Poes op afzuigkap

Milou heeft ons twee dagen ongerust gemaakt. Ze was zoek. 

En opeens was ze er weer. Alsof er iets aan de hand was.

Het doet me denken aan één van mijn vroegere cliënten die drie dagen spoorloos is geweest. Hij was een dagje uit met een begeleider. In Amsterdam liep hij weg van zijn begeleider. Volgens hem was het andersom: de begeleider was bij hem weggelopen.

Katse Afzuigkap

Drie dagen later was hij er weer. We zijn er nooit achter gekomen waar hij was. Ik heb nog een poging gewaagd door de vragen of de Hembrug er nog was. Oftewel: kwam hij met de pont (lopend) of met de trein richting Kop van Noord-Holland, maar zijn antwoord was: “Dat weet je zelf wel.”

In elk geval: Milou was spoorloos en zal het ons nooit vertellen waar ze was. En wij maar ongerust zijn. Maar Milou kan ook plekken in huis vinden waar je niet gemakkelijk zoekt.

Zoals op de foto, gemaakt door het vorige baasje van Milou. Je zoekt niet snel op een afzuigkap...

Poes op tafel

Milou heeft zich inmiddels het hele huis toegeëigend. Kennelijk zijn de regels niet helemaal duidelijk.

Hier zit ze op de tafel. Volgens haar is er helemaal niets mis mee. Een beetje kat mag ook op de tafel zitten. Honden niet. Die zijn voor onder de tafel.

Wat we verder zien op de foto is op de achtergrond: onze familie. Daar hangen de portretten van opa’s, oma’s, ouders en onze jeugdfoto’s. Allemaal portretten dus. Want onze familie bestaat uit bijzondere portretten.

Kat op tafel

Rechts zie je een stapel familiekranten. Die worden elk kwartaal in elkaar geflanst en verzonden aan een select gezelschap.

Boven Milou zie je papieren lampen. In een onbewaakt ogenblik heeft Tineke papiertjes gevouwen en die als lampenkap ingezet. Je moet er maar opkomen.

De tafel hebben we tweedehands gescoord. Het is een extra grote tafel. We zijn maar met zijn tweeën, maar af en toe zijn er ook acht gasten. Dan komt zo’n grote tafel wel goed uit.

Links zie je een strookje paracetamol. Tineke heeft al een week last van een voorhoofdsholteontsteking, een sinusitis frontalis. Dat heeft ze regelmatig en het begint met het zó hard niesen dat de ruiten bijna uit de sponningen geblazen worden.

De bijbehorende hoofdpijn wordt enigszins gedempt met  paracetamol. Als je hier paracetamol op de tafel ziet liggen weet je dus wat er aan de hand is.  

Waaghalspoes

Milou zat al een paar dagen nogal dwingend bij de deur. Ze wilde naar buiten.

Hoewel ze nog niet lang genoeg bij ons in huis is waagden we het er maar op. Ze ging naar buiten.

Ik verwacht dan: die gaat even rustig alles bekijken. Nee hoor: ze trok meteen een sprintje en was binnen een minuut uit het zicht verdwenen. Even later zag ik haar op een muurtje, drie huizen (dakterrassen) verder.

Daarna kwam ze terug. Ze wilde aan de andere kant van ons dakterras kijken hoe ze naar beneden kon springen.

Hoewel katten altijd op hun pootjes terecht schijnen te komen was ik toch blij dat ze de sprong niet waagde...

Hoe is het met Milou?

Hoe is het noe met Milou? Welnu: Milou lijkt haar thuis te hebben gevonden.

Maandag was dat wel even wat anders. Ze moest naar de poezendokter voor een intake en de gewenste vaccinaties. Daar was ze al vier jaar niet geweest omdat ze zich tijdens het vorige bezoek misdragen had. De hele onderzoekskamer was door haar verbouwd.

De rust is weergekeerd

Het was een truc om haar in de poezenmand te krijgen, maar het lukte door een fop met lekkere snoepjes. Maar eenmaal bij de poezendokter liet ze zich van een andere kant zien, met de ‘mini-pumatrekken’ van haar Abessijnse vader.

Wat is mevrouw dan sterk! En wat kan ze hard schreeuwen! Ze bleek geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Dat deed de poezendokter dan ook niet. Ze haalde versterking in de vorm van een krachtdadige assistente en die deed van die lange leren handschoenen aan die valkeniers ook dragen.

Maar er moest ook nog geluisterd en geprikt worden. Of het luisteren naar het hart goed gelukt is vraag ik me af. De prik zat er in elk geval wel in. Voorlopig hoeft mevrouw niet terug te komen.

Bij terugkomst wilde mevrouw nog even geen snoepjes. "Daar tuin ik niet weer in". Maar inmiddels is de rust weergekeerd, zoals jullie op de foto kunnen zien. 

Milou

Milou bleek heel snel te wennen in ons huis.
Milou bestudeert de klok

Eerst maakte ze een rondje door overal aan te ruiken. Het tweede rondje gaf ze kopjes tegen alle voorwerpen en meubels. Dat deed ze soms zó stevig dat ik bang was dat ze een hersenschudding op zou lopen.

