Fietsboten

Nog een foto van het water voor ons huis. De Kolk is al sinds de Middeleeuwen de haven van Delft. Vroeger meerden hier zelfs zeeschepen aan. Tegenwoordig voornamelijk plezierjachten.

Voor coronatijd kwamen hier ook dagelijks toeristenbussen met Chinezen een kijkje nemen. Af en toe viel er eentje in het water. Die zien we niet meer. Het is een stuk rustiger geworden.

De Kolk in Delft. Op dit plekje schilderde Vermeer zijn Zicht op Delft.

De drie schepen links zijn fietsboten. Dat is een groeiende trend in het fietsvakantieverkeer. Men neme een blik Amerikanen. Men zoeke er een gids bij. En een kok. Men kope een voorraad identieke E-bikes met toerusting in. Nu nog die Amerikanen op de fietsboot zien te krijgen. En ziedaar: het recept voor een bijzondere vakantie voor de Amerikanen en voor de schipper wordt het nuttige met het aangename gecombineerd.

De toeristen stappen ’s morgens na het ontbijt als file op de fiets, waarbij eerst nog een gezamenlijke groepsfoto wordt gemaakt. Het begin is onwennig en stuntelig. Het verbaast me dat er niet meer ongelukken gebeuren.

Ze fietsen naar Rotterdam (14 km) of naar Den Haag (10 km). Allemaal ‘Amazing’! En ziedaar: even later arriveert de boot ook. Hoe mooi is dat. Ze hebben allemaal – net als de Hollanders – enorme afstanden afgelegd op de E-bike. En ’s avonds krijgen ze een typisch Hollands gerecht in de vorm van ‘stoefpotje’ en eppelmoes.

Op de foto zie je de Kolk, met het karakteristieke en iconische zeilschip dat hier al jaren mooi ligt te wezen. De toren is van de Nieuwe Kerk, met zijn bijna 109 meter hoogte bijna de hoogste kerktoren van Nederland. 

Haastrecht

Eén van mijn jeugdherinneringen is het affikken van de kerk van Haastrecht. Zoiets blijft je bij. Het is stond in zwart-wit op de voorpagina van de krant. Hoogste tijd om weer eens in Haastrecht te kijken of de kerk er nog staat.  
De Kerkstraat in Haastrecht

Haastrecht is niet zo bekend. Er loopt geen snelweg langs en er komt geen trein. Wel komen er enkele beroemde schaatsers uit Haastrecht. Dat geeft aan dat er rond de plaats veel sloten zijn. Bovendien ligt Haastrecht aan de Hollandsche IJssel. Die vroor in het verleden regelmatig dicht. De opwarming van de aarde heeft daar in deze tijd een stokje voor gestoken.

Haastrecht telt zo’n 45oo inwoners. Ik had gedacht dat het er meer zouden zijn. Dat komt omdat het een aardig historisch centrum heeft, benevens een aantal nieuwbouwwijken. Maar de mensen worden er niet gestapeld, en dan loopt het aantal inwoners ook wat minder snel op.

Huizen langs de IJsselkade . Rechts het voormalige stadhuis

Haastrecht ligt een paar kilometer ten oosten van Gouda. De bedoeling is dat het Groene Hart hier ook groen blijft. Vandaar dat de nieuwbouw beperkt is. Anders zou de plaats omringd zijn door nieuwe Vinex-wijken. Ten westen van Gouda wordt wel zo’n nieuwe Vinex-locatie gebouwd, zodat je straks vanuit Rotterdam helemaal door de bebouwde kom naar Gouda kunt fietsen. Dat scheelt bij tegenwind.

Haastrecht is een stadje, maar het voelt meer aan als een dorp. ‘Dat komt omdat het klein en aaibaar is‘ aldus een toeristische site.

