Mister ELJRE

Deze week ben ik internet-loos. Dat vind ik wel spannend. We zijn wel erg afhankelijk geworden van de nieuwe media. Maar het is nu wel zo rustig. En ik ben toch wel bereikbaar. Dankzij mijn oude degelijke telefoon zonder toeters en bellen die ik tenminste nog een beetje kan begrijpen. Ik moet dus in het weekend een week vooruit schrijven.

Jullie krijgen dus deze week vooral oud nieuws voorgeschoteld. Zoals anekdotes van zaken die mij te op dit moment te binnen schieten. Dat bracht me wel op een blogje over hoe het vroeger was. Gezien mijn leeftijd mag ik het daar over hebben.

We maakten lange fietstochten door Europa. Het betekende dat onze ouders geen idee hadden waar en hoe ze ons moesten zoeken. Gezocht… op de fiets onderweg door Zweden en Noorwegen. We hadden wel de afspraak dat we om de paar dagen naar huis zouden bellen, maar in dunbevolkte gebieden zijn telefooncellen en postkantoren schaars. En als je dan kon bellen had je soms niet de goede munten.

Na een lange trap over de nog besneeuwde Hardanger Vidda met onze dochter van twee jaar achterop de fiets kwamen we aan in de jeugdherberg van Bergen in Noorwegen. Daar hing een bericht: “Mister ELJRE, please contact your father.”

Ik vond dat wel een vreemde naam. Zeker Zweeds of zo? Totdat we in de koffiehoek van de jeugdherberg nog even na zaten te denken over die naam. En toen had ik het. Als ik de kennelijk Engels uitgesproken letters terug vertaalde naar het Nederlands kwam daar mijn achternaam uit. Ik moest mijn vader bellen.

Zo gezegd, zo gedaan. Mijn vader vertelde dat mijn grootvader was overleden. Ik vloog met de KLM terug naar Nederland. Tineke ging met twee fietsen en een peuter met de boot mee.

Fietsdag langs de Elbe (2)

Tsja, dat is me wat: kaartloos fietsen. In Nederland doe ik niet anders. Maar in Duitsland heb ik minder een beeld van de afstanden en hoe de wegen lopen. We willen naar Dömitz, maar dat staat niet op de borden. Wel een paar mij onbekende plaatsen. Dan maar gewoon het richtinggevoel inzetten: Dömitz ligt ten westen van Grabow.

Maar we zitten op de fiets en fietsen door een ruim en afwisselend landschap. Stukjes bos, af en toe een weiland met koeien van divers pluimage en vooral veel graanvelden, omzoomd door korenbloemen en klaprozen.

In de velden zien we vogels van divers pluimage. Dit is een gebied met een zeer laag geboortecijfer en niettemin de hoogste ooievaarsdichtheid van Europa. Dat zet de veronderstelling dat de baby’s door de ooievaars worden gebracht wel wat op losse schroeven. Maar Tineke ziet vogels die net zo groot zijn als ooievaars en die het volgens haar toch wel zijn. Volgens haar zijn het kraanvogels (het verschil is maar één letter: een kraanvogel of een kraamvogel). Ik beweer met grote stelligheid dat het mannetjes-ooievaars zijn (…).

De Duitse overheid heeft de afgelopen jaren enorm geïnvesteerd in fietspaden en de weg waar wij langs fietsen heeft is smetteloos vlak geasfalteerd. De enige hobbels zijn de vele dennenappels die onder de banden wegspringen.

Na drie kwartier fietsen zijn we in Eldena, aan de rivier de Elde. Die stroomt ook door Grabow en zo lang we de stroomrichting maar volgen moeten we in de buurt van de Elbe uitkomen. We fietsen pal tegen de wind in, maar dankzij het vele geboomte hebben we daar niet zoveel last van.

Na Eldena wordt het land meer glooiend. In het dorp Malliß staan allerlei herinneringen aan de vroegere mijnbouw in dit gebied. Er was hier zowel een kalimijn als een bruinkoolmijn gevestigd.

In Neu Kaliß komen we in de buurt van de Elbe. Het land is weer helemaal vlak – het zou net zo goed een Nederlandse polder kunnen zijn – en er liggen beschaapte dijken.

Een rechte autoweg (met fietspad) leidt ons naar de nieuwe brug over de Elbe. Borden geven aan dat hier in 1991 Duitsland herenigd werd. Voor die tijd lag hier de zwaarbewaakte grens: wij fietsen nog steeds door de voormalige DDR, aan de overkant ligt de deelstaat Nedersaksen, dat bij West-Duitsland hoorde. Na 1991 werd de brug gebouwd ten behoeve van een snelle verbinding in dit gebied.

