Midden Delfland (2)

Ik fiets verder langs de rand van Vlaardingen – door de Hoelierhoekse Polder, tot aan de Vlaardingervaart. Het zou wel aardig zijn als hier een fietsbrug bedacht was, zodat ik nog verder door het groen zou kunnen fietsen. Of anders een pontje. Maar hier moet ik een eind naar het zuiden afbuigen. Maar ik moet toegeven: de route is en blijft opvallend groen.

vlaardingervaartIk fiets door tot aan de A 20, de autoweg vanuit Rotterdam door het Westland. Daar fiets ik parallel aan. Het is een aanzienlijk geraas. Je zult maar vlak bij zo’n drukke weg wonen…

Doordat ik nu even op de fietsborden let maak ik een navigatiefout. Ik wilde door de Aalkeetbinnenpolder naar Maassluis fietsen, maar de borden naar Maasluis blijken mij pal langs de autoweg te leiden. En om om te draaien en alsnog onder de snelweg door te duiken, daar kies ik op de korte afstand ook niet voor.

Na 5 km. ben ik aan de rand van Maasland, een dorp met een verrassend mooie historische kern en veel omringende nieuwbouw.

Even verderop fiets ik langs de Middelvliet de geboorteplaats van de volgende schrijver binnen: Maassluis, geboorteplaats van Maarten ’t Hart. Drie schrijvers op een rij van wie ik veel gelezen heb: Maarten Biesheuvel (Schiedam), Levi Weemoedt (Vlaardingen) en Maarten ’t Hart (Maassluis). ’t Hart is bij de plaatselijke bevolking doorgaans niet zo populair.

Een andere bekende Maassluizer was Abraham Kuijper, die hier in 1837 werd geboren. Zij standbeeld staat tegenover de Maranathakerk. Maar vraag je tegenwoordig aan jongeren wie Abraham Kuijper was, dan hebben ze doorgaans geen idee. Wie Peppi en Kokki waren (hier ook geboren) weten ze ook niet meer. De enige hedendaags nog landelijk bekende Maassluizer is misschien wel weerman Marco Verhoef. 

zicht-op-maassluisAan de Middelvliet (een vroegere Trekvaart) staat de Wippersmolen, die ooit vereeuwigd werd door de schilder Jongkind. Temidden van de verrommelde nieuwbouw staat hij er wat verloren bij.

Maassluis is een uit de kluiten gewassen plaats met uitgestrekte nieuwbouwwijken, maar ook weer met een historisch centrum. De plaats puilt uit zijn voegen: de laatste stukken groen in de Dijkpolder worden inmiddels bebouwd.

Langs het Nieuwe Water, parallel aan de voormalige zeedijk, loopt een smal fietspad. zicht-op-maassluis-2Dat pad brengt mij tot aan de Westgaag, een water dat de grens vormt met de Glazen Stad, het uitgestrekte kassengebied van het Westland.

Achter mij ligt de hoogbouw van Maassluis, inclusief enkele recent gebouwde woontorens met panoramisch uitzicht op de Nieuwe Waterweg en bij helder weer op de Noordzee.

zicht-op-maaslandRechts heb ik zicht op de (toch nog) weidse polder rond Maasland met twee kerktorens en twee poldermolens.

De Westgaag is een polderwater, dat bij Schipluiden over gaat in de Oostgaag en in Delft bekend staat als de Buitenwatersloot. Parallel aan het water liep vroeger een trambaan die westgaagtegenwoordig een zeer gewild fietspad is, met als hoogtepunt de trambrug in Schipluiden.

Maar zo ver kom ik niet. Ik maak nog even een ommetje rond Maasland om vanuit het zuidoosten richting Delft te kunnen fietsen. De kortere route over het tramspoor heb ik al tientallen malen gefietst, op weg naar familie in Maassluis.

noordvliet-bij-maaslandDe route via de polders ten zuiden van Delft ken ik nog niet goed. Het is altijd plezierig om nog weer nieuwe ervaringen op te doen. Ik steek de Noordvliet over en kom in een rustiek veengebied met honderden watervogels. De zon is inmiddels onder gegaan. De laatste foto van de dag maak ik van het verstilde water van de Noordvliet.

