Startproblemen met de fiets

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, stap jij nog wel eens op de fiets?" Dat zal ik jullie zeggen: ik stap wél op de fiets, maar ik kom niet ver. 

In de maanden november en december was de Batavus Dinsdag niet buiten de bebouwde kom geweest. Rond Oud en Nieuw kreeg ik ook nog eens een buikgriep te maken, hoewel de buikgriep eerder mij te pakken nam.

Langs de Schie

Ik dacht: ‘Dit gaat zo niet goed, ik moet mezelf en mijn fietsleven beteren’. Dus stapte ik woensdag op de fiets en reed de bebouwde kom van Delft uit. Na tien kilometer stond het zweet op mijn rug en kreeg ik het gevoel dat ik beter weer naar huis kon gaan. Maar ik was te ver weg van huis, dus besloot ik in een winkelcentrum op een bankje mijn zonden te gaan overdenken. Ik kon ook nog mijn fiets in het station van Schiedam parkeren en dan met de trein terug naar Delft treinen.

Landgoed de Tempel bij Zweth (gemeente Rotterdam)

Toen ik weer enigszins bij de les was stapte ik weer op de fiets. Ik besloot toch maar Delftwaarts te fietsen. Na ongeveer twee uur en 20 kilometer was ik weer thuis. Daar viel ik op de bank in slaap.

De volgende dag meende ik weer een fietspoging te moeten wagen. Ik fietste weer de bebouwde kom uit richting Overschie. Daarna verder naar Schiedam.

Vanuit Delft via Schiedam en Vlaardingen

Daar werd ik geprangd voor vermoeidheid. Ik besloot bij de plaatselijke Burger King een pauze te nemen, zonder Burger, maar met warme chocomel. Daarna fietste ik via Vlaardingen en de laatste groene buffer in de regio (Midden Delfland) terug naar Delft. De laatste kilometers reed ik op mijn tandvlees. Dit moeten jullie overigens figuurlijk opvatten. Ik was nauwelijks nog in staat om mijn stuur goed vast te houden. De teller had er 35 kilometer bij opgeteld.

Nochtans en desalniettemin wilde ik de moed niet opgeven. Op donderdag wilde ik op bezoek bij een hoogbejaarde meneer die net als crisis in een verpleeghuis was opgenomen. Dat verpleeghuis is in Den Haag. Ik dacht een goede combinatie te hebben bedacht: enkeltje Den Haag en dan fysiek bijkomen tijdens het bezoek. Daarna met frisse moed terugfietsen.

Na regen komt nattigheid

En ziedaar: deze keer legde ik de tien kilometer heenwaarts in redelijke conditie af. De kamer van de man bleek niet te bestaan, ik belandde in een douchecel. Uiteindelijk de kamer gevonden. De man die ik wilde bezoeken was erg moe en had geen gehoorapparaat in en bril op, daardoor was het een hele klus om even met hem te communiceren. Ook de dokter zou nog even langs komen. Ik dacht onze schoondochter in functie aan te treffen (zij werkt hier als verpleeghuisarts), maar het bleek een andere dokter te zijn.

Toen ik het pand wilde verlaten was ik de code van de deur kwijt. Maar één van de bewoners riep luidkeels de code. Daardoor kon ik weer naar de fiets toe. Ondertussen was het begonnen met regenen. Dat was niet afgesproken. Ik droogde mezelf even op in een supermarkt en fietste daarna bijna even nat weer verder. Thuis moest ik alsnog behoorlijk bijkomen.

Of het met het fietsen nog wat wordt is dus wel de vraag. Met een E-bike zou ik verder kunnen komen, maar totnutoe ben ik vooral van het 'zelf doen'. Volgende week zijn alle dagen bezet met externe afspraken zonder fiets. Dus het duurt nog even voordat de Batavus echt weer op gang komt.  

Markt in Delft

Delft telt ongeveer 1500 monumenten en heeft een beschermd stadsgezicht.

De bekendste plek is de Markt. Niet dat daar zo opvallend veel monumenten staan. De huizen aan de Markt zijn geliefd als winkelpanden en dat maakte – toen er nog niet zoveel kijk was op architectonische schoonheid – dat er ook nogal wat werd afgebroken.

