Weer op de fiets (2)

Ook Slikkerveer (8000 inwoners) bestond bij de gratie van de scheepswerven die bijna allemaal het loodje hebben gelegd.
Van Slikkerveer/Ridderkerk naar Zwijndrecht

De vorige keer fietste ik over de rivierdijk langs de Nieuwe Maas, deze keer schamp ik de plaats aan de zuidzijde. Zonder groene buffer kom ik daarna in Ridderkerk (ongeveer 40.000 inwoners) uit. Aan de noordzijde bestaat deze plaats uit eindeloze bedrijventerreinen, aan de zuidzijde uit nieuwbouwwijken uit vooral de jaren ’60 en ’70. Het oude centrum bestaat slechts uit een paar straten. Er is eigenlijk geen ruimte voor uitbreiding: aan de west-en zuidzijde liggen autosnelwegen, aan de noord- en oostzijde bedrijventerreinen en de rivieren de Nieuwe Maas en de Noord. De oorspronkelijk geplande tramverbinding is door onderling gekrakeel gesneuveld. De Waterbus brengt de inwoners in een half uur in het centrum van Rotterdam.

Er is nauwelijks nog groene ruimte: IJsselmonde is het dichtst bevolkte eiland van Nederland. Er wonen 450.000 mensen op 105 vierkante kilometer, daarnaast zijn er tal van autowegen, spoorlijnen en enorme bedrijventerreinen. Het benauwt me wel een beetje. 

Vrijwel zonder groene overgang kom ik – parallel aan de snelweg – uit in Hendrik Ido Ambacht. Ook in deze plaats is in de afgelopen decennia bijna al het agrarische gebied verdwenen. Vroeger leefden veel mensen van de vlasteelt. De plaats telt bijna 32.000 inwoners.

Nieuwbouw in Hendrik Ido Ambacht (foto van internet)

Opmerkelijk is dat Hendrik Ido Ambacht – ondanks de grote geografische veranderingen van de afgelopen decennia – nog altijd deel uitmaakt van de Bible Belt. SGP/ChristenUnie is veruit de grootste fractie in de gemeenteraad. En wie op zondag naar de kerk wil kan hier kiezen uit 12 kerken met samen zo’n 20 kerkdiensten. Wat een verschil met het nabijgelegen Rotterdam waar de islam inmiddels de grootste religieuze groepering is.

Ik fiets her en derwaarts door de nieuwbouwwijken van Hendrik Ido Ambacht en kom dan via een smalle groenstrook uit in Zwijndrecht. Nu kan ik weer een lekke band krijgen, want hier is een station.

Waterbus in Zwijndrecht met zicht op Dordrecht

Zwijndrecht telt 45.000 inwoners. Hier kun je op zondag kiezen uit nog meer kerken dan in Hendrik Ido Ambacht. Er zijn in Zwijndrecht maar liefst 4000 bedrijven gevestigd en er werden in 2021 bijna 100 fietsen gestolen. Ik blijf angstvallig op het zadel zitten.

Dordrecht vanuit de Waterbus

Ik fiets niet naar het centrum van Zwijndrecht, maar de Batavus Dinsdag trekt een rechte lijn oostwaarts. Eindelijk heb ik een doel voor ogen: de waterbus. Die parkeert twee keer per uur aan de Veerkade. Onderweg passeer ik een bijzondere en enorme muur van hoogbouw: de tot 22 verdiepingen hoge flats van Eemstein/Zonnestein. Ze zijn vrij nieuw maar alweer aan een grote renovatie toe.

Vanaf Zwijndrecht heb je een prachtig zicht op de oudste stad van Holland: Dordrecht. Even later komt de Waterbus (Fast Ferry) aangesjeesd. Als gevolg van personeelstekort zijn er vaarten opgeheven, maar in de spits valt het mee.

