Het Rijnlandse model (6)

In het anglo-Saksische model zijn managers managers. Ze sturen de organisatie aan. Met de inhoud bemoeien ze zich niet. Het gaat om de winst.

Volgens de auteurs versterkt de hedendaagse opleiding bedrijfskunde deze ontwikkeling. Binnen de opleiding ligt de nadruk op het analytisch oplossen van problemen. Managers blijven maar kort, en zien dus niet de negatieve effecten van hun handelen op de werkvloer. Aldus het artikel in Holland Management Review.

Helaas is dat ook de realiteit geworden van het management in veel zorginstellingen. Mijn vroegere collega en vriend Chiel Egberts schreef: “Het zijn net meeuwen. Als ze genoeg gepikt hebben vliegen ze weer naar de volgende organisatie.” Maar hij schreef ook zeer positief over een betrokken leidinggevende die we samen hadden en die het team vleugels had gegeven.

In het Rijnlandse denken zijn managers vakmensen. Ze kennen de inhoud en als ze die niet kennen zorgen ze dat ze op welke manier dan ook toch betrokken zijn. Zoals één van mijn vroegere directeuren die ondanks zijn drukke baan elke week een dagdeel reserveerde op met bewoners en medewerkers op de woning in gesprek te kunnen gaan.

Wat opvalt in het Rijnlandse model is ook dat managers langer blijven. Ze voelen zich deel van de organisatie. Ze streven er naar om medewerkers kennis op te laten doen. En dan niet in trendy thema’s met vaak Engelstalige moeilijke woorden, maar nieuwe ontwikkelingen en bijscholingen om het vak bij te kunnen houden.

Door deze stijl van leidinggeven blijken medewerkers meer tevreden te zijn, wordt de motivatie vergroot, daalt het ziekteverzuim, daalt het verloop en stijgt de kwaliteit van het werk.

Een voorbeeld uit de zorg: grote zorgorganisatie X heeft 22% aan vacatures en ziekteverzuim. Een andere kleine zorgorganisatie Y heeft 0 vacatures en 5% ziekteverzuim. Je kunt beide organisaties niet in alles met elkaar vergelijken, maar de verschillen zijn té opmerkelijk om toevallig te zijn. 

Retourtje Rotte (3)

Ik weet niet wat het is, maar mijn hoofd is wat vervaagd. Ik moet dus echt goed nadenken waar de Batavus Dinsdag mij verder nog bracht tijdens de tocht naar de Rotte.

Langs de Noordflank van Rotterdam – de onderste lijn – in oostelijke richting.

Nu was ik helemaal niet van plan om naar de Rotte te fietsen. Als je helemaal geen plannen maakt wordt het misschien allemaal ook wat vager. Wat ik me wel herinner is dat ik na Rodenrijs tussen enorme bergen zand terecht kwam. Eerst dacht ik dat men van plan was hier de Alpen aan te leggen vanwege de stijgende zeespiegel. Of loopgraven vanwege een dreigende oorlog. Maar deze toestand had alles te maken met de aanleg van de Blankenoordtunnel. Die wordt 20 km. verderop aangelegd, maar het schijnt dat zo’n nieuwe weg een aanlooproute nodig heeft die nog langer is dan de startbaan van een vliegtuig.

Nu we het toch over vliegtuigen hebben: even verderop is vliegveld Rotterdam Airport. Dit vliegveld begrijp ik niet, het ligt maar 40 km. van Schiphol. Net zomin als het vliegveld van Antwerpen, dat nota bene in de bebouwde kom ligt. Dat ligt 40 km. van Brussel (Zaventem). Je kunt ook vliegvelden opheffen en er groene bouwlocaties van maken (Valkenburg en Ypenburg). Terwijl ik dit overdenk dalen er net twee bakken vol met toeristen neer op de landingsbaan van Rotterdam The Hague Airport.

Bij Bergschenhoek

Ik fiets vervolgens door de woonwijken van Rotterdam Noord. Ik weet niet of jullie Rotterdam kennen, maar het is een uitgestrekte plaats. Ik heb laatst 18 km. door de bebouwde kom gefietst (van oost naar west). De bebouwde kom wilde maar niet stoppen.

