Dansende letters

Marjon geeft aan dat ze soms bijna niet kan lezen. De letters blijven niet op het papier staan. Ze gaan dansen en het lukt haar dan niet meer om die letters te vangen. Het lezen lukt dan dus niet meer. Wat is er aan de hand? 

Dat weet ik ook niet. Hoewel: het is mij ook wel (een enkele keer) overkomen. Dat lag niet aan mijn ijdelheid (geen leesbril), maar – voor mijn idee – aan een te vol hoofd. De hersenspons zat vol: er kon geen nieuwe informatie meer bij. Het enige wat mij dan hielp was ‘even niks’.

Overbelasting van de ogen

Mijn indruk was (al) dat die dansende letters te maken zouden kunnen hebben met overbelasting van de zintuigen. Toen ik op zoek ging kwam ik het verschijnsel o.a. tegen in een artikel over Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH). Inderdaad: als de ogen teveel informatie te verwerken krijgen kan er een soort van kortsluiting optreden: de boel gaat op slot. Kenmerken van die overbelastig zouden kunnen zijn:

  • Dubbel zien
  • Wazig zien
  • Slecht kunnen lezen
  • Dansende letters
  • Oogvolg bewegingen (niet vloeiend, snel heen en weer)
  • Veel knipperen met de ogen
  • Overgevoeligheid voor licht (graag een zonnebril op hebben)

Horen én zien is (te) veel

In de loop van de jaren heb ik de indruk gekregen dat met name de combinatie van veel horen én van veel zien het hoofd sneller vol maakt. Er zijn dan ook mensen die bewust in een drukke ruimte oordoppen in doen of omgekeerd zich meer afsluiten van wat ze zien. Het lijkt een combinatie van een neurologisch probleem en een zintuiglijk probleem: er komt teveel binnen en dat kan niet verwerkt worden: de waarneming gaat op slot. Het leidt ook tot problemen in de motoriek en het evenwicht.

Lichaamsbesef en – ordening

Daarmee kom ik op een volgende waarneming: die van het proprioceptieve systeem. Hoe zit je lichaam in elkaar? Hoe reguleer je je handelen? Bijvoorbeeld: als ik een heel klein schroefje aan moet draaien moet ik langzamer handelen. Als ik een volle beker water op de tafel wil zetten moet ik voorzichtig manoeuvreren. Als ik een ijshoorntje aan pak moet ik daar niet in knijpen. Proprioceptie is eigenlijk het leren hanteren en kennen van je eigen lichaam. Het is heel goed zichtbaar bij het wassen en bij het tandenpoetsen.

Bij mensen met een verstoorde proprioceptie zien we:

  • Vaker struikelen of vallen (onvoldoende kijk op je lichaam in de ruimte en oneffenheden in de ruimte en de consequenties die dat voor je lichaam heeft
  • Onhandig, zoals veel dingen laten vallen (problemen met doseren van bewegingen)
  • Onvoldoende samenwerking tussen beide handen en vaak ook voeten
  • Problemen in ritme en volgorde in handelen en soms ook in de mogelijkheden van de taal
  • Vaker emotionele problemen (zelfbeeld/zelfvertrouwen)
  • Lagere alertheid, niet bij de les kunnen zijn, beperkte aandacht regulatie
  • Moeite met dubbeltaken: dingen na elkaar in plaats van tegelijk
  • Meer moeite met het snel opnemen van informatie.
Naarmate mensen ouder worden hebben ze meer moeite met de afstemming van de proprioceptie. Het valgevaar neemt bijvoorbeeld toe, ze kunnen maar één handeling tegelijk. Dat maakt het noodzakelijk dat ook het tempo verlaagd wordt.

Levende voorbeelden

Soms ben je als docent een levend voorbeeld. De afgelopen week gaf ik drie maal cursus voor medewerkers in de ouderenzorg. Maar er vielen af en toe hiaten in mijn verhaal.

Die hiaten ontstonden vooral doordat ik niet op namen kon komen. Dat heet een ‘opdiepprobleem’. Het niet op namen kunnen komen staat op 1 in de ergernissen-lijst van ouderen. Ik zou zeggen: ‘Mens erger je niet. Er zijn ergere dingen’. Maar op zo’n moment zit je denken anders in elkaar. Het ingewikkelde was dat ik vaak niet op de namen kan komen, maar wel op de plaatsnaam waar de persoon in kwestie woont danwel zijn vak uitoefent. Professor Dinges is verbonden aan de universiteit van Dundee in Schotland en geriater IJ is woonachtig in het Limburgse Montfort.

