De stad Geervliet

Het schijnt dat nog niet alle lezers van dit weblog in Geervliet zijn geweest. Daarom zal ik de plaats even voorstellen.

Vanuit onze woonplaats ligt Geervliet op fietsafstand. Maar je moet wel een aantal keren het water over; door de tunnel, met een veerpont of over een hoge brug.

Geervliet valt als plaats niet zo op. Het dorp ligt tegen Spijkenisse aan en onder de rook van het Botlekgebied. Maar die rook komt hier voornamelijk bij noordenwind, dus relatief is hier nog best veel frisse lucht.

Ik heb het over een dorp, maar wat jullie waarschijnlijk niet weten is dat Geervliet eigenlijk een stad is. De plaats kreeg in 1381 stadsrechten. Ook was de stad geheel ommuurd. Geervliet was toen een havenstad aan de Bernisse. Helaas verzandde die rivier en daarmee trad het verval in. Bovendien verwoestte een stadsbrand in 1741 een groot deel van de oude huizen en schuren. Daarna was het grootste deel van de werkende bevolking aangewezen op de landbouw.

Vorige week was ik weer in Geervliet en ik viel van mijn zadel vanwege de verbazing dat er hier zelfs een stadswandeling mogelijk is. Zonder gids, want ze zijn niet bang dat je verdwaalt.

Een boek dat over de geschiedenis van Geervliet gaat heet typerend ‘Van stad naar dorp’. Tegenwoordig is Geervliet een dorp met een vrij groot deel bebouwing uit de jaren ’70, met daarnaast een onverwachts (klein) stedelijk centrum met plaatselijke kippen en geiten en af en toe een poes.

Bij mijn vorige bezoek had de bakker er groene tompoucen in de aanbieding. Maar helaas, de bakker zat al om 16 uur dicht, ik was te laat...

Rondje Oostvoorne

Het was wel wat winderig, maar ik wilde toch weer een keer de oversteek wagen. Met de Fast Ferry naar de Maasvlakte en daarna over Voorne-Putten.
Fietsrondje via Voorne Putten

Het was spannend of de Fast Ferry zou varen, maar hij maakte toch nog de oversteek. Boven de windkracht zeven maakt hij de oversteek niet meer over dit ruige deel van de Nieuwe Waterweg.

Ik koos voor het aan land gaan bij het Transferium. Dat is minder desolaat dan de boomloze Maasvlakte zelf waar ik waarschijnlijk van mijn fiets zou worden geblazen. Of anders: waar mijn fiets onder mij vandaan geblazen zou worden.

Duinen van Westvoorne

Binnen vijf kilometer zat ik midden in één van de mooiste duingebieden van Nederland: de duinen van Westvoorne. Die vind je bij Oostvoorne. Wel wat onlogisch, maar de Nederlandse aardrijkskunde is niet altijd zo logisch. In Nergenshuizen staan ook huizen, dat klopt ook al niet.

Kijk je naar rechts (het noorden) dan zie je de enorme bedrijvigheid van het Europoortgebied. Kijk je naar links, dan zie je een onmetelijke vlakte aan zandstrand en duingebied.

Kijk je recht voor je uit, dan zie je Engeland. Maar dat laatste is slechts theorie. 

Naar de bollen (4)

Het grootste bloembollenareaal van Nederland bevindt zich in de Kop van Noord-Holland (rond Anna Paulowna). Vergeleken met dat gebied is de Bollenstreek maar peanuts. Het is wel de streek waar de toeristen massaal op af komen. Maar nu even niet.
Start vandaag: ten zuidwesten van De Zilk

Ten noorden van Noordwijkerhout bevinden zich de meeste bollenvelden van Zuid-Holland. Het zijn de zogenaamde geestgronden: veen, in de loop van eeuwen vermengd met zout duinzand. Opmerkelijk is dat je er veel dezelfde namen ziet van bollenkwekers als in de Kop van Noord-Holland.

Het is fris en fruitig weer. De bloemen staan in volle bloei en zullen niet snel uitgebloeid zijn met deze lage temperaturen. Wat er eerder zal gebeuren is dat ze massaal gekopt zullen worden. Daar begreep ik vroeger niets van, maar inmiddels is het mij geopenbaard: dan blijven de bollen beter. Het gaat dus niet om de bloemen, maar om de bollen.

Bollenvelden bij Noordwijkerhout

Eén van mijn favoriete bollenboeren bij De Zilk zit dicht: ik had daar graag nog even rondgestruind op zoek naar bijzondere variaties voor het thuisfront. Daarom fiets ik door naar Lisse. Even voor het dorp is de Keukenhof die in het kader van een Field Lab onderzoek vandaag geopend is.

