Geen E-bike

Naar aanleiding van het slot van het blog van gisteren vroeg een lezer zich af: "Toch wél op een E-bike?"

Nee, wij rijden niet op E-bikes. Onze conditie is goed genoeg om zonder E-bike te kunnen fietsen. We rijden op een zeven jaar oude degelijke Batavus en een al even degelijke zeven jaar oude Gazelle. Van die 120 km. van Kampen naar (boven) Groningen was ik helemaal niet moe, er konden best nog kilometers bij.

Bovendien maken veel ouderen de fout dat ze met een E-bike sneller (willen) gaan fietsen. Dat verklaart veel ongelukken.

Het kan zijn dat je om fysieke redenen trapondersteuning nodig hebt. Maar die moet je niet inzetten om sneller te willen fietsen. Omdat je hoofd bij het ouder worden langzamer functioneert (minder dingen tegelijk) moet je daar ook je snelheid op aanpassen.

Ik kan me overigens wel voorstellen dat voor lange afstanden woon-werkverkeer of voor grote afstanden op het platteland een E-bike handig is.

Onze conditie is goed en we wonen overal dichtbij. Tien kilometer naar Den Haag en tien kilometer naar Rotterdam, bijvoorbeeld. Bijna alle plekken zijn goed bereikbaar met de fiets en met het OV. Dus voor ons voorlopig geen E-bike.
Advertenties

Waterland, zandgrond en klei (7)

Glimmen ligt op een zandrug die eindigt bij Emmen: de Hondsrug. Er liggen tal van zeer oude dorpen. Meer naar het oosten waren eindeloze veengebieden. Hier woonden de mensen hoog en droog.

De sfeer in dit stukje van de provincie Groningen is meer Drents dan Grunnings. Het was hier vroeger dan ook Drenthe. Glimmen is – net als veel Drentse dorpen – een esdorp en er waren vroeger zelfs twee hunebedden. Aan de overkant van de spoorlijn ligt Onnen, waar ik vanaf mijn tweede tot vierde jaar woonde en zeer onder de indruk was van de stoomtreinen. Maar dat zit in de familie.

Dan het dorp Haren, dat van alles heeft geprobeerd om zelfstandige gemeente te blijven. Men wilde zelfs aansluiting met de Drentse gemeente Tynaarlo, om maar uit handen te kunnen blijven van ‘Stad’ (Groningen). Het mocht allemaal niet baten.

Door groene dreven aan de oostzijde van het villadorp fiets ik naar de stad Groningen. Maar nu ik hier toch ben lokken weer de weidse verten van het noorden van de provincie, voor mij het mooiste gebied van Nederland. Mooier dan Friesland, omdat dit gebied minder is aangetast door hoogspanningsmasten en turbomolens.

Het is even wennen, na een dag rustiek fietsen de drukte van een studentenstad ervaren. Het hoofd van een 65 plusser kan al die hectiek aan onverwachtse bewegingen op het fietspad niet meer direct goed plaatsen. Maar ik kom heelhuids uit op de brug over het Van Starkenborgkanaal. Het contrast met de wereld buiten de stad is hier minder groot dan bij de fietsbrug die parallel aan de spoorbrug loopt: dan fiets je echt meteen de weidsheid in. Nu volg ik een weg langs het water, met woonboten en zwemmend gevogelte. Achter die boten ligt de bloemkoolwijk Beijum.

Links van mij zie ik iets anders: daar stapelen zich wolken op. Er hangt opnieuw onweer in de lucht. Eerst maar eens kijken of ik veilig Bedum kan bereiken. Eerst de bebouwing van Zuidwolde en daarna fiets ik onbeschermd tegen de elementen door een pad temidden van graslanden naar Bedum. De wind is opeens stevig en pal noord geworden: is dit wind van zee of veroorzaakt het onweer een plotseling draaiende wind?