Naarmate de stress toeneemt, nemen de opdiepproblemen ook toe. Maar het kan ook met vermoeidheid te maken hebben. De beste manier om je namen te binnen te laten schieten is om ze je niet te binnen te laten schieten. Dan ploppen ze vanzelf op. Maar dat is dan weer hetzelfde als het ‘Denk niet aan die roze olifant’.

Omdat ik mijn gehoorapparaat was vergeten begreep ik ook een deel van de vragen niet. Vraag: Meneer A, wat hebt u gisteren gedaan? Antwoord: ‘Goede vraag, de komkommers zijn ook in de aanbieding’.

Toen ik thuis kwam zei Tineke: ‘Heb je echt zó les gegeven?’ Ik vroeg: ‘Hoe anders?’ Volgens Tineke was mijn kleding niet op orde. ‘Dat kon zo echt niet’. Daar kun je je van alles bij voorstellen. Vroeger was ik daar altijd bang voor. Als er cursisten begonnen te giechelen vreesde ik als mannelijke docent tussen bijna alleen vrouwelijke cursisten het ergste. Later bedacht ik dat er ergere dingen zijn.

Van de cursisten heb ik geen opmerking gehoord. Ik wacht de evaluatie maar af. 'De docent paste zijn wijze van optreden goed aan aan de inhoud van de lesstof'. 

De oude PC

De computer die ik dagelijks gebruik is zo'n tien jaar oud. Voor mensen is dat jong, voor poezen is dat van middelbare leeftijd en voor PC's is dat hoogbejaard.

Ooit is het geheugen van de PC uitgebreid. Dat geldt ook voor het opstartgeheugen. Ik weet niet of ik de goede termen gebruik, ik ben niet zo van de ICT. Zoiets moet het doen, maar ik moet er niet teveel over na moeten denken.

Bron: Freshgadgets (internet)

Mijn schoonvader was één van de eerste programmeurs van de NMB (tegenwoordig de ING). Zijn computer was drie klaslokalen groot, maar kon minder dan de hedendaagse PC die mensen thuis hebben staan. Hij spuugde dagelijks de halve Veluwe aan papier uit in de vorm van ponskaarten.

Het geheugen van mijn PC is destijds uitgebreid. Maar verder is er niets aan veranderd. Toch wordt hij steeds langzamer. Dat is niet zo erg, want ik word ook steeds langzamer.

Het langzame tempo merk ik vooral bij het opstarten. Dan schijnen er allerlei onderdelen wakker te moeten worden en die programma’s moeten elkaar niet in de weg lopen, want dan loopt de computer vast. Als ik het opstarten wil versnellen heb ik mezelf daarmee. Ik verstoor het begin van de dag voor mijn computer. Er is dan zelfs een kans dat hij vastloopt.

Wachten duurt altijd lang. Dus als ik ga zitten wachten totdat de PC is opgestart heb ik de neiging om alsnog een toets in te drukken om het proces te versnellen. Tegenwoordig loop ik eerst de trap af naar mijn werkkamer, daar start ik de PC op, dan ga ik weer naar boven om mijn tanden te poetsen, een paar spullen in de vaatwasser te zetten en koffie te zetten. Als ik daarmee klaar ben ga ik weer naar beneden en ziedaar: de PC is opgestart. Ik moet me dan alleen nog het wachtwoord zien te herinneren voor de laatste stap. Dan duurt het starten nog twee minuten, maar in die tijd geef ik de planten water of leeg ik een prullenbak.

Het geheugen van de PC is niet minder geworden. Er is nog altijd veel restcapaciteit. Wat opvalt is dat het werkgeheugen veel trager is geworden. de programma’s moeten één voor één in hun eigen tempo worden opgestart. Dat proces moet je niet willen versnellen, want dan raakt de PC in de war,

Zo is het ook met oudere mensen. Hun geheugen heeft nog genoeg capaciteit, maar het heeft meer tijd nodig om tot actie te komen. De activiteiten kunnen niet meer tegelijk, ze worden veel meer na elkaar gedaan. Als oudere mensen meerdere dingen tegelijk willen doen loopt het systeem eerder vast. Geef ze dus de tijd door informatie één voor één aan te bieden. Of door handelingen ná elkaar te doen.