Midden Delfland (1)

Vroeger maakte ik twee keer in de maand een fietstocht over de grens. Met de eerste trein naar Verweggistan (Duitsland of België) en dan een hele dag fietsen. Tegenwoordig kom ik bijna de provincie niet meer uit. Het verslag van een middagtochtje vanuit huis.

Delft ligt ingeklemd tussen stedelijke bebouwing, bedrijventerreinen, autowegen en een kassengebied. Het is het dichtst bevolkte deel van Nederland. Maar al ruim een halve eeuw geleden werd besloten dat er een buffer moest blijven tussen de regio Den Haag en de regio Rotterdam. Dat is Midden-Delfland.

De druk om hier tóch te bouwen is aanzienlijk en soms sneuvelt er een ideaal. Toch wekt dit gebied nog altijd de illusie van een agrarisch gebied met veel ruimte. Vooral als het wat mistig is. Als het helder is zie je overal om je heen in de verte hoogbouw en industrie.

Woensdag was de laatste zonnige dag van de week. Om twee uur had ik zoveel werk verricht dat ik besloot dat ik een fietsrondje verdiend had. Dus besteeg ik het zadel van mijn Batavus en besloot een rondje in de omgeving te gaan fietsen. Eerst tegen de wind in, zodat de beloning aan het eind van de rit kon volgen.

delftse-schieWe wonen aan de Delfste Schie, ook wel het Schiekanaal genoemd, en je kunt vanuit ons huis bijna autovrij naar Schiedam fietsen.

De eerste kilometers fiets ik gelijk op met een vrachtschip dat net een lading had gelost. Aan de overkant zie je op de foto een scheepsreparatiewerf. Ik wil nog altijd een keer kijken als er een schip te water wordt geladen. Dat is een jeugdherinnering van de scheepswerf Bijker in Gorkum.

broertjespadVoor de buurtschap Zweth sla ik rechtsaf. Het oorspronkelijke weidegebied is hier veranderd in een parkachtig bosgebied: het Abtswoudse Bos. 

Parallel aan de spoorlijn, maar op een kilometer afstand, loopt het Broertjespad tot aan de Noordelijke bebouwing van Schiedam. Fiets je die plaats door vanaf de Noordrand tot aan de Nieuwe Waterweg, dan ben je 6 km verder. Maar ik fiets net buiten de stedelijke bebouwing verder in westelijke richting.

midden-delfland-bij-schiedam-noordIk kruis de nieuwe autoweg van Rijswijk naar de Beneluxtunnel waar een halve eeuw discussie over is geweest. De weg ligt verdiept onder het maaiveld, zodat geluidsoverlast en horizonvervuiling beperkt blijven.

vockestaertpolder-bij-vlaardingenVoorbij deze autoweg ligt de bebouwing van Vlaardingen, die ook al heel ver de polder in reikt. Vlaardingen is bekend vanwege twee zaken. In de eerste plaats kocht ik van mijn eerste vakantiegeld hier een fiets (een Benzo, die hier gemaakt werd, hij kostte 160 gulden oftewel ruim 60 euro). Op die fiets (zonder versnellingen) reed ik o.a. naar door Belgie, naar Frankrijk, naar Denemarken en door de Eiffel. 

reigerIn de tweede plaats komt één van mijn favoriete schrijvers hier vandaan: Levi Weemoedt. Volgens Levi kan het nooit goed met je aflopen als je in Vlaardingen geboren bent. Hij is ondertussen naar Assen verhuisd. Dat lijkt mij nu juist weer een probleem. Daar heeft de plaatselijke zilverreiger dan weer geen boodschap aan.

Hoewel Vlaardingen (net als Schiedam en Maassluis) een aardig historisch centrum heeft geef ik er de voorkeur aan om langs groene dreven verder te fietsen.

