Slaapbehoefte bij ouderen

De slaapbehoefte bij volwassenen is per persoon verschillend. ‘Gemiddeld’ slapen volwassen mensen 7 á 8 uur per nacht. Ook mensen die menen dat ‘ze de hele nacht geen oog dicht hebben gedaan’ blijken meestal in de praktijk toch een aantal uren te hebben geslapen.

Twee modellen: inslapen of doorslapen

Globaal genomen kun je het verloop van de slaapproblemen in twee ‘modellen’ indelen. Ze hebben mede te maken met temperament van mensen en met de wijze waarop prikkels verwerkt worden.

  1. Mensen die veel moeite hebben om in te slapen. Ze moeten eerst alle indrukken van de afgelopen dag verwerken. Dat herkennen de meeste mensen wel als ze ’s avonds op bezoek zijn geweest en veel gesprekken hebben gevoerd. Die mensen hebben dus een inslaapprobleem.
  2. Andere mensen hebben veel moeite hebben met doorslapen. Ze vallen snel in slaap (de lichamelijke vermoeidheid wint het van de geestelijke vermoeidheid), maar als ze de eerste slaapcyclus doorlopen hebben worden ze wakker uit de diepe slaap en kunnen vervolgens niet meer in slaap komen.

Ouderen en aantal uren slaap

Het beeld bestaat dat ouderen weer meer slaap nodig hebben. Dat is echter niet juist. Het slaappatroon van ouderen verandert. Ze slapen minder een hele nacht door en meer in korte stukken. Dat verklaart ook waarom een aanzienlijk deel van de ouderen een middagdutje doet.

Ouderen en slaapkwaliteit

De slaapkwaliteit van ouderen staat wél onder druk. Bij een gezonde slaap heb je een afwisseling van lichte slaap, diepe slaap en REM-slaap nodig (Rapid Eye Movements: de slaap waar je het meeste bij droomt). Ouderen slapen lichter en komen daarmee minder aan de diepe slaap toe. Om uitgerust wakker te kunnen worden en ‘de hersens gewassen te hebben’ moet je de afwisseling van de verschillende fasen ‘meemaken’.

Volgens sommige onderzoekers is bij vrouwen de overgang een forse ontregelaar in het slaappatroon. Je kunt maar beter man zijn.

Volgens een onderzoeksbureau heeft de helft van de ouderen een slaapstoornis. Als 70-plusser kan ik gelukkig melden dat ik (nog) bij de andere helft hoor.

Waarom slapen ouderen minder ‘gezond’?

Enkele factoren op een rijtje (er zijn er veel meer).

  1. Omdat ouderen lichter slapen zijn ze ook meer gevoelig voor omgevingsinvloeden, zoals geluiden van buiten, een snurkende partner of een te lichte slaapkamer.
  2. Daarnaast ‘komt de ouderdom met fysieke gebreken’. Als je vaak moet plassen, ben je vaak wakker. Maar het is ook omgekeerd: als je lichter slaapt ervaar je ook eerder een volle blaas.
  3. Een ander veel voorkomend probleem bij ouderen betreft de slaap-apneu. Het betekent dat je vele malen per nacht een zuurstoftekort hebt en daardoor uiteindelijk ’s morgens uitgeput wakker wordt. Je hebt het gevoel dat je van het in bed liggen alleen maar meer moe wordt.
  4. Ouderen hebben doorgaans een minder strak dag/nachtritme. Een goed dag/nachtritme met vaste tijden van het naar bed gaan en weer opstaan helpt bij een gezonde nachtrust.
  5. Ouderen bewegen vaak minder. Lichamelijke beweging stimuleert de nachtrust. Een ommetje ’s avonds werkt vaak beter dan een slaappil. Maar de meeste ouderen gaan ’s avonds eigenlijk liever de deur niet meer uit.
  6. Een vitamine-tekort (vitamine D, vitamine B 12, magnesium).
  7. Ouderen hebben vaker last van pijn. Als je lichter slaapt word je ook weer eerder wakker van de pijn.
  8. Tenslotte: de temperatuurregulatie. Heb je het te koud bij het in bed stappen, dan kom je moeilijk in slaap. Krijg je het daarna te warm, dan slaap je wéér niet goed en krijg je bijvoorbeeld eerder last van rusteloze benen. Maar in de loop van de nacht koel je ook weer af en kun je te vroeg wakker worden omdat je het te koud hebt. Het is dus ook nooit goed… Aan de Technische Universiteit in Delft is men bezig met innovatietechnieken die deze wisselende temperaturen kunnen reguleren (zie Somnox op You Tube).

