Veerpont naar Texel

Ik heb een zwak voor veerponten. Dat heeft alles met mijn jeugd te maken. Maar wees gerust: het is geen jeugdtrauma. We woonden in Gorkum: de uitvalsbasis van diverse veerponten.

Als lid van de Vereniging voor de Voetveren probeer ik zoveel mogelijk veerponten te scoren. Maar ze breiden zich nogal in aantal uit: het valt bijna niet bij te fietsen.

Ik heb ook een voorkeur voor kleine veerponten met een ‘Heen-en-weer-wolf’ als pontbaas. Ik heb ook wel eens overwogen om me na mijn pensioen aan te melden als veerman. Zo kwam ik een collega tegen die een veer in Friesland bediende. Dat maakte zijn hoofd leeg na alle gedoe over indicaties met zorgverzekeraars.
De pont die ik nu op de foto heb gezet is voor mij geen jeugdherinnering, maar voor onze kinderen wel. Ze groeiden op in de buurt van deze veerverbinding: tussen Den Helder en Texel. Ik heb zelfs nog gewerkt en Texel en nam toen één maal in de week een boot van de TESO. Dat betekent: Texels Eigen Stoomboot Onderneming. Texelaars zijn nogal eigenheimers. Het liefste zouden ze ook eigen postzegels uit willen geven.

Deze veerpont was vanaf 2006 het vlaggenschip van de TESO: de Dokter Wagemaker (genoemd naar één van de oprichters van de TESO). Een enorm schip met ruimte voor 300 auto’s en 1750 passagiers. Toen ik voor de eerste keer met deze boot het Marsdiep over stak kon ik mijn fiets niet meer terugvinden en moest bijna noodgedwongen terugvaren… Inmiddels is er een nieuwer, nóg groter (en schoner), schip in de vaart. Maar afgelopen woensdag, toen ik in Den Helder op bezoek was, voer de TESO met de ‘oude’ Dokter Wagemaker .

Het meest hilarisch op de boot zijn de Duitsers die uitgebreid gaan zitten bunkeren omdat ze denken dat ze aan een lange zeereis beginnen. Maar na een kwartier legt de boot alweer aan aan de andere kant…

Oostvaardersplassen

Een paar maanden geleden konden treinreizigers opgeven wat ze de mooiste spoorlijn van Nederland vinden.

Ik heb toen de spoorlijn tussen Almere en Lelystad genoemd. Niet omdat Flevoland zo spectaculair is, maar vanwege het gedeelte waar de trein langs de rand van de Oostvaardersplassen rijdt. Daar ga ik altijd speciaal even voor zitten.

Gisteren treinde ik hier weer langs en maakte deze foto.

Derde Moerdijkbrug

De HSL tussen Rotterdam en Breda kruist het Hollands Diep in de omgeving van Moerdijk.

De treinen worden niet over de oude spoorbrug geleidt, maar gaan over een nieuw tracé. De brug wordt wel de Derde Moerdijkbrug genoemd.

De brug is bijna 2 km lang en heeft een hoogte van 24 meter boven het waterpeil.

Deze foto nam ik vorige week vanuit de trein. ‘Beneden’ ligt de brug voor het wegverkeer.

Van Delft naar Eindhoven

Tot vorig jaar december was er een rechtstreekse trein tussen Den Haag Centraal en Venlo. Met ingang van de nieuwe dienstregeling was die trein uit het spoorboekje verdwenen. Daar was ik niet blij mee. Ik fiets namelijk graag door het Ruhrgebied, een zeer afwisselende streek met veel industriële architectuur én veel natuur (zoals langs de prachtige Ruhrtalradweg).

Verhuis je net naar Delft, heffen ze die trein op. Als ik naar Venlo wilde was het reisadvies om via Schiphol te treinen. Daar vandaan rijdt sinds de nieuwe dienstregeling de Intercity naar Venlo, met aansluiting op de trein via Düsseldorf naar Hamm.