Even later zoeven we over de woeste wateren van de Oude Maas in de richting van de Veerkade van Dordrecht. Aan boord zijn 12 fietsers, twee voetgangers en een plaatselijke hond. 

Weer op de fiets (1)

Dinsdagmiddag wilde ik een rondje fietsen en groenten scoren bij de bioboer. Tussendoor kon ik dan ook nog mijn broer bezoeken in Maassluis. 

Helaas kwam ik van de drup in de regen. Omdat ik mijn fiets niet zomaar ergens wil parkeren kwam hij uiteindelijk terecht in de catacomben onder station Rotterdam Centraal. De beide stallingen bieden samen plaats aan ongeveer 8000 fietsen.

In het centrum van Rotterdam

Het is dus zaak om je fiets mindful te parkeren en te onthouden waar je hem hebt gestald. Ik zet de plek altijd meteen als reminder in mijn telefoon. Het enige probleem is dat ik soms mijn telefoon niet kan vinden.

Vanwege een stremming kon ik donderdag Rotterdam niet via de rails bereiken. Uiteindelijk bereikte ik toch ingeblikt het station en kon ik de Batavus Dinsdag uit zijn ketenen bevrijden.

Ik weet niet of jullie wel eens door Rotterdam fietsen, maar er komt geen eind aan. Als je de aaneengesloten bebouwing van Vlaardingen en Schiedam meetelt zit je 18 kilometer op de fiets en kruisen zo’n vijftig verkeerslichten je pad. Dat is niet om op te schieten. Ik ben geen snelle fietser, maar 11,4 kilometer per uur is toch echt wat aan de trage kant.

De Van Brienenoordbrug en de Nieuwe Maas

Uiteindelijk beklom ik de oprit van de Van Brienenoordbrug. Vroeger mocht je hier niet fietsen vanwege de gevaarlijke winden, maar tegenwoordig is fietsen aan de oostzijde van de brug toegestaan. De mensen zijn gemiddeld zwaarder geworden en waaien minder gemakkelijk om. Als je dan toch bij westenwind omwaait kom je niet op de autoweg terecht, maar in het water, waar je vanwege overgewicht blijft drijven.

De Van Brienenoordbrug zijn twee bruggen. De ene dateert uit 1965, de tweede uit 1990. De bruggen zijn ruim 1300 meter lang. De bogen hebben een maximale hoogte van 70 meter en het wegdek ligt 25 meter boven het water. Tot zover de mededelingen van Rijkswaterstaat.

Uitzicht vanaf de Van Brienenoordbrug in de richting van Ridderkerk

En aan de overkant fiets je met hoge snelheid Rotterdam weer in. Dat schiet dus ook niet op. Het is de wijk Beverwaard. Stedenbouwkundig is het wel een bijzondere wijk, omdat de bouw het vroegere slotenpatroon volgt. Toen het nog vroor in de winter kon men hier dan ook schaatsen. Bijna alle huizen zijn gebouwd tussen 1980 en 1990. Het is geen bloemkoolwijk (jaren ’70), en de nieuwe kneuterigheid van de Vinexlocaties kom je er ook niet tegen. Flatwoningen trouwens ook bijna niet.

De gemiddelde woningwaarde van de huizen is laag vergeleken bij de ‘gemiddelde’ Randstadwoning: 174.000 euro. Opvallend is dat er weinig fietsen worden gestolen in Beverwaard. Of het wordt niet opgegeven bij de politie.

Gezond lijkt het leven hier niet: één derde van de mensen tussen 18 en 65 jaar is langdurig ziek, 10% heeft een WMO-uitkering.

Beverwaard is een multiculturele wijk, waar autochtonen inmiddels een minderheid vormen. Ruim 50% van de bewoners heeft een niet-westerse migratie-achtergrond. Leefbaar Rotterdam kreeg in de wijk veruit de meeste stemmen, gevolgd door de PvdA en DENK.

