Veender-en Lijkerpolder

De mensen vragen mij soms: "Henk, kom jij wel eens in de Veender-en Lijkerpolder?"

Dat zal ik jullie zeggen: “Dit jaar ben ik er nog niet geweest. Maar vorig jaar wel. De ene keer was het donker, de tweede keer was het bewolkt. Maar de tweede keer was de dag tóch zonnig, want Tineke fietste met mij mee.”

De eerste keer had ik eigenlijk geen idee hoe ik bezig was te fietsen. Ik probeerde de polder uit te fietsen, maar de wegen liepen wonderbaarlijk en af en toe dood. Bovendien werd het perspectief af en toe beperkt door de kassen waar ik tussendoor fietste.

Nu zit het met die kassen wat ingewikkeld. De mensen willen ook graag in de winter een krop sla oogsten. En als je die krop sla dichtbij huis kunt oogsten hoef je ook niet een vliegtuig uit Egypte over te laten komen. Maar het is toch belangrijk dat het te schaarse groen in de Randstad groen blijft.

Ooit heb ik bijna een jaar lang iedere woensdag cursus gegeven in het Westland en daar werd ik bepaald somber van. Dan denk je dat je Den Haag uit fietst, kom je tussen de glastuinbouw terecht. In een ernstig gesomberde stemming begon ik dan aan mijn lessen.

Lijkermolen aan de KoppoelOm het groen een beetje groen te houden heeft de provincie Zuid-Holland toch maar besloten dat hier geen verdere uitbreiding van het kassengebied komt.

Officieel heet de polder ‘De Drooggemaakte Veender-en Lijkerpolder’. De polder bestaat eigenlijk uit meerdere polders die uiteindelijk zijn samengevoegd (1744). Op de foto zie je één van de twee Lijkermolens. Ik heb hem al eerder op de foto gezet, hij verscheen dit voorjaar al op mijn weblog tegen het licht van de ondergaande zon. Vanwege de bouw is deze molen – net zoals zijn tweelingzus – een unieke verschijning.

Eigenlijk vormden de polders een soort waterige uitstulping van de Haarlemmermeer. Het Braassemermeer vormt er één van de laatste zichtbare overblijfselen van. Maar ook los van dat meer vind je rond de polder veel water. En dus in de zomer ook veel pleziervaart. Zelfs Berend Botje komt hier aangevaren.

Veenderpolder met VeendermolenOmdat ze in de 18e eeuw een hekel hadden aan bochten zijn de wegen in de polder langs de liniaal getrokken. Maar af en toe schoot de liniaal wat uit, waardoor er toch een bocht is ontstaan. Bovendien leidde de fusie van diverse polders ook nog eens tot verschillende structuren van de wegen. En langs de randen konden ze niet anders, daar lopen de dijken kronkelend langs het nu nog bestaande boezemwater.

Op de onderste foto zie je de Veendermolen. Die ziet er weer anders uit. Vanwege het vers gemaaide gras heb ik deze molen slechts met tranende ogen kunnen aanschouwen.

Delft in het donker (film)

En doet de SJCAM het ook in het donker? Nu is onze woonplaats nooit helemaal donker. Dat heb je in de Randstad met aan beide kanten van je woonplaats autowegen en kassengebieden.

Maar ik heb een fietsritje in het betrekkelijke donker op de film gezet. Delft by night. Vanaf het station naar en door de binnenstad. Het was opvallend rustig, want een groot deel van de 25.000 studenten viert een al dan niet verdiende vakantie.

Varend Corso Delft

Vandaag was het een drukte van belang voor ons huis.

Iedere dag varen er tientallen boten langs, maar vandaag voeren ze in een file en waren ze allemaal met bloemen of groenten versierd.

Het was het varend bloemencorso. Oorspronkelijk ontstaan in het Westland, maar er doen ook randgemeenten mee.

Het corso voer drie dagen door het Westland, Maassluis en als eindpunt Delft. Tientallen schepen meerden aan langs de Delftse Schie, het water dat voor ons huis langs loopt. Ze hadden er vandaag schitterend weer bij. En wij zaten op de eerste rang.

Op dit blog een paar foto’s, zowel vanaf het dakterras als op de kade genomen.

