Sneeuwfietsen

Na maar liefst vier dagen de fiets niet beroerd te hebben werd het toch weer tijd voor een fietstocht.
Delft-Rotterdam, zon, vorst en besneeuwd land

Maar kijk nu eens naar de route. Die is zo ‘Onhenks’. Bijna dezelfde route heen als terug. Dat kán toch niet!

Kijk: het zit zo. Ik had niet zoveel keus. Er waren maar een paar fietsroutes redelijk begaanbaar. Eigenlijk waren dat niet eens de fietsroutes, het waren de routes waar ook auto’s konden komen.

Ik begon met het fietsen langs de Vliet, een water dat heen en weer vliedt tussen Delft en de zeehaven van Delft: Delfshaven. Een gedeelte van die route is fietspad: daar heb ik af en toe moeten lopen. Net toen ik dacht dat het toch geen goede optie was om mezelf op te zadelen op het zadel van de Batavus kwam er een goed befietsbaar weggedeelte.

Bij De Zweth

Zijwegen moest ik niet inslaan, net zomin als ruiten. Daar krijg je problemen mee. De zijwegen waren meestal ijsbanen geworden. Soms was het fietspad ook onvindbaar door de sneeuw.

Zonder problemen kwam ik in Kethel terecht. Er zijn twee Kethels: het protestantse deel en het katholieke deel. Dit was het katholieke deel. De pastoor had zijn eigen stoepje netjes schoongeveegd.

Fietspad bij De Zweth

Kethel wordt tegenwoordig in stedenbouwkundig opzicht omarmd door de nieuwbouw van Schiedam. Die plaats bestaat voor 90% uit naoorlogse nieuwbouw. Omdat de klinkerweg naar Schiedam er verraderlijk uitzag nam ik een geasfalteerde omweg. Maar alle zijstraten waren niet befietsbaar. Uiteindelijk kwam ik op de geasfalteerde en goed schoongehouden fietspaden van Rotterdam uit.

Bij Kethel

Op de terugweg zakte de zon weg en meteen werd het ‘bitter, bitter koud’ om de klassieke schoolmeester W.G. van der Hulst te citeren. Dat gaf niet, ik had meer dan alleen een zwembroek aan. Maar meteen werden de nog natte fietspaden gepromoveerd tot ijsbanen. Ter hoogte van station Schiedam overwoog ik nog om mijn fiets aan de wilgen te hangen, maar die waren net geknot. En een volle spitstrein naar Delft als superspreading event trok me ook bepaald niet.

Drie stadsmolens in Schiedam

Dus fietste ik dapper door, daarbij voorkomend dat ik moest remmen, want dat zou ongetwijfeld tot een harde aanraking met het asfalt leiden. Zo kwam ik weer op de weg langs de Vliet uit, waar ik van vanmiddag wist dat hij in ieder geval goed was schoongehouden. Helaas had de snel invallende vorst ook hier gezorgd voor verraderijk gladde plekken. Ik hoopte dat ik op de weg aan de overkant van de Vliet beter beslagen ten ijs zou kunnen komen, want daar rijdt een bus. En busroutes hebben prioriteit bij de gladheidsbestrijding.

Ik besteeg de fietsbrug bij Zweth. Dat moest lopend. Ook de lange afdaling moest lopend geschieden. Helaas bleek het fietspad aan de oostzijde van de Vliet onbegaanbaar. De weg voor de auto’s en de bussen was redelijk schoon. Dus nam ik deze zes kilometer het weggedeelte voor het gemotoriseerde verkeer. Ik zie al vaak genoeg auto’s op het fietspad, deze keer reed er een fiets op het autopad.

Tegen zeven uur was ik weer thuis. Tineke was blij dat ik heelhuids thuis kwam, want om nu naast een vrouwelijke brokkenpiloot ook een gehavende man in huis te hebben, dat is ook niet ideaal. Zoiets als de lamme helpt de blinde. 

