OV-proof

Per 1 juni zijn mondkapjes verplicht in het OV. NS raadt overigens aan om er nu alvast mee te beginnen. Ik ben de kwaadste niet en ben er dus alvast mee begonnen.

De instructie die ik las over het dragen van mondkapjes is trouwens niet zo duidelijk. Er werd gekopt met “Mondkapjes verplicht in het OV.” Dan kun je dat kapje dus ook gewoon in je tas bij je hebben. Een OV-chipkaart, een ID-kaart én een mondkapje…

Inmiddels worden ook de zitplaatsen toebedeeld. Je mag alleen maar bij het raam zitten, niet aan het gangpad. Je mag wél tegenover elkaar zitten, maar niet naast elkaar. NS kan de komende tijd maar 40% van het gebruikelijke aantal reizigers vervoeren…

In ieder geval begaf ik me gisteren OV-proof op reis. Er zat verder niemand in de coupé (voor 48 mensen), ik ging netjes naast het raam zitten en ik had een mondkapje op.

Ik moet zeggen dat het nog wel even wennen is. Het is toch iets wat niet lichaams-eigen is. Dat gaat irriteren.

Wat ook tegen viel is dat ik onderweg geen koffie kon drinken of een boterham kon nuttigen.

Ik kon ook niet naar de WC trouwens. Maar dat kwam omdat de NS een sprinter zonder toilet had ingezet. Dat doen ze weliswaar alleen op de korte afstand, maar deze Sprinter deed er meer dan een uur over.

Maar als je niet drinkt hoef je ook minder te plassen. Zo past het allemaal dus toch weer keurig in elkaar. "Het heeft zo moeten zijn" zou mijn moeder zaliger hebben gezegd.

Coronapintoeslag

In maart heb ik niet met de trein gereisd. Wél heb ik veel gefietst. Tijdens één van de fietstochten kwam ik uit in Schoonhoven. Daar nam ik de pont naar Gelkenes, een buurtschap aan de Lekdijk in de Alblasserwaard.

Volgens het bord bij de pont kost een enkele overtocht met fiets 80 eurocent. Er stond ook een bord waarbij reizigers werd verzocht om – vanwege het Coronavirus – met PIN te betalen.

Ik ben coöperatief ingesteld en haalde mijn PIN-pas uit mijn binnenzak. “Dat is dan één euro” sprak de medewerker die vaargelden kwam innen. Ik sprak en zeide (voor mijn doen behoorlijk assertief): “Ik dacht dat het 80 cent was.” “Nee, meneer,” sprak de bedienmevrouw, “als u pint is het één euro. Dus aan u de keus.”

Ik heb toch maar gepind, want de pinpas had ik toch al in mijn handen. Maar het is wel een vreemde gang van zaken. Er word je verzocht om met pin te betalen en vervolgens betaal je bijna 25% toeslag vanwege het pinnen.

Teneinde de reiziger zoveel mogelijk van dienst te zijn en de overtocht maximaal veilig te laten verlopen hebben we besloten u op geheel vrijwillige basis een toeslag te laten betalen.

Zonsopkomst en vrouwelijke verbouwing

Het is altijd de vraag waar de zon opkomt. Toen ik in Delft op de trein stapte was het nog half donker. Wel kleurde de lucht in het oosten oranje.

In Den Haag kwam een vrouw naast mij zitten. Ze pakte een koffertje en startte een zoek-en sorteertocht naar allerlei gereedschap. Het koffertje bleek gevuld te zijn met stiften en kwasten en tal van andere attributen. Ik ben wel zo netjes dat ik er niet met mijn neus bovenop ging zitten, maar ik kon wel constateren dat het een rijke verzameling was.

Voor Leiden kleurde de lucht meer oranje. Ik kreeg de indruk dat de zon al snel boven de horizon zou verschijnen.

De vrouwelijke medepassagier was nog steeds met haar stiften en kwasten in de weer. Het resultaat was steeds weer onderdeel van bespiegelingen in een meegenomen spiegel waarmee ze zichzelf vanuit allerlei richtingen kon beoordelen.

Ook in de Haarlemmermeer was de zon nog niet te zien. De vliegtuigen op Schiphol stegen nog in betrekkelijke duisternis op. Om – zodra ze opgestegen waren – in het zonlicht verder te vliegen.