De Neoclassicistische Rooms Katholieke Sint Barnabaskerk van Haastrecht

Er staan een aantal opvallende monumenten, zoals het voormalige stadhuis uit 1618. Het heeft een trapgevel. De trapleuning wordt bekroond met twee sculpturen van leeuwen. Bijzonder zijn de blauw-witte luiken: wie heeft dat ooit bedacht? Over de Hollandsche IJssel ligt hier een antieke ophaalbrug. Als die brug er niet was geweest was er een pontje geweest dat op de tijd dat ik hier fietste al met de avondrust begonnen zou zijn.

Inwoners van Haastrecht kunnen op zondag kiezen uit kerkdiensten in drie kerkgebouwen. De predikant van de Gereformeerde Kerk blijkt een dienstfiets te hebben en zo hoort het ook.

Er werden in 2021 twee fietsen gestolen in Haastrecht. De dienstfiets van de Gereformeerde dominee stond veilig onder een afdakje.  

Naar de bollen (slot)

De nieuwe trend in Nederland is dat er her en der in het open land nieuwe clusters van woningen worden gebouwd. Het is geen wijk, maar het is een kluitje aan vrijstaande nieuwbouw. Nog een hek er om heen en het is een reservaat. Zo ook op het schaarse platteland tussen Voorschoten en Leidschendam. 

Ik verlaat de Rijksstraatweg en zet koers naar de Vliet, het kanaal dat van Rotterdam naar Leiden loopt en ondertussen steeds van naam verandert.

Vliet bij Voorschoten

De zon is onder gegaan, maar ik heb nog wel mooi zicht op de avondluchten. Het water van deVliet ligt er stil bij, want de wind is grotendeels gaan liggen. Wel wordt het steeds frisser. Thuis brandt de kachel, maar ik ben nog niet thuis.

Leidschendam heb ik al eerder beschreven in deze serie. Het oorspronkelijke karakter van de plaats is danig aangetast door de fantasieloze nieuwbouw uit de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw. Maar langs de Vliet zie je nog wat authentiek land.

Molen de Salamander (1777) in Leidschendam

Tegenover Voorburg sla ik linksaf. Wat nu volgt is een eindeloze reeks aan Vinex-locaties. De enige afwisseling is een plaatselijk gesticht waar begeleiding druk bezig is om bewoners naar bed te brengen. Af en toe heb ik heimwee naar de beslotenheid van dit soort werkplekken, alhoewel het er lang niet allemaal pais en vree is.

De gemeentegrenzen lopen hier wonderlijk voor elkaar: ik fiets door Den Haag, door Leidschendam-Voorburg,  dan door Pijnacker-Nootdorp, dan weer door Den Haag, en uiteindelijk fiets ik dus toch Delft binnen. Daar heeft de fietsteller er 112 km. bij opgeteld. 

Naar de bollen (6)

Via de zuidflank van Leiden fiets ik Voorschoten binnen. Voorschoten heeft dezelfde structuur als Wassenaar: een langgerekt dorp op een oude duinenrij/zandrug en een gemiddeld bovenmodaal inkomen.
Heilige Laurentiuskerk Voorschoten

In Voorschoten blijk ik ook naar de kerk te kunnen gaan. Dus vervoeg ik me bij de plaatselijke Rooms-Katholieke Kerk voor wat gezang en geestelijke voeding.

Daarna bekijk ik het centrum van het dorp. Wat veel mensen niet weten is dat Voorschoten een beschermd dorpsgezicht heeft. Dat centrum bestaat voornamelijk uit café’s en terrassen. Het betreft een klein deel van het dorp: rond de kerk en het marktplein.

Voor het overgrote deel bestaat het dorp uit saaie woonwijken uit de jaren ’60, ’70 en ’80 die ervoor hebben gezorgd dat Lelystad, Oosterhout en Voorschoten er ongeveer hetzelfde uit zijn gaan zien.

Dorpskern Voorschoten

Voorschoten ligt op een strandwal. Al rond het begin van de jaartelling woonden hier mensen, maar die zijn inmiddels overleden. Maar deze streken waren later ook aantrekkelijk voor de welgestelden uit de grote stad. Er werden hier tal van buitenhuizen gebouwd. Die sjieke huizen zie je voornamelijk langs de oude Rijksstraatweg, de vroegere grote verbindingsweg tussen Leiden en Den Haag. Daar vind je ook de gebouwen van de voormalige zilverfabriek van Van Kempen en Begeer. Het was dus niet allemaal goud wat er in Voorschoten blonk, er was ook zilver.

