Kolibrievlinder

Op ons stadse balkon werd een kolibrievlinder gespot. Hij is moeilijk te fotograferen, want hij kan niet stilzitten. Ik heb een poging gewaagd om hem toch op de gevoelige plaat vast te leggen. 

Uit Wikipedia: De kolibrievlinder (Macroglossum stellatarum) is een vlinder uit de familie van de pijlstaarten (Sphingidae).

De kolibrievlinder is te herkennen aan de grijze tot bruine voorvleugels met twee van elkaar af gelegen donkerbruine, dunne en enigszins grillige strepen aan de bovenzijde.

De achtervleugels hebben een oranje kleur aan de bovenzijde. De spanwijdte van de vleugels is ongeveer 5 centimeter.

De kolibrievlinder komt vrij veel voor in Nederland, maar als je niet oplet ziet hem toch weinig. Hij is mensen te snel af. In de droge zomers van 2003 en 2006 werd hij in Nederland veel waargenomen. 

Zware hond

In reactie op Mia en Scotty: met het optillen van een zware hond heb ik wel enige ervaring.

Het zat zo: mijn ouders hadden een verwaarloosde Duitse herder in huis opgenomen. Hij was behoorlijk druk en impulsief. Vooral als het woord ‘kamelen’ viel was hij niet te houden. Ik heb geen idee waarom dat zo was.

Mijn moeder had de hond voor geen meter onder controle. Ze was nogal klein van gestalte, ze kon bijna rechtop onder de tafel door. Ze had niet de kracht om deze hond buiten te begeleiden als hij een andere hond in het vizier kreeg. Dan zag je de hond rennen en mijn moeder er hijgend achteraan.

Ik dacht: de hond is zo uitgelaten omdat hij te weinig uitgelaten is. Laat ik eens een wandeling met hem door de polder maken. Eerst was hij superenthousiast maar na vijf kilometer zakte hij hijgend door zijn poten. Hij verzette geen poot meer. Dat had ik zo niet ingeschat. Ik moest nog vijf kilometer terug.

Ik heb geprobeerd om hem op te tillen, maar dat was niet te doen. Toen ben ik maar gaan liften.

De hond heeft later elders onderdak gevonden. Mijn vader was dominee en er kwam vaak bezoek aan huis. Sommige mensen waren bang voor de hond en dat was niet de pastorale bedoeling. Deze herder ging ergens anders wonen. 

Brave hond

Het is een brave hond. Misschien is het wel de brááfste hond van onze wijk. Of zelfs de brááfste hond van de stad. 

Laten we hem Pavlov noemen. We zien hem elke dag. Twee keer per dag loopt hij met zijn baasje over het grasveld voor ons huis. Dat is in onze versteende stadse omgeving tevens een hondenuitlaatplaats. De baasjes spreken elkaar op 1,5 meter afstand en hun honden houden zich niet aan welke covid-19-maatregel dan ook. Ze besnuffelen elkaar, buitelen over elkaar heen en rennen achter elkaar aan alsof er geen corona bestaat.  

Op een dag verschijnt het baasje van Pavlov in gezelschap van een jonge vrouw. Een paar dagen later zijn de rollen omgedraaid. Nu loopt de vrouw met Pavlov, maar het baasje houdt afstand. Kennelijk moet Pavlov leren om naar de vrouw te luisteren. Dat doet hij dus niet. Elke keer kijkt hij met een schuine kop naar de grote baas: ‘Wat moet ik hier nu mee, zeg jij het maar!’ Het is net als bij een peuter: twee opvoeders tegelijk roepen verwarring op: wie heeft de regie?

Weer een paar dagen later gaat de vrouw alleen met Pavlov op pad. Dat is een moedige daad. Nu moet zij de baas zijn. Pavlov weet zelf de weg naar het grasveld: eigenlijk laat hij met zijn trekkracht de vrouw uit. Op het veld houdt hij eerst een sanitaire stop. Daarna trekt hij zijn bazin naar het midden van het veld. Hij gaat er eens lekker voor liggen.