Bedum is een heel oude plaats, het centrum ligt wat hoger en bood ooit bescherming tegen het onbetrouwbare water van de Waddenzee. De toren van de Walfriduskerk is een opvallend scheve toren: de scheefste van Nederland. Hij hangt nog méér uit het lood dan de toren van Pisa, maar hij trekt veel minder toeristen. De Grunnigers blazen kennelijk vanuit toeristisch oogpunt niet hoog genoeg van de toren.

Ik zou nog wel naar het Hoogeland door willen fietsen (de dorpenrij aan de spoorlijn naar Roodeschool) maar dan moet ik opnieuw een open gebied door. Het weer in het westen ziet er nog steeds onheilspellend uit en onweer midden op de prairie: dat wil je niet.

Voor de zekerheid besluit ik dan ook om het station van Bedum maar op te zoeken. Het ligt aan de buitenkant van het dorp: een kaal wachthok aan de rand van de weidse polder. Ik heb vandaag weer genoeg gezien van de wereld. De fietsteller heeft er ruim 120 kilometers bij opgeteld.

Oud wijf in Giethoorn

Volgens diverse media wordt Giethoorn overgenomen door 'de' chinezen. na ADO Den Haag kopen chinese beleggers nu huizen in 'het Venetië van het Noorden'. En dan hebben we het nog niet over de duizenden chinese toeristen die dagelijks Giethoorn bezoeken.

Maar ook wij bezochten Giethoorn tijdens onze vakantie. We kwamen er min of meer per ongeluk doorheen, onderweg van Blokzijl naar Meppel. Fietsen door Giethoorn geeft dezelfde kick als fietsen door het centrum van Amsterdam. Hordes toeristen die niet ingesteld zijn op fietsers, hoge bruggetjes en veel vertier op het water. Echt doorfietsen is er dan niet bij…

Toen Giethoorn nog vrij rustig was huurde ik een koeienpraam om met familie en vrienden een tocht door het dorp te maken. Ik wilde niet meedoen aan de dieseldampen van bootjes die het dorp doorkruisten. Om de praam te bedienen moest er geboomd worden. Je steekt dan de stok in het blubberige bodem en zo duw je de boot iedere keer een eindje verder.

Het was geen eenvoudige opgave, maar ik had ook geen enkele ervaring met het vervoer van koeien. Het gevolg was o.a. een stevige aanvaring met een plaatselijke rondvaartboot. Ook bleef de stok een keer in de blubber steken. Dat werd een variant op het polsstok hoogspringen: nu was het polsstok hangen.

Dat alles zie je niet meer in Giethoorn. Wel zie je een file aan elektrisch aangedreven bootjes passeren. De toeristen hebben vaak geen enkel idee hoe je een elektrisch bootje aanstuurt, of je links of rechts moet houden en of verkeer van bakboord of van stuurboord voorrang heeft. Bovendien zijn ze meer bezig met het maken van selfies, dan met het daadwerkelijk besturen van de boot. Daardoor vinden er voortdurend aanvaringen plaats. Maar de bootjes kunnen een stootje hebben. Ga je naar Giethoorn, bekijk dan eens wat voor taferelen zich afspelen op het water. Een uur filmen levert fraaie beelden op voor een programma als ‘Home Videos’.

Dan nog die smalle paadjes en die hoge bruggetjes. Ik kan voorspellen dat er af en toe iemand te water geraakt, al heb ik dat niet met eigen ogen gezien. Bij veel bruggetjes staat uit voorzorg dat je af moet stappen, maar dan blijf je aan de gang.

Op een gegeven ogenblik was een bruggetje zó steil en de oprit zó oneffen dat Tineke toch maar besloot om af te stappen. Een langgerokte oudere mevrouw met onmiskenbaar kleding en haardracht vanuit de Bible Belt roept haar vervolgens toe: "Je bent toch geen oud wijf ofzo? Ge kunt gewoon fietsen hier!"  

Waterland, zandgrond en klei (6)

In het vorige fietsblog deed ik de suggestie dat ik Assen weer uitfietste. Maar mijn telefoon kan mijn locatie bepalen en op een scherm thuis is te zien waar ik langs fiets. Daaruit blijkt (het scherm terugkijkend) dat ik een pauze heb genomen bij een gerenommeerd restaurant: Mac Donalds. Daar bevond ik mij tussen 15.10 uur en 15.35 uur, dus een aardige pauze... Even afgekoeld, verfrist, water bijgetankt en uiteraard een consumptie tot mij genomen.

