Jarige kater

Vandaag is onze huiskater Ringo 17 jaar geworden. Ringo werd op 6 juni 2004 geboren in Bussum op een Gooise matras die door zijn moeder was uitverkoren als kraambed. 

Ringo was één van de vier broertjes uit één nest. De broers werden genoemd naar de Beatles. Hij had een cyperse moeder. De vader was van schrik met de noorderzon vertrokken.

Toen hij twaalf weken oud was ging Ringo de deur uit. Hij ging in Hilversum wonen en verhuisde daarna naar Alkmaar. Ringo bleek een vriendelijke kater die graag op schoot zat. Hij kon echter niet goed tegen onverwachte drukte. Dan pieste hij bijvoorbeeld tegen stopcontacten. Dat was nogal eens een schokkende ervaring.

Toen er in het huis waar hij woonde drie kleine kinderen rondliepen werd het leven voor hem overdag veel te hectisch. Hij dook onder, en liet zich pas ’s avonds weer zien. Zijn vrouwtje besloot om hem met pijn in het hart aan te melden bij een asielzoekerscentrum. De dag voordat hij de deur uit zou gaan zagen wij Ringo (voor het eerst). We besloten hem mee te nemen, zodat hem een stressvol verblijf in een asiel bespaard zou blijven.

Inmiddels woont Ringo zeven jaar bij ons in huis. Hij verhuisde mee vanuit Alkmaar naar Delft. Hij heeft zijn eigen plekken in huis. Twee weken de bank en dan twee weken een stoel en dan weer ergens anders. ’s Nachts is hij bijna altijd buiten en bewaakt hij zijn territorium. Soms watert hij op een onverwachtse en ongewenste plek in huis, maar de schade kan redelijk beperkt worden.

Een kater is meer dan een gedragsprobleem,zoals dokter Jansma schijnt te denken. Een huiskater zoals Ringo biedt ook veel gezelligheid. Hij is goed van spins en slaat nooit een poot naar iemand uit. Ook zit hij graag bij de baas op schoot. Mannen onder elkaar, dat heeft toch wel iets. 

Dokter Jansma revisited

Opeens verscheen dokter Jansma weer op het toneel. Hij had zich twee maal laten vaxxen en de café's gingen weer open. Dus hij vond het tijd om de deur uit te gaan. En hij meende dat ik als semi-collega en fietser hem goed gezelschap kon houden bij deze excursie.

Het was een hele eer. Wij waren de eerste gasten sinds de heropening van een eetgelegenheid aan het strand van Scheveningen. Dokter Jansma was daarheen gefietst op zijn aftandse piepende en knarsende Multicycle. De Multicycle is eigenlijk een soort rijdend gasfornuis, afkomstig uit een fabriek van gasfornuizen in Ulft (DRU) die eens iets anders wilde proberen. Een groot succes werd het niet.

Helaas had de emeritus zielenknijper geen mondkapje bij zich. Dat was geen principe, het was vanwege een gebrek aan gewenning. Hajé was maandenlang in zelfverkozen quarantaine gebleven, samen met zijn huiskater Kees. Ik had verwacht dat de kater naar Freud zou zijn genoemd, maar de naam Kees bleek ook met het werk van een zielenknijper te maken te hebben. De naam Kees verwijst naar de case-study.

Het mondkapje bleek in de andere jas van dokter Jansma te zitten. Hij had vanwege het weer besloten tot een jaswissel, maar zonder mondkapje kwam hij dit etablissement niet in. En ik had deze keer (bij uitzondering) ook geen reserve-muilkorf bij me. We moesten ons dus buiten onderhouden, in de luwte weliswaar, maar danig aan de frisse kant.

Het was Hajé wel tegen gevallen: op de fiets naar Scheveningen. En terug zou hij ook nog eens wind tegen hebben. Hij had mijn fietstochten zo’n beetje gevolgd. Hij vond dat ik menigvuldige risico’s had gelopen door mij bij nacht en ontij op de fiets te begeven terwijl ik niet wist waar de aerosolen met het destructieve virus zich bevonden. Maar nu ik dat gevaar getrotseerd had bleek dat ook een voordeel te hebben: mijn conditie was beter dan die van Hajé, dat moest zelfs hij erkennen.

