Harlingse Autodakpoes

De afgelopen dagen werkte ik weer in Friesland. 

Het centrum van één van de Friese elf steden – Harlingen – kent een hoge poezendichtheid. Daardoor kom ik daar nog wel eens te laat op een bespreking: er moeten onderweg teveel poezen toegesproken en geaaid worden.

Deze poes warmde zich op het dak van een auto. Maar toen ik haar – netjes in het Fries – aansprak (“bisto dan sa’n leave poes?”) trad ze mij vriendelijk spinnend tegemoet.

Advertenties

Treinpoes

Het verhaal heb ik al eens eerder beschreven, maar voor de kattenliefhebbers in de herhaling.

Gedurende 12 jaar woonde poes Poes bij ons. Zo heette ze toen we haar uit het asiel haalden. De naam hebben we niet veranderd.

Poes Poes moest de deur uit bij de vorige eigenaar, omdat haar vriend allergisch was voor katten. Ik zou die vriend dan de deur uit zetten, maar deze mevrouw zette poes Poes de deur uit.

Voor onze vakantie vervoerde ik poes Poes vanuit Den Helder naar onze dochter in Amsterdam. Daar kon ze tijdelijk onderdak krijgen, drie hoog achter, dus wat wil je nog meer.

In de mand maakte poes Poes erg veel lawaai. Ze zette haar sirene aan en die sirene kreeg ik niet meer uit. Dus ten einde raad heb ik het deurtje open gedaan en ik heb haar op het tafeltje gezet. Daar is ze blijven liggen totdat we Amsterdam naderden. Ze was vooral geïnteresseerd in koeien en schapen.

Toen we bij Amsterdam waren heb ik haar weer in de mand gezet. Vanwege de BOPZ was poes Poes het heel erg oneens met deze maatregel. Ze zette haar sirene weer aan. In de tram trok poes Poes veel bekijks…

Treinooievaar

Je kunt natuurlijk je nest bouwen op zo'n ooievaarsplateau dat o.a. bij allerlei boerderijen te vinden is.

Of eventueel op een schoorsteen (soms lekker warm, als je maar niet uitgerookt wordt).

Of in elektriciteitsmasten, zoals ik in de Bommelerwaard heb gezien.

Maar deze variant is nieuw voor mij. Gewoon in een portaal van de bovenleiding van NS.

Mickey

In het jaar 1988 zakten wij bijna door de vloer van ons huis. De oorzaak werd uiteindelijk gevonden. Bij de buren had de waterleiding een jaar lang ernstig gelekt. Daardoor was de fundering aangetast.

De buurman was dement en de buurvrouw begreep het ook allemaal niet meer. We gingen de strijd over onkosten niet aan en besloten maar tot het laten aanbrengen van een nieuwe en goed geïsoleerde betonnen vloer.

Dat was een heel gedoe. We konden ruim een week lang niet in de woonkamer en moesten via de voordeur en door de steeg naar de achtertuin lopen als we naar de WC wilden of een douche wilden nemen. Ook voor de keuken moesten we deze omweg maken. Maar gelukkig kwamen er iedere dag mensen uit de kerk eten brengen.

In die tijd hadden we drie katten: Moor (een halve Pers), Barp (een cyper die uit een sloot was opgevist) en Mickey (een zwarte asielzoeker met een wit befje). Mickey was een baldadige jonge kat met aanzienlijke gedragsproblemen. Daardoor was hij  uit zijn vorige huis gezet. De diagnose was: een reactieve hechtingsstoornis.

Zo lang er geen beton lag gebruikten de drie katten het zand onder het huis als kattenbak.

Op de woensdag werd er beton gestort. De hoop was dat het beton dan zaterdag droog genoeg zou zijn om er weer overheen te kunnen lopen. De drie katten waren vanwege het lawaai spoorloos verdwenen. Pas toen de rust weerkeerde kwamen Moor en Barp tevoorschijn. Mickey zagen we niet, maar die was nogal avontuurlijk en bleef wel vaker wat langer weg.

De volgende dag vonden we het toch wel verdacht worden. ’s Avonds hoorden we iets van een gemiauw bij de voordeur. Maar het was Mickey niet. Het gemiauw hield aan en leek ver weg. Totdat we bedachten dat dat katje misschien wel ergens onder het huis zat. Dat lees je ook wel eens in verhalen over verbouwingen. Maar het zou óns toch niet overkomen?

Nee, we hoefden geen gat in het beton te boren. In de gang was een kruipluik vrij gehouden. Maar de bekisting van het beton zat nog tussen de ruimte van het kruipluik en het zand onder het huis. Er moest dus een gat in de bekisting worden gezaagd om te kijken of er ergens verderop zich een katje verschanst had.

Toen ik mijn hand naar binnen stak kreeg ik even later een klauw in mijn hand. Ik denk dat zelfs toen de speelsheid Mickey niet had verlaten: achter alles wat bewoog moest hij aan, zelfs in duistere omstandigheden. We lieten het gat open en even later sprong er een inmiddels volkomen grijze en stoffige kat de gang in. Hij mocht nog niet door de kamer lopen, dus probeerden we hem via de voordeur naar achteren mee te te nemen. Maar onderweg sprong hij uit mijn armen en rende weg.

Mickey hebben we nooit terug gezien. Als dank voor deze reddingsoperatie is hij gewoon ergens anders gaan wonen. Of onder een auto gekomen...

Plein Poeszicht

Sinds enige tijd heeft Delft een heus Kattencafé: het Kattencafé de Kattenkop.

In dat café kun je koffie/thee met wat lekkers nuttigen benevens tosti’s en andere voedzame hapjes. En ondertussen kun je er poezen aaien.

Het café biedt zicht op ons huis. Omgekeerd zouden wij (als we erg goede ogen hadden) de poezen kunnen zien zitten in de vensterbank van het café.

Zie ook: https://www.ad.nl/video/production/kattencafe-kattenkop-geopend-in-delft~vp29920

Vogels aan de Schie

We wonen ruim een jaar aan de Schie. Opvallend is dat er in onze verstedelijkte omgeving steeds meer watervogels bij komen.

Ze waren er al een tijd: de meeuwen, de meerkoeten, eenden, waterhoentjes, futen en zwanen.

Vorig jaar kwamen er opeens nijlganzen bij. In ons land is het aantal van deze Alopochen aegyptiaca de afgelopen decennia enorm toegenomen. Deze exoten  komen nu dus ook in de stad voor. Vorig jaar herfst was er hier een koppel van zes stuks. Soms verdubbelden ze. Want dan zagen ze zichzelf in de ruiten van het flatgebouw en gingen een enorm kabaal tegen zichzelf maken.

Sinds een paar weken zien we ook aalscholvers. Van de  bestaan zo’n veertig soorten, geen idee welk soort zich aan het Schiekanaal ophoudt.

Kater Ringo houdt zich met deze vogels niet bezig. Hij vindt het buiten te koud. Op andere dagen trouwens ook niet. Zijn actieradius gaat niet verder dan het balkon.