Charles Bonnet Syndroom

Laten we het eens over het CBS hebben. Deze keer heeft het blog niets met statistiek te maken, maar wél met een oogafwijking. 

Blinde man ziet andere mensen

In een bespreking ging het over een man die steeds een ander persoon in de kamer ‘zag’. De man heeft een visuele beperking en heeft als gevolg van zijn ouder worden in fysiek opzicht beperkte mogelijkheden. Wat was er met deze man aan de hand?

Ik dacht terug aan een andere situatie. Een tijdje geleden was ik op bezoek bij een meneer van rond de 90 jaar oud die vertelde dat hij steeds mensen zag lopen.

In principe kan dat natuurlijk, maar deze meneer was geleidelijk helemaal blind geworden. De enige manier waarop hij mij herkende was mijn stem. En toch meende hij steeds mensen te zien.

Ik heb geprobeerd aan hem uit te leggen wat er aan de hand was. Dat was ook nog niet altijd zo eenvoudig. Hij herkende mij wel aan mijn stem, maar zijn gehoor is toch ook behoorlijk achteruit gegaan.

Ik vertelde hem dat hij in zijn werk (hij was kapitein van een zeesleper geweest) altijd ontzettend goed moest kijken. Alle spieren van zijn ogen stonden bij wijze van spreken altijd op scherp. Vermoedelijk was hij al visueel ingesteld. maar deze situatie heeft gemaakt dat hij nóg meer visueel is gaan waarnemen.

En dan word je blind. Wat gebeurt er dan? We weten dat mensen hun ondergevoelige zintuigen proberen te stimuleren (bij blinden worden dat wel blindismen genoemd, bijvoorbeeld: het hard wrijven in de ogen). Omdat deze meneer zijn (voor hem belangrijkste) zintuig ‘kwijt was geraakt’ vertaalde zich dat ik (toch) weer het zien van mensen.

Overleden moeder naast het bed

Ik moest ook denken aan een verstandelijk gehandicapte en inmiddels slechtziende man die iedere avond zijn moeder naast zijn bed zag staan. De begeleiding dacht bij hem aan dementie. Maar verder vertoonde hij geen enkel kenmerk van dementie. Daarop baseerde ik mijn veronderstelling dat deze meneer mogelijk visuele prikkelingen ervoer als compensatie voor het missen van het zien van zijn moeder.

Als ik 24 uur in een donkere en geluiddichte kamer word opgesloten ga ik dingen zien en horen die er niet zijn. Dat komt omdat mijn zintuigen geactiveerd willen worden. Er is een voortdurende prikkeling nodig om goed te blijven functioneren.

In dat verband kun je dit verschijnsel ook verklaren. Want het zien van dingen die er niet zijn komt voor bij mensen die slechter zijn gaan zien. Ze zien minder, maar hun hersenen prikkelen de ogen om tóch dingen te gaan zien. Opmerkelijk is wel dat de beelden zich o.a. voordoen als ouderen TV-kijken. Wat in het beeld zichtbaar is treedt dus naar buiten. Ook geen onbekend verschijnsel bij o.a. kinderen in ontwikkeling, al heeft het daar een andere verklaring.

Verstoringen in het netvlies

Wat ouderen zien zijn overigens ook vaak verstorende beelden over het netvlies, bijvoorbeeld een streep door het beeld van de kamer. Het verschijnsel wordt het Charles-Bonnetsyndroom genoemd. In verpleeghuizen is mogelijk 30% van de bewoners slechtziend (lang niet altijd opgemerkt). Men verwacht dat het zien van dingen die er niet zijn vaker voorkomt dan totnutoe gedacht werd.

Om onderscheid te maken tussen dementie en deze waarneming moet je weten in hoeverre iemand er besef van heeft dat zijn waarneming niet klopt. Een dementerende oudere kan heel boos worden als je zegt dat er geen postbode over het dak van de buren loopt. Voor iemand met visuele hallucinaties op basis van onderprikkeling is het juist heel duidelijk dat het niet kan. Ze zijn vaak opgelucht als je verklaart waarom iemand iets ziet wat er niet is.