Maar aan de Markt staan de twee van de meest bepalende monumenten van de stad. Het stadhuis en de Nieuwe Kerk.

Delft: stadhuis, Belfort en de toren van de Nieuwe Kerk

Het stadhuis overleefde de stadsbrand van 1536, maar fikte in 1608 alsnog af. Alleen het Belfort (‘Het Steen’ uit 1200) met daar in de gevangenis, bleef behouden. Daarom heen bouwde Hendrick de Keijser een nieuw renaissance gebouw. Dat deed hij overigens niet zelf, hij stak zelfs geen poot uit. Hij had er zijn mannetjes voor.

De toren is van de Nieuwe Kerk, de op één na hoogste kerktoren van Nederland (109 meter hoog). De toren werd meerdere malen zwaar beschadigd, o. a door de Delftse Donderslag (toen een compleet kruitmagazijn ontplofte) en later door blikseminslag. Pierre Cuypers ontwierp vervolgens een nieuwe toren (eind 19e eeuw). Die toren is af en toe wat briek omdat het kalkzandsteen vooral aan de zuidzijde te lijden heeft van de luchtvervuiling.

De Nieuwe Kerk is o.a. bekend omdat de Oranjes hier begraven zijn. "Here they buried the Oranges" vertelt de gids dan. Daarbij denken sommige mensen aan sinasappels. 

Acquoij

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, kom jij wel eens in Acquoij?" Dat zal ik jullie zeggen. In Acquoij ben ik meerdere malen geweest. 
De scheve toren van de Heilige Catharinakerk in Acquoij

Je zou denken dat Acquoij in Wallonië ligt of in Frankrijk, maar het ligt gewoon in een ingewikkelde bocht van de Linge in de buurt van Leerdam.

In Leerdam maken ze glas en kaas. Maar dit terzijde. Wat ze in Acquoij maken is mij niet duidelijk. De naam Acquoij komt ook voor als achternaam in Nederland. Je herkent de mensen met deze achternaam aan hun punthoofd. Bij elke gelegenheid moeten ze namelijk hun naam opnieuw spellen. Regelmatig mogen ze niet naar het buitenland reizen omdat de naam toch weer verkeerd in het paspoort staat.

Acquoij ligt aan de Linge

De plaatsnaam Acquoij spreek je gewoon uit als Akkooi. De plaats was ooit eigendom van de heren van Voorne. Dat is wel weer bijzonder, want vanuit Den Briel was het een heel eind fietsen naar Acquoij, dus wat hadden die heren daar te zoeken? In 1551 kwam de plaats in het bezit van Willem van Oranje. Het wapenschild van de plaats hangt in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Ook daarvan is mij niet duidelijk wat het daar doet.

De Catharinakerk in Asperen

De bijna 600 inwoners van Acquoy zijn zorgzaam en ze letten goed op. Samen met het nabijgelegen Asperen werden er slechts drie fietsen gestolen. 82% van de arbeidzame bevolking verkeert in goede gezondheid. De partij die bij de vorige verkiezingen de meeste stemmen kreeg was de Christen Unie.

De kerk in Acquoy is beroemd omdat de toren zo scheef staat. Hij staat bijna net zo scheef als de toren van Pisa, maar minder scheef dan de toren van Bedum in Groningen. Naast de kerk ligt een zekere mevrouw Pisa begraven, de echtgenote van een vroegere predikant. Dat kan toch geen toeval zijn.

Met de bouw van de toren werd al vrij snel gestopt. Zo scheef, dat kon niet goed blijven gaan. Het nabijgelegen Asperen heeft wel een markante hoge toren. Beide kerken zijn vernoemd naar de Heilige Catharina.

Wat veel mensen niet weten is dat er in Asperen op 5 februari 1945 honderden mannen van hun bed werden gelicht en meegevoerd werden voor de Arbeitseinsatz in Krefeld. Omdat Krefeld de volgende maand werd gebombardeerd wisten ze bijna allemaal te ontsnappen en liepen bijna rechtstreeks in de armen van de Amerikaanse bevrijders. 