Voor mensen die hun Nederlandse literatuur bij hebben gehouden: Een belangrijk deel van de roman De donkere kamer van Damokles van Willem Frederik Hermans speelt zich af in Voorschoten. Het boek geeft een beeld van Voorschoten tijdens de bezettingsjaren.

In de gemeenteraad van Voorschoten doen vier partijen een wedstrijd wie de grootste is: ze bezetten allemaal vier zetels. Het zijn VVD, Groen Links, het CDA en Voorschoten Lokaal. Ik raad hen aan om ook de kwaliteit van de fietspaden nog eens kritisch te bekijken.

Naar de bollen (5)

Vanaf De Zilk heb ik de wind in de rug. Dat is ook wel nodig, want het is inmiddels al aan het begin van de avond en ik moet nog naar Delft terug fietsen. Dat vind ik altijd een zwaardere klus, want in plaats van het steeds meer onbekende gebied kom je weer op steeds meer bekend terrein.

Voorlopig fiets ik nog tussen de bollenvelden door. Ook op het fiets is er sprake van spitsverkeer. Vooral de buitenlandse toeristen maken er een potje van als het gaat om de verkeersregels. Ze stappen her en derwaarts af en parkeren soms hun fiets midden op het fietspad.

Intercity van Amsterdam naar Vlissingen bij Hillegom

Langs de Oude Hillegommerwetering fiets ik naar Halfweg. In dit geval niet aan de spoorlijn tussen Haarlem en Amsterdam, maar aan de spoorlijn tussen Haarlem en Leiden. Links van mij trekken de NS dubbeldekkers een vertrouwd geel-blauw spoor door het land.

Na Halfweg is er nog meer drukte. Het schijnt dat de Keukenhof de drukte vandaag niet aan kon en dat veel mensen bij de poort hebben moeten staan wachten. Sommigen zijn gedesoriënteerd en gedesillussioneerd huiswaarts gekeerd. Wat vooral opvalt zijn de enorme parkeerterreinen. Wat een ruimtebeslag voor één maand in het jaar in de toch al overvolle Randstad.

Overal bollenvelden

Het land rond Lisse is opvallend beboomd. Dit is duidelijk een oude zandrug waar de bomen welig konden tieren en de bollenboeren wierig konden telen. Tussen de beboste percelen vingen de tulpen minder wind en groeiden ze als kool in Noord-Holland.

Er blijkt tussen de bossen een kasteel Keukenhof te staan. Om dat nader te inspecteren: daar heb ik vanavond geen tijd voor. Ik koers verder in zuidwestelijke richting en fiets zigzaggend over onbekende wegen.

Dorpskerk van Sassenheim

Rechts van mij Noordwijkerhout, links Lisse, beiden uit de kluiten gewassen dorpen. Daar tussen uitgestrekte percelen aan bollengrond, die overigens steeds meer in moeten krimpen vanwege de nieuwbouw. Mensen moeten toch ergens kunnen wonen.

Ook de buurtschap De Engel en het dorp Sassenheim (met het oudste kerkgebouw van Zuid-Holland) laat ik rechts liggen. Via deze route ontdek ik opeens dat een buffer van slechts 500 meter Voorhout scheidt van Sassenheim. De beide dorpen liggen aan verschillende spoorlijnen, dus ik had meer tussenruimte verwacht.

Hier staan nog de resten van een eertijds roemrucht kasteel en rondburcht Teylingen uit de 12e eeuw. De Spanjaarden hebben het kasteel in 1572 verwoest. Sinds die tijd staat hier een ruïne en even verderop een gevangenis die naar dit kasteel is genoemd. Daar zijn de muren steviger van. 

