Munchhausen bij Proxy (2)

Mishandelende ouders: ze komen helaas maar al te vaak voor. Maar wat beweegt een ouder om een kind ziek te maken of te houden? 

Plegers kunnen uiteenlopende motieven hebben om een ziekte bij een ander te verzinnen of veroorzaken.

  1. Het komt voor dat plegers extreem bang zijn om hun kind te verliezen, waardoor ze symptomen en signalen overdrijven. Op die manier blijft het kind onder de permanente aandacht van artsen.
Na de geboorte van haar zoon adviseert de verloskundige de ouders om het kind te laten onderzoeken. Er zijn symptomen die kunnen wijzen om problemen met het hartje. Inderdaad blijkt het jongetje een lichte ruis bij het hart te hebben. Volgens de kinderarts groeien de meeste kinderen daar wel overheen. Maar bij de moeder slaat het bericht in als een bom. Bij elk verdacht geluid wordt de huisarts gebeld. Als peuter wordt het zoontje voortdurend in de gaten gehouden. De moeder is altijd bang dat hem iets zal overkomen. 

2. Plegers willen gezien en erkend worden. Met de zorg voor hun kind hopen ze zelf ook aandacht te krijgen. Bijvoorbeeld door het medeleven vanuit hun omgeving hoe moeilijk het is om een ernstig ziek kind te hebben. Er zijn ook plegers die contacten in het medische circuit erg waarderen.

3. Door de ziekte van het kind kunnen plegers een nauwe verzorgende rol in het leven van het kind houden. Het ‘loslaten’ wordt uitgesteld, de symbiose wordt via de ziekte in stand gehouden.

4. Soms kan het plegers ook financiële of materiële voordelen opleveren, doordat het kind ziek is. Zo kan het PGB-geld een betaalde baan binnenshuis opleveren. Ook kan een verbouwing worden gefinancierd vanuit geld van de gemeete.

Eén van de kinderen in het gezin de Vries heeft een hartafwijking. De artsen achten de afwijking niet levensbedreigend, maar mevrouw de Vries neemt haar eigen maatregelen. Er wordt een rolstoel aangeschaft. Ze verbiedt haar zoon om te lopen, want elke lichamelijke inspanning moet worden vermeden. Als de zoon op 12-jarige leeftijd wordt onderzocht constateren de cardioloog en de kinderarts dat de jongen grotendeels over de hartafwijking heen is gegroeid. Mevrouw de Vries is woedend. Ze verbreekt het contact met de specialisten die immers het leven van haar zoon in gevaar brengen. Het leven van mevrouw de Vries bestaat voor een groot deel uit de zorg voor haar zoon. Zelfs het huis is op kosten van de gemeente aangepast. Ze heeft er kennelijk ook veel belang bij om de situatie zo te houden zoals hij is. Een deel van haar identiteit ontleent ze aan de zorg voor haar zoon. 

Sponsored Post Learn from the experts: Create a successful blog with our brand new courseThe WordPress.com Blog

Are you new to blogging, and do you want step-by-step guidance on how to publish and grow your blog? Learn more about our new Blogging for Beginners course and get 50% off through December 10th.

WordPress.com is excited to announce our newest offering: a course just for beginning bloggers where you’ll learn everything you need to know about blogging from the most trusted experts in the industry. We have helped millions of blogs get up and running, we know what works, and we want you to to know everything we know. This course provides all the fundamental skills and inspiration you need to get your blog started, an interactive community forum, and content updated annually.

Stevensweert

Vandaag precies twee jaar geleden bevond ik mij in Stevensweert. Dat was in de tijd dat ik mij nog vrij door Nederland kon bewegen en op tijd ergens een toilet kon bezoeken. 

Het valt me op dat veel mensen in Delft niet weten waar Stevensweert ligt. En misschien geldt dat ook wel voor inwoners van Pijnacker of Hilversum. Ze gokken dat het in Limburg is, maar ze weten het niet. Ze denken dan natuurlijk aan Weert. Ze wisten het dus niet en toch hadden ze gelijk: Stevensweert ligt in de provincie Limburg. Het is de enige provincie die geen commissaris van de Koning kent, maar een Gouverneur.

In Stevensweert had ik altijd al een kijkje willen nemen. Voor cartografen is het namelijk een bijzonder plaatsje. Nu ben ik geen cartograaf, maar ik heb ook wel iets met kaarten. Misschien wordt er na mijn overlijden wel een bericht in de krant gezet: ‘In plaats van kaarten’. Dat scheelt weer postzegels. Maar dat terzijde. Ik dwaal weer teveel af.

Stadsplein van Stevensweert met links de Protestantse Kerk en rechts de Roomks-Katholieke Kerk en in het midden het voormalige stadhuis

Stevensweert is een dorp in de vorm van een stad. Dat maakt de plaats dus bijzonder. Je hebt steden in de vorm van een dorp (Eindhoven en Tilburg), maar er zijn eigenlijk geen dorpen in de vorm van een stad. Hoe dat zo gekomen is, daarvoor moet je in de geschiedenis duiken. Er werd namelijk nogal geknokt om het bezit van Stevensweert. Het dorp was sinds 1253 in bezit van aanhangers van Real Madrid. Maar die voelden in de 17e eeuw politieke nattigheid en dat was niet omdat de Maas weer eens buiten zijn oevers was getreden. Het kwam door de naderende noorderlingen.