Zo begon ik gisteren een cursus over de gevolgen van het ouder worden. Overigens passen mijn leeftijd en die van mijn PC prima bij elkaar. Een te snelle PC kan ik niet meer volgen. 

M/V en oud worden

Volgende week moet ik weer twee keer een dagdeel cursus geven over de gevolgen van het ouder worden. Waarschijnlijk hebben beide organisaties mij gevraagd omdat ik van die gevolgen een levend voorbeeld ben.
Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is image.png

Eén van de verschillen tussen – uiteraard de gemiddelde – man en vrouw is dat vrouwen eerder last krijgen van lichamelijk ongemak. Dat zie je soms ook aan de voorraad pillen en poeders tijdens een diner (met water innemen. ‘Ober, hebt u een glaasje water voor mij?’).

Bij mannen zie minder lichamelijke klachten, maar vaker cognitieve klachten. Ze scoren doorgaans hoger op de verstrooidheidsindex. Ook raken ze sneller in de war bij het bakken en braden.

Kakhiel heeft het allemaal treffend geïllustreerd. Dat plaatje gebruik ik dan ook in de cursus. 

Chronogerontologie

Ik snap er niks van. Ik dacht dat ik na mijn pensionering alle tijd zou hebben. Maar de tijd vliegt zó hard dat ik helemaal geen tijd (over) heb.

Dat ligt ook wel een beetje aan mezelf. Ik heb nog steeds allerlei werkklussen aan mijn broek en fiets hangen. Volgende week heb ik weer op vier dagen werkafspraken. Echt met pensioen, die ervaring is mij dus nog niet overkomen. De enige ervaring in die richting was toen ik drie maanden lang in een rolstoel zat en gewoon geen energie had om veel na te denken.

Maar ik heb ik woord voor jullie dat je kunt toepassen bij galgje. Chronogerontologie. Hoe beleven ouderen de tijd? En ik zou daar aan toe willen voegen: niet alleen de ouderen…

Een werkdag duurde voor mij altijd véél te kort Vaak was ik 10 uur aan het werk en had dan nog steeds het gevoel dat ik nét begonnen was. Zo’n boeiende en afwisselende baan had ik. ’s Avonds voelde ik dat trouwens wél, ik ben kennelijk ook de jongste niet meer… Ik kon ’s avonds vanaf mijn 50e niet meer uitgebreid vergaderen.

Maar een dag zelf in een cursuslokaal zitten en naar anderen luisteren vind ik wel erg lang duren. Ik moet dus zelf aan het werk. Trouwens: een trein die 5 minuten te laat is lijkt vaak wel een uur te laat… Kloktijd is heel wat anders dan beleefde tijd.

Kloktijd is heel wat anders dan beleefde tijd

  • Tijd is een kwestie van psychologie: Als je geen idee hebt van de tijd duurt alles lang. 
  • De dag duurt lang als je de hele tijd moet wachten

Mevrouw Jongsma vertelt dat ze – sinds ze in het verpleeghuis woont – de hele dag zit te wachten. ’s Morgens zit ze te wachten op het ontbijt, ’s middags op het middageten en ’s avonds op het avondeten. Ze moet zelfs de halve dag op de ochtendkrant wachten: die mag ze niet zelf halen. 

  • Zonder ankerpunten duurt de dag extra lang en raak je je besef van dag en tijd kwijt

Meneer de Vries weet niet welke dag het vandaag is. Alle dagen lijken op elkaar sinds hij geen werk meer heeft.

  • De dag vliegt voorbij als je bezig bent, als je regie hebt over je eigen bestaan
  • Ouderen: 1950 lijkt als de dag van gisteren, vanmorgen lijkt een eeuwigheid geleden. Hoe kun je dat verklaren?
Ik heb er zelfs een boek over in de kast staan. Hoe beleef je de tijd als je ouder wordt? Vaak is de tijd voor mij een raadsel: hoe kort geleden iets lijkt terwijl het toch al dertig jaar geleden is. En omgekeerd: hoe lang het geleden lijkt dat ik op de fiets stapte, terwijl het nog vanmorgen gebeurde. 

