Bier!!!

De koffiedame komt langs in het verpleeghuis. Ze vraagt aan de dames en één heer wat ze willen drinken. Er komt geen antwoord.

Dan spreekt de koffiedame één van de dames aan. “Mevrouw de Vries, wat wilt u drinken?” Mevrouw de Vries denkt diep na, maar er komt geen antwoord.

Een nieuwe vraag: “Mevrouw de Vries, wilt u koffie of thee?” Nu komt er wél antwoord. Mevrouw de Vries wil thee. Haar buurvrouw zegt: “Dat is gewoon water met een kleurtje. Dat noemen ze hier thee.”

De buurvrouw raakt op dreef en weet nu wat ze wil drinken. “Ik wil ook wel water met een kleurtje.” De koffiedame zegt: “Thee dus?” “Ja” zegt de buurvrouw, “dat zég ik toch: water met een kleurtje!”

De volgende dame is aan de beurt. “Mevrouw Zwart, wat wilt u drinken?” Mevrouw Zwart: “Bier!!!” “Dat heb ik niet” zegt de koffiedame. “Ze hebben hier ook niks” zegt mevrouw Zwart. “Je smelt van de hitte, hebben ze geen bier. Wat is dit voor een huis? Ik ga wel ergens anders wonen!”

De koffiedame vraagt nu: “Wilt u koffie of thee?” “Ik wil bier!!!” herhaalt  mevrouw Zwart, “ik dacht dat ik duidelijk was geweest.” “U kunt ook een glas water krijgen” zegt de koffiemevrouw. “Ja” zegt de mevrouw, “maar dan wel met een kleurtje en wat schuim er op graag.”

Dat kan de koffiemevrouw niet leveren. Mevrouw zegt dat het hier allemaal waardeloos is. “Ik woon hier pas een week en ik ben het helemaal zat. Ik ga wel naar buiten en haal zelf een biertje.” 

“Dat kan niet” zegt mevrouw de Vries, “we zitten hier opgesloten.” “Maakt me niks uit” zegt mevrouw Zwart, “ik loop wel achter iemand aan, mij hou je niet tegen. Ik moet bier! Wat is dit voor huis, geen bier met dit hitte!”

Mevrouw zal een eind door de hitte moeten lopen, want beneden in het restaurant wordt ook geen bier geschonken. Het winkelcentrum is een kilometer verderop. Maar sommige mensen hebben heel wat over voor een biertje. Voorlopig staat mevrouw droog, want ze wil geen koffie, geen thee en geen water.
Advertenties

Botsende tachtigers

Meneer en mevrouw de Groot zijn rond de 80 jaar oud en 55 jaar getrouwd. Dat is een felicitatie waard. Maar de laatste jaren raakt hun relatie wat verstoord. Wat is er aan de hand?

Meneer de Groot is een sociale man die altijd erg op zijn vrijheid gesteld was. Ze moesten hem op zijn werk niet ‘vastpinnen’. Gelukkig kreeg hij veel vrijheid om zijn werk naar (deels) eigen inzichten uit te voeren. Daar functioneerde hij het beste mee. Er kwamen aanvaringen als een chef of collega hem uit ging leggen dat hij zich beter aan de regels moest houden.

Ook thuis was meneer de Groot een vrolijke flierefluiter. Af en toe was hij ‘zoek’. Dan had hij weer iets gezien of had hij iemand ontmoet en was hij helemaal de tijd vergeten.

Mevrouw de Groot hield meer van orde en regelmaat. Ze beschouwde het huis als haar domein. Ze vond het niet erg dat ze veel meer in huis deed dan haar man. Want als die zich met het huishouden ging bemoeien ging opeens alles anders en dan was ze de controle over het huishouden kwijt. Als hij ‘zijn eigen ding deed’ (zoals dat tegenwoordig wordt genoemd) wist ze zeker dat de zaken op haar manier geregeld werden.

Meneer en mevrouw de Groot hadden dus een bepaalde manier van omgang met elkaar gevonden waarbij ze beiden souverein waren in eigen kring, om er maar eens een term uit de filosofie bij te te halen.

De laatste tijd wordt dat allemaal wat ingewikkelder. Ze tobben beiden wat met hun gezondheid. Daarbij wordt mevrouw de Groot ook wat meer vergeetachtig. Dat hoort bij de leeftijd, maar het is wel lastig.

Mensen die de behoefte hebben om controle te houden over hun omgeving hebben de neiging om bij het ouder worden nog meer controle uit te willen oefenen. De marge waar binnen je overzicht kunt bewaren wordt namelijk kleiner omdat je werkgeheugen minder goed functioneert.