Weer op de fiets (1)

Dinsdagmiddag wilde ik een rondje fietsen en groenten scoren bij de bioboer. Tussendoor kon ik dan ook nog mijn broer bezoeken in Maassluis. 

Helaas kwam ik van de drup in de regen. Omdat ik mijn fiets niet zomaar ergens wil parkeren kwam hij uiteindelijk terecht in de catacomben onder station Rotterdam Centraal. De beide stallingen bieden samen plaats aan ongeveer 8000 fietsen.

In het centrum van Rotterdam

Het is dus zaak om je fiets mindful te parkeren en te onthouden waar je hem hebt gestald. Ik zet de plek altijd meteen als reminder in mijn telefoon. Het enige probleem is dat ik soms mijn telefoon niet kan vinden.

Vanwege een stremming kon ik donderdag Rotterdam niet via de rails bereiken. Uiteindelijk bereikte ik toch ingeblikt het station en kon ik de Batavus Dinsdag uit zijn ketenen bevrijden.

Ik weet niet of jullie wel eens door Rotterdam fietsen, maar er komt geen eind aan. Als je de aaneengesloten bebouwing van Vlaardingen en Schiedam meetelt zit je 18 kilometer op de fiets en kruisen zo’n vijftig verkeerslichten je pad. Dat is niet om op te schieten. Ik ben geen snelle fietser, maar 11,4 kilometer per uur is toch echt wat aan de trage kant.

De Van Brienenoordbrug en de Nieuwe Maas

Uiteindelijk beklom ik de oprit van de Van Brienenoordbrug. Vroeger mocht je hier niet fietsen vanwege de gevaarlijke winden, maar tegenwoordig is fietsen aan de oostzijde van de brug toegestaan. De mensen zijn gemiddeld zwaarder geworden en waaien minder gemakkelijk om. Als je dan toch bij westenwind omwaait kom je niet op de autoweg terecht, maar in het water, waar je vanwege overgewicht blijft drijven.

De Van Brienenoordbrug zijn twee bruggen. De ene dateert uit 1965, de tweede uit 1990. De bruggen zijn ruim 1300 meter lang. De bogen hebben een maximale hoogte van 70 meter en het wegdek ligt 25 meter boven het water. Tot zover de mededelingen van Rijkswaterstaat.

Uitzicht vanaf de Van Brienenoordbrug in de richting van Ridderkerk

En aan de overkant fiets je met hoge snelheid Rotterdam weer in. Dat schiet dus ook niet op. Het is de wijk Beverwaard. Stedenbouwkundig is het wel een bijzondere wijk, omdat de bouw het vroegere slotenpatroon volgt. Toen het nog vroor in de winter kon men hier dan ook schaatsen. Bijna alle huizen zijn gebouwd tussen 1980 en 1990. Het is geen bloemkoolwijk (jaren ’70), en de nieuwe kneuterigheid van de Vinexlocaties kom je er ook niet tegen. Flatwoningen trouwens ook bijna niet.

De gemiddelde woningwaarde van de huizen is laag vergeleken bij de ‘gemiddelde’ Randstadwoning: 174.000 euro. Opvallend is dat er weinig fietsen worden gestolen in Beverwaard. Of het wordt niet opgegeven bij de politie.

Gezond lijkt het leven hier niet: één derde van de mensen tussen 18 en 65 jaar is langdurig ziek, 10% heeft een WMO-uitkering.

Beverwaard is een multiculturele wijk, waar autochtonen inmiddels een minderheid vormen. Ruim 50% van de bewoners heeft een niet-westerse migratie-achtergrond. Leefbaar Rotterdam kreeg in de wijk veruit de meeste stemmen, gevolgd door de PvdA en DENK.

Van Rotterdam Centraal naar Ridderkerk

In tien minuten ben ik de wijk weer uit. Deze gegevens heb ik later op internet opgezocht. Een groenstrook van nog 500 meter breedte scheidt Beverwaard van Bolnes. Daar heeft 20% van de bevolking een niet-westerse migratie-achtergrond. Het dijkdorp valt onder de gemeente Ridderkerk. De Partij 18-Plus kreeg hier de meeste stemmen. Deze partij verdreef in 2022 de SGP als grootste partij binnen de gemeente.

