Dolen over Tholen

Na de verbouwing moest Tineke nodig uitgelaten worden. Anders werd ze te stoffig. Huiskater Ringo liep ook al steeds te niesen vanwege het stof.
Vanuit Bergen op Zoom via Tholen naar Goes

Op de fiets ben ik de Padvinder. Maar uiteraard wel door de ogen van Tineke. Deze keer kozen we een voor haar onbekende bestemming: het voormalige eiland Tholen. Dat ligt namelijk aan een doodlopende weg. Je komt er niet vanzelf door, onderweg naar een andere bestemming. Je moet er speciaal naar toe.

Sint Annaland, het enige dorp aan de noordelijke kustlijn van Tholen

We kozen comfortabel op de trein en stapten in het legendarische Bergen op Zoom (‘houdt u vroom, stut de Spaanse scharen‘) op de Batavussen Dinsdag. Eerst over de hooggelegen bosrijke Brabantse Wal naar Vossemeer. Deze wal vormde een natuurlijke bescherming tegen de zee.

Daarna over de noordelijke brug bij Vossemeer naar voorheen het eiland Tholen.

Dorpskerk van Scherpenisse. De toren begon tijdens de bouw te verzakken, het restant wordt gestut door massieve steunberen

Net als Zuid-Beveland bestaat Tholen uit een reeks aan aaneengeschakelde polders die stapsgewijs op de zee herwonnen werden. Er is vooral landbouw (graan, aardappels, maar ook opvallend veel zomerbloemen), maar weinig veeteelt. De polders zijn groter en daardoor minder knus) dan op Zuid-Beveland. Daar staat tegenover dat Tholen een aantal prachtige stadjes heeft (die echter nooit stadsrechten hebben gekregen).

Het buitendijkse haventje van Gorishoek met de veerboot Frisia 2

Het voormalige eiland Tholen is bijna net zo groot als Texel, maar er zijn weinig schapen en geen duinen. Daardoor zijn er wel weer veel meer havens en haventjes, die een enorme aantrekkingskracht blijken te hebben op Duitse en Belgische eigenaren van luxe jachten. Ook zijn er veel meer kerken, want veel inwoners van Tholen zijn op zondag gewend om twee keer naar de kerk te gaan.

Onderweg naar Yerseke op de Oosterschelde

Een fietsrondje Tholen is 60 kilometer lang, maar zoals gebruikelijk koos ik een andere route. We bezochten Sint Annaland, Stavenisse, Sint-Maartensdijk en Scherpenisse en fietsten in Gorishoek bijna de Oosterschelde in. Gelukkig lag de veerpont Frisia 2 klaar om ons naar Yerseke te brengen. Daar eten ze veel mosselen, maar daar waag ik me niet aan.

In de avondlucht en in het avondlicht reden we vervolgens via Kapelle en Kloetinge naar Goes, waar we een ijsje en de trein namen. De fietsteller had er 80 kilometer bij opgeteld. 

Het stroomt nog steeds over bij Willem Engel

Afgelopen vrijdag verzorgde het duo Jeroen Pols en Willem Engel weer een presentatie voor het gezamenlijke Nederlandse volk. Ze waren het weer roerend met elkaar eens. Het was - zoals gebruikelijk - een monoloog die gehouden werd door twee personen. 

Willem Engel meent dat hij goed op de hoogte is. Het is nog steeds hoog water in de buurt van Nijmegen en de Betuwe. En daar zit volgens hem een politiek spelletje achter. “Want als het ergens hoog water is, dan zet je de sluizen open, zodat het water weg kan vloeien.”

Engel vervolgt: “Hoe kan het dat het daar nog steeds hoog water is? En als het het komend weekend weer slecht weer is, dan hoop ik dat alles mensen de sluizen open gaan zetten, desnoods met vereende krachten, zodat het water weg kan vloeien.

Ik heb nog steeds het gevoel dat die overstromingen in scene zijn gezet als afleidingsmanoeuvre en om politiek gewin te scoren.”

Ik dacht eerst dat iemand een fake-filmpje had zitten opnemen, een soort van Nieuwspaal. Hoe kun je nu denken dat er geen hoog water zal zijn als je de sluizen maar open zet? Zo dom zal Willem Engel toch niet zijn met zijn B-opleiding?