Een fiets stallen bij het station

We wonen op 6 minuten lopen van het station van Delft. De fietsenstalling (5000 plekken) is er gratis. Op iedere plek is een signalering hoe lang je je fiets stalt. Dat is om langparkeren tegen te gaan. Toch is de stalling de helft van de tijd vol. Dus ga ik altijd lopend naar het station.

Voor de fietsenstalling van Amsterdam Zuid heb ik een abonnement. Maar soms moet ik tien minuten zoeken voordat ik een plek heb. Een deel van de parkeerplekken is onbruikbaar: de stalling is te laag (of ik heb een te hoog stuur). Als je je fiets incheckt gaat er een groen licht branden. Heb je je fiets 28 dagen geparkeerd zonder tussendoor uitgecheckt te hebben, dan ben je hem kwijt.

Er is nog een tweede stalling, maar die is dubbel zo duur. Hij is maar voor 20% gevuld. Waarom niet beide stallingen ‘gelijk trekken’: heb je veel meer capaciteit. Ondertussen wordt er een derde ondergrondse fietsenstalling gebouwd bij station Zuid. Bovengronds zijn ook duizenden plekken gemaakt om fietsen te parkeren.

fietsenstalling-rotterdam-centraal-4Utrecht Centraal heeft de grootste fietsenstalling van de hele wereld, met 12.500 plaatsen. Onlangs had ik daar mijn fiets geparkeerd, maar het kostte me in de spits zo’n zeven minuten om buiten te komen.

fietsenstalling-rotterdam-centraal-2Vorige week sijkelde ik naar Rotterdam Centraal en parkeerde daar mijn fiets. Volgens berichten in de media worden daar – ondanks de camerabewaking – vijf tot tien fietsen per dag gestolen. Ik heb mijn fiets daarom maar gekabeld. Er is overigens ook een bewaakte stalling, maar ik spaar mijn geld liever uit voor een ongezonde snack.

Buiten staat aangegeven hoeveel vrije plekken er zijn. Op de bovenste foto links: 570 plekken. fietsenstalling-rotterdam-centraal-1 Eenmaal binnen kun je per rij zien hoeveel vacatures er zijn. Het is wel zaak dat je onthoudt waar je je fiets geparkeerd hebt, anders moet je bij terugkomst erg lang zoeken.

Mijn fiets stond in rij 13 op nummer 111.

Molenfietsen (6): Krimpen, Capelle en Rotterdam

avondlucht-bij-krimpen-aan-de-ijssel-kopieVanuit Krimpen aan de Lek fiets ik via een groene buffer Krimpen aan den IJssel binnen. Het zuidelijk deel van de plaats bestaat bijna helemaal uit bedrijventerreinen aan de Lek. Daarna fiets ik langs uitgebreide nieuwbouwwijken.

Krimpen aan de Lek is vanaf de jaren ’70 erg hard gegroeid en telt nu zo’n 30.000 inwoners. Van het oude dorp is weinig meer over.

Voor wie hier op zondag naar de kerk wil: je kunt kiezen uit 14 verschillende kerken. De grootste kerkgebouwen bevinden zich aan de rechterflank van de protestantse kerken: een Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland (bijna 2000 leden) en een Gereformeerde Gemeente (bijna 1500 leden). Die kerken zitten zowel ’s morgens als ’s middags helemaal vol. Geen wonder dat de SGP de meeste stemmen kreeg bij de gemeenteraadsverkiezingen. Alleen verwacht je dat niet in de Randstad.