Meer foto’s van dit corso vind je op:

https://myalbum.com/album/GdmWRg71z64Y

Aan zee

In Den Helder hadden we de zee binnen handbereik. Op 1200 meter. Bij zware storm kon je hem zelfs horen bulderen.

In Alkmaar woonden we op 8 km. fietsen van de zee.

Maandagavond fietsten we vanuit ons nieuwe huis naar de zee. Het bleek 15 km. fietsen te zijn. We wonen dus steeds meer landinwaarts.

Misschien kan het wel iets korter. En als we niet zouden fietsen: de tram die bij ons om de hoek stopt rijdt rechtstreeks naar Scheveningen.

We fietsten door Delft, langs de nieuwe Vinex locatie Rijswijk Buiten (die tegen Delft aan wordt gebouwd), door het oude dorp Wateringen en door de zuidelijke wijken van Den Haag en het oude dorp Loosduinen naar Kijkduin. Daar wilden we de zon in de zee zien zakken. Op het land was het bewolkt, maar verderop op zee was de blauwe lucht te zien.

Vanuit Kijkduin zagen we in het zuiden de enorme overslagstellages van het Tweede Maashaven gebied. Dichterbij de zogenaamde zandmotor, een enorme nieuwe zandvlakte die de afkalving van het strand tegen moet gaan.

Op zee een groot aantal zeeschepen onderweg naar of komend uit Rotterdam. Die moeten tegenwoordig allerlei windmolens op zee ontwijken. Dat gaat vast nog een keer mis als een schip onbestuurbaar is geworden.

In het noorden de Pier van Scheveningen met een groot(s) reuzenrad.

Het drukste stukje kust van Nederland. Maar de zee blijft ondanks alle veranderen gewoon doorklotsen in eindeloze deining.

Onderzoek naar Zicht op Delft

Toen we terug kwamen van vakantie stonden er twee bouwketen op het grasveld voor ons huis benevens camera’s van Bouwatch. De grond is zeer schaars in Delft. Zou er op het grasveld voor ons huis nieuwbouw gepleegd worden?

Nee, deze bouwkeet blijkt te maken te hebben met het werk van de schilder Johannes Vermeer. Vanaf exact die plek schilderde hij zijn wereldberoemd geworden schilderij ‘Zicht op Delft’. De Amerikaanse onderzoeker Tim Jennison doet onderzoek naar zijn schildertechnieken en probeert er met oude verfsoorten achter te komen op welke manier Vermeer tot dit schilderij heeft kunnen komen.

Van het onderzoek wordt ook een film gemaakt. Dus ik fiets een paar keer extra langs de bouwkeet. Misschien krijg ik dan een award als beste figurant.

Door de Hoekse Waard (5)

Er zijn mensen die door de Hoekse Waard fietsen en die iets bijzonders opvalt. Dat kan natuurlijk, want de Hoekse Waard is best een bijzonder gebied.

Na de grootste natuurramp die Nederland ooit getroffen heeft – de Sint Elisabethsvloed in 1421 – was bijna de hele Hoekse Waard weggevaagd. Er zijn overigens in de 15e eeuw drie watervloeden geweest met alle drie dezelfde naam.

Tijdens de Sint Elisabethsvloed van 19 november 1421 stuitte het zeer hoogstaande water van de rivieren in de Zuid-Hollandse en Zeeuwse Delta ‘in botsing’ met het hoge Noordzeewater als gevolg van een Noordwesterstorm. De stad Dordrecht kwam opeens op een eiland te liggen, de stad Sliedrecht verdween, de Biesbosch ontstond en van de Hoekse Waard bleef maar een klein plukje land over: Sint Anthoniepolder.

Pas zo’n 150 jaar later werd begonnen met het opnieuw bedijken van het gebied. In anderhalve eeuw tijds werden er maar liefst zestig polders aangelegd. Een vijftal oudere polders kregen een ringvorm, maar de latere polders hebben allemaal een rechte structuur gekregen. Daarbij werd aangehaakt op de vroegere bedijking. Dit maakt het landschap van de Hoekse Waard bijzonder afwisselend. Er liggen oude kronkelige dijken, er zijn kaarsrechte wegen, maar er zijn ook ‘klassieke’ oude polders. En dwars door het land zie je ook nog eens overal oude waterlopen terug.