Lisse is een zelfstandige gemeente op de zandrug achter de strandwal die hier in de IJstijd al moet hebben gelegen. De plaats heeft zijn 800-jarig bestaan al achter de rug. Dat kun je van Almere niet zeggen.

Bij Sassenheim

Omdat het al laat en koud is fiets ik niet door het dorp, maar ik volg de rondweg óm het dorp. Daarna kom ik op de oude Heereweg uit die de dorpen op deze zandrug met elkaar verbindt. Het volgende dorp is Sassenheim. Daar gaat de zon net onder. Nu moet ik écht stevig gaan doortrappen. Hoewel ik me van de Avondklok niets aan trek wil ik ook weer niet té laat thuis komen.

Dorpskerk Sassenheim

Na Warmond volgt Leiden. Een snelle fietsroute brengt mij naar het station. Daar nuttig ik mijn beide boterhammen in de stationshal. Buiten is het nog maar 4 graden Celcius.

Na het station is het zigzaggen geblazen in de richting van Voorschoten, want verder naar het zuiden is er in dit stuk van Leiden geen logische route in elkaar gezet.

Aan de oostzijde van de Vliet fiets ik verder (door Voorschoten en Leidschendam) naar Delft. Het is half elf als ik thuis ben. De fietsteller heeft er vandaag 110 kilometer bij opgesteld. 

Bui op komst

Ik heb een goedkope telefoon met een simpele camera. Niet afkomstig uit China, want dan word ik afgeluisterd.
Uitzicht vanuit onze woonkamer met een bui op komst

De kwaliteit van de camera lijkt wel wat op die van een speelgoedcamera. Ooit had ik een Lubitel, een Russische camera. Die zorgde ook voor allerlei vertekeningen in het beeld. Je snapt niet dat de Russen daar spionage mee bedreven.

Ook op mijn Sony compactcamera zit een speelgoedfunctie. Gewoon omdat vertekening ook wel eens leuk kan zijn.

Vorige week maakte ik met de telefoon een uitzicht vanuit onze woonkamer. Er kwam een onweersbui aanzetten. Het zicht dat Johannes Vermeer had op Delft, maar dan met donderwolken. En ziedaar, dan vind ik een foto met zo'n camera toch opeens zijn charme hebben...

Kees Faessens Rolwagensteeg

In Gouda, een middeleeuws stadje onder de rook van Rotterdam (bij zuidwestenwind althans) zag ik een bijzonder straatnaambordje. Ik zette het op de foto.

Ik dacht: zou ik het steegje voor onze rolcontainers ook de Henk50 Rolwagensteeg kunnen noemen? Maar voor het zo ver was en ik een aanvraag daartoe bij de gemeente Delft in zou dienen leek het me verstandig om even aan factchecking te doen.

De Kees Faessens Rolwagensteeg is een mannenband die Nederlandse liedjes zingt. Op de groepsfoto zijn het mannen die proberen de mid-life crisis door te komen met gezellige Nederlandstalige muziek. Alleen verkeren ze nu vanwege corona-maatregelen mogelijk in een tijdelijke crisis en hebben ze zich moeten werpen op de productie van Goudse kazen en Goudse kaarsen.

Maar er is dus ook een straat die zo heet. Dit staat in de folder (met allerlei taalfouten overigens). “Midden in het centrum van Gouda ligt de idyllische Kees Faessens Rolwagensteeg. Het complex in deze steeg is een aantal jaar gelden volledig gerenoveerd en er bevinden zich nu 14 luxe appartementen. Een gedeelte van de appartementen heeft een monumentale status, een ander gedeelte van de appartement zijn later gebouwd.”

Bijzonder is dat de appartementen voorzien zijn van een zwevend toilet. Dat lijkt me vooral ’s nachts in het donker ingewikkeld. Moet je ook nog op zoek naar een toilet dat ergens door de ruimte zweeft…

Maar is de band nu naar de steeg genoemd of is de steeg naar de band genoemd? Er blijven toch veel vragen  over in dit ondermaanse leven...

Naar de bollen (3)

Bij Katwijk overwoog ik terug te fietsen naar Delft, maar ik kon de stuurbekrachtiging van mijn fiets niet vinden. Dus sijkelde ik verder naar het noorden.
Bollenvelden bij Noordwijk

Na op de Willem van den Bergh een vrijend stelletje tot de orde geroepen te hebben fietste ik verder naar Noordwijk.Voorbij het gesticht bevinden zich bollenvelden. Dit is de zogenaamde geestgrond, en zoals we van de lagere school weten is geestgrond geschikt als bollengrond. Er blijft weinig bollengrond meer over, want Katwijk en Noordwijk zijn bijna aan elkaar vast gebouwd.