Omgekeerd heeft meneer de Groot de neiging om nog méér zijn eigen gang te gaan. Juist nu hij meer beperkt wordt in zijn mogelijkheden heeft hij de neiging om – als hij zijn eigen gang kan gaan – nog meer vrijheden tot zich te nemen.

Meneer de Groot is – bij wijze van spreken – straks de honderdjarige die uit het raam klimt en zal gaan verdwijnen. Dat doet hij nu thuis ook al. Hij verdwijnt door de achterdeur en stapt op zijn fiets. Mevrouw de Groot, die niets heeft gemerkt, zet een half uur later koffie en dan blijkt dat haar man zoek is. Daar maakt ze zich grote zorgen over, want haar man heeft gezondheidsproblemen. Wat gebeurt er als hij opeens van zijn fiets valt?

Het voorbeeld van het echtpaar de Groot laat zien dat je ook bij het ouder worden hard aan je relatie moet (blijven) werken. Als mensen ouder worden kunnen (aldus de ouderenpsychologen Noud Engelen en Bas van Alphen) de karakter-eigenschappen van mensen zich nog wat nadrukkelijker manifesteren. En als je inmiddels allebei thuis zit zit je elkaar daarbij mogelijk ook extra in de weg.

Goed om daar alvast aan te denken in Huize Henk 50. Tineke is (vooral) van de regels en Henk is meer van de vrijheid. Hoe zou dat er uit zien als ze beiden 80 zijn geworden?

Keuzevrijheid of dwang?

In de samenleving nemen de termen eigen regie en autonomie een belangrijke plaats in. Dat is een goede ontwikkeling. Maar er is ook een keerzijde.

In besprekingen en cursussen gebruik ik wel eens het voorbeeld van een peuter die mee wordt genomen naar Bart Smit ‘om een kadootje uit te zoeken’. Zo’n peuter raakt helemaal de weg kwijt in de winkel. Er valt zóveel te kiezen dat hij niet meer kan kiezen. Hij pakt een stuk speelgoed en ziet meteen een volgens stuk speelgoed dat nóg mooier is. Maar er is nóg iets mooiers. Hij weet niet wat hij moet kiezen.

Als je meer kunt kiezen dan je aankunt wordt keuzevrijheid dwang. En dwang betekent onvrijheid.

Een moeder (vader) met inzicht in het functioneren van peuters weet dat het zo niet werkt. Je moet voorsorteren. Je zegt bijvoorbeeld tegen de peuter: we gaan naar de Duplo. En bij de Duplo wordt nog een keer voorgesorteerd: bijvoorbeeld uit twee of drie doosjes.

Ik noem wel eens als vuistregel: "Het aantal keuzemogelijkheden moet ongeveer gelijk zijn aan de leeftijd in jaren". Dus een peuter van drie jaar laat je uit drie mogelijkheden kiezen.

Helemaal gaat die regel trouwens niet op, want als ik ’s morgens op het station moet kiezen uit 67 soorten koffie word ik ook gek van mijn eigen keuzevrijheid.

Maar daarmee ben ik ook toe aan een lesje ouder worden. Naarmate je ouder wordt neemt de capaciteit van je werkgeheugen aanzienlijk af. Alweer een vuistregel, die niet meer is dan een globale indicatie: “Een twintiger kan tot zeven dingen tegelijk, een 65 plusser kan maar twee dingen tegelijk.”

In de ouderenzorg is eigen regie een hot item. Maar als ouderen teveel kunnen kiezen worden ze ‘gek’ van die keuzemogelijkheden: dat kan hun werkgeheugen helemaal niet aan. Het gevolg is dat ze niet meer kunnen kiezen: ze blijven steken in het niet kunnen kiezen. Dat noemen we dan weer dwang.

Gisteren stond ik achter een oude mevrouw in de rij voor de koffie. Er werd gevraagd wat mevrouw wilde (ze moest kiezen uit vijf mogelijkheden). ze werd een beetje boos en ze zei: "Doe niet zo moeilijk, mens! Gewoon: KOFFIE!"

In de zorg voor oudere mensen met een verstandelijke beperking is dit ook een belangrijk thema. Daar zijn de signalen van het ouder worden vaak al tien tot twintig jaar vroeger in cognitief opzicht merkbaar. Als je daar als begeleider niet op inspeelt ben je bezig met overvraging.

Dus: niet alles invullen voor de ander, wel voorsorteren. Als iemand teveel kan kiezen leidt dat tot onvrijheid.

