. En na de muziek neemt men een Veusseltje, de plaatselijke likeur, zodat iedereen weer betoeterd thuis komt.

Ik heb het ondertussen behoorlijk koud gekregen en zet er maar even de fietssokken in. De omgeving is tamelijk bebost, waardoor ik minder last heb van de frisse wind. Ik heb geen idee welke plaatsen ik tegen kom. Ik laat me verrassen zonder kaart en zonder enig idee waarheen de weg leidt die wij allen moeten gaan. De volgende plaats blijkt Beerse te zijn. Volgens mij ben ik daar al eens eerder geweest, maar veel herkenning vindt niet plaats onder mijn schedeldak.

Beerse blijkt een uitgestrekte plaats te zijn, er komt maar geen eind aan de bebouwing. Het dorp gaat vanzelf over in Vosselaar. Ergens moet ik een grens zijn gepasseerd. Ik zie dat Turnhout niet ver meer is.  En voor die plaats heb ik enig zwak ontwikkeld. Laat ik maar eens naar Turnhout fietsen. 

Hoogstraten

Ik hoef nergens naar toe. Als ik een aardig weggetje zie, fiets ik daar in. Maar op den duur wil ik toch naar Hoogstraten. Daar wil ik het prachtige Begijnhof -  dat ik één van de mooiste van België vind - bezoeken.
Sint Catharijnebasiliek Hoogstraaten

Het bijzondere van Hoogstraten is dat het een beetje de allure heeft van een stad, terwijl het toch een dorp is gebleven. Dat komt mogelijk door de hoge toren van de Sint Catharinakerk (105 meter hoog). De toren lijkt trouwens veel op die van het nabijgelegen Hilvarenbeek en in mindere mate op die van de Onze Lieve Vrouwekerk van Breda.

Toren in Hilvarenbeek

Een hoge toren was vroeger het symbool van een grote stad. In sommige plaatsen is de toren echt torenhoog geworden (Breda, Utrecht, Delft, Groningen), maar in andere plaatsen strandde de economie en bereikte de toren geen Babelonische hoogte (Leeuwarden, Zierikzee).

Kennelijk had men in Hoogstraten nog enig geld gespaard. Want verder is Hoogstraten nooit een belangrijke plaats geworden. Er loopt zelfs geen spoorlijn en voor auto’s in de plaats alleen te bereiken via een provinciale weg met veel bochten, bomen en ongelukken.

Begijnhof Hoogstraaten

Het Begijnhof van Hoogstraten vind ik – zoals ik al eerder schreef – één van de mooiste van België (de andere twee toppers vind ik Lier en Turnhout). Echt groot is het niet, het omvat 36 witte huizen, met allemaal de naam van een Rooms-Katholieke heilige. Een deel van de huizen aan een rechthoekig grasveld staat rond de kerk, een ander deel in rijtjes aan de zuidzijde van het grasveld.

Ik laat mijn ogen en benen even uitrusten in de kapel en steek een kaarsje aan voor mijn moeder. Daarna fiets ik weer kaartloos verder. 

Koudfietsen

Het is natuurlijk helemaal niet koud. Toch vreemd dat ik bij een temperatuur van net boven het vriespunt ontdek ik dat koude handen en voeten oploop.

Tineke heeft mijn warme pooljas weggegeven aan het Leger des Heils. Dat ik het nu koud krijg op de fiets ligt echter niet aan Tineke. Ik kan haar niet de schuld geven. Ik heb het over de koude uitstekende delen op de fiets: handen, voeten en oren.

Kan het zijn dat met het stijgen van de leeftijd ook de gevoeligheid voor koude stijgt? Dan is het zaak om mij te wapenen.

Eerder al kreeg ik de suggestie van elektrische voetenwarmers. Dank daarvoor. Ik heb me er enigszins in verdiept, maar ik ben er nog niet uit. De recensies zijn namelijk nogal tegengesteld.

Wat heb ik gisteren gedaan, toen ik in het kader van mijn werkzame leven op een afspraak binnen winterse fietsafstand (20 km) moest verschijnen?