De rollen bleken weer als vanouds. Dokter Jansma was de spreker en ik was de luisteraar. Hij had in zijn vak bijna een halve eeuw moeten luisteren naar zijn patiënten. Nu werd er naar hém geluisterd. Maar toch was ik degene die als eerste een vraag stelde: ‘Hoe is het met Kees?’

Hajé trok meteen van verbale wal. Over Kees viel heel wat te vertellen. Volgens hem heeft zijn kater een oppositionele gedragstoornis in engere zin. ‘Ik ben twee en ik ben nee’. Hij paste binnen de criteria van de bemoeilijkte opvoedbaarheid.  Maar dokter Jansma wilde niet zover gaan dat hij wilde spreken van een disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornis‘. Maar wat hem wél opviel was dat Kees op geen enkele manier wilde luisteren naar zijn nieuwe baas. Als Hajé vond dat Kees maar eens gezellig bij hem moest komen zitten ging Kees pontificaal op de kast liggen, en als Hajé geen tijd voor Kees had kwam hij gezellig op schoot liggen.

Dat moest toch anders kunnen, zo vond Hajé. Hij had nog wel wat mensenpilletjes liggen, maar toen hij de bijwerkingen las wilde hij dat zijn Kees toch niet allemaal aandoen. Ik wilde vragen of hij zijn patiënten die bijwerkingen wél aan had willen doen, maar die vraag slikte ik toch maar even in. Je moet een pensionado niet na zijn carriëre al teveel confronteren met de ellende die hij tijdens het werkzame leven heeft aangericht.

De ober kwam langs in de vorm van een roodharige struise en blozende verschijning. ‘Geef mij maar een dubbele espresso en een lekkerbekje, jongedame’ zei Hajé. En meneer een gewone koffie. Naturlijk wil hij er ook wat bij. Ik betaal uiteraard. Wat zal het zijn, een borrel van Florijn?’ De blozende verschijning interrumpeerde Hajé met feit feit dat de vis pas vlak voor de lunch zou komen, het was nu nog koffietijd. Wat is dat nu? zei dokter Jansma, zitten we hier naast de visserijhaven, is er geen vis. Ik kan er nu wel even naar toe lopen. Ik ben namelijk een dierenliefhebber, daarom eet ik graag vis, mevrouw. En anders vang ik er zelf wel eentje in de belendende wateren. Maar u hebt geen vis en zelfs geen platgeslagen lekkerbek? Hebt u nog wat anders in de aanbieding ter stilling van het hongergevoel van twee zeventig-plussers die een wereldreis op de fiets achter de rug hebben? Mevrouw had appelgebak. ‘Doet u ons dus maar twee appelgebak met slagroom, met uw welnemen, mevrouw.’

Terug naar Kees. ‘Zoals ik eertijds al zei: hij watert op de stoelen en daar ben ik niet zo van gediend. Als het nu bij één stoel zou blijven, maar inmiddels heeft hij meerdere stoelen bewaterd. Daar heb jij als kattengedragsdeskundige inmiddels toch wel een oplossing voor bedacht? Of watert jouw huiskater ook nog steeds alle stoelen onder?’ Inderdaad, ook Ringo houdt van urinale variatie, moest ik erkennen. ‘Ik vermoed’, sprak dokter Jansma, ‘dat er hier sprake is van verzet. Maar de hypothese van de posttraumatische stressstoornis zou ook mogelijk kunnen zijn. Je zult maar van de ene op de andere dag ontmand worden als huiskater, zonder dat je je daar ook maar enigszins op bent voorbereid. Dat wreekt zich later. Alleen, waarom moet een nieuw baasje dan ook gestraft worden? Hij heeft part noch deel gehad aan deze vorm van dierenmishandeling. Maar vindt jij dan dat jouw huiskater een gedragsprobleem heeft?’