Geldbeheer en ouderen

Het is weer een ingewikkelde kwestie rond geldbeheer. Hoe zwaar weegt de mening van de betrokkene? Kan ze als wilsbekwaam worden gezien?

Mevrouw Stolker is 88 jaar. Ze woont in een eengezinswoning. Twee keer in de week komt er hulp aan huis. Inmiddels ziet mevrouw Stolker deze hulp –  mevrouw Mulder – als een vriendin. Mevrouw Mulder neemt mevrouw Stolker regelmatig mee met een uitstapje. Mevrouw Stolker tracteert dan en geeft haar wat extra voor de benzinekosten. Ook doet mevrouw Mulder bij slecht weer de boodschappen voor mevrouw Stolker.

Er is steeds minder contant geld in huis en mevrouw Mulder vraagt zich af of het geen goed idee zou zijn als zij ook een pinpas heeft. Dan hoeft mevrouw Mulder niet iedere keer naar de bank om geld te halen. Het is zo’n gedoe, iedere keer dat geld wisselen.

Ze gaan samen naar de bank en er komt een tweede bankpas, op naam van mevrouw Stolker, maar bedoeld voor de uitgaven die mevrouw Mulder doet voor mevrouw Stolker. De bank gaat er vanuit dat mevrouw Stolker wilsbewaam ‘ter zake’ is en dat ze de gevolgen van deze stap kan overzien.

We zijn inmiddels twee jaar verder. Er rijzen vragen of het financieel allemaal wel goed gaat. Komt mevrouw Mulder niet te vaak langs? is mevrouw Stolker niet té afhankelijk van haar geworden? In feite is mevrouw Mulder de brug voor mevrouw Stolker naar de buitenwereld. Maar wie moet dat in de gaten houden? Mevrouw Stolker heeft geen kinderen en haar vrienden zijn al op leeftijd.

Er bestaan richtlijnen rond misbruik van ouderen. De bekendste vorm is financieel misbruik. Iemand is afhankelijk geworden van anderen en die anderen gebruiken de afhankelijkheid voor eigen gewin. Het gaat bij dat misbruik om de afhankelijkheid en de kwetsbaarheid.

Dan wordt mevrouw Stolker vanwege een herseninfarct in het ziekenhuis opgenomen. Vervolgens komt ze op een revalidatie-afdeling terecht. Vanwege de kwetsbare positie van mevrouw Stolker wordt bewindvoering aangevraagd. De bewindvoerder doet onderzoek naar de financiële positie van mevrouw. Dan blijkt dat er van alles mis is. Er blijkt veel geld te zijn uitgegeven. Zo heeft mevrouw Stolker een dure computer aangeschaft. Wat moet ze met zo’n computer? Staat die nog in haar huis? Ook is er een paar duizend euro aan een cruise uitgegeven. Heeft mevrouw een cruise gemaakt? Maar het meest vreemde zijn nog een aantal kasopnames terwijl mevrouw in het ziekenhuis lag.

Hoe nu verder? Omdat ik zijdelings bij deze situatie betrokken raakte heb ik een gezondheidszorgjuriste om advies gevraagd. En dan blijkt hoe ingewikkeld het allemaal is. Want hoe zat het met al die uitgaven voordat er sprake was van bewindvoering? De vraag is: was mevrouw Stolker toen ook al wilsonbekwaam?

Bij navraag geeft mevrouw Stolker aan dat alle uitgaven met haar instemming zijn gedaan. En zij is toch vrij om zelf te bepalen aan wie ze geld geeft? Ja, dat is de ene kant van de wilsbekwaamheid. De andere kant is dat mevrouw zeer kwetsbaar was en ook afhankelijk van mevrouw Mulder. De situatie riekt daarmee toch naar financieel misbruik. Want: hoe vrij was mevrouw Stolker om nee te zeggen? Hier botsen twee invalshoeken: die van de eigen regie en die van de kwetsbaarheid.

Inmiddels was de pinpas die mevrouw Mulder in haar tasje had geblokkeerd. Het keerpunt ontstond toen mevrouw Stolker met mevrouw Mulder op stap ging en ze onderweg opnieuw – en buiten de bewindvoerder om – een bankpas aanvroegen. Daarmee liep mevrouw Mulder tegen de lamp.

Een paar dagen later werd er aangifte gedaan. De uitslag zal nog wel even op zich laten wachten.

Moeders sieraden

Een dag na de uitvaart

verdeelden we de sieraden.

