Een fiets stallen bij het station

We wonen op 6 minuten lopen van het station van Delft. De fietsenstalling (5000 plekken) is er gratis. Op iedere plek is een signalering hoe lang je je fiets stalt. Dat is om langparkeren tegen te gaan. Toch is de stalling de helft van de tijd vol. Dus ga ik altijd lopend naar het station.

Voor de fietsenstalling van Amsterdam Zuid heb ik een abonnement. Maar soms moet ik tien minuten zoeken voordat ik een plek heb. Een deel van de parkeerplekken is onbruikbaar: de stalling is te laag (of ik heb een te hoog stuur). Als je je fiets incheckt gaat er een groen licht branden. Heb je je fiets 28 dagen geparkeerd zonder tussendoor uitgecheckt te hebben, dan ben je hem kwijt.

Er is nog een tweede stalling, maar die is dubbel zo duur. Hij is maar voor 20% gevuld. Waarom niet beide stallingen ‘gelijk trekken’: heb je veel meer capaciteit. Ondertussen wordt er een derde ondergrondse fietsenstalling gebouwd bij station Zuid. Bovengronds zijn ook duizenden plekken gemaakt om fietsen te parkeren.

fietsenstalling-rotterdam-centraal-4Utrecht Centraal heeft de grootste fietsenstalling van de hele wereld, met 12.500 plaatsen. Onlangs had ik daar mijn fiets geparkeerd, maar het kostte me in de spits zo’n zeven minuten om buiten te komen.

fietsenstalling-rotterdam-centraal-2Vorige week sijkelde ik naar Rotterdam Centraal en parkeerde daar mijn fiets. Volgens berichten in de media worden daar – ondanks de camerabewaking – vijf tot tien fietsen per dag gestolen. Ik heb mijn fiets daarom maar gekabeld. Er is overigens ook een bewaakte stalling, maar ik spaar mijn geld liever uit voor een ongezonde snack.

Buiten staat aangegeven hoeveel vrije plekken er zijn. Op de bovenste foto links: 570 plekken. fietsenstalling-rotterdam-centraal-1 Eenmaal binnen kun je per rij zien hoeveel vacatures er zijn. Het is wel zaak dat je onthoudt waar je je fiets geparkeerd hebt, anders moet je bij terugkomst erg lang zoeken.

Mijn fiets stond in rij 13 op nummer 111.

Station Delft en sneeuw in Noord-Holland

“Vanmorgen te vijf ure opgestaan, de pot niet kunnende vinden het in de haard gedaan…”

Nee, zo gek was het niet. Bovendien hebben we geen haard.

De cursieve zin komt uit een dagboek van een Engelse admiraal die bij Chatham ten onder ging. Dat waren nog eens tijden: de Nederlanders die de Engelsen een lesje leerden (1667). Tegenwoordig hebben de mensen het wel over chatten, maar ze hebben geen idee hoe ze Chatham historisch moeten plaatsen. En bij De Ruyter denken ze aan hagelslag en niet aan een Nederlandse admiraal der zeevarende strijdkrachten.

Goed, we beginnen weer opnieuw. Gisteren stond ik om 5 uur op. Om kwart voor zes bevond ik mij ondergronds. Het station van Delft is namelijk in 2015 ondergronds gegaan. Dat scheelt in de tocht.

Toch was er een probleem. Hoewel het in Delft barst van de architecten hadden ze niet bedacht dat de snel voorbijrazende Beneluxtrein voor een probleem zou zorgen. Hij veroorzaakte zóveel turbulentie dat de draaideuren van het station spontaan gingen draaien. Het risico werd aanwezig geacht dat argeloze treinreizigers door een spontane zwiep van de deuren gelanceerd zouden worden en zichzelf ergens in de binnenstad fysiek zouden hervinden. Sinds die tijd mochten de voorbijrazende Intercity’s hier niet meer harder dan 80 km. per uur rijden.

station-delftMaar nu ben ik nóg niet bij mijn verhaal. Ik bevond mij dus om kwart voor zes op het plaatselijke perron. Toen werd er omgeroepen dat er minder treinen zouden rijden vanwege een seinstoring. Dat ‘minder’ bleek in de praktijk te zijn: ‘helemaal niet’. Niet herwaarts en niet derwaarts, niet naar Den Haag en niet naar Rotterdam. Maar omdat de berichtgeving niet duidelijk was besloot ik niet de tram naar Den Haag te nemen, maar ondergronds te wachten op betere tijden.

