Weer op de fiets (1)

Dinsdagmiddag wilde ik een rondje fietsen en groenten scoren bij de bioboer. Tussendoor kon ik dan ook nog mijn broer bezoeken in Maassluis. 

Helaas kwam ik van de drup in de regen. Omdat ik mijn fiets niet zomaar ergens wil parkeren kwam hij uiteindelijk terecht in de catacomben onder station Rotterdam Centraal. De beide stallingen bieden samen plaats aan ongeveer 8000 fietsen.

In het centrum van Rotterdam

Het is dus zaak om je fiets mindful te parkeren en te onthouden waar je hem hebt gestald. Ik zet de plek altijd meteen als reminder in mijn telefoon. Het enige probleem is dat ik soms mijn telefoon niet kan vinden.

Vanwege een stremming kon ik donderdag Rotterdam niet via de rails bereiken. Uiteindelijk bereikte ik toch ingeblikt het station en kon ik de Batavus Dinsdag uit zijn ketenen bevrijden.

Ik weet niet of jullie wel eens door Rotterdam fietsen, maar er komt geen eind aan. Als je de aaneengesloten bebouwing van Vlaardingen en Schiedam meetelt zit je 18 kilometer op de fiets en kruisen zo’n vijftig verkeerslichten je pad. Dat is niet om op te schieten. Ik ben geen snelle fietser, maar 11,4 kilometer per uur is toch echt wat aan de trage kant.

De Van Brienenoordbrug en de Nieuwe Maas

Uiteindelijk beklom ik de oprit van de Van Brienenoordbrug. Vroeger mocht je hier niet fietsen vanwege de gevaarlijke winden, maar tegenwoordig is fietsen aan de oostzijde van de brug toegestaan. De mensen zijn gemiddeld zwaarder geworden en waaien minder gemakkelijk om. Als je dan toch bij westenwind omwaait kom je niet op de autoweg terecht, maar in het water, waar je vanwege overgewicht blijft drijven.

De Van Brienenoordbrug zijn twee bruggen. De ene dateert uit 1965, de tweede uit 1990. De bruggen zijn ruim 1300 meter lang. De bogen hebben een maximale hoogte van 70 meter en het wegdek ligt 25 meter boven het water. Tot zover de mededelingen van Rijkswaterstaat.

Uitzicht vanaf de Van Brienenoordbrug in de richting van Ridderkerk

En aan de overkant fiets je met hoge snelheid Rotterdam weer in. Dat schiet dus ook niet op. Het is de wijk Beverwaard. Stedenbouwkundig is het wel een bijzondere wijk, omdat de bouw het vroegere slotenpatroon volgt. Toen het nog vroor in de winter kon men hier dan ook schaatsen. Bijna alle huizen zijn gebouwd tussen 1980 en 1990. Het is geen bloemkoolwijk (jaren ’70), en de nieuwe kneuterigheid van de Vinexlocaties kom je er ook niet tegen. Flatwoningen trouwens ook bijna niet.

De gemiddelde woningwaarde van de huizen is laag vergeleken bij de ‘gemiddelde’ Randstadwoning: 174.000 euro. Opvallend is dat er weinig fietsen worden gestolen in Beverwaard. Of het wordt niet opgegeven bij de politie.

Gezond lijkt het leven hier niet: één derde van de mensen tussen 18 en 65 jaar is langdurig ziek, 10% heeft een WMO-uitkering.

Beverwaard is een multiculturele wijk, waar autochtonen inmiddels een minderheid vormen. Ruim 50% van de bewoners heeft een niet-westerse migratie-achtergrond. Leefbaar Rotterdam kreeg in de wijk veruit de meeste stemmen, gevolgd door de PvdA en DENK.