Voetveer naar Wamel aan de Waal (veerstoep Tiel)

De stad Nijmegen ligt aan de Waal. Ik fietste dinsdag langs die rivier. Ik ben geen enkele sluis tegen gekomen. Misschien heb ik niet opgelet. Maar ik vermoed eerder dat Willem Engel niet heeft opgelet. Niet op school en in zijn latere leven ook niet. Er zit namelijk geen enkele sluis in de Waal.

Dan de Maas. Ja, de Maas is een gekanaliseerde rivier. Ik ben dinsdag ook langs de Maas gefietst. Het was vóór de sluizen bij Ravenstein en ná die sluizen hoog water op de Maas. Die sluizen zijn er o.a. voor bedoeld om de waterstanden te reguleren. Dat deden ze keurig. Zouden de sluizen bij Ravenstein helemaal worden open gezet, dan was de omgeving van Cuyck verlost van het hoge water, maar dan zou de Bommelerwaard het zwaar te verduren hebben. Wat de sluizen deden was: het water zó doseren dat het redelijk gelijkmatig af kon vloeien.

Maas bij Ravenstein

Maar Willem Engel pleit er nu dus voor om als het weer regent de sluizen bij Ravenstein met vereende krachten open te trekken. Misschien denkt hij aan de handbediende sluis in zijn eigen woonomgeving, maar dit zijn joekels van sluizen die je met geen 100.000 PK handmatig open kunt trekken.

Maar zou Valkenburg niet zijn overstroomd als de sluizen in de Geul waren open gezet? De sluis in Valkenburg werd ooit aangelegd om twee Valkenburgse watermolens aan te drijven. Maar wie die sluis kent weet dat hij totaal ongeschikt is om grote hoeveelheden water tegen te houden. Door het sterke verval stroomt het water al heel snel over de sluis heen.

Willem Engel kwam al eerder op Twitter en tijdens een persconferentie zonder pers met dit verhaal naar buiten. Ik dacht dat hij inmiddels begrepen had dat zijn stelling voorbarig was. Niet dus: hij leert niets bij, er is kennelijk geen sprake van voortschrijdend inzicht.

Dat zie je ook als je zijn tijdlijn volgt. Wat Willem Engel eenmaal in zijn hoofd heeft laat hij niet varen - om het bij het water te houden - als er nieuwe inzichten komen. Ook niet als het totaal niet zijn vakgebied is, zoals de weg-en waterbouw. Een duidelijk gevalletje van inflexibilitas mentis. 

Het Dunning Kruger Effect

Opeens zie je op tal van corona-sceptische sites en Twitter-accounts het Dunning-Krüger Effect verschijnen. Ik heb niet de indruk dat elke schrijver weet waar het over gaat. Maar het staat mooi als je het even kunt noemen. 

Het Peter Principe verklaart waarom leidinggevenden soms incompetent zijn: ze promoveren tot een niveau dat ze niet aan kunnen en dan gaat het mis (zie het blog van woensdag).

Justin Kruger en David Dunning gingen in op het vervolg. Dan ben je topmanager, maar je baan blijkt te hoog gegrepen. Ermee stoppen zou falen betekenen. Wat moet je dan?

Incompetent is overschatten

Een bekend coping-mechanisme is dat je vindt dat je uitstekend geschikt bent. De anderen zien het verkeerd. Uit het onderzoek van Dunning en Krüger blijkt dat het de incompetente mensen zijn die de neiging hebben hun eigen competenties te overschatten. Ze hebben de neiging om (te) positief naar zichzelf te kijken, maar ook om op allerlei plekken te etaleren hoe goed ze zijn. Dat verklaart ook waarom ze na ontslag op allerlei manieren proberen om o.a. via de rechter alsnog hun gelijk te halen.

In drie punten:

Incompetente managers:

  1. overschatten de mate waarin zijzelf over bepaalde vaardigheden beschikken
  2. ze herkennen die vaardigheden niet in anderen
  3. ze hebben geen besef van de ernstige mate waarin zij tekortschieten.

Narcisme en feedback

Kruger en Dunning voegen er nog aan toe dat nogal wat van deze incompetente managers narcistische trekken hebben. Narcistische mensen hebben weinig inzicht in hun eigen functioneren: de fout ligt bij de ander.

Een gevolg daarvan is ook nog eens dat ze weinig open staan voor feedback. Als een medewerker hen aanspreekt is hun vraag waar die medewerker zich mee bemoeit. Zegt een collega manager iets, dan voelt dat aan als een narcistische krenking en zet de manager de hakken in het zand. Er is altijd wel iemand te vinden die het fout heeft gedaan. Het ligt in ieder geval niet aan henzelf.

