De Zak vervolgd (2)

In een smal deel van Zuid-Beveland, waar de afstand tussen de Oosterschelde en Westerschelde vier kilometer bedraagt, ligt het dorp Krabbendijke. Eén kilometer naar het noorden ligt de door een dam getemde Oosterschelde, drie kilometer naar het zuiden de af en toe woeste Westerschelde.

Ik besluit eerst naar de Oosterschelde te fietsen en dan via het dorp Krabbendijke (weer) naar de Westerschelde te sijkelen. Ik fiets naar de Oosterschelde via de Karelpolder, een kleine smalle polder die in 1878 werd drooggelegd en daarna twee keer onder water kwam te staan als gevolg van dijkdoorbraken. Bij de tweede dijkdoorbraak kwamen er zelfs twee vissersschepen in de polder terecht. Er staan geen huizen of boerderijen in de polder. Als je huis wordt aangevaren door een schip is dat ook een bijzondere belevenis.

Dan ben ik bij de voormalige haven van Roelshoek. Het zit zo: ooit had Krabbendijke een eigen haven, maar deze verzandde. Toen kwam er hier een haven om landbouwproducten vanuit de streek rond Krabbendijke af te kunnen voeren. Maar met de nieuwe bedijking langs de Oosterschelde verdween ook deze haven. Dus is Roelshoek alleen nog maar een buurtschap. Ik zie trouwens langs de dijk ook bijna geen water, alleen een onmetelijke vlakte van zand en wier (slikken) en in de verre verte wat water.

Ik fiets vanuit Roelshoek even terug naar Krabbendijke. Het station dreigde te worden opgeheven (de trein naar Vlissingen zou een aantal Zeeuwse stations over gaan slaan), maar inmiddels is het zo dat álle treinen in Krabbendijke stoppen (twee treinen per uur in beide richtingen). Dat is weer andere koek. Maar nu zijn de reizigers uit Middelburg en Vlissingen weer boos: hun treinverbinding is langzamer geworden. Het is dus ook nooit goed.

Het wordt een herhaling van zetten, maar ook Krabbendijke ligt duidelijk op de Bible Belt. Overal hangen borden van de SGP en er zijn zelfs auto’s bestickerd met SGP-reclame. In het dorp met zo’n 4500 inwoners valt mij op dat er verschillende forse kerkgebouwen staan. De inwoners kunnen op zondag in vier kerkgebouwen naar de kerk en daar worden iedere zondag in totaal negen kerkdiensten gehouden. En de SGP haalde hier bijna de helft van het totale aantal stemmen. Een antireclame is de ernstig vervuilde muziektent, kennelijk een hangplek voor jongeren die geneigd zijn tot plaatselijk kwaad.

Vanuit Krabbendijke fiets ik oostwaarts en fiets via de Stationsbuurt het dorp Rilland binnen. En ook hier heeft het station de tand des tijds overleefd. Er stapt echter niemand in of uit de trein die hier net aankomt.

De Zak vervolgd (1)

Ik ben ondertussen ‘De Zak’ uitgefietst en fiets over de dijk in de richting van Hansweert. In de zomer vaart hier een voetveer naar Zeeuws-Vlaanderen. Het is één van de mooiste overtochten die je met een veerpont in Nederland kunt maken. De voortzetting van dit veer staat ieder jaar weer ter discussie (vanwege verzanding van de haven van Perkpolder en vanwege mogelijk verminderde subsidie). Het is afwachten wat er dit jaar gaat gebeuren.

Even voor Hansweert laat ik de dijk achter me en fiets langs de rand van Biezelinge een tijdje parallel aan de autoweg. Ik moet namelijk het Kanaal door Zuid-Beveland oversteken. De auto’s gaan door een tunnel, maar fietsers gaan over de brug van de oude Rijksstraatweg, die parallel ligt aan de spoorbrug.

Het Kanaal door Zuid-Beveland (9 kilometer lang) was ooit één van de drukst bevaren kanalen van Nederland. Het maakte onderdeel uit van de scheepvaartverbinding tussen Antwerpen en Rotterdam. Maar met de komst van het Schelde-Rijnkanaal (1975) was het gedaan met de pret en werd Hansweert een doods plaatsje. Toch werd er in de afgelopen jaren weer fors geïnvesteerd in het kanaal, zo werd het aanmerkelijk verbreed.

