Halvapottertjes

Ik zat in de trein naar Amsterdam. Na jaren van openbaar vervoer ben ik heel wat gesprekken gewend. Maar dit gesprek was toch wel heel bijzonder. Ik wist namelijk niet dat je ‘daar’ een gesprek over kon voeren.

De meneer en de mevrouw gingen naar een concert in het Concertgebouw. Tijdens een klassiek concert is het erg storend als je een hoestbui krijgt. Dat moet je dus zien te voorkomen. Volgens de meneer vormen Pottertjes dan een probaat middel tegen een onverhoopte hoest.

Hij: “Maar heb je de milde Pottertjes wel eens geproefd? Die heb ik nu bij me. Die zijn werkelijk fantastisch. Ze zitten in een rood doosje. Ze hebben er honing in verwerkt, naar ik vermoed. Daardoor zijn ze aanzienlijk zachter.”

Zij: “Hebben ze dan een andere kleur?”

Hij: “Nee, ze zijn gewoon zwart. Net zoals de Pottertjes die ik vroeger van opa kreeg. Maar die dingen waren verrekte heet. Dat vond ik als kind, maar ik vind ze tegenwoordig eigenlijk ook nog te scherp. Ik houd ook niet van een pikante chinese maaltijd. Doe mij maar een beetje soft.”

Zij: “Met die scherpe dingen krijg je gemakkelijk last van je slokdarm en van je maag. Dat moeten we niet hebben.”

Hij: “Dan kan ik je de milde Pottertjes uit het rode doosje zéker aanbevelen. Echt, een genot. Je proeft de honing.”

Zij: “Ik zal er eens naar uitkijken.”

Hij: “Ja, ieder bekend merk heeft tegenwoordig wel een light versie. Dit zijn Pottertjes Ligt. Een soort Halva dus. Niet te versmaden.”

Advertenties

Met het OV in de sneeuw

Gisteren had ik een werkklus in Amsterdam.

De NS reisplanner liet een aantal vertraagde en uitgevallen treinen zien. Maar ‘mijn trein’ zou rijden. Dat deed hij ook. Ondanks andere uitgevallen treinen was hij niet extreem vol, zelfs leger dan normaal in de spits. We kwamen met zes minuten vertraging aan op station Sloterdijk.

Daar bleek dat – tegen mijn verwachting in – de Amsterdamse fietspaden niet echt schoon waren. De gemeente had op verschillende plekken wel zijn of haar best gedaan, maar hele delen waren toch moeizaam berijdbaar. Uiteindelijk ging ik maar op de grote weg fietsen.

Op de terugweg uit Geuzenveld sneeuwde het. Ik koos de busroute uit, omdat deze eerst gestrooid wordt. Het GVB had overigens de bussen inmiddels binnen gehouden. Alleen de trams reden nog.  Mede daarom had ik een OV-fiets gehuurd, kon ik mijn eigen weg gaan.

Met af en toe lopen en meestal toch nog fietsen kwam ik met één slippartij aan op station Sloterdijk.

Uit de CTA (Centrale Trein Aanwijzer) bleek dat er alleen een trein naar Amsterdam Centraal én een trein naar Zaandam reed. Dat laatste was wonderbaarlijk, omdat de omroep meldde dat treinverkeer naar Zaandam niet mogelijk was en dat er bussen waren ingezet. De treinen met de rode tekst er onder vielen uit.

De koffie was gratis en met een kroket erbij was het op deze manier nog wel even uit de houden. Met 20 minuten vertraging kwam er alsnog een Intercity naar Vlissingen binnen, rijdt niet verder dan Roosendaal. 

Onderweg liep de trein steeds meer vertraging op, o.a. omdat de sporen glad waren en omdat reizigers voorzichtig in en uit moesten stappen vanwege beijsde treeplanken en gladde perrons. Maar met ruim een half uur vertraging kwamen we aan in Delft. Daar was niets aan de hand, maar de perrons liggen dan ook sneeuw- en ijsvrij een eind onder de grond.

Fietsen bleek in Delft bijna niet mogelijk. De fietsers die op de weg waren moesten regelmatig afstappen. Maar het was wél weer een plaatje…

Spoorzone Delft

De gemeente Delft ging bijna failliet als gevolg van een enorm project waarbij het spoorviaduct werd vervangen door een spoortunnel.

Inmiddels zijn de gemeentelijke financiën weer grotendeels op orde. Maar het werk is nog lang niet af. Zo is onze woonwijk (tussen de spoorlijn en de Schie) nauwelijks bereikbaar als gevolg de vele wegomleggingen.

Als ik nu naar het station loop (600 meter) moet ik zelfs als voetganger allerlei capriolen uithalen. Ik klim tegenwoordig als 67-plusser over een betonnen muurtje om de route in te korten. Ouderen moeten meer bewegen, dat doe ik dus op deze manier.

Die betonnen muur is geplaatst vanwege de vele stoute studenten die op de fiets door de barricaden braken. Ook achter ons huis is zo’n betonnen muur neergezet.

De grond die over blijft nu het spoor ondergronds is gegaan wordt door de gemeente Delft gebruikt om woningbouw te plegen. Dat is hard nodig, want er is nauwelijks bouwruimte binnen de gemeentegrenzen. Er worden zo’n 1500 nieuwe woningen gebouwd.

Op de tweede foto zie je de tunnelbak met (links) toen nog het oude spoorwegviaduct. De molen moest 50 meter verplaatst worden om ruimte te maken voor de spoortunnel. Maar met zoveel techneuten in de stad moest dat kunnen lukken.

