Mevrouw reist voor twee…

De trein naar Leeuwarden loopt geleidelijk vol. Geleidelijk aan raken alle plaatsen bezet. Een mevrouw aan de andere kant van het gangpad doet net of ze niets hoort of ziet.

Ze neemt twee zitplaatsen in beslag en ook twee ‘kleppen’. Op de ‘klep’ naast haar heeft ze haar eten uitgestald. Haar tas heeft ze strategisch op de grond gezet. En haar jas hangt over de stoel naast haar. Ze zit zelf aan het gangpad. Dat vormt nog een extra blokkade.

Met haar gedrag lijkt ze wel een Duitse strandtoerist die iedere dag angstvallig de kuil bewaakt die hij gegraven heeft.

Na een tijdje staan er mensen in het gangpad. Er komen mensen langs die zien dat er niemand zit. Maar niemand duft mevrouw aan te spreken. Ze is druk bezig met haar laptop. Daarna pakt ze de telefoon.

Ik zeg een reiziger dat de plek nog vrij is en dat hij dat gewoon moet vragen. Hij zegt: “Dat doe ik zo, als mevrouw uitgebeld is… “ Ze hangt namelijk uitgebreid aan de lijn vanwege een verhaal over ‘ziek en zeer’. Netjes van die meneer, maar tussen Rotterdam Alexander en Gouda blijft mevrouw de hele tijd in gesprek.

Bij Gouda vraag ik – tijdens een stilte van haar kant – aan mevrouw: “Kan er naast u iemand zitten?” Dat vind ik best assertief van mezelf. Ze reageert verontwaardigd. “Ziet u niet dat ik in gesprek ben?”En gaat door met haar gesprek. De staande man in het gangpad vindt het nu ook lang duren en zegt: “Mevrouw, mag ik daar zitten?” Mevrouw reageert niet.

Nu wordt het tijd om te zieken. Ik zeg nogal luid tegen de staande meneer: “Mevrouw heeft twee kaartjes gekocht. Daarom heeft ze recht op twee zitplaatsen.” Hij zegt: “Ze kan dan wel twee kaartjes hebben, maar één is voor een zitplaats en één is voor een staanplaats.” Dat is ook een idee. Dan kan het eten dat mevrouw heeft uitgestald gewoon op de klep blijven staan, haar jas en tas kunnen blijven staan en zij kan in het gangpad staan.

Pas voorbij Gouda loopt het gesprek teneinde. Nu kan mevrouw er niet meer onderuit. Geen belsmoes meer. Ze ruimt al zuchtend en steunend haar rommel op. Haar tas zet ze in het gangpad.

“Als er iemand over valt is dat uw schuld” zegt ze tegen zowel de man die nu naast haar zit als tegen mij…”

Sommige volwassenen zijn net kleine kinderen. Ze moeten altijd het laatste woord hebben.
Advertenties

Frotteurisme

De term frotteurisme komt in de nieuwe DSM 5 niet meer voor. Dat wil niet zeggen dat de stoornis is opgeheven. We hebben het er alleen niet meer over...

Mensen die in de overvolle spits in het OV willen reizen zouden wel eens frotteuristen kunnen zijn. Frotteurisme is ‘het seksueel geprikkeld raken doordat je ongewild lichamelijk contact hebt met anderen, bijvoorbeeld in tram of bus’ (uit: Hengeveld en van Balkom, Leerboek Psychiatrie). Dat lichamelijke contact is een gegeven in een toestand van overvol OV. En volgens mij kan wat in tram of bus gebeurt ook in de trein voor komen.

Dinsdag was het nogal chaotisch op het spoor in de Randstad. De langste werktrein ooit (een kilometer lang) was bezig aan het spoor bij station Leiden. Dat leidde er toe dat veel treinen vertraging opliepen, er waren maar twee sporen beschikbaar, in plaats van vier.

