Eiffelfietsen (1)

In Stolberg is het zwaar bewolkt. Maar de Wettervorhersage had zon voorspeld. Omdat we nu wel weer eens zon wilden doen was dit een mooie bestemming. Er gebeurt echter iets anders. In de heuvels gaat het sneeuwen. Ook goed...

Als je vanuit Stolberg zo’n 5 km de heuvels in klimt kom je bij een oude spoorlijn uit. Na de drukte van de weg naar Monschau verkeer je dan opeens in een een oase van fietsrust. Het traject van de voormalige spoorlijn brengt je naar het dorpje Breinig.

Daar was ik al een paar keer eerder geweest. Het is een aardig dorp met karakteristieke huizen langs de hoofdweg. Om er te komen moet je de spoorlijn verlaten en een eindje het dorp in fietsen. Langs de hoofdweg staan tal van huizen die nauwgezet zijn gerenoveerd. Karakteristiek is de bouwstijl met een soort van ongelijk gevormde stenen in grijstinten.

Omdat ik de route vanuit Breinig naar het westen al vaker heb gefietst ga ik nu even oostwaarts. Ik wilde zuidwaarts, de Eiffel in, maar daar loopt geen weg. Er staat frisse oostenwind. Ik ben blij dat ik een redelijk winddichte jas aan hebt getrokken benevens een stevig vest. Tineke vond het eigenlijk ook nog gewenst dat ik een pyjamabroek onder mijn gewone broek aan moest trekken. Maar dat ging me iets te ver.

Er volgt een pittige afdaling, want ik kom in het dal van de Münsterau terecht. Hier loopt ook weer de weg naar Monschau, maar die is hier meer verkeersluw. En zowaar: de blauwe lucht komt af en toe tevoorschijn. In de beschutting van de bomen voelt het ook een stuk minder koud. er ligt hier ook geen sneeuw. Maar een dikke jas en handschoenen zijn ook hier geen overbodige luxe.

Advertenties

Langs de Maas (4)

Eigenlijk wil ik doorfietsen naar Dinant. Maar misschien is het verstandiger om terug te fietsen naar Namen. Zo'n langere rit is geschikter voor een zomerse fietstocht.

Stoomopwaarts van Profondeville is een verkeersbrug over de Maas. Omdat ik in (uit) principe geen twee keer dezelfde weg wil fietsen neem ik deze brug en ga aan andere kant terug in de richting van Namen.

Vanaf de linkeroever had ik al gezien dat de rotsen aan deze zijde loodrecht uit het water verrezen. Dus er was weinig ruimte voor de weg en de spoorweg. En inderdaad: de trein boort zich een tunnel door de rotsen. De autoweg neemt een fikse helling. Ik denk handig te zijn en fiets een klein weggetje in (verboden voor auto’s). Je weet maar nooit of je als fietser toch net nog niet langs het water verder kunt. Nee dus: de weg loopt dood.

Waar ik al bang voor was: de vrij drukke weg is smal en bochtig, zonder vluchtstrook. Voor een eenzame fietser is dat niet zo’n prettige ervaring. Belgen zijn niet zo gewend aan winterse fietsers. Maar uiteindelijk kom ik toch behouden in een weer wat ruimer land terecht. De weg heeft hier ook weer een vluchtstrook. In België is dat ook de plek waar afval, glas, afgewerkte olie en defecte onderdelen van auto’s gedumpt worden. ik hoop maar dat de Blue Bike stevige banden heeft.

Ik kom door het dorpje Dave. Er schijnen die kastelen te staan, ik zie er maar eentje, verstopt achter een hoge heg en een afgesloten hek.

Daarna leidt de weg mij naar Jambes. Ondanks de slechts 20.000 inwoners is het een drukke plaats, die zich over een lengte van 7 km. uitstrekt langs de Maas tegenover Namen. De plaats is met drie verkeersbruggen en een spoorbrug verbonden met de hoofdstad van Wallonië.

