Katten en drinken

Maakt het uit waar en hoe je katten drinken geeft? Jazeker, volgens mensen die zich hebben verdiept in het wezen van de kat...
  • Katten houden niet van plastic drinkbakjes. Ze hebben een zeer fijngevoelige smaak en proeven het plastic.
  • Katten houden niet van kleine ronde drinkbakjes. Ze hebben de ruimte nodig voor hun snorharen. Die moeten niet de randen van het bakje aanraken. Dus het advies is een ovaal waterbakje van aardewerk.
  • Katten houden er niet van als het drinkbakje dichtbij het etensbakje staat. Ze willen niet tijdens het drinken hun eten in de buurt ruiken.
  • Katten willen niet drinken in de buurt van de muur. Tijdens het drinken willen ze overzicht houden over de ruimte.
Water drinken uit de kraan

Kijk, daar had ik nu nog nooit over nagedacht. Je moet er maar opkomen. Waarom heeft Ringo mij dat nooit verteld? Met dank aan RTL-lifestyle.

Wel viel me altijd al op dat Ringo altijd weinig drinkt uit zijn bakje en meteen opspringt als de kraan aan gaat. Hij wil stromend water drinken.

Tegenwoordig heeft onze bejaarde huiskater een waterfontein. Al naar gelang zijn stemming hengelt hij met zijn poot uit de fontein of vangt hij het straaltje met zijn bek. 

Lazy Sunday Afternoon

Lekker lui in het zonnetje
Deze kat nam het er van. Lekker op zondagmiddag in een mandje genieten van de zon. Luier kon het bijna niet.

Het deed me denken aan een oude hit van de Small Faces. Daar was ik ooit een fan van (maar meer nog van de Golden Earring(s), de Rolling Stones en de Kinks).

Maar de Small Faces mochten er ook zijn. Leadzanger was Steve Marriott (1947 tot 1991) , die opviel door zijn kleine gestalte die gecompenseerd leek te moeten worden door een krachtig stemgeluid en stevig gitaarspel.

Herinneren jullie je déze hit uit 1968 nog?

Zieke Poes

Al een halve eeuw lopen er bij ons poezen in huis. Dankzij een list kwamen de eerste poezen in huis. Daar hielden we altijd een katterig gevoel aan over.

Ik heb het al wel vaker geschreven, maar met de eerste poezen heb ik Tineke overvallen. Ik belde vanaf mijn werk op of we logé’s konden hebben. Tineke zei ‘ja hoor’. En ik kwam met twee katten thuis: Moor en Barp. Barp was in een sloot gevonden en gered. Moor was haar pleegzus.

Poes Poes is ziek

Al onze katten zochten en kregen asiel. Na Moor en Barp volgden de luid spinnende cyper Juul (het geluid van de TV moest soms harder vanwege het spinnen van Juul), de vaak klagende maar ook vriendelijke poes Poes en nu hebben we de vriendelijke cyper Ringo in huis.

Poes Poes was een soort van stalker. Ze liep vaak achter ons aan om om eten te bedelen. Maar hoe we ook ons best deden, ze bleef kieskeurig. Je zette een bakje voor haar klaar, ze nam twee hapjes en ging dan weer bedelen om iets anders. Ik denk eigenlijk dat Poes een beetje een theatrale persoonlijkheid had.

Passend bij de theatrale persoonlijkheid was dat Poes Poes zich regelmatig zwak, ziek en misselijk voelde. Dan moest ze in bed gelegd worden. Het liefste in een grote-mensen-bed. Zoals op deze foto.

Oorspreiding

Ik wil het niet over mijn fysieke ongemakken hebben, want die heb ik nauwelijks. Maar vanwege een kleine blessure aan mijn knie had ik gisteren bezigheden binnenshuis. Ik kon opeens mijn knie niet buigen en strekken, dus ik kon niet fietsen.

Tineke vond dat ik mij bij de dokter moet melden. Ik ben een gehoorzame man en ik ging aan de slag. Tegenwordig kun je dokters niet meer bellen, je moet inloggen. Dat wist ik niet, maar het bleek zo te zijn. Toen ik uiteindelijk een wachtwoord had bedacht zag ik een heel medisch dossier tevoorschijn komen. Ik heb 350 dagen geen contact gehad met de dokter. En daarvóór 320 dagen. Ik heb dus steeds minder vaak een dokter nodig. Wat zal hij blij zijn als hij mij weer een keer kan spreken.