Sneeuwfietsen

Helaas nog steeds geen sneeuw. Anders was ik natuurlijk direct weer op de fiets gestapt voor één van mijn grootste hobby's: het sneeuwfietsen.

De winter van 2010: dat was nog eens een winter. Toen heb ik heel wat kilometers door de sneeuw gefietst. Ik had zelfs sneeuwbanden op mijn fiets laten zetten.

Sneeuwfietsen in de Egmondermeer bij Alkmaar

Favoriet was het fietsen door Duitsland. Daar ben ik ondanks de sneeuwbanden ook een paar keer flink onderuit gegaan. Uiteraard op verlaten weggetjes waar verder niemand kwam. Als ik was blijven liggen had een Sint Bernhardshond mij mogelijk bij bewustzijn moeten brengen met warme chocomel met rum.

Toen was ik nog geen zestig en nu ben ik 70 plus. Dus het is de vraag of het nog wel zo verantwoord is om het op die manier spannend te maken. Misschien moet ik wel wat dichter bij huis blijven. Maar mogelijk valt er deze winter in Delft ook helemaal geen sneeuw.

De foto maakte ik destijds ook dicht bij huis. In de polder Egmondermeer bij Alkmaar. 

Verzopen kater

Veel mensen denken dat Delft temidden van de weilanden ligt. Dat is wel zo geweest, maar het is niet meer zo. Delft ligt temidden van de bossen. Het lijkt hier de Veluwe wel.

Gisteravond stapte ik in het donker op de Batavus. Ik vond dat ik na een dag turen op het scherm nog aan wat beweging toe was. En zo belandde ik in de bossen rond Delft. Gelukkig heeft men nog een plekje open gelaten voor een zicht op Delft.

Op de eerst foto zie je in het midden de toren van de Nieuwe Kerk. De lichtvervuiling op de achtergrond komt van het Westland. En dat komt weer omdat we ook in de winter komkommers, tomaten en paprika’s willen eten.

Zicht op Delft met lichtvervuiling van het Westland

Het rechte fietspad in de richting van Zoetermeer (het Virulypad) is gerenoveerd. Het pad wordt geflankeerd door led-lichten. Daar is ook een liedje van, van de Beatles. Led it be, heet dat liedje.

Via dat pad kun je grotendeels rechtdoor en grotendeels omgeven door bomen naar Zoetermeer fietsen. Af en toe staan er aan de linkerkant kassen en soms is er een perceel weiland, maar het grootste deel van de route is groen. Zo ook in Zoetermeer. Er zijn wel woonwijken, maar je fietst nog steeds door het groen, tot aan de snelweg en de spoorlijn die de stad doorkruisen.

Virulypad richting Zoetermeer

Een hoge fietsbrug voert over de snelweg en de spoorlijn en daarna duik je alweer een bos in: het Westerbos. Daar raakte ik verstrikt in allerlei obstakels. Ik lette ook niet zo goed op en raakte in het donker het juiste spoor bijster. Niet dat ik me daar zorgen over maakte, ik fietste gewoon mijn neus achterna en kwam onverwachts toch weer uit bij de fietsbrug. Toen dacht ik: dan kan ik ook wel weer naar huis fietsen.

Maan boven het Balijbos

Onderweg at ik een boterham op een bankje ( B & B ). Dat bankje was nat, maar dat had ik in het donker niet gezien. Op mijn leeftijd moet je dan rekening houden met een natte broek. De maan scheen door de wolken en niet door de bomen van het bos. Er kwam niemand langs en een diepe vrede daalde op mij neer.

Ik besteeg het zadel van de Batavus weer. Nog een wonder dat ik dat zadel kon vinden in het donker: ik had ook op de grond neer kunnen storten.

Bij de eerstvolgende kruising begon het te hozen. Eerst dacht ik dat er iemand een emmer water op mijn hoofd neerkieperde, maar ik zag niemand. Ik vermoed dan ook dat het was gaan regenen. Maar niet zomaar een klein beetje, meteen maar heel veel regen. Ik vind dat zoiets beter aangekondigd moet worden.