De bebouwde kom van Rotterdam is heel anders dan die van Amsterdam. Rotterdam bestaat namelijk uit tal van dorpen die tegen of aan elkaar gegroeid zijn vanwege de nieuwbouw.

Vertier aan de Rotte

Zo fiets ik door Schiebroek en daarna door Hillegersberg. Beide plaatsen liggen rond waterplassen. Vervolgens kom ik in Bergschenhoek. Dat is een tuindersdorp buiten de gemeente Rotterdam. Hier ligt het Lage Bergsche Bos. Dit bos gaat voor veruit het grootste deel van de oppervlakte tegen de vlakte vanwege…. de aanleg van een nieuwe snelweg. Het moet allemaal niet gekker worden…. Via een tijdelijke brug kan ik aan de noordzijde van het bos komen. Maar dat is ook geen bos: het is een golfterrein.

En dan is daar (uit) eindelijk de Rotte. Dit kleine en zeer bochtige riviertje is slechts 22 kilometer lang. En toch is aan de monding van dit riviertje de tweede stad van Nederland ontstaan: Rotterdam. 

Het Rijnlandse model (5)

De titel is 'het Rijnlandse model'. Maar gaandeweg merk ik dat ik steeds in ga op het anglo-Amerikaanse model. Ik denk namelijk dat dat model de sociale schade in Nederland veroorzaakt.

Wat zijn gevolgen van het werken volgens het anglo-Amerikaanse model?

Om op korte termijn zoveel mogelijk winst te kunnen maken moet er bezuinigd worden. Dat wordt gedaan door het stroomlijnen van processen en alle op die manier overbodig geworden medewerkers uit het proces te halen. Dus de werknemer met een lichte verstandelijke beperking die vroeger een klusje hier en een klusje daar deed (koffie halen voor medewerker X, de planten water geven op afdeling IJ): die heeft geen plek meer, want hij zit niet in het proces.

Het tweede is dat de procedures steeds strakker worden gehanteerd. Alles wordt maximaal vastgelegd, zodat voor iedereen duidelijk is hoe het moet. Een werknemer van McDonalds hoeft 0,0 verstand te hebben van voedsel, hij moet gewoon precies doen wat er in de procedure staat. Verstand hebben van voeding zou zelfs een nadeel kunnen zijn, want die mensen hebben de neiging om af en toe eens iets af te wijken van het proces.

Neem de werknemer in de zorg die - toen een bewoner onwel was - hem onmiddelijk te hulp schoot zonder voldoende beschermende kleding. Die medewerker kreeg een officiële waarschuwing omdat ze zich niet aan de procedures had gehouden....

En dan heb je alles gestroomlijnd, maar het gaat nog niet allemaal naar wens. Dan gaan we ‘outsourcen‘. Het bedrijf doet alleen nog maar in de ‘kerntaken’. De rest wordt uitbesteed. Het gevolg is dat het vakmanschap verdwijnt. Er wordt geen fiets meer gefabriceerd, er worden onderdelen samengevoegd. Als dat gaat goed wordt het iets op twee wielen dat door trappers en menskracht aangedreven tot snelheid komt.

Ooit had ik een fiets waarvan de spaken voortdurend sprongen. Het stellen van spaken is een ingewikkelde klus. Draai je de ene spaak aan, dan staat de andere weer te los. Hoe meer je er aan sleutelt, des te ingewikkelder wordt het stellen van het wiel. Je moet het op je gevoel in één keer goed doen. De betrokken fietsenfabrikant had besloten de wielen elders te bestellen. Daar had men geen fietsenmakers in dienst, maar mensen die wielen volgens vaste procedures spaakten. De mens was onderdeel geworden van een vast programma, zonder iets met het eindproduct te maken te hebben. Dat leidde tot slechte kwaliteit van de fietswielen. Het betekende op den duur ook het einde van die fietsfabrikant. Goedkoop bleek duurkoop. 

