Van A tot Z (slot)

Op het Hellegatsplein stond ik na een cursusdag wel eens in dubio. Ga ik linksaf of ga ik rechtsaf? Ik wist in dat niet digitale tijdperk niet hoe ver het was naar het ene, danwel naar het andere station binnen fietsbereik en ook niet hoe laat de stoptreinen vertrokken. 

Een bijkomend probleem was dat ik met geen mogelijkheid in het donker het fietsbord kon lezen. Goed geregeld aldaar. Inmiddels heb ik een eeuwigdurende fietslamp, maar vandaag is het licht en kan ik gewoon de afstanden bekijken. Ik besluit rechtsaf te slaan, richting Willemstad. Daartoe moet ik de hoge brug over de Volkeraksluizen bestijgen (onderdeel van de drukke Rijn-Schelde-verbinding).

Van het Hellegatsplein naar Zevenbergen en Lage Zwaluwe

Willemstad laat ik links liggen. Ik ben er in coronatijd al meerdere malen geweest. Het is een aardig stadje, maar je raakt er ook op uitgekeken. Bovendien ben ik er een keer door vier mannen overvallen. Maar dat was het andere Willemstad op Curacao. Zoiets vrees ik niet in het Noordbrabantse Willemstad.

Wat moet ik zeggen van het noordwesten van Noord-Brabant? Het is een apart gebied. Qua polders, grondsoort en kerkelijke gezindte lijkt het op de Hoekse Waard. Voor de Sint Elisabethvloed in 1421 was het dan ook eigenlijk één gebied met af en toe een veerpontje om verliefde stelletjes wederzijds over te zetten.

Het Volkerak, op de achtergrond de Hoekse Waard

Het grootste deel van het gebied valt onder de gemeente Moerdijk. Er zijn zo’n 20 dorpen en buurtschappen. Fiets je iets zuidelijker, dan ruik je de zandgrond en rijzen de Rooms-Katholieke kerken opeens boven de veelvuldige akkerbouw uit. Geloof en grondsoort hebben mogelijk iets met elkaar te maken.

Vroeger was het hier een vrij geïsoleerd gebied, maar inmiddels wordt de streek ontsloten door tal van autowegen, waardoor de eenzame fietser steeds stuit op blokkades. Bovendien zijn er ook nog eens kanalen gegrafen. Daardoor fiets je soms in de goede richting en kom je toch helemaal verkeerd uit. Een gevolg is de vreemde omweg op de Strava-kaart.

Noord-Brabants landschap bij Helwijk

Ik fiets over tal van dijken en laat het historische Willemstad, het historische Klundert en het alsmaar meer door industrie ingesloten Moerdijk links liggen. Via een aantal wonderlijke omwegen kom ik uiteindelijk bij Zevenbergen uit.

Vanmorgen startte ik de fietstocht in Arnemuiden vanwaar ik de hele dag de klokken als een oorwurm in mijn oren hoorde luiden. Nu ben ik dus bij Zevenbergen en wordt het tijd om op de trein te stappen. Helaas worden deze plannen verijdeld door een stremming op het spoor tussen Roosendaal en Lange Zwaluwe. Tegenwoordig wordt er zelden meer vermeld wat voor stremming, dat is geheim.

Avondlucht vanuit de trein op de Moerdijkbrug

Ik maak een omtrekkende beweging, maar dat pakt helemaal verkeerd uit: ik raak verstrikt in eindeloze industrieterreinen. De weg voor de auto’s loopt soms wél door, maar waar de fietser heen moet: Jelle moet maar zien. Deze omweg kost me veel meer tijd dan gepland.

Pas op twee kilometer afstand van het station van Lage Zwaluwe (het dorp Lage Zwaluwe valt daar trouwens in geen velden of wegen te bekennen) kom ik weer in wat meer landschappelijk groen terecht, met overigens een permanent geraas van autosnelwegen en een doolhof aan spoorverbindingen.

Op Lage Zwaluwe komt ook de stoptrein uit Arnhem naar Dordrecht (via Tilburg en Breda). De lift doet het niet, dus het is een hele hijs (heisa) om op het perron te komen.