De maan had zich ondertussen schielijk terug getrokken achter Dik Wolkendek. Ik kreeg niet de tijd om in de beschutting mijn regenpak aan te trekken: ik was meteen doorweekt.

Een mens in de gestalte van een prullenbak

Vervolgens begon het ook nog te waaien. Ik zette mijn pet stormvast op mijn hoofd. Ik weet niet of jullie je pet ook wel eens strak op je hoofd zetten, maar het kan leiden tot bijzondere ervaringen.

Na de kruising zag ik alsnog een medereiziger die druk bezig was nat te regenen. Het was een persoon die gebukt stond naast het fietspad. Ik dacht dat die persoon iets kwijt was. Dan wil ik altijd wel hulp bieden en desnoods pastorale bijstand. Het bleek echter geen persoon te zijn, maar een prullenbak. Je kunt je vergissen in het donker.

Zoals jullie op de kaart kunnen zien verliep de terugweg niet helemaal rechtstreeks. Om minder wind te vangen koos ik voor een klein pad dat echter na een tijdje onbefietsbaar bleek te zijn vanwege de vele plassen. Ook stonden er twee hekken op het pad geparkeerd. Het bleek dus een voetpad te zijn.

Uiteindelijk kwam ik geheel doorweekt thuis. Huiskater Ringo keek verschrikt naar deze verzopen kater. Zelfs mijn hemd en onderbroek waren nat geworden. Ik nam maar een warme douche. Het gevolg was wel dat ik nóg natter werd. Maar je kunt niet alles hebben...

Winterfietsen

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, kun je ook in de winter fietsen?" Dat zal ik jullie zeggen: ook in de winter kun je prima fietsen. Sterker nog: tegen de kou kun je je kleden, maar tegen de warmte niet...

In de strenge winter van 1979 had ik een pooljas. Daarmee fietste ik naar mijn werk. Of eigenlijk met mijn fiets, de pooljas had ik aan. Er reden een aantal dagen geen bussen, en je wilt toch op je werk kunnen komen. Toen de winters minder streng werden vond Tineke dat ik die pooljas niet meer nodig had. Ze heeft hem weg gedaan. Sinds die tijd heb ik het wel vaker koud op de fiets.

Een aantal jaren geleden ontdekte ik het boeiende verschijnsel van het sneeuwfietsen. Zodra er sneeuw viel trok ik er met de fiets op uit. Ik ben ook wel eens met de trein naar een plek gereden waar sneeuw viel. Je moet toch wat als er in je eigen woonplaats geen sneeuw valt.

Het platteland van Duitsland in de sneeuw

Maar is het dan niet glad? Ja, welzeker wel, wis en drie, het kan behoorlijk glad worden. Zo fietste ik een keer op een landweggetje in Duitsland en daar ging ik gigantisch onderuit. Ik viel zó hard dat ik vreesde dat ik niet meer op kon staan. Maar omdat het te koud was op de grond (het kwik kwam die dag niet boven de min tien graden) en er verder niemand langs kwam ben ik toch maar weer opgestaan. Ik kon zelfs nog weer fietsen.

Maar sneeuw is niet het meest gevaarlijk. Toen ik vanuit de besneeuwde Eiffel naar beneden suisde deden zich geen persoonlijke ongelukken voor. Pas toen de sneeuw weg was (‘beneden’ lag geen sneeuw) werd ik van mijn sokken en mijn Gazelle gereden door een Duitse wegpiraat.

Op de Kahler Asten bij Winterberg

Aan dat winterfietsen moest ik denken toen ik zaterdag tegen het vallen van de avond op mijn Batavus Dinsdag stapte. Het vroor niet, maar ik moet zeggen dat ik toch even aan de temperatuur moest wennen. Pas na zo’n 10 kilometer begon ik het iets warmer te krijgen.

Het lastige van het fietsen met koud weer is dat je het uiteindelijk toch weer koud krijgt. Dan moet je even ergens een pauze inlassen in een warm etablissement. Of een kop met erwtensoep tot je nemen. Maar dat alles was zaterdag niet mogelijk. Ik moest mezelf op eigen kracht warm zien te houden.