  1. Het eerste wat ik tegen mezelf zeg is dat het helemaal niet koud is. Gewoon gaan fietsen en dóórtrappen.

2. Het tweede is dat ik een jas aantrek. In dit geval een winterjas. Met daaronder een wollen trui.

3. Het derde is dat ik geen pet op zet, maar een muts. Ook je oren kunnen het namelijk koud krijgen. Je bent dus een muts als je met koud weer alleen een pet op je hoofd hebt. Die zette ik ook op bij de vorige Elfstedentocht en ik was niet de enige.

4. Een optie is bij een hele fietsdag dat je een lange thermo-onderbroek aantrekt. Dat wilde ik niet, ik vind het geen gezicht enhet wildplassen wordt ook onmogelijk gemaakt. Maar Tineke – die hier in huis doorgaans de broek aan heeft – vindt dat ik dat wel moet doen bij temperaturen beneden het vriespunt. er maar eens naar haar moest luisteren.

5. Het vijfde is dat ik winddichte hoge schoenen heb aangetrokken. Het woei helemaal niet, maar het hielp toch.

6. Het zesde was dat bij een lange fietsdag voorlopig nog opwarmers in mijn handschoenen stop. Je legt ze thuis in bijna kokend water en daarna kun je ze met het verwijderen van een strip warm laten worden totdat het tegendeel blijkt.

De afstand van gisteren was te kort voor dit soort ornamenten. Vandaag zit ik langer op de fiets. Vanmorgen heb ik enkele van deze ingedriënten in mijn fietstas gestopt. Je weet maar nooit...

Erps-Kwerps

Dan toch ook nog maar even wat aandacht voor het Belgische dubbeldorp Erps-Kwerps. Naar dat plaatsje is het Erps-Kwerps gesprek (blog van gisteren) genoemd. 
Erps Kwerps 1

Dit oord heeft één van onze meest geliefde plaatsnamen.

Acteur en columnist Justus van Oel beschrijft in het boek ‘Kunt u Breukelen?’ het Erps-Kwerps-gesprek. Dit is een conversatie, beoefend door oudere echtparen in treincoupe’s. Een voorbeeld staat in het blog van gisteren.

Van Oel voegt daar aan toe: “Schrijvers van het Nederlands televisiedrama hoeven niet met de trein te reizen om deze gesprekstechniek te oefenen. Ze krijgen jaarlijks een speciale cursus Erps-Kwerps in een hotel in Lage Vuursche.”   

Erps Kwerps landingsbaan

Vanwege onze voorliefde voor het observeren en beluisteren van mensen die zich oefenen in het Erps-Kwerpsgesprek was ben ik speciaal naar dit tweelingdorp in de buurt van Brussel gefietst.

Erps-Kwerps ligt temidden van glooiend akkerland in de tuinbouwstreek van Vlaams-Brabant. In de omgeving groeit de witlof de spuigaten uit. Er vindt jaarlijks een zogenaamd crisisfestival plaats. Het schijnt dat men maar niet uit de crisis kan komen.

De vliegtuigen die vliegveld Zaventem naderen vliegen vlak langs de bebouwing van Erps-Kwerps. Nadat het vliegtuig gepasseerd is voel je bij windstil weer een minuut later een windvlaag. Je hoort hem ook in de ruisende coniferen. Eén dorp verder landen de vliegtuigen bijna in de voortuin van de inwoners.

Erps Kwerps Kerkplein

De plaats Erps-Kwerps telt zo’n 6000 inwoners. Het heeft een aardig dorpscentrum met een aantal historische gebouwen. Het station ligt 2 km. buiten de plaats. Hier loopt ook de HST-fietsroute, een snelle fietsroute tussen Brussel en Leuven. 

De Belgen zijn geen echte fietsers, maar ze doen wel hun best om de fiets wat meer op de vervoerskaart te zetten.