Aan de overkant van het kanaal kies ik weer het ruime fietssop. Links ligt Kruiningen, met nogal wat grootschalige bedrijven in de ‘buitenruimte’. Ik neem een meer noordelijke route en fiets over de Dijkskoksedijk in de richting van de dijk langs de Oosterschelde. Ook hier weer hetzelfde landschap als in ‘De Zak’ met veel bochtige dijken, percelen weiland, af en toe omgeploegde grond ten behoeve van de akkerbouw, rijen bomen (populieren, vaak afgeknot) en ook veel boomgaarden.

De Zak (4)

Na de kruising met de museumstoomtramlijn van Goes naar Hoedekenskerke kom ik in het dorp ’s Gravenpolder uit. Het blijkt een aanzienlijk dorp te zijn, met tegen de 5000 inwoners.  Er zijn hier maar liefst drie brievenbussen. In de vorige plaatsen waar ik door fietste was maar één brievenbus. Opvallend zijn veel gerokte vrouwen en veel SGP-aanplakbiljetten. Dit is de Bible Belt.

Tot de voorzieningen in het dorp behoren onder andere drie basisscholen, een bibliotheek, een supermarkt, een drogisterij, twee snackbars, een sporthal, een slager, een bakker, en zelfs een Chinees restaurant. Dat heb ik niet allemaal gezien, het stond op de database voor de gemiddelde Nederlander: Wikipedia.

In het centrum staat aan het dorpsplein de Hervormde dorpskerk uit de 15e eeuw. In alle dorpen zie je hoogbejaarde kerken: het is een gebied dat al in de Middeleeuwen bewoond was.

De Plaatselijke Poes (links op de bovenste foto) zit op een elekriciteitskastje het verkeer in de gaten te houden. Hij (of zij) blijkt zeer aaibaar en vindt het erg plezierig dat hij/zij door een Delftse fietser geaaid wordt. Er wordt danig gekopt en gespind.

Als ik verder fiets vallen mij verschillende kerken op, zoals een fors uitgevallen modern kerkgebouw. Dit is de Elimkerk, van de Gereformeerde Gemeente. De eerste dominee van deze gemeente (954 tot 1956) had een vrolijke naam: hij heette ds. Cabaret. Waarschijnlijk waren zijn preken minder vrolijk.

In 1977 werd hier in een nieuwbouwwijk ook een nieuwe kerk gebouwd met 700 zitplaatsen. In 1990 was de kerk alweer te klein geworden, en kwamen er 400 zitplaatsen bij. Maar weer 15 jaar later was het kerkgebouw opnieuw te klein en kwamen er opnieuw 400 zitplaatsen bij (nu: 1524 zitplaatsen). Drie keer op een zondag worden er kerkdiensten gehouden. Maar dat niet alleen in dit kerkgebouw. Elders in het dorp vind je het forse kerkgebouw van de Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland, waar ook drie kerkdiensten op een zondag worden gehouden.

Geen wonder dat de SGP in ’s Gravenpolder bijna de helft van het aantal stemmen kreeg.

Ik fiets weer verder en kom een paar kilometer verderop op de dijk langs de Westerschelde uit. De dijk werd een aantal jaren geleden verhoogd naar (nieuwe) Deltahoogte. Daardoor is de dijk nogal ‘standaard’ met een vorm die kenmerkend is voor veel nieuwe zeedijken. Maar aardig is wel weer dat er aan de buitenkant een fietspad is aangelegd.

Ik heb een schitterend zicht op de brede zeearm die hier een scherpe bocht maakt (‘de overloop van Hansweert’). Op enige afstand varen grote zeeschepen van en naar Antwerpen.

De Zak (3)

Vanuit de verte is de toren al te zien. Ik fiets door een zeer gevarieerd gebied van bochtige dijken, meidoornheggen, percelen weidegebied en fruitteelt. Maar in welk dorp staat die kerktoren?

Het blijkt Nisse te zijn. Als ik het dorp binnen fiets val ik bijna van mijn fiets van verbazing. Maar het loopt goed af. Wat is dit een prachtig plaatsje. Er is een groot dorpsplein met aan de zuidkant een kerk met een aanzienlijke toren die dateert uit de 14e eeuw. De gothische kerk is een eeuw minder oud.

