Spa-wit (1)

Er is hier in huis sprake van een tijdelijk ongemak. Tineke heeft weer een verbouwing georganiseerd. Deze keer op mijn werkkamer, waar WC en douche aan een renovatie toe waren.

Kijk, het zit zo. Beneden heb ik een werkkamer. Die was eerst van een fysio-therapeut, inclusief sanitaire ruimte. Daardoor hebben we drie toiletten en twee badkamers in huis. Dat is wel erg luxe.

Ik heb de neiging om alles hetzelfde te houden. Als je mij mijn gang laat gaan verandert er nooit iets in huis en wordt er uiteindelijk na overlijden een retrohuis verkocht. Precies zoals bij één van onze vrienden die in een halve eeuw nooit iets veranderd heeft.

Tineke zit wat anders in elkaar. Ze houdt erg van verbouwingen. Als ik geen werkkamer meer nodig heb kan er op die manier ook een student komen wonen. Of een particulier verpleegster (m/v).

Dit alles ter inleiding op de preek van vandaag. Omdat mijn werkkamer onbewoonbaar is geworden heb ik mezelf dinsdag getrakteerd op een treinreis. Maar waar zou ik dan heen moeten gaan? Ik bedacht dat ik wel eens sneeuw wilde zien. Dit alles met als motto: “Als de sneeuw niet naar Zuid-Holland komt, moet Zuid-Holland maar naar de sneeuw”.

Na een uitgebreide studie naar de sneeuwhoogten in Europa kwam ik tot de ontdekking dat er in de Ardennen (nog) best wat sneeuw lag. Dat was te ver om te fietsen, dus ging ik op zoek naar een OV-verbinding. De Flixbus of de trein. Het werd de trein.

Om kwart voor zes stond ik bepakt en bezakt op het station van Delft. Dat was nog een hele klus, want het fietspad naar het station was wegens verbouwing afgesloten. Maar ik was er en besteeg de Intercity die over de HSL in vijf kwartier naar Eindhoven rijdt. Onderweg bestudeerde ik een psychologisch artikel.

In Eindhoven bleken tal van reizigers in diepe slaap te zijn verzonken. Ik heb er twee vriendelijk gewekt, twee anderen deden hun ogen open en sliepen weer verder. Dan moeten ze het zelf maar weten. Die werden vakkundig afgerangeerd.

De volgende trein reed naar Maastricht. Van die reis heb ik weinig gemerkt want ik was in slaap gevallen. Toen ik wakker werd zat de trein vol. Kennelijk moeten er veel mensen naar Maastricht. Dat ligt nog in Nederland, hoewel Maarten van Rossem heeft voorgesteld om de provincie gratis aan België over te doen, zodat we zonder problemen van Geert Wilders en Maxime Verhagen af kunnen.

Station Liège Guillemins met de ICE naar Keulen

Thuis had ik alreeds een digitaal kaartje aangeschaft naar Luik. Ik weet niet of jullie Luik kennen, maar het is een stad die meerdere malen bijna failliet is gegaan, o.a. vanwege de bouw van een ondergrondse parkeergarage die niet af kwam. Ook werd er een kolossaal station gebouwd. Het futuristische gebouw begon al voor de opening te lekken en te roesten. Als je hier uit de trein stapt heb je een paraplu nodig.

Het station is een ontwerp van de Spaanse architect Santiago Calatrava die bekend staat om zijn extravagante bedenksels die altijd jaren te laat worden opgeleverd en roesten en lekken. Dat ontdekten we ook bij het station Oriente in Lissabon: daar regende het binnen meer dan buiten. Calatrava ontwierp ook de drie tuibruggen in de Haarlemmermeer. Die kostten de gemeente uiteindelijk het dubbele en na vijf jaar moesten er vanwege roest alweer miljoenen aan gemeenschapsgeld in worden gestoken.

Het station Liège Guillemins is gemaakt van staal, glas, wit beton en Belgische blauwe hardsteen, en beschikt over een monumentale overkapping van 160 m lang en 35 m hoog. De vertraging bij de oplevering bedroeg slechts 3½ jaar.

De trein naar Welkenraedt blijkt steeds meer vertraging te hebben: de ICE naar Keulen krijgt voorrang. Even zitten is er niet bij. Er staan namelijk geen banken op de perrons. Volgens de architect passen banken niet bij het ontwerp van zijn station. Het doet me denken aan het gebouw Oklahoma in Amsterdam Osdorp, een in architectonisch opzicht internationaal bekend ontwerp, maar volgens een rapport ” niet geschikt voor de doelgroep” (ouderen).