De grote weg is druk en weinig aangenaam. Er liggen grote winkels langs de weg en dat in Belgische stijl. Dat wil zeggen: enorme supermarkten op een soortement van bedrijventerreinen en vooral goed met de auto bereikbaar. Gelukkig vind ik een meer rustieke route (een kwestie van op goed geluk een zijstraatje inslaan) door een 19e eeuwse wijk. Zo kom ik ook weer aan de Maas terecht, met een mooi zicht op de Citadel en de gebouwen van het Waalse parlement (de rode gebouwen op de derde foto).

te hebben genomen moet ik mij temidden het het verkeer een weg banen door het verkeer van Namen. De binnenstad is verkeersluw, maar door de markt ook niet goed begaanbaar voor de fiets. De wegen rond het centrum zijn erg druk. Rond het station is het één grote bouwput met allerlei wegomleggingen. De fietsroute is mij niet duidelijk, het schijnt dat ik op een busroute terecht kom met een file van bussen achter me aan.

Uiteindelijk kom ik toch behouden aan bij het station. Ik lever mijn fiets voor in bij het geautomatiseerde Blue Bike punt, stap op de trein naar Brussel en stap daar over op de Internationale trein naar Amsterdam. In één dag kun je veel zien...

 

Stolberg

StolbergDe mensen vragen mij wel eens: 'Henk, kom jij wel eens in Stolberg?'

Dat zal ik jullie zeggen: in Stolberg ben ik meerdere malen geweest. En deze keer was ik er samen met mijn wettige fietsgenote Tineke.

Voor mij was de koppeling met deze naam: Juliana van Stolberg, de bet-overgrootmoeder van onze geëerbiedigde voorheen vorstin Juliana. Maar dat Stolberg ligt in Sachsen Anhalt.

Dit Stolberg ligt in de buurt van Aken. En eigenlijk is het veel leuker om in deze plaats wat rond te banjeren, dan in Aken. Die stad bestaat uit een aantal grondig gerestaureerde historische bouwwerken, maar vooral uit veel gebouwen uit de tijd van de Wederopbouw. Wil je de geschiedenis bekijken, dan is er eigenlijk toch niet zo gek veel te zien.

De gemeente Stolberg telt ruim 56.000 inwoners. De Kelten groeven hier al naar koper en ook later verdiende de stad goud geld aan de koperwinning.

Stolberg straatjeJe kunt heel gemakkelijk met de trein vanuit Heerlen naar Stolberg treinen, al moet je tegenwoordig overstappen in Herzogenrath. Voor 5,60 euro trein je vanuit Heerlen naar Stolberg. Maar wij waren op de fiets.

Als je de trein neemt moet je op het eindpunt uitstappen, want daar vind je het oude en historische deel van de stad met smalle bekeide straatjes en huizen met karakteristieke stenen en luiken. De rest van de langwerpige plaats is vooral typisch Duits, met grote rechte en efficiënte huizen en vooral landelijk bekende winkels. Een hoog Blokker-gehalte, maar dan in het Duits. En – op de voetgangersgebieden na – veel intensief verkeer.

Stolberg kerk en kasteelIn het oude deel vind je een kasteel dat hoog boven het stadje uittorent. Dit robuuste middeleeuwse kasteel met meerdere torens werd gebouwd op een zandsteenrots aan het riviertje dat door de stad loopt.

Als je de spoorlijn verder naar het zuiden volgt kun je geen trein meer nemen. De spoorlijn is hardhandig afgekapt. Maar er is een aardige fietsroute voor in de plaats gekomen. Je kunt hier over oude spoorlijnen meerdere kanten uit. Zo is er de voormalige spoorlijn naar België, nu de Vennbahnradweg, één van de langste fietstrajecten die er bestaat over voormalige spoorlijnen (tot aan Luxemburg). Af en toe heb je een schitterend uitzicht.

Zie ook het levenswerk van Dr. Achim Bartoschek (www.bahntrassenradeln.de), of http://www.vennbahn.eu/

Langs de Maas (3)

Het lijkt wel lente in Wallonië. Diverse thermometers wijzen 15 graden aan. De vogels fluiten in het kale geboomte. En dat op 30 december.

Ik fiets over de Maasroute richting Dinant. Bijna een halve eeuw geleden fietsten we aan de overkant (de rechteroever). Dat was daar af en toe flink klimmen geblazen. Dit fietspad ligt vlak langs de Maas op de linkeroever. Bij extreem hoog water zal het vermoedelijk onder water staan.