Er staan verschillende lange goederentreinen in de wachtrij om de Moerdijkbrug over te kunnen. Maar de sprinter naar Dordrecht blijkt vandaag voor te gaan. En de fietsteller heeft er bijna 120 kilometer bij opgeteld.  

Van A tot Z (6)

Ik was in Bruinisse aangekomen. Vroeger was er hier een veerpont over de Zijpe. Door de aanleg van de dammen raakte het veer werkloos. Het gevolg is dat je als fietser ruim 15 kilometer om moet fietsen. Er zit niets anders op. 
Haven van Bruinisse

Eerst is daar de Grevelingendam. Het fietspad aan de noordzijde van de dam geeft beschutting tegen de wind en ligt een eind van de snelweg af. Tip voor fietsers: neem dat fietspad: het rijdt veel prettiger. De dam is zes kilometer lang. Midden op de dam is een groot verkeersplein, waarbij je rechtsaf de Philipsdam opfietst. Deze dam is niet gesponsord door Philips, maar dankt zijn naam aan het dorp Sint Philipsland.

Grevelingen

Als er twee mogelijkheden zijn moet je kiezen. In dit geval tussen Zuid-Holland of Noord-Brabant. Ik besluit rechtdoor te te fietsen over de dam door de Krammer. Op die manier kom ik op het eiland Goeree-Overflakkee uit. Ik heb ooit cursussen gegeven in Middelharnis en in die toestand en hoedanigheid fietste ik heen en terug over het eiland om weer bij het dichtstbij gelegen station te komen. Dat was Barendrecht.

Oude Tonge

Het dorp Oude Tonge ziet er nieuwer uit dan het dorp Nieuwe Tonge. Net zoals Nieuwerkerk op Schouwen-Duiveland er ouder uit ziet dat Ouwerkerk. De wereld zit soms complex in elkaar. Maar als je in de geschiedenis duikt zie je dat de Tweede Wereldoorlog en de watersnood van 1953 ook in de bouw diepe sporen hebben achtergelaten. in Oude Tonge kwamen in 1953 meer dan 300 inwoners om het leven: 10% van de bevolking.

Oude Tonge groeit: dat is een gevolg van de strategische ligging aan de autoweg van de Randstad naar Zeeland. Omdat ik weer eens eigenwijs ben volg ik niet de fietsborden en beland met fiets en al in een doodlopend woonerven-doolhof.

Achthuizen, Rooms-Katholieke kerk

Ik wil nu eens een andere weg over voorheen het eiland Goeree-Overflakkee volgen. Het eiland bestaat, net zoals de Zeeuwse eilanden, uit een lappendeken aan polders, met allemaal hun eigen wegenstructuur. Ik passeer de Heerenpolder, de Aymon-Louisepolder, de Lodewijkspolder, de Krammerpolder, de Anna Wilhelminapolder en de Polder Grooten Blok en ben dan in het dorp Langstraat.

De lintbebouwing van Langstraat (daarom heet het dorp natuurlijk zo) loopt geleidelijk over naar het dorp Achthuizen, waar meer dan acht huizen staan, benevens een voormalig klooster en bijpassende Rooms-Katholieke kerk. Tegenover Rooms-Katholieke kerken staat vaak een café en in ben dorstig en aan een sanitaire stop toe, maar helaas, kerk en café zijn gesloten.

Van Bruinisse naar het Hellegatisplein

Ik moet jullie eerlijk bekennen dat ik nog nooit in het dorp Ooltgensplaat ben geweest en dat ik dat dorp ook vandaag weer rechts laat liggen. Het dorp ligt – sinds het veer hier is opgeheven – in een doodlopende hoek van het eiland. Omdat ik haast begin te krijgen heb ik geen tijd voor een krachtdadig bezoek.

Ik fiets naar de Hellegatsdam: een 4,5 kilometer lange dam tot aan het aangelegde eiland met het Hellegatsplein, bekend van files en andere ongemakken. 