Helemaal onopgemerkt ben ik hier niet gebleven. Er passeerde namelijk een bericht op Twitter: “Ben jij die goed uitziende man met een grijs-wit baardje, gezond gebruinde huid, sportief gekleed, ik gok rond de 60 jaar, en fietste jij dinsdagavond in de richting van Noordwijk?” Ja, dat was ik!

De vuurtoren van Noordwijk aan Zee

Ik weet niet of jullie Noordwijk kennen. Misschien wel vanwege het vroegere logeeradres van het Nederlands elftal, één van de vele plaatselijke hotels. Katwijk was de badplaats voor de gewone man (m/v) en in Noordwijk logeerden de rijkere mensen, dus ook de betaald voetballers. Het was dus meer een voorname badplaats. Dat kun je nog steeds zien aan de gebouwen.

Noordwijk aan Zee is de badplaats, met een lange winkelstraat met bijna bij de Boulevard de Visserskerk. Ik dacht dat je op de Boulevard wel Jeu de Boulevard zou kunnen spelen, maar het blijkt dat het toerisme meer op de Duitsers dan op de Fransen is ingesteld. Er zijn ook Zimmer Frei.

Over de Boulevard fiets ik tegen de wind in naar het duingebied ten noorden van Noordwijk. Je zou denken dat het hier zwaar fietsen is, maar er staat veel struikgewas. Het is een prima windsingel, dus zonder veel moeite kom ik bijna bij de grens met Noord-Holland uit.

Het moet natuurlijk niet te gek worden. Straks slaat de Avondklok en moet ik weer net doen of ik een pizzabezorger ben. Ik besluit dat ik hier maar eens een bocht naar rechts moet maken. Dat betekent: de polders in. 

Naar de bollen (2)

Was ik in Leidschendam blijven steken? Nee, ik was noordwaarts verder gefietst, terwijl Tineke zuidwaarts terugfietste naar Delft. Ik zette haar met het voorwiel in de goede richting op het fietspad langs de Vliet. Ik sprak en zeide; "En nergens afslaan, dan kom je vanzelf in Delft." Ze is de weg niet kwijt geraakt.

Vanuit Leidschendam is het maar een klein eindje naar Voorschoten. Beide dorpen liggen op een zandrug die enige bescherming bood tegen hoog water. Voorschoten trok vanouds een wat rijkere bevolking aan. Die noemde de plaats Veurscheuten. Er staat een aantal oude landhuizen aan de voormalige Rijksstraatweg tussen Den Haag en Leiden. Voorschoten heeft ook een beschermd dorpsgezicht. Maar verder is er vooral sprake van fantasieloze nieuwbouw. Pas in de afgelopen jaren werd er weer wat creatiever gebouwd.

Ik zoek de spoorlijn op. Bij het station kan ik onder de spoorlijn door naar Wassenaar. Ook ik vond wassen vroeger naar. Ik sloeg het liever over. Wassenaar is een langgerekt dorp, vele kilometers aan bebouwing, van Den Haag tot bijna aan Leiden toe. Deze keer kruis ik het dorp overdwars. Tegen de duinen aan kom ik bij Rijksdorp. Laat ik daar eens gaan kijken. Wat is dít nu weer voor een dorp?

Welnu, Rijksdorp is net zoals Almere Hout eigenlijk helemaal niets. Er stond ooit een landhuis, in 1920 werd het gebied herkaveld en werden er villa’s op gezet. Er is een brievenbus, er staan villa’s en er is maar één weg om er in te rijden en er weer uit te gaan. Het is een soort van woonreservaat tussen hoge bomen die zo dicht bij zee waarschijnlijk veel wind vangen. Ik maak niet eens een foto, want waar zou ik een foto van moeten maken?

Boulevard Katwijk (oudere foto)

Vanuit Rijksdorp is het een kippeneindje naar Rijnsburg, Katwijk en Katwijk aan Zee. Rechts ligt het voormalige vliegveld Valkenburg waar een enorme Vinex-locatie gebouwd gaat worden. Deze keer fiets ik niet over de Boulevard, maar ik kies een route binnendoor. Dat blijkt geen mooie route te zijn, met eindeloze nieuwbouw. Halverwege kruis ik de Rijn, die in Katwijk de zee in plonst. Daarna gaat de nieuwbouw gewoon door. Ik raak geografisch verstrikt tussen sportvelden en bedrijfsgebouwen. Het kan hier overal in nederland zijn.