Geen trein naar Spa op station Pepinster

De Intercity naar Welkenraedt doorkruist België van west naar oost en heeft er al een lange reis opzitten. Meteen na Luik wordt het land wit. De trein trekt veel bochten door de sneeuw en volgt grotendeels het dal van de Vesdre, met af en toe een tunnel om het bochtenwerk af te snijden.

In Pepinster moet ik overstappen op de trein naar Spa. Er staan geen borden, er is geen omroep en het is onduidelijk of er een trein komt. Ook een aantal langlaufers staat te wachten. Uiteindelijk trek ik de conclusie dat ik de trein gemist heb en dat ik beter een eindje kan gaan lopen in plaats van af te wachten of er nog een trein komt.

Wandeling door Pepinster

Pepinster (4000 inwoners) werd in juli 2021 zwaar getroffen door de overstromingen (die in België 39 doden kostten). Hele straten waren afgesloten, honderden huizen dichtgetimmerd. In het dorp is de schade deels nog niet hersteld en 50 huizen zijn niet meer te repareren en werden of worden afgebroken.

De wandeling die ik maak is van het type ´blij dat ik glij´. Persoonlijke ongelukken doen zich niet voor. Na een stevige wandeling ben ik weer op tijd bij de trein naar Spa. 

Nederlandse en Belgische treinen

België heeft het dichtste spoorwegnet van Europa. Maar er rijden veel minder treinen dan in Nederland. Nederland heeft veruit het meest bereden spoorwegnet van Europa. 

Om het verschil duidelijk te maken: tussen de twee grootste steden van België rijden vier rechtstreekse treinen per uur. De agglomeratie Antwerpen telt 1,05 miljoen inwoners, de agglomeratie Brussel telt 1,4 miljoen inwoners.

Tussen de twee grootste steden van Nederland rijden elf rechtstreekse treinen per uur. De agglomeratie Rotterdam telt 1,2 miljoen inwoners en de agglomeratie Amsterdam telt 1,5 miljoen inwoners.

Instappers per station

Het verschil wordt nog duidelijker als je het aantal instappers per station bekijkt. Het drukste station van België is Brussel Noord. Dat station telt gemiddeld 64.000 instappers per dag (2019).

Het drukste station van Nederland is Utrecht Centraal. Daar telde men 207.000 instappers per dag (2019). Acht Nederlandse stations hebben meer instappers in de trein dan het drukste Belgische station.

Verbindingen

Station Luik-Guillemins

Als we naar de verbindingen met de grote steden buiten de Belgische Randstad kijken, dan zien we dat er twee treinen bij uur van Brussel naar Luik rijden. De agglomeratie Luik telt 600.000 inwoners.

Als we naar Nederland kijken, dan rijden er zes treinen per uur van Amsterdam naar Zwolle, voor een deel via de Flevolijn, voor een ander deel over de Veluwe. Zwolle telt 42.000 (NS) instappers per dag (er komen daar nog andere lijnen). Het vijf keer zo grote Luik telde in 2019: 34.000 instappers.

Materieel

Stoptrein van Roosendaal naar Puurs

In Nederland zijn de treinen vrij uniform qua inzet (je weet meestal op welk traject welk type trein rijdt). Alle treintypen zijn modern uitgevoerd. In België rijdt een allegaartje aan treinen. Vanuit Roosendaal rijdt bijvoorbeeld een antiek treintype van een halve eeuw oud dat onder de graffiti zit.

De instap van sommige treintypen is zó hoog dat je je daar als 65-plusser maar beter niet aan kunt wagen. Dat is zeker het geval als ik mijn fiets in de fietsenafdeling wil laden. Dan moet ik hem soms verticaal boven mijn hoofd tillen omdat de instapruimte zich op 1,5 meter hoogte bevindt.

NMBS monopolie

Een opmerkelijk verschil tussen de Belgische en het Nederlandse spoorwegnet is dat België geen particuliere spoorwegmaatschappijen kent. Alle reizigersvervoer is in handen van de NMBS.

Een voordeel voor 65-plussers is dat alle treinretours door het hele land voor hen € 7,20 kosten. Maar ja, met die hoge instap wagen veel 65 plussers zich niet meer aan een reis met de trein. 

Station gemist

Woedend is de mevrouw. De trein is zomaar station Zaandam gepasseerd zonder te stoppen. En het is niet eens omgeroepen! 