Competent is onderschatten

Het wonderlijke is daarnaast dat competente personen de neiging hebben tot het onderschatten van hun kennis en vaardigheden. Ze hebben de neiging om anderen hoger in te schatten dan henzelf. Ze gaan- juist in de samenwerking met minder competente mensen – extra twijfelen aan zichzelf.

Dit bracht Bertrand Russell tot de volgende uitspraak: "In de wereld van vandaag lopen de domkoppen over van zelfverzekerdheid, terwijl de slimmeriken een en al twijfel zijn."

Deze onjuiste zelfbeoordeling van competenties werd in studies over management bekend als het Dunning-Kruger-effect.

Niet (in)zien wat er aan de hand is

Eigenlijk stellen Dunning en Kruger dat je van incompetente managers vaak niet kunt verwachten dat ze tot de juiste oplossingen kunnen komen. Er moet bijvoorbeeld een reorganisatie worden doorgevoerd waarbij zo’n manager een sleutelrol vervult. Dat wordt een moeizaam proces, omdat de manager alleen al weinig inzicht heeft in de manier waarop hij (of zij) zelf functioneert binnen de organisatie. Hoe kan die persoon dan anderen beoordelen op hun kwaliteiten binnen het proces van verandering?

Een incompetent iemand weet niet alleen niet dat hij of zij incompetent is, maar doordat de persoon incompetent is, zal hij of zij de neiging hebben om te volharden in het ontkennen van de incompetentie. Het is deze ongezonde afweer waardoor er zelden verbeteringen zijn te verwachten.

Er zijn dan ook tal van leidinggevenden die helemaal de zin niet inzien van een training. Het ligt immers allemaal niet aan hen. Mediation of training wijzen ze om die reden af. Ze functioneren prima en hebben dus ook geen begeleiding nodig. Als de zaken er zo voorstaan weet je aan de hand van de theorie van Dunning en Kruger eigenlijk wel hoe de zaken er voor staan.

Ondertussen schreef wiskundige Pepijn van Erp op zijn weblog van eergisteren het volgende over het Dunning-Kruger-effect:

Er is voldoende reden om aan te nemen dat er een Dunning-Kruger-effect bestaat. Het is echter lang niet zo sterk als velen lijken te geloven en een extreme mismatch tussen competentie en zelfbeeld komt voor bij slechts een kleine groep mensen. Bovendien is het niet zo eenvoudig om ‘buiten het laboratorium’ aan te tonen, het is alleen betrouwbaar te meten in grote groepen en vereist een subtiel instrument voor zelfevaluatie.

Volgens mij kun je pas van een echt Dunning-Kruger-effect spreken als deelnemers in principe hetzelfde waarheidsbegrip hebben. De deelnemers die niet geslaagd zijn voor hun rijexamen zijn het misschien niet helemaal eens met de beoordeling van hun rijvaardigheid, maar ze zullen waarschijnlijk niet denken dat het is toegestaan ​​om door te rijden voor een rood stoplicht. Met gevoel voor humor ligt het iets gecompliceerder.

In de praktijk is het gemakkelijk om dingen te interpreteren als een Dunning-Kruger-effect. 

Het oneens zijn met de gevestigde wetenschap kan voortkomen uit een gebrek aan begrip van de materie, maar kan ook een ideologische basis hebben. Als anti-vaxxers in een studie beweren meer over vaccinaties te weten dan erkende deskundigen, lijkt me dit geen goed voorbeeld van het effect. In dat geval komt iets als motiverend redeneren om de hoek kijken. Als ze beweren het beter te weten dan virologen, is dat waarschijnlijker omdat ze expertise in de eerste plaats op een andere schaal meten, en dat ze experts als opzettelijke leugenaars in dienst van BigPharma zien en hen daarom niet als onafhankelijke experts accepteren. 

Maar ik kan het helemaal mis hebben - beweren dat ik het Dunning-Kruger-effect grondig begrijp, is natuurlijk vragen om problemen.

Muurschildering

Er wordt veel 'afgegeven' op de zogenaamde Plattenbau in de voormalige DDR. Wat veel mensen niet weten is dat dit een Nederlandse uitvinding is. 