Deze verschijnselen staan beschreven in het boek ‘Neuroplasticiteit’ (door Dr. J. VanderMeulen, dr. M. Derix en Prof. dr. C. Lafosse; Boom, 2008, Euro 31,50).

Mouches Volantes

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, heb jij wel eens last van Mouches Volantes?" Dat zal ik jullie zeggen: ik wist niet wat mouches voulantes waren. Dus had ik er ook geen last van. 

Sinds dinsdagavond had ik er opeens wel last van. Niet van mouches volantes, want ik wist niet wat dat waren. Maar er zat opeens een bewegend vliegje voor mijn oog. Eerst dacht ik dat mijn bril vies was, maar het vlekje verwijderen hielp niet. Wat ik ook deed, het vliegje bleef maar vliegen. Het vliegje doodmeppen hielp ook niet.

Ik dacht dat ik me te zeer had ingespannen en dat het misschien een aanloop was van migraine (daar had ik vroeger nogal eens last van). Of van epilepsie, daar had ik in de puberteit last van. In beide gevallen zag ik dingen die er niet waren, terwijl ik niet psychotisch was.

Thuis had ik nog een zware Duitse pil liggen die mijn kwaliteit van leven waarschijnlijk zou verbeteren. Maximaal één per dag, anders waren de gevolgen niet te overzien. Ik nam die pil en stapte in het echtelijke bed waar Tineke inmiddels al zwaar lag te ronken.

Nu wil ik het niet over mijn gezondheid hebben, daar worden al blogs mee vol geschreven. Dus eigenlijk moet het verhaal hier stoppen.

De volgende ochtend maakte ik het ontbijt klaar en ziedaar: daar waren die vliegjes weer. Maar dat kwam omdat er op het aanrecht een antieke banaan lag. Die trok fruitvliegjes aan.

Maar mijn gezichtsveld bleek ook last te hebben van nog steeds die vervelende vliegjes. En nu gaat het toch weer verder met mijn gezondheid. Ik heb wel eens begrepen dat je bij plotselinge problemen in het gezichtsveld direct de dokter moet bellen. Helaas wandelt onze dokter momenteel naar Santiago di Compostella om daarna niet terug te keren in Delft. Hij hangt na vijf jaar zijn BIG-registratie aan de wilgen. Niet vanwege het werk, maar vanwege de onzinnige regels in de zorg.

Gelukkig is er ook nog een digitale thuisdokter. Die vertelde mij dat het om mouches volantes ging. Althans, zou kunnen gaan. In de gezondheidszorg is bijna niets voor 100% zeker.

  • U ziet zwarte, zwevende vlekjes.
  • Ze kunnen lijken op pluisjes, puntjes of draadjes.
  • Ze zitten niet op 1 plek, maar ze bewegen mee met waar u naar kijkt.
  • U kunt de vlekjes met 1 oog zien of met beide ogen.
  • Soms geven de vlekjes een beetje licht.
  • De meeste mensen hebben binnen een paar weken minder last van de vlekjes.
  • Na een tijd kunnen ze weer terugkomen.

En u het vervolg: kunnen mouches volantes kwaad? Mouches volantes kunnen meestal geen kwaad. Als u ouder wordt, kunnen er een soort klontjes in het glasvocht ontstaan. Die klontjes ziet u als zwevende, zwarte vlekjes. Het glasvocht kan verder veranderen door het ouder worden. Het wordt dan minder soepel en steeds wateriger. Hierdoor kan het glasvocht krimpen en loslaten van het netvlies. Dit heet glasvochtloslating. Vaak kan dit ook geen kwaad. U kunt lichtflitsen zien. Dit komt doordat het glasvocht trekt aan het netvlies.

Kortom: er moet nog heel wat gebeuren voordat ik naar de dokter ga... En naar welke dokter, dat ik ook nog de vraag. 

Achterdocht bij ouderen (3)

Achterdocht kan ook een neurologische oorzaak hebben. Een kleine oneffenheid in het neurologisch functioneren kan grote gevolgen hebben voor de emoties. Soms rechtstreeks, maar ook indirect: je hebt de wereld minder onder controle en dat roept angsten op.