Drie kwartier later kwam de eerste trein aangereden: de Intercity naar Amsterdam Centraal, stopt ook in Heemstede-Aerdenhout. Daar ben ik in gaan zitten om er pas in Amsterdam Centraal weer uit te stappen. Daar nam ik de Intercity naar Den Helder. Want ik had ter plaatse om 9 uur een multidisciplinaire afspraak over de gebitsverzorging van een patiënt die niet gepoetst wil worden.

sneeuw-bij-waarlandIn deze trein viel ik spontaan in slaap (Den Helder kun je niet voorbij rijden). Toen ik weer wakker was bleek er sneeuw te liggen. Dat is nog eens een leuke manier van wakker worden. De foto nam ik bij Waarland, een plaats die onder de rook van Broek op Langedijk ligt. Die rook komt van de fabriek van Chips. Niet voor in de PC , maar voor voor de TV.

Mevrouw van duizenden woorden

Over dementie en andere ongemakken…

Ik hoorde het al op het perron. “M’n schoonvader was dement en m’n schoonmoeder ook. Maar mijn eigen moeder, die was toch dement. Dat wil je niet weten zo dement als die was. Dat was echt heel erg. En ze was ook nog depressief. Dat hoort bij die vorm van dementie. Ik heb haar naar een tehuis gebracht, want dat kon echt niet meer. En binnen een paar weken herkende ze me niet meer. Dat is toch ook wat, dat je moeder je niet meer herkent. Dat vond ik echt heel vreselijk. Daar heb ik onder geleden”.

In de trein ging het gesprek ‘vrolijk’ verder. “M’n ex, die dementeert ook vreselijk. Door de week stond bij droog, maar in het weekend zette hij het op een comazuipen. En als je zo zuipt, dan zakt je niveau. Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Dan zak je van VWO naar HAVO, bijvoorbeeld. Laatst zag ik hem, maar hij herkende me niet eens. Hij zei helemaal niks tegen me. En zijn nieuwe vriendin, die hielp hem, want hij begreep niks meer. Dat was altijd al een moeder-zoon relatie. Hij wilde geen vrouw, maar een moeder die voor hem zorgde. Nou, dat was zij wel, zo’n moederfiguur. Dat wilde ik dus niet, dat begrijp je. Dus toen is hij ergens anders gaan wonen. Had ik tenminste rust.

 Mijn zoon praatte nog niet toen hij vier was. Toen gaven ze mij de schuld. Maar ik heb m’n tong lam gepraat tegen hem. Ik gaf echt het goede voorbeeld. Maar hij vertikte het gewoon om te praten. Ja, toen hij bij de kleuters kwam, toen ging hij opeens praten. Toen wist hij dat het ergens goed voor was. Hij woont nu in Groningen, maar hij wil bij mij in de buurt komen wonen. Dat hoop ik toch van niet, want dan staat hij iedere avond voor de deur en dan kan ik geen kant meer uit. Weet je wat het is met hem, hij kan geen contacten leggen, maar hij wil wel tegen iemand aan praten. En dat stopt dan niet. Nou, daar zit ik niet op te wachten”.

Vriendin zegt: “Ik moet even naar de WC”. Zij: “Dat kan hier niet, want het is een sprinter en in sprinters hebben ze geen WC. Dat moet je dus goed onthouden, als het een sprinter is kun je niet naar WC”. De vriendin zegt: “Maar er staat een pijltje naar de WC, waarom is dat dan?” Zij: “Dat is dan zeker van vroeger toen hij er nog wél in zat”. De vriendin is eigenwijs en gaat toch op onderzoek uit. Bij deze mevrouw is dat wel zo wijs, want de trein is helemaal geen sprinter, maar een luxe dubbeldekker. Zij: “Maar dan moet je wel het nummer onthouden van de trein, want anders zit je in de verkeerde trein, onthoud je het nummer? 9405. Dus 9405. Dat uit het hoofd leren van het nummer heeft geen zin, want de hele trein heeft hetzelfde nummer, maar sommige mensen moet je niet tegen spreken”.