Delier

Bij ouderen is een delier een veel voorkomend verschijnsel. Het is ook een heftige ervaring. Zo omschreef iemand die een delier mee had gemaakt dit als een 'heel erge nachtmerrie die dagen lang aanhoudt'.

Onderschatting

Toch wordt een delier lang niet altijd onderkend. Men vermoedt dat in een ziekenhuis 25% tot 50% van de delieren over het hoofd wordt gezien. Dat geldt met name voor de zogenaamde stille delieren. Dan kan iemand tijden lang apathisch zijn, passief, gedesoriënteerd, zonder dat er sprake is van gedragsproblemen. Zo iemand kan dan worden gezien als een ‘gemakkelijke patiënt’.

Heftige angsten

Een maatregel die nogal eens wordt genomen bij mensen die in een stadium van een acuut delier functioneren is een bedrek. Maar hoeveel helpt dat? Ooit zag ik de beelden van een man die een acuut delier meemaakte: hij zat vast in zijn dekbed, had zichzelf verstrikt in zijn pyjama en zag toch nog kans om over het bedrek heen te klimmen. In feite maakt zo’n bedrek de situatie nóg riskanter.

Vergiftiging

Bij een delier moet je altijd denken aan medische factoren. Er is sprake van intoxicatie. De meest voorkomende oorzaken zijn: onjuiste medicatie en infecties aan de urinewegen. Ik ben vanwege mijn werk betrokken bij een meneer waarbij we bij het ontstaan van verward gedrag bijna zeker weten dat er sprake is van een urineweginfectie. Dat komt bij hem vier tot vijf keer per jaar voor. Om het beeld scherp te krijgen en te houden hanteren we daarbij een observatieschaal om signalen voor een delier op te kunnen sporen.

Stil delier

Dat zogenaamde stille delier is veel lastiger te onderkennen. Zoals bij mevrouw De Groot. Ze woont al een halve eeuw in hetzelfde huis. Er komt geen thuisbegeleiding. Het valt haar dochter op dat moeder de afgelopen twee maanden vaak lusteloos is. Ze wil niet meer naar buiten, het hoeft voor haar allemaal niet meer. Ook maakt ze bij herhaling fouten bij het opruimen van de kleding, het opbergen van het bestek, het aanzetten van de televisie.

Moeder geeft aan dat ze geen zin heeft. Dochter vindt het wat verontrustend worden. Ze denkt dat haar moeder ‘iets onder de leden heeft’. De huisarts laat een bloedonderzoek doen, maar daar komt niets uit. Hij denkt ook aan een mogelijke depressie.

Uiteindelijk blijkt dat mevrouw De Groot een zich herhalende infectie aan de urinewegen heeft. Omdat ze daar geen last van heeft (het beeld is atypisch) heeft niemand daar aan gedacht. Na behandeling van de urineweginfectie knapt mevrouw binnen een paar dagen helemaal op. Als gevolg van de urineweginfectie trad een intoxicatie van de hersenen op, maar het beeld was zó sluipend geweest dat men de mogelijkheid van een delier over het hoofd had gezien.