Ik zei dat ik onze huiskater een bijzonder vriendelijke en aaibare poes vind, ‘maar af en toe gaat er iets mis’. ‘Ja, ja, ik weet het, vanuit jouw vak keur je alle misdragingen goed, al breken ze de tent af, dan nog is er niks aan de hand, je denkt natuurlijk weer niet in moeilijkheden maar in mogelijkheden, nou moet je mij eens een idee aan de hand doen wat de mogelijkheden zijn bij een huiskater die bij voorkeur de stoelen bewatert. Ik zou maar weer eens geitenwollen sokken aantrekken. Alleen jammer dat V & D failliet is, daar verkochten ze de beste’ aldus dokter Hajé. Hij wachtte mijn antwoord niet af, maar ging verder met zijn eigen verhaal. Kijk, vanuit mijn discipline kijk ik hier toch iets anders naar. Ik geef de moed niet op, maar ik ga de strijd aan. Op ieder potje past en dekseltje en bij elk probleem past wel een pilletje. Bovendien, zegt jouw boek de Bijbel ook niet dat door vol te houden de slak de ark bereikte? En ook hebben de Zeven Verenigde Nederlanden door vol te houden de Tachtigjarige oorlog gewonnen. Wat mij betreft had Noach trouwens eerder met zijn boot mogen vertrekken, dan hadden we niet zo’n last van slakken gehad. Maar dat terzijde. Maar zo’n probleem met dat wildplassen moet behandelbaar zijn. Helaas wil het licht maar niet bij mij maar niet gaan schijnen bij het zoeken naar een antwoord op dit probleem. Kees doet niet wat de baas graag wil. Een hardnekkig oppositioneel gedragsprobleem derhalve. Maar waar blijft de koffie nu? Onze lieftallige bediende was kennelijk eerder gezet dan de koffie. Maar goed, dan krijgen we wel vers gevangen koffie.’

Precies op dat moment kwamen de koffie en de appeltaart naar buiten, vergezeld van nog steeds de struise roodharige verschijning. Ze leek opvallend op de vroegere assistente van Hajé, al was ze duidelijk een generatie jonger. Ze zette de bestelling op ons tafeltje neer en zei ‘geniet ervan!’ ‘Kunt u iets duidelijker spreken?’ zei Hajé, ‘mijn gehoor is helaas jammerlijk aan de vergankelijkheid onderhevig’. De dame herhaalde op vriendelijke wijze haar zin en Hajé antwoordde: ‘dankuwel, dat is erg vriendelijk van u, zelfs als het niet smaakt zal de schade dankzij uw vriendelijke woorden toch mee gaan vallen. Maar u ziet er niet uit alsof u uw hele leven op Scheveningse terrassen door zult gaan brengen. Wat doet u verder voor de kost als ik zo vrij mag zijn?’ De ober antwoordde dat het voor haar een vakantiebaantje was en dat ze doorgaans bezig was met een studie. Ik zou wel willen weten wat ze dan studeerde, als het antwoord op die vraag in de prijs inbegrepen zou zijn. Maar ik hoefde de prijs niet te betalen, want dat zou Hajé doen. Dus liet ik hem ook verder aan het woord. ‘Zozo’ zei Hajé, ‘hoor ik dat goed, mijn kalender gaf vanmorgen aan dat het 5 juni is en u viert al vakantie? Dat was in mijn jeugd toch anders. De professoren gingen door tot quatorze juillet. Maar ja, we leven thans in een ander tijdsgewricht. Dus ik zal me inhouden van verder oordeel.’

Zo zaten we een uur op het Scheveningse terras. Een antwoord op het probleem van de vrijpostig waterende Kees werd niet gevonden. Dokter Jansma opperde zelfs de mogelijkheid om electro aversie therapie toe te passen, ‘voor zijn eigen bestwil teneinden verdere teloorgang te voorkomen’. Voor wie zijn bestwil werd niet duidelijk. Het leek mij meer de bestwil van Hajé dan de bestwil van huiskater Kees. Mijn advies was om eerst een uitvoerige gedragsobservatie te doen waarbij o.a. werd beschreven wat vooraf ging, wat de plaats des onheils was en wat de gevolgen waren, maar volgens Hajé was hij met vakantie en waren zulke schema’s meer iets voor geneurotiseerde gedragsdeskundigen die met dat soort rituelen meenden tal van onheilen te kunnen bezweren zonder dat er ooit een oplossing uit voort zou komen.