Dan worden de hemelsluizen geopend en gaat het opeens hard regenen. De vrouw staat kletsnat te worden. Pavlov ook, maar die vindt dat kennelijk niet erg. Duwen en trekken helpt niet. Hoe meer de vrouw aan hem trekt, des te meer zet Pavlov zich schrap. Zijn poten krijgen grip op de aarde en trekken een potenspoor door het gras. Na twee meter is de vrouw buiten adem en ligt Pavlov weer lekker te liggen in de regen. De volgende dag heeft de vrouw een speeltje als lokkertje meegenomen. Pavlov ligt weer lekker in het gras te liggen. Zijn nieuwe bazin gooit het speeltje weg. Pavlov kijkt het speeltje na. De vrouw wijst steeds naar het speeltje. Maar Pavlov blijft gewoon liggen. Spelen doe je niet in opdracht.

Vandaag is het een maand geleden dat Pavlov samen met de nieuwe bazin op het grasveld verscheen. Hij ligt weer gezellig op grasspriethoogte de wereld te bekijken. De vrouw is zoveel mogelijk op ooghoogte met hem in gesprek. Ze nodigt hem vriendelijk uit om verder te wandelen. Aan de lucht te zien nadert er een fikse bui. 

Aalscholver

Kijk nu eens wie vanmorgen de natte vleugels stond te drogen voor ons huis! Het was de heer A. Scholver.
Phalacrocorax carbo

In Nederland werden in 2019 zo’n 16.500 broedparen geteld, waarvan de meesten in de omgeving van Andijk.

Tot voorkort kwam de aalscholver niet zoveel voor in de omgeving van Delft. Waarschijnlijk heeft de vogel niet zoveel met techniek. Maar tegenwoordig zien we hem hier zelfs binnen de bebouwde kom. Ook voor fietsende studenten slaat hij niet op de vlucht.

De aalscholver is flink uit de kluiten gewassen. De spanwijdte van de vleugels kan tot 1,5 meter reiken.

Er worden vijf afzonderlijke families van aalscholvers onderscheiden.

De aalscholver is een beschermde vogel. Daar zijn visliefhebbers het niet altijd mee eens. Hij scholvert per dag wel een kilo vis. Tussen de aalscholvers is het moeilijk vissen vangen. 

Reactie op de dood van Ringo

Onze kleindochters T (7 jaar) en H (3 jaar) hebben het verhaal gehoord dat Ringo is overleden.
Ringo was sterk vermagerd

Kleindochter T (door haar opa ‘Droppie’ genoemd) was erg verdrietig. Ringo was een lieve poes die ze eten mocht geven en mocht aaien. Ringo hield niet van kleine kinderen, maar T was naar hem toe zó rustig dat hij zich gewoon door haar liet aaien.

Kleindochter H (door haar opa ‘Droffel’ genoemd) kan het niet goed begrijpen. Ze heeft nog nooit bewust meegemaakt dat er een dier of een persoon was overleden. Maar ze denkt wel in oplossingen.

Toen haar werd verteld dat er vrijdag (oppasdag) geen poes meer is in huis zei ze: “Dan is er wel een andere poes.”

Even later stelde ze voor om één van hun katten aan opa en oma te geven. Maar de vraag was: Welke? Antwoord: "Zoey, want die krabt mij wel eens...". 

Afscheid van Ringo

Ringo was van 5 kilo in 2020 afgevallen naar 2,9 kilo in 2021 en nu woog hij nog maar 1,9 kilo. In het bloed werden geen afwijkingen gevonden. De schildklier was ook OK. Toch leek het niet te kloppen. Was er sprake van onderliggend lijden?

