Terug naar Noord-Holland (5)

Na een kwartiertje geschuild te hebben in een bushokje midden in het weidse land (bovenste foto) is het weer droog. Op naar het volgende dorp: Aartswoud. 

Aartswoud is een bochtig lintdorp. De noordzijde van het dorp eindigt bij de voormalige Zuiderzeedijk. Vroeger was Aartswoud een dorp met o.a. een aantal zeevarende inwoners.

Net als veel andere dorpen in West-Friesland is ook dit dorp gewoon mooi en redelijk authentiek gebleven.

Centraal in het dorp staat de zeer grote dorpskerk waar zo ongeveer het hele dorp in past. Maar kerkdiensten worden er bijna niet meer gehouden. De kerk is eigendom van een stichting.

De vroegere voorganger was van alle markten thuis. Hij gaf onderwijs o.a. in vakken die te maken hadden met zeevaart en hij was koster, klokkenluider en doodgraver, maar hij was ook voorzanger van de kerk.

Op de derde foto zie je de toren van Aartswoud zich verheffen boven de dorpse bebouwing.

Er wordt beweerd dat de stompe toren in de 14e en 15e eeuw dienst deed als vuurtoren, maar dat de inwoners ook wel vuren ontstaken om schepen op een dwaalspoor te brengen. Strandde het schip op de kost, dan hadden ze weer heel wat te jutten. Ja, de mensen hebben het wel over de Somalische piraten, maar de Westfriezen waren ook geen lieverdjes.

In Aartswoud bevindt zich naast de dorpskerk het Rundveemuseum. Hier worden oude Nederlandse koeien gehouden en er worden ook regelmatig jonge kalfjes geboren. Maar je vindt er ook kippen, geiten en konijnen. Het is een leuk educatief centrum voor kinderen en hun ouders.

Aartswoud heb ik ook vanuit de lucht bekeken. Dat zie je op de laatste foto.

Advertenties

Terug naar Noord-Holland (4)

Aan de autoweg van Middenmeer naar Alkmaar staat bij Nieuwe Niedorp een aantal follies. Ze behoren bij het zogenaamde Nederlands Kremlin.

Een definitie:  “Een folly is een bouwwerk dat met opzet nutteloos of bizar is. Een folly is een niet-conventioneel gebouw, ongeschikt voor huisvesting of andere functies. Het heeft geen ander doel dan decoratie.  De term folly is overgenomen uit het Engels waar het dwaasheid betekent.”

De tuin bij Nieuwe Niedorp (Winkel) is één hectare groot en Ger Leegwater werkt al meer dan dertig jaar aan zijn ontwerpen. De hoogste bouwwerken zijn tien meter hoog. Ger bedacht zijn eigen manieren om de stenen op die hoogte gemetseld te krijgen. Af en toe is de tuin voor publiek geopend (zie de site van het Nederlands Kremlin). 

Omdat er in het westen een schip met zure appels nadert besluit ik mijn route te verleggen. Ik fiets weer terug naar het noordoosten, naar Winkel, waar ik net vandaan kwam. Op de oude Zeedijk sla ik weer rechtsaf en zie voor me de bui met gezwinde spoed voorbij gaan. Tegenliggende auto’s hebben de ruitenwissers nog aan; ik ben droog gebleven. Maar ondertussen nadert er opnieuw een bui: de vraag is of ik die ook kan ontlopen.

Er zijn hier vele wegen in een knooppunt van wat vroeger de grens tussen zee en land was. Maar de zeedijk maakte hier een haakse bocht, zodat er een waaier aan wegen is ontstaan.

Ik neem de afslag naar de Langereis. Dit is een voormalig riviertje dat later een afwateringskanaal werd richting de Zuiderzee. Aan beide kanten loopt een weg. Het water onttrekt zich aan het zicht door hoge rietkragen.

Opeens gaat het hard waaien en een minuut later barst de bui los. Met gezwinde spoed zoek ik een veilig heenkomen tegen de muur van een plaatselijke boerderij.