Pas na deze verfrissing fiets ik Assen echt uit en Rhee in, waarna Ubbena volgt. Ik moet bekennen dat ik daar nooit van had gehoord. Toch staan er vier boerderijen op de monumentenlijst en er zijn een WOK-restaurant en een brievenbus. Vroeger was er hier een herberg. We moeten dus niet te gering over Ubbena denken.

De oude Rijksstraatweg van Beilen naar Assen wordt gewoon voortgezet ten noorden van Assen. En ik moet nog steeds zeggen: deze weg fietst prettig, zeker met dit warme weer. Je fietst onder een eindeloze rij bomen terwijl je af en toe toch een ruim zicht hebt over korenvelden en weilanden.

Bitterballenoorlog in Vries

Het volgende dorp is aanzienlijk groter: dat is Vries. Het dorp heeft deels een beschermd dorpsgezicht. De tegenstellingen zijn groot in het dorp, want er staat ook een hypermodern gemeentehuis.

In Den Helder gingen langdurige ruzies over een nieuw te bouwen gemeentehuis. Ik weet niet waar de ruzies in deze gemeente (Tynaarlo) over gingen, maar het zou ook best eens over zo'n megaproject hebben kunnen gaan. Het hele gemeentebestuur nokte af en de burgemeester ging met ziekteverlof. In 2015 ontstond er ook nog eens een ruzie over bitterballen, dat conflict drong zelfs door tot het TV-programma Hart van Nederland.

Voor mij is Vries vooral bekend vanwege een instelling voor mensen met een visuele en/of verstandelijke beperking.  Iedereen heeft nu eenmaal zijn eigen oriëntatiepunten in de Nederlandse samenleving en bij mij zijn dat o.a. de instellingen waar ik dan graag even een rondje fiets…

De Punt

De Rijksstraatweg baant zich verder een weg door lommerijk gebied. Het heet hier de Groningerstraat. Na een tijdje loopt de weg langs een kanaal: de Noordwillemsvaart. En dan opeens is daar een landelijk bekende buurtschap: De Punt. Er wonen ruim 200 mensen, maar deze buurtschap werd in 1977 wereldnieuws door de treinkaping bij De Punt. De spoorlijn ligt overigens wel een eindje verderop naar het oosten: vanuit De Punt valt er geen spoor te bekennen.

Eelde

Het landelijke karakter van de streek wordt af en toe aangetast door commerciële bedrijvigheid. Dat komt mede door het vliegveld Eelde (Groningen Airport). Ik dacht dat hier alleen kleine vliegtuigen landen, maar je kunt hier vandaan zelfs naar Singapore en New York vliegen.

Ik steek droogvoets (via een brug) de Noordwillemsvaart over en fiets verder in de richting van Glimmen. Daarmee ben ik in de provincie Groningen. 

Waterland, zandgrond en klei (5)

Ik was in Beilen terecht gekomen. Het is de enige plaats in Midden Drenthe met een station. De vorige keren dat ik hier was moest ik mezelf bedwingen om niet op de trein te stappen. Maar vandaag lijk ik gemakkelijker aan Drenthe te kunnen wennen. Dus ik ga gewoon verder fietsen?

Maar waarheen leidt de weg die ik moet gaan? Er is code oranje afgegeven vanwege mogelijk onweer. Oostelijk van mij zie ik hoge wolkentoppen ontstaan: dat wijst inderdaad op onweer. Dus moet ik voor mijn veiligheid zorgen dat ik in de buurt van bebouwing en liefst ook de spoorlijn blijf. Dan heb ik weinig keus. Het wordt noordwaarts, richting Assen.