Stokstaartjes

Mevrouw Bot ziet na een operatie allemaal stokstaartjes uit putdeksels tevoorschijn komen. ‘Wel alle putdeksels nog aan toe!’ zegt ze, ‘dat heb ik nog nooit gezien!’ Ze vraagt aan mij of ik ook stokstaartjes zie. Ik zeg: ‘Ik zie ze niet, maar ik heb niet zulke goede ogen als u…’ Daar moet mevrouw Bot weer om lachen. Net zoals om die stokstaartjes.

De arts stelde later een delier bij mevrouw Bot vast, maar zo'n delier is misschien nog wel grappig ook. Het moet alleen niet te lang duren. Waarschijnlijk zou mevrouw Bot 's nachts de slaap niet kunnen vatten. 

Contactangst bij ouderen

Er bestaan tal van soorten van angst. Eén van die vormen is de contact-angst. Dat is angst die ontstaat in het contact met andere mensen. Bij oudere mensen kan contact-angst een diagnostisch aspect hebben. Wat is er aan de hand?

Als een persoon altijd al wantrouwend was tegenover anderen is er niet zoveel aan de hand. Bijvoorbeeld bij iemand die geen vreemden over de vloer wilde hebben. Dan zeggen we: “Laat maar, dat hoort nu eenmaal bij haar.” Oftewel: het is karakteristiek voor de persoon.

Als iemand altijd de deur voor iedereen open had staan en nu mijdt die persoon veel mensen (‘ze houdt de deur dicht’), dan is dat een signaal dat er wél iets aan de hand is. Waarom is dat gedrag zo veranderd?

Een gezonde achterdocht hoort overigens bij het ouder worden. Als iemand vroeger ’s avonds iedereen bij de voordeur te woord stond is het op hoge leeftijd gezond om de deur niet zomaar meer open te doen en al helemaal om niet iedereen binnen te laten. Net zoals het ook passend kan zijn om twee keer voor het naar bed gaan de deuren te controleren.

Er bestaan vier soorten contact-angst:

De signaalangst. Dit is een gezonde vorm van angst. Als iemand tijdens het pinnen van geld te dicht bij je komt staan is het een gezonde angst dat je de code extra afschermt en meer alert bent.

Angst voor straf. Dit is een neurotische vorm van angst. Deze vorm van angst zit vaak al van jongs af aan in de persoon. Het is de angst of je het wel allemaal goed doet. ‘Wat zouden anderen er wel niet van denken?’ ‘Ze zijn toch niet boos op me?’ Deze ouderen vragen veel bevestiging of ze het allemaal wel goed doen. Het is alleen de vraag of het om schuld of om schaamte gaat. Vroeger was onze samenleving doordrenkt van schuldgevoelens, tegenwoordig gaat het vaker om schaamte.

Angst voor verlies van de ander (de borderline angst). Bijvoorbeeld de vrouw die niet wil dat haar man boodschappen gaat doen, want dan gaat hij er met een ander vandoor. De angst krijgt dus nogal eens paranoïde trekken. Deze angst voor verlies van de ander gaat vaak samen met het mijden van andere mensen. Dus de één moet in de buurt blijven, de ander moet uit de buurt blijven. Dat is een variant op het onderwerp ‘splitting’ : het zwart-wit denken over mensen.

De psychotische angst.  Als iemand er niet in slaagt om te scheiden wat realiteit is en wat fantasie, als het ik niet meer wordt onderscheiden van de omgeving, kan psychotische angst een rol gaan spelen. Voor mensen die psychotisch zijn is nabijheid van anderen vaak erg bedreigend.

In diepere zin betekent dit dat je eigenlijk niet meer weet wie je bent. Je bent jezelf kwijt. Het is alsof je persoon zomaar uit elkaar kan vallen: je bent de weg in je eigen bestaan kwijt. Deze angst komt nogal eens voor bij latere fasen van Syndroom van Alzheimer (en tijdelijk in een situatie van een delier). 