Na een kwartier is het weer droog en kan ik mijn fietstocht vervolgen. Ik neem een fietspad in oostelijke richting en kom opnieuw bij een stuk land met een nogal folly-achtig karakter: een boerderij met er om heen tal van oude tramstellen, de kop van de Blauwe Engel, een dubbeldekkerbus, vliegtuigen, brandweerauto’s, overwegen en knipperlichten.  Er is zelfs een ufo geland. Je kunt in trams en ufo overnachten. De eigenaars van deze boerderij noemen dit de Controversy Tram Inn.

Ik maak even een paar foto’s en stap daarna op de fiets richting Aartswoud. Ik hoop daarmee de volgende bui te kunnen omzeilen. Maar helaas: halverwege de polder is het toch nog raak. Enigszins druipend weet ik een plaatselijk bushokje te bereiken om daar de rest van de bui te ‘overleven’.

 

Terug naar Noord-Holland (3)

Ik fiets in zuidoostelijke richting over de voormalige Zuiderzeedijk. Aan mijn rechterhand ligt het dorp Lutjewinkel (het kleine Winkel). Daarna volgt Winkel.

De naam Winkel betekent haak/ haakse bocht. Mogelijk is de naam afgeleid van een scherpe bocht die de zeedijk hier maakte. Winkel is één van de oudste dorpen van Noord-Holland. Er zijn voorwerpen van 2500 jaar voor Christus gevonden. En in 1415 kreeg Winkel stadsrechten. Ik fiets hier dus door een stad.

Aan de rand van Winkel, tegen de dijk aan, staat de Lucaskerk. Dat is geen oude kerk: hij dateert uit 1845. In die tijd werden kerken ontworpen door ingenieurs van Rijkswaterstaat. Er zijn er honderden van in Nederland. De klok en delen van het interieur zijn echter veel ouder, die zijn uit het voorgaande exemplaar van de kerk behouden gebleven.

Winkel is een lintdorp, de kern bevindt zich rond het voormalige Regthuis. Daar is nu één van de meest bijzondere musea van Nederland gevestigd: het Nederlands Parfum Flessen Museum. Dankzij de snode verzameldrift van de vorige en de huidige eigenaar zijn er hier 7000 parfumflesjes verzameld. Je moet maar op het idee komen.

Winkel is een tweelingdorp van Nieuwe Niedorp (Naaie Niedurp in het plaatselijke dialect). De dorpen gaan naadloos in elkaar over. Op de grens van de beide dorpen bevindt zich veel nieuwbouw.

Ik fiets niet naar de kern van Nieuwe Niedorp, maar zet koers naar het Nederlandse Kremlin. Dat project heb ik al een keer uit de lucht op de foto gezet (derde foto). Nu bekijk ik de bouwwerken ‘op gelijke hoogte’. Hoewel: gelijk is niet het juiste woord: sommige bouwwerken zijn meer dan tien meter hoog.

Van bouwafval, tegels en trottoirbanden en allerlei ander materiaal is Ger Leegwater al meer dan dertig jaar bezig met de meest bijzondere bouwwerken te bedenken en te bouwen.

Terug naar Noord-Holland (2)

Op een kaart in de stafatlas uit 1910 is te zien dat Schagen een in oost-west richting gebouwd dorp is en dat Barsingerhorn in het verlengde van die weg ligt. Als je die weg (een heel oude zeedijk) verder volgt kom je in het oude havenstadje Kolhorn uit.

Ook Kolhorn is een heel oud dorp: het komt al in de 13e eeuw in de geschriften voor.

Rond 1850 werden de Waardpolder en de Groetpolder bedijkt. Sinds die tijd ligt Kolhorn niet meer aan de Zuiderzee. Bijna een eeuw geleden werd de Wieringermeerpolder aangelegd. En toen lag Kolhorn echt een eind van de zee af. Je ruikt hier geen zout water meer. Kolhorn is ook geen vissersplaats meer en langs de dijk leggen bijna alleen nog maar plezierjachten aan. Het Kolhornerdiep vormt de verbinding tussen Schagen en Kolhorn.