Naar de bollen (4)

Je vergeet gemakkelijk dat een dorp als Noordwijk aan Zee ook nog een achterland heeft. De plaats is meer dan een Boulevard en een winkelstraat. 
Boulevard van Noordwijk aan Zee

Zo’n toeristische plaats is meer dan hotels en friettenten, er wonen ook nog mensen.

In Noordwijk aan Zee wonen zo’n 8000 mensen. Achter de boulevard liggen

Achter de boulevard met rechts de vuurtoren

uitgestrekte wijken met karakteristieke woningbouw uit vooral de jaren ’70 en ’80. Saai, maar de realiteit uit die tijd.

De huizen zijn er pittig aan de prijs: gemiddeld zo’n 500.000 euro. Waarschijnlijk komt dat ook tot uiting in het stemgedrag: de VVD kreeg veruit de meeste stemmen, op grote afstand gevolgd door D’66. Anders dan in Katwijk kwamen de christelijke partijen er in Noordwijk aan Zee nauwelijks aan te pas.

Batavus Dinsdag in het Malotedel

Voor mijn fiets is het ook geen veilige omgeving: er werden in 2021 maar liefst veertig fietsen gestolen.

Na het dorp volgen de duinen. Ondertussen trekken flarden zeemist op naar de kust. Ook wakkert de wind wat aan. Het wordt opeens een stuk frisser.

Ik fiets de duinen in. En zodra je een eindje verder van zee bent blijkt het toch weer zonnig te zijn, er staat minder wind en het is een paar graden warmer. wat een verschillen op korte afstand.

Langeveld

De duinen ten noorden van Noordwijk vormen deels een open duinlandschap, met langs de oostrand naaldbos. Een aanzienlijk deel van de duinen is aangetast door een chique golfterrein. Het gebied heet Malote, maar ik zie weinig malloten. Het fietspad loopt voor een deel vrij beschut door een smalle rand van struikgewas – met af en toe een struikrover – en lage kromgetrokken bomen.

Bollenveld bij Ruigenhoek

Even verderop is een zweefvliegveld, waar druk gezweefd wordt. Omdat er ooit een Belgisch zweefvliegtuig is geland is dit Noordwijk International Airport. Het gebied heet Langeveld en er is een aansluiting naar het strand: de Langevelderslag.

Bij Ruigenhoek kom ik weer bij de bollenvelden uit. Het is hier een verkeersdrukte van belang. een plaatselijke bollenboer waar ik in het verleden bijzondere bollen heb gescoord (zoals de spinlelie) blijkt zijn verkooppunt te hebben opgedoekt.

Illegaal bloemenmeisje

Omdat de weg naar Lisse erg druk is neem ik een kleine weg naar het noorden: de Zilkerweg. Hier vind je de mooiste bollenvelden van de streek. De weg kronkelt tussen prachtig gekleurde velden door waar dames zich illegaal laten fotograferen tussen de bloemen. De namen van de bollenboeren zijn vaak dezelfde als in de Noordkop van Noord-Holland. Toen de bollengrond rond Hillegom en Lisse te schaars werk weken veel families uit naar de Noordkop.

De Zilk is het meest noordelijke dorp van Zuid-Holland. Als ik rechtdoor zou fietsen zou ik bij Bennebroek Noord-Holland binnen fietsen. Maar dat doe ik niet. Er is al teveel gedoe over grensoverschrijdend gedrag. 

Naar de bollen (3)

Ik moet nu wel doorfietsen, anders zijn de bollen uitgebloeid. Vanwege het Rijnlandse model stak ik in Valkenburg met een varende veerpont de Leidse Rijn over en zette veilig voet aan wal in het degelijke Rijnsburg.

Eigenlijk is het hier allemaal aan elkaar geklonterde bebouwing. Ook de laatste gaten worden nog gevuld met woningbouw, met de aanleg van wegen en vooral met foeilelijke bedrijventerreinen. Wie verzint die platte bouwdozen eigenlijk?