De Belgische kust

Opeens zaten wij een week aan de Belgische kust. Dat had ik dus nooit gedacht. Want als er in mijn ogen érgens de natuur over grote afstand grondig verpest is, dan is dat langs de Belgische kust. 
Uitzicht vanuit ons huurappartement

Volgens schrijver Bob den Uyl is het mogelijk om met een plank vanaf de Nederlandse grens bij Knokke zonder de grond te raken tot aan de grens met Frankrijk bij De Panne te komen. Je legt gewoon die plank van flatgebouw naar flatgebouw. Ik had geen plank bij me, dus ik heb het niet geprobeerd. Ik heb ook ontdekt die het niet helemaal waar is. Er zijn een paar onbebouwde stukjes kust, o.a. bij Bredene, dat aan de zuidzijde grenst aan Oostende.

Wat wel mogelijk is, is om voor 1,60 euro met het OV vanaf (bijna) de Nederlandse grens (in Knokke) naar (bijna) de Franse grens (bij De Panne) te reizen. Dat doe je met de Kusttram, met zijn 70 kilometer lengte bijna de langste tramlijn van de wereld. Je kunt die reis trouwens ook met YouTube maken, dan zie je vanaf de bank de hele Belgische kust panoramisch aan je oog voorbij trekken.

Soms rijdt de Kusttram bijna over het strand, zoals tussen Oostende en Middelkerke

Wij zaten zes dagen in Oostende. Van daaruit fietsten we zowel (even) Frankrijk in als even Nederland in. De Belgische kust is nog geen 80 kilometer lang. Langs de kust staat een muur van vele tientallen kilometers aan hoge flatgebouwen, pal langs het strand, met daar achter een even hoge muur aan hoge flatgebouwen op de tweede rang. Om die flats te kunnen bouwen zijn de duinen platgeslagen. En achter die hoogbouw bevinden zich de oorspronkelijke dorpen.

Een muur van hoogbouw. Dit is het dorp Middelkerke, met 15.000 inwoners

Oostende blijkt – tegen het beeld in van wat ik van de stad had onthouden – een dynamische stad te zijn. Niet veel groter dan Den Helder, maar met een grootstedelijke allure. Die komt o.a. tot uiting in de hoogbouw (tot 105 meter hoog) en de Koninklijke gebouwen het het Casino langs het strand. Maar als havenstad stelt Oostende nauwelijks meer iets voor. Vroeger was het hier een drukte van belang vanwege de veerboten naar Engeland, maar die zijn allemaal gesneuveld in de concurrentiestrijd met de Kanaaltunnel.

Oostende werd in de jaren ’41 tot ’44 voor een groot deel afgebroken, vanwege de Atlantikwall. Overal vind je nog Duitse bunkers. Na de oorlog deden project-ontwikkelaars er nog een schepje bovenop. Van de duizenden gebouwen in Jugendstil en Art Deco zijn er nog maar enkele tientallen over gebleven.

Het strand van Oostende is ook een bijzonderheid. Het is hier verbonden te zwemmen. Dat mag alleen in juli en augustus onder toezicht. Heb ik voor niets mijn zwembroek mee genomen... 

Proefrit op de nieuwe fiets

Je moet nooit meteen op een nieuwe fiets een grote afstand willen rijden. Het is net zoals bij relaties: je moet aan elkaar wennen en elkaar de ruimte geven. 

Vorige week vond ik toch dat mijn nieuwe Batavus en ik aan elkaar gewend moesten zijn. Het werd tijd voor een middelmatige fietsrit. Daarmee bedoel ik: niet boven de 100 kilometer. Aldus geschiedde.

Via Antwerpen

Ik nam mijn Batavus in de trein mee mee naar Etten Leur. Daar mocht hij zijn kunsten laten zien. Het is trouwens een zij, maar het schijnt dat je dat tegenwoordig eigenlijk niet meer mag zeggen of schrijven. Het wordt mogelijk dan ook in de toekomst ‘het’ fiets.

Vanuit Roosendaal fietsten we naar de Rucphense Bossen. Daar ontmoette ik twee oudere echtparen die met mijn lot waren begaan vanwege mijn eenzame fietstocht. Maar we waren helemaal niet eenzaam. Ik was samen met mijn Batavus onderweg.

Dorpsplein van Etten-Leur

Vervolgens fietste ik zo’n beetje pal naar het zuiden, zonder de kaart te raadplegen. In dier voege kwam ik in Brasschaat uit, het Belgische Wassenaar. De rijke inwoners lijken erg angstig te zijn: ze hebben grote hekken rond hun woonhuizen, alarm-installaties en bijtgrage honden. Het lijkt Zuid-Afrika wel.