De mevrouw naast mij was nog steeds aan het stiften en poederen. Er verschenen nieuwe kleuren ten tonele, het spectrum verschoof van overheersend paars naar overheersend rood. Ook werden er kunstwimpers aangebracht. Gelukkig reed de trein stabiel, anders zou ze er rond haar ogen als een panda uit zijn gaan zien.

Rond station Amsterdam Zuid wordt het grote geld verdiend. Honderden mensen haastten zich naar hun werkplek. En studenten naar hun studiefabriek.

Ook de mevrouw naast mij verliet de trein. In ieder geval stapte een andere mevrouw uit de trein dan er in Den Haag in was gestapt. Ik zei nog ‘goede dag gewenst’, maar een groet van haar kant kon er niet af. Vermoedelijk was ze wegens verbouwing gesloten.

Overigens: vroeger was groot onderhoud aftrekbaar van de belasting, maar die regel schijnt te zijn afgeschaft. Maar misschien viel dit uitgebreide werk nog wel onder het kopje representatiekosten.

De zon liet zich nog niet zien. Dat wilde niet zeggen dat hij niet op was gekomen. Hij was alleen nog niet verschenen. Mogelijk werd hij tegengehouden door de hoge bebouwing rond station Amsterdam Zuid.

Ook voorbij Amsterdam Zuid was de zon echter nog niet zichtbaar. Dat kwam pas voorbij Weesp. Ziedaar: een mooie zonsopkomst.

We weten nu dat de zon in januari ter hoogte van Weesp opkomt. En die verbouwde mevrouw: die is vast het zonnetje in huis op kantoor...

Treinkunst met banaan

Ik dacht gisteren in de trein: "Ik mis hier de kunst. Laat ik eens wat kunsten vertonen."

Dus ik hing een banaan op aan een kapstok. Ik dacht vervolgens: misschien levert het ook wel geld op.

Ik heb geen ducktape gebruikt, maar toch had ook deze banaan een speciaal plekje gekregen. Even later bedacht ik ook nog een andere variant: Treinkunst 2.0, met een banaan liggend bovenop de haak voor de jas.

Helaas was er niemand die dit kunstwerk geld waard vond. Ik stapte met een even groot saldo de trein in als hoe ik er uit was gestapt.

Zijn de treinen altijd te laat?

En zat Henk 50 na het vorige verslag van de 8-urige treindag niet meer in de trein? Jazeker wel, er werd alleen geen verslag meer gedaan. Gemiddeld zit hij drie of vier keer per week in de trein. Op voortdurend wisselende trajecten.

De dag na de achturige treindag nam hij een retourtje van Delft naar Ermelo. De treinreis verliep zonder haperingen, geheel volgens het spoorboekje.

De derde dag die week was een moeizame treindag. Er waren  werkzaamheden tussen Leiden en Schiphol. Dat was allemaal gepland, dus ik zag het aankomen. Al om half zeven vertrok ik uit Delft. Ik reisde om via Rotterdam Centraal, want al die reizigers zouden toch niet passen in de bussen die waren ingezet van Leiden naar Schiphol. En de reis via Haarlem zou ook een aantal hobbels brengen. In Rotterdam wilde ik de HSL nemen, maar de eerste viel uit, en de tweede zat te vol. Dus reisde ik via Utrecht Centraal, om pas om kwart voor 9 op Amsterdam Zuid aan te komen. Ook de terugweg verliep ingewikkeld. Ik nam de bus vanuit Amsterdam naar Haarlem. Daar bleek ook nog eens een stremming te zijn. Het gevolg was dat ik weer 2,5 uur bezig was met een reis die normaal minder dan een uur duurt.

Afgelopen week treinde ik één keer van Delft naar Amsterdam Zuid (vv), één keer van Delft naar Utrecht Centraal, en twee keer van Delft naar Den Helder. Af en toe in de spits, maar altijd had ik een zitplaats. Eén keer kwam ik met een kwartier vertraging aan. Een andere keer was ik tien minuten vroeger omdat ik een overstap haalde die volgens de reisplanner niet haalbaar is.

Vrijdag had ik pech: vanwege een man die dreigde met een bom kon ik niet via Amsterdam Sloterdijk. Ik bedacht mijn eigen route: met vier overstappen kon ik alsnog op dezelfde tijd aankomen. Die route stond niet in de Reisplanner. Soms moet je het gewoon zelf bedenken.