Belgische Kempen

De zon scheen en er vielen als gevolg van de corona-maatregelen twee afspraken uit. Dus ik dacht: 'Laat ik maar weer eens de Batavus Dinsdag bestijgen'. En dat deze keer op donderdag.

Ik besloot de eerste trein te nemen die station Delft binnenreed. En ziet: het was de IC naar Eindhoven, stopt onderweg alleen op Rotterdam Centraal, Breda, Tilburg en het eindstation Eindhoven. In Breda had ik de bijlage van de krant uit en stapte ik uit. Ik kleedde me pittig warm aan, want buiten was het nét boven het vriespunt.

Het station van Breda

Ik weet niet of jullie het station van Breda kennen. Welnu: dat bestaat niet. Het heeft wel tal van prijzen voor bijzondere architectuur gekregen, maar daar begrijp ik dus niets van. Met de trein kom je aan onder een enorm appartementen-en kantorencomplex. Het heet een station, maar het is dus een complex, waar onderin wat sporen lopen. Als je wat gaat dwalen vind je uiteindelijk een uitgang. Als je van buiten komt is het de vraag of je ergens een ingang kunt vinden. Het concept schijnt modern te zijn: ook in Heerlen kun je vanuit de stad het station nauwelijks vinden. Delft trouwens ook, daar is het stadhuis boven het station gebouwd. Maar het station is beter vindbaar vanuit de stad.

In het centrum van Breda

Ik wist niet waar ik heen zou fietsen, maar de zuidelijke richting trok mij wel aan. Geen kaart bij me, en ook geen Strava aangezet. De batterij van mijn telefoon haalt tegenwoordig maar een halve dag als ik de apps in werking laat.

Loop je aan de zuidzuide het station uit, dan zie je meteen hoe mooi Breda is. Een mooie brede laan leidt via het stadspark naar het centrum van de stad. En die stad mag er zeker wezen. Breda is met zijn bijna 200.000 inwoners de grootste stad van Brabant, maar het is al eeuwen lang een plaats van economisch, maar ook van militair belang. Wil je in Stratego-rang opklimmen, dan kun je hier naar de Koninklijke Militaire Academie.

Ik fiets in zuidoostelijke richting, door grotendeels vrij oude straten. Dit is kennelijk een oude straatweg, waar men de oudere bebouwing gewoon heeft laten staan. En zo hoort het ook. Op die manier kom ik in Ulvenhout uit. Ten westen van Ulvenhout ligt een groen gebied: dit is het stroomgebied van de Aa of Weerijs. Kennelijk weten ze nog steeds niet hoe ze deze beek moeten noemen.

Bewegwijzering (ik ging hier rechtsaf)

Ik fiets op goed geluk verder, het maakt allemaal niets uit. Ik kom in de buurtschap Strijbeek. Daarna besluit ik om even via het klooster van Meersel-Dreef te fietsen. Ik heb eigenlijk wel zin in koffie. Dat kan in Meersel-Dreef zelfs binnen, want de café’s en restaurants in België zijn gewoon open. Zo gezegd, zo gedaan. Het restaurant zit behoorlijk vol (met Nederlanders), maar er is ook volop ruimte. De bekende of beruchte 1,5 meter wordt hier goed nageleefd. Ondertussen warm ik mijn voeten tegen de plaatselijke CV.

Fietsroute bij Meerlo (België)

Na Meersel-Dreef fiets ik richting Hoogstraaten. Voorlopig zie ik die plaats nergens. De hoge toren van de Sint Katharinakerk (105 meter hoog) zou op deze afstand in het westen van Nederland al lang te zien moeten zijn, maar in dit Kempische coulissenlandschap staan er overal bomen voor.

Ik neem een klein paadje dat er rustiek uitziet. Maar al snel belandt mijn fiets in blubber over grote afstand. Er valt nauwelijks nog te fietsen. Ik ga lopen naast mijn fiets.

De Batavus Dinsdag is gisteren door de fietsenmaker grondig gepoetst en zit nu binnen een paar honderd meter al helemaal onder de blubber. Maar ik ga voorwaarts en versaag niet. Ergens terug gaan zit niet in mijn fietssysteem. 