In de DDR waren – nog méér dan in het westen van Duitsland – steden gebombardeerd. Bovendien waren er miljoenen Duitsers uit Polen en de grensstreken van Tsjecho-Slowakije verdreven. Al die mensen hadden onderdak nodig.

Zijgevel van een flat in Alphen aan den Rijn

Er was maar één snelle oplossing: de Plattenbau. Dat was systeembouw, waarbij miljoenen betonnen platen, balken, stalen ramen en deuren volgens een standaard-procedure werden gefabriceerd. Alles was gestandaardiseerd. Betonnen balken waren bijvoorbeeld maar in twee maten verkrijgbaar. De elementen werden naar de bouwplaats vervoerd en daarna in elkaar gezet. Als onderdelen niet leverbaar waren kon het nog wel twee jaar duren voordat de flat werd afgebouwd. Het moest natuurlijk wél in het bureaucratische systeem passen.

Op kleinere schaal gebeurde dat ook in Nederland. Minder gestandaardiseerd, maar wie de hoogbouw uit de jaren ’50 en ’60 uit Nederland bestudeerd ziet daar dezelfde principes terug. Het zijn gehorige en tochtige flats. Ze worden in onze tijd óf afgebroken óf gerenoveerd.

Op de foto zie je een gerenoveerde flat in Alphen aan den Rijn. Om het heel visueel wat aantrekkelijker te maken heb je meteen een mooi doorkijkje op het Groene Hart...

Borderline en leeftijd

Als mensen ouder worden, worden ze dan ook ongelukkiger? Tegenwoordig is meten weten en dus is er ook een schaal ontworpen die meet hoe gelukkig we zijn: de HR-QoL. Dat betekent: Health Related Quality of Life. 

De mens slijt. Sommige mensen hebben bij het ouder worden steeds meer vervangende onderdelen nodig: een bril (loerprothese), een gehoorapparaat, een kunstgebit of een kunstheup. Maar wat betekent dat voor de mentale gezondheid?

Mentale kwaliteit van leven

Bij de mentale aspecten van de kwaliteit van leven gaat het om thema’s zoals:

  • Lichaamsbeeld en uiterlijk
  • Negatieve gevoelens
  • Positieve gevoelens
  • Gevoel van eigenwaarde
  • Denkvermogen, leervermogen, geheugen en concentratie

En wat blijkt? Ouderen ervaren doorgaans een duidelijk betere mentale kwaliteit van leven dan jongere volwassen. Je hoeft niet meer zo bezig te zijn met de vraag hoe je er uit ziet. Dat scheelt al veel tijd. Daarnaast hoeft er ook niet zoveel meer, je mag meer zijn en je hoeft minder te presteren. Oftewel: ouder worden is zo gek nog niet. Je denkvermogen gaat achteruit, dat kan wat lastig zijn, maar je hoeft ook minder snel.

Fysieke kwaliteit van leven

Iets anders is de fysieke Quality of Life: die wordt inderdaad als lager ervaren. Je fietst geen 250 kilometer meer op een dag, je hebt sneller last van je knie en veel mensen krijgen er een paar pilletjes bij. Maar het hoeft ook allemaal niet zo, dus je emotionele kwaliteit van leven lijdt er niet onder. Sterker nog: veel ouderen melden dat ze zich prettiger voelen.

Borderline

Maar hoe zit het bij mensen met een borderline-persoonlijkheidsstoornis? Bij heb gaat de ervaren kwaliteit van leven juist achteruit. Een vrouw die altijd in het centrum van de belangstelling stond omdat ze zo’n knappe verschijning was kan het niet verkroppen dat ze steeds vaker genegeerd wordt. De applaus-machine dooft uit en dat is onverdraaglijk.

Verklaringen: mentaal

Een verklaring die hiervoor wordt gegeven is de volgende: “Aangezien een tekort aan emotionele copingvaardigheden een van de kernsymptomen is van borderline persoonlijkheidsstoornis, is het denkbaar dat oudere volwassenen met borderline persoonlijkheidskenmerken niet profiteren van de groei in emotionele vaardigheden die anderen bij het ouder worden wél ervaren.”

Er kan ook in meespelen dat mensen met borderline vaak meer ellende meemaken in hun leven. Ze hebben vaker dan anderen te maken met o.a. ernstige conflicten, echtscheiding, en andere life-events. Als je daarbij bedenkt dat een veilige hechting de kans op het oplopen van ernstige trauma’s vermindert kun je je ook voorstellen dat een onveilige hechting de intensiteit van die trauma’s juist uitvergroot (naar mijn mening is borderline voor een deel te verklaren uit onveilige hechting).