Sinds gisteren rijdt er wél weer een rechtstreekse trein naar Eindhoven. Omdat ik toch naar Eindhoven wilde heb ik die trein dan ook meteen maar tot mij genomen. Van NS kregen de reizigers een kadootje: een Snelle Jelle. Want de IC rijdt tot Breda over de hogesnelheidslijn. De afstand van Delft naar Breda is in een half uur gepiept.

De dienst wordt uitgevoerd door getrokken treinen met in de kop plek voor vier fietsen. Aangezien de treinen erg lang zijn en de kop op een wisselende plek zit moet je in de startblokken staan als de trein het station binnen komt. Het klinkt natuurlijk wat vreemd, maar soms zit de kop richting Eindhoven aan de voorzijde, soms aan de achterzijde. Aan beide zijden zit een locomotief, dus je kunt niet direct zien waar de kop zit.

Op de terugweg was het op station Eindhoven een drukte van belang. Maar in zo’n lange trein kunnen best veel mensen een plek vinden. Uiteindelijk was er voor iedereen een zitplaats.

Op de derde foto zie je de trein op het nieuwe ondergrondse station van Delft. De veertien minuten vertraging op station Eindhoven had de trein hier bijna helemaal ingelopen.

Altijd onderweg?

Naar aanleiding van de blogs uit allerlei plaatsen in Nederland vroeg een lezer of ik nog wel eens thuis ben. Welnu: dat valt zó mee. Het blog heet ‘Altijd Onderweg’, maar in maart bleef ik maar liefst zeven dagen binnen een straal van 10 km. van ons huis. Eigenlijk ben ik dus best een huiselijk type.

Maar hoeveel zit jij dan in de trein? Het aantal uren weet ik niet, maar ik heb even op ‘Mijn NS’ gekeken. Daar worden alle ritten geregistreerd. Dan blijkt dat ik in maart 3970 kilometer heb getreind. Daarvan waren de meeste ritten tussen Delft en mijn werk in Amsterdam Zuid (12 dagen). Ik heb niet in de tram, metro, bus of op een veerpont gezeten. En al helemaal niet in de auto.

Hoeveel heb je dan gefietst? Dat was 664 maartse fiets-kilometers. Daarvan was 128 km. woon-werk of werk-werkverkeer. Dat was vroeger heel anders. Toen fietste ik gemiddeld zo’n 500 km. per maand aan woon-werkverkeer.

Mijn werkplekken zijn nu bijna allemaal in de buurt van stations. Dus moet ik mijn conditie nog een beetje op peil houden door het fietsverkeer in de vrije tijd, zoals boodschappen doen, op bezoek gaan, of inderdaad een halve of hele dag gaan fietsen.

De Zak vervolgd (2)

In een smal deel van Zuid-Beveland, waar de afstand tussen de Oosterschelde en Westerschelde vier kilometer bedraagt, ligt het dorp Krabbendijke. Eén kilometer naar het noorden ligt de door een dam getemde Oosterschelde, drie kilometer naar het zuiden de af en toe woeste Westerschelde.

Ik besluit eerst naar de Oosterschelde te fietsen en dan via het dorp Krabbendijke (weer) naar de Westerschelde te sijkelen. Ik fiets naar de Oosterschelde via de Karelpolder, een kleine smalle polder die in 1878 werd drooggelegd en daarna twee keer onder water kwam te staan als gevolg van dijkdoorbraken. Bij de tweede dijkdoorbraak kwamen er zelfs twee vissersschepen in de polder terecht. Er staan geen huizen of boerderijen in de polder. Als je huis wordt aangevaren door een schip is dat ook een bijzondere belevenis.