Deze week staan twee reizen naar Friesland en eentje naar Zwolle gepland. Henk50 treint heel wat kilometers, tegenwoordig.

De reistijd is geen verloren tijd: ik lees de krant of vakliteratuur (meestal beiden). En soms kijk ik gewoon in het raam of doe een oudere-mensen-dutje.

Wat de vertragingen betreft: zijn de treinen altijd te laat, zoals wel eens gezegd wordt? Af en toe een beetje ongemak en één dag  was problematisch. Vertragingen zijn vooral een kwestie van psychologie. Die worden meestal onthouden. Maar zoals in de laatste week: op 800 kilometer per saldo vijf minuten vertraging: zo voorspelbaar rijden automobilisten niet...

Fietsenstalling Utrecht Centraal

In Utrecht bevindt zich de grootste fietsenstalling van de wereld. Er kunnen maar liefst 12.500 fietsen gestald worden.

Ik wilde een OV-fiets huren. Van de duizend OV-fietsen in deze stalling waren er nog 200 over. Om bij de OV-fietsen te komen moet je goed de bewegwijzering in de gaten houden. Omdat ik hier onbekend ben had ik maar liefst een kwartier nodig om via allerlei hellingbanen op de goede plek (voor mij het Smakkerlaarsveld) het station te verlaten.

Op de terugweg (toen ik de fiets in moest leveren) raakte ik helemaal de weg kwijt in het ondergrondse doolhof onder het station. Meerdere malen passeerde ik dezelfde plek. Ik was trouwens niet de enige zoekende in de fietsenwoestijn. En er waren ook mensen in de problemen geraakt die op de heenweg niet goed hadden opgelet waar ze hun fiets gestald hadden. Sommige mensen hebben mogelijk moeten overnachten in de stalling.

Uiteindelijk fietste ik tegen de richting in omdat ik daarvandaan iemand aan zag komen rijden die net een fiets gehuurd had. Na een vriendelijke berisping van één van de beheerders kon ik de OV-fiets weer inleveren. De beheerder wees mij meteen de kortste weg naar de perrons.

Zo stond ik drie minuten later weer te wachten op de trein naar Rotterdam Centraal. Als je het allemaal weet is het niet zo moeilijk meer.

Achturige treindag (2)

Vandaag heb ik zes besprekingen achter elkaar op woonlocaties in Harlingen. Na afloop begeef ik mij weer naar het station van Harlingen. 

De trein van tien voor half zes brengt mij weer naar het station van Leeuwarden. Daar kan ik nog even wat eten scoren voordat ik aan de lange reis terug naar de Randstad begin.

De trein terug is weer een Koploper. Maar de spitsdrukte is voorbij, de forensende scholieren van de Hogeschool in Leeuwarden zijn al naar huis en ook de meeste werknemers zitten al aan de stamppot boerenkool.

Ik kan gewoon tot Rotterdam blijven zitten (dat geeft de reisplanner ook aan). Dankzij deze rustgevende gedachte val ik voor Heerenveen in slaap om pas bij Zwolle weer wakker te worden. Ik bedenkt dat ik daar ook de  Intercity naar Den Haag Centraal kan nemen. Die route is een kwartier sneller, mits ik de krappe overstap op Leiden Centraal haal.

Deze trein over de Flevolijn is een bijna lege dubbeldekker. Wel komen er in Lelystad en Almere meer reizigers bij. En vanaf Schiphol zit de trein weer vol met koffers en buitenlandse reizigers die zich afvragen hoe ze ook alweer op de plaats van bestemming kunnen komen. Gelukkig ken ik een deel van het spoorverkeer uit mijn hoofd. Nog een schoteltje waarop men zijn gaven van dankbaarheid kan leggen en ik heb de reis weer terugverdiend.

De overstap in Leiden is geen probleem. De beide treinen rijden tot Mariahoeve gelijk op over het viersporige traject. Daarna slaat de trein naar Den Haag Centraal rechtsaf.

Twintig minuten later kom ik aan op station Delft. Het station is inmiddels in kerststemming geraakt…

Om kwart voor tien ben ik weer thuis: een kwartier vroeger dan gepland. Maar ik heb vandaag lang genoeg in de trein gezeten. Daar heb ik zeker geen hekel aan, maar het moet niet te gek worden.