Van Rotterdam Centraal naar Ridderkerk

In tien minuten ben ik de wijk weer uit. Deze gegevens heb ik later op internet opgezocht. Een groenstrook van nog 500 meter breedte scheidt Beverwaard van Bolnes. Daar heeft 20% van de bevolking een niet-westerse migratie-achtergrond. Het dijkdorp valt onder de gemeente Ridderkerk. De Partij 18-Plus kreeg hier de meeste stemmen. Deze partij verdreef in 2022 de SGP als grootste partij binnen de gemeente.

In het verleden was Bolnes bekend vanwege de scheepsbouw, maar die ging in de jaren ’70 verloren. Ook brandde het winkelcentrum af. Gelukkig was er nog werk en waren er winkels in Rotterdam.

Ik heb trouwens niet echt een idee waar ik fiets, en dat is ook een beetje de bedoeling. Wel worden mijn oren rechtszijdig geteisterd door de geluiden van de autoweg. Er liggen hier twee gigantische verkeersknooppunten, die ook mijn fietsmogelijkheden inperken.

Er volgt weer een groene buffer, van ongeveer twee kilometer breed en dan ben ik in Slikkerveer. Daarover later meer. 

Nieuwkoop

Met de plaats Nieuwkoop heb ik een bijzondere band. Vroeger was een bekende reclame in Amsterdam: "Maar Henk Nieuwkoop zal je nooit belazeren." Die man had dus dezelfde voornaam als ik. Dus heb ik een bijzondere band met Nieuwkoop.

Nieuwkoop ligt temidden van de Nieuwkoopse Plassen. Onlangs fietsten wij daar weer eens. Ze werden o.a. beschilderd door schilders van de Haagse School (zoals Weissenbruch) die ontdekten dat de plassen beloopbaar waren vanuit Den Haag, als je maar de tijd nam.

De Nieuwkoopse Plassen

De Nieuwkoopse Plassen zijn een onderdeel van een uitgebreid plassengebied in het noorden van het Groene Hart, niet zo ver van de grens met Noord-Holland. Ze zijn vrij ondiep. Daarom varen er hier geen mammoettankers.

Nieuwkoop is een lintdorp temidden van dit verveende gebied. Het oorspronkelijke dorp werd bewoond door o.a. turfstekers en melkveehouders, maar zoals dat gaat in de Randstad: veel huizen werden opgekocht door rijke stadsmensen en een aantal originele huizen werd afgebroken teneinde plaats te maken voor protservilla’s, soms compleet met hekwerken. Zie ook dorpen zoals Loosdrecht en Vinkeveen, waar ook de plassen grotendeels aan het oog zijn onttrokken als gevolg van intrekkend grootkapitaal.

In het natuurgebied van de Nieuwkoopse Plassen werd zelfs een nieuwbouwwijk gebouwd. Daar heb je behoorlijk de ruimte en je woont ook nog eens aan het water. Kijk maar naar de omschrijving van een gemiddelde woning in die wijk: “Deze vrijstaande woning dateert uit bouwjaar 2018 en heeft een tuin van zo’n 738 vierkante meter. Dit huis heeft een totale perceelgrootte van 837 vierkante meter en heeft een woonoppervlak van 218 vierkante meter”.

Rechthuys en toren in Nieuwkoop

Het oude dorp Nieuwkoop is gelukkig nog af en toe een beetje authentiek gebleven, al heeft de nieuwbouw er ook danig huis gehouden. In het centrum vind je het voormalige Rechthuis en de hoge toren van een voormalig landhuis. Ooit had Nieuwkoop ook een station aan de spoorlijn van Uithoorn naar Alphen aan den Rijn, maar die spoorlijn was een buitengewoon kort leven beschoren: slechts 21 jaar. In 1936 reed hier de laatste trein.

Tijdens ons kortstondige verblijf werd Nieuwkoop geteisterd door een groot aantal laag over vliegende vliegtuigen: de aanvliegroute naar Schiphol. Op het land waar het leven goed is is het toch niet altijd prettig toeven. 