Een medereiziger zegt tegen haar dat deze sneltrein altijd station Zaandam rechts laat liggen. Dat vindt ze een onzinnig antwoord, want ze neemt altijd déze trein en hij stopt altijd in Zaandam. De reiziger probeert het nog een keer met een vraag: “Hebt u op station Sloterdijk op de borden gekeken?” Natuurlijk heeft mevrouw dat en er stond niet dat deze trein niet op station Zaandam zou stoppen. De NS heeft een fout gemaakt en haar auto staat bij station Zaandam, dan moet NS ook maar dokken voor het extra parkeergeld.

Maar nu bedenkt ze een ander argument. Ze heeft over gewerkt en de treinen stoppen na zessen niet op Zaandam, overdag wél. Maar dat had dan duidelijk aangegeven moeten worden. De medereizigers weten dat dat argument niet klopt, maar wagen er geen discussie meer aan. Deze mevrouw moet altijd gelijk hebben, ook al heeft ze ongelijk.  

De conducteur komt langs. Mevrouw vliegt als een getergde tijger op hem af. De conducteur antwoordt dat de sneltreinen naar Hoorn nooit stoppen in Zaandam. Daar kan hij ook niets aan doen. “U gelooft me dus óók al niet” schettert de mevrouw. Alle sneltreinen stoppen altijd in Zaandam, dat is een groot station. Dan wordt ook nog de vriendin met haar volle gewicht in de strijd gegooid. Zij reist elke dag vanuit de Kop van Noord-Holland naar Zaandam en de trein stopt daar áltijd.

Opeens gaat er bij mij een lampje branden. Mevrouw is in de trein naar Hoorn gestapt, terwijl ze dacht dat ze in de trein naar Alkmaar stapte. Ik vraag haar wat de eigenlijk de bestemming van de trein is die ze moest hebben. Dat blijkt Den Helder te zijn.

In haar boosheid heeft mevrouw zelfs niet opgemerkt dat de conducteur het over de trein naar Hoorn had. Maar in plaats van in te binden wordt mevrouw nóg bozer. “Dan stond het verkeerd op de borden op het station. Ik weet het zéker, héél zeker, meneer.”

De rest van de reizigers doet er het zwijgen toe. Sommige mensen moet je niet tegenspreken, dat stookt het vuurtje alleen maar op. De machinist kondigt aan dat we station Hoorn naderen en hij wenst iedereen een prettige avond. Deze mevrouw heeft waarschijnlijk een minder prettige avond. De stoom komt nog uit haar oren.

Geen treinen

Dinsdagavond moest ik terugreizen vanuit Harlingen naar Delft. Maar er zouden geen treinen rijden. Ik heb een reis georganiseerd... Zo dus...

16.28 uur Bus 71 vanuit Harlingen naar Kop Afsluitdijk

16.43 uur Q Liner 350 naar Den Oever

17.16 uur Connexxion 135 naar Hoorn

18.00 uur EBS 314 naar Amsterdam Centraal

18.55 uur Metro 52 naar Amsterdam Zuid

19.11 uur Connexxion R-Net 341 naar Schiphol

20.00 uur Flixbus naar München via Den Haag Centraal

21.25 uur HTM tramlijn 1 naar Delft

21.50 aankomst Delft

De Flixbus (voor 4,99!) scheelde één uur op de totale reistijd. Inmiddels kan ik dat kaartje in de prullenbak gooien; de staking gaat niet door...

NACO

Herinneren jullie je dit type bussen nog? Ze denderden over de vaak nog beklinkerde straten. Alles hobbelde en trilde. 

De stoelen waren van een soort geribbeld kunstleer en als je op wilde staan kon je je vast houden aan de metalen leuning voor je. Om de bus te laten stoppen moest je op een bel drukken en dan ging er bij de chauffeur een belletje. Het was wel spannend of je op de goede halte uitstapte, haltes werden alleen op verzoek omgeroepen.

Foto van het Leyland-NZH vervoermuseum

Bij het instappen kocht je een kaartje met de exacte bestemming. Dat kwam uit een ingenieus apparaat dat door de chauffeur met enkele tik- en draaibewegingen in werking werd gezet en vervolgens een kaartje tevoorschijn toverde dat afgescheurd moest worden.

Bussen van de NACO voor het station van Alkmaar (rond 1955)

In onze vroegere woonplaats Wormer reed er één keer per twee uur zo’n bus vanuit Beverwijk via Wormerveer naar Purmerend. De achterste rij was het meest spannend om te zitten, dan werd je bij hobbels zo ongeveer gelanceerd. De smalle brug in Neck kon de bus onmogelijk in één draai halen, er moest vooruit en achteruit worden gereden om de draai te kunnen maken.

De bussen van de Nederlandsche Auto Car Onderneming (NACO) staan hier opgesteld op het busstation van Alkmaar. De NACO verzorgde een groot deel van het regionale busvervoer boven het Noordzeekanaal. 