Op het dorpsplein staan de crocussen weelderig in bloei. Je ruikt en ziet hier de aanstormende lente.

Aan het plein staan deels historische huizen en gebouwen. Het kan niet anders dan dat Nisse vroeger een belangrijke plaats is geweest. Nu heeft het dorp slechts 600 inwoners. Het dorpsplein is het terrein van een voormalig kasteel, maar kasteel en tuinen zijn verdwenen. En op het plein zie je een oude waterpomp en een vijver, die vroeger dienst deed als drinkplaats voor het vee.

Het is geen wonder dat deze plaats is aangewezen als beschermd dorpsgezicht: zo’n plaatje moet je in ere houden!

Zoals al eerder vermeld: ik fiets gewoon mijn neus achterna. Ik heb dan ook geen idee wat mij verder nog aan plaatsen te wachten staat.

Twee keer kruis ik een aanzienlijke provinciale weg waarvan ik geen idee waar die weg heen leidt. Tussendoor ook nog een overweg. Dit is de voormalige tramlijn van Goes naar Hoedekenskerke, die aansloot op de boot naar Zeeuws-Vlaanderen (Terneuzen). Jammer dat die oversteek er niet meer is: het was een spectaculaire vaartocht tussen zandbanken door en soms vlak langs passerende grote zeeschepen.

 

De Zak (2)

De logica in het wegenpatroon van de Zak van Zuid-Beveland is ver te zoeken. Dat is ook wel logisch, want het land bestaat uit een legpuzzel aan bedijkingen. Iedere keer weer werd er een stukje land op het water heroverd. Overal vind je kronkelende en vaak beboomde dijken. Soms maak je dan ook een grote omweg om met een ruime bocht weer in de buurt van het uitgangspunt te komen.

Het volgende dorp is ’s Heerenhoek. Hier wordt eind februari uitgebreid carnaval gevierd. Dat is opmerkelijk in deze protestantse streek, maar het is een Rooms-Katholiek dorp met een fors uit de kluiten gewassen kerk. De Hervormde Dorpskerk blijkt hier geheel verdwenen te zijn en weer te zijn opgebouwd in het Openluchtmuseum in Arnhem.

In ’s Heerenhoek staat de tweede Rooms-Katholieke basisschool die in Nederland geopend werd. Zoiets verwacht je in het land van de zachte g, maar die school staat dus in de Zak van Zuid-Beveland. De eerste stond trouwens in Volendam. Daar heeft men ook geen zachte ‘g’ in de verbale aanbieding, maar slechts een voor mij onverstaanbaar dialect.

Een hobby die hier bedreven wordt is de wielersport. Ik zie ook bordjes van een Jan Raasfietsroute. Deze wielrenner blijkt afkomstig te zijn uit dit dorp.

Op mijn richtinggevoel fiets ik verder. Dat is hier niet zo eenvoudig, want een weg die naar het oosten loopt kan zomaar een onverwachtse wending in noordelijke richting maken. Het is hier één en al verrassing. Ik fiets over mooie en rustige dijken, deels omzoomd door bomen. Het is nog fris, maar je ruikt de lengte.

Af en toe maakt de weg een zeer scherpe bocht. Dat is dan meestal de plek waar de dijk ooit is doorgebroken. Op één plek herinnert een wiel nog aan zo’n dijkdoorbraak.

In het noorden zie ik de contouren van Goes, met een markante TV-toren. Goes is één van de sterkst groeiende plaatsen in Zeeland. Ik fiets al genoeg door stedelijke bebouwing, dus ik wil een wat meer zuidelijke route aanhouden. Het blijft passen en meten omdat ik geen idee heb welke richting bepaalde dijken uiteindelijk op gaan.

De Zak (1)

Onbekend en daardoor onvoldoende bemind.

Dat is de zogenaamde Zak van Zuid-Beveland, de streek ten zuiden van Goes. Even terzijde: in Goes maakte ik ooit een foto van het stadhuis bij avond, maar toen ik de foto maakte stortte er net een dronken fietser ter aarde. Dat beeld associeer ik nog steeds met Goes… Op de eerste foto begint hij aan zijn val. Op de tweede foto is hij neergestort. Daarna heb ik hem weer op de been, maar niet op de fiets geholpen. Dat laatste leek me te gevaarlijk.