De agglommeratie Antwerpen fietste ik binnen via Merksem. Ik moest een aantal ferme slingers maken, want de weg is op tal van plaatsen onderbroken en fietsborden zijn inconsequent geplaatst of niet geplaatst. Zodoende kwam ik zelfs op een autoweg uit.

Vanuit Deurne fietste ik rechtstreeks naar de Schelde waar ik een Waterbus zag liggen. Veerponten hebben op mij een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Ik stapte op en kon niet eens meer vragen waar de reis heen ging, want de pont voer meteen weg. Geen idee waarheen. Alle kaartjes waren hetzelfde bedrag en de fiets was gratis. We voeren door het Antwerpse havengebied, dat bijna net zo uitgestrekt is als het Rotterdamse havengebied. Alleen stinkt het hier (nog) wat meer.

Zonsondergang vanaf de Waterbus in de haven van Antwerpen

In Fort Lillo werd ik uitgelaten en stapte weer verder op de fiets. Ik had een pittige tegenwind, maar het leven bestaat nu eenmaal niet alleen uit wind mee.

De eerste vijftien kilometer moest ik mij een weg banen door het havengebied, met veel glas op het fietspad: dat zien de Belgen ook als wegverharding. Maar bij een nieuwe fiets verwacht ik geen lekke band.

Vanaf de grens met Nederland was opeens alles groen en schoon. Maar ook donker, want de zon was onder gegaan. Zonder pet tegen de zon, maar met een mooie verlichting op de Batavus fietste ik Bath en vandaar over de kaarsrechte dorpsstraat door Rilland naar station Rilland Bath.

De trein vervoerde mij in vijf kwartier terug naar Delft. De fietsteller had er bijna honderd kilometer bij opgeteld. De fiets reed prima, ik denk dat onze relatie wel stand houd. 

Van A tot Z (3)

Ik was op Noord-Beveland blijven steken. Het is - denk ik - het minst bekende Zeeuwse eiland, voorzover je nog van eilanden kunt spreken, met al die dammen.
Van Colijnsplaat via de Zeelandbrug naar Schouwen (Zierikzee)

Volgens Rik Zaal, die een tweedelig boekwerk over Nederland schreef is Noord-Beveland een beetje saai, maar dat vind ik best meevallen. Wel wordt de authenticiteit van het land aangetast door de autoweg die zich niets aantrekt van de oorspronkelijke structuur van het land én door de vele vakantieparken die hier zijn gebouwd. Dit is zo’n gebied waar in de zomer veel meer toeristen dan inwoners zijn.

Colijnsplaat

Het is niet Columbus die Zuid-Beveland heeft ontdekt: het waren de Romeinen. Ze bouwden hier zelfs een tempel ter hoogte van Colijnsplaat. Dat plaatsje is door een wonder gered tijdens de stormvloed van 1953. Toen de vloedplaten het dreigden te begeven brak een schip in de haven los en het kwam precies voor de coupure in de dijk te liggen. Het schip functioneerde daarmee als golfbreker en er werd ternauwernood een ramp afgewend. de andere dorpen op Noord- Beveland stroomden wel onder.

Zeelandbrug

Na Colijnsplaat beklim ik de Zeelandbrug. Deze ruim 5 kilometer lange brug was decennia lang de langste brug van Europa. Als je nog niet overspannen bent kun je dat hier worden: de brug telt 52 overspanningen. Bij harde zijwind is het spannend om hier te fietsen. Ik heb ook wel eens een caravan over de reling zien hangen. Maar vandaag staat er nauwelijks wind en fiets ik op een 70-plus tempo in de richting van Schouwen-Duiveland.

Een markant punt op deze brug vind ik elke keer weer een plaquette ter herinnering aan een man die hier is omgekomen bij een verkeersongeluk. Zijn lichaam werd nooit gevonden.

Aan de overzijde fiets ik met gezwinde spoed de brug af en het voormalige eiland Schouwen op. De prachtige stad Zierikzee (met vele honderden monumenten) sla ik deze keer over. Ik volg voorlopig even de grote weg over het eiland. 