Dan ben ik bij de voormalige haven van Roelshoek. Het zit zo: ooit had Krabbendijke een eigen haven, maar deze verzandde. Toen kwam er hier een haven om landbouwproducten vanuit de streek rond Krabbendijke af te kunnen voeren. Maar met de nieuwe bedijking langs de Oosterschelde verdween ook deze haven. Dus is Roelshoek alleen nog maar een buurtschap. Ik zie trouwens langs de dijk ook bijna geen water, alleen een onmetelijke vlakte van zand en wier (slikken) en in de verre verte wat water.

Ik fiets vanuit Roelshoek even terug naar Krabbendijke. Het station dreigde te worden opgeheven (de trein naar Vlissingen zou een aantal Zeeuwse stations over gaan slaan), maar inmiddels is het zo dat álle treinen in Krabbendijke stoppen (twee treinen per uur in beide richtingen). Dat is weer andere koek. Maar nu zijn de reizigers uit Middelburg en Vlissingen weer boos: hun treinverbinding is langzamer geworden. Het is dus ook nooit goed.

Het wordt een herhaling van zetten, maar ook Krabbendijke ligt duidelijk op de Bible Belt. Overal hangen borden van de SGP en er zijn zelfs auto’s bestickerd met SGP-reclame. In het dorp met zo’n 4500 inwoners valt mij op dat er verschillende forse kerkgebouwen staan. De inwoners kunnen op zondag in vier kerkgebouwen naar de kerk en daar worden iedere zondag in totaal negen kerkdiensten gehouden. En de SGP haalde hier bijna de helft van het totale aantal stemmen. Een antireclame is de ernstig vervuilde muziektent, kennelijk een hangplek voor jongeren die geneigd zijn tot plaatselijk kwaad.

Vanuit Krabbendijke fiets ik oostwaarts en fiets via de Stationsbuurt het dorp Rilland binnen. En ook hier heeft het station de tand des tijds overleefd. Er stapt echter niemand in of uit de trein die hier net aankomt.

Delft ondergronds

Delft stationTien treinen rijden hier ieder uur richting Rotterdam Centraal en eveneens tien treinen richting Den Haag Hollands Spoor. Twee treinen razen voorbij (Amsterdam-Brussel), de andere acht treinen stoppen langs de zeer lange perrons.

In noordelijke richting zijn het twee stoptreinen en twee Intercity’s per uur naar Den Haag Centraal en vier Intercity’s naar Amsterdam. De treinen naar Amsterdam hebben in de spits de maximale lengte: 12 bakken. Ze hebben 1200 zitplaatsen en een lengte van ruim 320 meter.

De treinen in zuidelijke richting gaan naar Breda (vanaf 1 april naar Eindhoven), Vlissingen en Dordrecht. 

Delft bovengrondsMet tien treinen per uur is dit dan ook één van de drukst bereden trajecten op het Nederlandse spoor. En meteen ook een knelpunt: want dit deel van het traject is nog tweesporig. Eén kleine vertraging heeft direct gevolgen voor de volgende treinen.

De gelijkvloerse kruisingen op het traject zijn inmiddels op één na allemaal verdwenen. Een deel van het traject is ondergronds (Rijswijk en Delft).  Op de eerste foto: de laatste dag dat de treinen in Delft bovengronds reden.

Een ander deel loopt hoog boven de bebouwing (Den Haag, Schiedam, Rotterdam). De laatste gelijkvloerse kruising (Delft Noord) wordt binnenkort vervangen. En de minister heeft toestemming gegeven het hele traject tot viersporig tracé om te bouwen.

delft-perronOp de foto de flessenhals van het ondergrondse station van Delft. De beide treinen hebben hun achterlichten in dezelfde richting staan. Dat kan nooit goed gaan op een tweesporig traject. Er was dan ook sprake van een calamiteit. De trein naar Vlissingen (links) moest terug naar Den Haag, evenals de al gereedstaande Intercity naar Schiphol en Lelystad. 

Voor wie last van tunnelvrees heeft is er ook nog altijd de tram naar Den Haag: rijdt iedere tien minuten.