De poezendokter adviseerde energierijk voedsel voor jonge katten. En ziedaar, onze bejaarde huiskater leefde weer op. Hij woog in maart 2,3 kilo. Maar sinds een paar weken at hij weinig. Ook kwam hij nog zelden op schoot zitten bij de baas. Het liefste ging hij in de gangkast liggen (bij de CV-ketel). Daar zetten we ook een doos voor hem neer. De wereld van Ringo was erg klein geworden.

Ringo gisteren onder een dekentje

Vandaag besloot ik toch maar om de poezendokter te bellen. Had Ringo nog wel kwaliteit van bestaan? Het was altijd een taaie kat, maar waren we niet bezig zijn leven onnodig te rekken? De poezendokter haalde de ethische commissie er bij.

Om half vier gingen Tineke en ik met Ringo op bezoek bij de poezendokter. Ze onderzocht hem en zei dat de prognose slecht was. We mochten hem mee nemen naar huis en over een paar dagen weer langs komen voor euthanasie.

We mochten ook nu beslissen. Eigenlijk waren Tineke en ik het er (onbesproken) over eens: het was genoeg geweest voor Ringo. Hij was verslapt, spinde niet meer, at niet en dronk bijna niet. We werden even met hem alleen gelaten voor het afscheid. Daarna kwam de dokter terug voor een injectie.

Ringo bleek zo verzwakt dat hij al na een minuut was overleden. Het was goed zo. Maar wat zal ik onze huiskater missen! 

Ringo naar de poezendokter

's Morgens moest de baas naar de mensendokter voor de jaarlijkse controle en 's middags was huiskater Ringo aan de beurt.

Zodra Ringo de poezenmand ziet of ruikt maakt hij zich onzichtbaar. Je ziet hem nog wel, maar hij kijkt niet meer de kamer in. ‘Als ik jou niet zie, zie je mij ook niet‘. Ringo heeft dus nog niet het niveau van het kiekeboe-spelletje bereikt.

Ik besloot deze keer om niet met een stappenprogramma te werken en ook niet met lekkere brokjes. Ringo heeft inmiddels zóveel levenservaring dat hij daar niet intrapt. Dus pakte ik hem bij zijn nekvel en zette hem in één keer in de mand. Dit was weliswaar in strijd met de Wet Zorg en Dwang en ook strijdig met het programma van de Partij voor de Dieren, maar nood breekt wet.

Ringo bij de poezendokter

Daarna liep ik naar de poezendokter. Deze zetelt om de hoek. In de mand maakte Ringo zich eveneens onzichtbaar. Ook toen er in de wachtkamer een verzameling van vier honden bleek te zitten en te blaffen, Ringo gaf geen kik.

Gelukkig waren we heel snel aan de beurt. Ringo werd beklopt en beluisterd, ook vanwege een piepende ademhaling. Maar de dokter hoorde niets, behalve een lichte hartruis. Daar kun je oud mee worden. Maar omdat hij al bijna 18 jaar is, moet zijn gezondheid toch even extra in de gaten worden gehouden. Ook zijn tanden en zijn ogen waren voor een kater op leeftijd nog goed in orde.

En daarna gewoon weer bijkomen bij de Baas op schoot. Nee, Ringo is niet haatdragend…

Daarna werd Ringo gewikt en gewogen. Ondanks extra voeding was hij nóg verder afgevallen: van 3,7 naar 2,9 kilo. Ooit was hij ruim 5 kilo. De poezendokter kon geen verklaring bedenken, maar ze wilde voor de zekerheid toch nog bloed prikken. Het zou de schildklier kunnen zijn. Dat zit in de familie, Tineke heeft er ook problemen mee.

Ringo’s baard werd geschoren en daarna werd er een buis bloed afgetapt. Ringo gaf nog steeds geen kik. Toen de handelingen waren afgelopen ging de poezendokter achter haar computer zitten. Ringo kwam meteen bij haar op schoot zitten.

"Och, wat cute", zei de poezendokter, "wat een lieverd, dat heb ik hier nog nooit meegemaakt." En zo is het maar net. Huiskater Ringo is gewoon een heel vriendelijk poezenbeest.