De Groene Kathedraal

Jullie zouden het misschien niet denken, maar Henk 50 is eindelijk weer op de fiets gestapt. Samen met zijn wettige huisgenote Tineke heeft hij het Groene Hart aan een nader onderzoek onderworpen.

Ten zuidoosten van Alphen aan den Rijn bevindt zich een grote verzameling aan randstedelijk ongemak. De arglistige fietser moet een permanente slalom maken tussen tal van autowegen door, met fietstunneltjes en hoge bruggen totdat hij uiteindelijk de weg kwijt is en zichzelf vastfietst op de Gouwe. Daar, aan de overkant van de Gouwe, ligt een onverwachts stukje Nederland. En daar kun je dus niet komen, tenzij met de waterfiets.

Rietveld

Uiteindelijk zijn we teruggefietst en via allerlei bedrijventerreinen met platte dozen fietsten we de polder in. Hier ligt deze vandaag tropische verrassing aan een weggetje dat bijna niemand wist. Het is het laatste stukje bijna originele landschap van Boskoop. Het wordt ook wel het Giethoorn van Zuid-Holland genoemd.

De Rietveldse molen

Dit is de buurtschap Rietveld. Ik heb er al eens eerder over geschreven. deze keer nam ik Tineke mee voor een nader onderzoek. Zij kent namelijk alle planten bij name. En als ze het niet weet verzint ze ter plekke een naam. Ik heb er namelijk toch geen verstand van.

Zo groeien hier de wilde wingerd (parthenocissus), de koelreuteria’s (met prachtig geveerd blad en bijzondere zaaddozen), er is een laantje met honingbomen (styphnolobium japonicum) en een haag van cornus kousa. Zoiets verzin je toch niet bij elkaar? Maar het is er allemaal.

De Groene kathedraal

Naast de wandeltuin zijn perken met kweekgoed, allemaal op eilandjes. En even verderop staat de Rietveldse molen.

En dan de Groene Kathedraal. Dat is een verhaal apart. Het begon met het planten van een dubbele rij beuken en groeide gaandeweg groeide het uit tot een met wilde wingerd begroeide kathedraal, compleet met klokkentoren, kerkramen, kerkbanken en een Mariagrot.

Twee kerken uit Alphen aan den Rijn hebben hier vorig jaar in deze verstilde wereld hun eenwording gevierd. Het is echt een bijzonder plekje. 

Ochtendgloren

Toen we in Alkmaar woonden stapte ik regelmatig om een uur of vier 's morgens op de fiets om de zonsopkomst te vangen. Ik ben ook wel eens rond middernacht op de fiets gestapt, maar dat deed ik later niet meer.

Die goede gewoonte heb ik in Delft grotendeels laten varen. Deels omdat mijn dagritme verschoven is, voor een ander deel omdat we in Delft minder temidden van het platteland wonen. Minder open ruimte betekent ook minder zicht op de zonsopkomst.

Maar zaterdag was het zo ver. Ik stapte om vijf uur ’s morgens op de fiets. De laatste studenten fietsten naar huis. En ik ging een rondje fietsen. Op dat moment kriekte de dag al. Het daagde in het oosten.

Berkelse Zweth bij Oude Leede

Op de foto zie je de Berkelse Zweth, een watertje dat tussen de Schie en de dorpen Berkel & Rodenrijs watert. Het ziet er allemaal heel ‘natuurlijk’ uit, maar vergis je niet: het is een smal reservaat temidden van een snelweg, een snelweg in aanleg en alsmaar uitdijende bedrijventerreinen.

Langs het water loopt een smal en onverhard pad. Dat heb ik ooit in de blog-annalen beschreven omdat ik daar neergestort was vanwege diepe blubbersporen. Dat valt overigens zacht.

Molen de Valk bij Oude Leede

De tweede foto werd twee kilometer verderop genomen bij molen De Valk. Deze molen pompte het water rond de weilanden en later de tuinderijen van Berkel weg. Deze zomer is dat niet nodig. Molen de Valk is antiek, hij dateert van rond 1750. Rond de molen verdwijnt het laatste oorspronkelijke agrarische gebied, het wordt allemaal recreatie-en bosgebied als buffer tussen Rotterdam en de kassengebieden van Pijnacker.

