Bollenveld in Delft

Binnenkort wordt hier gebouwd.

Maar dit voorjaar levert een tijdelijk bollenveld een mooi zicht op Delft op.

Bollenveld bij station Delft met zicht op de toren van de Oude Kerk

Op de foto de Phoenixstraat, een rommeltje aan nieuwbouw uit vooral de jaren ’60 en ’70.

Daarachter de toren van de Oude Kerk, midden in het historische en beschermde stadscentrum van de stad Delft.

De foto kan alleen nog dit jaar genomen worden. Volgend jaar is het hier één en al beton...
Advertenties

Toren Nieuwe Kerk

Kleinzoon J. kreeg van zijn opa als kado: het beklimmen van de toren van de Nieuwe Kerk in Delft. Zaterdagmiddag was het zo ver.

In financieel opzicht was het geen handige transactie. Hij kreeg dit kado voor zijn 12e verjaardag. Laat nu net de leeftijdsgrens voor de prijzen van de kaartjes op 12 jaar gesteld zijn. Jonger was goedkoper geweest. We hebben het nog geprobeerd om er als tractatie onderuit te komen, want er stond ‘studenten 12-25 jaar’. En volgens J. is hij nog geen student.

Maar niet getreurd. Het was voor een verjaardag en ik kan het betalen. Na deze gedachten aan de voet van de toren beklommen we de op één na hoogste kerktoren van Nederland. De rugtas moest af & ingeleverd worden, want met rugtas kun je elkaar op de smalle trappen niet passeren.

Nu moet ik zeggen dat het ook zonder rugtas nog ingewikkeld was. De toren is misschien berekend op twee slanke francaises of chinezen, maar niet op overgewichtige Nederlanders en Duitsers. En uitwijkmogelijkheden zijn er nauwelijks. Bovendien raakte er iemand halverwege in paniek. Deze persoon moest door een gids naar beneden begeleid worden.

Maar wij vermaakten ons prima. Na een kwartier hadden we de 376 treden genomen. Dat mag alleen als je in goede conditie bent. Kennelijk verkeren opa en kleinzoon in goede conditie. Overigens stootte opa enkele malen zijn hoofd tegen een balk. Daar heeft ook wel eens iemand een hersenschudding door opgelopen. Maar bij opa viel de schade op een bult na nog wel mee.

Boven (op 85 meter hoogte, exclusief spits) hadden we een prachtig uitzicht op de stad Delft, maar ook over de wijde omgeving. Rotterdam, Den Haag, Zoetermeer en het hele Europoortgebied lagen aan onze voeten.

De afdaling vond ook plaats met enige stremmingen. Voor ons kwamen twee mensen klem te zitten, ze konden elkaar niet passeren. Ik stel voor dat er naast een conditietest ook nog een BMI wordt vastgesteld van iedere klimmer.

Beneden hebben we in een bruin café iets gedronken en een broodje kroket genuttigd. Een grote Duitse herder voegde zich bij ons gezelschap. Hij had ook wel zin in een kroket. Daarna hebben we nog de Oude Kerk bestudeerd en zijn we even in de stadsmolen geweest. Het was dus best een cultureel verjaardagskado...

Zandmotor

Deze keer zijn we dichter bij huis. Het was een uurtje fietsend balanceren tussen de stad Den Haag en de kassen van het Westland. En toen waren we bij de Zandmotor. 

De smalle duinenrij voor de kust van het Westland is kwetsbaar. Bij zware storm zou de rij door kunnen breken. Dan zouden honderdduizenden bewoners benevens veel tomaten, paprika en prei last krijgen van natte voeten.

De oude oplossing was een stevige dijk, zoals de Hondsbossche Zeewering bij Petten. Maar voor de kust van het Westland werd gekozen voor een andere oplossing. Er werd veel zand opgespoten voor de kust, waardoor er een kunstmatig schiereiland ontstond.

Inmiddels ligt er een uitgestrekt zandgebied voor de kust dat menige storm heeft doorstaan. Dankzij dit project hoefde er al tien jaar geen extra zand meer op het strand opgespoten te worden.