Onder de grond wordt gewerkt aan het viersporig maken van de spoortunnel (er komen ruim twintig treinen per uur langs). Inmiddels is de tweede ondergrondse fietsenstalling geopend, maar die staat ook alweer bijna helemaal vol. De infrastructuur barst hier bijna uit zijn voegen.

De bovenste foto is een bewerking van de onderste foto die ik maakte op het perron van het ondergrondse station van Delft. De trein naar Brussel rijdt hier door het station. De toeristen kunnen geen blik meer werpen op het historische centrum van de stad.

Zandvoort aan Zee (1)

Hoewel ik een halve eeuw in Noord-Holland heb gewoond, ben ik maar weinig in Zandvoort geweest. De laatste drie bezoeken waren vanwege mijn werk. Hoogste tijd om eens als toerist een bezoek aan Zandvoort te brengen.

Ik neem de trein van Haarlem naar Zandvoort aan Zee, stopt ook op het dorpse en lommerrijke stationnetje van Overveen. Na een rit door de duinen stoot de sprinter uiteindelijk zijn neus tegen het einde van de spoorlijn. Het station van Zandvoort is een kopstation. 

Ooit was het station van Zandvoort het eindpunt van een internationale trein uit Basel. Later (tot 1995) was dit station het eindpunt van de eindeloos lange getrokken blauwe trein uit Maastricht. Geleidelijk aan zijn de verkeersstromen op het spoor veranderd. Eerst werd het eindpunt van deze trein het station van Haarlem. Maar ook dat station boette aan betekenis in, omdat veel treinen via de Schiphollijn gingen rijden. De trein uit Maastricht laat nu ook Haarlem links liggen en rijdt door naar de Noordkop van Noord-Holland (Alkmaar en/of Schagen). Er rijdt nu slechts twee maal per uur een sprinter tussen Amsterdam Centraal en Zandvoort aan Zee.

Het station van Zandvoort is een voor Nederlandse begrippen vrij uniek station. Het spoor ligt in een sleuf die werd uitgegraven in de duinen. Om het station te verlaten moet je dus een fikse klim maken. Ook het station van Rhenen heeft zo’n structuur, maar daar staat geen mooi station. Het station van Zandvoort is een architectonisch juweeltje van ruim honderd jaar oud. Op dit moment staat het in de steigers, want op monumenten moet je zuinig zijn.

Ooit liep er vanuit het (vroegere) station Zandvoort Bad een overdekte looproute naar het Zandvoortse Kurhaus. Dat alles is verdwenen. Als je nu richting de zee gaat wordt je geteisterd door weer en wind temidden van allerlei hoogbouw uit de periode van de Wederopbouw. Of je zegt: adem je de gezonde zilte zeelucht op die ieder mensen goed doet. Het is maar hoe je het bekijkt.

Oorspronkelijk was Zandvoort een vissersdorp. Van die geschiedenis zie je nauwelijks meer iets. Later werd de economische basis verbreed: er werden aardappels geteeld in de duinen. Maar aan het eind van de 19e eeuw werd de belangrijkste bron van inkomsten het toerisme. Zandvoort werd een Kurort.

Ik fietste een rondje door Zandvoort en legde mijn bezoek aan de plaats vast met de fietscamera. Een volgende keer nog wat meer Zandvoorts nieuws.

 

 

 

Fiets en koe

Ik werkte weer een aantal dagen in Friesland.

Gisteren zelfs in de Friese binnenlanden. Daar was geen wifi. Dat heeft wel wat. Ik hoorde ook bijna alleen nog maar de Friese taal om me heen. De cursus gaf ik in het Nederlands, maar de discussies waren in het Fries.

Het Friese Arriva (verantwoordelijk voor treinen en bussen) heeft een mooi vignet: fiets en koe. Dat heb ik maar even op de foto gezet.

Gesnurk in de Stiltecoupé

Gisteravond maakte ik een lange treinreis.

Omdat mijn hoofd wel enige rust kon gebruiken had ik mezelf in de Stiltecoupé geplaatst. Daar bleek het niet zo stil te zijn.

Eén van mijn medepassagiers was in slaap gevallen en wist zelfs in zittende houding aanzienlijk te snurken. Bovendien had hij in zijn droom ruzie met een ander persoon. Af en toe klonken er roepen als: “Rot op!” en “Hou je bek!”

Pas toen de meneer uitgestapt was werd het stil in de Stiltecoupé…

Overweg

Als kinderen waren mijn broer en ik vaak bij overwegen te vinden. Daar bestudeerden we passerende treinen. We moeten wel geduld hebben gehad, want waar wij woonden kwam maar één dieseltrein per uur héén en één trein per uur terug langs...

Ook onze zoon Anne vond het mooi om bij overwegen naar treinen te kijken. Op wonderbaarlijke wijze wist ik fietstochten vaak zo te plannen dat er nét op het moment dat we er aan kwamen fietsen weer een trein aan kwam…

En onze zoon Anne kijkt vaak met kleindochter Thiska bij een overweg naar treinen. De treinen komen hier veel vaker langs. Tussen Den Haag en Rotterdam rijden (samen, in beide richtingen) veertien treinen per uur.

De treinen rijden steeds vaker, maar nu worden de overwegen schaarser. Tussen Den Haag en Rotterdam zijn nog maar twee overwegen… En die verdwijnen als straks het hele traject viersporig is.

Maandag heb ik toch weer even – als vanouds – bij een overweg (bij Kethel) naar passerende treinen gekeken. Met de tijdsopname leverde dat ook een bijzonder plaatje op van spoorbomen in beweging.