In het verleden was Bolnes bekend vanwege de scheepsbouw, maar die ging in de jaren ’70 verloren. Ook brandde het winkelcentrum af. Gelukkig was er nog werk en waren er winkels in Rotterdam.

Ik heb trouwens niet echt een idee waar ik fiets, en dat is ook een beetje de bedoeling. Wel worden mijn oren rechtszijdig geteisterd door de geluiden van de autoweg. Er liggen hier twee gigantische verkeersknooppunten, die ook mijn fietsmogelijkheden inperken.

Er volgt weer een groene buffer, van ongeveer twee kilometer breed en dan ben ik in Slikkerveer. Daarover later meer. 

Nieuwkoop

Met de plaats Nieuwkoop heb ik een bijzondere band. Vroeger was een bekende reclame in Amsterdam: "Maar Henk Nieuwkoop zal je nooit belazeren." Die man had dus dezelfde voornaam als ik. Dus heb ik een bijzondere band met Nieuwkoop.

Nieuwkoop ligt temidden van de Nieuwkoopse Plassen. Onlangs fietsten wij daar weer eens. Ze werden o.a. beschilderd door schilders van de Haagse School (zoals Weissenbruch) die ontdekten dat de plassen beloopbaar waren vanuit Den Haag, als je maar de tijd nam.

De Nieuwkoopse Plassen

De Nieuwkoopse Plassen zijn een onderdeel van een uitgebreid plassengebied in het noorden van het Groene Hart, niet zo ver van de grens met Noord-Holland. Ze zijn vrij ondiep. Daarom varen er hier geen mammoettankers.

Nieuwkoop is een lintdorp temidden van dit verveende gebied. Het oorspronkelijke dorp werd bewoond door o.a. turfstekers en melkveehouders, maar zoals dat gaat in de Randstad: veel huizen werden opgekocht door rijke stadsmensen en een aantal originele huizen werd afgebroken teneinde plaats te maken voor protservilla’s, soms compleet met hekwerken. Zie ook dorpen zoals Loosdrecht en Vinkeveen, waar ook de plassen grotendeels aan het oog zijn onttrokken als gevolg van intrekkend grootkapitaal.

In het natuurgebied van de Nieuwkoopse Plassen werd zelfs een nieuwbouwwijk gebouwd. Daar heb je behoorlijk de ruimte en je woont ook nog eens aan het water. Kijk maar naar de omschrijving van een gemiddelde woning in die wijk: “Deze vrijstaande woning dateert uit bouwjaar 2018 en heeft een tuin van zo’n 738 vierkante meter. Dit huis heeft een totale perceelgrootte van 837 vierkante meter en heeft een woonoppervlak van 218 vierkante meter”.

Rechthuys en toren in Nieuwkoop

Het oude dorp Nieuwkoop is gelukkig nog af en toe een beetje authentiek gebleven, al heeft de nieuwbouw er ook danig huis gehouden. In het centrum vind je het voormalige Rechthuis en de hoge toren van een voormalig landhuis. Ooit had Nieuwkoop ook een station aan de spoorlijn van Uithoorn naar Alphen aan den Rijn, maar die spoorlijn was een buitengewoon kort leven beschoren: slechts 21 jaar. In 1936 reed hier de laatste trein.

Tijdens ons kortstondige verblijf werd Nieuwkoop geteisterd door een groot aantal laag over vliegende vliegtuigen: de aanvliegroute naar Schiphol. Op het land waar het leven goed is is het toch niet altijd prettig toeven. 

De Groene Kathedraal

Jullie zouden het misschien niet denken, maar Henk 50 is eindelijk weer op de fiets gestapt. Samen met zijn wettige huisgenote Tineke heeft hij het Groene Hart aan een nader onderzoek onderworpen.

Ten zuidoosten van Alphen aan den Rijn bevindt zich een grote verzameling aan randstedelijk ongemak. De arglistige fietser moet een permanente slalom maken tussen tal van autowegen door, met fietstunneltjes en hoge bruggen totdat hij uiteindelijk de weg kwijt is en zichzelf vastfietst op de Gouwe. Daar, aan de overkant van de Gouwe, ligt een onverwachts stukje Nederland. En daar kun je dus niet komen, tenzij met de waterfiets.