Sas van Gent

Ik weet niet of jullie wel eens in Sas van Gent zijn geweest. Ik was er vorige week voor de tweede keer in mijn leven. 

Plaatsen die in een uithoek liggen of die nogal verpauperd zijn trekken mij aan. Ik wil ze altijd een keer bezoeken om te ervaren hoe het er is. Meestal zie ik dan toch wel leuke kanten aan zo’n plaats. Zo heeft Delfzijl ondanks alle desolaatheid en verpaupering toch zeker ook zijn charmes. Den Helder heeft ook zo’n naam, maar we hebben er 28 jaar met plezier gewoond.

Kanaal van Gent naar Terneuzen (vv)

‘Sas’ betekent sluis en Sas van Gent was dus de sluis in de waterverbinding naar Gent. Gent wilde net als Brugge zeehaven zijn en dus was deze verbinding van cruciaal belang voor de stad. Eeuwenlang was Sas tevens een vesting en garnizoensplaats.

Sas van Gent kent een bepaalde dynamiek vanwege het zeekanaal van Terneuzen naar Gent. Er varen hier grote zeeschepen door de achtertuin van de inwoners.

Sas van Gent ligt oostelijk van Assenede, aan het kanaal

Tegelijkertijd is het de uitgestrekte industrie die zich over de volle lengte van het kanaal vanuit Terneuzen tot in Gent uitstrekt die de plaats ook een surrealistisch karakter geeft (net zoals bijvoorbeeld Pernis). De inwoners worden aan alle kanten omgeven door gepiep, geknars en gesis. Tegen de bebouwing aan liggen twee chemische industrieën: Cargill en Rosier (kunstmest). Maar meteen over de Belgische grens gaat het meteen verder in het industriegebied van Zelzate.

Langs het oude kanaal (er werd een nieuw zeekanaal om de plaats heen gegraven) liggen nog wat oude stukjes en doet men pogingen om het geheel van de plaats nog een beetje op te vijzelen. Maar op deze bewolkte dag werkt het weer niet mee.

Fietspad langs de kade in Sas van Gent

Een aantal jaren geleden waren de huizenprijzen in Sas van Gent het laagste van heel Nederland, je kon eengezinswoningen kopen voor ruim 100.000 euro. Tegenwoordig zijn ook hier de huizenprijzen sterk gestegen. Maar een huis in het oudste deel van de plaats (aan de kade) voor 250.000 euro (zes kamers, 140 vierkante meter): dat lukt in de Randstad toch echt niet.

Ik verlaat Sas van Gent via een kilometerslange omweg. Net zoals de vorige keer. Wegafsluitingen voor fietsers schijnen hier niet ongebruikelijk te zijn. 

Nieuwe bril en nieuwe fiets

Eindelijk durft mijn nieuwe fiets een klein beetje uit de kast te komen. Niet te opvallend. Gewoon een klein beetje.

Hij (zij) heeft zich in het Scheveningse Saharazand gevlijd tegen mijn nieuwe bril. Zo valt hij niet teveel op. Want de nieuwe fiets is weliswaar gekozen tot de stadsfiets van het jaar 2021, maar hij blijft bescheiden.

Batavus Dinsdag Exlusive op maandag op het strand van Scheveningen

De eerste proefritten waren wat zwaar. Eigenlijk is het misschien net zoals met schoenen: als ze meteen goed lopen krijg je er vaak later problemen mee omdat ze uitlopen. Ze zijn te soepel. Zo zou het ook wel eens met een nieuwe fiets kunnen zijn. Je moet de pasvorm nog zien te vinden.

De Batavus Dinsdag Exclusive Plus wordt door de fabriek omschreven als een robuuste fiets met stoer rijgedrag. Dat klopt vergeleken met mijn ‘andere’ Batavus. Die rijdt zo licht als een veertje. Bij harde wind waait hij gewoon onder je vandaan en zit jij op het asfalt.

Niet alzo deze nieuwe Batavus. Een slag zwaarder en met bredere banden. Geschikt om – net zoals bij mijn eerdere Gazelle in het echt deed – een diepe deuk in een Duitse Mercedes te rijden.

Het gewicht wordt o.a. beïnvloed door de krachtige remmen en door het stevige stuur. Daarnaast telt de fiets elf versnellingen in plaats van acht. Dat verklaart ook een wat zwaarder gewicht. Elke versnelling weegt 150 gram.

