Wie is de begeleider (1) ?

Er wordt in de zorg veel aandacht besteed aan de cliënt. Wat is er met hem aan de hand? Waarom heeft hij zorg nodig?

Een thema dat veel minder in de belangstelling staat is de persoon van de begeleider. Wat zijn de omstandigheden waar hij of zij in moet werken? Hoe is de kwaliteit van de organisatie waarin die begeleider werkt?

Die geringe aandacht is niet terecht. Het zijn de begeleiders die dag-in, dag-uit met complex gedrag te maken hebben. Wat maakt dat ze soms minder goed in staat zijn om hun werk goed uit te voeren? En kan de organisatie dan iets betekenen om de kwaliteit van zorg te verbeteren?

Eén van de uitgangspunten voor goede zorg is dat een organisatie goed moet zorgen voor de medewerkers. En met dat zorgen bedoel ik dan niet 'pamperen', maar er zorg voor dragen dat medewerkers goed gereedschap hebben om hun werk uit te kunnen voeren.

Persoon van de begeleider

Daarnaast is er de persoon van de begeleider. Wat maakt dat de ene begeleider beter met de ene cliënt uit de voeten kan en de andere medewerker beter met de andere cliënt? Dat heeft (heb ik elders geschreven) o.a. met de eigen hechtingsstijl van de begeleider te maken. Op basis van ons levensverhaal hebben we allemaal onze eigen voorkeuren en allergiën ontwikkeld. Maar er is ook een verband tussen hechting en EQ. Dat thema loopt door deze serie heen.

Oud verhaal

Wat ik ga schrijven is op basis van een oud verhaal: ik schreef het namelijk ruim 10 jaar geleden op basis van een aantal lezingen tijdens het congres ‘Met het oog op behandeling’ (Utrecht, 1 november 2007). Voor een ander deel is het gebaseerd op eigen ervaringen in het werk met mensen met een verstandelijke beperking.

Je bedreigd voelen

Wanneer begeleiders zich bedreigd voelen door het gedrag van hun cliënten, is de kans dat behandelafspraken goed worden uitgevoerd aanzienlijk kleiner. Je kunt je voorstellen dat iemand die zich bedreigd voelt voor veiligheid kiest en bepaalde contacten liever uit de weg gaat.

Teams verschillen echter in de manier waarop en de mate waarin ze omstandigheden als stressvol ervaren. Binnen het ene team praat men betrekkelijk luchtig over een ernstig incident, terwijl binnen een ander team een op het oog klein incident veel aandacht vraagt. Dit is nóg sterker het geval als we naar de individuele verschillen kijken.

Burn-out en agressie

Gerits, Derksen en Verbruggen (2004) hebben onderzoek gedaan naar het verband tussen emotionele intelligentie en burn-out bij begeleiders die werken met cliënten met ernstig probleemgedrag.

Is het waar dat mensen bij heftige agressie en incidenten eerder een burn-out oplopen. Het ingewikkelde is dat dat verband niet zo rechtstreeks is. Het is niet zo dat medewerkers op woningen met veel agressie om psychische redenen eerder in de ziektewet belanden dan andere medewerkers. Binnen één woning, met dezelfde faciliteiten en dezelfde ondersteuning zie je aanmerkelijke verschillen in de reactie van medewerkers.

Gerits, Derksen en Verbruggen constateerden dat agressie zeker een belastende factor is binnen het werk. Maar het enkele feit dat een cliënt agressief kan zijn is niet dé reden waarom mensen zich langdurig ziek melden. Ze koppelden het ziekteverzuim tevens aan de ‘emotionele intelligentie’ van de persoon. Die emotionele intelligentie vormt een belangrijke factor bij de vraag naar de verhouding tussen draagkracht en draaglast.