Huiskater Ringo spreidt zijn oren

Een afspraak heb ik niet gemaakt. Dat kon niet. Maar dat geeft ook niet. Met zo’n knie kan ik niet lopen en fietsen. Dus ik kan tóch niet naar de dokter. En onderzoek wijst uit dat het meeste lichamelijke ongemak vanzelf weer over gaat. Wat er aan de hand is met mijn knie weet ik noet. Er zitten schroeven in en ik heb de indruk dat er een schroefje los is geraakt. Maar dat is altijd beter dan wanneer er een draadje in je hoofd los is geraakt.

Gisteren heb ik vooral veel achterstallig computerwerk verzet. Twee artikelen gecorrigeerd, een column geschreven, enkele afspraken gemaakt (behalve met de dokter) en achterstallige correspondentie via de mail verzonden. Daarnaast heb ik onderzoek gedaan. Dat gebeurde perongeluk.

Ik had de kookwekker ingesteld. Toen hij afliep keek ik toevallig net naar onze huiskater Ringo. Hij schrok zich wezenloos, want hij lag vlakbij de kookwekker. De oren bogen maximaal uiteen van schrik of onbehagen.

Zou onze huiskater kunnen wennen aan deze geluiden? Dus de kookwekker nog een keer af laten lopen. De tweede keer was de spreiding al wat minder. De vijfde keer zag je alleen aan het begin nog een klein beetje oorspreiding.

Ik zou mijn onderzoek als titel mee kunnen geven: “Oorspreiding. Een fenomenologisch onderzoek naar een meetinstrument voor stress bij katten.”

Op het idee dat hij ook ergens anders had kunnen gaan liggen is onze huiskater niet  gekomen. Het geluid wende wel, maar hij bedacht geen andere oplossingen. Er was dus wel sprake van een bepaalde vorm van kokerdenken, van inflexibilitas mentis.

Daar heb ik ook wel eens last van. Op den duur gaan Baas en Beest toch op elkaar lijken.

Jarige kater

Vandaag is onze huiskater Ringo 17 jaar geworden. Ringo werd op 6 juni 2004 geboren in Bussum op een Gooise matras die door zijn moeder was uitverkoren als kraambed. 

Ringo was één van de vier broertjes uit één nest. De broers werden genoemd naar de Beatles. Hij had een cyperse moeder. De vader was van schrik met de noorderzon vertrokken.

Toen hij twaalf weken oud was ging Ringo de deur uit. Hij ging in Hilversum wonen en verhuisde daarna naar Alkmaar. Ringo bleek een vriendelijke kater die graag op schoot zat. Hij kon echter niet goed tegen onverwachte drukte. Dan pieste hij bijvoorbeeld tegen stopcontacten. Dat was nogal eens een schokkende ervaring.

Toen er in het huis waar hij woonde drie kleine kinderen rondliepen werd het leven voor hem overdag veel te hectisch. Hij dook onder, en liet zich pas ’s avonds weer zien. Zijn vrouwtje besloot om hem met pijn in het hart aan te melden bij een asielzoekerscentrum. De dag voordat hij de deur uit zou gaan zagen wij Ringo (voor het eerst). We besloten hem mee te nemen, zodat hem een stressvol verblijf in een asiel bespaard zou blijven.

Inmiddels woont Ringo zeven jaar bij ons in huis. Hij verhuisde mee vanuit Alkmaar naar Delft. Hij heeft zijn eigen plekken in huis. Twee weken de bank en dan twee weken een stoel en dan weer ergens anders. ’s Nachts is hij bijna altijd buiten en bewaakt hij zijn territorium. Soms watert hij op een onverwachtse en ongewenste plek in huis, maar de schade kan redelijk beperkt worden.

Een kater is meer dan een gedragsprobleem,zoals dokter Jansma schijnt te denken. Een huiskater zoals Ringo biedt ook veel gezelligheid. Hij is goed van spins en slaat nooit een poot naar iemand uit. Ook zit hij graag bij de baas op schoot. Mannen onder elkaar, dat heeft toch wel iets. 

Dokter Jansma revisited

Opeens verscheen dokter Jansma weer op het toneel. Hij had zich twee maal laten vaxxen en de café's gingen weer open. Dus hij vond het tijd om de deur uit te gaan. En hij meende dat ik als semi-collega en fietser hem goed gezelschap kon houden bij deze excursie.

