De zomer van 1959

Het weer van de afgelopen weken roept bij mij herinneringen op aan de zomer van 1959. Die zomer staat niet in de top van (gemiddeld) warme zomers. records. Toch was het wel uitzonderlijk weer. Dat kwam door de langdurige droogte in dat jaar.

Het is de eerste zomer die ik me goed kan herinneren. Daarvoor woonde ik op Borneo, ongeveer op de evenaar, en daar was het altijd zomer (…). Ik heb jarenlang geen jas aan gehad.

In Nederland was het wennen wat het weer betreft. Maar de zomer van 1959 vond ik heerlijk. Bovendien had ik voor het eerst een fiets, dus toen kon het mooie leven beginnen.

Maar het unieke aan die zomer was niet de temperatuur. Er stond vaak een noordelijke wind, waardoor de hitte getemperd werd. Maar wat dat jaar zo bijzonder maakte was de langdurige droogte gedurende het voorjaar. Van 4 mei tot 25 juni viel er geen druppel regen in De Bilt. We woonden niet in De Bilt, maar ook in Gorkum was het droog. En wel zó lang dat we – toen het eindelijk ging regenen – met onze neuzen tegen de ramen zaten te kijken naar de regen.

Het lange droge voorjaar was niet goed voor de boeren, want veel gewassen verdroogden op het land. Er werd ook nog niet gesproeid, zoals tegenwoordig veel gebeurt.

De warmste dag van de zomer van 1959 was 9 juli: toen werd het in Venlo 36,6 graden.
Advertenties

Ik doe het tóch niet!

Stoer komt hij de behandelkamer binnen.

Petje achterstevoren. Half afgezakte broek. Kettingen om zijn hals en om zijn arm. En natuurlijk een tattoo.

De tandarts zegt: “Ga maar zitten, Maikel!”

“Ik hoef niet” zegt Maikel. “Daar begin ik niet aan. Ik doe het tóch niet!” Hij staat met zijn rug tegen de muur, direct achter de deur, in de hoek van de behandelkamer.

Als de tandarts de vraag herhaalt zegt hij: “Ik hoef toch niet! Of moet ik de politie halen? Jullie zijn sukkels!”

De tandarts vraagt nog een keer heel rustig: “Maikel, kom je zitten?”

Maikel loopt rood aan. “Wat doen jullie eigenlijk hier? Jullie zijn sukkels, zeg ik toch? Jullie zijn er om te maken. Maar jullie maken niks, jullie praten alleen maar.”

De tandarts probeert uit te leggen wat de bedoeling van de behandeling is. Maar nu wordt Maikel nóg bozer. “Moet ik soms een arrestatieteam halen? Ik heb óók mijn rechten! Dat is dat jullie mijn tand maken!”

Nóg een keer probeert de tandarts uit te leggen welke stappen er zijn genomen en welke stappen er nog genomen moeten worden om Maikel’s gebit goed te behandelen. Maar die uitleg helpt niets. De boodschap lijkt niet binnen te komen. Ondanks de rustige uitleg wordt Maikel nóg bozer. Het wordt spannend. Wat gaat er gebeuren?

Dan opeens is er een omslag. De tandarts staat op van de stoel en loopt even naar de spoelbak. Op dat moment springt Maikel –zonder dat de tandarts het ziet- met een forse sprong in de stoel. Natuurlijk niet voorzichtig. Want dat zou gezichts-verlies zijn. Het geeft een doffe klap. Maar de stoel kan wel tegen een stootje.

“Nou, begin maar”, zegt Maikel.

En hij laat zich prima behandelen.

Wat is hier gebeurd?

Precies hetzelfde als bij een jong kind dat vast zit in zijn verzet. Zo lang je er bij blijft gaat hij niet opruimen, gaat hij niet in zijn bed liggen.

Op het moment dat je even iets anders doet is dat het signaal voor de ander om zich gewonnen te geven.

Zonder gezichtsverlies…..

Deze column schreef ik voor de VBTGG (tandartsen in de gehandicaptenzorg en angstbegeleiding). 

Plein Picknick

Het grasveld voor ons huis wordt voor een deel in beslag genomen door grootscheepse nieuwbouw-werkzaamheden. In onze woonwijk - aan de rand van het centrum van Delft - moeten 1800 nieuwe woningen gebouwd worden.

Maar voor een ander deel is er toch nog groen te zien. Meestal worden er honden uitgelaten. Ze besnuffelen elkaar en ruiken wie er nog meer het gras is gepasseerd.

Maar op zomerse dagen wordt het plantsoen regelmatig gebruikt voor recreatieve bezigheden. Zoals vanmiddag bij een lekker briesje en een temperatuur van zo’n 22 graden.

Bollenvelden in Delft

Dit is wel een bijzonder plaatje. Het is niet de bollenstreek in de Kop van Noord-Holland, maar een bollenveld in Delft.

Aan de zijkant van het nieuwe NS-station annex stadhuis werden in december een paar duizend bollen in de grond gestopt. Met het warme lenteweer komen ze opeens snel uit. En dus is er nu een bollenveld midden in het centrum van Delft. Onder het bollenveld trekken de treinen tussen Den Haag en Rotterdam hun spoor.

Volgend jaar kunnen we dit niet meer zien. Dan wordt er op deze plek gewerkt aan een zeer ambitieus ogend gebouw. Want als stad met een grote architectuur-opleiding moet je iets extra doen voor je representativiteit.

Overigens: in de Delftsblauwe kop en schotels (links op de foto) kun je zitten.

Bevroren Vrouwtjes

Onder een brug bij de Bijlmerflat Gooioord staan zes sculpturen in het water.

Als ik het goed zie zijn het vrouwelijke varianten op het Brusselse Manneken Pis. Maar ze slagen er in om staande als mannen te plassen. Is dat een kwestie van emancipatie of moet ik het genderneutraal zien?

Het leek dinsdagmorgen wel lente. Toch waren – als gevolg van de nachtvorst – twee dames met tegenwind bevroren. Maar daardoor waren ze wel meer fatsoenlijk aangekleed. Dus zette ik één van die dames schaamteloos op de foto.

Ze kon trouwens nog steeds plassen…