Daarna vond ze het welletjes. Het hele huis was van haar geurvlag voorzien en goedgekeurd.

Gisteravond zat ze minutenlang op de tafel naar één plek op de muur te kijken. Ik dacht: ze zit toch niet te kijken naar iets wat er niet is? Een welig bloeiende psychose is ook bij een poes schadelijk.

Het bleek dat ze naar de secondenwijzer van de klok aan het kijken was. Die tikte gaatjes in de stilte. Binnenkort kan ze klokkijken....

Even voorstellen…

Een half jaar na het overlijden van Ringo is Milou gisteren bij ons komen wonen. 
Milou houdt van overzicht

Milou is een zes jaar oude poes. Haar moeder is een cyper, en haar vader een Abessijn.

Ik weet niet of jullie Abessijnen kennen, maar die hebben geen hoogtevrees. Ze klimmen het liefste op hoge palen. Gelukkig was er beloofd dat Milou niet in de gordijnen klimt.

Milou had veel last van de drukte in het gezin waar ze woonde (met jonge kinderen). Met pijn in het hart zette het echtpaar waar ze woonde haar op de site van Verhuisdieren. Die site probeert te voorkomen dat dieren in een asiel terecht komen.

Ik moest Milou uit Friesland halen. Een voordeel is dat ze goed Fries verstaat. Omdat Milou de trein niet gewend was keek ze haar ogen uit. Ik dacht: ‘straks wordt ze nog tureluurs van alle indrukken. En een tureluurse kat, probeer die maar weer eens in goede banen te plooien.

In de vensterbank van het nieuwe huis

Ter hoogte van Steenwijk legde in mijn jas over de poezenmand en bij Zwolle sliep ze, om pas bij Rotterdam weer wakker te worden. Daarna hield ze alles en iedereen weer nauwgezet in de gaten.

Eenmaal in ons huis aangekomen mocht ze uit de mand. Milou was direct nieuwsgierig. Alle hoeken en gaten van het huis werden eerst beroken en daarna ‘bekopt’.

Toen die taak was afgerond ging ze zich thuisvoelen, deed een plas op de bak en at brokjes. Daarna liep ze nog een rondje en ging vervolgens liggen rollebollen.

Volgens mij komt het allemaal wel goed met Milou. En met ons. Mits we ons alle drie maar aan de onderlinge gedragsregels houden.  

Dieren in de Bijbel

In het kader van Dierendag hebben we in de kerk een avond voor gasten uit de wijk georganiseerd over de zorg voor dieren. Met vragen zoals: 'wat is je lievelingsdier?', 'zijn er dieren waar je bang voor bent?' en: 'welke spreekwoorden gaan over dieren?'

We zijn een kerk, ik ga het ook even hebben over dieren in de Bijbel. Dat zijn er veel meer dan ik gedacht had.

  • Het meest genoemde dier in de Bijbel is het schaap. Dat komt maar liefst 275 keer voor in de Bijbel. De meest genoemde associatie is die van de schapen en de herder.
  • Het paard komt 172 keer voor. Vreemde mogendheden zetten het paard in in de strijd (het waren de tanks uit die tijd), maar in de Bijbel is het paard vooral het 1 PK vervoermiddel.
  • De geit wordt 156 keer genoemd, meestal als offergave.
  • De leeuw komt 132 keer voor, als dapper en krachtig dier, maar ook als dier dat er op uit is om iemand te verslinden.
  • De ezel komt 111 keer voor en in het meest bekend geworden door zijn rol in de kerststal.
  • De vis wordt 72 keer genoemd, vooral als voedsel.
  • Het lam staat voor reinheid en onschuld en wordt 69 keer genoemd.
  • De kameel wordt 62 keer genoemd, vooral als buit of als geschenk
  • De slang komt er niet best vanaf en is vooral een listig en geslepen dier dat al in het begin van de Bijbel de ellende symboliseert.
  • De duif is een offerdier voor de armen, maar ook een symbool voor de onschuldige vrouw of voor de Heilige Geest.
Helaas komt de poes niet in de Bijbel voor. Midas Dekkers heeft wel een mooi verhaal geschreven over de hemelpoort met daarnaast een kattenluikje. Dat verhaal wijst erop dat er in de hemel plaats is voor (veel) katten.  

Kolibrievlinder

Op ons stadse balkon werd een kolibrievlinder gespot. Hij is moeilijk te fotograferen, want hij kan niet stilzitten. Ik heb een poging gewaagd om hem toch op de gevoelige plaat vast te leggen. 

Uit Wikipedia: De kolibrievlinder (Macroglossum stellatarum) is een vlinder uit de familie van de pijlstaarten (Sphingidae).

De kolibrievlinder is te herkennen aan de grijze tot bruine voorvleugels met twee van elkaar af gelegen donkerbruine, dunne en enigszins grillige strepen aan de bovenzijde.

De achtervleugels hebben een oranje kleur aan de bovenzijde. De spanwijdte van de vleugels is ongeveer 5 centimeter.

De kolibrievlinder komt vrij veel voor in Nederland, maar als je niet oplet ziet hem toch weinig. Hij is mensen te snel af. In de droge zomers van 2003 en 2006 werd hij in Nederland veel waargenomen.