Van Rotterdam Centraal naar Ridderkerk

In tien minuten ben ik de wijk weer uit. Deze gegevens heb ik later op internet opgezocht. Een groenstrook van nog 500 meter breedte scheidt Beverwaard van Bolnes. Daar heeft 20% van de bevolking een niet-westerse migratie-achtergrond. Het dijkdorp valt onder de gemeente Ridderkerk. De Partij 18-Plus kreeg hier de meeste stemmen. Deze partij verdreef in 2022 de SGP als grootste partij binnen de gemeente.

In het verleden was Bolnes bekend vanwege de scheepsbouw, maar die ging in de jaren ’70 verloren. Ook brandde het winkelcentrum af. Gelukkig was er nog werk en waren er winkels in Rotterdam.

Ik heb trouwens niet echt een idee waar ik fiets, en dat is ook een beetje de bedoeling. Wel worden mijn oren rechtszijdig geteisterd door de geluiden van de autoweg. Er liggen hier twee gigantische verkeersknooppunten, die ook mijn fietsmogelijkheden inperken.

Er volgt weer een groene buffer, van ongeveer twee kilometer breed en dan ben ik in Slikkerveer. Daarover later meer. 

Op de fiets

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, stap jij al wel weer eens op de fiets?" Dat zal ik jullie zeggen: omdat het gisteren dinsdag was heb ik het zadel van de Batavus Dinsdag bestegen. 

Om half drie vond ik dat ik hard genoeg gestudeerd had voor een cursus die ik volgende week moet geven. Ik had geen enkel plan en ook geen kaart bij me. Zelfs mijn fiets had ik niet bij me. Die stond op station Rotterdam Centraal waar ik maandag na een familiebezoek aan mijn broer druipenderwijs was aangekomen.

Namiddag en avondrit van Rotterdam Centraal naar Tilburg

Op het kaartje zie je waar ik uiteindelijk belandde: in Tilburg. Het laatste stuk buiten de bebouwde kom was in het donker en ingewikkeld. Zonder kaart door bossen en struikgewas navigeren leidt nog wel eens tot onverwachtse gebeurtenissen.

De laatste 10 kilometer waren niet zo mooi. De gemeente Tilburg heeft namelijk een kolossaal bedrijvenpark aan laten leggen met kilometers lang platte dozen aan saaie bedrijvigheid. De volgende keer maar een andere route kiezen..

Nieuwkoop

Met de plaats Nieuwkoop heb ik een bijzondere band. Vroeger was een bekende reclame in Amsterdam: "Maar Henk Nieuwkoop zal je nooit belazeren." Die man had dus dezelfde voornaam als ik. Dus heb ik een bijzondere band met Nieuwkoop.

Nieuwkoop ligt temidden van de Nieuwkoopse Plassen. Onlangs fietsten wij daar weer eens. Ze werden o.a. beschilderd door schilders van de Haagse School (zoals Weissenbruch) die ontdekten dat de plassen beloopbaar waren vanuit Den Haag, als je maar de tijd nam.

De Nieuwkoopse Plassen

De Nieuwkoopse Plassen zijn een onderdeel van een uitgebreid plassengebied in het noorden van het Groene Hart, niet zo ver van de grens met Noord-Holland. Ze zijn vrij ondiep. Daarom varen er hier geen mammoettankers.

Nieuwkoop is een lintdorp temidden van dit verveende gebied. Het oorspronkelijke dorp werd bewoond door o.a. turfstekers en melkveehouders, maar zoals dat gaat in de Randstad: veel huizen werden opgekocht door rijke stadsmensen en een aantal originele huizen werd afgebroken teneinde plaats te maken voor protservilla’s, soms compleet met hekwerken. Zie ook dorpen zoals Loosdrecht en Vinkeveen, waar ook de plassen grotendeels aan het oog zijn onttrokken als gevolg van intrekkend grootkapitaal.