Rietveld

Uiteindelijk zijn we teruggefietst en via allerlei bedrijventerreinen met platte dozen fietsten we de polder in. Hier ligt deze vandaag tropische verrassing aan een weggetje dat bijna niemand wist. Het is het laatste stukje bijna originele landschap van Boskoop. Het wordt ook wel het Giethoorn van Zuid-Holland genoemd.

De Rietveldse molen

Dit is de buurtschap Rietveld. Ik heb er al eens eerder over geschreven. deze keer nam ik Tineke mee voor een nader onderzoek. Zij kent namelijk alle planten bij name. En als ze het niet weet verzint ze ter plekke een naam. Ik heb er namelijk toch geen verstand van.

Zo groeien hier de wilde wingerd (parthenocissus), de koelreuteria’s (met prachtig geveerd blad en bijzondere zaaddozen), er is een laantje met honingbomen (styphnolobium japonicum) en een haag van cornus kousa. Zoiets verzin je toch niet bij elkaar? Maar het is er allemaal.

De Groene kathedraal

Naast de wandeltuin zijn perken met kweekgoed, allemaal op eilandjes. En even verderop staat de Rietveldse molen.

En dan de Groene Kathedraal. Dat is een verhaal apart. Het begon met het planten van een dubbele rij beuken en groeide gaandeweg groeide het uit tot een met wilde wingerd begroeide kathedraal, compleet met klokkentoren, kerkramen, kerkbanken en een Mariagrot.

Twee kerken uit Alphen aan den Rijn hebben hier vorig jaar in deze verstilde wereld hun eenwording gevierd. Het is echt een bijzonder plekje. 

Ochtendgloren

Toen we in Alkmaar woonden stapte ik regelmatig om een uur of vier 's morgens op de fiets om de zonsopkomst te vangen. Ik ben ook wel eens rond middernacht op de fiets gestapt, maar dat deed ik later niet meer.

Die goede gewoonte heb ik in Delft grotendeels laten varen. Deels omdat mijn dagritme verschoven is, voor een ander deel omdat we in Delft minder temidden van het platteland wonen. Minder open ruimte betekent ook minder zicht op de zonsopkomst.

Maar zaterdag was het zo ver. Ik stapte om vijf uur ’s morgens op de fiets. De laatste studenten fietsten naar huis. En ik ging een rondje fietsen. Op dat moment kriekte de dag al. Het daagde in het oosten.

Berkelse Zweth bij Oude Leede

Op de foto zie je de Berkelse Zweth, een watertje dat tussen de Schie en de dorpen Berkel & Rodenrijs watert. Het ziet er allemaal heel ‘natuurlijk’ uit, maar vergis je niet: het is een smal reservaat temidden van een snelweg, een snelweg in aanleg en alsmaar uitdijende bedrijventerreinen.

Langs het water loopt een smal en onverhard pad. Dat heb ik ooit in de blog-annalen beschreven omdat ik daar neergestort was vanwege diepe blubbersporen. Dat valt overigens zacht.

Molen de Valk bij Oude Leede

De tweede foto werd twee kilometer verderop genomen bij molen De Valk. Deze molen pompte het water rond de weilanden en later de tuinderijen van Berkel weg. Deze zomer is dat niet nodig. Molen de Valk is antiek, hij dateert van rond 1750. Rond de molen verdwijnt het laatste oorspronkelijke agrarische gebied, het wordt allemaal recreatie-en bosgebied als buffer tussen Rotterdam en de kassengebieden van Pijnacker.

Ondertussen kwam de zon boven de horizon. Het beloofde weer een warme dag te worden. 

Fietsboten

Nog een foto van het water voor ons huis. De Kolk is al sinds de Middeleeuwen de haven van Delft. Vroeger meerden hier zelfs zeeschepen aan. Tegenwoordig voornamelijk plezierjachten.

Voor coronatijd kwamen hier ook dagelijks toeristenbussen met Chinezen een kijkje nemen. Af en toe viel er eentje in het water. Die zien we niet meer. Het is een stuk rustiger geworden.

De Kolk in Delft. Op dit plekje schilderde Vermeer zijn Zicht op Delft.

