Procrastinatie (3)

Kinge Siljee heeft een organisatie opgericht die studenten helpt om beter te presteren. De organisatie heet: Studiemeesters. In de Volkskrant van 14 april 2018 vertelt ze over haar ervaringen met studenten.

1. De behandeling van uitstelgedrag is eigenlijk Cold Turkey. De prikkels uit je omgeving die afleiden moeten weggefilterd worden. Dat is in deze tijd vooral: social media. Er is zelfs een programma dat Cold Turkey heet. Als je dat op je laptop hebt geïnstalleerd blokkeert het alle websites die je voor je studie niet nodig hebt.

2. Het tweede is dat je de telefoon niet meer op je bureau hebt liggen. Dat ding moet een paar uur onbereikbaar zijn, zodat je lekker door kunt studeren.

Nu studeerde ik in een tijd dat er helemaal geen laptop en telefoon waren. Toch vertoonde ik uitstelgedrag. Dat zat bijvoorbeeld zo: ik had een kamer zonder verwarming. Dat was goedkoper. Dus stapte ik iedere morgen op mijn Benzo (terug) fiets naar de universiteit. Daar beklom ik de lift naar de zevende verdieping. Dat was de studiezaal en de bibliotheek van de faculteit geografie. Ik leek aan de studie, maar was voornamelijk geïnteresseerd in atlassen... Na anderhalf jaar op deze manier studeren was ik mijn studiebeurs kwijt...

3. Het derde punt dat de Studiemeesters noemen is dat je privé en studie uit elkaar moet houden. De plek waar je je ontspant moet niet dezelfde plek zijn als waar je studeert. Dat lijkt me voor studenten wat ingewikkeld. De studentenkamers die ik ken zijn zowel werkplek als ruimte om te ontspannen en ook de plek waar je gaat slapen. Maar het scheelt mogelijk toch al wel als je die plekken een beetje afbakent: niet slapen achter je bureau en niet studeren in bed. Moet mogelijk zijn.

4. Het vierde punt is het inbouwen van routines. Hoe meer vaste patronen, des te minder moeite om discipline op te brengen. Bijvoorbeeld door af te spreken dat je om half negen zit te studeren, om tien uur koffie met krant, van half elf tot twaalf uur weer studeren, dan broodje mee en even naar buiten (weer of geen weer). Die discipline kan aanzienlijk helpen bij het verhogen van de studieresultaten.

"Stel niet uit tot morgen wat je ook overmorgen nog kunt doen" (Twents gezegde).
Advertenties

Vakantie 2009

In 2009 fietsten we voor de eerste keer langs de Elbe. We startten in Tsjechië en fietsten naar Pirna, 20 kilometer te zuiden van Dresden. 

In Pirna huurden we een huisje vlak aan de Elbe. Pirna wilde ik (weer) een keer bezoeken omdat de Nazi’s hier zijn begonnen met de uitroeiing van gehandicapten. In de DDR-tijd was er geen aandacht voor deze geschiedenis. Maar inmiddels was er een museum ingericht boordevol informatie over hoe de medewerkers en inwoners van de stad stapsgewijs ‘klaar werden gemaakt’ om gehandicapten en psychiatrische patiënten te vergassen.

Vanuit Pirna fietsten we door de wijde omgeving. Als we het gemakkelijk wilden houden fietsten we langs de Elbe. De Elberadweg is de drukst bereden fietsroute van Europa, maar omdat de lengte meer dan duizend kilometer is worden de fietsers behoorlijk verdund.

Hadden we energie genoeg om te klimmen (als het niet te warm was), dan gingen we de heuvels in. En dan was het af en toe pittig klimmen.

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, hoeveel kilometer fietsen jullie in jullie vakanties?" Welnu: in de jaren '70 reden we op onze degelijke Gazelles met drie versnellingen tegen de 2000 kilometer per vakantie (van drie weken). De langste afstand was een rit vanuit Harwich via het Lake District naar John o'Groats (bij de Orkney eilanden in Schotland). Toen fietsten we bijna iedere dag meer dan 100 km. Tegenwoordig maken we geen trektochten meer. We huren twee weken een vakantieadres en fietsen dan zo'n 1000 kilometer...