Toen Hajé wilde afrekenen bleek dat hij zijn pasje niet bij zich had. Het zat in zijn andere jas. Uiteindelijk kwam de rekening dus bij mij terecht. Plaatsvervangend de afwas doen bleek geen optie. Wij waren de eerste gasten en er was dus verder nog geen afwas... 

Rat in huis

Dit is een eng verhaal. Voor sommige lezers, waarschijnlijk. Die kunnen nú stoppen met lezen. Jullie zijn dus gewaarschuwd. De anderen kunnen verder lezen. 

Gistermorgen zaten we via de livestream naar de kerkdienst te kijken. Opeens voelde Tineke iets warms bij haar voet. Ze keek naar beneden en zag een dier met een lange staart. Ook huiskater Ringo heeft een lange staart, die hem soms behoorlijk in de weg zit, maar hij was het niet. Ik dacht nog even in een flits: ‘hebben we weer hamsters?’ Maar het bleek een groot uitgevallen muis. Oftewel: een rat.

Alles over ratten: herkennen, leefwijze en nut
Bruine rat (foto: Beestjeskwijt, internet)

De rat liep verder door de woonkamer en passeerde huiskater Ringo. Die deed niks. Waarschijnlijk dacht hij: ‘ik ben met pensioen, mijn naam is haas’.

We zijn ooit naar Hameln met vakantie geweest en daar werkte de rattenvanger van Hameln. We hadden in Delft echter geen fluit bij de hand in huis om deze rat te kunnen vangen.

Jullie zullen denken: wat doet een rat in een flat? Welnu: er is ook een rat op de vierde etage van ons flatgebouw aangetroffen. Misschien dezelfde. Ratten schijnen tegen muren op te kunnen klimmen. Dus mocht je een dier zich verticaal zien verplaatsen tegen de muur van je huis, dan hoeft het geen eekhoorn te zijn. Het kan ook een rat zijn.

Ik heb Ringo op zijn vier poten gezet en hij liep (eigenlijk: wandelde) achter de rat aan. De rat schrok wel van Ringo en koos het hazenpad. Hij glipte weg op het balkon. Ringo wilde niet meer naar buiten. Wat je niet ziet, bestaat niet.

Huiskater Ringo

Toen ik de afwas stond te doen zag ik opeens twee glinsteroogjes voor het raam. Het was opnieuw de rat. Hij wilde kennelijk weer naar binnen. Dat was niet de bedoeling. Ik vroeg de rat vriendelijk doch beleefd om te vertrekken. Even later bleek hij zich verstopt te hebben achter onze tuinbank. Dat was ook al niet de bedoeling. Ik schoof de bank opzij en de rat schoot weg. Waarheen, dat is nog de vraag.

We zouden gaan wandelen, en dan gaat huiskater Ringo meestal naar buiten. Dat wilde hij niet. Hij scheet bijna in zijn denkbeeldige broek. Je denkt dat zo’n huiskater ongedierte verdrijft, maar het lijkt er steeds meer op dat Ringo toch echt een vegetariër is. Hij eet geen vogels, maar ook geen muizen en ratten. Hij eet wel graag chips.

Nu nog bedenken wat we met deze indringer moeten. Als je op internet leest zijn ratten geen gezonde dieren in en rond het huis. We hebben al corona in Delft, daar moeten we niet ook nog de pest bij krijgen.

En Tineke: klom zij niet meteen op de tafel of in de gordijnen? Nee, ze is een koelbloedige en krachtdadige vrouw die helemaal niet schrikt van ratten of muizen. Ook een passerende kameel in huis zou ze nog wel een interessante afleiding vinden. Alleen spinnen: dat liever niet. Huiskater Ringo spint al genoeg. 

Blauwkapje en de grote boze wolf

Toegegeven: het was al na 21 uur. Het avondklokje van gehoorzaamheid had al geklonken. Maar ik was nog onderweg. Ik bevond mij in het dorp Stompwijk.

Plotseling klonk er een geluid als van een groot monster. Dat monster had ik helemaal niet aan zien komen: het was er opeens. Vlak naast mij: ter hoogte van mijn kuiten. Die bewogen zich voort in een passend tempo bij de snelheid van de Batavus Dinsdag. Hapklare brokken voor een bijtgraag monster.