Verklaringen: fysiek

Maar ook de ervaren fysieke kwaliteit van leven gaat meer dan bij anderen achteruit. Het kan zijn omdat mensen met borderline ook vaker lijken te roken of overmatig alcohol en medicatie lijken te nemen. Dat verzacht de pijn, maar het is niet gezond: je wordt sneller oud. Het zou ook zo kunnen zijn dat ouderen met borderline-kenmerken meer moeite hebben met de fysieke verschijnselen van het ouder-worden. Ze willen dat alle onderdelen van het lichaam nog goed functioneren en kunnen maar niet wennen aan een pijntje hier, een ongemakje daar en een leesbril op de neus.

Naarmate mensen ouder worden, worden ze niet ook ‘vanzelf’ milder. De problematiek kan zelfs scherper naar voren komen. Mede daarom is kennis van psychopathologische processen in de ouderenzorg gewenst. De borderline-problematiek speelt in alle fasen van het leven. Indien onbehandeld speelt ze ook een grote (negatieve) rol bij de emotionele en lichamelijke functioneren van ouderen.

L.Botter e.a.: Impact of Borderline trait disorders in the association between age and mental health related Quality of Life. In Euraopen Psychiatry, Cambride University Press, 26 april 2021. 

Niet de pot op

In ons huis is sinds maandag een verbouwing aan de gang. Het toilet wordt vervangen. En daarmee meteen maar het kamertje waar de WC zich in 1990 metterwoon heeft gevestigd.

Tineke vindt dit eigenlijk maar een saai huis. Er kan niet genoeg verbouwd worden. Toch weet ze nog af en toe iets te bedenken. Zoals deze week de WC.

De pot is verdwenen

Een prangende vraag is: hoe reageert Henk op zo’n verbouwing? Tot hem dringen veranderingen maar langzaam door. De kans is dan ook groot dat hij ’s nachts de verkeerde deur in loopt en in een pot gaat staan plassen terwijl die pot verdwenen is.

Trouwens: het gevaar is nóg groter. Aangezien ik heb afgeleerd om staande te plassen ga ik dus zitten op een pot die er niet meer staat. Of op een slijptol.

Gelukkig hoef ik het niet tegen een boom te doen. Dat doen de honden al vele malen per dag voor ons huis. En ook niet in een tijdelijk toilet (‘WC’tje) dat op het grasveld staat.

We hebben in ons huis de luxe van drie toiletten. Hoe dat zo is ontstaan begrijp ik zelf ook niet. Er blijven nu dus twee toiletten over ter ontlasting van dit tijdelijke ongemak. Ik moet alleen even voldoende alert zijn om ze te kunnen vinden. 

Je levensverhaal schrijven

Stel je voor dat je een levensverhaal zou gaan schrijven. Hoe zou je moeten beginnen?

Uiteindelijk beginnen de meeste mensen met het begin van hun leven. Of ze beginnen nog vóór hun leven, met een bijdrage over hun ouders of grootouders. De meeste mensen beseffen dat ze niet uit de lucht zijn komen vallen. Dat gebeurt in de praktijk zelden.

Geboortehuis met kerk

Het probleem van dat deel van je leven is dat je dat zelf niet bewust hebt meegemaakt, ook al zijn er mensen die precies schijnen te weten hoe hun bevalling is geweest. Ik kan het me niet herinneren. Ook niet dat mijn wiegje in Waardhuizen (Noord-Brabant) heeft gestaan. Dat weet ik pas sinds een paar maanden. Op mijn 70e is mij dat geopenbaard door iemand die ook in Waardhuizen woonde.

Zo zie je maar weer: de problemen over de voorgeschiedenis begonnen al vroeg. In mijn geval is de onduidelijkheid ontstaan doordat ik geboren werd toen mijn ouders net zouden verhuizen of net waren verhuisd. Dat was ik vergeten om bij hen te checken. Ze zijn overleden, dus ik kan het niet bij hen navragen. En mijn jongere broer weet wel veel, maar hij was er in dit geval niet bij.