We gaan de brug niet over, maar nemen de onlangs sterk verhoogde dijk over de Elbe – een deel van de Elberadweg – naar de Festung Dömitz. 

De teller wijst 35 kilometer aan vanaf Grabow.

Fietsdag langs de Elbe (1)

Nu volgt nog het verslag van één fietsdag uit onze vakantie. Om alle dagen te verslaan wordt wat saai. Ik beperk me dus tot één dag. Want, zoals ik met Duitse les leerde: "In der Beschränkung zeigt sich der Meister".

Een wat vertraagde start vandaag. Omdat het gebied dat we vandaag willen bezoeken voor twee 65-plussers wat te ver weg ligt vanaf Wittenberge nemen we eerst een stukje de trein richting Wismar aan de Oostzee. Maar die gaat maar eens in de twee uur. In de eerste plaats in de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern stappen we uit. Dat is de stad Grabow. Met ruim 5000 inwoners (dat waren er 25 jaar geleden nog 8000) is het een voor deze regio aanzienlijke plaats. De plaats kreeg al in het jaar 1252 stadsrechten. Toen moesten de meeste lezertjes van dit weblog nog geboren worden.

Tsja, en als je start in een historische plaats zit je niet snel op de fiets. We moeten eerst de stad bekijken. Wat opvalt is de heel andere bouw dan in de plaatsen in de Prignitz. Ligt dat aan de streek of aan de geschiedenis?

De oorzaak blijkt in de geschiedenis te liggen. De stad brandde in 1499 af. Toen kon men bijna helemaal opnieuw beginnen. Maar in 1725 brandde Grabow opnieuw bijna helemaal af. Kerk, kasteel, raadhuis en bijna alle woonhuizen gingen verloren. Het gevolg is dat er geen zeer oude huizen in Grabow staan. De huizen in het centrum dateren allemaal uit de 18e eeuw. Dat is ook duidelijk te zien aan het raadhuis dat veel kenmerken laat zien van de kenmerkende bouwstijlen uit die periode. Dat verklaart dus ook waarom de plaats er toch anders uitziet dan de historische plaatsen in de Prignitz.

Dat de kerk een toren heeft is te danken aan de ruilhandel. De gemeente verkocht namelijk het altaar uit de kerk in 1903 aan een Hamburgs museum. Daarmee werd de bouw van een toren gefinancierd. Ik vind dat op zijn minst een opmerkelijke transactie.

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog was Grabow één van de plaatsen waar Russische en Amerikaanse troepen elkaar ontmoetten. De stad bleef nagenoeg onbeschadigd. Russische soldaten voerden ondanks de nabijheid van de Amerikanen een waar schrikbewind uit waarbij veel vrouwen en meisjes werden verkracht. Een aantal notabelen werd door de Russen afgevoerd, ze stierven stierven later in gevangenschap.

In 1952 was Grabow een verzetshaard tegen het DDR-regime. Opnieuw werd een aantal mensen met aanzien in de stad gevangen genomen, ze verdwenen in de beruchte Stasi gevangenissen.

De geschiedenis van Grabow laat zien hoe ook in de meer recente geschiedenis de inwoners van de steden in deze omgeving veel hebben meegemaakt.

Na een uur is het toch echt tijd om kaartloos op de fiets te stappen. Dat moet wel even vermeld worden. Ik wil naar Dömitz aan de Elbe, maar we hebben geen kaart van dit gebied. Ik weet alleen dat ik daartoe in westelijke richting moet gaan fietsen. Dat betekent tegen de wind in, want er staat een straffe westenwind. Hoe de wegen verder lopen en wat de exacte afstand is: die gegevens zijn mij niet geopenbaard. Ik gok op zo’n 30 kilometer en er is altijd wel een weg die in westelijke richting loopt… Maar voorlopig fietsen we nog niet langs de Elbe…

Prignitz

Toen ik nog vaak in het Ruhrgebiet fietste nam ik regelmatig de trein die werd geëxploiteerd door de Prignitzer Eisenbahn Gmbh. Pas later kwam ik er achter dat Prignitz een gebied is in de deelstaat Brandenburg, meer dan 500 km. van het Ruhrgebiet verwijderd. Deze spoorwegmaatschappij was opgericht door een ex-werknemer van de Deutsche Bahn die nota bene een concessie won in het Ruhrgebiet.