Achterdocht als gevolg van kleine vaataccidenten in de hersenen
Soms treden zeer kortdurende acute periodes van extreme achterdocht op waarbij een oudere de indruk maakt zeer vermoeid en ziek te zijn. Het kan dan gaan om de zogenaamde ‘stille beroertes’. Een kortdurend cerebraal probleem leidt tot een acuut gevoel van zich lichamelijk beroerd voelen tot en met plotselinge achterdocht (ook als gevolg van dingen zien die er niet zijn). De huisarts kan later vaak geen restverschijnselen meer vinden, behalve dat de persoon in kwestie nog altijd mensen in zijn omgeving niet vertrouwt.

Meneer Dusseljee kwam op een ochtend maar met grote moeite uit bed. Hij voelde zich misselijk. Toen hij eenmaal op de bank zat was zijn vrouw aan het bellen in de keuken. Opeens wist hij het: hij was teveel in huis en zijn vrouw belde voor een plek in het verpleeghuis. Toen mevrouw Dusseljee terug was in de kamer schold hij haar de huid vol. “Zo ga je niet met elkaar om als je 55 jaar getrouwd bent!”

Achterdocht als gevolg van een kwaadaardig gezwel
Iets wat gelukkig maar zelden voorkomt is verandering van gedrag en emoties als gevolg van een tumor in het hoofd, maar ook in de lever. Soms gaat dit gepaard met vrij acute depressieve gevoelens.

Achterdocht als gevolg van dementie
Een bekend verschijnsel is bij de tweede fase van dementie is dat mensen achterdochtig worden als gevolg van het verlies aan overzicht over de omgeving. Vooral degene die het meest nabij staat heeft het dan soms zwaar te verduren. Als de portemonnee zoek is heeft je vrouw dat natuurlijk gedaan, wie anders?

Onbegrepen gedrag of overprikkeling?

Voor mensen met een hersenaandoening of hersenbeschadiging (bijvoorbeeld dementie) is overprikkeling lastiger te voorkomen. Zij krijgen vaker meer prikkels binnen dan zij willen en hebben meer moeite om te filteren. Dit kan ervoor zorgen dat zij gefrustreerd raken, weg willen van de prikkels. Daarmee vermindert ook de tolerantie voor andere mensen.

De altijd zo vriendelijke meneer Bos valt voortdurend uit naar zijn vrouw en naar de visite. Het blijkt dat dit vooral 's middags en 's avonds gebeurt. Hoewel een middagdutje bij ouderen vaak wordt afgeraden blijkt het bij meneer Bos te helpen. Hij is even een uurtje alleen in een donkere kamer en kan daarna weer meer aan. de prikkel weg te halen.

Achterdocht bij ouderen (2)

De meest voor de hand liggende oorzaak van achterdocht is die van de zintuiglijke gebreken. Hoe je het ook wendt of keert: de kans op zintuiglijke gebreken wordt groter naarmate je ouder wordt.

Zo heb ik sinds twee jaar een gehoorapparaat in de kast liggen. Dat kwam omdat de dokter en Tineke constateerden dat mijn gehoor achteruit was gegaan. Ik vind overigens nog steeds van niet. De mensen spreken onduidelijker.

Het gehoor dat achteruit gaat is een bekende boosdoener bij het invliegen van achterdocht in iemands leven. Er wordt tijdens een verjaardag gelachen en Ome Piet denkt dat hij uitgelachen wordt. In de koffiekamer is een gesprek gaande en Tante Mien kan het allemaal niet verstaan. Ze denkt dat er over haar geroddeld wordt. Dat verschijnsel wordt wel eens samen gevat als ‘betrekkingsidee’.

Van één van mijn opleiders is de psychopathologie, dokter Jaap Veldkamp, heb ik begrepen dat een betrekkingsidee altijd een aanvullende, positieve betekenis heeft. Het is lastig, het kan pathologisch zijn, maar het laat ook zien waar iemand behoefte aan heeft. Bij wijze van spreken: ‘ik wil gezien, ik wil gehoord worden.’