Werken in pyjama

Welke organisatie het betrof weet ik niet meer, maar dat doet er ook niet veel toe. Het gaat om het idee. 

In de ouderenzorg komen veel bewoners bij herhaling uit bed. Dat zou eigenlijk ook gewoon moeten kunnen (vind ik). Veel thuiswonende ouderen stappen ’s nachts ook uit bed als ze niet kunnen slapen of pijn in de lendenen hebben.

Ik lag onverwachts in een ziekenhuis in Utrecht. Ik zag het niet aankomen, maar opeens werd ik daar tegen mijn wil vastgehouden. Naast mij lag de hele nacht een mevrouw te roepen: "Zuster, mijn lendenen!" De zuster werd uiteindelijk boos en riep: "Waar zitten uw lendenen dan, mevrouw de Vries?" Het antwoord weet ik nog steeds niet. De mevrouw kon haar lendenen niet aanwijzen. 

Helaas is de praktijk in de ouderenzorg vaak anders. ’s Nachts is er weinig personeel en het risico op vallen of andere ongemakken is niet denkbeeldig. De bedoeling is meestal niet dat die ouderen gaan dwalen, maar in hun bed blijven.

Gelukkig heb ik ook gezien dat het anders kon. Op het paviljoen waar ik destijds werkte mochten enkele ouderen gewoon bij de nachtdienst komen zitten. Er waren wel afspraken, zoals niet teveel kletsen en bijvoorbeeld een breiwerkje doen of bladeren in Vorsten van Nu. Helaas verdween die mogelijkheid mét de centrale nachtdienst als sneeuw voor de zon...

Maar als een bewoner uit bed komt, hoe krijg je hem (of meestal: haar) dan weer in bed? Dat is een heel gedoe. Meestal wil mevrouw dat helemaal niet. En geef haar eens ongelijk. Ik kom straks ook geheid mijn bed uit en wil dan een rondje gaan fietsen. Knappe zuster die mij dan tegen houdt.

Enkele personeelsleden besloten het anders aan te pakken. Ze gingen niet in bedrijfskleding, maar in pyjama aan het werk. En wat bleek. Tal van bewoners bleken veel toegankelijker. “Zuster, slaapt u ook al?” “Ja, ik lag net in bed!””Oh, is het al nacht dan?” “Ja, mevrouw Piersma, het is al nacht. Gaat u ook weer slapen?” Die beweging kostte nu veel minder moeite…

Dit is iets wat mijn leermeester professor Wim ter Horst zou noemen: "Herstel van het gewone leven." Het is een prachtig voorbeeld van een variant op de belevingsgerichte zorg...

Meneer van Leeuwen zit opgehokt

Tijdens de eerste coronagolf zat Arie van Leeuwen twee maanden lang opgesloten in de instelling waar hij na het overlijden van zijn ouders is komen wonen. Hij kreeg al die tijd geen bezoek. Hij legde zich er maar bij neer. Er zat immers niets anders op. 

Arie van Leeuwen is een boerenzoon. Hij heeft tot zijn 85e altijd een grote tuin onderhouden. Ondanks zijn leeftijd is hij een sterke man die nog altijd bergen kan verzetten. Hij hielp in het huis vaak met sjouwen en het buiten zetten van de vuilniskarren. En iedere dag een stevige wandeling. Maar dat ging nu niet meer.

En toen kwam de zomer en leek het virus onder controle. De conditie van de heer Van Leeuwen was sterk verminderd. Maar vanaf nu kon hij weer zijn dagelijkse wandeling maken. Hij begin met een paar honderd meter, maar in augustus kon hij achter zijn rollator alweer een wandeling van een kilometer maken om naar de bibliotheek te gaan. Daar dronk hij dan ’s morgens ook altijd zijn koffie. De conditie van de heer Van Leeuwen ging duidelijk vooruit en met zijn conditie verbeterde ook zijn stemming.

In september werd het dragen van een mondkapje verplicht gesteld in de bibliotheek. Het was een dagje wennen geweest en de bril besloeg altijd, maar verder geen probleem. Al na een paar dagen was hij daar zo aan gewend dat hij vergat dat hij een mondkapje op had. De koffie goot hij tegen zijn mondkapje in plaats van in zijn mond. Hij moest er zelf om lachen. Zijn stemming was prima. Als hij maar naar de bibliotheek kon. Vooral atlassen en boeken over verre landen boeiden hem. Hij droomde er van om nog eens een grote reis te kunnen maken.