De Z is van Zwartsluis

Er zijn genoeg plaatsnamen in Nederland die met een Z beginnen, maar ik schrijf bij voorkeur over kleinere plaatsen. Zoals Zwartsluis. Hoewel het dorp een centrumfunctie heeft telt het nog geen 5000 inwoners. 

Er wordt aan gewerkt om het inwonertal boven de 5000 te doen stijgen. Er worden hier naar verhouding veel baby’s geboren. Maar de grootste bevolkingsgroep is boven de 50 jaar en dan ligt aanwas door geboorte wat minder voor de hand.

Zwartsluis is van oorsprong een dijkdorp. Aan de achterzijde hebben deze huizen nog een beneden verdieping

Ooit was Zwartsluis bekend vanwege het feit dat Joodse ouders uit de wijde omgeving hier hun zoontjes lieten besnijden. Er werd zelfs een speciaal register voor bijgehouden: het register der besneden Israëlieten. Ik heb geen idee waarom dat speciaal in Zwartsluis gebeurde. Had iemand zich gespecialiseerd? Zwartsluis had in elk geval een synagoge, een Joodse school en een Joodse begraafplaats.

Zwartsluis was een havenplaats. Hier kwam de Drentse turf aan om te worden overgeladen in schepen die (vooral) naar Amsterdam voeren. Tegenwoordig is de haven vooral het toneel van watersporters. Er werden in 2020 vier fietsen gestolen, maar er kwamen aangiftes binnen van acht (onderdelen van) schepen. Ik vraag me alleen af onder welke categorie de diefstal van een waterfiets valt.

Het Zwartewater

Zwartsluis ligt aan het Zwarte Water, een rivier van maar 19 kilometer lang. De rivier had ook het Korte Water genoemd kunnen zijn. Het Zwarte Water mondde ooit uit in de Zuiderzee, maar nu in het Zwarte Meer.

In de zomermaanden is Zwartsluis een levendige plaats, vooral vanwege de watersport. De website van de scholengemeenschap Agnieten College meldt dat er op die school van alles gebeurt. Dat men dat vermeldt wijst er op dat het ook wel eens niet zo zou kunnen zijn. Op zo’n school in een plaats met minder dan 5000 inwoners verwacht je misschien vooral rust, maar nee hoor, er gebeurt van alles op school! Misschien had de school wel het Deugnieten College moeten worden genoemd.

Nog een keer de dijk in Zwartsluis

Aan alle kanten wordt Zwartsluis omgeven door water en dat trekt ’s zomers steeds meer muggen en toeristen aan. Ook staan er nogal wat protserige tweede huizen. Mooi en lelijk liggen ook hier dicht tegen elkaar aan.

Voor wie zich verveelt is er een sjoelvereniging, maar die is meer voor in de winter. De vier plaatselijke brievenbussen zijn zomer en winter geopend, behalve rond oud-en nieuw, want dan wil het hier nogal eens behoorlijk knallen.

Het oude deel van Zwartsluis ligt als gemoedelijk lintdorp uit te rusten langs de oude dijk. Er zijn veel overeenkomsten tussen IJsselmuiden en Genemuiden.

Ook in Zwartsluis blijkt de grootste groep kiezers op de VVD te stemmen, daarna volgen CDA en PVV. Op zondag kunnen de kerkgangers (buiten coronatijd om) kiezen uit zes protestantse kerkdiensten in drie kerkgebouwen.

Tegenwoordig valt Zwartewater onder de gemeente Zwartewaterland. Veel inwoners van Genemuiden waren het daar helemaal niet mee eens. Er lag teveel zwart water tussen. In de gemeenteraad van de nieuwe gemeente bezetten CU, SGP en CDA samen 12 van de 19 zetels in de gemeenteraad.