Vooral toen het mistig werd voelde het allemaal best koud aan. Ik kon ook niet meer zien waar ik was: de weg was één grote donkere verrassing. Uiteindelijk heb ik toch weer 85 kilometer gefietst. Zonder opwarmertje onderweg. 

Windstil Midden-Delfland

Nu er nauwelijks ontmoetingen, verjaardagen en vergaderingen zijn ben ik overdag veel thuis aan het werk. Maar een mensen moet ook flink in beweging blijven. Dat schijnt de te helpen tegen dementie en corona (...). 

De afgelopen dagen besteeg ik steevast tussen vier en vijf uur ’s middags het zadel van mijn Batavus Dinsdag, die op alle dagen voor mij klaar staat. Niet alleen op dinsdag. Ik fiets dan een rondje van veertig tot zestig kilometer.

Gisteren was het vrijwel windstil. De wind die er was veroorzaakte ik zelf.

Op de terugweg fietste ik door het donkere Midden-Delfland, waar het nooit echt donker wordt. Over de weilanden hing een laag grondmist. In het zuiden rookte de economie van Europoort een stevige sigaar.

Daar moest natuurlijk wel een foto van gemaakt worden…

Aan de Vlaardingervaart in de buurt van Schipluiden

Vierkante ogen

De hele dag had ik zitten werken aan het boek over mensen met een verstandelijke beperking in de tandartsstoel. Maar liefst 20.000 woorden waren opnieuw gewikt en gewogen. Toen kon ik niet meer nadenken.

Het is vanwege deze onnadenkendheid dat ik gisteravond het zadel van de Batavus Dinsdag besteeg. Het woei namelijk stevig. In Den Helder was ik heel wat wind gewend (daar waaide het dusdanig dat ik in tien jaar tijds bijna al mijn haren verloor). In Den Helder leer je met de wind te leven.

Deze fietser viel nét niet in de Schie. Het is waarschijnlijk een student. Dat zie je aan de blauwe voorband.

Zo niet in Delft. Onze huidige woonplaats ligt maar 10 kilometer van zee. Dus het kan ook hier pittig waaien. Maar wat Den Helder niet heeft en Delft wel zijn torenhoge flatgebouwen. Die veroorzaken enorme valwinden die de nietige fietser doen vluchten naar veiliger beschutting. Naast ons huis is ook zo’n windtunnel, veroorzaakt door het flatgebouw van tien hoog aan de overkant van de straat. Op die manier wordt er af en toe een fietser de Schie in geblazen.

De wind bij ons huis wist ik te trotseren, maar een paar straten verder ging het mis. Door een zijwaartse aanval van winderigheid werd ik met fiets en al de bosjes in geblazen.

Een eind verderop ging het weer mis. Het is alleen nog niet duidelijk of ik van mijn fiets woei of dat mijn fiets onder mij vandaan werd geblazen. Gelukkig kwam ik in het zachte gras terecht en hield ik er alleen een natte broek aan over. Dat went vanzelf naarmate je ouder wordt.....

Avond bij Ackerdijk

Misschien hebben jullie nog nooit van Ackerdijk gehoord. Dat vind ik niet zo erg. Het is volgens Wikipedia een verdwenen buurtschap in Zuid-Holland.

Ik heb nog even gezocht of ik deze buurtschap alsnog kon vinden. Maar het werd al donker. De buurtschap heb ik niet aangetroffen. Inderdaad waarschijnlijk verdwenen, dus.

Avondstemming bij Ackerdijk.

Er ligt nog wel een gelijkname boerderij: de Ackerdijkse Hoeve. En er liggen plassen.

Bij één van die plassen nam ik een foto. De zon was al onder en er lag mist boven de weilanden.

Het weer in combinatie met de lichtvervuiling van Rijnmond op de achtergrond gaf de wereld een aparte, bijna surrealistische sfeer.