De genoemde angsten vragen veel van de omgeving en van de begeleiding. De moeder die steeds maar denkt dat ze het verkeerd doet en bevestiging zoekt, de echtgenote die niet toestaat dat haar man de deur uit gaat, de vrouw in het verpleeghuis die de begeleidster die naast haar komt zitten gaat bijten en slaan. Ze zijn niet boos, maar ze zijn wél bang. En zie daar maar eens goed mee om te gaan...

Een dagje ouder (7)

Vijf tips voor de omgang met oudere mensen

1. De eerste sleutel voor goede ouderenzorg is: vertraag je tempo. Langzaam praten, langzaam handelen. 95% van onze handelingen gaan te snel, 95% van ons spreken gaat te snel. Stel een vraag, wachten, tel tot tien.

2. Het tweede is: één ding tegelijk. Als je Truus helpt met aankleden moet je niet ondertussen ook de telefoon aannemen. Als je iets laat zien, moet je soms ondertussen niet praten, maar alleen maar laten zien. Daarna zeg je wat je verwacht.

3. Stel niet het doel, maar de activiteit centraal. Je kunt ’s morgens op de fiets naar je werk stappen en dan denken: “Ik moet zo snel mogelijk op mijn werk zijn.” Dan zie je onderweg weinig leuke dingen, alleen vervelende scholieren, een overweg die dicht zit en verkeerslichten die op rood staan. Of je ziet het fietsen als activiteit. Dan kom je bijna net zo snel op je werk, maar je ziet onderweg veel meer leuke dingen.

Moet Thea in bad om een aantal bacteriën van haar lijf te spoelen? Of is het baden een activiteit? Precies zoals bij de baby die je in bad doet. Dat is een spel, een bezigheid, een activiteit en vooral een contactmoment.
Moet John nu ’s morgens twee boterhammen en een glas melk omdat hij anders teveel afvalt? Of is het ontbijt zelf de bezigheid…?
Maar dat is toch helemaal niet bijzonder? Nee, dat is het niet. En ik zie dat op de woningen ook zo gebeuren. Maar het is niet voor niets dat Ter Horst zijn boekje noemde ‘Herstel van het gewone leven’. Op instellingen zijn we heel snel geneigd om bijzonder te denken terwijl het om de gewone dingen gaat.

4. Stel iedere dag je programma in op wat de cliënt op die dag aan kan. Ouderen raken veel sneller dan jongeren door de bodem van hun kunnen. Došen noemt dat cognitieve desintegratie. Als Johan zich op maandagmorgen zelf kan aankleden wil dat helemaal niet zeggen dat hij dat dinsdagmorgen óók zelf kan. Een uur verstoorde nachtrust kan de volgende ochtend al leiden tot ernstig verstoorde vaardigheden.

5. Nú beginnen. Dat levensboek, dat moet je niet gaat maken als Alfred 60 is, daar werk je al aan nu hij 25 is. Die herkenbare deur voor Tom, met de poster van AZ, die moet er niet pas zijn als hij de weg kwijt raakt, die is er al als hij nog helemaal helder is en als er geen haar op je hoofd is die bij hem denkt aan mogelijke achteruitgang. Precies zoals je ook premie voor je pensioen betaalt als je 25 bent, zo moet je ook rond de zorg voor ouderen al investeren als onze cliënten 25 zijn…

Een dagje ouder (6)

Oud zijn, of je oud voelen, is dus in zekere zin een relatief begrip.  Je kunt je ook opeens oud gaan voelen als er iets is bebeurd waardoor hoofd en handel niet meer optimaal willen funtioneren. 

Op woensdagmorgen wordt er vaak gesjoeld op een locatie voor ouderen. Wat vind ik daar nu zo leuk aan, aan dat sjoelen? Dat bijna iedereen tevreden is met de uitslag. Het maakt niet uit of je 12 punten haalt of 64. Iedereen heeft het goed gedaan! Dat is wat wordt benadrukt. Iedereen op zijne wijs. Volgens mij is dat één van de kenmerken van een beleid dat ouderen-vriendelijk is.