Over een oude bochtige dijk met lintbebouwing fietsen we vanuit Strijen in noordelijke richting. Achter de huizen ligt aan beide zijden eindeloos lijkend polderland met rechte wegen. Toch doet de moderne tijd zich gelden: verderop in het oosten – door de Polder Nieuw Bonaventura – baant de HSL zich een spoor door het oude land. De bouwers hebben nauwelijks rekening gehouden met de structuur van het land. Een aantal wegen loopt dood op dit tracé, waardoor bestaande verbindingen doorbroken werden. In het westen ligt het Oude Land van Strijen, één van de weinige delen van de Hoekse Waard waar nogal wat veeteelt wordt bedreven.

De Hoekse Waard bestaat uit 14 dorpen. Eén van de kleinere dorpen is Cillaarshoek aan de Keizersdijk. Het schijnt dat Keizer Karel V ooit over deze dijk vanuit Amsterdam naar Parijs is gefietst. In het dorp staat een parmantig oud kerkje met luidklok. En er is een mooie documentaire verschenen over het dorp ‘Als het mot dan komt ’t er’ (zie daarvoor de gelijknamige site over de buurtschap Cillaarshoek).

Aansluitend aan Cillaarshoek fietsen we het dorp Maasdam binnen, met een aanzienlijke molen aan een splitsing van twee wegen. De ene weg loopt aan de zuidzijde langs de Binnenbedijkte Maas, de andere weg loopt aan de noordzijde. Het grootste deel van het dorp Maasdam ligt aan de noordzijde.

De Binnenbedijkte Maas (ook wel Binnenmaas genoemd) is waarschijnlijk een oude waterloop van de Maas. Over een lengte van zo’n 8 kilometer slingert het zo’n 300 meter brede water zich door de Hoekse waard en langs de dorpen Mijnsheerenland, Maasdijk, Westmaas en Maasdam en de buurtschappen Zwanegat en Sint Anthoniepolder.

Door de Hoekse Waard (4)

Toen waren we dus in Strijensas. Dat is zo’n dorp dat je gemakkelijk links laat liggen, omdat het in een uithoek van een eiland ligt. Maar dankzij de veerpont viel er aan dit dorpje niet meer te ontkomen. Het heeft een bijzonder mooie binnenkomst: een ophaalbrug van ruim een eeuw oud en daarnaast een mooi gerestaureerd huis aan de Sas (sluis).

Het dorp Strijensas bestaat slechts uit een paar straten. Er wonen dan ook maar zo’n 400 mensen. In de zomer is het aantal bewoners echter aanzienlijk hoger. Het dorp heeft zich ontwikkeld tot een centrum voor de watersport. Je kunt er ook kano’s huren: dan vaar je in de haven tussen boegen en achterstevens van dure plezierjachten door.

Opmerkelijk is dat het dorp oorspronkelijk bij De Klundert hoorde en dus nu een deel van de provincie Noord-Brabant zou zijn. Pas in 1421 werd het dorp van tafel en bed gescheiden van dit dorp. Overigens was het destijds andersom: Klundert hoorde bij de Staten van Holland. De Sint Elisabethsvloed sloeg een diepe bres tussen de beide dorpen en die brede waterstroom bestaat nog steeds.

Over bochtige dijkwegen fietsen we naar het volgende dorp. Dat is Strijen. Er is hier veel klei. Het is dan ook een uit de kluiten gewassen dorp. Het was ook een rijk dorp. Dat riep jaloezie op bij de vroede vaderen van Dordrecht. Ze staken het dorp in de hens. Dat gebeurde in 1410. De mensen hebben het wel over de Russen, maar de Dordtenaren waren ook geen lieverdjes.

In 1759 werden opnieuw honderden huizen verwoest. En als nasleep van het bombardement op Rotterdam (14 mei 1940) worden er weer tientallen huizen verwoest. In 1944 komt het dorp onder water te staan (inundatie door de Duitse bezetter) en in 1953 heeft Strijen zwaar te lijden onder de gevolgen van de watersnood. Wonen in Strijen betekent dat je veel moet lijen.

Strijen is een uitgestrekt en langgerekt dorp, gebouwd langs diverse dijken. Onder aan de dijken vind je wat nieuwbouw. Ondanks alle historische ellende vind je nog een aantal monumenten in het dorp. Het centrum is verkeersluw gemaakt. Dit dorp in de Hoekse Waard is zeker een fietstochtje waard.