De gitten, het goud,

de broches, oorbellen, colliers.

 

We wogen en tikten

om echt van nep te scheiden.

doorzochten dozen en etuis.

 

We wilden het eerst niet geloven

en keken elkaar aan.

Moeder bleek begraven

met haar dubbele snoer echte parels.

 

We hoorden haar bijna lachen.

 

Een gedicht van Petra van Rijn, Alkmaar

De volle wastafel

Opeens zit ik deze week weer volop in de ouderenzorg. Maar dat past ook wel bij mijn leeftijd...

Het ging trouwens op alle dagen over de combinatie van ouderenzorg en een goede mondzorg.

Mevrouw van Dijk

Neem nu mevrouw Van Dijk. Ze is op hoge leeftijd en ze is schizofreen. Ze heeft lang op straat gezworven, maar ze woont inmiddels in een aanleunwoning bij een verpleeghuis. Mevrouw heeft een ernstig verwaarloosd gebit. Ze geeft geen pijn aan.

Met zo’n levensverhaal zou je kunnen denken: mevrouw weet helemaal niet meer wat er aan de hand is. Dus wij bepalen gewoon wat er nodig is. Als er een kies getrokken moet worden wordt die kies gewoon getrokken. Mevrouw zegt niets. Maar één zinnetje komt er opeens uit: “Laat maar zitten!” Dat zinnetje wordt een paar keer herhaald. We interpreteren dat mevrouw duidelijk aangeeft dat ze niet wil dat de kies getrokken wordt. Maar een slechte mondzorg is riskant bij ouderen. Dus toch maar de kies trekken?

Nee, dat gaat zomaar niet. Er is een overleg gepland met de curator, de persoonlijk begeleider, de tandarts en met mij als orthopedagoog. We zijn tot een eensluidende conclusie gekomen: de kies gaat er (nu) niet uit.

Mevrouw Jansma

En dan mevrouw Jansma. Ze poetst haar tanden niet meer. Haar kiezen trouwens ook niet. Wat is er aan de hand?

“Ze zal wel dement zijn” was de reactie. Maar in de eerste plaats: de ene vorm van dementie is de andere niet. Bovendien zijn er allerlei andere medische redenen waarom mensen schijndementieel gedrag vertonen. Wat is er met mevrouw Jansma aan de hand?

Hieronder zie je een foto van de wastafel van mevrouw Jansma. Kan ze de tandenborstel nog wel vinden? Nee dus, ze bleek het overzicht kwijt te zijn.

Trouwens nog een tip: veel kleuren vervagen bij ouderen als gevolg van de ‘vergeling’ van de lens. Maar de kleur rood blijft naar verhouding lang herkenbaar. Misschien een rode tandenborstel?

Het zijn twee casussen die ik gisteren ook in heb gebracht bij een lezing voor de vereniging voor tandartsen en mondhygiënisten in de ouderenzorg (‘gerodontologie’). 

Digitale ouderen

Vorige week was ik bij een oude meneer op bezoek. Veel mensen vinden mij ook oud, maar deze meneer was nóg ouder. Twintig jaar ouder, zelfs. Hij had van zijn kinderen een Ipad gekregen. Maar hij begreep er niets van. Hij wilde ook die drukte niet meer aan zijn hoofd.

De meneer woont in een zorginstelling waar in 2010 met veel bombarie was ingevoerd dat ouderen zouden kunnen leren om met dit soort apparaten om te gaan. Het was een speciaal project geworden. En de instelling timmerde er mee aan de weg.

Ik vroeg me af waar dat project was gebleven. Kon men deze meneer niet helpen? Het bleek dat niemand meer wist van dit project. En nee, men was er ook niet mee bezig. De tijd en de prioriteit ontbraken.

Het project was destijds gestart door een enthousiaste ICT’er, samen met een stagiaire en een paar vrijwilligers. De ICT’er was vertrokken, de stagiaire was (hopelijk) afgestudeerd en waar de vrijwilligers waren gebleven is mij niet duidelijk. De ouderen die destijds leerden om met de Ipad om te gaan waren waarschijnlijk allemaal overleden of begrepen er inmiddels niets meer van.

Dat is een probleem dat zich vaak voordoet in de zorg en in het onderwijs. Er wordt een prachtig plan gelanceerd, maar het drijft op slechts enkele personen. De directie ziet in het plan een mooi stukje PR, maar faciliteert het verder niet. Het gevolg is dat er twee jaar later niets meer van het plan overgebleven is.

Het ontbreekt aan volgehouden aandacht…