Nu heb ik na ruim zestig jaar fietservaring wel dé manier gevonden om bijtgrage monsters koest te houden, maar hier was ik niet op voorbereid. Het beest was er opeens. Het was een (waarschijnlijk) Duitse herder die om onduidelijke redenen grensoverschrijdend bezig was geweest.

Ik ben wel eens stevig in mijn linkerkuit gebeten. Dat was in Wijk aan Zee. Deze herder kwam ook weer van links. Net zoals de Duitse wegpiraat die een aanslag op mijn leven pleegde. Komt het gevaar dan tóch van links?

Als je heftig reageert op zo’n wolfachtig type is het einde zoek. Dan wordt het beest fanatieker. Ik fietste gewoon door, met enige mate van schrik in de benen. Het beest rende nog zo’n honderd meter blaffend met mij mee en haakte daarna af.

Verderop stond ook weer een blaffende hond. Die bleef op een bruggetje naar een boerderij staan wachten. Dat mag natuurlijk: je eigen territorium beschermen. Dat moet van de baas.

Ooit bezorgde ik kranten in een boerendorp. Daar waren tal van honden die in alle vroegte weinig te doen hadden. Ik moest dan het erf op. Dat was een hachelijke onderneming. Bij sommige adressen gooide ik uiteindelijk de krant maar over de sloot. Tegenwoordig bezorg ik geen kranten meer en hoef ik ze ook niet over sloten te gooien. 

Kippige Haan

Ik ben De Haan van Alblasserdam. Waar ik ga of sta, ik heb overal voorrang. Die oude man op de fiets, die moet maar even wachten. Ik moet mijn vrouwen een beetje in de gaten houden.

Wat zegt u? Ben ik kippig? Zie ik het allemaal niet meer goed. Welnee, man, je werkt toch niet bij Specsavers?

Ik ga geen bril op zetten! Ik heb gewoon altijd voorrang. Laat die oude man op die fiets maar even wachten. Daar ben ik De Haan van Alblasserdam voor!

Pasfoto

Deze keer een pasfoto van onze 16-jarige huiskater Ringo. Het was lang geleden dat er een foto van hem was gemaakt. Hij is een beetje bang voor het fototoestel. 

Je kunt zomaar in een fototoestel verdwijnen. Want volgens de Baas zit er al een vogeltje in. Want hij zegt: “Ringo, kijk eens naar het vogeltje!” Dat vogeltje wil Ringo best eens bekijken. Maar als er een vogeltje in past, past Ringo er misschien ook in.

Zo’n oude spiegelreflex, daar zat je nog ruim in als kater. Maar is zo’n klein pocketcameraatje, dat zit best krap. Liever niet dus, als het aan Ringo ligt.

Op het moment dat de Baas de foto nam was Ringo niet helemaal bij de les. Hij hoorde verdachte geluiden in huis, maar hij kon ze niet thuis brengen.

Strikt genomen hoefde dat ook niet, want hij was al thuis. Maar zo'n conclusie was toch wat de ingewikkeld voor onze huiskater.

Naar de poezendokter

Het zal je maar gebeuren. Lig je lekker te slapen op de bank, pakt de Baas je in je nekvel, zet je in een mand en hij doet die mand meteen op slot.

Ik zag de bui al hangen. Die mand stond er al een paar dagen. Zogenaamd om aan te wennen, zeker. En de Baas gooide af en toe lekkere brokjes in de mand. Nou, daar trappen wij mooi niet in!

Maar had de Baas dat niet netjes kunnen aankondigen? Dit was een overvaltactiek. De Baas heeft het op zijn werk over TSFD, maar dat paste hij bij mij dus heus niet toe. Tell-Show-Feel-Do: nee dus. PHB. Pak Hem Beet. Een overvaltactiek.

Daarna liep de Baas met de mand naar de Poezendokter. Dat is hier om de hoek. Ik loop er ’s nachts ook wel eens langs. Het stinkt er erg naar hond. Die beesten wateren gewoon tegen de voorpui. Viezerikken zijn het. Zo je territorium afbakenen. Dat doen wij katten niet.