Ondertussen kwam de zon boven de horizon. Het beloofde weer een warme dag te worden. 

Fietsboten

Nog een foto van het water voor ons huis. De Kolk is al sinds de Middeleeuwen de haven van Delft. Vroeger meerden hier zelfs zeeschepen aan. Tegenwoordig voornamelijk plezierjachten.

Voor coronatijd kwamen hier ook dagelijks toeristenbussen met Chinezen een kijkje nemen. Af en toe viel er eentje in het water. Die zien we niet meer. Het is een stuk rustiger geworden.

De Kolk in Delft. Op dit plekje schilderde Vermeer zijn Zicht op Delft.

De drie schepen links zijn fietsboten. Dat is een groeiende trend in het fietsvakantieverkeer. Men neme een blik Amerikanen. Men zoeke er een gids bij. En een kok. Men kope een voorraad identieke E-bikes met toerusting in. Nu nog die Amerikanen op de fietsboot zien te krijgen. En ziedaar: het recept voor een bijzondere vakantie voor de Amerikanen en voor de schipper wordt het nuttige met het aangename gecombineerd.

De toeristen stappen ’s morgens na het ontbijt als file op de fiets, waarbij eerst nog een gezamenlijke groepsfoto wordt gemaakt. Het begin is onwennig en stuntelig. Het verbaast me dat er niet meer ongelukken gebeuren.

Ze fietsen naar Rotterdam (14 km) of naar Den Haag (10 km). Allemaal ‘Amazing’! En ziedaar: even later arriveert de boot ook. Hoe mooi is dat. Ze hebben allemaal – net als de Hollanders – enorme afstanden afgelegd op de E-bike. En ’s avonds krijgen ze een typisch Hollands gerecht in de vorm van ‘stoefpotje’ en eppelmoes.

Op de foto zie je de Kolk, met het karakteristieke en iconische zeilschip dat hier al jaren mooi ligt te wezen. De toren is van de Nieuwe Kerk, met zijn bijna 109 meter hoogte bijna de hoogste kerktoren van Nederland. 

Haastrecht

Eén van mijn jeugdherinneringen is het affikken van de kerk van Haastrecht. Zoiets blijft je bij. Het is stond in zwart-wit op de voorpagina van de krant. Hoogste tijd om weer eens in Haastrecht te kijken of de kerk er nog staat.  
De Kerkstraat in Haastrecht

Haastrecht is niet zo bekend. Er loopt geen snelweg langs en er komt geen trein. Wel komen er enkele beroemde schaatsers uit Haastrecht. Dat geeft aan dat er rond de plaats veel sloten zijn. Bovendien ligt Haastrecht aan de Hollandsche IJssel. Die vroor in het verleden regelmatig dicht. De opwarming van de aarde heeft daar in deze tijd een stokje voor gestoken.

Haastrecht telt zo’n 45oo inwoners. Ik had gedacht dat het er meer zouden zijn. Dat komt omdat het een aardig historisch centrum heeft, benevens een aantal nieuwbouwwijken. Maar de mensen worden er niet gestapeld, en dan loopt het aantal inwoners ook wat minder snel op.

Huizen langs de IJsselkade . Rechts het voormalige stadhuis

Haastrecht ligt een paar kilometer ten oosten van Gouda. De bedoeling is dat het Groene Hart hier ook groen blijft. Vandaar dat de nieuwbouw beperkt is. Anders zou de plaats omringd zijn door nieuwe Vinex-wijken. Ten westen van Gouda wordt wel zo’n nieuwe Vinex-locatie gebouwd, zodat je straks vanuit Rotterdam helemaal door de bebouwde kom naar Gouda kunt fietsen. Dat scheelt bij tegenwind.