Achterdocht als gevolg van eenzaamheid
Voor ouderen wordt de wereld kleiner en de contacten worden minder. Deels is dat een sociologisch probleem: op Urk, in Volendam en in Spakenburg ervaren ouderen dat minder. En er zijn nog altijd plaatsen met drie huizen op een rij op het erf: drie generaties wonen bij elkaar.

Daar komen de zintuiglijke problemen bij: minder zien en minder horen. Het contact wordt dus ook lastiger.

De afgelopen week was ik op bezoek bij twee 90-plussers (beiden mannen). Beiden benoemden dat het zo stil is. "Je ziet niemand meer." Beiden waren in het verleden gewend om veel mensen te ontmoeten. Ze zijn fysiek broos en lopen achter de rollator. Ze hebben een bewuste keuze gemaakt voor het blijven wonen in het eigen huis met alle herinneringen. Met name het warme weer maakt dat de beide mannen ook niet meer de deur uit komen. Als het waait trouwens ook niet, de rollator kan zomaar omwaaien. TV-kijken zit er ook niet meer in, het gaat allemaal veel te snel. Drie maal op een dag komt de thuiszorg. Daar zijn ze blij mee, maar het vervangt niet het vroegere contact.. 

Het bovenstaande kan de voedingsbodem zijn voor achterdocht. Dat is dan gebaseerd op een groeiend gevoel van verlatenheid veranderen in ‘zich in de steek gelaten voelen’. De volgende stap in dit denken is het zich ‘belaagd worden’ door gefantaseerde belagers. Bijvoorbeeld de vrouw die aangeeft dat elke nacht mannen aan haar deur rammelen.

Mevrouw Damstra krijgt bezoek van de ouderling. Tijdens het bezoek begint ze hem steeds meer verwijten te maken. Hij moet niet aan haar zitten. De ouderling zegt: “Ik zit op de bank en u zit in uw stoel, ik kan niet eens bij u komen”. “Dat doe je wél!” zegt mevrouw Damstra, “ik voel het toch zelf?”

Uiteindelijk wordt de ouderling verbaal de deur uitgezet en hij hoeft nooit meer terug te komen. En dat terwijl mevrouw Damstra al maanden klaagde dat er niemand 'van de kerk' langs was geweest. 

Achterdocht bij ouderen (1)

Achterdocht is de mens niet vreemd. Op zichzelf is achterdocht ook vaak goed verklaarbaar. Als je constateert dat je bij de kassa te weinig geld terug hebt gekregen is het begrijpelijk dat je een wantrouwende blik richting de caissière werpt.  

Of je dat inderdaad doet, hangt mede af van de omstandigheden, van je levenservaringen en wie je als persoon bent. Stel je voor dat je een keer opgelicht bent door een ‘gekleurd’ persoon en er zit ook een ‘gekleurd’ iemand achter de kassa, dan wordt de kans dat je hem of haar wantrouwt groter. Maar er zijn ook mensen die zelden een ander wantrouwen. “Het zal wel een vergissing zijn”.

Achterdocht is niet pathologisch, maar ziekelijke achterdocht is wél pathologisch. Anders zou het namelijk niet ‘ziekelijk’ zijn. Zo eenvoudig zit de psychologie dus in elkaar. Je hoeft er niets voor te bestuderen, je hoeft alleen maar begrijpend te lezen. Maar dit terzijde.

Bij ziekelijke achterdocht staat je leven in het teken van de achterdocht. Daarmee wordt niet per definitie gezegd of iets waar of niet waar is of kan zijn. Het gaat om de lading die die achterdocht in het leven gaat krijgen.

Hans (30 jaar, autisme) wil perse niet verdoofd worden bij de tandarts, want de naald is een 'gifspuit'. De tandarts zegt dat het zo'n ingrijpende behandeling is dat het zonder verdoving niet kan. Inmiddels is Hans drie maal bij de tandarts geweest en er is sprake van een patstelling. De tandarts heeft nu bij Hans neergelegd dat hij kan kiezen: óf de volgende keer wél verdoofd behandelen óf de afspraak afzeggen en zelf maar afwachten totdat hij er aan toe is. Al dagen van tevoren windt Hans zich op, want straks wordt hij met drie man (m/v) vastgeketend aan de stoel en krijgt hij tegen zijn wil in toch de spuit. Dit denken zou je pathologisch kunnen noemen. Het leven van Hans wordt er sterk door beïnvloed, hij staat niet open voor uitleg dat het geen gifspuit is en hij beeldt zich ook nog eens in dat hij met 3 man (m/v) zal worden vastgebonden. 