Lang niet alleen agressie

In het voorbeeld van Gerits, Derksen en Verbruggen ging het over agressie. Maar er bestaat veel meer belastend gedrag. In het verleden heb ik op twee instellingen onderzoek kunnen doen naar de vraag welk gedrag als belastend wordt ervaren. En dan blijkt in de eerste plaats dat er grote verschillen zijn tussen medewerkers in de vraag welk gedrag ze als belastend ervaren. In de tweede plaats valt op dat agressie lang niet altijd zo hoog op de stress-ladder staat. Zo wordt het voortdurend ‘claimen’ van begeleiding soms als duidelijk meer belastend ervaren.

Advertenties

Magneetstrip

De kilometerteller van mijn fiets deed het niet meer. De gegevens werden wel weergegeven, maar er werd niet meer geteld. De oorzaak zou een defecte magneet kunnen zijn.

Magneet vervangen. Er gebeurde niets. Teller vervangen. Nog steeds gebeurde er niets.

Volgende teller. Die telde netjes de kilometers en opeens stopte hij. Geen bericht was geen goed bericht.

Dit was toch wel erg ingewikkeld. De fietsenmaker wist het ook niet. Toen vroeg ik het aan iemand met verstand van magnetische velden en andere ongemakken. Hij vroeg: “Komt u wel eens bij Albert Heijn.” Jawel, daar kom ik wel eens. Het hangt van de bonusaanbiedingen af.

Hij sprak en zeide: “Daar zit een magnetisch veld onder de grond waardoor de winkelkarretjes blokkeren als je ze mee de stad in wilt nemen. Zo’n veld kan ook de magneet van de teller ontregelen.”

Juist dus. En nu? Ja, dat wist de meneer mij ook niet te vertellen. Maar sinds vrijdag doen beide tellers het opeens. Ze sloegen beiden tegelijk aan. Twee tellers tegelijk zijn niet nodig. Dus ik haal er weer eentje af. Maar eerst wil ik zeker weten of ze het beide blijven doen.

Nog een geluk dat ik geen pacemaker heb…

Gary Prouty

Het volgende verhaal is een verkorte versie van een artikel dat ik schreef voor het maandblad 'Klik'. Het is een vervolg op de beide blogs over 'psychose'. Het gaat over een cliënt bij wie ik tien jaar geleden betrokken was en die periodes meemaakte waarbij hij het contact met de werkelijkheid deels kwijt was. De gespreksvorm die heb ik ontleend aan de 'pretherapie' van Gary Prouty, die ik op deze manier heb zien werken.

Muurvast zat Saïd, gevangen in zichzelf. Helemaal verstard op de bank. Alsof hij een standbeeld was geworden. Of ter plekke bevroren. Zijn ogen keken strak naar boven. Hoewel, was het kijken? Je zag alleen nog het oogwit.

Voorzichtig ging ik naast hem zitten. Toen zei ik: “Saïd, Henk zit naast je.” Daarna liet ik bewust een stilte vallen. Door mijn komst was er al genoeg veranderd voor Saïd. Dat moest eerst weer allemaal een plekje voor hem krijgen.

Twee minuten later zei ik: “Saïd zit op de bank en Henk zit naast Saïd”. Het klonk wat kinderachtig. Maar Saïd was teveel ‘weg’ van de wereld. Op zo’n moment moet je je communicatie-niveau verlagen. Ik herhaalde de zin nog een keer.
Even reageerde Saïd op een dichtslaande deur, boven in het huis. Tenminste, dat was mijn interpretatie. Hij knipperde even met zijn ogen. Ik zei: “Saïd hoorde een deur. Saïd zit in de kamer op de bank. Henk zit naast Saïd”.

Een minuut later zei ik weer: “Saïd zit in de kamer op de bank. Henk zit naast Saïd.” Even later slaakte Saïd een zucht. Ik zei: “Saïd zit in de kamer op de bank. Saïd zucht (ik zuchtte ook hoorbaar). Henk zit naast Saïd op de bank.”