Op organisatieniveau gaat het – zoals al eerder geschreven – om het draaien van winst. Financiële doelen worden ingezet om de prestaties te beoordelen. Het maakt niet uit waar het geld vandaan komt.

Als je een flinke subsidie van de overheid binnenhaalt telt dat ook als winst en krijg je een fikse extra bonus. Dat die door de belastingbetaler wordt opgebracht doet niet ter zake. Ethisch zakendoen is van vroeger, het gaat nu om de winst. 

Retourtje Rotte (2)

Zodoende kom ik bij één van de grootste fietsen van Nederland. Ik heb mijn Batavus Dinsdag er maar even naast gezet... 
Goliathfiets en Batavus Dinsdag

In de Bijbel komt de reus Goliath voor. Hij is indrukwekkend van gestalte en stak met ‘kop en schotel’ (aldus de dominee die zich vergiste) boven ‘het gewone volk’ uit. Dit is dus een Goliathfiets. Maar mijn kleine Batavus komt verder. De Goliathfiets staat hier al een paar jaar en komt geen meter verder.

Na dit kunstwerk doet de Technische Universiteit nog enkele pogingen om verder op te rukken in de richting van Rotterdam. Maar in het aanpalende park overheerst de kunst, met o.a. de grootste Delftsblauwe vaas van de wereld. Hij staat aan de druktste en oudste snelweg van Nederland, die tussen Den Haag en Rotterdam.

De grootste Delftsblauwe vaas van de wereld is twaalf meter hoog. Wie hem breekt moet een flinke schadevergoeding betalen

Het is een hele kunst om de snelweg over te steken. Rechtstreeks lijkt me wat gewaagd, dus ik kies voor een onderdoorgang. Die is te vinden bij de Berkelse Zweth. Daar loopt een zogenaamd Jaagpad langs, dat inmiddels is afgesloten voor fietsers. Ik ben er nog een keer onderuit gegaan (het was nogal blubberig) en daarna bijna in het aanpalende water beland. Maar in het natte gras val je zacht.

De Hofweg biedt een mooi zicht op de skyline van Rotterdam. Triester is het dat zelfs het laatste stuk groene buffer wordt volgebouwd met kolossale platte dozen, de distributiecentra die overal in Nederland veel ruimte innemen en veel energie kosten, want de enorme ruimte op de daken wordt niet gebruikt voor zonnepanelen.

In de verte de Delftsblauwe vaas

Ook wordt er een enorm nieuw verkeersplein aangelegd vanwege de aansluiting richting de Blankenburgtunnel die het laatste stukje groen tussen Maassluis en Vlaardingen op gaat slokken. Waarom woon ik hier eigenlijk nog?

Opeens is er een authentiek stukje polder, bij de sluis aan de Oude Bovendijk. Het ziet er pittoresk uit als je niet verder kijkt dan je neus lang is. Daarna fiets ik het voormalige tuindersdorp Rodenrijs binnen. Twee parallelle wegen, waarvan één langs het water. Daarachter verrijzen aan beide zijden opnieuw bedrijventerreinen.

Zicht op Rotterdam vanuit de polder Schieveen

Rodenrijs ligt aan de oudste geëlectrificeerde spoorlijn van Nederland, de zogenaamde Hofpleinlijn. De spoorlijn liep van Rotterdam Hofplein naar Scheveningen. Er rijden geen treinen meer, maar trams van Randstadrail.

Het tweelingdorp Berkel en Rodenrijs bestaat uit een aantal oudere wegen, een paar plukjes nieuwbouw uit de jaren ’50 en ’60 en een enorme areaal aan nieuwbouw vanaf het jaar 2000. Sinds 2017 maken de dorpen deel uit van de gemeente Lansingerland. De bevolking is de afgelopen tien jaar verdubbeld.

Daarbij deed zich tevens een politieke aardverschuiving voor waarbij VVD en D'66 bij de landelijke verkiezingen samen meer dan de helft van de stemmen kregen. In de gemeenteraad bezetten twee concurrerende lokale partijen bijna de helft van het aantal zetels. De burgemeester moet boven dit gekrakeel uit zien te stijgen. 