Het was een hele eer. Wij waren de eerste gasten sinds de heropening van een eetgelegenheid aan het strand van Scheveningen. Dokter Jansma was daarheen gefietst op zijn aftandse piepende en knarsende Multicycle. De Multicycle is eigenlijk een soort rijdend gasfornuis, afkomstig uit een fabriek van gasfornuizen in Ulft (DRU) die eens iets anders wilde proberen. Een groot succes werd het niet.

Helaas had de emeritus zielenknijper geen mondkapje bij zich. Dat was geen principe, het was vanwege een gebrek aan gewenning. Hajé was maandenlang in zelfverkozen quarantaine gebleven, samen met zijn huiskater Kees. Ik had verwacht dat de kater naar Freud zou zijn genoemd, maar de naam Kees bleek ook met het werk van een zielenknijper te maken te hebben. De naam Kees verwijst naar de case-study.

Het mondkapje bleek in de andere jas van dokter Jansma te zitten. Hij had vanwege het weer besloten tot een jaswissel, maar zonder mondkapje kwam hij dit etablissement niet in. En ik had deze keer (bij uitzondering) ook geen reserve-muilkorf bij me. We moesten ons dus buiten onderhouden, in de luwte weliswaar, maar danig aan de frisse kant.

Het was Hajé wel tegen gevallen: op de fiets naar Scheveningen. En terug zou hij ook nog eens wind tegen hebben. Hij had mijn fietstochten zo’n beetje gevolgd. Hij vond dat ik menigvuldige risico’s had gelopen door mij bij nacht en ontij op de fiets te begeven terwijl ik niet wist waar de aerosolen met het destructieve virus zich bevonden. Maar nu ik dat gevaar getrotseerd had bleek dat ook een voordeel te hebben: mijn conditie was beter dan die van Hajé, dat moest zelfs hij erkennen.

De rollen bleken weer als vanouds. Dokter Jansma was de spreker en ik was de luisteraar. Hij had in zijn vak bijna een halve eeuw moeten luisteren naar zijn patiënten. Nu werd er naar hém geluisterd. Maar toch was ik degene die als eerste een vraag stelde: ‘Hoe is het met Kees?’

Hajé trok meteen van verbale wal. Over Kees viel heel wat te vertellen. Volgens hem heeft zijn kater een oppositionele gedragstoornis in engere zin. ‘Ik ben twee en ik ben nee’. Hij paste binnen de criteria van de bemoeilijkte opvoedbaarheid.  Maar dokter Jansma wilde niet zover gaan dat hij wilde spreken van een disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornis‘. Maar wat hem wél opviel was dat Kees op geen enkele manier wilde luisteren naar zijn nieuwe baas. Als Hajé vond dat Kees maar eens gezellig bij hem moest komen zitten ging Kees pontificaal op de kast liggen, en als Hajé geen tijd voor Kees had kwam hij gezellig op schoot liggen.

Dat moest toch anders kunnen, zo vond Hajé. Hij had nog wel wat mensenpilletjes liggen, maar toen hij de bijwerkingen las wilde hij dat zijn Kees toch niet allemaal aandoen. Ik wilde vragen of hij zijn patiënten die bijwerkingen wél aan had willen doen, maar die vraag slikte ik toch maar even in. Je moet een pensionado niet na zijn carriëre al teveel confronteren met de ellende die hij tijdens het werkzame leven heeft aangericht.

De ober kwam langs in de vorm van een roodharige struise en blozende verschijning. ‘Geef mij maar een dubbele espresso en een lekkerbekje, jongedame’ zei Hajé. En meneer een gewone koffie. Naturlijk wil hij er ook wat bij. Ik betaal uiteraard. Wat zal het zijn, een borrel van Florijn?’ De blozende verschijning interrumpeerde Hajé met feit feit dat de vis pas vlak voor de lunch zou komen, het was nu nog koffietijd. Wat is dat nu? zei dokter Jansma, zitten we hier naast de visserijhaven, is er geen vis. Ik kan er nu wel even naar toe lopen. Ik ben namelijk een dierenliefhebber, daarom eet ik graag vis, mevrouw. En anders vang ik er zelf wel eentje in de belendende wateren. Maar u hebt geen vis en zelfs geen platgeslagen lekkerbek? Hebt u nog wat anders in de aanbieding ter stilling van het hongergevoel van twee zeventig-plussers die een wereldreis op de fiets achter de rug hebben? Mevrouw had appelgebak. ‘Doet u ons dus maar twee appelgebak met slagroom, met uw welnemen, mevrouw.’