Wanneer gaat dat mis? Bijvoorbeeld als je op het tempo in gaat zetten. De bus komt om half negen, dus moet je dan kant-en-klaar en eventueel met stropdas klaar staan. Eén van de zaken die niet ontkend kunnen worden bij het ouder worden is dat dingen meer tijd kosten. Hoe meer je dan op tempo zit, des te ouder voelt iemand zich.

Trouwens, dat tempo is ook één van de belangrijkste oorzaken van ouderenmishandeling. Op de Duitse journaals verscheen in tien jaar geleden als eerste nieuws-item een vrouw die onder de blauwe plekken zat. Het was een dementerende vrouw in een verzorgingshuis.

Haar zoon had een verborgen camera opgehangen. De mevrouw had grote moeite met het begrijpen van wat er aan de hand was. Ze zag iets, hoorde iets, dat alles door elkaar heen, maar ze begreep er niets van. Het ging allemaal erg langzaam.

Daar konden enkele van haar begeleiders niet tegen, ze zagen het als tegenwerking. Het effect was: fors duw en trekwerk, knijpen en zelfs slaan. Want de mevrouw moest wel op tijd naar de dagbesteding… Bij vertragend gedrag kom je dus ook jezelf tegen als begeleider...

Een dagje ouder (5)

Om dat ouder worden in kaart te brengen stel ik voor om het noodlot toch maar wat buiten de deur te houden. Eén van die noodlottige gedachten is dat iemand met downsydroom die even in de war is dus Alzheimer moet hebben. 

Je moet er wél rekening mee houden dat Alzheimer een risicofactor is. Maar: er daar ligt de crux: er zijn veel andere redenen waarom iemand even in de war is. Veel oudere mensen zijn soms even de weg kwijt in hun hoofd. Wanneer gebeurt dat? Als het hoofd te vol is. En naarmate je ouder wordt kun je minder dingen tegelijk en dus raakt het hoofd eerder vol. Dat hoort gewoon bij de normale veroudering.

Nee, dementie kun je niet tegenhouden. Er zijn geen medicijnen en geen behandelingen tegen dementie. Wat we wél weten is dat fysiek en mentaal bezig zijn in een aantal gevallen het tempo van het dementiele proces vertraagt.

Een ander aspect is dat we veel meer oog zullen moeten hebben voor beschermende factoren. Wat maakt dat iemand die in jaren oud is toch nog vitaal oogt en een behoorlijke kwaliteit van bestaan kan hebben? En als dat in de gewone samenleving zo is, kan dat dan ook zo zijn bij mensen met een verstandelijke beperking.

Het verhaal van Kika

Ze noemden hem Kika. Dat waren de klanken die hij kon zeggen toen hij op 4-jarige leeftijd op de instelling werd gebracht. Niemand kon achyeraf achterhalen waar hij vandaan kwam en wie zijn ouders waren.

Inmiddels woonde Kika 96 jaar op de instelling. Hij was 100 jaar geworden. De burgemeester kwam langs om hem te feliciteren, samen met de directeur van de instelling.

Zelf vond hij die verjaardag helemaal niet belangrijk. Hij kon trouwens ook niet tot 100 tellen. Eigenlijk was zijn verjaardag zelfs storend. Zijn routine werd namelijk doorbroken. Iedere dag liep hij namelijk naar het station om naar de treinen te kijken. Nu miste hij er een paar door dat bezoek.

Wat hield Kika zo opmerkelijk jong? Hij at hetzelfde als zijn buurman die op 45-jarige leeftijd dement werd. Dat kan het dus niet geweest zijn. Waren zijn hersenen niet aan slijtage onderhevig? Was dat omdat hij consequent weigerde om pillen in te nemen? Waren dat zijn rituelen? Hij liet in ieder geval zien dat iemand met een verstandelijke beperking niet snel oud hoeft te worden.