In het natuurgebied van de Nieuwkoopse Plassen werd zelfs een nieuwbouwwijk gebouwd. Daar heb je behoorlijk de ruimte en je woont ook nog eens aan het water. Kijk maar naar de omschrijving van een gemiddelde woning in die wijk: “Deze vrijstaande woning dateert uit bouwjaar 2018 en heeft een tuin van zo’n 738 vierkante meter. Dit huis heeft een totale perceelgrootte van 837 vierkante meter en heeft een woonoppervlak van 218 vierkante meter”.

Rechthuys en toren in Nieuwkoop

Het oude dorp Nieuwkoop is gelukkig nog af en toe een beetje authentiek gebleven, al heeft de nieuwbouw er ook danig huis gehouden. In het centrum vind je het voormalige Rechthuis en de hoge toren van een voormalig landhuis. Ooit had Nieuwkoop ook een station aan de spoorlijn van Uithoorn naar Alphen aan den Rijn, maar die spoorlijn was een buitengewoon kort leven beschoren: slechts 21 jaar. In 1936 reed hier de laatste trein.

Tijdens ons kortstondige verblijf werd Nieuwkoop geteisterd door een groot aantal laag over vliegende vliegtuigen: de aanvliegroute naar Schiphol. Op het land waar het leven goed is is het toch niet altijd prettig toeven. 

Bui in aantocht

Nee, op de foto is het nog niet direct te zien. Maar het rommelde al wel in de verte.

Ik fietste vrolijk en goed gemutst (met een pet) door het Brabantse land. Totdat ik wat gerommel achter me hoorde. Ik stopte en keek achterom.

Naderend onweer in de omgeving van Nijnsel

Nu zullen er lezers zijn die vinden dat je op de fiets gewoon ook achterom kunt kijken. Maar dan wil ik wijzen op het volgende. Er is een reden waarom ik eerst stopte en toen pas achterom keek. Als je op zo’n oneffen pad fietst en achterom kijkt vergroot je de kans op ongelukken door het onverharde wegdek.

Als er iemand had geflatuleerd in haar nabijheid zei mijn schoonmoeder: “Achter twee bergen gromde een beer. Ik keek achterom en ik zag hem niet meer.”

In dit geval was het geen beer, maar naderend onweer. Dat moet je niet hebben op de fiets in een landelijke omgeving.

Ik besloot een heel andere kant uit te fietsen zodat het onweder mij net niet zou bereiken. Dat lukte bij deze bui. De volgende bui kreeg ik wel op mijn kalende schedeldak. Maar toen was ik al in de bebouwde kom van Sint Michielsgestel. 

Beerze

Soms denk je ergens niet aan. Dat was in mijn geval bij de naam de Beerzestraat.

Goede vrienden van ons woonden in de Beerzestraat in Den Helder. Deze straat was in de buurt van de Dommelstraat. De Dommel is een schilderachtig riviertje dat ter hoogte van Den Bosch in de Maas plonst. Maar aan de Beerze had ik nooit gedacht.

De Beerze in de bossen bij Oirschot

De Beerze blijkt dus ook – helemaal logisch – een riviertje te zijn. Hij heet zelfs in de benedenloop de Groote Beerze. En dat niet ten onrechte, want het is een internationale rivier. Hij begint in België en eindigt bij Boxtel. Zo ver heeft de Rijn het nog niet eens geschopt.

In de jaren ’60, in dezelfde periode waarin de ruilverkaveling zijn verwoestende werk deed in het Nederlandse landschap, werd ook de Beerze gekanaliseerd. Vanaf 2005 is men bezig de schade te herstellen.

De dorpen Oost-, West en Middelbeers zijn naar het beekje genoemd.

Op de foto zie je de Beerze ter hoogte van de Kapel van de Heilige Eik bij Spoordonk onder de rook van Oirschot. 

Nergens naar toe fietsen

De mensen geloven mij soms niet, maar vrijdag was ik eensklaps en plotsgezind op de Batavus Dinsdag gestapt. 