Deze manier van begeleiden heb ik ontleend aan Gary Prouty. Zijn ‘pre-therapie’ is bedoeld om het contact met psychotische cliënten te herstellen. Hij noemt deze manier van contact leggen: contactreflecties. Het idee van Prouty is dat psychotische (maar ook dementerende) mensen het contact met de werkelijkheid kwijt zijn geraakt. Op deze manier bouw je heel voorzichtig een bruggetje op. Je stem moet rust uitstralen. Alles moet heel rustig gaan, want bij mensen met een psychose is het in hun hoofd erg ‘druk’.

Zelf is Prouty heel bescheiden over het effect van zijn behandeling. Dat maakt hem, vind ik, extra geloofwaardig. Hij is geen goeroe die zijn eigen therapie verkoopt. De manier van werken lijkt overigens ook breder toepasbaar dan in de psychiatrie en de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Je kunt bijvoorbeeld ook denken aan de zorg voor mensen die dementeren.

Er zijn ook allerlei waarschuwingen op zijn plaats. Je kunt deze methode niet zomaar toepassen omdat jou dat nou eenmaal leuk lijkt. Je kunt er ook behoorlijk de plank mee mis slaan. Iemand kan zich volkomen voor gek gezet voelen als een begeleider op die manier naast hem op de bank gaat zitten.

Ik zou zeggen: “Don’t try this at home!” Maar tegelijk kun je de doelstelling van Prouty in een aantal situaties goed gebruiken. Iemand sluit zich niet af omdat hem dat nu zo leuk lijkt, nee, het is hem allemaal teveel. En dan laat Prouty zien dat je, mits heel gedoseerd, in een aantal situaties tóch het contact kunt herstellen.

En nog een laatste waarschuwing: als je elementen uit deze werkwijze gebruikt, realiseer je dan dat het erg veel van jezelf vraagt. Mijn ervaring is dat je na afloop van zo’n half uurtje contact, waarin ogenschijnlijk bijna niets gebeurt, zelf helemaal ‘leeg’ bent…..

Gent

De Vlamingen lopen qua kennis over autisme en over sociaal-emotionele ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking vóór op de Nederlanders. Dus af en toe neem ik de trein naar Antwerpen of naar Gent om wat bij te tanken.

Het voordeel van een verblijf in Gent is dat je midden in een schitterende historische stad zit. Ooit was Gent één van de rijkste steden van Europa en dat is nog altijd goed te zien in het stadscentrum en langs de Leie.

Gent is iets kleiner dan de stad Utrecht. De historische binnenstad van Gent is zeer bezienswaardig. Er bevinden zich bijna 10.000 historische monumenten (in Utrecht zijn dat er 1400).

Het stadssilhouet ervan wordt gedomineerd door ‘de drie torens’, ook wel de Gentse torenrij genoemd: de 95 meter hoge Belforttoren, de Sint Baafskathedraal en de Sint Niklaaskerk. 

Ben je eenmaal buiten het centrum, dan valt weer op dat de Belgen weinig zorgvuldig omspringen met de omgeving. In de wijken van rond 1900 werden net als in Antwerpen, Brussel en Luik in de jaren ’60 torenhoge kantoren en flatgebouwen neergezet die enorm detoneren in de omgeving. Ook werd er veel ruimte gemaakt voor het autoverkeer. Maar gelukkig lijkt men ook in Gent tot inkeer te komen: er komt meer ruimte voor de fiets, het OV wordt gestimuleerd en enkele van die lelijke betonnen kolossen worden afgebroken.

Boodschap van God?

Zo'n tien jaar geleden organiseerde de Charismatische Werkgemeenschap Nederland een congres met als titel: Onderscheiden wat van God komt. Hoe gaan we in de kerk om met verschijnselen als stemmen en andere bijzondere gewaarwordingen?

Dit thema komt in de hedendaagse psychiatrie nauwelijks meer aan de orde. Tijdens een themadag over ‘stemmen’ was God als ‘bron’ geheel afwezig.

Hoe kun je nu weten of God het is als je stemmen hoort? Vanuit de Bijbel geloven christenen dat God een relatie met ons wil en tot ons wil spreken. Dat kan ook via bijzondere gaven zoals ‘tongentaal’, ingevingen (profetieën) of verschijningen. En hoe zit het met het uitdrijven van demonen?