Volgens mij bleef Kika ook jong omdat hij een doel had in zijn leven. Fysiek bezig zijn. Bezigheden volgens een vast patroon. Geen extra stress. Een wel elke dag treinen kijken…

Een dagje ouder (4)

Als ik naar de literatuur kijk over het ouder worden, dan valt me nog iets op. Er is veel literatuur beschikbaar over medische problemen bij het ouder worden. Er zijn ook boeken verschenen over psychiatrische problematiek rond het ouder worden. 

Maar er is naar verhouding weinig informatie over het normale proces van het ouder worden. En dat terwijl allerlei boeken stellen dat iedereen die met ouderen werkt eerst veel kennis moet hebben van het normale proces van het ouder worden…

Even een overstap naar de sector van de verstandelijk gehandicapten. Binnen de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking zal er veel meer geinvesteerd moeten worden in kennis rond het normale proces van het ouder worden. Dat is des te belangrijker omdat bij mensen met een verstandelijke beperking de kenmerken van het ouder worden aanzienlijk vroeger optreden dan bij andere mensen. Gemiddeld zijn mensen met een verstandelijke beperking tien jaar tot twintig jaar vroeger ‘functioneel oud’ dan andere mensen. Dus iemand van 50 jaar kan zich voelen als iemand van 70 jaar. Dat geldt met name bij Downsyndroom.

En tegelijk: wat is nu eigenlijk oud? Is dat als je de 100 meter niet meer binnen 13 seconden kunt lopen? Is dat als je af en toe de weg kwijt raakt? Is dat als je een leesbril of een gehoorapparaat nodig hebt. is dat als je geen namen meer kunt onthouden?

Ondanks alle hobbels bij de definiëring van veroudering is meer kennis rond het proces van het ouder worden noodzakelijk. Op de grote instellingen, maar ook binnen kleinschalige voorzieningen in de gehandicaptenzorg wonen bijna geen kinderen meer. Die kinderen van toen zijn de ouderen van nu. 

Dat vraagt om andere en levensloopbestendige woonvormen, een andere begeleidingsstijl en vooral andere vormen van dagbesteding.

Een dagje ouder (3)

Rond het oud worden spelen allerlei doemscenario's. Zo wordt ouder worden en Alzheimer (slechts één van de ruim 50 vormen van dementie) vaak in één adem genoemd. Alsof het een onvermijdelijk noodlot is dat ouderen ook aan Alzheimer gaan lijden. Er zou sprake zijn van een Alzheimer-epidemie. 

Momenteel heeft 10% van de mensen boven de 65 jaar kenmerken van dementie. Maar dat wil ook zeggen dat er bij 90% van de mensen boven de 65 jaar géén duidelijke kenmerken zijn van dementering. Iets vergeten, geen namen kunnen onthouden: het is karakteristiek voor veel ouderen, maar het is niet hetzelfde als dementie.

Inmiddels ontstaan er twijfels of de beruchte Alzheimer-epidemie werkelijk door zet. En het is ook al de vraag of bij het ouder worden veel hersencellen afsterven. Ze worden misschien wel minder effectief, de informatieverwerking loopt trager. Maar dat afsterven, dat weet men niet meer zo zeker.

Zo'n tien jaar geleden overleed in Groningen mevrouw Hendrikje van Andel. Als baby was ze bijzonder kwetsbaar, ze woog 1600 gram. Als kind ging ze vanwege diezelfde kwetsbaarheid nooit naar school. Op haar 83e jaar had ze besloten dat haar lichaam voor onderzoek aan de medische wetenschap zou worden nagelaten. Tot haar 105e jaar woonde ze geheel zelfstandig. Daarna kon dat niet meer omdat de ogen niet meer wilden. Door dagelijks naar de radio te luisteren hield ze toch alles bij, in haar geheugen! Toen ze 111 jaar oud was belde ze op eigen initiatief het UMCG (Academisch ziekenhuis van Groningen) op 'of ze nog wel wat aan dat oude mens hadden'. Maar haar hersenen deden het toen nog prima. Ze presteerde beter dan de gemiddeld 70-jarige. Ze overleed op 115 jarige leeftijd. Na haar dood bleek dat haar hersenweefsel nog opmerkelijk intact was. Ze overleed aan een niet opgemerkte maagtumor.