De conducteur heeft bij de trein op de foto uiteindelijk mensen uit de trein geplukt, ze mochten niet meer mee, want de deuren konden niet dicht. De trein vertrok met 12 minuten vertraging.

Die dag heb ik in de avondspits twee treinen aan mij voorbij laten gaan omdat ze te vol waren.  Ik wil namelijk niet verdacht worden van frotteurisme.

Fries landschap met Ceasar dressing

"Ik ben de man met de twee linkerhanden. En omdat ik rechts ben gaat alles verkeerd." Wie dat zong weet ik niet meer, maar het lied zou zo maar over mij kunnen gaan.

Tegenwoordig scoor ik onderweg tijdens een lange treinreis geen friet meer, en ook geen kroket. Maar als ik ’s avonds te laat thuis kom haal ik wel eens een maaltijdsalade. Dat klinkt groener en minder vet dan een kroket.

Het probleem van die salades is alleen dat ze veel weerstand bieden als je ze open wilt maken. Dat schijnt nooit vanzelf te gaan. Bij mij tenminste niet.

Afgelopen week was het weer eens zo ver. De salade zelf uit het plastic ontketenen, dat ging nog wel. Jammer dat het plastic is, trouwens, maar ik zou op dit moment niet weten hoe dat anders zou moeten. Die koffiebeker kan ik zelf wel meenemen. En ik heb doorgaans ook een eigen lepel mee als gereedschap in mijn tas. Maar losse salade wordt op stations niet verkocht.

Bij de salade zaten kaasplakjes verpakt, die ik met enige moeite (met mijn tanden) aan het plastic heb weten te ontworstelen.

Maar dan die dressing… Tussen Grouw en Heerenveen was ik daarmee bezig. Vlak voor Heerenveen schoot het plastic los. Natuurlijk niet op de sla en aanverwante artikelen. Nee, de dressing spoot heerlijk tegen het raam. Ik had zo een foto kunnen maken. “Caesar dressing met Fries landschap.” of het geheel als kunstwerk aan het Rijksmuseum kunnen overhandigen.

Gelukkig heeft een maaltijdsalade één voordeel. Hij wordt niet koud. Na Heerenveen heb ik de salade opgegeten. Zonder dressing. Ik ga géén raam aflikken...

Sporen door Hongarije

We waren een week in Hongarije. Het land heeft een goed systeem van openbaar vervoer. Met name in en rond Boedapest is het OV goed geregeld.

Dat er rond Boedapest goed OV is, is niet zo verwonderlijk. Ongeveer 1/5 van de bevolking van Hongarije woont in en rond de hoofdstad (ongeveer 2 miljoen inwoners). Dat is ook in Wenen het geval (met betrekking tot Oostenrijk). Ook daar een uitstekend OV-systeem. In beide steden werd het spoor-, tram- en metronetwerk aangelegd in de tijd van het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk.

Een juweeltje is metro 1 in Boedapest. Alle stations zijn ondergronds en ze ademen de sfeer van de Jugendstil-tijd. De treinstellen zelf zijn behoorlijk antiek. Ze lijken wel op oude autobussen. Maar een modern treinstel zou hier beslist niet passen. Er zijn drie nieuwere metrolijnen, daar rijden moderne treinstellen.

Door heel Boedapest ligt een fijnmazig net van buslijnen, trolleybussen (deels nog uit de DDR-tijd), oude en nieuwe trams (de nieuwe trams zijn bijzonder lang, zo’n acht ‘bakken’) en dus ook die vier metrolijnen. Op veel lijnen is sprake van een frequentie van eens in de vijf minuten. Hoe de lijnen lopen is wat moeilijk te doorgronden, daar heb je wat studie voor nodig.