Voor de zekerheid kies ik voor een rechte koers: langs de oude Rijksstraatweg. Dat fietst trouwens zeker niet onaangenaam: lekker beschut vanwege de vele bomen en de weg is niet al te druk. Er is nogal wat lintbebouwing (zoals de buurtschap Eursing en een eindje verderop het dorp Hooghalen. Het dorp trekt nogal veel toeristen, zowel vanwege de bossen en heidevelden in de omgeving als vanwege het herinneringscentrum Kamp Westerbork. 

Als er een Hooghalen is moet er ook een Laaghalen zijn en dat blijkt ook te bestaan. Maar daar fiets ik niet door, ik blijf de beschutte Rijksstraatweg volgen.

Na 6 kilometer komt er meer asfalt en kaalslag in het landschap: ik nader de Drentse provinciehoofdstad Assen. In mijn herinnering is het een uit de kluiten gewassen dorp met zo’n 30.000 inwoners, maar de plaats is aanzienlijk gegroeid en telt inmiddels bijna 70.000 inwoners. De grootste partij in de gemeenteraad is de ChristenUnie, maar ook de kabouters zijn vertegenwoordigd in de vorm van de partij PLOP. De wethouders zijn drie dames (Christen Unie, Groen Links en PLOP) en één heer (VVD). Dat alles wist ik nog niet toen ik door Assen fietste. Ik heb het later opgezocht.

Assen heeft een groen centrum met tal van mooie panden. De plaats telt ruim 130 Rijksmonumenten, maar die dateren bijna uitsluitend uit de 19e eeuw. Assen is dus bepaald geen hoogbejaarde plaats: de groei zette pas in dankzij de aanleg van de spoorlijn en de Drentsche Hoofdvaart. 

Nu we het toch over het spoor hebben: Assen had een aardig station uit 1988. Het deed mij een beetje denken aan een  paddestoel. Wie schetst mijn verbazing dat dit station gesloopt is. Er staat een futuristisch nieuw station, met een gevel die aan Rotterdam Centraal doet denken. Zoals bij veel grote bouwprojecten van NS bleek meteen al dat het station aanzienlijk lekte. Gelukkig hebben we een droge zomer…

Maar ik stap niet op de trein, ik volg de oude Rijksstraatweg verder naar het noorden.

Waterland, zandgrond en klei (4)

China in Steenwijk. Het station van Steenwijk biedt nieuwe perspectieven op het wereldwijde toerisme. Hier is een speciaal toerismebureau voor onze Chinese medemens. Overal in het station vind je Chinese teksten. Deze toeristen  kunnen er voor een tientje een dagkaart van Connexxion kopen om Giethoorn te bezoeken. Een retourtje met de OV-chipkaart kost de helft. Giethoorn is voor chinezen na Amsterdam de belangrijkste toeristische attractie in ons land.

Heuvelen

Voorbij Steenwijk verlaat ik het waterland en kom op zanderiger grond terecht.De omgeving van Steenwijk is glooiend, af en toe waan ik me hier even in het buitenland. De Woldberg is maar 26 meter hoog, maar je moet toch even klimmen en in de context van het vlakke Steenwijkerland is het echt een berg. Het heuvelende gebied is grotendeels bebost met rond het landgoed Huis Eese prachtig bloeiende rododendrons. Zoek je naar structuur in de wegen, dan moet je lang zoeken. Het is een lappendeken aan wegen en vertakkingen van wegen die her en derwaarts gaan. Ik sluit niet uit dat hier eenzame fietsers zoek zijn geraakt. Die werden in het verleden mogelijk opgepakt en te werk gesteld bij de Maatschappij van Weldadigheid in dorpen als Wilhelminaoord, Frederiksoord of Boschoord.

Kolonies

In deze streek bevinden zich dus kolonies die bedoeld waren om armoedige mensen uit de grote steden weer op het rechte spoor te krijgen. Dat viel niet mee: van drie hoog achter in de Amsterdamse Jordaan naar een klein huisje in een bijna onontgonnen gebied. Er werden uiteindelijk zo’n 1400 gezinnen opgevangen. De kolonies kregen ook eigen scholen. Een deel van de arbeidershuizen, woningen voor het personeel, de bakkerij en de slagerij zijn bewaard  gebleven. Mensen die zich misdroegen werden er uit gezet, maar zij stichtten ook weer nieuwe kolonies in de omgeving: de zogenaamde Desperado-kolonies (zoals Nijensleek en Vledderveen). En wie echt te ver ging werd in het gevang gezet, bijvoorbeeld in Balkbrug of Veenhuizen, waar je vergelijkbare gebouwencomplexen ziet.