Procrastinatie (2)

Eén van de meest kwetsbare groepen op het gebied van uitstelgedrag zijn studenten. Bij studenten heet dat SOGGEN: Studie Ontwijkend Gedrag vertonen.

Ik ken enkele zeer intelligente mensen die op kousenvoeten het VWO haalden en die vervolgens in hun propedeuse zakten. Ze kregen de boel niet georganiseerd. En naarmate je meer achter gaat lopen wordt de berg waar je overheen moet klimmen groter.

1. Opmerkelijk is dat slimme studenten extra risico lopen. Eén van de factoren bij die slimme studenten is dat ze niet geleerd hebben om stevig te studeren. Ze hebben geleerd dat ze ook wel hun toetsen haalden als ze de week voor de toets even de stof gingen zitten te bestuderen. Als je met twee uur studeren per dag je VWO met glans kon halen is het even wennen als je nu opeens drie boeken van duizend bladzijden tot je moet nemen. Dat lukt niet in de laatste week.

2. Bovendien zijn er nog veel andere dingen: je bent voor het eerst op kamers en er is een leuke studentenvereniging. Student Peter komt ‘even’ langs en blijft tot twee uur ’s nachts kletsen. Weer een dag niet gestudeerd. Peter trouwens ook niet. Hij stelde zijn studie uit door ‘even’ langs te gaan.

3. Een andere groep studenten zijn de studenten die juist te bang zijn dat ze het niet gaan halen. Ze moeten een tentamen doen, maar vinden dat ze de stof nog niet goed onder de knie hebben. Dus stellen ze de tentamendatum uit.

4. De laatste groep studenten zijn zij die aan een studie zijn begonnen, maar nu twijfelen of ze de goede keuze hebben gemaakt. In mijn studietijd (dat is een halve eeuw geleden) viel in het eerste jaar de helft van de studenten af, omdat ze zich bij psychologie toch wel iets anders hadden voorgesteld dan blokken voor statistiek en het in je hoofd stampen van theoretische onderzoeksresultaten.

Maar: valt er nog iets te doen aan uitstelgedrag? Is het een kwestie van nature of van nurture? Zit het in de mens, of kunnen we onszelf trainen?

Vakantie 2008

In 2008 hadden we een gebroken vakantie. De eerste week waren we in Lübeck, de tweede week in Kopenhagen.

De bedoeling was om vanuit Lübeck de boot te nemen naar Malmö en dan over te steken naar de Deense hoofdstad. Maar in de eerste week van onze vakantie overleed Tineke’s moeder. Dus gingen we terug naar Nederland en daarna alsnog weer met de (nacht)trein naar Kopenhagen. We hadden een appartement gehuurd met uitzicht op de Oostzee. 

In 1974 waren we door Denemarken gefietst, maar we vonden het allemaal wat teveel van hetzelfde. Nu waren we op het eiland Sjaelland. Daar is wat meer te beleven. Bovendien kun je ook gemakkelijk de oversteek naar Zweden maken.

De stad Kopenhagen is een prachtige en afwisselende stad. Veel water, veel historie, mooie parken en paleizen, maar ook indrukwekkende architectuur uit de 19e en 20e eeuw.

Kopenhagen is vooral een echte fietsstad, zelfs als het regent. En zonder al die turborijders van andere Europese hoofdsteden. We voelden ons er prima thuis…

Kwetsbare zorgverlener

Anneke wilde graag de deur uit. Ze had dagelijks aanvaringen met haar moeder. En destijds was de enige manier om jong de deur uit te gaan: ga in de zorg werken.

Zo kwam Anneke terecht in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Inas of Mulo-diploma en 16 jaar en zeven maanden. En dan in de personeelsflat op het terrein.