De kleur is nog een verhaal apart. Je moet er maar op komen. De fabriek noemt de kleur ‘Avondgrijs’.

Nee, geen Ebike. Dat zou het begin van het einde zijn zei de cardioloog tegen Tineke. Dat moeten we dus niet hebben…

Inmiddels heb ik voor het eerst 50 kilometer op deze nieuwe Batavus gefietst. En hij begint te wennen...

Van A tot Z (2)

Gelukkig kwam ik nog redelijk op tijd aan in Vrouwenpolder, voor een ontmoeting met ex-celgenoot B. 

Ik kon B tracteren op een grote hoeveelheid papier, benevens een exemplaar van mijn nieuwe boek. We haalden zóveel oud nieuws en nieuw nieuws naar boven dat ik pas tegen de lunch weer het zadel van de Batavus Dinsdag besteeg. Dat gaf niet, want het ontbijt telde voor twee. De lunch kon ik overslaan.

In Vrouwenpolder was trouwens de wekelijks markt aan de gang, een mengvorm tussen een folkloristische markt en een aardappelen-, groenten-, eieren-, bloemen- en kippendijenmarkt. Omdat mijn fietstas al vol zat heb ik niets gekocht.

Het Veerse Meer

Ik weet niet of jullie wel eens in deze omgeving fietsen, maar er klopt niets meer van. Het ziet er anders uit dan wat ik op school geleerd heb bij juffrouw Blom. Volgens juffrouw Blom was Noord-Beveland een eiland, maar ik heb met eigen ogen gezien dat het vast zit aan Walcheren, dat ook al geen eiland meer is.

Het brede strand voor de dam door het Veerse Gat

De smalle duinenrij van Noord-Beveland is inmiddels getransformeerd tot een toeristenboulevard. Kinderen lopen er met schepjes en emmertjes, vaders trekken er aan strandkarren en moeders proberen hun kroost in verbaal en fysiek bedwang te houden. Af en toe passeert er een Zeeuws meisje.

In mijn jeugd ben ik vier keer met vakantie geweest. In ruil voor zondagse preken kon mijn vader (hij zou vandaag 98 jaar zijn geworden) dan ter plekke onderdak regelen. Die preken werden meestal gehouden in plaatselijke gebouwen die voor de zondagse kerkdienst provisorisch waren omgebouwd. Zoals een plaatselijk museum waar ik tussen twee dure vazen een zitplaats had gekregen. Ik durfde me bijna niet te bewegen. Dat was vermoedelijk ook de bedoeling.

Eén van die vakanties was aan zee: op Schouwen Duiveland. De zee vond ik mooi, de kennis van aardrijkskunde breidde zich uit doordat ik opeens wist waar Schouwen Duiveland lag, maar het feit dat ik zand tussen mijn tenen kreeg droeg niet bij aan het vakantie-genoegen. Eigenlijk zouden er zandloze zandstranden moeten worden uitgevonden. Dus ik kan me ook wel voorstellen dat sommige kinderen wat mopperig worden aan het strand. En al helemaal als je geen fiets bij je hebt (tijdens de vakantie op Schouwen kon ik nog niet fietsen).

Landschap op Noord-Beveland

Omdat er een verkeerslicht op rood staat besluit ik niet naar de volgende dam te fietsen, maar maar weer eens een poging te doen om Noord-Beveland overdwars te befietsen. Noord-Beveland heeft mij altijd wat aangetrokken vanwege het grote niets. De 7500 inwoners wonen voornamelijk in vier dorpen met elk tussen de duizend en tweeduizend inwoners. Dat maakt de plaatsen nederig. Niemand kan zich er op beroepen een duidelijke hoofdstad te zijn met extra privileges.

Sinds de dammen zijn aangelegd leidt er een grote weg over het eiland dat geen eiland meer is. Die weg trekt zich niets aan van de oude structuur van een lappendeken aan geleidelijk aangelegde polders. Ik kies voor een eigen route, kris-kras en op mijn gevoel. Er is echter één dorp dat ik wil bezoeken: het enige dorp waar ik nog niet ben geweest: Wissenkerke.