Het is jaren geleden dat ik in deze streek fietste. Toen voer er in de zomer een toeristische veerpont van Hoedekenskerke naar Terneuzen. Die pont heeft het slechts twee jaar volgehouden.  Daarvoor voer tot halverwege de vorige eeuw een reguliere veerpont heen en weer tussen deze plaatsen. De stoomtram vanuit Goes sloot aan op de veerpont.

Eerlijk gezegd moet ik bekennen dat ik helemaal niet van plan was om hier te gaan fietsen. Ik was gewoon met-fiets-en-al in de trein gestapt. Pas in Arnemuiden stapte ik weer uit de trein. Daar regende het namelijk niet meer. Mijn fietstochten hangen af en toe van onplanbaarheid aan elkaar. Dat vind ik de meest ontspannen manier van fietsen.

In Arnemuiden begint dus deze maartse fietstocht. De plaats is vooral bekend vanwege de klokken, die door shantykoren veelvuldig worden bezongen. Als ik er ben slaat de klok elf keer. Dat is nu niet bepaald iets om een heel liederen-repertoire aan te wijden.

Vroeger was Arnemuiden (in het soms moeilijk te volgen Zeeuwse dialect: Erremuu) een belangrijke vissershaven. Nu ligt er nog wel een nostalgische scheepswerf die verboden is voor onbevoegden. Daarom fiets ik maar verder door de nauwe straten van het oude dorp, zoals de Zuidwal en de Langstraat. In een bak voor een winkel valt een bord op dat nadrukkelijk een korting van 50% aanbiedt. Het blijken BH’s te zijn van een voor mijn idee aanzienlijke omvang. En dat zomaar midden op straat. Ik heb de neiging om er een foto van te maken. “Groeten uit rondborstig Arnemuiden.”

Arnemuiden had al vroeg stadsrechten, wat wijst op een bepaalde mate van welvaart. Maar tijdens de Gouden Eeuw verzandde de haven en werd de plaats een verstild vissersdorp.

Tegenwoordig maakt Arnemuiden deel uit van de gemeente Middelburg. Er wonen ruim 5000 mensen. Het dorp heeft een orthodox-protestantse signatuur: in de vier kerken kun je op zondag zowel ’s morgens als ’s middags naar de kerk.

Sloegebied

Ik fiets het dorp uit in zuidoostelijke richting. Voor mij de uitgestrekte industrieterreinen van het Sloegebied, dat wordt gezien als de derde zeehaven van Nederland. Aan de eindeloze agrarische weidsheid van dit gebied kwam met de komst van deze steen-, zand-, asfalt- en metaalwoestijn definitief een einde. Er waren en zijn twee bedrijven die de landelijke politiek af en toe in beweging hebben gebracht: de kerncentrale van Borsele en het bedrijf ThermPhos dat kampioen was in de uitstoot van dioxine. Dat laatste bedrijf is inmiddels failliet verklaard, maar liet zeer zwaar vervuilde grond achter. Wie zal dat betalen?

Nieuwdorp

Langs de rand van het Sloegebied en door de Quarlespolder fiets ik in de richting van het volgende dorp. Dat is Nieuwdorp. Erg oud is het niet, het dorp ontstond in de 18e eeuw. Het leven is er overzichtelijk. Ik fiets een rondje door het dorp, met een paar straten: de Hertenweg, de Havenweg, Coudorp, de Halsweg, de Lewedijk en nog een paar zijstraten.

Het trekt me heerlijk om in zo’n verkleinde wereld te wonen. er is maar één brievenbus, dus je hoeft ook niet te twijfelen waar je je post in de oranje bus moet gooien. En zelfs die brievenbus haalde het nieuws, want hij blijft staan, aldus RTL-nieuws. Een dorp zonder brievenbus, dat is wat ál te sober.

Ook de plaatselijke dorpskerk is opgeheven en omgebouwd tot een reeks woonhuizen.

Dan was er nog de vereniging Redt de Kaloot, maar ook die is opgeheven. De Kaloot is een strand ten westen van Borsele, waar nogal wat bijzondere fossielen te vinden zijn.