Dit jaar waren we met vakantie in de Prignitz en kwam het gebied voor mij visueel tot leven. Deze regio omvat het noordwestelijke deel van de deelstaat Brandenburg (met in het midden de vrije stad Berlijn).

Demografie

De Prignitz is de dunstbevolkte regio van Duitsland. Het gebied is iets kleiner dan de provincie Noord-Holland en er wonen 75.000 mensen, oftewel 36 inwoners per vierkante kilometer (in Noord-Holland wonen 2,7 miljoen mensen = 1040 per vierkante kilometer).

Het aantal inwoners is de afgelopen 25 jaar met een kwart gedaald. De verwachting is dat deze trend zich de komende 15 jaar door zal zetten. Dit heeft grote gevolgen voor de bevolkingsopbouw in de toekomst.

Het aantal kinderen zal nog verder afnemen (met 40%), terwijl de 65-plussers ruim 40% van de bevolking zullen vormen. Wil je hier een betaalde baan hebben, dan moet je niet in het onderwijs werken, maar in de ouderenzorg.

De grootste plaats in de Prignitz ligt helemaal aan de rand, dat is Wittenberge (17.000 inwoners). Er zijn nog twee plaatsen met meer dan 10.000 inwoners, de rest is kleiner. Het gebied deed me dan ook sterk denken aan Iowa, waar plaatsen met 5000 inwoners al een centrum-functie hebben.

Natuur

Je ziet in de Prignitz dan ook ontzettend veel natuur. Bossen, weilanden en graanvelden wisselen elkaar af. We zagen heel veel bijzondere vogels, zoals honderden ooievaars en ook kraanvogels. Vooral bij avond lopen er meer herten dan honden langs het fietspad. Ze kiezen – net als hazen – wel het hazenpad als ze een fietser zien, horen of ruiken. We zagen zelfs een wasbeer.

En die rust. Je moet er tegen kunnen, maar wij genieten er van. “Hoor je wat ik hoor?” vroeg Tineke wel eens. Het antwoord moest dan luiden: “Ik hoor helemaal niets!” Maar dat is bij mij wel vaker het geval, ook als Tineke last heeft van de geluiden van een autoweg: ik hoor niets.

Fietsen en toerisme

Het toeristisch fietsen is in de Prignitz in opkomst. Er zijn veel fietsroutes aangelegd. Af en toe kwamen we inderdaad een fietser tegen. Van de fietspaden moet je je nog niet altijd veel voorstellen. Duitse fietspaden leiden je vooral door de natuur, het wegdek vindt men minder belangrijk. We hebben ook wel hele afstanden door rul zand moeten lopen, we belandden in een korenveld en de wegen met kinderhoofdjes zijn ook weinig comfortabel.

Van het toerisme moet je je in zijn algemeenheid ook niet veel voorstellen. Berlijn en Dresden zijn ‘trekkers’, hier komen alleen natuurfreaks en die geven doorgaans ook minder geld uit. Een cynische opmerking van een inwoner: “Men denkt met het toerisme werkgelegenheid te scheppen, maar dat is maar voor drie maanden in het jaar.”

Dorpen en steden

De dorpen in de Prignitz zijn vaak verstild. Jongeren en kinderen zijn er weinig. Maar ook oudere mensen zie je weinig. De werkzame bevolking die hier nog woont werkt doorgaans in de metropool Berlijn.

De wat grotere plaatsen zijn allemaal oude steden met een schat aan historie. Deze steden hebben allemaal een bijna ronde vorm, met straten die in een cirkel rond het vierkante stadsplein lopen. Vaak is de oorspronkelijke stadsmuur nog deels (of zelfs helemaal) aanwezig. In de buitenste straten zie je nog regelmatig onbewoonbaar verklaarde woningen, maar hoe meer je in het centrum bent, des te meer kleur heeft de stad. Daar is nu bijna alles gerestaureerd, dankzij de miljardensteun uit het westen.

We konden eigenlijk maar één plaats per dag ‘aan’, zóveel valt er te zien in de verschillende mini-steden. En fiets je buiten de stad, dan zie je opeens weer een verstild dorp met een prachtig historisch kerkje en een plaatselijke poes, een landhuis of kasteel (soms verlaten). We hebben ons tijdens twee weken fietsen in deze omgeving bepaald niet verveeld.

De Q is van Quatre Bras

Jullie dachten natuurlijk: “Nu gaat Henk de mist in! In Quito heeft hij nooit gefietst. Dus wat gaat hij met de Q doen?”

Welnu: hij fietste vanuit Hardegarijp naar het oosten en kwam in dier voege door het buurtschap Quatre Bras. Het is een buurtschap in de gemeente Tytsjerksteradiel.