Het dorpsplein van Wissenkerke

Het blijkt een aardig dorp te zijn, met het voor dit deel van Zeeland kenmerkende rechthoekige stratenpatroon, met als centrum een vorm van rechthoekig marktplein. De dorpskerk is vanwege achterstallig onderhoud afgebroken en een tweede kerk is in gebruik bij de plaatselijke harmonie. Wat je niet verwacht is de vrij moderne ‘doosvormige’ kerk met een opvallende moderne toren. In het kerkgebouw staan maar liefst twee historische orgels. Persoonlijk vind ik één orgel genoeg in een kerkgebouw, maar zo heb je nog een reserve.

Ik ga op een bankje zitten om een boterham met kaas en komkommer te nuttigen. Ik raak in gesprek met één van de oudste inwoners van het dorp en we hebben het er over dat de tijd steeds sneller lijkt te gaan naarmate je ouder wordt. Het Zeeuws kan ik moeilijk volgen (elke streek in Zeeland heeft bovendien ook nog eens zijn eigen dialect), maar met wat raden bij het praatje kom ik een eind.

'En straks hebben we alle tijd', zeg ik, 'want het mooiste komt nog!' 'Amen! zegt de man, met tranen in zijn ogen. Ik krijg ten afscheid een bibberende schouderklop van hem. 

Van A tot Z (1)

Zonsopkomst boven Midden-Delfland, gezien vanuit de eerste trein naar Zeeland

 Ik was met de eerste trein vanuit Delft naar Zeeland vertrokken. In Arnemuiden stapte ik uit. Dat is de A in dit verhaal. 

Als de klok van Arnemuiden
Welkom thuis voor ons zal luiden
Wordt de vreugde soms vermengd met droefenis
Als een schip op zee gebleven is.

Het lied wordt door veel shanty-koren ten gehore gebracht en kent ook tal van varianten. Naar verluid dateert de eerste versie uit 1892. De meest bekende versie is waarschijnlijk die van de Havenzangers. Of die van André van Duin. Maar hij noemde Arnemuiden niet.

Bam bam bam bam
Hoor de klokken weer eens luiden (bim bam)
Oh wat gaan ze weer tekeer (bim bam)
’t Zijn de klokken van ’t zuiden (bim bam)
En van onze lieve Heer (bim bam)
Maar als klokken blijven luiden (bim bam)
Doen op den duur je oren zeer (bim bam)
Daarom zong het hele zuiden:
“Kreeg de koster van het luiden
maar een keer het heen-en-weer” (bim bam)

Waren de Havenzangers er niet geweest, dan had het grootste deel van Nederland nog nooit van Arnemuiden gehoord.Maar de lezers van dit blog kennen Arnemuiden wel. Zij horen tot het geografisch beter opgeleide deel van Nederland. Ik citeer uit een vorig blog:

Dorpskerk van Arnemuiden met de klokken

“Vroeger was Arnemuiden (in het soms moeilijk te volgen Zeeuwse dialect: Erremuu) een belangrijke vissershaven. Nu ligt er nog wel een nostalgische scheepswerf die verboden is voor onbevoegden. Daarom fiets ik maar verder door de nauwe straten van het oude dorp, zoals de Zuidwal en de Langstraat. In een bak voor een winkel valt een bord op dat nadrukkelijk een korting van 50% aanbiedt. Het blijken BH’s te zijn van een voor mijn idee aanzienlijke omvang. En dat zomaar midden op straat. Ik heb de neiging om er een foto van te maken. “Groeten uit rondborstig Arnemuiden.”

Vanaf Arnemuiden via Veere en langs het Veerse Meer

Arnemuiden had al vroeg stadsrechten, wat wijst op een bepaalde mate van welvaart. Maar tijdens de Gouden Eeuw verzandde de haven en werd de plaats een verstild vissersdorp.

Tegenwoordig maakt Arnemuiden deel uit van de gemeente Middelburg. Er wonen ruim 5000 mensen. Het dorp heeft een orthodox-protestantse signatuur: in de vier kerken kun je op zondag zowel ’s morgens als ’s middags naar de kerk.”

Maar vandaag sla ik vanaf het perron meteen linksaf en kom slechts door een nieuwbouwwijk met bijna alleen vrijstaande huizen. Dat kan hier kennelijk nog.