Bollenveld en woonwijk in Noordwijk Binnen

Katwijk aan den Rijn was ooit een belangrijke vesting van de Romeinen. Als aandenken aan deze roemruchte tijd zijn er nog twee pizzeria’s. Ik kom met enige moeite over de brede Oegstgeester Vaart, want eerst fiets ik mezelf vast in een doodlopend woonerf. Daarna volgen opnieuw uitgestrekte bedrijventerreinen, totdat ik Noordwijk Binnen binnen fiets. De grote instelling Willem van den Bergh van ‘sHeerenLoo – waar ik vroeger regelmatig kwam – laat ik deze keer links liggen.

Bollenveld en duinen in Noordwijk

Bij Noordwijk beginnen de bollenvelden. De bewoners van de aangrenzende woningen hebben twee weken per jaar een prachtig uitzicht.

We kennen Noordwijk vooral als badplaats en iets met het voetbal, maar het dorp heeft een prachtig beschermd dorpsgezicht met een grote historische kerk.

Op het strand van Noordwijk aan Zee

Tussen Noordwijk Binnen en Noordwijk ligt een kilometer brede groene buffer en dan ben ik in Noordwijk aan Zee. In het dorp staan een oude visserskerk en een witte vierkante vuurtoren en dan is het met de geschiedenis wel zo’n beetje gedaan. Behalve nog wat voorheen chicque hotels uit de tijd dat de rijke Duitse badgasten nog graag naar Noordwijk kwamen.

Ik vervoeg me in de langgerekte winkelstraat van Noordwijk aan Zee, boordevol toeristen, eetgelegenheden, winkeltjes met souvenirs en zonnebrandcreme en parkeer mijn Batavus bij de plaatselijke HEMA voor een 4-uurtje. 

Naar de bollen (2)

De inwoners van Wassenaar stinken een uur in de wind. Ze vinden wassen naar. Omdat ik geen corona heb gehad is mijn reukorgaan nog intact. Dus dat wordt afzien.

Omdat ik helemaal geen doel heb gesteld heb ik ook geen route in mijn hoofd. Ik fiets maar wat zigzaggend door Wassenaar. De gemeente heeft een dure naam, en dat is niet ten onrechte. In een deel van de plaats hebben de bewoners van vrijstaande villa’s zich verschanst achter hoge hekken met alarminstallaties. Het lijkt me niet zo’n prettig bestaan, als je zo moet leven. Alleen al het gedoe van het aan-en uitzetten van de alarmen lijkt me een alarmerende bezigheid.

Het bestuurscentrum van de gemeente Wassenaar

Er zijn ook tal van consulaten in Wassenaar gevestigd en er wonen heuse ambassadeurs. Er is ook een HEMA, waar het vier uurtje twee euro kost.

De duurste woning die te koop staat kost ruim 5 miljoen euro, maar dan heb je ook 775 vierkante meter aan leefruimte en zes badkamers. Mooi is het huis niet, het is meer een platte doos met inpandige garage voor zes auto’s. Je hebt het in zo’n groot huis zó druk met stofzuigen dat je niet meer aan werken toekomt.

Sociale woningbouw in Wassenaar

Maar ook Wassenaar deed in het verleden en mogelijk ook nog in het heden op beperkte schaal aan sociale woningbouw. Zo trof ik een aardig hofje aan uit de jaren ’20, dat onlangs nog is gerenoveerd.

Het oude dorp Wassenaar oogt dorps. Eigenlijk net zoiets als Blaricum. Het oude dorpse wordt gekoesterd. Net zoals in het Gooi kwam ook Wassenaar tot bloei door de aanleg van een spoorlijn.

Het dorpse centrum van Wassenaar

Zoals rijke Amsterdammers op de Gooise Heide gingen wonen totdat bijna de hele heide bebouwd was, zo gingen rijke Hagenezen in Wassenaar wonen. De spoorlijn bestaat overigens niet meer: het was de eerste geëlectrificeerde spoorlijn van Nederland, het zogenaamde Hofpleinlijntje van Rotterdam naar Scheveningen.

Je kunt in Wassenaar o.a. de Landgoederenroute fietsen. Dan fiets je langs landgoederen. Overal zitten de hekken dicht, maar in de winter kun je tussen de bomen door af en toe een groot huis zien liggen.