Toen kwam de tweede golf. Het zou volgens sommige berichten maar een klein golfje worden, maar de woonplaats van de heer Van Leeuwen werd stevig geraakt. Er kwam ook weer een gedeeltelijke lock-down. Maar de tehuizen hoefden niet meer op slot van de overheid. Dat was een hele geruststelling. Toch wat geleerd van de eerste crisis.

Een paar dagen later mocht de heer Van Leeuwen toch niet meer naar buiten. Er was een vermoeden van corona. De uitslag was negatief en voor de heer Van Leeuwen positief. Hij mocht weer aan de wandel en ook naar de bibliotheek, maar dan zonder koffie. Een boek brengen en een boek halen. Jammer, maar er viel mee te leven.

Weer drie dagen later ging de boel weer op slot. Opnieuw vanwege een vermoeden van corona. Gelukkig was de uitslag negatief. Maar hoe het nu met de nieuwe maatregelen van de overheid? De boel hoefde toch niet collectief op slot? Het vermoeden van corona was op een andere afdeling. Waarom moest hij dan toch binnen blijven? Wat waren de regels? Op de afdeling kreeg hij geen goed antwoord.

Zijn dochter mocht niet op bezoek komen. Maar ze kon vast wel zorgen voor een duidelijk antwoord. Zijn dochter zei echter: ‘Zo zijn de regels nu eenmaal, Pa, u moet beschermd worden, we willen u niet kwijt!’ Dat was aardig om te horen, maar ook pijnlijk. Eigenlijk was het een dubbele boodschap: het voelde als straf omdat je zo gewaardeerd werd.

De volgende week. Paniek in het huis. Op een andere gang in het tehuis is een medewerker positief getest. Ook de afdeling van de heer Van Leeuwen ging direct op slot.

Meneer van Leeuwen begrijpt het niet. Hij kan zich prima aan de regels houden, hij loopt niet naar een andere afdeling. Hij vraagt het nog eens aan zijn dochter. Zij zegt: ‘Pa, ze weten daar wat het beste voor u is. Het virus is té gevaarlijk, vooral voor oudere mensen zoals u!’ Ja, daar is meneer Van Leeuwen wel van overtuigd. Hij volgt het nieuws en hij is er van ook overtuigd dat hij niet besmet moet raken. De verhalen dat het virus gewoon een griepje is en al lang het land uit is heeft hij nooit geloofd.

“Maar” zo vraagt hij zich af, “hoe zit het dan met dat beleid van de regering? Er zou geen verpleeghuis op slot hoeven. Betekent dit dat hij de hele winter binnen moet blijven?” De tranen van wanhoop springen in zijn ogen.

Weer of geen weer, meneer van Leeuwen ging elke dag naar buiten, behalve wanneer het glad was. Maar dat was het bijna nooit meer. Hij raakt nooit de weg kwijt. Hij maakt gewoon zijn wandeling. Hij hoeft helemaal niemand te spreken. Juist als hij binnen moet blijven voelt hij zich steeds minder fit. Dat virus is heftig, maar wat is het gevaar als hij dagelijks een wandeling maakt zonder iemand aan te spreken? Daar is goed genoeg bij de les om dat te kunnen beloven en waar te kunnen maken. En als hij zijn gehoorapparaat uit doet verstaat hij toch niemand. Gesprek onmogelijk…

Meneer van Leeuwen vraagt nog een keer aan zijn dochter of zij niet een goed woordje voor hem kan doen. Hij vangt bot. ‘Pa, je moet je aan de regels houden. Die mensen lopen voor jou de benen uit hun lijf, dan kunnen ze jou ook niet nog een keer extra in de gaten gaan houden.’

Daar zit Arie weer op zijn kamer. Veilig opgeborgen achter het glas. Hij noemt het zelf inmiddels ‘opgehokt’. Het is zelfs niet de bedoeling dat hij door de gangen gaat lopen. In zijn tehuis dat ondanks de landelijke richtlijnen van de overheid helemaal op slot gaat.