Tijdens de Watersnood in 1953 bleek het stroomgebied van de Hollandse IJssel bijzonder kwetsbaar te zijn. De Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden waren ook kwetsbaar, maar dit was een wel heel laag gelegen gebied (het laagst gelegen deel van Nederland) met bovendien honderdduizenden inwoners. Daarom werd hier begonnen met de Deltawerken: de stormvloedkering in de Hollandsche IJssel.

stormvloedkering-krimpen-aan-den-ijsselNaast de kering ligt een brug: de Algerabrug. Je hebt namelijk Algra’s en Algera’s. De oorspronkelijke naam is Algera, maar ergens is een foutje gemaakt, hetzij door een dronken ambtenaar van de burgerlijke stand (de ene lezing), hetzij door een vader die een borreltje op had (de andere lezing). Deze brug is naar een minister van Waterstaat genoemd.

skyline-rotterdam-2Op de brug heb je een goed zicht op de hoogbouw van Rotterdam. Vóór me ligt een onafzienbare vlakte aan gestapelde stenen en betonnen kolossen aan bebouwing. Tussen die bebouwing door raast dag en nacht autoverkeer in allerlei richtingen.

Maar ik ben nog niet in Rotterdam. Dit is (pas) Capelle aan den IJssel. Van het oorspronkelijke tuindersdorp is weinig meer over. In veertig jaar tijds groeide het dorp van 10.000 inwoners naar 60.000 inwoners. En toch mocht de plaats zich de Groenste Stad van Nederland noemen.

Ik heb geen idee of ik mij strategisch verplaats door de stad, ik fiets gewoon mijn neus achterna. Inderdaad fiets ik wel over door groen omgeven dreven, al is het niet meer goed zichtbaar in de duisternis.

Uiteindelijk kom ik bij de Kralingsche Plas uit, waar tientallen joggers proberen de conditie enigszins op peil te houden. Ik ben hier in de gemeente Rotterdam aangeland. Ik bel voorzichtig met mijn fietsbel als ik niet zeker weet of iemand mij aan heeft zien komen. Maar deze meneer wordt ontzettend boos. Hoe ik het in mijn stomme kop haal om te bellen als hij mij gezien heeft!!! Tsja, ik kan nu eenmaal geen gedachten lezen.

Door wijken aan de noordkant van Rotterdam fiets ik westwaarts: een schijnbaar eindeloos palet aan woonwijken, bedrijventerreinen, groenstroken en autowegen. Rechts van mij komt even verderop de Rotterdam/The Hague Airport, een volgens mij overbodige luchthaven op minder dan een half uur treinen van Schiphol.

Dan nog even het laatste stukje open land tussen Rotterdam en Delft (met veel lichtvervuiling door de kassengebieden) en dan ben ik weer thuis.

Molenfietsen (5) : Krimpen aan de Lek

De pont naar Krimpen aan de Lek is goed bezet. Er blijven nog auto’s aan wal staan. Het is niet te hopen dat hier een brug komt, dan is het met de sfeer gedaan.

lekveer-krimpen-aan-de-lek-2De veerpont Christina is in 1955 gebouwd in Oberwinter. Hij/zij heeft eerst in Ochten gevaren (over de Waal), maar dat veer legde het loodje door de nieuwe Waalbrug. Daarna voer Christina heen en weer over het Spui bij Hekelingen. En nu dus tussen Kinderdijk en Krimpen aan de Lek.

Het veer vaart nabij de driesprong Noord-Lek-Nieuwe Maas terwijl 5 km. verderop de Hollandsche IJssel zich ook nog eens bij deze wateren voegt. Voor mensen die van woelige baren houden is dit een erg mooie plek.

De naam Krimpen betekent oversteekplaats. Het schijnt dat de Lek vroeger zo ondiep is geweest dat je soms lopend naar de overkant kon waden. Toch vaart er sinds 1300 ook al een pontveer.

Volgens Justus van Oel, die veel plaatsnamen een andere betekenis heeft gegeven betekent Krimpen aan de Lek het verschijnsel waarbij je ziet dat iemand ontzettend nodig moeten plassen en krommend en steunend voor een toilet staat te trappelen terwijl hij/zij ondertussen al de eerste druppeltjes urine verliest. Daar moet je een beelddenker voor zijn.

Krimpen aan de Lek heeft zo’n 6500 inwoners. Het is van oorsprong een dijkdorp met ‘stoepen’ die de polder in lopen (net als bijvoorbeeld Sliedrecht). Vanwege de ligging op 15 km afstand van Rotterdam (na de avondlucht-bij-krimpen-aan-de-ijssel-kopiebouw van de Algera-brug) groeide de plaats in de tweede helft van de vorige eeuw vrij snel. Tussen de ‘stoepen’ bevindt zich veel nieuwbouw.

