Op de fiets naar Breda (3)

Vanuit Puttershoek fietsen we oostwaarts. Het fietspad over de dijk langs de Oude Maas fietst rustig, al moet je wel steeds schapenkeutels ontwijken.

Buitendijks liggen gorzen, met duizenden watervogels. Tegenwoordig zitten er nogal wat ‘exoten’ bij.

Via de Gorsdijk naderen we ‘s-Gravendeel. Links van ons staat een huizenhoge muur van zeecontainers. Die muur houdt meer dan een kilometer lang stand. Het blijkt dat achter de muur een haventerrein ligt. Ooit wilde de gemeente Rotterdam de hele Hoekse Waard annexeren als een nieuw Europoort. Het lijkt er op dat er toch alsnog stiekum aan zo’n havengebied gewerkt wordt. En rechts van ons ligt een uitgestrekt bedrijventerreinen. Die terreinen zijn nuttig voor de werkgelegenheid, maar zijn een planologische en architectonische ramp.

We gaan niet het dorp ‘s-Gravendeel in, maar blijven de dijk volgen, nu langs de Dordtse Kil. Langs de dijk staan nog tal van karakteristieke dijkhuizen. In het dorp zelf schijnt zich de grootste kledingzaak van Nederland te bevinden. Hoewel ik nieuwe broeken nodig heb kies ik toch maar voor een voortbestaan per fiets.

Voorbij ‘s-Gravendeel komen we in de drukte van de N 217 uit, een provinciale weg dwars door de Hoekse Waard, die via de Kiltunnel verbinding maakt met het Eiland van Dordrecht. De voormalige veerpont heeft het loodje gelegd.

De tunnel is ruim 400 meter lang. Omdat Dordrecht een zeehaven is geworden moesten grote schepen onbelemmerd de haven kunnen bereiken (o.a. chemietankers). Daardoor moest de tunnel dieper komen te liggen, waardoor de bouwkosten veel hoger werden. Ook na 40 jaar is deze tunnel niet afbetaald en moeten de automobilisten tolgeld betalen. Daar wordt nogal op gemopperd, maar vroeger moesten ze ook veergeld betalen.

We komen ten zuiden van de bebouwde kom van Dordrecht uit, maar het Eiland van Dordrecht wordt steeds meer bebouwd. Bij het buurtschap Tweede Tol komt een nieuwe uitbreiding.

We fietsen verder naar het zuiden over de Oude Rijksstraatweg. Steeds dichter naderen we het alsmaar voortrazende autoverkeer over de E 10. Rechts naast ons duikt de HSL (Rotterdam-Breda) onder de Dordtse Kil. Hij komt wat verderop weer boven de grond en de treinen gaan over een hoge nieuwe brug over het Hollandsch Diep.  

We passeren de camping Willemsdorp, waar Vrij Nederland ooit een complete bijlage aan wijdde. De camping wordt vooral bezocht door vaste Rotterdamse gasten die hier een half jaar lang ieder weekend bivakkeren.

Ze horen hier hun vertrouwde Rotterdams, ze kijken er hun eigen voetbalwedstrijden en ze worden blootgesteld aan het permanente verkeerslawaai van de autoweg. Ook weer: net als thuis.
Advertenties

Op de fiets naar Breda (2)

We bevinden ons op het eiland IJsselmonde. Inmiddels telt dit eiland maar liefst zo'n 450.000 inwoners. Dat is aanzienlijk meer dan de provincie Zeeland, die 30 keer zo groot is. De ruimte is hier dus schaars en er wordt nog steeds bijgebouwd.

Na Heerjansdam fietsen we over de dijk langs de Oude Maas naar het oosten. Buitendijks liggen de grienden, binnendijks de Polder De Hooge Nesse. Na een kilometer of vijf komen we bij de aanlegsteiger van de veerpont Putter, die hier – vooral ten behoeve van scholieren – de oversteek naar Puttershoek maakt. Voor 1½ euro per persoon mogen we van de schipper overvaren.

De Oude Maas is een druk bevaren rivier, waar ook grote zeeschepen varen. De rivier is 30 kilometer lang. Hij begint bij Dordrecht en komt ter hoogte van Vlaardingen aan zijn einde. De rivier kent soms een zeer sterke stroming. Dat merk je o.a. als je de veerpont bij Rhoon neemt die stampend tegen het water in moet tornen.

Puttershoek is vooral bekend vanwege de enorme suikerfabriek. Het was tot het begin van de 20e eeuw een onbeduidend agrarisch dorpje in de Hoekse Waard, maar deze fabriek trok honderden seizoenarbeiders naar het dorp. Puttershoek heeft de kenmerkende structuur die ook de dijkdorpen in de Alblasserwaard kennen: een dijk met huizen langs het water, en ‘stoepen’ die recht de polder in lopen. Doordat de dijk op Deltahoogte moest worden gebracht zijn de oude huizen langs de Oude Maas bijna allemaal gesneuveld.