Net als Barsingerhorn heeft ook Kolhorn de status van beschermd dorpsgezicht. Het is een mooi dorp, deels voetgangersgebied langs het water. De huizen met vaak groen geschilderde puntdaken hebben hun overtuinen aan de overkant van het voetpad langs het water. Alleen met een steile trap aan de noordzijde van het dorp kun je vanaf dit langgerekte voetpad op de Westfriese Omringdijk komen. Daar staan twee zwartgeteerde voormalige turfschuren.

Ga je de brug over, dan leidt een kaarsrechte weg naar Nieuwesluis, de meest oostelijke bebouwing van Wieringerwaard. Ik sla rechtsaf en constateer dat de weg over de Westfriese Omringdijk is afgesloten voor alle verkeer. Dus fiets ik de Groetpolder in. De aanvankelijke poging om het land te bedijken strandde in 1844. Maar een nieuwe aannemer – Klaas Breebaart uit Andijk – klaarde de klus drie jaar later alsnog. En zo ontstond er een weidse en langgerekte polder met boerderijen zoals Clara’s Hoeve, Casualita, Ons Genoegen en Zeldenrust.

Terug naar Noord-Holland (1)

Als gevolg van een aanzienlijke vlaag van heimwee stapte ik in Schagen uit de trein. Ik had nog wel verder naar het noorden willen reizen, maar daar was zo te zien net een reeks buien zich aan het ontladen.

In de zomer van 1974 fietsten we vanuit onze toenmalige woonplaats Amsterdam naar de Kop van Noord-Holland. Toen ik de weidsheid van dit gebied zag bedacht ik: ‘hier zou ik wel willen wonen’. Een half jaar later woonden we er. Nu ben ik er dus weer even terug. Het is al half vier, dus wil ik nog iets van de provincie zien, dat moet ik me nu uit de fietswielen maken.

Vanuit het station van Schagen fiets je zo de weidse polder in. Daar liggen het kleine Haringhuizen en het iets grotere Barsingerhorn. Jullie moeten niet te gering van dit dorp denken: het kreeg in het jaar 1415 al stadsrechten. Dat was eerder dan Amsterdam.

Barsingerhorn is een lintdorp langs een voormalige zeedijk. Het is een beschermd dorpsgezicht. Het meest markante gebouw is het Regthuis, gesierd met een parmantige toren. Het bouwwerk dateert uit 1625. Een kerk tref je in Barsingerhorn niet aan. De dorpskerk werd in 1968 afgebroken en de toren werd met explosieven opgeblazen. Dat mocht toen nog. De Doopsgezinde Vermaning werd verbouwd tot woonhuis. Als je hier naar de kerk wilt zul je je heil elders moeten zoeken.

Eén van de meest gefotografeerde bordjes in Barsingerhorn hing destijds aan de praktijk van de dorpsdokter: dokter Griep. Hij deelde het hele jaar door Griepprikken uit. Ook had hij een apotheek aan huis. Dat was wel handig, want in Barsingerhorn was en is geen winkel. Ik heb nu maar een ander bordje op de foto gezet. Dat hangt aan het dorpscafé.

Ten noorden van Barsingerhorn strekt zich een weidse polder uit tot waar in de verte de Waddenzee voortklotst in eindeloze deining. Voordat je daar bent passeer je nog de bebouwing van Wieringerwaard in de gelijknamige nieuwere polder De Wieringerwaard.

 

Overschie

Na het bezoek aan Zweth fiets ik nog een eindje verder langs de Schie, over het grondgebied van de gemeente Rotterdam. Het geraas van de drukke A 13 komt dichtbij en af en toe vliegt er een vliegtuig laag over de weg om de landing op Zestienhoven in te zetten.

“Aan de oever van de Rotte tussen Delft en Overschie zat een kikvors luid te wenen met een kleine op haar knie.” Is dit dan wel de Schie? Of is het de Rotte? Je zou er van in de war raken. Misschien was het wel dichterlijke vrijheid. Of de dichter had een onvoldoende voor aardrijkskunde.