Nadeel was dat de stroom vanuit de nieuw ontstane lagune bij lager water  zeer sterk was waardoor zwemmers en zelfs waders gevaar liepen. Dus moesten er enkele maatregelen worden genomen teneinde het gevaar letterlijk in te dammen.

Maar de Zandmotor ligt er nog en doet zijn werk. Het strand is qua breedte meer dan verdubbeld. En dat gaat min of meer vanzelf dankzij de stroming.  

Kop van ’t Land

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, kom jij wel eens in Kop van 't Land?" Dat zal ik jullie zeggen, maandag was ik opeens in Kop van't Land. ik had de wind in de fietszeilen, het ging allemaal zó snel, dat ik er was vóórdat het door had...

Hoewel het maandag was, was ik om half drie op de Batavus Dinsdag gestapt. Ik besloot met de wind mee te fietsen. Dat viel tegen. Waarschijnlijk ben ik te calvinistisch van aard. Ik moet zelf stevig kunnen trappen. Maar nu hoefde ik bijna niets te doen. Alleen op tijd remmen voor rode verkeerslichten, afgewaaide takken, overstekende rollators, appende scholieren en fietsblinde automobilisten.

In Dordrecht remde ik wat af. Hier hebben we maanden lang naar huizen gezocht. Uiteindelijk werd het (toch) Delft. Maar Dordrecht spreekt nog altijd tot mijn verbeelding, vanwege de vele wateren rondom en de robuuste oude binnenstad. Dordrecht is ook een verkeersknooppunt en dat is een nadeel. Sommige nieuwbouw is inmiddels inmiddels helemaal in glas verpakt, als vorm van geluidsisolatie. Moet loeiheet worden, volgens mij, in de zomer.

Na de binnenstad richtte ik de blik en de fietssteven zuidoostwaarts. Het is een gebied met beboomde dijken en vooral landbouwgrond. Maar de nieuwbouw van Dordrecht strekt zijn tentakels steeds verder oostwaarts uit.

Dit is het Eiland van Dordrecht, ontstaan tijdens vermoedelijk de grootste vloed die Nederland mee heeft gemaakt, de Sint Elisabethvloed in 1421. En als iets een eiland is, dan moet je óf met een tunnel, óf met een brug, óf met een veer van het eiland af.

Inmiddels zijn er een tunnel, en zijn er vier bruggen en vijf veerponten waarmee je als fietser aan het eiland kunt ontsnappen. Acht kilometer ten oosten van de oude binnenstad vaart één van deze veerponten, eigendom van het plaatselijke vervoerbedrijf van Dordrecht. Dit is de veerpont van Kop van ’t Land. 

Je merkt hier helemaal niet meer dat je in de buurt van een grote stad bent. Een veerpont is trouwens altijd al een mooie manier om te onthaasten. Vroeger voer hier de oude stampende en stinkende dieselpont van Gorkum, maar er vaart inmiddels een nieuwer en handiger ‘roll-on, roll-off exemplaar’.

Kop van ’t Land is een buurtschap met slechts enkele huizen en een grote boerderij. Er komen tal van dijken samen, waaronder de Zeedijk, die eeuwen lang het zeewater tegen moest houden.

Om half zes was ik bij de pont. Nog voor sluitingstijd, want ik heb ook wel eens aan de overkant gestaan toen de pont niet (meer) voer. Zwemmen was geen optie, dus ik moest 15 km. terugfietsen. Overdag vaart deze pont drie maal per uur. Het was er druk, ze mochten eigenlijk wel een pontje bijzetten.

Aan de overkant ligt mijn geboortestreek. Maar eerst is er de weidse Biesbosch.

Keuzestress

Een kwart eeuw woonden we in Den Helder. Daar kon je maar één kant uit: naar het zuiden. Of anders met de veerpont naar het noorden: naar Texel.

Daarna woonden we dertien jaar in Alkmaar. Daar konden we alle kanten uit, al lag er maar één plaats meer westelijk: dat was Egmond.

In Delft kun je op de fiets alle kanten uit. En dus heb ik te maken met keuzestress. Welke kant zal ik nú weer eens uit fietsen?