Het Rijnlandse model (4)

Hoewel ik niet meer door Katwijk aan den Rijn ben gefietst ga ik toch weer verder met het Rijnlandse model en met de Anglo-Amerikaanse visie op organisaties. 

De Anglo-Amerikaanse visie wint steeds meer terrein. Je ziet deze visie o.a. terug in het neo-liberalisme van veel West-Europese regeringen. Het lijkt het in economisch opzicht goed te doen, je ‘scoort’ er mee tijdens de verkiezingen, maar is het wel goed voor de mensen en voor de samenleving.

Volgens Poul Bakker, Sjaak Evers, Nol Hovens, Herman Snelder en Mathieu Wagenaar (in Holland Management Review) is het model op macro-economisch niveau uiterst discutabel. Het ziet er aan de buitenkant mooi uit, maar het goud dat er blinkt dekt niet de lading. De buitenkant laat grote winsten zien en multi-miljonairs worden steeds meer TV-persoonlijkheden. Wat dat betreft is het Rijnlandse model aanzienlijk saaier.

Het prijskaartje dat betaald moet worden in de zorg is het streven naar omzet en efficiëntie onder strak geformuleerde kriteria. “Een heel circus aan handboeken, kwaliteitsdeskundigen, certificeerders, proefvisitaties en visitaties wordt opgetuigd. Dat kost handen vol geld terwijl het de vraag is of dergelijke systemen werkelijk kwaliteitsverhogend zijn.”

Wie is de baas in organisaties binnen het Anglo-Amerikaanse model? Dat is de aandeelhouder. Hij is vooral geïnteresseerd in het maximaliseren van de winst op korte termijn. En in de zorg is dat volgens mij de bestuurder die op grote afstand van de werkvloer ook probeert om zoveel mogelijk omzet te draaien.

Hoe zit dat dan bij het Rijnlandse model? Daar waren ook aandeelhouders. Maar ze bleven het bedrijf veelal trouw, in goede en in slechte tijden. Het was ‘hun’ bedrijf. Ze gingen wel voor winst, maar ook voor hun bedrijf. Aanvankelijk waren dat o.a. de familieleden bij tal van familiebedrijven.

De nieuwe aandeelhouder gaat voor de snelle winst. Maakt het bedrijf niet genoeg winst, dan worden de aandelen verkocht, waardoor de koersen dalen. Dat zet druk op het management om zoveel mogelijk ‘te presteren’.

In het Rijnlandse model gaat het om Profit, People en Planet: om winst, om de mensen, om de kwaliteit van de samenleving. In het Anglo-Amerikaanse model draait het om Poen, Pecunia en Pegels, oftewel om Geld, Geld en Geld. 

Retourtje Rotte (1)

Ik had mijn wekelijkse fietsdag gepland, maar het kwam er niet van. Het werd uiteindelijk een avondrondje op de fiets.

Maar waarheen, dat moest onderweg nog bedacht worden. Zoals de lezers bekend zal zijn ben ik niet van de fietsplanning. Zo de wind waait waait mijn jasje en soms ook tegen de wind in.

Ik besteeg het zadel van de Batavus Dinsdag en kwam op de campus van de Technische Universiteit terecht. Die campus bestaal een terrein dat meer dan twee kilometer lang en meer dan één kilometer breed is. De voormalige Technische Hogeschool van Delft is inmiddels één van de meest gerenommeerde wetenschappelijke technische opleidingen in de wereld geworden. Er is ook een Hogeschool aan verbonden. Samen goed voor 30.000 studenten, waarvan een aanzienlijk deel uit het buitenland.

Het hoofdgebouw van de Technische Universiteit van Delft is aan vergankelijkheid onderhevig (foto: Delftse Post)

Technische studenten houden vaak van rechte lijnen en zo is het terrein ook aangelegd, met alleen maar haakse bochten.

Het hoofdgebouw is een blikvanger: het is 90 meter hoog en tocht aan alle kanten. Niet zo energievriendelijk dus voor een universiteit die er prat op gaat zuinig om te gaan met energie. Het iconische gebouw uit 1960 staat op de nominatie om gesloopt te worden. Hoe dat precies zit weet ik ook niet, want het is aangemerkt als gemeentelijk monument.