Vakantiefoto

Het voorgaande was wel een erg kort verhaaltje. Dus nóg maar een vakantiefoto.
Löschnitztalbahn van Radebeul Ost naar Radeburg

Al om 05.25 vertrok elke dag de eerste stoomtrein vanuit onze vakantiebestemming via Moritzburg naar Radebeul.

En dat het hele jaar door. Geen stoomtram van Hoorn naar Medemblik die acht weken per jaar heen en terug rijdt, ook geen aan toeristen aangepaste tijden, maar gewoon: om werknemers en scholieren vanuit het platteland op te halen.

Dat is pas echt een mooie droom van stoom! Drie keer zijn we met deze stoomtrein meegelift de heuvels bij Radebeul in. 

Scheldende treinreiziger

De man was me al opgevallen toen hij in Helmond de coupé binnen kwam vallen. Het was meer vallen dan lopen geweest.

In Eindhoven moest ik overstappen. Voor mijn fiets stond een barrel van een Giant. Dat is ook een fiets. Omdat ik mijn tassen nog aan de fiets moest bevestigen zette ik de Giant even netjes opzij.

Toen kwam de man de trap af denderen. Het was overigens weer meer vallen. Of ik met mijn poten van zijn fiets af wilde blijven.

Ik zei dat ik over moest stappen en dat ik mijn fietstassen anders niet aan de fiets kon hangen. Daar had de man niets mee te maken. Ik had toestemming moeten vragen om aan zijn fiets te zitten. Tegen beter weten in vroeg ik nog hoe ik kon weten dat het zijn fiets was. “Dat zie je toch? Ben je blind of zo, kale? Is het niet tijd dat je in je graf gaat liggen?”

Er volgden nog een aantal knetterende scheldwoorden en de man vervolgde zijn toespraak. “Met je vieze …poten van mijn fiets afblijven, ja, …., …., …., vieze kale! Wie denk je wel dat je bent? Denk je dat je hier alles kunt maken? Denk je dat je beter bent dan mij?”

De man zette zijn fiets recht voor de uitgang. Helaas met het voorwiel de verkeerde kant uit. Dus de deur ging aan die kant niet open. Hij eiste van een andere reiziger dat die op het knopje drukte. Dat deed die man niet, want de deuren aan de andere kant gingen open.

Dat was aanleiding voor een nieuwe scheldkannonade. “Zie je wel. Allemaal jouw schuld. Dat heb jij veroorzaakt met je stomme …gedrag!…. die je bent!”

Moet je nagaan wat voor invloed ik heb. Zelfs het spoor van de trein wordt speciaal door mij gewijzigd. Om deze man te pesten, natuurlijk.

De man zwaaide zijn fiets om en raakte ondertussen een andere reiziger. Daarna denderde hij met fiets en al het perron op. Met een typisch loopje van iemand die aan middelen verslaafd is liep hij naar de lift. Die bleek defect. Kun je nagaan wat voor invloed ik heb!

Ook al moest ik van perron wisselen, voor deze keer vond ik het helemaal niet erg dat de lift stuk was. Maar ik bleef voor de zekerheid wel even een beetje uit de buurt van de man...

Duitse spoorwegen

Voor het eerst sinds acht maanden was ik weer eens in Duitsland. Samen met mijn Batavus Dinsdag.

Ik dacht dat in Duitsland de corona-maatregelen waren afgeschaft. Dat was niet het geval. Zo bleek in de trein dat je een MFP-mondmasker moest dragen. Dus niet mijn eigen zelfgemaakte mondmasker.

De regionale trein van National Express van Aken naar Hamm

Talrijke Nederlanders wisten dit niet en wilden op 5 mei in verzet komen tegen de Duitsers. Maar ze moesten wel zwichten, anders mochten ze de trein verlaten en op het perron hun zonden gaan overdenken. Maar dat was ook niet toegestaan, op het perron moet je ook een mondmasker dragen.

In Duitsland zijn binnenkort verkiezingen. De partij Volt doet ook mee en wil spoorwegen naar Zwitsers model. Geen wonder, in 20 jaar tijds zijn de Duitse spoorwegen achteruitgekacheld van één van de meest punctuele vervoerders van Europa naar één van de slechtste aanbieders. Op de borden zie je meer vertraagde treinen dan treinen die op tijd rijden. Gisteren zag ik dat meer dan drie kwart te laat was.