Ilja Leonard Pfeijffer beschrijft in zijn boek ‘De filosofie van de heuvel’ de fietstocht van Namen naar Dinant. Hij start de dag met uitvoerig cafébezoek. “Het regende. We konden niet fietsen. We gingen naar het café.”

Als hij uiteindelijk wel op de fiets zit (om vier uur ’s middags) schrijft hij over een oninteressante vlakke weg.

Kennelijk heeft hij de fietsroute gemist. Dit is werkelijk een prachtig stuk België. De rotsen rijzen loodrecht bijna uit het water. Ze lijken af en toe op gehavende tanden en kiezen (mijn vak leidt tot een tunnelvisie). Op sommige plekken is er geen ruimte voor bebouwing. Daar boort het spoor zich via een tunnel een weg, een soort van wortelkanaalbehandeling. Op één plek staat een fabriek waar steen wordt uitgehouwen. Er moet ook gebouwd kunnen worden in België.

Het volgende dorp is Profondeville. Het ligt in een scherpe bocht van de Maas, die hier aanzienlijk meandert. Er staan tal van aardige huizen, een kerk en een mooi neo-classicistische gemeentehuis. De hoofdweg breekt zich vrij ruim baan door het centrum van het dorp, maar er zijn tal van rustieke smalle zijstraatjes. Kijk je richting de Maas, dan zie je overal de steil oprijzende rotsen.

Alle foto's op dit blog zijn gemaakt in Profondeville, een levendig en ook groeiend dorp halverwege Namen en Dinant (12.000 inwoners).

Hoog water

Gisteren huurden we als echte ramptoeristen in Dordrecht een OV-fiets. Die zetten we op de Arrivatrein naar Gorkum (gratis). Daar fietsten we naar de rivier, namen de veerpont naar Woudrichem en daarna fietsten in de schemer van de namiddag en in het duister van de avond over de dijken langs de Merwede terug naar Dordrecht.

Op de panoramafoto zie je dat alle uiterwaarden onder zijn gelopen. Gelukkig heeft de rivier de afgelopen jaren veel meer ruimte gekregen. Dat was de belangrijkste les die men leerde uit de hoge waterstand van 1995.

De veerpont naar Woudrichem voer – ondanks de hoge waterstand – nog steeds. Deze pont wordt veel gebruikt door scholieren uit mijn geboortestreek (het Land van Heusden en Altena) die in Gorkum naar school gaan. Naast tientallen scholieren met fiets waren wij de enige andere vaargasten. In Gorkum zat ik meer dan een halve eeuw geleden op school…

De overtocht over de Merwede is één van de mooiste oversteken met een veer in Nederland. De rivier is hier (ook bij een lagere waterstand) erg breed en altijd drukbevaren. Het omringende land is (nog) niet volgebouwd: je bent hier nét buiten de Randstad.

Woudrichem ligt aan de samenvloeiing van de Maas en de Waal (die vervolgens dus de – Boven – Merwede heet). Vroeger was dit een rampgebied als het om overstromingen ging: zowel de Maas als de Linge voegden hun water toe aan de waal, met als gevolg dat veel mensen en koeien natte voeten kregen.

Net als Gorkum is Woudrichem een oude vestingstad. Gorkum is de wat grotere broer van het knusse vestingstadje Woudrichem. Een heuse stadspoort geeft vanaf de veerpont toegang tot het stadje. maar vandaag moeten we een obstakel extra nemen. Vanwege het hoge water zijn er balken geplaatst die het water tegen moeten kunnen houden.

Ik wil nog naar dokter Tinus vanwege een gevoelig oor, maar hij blijkt zijn praktijk te hebben gesloten. Dus fietsen we door het stadje en vervolgens over de dijk langs de Merwede naar Sleeuwijk. Dat zijn voor mij allemaal jeugdherinneringen.

 

Fietsstad (?) Brussel

Al eerder heb ik over Brussel geschreven. Valt er daar te fietsen? Onze eerste ervaringen (bijna een halve eeuw geleden) waren zeer negatief. En ook in latere decennia kon ik geen positief oordeel over de Belgische hoofdstad geven. Maar de tijden zijn aan het veranderen...