Net als in steden als Londen en Parijs loopt het spoor niet dwars door de stad, maar zijn er aan verschillende kanten van de stad kopstations. Vanuit Wenen kom je aan de oostkant aan: station Budapest Keleti (dat betekent: oost). Dat is het station op de foto. Je zou denken: je komt uit het westen, dus je komt in Nyugati aan (dat betekent: west). Dat station ligt overigens in het noorden van Boedapest. Het lijkt veel op het Keleti station, dus je zou zomaar in de war kunnen raken.

De omroepberichten zijn voor Nederlanders onverstaanbaar, alleen in de metro wordt op sommige stations ook iets in het Engels uitgesproken.

De treinen vormen een wonderlijk allegaartje van hoogbejaarde treinstellen, oude wagons die getrokken worden door bejaarde locs, modern materieel en ook snelle en hypermoderne internationale treinen. Regelmatig is een traject maandenlang buiten dienst. Er wordt fors geínvesteerd in de modernisering van het spoor. De Hongaarse spoorwegen stonden bekend vanwege forse vertragingen, maar inmiddels beginnen de verbeteringen aan materieel en infrastructuur vrucht af te werpen.

Denk overigens niet dat de frequentie buiten de agglomeratie Boedapest hoog ligt. Hongarije is een dunbevolkt land. Op veel trajecten rijdt één keer per uur een trein. Dat is best veel in streken waar weinig mensen wonen.

Bijzonder is dat reizigers boven de 65 jaar (uit alle EU landen) gratis van al het OV in Hongarije gebruik mogen maken. Je hoeft alleen je ID-kaart te laten zien.  Niemand die er overigens op kijkt. Kennelijk zien we er van  onszelf al oud genoeg uit.

Voor snellere treinen geldt een uitzondering: daar betaal je toeslag voor. Maar die bedraagt minder dan twee Euro…

Dat je voor snellere treinen toeslag moet betalen heb ik nooit begrepen. Je zit korter in de trein en je moet meer betalen...

De trein heeft altijd vertraging

Dat hoor je wel eens zeggen. Maar: het ervaren van vertraging is een psychologisch mechanisme. Mensen onthouden wél dat de trein vertraagd was, maar niet dat hij op tijd was. Ik nam gedurende twee weken de proef op de som...

v. 14.50 Delft; a. 15.35 Lage Zwaluwe (o minuten)

v. 22.53 Breda; a. 23.32 Delft (0 minuten)

v. 7.16 Delft; a. 9.11 Schiphol (vertraging van meer dan een uur als gevolg van geplande werkzaamheden, waarbij onvoldoende vervangend vervoer beschikbaar was).

v. 9.50 Schiphol; a. 10.51 Delft (vervangend vervoer, op tijd volgens de aangepaste dienstregeling) en op dezelfde dag naar Rotterdam en terug:

v. 15.20 Delft; a. 15.33 Rotterdam Centraal (0 minuten)

v. 20.48 Rotterdam Centraal; a. 21.01 Delft (2 minuten)

v. 13.24 Delft; a. 15.30 Alkmaar (8 minuten volgens de aangepaste dienstregeling; sneeuwdag)

v. 20.14 Alkmaar; a. 22.10 Delft (0 minuten volgens de aangepaste dienstregeling; sneeuwdag)

v. 11.09 Delft; a. Den Helder 13.27 (o minuten)

v. 18.27 Den Helder; a. 20.50 Delft (0 minuten)

v. 13. 39 Delft; a. 14.25 Amsterdam Zuid (0 minuten)

v. 20.35 Amsterdam Zuid; a. 21.20 Delft (0 minuten)

v. 11.09 Delft; a. 13.03 Ermelo (0 minuten)

v. 16.25 Ermelo; a. 18.20 Delft (0 minuten)

Als aankomsttijd heb ik mijn uitchecktijd genomen, min twee minuten lopen vanaf het perron naar de poortjes. Als vertrektijd de officiële vertrektijd van de trein volgens dienstregeling.