De beroemdste persoon die in Genemuiden is geboren is Eelco Gelling, gitarist van Cuby & te Blizzards. Maar dat hebben de inwoners van de plaats allemaal niet meegemaakt: hij verhuisde al voordat hij één woord gesproken had. 

De X is van Xanten

Van de X kan ik in Nederland niets maken. Ik moet uitwijken over de grens: naar Xanten. Aan die plaats heb ik al eerder noodgedwongen een blog gewijd.

Voor de Romeinen lag Xanten aan het noordgrens van het Romeinse rijk. Verder durfden ze niet, want daar woonden o.a. de Friezen. Xanten heette toen Colonia Ulpia Traiana.

De Dom van Xanten

De noordgrens van het Romeinse rijk loopt verder door naar het noordwesten, grotendeels langs de Rijn die zich in de loop van een aantal eeuwen steeds verplaatste.

In elk geval was ook Noviamagum (Nijmegen) een grensplaats. Daarna volgde de Rijn een noordelijker route dan de Waal.

Romeins soldaat

Vanaf Wijk bij Duurstede vind je allerlei palen die de vroegere grens markeren. Die zijn er uit toeristisch oogpunt later neergezet. Ze staan vooral in de buurt van de Kromme Rijn, zoals in de buurt van Bunnik en Houten. Uiteindelijk loopt de grens door tot de oude monding van de Rijn via Alphen aan de Rijn en Leiden (de Leidse Rijn) tot aan Katwijk, het Romeinse Colonia Felix Vicinia ad Marum.

Terug naar Xanten. Ten behoeve van het toerisme hebben de Romeinen hier een legerplaats neergezet, die nog altijd druk bezocht wordt, al is dat tegenwoordig met QR-code. Er worden nog altijd knokpartijen nagespeeld en je kunt er boeken van Asterix kopen.

Kerstmarkt in Xanten (foto van internet)

De latere stad Xanten is een vriendelijk stadje, waar ik wel eens een lekke band heb gekregen, toen ik met dochter N achterop een fietsdagtocht maakte naar deze plaats. Dat was een heel eind fietsen en een lekke band leverde ook nog vertraging op zodat we veel te laat weer thuis waren. Dat konden we niet melden, want de rest van het gezin zat gedurende de herfst kou te vatten in een zomerhuisje bij Vierlingsbeek.

Landschap bij Xanten

In december kun je er Glühwein drinken op de Markt. Dat heb ik ook wel eens gedaan, maar voor mij is dat niet zo goed. Gelukkig ben ik alsnog zonder ongelukken thuis gekomen. En dat terwijl de straten steeds gladder werden vanwege opvriezing van natte weggedeelten. In het jaar 73 is overigens een heel regiment Romeinen uitgegleden. De voorste vier mannen hadden de gladheid over het hoofd gezien en de rest van het peloton viel met rammelende wapenuitrustig over hen heen.

Xanten heeft een mooie omgeving waar het prima fietsen is. Je kunt langs de Rijn fietsen, maar iets meer het binnenland in vind je ook enkele heuvelruggen (net zoals in Montferland) die een prachtig uitzicht bieden op de omgeving. Romeinen zie je er trouwens niet veel meer. Na Mussolini voelden ze zich hier niet meer zo welkom. 

Rondje Rotterdam (slot)

Ik was in Barendrecht blijven steken, en dat was nu ook weer niet de bedoeling. Je kunt er je fiets parkeren in de onbemensde stalling, maar om er zelf te blijven steken, daar vind ik Barendrecht toch niet aantrekkelijk genoeg voor.

Dus ik fiets weer verder. Een bijna eindeloze dijkweg, met achter de wat oudere huizen eindeloze nieuwbouw, voert mij naar het centrum van de plaats. Een klein centrum met een karakteristieke watertoren en een kerk. De watertoren was een kopie van de toren in Heerenveen, maar die watertoren heeft de 21e eeuw niet gehaald. Twee torens voor de prijs van één.