Haastrecht is een stadje, maar het voelt meer aan als een dorp. ‘Dat komt omdat het klein en aaibaar is‘ aldus een toeristische site.

De Neoclassicistische Rooms Katholieke Sint Barnabaskerk van Haastrecht

Er staan een aantal opvallende monumenten, zoals het voormalige stadhuis uit 1618. Het heeft een trapgevel. De trapleuning wordt bekroond met twee sculpturen van leeuwen. Bijzonder zijn de blauw-witte luiken: wie heeft dat ooit bedacht? Over de Hollandsche IJssel ligt hier een antieke ophaalbrug. Als die brug er niet was geweest was er een pontje geweest dat op de tijd dat ik hier fietste al met de avondrust begonnen zou zijn.

Inwoners van Haastrecht kunnen op zondag kiezen uit kerkdiensten in drie kerkgebouwen. De predikant van de Gereformeerde Kerk blijkt een dienstfiets te hebben en zo hoort het ook.

Er werden in 2021 twee fietsen gestolen in Haastrecht. De dienstfiets van de Gereformeerde dominee stond veilig onder een afdakje.  

Naar de bollen (slot)

De nieuwe trend in Nederland is dat er her en der in het open land nieuwe clusters van woningen worden gebouwd. Het is geen wijk, maar het is een kluitje aan vrijstaande nieuwbouw. Nog een hek er om heen en het is een reservaat. Zo ook op het schaarse platteland tussen Voorschoten en Leidschendam. 

Ik verlaat de Rijksstraatweg en zet koers naar de Vliet, het kanaal dat van Rotterdam naar Leiden loopt en ondertussen steeds van naam verandert.

Vliet bij Voorschoten

De zon is onder gegaan, maar ik heb nog wel mooi zicht op de avondluchten. Het water van deVliet ligt er stil bij, want de wind is grotendeels gaan liggen. Wel wordt het steeds frisser. Thuis brandt de kachel, maar ik ben nog niet thuis.

Leidschendam heb ik al eerder beschreven in deze serie. Het oorspronkelijke karakter van de plaats is danig aangetast door de fantasieloze nieuwbouw uit de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw. Maar langs de Vliet zie je nog wat authentiek land.

Molen de Salamander (1777) in Leidschendam

Tegenover Voorburg sla ik linksaf. Wat nu volgt is een eindeloze reeks aan Vinex-locaties. De enige afwisseling is een plaatselijk gesticht waar begeleiding druk bezig is om bewoners naar bed te brengen. Af en toe heb ik heimwee naar de beslotenheid van dit soort werkplekken, alhoewel het er lang niet allemaal pais en vree is.

De gemeentegrenzen lopen hier wonderlijk voor elkaar: ik fiets door Den Haag, door Leidschendam-Voorburg,  dan door Pijnacker-Nootdorp, dan weer door Den Haag, en uiteindelijk fiets ik dus toch Delft binnen. Daar heeft de fietsteller er 112 km. bij opgeteld. 

Naar de bollen (6)

Via de zuidflank van Leiden fiets ik Voorschoten binnen. Voorschoten heeft dezelfde structuur als Wassenaar: een langgerekt dorp op een oude duinenrij/zandrug en een gemiddeld bovenmodaal inkomen.
Heilige Laurentiuskerk Voorschoten

In Voorschoten blijk ik ook naar de kerk te kunnen gaan. Dus vervoeg ik me bij de plaatselijke Rooms-Katholieke Kerk voor wat gezang en geestelijke voeding.

Daarna bekijk ik het centrum van het dorp. Wat veel mensen niet weten is dat Voorschoten een beschermd dorpsgezicht heeft. Dat centrum bestaat voornamelijk uit café’s en terrassen. Het betreft een klein deel van het dorp: rond de kerk en het marktplein.