Terug naar Kees. ‘Zoals ik eertijds al zei: hij watert op de stoelen en daar ben ik niet zo van gediend. Als het nu bij één stoel zou blijven, maar inmiddels heeft hij meerdere stoelen bewaterd. Daar heb jij als kattengedragsdeskundige inmiddels toch wel een oplossing voor bedacht? Of watert jouw huiskater ook nog steeds alle stoelen onder?’ Inderdaad, ook Ringo houdt van urinale variatie, moest ik erkennen. ‘Ik vermoed’, sprak dokter Jansma, ‘dat er hier sprake is van verzet. Maar de hypothese van de posttraumatische stressstoornis zou ook mogelijk kunnen zijn. Je zult maar van de ene op de andere dag ontmand worden als huiskater, zonder dat je je daar ook maar enigszins op bent voorbereid. Dat wreekt zich later. Alleen, waarom moet een nieuw baasje dan ook gestraft worden? Hij heeft part noch deel gehad aan deze vorm van dierenmishandeling. Maar vindt jij dan dat jouw huiskater een gedragsprobleem heeft?’

Ik zei dat ik onze huiskater een bijzonder vriendelijke en aaibare poes vind, ‘maar af en toe gaat er iets mis’. ‘Ja, ja, ik weet het, vanuit jouw vak keur je alle misdragingen goed, al breken ze de tent af, dan nog is er niks aan de hand, je denkt natuurlijk weer niet in moeilijkheden maar in mogelijkheden, nou moet je mij eens een idee aan de hand doen wat de mogelijkheden zijn bij een huiskater die bij voorkeur de stoelen bewatert. Ik zou maar weer eens geitenwollen sokken aantrekken. Alleen jammer dat V & D failliet is, daar verkochten ze de beste’ aldus dokter Hajé. Hij wachtte mijn antwoord niet af, maar ging verder met zijn eigen verhaal. Kijk, vanuit mijn discipline kijk ik hier toch iets anders naar. Ik geef de moed niet op, maar ik ga de strijd aan. Op ieder potje past en dekseltje en bij elk probleem past wel een pilletje. Bovendien, zegt jouw boek de Bijbel ook niet dat door vol te houden de slak de ark bereikte? En ook hebben de Zeven Verenigde Nederlanden door vol te houden de Tachtigjarige oorlog gewonnen. Wat mij betreft had Noach trouwens eerder met zijn boot mogen vertrekken, dan hadden we niet zo’n last van slakken gehad. Maar dat terzijde. Maar zo’n probleem met dat wildplassen moet behandelbaar zijn. Helaas wil het licht maar niet bij mij maar niet gaan schijnen bij het zoeken naar een antwoord op dit probleem. Kees doet niet wat de baas graag wil. Een hardnekkig oppositioneel gedragsprobleem derhalve. Maar waar blijft de koffie nu? Onze lieftallige bediende was kennelijk eerder gezet dan de koffie. Maar goed, dan krijgen we wel vers gevangen koffie.’

Precies op dat moment kwamen de koffie en de appeltaart naar buiten, vergezeld van nog steeds de struise roodharige verschijning. Ze leek opvallend op de vroegere assistente van Hajé, al was ze duidelijk een generatie jonger. Ze zette de bestelling op ons tafeltje neer en zei ‘geniet ervan!’ ‘Kunt u iets duidelijker spreken?’ zei Hajé, ‘mijn gehoor is helaas jammerlijk aan de vergankelijkheid onderhevig’. De dame herhaalde op vriendelijke wijze haar zin en Hajé antwoordde: ‘dankuwel, dat is erg vriendelijk van u, zelfs als het niet smaakt zal de schade dankzij uw vriendelijke woorden toch mee gaan vallen. Maar u ziet er niet uit alsof u uw hele leven op Scheveningse terrassen door zult gaan brengen. Wat doet u verder voor de kost als ik zo vrij mag zijn?’ De ober antwoordde dat het voor haar een vakantiebaantje was en dat ze doorgaans bezig was met een studie. Ik zou wel willen weten wat ze dan studeerde, als het antwoord op die vraag in de prijs inbegrepen zou zijn. Maar ik hoefde de prijs niet te betalen, want dat zou Hajé doen. Dus liet ik hem ook verder aan het woord. ‘Zozo’ zei Hajé, ‘hoor ik dat goed, mijn kalender gaf vanmorgen aan dat het 5 juni is en u viert al vakantie? Dat was in mijn jeugd toch anders. De professoren gingen door tot quatorze juillet. Maar ja, we leven thans in een ander tijdsgewricht. Dus ik zal me inhouden van verder oordeel.’