Drenthe

Drenthe heb ik altijd de meest onmogelijke provincie van Nederland gevonden. Ooit heb ik een poging gewaagd om hier een hele dag te fietsen, maar uiteindelijk ben ik zo snel mogelijk de provincie uit gefietst. Daarna heb ik het voorstel gedaan om Drenthe aan Duitsland over te doen, in ruil voor Ostfriesland (Emden en omgeving): dat past meer bij Nederland. Maar daarmee ben ik natuurlijk niet zo aardig voor de inwoners van Drenthe. Maar nu ben ik dus alsnog weer een keer in Drenthe.

Wapse en Wittelte

Ik fiets mijn neus achterna en kijk niet op de kaart. Na de bossen bij Eese  wordt het land opeens erg open: het lijken hier wel polders, alleen mis ik het water. Dat vind ik het grootste probleem van Drenthe: ik hou van water. De Wapserveensche Aa vormt dan wel een belemmering om rechtdoor te fietsen (de overkant was kennelijk een brug te ver), maar je kunt het moeilijk een water noemen: de meeste sloten in Noord-Holland zijn weliswaar naamloos maar toch aanzienlijk breder.

Bij Wapserveen blijkt dat ik nog maar 10 km van Steenwijk verwijderd ben. Dat had dus korter gekund. Maar als je geen fietsdoel hebt maakt dat allemaal ook niet zo erg uit. Wel staat het zweet op mijn rug: het is klam en zodra de zon even door de wolken komt meteen ook broeierig heet.

Bij Wittelte kruis ik de Drentse Hoofdvaart. Het heet een hoofdvaart, maar ik zie er niets varen. Ooit was het kanaal o.a. bedoeld voor het vervoer van turf. Tegenwoordig schijnen er vooral plezierboten te varen. Het plezier lijkt mij vrij betrekkelijk, want je vaart pal naast een drukke verkeersweg.

Heide

Na de vaart komen er weer meer bomen en daarmee schaduw. Dat is wel even welkom. Een paar kilometer verder gaat het bos over in een enorm weideveld. Hier ben ik nog nooit geweest. Ik moet zeggen dat ik onder de indruk ben. Dit is de Dwingeloosche Heide. Wat een ruimte en wat een rust (het heidegebied is alleen toegankelijk voor voetgangers en fietsers).  Het gebied blijkt aangewezen te zijn als Nationaal Park en het blijkt ook nog eens het grootste aaneengesloten vochtige heidegebied van West-Europa te zijn. Ga er maar aan staan! Daar bevind ik mij nu dus. Evenals een aantal schapen die midden op het fietspad zijn gaan liggen.

Over de heide zijn tal van liederen gezongen. Het was armoe troef, maar toch riepen heidevelden gevoelens van romantiek op. Er waren ook varianten, zoals dit lied uit een cabaret van een gereformeerde jongelingsvereniging op de wijs van ‘Op de grote stille heide’. 

Op de eikenhouten kansel

staat een preekheer in zijn hemd

zijn gemeente is gaan slapen

omdat zij het verhaal al kent

en hoe hard de man ook studeert

niemand wordt er meer bekeerd

hoe saai is mijn herder (3x). 

Beilen

Na het open veld volgen er weer uitgestrekte bossen. Ik wist niet dat dit zo’n groot natuurgebied was! Pas vlak voor Beilen kom ik weer in het open land uit. En daarna in Beilen. Dat dorp doet het goed, mede dankzij een NS station. Opvallend is een aantal grote woongebouwen voor senioren. Ze passen helemaal niet bij het dorpse karakter van Beilen. Maar het zal alles met het verschijnsel van het Drentenieren te maken hebben: pensionado’s die graag in het rustieke Drenthe willen wonen. De grootste werkgever van Beilen is een grote psychiatrische inrichting.