Eerst was ik om 14 uur in de trein gestapt. Om 15 uur had ik de krant uit en stapte ik uit de trein. Dat bleek in Tilburg te zijn, een voormalig dorp onder de rook van Breda. Koning Willem II heeft er nog een tijdje gewoond.

Ik had geen enkel plan, dus ik fietste nergens naar toe. Weggetje links, weggetje rechts, zandweggetje links, klinkerweggetje rechts, maisveld links, bosperceel rechts.

De Drunensche Duinen

Het was al avond toen ik bij de Drunensche Duinen aankwam. Ik wilde nog even bij de zee kijken, maar die bleek hier niet te zijn. Soms zijn duinen ook zonder zee verkrijgbaar.

De hele middag had ik me verder fietskoest gehouden, maar nu moest ik er toch de vaart en de sokken inzetten, want vanwege een stroomstoring in Flevoland reden er in Noord-Brabant minder treinen.

Ik fietste de 25 kilometer naar Breda binnen vijf kwartier, inclusief stoplichten en een rij paarden. Daar nam ik de trein terug naar Delft. Ik hoefde geen krant meer te lezen, die had ik al uit. 

De Groene Kathedraal

Jullie zouden het misschien niet denken, maar Henk 50 is eindelijk weer op de fiets gestapt. Samen met zijn wettige huisgenote Tineke heeft hij het Groene Hart aan een nader onderzoek onderworpen.

Ten zuidoosten van Alphen aan den Rijn bevindt zich een grote verzameling aan randstedelijk ongemak. De arglistige fietser moet een permanente slalom maken tussen tal van autowegen door, met fietstunneltjes en hoge bruggen totdat hij uiteindelijk de weg kwijt is en zichzelf vastfietst op de Gouwe. Daar, aan de overkant van de Gouwe, ligt een onverwachts stukje Nederland. En daar kun je dus niet komen, tenzij met de waterfiets.

Rietveld

Uiteindelijk zijn we teruggefietst en via allerlei bedrijventerreinen met platte dozen fietsten we de polder in. Hier ligt deze vandaag tropische verrassing aan een weggetje dat bijna niemand wist. Het is het laatste stukje bijna originele landschap van Boskoop. Het wordt ook wel het Giethoorn van Zuid-Holland genoemd.

De Rietveldse molen

Dit is de buurtschap Rietveld. Ik heb er al eens eerder over geschreven. deze keer nam ik Tineke mee voor een nader onderzoek. Zij kent namelijk alle planten bij name. En als ze het niet weet verzint ze ter plekke een naam. Ik heb er namelijk toch geen verstand van.

Zo groeien hier de wilde wingerd (parthenocissus), de koelreuteria’s (met prachtig geveerd blad en bijzondere zaaddozen), er is een laantje met honingbomen (styphnolobium japonicum) en een haag van cornus kousa. Zoiets verzin je toch niet bij elkaar? Maar het is er allemaal.

De Groene kathedraal

Naast de wandeltuin zijn perken met kweekgoed, allemaal op eilandjes. En even verderop staat de Rietveldse molen.

En dan de Groene Kathedraal. Dat is een verhaal apart. Het begon met het planten van een dubbele rij beuken en groeide gaandeweg groeide het uit tot een met wilde wingerd begroeide kathedraal, compleet met klokkentoren, kerkramen, kerkbanken en een Mariagrot.

Twee kerken uit Alphen aan den Rijn hebben hier vorig jaar in deze verstilde wereld hun eenwording gevierd. Het is echt een bijzonder plekje. 

We gaan Schelden (6)

Soms vind ik het te erg om waar te zijn. Haventerreinen zoals Europoort, de havens van Amsterdam, van Antwerpen en van Hamburg. 