Hans kan nog functioneren in de samenleving. Hij woont begeleid zelfstandig en is niemand tot last. Hij heeft geen baan, dat bleek te hoog gegrepen te zijn.

Het verhaal wordt ernstiger als Hans zou gaan bedenken dat er radioactieve straling uit de stopcontacten komt. Hij gaat zijn huis verbouwen, en neemt geen elektriciteit meer af. Hij brandt kaarsen als verlichting en omdat hij de CV niet vertrouwt stookt hij vuur in een vuurkorf. Daarmee gaat het gedrag van hans over de grens: het wordt psychotisch. De grens tussen realiteit en fantasie vervaagt.

Ooit had ik te maken met een cliënt die ernstig wantrouwend was. De psychiater schreef haar medicatie tegen het wantrouwen voor. Die weigerde ze in te nemen, want het waren placebo’s. Dat vond ik wel consequent bedacht.

Achterdocht is een bekend fenomeen bij ouderen. Daar heb ik al vaker over geschreven. Hoe valt dat te verklaren? Daarover gaan de volgende blogs. 

Valpartij

In een bericht lees ik dat 85% van de ouderen (65 plus) jaarlijks een valpartij meemaakt. Bij 15% leidt dat tot ernstig letsel, zoals een gebroken heup.

Tineke heeft vorig jaar een valpartij meegemaakt met ernstig letsel. Ze brak haar schouder. Dit jaar maakte ze ook een valpartij mee, maar het letsel viel ook mee. Ik heb een paar pleisters geplakt en klaar was Kees (sorry, Kees).

Ik ben vorig jaar niet gevallen en dit jaar ook nog niet. Dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden. Voor ons huis liggen een paar tegels scheef. Ik ga zo meteen naar buiten.

Daarna val ik over de losliggende tegels. Voor de zekerheid leg ik een paar kussens neer. Dan heb ik de kans dat ik dit jaar nog een keer ernstig letsel oploop aanzienlijk verkleind. 

Het maken van overgangen (2)

Mevrouw van Dijk vindt het ook steeds lastiger om te kiezen. ‘Doe maar wat’ is ze geneigd om te zeggen. Als haar gevraagd wordt of ze mee gaat naar de kerk blijft ze maar twijfelen. ‘Zal ik wel of zal ik niet?’ 

Haar kinderen zijn dat helemaal niet van haar gewend. Vroeger wist hun moeder precies wat ze wilde en als ze gekozen had kwam ze ook niet gemakkelijk op die keuze terug.

Als je hoofd voller gaat zitten gaan ook keuzen meer energie kosten. Kunnen kiezen is prettig, het geeft het gevoel dat je eigen invloed kunt ervaren. Maar als de mogelijkheid om te kiezen teveel wordt leidt dat tot keuzestress. Ook het moeten kiezen kost dan teveel energie. Met name bij mensen met depressieve klachten of met faalangst kan het moeten kiezen veel stress opleveren.

Bij mevrouw Van Dijk bleken een paar ‘hulpmiddelen’ goed te helpen. Het was haar opgevallen dat het haar vooral ’s morgens moeite kostte om op gang te komen. Om de ochtend minder belast te maken zijn de volgende regels door haarzelf ingesteld:

  • Ik sta vroeger op en iedere dag op dezelfde tijd. Daardoor wen ik aan een vaste tijd en heb ik ’s morgens voldoende tijd om op gang te komen. Het motto is: Liever vroeger opstaan dan moeten haasten.
  • Ik eet in mijn pyjama en duster, zodat ik niet al moe aan het ontbijt zit.
  • De voorgaande avond maak ik alvast mijn ontbijt klaar voor de volgende ochtend. Ook de tafel is alvast gedekt.
  • Ook mijn kleding voor de volgende dag heb ik alvast uitgekozen. Ik ga ondertussen niet meer twijfelen. Dat was gisteravond mijn keuze en daar houd ik me aan. En ik reken er op dat het KNMI het weer goed heeft voorspeld.
  • Ik maak ook de avond van tevoren alvast een briefje met wat ik de volgende dag moet gaan doen. Anders lig ik daar ’s nachts over te piekeren en dat houdt me dan weer uit de slaap.
Mevrouw van Dijk heeft goed door wat het ouder worden voor haat met zich mee brengt. Ze heeft de moed niet opgegeven, ze heeft haar leven aangepast. En zo kan ze nog een paar jaar - mogelijk zelfs zonder hulp - gewoon in haar flat blijven wonen. 

Het maken van overgangen (1)

Mevrouw van Dijk is een vitale vrouw op leeftijd. Tot voorkort ging ze drie keer in de week zwemmen. Maar vorig jaar is ze daarmee gestopt. 

Volgens eigen zeggen kreeg ze het niet meer voor elkaar. Het zwemmen vond ze op zichzelf wel prettig en ontspannend, maar ze kreeg steeds meer moeite met ‘het gedoe er om heen’. Het uitkleden, het afdrogen, het aankleden, het alles er om heen organiseren.  

Dit aspect van het ouder worden wordt door de omgeving lang niet altijd gezien. Het zijn vaak niet de activiteiten zelf die het probleem vormen, het is de moeite met de overgangen van de ene situatie naar de andere situatie. Zo kan het zich klaar maken om naar de kerk te gaan (sleutels pakken, bijbel en liedboeken klaar leggen, jas aantrekken, wachten op vervoer) meer energie kosten dan de kerkdienst als zodanig.  

Maar is dat een vreemd verschijnsel? Aan cursisten stel ik wel eens de vraag hoe het voelt als je een drukke dag hebt gehad en je moet ’s avonds ook nog weer de deur uit. Dan blijkt het de deur uit gaan een aanzienlijke berg te zijn.

En dan heb je jezelf eindelijk bij elkaar geraapt en je komt op de plaats van bestemming (een verjaardag bijvoorbeeld) en dan zie je dat de hele woonkamer vol zit. Het liefste zou je dan misschien stiekem het cadeau door de brievenbus willen gooien om daarna weer snel te vertrekken. Helaas past het cadeau niet door de brievenbus, dus je zult (zucht!) wel aan moeten bellen.

Naarmate we ouder worden zit ons hoofd sneller vol. En als je hoofd vol zit kan er weinig informatie meer bij. Alle prikkels worden al snel teveel. Je wordt dan dus ook moe van de indrukken. Bovendien heb je minder overzicht. Een gevolg daarvan kan zijn dat je je meer richt op de details, op de dingen waar je nog wél overzicht over hebt. Dat kan dan een obsessie worden, iets waar je de hele dag mee bezig bent. Het kan zijn dat het daarom bij oudere mensen soms erg precies komt. De lepeltjes moeten daar worden opgeborgen, de vorken in dat vakje, de kopjes moeten op een heel speciale manier in de kast worden gezet.

Maar is dát dan wél een vreemd verschijnsel? Op het moment dat je hoofd vol zit kun je veel minder variatie aan. Als we het erg druk hebben, hebben we veel meer de neiging om de zaak onder controle te houden. Het komt dan allemaal veel preciezer.

Je kunt er meestal redelijk tegen als spullen op verschillende plekken liggen, dat de kranten niet gesorteerd zijn, dat de prullenbak vrij vol zit. Maar als je hoofd vol zit wordt de ‘speling’ opeens veel minder. In dat verband wordt wel eens gezegd: ‘een vol hoofd vraagt om een leeg bureau’. 

Het divergentiesyndroom

Al eerder noemde ik een boek van ouderenpsychiater Martin Kat uit Alkmaar. Het is een compact boek met veel informatie over de diagnostiek van psychische en psychiatrische stoornissen bij ouderen.

Diagnostiek is deels een ‘technisch’ vak en dat is aan dit boek ook te merken. Anderzijds wordt er veel casuïstiek beschreven, dat maakt het boek dan weer goed leesbaar. Aan het slot van het boek is een aantal schalen opgenomen die gebruikt worden in de zorg voor ouderen.