Op de eerste foto (die in de afgelopen zomer maakte) zie je links een fietsstrook. Vorige week fietste ik opnieuw door Brussel (jawel: met de Blue Bike!) en ziedaar: in veel straten trof ik fietsstroken aan. Ook bieden de vele eenrichtingsstraten nu mogelijkheden voor fietsers om tegen de stroom in te fietsen.

Daarnaast is de (fiets) bebording aanzienlijk verbeterd. Voorheen belandde je op de autoweg als je de richtingaanwijzers volgde, nu hebben de fietsers hun eigen markeringen. En tenslotte: overal in Brussel kun je fietsen huren. Een moderne grote stad kan niet (meer) zonder fietsers. Maar het is voor Brussel nog wel even wennen.

Daar komt nog bij dat Brussel eigenlijk niet bestaat. Wat d’n Ollander als Brussel ziet zijn 19 zelfstandige gemeenten met elk hun eigen beleid. De stad Brussel zelf telt maar 180.000 inwoners, maar samen met die andere gemeenten wonen hier bijna twee miljoen mensen.

Ik fietste door de plaatsen Brussel, Elsene (85.000 inwoners), Etterbeek (50.000 inwoners), het chique Watermael-Bosvoorde (24.000 inwoners) en het verarmde Sint Joos ten Noode (27.000 inwoners). Gelukkig kwam ik overal diezelfde fietsstroken tegen. Kennelijk probeert men binnen de agglomeratie één fietsbeleid te organiseren.

Maar de automobilisten zijn nog niet echt aan de fietser gewend. Meerdere malen moest ik een noodstop maken omdat er een auto vlak voor mij rechtsaf sloeg (dat noemen wij ‘de Franse methode’). Auto’s parkeren (net als in Duitsland) gewoon op de fietsstrook. En in het overbevolkte Sint Joos ten Noode (laatste foto) is er voor de fietser echt geen doorkomen aan.

Het is dus echt nog even wennen, in Brussel. Maar de fietser staat inmiddels al wel op de gemeentelijke agenda’s.

 

Langs de Maas

Dat is toch wel aardig van de Belgen. Er ligt een goed onderhouden fietspad in zuidelijke richting langs de Maas.

Hier kan ik zeer verleersluw langs het water fietsen. En er gebeurt nog iets opmerkelijks. Na een hele week van bewolking slaagt de zon af en toe heel even in om door het dikke wolkendek door te breken. Dat maakt de wereld meteen heel anders.

Het Maasdal is in dit gedeelte nog vrij dicht bevolkt. Het zijn de voorsteden van Namen. Maar stel je hier ook niet weer al teveel van voor. Vergeleken met Nederland en Vlaanderen is Wallonië buitengewoon dunbevolkt. Bovendien merk ik weinig van de bebouwing; ik fiets door het groen langs het water. De plaatsen heten la Plante, Pairelle en Wépion. In Wépion bevindt zich het Frambozenmuseum, al hebben de Franstaligen er een aanzienlijk langere naam aan gegeven. Dat was nodig om de toegangsprijs te kunnen verhogen.

Tegenover Wépion ligt midden in de Maas het grootste eiland van België (tweede foto). Een projectontwikkelaar was van plan hier vakantiebungalows op te bouwen, maar het tij werd op tijd gekeerd. Het Ile de Dave is een onbewoond eiland gebleven. Stel je er niet teveel van voor: het eiland is een paar honderd meter lang en nog geen honderd meter breed. Maar het is wel een plek waar zeldzame vogels bivakkeren en bijzondere planten te vinden zijn.

Ondertussen moet ik moeite doen om op de fiets te blijven zitten. Het fietspad is hier een blubberpad vanwege de overvloedige regen van de afgelopen tijd. Na een tijdje zitten mijn schoenen onder de blubber en de fietsbanden zijn helemaal bruin geworden. Als ik weer op beter begaanbaar terrein ben spoel ik mijn schoenen en fietsbanden af met het water van de Maas.

Tegenover Boreuville verheffen zich massieve rotsen loodrecht boven het Maasdal. Op 2½ uur treinen van Delft voel ik me hier toch echt in het buitenland. Voor de prijs hoefde ik het niet te laten. De treinreis en de huur van de fiets kostten me samen 11 euro.