Vriendin is weg, maar mevrouw praat gewoon door. “Hé, dit is station Zaandam. Daar hadden we ook over kunnen stappen. Waarom wilde zij dan in Sloterdijk overstappen als het hier ook kon?  Dit is veel handiger. Hé, daar staat een molen. Wat doet die molen daar eigenlijk tussen de huizen. Dat is zeker van vroeger, dat ze die huizen er later omheen hebben gebouwd’.

Vriendin komt terug. Zij: “Zie je wel dat er geen WC was, ik zei het toch, het is een sprinter en die hebben geen WC”. Vriendin: “Er zit wel een WC in, ik ben gewoon gegaan.” Zij: “Oh, dat is dan zeker nieuw, want in de spinters zit geen WC. Maar daar hebben ze in de Kamer vragen over gesteld, dus misschien heeft deze daarom nu wél een WC”. Dat deze trein overduidelijk geen sprinter is, dat heeft de mevrouw nog steeds niet door, er is maar één verklaring mogelijk.

“Ik werd dus knettergek van mijn schoonvader, want die praatte de hele tijd. En dat huwelijk, dat was ook niks. Want hij had verkeerde vrienden. Maar toen hij dement werd zei hij helemaal niks meer. Maar zeg, weet je wie mij belde? Ik was net aan het wandelen in Valkenburg en toen ging de telefoon. Precies op een kruising. Het was Simon. Hij belt anders nooit. Maar hij vroeg of ik mee ging naar de reünie van school. Ze hadden mijn adres niet, want ik ben drie keer verhuisd. Maar ik kon dus niet, want ik was aan het wandelen in Valkenburg. Maar waar is het dopje nu. Ik heb wel duizend dopjes, maar die liggen allemaal thuis. Ik ben m’n dopje kwijt”.

Ondertussen roept de machinist station Castricum om. “Hé. Castricum, we zijn te vroeg. Zo snel was het anders nooit. Dat kan helemaal niet. Hij vergist zich.” Vriendin zegt dat het wél Castricum is. Een hoop gerommel, want allerlei spullen moeten nog worden ingepakt.

Gelukkig moet er nog een mevrouw met scootmobiel de trein in geholpen worden. Daarom staat de trein wat langer. Anders was de mevrouw van de duizenden woorden mee gereden naar Alkmaar…

Spoorlijn Leeuwarden-Harlingen Haven

leeuwarden-stationWie nu het enkelspoor tussen Harlingen en Leeuwarden ziet zou niet kunnen bedenken dat dit spoor ooit was voorbestemd om onderdeel te worden van één van de belangrijkste internationale treinverbindingen van Nederland.

Harlingen was in die tijd een vrij belangrijke havenstad. De bedoeling was dat de haven een belangrijke overslag zou worden van produkten tussen Duitsland en Engeland. De spoorlijn was gepland vanuit Harlingen tot vér in Duitsland.

Enkele jaren geleden werd deze verbinding (met twee keer overstappen) eindelijk weer in ere hersteld om vorig jaar weer roemloos tot een voorlopig einde te komen: de spoorbrug bij Weener werd door een schip in stukken gevaren.

harlingen-stationDe lijn van Harlingen naar Leeuwarden was in de jaren ’80 van de vorige eeuw dermate onrendabel dat er gesproken werd over opheffing. Maar daar moest je bij de Friezen niet mee aankomen, er waren al genoeg regionale spoor- en tramlijnen gesneuveld.

De NS reed hier met stinkende Wadlopers, waarvan sommige werden omgebouwd tot Wadfietsers (vanwege de toeristen naar Vlieland en Terschelling).

franeker-trein-naar-leeuwardenIn 1999 nam Noordned de verbinding over en in een tiental jaren geleden werd de dienst overgenomen door Arriva. Deze maatschappij zette nieuwe treinen in: de Spurt, gebouwd door Stadler Rail. Het zijn efficiënte dieseltreinen, met veel ruimte voor bagage, wifi verbinding, een Stiltecoupé, een toilet en ook nog eens een eerste klasse afdeling. In die ruimte zitten vooral Friese scholieren.

franeker-station-2Mede dankzij goede aansluitingen op ander regionaal vervoer en dankzij versnelling en verhoging van de frequentie trekken deze treinen aanzienlijk meer reizigers. Zóveel meer dat er soms sprake is van overvolle treinen, met name tijdens de scholierenspits.

Bovenste foto: station Leeuwarden, tweede foto station Harlingen, onderste twee foto’s: de Spurt komt aan op station Franeker.