Toch is er met dit richtingbord wel iets vreemds aan de hand. Linksaf ga je naar Rijswijk. Rijswijk ZH wel te verstaan, want er zijn meer Rijswijken, ook eentje in Noord-Brabant en eentje in Gelderland.

Maar die afstand… Ligt Rijswijk zó dicht tegen het centrum van Delft aan? Nee, dat is de zuidelijke rand van Rijswijk. Fiets je door naar het centrum van Rijswijk, dan bedraagt de afstand 6 kilometer.

En dan naar Rotterdam. Zou je daar de gemeentegrens aanhouden, dan is de afstand ook 6 kilometer (in de buurtschap Zweth). Fiets je door naar het centrum van Rotterdam, dan bedraagt de afstand inderdaad 14 kilometer.

Bij de ene plaats wordt op dit bord dus de afstand tot de gemeentegrens aangegeven, bij de andere plaats de afstand tot het centrum. op die manier kom je soms voor verrassingen te staan als je op tijd wilt rijden of als je je dwarsliggende kinderen hebt uitgelegd dat het nog maar tien minuten fietsen naar oma is.

Ik zou hier trouwens naar Hoek van Holland ook linksaf gaan, net als naar Naaldwijk. Scheelt een groot aantal verkeerslichten en het is ook nog eens 1,5 kilometer korter. De ANWB is nog steeds niet een echte fietsersbond.

Groene tompouce in Geervliet

Het schijnt dat nog niet alle lezers van dit weblog in Geervliet zijn geweest. Daarom zal ik de plaats even voorstellen.

Vanuit onze woonplaats ligt Geervliet op fietsafstand. Maar je moet wel een aantal keren het water over; door de tunnel, met een veerpont of over een hoge brug.

Geervliet valt als plaats niet zo op. Het dorp ligt tegen Spijkenisse aan en onder de rook van het Botlekgebied. Maar die rook komt hier voornamelijk bij noordenwind, dus relatief is hier nog best veel frisse lucht.

Ik heb het over een dorp, maar wat jullie waarschijnlijk niet weten is dat Geervliet eigenlijk een stad is. De plaats kreeg in 1381 stadsrechten. Ook was de stad geheel ommuurd. Geervliet was toen een havenstad aan de Bernisse. Helaas verzandde die rivier en daarmee trad het verval in. Bovendien verwoestte een stadsbrand in 1741 een groot deel van de oude huizen en schuren. Daarna was het grootste deel van de werkende bevolking aangewezen op de landbouw.

Een boek dat over de geschiedenis van Geervliet gaat heet typerend ‘Van stad naar dorp’. Tegenwoordig is Geervliet een dorp met een vrij groot deel bebouwing uit de jaren ’70, met daarnaast een onverwachts (klein) stedelijk centrum met plaatselijke kippen en geiten en af en toe een poes.

De plaatselijke bakker bestaat dit jaar honderd jaar en heeft groene tompoucen in de aanbieding. Zo zie je maar weer, ook in een dorpse stad valt van alles te beleven.

Zandstorm

Vrijdag wilde ik even de zee zien. Dat is bij ons een kwestie van op je fiets stappen en een eindje doortrappen.

Tussen Delft en de zee ligt ook een zee. Dat is een Huizenzee. Maar als je het handig uitzoekt kun je via een aantal groenstroken en Haagse parken toch de zee bereiken. Dat was in mijn geval in Kijkduin.

Kijkduin is een badplaats in grote malaise. Daar wil de gemeente Den Haag iets aan doen. Momenteel is het centrum van Kijkduin voornamelijk een bouwplaats met daar tussendoor enkele eetgelegenheden.

Vanaf het duin bij Kijkduin had ik zicht op Scheveningen. Maar af en toe ook niet. Er was sprake van een bijna permanente zandstorm met af en toe wat meer zicht. Toen maakte ik deze foto.

Gezandstraald en met tranende ogen stapte ik weer op de fiets. Via een aantal Vinexlocaties, Poeldijk, Kwintsheul en Den Hoorn kwam ik weer behouden aan in Delft. Het zout zat nog op mijn lippen en de kleding herbergde voldoende zand voor een goed begin van de zandbak voor de kleinkinderen.