Iedereen wordt ouder. Maar statistisch gezien is het enige onomstotelijke verband dat tussen het aantal keren dat je jarig bent geweest en je leeftijd. Hoe vaker je jarig bent geweest, des te ouder ben je.

En verder is het voor een belangrijk deel: je bent zo oud als je je voelt. Of is het: je bent zo jong als je je voelt? Met natuurlijk wel het gegeven dat je kwetsbaarheid op hoge leeftijd groter wordt.

Volgens psychiater Johan Cullberg is het grote probleem in de omgang met ouderen dat het oud-worden teveel gemedicaliseerd wordt. Dat geldt met name het gevoelsleven. “Het medicaliseren van het gevoelsleven van oudere mensen is typerend voor de huidige westerse gezondheidszorg en vormt een bewijs van de gebrekkige kennis over de ouderdom in onze samenleving.”

Een dagje ouder (2)

Maar wat is oud? Eén van de best verkochte boeken over het ouder worden is Het Seniorenbrein door André Aleman. In dat boek staat een aantal verontrustende grafieken.

Vanaf je 20e daalt je geheugencapaciteit. Goed, er zijn wel tientallen verschillende soorten van geheugen en de één blijft langer in stand dan de ander. Je moet dus niet zeggen dat je geheugen achteruit gaat, er gaan stukken van je geheugen achteruit.

Als je niet op een naam kunt komen of als je niet meer weet waar je sleutels liggen, dan hoeft dat niet verontrustend te zijn. Tenminste, als andere onderdelen het nog wél doen. Je kunt niet op de naam van een nevrouw in de kerk komen, maar je weet nog wel dat ze vorige week koffie heeft gezet en dat ze mooie bloemstukken maakt…

Nog verontrustender is de achteruitgang van onze denksnelheid. Zowel qua geheugen als qua denksnelheid zit ik op mijn 71e duidelijk onder de norm van de gemiddelde Nederlander. Ik heb dus even wat meer tijd nodig voordat ik iets begrijp. Dat was altijd al zo, maar nu nog meer.

De keuringsarts tijdens mijn dienstkeuring:  "Wat u doet in het dagelijks leven, meneer Henk 50, weet ik niet, maar veel bijzonders zal het wel niet zijn."

Daar komt nog iets anders bij, en dat is wat ik de taalverwerkingssnelheid noem. Er wordt nogal eens gedacht dat ouderen iets niet verstaan omdat ze doof beginnen te worden. Maar heel veel ouderen verstaan de taal van jongeren niet omdat jongeren én sneller praten (in SMS-taal) én omdat ouderen taal minder snel omzetten in betekenis. Van wie is dan het probleem: van de ouderen of van de jongeren?

Maar begint die veroudering niet nog wat eerder? Hoe kan het dat ik een potje Memory altijd verlies van mijn driejarige kleindochter Droffel? Ik heb twee combinaties bij toeval goed en zij heeft 28 combinaties goed. Ik ben dus gewoon oud. Nee, toen ik 18 was verloor ik in dezelfde verhouding van mijn driejarige schoonzusje. Ergens is er dus al iets in mijn cognitieve capaciteit voor mijn 18e in de problemen geraakt…

Gaat alles dan noodgedwongen allemaal achteruit als je ouder wordt? Nee, want volgens Aleman gaat er ook van alles vooruit. In ieder geval je woordenschat. Wie oud is kan veel verhalen vertellen en ook nog eens op heel verschillende manieren…

Maar ook de emotionele stabiliteit is op je 60e vaak groter dan bij jonge mensen. Wel word je meer emotioneel, maar je kunt ook doorgaans meer 'hebben'. En omdat het emotionele functioneren de basis vormt voor alles wat je in je leven doet is het leven op je zestigste dan dus zo gek nog niet...