Tegenwoordig word je als baby van alle kanten in kleur, op foto en op film vastgelegd. Maar ik kom uit de tijd dat een fototoestel nog een zeldzaam voorwerp was. Evenals de auto trouwens. Ik ben op de fiets geboren. Van mijn vroege jeugd is een enkele foto beschikbaar. Plus een paar foto’s die door een echte fotograaf zijn gemaakt. Aan die foto’s heb je dus ook niet veel.

Nu heeft mijn moeder wel een dagboek bij gehouden. Dat biedt een bron aan informatie. Daar moet ik nodig een keer in gaan lezen. Wie werd waar geboren en hoe werd hij door wie genoemd, en wat er verder volgt. Ik heb meer informatie beschikbaar dan de man die hier net even in huis was. Hij zei: “Over mijn jeugd weet ik niks. Daar hebben ze mij nooit niks over verteld.”

Hoe zou die man zijn levensverhaal op moeten schrijven? Een suggestie in het boek ‘Je levensverhaal schrijven’ is: ga eens een kwartier zitten en schrijf alle herinneringen op die je op dat moment tegen komt.

Dat die herinneringen gekleurd zijn geeft niets. Het gaat om de persoonlijke herinneringen. Die zijn per definitie subjectief, ook al denken sommige mensen dat ze objectief zijn.

De volgende stap is dat je dat kwartier aan herinneringen op een tijdsbalk legt. Je probeert er een chronologische volgorde in aan te brengen. Daarmee heb je de eerste kapstokken voor je levensverhaal. Wie er zin in heeft mag er vandaag al mee beginnen. 

Hoogwaterfietsen

Gisteren was ik een 'ramptoerist'.  Ik heb namelijk langs de grote rivieren gefietst. Daar stond het water erg hoog. Maar het werd geen ramp, dus ik heb geen hulpverleners in de weg gelopen.
Van Gorkum via Nijmegen naar Den Bosch

Ik startte de tocht in Hardinxveld. Daar zie je de splitsing tussen de Boven-Merwede en de Nieuwe Merwede. Daarna fietste ik vanaf Gorkum tot Tiel in de buurt van de Linge. Dat is nu een nietig riviertje, maar het kon in het verleden smerige streken uithalen.

Hoogwater in de Maas bij Lith

Via de Waaldijk kwam ik in Nijmegen uit. De waterstand viel mee: de Waalkade bleef droog. Vervolgens stoomde de Batavus Dinsdag op deze dinsdag door naar de Maas bij Ravenstein. Hoewel de Maas door stuwen in toom wordt gehouden was het waterpeil daar écht hoog. Dat leverde mooie plaatjes op.

Voorbij Lith had ik een prachtig zicht op het vele water met tegen de achtergrond de ondergaande zon. De foto maakte ik met mijn telefoon, dus van matige kwaliteit.

De fietstocht eindigde in de buitenwijken van Den Bosch waar ik verstrikt raakte in onmogelijk onlogische woonerven. De teller had er 145 fietskilometers bij opgeteld. 

Dromen van machteloosheid

‘Het was weer een bloedbad vannacht’, verzucht de 84-jarige oud-militair. Dit slaat op zijn dromen, nachtmerries dikwijls, waarin hij zijn diensttijd, meer dan 40 jaar geleden, opnieuw beleeft. Het gebeurt niet elke nacht, maar wel een paar keer per week (uit het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde).

Al sinds die oorlogstijd sliep hij onrustig; zijn vrouw werd er wakker van als hij met armen en benen sloeg. De laatste jaren, nu hij wegens rugklachten zijn werk had moeten staken, is het veel erger geworden. ‘Wij slapen niet meer bij elkaar, ik ben mijn vrouw een paar keer naar de strot gevlogen,’ zo legt hij uit. Hij slaapt slecht in: ‘Het is dat ik niet durf te slapen, bang voor lawaai, dat je aangeschoten wordt.’ Dit gaat over de gevechtshandelingen die hij meemaakte. ‘De ergste dingen waren niet de acties, maar dat je bijvoorbeeld alleen in een putje zat, er niet uit kon en anderen om je heen omkwamen.’

Dit existentiële-stress-syndroom is een overblijfsel van extreem bedreigende situaties waarin men zich machteloos voelde. Mensen die concentratiekampen meemaakten, tonen vaak een dergelijk beeld. Juist bij het ouder worden gaan de gruwelijke herinneringen meer dan voorheen kwellen. Verminderde weerstand, lichamelijke kwalen, sociale neergang, isolement en teleurstelling over het leven spelen een rol. Het wezenlijke van die droom is de herbeleving van al die ellende, vooral in de nachtelijke uren.” Tot zover dat artikel uit het NTG.