Langs de Schie stonden vroeger 25 molens, 54 boerderijen en twee kastelen. Daar vind je nauwelijks meer iets van terug. Wel is er nog het landgoed De Tempel. Ooit was dit landgoed eigendom van Johan van Oldebarnevelt. De naam heeft niets met een kerk te maken, maar met een schoor die een sluisdeur open moet houden.

De weilanden aan de overkant van de Schie maken plaats voor nieuwe bedrijventerreinen: Schiedam barst uit zijn bedrijvige voegen. En ook aan deze kant van de weg is het met de rust gedaan: slechts een paar honderd meter scheiden de Schie van de autoweg.

Dan doemt er toch opeens een landelijk plaatje op: het dorp Overschie in een knik van de Schie. Toen deze plaats rond het jaar 1000 ontstond lag de buurtschap nog aan zee. Schiedam, Delfshaven en Rotterdam bestonden nog niet. Hier stroomde de Schie in de Maas, een brede zeearm met eb en vloed. Later werd het droogvallende land bedijkt en werd er een dam in de Schie gebouwd: Schiedam. Tegelijkertijd splitste de Schie zich bij Overschie in drie delen: de Delfshavense Schie, de Schiedamse Schie en de Rotterdamse Schie. Overschie werd een belangrijke overslaghaven.

Overschie heeft altijd een dorps karakter behouden. Wel werden er direct na de Tweede Wereldoorlog duizenden huizen gebouwd in de Kleinpolder. Het was een proefproject om te experimenteren met prefab-bouw. Deze bouwwijze werd later overgenomen in de DDR: de Plattenbau.

De oude dorpskern van Overschie telt tal van oude huizen langs een bochtige dijkweg. Hier staat aan een rond plein de Hervormde Dorpskerk. De oude kerk brandde in de 19e eeuw af, en rond 1900 werd dit nieuwe en beeldbepalende kerkgebouw gebouwd.

In dit rustieke plaatsje werd in 1944 Jules Deelder geboren. "Hoe verder men keek, hoe groter het leek" is een quote van hem langs de autoweg A 13.

(De) Zweth

Ik blijf nog steeds in de buurt van onze woonplaats. Verre fietstochten worden niet gemaakt. Het geeft me wel de gelegenheid om nog eens de eigen omgeving in kaart te brengen.

Zoals de buurtschap Zweth. Als ik vanuit ons huis de Batavus bestijg en ik fiets naar het zuiden, dan kom ik na vier fietskilometers bij De Zweth uit. Ik moet dan nog wel even de nieuwe fietsbrug over het Schiekanaal ‘nemen’, want De Zweth ligt aan de overkant van het water. Op de eerste foto het zicht op Delft vanaf deze hoge fietsbrug.

Aan ‘onze’ kant van het water ligt even verderop de buurtschap De Kandelaar. 

De Zweth bestaat uit een klein aantal huizen. Daarna volgt er een ophaalbrug over de Berkelse Zweth (op de tweede foto).

En dan ben ik binnen de gemeentegrens van Rotterdam. De mevrouw op de derde tweede foto staat in Rotterdam, ik ben nog in de gemeente Delft.

Vroeger was Zweth een buurtschap aan de weg van Den Haag naar Rotterdam. Toen de A 13 werd aangelegd verdween het doorgaande verkeer uit het dorp. Maar bij files op deze drukste snelweg van Nederland namen automobilisten deze route als sluiproute. Er is nu een paal geplaatst die maar één auto per minuut doorlaat. De auto van een automobilist die een poging deed vlak achter een andere auto aan te rijden werd doorboord en total loss verklaard. Hij moest werden lopen.

Alleen zou je hier niet zeggen dat je in Rotterdam bent. Het is een rustig en vriendelijke straat met een bekend restaurant met Michelinster. Er waren ooit zelfs twee sterren, maar eentje is weggewaaid.

Vandaag zijn er drie gangen in de aanbieding. Het restaurant ziet er niet zo groot uit, maar kennelijk is er dus toch voldoende ruimte voor drie gangen.