Op twee dagen liep ik vertraging op. Op één dag vanwege geplande werkzaamheden, waar NS zelf onvoldoende grip op had. En op een sneeuwdag waarbij NS ook had gewaarschuwd voor mogelijke overlast. Elf  van de veertien ritten die ik in de afgelopen twee weken maakte verliepen volgens de door NS aangegeven dienstregeling.

Treinreis naar Friesland

Een paar dagen per maand ben ik aan het werk in Friesland. Soms één keer een blokje van twee of drie dagen per maand, soms twee blokjes van twee dagen per maand. Vanaf Alkmaar was dat een busreis van 1½ uur. Maar nu we in Delft wonen ben ik langer onderweg.

Meestal trein ik op zondagavond al naar Harlingen voor een blokje van twee dagen aan besprekingen. Maar soms moet ik op zondagavond nog in Delft zijn. Dan wordt het dus op maandagmorgen.

Dat betekent dus vroeg uit de veren. En omdat de overstap in Leeuwarden erg krap is neem ik meestal ook nog een half uur speling.

Vanuit Rotterdam en Den Haag rijden rechtstreekse treinen naar Leeuwarden. Vanuit Rotterdam rijdt de trein via Utrecht Centraal. Daar keert hij: achterstevoren wordt de reis voortgezet over de Veluwe en via Zwolle naar Leeuwarden.

De trein vanuit Den Haag Centraal gaat via de Oostvaardersplassen, Lelystad en Zwolle naar Leeuwarden. Dat is een kwartier sneller dan via Utrecht Centraal.

In Leeuwarden wordt overgestapt op de Arriva-diesel naar Harlingen. Sinds Arriva de treindienst over heeft genomen is de dienstregeling verbeterd. En de oude ronkende wadlopers zijn vervangen door nieuwe en meer comfortabele treinstellen. Er zijn ook veel meer reizigers. De vroeger  onrendabele lijn is weer redelijk rendabel geworden.

Wat doe ik tijdens zo’n lange treinreis? Ik neem eerst de stukken voor de besprekingen nog een keer door. De trein is mijn rijdende studeerkamer. Daarna val ik vaak in slaap. De te korte nachtrust wordt treinreizend ingehaald. En het laatste stuk wordt de krant gelezen.

Het is een lange reis, maar geen verloren reistijd...

Conductrice met regeldwang

Vandaag heb ik de trein gemist. Ik was op tijd, maar de conducteur was niet op tijd. Ze was namelijk te vroeg.

Ik liep naar de trein. Geen sprint, want ik had nog drie minuten speling. Voor de deur stonden twee mannen met een rolstoel. Ik dacht dat ze die rolstoel nog naar binnen wilden hijsen. Dus ik wachtte even.

Op dat moment klonk de sluitfluit. Daar schrok ik van; kennelijk moest ik toch naar binnen. Ik zou direct tussen de mannen door naar binnen stappen, maar de conducteur hield me verbaal tegen. “Nee meneer, u bent te laat!” Tussen de sluitfluit en mijn poging zaten twee of drie tellen.

De deuren sloten zich hermetisch voor mijn aangezicht. Daarna bleef de trein nog twee minuten stil staan, want het was nog geen vertrektijd. Zelfs het vertreksein was nog niet aan gegaan.

Ik zou bijna gaan denken dat deze wel heel erg strikte conductrice mij gewoon niet mee wilde nemen. Of ze heeft een erg dwangmatige persoonlijkheid waarbij ze de regels zó strikt opneemt dat er geen ruimte meer voor de relatie (lees: de reiziger) is. Maar dan moet je geen dienstverlenend beroep kiezen.

Ook de beide mannen bij de deur verbaasden zich over deze conductrice. “Wat een bitch!” zei één van de beide heren. De ander vulde aan: “en dan ook nog twee minuten wachten. Beneden peil! Ik zou een klacht indienen als ik u was!”

Een kwartier later ging er weer een trein. Dat is het voordeel van de spoorwegen in Nederland.