Wat overblijft is het Zeeuws Bevrijdingsmuseum, dat op woensdagmiddag en zaterdag geopend is. Vandaag is het dinsdag, dus ik kan er niet terecht. Daarom fiets ik maar weer verder, naar het volgende dorp. Welk dorp dat is weet ik niet, want ik heb zelden een kaart bij me. Ook vandaag niet. ik laat me gewoon verrassen.

Langs het IJsselmeer (5, slot)

Broek ik Waterland 2Het oude dorp Broek in Waterland was een toeristische attractie ‘avant la lettre’. Al in de 19e eeuw trokken veel buitenlanders die Amsterdam bezochten een dagje uit om ook het Hollandse platteland te bekijken. Volendam was nog niet bekend, Marken was te spannend vanwege de gammele veerboot, maar Broek in Waterland had (van) alles. Zoals mooie blauwgrijs geschilderde houten huizen langs een waterplas (het Havenrak).

Het dorp stond ook bekend als bijzonder proper. Het was het toonbeeld van de Hollandse netheid. De ramen gelapt, de grintpaden geharkt, de stoep geveegd. Om die netheid nog eens te onderstrepen gold er ook een rookverbod. Dat was natuurlijk ook omdat de houten huizen een risico vormden, maar het gemeentebestuur vond daarnaast dat rook zorgde voor allerlei vervuilende overlast. Dat roken ook schadelijk was voor de gezondheid was toen nog niet bekend.

Ik kruis de Rijksstraatweg die het dorp sinds 1937 in twee delen klieft en zet koers naar Zunderdorp. De snelste route is langs de drukke autoweg, maar na 4 km. ben ik het geraas al helemaal zat. Daarom neem ik de weg door het beschermde landschap van Waterland. Het water in de sloten staat zó hoog dat het lijkt of de polders zó onder kunnen lopen. Veel valt er trouwens niet te zien, want het is donker. Alleen bij enkele kruisingen heb ik wat meer zicht op de omgeving, want daar staan eenzame lantaarnpalen. Een goede koplamp is hier ook geen overbodige luxe, want het fietspad maakt allerlei onverwachtse wendingen. Bovendien stuit ik onverwachts op een paard zonder koplamp. Dankzij die verstraler hoeft er geen bericht in het Waterlandse sufferdje: bejaarde fietser botst op paard.  Dat is nog eens wat anders dan een paard in de gang.

Zunderdorp 2Na veel bochtenwerk beland ik in Zunderdorp. Voor me een muur van licht: de hoogbouw van Amsterdam. Maar als je niet die kant uit kijkt is het hier nog echt Waterland. Een pittoresk dorp met mooie houten huizen en een kerk waar je iedere zondag een kerkdienst kunt bezoeken. Dat is in Noord-Hollandse dorpskerken inmiddels al lang niet meer zo gewoon.

Amsterdam Noord is nog twee kilometer verder. Ik duik onder de Ring door en bevind me meteen in een andere wereld. Hoogbouw, nieuwe woningen op plekken waar woningen uit de jaren ’60 werden afgebroken, een winkelcentrum. Ik duik de stoep op vanwege twee politieauto’s met loeiende sirenes, uit een andere richting komt een ambulance, dan nog een politieauto met sirene en drie keer achter elkaar politieagenten op de motor die in volle vaart door de wijk rijden. Dit is dus de grote stad.

Maar die stad verlaat ik ook weer. Nieuwendam is een oud dijkdorp, met tientallen prachtige houten huizen. Hier lijkt het weer of de tijd stil heeft gestaan. Maar als je rechtsaf slaat (tenminste: in de richting die ik nu oprijd), dan zit je meteen weer in de nieuwbouw van Amsterdam. Sla je linksaf, dan val je in het water. Of je rijdt tegen de voorgevel van een huis.

Amsterdam IJ avondlichtVia het oude Amsterdam Noord (de oudste woonwijken dateren van rond 1920) en de sluizen van het Noordhollands Kanaal kom ik uit bij de pont over het IJ. Het lijkt wel spitsuur: alle ponten zijn afgeladen vol. De pont klotst mij in vijf minuten naar het Centraal Station.

Nadat ik de verkeersknopen achter het station heb ontward kan ik het station in. Het poortje checkt mij en mijn Batavus in. De treinreis terug naar huis heb ik nodig om weer op te warmen.