Maar er gaat wel meer mis. Er zou een tramlijn worden aangelegd naar de campus. Het goede nieuws is dat de rails er liggen. Het slechte nieuws is dat de tram niet rijdt.

Eerst bleek de brug over de Schie niet stevig genoeg te zijn om de trams te dragen. Er werd dus een nieuwe brug gebouwd. Het goede nieuws is dat die brug inmiddels klaar is. Het slechte nieuws is dat de trams het terrein van de Technische Universiteit niet op kunnen rijden. Hoewel: dat kunnen ze wel, maar ze verstoren de meetapparatuur die in diverse gebouwen allerlei wetenschappelijk onderzoek moet faciliteren.

Maar niet getreurd, ik ben op de fiets en heb nergens last van. Zodoende kom ik bij één van de grootste fietsen van Nederland. Ik ben mijn Batavus Dinsdag er maar even naast gezet... De foto komt in het volgende blog. 

Kataplexie

In mijn werkzame leven heb ik heel wat wonderlijke motorische verschijnselen gezien. Begrijpen is een ander verhaal.

Zoals P, een jongeman die spontaan neer kon vallen. Het was in de tijd van de breakdance. P kon dat als de beste. Maar dat gebeurde niet bij bepaalde soorten muziek, maar als hij schrok. Bijvoorbeeld van een dichtslaande deur.

Hij stortte zo bizar ter aarde dat je zou denken dat hij alle botten gebroken had. Zoals bij een trekpop waarbij je het touw los laat. Zo zag ik hem ook een keer in een ooghoek tegenover ons huis op de stoep neerstorten. De stoep was hard, maar hij brak niets.

Omdat niemand wist wat er aan de hand was werd P drie maanden opgenomen op een centrum voor onderzoek naar epilepsie. Daar kwam het verschijnsel drie maanden lang niet voor…

Later werd er door familie een paragnost bij hem ingeschakeld. Deze man gaf een verklaring voor het gedrag. P was in zijn vorige leven (tijdens de Eerste Wereldoorlog) gefusilleerd. Het neervallen was een gevolg van een herbeleving van het dodelijke schot. Niet bekend was of P aan de kant van de Duitsers of van de Fransen en Engelsen had gevochten. Dat wilde ik wel graag weten...

In de vakliteratuur bestaat de term ‘kataplexie’. De afgelopen week kwam ik dat woord weer tegen bij de bespreking van een cliënt. Achteraf doet me het gedrag van P het meeste denken aan deze vorm van verslapping van de skeletspieren. Dat zijn de spieren die vastzitten aan je botten. Je kunt je voorstellen dat je compleet instort of uit elkaar valt als die spieren verslappen.

Je kunt de slapte ervaren als een lichte zwakheid (zoals slapheid bij hals of knieën, verzwakte gezichtsspieren of onvermogen om duidelijk te praten) tot volledige lichaamsinstorting. Dat laatste leek bij P aan de hand. Opmerkelijk vond ik dat hij altijd bij bewustzijn bleef. In dat opzicht leek het dus (inderdaad) niet op epilepsie.

De aanvallen duren meestal enige seconden tot enkele minuten, in enkele zeldzame gevallen kan het uren duren. De aanvallen kunnen worden uitgelokt door intense emoties, zoals lachen, schrik, boosheid en opwinding.

Kataplexie is een bekend verschijnsel bij narcolepsie als iemand spontaan in slaap valt en neerstort terwijl hij bijvoorbeeld in de rij staat te wachten. De schrik is doorgaans groter voor de omgeving dan voor de persoon zelf. 

Opkomende maan

Deze foto maakte ik bij Bochum, een industrieplaatsje onder de rook van Duisburg. Opeens zag ik de maan opkomen boven het geboomte en het struikgewas.
Opkomende maan, of….