Ik geef één voorbeeld uit het boek over een thema dat mijns inziens nogal eens onderbelicht is: de gevolgen van een verschil in vitaliteit tussen beide partners in een relatie…

Tineke en ik merken dat uit elkaar groeien op een minder belastende manieraan den lijve. Tineke is vroeg uit de veren en functioneert dan in een hoog tempo, dat ik niet bij kan houden. Ik ben dan voornamelijk stram van lichaam en geest. Halverwege de middag begin ik op stoom te komen. Tineke heeft dan al een groot deel van haar energie verbruikt. Ergens tussen 14 en 16 uur hebben we een moment dat we elkaars tempo kunnen volgen....

Uit elkaar groeien

Het lijkt zo mooi, samen oud worden. Maar het kan ook ingewikkeld zijn. Bijvoorbeeld als er verschil in vitaliteit ontstaat.

Meneer van Beuzekom is 75 jaar oud, zijn vrouw is 55 jaar. Ze kregen twee kinderen, die nu volop aan het puberen zijn.. Voor meneer van Beuzekom is het allemaal veel te druk. Hij kan de interacties met zijn kinderen niet bijbenen. Bovendien verwachten ze van hem dat hij nog aan val alles mee doet en ook mee gaat naar een spannend pretpark. Bovendien moet hij in het weekend optreden als privéchauffeur om zijn dochter veilig thuis te brengen. Zijn vrouw verwijt hem dat hij te weinig bij de les is en te weinig beschikbaar voor zijn kinderen.

Eigenlijk zou meneer Van Beuzekom de opa van zijn kinderen moeten zijn. Van een opa mag je verwachten dat hij wat trager is. Dat hoort zelfs een beetje bij de ‘leukheid’ van opa’s.

Als je vitaal 60 en actief 40 bent valt het verschil in leeftijd misschien niet zo op. Maar iemand van 75 jaar, die wordt al best oud, vergeleken met iemand van 55 jaar.

Maar ook bij gelijke leeftijden kan het ouder worden met grote verschillen in vitaliteit gepaard kan. Dat noemt psychiater Martin Kat in zijn vorige week verschenen boek over ouderenzorg het divergentiesyndroom. Dat kan optreden bij partners die samen oud worden, maar bij wie een groot verschil in vitaliteit ontstaat.

Meneer van Gasteren (78 jaar) is nog volop actief. Hij heeft tal van hobby’s en gaat graag het dorp in. Het liefst maakt hij nog iedere dag een rondje op de fiets. Vroeger ging het echtpaar ieder jaar op fietsvakantie. Meneer van Gasteren begrijpt dat dat nu voor zijn vrouw teveel gevraagd is, maar hij zou nog wel graag naar een vakantiebestemming willen en dan de fiets mee. Zijn vrouw ziet dat helemaal niet zitten, ‘want dan zit ik daar maar in mijn eentje en jij bent lekker op stap’. Ze komt weinig meer buiten. Haar man heeft bijna alle taken buitenshuis op zich genomen. Maar ook dat verwijt ze hem. Een bezoek aan de supermarkt kan zomaar twee uur duren omdat hij weer tal van kennissen tegen komt.

Volgens Martin Kat kan het divergentiesyndroom één van de oorzaken zijn van depressiviteit bij ouderen. De manier waarop men elkaar vroeger wist te vinden is er niet meer, het echtpaar sluit niet meer op elkaar aan. Dat verwacht je niet na een huwelijk van ruim 50 jaar…

Drie vormen van divergentie

Martin Kat maakt onderscheid tussen drie vormen van divergentie:

a) divergentie op somatisch gebied: de één is lichamelijk nog gezond en actief, de ander is als gevolg van een wandeling van een kilometer de rest van de dag helemaal van slag.

b) psychische divergentie: de één is mentaal nog snel en flexibel, de ander kan nauwelijks meer veranderingen hanteren en heeft overal veel tijd voor nodig.

c) sociale divergentie: de één wil graag iedere dag op bezoek of ontvangt graag bezoek, houdt ervan om mensen te ontmoeten en deel te nemen aan clubs en de ander zit het liefste gewoon thuis en heeft liever geen drukte om zich heen.