En zonder een familielid dat toch nog even de moeite wil doen om het voor hem op te nemen. Dat laatste vindt hij op dit moment het meest moeilijk te verdragen. Het voelt voor hem alsof hij nog maar alleen op de wereld is.

Dit verhaal is geschreven vanuit het perspectief van een bewoner. Maar er is ook terechte zorg over de impact van het corona-virus voor ouderen. Lees bijvoorbeeld het verslag in de Volkskrant van vandaag over de enorme inzet en betrokkenheid van het personeel bij de bewoners in verpleeghuis Nazareth in Boxtel. 

Over een verkeerd gerichte actie en een zielige influencer

De auteurs Willem Engel en Jeroen Pols van de site van Viruswaarheid weten het allemaal erg zeker. En als ze het niet zeker weten proberen ze hun gegevens op te blazen. Hoe groter de aantallen, des te meer je kunt vermoeden dat je met fakenews te maken hebt. 

Daar zijn de beide heren niet op aanspreekbaar. Voor een reactie is op hun website geen plaats. Waarschijnlijk met als argument dat de heren het te druk hebben met actievoeren.

  1. Verpleeghuis

Eén van hun acties die op Facebook werd gepost was tegen een Brabants verpleeghuis gericht. Ik ben geen lid van Facebook, dus ik kan deze informatie niet checken. Maar wat ik begrijp uit de media is dat er ‘even een doe-opdracht tussendoor’ kwam, gevolgd door het telefoonnummer van het woonzorgcentrum.

Ik heb ook grote vraagtekens bij de lock-downs van zorginstellingen. Maar ik denk toch: 'Hoe haal je het in je hoofd? Is het je in je bol geslagen? Heb je nou werkelijk geen enkel idee hoe het er aan toe gaat in de zorg?' Het besluit in Noord-Brabant is genomen door de plaatselijke GGD in samenspraak met de verpleeghuisarts van de locatie. 

Maar wie moeten de klappen opvangen? Niet degenen die dit besluit hebben genomen. Een woordvoerder van het woonzorgcentrum zegt dat ‘enkele bellers beloofden ook onze medewerkers helemaal kapot te zullen maken’. En dat ging zo acht dagen door. Dat kwam boven op de emotionele gesprekken met familieleden, mantelzorgers en onze bewoners zelf naar aanleiding van de sluiting.

Dit belgedrag is net zo verkeerd geadresseerd als wanneer er een oproep zou komen om de conducteurs van de NS lastig te vallen omdat de treintarieven omhoog zijn gegaan. 

2. Een zielige influencer

Uiteraard hebben de heren Engels en Pols zich ook met de TV-uitzendingen bemoeid waarbij twee ‘influencers’ het woord deden in het kader van de actie ‘Ik doe niet meer mee’. Dit is het commentaar:

“Uit verschillende bronnen komen signalen dat journalisten en andere influencers aanzienlijke betalingen ontvangen om de corona-fictie van de overheid in stand te houden. Afwijkende meningen worden met haatcampagnes vanuit de media onschadelijk gemaakt. Zo werd Famke Louise bij Jinek  live op televisie geslacht in een ongelijke strijd.  Op de argumenten van Famke werd niet ingegaan. De fictie blijft in stand met retoriek en morele argumenten.”

Deze vaagtaal rond de bronnen wordt opvallend vaak gebezigd door Viruswaarheid. Er wordt een waar schimmenspel opgevoerd. En wat het optreden bij Jinek van Famke Louise betreft zou ik zeggen: oordeel zelf.

Zie: https://www.gids.tv/video/257247/jinek-gemist-famke-louise-ik-ben-geen-schijt-aan-anderhalvemetersamenleving

3. De financiën van Viruswaarheid

Tenslotte: mocht je toch Viruswaarheid financieel willen ondersteunen: “Steun ons in deze belangrijke missie. Uw bijdrage, groot of klein, is hard nodig en wordt zeer gewaardeerd.”

Het geld komt op rekening van de Stichting Dancamundo in Rotterdam. Dus niet op de rekening van de Stichting Viruswaarheid. Het is wel hetzelfde adres. Willem Engel heeft het op een filmpje uitgelegd hoe het zat. Het was een foutje van de ING. Ik ben benieuwd wanneer dat foutje wordt hersteld. Vooralsnog vind ik het allemaal een beetje schimmig. 