Zo zaten we een uur op het Scheveningse terras. Een antwoord op het probleem van de vrijpostig waterende Kees werd niet gevonden. Dokter Jansma opperde zelfs de mogelijkheid om electro aversie therapie toe te passen, ‘voor zijn eigen bestwil teneinden verdere teloorgang te voorkomen’. Voor wie zijn bestwil werd niet duidelijk. Het leek mij meer de bestwil van Hajé dan de bestwil van huiskater Kees. Mijn advies was om eerst een uitvoerige gedragsobservatie te doen waarbij o.a. werd beschreven wat vooraf ging, wat de plaats des onheils was en wat de gevolgen waren, maar volgens Hajé was hij met vakantie en waren zulke schema’s meer iets voor geneurotiseerde gedragsdeskundigen die met dat soort rituelen meenden tal van onheilen te kunnen bezweren zonder dat er ooit een oplossing uit voort zou komen.

Toen Hajé wilde afrekenen bleek dat hij zijn pasje niet bij zich had. Het zat in zijn andere jas. Uiteindelijk kwam de rekening dus bij mij terecht. Plaatsvervangend de afwas doen bleek geen optie. Wij waren de eerste gasten en er was dus verder nog geen afwas... 

Rat in huis

Dit is een eng verhaal. Voor sommige lezers, waarschijnlijk. Die kunnen nú stoppen met lezen. Jullie zijn dus gewaarschuwd. De anderen kunnen verder lezen. 

Gistermorgen zaten we via de livestream naar de kerkdienst te kijken. Opeens voelde Tineke iets warms bij haar voet. Ze keek naar beneden en zag een dier met een lange staart. Ook huiskater Ringo heeft een lange staart, die hem soms behoorlijk in de weg zit, maar hij was het niet. Ik dacht nog even in een flits: ‘hebben we weer hamsters?’ Maar het bleek een groot uitgevallen muis. Oftewel: een rat.

Alles over ratten: herkennen, leefwijze en nut
Bruine rat (foto: Beestjeskwijt, internet)

De rat liep verder door de woonkamer en passeerde huiskater Ringo. Die deed niks. Waarschijnlijk dacht hij: ‘ik ben met pensioen, mijn naam is haas’.

We zijn ooit naar Hameln met vakantie geweest en daar werkte de rattenvanger van Hameln. We hadden in Delft echter geen fluit bij de hand in huis om deze rat te kunnen vangen.

Jullie zullen denken: wat doet een rat in een flat? Welnu: er is ook een rat op de vierde etage van ons flatgebouw aangetroffen. Misschien dezelfde. Ratten schijnen tegen muren op te kunnen klimmen. Dus mocht je een dier zich verticaal zien verplaatsen tegen de muur van je huis, dan hoeft het geen eekhoorn te zijn. Het kan ook een rat zijn.

Ik heb Ringo op zijn vier poten gezet en hij liep (eigenlijk: wandelde) achter de rat aan. De rat schrok wel van Ringo en koos het hazenpad. Hij glipte weg op het balkon. Ringo wilde niet meer naar buiten. Wat je niet ziet, bestaat niet.

Huiskater Ringo

Toen ik de afwas stond te doen zag ik opeens twee glinsteroogjes voor het raam. Het was opnieuw de rat. Hij wilde kennelijk weer naar binnen. Dat was niet de bedoeling. Ik vroeg de rat vriendelijk doch beleefd om te vertrekken. Even later bleek hij zich verstopt te hebben achter onze tuinbank. Dat was ook al niet de bedoeling. Ik schoof de bank opzij en de rat schoot weg. Waarheen, dat is nog de vraag.

We zouden gaan wandelen, en dan gaat huiskater Ringo meestal naar buiten. Dat wilde hij niet. Hij scheet bijna in zijn denkbeeldige broek. Je denkt dat zo’n huiskater ongedierte verdrijft, maar het lijkt er steeds meer op dat Ringo toch echt een vegetariër is. Hij eet geen vogels, maar ook geen muizen en ratten. Hij eet wel graag chips.