Centraal in het dorp staat de Nederlands Hervormde dorpskerk. Tineke vraagt zich af waarom de toren (met de witte platen) zo’n ander aangezicht heeft dan de kerk (met kleine bakstenen). Ze klampt een autochtoon aan en deze verteld dat de toren eigendom is van de gemeente. Dit was voor de gemeente een goedkopere manier van onderhoud. De kerk is in eigendom van de kerkelijke gemeente.

De klokken werden door de Duitsers gestolen, waardoor er een einde kwam aan een eeuwenlange traditie waarbij deze klokken drie maal daags geluid werden: om 8 uur, om 12 uur en om 20 uur. Gelukkig schonk een kerk in Goes naar de oorlog weer klokken aan deze kerk. Vanaf 1948 wordt er weer drie maal daags gebeierd. Op de klokken staat de inscriptie:

Luctor et Emergo
Ik zong te Goes in ’t carillon
Ik werd geveld door krijgsgeweld
Ontkwam en werd in eer hersteld
Te Puttershoek, op 3 sept. 1948

Het dak van de kerk bleek een aantal jaren geleden voor een groot deel verorberd te zijn door boktorren. Ja, de mensen hebben het wel over wolven, eventueel in schaapskleren, maar boktorren zijn ook geen lieverdjes. Ze eten zomaar kerken op.

Het zuiden van Puttershoek bestaat deels uit nieuwbouwwijken. Ook langs het water van de Oude Maas werd de afgelopen decennia duur en hoog gebouwd. Wij zetten fietskoers in oostelijke richting, en passeren daarbij molen de Lelie.

Op de fiets naar Breda (1)

De boog kan niet altijd overspannen zijn. Dus stapten we 's middags op de fiets. Deze keer in zuidelijke richting, want Tineke had de volgende dag een werkafspraak in Breda. Dan was de fiets alvast in de goede richting opgeschoven.

Vanuit ons huis fiets je in een half uur over het fietspad naar het Schiekanaal naar Rotterdam. We passeerden het oude dorp Overschie dat een beetje klem ligt tussen het vliegveld, autowegen en bedrijventerreinen.

We staken schuin rechtdoor door 19e eeuwse Rotterdamse wijken die steeds meer in trek zijn bij yuppen. Daarna langs het Erasmus MC en het Museumkwartier. Vervolgens over de Erasmusbrug naar de Afrikaanderbuurt. Er zijn hier grote tegenstellingen. Aan de ene kant de torenhoge appartementenbouw van Manhattan aan de Maas en aan de andere kant de probleemwijk Afrikaanderbuurt.

Rechts zie je één van de grootste gebouwen van Nederland: De Rotterdam. Het zijn drie ten opzichte van elkaar verschoven gebouwen met alle drie 44 verdiepingen. Het gebouw is 149 meter hoog. De Maastoren (in het midden) is aanzienlijk slanker, maar is nóg hoger (ruim 160 meter).

We fietsen weer verder en komen in de jaren ’60 woonwijk Lombardijen. De wijken uit deze periode zijn vaak saai en aan verval onderhevig. Her en der worden gebouwen opgeknapt en wordt er nieuwbouw gepleegd.

Om Rotterdam uit te fietsen is nog een kunst: Barendrecht is maar één snelweg van ons verwijderd, maar het enorme klaverblad Vaamplein zit er tussen. We moeten een aanzienlijk eind omfietsen en fietsen dan het voormalige tuindersdorp Barendrecht binnen. Tegenwoordig bestaat het dorp voornamelijk uit bloemkoolwijken en uit een enorme Vinexwijk: Carnisselande. 

Aan de oostzijde fietsen we Barendrecht weer uit. Tussen Barendrecht en Zwijndrecht resteren nog een paar plukjes groen en het (nog) landelijke dorp Heerjansdam. Het ligt aan de Waal, in dit geval geen grote rivier, maar een afgedamd stukje rivier van acht kilometer lengte. Helaas worden  karakteristieke oude dijkhuisjes steeds meer vervangen door protserige villa’s aan het water.

Maasland

Al heel lang fiets ik een aantal malen per jaar door de plaats Maasland. Het is een niet zo bekende plaats onder de rook van Maassluis.

Maasland is ouder dan Maassluis, dat gebouwd werd rond een sluis langs het Scheur. De plaats heeft een beschermd dorpsgezicht. De kern van het dorp bevindt zich langs een watertje: de Zuidgaag. 