Rooms-Katholieke Kerk

In de Rooms-Katholieke Kerk is onderzoek gedaan naar de verhalen over verschijningen van Maria. Veruit de meeste verschijningen worden na onderzoek gezien als persoonlijke ervaringen zonder verdere diepte, maar in een half procent van de verhalen moesten de onderzoekers tot de conclusie komen dat er sprake was geweest van een feitelijke gebeurtenis. Dus toch: het kan een bijzondere openbaring zijn.

Lichamelijke verschijnselen

En hoe zit het dan met lichamelijke verschijnselen? Ik heb ooit gezien in een dienst van een Pinkstergroep dat iemand ging slaan met de armen, schokken met de schouders en ging rollen over de grond. Maar datzelfde heb ik ook wel eens gezien in mijn ‘seculiere’ werk. Ik verklaarde dit verschijnsel als een uiting van dissociatie, passend bij een posttraumatische stressstoornis. Of heb ik iets over het hoofd gezien? Was God daar dan aan het werk?

Context

Ingrid Molensky, een vrouwelijke predikant binnen de Amerikaanse pinkstergemeenten, meent dat veel van deze ervaringen contextgebonden zijn. Ze worden opgeroepen door opzwepende muziek of door heftige preken.

Mijn persoonlijke indruk is dat er nogal wat mensen zijn die melden een boodschap te hebben ontvangen van God omdat ze zich daarmee ‘gezien’ voelen. Ze hebben een grote behoefte aan erkenning. Misschien is het gemis van erkenning door de eigen ouders dan soms de drijfveer om je door God wél gezien te voelen en gebruikt te worden als Zijn instrument.

Maar daarmee heb ik niet alles gezegd. Het kan volgens mij wel degelijk zo zijn dat God een persoonlijke boodschap aan mensen geeft.

Criteria

Volgens de benedictijner monnik Joannes Touw zijn criteria die de echtheid van de boodschap bepalen o.a.:

  • de nederigheid van de ontvanger (je zou kunnen zeggen: hij is zelf bedremmeld dat hij een boodschap heeft ontvangen),
  • de onbevangenheid (er klinkt iets van verbazing in door),
  • het ontbreken van angst voor wat er gebeurd is,
  • de vraag of de boodschap passend wordt gebracht binnen de context van de geloofsgemeenschap
  • de vraag of de boodschap ons dichter bij God brengt

Onder de in onze samenleving hoog in aanzien staande ‘rede’ ligt een diepere laag van gevoelens. Ze worden aangesproken door de gaven van de Geest. Op die manier wordt het verstand tot rust gebracht. Dat geloof maakt ook ziekte en ongeluk begrijpelijk, maar geeft ook de mogelijkheid om te ontsnappen aan de onberekenbaarheid van het menselijk lijden en de dreiging van chaos (psycholoog Huub Beijers).

Graanbuurt

Sinds 1970 maken wij gezamenlijke fietstochten. Dan raak je op elkaar ingesteld. Je weet ook waar de stopplaatsen zijn. Voor Tineke zijn dat de plekken waar bramen geplukt kunnen worden én tweedehands-zaken.

Vorige week was het weer zo ver. Na een week van allerlei werkzaamheden stapten we op zaterdag op de fiets. En zo belandden we in het landelijk gelegen Giessenburg, een dorp in de Alblasserwaard aan de oevers van de Giessen.

Bijna was de rust in dit dorp verstoord door de komst van de Betuwelijn, maar dit goederenspoor gaat met een lange tunnel onder de Giessen door.

Even buiten Giessenburg vind je de Graanschuur. Je weet niet wat je ziet. Een oude bedrijfslocatie is tot aan de nok gevuld met drie verdiepingen aan ‘meuk’ en boven in bevindt zich ook nog een meukmuseum.

Maar dat niet alleen: allerlei andere gebouwen zijn gevuld met alweer meuk, met honderden metalen hekken, klokken en straatlantaarns en tientallen oude paneeldeuren voor de verkoop.