Ik kies mijn al zigzaggend mijn eigen route. In het zuidoosten fietste ik Wassenaar binnen en in het noordoosten fiets ik er weer uit. Dan valt op hoe dorps de plaats af en toe is.

In het noordwesten lag vroeger het vliegveld Valkenburg. Hier wordt een nieuwe Vinex-locatie gebouwd, binnen de gemeentegrenzen van Katwijk. 

Bollenvelden bij Lisse

In Lisse, daar moet het allemaal gebeuren als het om bollenvelden gaat. Inmiddels is dat niet waar. De meeste bollenvelden bevinden zich elders in Nederland, zoals in de Kop van Noord-Holland en in de Noordoostpolder. 
Bollenveld bij Lisse

Wat wél waar is, is dat de meeste toeristen naar Lisse komen vanwege de bollenvelden. De toegang tot de Keukenhof was vrijdag zelfs tijdelijk afgesloten vanwege de te grote toeloop. Je zag wel mensen, maar geen bloemen meer. Benevens twee enorme parkeerplaatsen vol auto’s.

Wij waren ook even in Lisse en raakten daar verstrikt tussen files aan echtparen en groepen op de E-Bike. Het waren veel mensen die duidelijk niet zoveel ervaring hadden met fietsdrukte. Ze stopten groepsgewijs op de vluchtheuvel waar maar plek was voor twee fietsen. Of ze stapten zomaar midden op het fietspad af om een plotselinge foto te nemen. Moet er geen rijbewijs voor fietsers komen?

Gelukkig konden we heelhuids de drukte weer verlaten. Ondertussen maakten ook wij foto's. Zoals van de bollenvelden bij Lisse. 

“Een dubbeltje op zijn kant”

Ik zit niet altijd op de fiets. Zondagmiddag maakten we een wandeling van ruim 10 kilometer langs de Hollandsche IJssel.

Het was prachtig zonnig weer, maar wat nog meer voordeel bood was dat de weg afgesloten was voor alle verkeer. Voetgangers zijn geen verkeer en dus konden we gewoon in alle rust over de dijk lopen.

Ten zuiden van Nieuwerkerk aan den IJssel bevindt zich een monumentaal monument. Het heet: ‘Een dubbeltje op zijn kant’. En deze geschiedenis is ook echt een monument waard. Het verhaal gaat als volgt:

In de nacht van 31 januari op 1 februari woedt een zware storm over Nederland. Op tal van plaatsen breken dijken door. De dijk langs de Hollandsche IJssel is op eigenlijk niet meer hoog genoeg om het water (3 meter hoger dan normaal bij vloed) tegen te houden. Kritieker is echter de situatie bij Hitland, waar de dijk op doorbreken staat.

Monument ‘Een dubbeltje op zijn kant’ bij Hitland

Een zandhandelaar kwam op het idee om het beginnende gat te stremmen door er een schip in/ tegenaan te zetten. De burgemeester vorderde ‘in naam van de koningin’ een schip dat in de nabijheid lag. Het schip ‘de Twee Gebroeders’ werd met de kop tegen de dijk gezet, waarna de mensen op de dijk met een touw de kop van het schip op de plek konden houden.Vervolgens zwenkte het achtersteven van het schip door de stroming naar het gat en werd het schip als ware het een sluisdeur tegen de dijk gezogen. Een riskante operatie, het schip had immers makkelijk de polder in kunnen spoelen…

In de loop van de zondagmorgen werd het gat achter het schip met zandzakken en dekzeilen gevuld. Het werd een roemruchte redding van de daarachter gelegen polders. Het herdenkingsmonument werd in opdracht van het hoogheemraadschap van Schieland en in 1983 door schipper de schipper van de Twee Gebroeders onthuld.

Als dit schip er niet had gelegen, was de Randstad tot aan Leiden toe ondergelopen. De Prins Alexanderpolder, die zes meter onder NAP ligt, zou dan minimaal tien meter onder water hebben gestaan.