Twee bange ogen in de poezenmand

Ik werd dus gevankelijk afgevoerd, zoals dat heet. Daar zit het woord gevangenis in. We mochten niet naar binnen, want er mochten maar twee baasjes met twee beesten in de wachtkamer zitten. En alleen als ze gezond waren. Waarom zou je naar een poezendokter moeten als je gezond bent? Wat een onzin weer!

We moesten een hele tijd wachten, want er werd een lotgenoot geopereerd. Dat is mij ook een keer overkomen. Een katstratie heet dat. Geholpen noemen ze dat. Hoezo: geholpen? Dat is typisch mensenpraat. Ik voelde me bepaald niet geholpen. Eén voordeel: je wordt nooit twee keer geholpen. Daar hoefde ik nu dus niet meer bang voor te zijn.

Na een half uur wachten werd ik toegelaten tot een kamer met een kale tafel. Daar was ik al eerder geweest. Ik was het alweer vergeten, maar nu wist ik het weer. De poezendokter sprak vriendelijk tegen mij. Maar daar moet je niets van geloven. Eerst een knuffel en dan een pak slaag, zo zijn die dokters. Dat pak slaag is meestal in de vorm van een prik. Daar hoor je tegenwoordig veel over, merk ik als ik met een half oog en een half oor op de knie van de baas het Journaal volg. Ik dacht dat ik nog lang niet aan de beurt was, maar kennelijk hoor ik dus bij de thuiswonende ouderen op hoge leeftijd. En ja hoor, even later werd ik geprikt.

Ik gedraag me bij de poezendokter altijd heel vriendelijk. Ik probeer mezelf onzichtbaar te maken. Dat werkt niet helemaal, maar je kunt maar beter niet de strijd aangaan, heb ik gehoord. Je verliest het toch altijd.

Na de prik gebeurde er iets heel vreselijks. De Baas zat met de poezendokter te smoezen en toen kwam er nog een dokter bij. En toen werd ik geschoren. Mijn baard moest er af. Maar het was maar de halve baard. Ik dacht: wat gaan we nú krijgen? En daarna kreeg ik weer een prik. Ze probeerden bloed van mij te stelen. Mooi niet: er kwam niets uit. Ik sta niet zomaar bloed af, ik moet wel weten waar wat allemaal voor is. Toen werd de andere helft van mijn baard ook afgeschoren. Nou ja, toen liet ik het bloed ook maar lopen. Wie weet wat er anders nog afgeschoren moest worden.

Er is nog iets wonderlijks gebeurd. De poezendokter heeft een vlo gevangen. Ik heb nog nooit een vlo gevoeld. Volgens mij was die vlo van mijn voorganger op de tafel. Maar ik kreeg voor de zekerheid ook nog stinkspul in mijn nek. Daar moest ik van niezen.

Daarna nam de Baas mij weer mee naar huis. Daar mocht ik weer uit de mand. Ik heb mezelf eerst maar eens flink gewassen. Daarna heb ik in de stoel van de Baas gepiest. Dat komt er van!

Zondige kater

Ringo is een brave huiskater. Hij doet goed zijn best om het leven in het huis zo aangenaam mogelijk te laten verlopen. Een groot deel van de dag brengt hij slapend door.

Waar hij slaapt, dat is nog een verrassing. Dat wisselt om de week. Een week stoel 1, een week stoel 2, een week op de bank, dan een week op stoel 3 en dan maar weer stoel 2 en ook wel eens stoel 4 onder de tafel.

Waar hij plast is ook een verrassing. Meestal is het in de kattenbak of er net naast. Hij plast weliswaar zittend, zoals dat ook bij mannen eigenlijk moet, maar hij heeft niet altijd door waar zijn achterkant is. Zijn kop is binnen, maar zijn achterkant is nog buiten. Dat moet je als kater maar net in de gaten hebben.

Ringo watert ook op het balkon. Dat kan gebeuren als je niet naar binnen kunt. Er stond ook een kattenbak op het balkon, maar die werd door Ringo afgekeurd omdat een buurtblaaskater daar ook op plaste.