Van Barendrecht naar Rotterdam-Centrum

Veel inwoners van Barendrecht schijnen het winkelcentrum verderop meer als het centrum van het dorp te zien. Ten zuiden van het oude dorp is de Vinex-locatie Carnisselande gebouwd: een compleet nieuwe stad, met zelfs een tramlijn naar Rotterdam.

Onder de bekende inwoners die Barendrecht heeft voortgebracht vallen verschillende voetballers en de massa-spermadonor Jan Karbaat.

Om vanuit Barendrecht in Rotterdam terecht te komen moet ik weer de A 15 en de Betuwelijn over. Ik probeer zoveel mogelijk immer gerade aus te fietsen. Zo kom ik in de wijk Lombardijen uit. Vrolijk is anders, moet ik zeggen. Bijna alle huizen werden rond 1960 gebouwd, zijn erg gehorig en slecht geïsoleerd. Er wordt wel hard gewerkt om de huizen een opknapbeurt te geven.

Zicht op de Willemsbrug, de Koningsbrug (links) en de Erasmusbrug (achter)

Zo’n 80% van de inwoners van de wijk Lombardijen heeft een niet-westerse achtergrond. Dat is ook te zien bij de uitslag van de laatste verkiezingen: de partij Denk kreeg véruit de meeste stemmen.

Ik blijf zoveel mogelijk rechtdoor fietsen, niet volgens de borden, maar op basis van mijn richtinggevoel. ANWB-fietsborden staan namelijk nogal eens garant voor vreemde routes op de fiets. Ik fiets langs de rand van de vooroorlogse wijk Vreewijk, met enkele mooie tuinwijken en daarna kom ik in de wijk Feyenoord uit, bekend van een bepaalde voetbalclub. Er waren megalomane plannen ontwikkeld om de wijk tot prestige-object te maken, maar die plannen zijn gelukkig getorpedeerd, hoewel er in Rotterdam geen onderzeeërs meer gebouwd worden.

Uiteindelijk fiets ik via de Willemsbrug het centrum van Rotterdam binnen. Het blijft spectaculair, al die hoogbouw. Maar als de lift uitvalt moet je wel een hoop trappen klimmen met je boodschappen. Dan woon ik liever op één hoog met de beide benen bijna op de grond. 

De W is van Dorestad

Vroeger leerde ik op school dat Wijk bij Duurstede eigenlijk de nieuwe plaats Dorestad is. Vandaar dus. 

Er was nog een plaat bij het verhaal van tekenaar Isings: de Noormannen voor Dorestad. De stad was door de Noormannen platgebrand voordat ze Asterix en daarna de Bijbel leerden kennen. Omdat er op de puinhopen niet te bouwen viel werd er naast Dorestad een nieuwe stad gebouwd: Wijk bij Dorestad. En die plaats noemen we nu Wijk bij Duurstede.

De Lek ten westen van Wijk bij Duurstede

Tussen 834 en 863 zouden de Vikingen Dorestad meerdere malen hebben leefgeroofd en tal van gebouwen in de hens hebben gestoken. Ook namen ze vrouwen en bier mee voor de terugtocht. Maar in diezelfde tijd ontbrandde er ook een strijd tussen verschillende Europese vorsten. Dat verhaal zit zó ingewikkeld in elkaar dat ik het hier niet kan reproduceren. In elk geval was er gedoe tussen Deense en Frankische vorsten die het gebied ten oosten van de Elbe in beslag wilden nemen en er was gesteggel met de zoon van Karel de Grote, Lodewijk de Vrome.

Ondertussen onderhielden de Friezen en de Denen goede banden met elkaar. Maar wat Dorestad daarmee te maken heeft is mij toch niet zo duidelijk. Wel lag Dorestad op de grens van Frisia, het gebied van de Friezen. De Friezen en de Denen waren heidenen, de Franken waren Rooms-Katholiek. Lodewijk de Vrome was een Frank, en dus Katholiek.

We leerden op school dat Wijk bij Duurstede het vroegere Dorestad zou zijn. Die stad zou verwoest zijn door de Noormannen. De schoolplaat van Isings van de Noormannen voor Dorestad zou dus ook niet kloppen. Waar moet het heen met deze wereld?