Nu nog bedenken wat we met deze indringer moeten. Als je op internet leest zijn ratten geen gezonde dieren in en rond het huis. We hebben al corona in Delft, daar moeten we niet ook nog de pest bij krijgen.

En Tineke: klom zij niet meteen op de tafel of in de gordijnen? Nee, ze is een koelbloedige en krachtdadige vrouw die helemaal niet schrikt van ratten of muizen. Ook een passerende kameel in huis zou ze nog wel een interessante afleiding vinden. Alleen spinnen: dat liever niet. Huiskater Ringo spint al genoeg. 

Blauwkapje en de grote boze wolf

Toegegeven: het was al na 21 uur. Het avondklokje van gehoorzaamheid had al geklonken. Maar ik was nog onderweg. Ik bevond mij in het dorp Stompwijk.

Plotseling klonk er een geluid als van een groot monster. Dat monster had ik helemaal niet aan zien komen: het was er opeens. Vlak naast mij: ter hoogte van mijn kuiten. Die bewogen zich voort in een passend tempo bij de snelheid van de Batavus Dinsdag. Hapklare brokken voor een bijtgraag monster.

Nu heb ik na ruim zestig jaar fietservaring wel dé manier gevonden om bijtgrage monsters koest te houden, maar hier was ik niet op voorbereid. Het beest was er opeens. Het was een (waarschijnlijk) Duitse herder die om onduidelijke redenen grensoverschrijdend bezig was geweest.

Ik ben wel eens stevig in mijn linkerkuit gebeten. Dat was in Wijk aan Zee. Deze herder kwam ook weer van links. Net zoals de Duitse wegpiraat die een aanslag op mijn leven pleegde. Komt het gevaar dan tóch van links?

Als je heftig reageert op zo’n wolfachtig type is het einde zoek. Dan wordt het beest fanatieker. Ik fietste gewoon door, met enige mate van schrik in de benen. Het beest rende nog zo’n honderd meter blaffend met mij mee en haakte daarna af.

Verderop stond ook weer een blaffende hond. Die bleef op een bruggetje naar een boerderij staan wachten. Dat mag natuurlijk: je eigen territorium beschermen. Dat moet van de baas.

Ooit bezorgde ik kranten in een boerendorp. Daar waren tal van honden die in alle vroegte weinig te doen hadden. Ik moest dan het erf op. Dat was een hachelijke onderneming. Bij sommige adressen gooide ik uiteindelijk de krant maar over de sloot. Tegenwoordig bezorg ik geen kranten meer en hoef ik ze ook niet over sloten te gooien. 

Kippige Haan

Ik ben De Haan van Alblasserdam. Waar ik ga of sta, ik heb overal voorrang. Die oude man op de fiets, die moet maar even wachten. Ik moet mijn vrouwen een beetje in de gaten houden.

Wat zegt u? Ben ik kippig? Zie ik het allemaal niet meer goed. Welnee, man, je werkt toch niet bij Specsavers?

Ik ga geen bril op zetten! Ik heb gewoon altijd voorrang. Laat die oude man op die fiets maar even wachten. Daar ben ik De Haan van Alblasserdam voor!

Pasfoto

Deze keer een pasfoto van onze 16-jarige huiskater Ringo. Het was lang geleden dat er een foto van hem was gemaakt. Hij is een beetje bang voor het fototoestel. 

Je kunt zomaar in een fototoestel verdwijnen. Want volgens de Baas zit er al een vogeltje in. Want hij zegt: “Ringo, kijk eens naar het vogeltje!” Dat vogeltje wil Ringo best eens bekijken. Maar als er een vogeltje in past, past Ringo er misschien ook in.

Zo’n oude spiegelreflex, daar zat je nog ruim in als kater. Maar is zo’n klein pocketcameraatje, dat zit best krap. Liever niet dus, als het aan Ringo ligt.

Op het moment dat de Baas de foto nam was Ringo niet helemaal bij de les. Hij hoorde verdachte geluiden in huis, maar hij kon ze niet thuis brengen.

Strikt genomen hoefde dat ook niet, want hij was al thuis. Maar zo'n conclusie was toch wat de ingewikkeld voor onze huiskater.