Achterdocht bij ouderen

Nu ik 70 ben geworden gaan de blogs over ouderen eigenlijk over mijzelf. Als ik achterdochtig ben (geworden): hoe valt dat dan te verklaren?

Achterdocht komt bij ouderen vrij regelmatig voor. Dat is wel logisch als je je inleeft in de positie van ouderen. Stel je voor dat je bijvoorbeeld steeds dingen kwijt bent, dan ga je gemakkelijk denken dat de ‘schoonmaakster’ iets verplaatst heeft. Je zoekt dus een verklaring omdat het toch wel erg confronterend is als je moet ontdekken dat je zelf van alles zoek hebt gemaakt.

Wat zijn nog meer redenen waarom ouderen achterdochtig kunnen zijn?
1. Het levensverhaal. Als je veel heftige ervaringen hebt meegemaakt (zoals nu nog bij de hoogbejaarde ouderen de oorlog) kan jou dat meer achterdochtig maken.
2. Het gevolg van achteruitgang (zie boven): je wilt de confrontatie niet aan dat je zelf het overzicht kwijt bent geraakt.
3. Eenzaamheid en isolement versterken de kans op achterdocht: er zijn onvoldoende gezonde relaties meer die het denken kunnen corrigeren.
4. Slecht functionerende zintuigen. Als je slecht ziet of hoort ga je invullen. Je ziet iemand praten maar hoort hem niet en je denkt dat die persoon het over jou heeft. Je kunt nergens meer je bril vinden: die is door iemand meegenomen.
5. Beperkte mobiliteit. Afhankelijkheid van anderen versterkt de kans op achterdocht.
6. Waarnemingsfouten. Deze kunnen gemakkelijk optreden als je het tempo van anderen niet kunt volgen (bijvoorbeeld als iemand snel handelt en jij hebt geen idee meer wat die persoon aan het doen is).
7. Gebrek aan overzicht. Als je je wereld niet meer kunt overzien ga je eigen verklaringen zoeken. Dit heeft met de zogenaamde executieve functies te maken. Die gaan bij het ouder worden achteruit.

8. Invloed van de media. Als je steeds hoort dat je op je hoede moet zijn voor anderen – en met name voor oplichters en overvallers – kan dat gemakkelijk de achterdocht versterken.
9. Dementie: één van de bijkomende gevolgen van dementie kan achterdocht zijn.

Grotendeels ontleend aan: Maritza Allewijn en Bere Miessen, Basisboek zorg om ouderen, Bohn, Stafleu, van Loghem, 2010).

Treinreis zonder mondkapje

Ik mag weer op bezoek in het verpleeghuis. Wel vind er eerst een screening plaats. Of ik me wel goed voel enzo. 

Veel afdelingen psycho-geriatrie kenmerken zich door gesloten deuren. Je kunt er wel in, maar niet meer uit. En als je eenmaal binnen was kun je de deur naar buiten niet meer vinden. Die is bijvoorbeeld gecamoufleerd als boekenkast.

Ik ken verpleeghuizen met nagebootste bushaltes. Daar kun je eindeloos wachten, want de bus komt niet.

Er zijn ook verpleeghuizen waar je op een hometrainer door je woonplaats kunt fietsen. Naarmate je sneller fietst gaan de beelden ook sneller bewegen. Probleem is wel dat het recente opnames zijn. Als je als gevolg van het oprollend geheugen bij Alzheimer weer in de jaren ’50 bent beland klopt er niets meer van en fiets je door een onherkenbare futuristische omgeving.

In dit verpleeghuis was een treincoupé nagebootst. Al zittend op de rode banken (eerste klasse) zag je een zomers landschap aan jou voorbij trekken. Je hoefde niet in te checken, want de meeste oudere bewoners hadden niet de OV-chipkaart (bewust) meegemaakt. Een mondkapje was ook niet verplicht.

Mocht ik ooit vanwege verregaande ‘teloorgang’ (zoals het wel eens wordt genoemd) op een gesloten afdeling terecht komen, dan zou dit mogelijk nog een afleiding voor mij kunnen zijn. Of anders beelden, gemaakt door een fietscamera, van Den Helder, Alkmaar of misschien ook nog van Delft. 

Woon ik op de begane grond, dan loopt de begeleiding de kans dat ik weer een honderdjarige ben die uit het raam klimt en verdwijnt...