De oude kern ligt rond de dorpskerk, die in 1945 tijdens het bevrijdingsfeest afbrandde. Zo zie je maar weer dat bevrijdingsfeesten ook gevaarlijk kunnen zijn.

De kerk staat op bijna autovrij plein met huizen die in een cirkel rond deze kerk gebouwd zijn.

Opmerkelijk is dat het blad Elsevier Maasland in 2004 noemde als meest welvarende plaats van Nederland. In datzelfde jaar viel er in augustus ook de meeste regen die ooit in een weerstation in Nederland gemeten is. Ik weet niet of het één met het ander te maken heeft.

De meest prettige fietsroute van Delft naar Maassluis loopt over de oude Trambaan van Delft via Schipluiden langs De Lier en dan laat je Maasland links liggen. Maar je kunt ook de beklinkerde en minder comfortabele weg door het dorp volgen. Dan zie je weer mooie oude huizen en een aardig beschermd dorpsgezicht.

 

 

Kanaalfietsen (4)

Je zou het misschien niet zeggen, maar dit is ook een kanaal. De Nieuwe Waterweg.

Hoewel: daar kun je nog over discussiëren. In ieder geval kreeg Ir. Pieter Caland in 1863 de opdracht om de scheepvaartverbinding tussen Rotterdam en de Noordzee te verbeteren, zodat de Rotterdamse haven kon groeien.

Caland maakte deels gebruik van bestaande waterwegen die werden uitgediept en verbreed (zoals Het Scheur) en deels werd een nieuwe waterweg gegraven (een echt kanaal dus), door de duinen bij wat later Hoek van Holland is gaan heten.

De foto’s maakte ik bij Maassluis, dat altijd al een rechtstreekse verbinding had met de Noordzee, maar dan via een andere route dan tegenwoordig.

Vanuit Schiedam kun je buitendijks naar Hoek van Holland fietsen. In Vlaardingen en Maassluis moet je even de stad in, omdat de bruggen over de havens van beide steden wat meer landinwaarts (naast de spoorlijn) liggen.

Deze keer fietste ik vanuit Vlaardingen tot voorbij Maassluis. In Maassluis wordt buitendijks een nieuwe wijk gebouwd, met een drietal markante woontorens. Sinds de Maeslant stormvloedkering werd gebouwd voelt men zich kennelijk buitendijks veilig genoeg.

Mijn moeder woonde jarenlang in een flat aan de Nieuwe Waterweg, waar ze zicht had op de vele zeeschepen die hier langs voeren en genoot van de mooie zonsondergangen. Die herinneringen komen ook weer boven als ik hier langs het water fiets.

Bollenvelden in Delft

Dit is wel een bijzonder plaatje. Het is niet de bollenstreek in de Kop van Noord-Holland, maar een bollenveld in Delft.

Aan de zijkant van het nieuwe NS-station annex stadhuis werden in december een paar duizend bollen in de grond gestopt. Met het warme lenteweer komen ze opeens snel uit. En dus is er nu een bollenveld midden in het centrum van Delft. Onder het bollenveld trekken de treinen tussen Den Haag en Rotterdam hun spoor.

Volgend jaar kunnen we dit niet meer zien. Dan wordt er op deze plek gewerkt aan een zeer ambitieus ogend gebouw. Want als stad met een grote architectuur-opleiding moet je iets extra doen voor je representativiteit.

Overigens: in de Delftsblauwe kop en schotels (links op de foto) kun je zitten.

Kwekconcert

Tineke's neef Doekle Terpstra gaf gisteren een orgelconcert in de Nieuwe Kerk van Delft.

De Nieuwe Kerk is één van de toeristische topattracties van Delft. Hier bevindt zich o.a. de graftombe van de familie Oranje Nassau. De kerk heet de Nieuwe Kerk, maar met de bouw werd al in 1381 begonnen. De Oude Kerk is dus nog ouder (uit 1246).

Doordat de kerk zoveel wordt bezocht door toeristen is het af en toe spitsuur. Maar dat geroezemoes valt wel te doorstaan. Het wordt lastiger als een gids probeert om het orgelspel tijdens een inloopconcert te overstemmen. Hoe steviger het orgelspel van Doekle, des te harder begon de gids er doorheen te zwatelen. Dit tot droefenis van de mensen die speciaal naar dit concert waren gekomen.

Na een tijdje verliet de gids dit gedeelte van de kerk en raakte het gezwatel wat op de achtergrond. Zo konden we toch nog een tijdje genieten van de orgelmuziek van o.a. Johann Sebastian Bach. Het orgel is één van de grootste orgels die Jonathan Bätz heeft gebouwd (rond 1830). Ook in de Domkerk in Utrecht staat een groot Bätzorgel.

Kerk en orgel in de Nieuwe Kerk zijn in de afgelopen vijf jaar grondig gerestaureerd.