Als fietser ben je nergens meer, een vlieg die zomaar verpletterd zou kunnen worden temidden van al dat grote geweld van denderende vrachtwagens en sissende installaties. En waar de weg voor de fietser heen leidt is ook maar de vraag. Zo ben ik eens 10 kilometer het havengebied van Hamburg binnen gefietst om aan het eind te ontdekken dat het fietspad zonder verdere aankondiging eindigde in een autotunnel.

Op het haventerrein van Antwerpen

Ook de haven van Antwerpen heeft grootse verrassingen voor de fietser in petto. Zoals een zonder aankondiging afgesloten brug of een doodlopende route die als prachtig nieuw geasfalteerd pad begon. Maar Antwerpen doet zijn best om het fietserleven te verbeteren. Zo is er een fietsbus door twee tunnels naar de oostelijke oevers, er is een waterbus gekomen en veel fietspaden zijn goed geasfalteerd. Dat is vooral om de speedpedelics ruim baan te bieden. De meeste fietsers rijden hier op zo’n fietsmonster.

Gestapelde containers

Ondanks alle bedrijvigheid vind je ook nog natuur op de haventerreinen. Er is nauwelijks een boom te zien, maar er zijn wel honderden konijnen benevens veel paarsblauw parelzaad (of zoiets, Tineke heeft de naam gezegd, en ik vergeet dan dan weer). Vogels en vlinders zie je hier niet, op een enkele verdwaalde meeuw na.

Zicht op de Schelde vanaf Fort Liefkenshoek

En dan is daar na 12 kilometer fietsen (na het bezoek aan Doel) door de hete havenwoestijn opeens Fort Liefkenshoek: een authentiek fort midden tussen de haventerreinen. Het Fort werd rond 1585 aangelegd door de Republiek der Verenigde Nederlanden om de Staten van Holland te beschermen tegen de voortdurende aanvallen van de Spanjolen. En af en toe waagden de Fransen ook nog eens een poging.

Fort Liefkenshoek

Aan de andere kant van de Schelde vind je Fort Lillo, dat ook bescherming moest bieden, maar in 1584 werd ingenomen door de Spanjolen. Een jaar later viel Antwerpen in handen van de Spaanse bezetters, maar beide forten kwamen in handen van de Noordelijke Nederlanden. Daardoor was de zeegang voor de haven van Antwerpen afgesloten. De Nederlanders wilden tol heffen en de Spanjaarden erkenden het Nederlandse recht op tol niet. Aan het eind van de Tachtigjarige oorlog werden beide forten tijdens de Vrede van Münster toegewezen aan Nederland.

Waterbus naar Antwerpen

In 1747 kwam het fort in Franse handen en in 1748 weer in Nederlandse handen. Daarna werd het fort in 1786 overgedragen aan Oostenrijk 9wat deden die nu weer helemaal hier?) en in 1795 bedacht Napoleon dat de beide forten de Franse overheid konden dienen. In 1814 werden de forten Nederlands en dat bleven ze ook tijdens de Belgische Revolutie. Bij de definitieve vaststelling van de grens tussen Nederland en België kwamen ze – mede onder buitenlandse druk – in Belgische handen.

Zicht op Antwerpen vanaf de Waterbus

Daarna was het uit met de pret: de forten bleven als gebouw bestaan, maar ze hadden geen militaire functie meer. Hoewel: Fort Liefkenshoek werd een quarantaine-instelling (voor militairen en buitenlandse zeevarenden), en daarna werd het een vakantiebestemming voor Belgische militairen.

Wij bezochten dus dit fort, dat zeer gastvrij is. Gratis en voor niets word je welkom geheten, je mag de tentoonstellingen bezoeken, de uitkijktoren beklimmen, een bunker van binnen bekijken en een wandeling over de vestingwerken maken.

Na ons bezoek liepen we met fiets en pet naar de aanlegsteiger voor de Waterbus naar Antwerpen. Na drie kwartier varen legden we aan in het centrum van de stad.