Mijn eerste doel is de plaats Vrouwenpolder, voor een ontmoeting met mijn vroegere kamergenoot B, met wie ik in 1969 en 1970 een Amsterdamse boven-etage deelde. B woont in B, maar heeft een zomerresidentie in de duinen te Z. We zouden vandaag gezamenlijk ontbijten. Maar ik moet wel even flink doorfietsen om op tijd te zijn.

Sluis in het Kanaal door Walcheren bij Veere

Ik verzin – zonder op de kaart te willen kijken – mijn eigen fietsroute. Dat kan een nadeel zijn, want ik ben hier wel eens geheel gestrand doordat er geen brug bleek te zijn over het Kanaal door Walcheren. Ik miste toen bijna de laatste trein terug naar huis. Inmiddels weet ik dat je bij Veere wél over een sluis kunt. Maar omdat er nergens fietsborden staan begin ik toch een beetje te twijfelen en krijg ik last van een geprangd gemoed.

In het mistige ochtendlicht doemt uiteindelijk de massieve kerk van Veere op. En ziedaar: ook zonder borden valt de sluis te vinden. Het is geen doorgaand fietspad, maar een sluisdoorgang 'bij gedogen'. Spaart de bouw van een brug uit.  

Ik durfde niet…

Ik moet het maar weer eens eerlijk bekennen: de laatste stap durfde ik niet te zetten. Ik slaagde er niet in om mijn angst de baas te worden. 

Vrijdag bevond ik mij tegen 18 uur bij de Sint Annatunnel in Antwerpen, een Belgisch stadje onder de rook van Brussel. De Belgen zijn slecht in het inzetten van veerponten. Maar ze hebben ook geen bruggen over de Schelde gebouwd. Binnen Antwerpen moet je als fietser via een tunnel droogvoets de overzijde zien te bereiken.

Roltrap Sint-Annatunnel Antwerpen

De Sint Annatunnel heeft een lift. Die had ik twee maal defect meegemaakt. Ik dacht dat hij het nu wel weer zou doen. Maar nee hoor, drie jaar later nog steeds geen lift. Er is ook geen vaste trap. Je moet met een roltrap 32 meter af zien te dalen. En als je die prestatie dan met angst en beven geleverd hebt moet je ook weer 32 meter omhoog. Misschien is dat nog wel méér spannend. Maar overnachten in de tunnel is óók geen optie.

Ik besloot eerst maar weer eens de kunst af te kijken van de Antwerpenaren. Sommigen fietsen gewoon de roltrap op en zetten ondertussen ook nog eens een mondkapje op. Want in de tunnel zijn mondkapjes verplicht. En iedereen houdt zich daar ook aan. De roltrappen zijn trouwens ook van hout.

Een paar keer stond ik met mijn voorwiel op de bewegende roltrap. Ik was er bijna. Maar net zoals bij de hoge duikplank: je durft het nét nog niet. En achter je zwelt de rij aan. Eigenlijk is dit spannender dan die hoge duikplank. Daar val je in het water en je komt weer boven. Hier kun je toch echt hard van die 31 meter aan treden naar beneden storten, compleet met fiets en bepakking en tien eieren in de tas.

Trap Kennedytunnel

Ik besloot uiteindelijk om tóch de stap te wagen. Angsten zijn er om overwonnen te worden. Ik liet nog even een echtpaar voorgaan. En toen gebeurde het. De vrouw verloor haar evenwicht en ze liet haar fiets los. Die kletterde naar beneden en haalde ook nog bijna haar echtgenoot onderuit. Het einde van een goed huwelijk.

Dit was slecht nieuws voor mijn zo moedig ingezette behandeling. Ik moest mijn geest toch even weer opschudden.

Ik besloot dat het toch niet zo erg was dat ik het niet durfde. Beter tien kilometer omfietsen dan een gebroken been.

Het omfietsen was via de Kennedytunnel. Daar is namelijk een lift. Die was buiten werking. Dan moet je de fiets 35 meter naar beneden en naar boven tillen. Met inachtneming van allerlei coronamaatregelen, zoals mondkapjes, afstand en een eenrichtingsverkeer. Maar alles is beter dan die enge roltrap voor een 70-plusser.