En een enkele keer plast Ringo ook op een andere plek in huis. Dat gebeurt soms maanden niet en soms opeens een paar keer wél. Waar en wanneer: dat blijft een soms onaangename verrassing. En waarom hij dat doet: geen gedragsdeskundige die het je kan vertellen. Ringo zelf ook niet trouwens. Hij is nog in speltherapie geweest, maar dat hielp ook niet.

Op de foto doet Ringo iets wat hij van het vrouwtje niet mag. Water vissen uit de vaas valt op zichzelf nog wel te tolereren. Maar soms kiepert de vaas om en dan heb je een waterballet. Dan wordt het vrouwtje even boos op Ringo. Hij snapt er niks van. Ik mag toch wel een beetje naar water vissen?

Oudejaarskater met dokter Jansma

Zowaar werd ik op Oudejaarsdag gebeld door dokter Jansma. Het ging hem naar eigen zeggen redelijk wel. Alleen had hij wat vragen over zijn huiskater.

Zijn huiskater Kees (genoemd naar de case study) leverde hem prettig gezelschap, dat wel. Maar hij begaf zich niet altijd binnen de lijntjes van het huiselijk verkeer. Zo had hij gewaterd op de stoel waar Hajé in was gaan zitten. En Hajé wilde weten of daar wat aan te toen viel.

Ik had in zekere zin slecht nieuws voor Hajé. Wij weten het ook niet. Huiskater Ringo piest ook regelmatig naast de pot. Het ging een half jaar goed, maar nu heeft hij opeens de stoel van Tineke besproeid. We hebben al enkele stoelen met de ophaaldienst mee gegeven.

Trouwens: we hebben een kennis die haar fiets heeft verkocht omdat haar kater regelmatig de fiets besproeide. Ze stonk op de fiets een uur in de wind. Zelfs bij tegenwind. En als je dan het eerste uur bij een bezoek stinkt word je niet echt populair.

Ik suggereerde nog dat huiskaters worden gesponsord door de meubelindustrie. Als besproeide stoelen buiten worden gezet levert dat gaten in het huismeubilair op. Als die weer gevuld worden levert dat inkomsten op voor de meubelindustrie en de woonboulevards. Maar dokter Jansma wilde niet mee gaan in complottheoriëen. Dat soort gedachten wees volgens hem naar een geprangd gemoed en een in psychisch opzicht benevelde geest.

Toch kwam het denken van Hajé wel op gang. Hij wilde weten of huiskater Ringo een operatie had ondergaan aan een zeker onderdeel. Ja, dat was het geval.

Daar zocht dokter Jansma ook een verklaring in. Als je gestoord wordt in het bezig zijn met de ene behoefte komt die behoefte op een ander moment weer tevoorschijn. Dat is het model van de fluitketel onder hoge druk. Geen indruk kunnen maken op de vrouwtjes wordt verplaatst naar het indruk maken op het baasje. Een verschuiving, aldus voorvader Freud. En het maakt dan niet uit of het een goede of een slechte indruk is, het gaat om de geldingsdrang.

In hun diepste wezen zijn katten narcisten, aldus dokter Jansma. Zij zijn het centrum van de wereld en alles draait om hen. En het imago van dat centrum een deuk heeft opgelopen moet dat narcisme op een ander punt weer als een welig bloeiende neurose tot uiting worden gebracht.

‘Maar wat zeg ik nu?!?! zegt dokter Jansma. Dit is een ernstige woordverspreking. Narcisme en neurose verdragen zich niet met elkaar, ze zijn elkaars tegenpolen. Immers: de narcist slaat de hand die hem streelt en de neuroot kust de hand die hem slaat. Vergeet deze opmerking, vakbroeder, het is een vergissing mijnentwegen.

Dat had ik niet eerder gehoord, dat ik vakbroeder was. Ik dacht dat ik in de ogen van Hajé slechts een zielknijper light was zonder veel kennis van zaken.