Volgens Martin Kat moet je als behandelaar op deze situatie doorvragen als één van de partners met psychische problemen aanklopt.

Uit: Ouderenpsychiatrie: de praktijk. Herkennen en signaleren van psychische en psychiatrische aandoeningen. Auteur: Martin Kat. Bohn, Stafleu en van Loghum, 2019, 130 bladzijden, 29,50 euro. 

Cognitieve gevolgen van het ouder worden (11)

Jawel, beste mensen, zullen we dan maar weer? Ik hoor jullie al zuchten. Maar vrees niet: dit is de laatste aflevering in deze serie. Ik begin weer met een negatief bericht, maar ik sluit af met een positief bericht.

Het prospectieve geheugen gaat achteruit bij het ouder worden. Wat is dat? Dat is dat je iets van plan bent om te doen, maar vervolgens vergeet je het. Het meest bekende voorbeeld is dat je naar de keuken loopt en dat je daar heel iets anders gaat doen dan je van plan was. Je zou gaan afwassen, maar je eet de trommel met koekjes leeg. Daarna ga je voor de TV zitten. De afwas doe je niet.

Het zal de oplettende lezer duidelijk zijn dat er een verband bestaat tussen het werkgeheugen en het prospectieve geheugen. Beiden hebben te maken met plannen en organiseren. Om het plat te zeggen: ‘de volgehouden aandacht’. Die aandacht zet je soms tijdelijk op een laag pitje, maar als het tijd is activeer je die aandacht weer.

Mevrouw Belinda Pourier heeft onderzoek gedaan naar het prospectief geheugen bij mensen met de ziekte van Parkinson, mensen met dementie, met hersenletsel en na een CVA. Bij alle vormen staat het prospectief geheugen onder druk, maar ook weer op een verschillende manier. Welke verschillende manieren dat zijn, dat wordt te ingewikkeld en ik ben de clou ook weer vergeten, trouwens.

Voor de oudere lezers zal het herkenbaar zijn dat dat prospectieve geheugen – vooral als je het druk hebt – nog wel eens een steekje laat vallen. Je moet steeds meer bij de les blijven om het allemaal te kunnen organiseren.

Zo gaan er bij Tineke op de telefoon talrijke alarmen vanwege zaken waar ze zich toe moet zetten. Bij mij gaat nooit zo'n alarm. Niet omdat ik geen dingen moet onthouden, maar omdat ik niet weet hoe ik het alarm aan moet zetten op mijn telefoon. En dat wil ik graag zo houden. Anders weet ik straks niet meer waarom dat alarm gaat.

Na het slechte nieuws is het tijd voor het goede nieuws. Dat betreft het procedurele geheugen. Je valt in het water en je gaat zwemmen. Hoe kan dat nu? Je hebt al dertig jaar niet gezwommen. Dat is toch kunt zwemmen is te danken aan de kennis van je procedurele geheugen dat de zwemslag had opgeslagen.

Er zijn ook wel zaken die je ooit kon en die je nu niet meer kunt, maar die had je dus niet goed genoeg opgeslagen. Zo moest ik onlangs in een hotel de Senseo bedienen. Het gevolg was dat de prut tegen de muur zat en dat ik die avond geen koffie had. Niet goed opgeslagen dus.

Een kenmerk van het procedurele geheugen is overigens dat je je niet bewust bent dat je die kennis ergens hebt opgeslagen. Je hoeft er niet bij na te denken, het gaat vanzelf. Het zijn geautomatiseerde handelingen. En het gaat om het uitvoeren van motorische handelingen. Er gebeurt iets en je weet wat je moiet doen.

Het intoetsen van een pincode of het bedienen van een Senseo-apparaat vallen daar strikt genomen dus niet onder: je weet het en je moet er bij nadenken. Dat gaat dus niet vanzelf…

Tijdens het schrijven van deze serie ben ik weer een stukje ouder geworden. Nu nog een zwembroek kopen om te kijken of ik nog kan zwemmen.