Waterland, zandgrond en klei (3)

Ik was in een voortuin in Blokzijl op een bankje beland. Maar nu was het weer tijd om de fietskuiten te strekken.

Een mooie route is vanuit Blokzijl via Jonen naar Giethoorn. Jonen is een wonderbaarlijke buurtschap: het is niet per auto bereikbaar. Toch wonen er volgens mij alleen bemiddelde mensen. Ze hebben hun eigen parkeerplaats bij de pont en maken daarna de oversteek naar hun welgestelde buurtschap.

Maar ik volg vandaag het fietspad  langs de N 333 (van Emmeloord naar Steenwijk). Een vrij saaie provinciale weg die ik voorbij de buurtschap Muggenbeet zonder gestoken te zijn achter me laat. Daardoor kom ik in Scheerwolde.

Scheerwolde

Scheerwolde is ook een opmerkelijke plaats, want ik ben nog ouder dan dit dorp. Je zou zeggen: dat gebeurt alleen in de IJsselmeerpolders, maar nee hoor: het dorp werd in 1952 door koningin Juliana ‘geopend’. Het was bedoeld voor landarbeiders, maar die kwamen niet als gevolg van de mechanisatie van de landbouw. Dus dreigde het dorp een voortijdige dood te sterven. Maar ziet: daar kwam het toerisme en Scheerwolde bestaat nog steeds. Het telt één brievenbus en één gemeentelijk monument: het plaatselijke gemaal. Rond de dorpskern staan vier eengezinswoningen te koop voor ongeveer 100.000 euro per stuk.

Ik vervolg mijn weg nu langs het Steenwijkerdiep. De bedoeling is om op deze manier in Steenwijk te komen, maar ik weet van een vorige fietstocht dat het leven iets minder eenvoudig is: je fietst jezelf dan vast op diverse waterwegen. Dus sla ik op tijd weer af en terug naar de N 333, die mij naar Steenwijk leidt.

Steenwijk

Even voorbij de buurtschap Zuidveen fiets ik Steenwijk in. De stad wordt gedomineerd door de toren van de Sint Clemenskerk, die maar liefst 87 meter hoog is. Ook de kerk is van een aanzienlijke omvang.

Steenwijk is een ruim 750 jaar oude stad waar nog delen van de omwalling zichtbaar zijn. Helaas is het centrum wat rommelig doordat er niet zo zorgvuldig werd omgegaan met allerlei historische bouwwerken. Dat was al zo gedurende de tachtigjarige oorlog, toen de stad zó vaak van overheerser wisselde dat er uiteindelijk bijna niets meer over bleef om over te heersen.

De historische panden in Steenwijk staan her en der verspreid in de binnenstad. Overigens ontdekt ik na beter speurwerk enkele gebouwen die elementen van de Jugendstil laten zien, maar soms moet je daar wel erg goed voor kijken. En ze lijken ook aan verval onderhevig te zijn terwijl je er juist zuinig op zou moeten zijn.

Maar als we het over Jugendstil hebben: dan moet je in Rams Woerthe zijn, het voormalige stadhuis van Steenwijk (zie ook een eerder blog). Het is grotendeels opengesteld voor publiek en valt onder de Top 100 van Nederlandse monumenten. In de kelder is een permanente tentoonstelling gewijd aan Hildo Krop, destijds stadsbouwmeester van Amsterdam, die veel beeldhouwwerken die huizen en gebouwen in de stijl van de Amsterdams School sieren op zijn naam heeft staan. Maar dat alles heb ik al eerder in de vakantie bekeken, samen met Tineke. We waren zeer onder de indruk: echt een aanrader.

In de winkelstraten van Steenwijk doet zich een ander fenomeen voor: daar hangen honderden paraplu's boven je hoofd en in een andere straat tientallen BH's. Daar zit vast een diepere betekenis achter.