Maar Hajé was al verder gegaan met zijn betoog. Hij zei: “Laten we ons eens voorstellen dat we onder zeil zijn gebracht door een lieftallige zuster op naaldhakken en we worden na een paar uur wakker en we willen even de toiletgang beoefenen en ziedaar, we missen opeens een belangrijk onderdeel dat de helft van onze identiteit uitmaakt, wat zouden zijn dan doen? Want die lieftallige zuster waar wij tijdens de narcose van droomden is opeens in fysiek opzicht voor ons onbereikbaar geworden. Zouden wij dan niet op een bepaalde wijze in het verzet gaan treden?”

Daar zat wat in? Alleen waren wij het niet die de wilsonbekwame Ringo naar de plaats des onheils hebben vervoerd. Maar volgens Hajé kan de ervaring met één persoon leiden tot een emotionele botsing met vergelijkbare personen. Net zoals de ervaring van een zoon tot zijn moeder kan leiden tot een allergie jegens andere vrouwspersonen.

Volgens mij had Hajé het nu over zichzelf. Ik wilde een bruggetje slaan en wilde weten hoe het met hem ging. 'Dat is een ander verhaal' aldus Hajé en hij wenste mij en de mijnen een goede jaarwisseling. Einde gesprek. 

Hond laat vrouw uit

Wij wonen aan een grasveld. Er is weinig groen in de buurt. Daardoor wordt dat  veld wordt vooral gebruikt door bazen die hun hond uitlaten.

Onlangs verscheen er een nieuw stel met een nieuwe hond op het veld. Ja, er verandert nog wel eens iets in Delft! Het aantal uitgelaten honden neemt trouwens ook toe nu er weer nieuwe woningen zijn gebouwd. De woefdichtheid is groter geworden.

De man was de baas over de hond. De vrouw was nog in opleiding. De hond was ook in opleiding: hij zat nog in de fase van de speelse jeugdigheid.

De eerste testcase was trouwens het oprapen van een hondendrol. Dat vond de vrouw zichtbaar vies. Er werd eerst een rondje extra gelopen voordat de vrouw het aandurfde om deze weke massa in een zakje op te bergen. Naar het schijnt voelt een warme weke massa nog viezer aan dat een wat afgekoelde massa.

De tweede dag moest de hond leren om naar de vrouw te luisteren. Dat deed hij niet. Elke keer weer moest de man er aan te pas komen om weer orde op zaken te stellen. De derde dag ging het precies zo. Het was precies zo als bij een peuter: twee kapiteins tegelijk op het schip roepen verwarring op: wie heeft de regie?

De vierde dag ging de vrouw alleen op pad. Dat was een moedige daad. De hond wist de weg naar het grasveld. Daar ging hij eerst zitten poepen. Het drollen vangen door de mevrouw verliep al goed. Ondertussen ging de hond lekker liggen. Tegelijkertijd werden de hemelsluizen geopend en ging het hard regenen. Daar stond de vrouw kletsnat te worden. De hond ook, maar die vond dat kennelijk niet erg.

De vrouw probeerde met rukken en trekken de hond in beweging te krijgen. Hoe meer ze trok, des te meer zette de hond zich schrap. Zijn poten kregen greep op de aarde. Hij trok een potenspoor door het gras. Na twee meter was de vrouw buiten adem en lag de hond weer lekker te liggen in de regen.

De vijfde dag had de vrouw een speeltje meegenomen. De hond ging weer uitgebreid in het gras liggen liggen. De vrouw gooide het speeltje weg. De hond keek het speeltje na en bleef lekker liggen. Ze wees uitgebreid naar het speeltje. Maar de hond had geen idee wat een wijzende vinger betekende. Hij had nog geen joint attention ontwikkeld.

Gelukkig was de vrouw zo verstandig om de hond aangelijnd te houden. Zonder lijn zou hij er als een hazewind vandoor zijn gegaan. En dat terwijl het helemaal geen hazewind was. En zie maar eens een hazewindhond die geen hazewindhond is terug te vinden.

Vandaag is het een week geleden dat deze hond op het grasveld zijn kunsten vertoont. De hond ligt gezellig op grasspriethoogte de wereld te bekijken. De vrouw is zoveel mogelijk op ooghoogte met hem in gesprek. Ze nodigt hem vriendelijk uit om verder te wandelen. Aan de lucht te zien nadert er een fikse bui.