Jullie denken wel dat de Friezen alleen maar Fries spreken, en dat is ook wel een beetje zo in dit deel van Friesland, maar ze kunnen ook Frans. Dus heet deze buurtschap Quatre Bras. Voor de eenvoudige lezers onder ons: dat betekent vier armen. Het is dus gewoon de naam van een kruising. Best een gevaarlijke kruising trouwens, het is er behoorlijk druk.

De vier armen leiden respectievelijk naar Hurdegaryp, Noardburgum, Feanwâlden en Burgum. Op zijn Fries gesproken, maar in de bus en de trein worden de plaatsen ook op zijn Fries uitgesproken. Dat mag ook, want het Fries is de tweede wettelijk erkende Nederlandse taal.

Er valt in Quatre Bras niet veel te doen, behalve auto’s tellen. En in het weekend kun je naar de discotheek. Zo’n bezigheid is niet aan mij besteed. Ik fiets dus maar weer verder…

Door een mooi landschap overigens, dat wel.

 

De P is van Pernis

Deze keer blijf ik dicht bij huis: in Pernis.

Pernis is een hoogbejaard boerendorp. Het wordt al in 1300 in de archieven genoemd. Naast het boerenleven waren er ook zalmvissers. En een pastoor. Maar zowel de koeien als de zalm zijn verdwenen. De pastoor trouwens ook. Daarvoor in de plaats kwamen dominees.

Wie nu aan Pernis denkt, denkt aan chemie en vooral aan petrochemie. Rond 1930 werden er havens rond het dorp aangelegd. Pernis raakte helemaal ingesloten door haventerreinen. Daarna kwam de petrochemische industrie, die werk bracht, maar ook veel vieze lucht verspreidde. Het opmerkelijke is wel dat ze daar in Pernis zelf nog niet eens zo gek veel last van hebben. De lucht waait doorgaans over het dorp heen en slaat verderop neer.

Ondertussen is Pernis, net als het nabijgelegen Rozenburg, een groene enclave temidden van eindeloze bedrijvigheid, autowegen, spoorwegen, havens, en waterwegen. Sinds een aantal jaren heeft het dorp een eigen Metrohalte op de lijn van Rotterdam via Schiedam naar Hoogvliet en Spijkenisse. Maar meer dan Rozenburg is Pernis een dorp gebleven. Met daardoor ook wel een eigen sfeer.

Het dorp telt zo’n 5000 inwoners. Er zijn een supermarkt, een slijterij en een bakker beschikbaar, bevens vier brievenbussen. De plaatselijke kapper heet hier geen kapper, maar Knippetiek.  

Wél heeft de grote gemeente Rotterdam (Pernis is een deel van deze gemeente) soms wat wonderlijke plannen met het dorp. Het zou eigenlijk een groene enclave moeten blijven, maar nu was er weer het plan voor een grote helihaven, met alle geronk en turbulentie vandien.

We fietsen via de Beneluxtunnel naar Pernis. Daarna een rondje door de het oude dorp. Als je aan de zuidoostkant Pernis uit fietst moet je nog even door een brei van bedrijventerreinen, autowegen en spoorlijnen. Maar daarna kom je weer in een onverwachts groen stuk Nederland: de omgeving van het dorp Rhoon.

Te hard gefietst

Tussen de vakantiemails zat een mail met een bekeuring. Ik heb namelijk op Oudejaarsdag te hard gefietst. Kijk maar:

Omschrijving overtreding Overschrijding maximum snelheid met 17km/h
Feitcode: R315B
Datum: 31-12-2016
Toegestaande snelheid: 100 km/h
Gemeten snelheid: 117 km/h
Gecorrigeerde snelheid: 113 km/h
Openstaande bedrag: € 217,30
Administratiekosten: € 4,00
Betaald: € 0,00
Te betalen: € 221,13

Overigens gaat ‘Justitie’ ook in de fout: ze maken taalfouten én ze kunnen niet rekenen. Volgens mij is 217,30 + 4 euro geen 221,13. Maar ik kan me vergissen. Het is erg lang geleden dat ik op school zat.

Het is mijn eerste geregistreerde verkeersovertreding in zestig jaar. Maar ik moet nu wel mijn rijbewijs inleveren.

Ik heb alleen nooit een rijbewijs gehaald. Alleen een verkeersdiploma met nul fouten toen ik 11 jaar oud was. Ik moest toen op het podium van de Schouwburg verschijnen en de burgemeester een hand geven. Dat was al erg genoeg.