Uiteindelijk kom ik op het terrein van één van de grootste instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking uit: de Willem van den Bergh. Bekend terrein, ik heb er regelmatig cursus gegeven. Maar bijna alle gebouwen zijn afgebroken, overal verrijst nieuwbouw.

Tijd om iets te eten. Het personeelsrestaurant zit dicht, maar ik vind een beschut plekje achterop het terrein. Helaas raakt een vrijend stelletje daarbij verstoord in hun omvangrijke bezigheden buitenshuis. Dat de directeur dat zomaar goed vindt. Het vrijend stelletje kiest het hazenpad.   

Grootste tulpenvaas ter wereld

Hét icoon van Royal Delft is een tulpenvaas uit de Gouden Eeuw. In die tijd waren tulpen goud waard. Met de handel in tulpen werden miljoenen verdiend.

In een park aan de rand van Delft heeft de Stichting Landart deze vaas na laten bouwen.

Hij is nog wat groter dan het origineel. De vaas (‘tulpenpiramide’) is namelijk maar liefst twaalf meter hoog. Het lukte me gisteren niet om er een paar tulpen in te zetten.

De vaas is helemaal met de hand beschilderd door medewerkers van Royal Delft. Eerst hadden twee medewerkers van de gemeente er wat blauws op geschilderd, maar dat moest over.

Er zijn nog maar een paar mensen die op deze manier kunnen schilderen. Ik ben benieuwd hoe het interieur van de huizen van die medewerkers er uit ziet. Met een delftsblauw behangetje? 

Naar de bollen (1)

Vrijdag was het zonnig en droog en warm bij de kachel. Buiten was het frisser. Hoogste tijd om Tineke een keer uit te laten. Dus stapten we halverwege de middag op onze Batavus Dinsdag. 

Tineke moest weer oefenen met fietsen nadat ze haar schouder had gebroken als gevolg van een losliggende tegel. Nu fiets je niet direct met je schouder, maar als één lichaamsdeel lijdt, lijden de andere delen mee. Na de fietstochten die ze inmiddels had ondernomen had ze ook elke keer weer flink last van lichamelijk ongemak. Inmiddels heeft ze een constructie op haar stuur laten zetten waardoor haar arm wat minder belast zou moeten raken.

We fietsten in noordelijke richting door de voormalige veenkolonie Delft en sloegen daarna rechtsaf richting de Delftse Hout. Daar wist ik een nest met meerkoeten te vinden. En ziedaar: er had gezinsuitbreiding plaatsgevonden. Er zaten maar liefst zeven jonge meerkoeten op het nest. De vader en de moeder hadden het er maar druk mee.

Daarna fietsten we door de Delftse Hout. Die weg had ik bewust gekozen omdat de bomen mooi als windsingel konden dienen. Helaas is een deel van het bos al een jaar afgesloten vanwege de reconstructie van het fietspad. Ik heb niet eerder meegemaakt dat de reconstructie van een fietspad een jaar duurt. Volgens mij is er sprake van een complot.

Ten westen van de Delftse Hout bevinden zich uitgestrekte Vinex-locaties. De gemeente Den Haag barstte uit zijn voegen en sloeg zijn slag toen het vliegveld Ypenburg gesloten werd. Alleen de voormalige verkeerstoren staat er nog als een monument tussen de veelal grote nieuwbouwwoningen (een woonoppervlak van meer dan 150 vierkante meter is geen uitzondering).

Een deel van de nieuwbouw heeft plaatsgevonden rond het dorp Nootdorp, een kleine historische enclave te midden van eindeloze nieuwbouwwijken. Vroeger was Nootdorp een tuindersdorp met een grote instelling voor mensen met een verstandelijke beperking.

Die instelling is er nog steeds, maar temidden van de nieuwbouw valt hij niet meer echt op. Een groot deel van het terrein is in het kader van de zogenaamde integratie in beslag genomen door nieuwe woningen. Ook hier is die integratie niet direct een succes geworden. De plannen werden vanuit Den Haag opgedrongen zonder veel kennis van zaken rond de behoeften van mensen met een verstandelijke beperking. 
Het dorpse centrum van Nootdorp (foto tijdens een eerdere fietstocht genomen)

In Nootdorp wilde ik Tineke nog iets bijzonders laten zien. Een plaatselijke inwoner heeft de Oude Kerk en de Nieuwe Kerk van Delft nagebouwd in zijn tuin. Er is bijna geen tuin meer over. Toch is hij ook nog aan een nieuw project begonnen: de bouw van de Domtoren.