De instelling was net nieuw. Alles moest van de grond af worden opgebouwd. De wanden waren kaal, er was standaard-meubilair, er was weinig speelgoed. De ‘zusters’ liepen in uniform met opvallend korte rokjes. Een (destijds) moderne uitvoering van de kindertehuizen in het Oostblok.  Eén maal in de vier weken was er een week cursus in het kader van de Z-opleiding.

In de zorg voor de kwetsbare kinderen (bijna alle opgenomen mensen waren jong) kon Anneke zichzelf goed kwijt. Ze was een ‘gever’. Met dat kunnen ‘geven’ voelde ze zichzelf een stuk beter.

Het contact met haar ouders stond op een laag pitje. Alle tijd en energie ging zitten in het werk, de nieuwe omgeving en de studie.

Het was lastiger voor Anneke om te ‘ontvangen’.  Het bleek ook lastig om in een team te functioneren. Anneke draaide haar beste diensten als ze alleen werkte. “Geen pottenkijkers om me heen” zoals ze het noemde. Het alleen staan was ontzettend hard werken. Maar als ze alleen stond op een groep van acht kinderen had ze het gevoel dat ze onmisbaar was. Het verlichtte de innerlijke pijn van het zich niet geaccepteerd voelen.

Op zo’n manier werken kun je een tijd volhouden, maar niet je hele leven. Anneke raakte overspannen. Haar Z-diploma had ze niet gehaald. Ze was boos op haar collega’s en op de instelling. Iedereen had het fout gedaan.

Na een tijdje kon Anneke terecht op een andere instelling. Deze keer een woning met volwassen mannen. Dat was een overblijfsel van de katholieke achtergrond van de instelling. Gemengd zou tot ongewenste seksuele contacten leiden. Dat de mannen regelmatig aan elkaar zaten werd niet gesignaleerd of ontkend.

Opnieuw had Anneke het gevoel dat ze er toe deed. Zie je wel: dat het fout was gegaan lag toch echt aan de vorige instelling. Daar hadden ze niet ingezien hoe goed ze in haar werk was. Anneke haalde haar Z-diploma. En daarna ging het weer mis. Opnieuw vanwege conflicten binnen het team.

Hoe was Anneke als zorgverlener? Ze had hart voor de bewoners. Haar zwakke plek was dat ze zorgde vanuit een tekort. Wat ze thuis niet had ervaren wilde ze compenseren in de zorg voor kwetsbare mensen. Dat maakte Anneke kwetsbaar.

In de relatie met collega's liep het voor haar moeizaam. Anneke kon prima werken met mensen die afhankelijk van haar zijn. Dan kon ze bepalen en daarmee voelde ze zich ook onmisbaar. Maar het werken met gelijkwaardige collega's is voor haar veel ingewikkelder. Ze zag deze collega's teveel als concurrenten. Eigenlijk was ze nog niet aan 'samen' toe.

Vakantie 2007

Vroeger was dit gebied voor ons als fietsers onbereikbaar. We kregen geen visum om op de fiets de DDR te doorkruisen.

Nu waren we met vakantie aan de Duitse oostzeekust. Stralsund is een indrukwekkende Hanzestad, boordevol ‘Backsteingothik’. De stad was nog volop in restauratie, na het verval in de DDR-tijd.

Tegenover Stralsund ligt het enorme eiland Rügen, waar we ook heel wat kilometers op de fiets hebben afgelegd.

Sociaal denken (4)

Wat maakt dat intelligente kinderen toch onderpresteren op school? Daar zijn veel verklaringen voor bedacht. Bekend is het idee dat dat afhaken een  gevolg is van het onderwijssysteem. Intelligente kinderen worden niet voldoende geprikkeld. Ze ervaren de lessen als saai, ze ervaren geen uitdaging en haken af.