Voor het overgrote deel bestaat het dorp uit saaie woonwijken uit de jaren ’60, ’70 en ’80 die ervoor hebben gezorgd dat Lelystad, Oosterhout en Voorschoten er ongeveer hetzelfde uit zijn gaan zien.

Dorpskern Voorschoten

Voorschoten ligt op een strandwal. Al rond het begin van de jaartelling woonden hier mensen, maar die zijn inmiddels overleden. Maar deze streken waren later ook aantrekkelijk voor de welgestelden uit de grote stad. Er werden hier tal van buitenhuizen gebouwd. Die sjieke huizen zie je voornamelijk langs de oude Rijksstraatweg, de vroegere grote verbindingsweg tussen Leiden en Den Haag. Daar vind je ook de gebouwen van de voormalige zilverfabriek van Van Kempen en Begeer. Het was dus niet allemaal goud wat er in Voorschoten blonk, er was ook zilver.

Voor mensen die hun Nederlandse literatuur bij hebben gehouden: Een belangrijk deel van de roman De donkere kamer van Damokles van Willem Frederik Hermans speelt zich af in Voorschoten. Het boek geeft een beeld van Voorschoten tijdens de bezettingsjaren.

In de gemeenteraad van Voorschoten doen vier partijen een wedstrijd wie de grootste is: ze bezetten allemaal vier zetels. Het zijn VVD, Groen Links, het CDA en Voorschoten Lokaal. Ik raad hen aan om ook de kwaliteit van de fietspaden nog eens kritisch te bekijken.

Naar de bollen (5)

Vanaf De Zilk heb ik de wind in de rug. Dat is ook wel nodig, want het is inmiddels al aan het begin van de avond en ik moet nog naar Delft terug fietsen. Dat vind ik altijd een zwaardere klus, want in plaats van het steeds meer onbekende gebied kom je weer op steeds meer bekend terrein.

Voorlopig fiets ik nog tussen de bollenvelden door. Ook op het fiets is er sprake van spitsverkeer. Vooral de buitenlandse toeristen maken er een potje van als het gaat om de verkeersregels. Ze stappen her en derwaarts af en parkeren soms hun fiets midden op het fietspad.

Intercity van Amsterdam naar Vlissingen bij Hillegom

Langs de Oude Hillegommerwetering fiets ik naar Halfweg. In dit geval niet aan de spoorlijn tussen Haarlem en Amsterdam, maar aan de spoorlijn tussen Haarlem en Leiden. Links van mij trekken de NS dubbeldekkers een vertrouwd geel-blauw spoor door het land.

Na Halfweg is er nog meer drukte. Het schijnt dat de Keukenhof de drukte vandaag niet aan kon en dat veel mensen bij de poort hebben moeten staan wachten. Sommigen zijn gedesoriënteerd en gedesillussioneerd huiswaarts gekeerd. Wat vooral opvalt zijn de enorme parkeerterreinen. Wat een ruimtebeslag voor één maand in het jaar in de toch al overvolle Randstad.

Overal bollenvelden

Het land rond Lisse is opvallend beboomd. Dit is duidelijk een oude zandrug waar de bomen welig konden tieren en de bollenboeren wierig konden telen. Tussen de beboste percelen vingen de tulpen minder wind en groeiden ze als kool in Noord-Holland.

Er blijkt tussen de bossen een kasteel Keukenhof te staan. Om dat nader te inspecteren: daar heb ik vanavond geen tijd voor. Ik koers verder in zuidwestelijke richting en fiets zigzaggend over onbekende wegen.

Dorpskerk van Sassenheim

Rechts van mij Noordwijkerhout, links Lisse, beiden uit de kluiten gewassen dorpen. Daar tussen uitgestrekte percelen aan bollengrond, die overigens steeds meer in moeten krimpen vanwege de nieuwbouw. Mensen moeten toch ergens kunnen wonen.