Nog maar een klein stukje groen vormt de buffer tussen Krimpen aan de Lek en Krimpen aan den IJssel. Ondertussen gaat de zon onder en lijkt het of de Randstad hier heel ver weg is.

Sneeuwrondje Delft

Als het gaat sneeuwen is Henk 50 niet te houden. Dan moet er gefietst worden.

Kahler Asten GazelleOp die manier werden er lange fietsdagen door Duitsland gemaakt, zelfs tussen de skiërs in Sauerland. Maar af en toe stortte ik ook dusdanig hard ter aarde dat het de vraag was of het nog wel verantwoord was. Bovendien: een dag fietsen bij min 10 is ook wel een sneeuw-in-delft-3-abeetje gewaagd.

Gisteren kreeg ik een nieuwe kans: dicht bij huis en zonder gladde wegen. Voor het eerst in onze nieuwe woonplaats een sneeuwrondje.

Voor de tweede foto hoefde ik geen jas aan: die nam ik vanuit ons huis. Dit is de plek waar Johannes Vermeer zijn schilderij ‘Zicht op Delft’ schilderde. De  toren van de Nieuwe Kerk (97 meter hoog) is buiten beeld vanwege de sneeuwjacht.

landelijk-abtswoudeDaarna fietste ik naar de meest groene wijk van Delft: Tanthof Zuid. Temidden van de bebouwing is nog een groene buffer behouden gebleven. Maar gisteren was deze groene buffer voornamelijk wit.

polder-bij-abtswoudeVervolgens even genieten van de weidse polder. Zo weids zijn de polders in de Randstad overigens niet meer. Als het helder weer is zie je langs de hele horizon de hoogbouw van Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen en de industrie van het Botlek-gebied. midden-delfland-sneeuwGisteren was het heiig en dat wekte de indruk van een onmetelijke ruimte.

Op een dijkje langs het water liep een familielid van Bor de Wolf, maar de boer had zijn schapen op tijd binnen gehaald. Slechts de honderden fouragerende ganzen liepen enig risico.

Molenfietsen (4) : Kinderdijk

molens-bij-kinderdijk-2De molens van Kinderdijk behoren tot de beroemdste toeristische attracties van Nederland. De meeste molens behoren bij twee molengangen, bedoeld om het water stapsgewijs uit de diepliggende polders te pompen. De molens vallen onder Unesco Werelderfgoed. Daardoor zijn ze tevens extra beschermd tegen eventuele plannen om hier allerlei nieuwbouw te plegen. Dan raak je je erfgoed-licentie kwijt.

Er staan hier acht molengang-kinderdijkbakstenen windmolens die gebouwd werden rond 1738. Deze molens zijn bijna identiek, maar er zitten wel enkele verschillen in, doordat ze gebouwd werden door verschillende aannemers. Leuk voor een puzzeltocht met kinderen. Maar kijk uit dat ze geen klap van de molen-bij-kinderdijkmalle molen krijgen.

Ook staan er acht met riet bedekte windmolens, die twee jaar later werden gebouwd.

De molens kunnen ieder voor zich het water tot 1 meter 40 hoger verplaatsen.

Daarnaast zijn er nog een paar loslopende molens en ook nog een klassieke wipwatermolen. De 20e molen is in 1945 ingestort. Daarna is het met die molen nooit meer iets geworden.

lekveer-krimpen-aan-de-lekGenoeg molens gezien. Ik maak me klaar voor de oversteek met de zeer druk gebruikte veerpont naar Krimpen aan de Lek. Er vaart hier een kleine pont, die een driehoek maakt (Ridderkerk > Krimpen > Kinderdijk) en een grote autopont. Ik koester warme gevoelens voor voetveren, maar dan moeten ze wel in de buurt zijn als ik over wil steken. Het wordt dus het autoveer.