De eerste twee treinen hebben meer dan een uur vertraging

Anders dan in Nederland rijden ook de concurrenten van de Deutsche Bahn op het hoofdnet. Alleen al in Nordrheinland Westfalen zijn er bijna twintig aanbieders. Het is dus een verrassing welke vervoeder je hebt. Maar van alle vervoerders vallen vooral de vertragingen van DB op. Op de foto zie je een digitaal bord: geen enkele trein reed op tijd.

Gisteravond moest ik terug naar Delft. Gelukkig keek ik op tijd op de app. En ziedaar: men had besloten om de treindienst naar Venlo te beperken. De uurdienst werd beperkt tot het laten rijden van twee treinen in de avond. Had ik dat niet gezien, dan had ik alleen nog maar de laatste trein kunnen nemen en dan was ik niet verder gekomen dan Eindhoven. En Eindhoven is geen prettige stad om ’s nachts rond te dwalen.

De reden voor de beperking is waarschijnlijk het goederenvervoer. Net zoals in de USA wordt dat belangrijker en neemt het ook veel railcapaciteit in. Omdat men in Duitsland niets heeft gedaan aan de aansluiting op de Betuwelijn rijden veel goedentreinen noodgedwongen via Venlo. Dat gaat ten koste van het personenvervoer. 

OV-conversatie

In het OV kun je voorspelbare conversaties opvangen. Vooral buiten de spits, als de reizigers minder op hun telefoon zitten te kijken en meer om een praatje verlegen zijn. 

Zoals gesprekken over de gezondheid. “Och, ik mag niet mopperen. De ene keer wat beter, de andere keer wat minder. Maar mag niet klagen. Dat doe ik dan ook niet. Je moet maar zo denken: de ouderdom komt met gebreken. Pijntje hier, pijntje daar. Och ja, elk mens mankeert wel eens wat. Zo is het leven nu eenmaal.

Het weer is ook vaak favoriet. Wat een weertje, vandaag! Zo schijnt de zon, zo komt het weer met bakken naar beneden. Je weet ook nooit waar je aan toe bent. Neem je je paraplu mee, blijft het droog. Denk je, nou kan het wel even, regen je kletsnat. Dat hadden we vroeger niet. Dan wist je veel beter waar je aan toe was. Tegenwoordig doen ze maar wat. Vroeger keek je in de lucht en dan wist je hoe laat het was. Maar door al die computers weten we het niet meer. En die Buienradar, daar klopt ook helemaal niks van. Mijn dochter had hem op mijn telefoon gezet. Ik denk dat ik hem er maar weer af laat halen. Vanmorgen heb ik er nog op gekeken. Ik denk, ik kan nu mooi droog naar de halte. Ik was halverwege, en wat denk je? Een hele lading zure appels. Ik ben maar gauw onder een afdakje gaan staan. Tram gemist. Maar ik heb de tijd. Maar ja, met dat weer moeten we leren leven. Iets met de opwarming van de aarde, zeggen ze. Nou, ik moet het nog zien. Bar koud vandaag.

Station Erps Kwerps

Dan nog de conversatie tussen een ouder echtpaar. (a) We staan stil. (b) Ja, we staan stil. (a) Misschien moeten we op een andere trein wachten. (b) Ja, misschien staan we daarom wel stil. (a) Kijk, daar komt een trein voorbij. (b) Volgens mij was het een sneltrein. (a) Ja, dat was een sneltrein, daarom moesten we hier wachten. (b) Nou, dan zullen we ons zo wel weer verder laten gaan. (a) Ja, als-t-ie voorbij is kunnen we weer verder. (b) Kijk, daar gaan we alweer. (a) Ja, daar gaan we alweer.

Die laatste vorm wordt door acteur en columnist Justus van Oel het Erps-Kwerps gesprek genoemd. Erps-Kwerps is een dorp bij Brussel. De naam riep kennelijk deze associatie bij Van Oel op. Sinds ik die omschrijving heb gelezen valt dat type gesprekken me vaker op. Soms doe ik er zelf aan mee. Ik ben dan ook de helft van de ouder echtpaar.

Tien-minuten-trein?

De NS rijdt op woensdag volgens het tien-minuten-principe op 'onze' spoorlijn. Maar is dat waar? 
Om de tien minuten?

Nee, het is nog mooier! Het is om de vijf minuten.

En dat terwijl het derde en vierde spoor nog in aanleg zijn.

Twaalf treinen per uur richting Den Haag en twaalf treinen per uur richting Rotterdam. En wie niet met de trein wil kan ook nog elke tien minuten met de tram (Den Haag) en elk kwartier met de bus (Rotterdam).

Maar aan die tien-minuten-dienstregeling had ik vandaag helemaal niets. Er reed namelijk geen enkele trein...