Ten westen van Nootdorp ligt een enorm verkeersplein dat vele vierkante kilometers in beslag neemt. Een paar lange fietsbruggen leiden over de snelwegen. Daarna fiets je Leidschendam binnen.

Het oude centrum van Leidschendam bevindt zich rond twee sluizen in de Vliet: de vaarweg tussen Den Haag en Leiden. We vonden het tijd voor koffie met een tosti.

Het centrum van Leidschendam (foto tijdens een eerdere fietstocht genomen)

Alle bankjes waren bezet, maar gelukkig konden we terecht op de trap van meneer pastoor van de H.H. Petrus en Pauluskerk, een indrukwekkend kerkgebouw dat rond 1880 werd gebouwd naar een ontwerp van architect Evert Margry, een leerling van Pierre Cuypers.

Leidschendam bestaat – net als de andere plaatsen rond Den Haag – voornamelijk uit nieuwbouwwijken. Hier bevindt zich het grootste winkelcentrum van Nederland: The Mall of the Netherlands. Wil je een Amerika-ervaring opdoen zonder te vliegen, dan kun je hier een keer boodschappen gaan doen.

Molen de Salamander in Leidschendam

Even verderop om de hoek van de H.H. Petrus en Pauluskerk aan de Vliet staat de molen De Salamander indrukwekkend te zijn. Het is een houtzaagmolen die nog volop in bedrijf is. Je kunt er gewoon planken van allerlei soort bestellen.

We moeten bij deze molen spreken van een wedergeboorte. Hij was totaal vervallen, maar er is jarenlang gewerkt aan de restauratie. Sinds 1995 staat hij hier weer vrolijk te draaien.

Als men in Nederland wat meer van deze arcitectonisch verantwoorde molens zou bouwen zouden er minder van die lelijke metalen joekels hoeven te staan die inmiddels het complete landschap verpesten. 

Een jaar geleden: Hellevoetsluis

In maart 2020 ontploften mijn fietskilometers. Dankzij de lock-down fietste ik 1178 kilometer in één maand. En niet eerder heb ik zoveel wildgeplast. Dat kan niet anders als alles dicht zit. 

Vandaag precies één jaar geleden kwamen mijn fiets en ik in Hellevoetsluis uit. De zon ging onder in het Haringvliet. Net als gisteren toch weer Haring. Er stond een frisse wind en ik kreeg het steeds kouder. Er was nog geen avondklok, dus ik had ik principe de hele avond om thuis te komen. Maar ik wilde het niet te bont en te koud maken.

Via Hellevoetsluis

De Strava was van slag geraakt door de veerpont bij Hoek van Holland. Als je je telefoon uit zet weet hij niet meer waar je bent…

De lokale snackbar bleek een hamburger te serveren. Die mocht ik niet ter plaatse nuttigen en ook niet buiten op de stoep. Gelukkig was er bij het stadhuis een portiek waar ik mij te buiten kon gaan aan het verschalken van deze hamburger. Maar een hamburger met augurken en uien staande eten is ingewikkeld. Diverse onderdelen kwamen op straat terecht. Gelukkig was deze ingang van het stadhuis vanwege corona gesloten zodat hopelijk op niemand is uitgegleden over de restanten van een Randstedelijke Hamburger.

Zonsondergang boven het Haringvliet in Hellevoetsluis

Voor het geval jullie Hellevoetsluis niet kennen. Dat zou goed kunnen. Je komt er namelijk niet vanzelf doorheen. Je moet er goed je best voor doen om er te komen. Toch is het geen onaanzienlijke plaats. Het centrum is een variant op Den Helder met voormalige marine-etablissementen. Het grootste deel van de plaats bestaat uit fantasieloze uitbreiding in de vorm van bloemkoolwijken uit de jaren ’70 toen veel Rotterdammers een huis met tuin gingen zoeken. Dat zie je ook aan de grote aanhang van de PVV in deze plaats. Gelukkig heeft de stad een charmante burgemeester.

Na deze korte hamburgerbreak stapte ik weer op de fiets en reed door het donkere Voorne-Putten in de richting van het ook in coronatijd lichtgevende Europoort. Ik nam als enige passagier de pont naar Maassluis. Thuis nam ik eerst een warme douche en daarna trad de dooi van mijn voeten geleidelijk in.