De ex-militair is niet de enige. Veel ouderen kunnen vertellen van enge dromen waarin gebeurtenissen uit het verleden herbeleefd worden. Mijn grootvader (hij was politiek gijzelaar in kamp Beekvliet in Sint Michielsgestel) sloeg af en toe mijn oma het bed uit. Dan was hij weer in gevecht geraakt met de Duitsers.

Machteloosheid

Het schijnt daarbij vooral te gaan over het thema ‘machteloosheid’. Mijn vroegere hoogleraar theoretische pedagogiek dr. J.W. van Hulst vertelde in een interview (hij was toen 102 jaar) hoe hij regelmatig droomde over de Joodse kinderen die niet bevrijd hadden kunnen worden. je zou denken: hij heeft met zijn medewerkers maar liefst 600 kinderen uit de handen van de Duitsers weten te houden. Maar waar droomde hij van? Van de kinderen bij wie dat niet gelukt was. Het thema machteloosheid…

Van een hoogbejaarde man hoorde ik hoe hij (‘niet elke nacht, maar wel vaak’) droomde van de situatie waarin hij – alleen- met een legertruck met voedsel in de blubber op Sumatra vast was komen te zitten, terwijl Indische verzetsstrijders naar hem op zoek waren. Er waren inmiddels tal van zijn kameraden omgekomen. Het was nacht en hij kon niemand bereiken om om hulp te vragen. Opnieuw het thema machteloosheid.

Een andere man vertelde tijdens een bezoek hoe hij vaak ’s nachts wakker werd en riep om zijn dochtertje. Dat dochtertje was na de bevalling overleden, zijn vrouw had de baby niet gezien, hij slechts enkele seconden. Ze hadden nooit afscheid kunnen nemen.

De meeste ouderen vertellen dat deze dromen vooral optraden nadat ze met pensioen waren gegaan. Dus als de drukte verdwijnt komen de thema's naar boven die alsnog verwerkt moeten worden. Ze hebben liggen te sluimeren, maar ze waren als een onderhuidse veenbrand, wachtend op het moment om via de doom tot het bewuste door te dringen. 

Knooppunt 1

Het was een hele klus geweest. De accu’s van de nieuwe E-Bikes waren voor 100% opgeladen. Hoewel de fietsen nieuw waren was ook de reparatiedoos gecontroleerd en daar waar nodig ververst. 

Miep had zich ingespannen om lekkere hapjes en drankjes voor onderweg te regelen. Een tomaatje hier, een paprikaatje daar, de komkommer was gesneden en Piet zou straks ongetwijfeld zeggen: ‘ik ben toch geen konijn?’ Maar je moest tegenwoordig gezond leven. Dan waren er ook nog de bammetjes. Met koek en ei erbij, want tussen Miep en Piet was het al vijftig jaar koek en ei. Tenslotte was Wodan in de auto gezet. De naam klinkt groter dan de hond zelf: Wodan paste gewoon in het mandje achterop de E-bike. Als hij daar eenmaal inzat had je er geen omkijken naar.

Daar gingen ze. Op naar Knooppunt 1. Je moest met het fietsen immers bij het begin beginnen. Eerst maar eens zoeken naar een parkeerplaats. Die was in de buurt van Knooppunt 1. Helaas: betaald parkeren. Piet stelde voor om buiten de stad te parkeren, maar hoe vond je dan Knooppunt 1 terug? Na enige gekibbel besloten ze de gemeente maar te spekken en betaald te parkeren. Ze hadden immers verder alle proviand bij zich? Die kosten spaarden ze dan weer uit…

De fietsen werden afgeladen. Piet liep alles nog eens langs en er leek niets spaak te lopen. De tassen met proviand werden aan de bagagedrager geladen. En Wodan werd in zijn mandje gezet. Achterop bij Mien, was als Piet zijn been over de bagagedrager zwaaide zwaaide hij Wodan de bagagedrager af.

Daar gingen ze: op naar Knooppunt 1. Dat lag aan een drukke kruising met veel kruisend verkeer. Gelukkig wisten ze heelhuids over te steken. Maar eenmaal aan de overkant sloeg de twijfel toe. Waar moesten ze nu heen? ‘Piet, wat is het volgende nummer?’ Het was niet logisch, dat wist Piet nog wel, maar het nummer wist hij niet meer. Ach ja, dat geheugen, dat werd er niet beter op in de loop der jaren. Vroeger wist hij alle telefoonnummers uit zijn hoofd, nu alleen nog maar de voetbaluitslagen. Het volgende nummer.