Ook de buurtschap De Engel en het dorp Sassenheim (met het oudste kerkgebouw van Zuid-Holland) laat ik rechts liggen. Via deze route ontdek ik opeens dat een buffer van slechts 500 meter Voorhout scheidt van Sassenheim. De beide dorpen liggen aan verschillende spoorlijnen, dus ik had meer tussenruimte verwacht.

Hier staan nog de resten van een eertijds roemrucht kasteel en rondburcht Teylingen uit de 12e eeuw. De Spanjaarden hebben het kasteel in 1572 verwoest. Sinds die tijd staat hier een ruïne en even verderop een gevangenis die naar dit kasteel is genoemd. Daar zijn de muren steviger van. 

Naar de bollen (4)

Je vergeet gemakkelijk dat een dorp als Noordwijk aan Zee ook nog een achterland heeft. De plaats is meer dan een Boulevard en een winkelstraat. 
Boulevard van Noordwijk aan Zee

Zo’n toeristische plaats is meer dan hotels en friettenten, er wonen ook nog mensen.

In Noordwijk aan Zee wonen zo’n 8000 mensen. Achter de boulevard liggen

Achter de boulevard met rechts de vuurtoren

uitgestrekte wijken met karakteristieke woningbouw uit vooral de jaren ’70 en ’80. Saai, maar de realiteit uit die tijd.

De huizen zijn er pittig aan de prijs: gemiddeld zo’n 500.000 euro. Waarschijnlijk komt dat ook tot uiting in het stemgedrag: de VVD kreeg veruit de meeste stemmen, op grote afstand gevolgd door D’66. Anders dan in Katwijk kwamen de christelijke partijen er in Noordwijk aan Zee nauwelijks aan te pas.

Batavus Dinsdag in het Malotedel

Voor mijn fiets is het ook geen veilige omgeving: er werden in 2021 maar liefst veertig fietsen gestolen.

Na het dorp volgen de duinen. Ondertussen trekken flarden zeemist op naar de kust. Ook wakkert de wind wat aan. Het wordt opeens een stuk frisser.

Ik fiets de duinen in. En zodra je een eindje verder van zee bent blijkt het toch weer zonnig te zijn, er staat minder wind en het is een paar graden warmer. wat een verschillen op korte afstand.

Langeveld

De duinen ten noorden van Noordwijk vormen deels een open duinlandschap, met langs de oostrand naaldbos. Een aanzienlijk deel van de duinen is aangetast door een chique golfterrein. Het gebied heet Malote, maar ik zie weinig malloten. Het fietspad loopt voor een deel vrij beschut door een smalle rand van struikgewas – met af en toe een struikrover – en lage kromgetrokken bomen.

Bollenveld bij Ruigenhoek

Even verderop is een zweefvliegveld, waar druk gezweefd wordt. Omdat er ooit een Belgisch zweefvliegtuig is geland is dit Noordwijk International Airport. Het gebied heet Langeveld en er is een aansluiting naar het strand: de Langevelderslag.

Bij Ruigenhoek kom ik weer bij de bollenvelden uit. Het is hier een verkeersdrukte van belang. een plaatselijke bollenboer waar ik in het verleden bijzondere bollen heb gescoord (zoals de spinlelie) blijkt zijn verkooppunt te hebben opgedoekt.

Illegaal bloemenmeisje

Omdat de weg naar Lisse erg druk is neem ik een kleine weg naar het noorden: de Zilkerweg. Hier vind je de mooiste bollenvelden van de streek. De weg kronkelt tussen prachtig gekleurde velden door waar dames zich illegaal laten fotograferen tussen de bloemen. De namen van de bollenboeren zijn vaak dezelfde als in de Noordkop van Noord-Holland. Toen de bollengrond rond Hillegom en Lisse te schaars werk weken veel families uit naar de Noordkop.

De Zilk is het meest noordelijke dorp van Zuid-Holland. Als ik rechtdoor zou fietsen zou ik bij Bennebroek Noord-Holland binnen fietsen. Maar dat doe ik niet. Er is al teveel gedoe over grensoverschrijdend gedrag.