Volgens Michelle Garcia Winner zou de sleutel wel eens kunnen liggen in de ontwikkeling van de Theory of Mind en alles wat daarmee samenhangt. Zij meent dat het afhaken meer een gevolg is van een meer beperkte sociale intelligentie dan van hoogbegaafdheid.

Meetinstrument

Ze ontwikkelde een meetinstrument (ST-Scp) om de ontwikkeling van de sociale intelligentie in kaart te brengen. Vanuit de gehandicaptenzorg kijkend denk ik dat er veel meer items te bedenken zijn die vooraf gaan aan en differentiëren op dit schema van Winner. Maar haar onderzoek richt zich dan ook met name op kinderen in de leeftijd van de basisschool: van de oudere peuter tot aan de overgang maar het voortgezet onderwijs. Winner noemt in haar onderzoek de volgende items:

 1 = Initiëren van communicatie in onbekende of meer stressvolle sociaal-communicatieve contexten. Het kind sluit zich niet af maar gaat actief op zoek naar ‘sociaal gezelschap’.

2 = Luisteren met de oren, maar ook met de ogen en de hersenen : Luisteren is meer dan het verwerken van taal: het gaat er ook om hoe we non-verbale communicatie-aanwijzingen synchroniseren. Pas als we dat adequaat kunnen doen zijn we in staat om onze communicatie goed af te stemmen op de ander.

3 = Voorspellen uit de context: het vermogen uit de taal en uit non-verbale  contextuele signalen te voorspellen wat er gaat gebeuren (mamma dekt nu de tafel, dus we gaan zo meteen eten; de juf doet het boek dicht, dus we gaan zo iets anders doen, de tandarts komt met het spiegeltje, dus ik moet mijn mond open doen).

4 = Vanuit diverse perspectieven betekenis kunnen verlenen: wat denk ik, wat denkt de ander, hoe denken we samen? Dit item is grotendeels gerelateerd op de Theory of Mind. Perspectief nemen is niet één ding, maar veel gebeurt tegelijkertijd, inclusief het kunnen waarnemen van de gedachten en emoties van jezelf en anderen, fysieke intenties, op taal gebaseerde intenties, voorkennis en ervaringen, overtuigingsystemen en persoonlijkheid. Individuen moeten de bovenstaande informatie opnemen en snel kunnen toepassen.

5 = Het grote plaatje kunnen ‘maken’ (een Gestalt) : grotendeels gerelateerd aan de centrale coherentie en de executieve functies. Het is acht uur, dus ik moet de spullen in mijn tas doen en zorgen dat ik klaar ben om naar school te gaan (niet alleen als gewoonte, als patroon, maar ook in afwijkende situaties).

6 = Om kunnen gaan met beeldspraak en humor: o.a. kunnen begrijpen dat een woord in een andere context een andere betekenis kan hebben. 

 Training

Michelle Garcia Winner ontwikkelde een ook methode (Social Thinking) om kinderen te trainen in het ontwikkelen van deze vaardigheden. Bijvoorbeeld door de ‘leugentjes van Piaget’ te oefenen met de kinderen: hoe houd je iemand voor de gek? Wanneer mag dat wel, wanneer kan dat niet?

Het bleek dat een deel van de kinderen trainbaar was en ook op langere termijn baat had bij deze oefeningen. In de klas werden ze steeds meer open, omdat ze andere kinderen beter begrepen. Dat kwam ook hun leerprestaties ten goede.

Winner zag echter ook dat er kinderen waren die de oefeningen niet oppikten. Wat haar verbaasde was dat veel van deze kinderen dezelfde diagnose hadden gekregen (bijvoorbeeld een stoornis binnen het autistisch spectrum). Wat maakte dat kinderen met dezelfde diagnose zo verschillend reageerden op de training?

Op basis van deze uitkomsten stelde Winner dat je groepen kinderen binnen de training (en liefst ook in het schoolsysteem) niet moet samenstellen op basis van een DSM-diagnose (de autistengroep), maar op basis van het niveau van Social Thinking.