Piet had de nummers op een briefje geschreven, maar dat kon hij niet lezen. En zijn leesbril lag nog in de auto. Gelukkig had Mien wel de leesbril mee. Om hen heen werd meerdere malen gerinkeld met fietsbellen, want Piet en Mien stonden wat in de weg. Maar het ging er nu om om het goede nummer te achterhalen. Nummer 52 moest het zijn. Dat sloeg natuurlijk ook nergens op. Sloegen ze nummers twee tot vijftig over? Maar waar was dan nummer 51? Dat moest op de paal bij nummer 1 staan. Nee, daar stond niets. Het stond aan de overkant van de kruising. Wéér moesten ze die gevaarlijke kruising over. En ja hoor, nummer 51 was rechtdoor. Ze hadden dus al in de goede richting gezeten. Dat moet je ook maar net weten. Weer terug, over de gevaarlijke kruising met veel kruisend verkeer. Piet en Mien waren voor geen kleintje vervaard, ze bulldozerden zichzelf met hun volle gewicht een weg door het verkeer.

Toen riep Mien: ‘Piet, waar is je korte broek?’ ‘Die heb ik niet aangetrokken’ zei Piet, ‘moest dat dan?’ ‘Je gaat toch niet in een lange broek fietsen?’ zei Mien. ‘Wat is daar dan mis aan?’ vroeg Piet. ‘Moet ik weer naar huis om een korte broek aan te trekken? ‘En ben je wel ingesmeerd?’ ‘Nee’ zei Piet, ‘moet dat dan? De zon schijnt niet eens!’ ‘Je moet toch smeren, Piet, anders verbrand je en dat moeten we niet hebben. Je weet wat er van kan komen met al die schroeiplekken op je huid’. ‘Dat zal zo’n vaart niet lopen’ zei Piet, ‘die paar jaar dat ik nog te leven heb’.

Ze waren nu 500 meter verder. Na een paar keer schuiven had Mien de goede zit op het zadel gevonden. Tijd om vaart te maken. Piet voorop. Hij was vroeger Padvinder geweest, dus nu moest hij het pad weer zien te vinden. Ze namen de bocht op de plek waar Johannes Vermeer zijn schilderij ‘Gezicht op Delft’ had geschilderd. Precies om de hoek lag een terras aan het water. ‘Wat een mooi plekkie, Piet!’ riep Mien. Ik heb geen koffie mee, we kunnen hier wel even gaan zitten. Eerlijk gezegd was Piet wel aan koffie toe. Ze installeerden zich op de boot die als terras voor het plaatselijke restaurant diende. Tijd voor koffie. En natuurlijk iets lekkers erbij want het was een beetje feest vandaag. De nieuwe E-bikes werden ingewijd. Ondertussen kreeg Wodan een bak met water en wat lekkere hapklare brokken.

Een tweede kop koffie ging er ook wel in. Maar toen begon het te druppelen. En steeds harder te druppelen. ‘Piet, voel jij wat ik voel?’ vroeg Mien. ‘Het regent’ zei Piet. Piet was van alle techniek voorzien en zag dat de buienradar rood kleurde, inclusief onweer. En als er iets was waar Mien bang voor was (behalve voor muizen en voor de tandarts) dan was het onweer. ‘Gauw naar de auto!’ beval ze Piet. Hij kon nog net de rekening betalen. Daarna scheurden ze op hoge snelheid naar de parkeerplaats, een kilometer verderop. ‘Goed dat we een E-bike hebben, anders waren we veel te lang onderweg, riep Mien. Mien dook gauw in de auto en Wodan werd door Piet snel uit zijn ketenen bevrijd.

Daarna zette Piet de nieuwe fietsen weer op de fietsendrager. Dan hoefde hij dat straks niet meer te doen. Even later hij kletsnat in de auto. 'Die zonnebrand was ook niet nodig' zei Piet. 'De zon heb ik niet gezien'. ‘Het was een mooi plekje aan het water’ zei Mien. ‘En weet je, ik heb nog je bammetjes bij me. Wil je die nu? We zitten nu toch lekker droog’.