Volgens meer recente inzichten zou Dorestad ten onder zijn gegaan aan economische malaise, politieke conflicten en de verzanding van de Rijn. Maar je kunt beter een ander de schuld geven van je teloorgang dan jezelf.

Wijk bij Duurstede heeft een pré: het ligt aan een rivier én er is een veerpont. Die combinatie maakt al dat ik me er snel thuis voel. Helaas is er geen station. Ooit kwam er een stoomtram, maar die is gesneuveld.

De molen ‘van Ruisdael’ in Wijk bij Duurstede

Ondanks de teloorgang van Dorestad telt Wijk bij Duurstede veel monumenten. De stad heeft een prachtig centrum met tal van kleine straatjes.

De Grote of Johannes de Doperkerk valt vooral op door zijn korte toren. Die steekt maar nét boven de kerk uit. In de gemeente Wijk bij Duurstede staan maar liefst tien kastelen.

Het meest beroemde plaatje van Wijk bij Duurstede is de molen die ooit door Jacob van Ruisdael werd geschilderd. De molen staat tegen de stadsmuur aan de rivier. Dat was dus een goede windvanger.

Straat in Wijk bij Duurstede

Het ingewikkelde (vind ik) van Wijk bij Duurstede vind ik (dus) dat er geen station is. De plaats spoort dus niet. En dat voor een gemeente met meer dan 20.000 inwoners. Er wonen veel forensen. Er rijdt dan ook een aantal bussen naar Zeist en Utrecht vv. En veel mensen gaan met de auto. Voor de fiets is dat te ver, zelfs voor de speedpedelic. ook de huisartsenpost is een eind verderop: daar moet je 14 kilometer voor fietsen met je gebroken been.

Veer over Rijn bij Wijk bij Duurstede

Verder schijnt Wijk bij Duurstede een aantrekkelijke plaats te zijn waar ook tal van beroemdheden hebben gewoond, zoals Peter R. de Vries en prinses Irene. De meeste mensen wonen in eengezinswoningen, veel meer dan gemiddeld in Nederland. Flatgebouwen zie je weinig in Wijk bij Duurstede.

Wijk bij Duurstede telt meer kastelen dan kerken. Er staan binnen de gemeente maar liefst tien kastelen met bijbehorende baronnen. Er zijn maar drie kerken. In de Hervormde Kerk verkoopt men oliebollen en de dominee van de Baptistengemeente draagt een korte broek.

De gedrongen toren van de Sint Jan de Doperkerk

De Hervormde Sint Jan de Doperkerk valt op door zijn korte, gedrongen toren. Het is een kort dikkertje. De bedoeling was om de Domtoren in Utrecht na te bouwen, maar de bouwers kregen hoogtevrees en durfden niet verder. De kerk telt maar liefst drie orgels. Dat begrijp ik niet, één orgel is genoeg. Maar het is een mooi kerkgebouw.

Ook in Wijk bij Duurstede trekt de VVD het grootste aantal stemmen. Ik ben er wel verbaasd over in hoeveel plaatsen die ik tijdens mijn alfabeth passeer dat het geval is. Is dat toeval of is dat overal zo? En ziedaar: op de landelijke kaart is dat toch niet zo. D’66, PVV en CDA volgen in Wijk bij Duurstede op gepaste afstand. In de gemeenteraad is het beeld weer anders: daar was de SP zelfs de grootste partij, maar bij de laatste verkiezingen werd de VVD de grootste, op de voet gevolgd door Groen Links en een lokale partij.

Hoewel Peter R. de Vries in Wijk bij Duurstede heeft gewoond is er toch sprake van aanzienlijke misdaad. Zo werden er in 2020 maar liefst 23 fietsen gestolen en er werden maar liefst 73 vernielingen gemeld. Dat heb je met al die bushokjes. Mijn fiets zet ik in Wijk bij Duurstede maar wel op slot.