Daarnaast zijn er tal van winkels met brocante (een soort nep-antiek, in België ‘bric á brac’), kleding, kaarsen, bloempotten, theekopjes en WC brillen.

Er is zelfs zogenaamd het oude centrum van Giessenburg nagebouwd, zodat je overdekt kunt winkelen in een variant op Batavia Stad. Je kunt er ook Italiaans eten.

Er zijn zo’n 25 winkels, allemaal op zondag gesloten, want dit is de Bible Belt. Helaas trekt zo’n verzameling winkels nogal wat autoverkeer aan op de smalle dijkweg lang de Giessen.

Wij komen er weer goedkoop vanaf, want op de fiets kun je bijna niets meenemen…

Munchhausen bij Proxy (?)

Over dit syndroom heb ik al vaker geschreven. Vorige week zag ik weer een onthutsende situatie op televisie. Bij het syndroom (dat totnutoe alleen bij vrouwen wordt beschreven) beweert de persoon in kwestie dat haar kinderen ernstig ziek zijn, of als variant dat ze zelf ernstig ziek is. Er is echter geen medisch bewijs.

Mary is een gescheiden moeder van twee jongens van 12 en 10 jaar oud. De jongens krijgen zware medicijnen (waaronder prednison) vanwege astma en allerlei allergieën. Mary meent dat haar ex niet goed voor de beide jongens kan zorgen, omdat hij ‘slordig’ is in het toedienen van medicatie.

Mary is naar eigen zeggen de afgelopen jaren drie maal behandeld vanwege kanker. Ze heeft veel foto’s op Facebook gedeeld omdat ze kaal werd door de bestraling. Daarbij was een opvallend bijkomend verschijnsel dat ze haar beide zoons kaal schoor.

Tijdens het gesprek met Mary blijkt dat ze zichzelf heeft kaalgeschoren. Er is geen bewijs dat er bij haar sprake is van kanker. Ze corrigeert haar verhaal door te zeggen dat het een ‘voorstadium’ was en dat ze de tweede keer een zware chemokuur en bestralingen heeft gehad. De derde keer is nu buiten beeld.

Mary heeft het nummer van een verpleegkundige die haar tijdens de behandelingen heeft bijgestaan. Deze verpleegkundige wordt gebeld en bevestigt het verhaal. De naam van de verpleegkundige kan niet worden geverifieerd. Als het ziekenhuis wordt gebeld blijkt deze verpleegkundige niet te bestaan. Mary had een vriendin (met een andere naam) opgebeld met het verzoek haar ziektegeschiedenis te bevestigen.

En de beide jongens dan? Het hele verhaal rond de medicatie blijkt niet te kloppen. De gegevens van de beide broers lopen door elkaar (de één lijkt de medicatie van de ander te krijgen). Wat bedoeld was als een behandeling voor een noodsituatie blijkt bij de zoons dagelijkse kost te zijn: ze krijgen dag-in, dag-uit zware medicatie zonder dat er een medische noodzaak voor is.

De therapeut vraagt om de stukken van de behandelend artsen. Mary zegt dat ze niets op eigen houtje doet en dat alle medicatie is voorgeschreven door de artsen. Toch kan ze geen enkel recept en behandelverslag overhandigen. Kennelijk handelt Mary op eigen houtje. Ondertussen verwijt ze haar ex dat deze slordig is in het toedienen van medicatie en dat het daarom niet verantwoord is dat de jongens een bezoekregeling bij hun vader hebben.

De therapeut: “Zo lang u doorgaat met het dramatiseren van uw eigen situatie en zolang u op die manier in het centrum van de belangstelling wilt blijven staan schaadt dat de opvoeding. En zo lang u uw beide zoons als pionnen gebruikt in het steekspel met uw ex schaadt dat hun geestelijke groei.”

Hoe lang kan dit doorgaan? Het wordt tijd dat er een onafhankelijk onderzoek vanuit Jeugdzorg komt naar het handelen en de psychische toestand van deze moeder...