De drie schepen links zijn fietsboten. Dat is een groeiende trend in het fietsvakantieverkeer. Men neme een blik Amerikanen. Men zoeke er een gids bij. En een kok. Men kope een voorraad identieke E-bikes met toerusting in. Nu nog die Amerikanen op de fietsboot zien te krijgen. En ziedaar: het recept voor een bijzondere vakantie voor de Amerikanen en voor de schipper wordt het nuttige met het aangename gecombineerd.

De toeristen stappen ’s morgens na het ontbijt als file op de fiets, waarbij eerst nog een gezamenlijke groepsfoto wordt gemaakt. Het begin is onwennig en stuntelig. Het verbaast me dat er niet meer ongelukken gebeuren.

Ze fietsen naar Rotterdam (14 km) of naar Den Haag (10 km). Allemaal ‘Amazing’! En ziedaar: even later arriveert de boot ook. Hoe mooi is dat. Ze hebben allemaal – net als de Hollanders – enorme afstanden afgelegd op de E-bike. En ’s avonds krijgen ze een typisch Hollands gerecht in de vorm van ‘stoefpotje’ en eppelmoes.

Op de foto zie je de Kolk, met het karakteristieke en iconische zeilschip dat hier al jaren mooi ligt te wezen. De toren is van de Nieuwe Kerk, met zijn bijna 109 meter hoogte bijna de hoogste kerktoren van Nederland. 

Haastrecht

Eén van mijn jeugdherinneringen is het affikken van de kerk van Haastrecht. Zoiets blijft je bij. Het is stond in zwart-wit op de voorpagina van de krant. Hoogste tijd om weer eens in Haastrecht te kijken of de kerk er nog staat.  
De Kerkstraat in Haastrecht

Haastrecht is niet zo bekend. Er loopt geen snelweg langs en er komt geen trein. Wel komen er enkele beroemde schaatsers uit Haastrecht. Dat geeft aan dat er rond de plaats veel sloten zijn. Bovendien ligt Haastrecht aan de Hollandsche IJssel. Die vroor in het verleden regelmatig dicht. De opwarming van de aarde heeft daar in deze tijd een stokje voor gestoken.

Haastrecht telt zo’n 45oo inwoners. Ik had gedacht dat het er meer zouden zijn. Dat komt omdat het een aardig historisch centrum heeft, benevens een aantal nieuwbouwwijken. Maar de mensen worden er niet gestapeld, en dan loopt het aantal inwoners ook wat minder snel op.

Huizen langs de IJsselkade . Rechts het voormalige stadhuis

Haastrecht ligt een paar kilometer ten oosten van Gouda. De bedoeling is dat het Groene Hart hier ook groen blijft. Vandaar dat de nieuwbouw beperkt is. Anders zou de plaats omringd zijn door nieuwe Vinex-wijken. Ten westen van Gouda wordt wel zo’n nieuwe Vinex-locatie gebouwd, zodat je straks vanuit Rotterdam helemaal door de bebouwde kom naar Gouda kunt fietsen. Dat scheelt bij tegenwind.

Haastrecht is een stadje, maar het voelt meer aan als een dorp. ‘Dat komt omdat het klein en aaibaar is‘ aldus een toeristische site.

De Neoclassicistische Rooms Katholieke Sint Barnabaskerk van Haastrecht

Er staan een aantal opvallende monumenten, zoals het voormalige stadhuis uit 1618. Het heeft een trapgevel. De trapleuning wordt bekroond met twee sculpturen van leeuwen. Bijzonder zijn de blauw-witte luiken: wie heeft dat ooit bedacht? Over de Hollandsche IJssel ligt hier een antieke ophaalbrug. Als die brug er niet was geweest was er een pontje geweest dat op de tijd dat ik hier fietste al met de avondrust begonnen zou zijn.

Inwoners van Haastrecht kunnen op zondag kiezen uit kerkdiensten in drie kerkgebouwen. De predikant van de Gereformeerde Kerk blijkt een dienstfiets te hebben en zo hoort het ook.

Er werden in 2021 twee fietsen gestolen in Haastrecht. De dienstfiets van de Gereformeerde dominee stond veilig onder een afdakje.