Een dagje ouder (1)

Vanavond moet ik weer een verhaal houden over het ouder worden. Waarom ik daarvoor word gevraagd weet ik niet. Mogelijk omdat ik als 70-plusser ervaringsdeskundige ben…

Mijn interesse in de zorg voor ouderen ontstond in mijn eerste baan, toen ik betrokken was bij een woning met 20 geharnaste 65-plussers die jarenlang in de psychiatrie woonden. Op mijn volgende baan kreeg ik een locatie met 36 oudere mensen met een verstandelijke beperking.

Ook in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking komen we steeds meer ouderen tegen. Naar mijn mening is de hulpverlening daar nog niet goed op ingesteld. Tegelijkertijd is oud worden een zeer relatief begrip.

“De ouderdom houdt een onvermijdelijke reeks van beproevingen in”. Aldus Johan Cullberg in het handboek Moderne Psychiatrie. Oud worden, dat moet je niet willen. Je bent jong en je wilt wat.

Om jong te blijven moet je heel wat doen. Destijds hingen er levensgrote posters van Monique Smit op de stations zie. Ik dacht toen: “Leuk geprobeerd, maar het lukt je niet. Wat een weggepoetste rimpels!” Ook Monique Smit begon al oud te worden.

Van Hulst

Wat was de overkomst tussen Monique Smit en Prof. dr. Jan Willem van Hulst? Ze waren beiden bezig met elke dag een beetje ouder worden.

Op zijn 102 e jaar verscheen mijn vroegere hoogleraar theoretische pedagogiek op de televisie. Hem werd een oordeel gevraagd over een vrouw die in 1946 in de deur van zijn woning een Haarlemse industrieel doodschoot. Volgens de vrouw was deze man collaborateur geweest. In een glashelder betoog legde Van Hulst uit waarom deze daad een blamage voor het verzet was.
Van Hulst was zelf intensief betrokken geweest bij het verzet. Als directeur van de Hervormde Kweekschool in Amsterdam had hij honderden kinderen uit de handen van de Duitsers weten te redden. Als één van de weinige Nederlanders kreeg hij daarvoor de Yad Vashem-prijs in Israël.

Wat was er voor mij zo bijzonder aan deze TV-uitzending? Het was alsof ik mijn colleges van een halve eeuw geleden geleden terug hoorde. Dezelfde karakteristieke betoogtrant, dezelfde stem. Maar diezelfde Prof. van Hulst was dus inmiddels 102 jaar oud. Hij woonde zelfstandig in Amsterdam. Alleen de rollator liet zien dat het lopen wat minder is geworden. Dagelijks speelde hij een potje schaak op hoog niveau. Hij beweerde zelfs dat hij wereldkampioen Max Euwe nog kon verslaan. Het filmpje kun je vinden op You Tube (zie: https://www.youtube.com/watch?v=MbkFZXii9VM).

Hoe komt het dat Van Hulst zo jong is gebleven? Cullberg noemt drie aspecten die volgens mij bij hem een grote rol spelen:

a) Een goed functionerend netwerk. Van Hulst heeft veel vrienden, veel contacten en volgens eigen zeggen lieve vriendinnen die hem graag even mee op stap nemen.
b) Werk/ bezigheden hebben. Dagelijks leest Van Hulst de krant. Dagelijks studeert hij op historische en pedagogische artikelen. Dagelijks speelt hij een potje schaak. En hij bezoekt als nestor de schaakclub.
c) Zin en samenhang in het leven kunnen zien. Om gezond oud te kunnen worden moet je nieuwsgierig blijven. Van Hulst ziet voor zichzelf wel degelijk een zin in het leven. Hij heeft er nog steeds zin in.

Professor J.W. van Hulst overleed op 22 maart 2018 op 107-jarige leeftijd in zijn woonplaats Amsterdam.