Maar was het de maan wel. Dat leek me sterk. Ik liep naar boven vanwege de steile helling, vanwege mijn toegenomen leeftijd en mijn psychische gesteldheid (‘ik wind me nergens meer over op, dus ik ga niet zwoegen’).

Ondertussen bedacht ik dat de maan in Nederland niet vol was, en dus waarschijnlijk in Duitsland ook niet. Dus het moest iets anders zijn.

Het was ook iets anders. Het was de sterrenwacht van Bochum. 

Gedragsproblemen bij kinderen (3)

Waar kun je aan denken bij het gedrag van deze kinderen (vroeger samengevat als antisociaal, of als ODD).

Verschijningsvormen

  • Pest, bedreigt, intimideert
  • Lokt vechtpartijen uit
  • wapengebruik (pubers)
  • mensen mishandeling
  • dieren mishandeling (vaak begint het zelfs bij dierenmishandeling)
  • beroving
  • heeft iemand tot seksuele contact gedwongen
  • opzettelijke brandstichting
  • opzettelijke vernieling
  • liegen en doelbewust misleiden
  • diefstal als ‘hobby’, vorm van spanning zoeken
  • komt ’s avonds later thuis dan toegestaan
  • is ten minste tweemaal van huis weggelopen en ’s nachts weggebleven (of eenmaal gedurende een langere periode)
  • spijbelt vaak

Zijn en ook factoren die het kind beschermen of van het verkeerde pad af te helpen?

  • Veilige gehechtheid,
  • hoog IQ,
  • gemakkelijk temperament,
  • hoog niveau van moreel redeneren

Goede opvoedingsvaardigheden ouders

Sterke etnische identiteit: ik mag er zijn, welke ‘kleur’ ik ook heb.

Positieve rolmodellen (zoals de leerkracht op school)

 Sociale vrienden

Goed functioneren op school

Algemeen: succeservaringen

Voor 9 euro met de trein

De Duitse Spoorwegen munten uit door een ondoorzichtig tariefsysteem. Het hangt er maar net vanaf op welke tijd je reist. 

Zo kostte vanmorgen een enkeltje van Düsseldorf naar Koblenz tussen 9 en 10 uur in de regionale trein 30,20 euro, in de IC (de snelle luxe trein) 17,90 en in de nog meer luxe Eurocity 21,90 euro. Naarmate de bezettingsgraad daalt daalt ook de prijs.

Vertragingen bij DB

Daar staat tegenover dat een dagretour met de regionale trein vaak weer goedkoper is. In regionale treinen kun je vaak gebruik maken van dagkaarten. Een dagkaart in het NRW gebied (Nordrheinland-Westfalen) is vaak net zo duur als een enkeltje. Alleen reis je er kriskras een gebied door dat nog groter is dan Nederland. Maar dat kaartje is weer niet geldig in de snelle treinen.

Overigens: de regionale treinen zijn vaak te vergelijken met de Intercity’s in Nederland. Ze stoppen op een beperkt aantal stations. De echte stoptreinen zijn de treinen van de S-Bahn.

Regionale trein van Aken naar Dortmund in Viersen

Maar nu de praktijk. De Duitse Spoorwegen hebben te maken met erg veel storingen als gevolg van achterstallig onderhoud. Net zoals in Frankrijk is (te) veel geld naar de paradepaardjes van de Hoge Snelheidstreinen gegaan. Het gevolg is dat bijna standaard de helft of meer van de treinen te laat is. En reken daarbij niet op een paar minuten (waarbij Nederlanders al staan te mopperen), de vertragingen kunnen ook oplopen tot enkele uren.

En nu heeft de landelijke overheid aangekondigd dat er in de zomer een treinkaartje komt dat een maand lang geldig is in alle regionale treinen en dat voor die hele maand 9 euro kost.

De Deutsche Bahn maakt zich grote zorgen. Dit aanbod gaat leiden tot een massale toestroom op de toch al overvolle regionale treinen.

Wij gaan deze zomer weer naar Duitsland, met fiets en trein. Maar ik vraag me af of ik zo blij moet zijn met dit aanbod. Regelmatig zullen we met onze fietsen de trein niet in kunnen komen....