Blik op het stadsplein in oostelijke richting

Daarom besloot de Spaanse veldheer Francisco de Moncada na overleg met zijn vrouw (die hem de baas was) om het dorp tot vestingstad om te bouwen, compleet met een aarden vestingwal met zeven bastions en vijf ravelijnen. Kom daar tegenwoordig maar eens om. Dat hebben zelfs Lelystad en Heerhugowaard niet.

Tegenwoordig is de omgeving van Stevensweert heel erg in de war. Eerst was het water dat langs de plaats liep de Maas, toen werd parallel het Julianakanaal gegraven en kwam Stevensweert tussen twee wateren te liggen. Daarna werd er ook nog massaal land ontgrind met als gevolg dat je altijd een brug moet nemen om er te komen.

De inwoners schijnen er niet onder te lijden. Ze zagen er in 2019 in ieder geval nog redelijk gelukkig uit. Er wonen 1600 mensen in Stevensweert. Ze kunnen kiezen uit twee kerken en twee brievenbussen. 

Munchhausen bij Proxy (1)

Vorige week schreef ik een serie over het Syndroom van Munchhausen. Veel ernstiger dat dat (lastige) syndroom is het Munchhausen by Proxy-syndroom. Het blijkt zeer tot de verbeelding te spreken. Hoe kan het bestaan dat ouders hun kind doelbewust ziek maken. Gelukkig komt het in de xtreme vorm bijna nooit voor. 

Kenmerkend voor het Münchhausen-by-proxysyndroom is dat de plegers bij een kind fysieke of psychische signalen of symptomen voorwenden. Ze vertellen aan de huisarts dat hun kind elke nacht extreem hoge koortsen heeft of elke nacht heftige angstdromen heeft. Vaak blazen ze een klein symptoom extreem groot op. Bij de ernstiger variant maakt de ouder het kind daadwerkelijk ziek.

Het komt regelmatig voor dat plegers anderen misleiden door patiëntdossiers aan te passen, of medisch onderzoek te verstoren, bijvoorbeeld door bloed of suiker aan de urine van een kind toe te voegen. Ook kunnen ze een kind een te hoge dosis medicatie geven, gifstoffen toedienen, uithongeren of verstikken. De verschijnselen alarmeren de dienstdoend arts en deze meent direct maatregelen te moeten nemen. Vaak zijn het juist de verkeerde maatregelen. De ouder wordt ‘beloond’ door bijvoorbeeld de opname van een kind in het ziekenhuis.

Twee vormen

Bij het münchhausen-by-proxysyndroom is sprake van een combinatie van de mishandeling van het kind en de motivatie van de dader:

  • (Abuse by) Pediatric Condition Falsification (PCF): hierbij gaat het om het verzinnen of uitvergroten van psychische of fysieke klachten bij kinderen door de ouder(s).
  • Factitious Disorder Imposed by Another (FDIA): bij deze vorm maakt de ouder het kind actief en doelbewust ziek, bijvoorbeeld door het kind onjuiste medicatie toe te dienen.

Kenmerken van plegers

In bijna alle gevallen is de pleger een moeder met een aanzienlijke medische kennis (moeder was of is bijvoorbeeld doktersassitente of verpleegkundige). Er zijn enkele gevallen bekend waarbij de vader of een oppas kenmerken van dit syndroom vertoonde.

Eén van de eerste kenmerken van Munchhausen by Proxy is dat de ziekte alleen voordoet in aanwezigheid van de persoon zelf. Is het kind in een andere omgeving, met andere mensen om zich heen, dan doet het verschijnsel zich niet voor.

Joyce (5 jaar) heeft volgens haar moeder regelmatig epileptische insulten. De huisarts heeft dit nooit gezien, maar moeder beschrijft exact de symptomen. De huisarts besluit als proef anti-epileptica in te zetten. Deze blijken niet te werken, volgens moeder verergeren de symptomen zich. De huisarts wil de volgende keer graag mey beide ouders spreken. Moeder zegt dat haar man geen tijd heeft vanwege zijn drukke baan. De huisarts adviseert om Joyce ter observatie enekele dagen op te nemen in een observatiecentrum. Moeder gaat akkoord op voorwaarde dat ze Joyce mag bezoeken en naar bed mag brengen. Tijdens het verblijf in de observatie-kliniek ziet niemand epileptische insulten bij Joyce. Moeder neemt drie insulten waar. Volgens haar is het personeel nog niet voldoende in staat om de insulten die Joyce heeft goed te herkennen.

Zowel het feit dat alleen moeder de epileptische insulten ziet als het gegeven dat vader buiten beeld wordt gehouden kunnen wijzen op kenmerken van het Munchhausen-by-Proxy syndroom. Aangevuld kan worden dat moeder een opleiding tot verpleegkundige heeft gevolgd en dat ze erg goed het taalgebruik van de artsen kan overnemen. 

Zen

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, heb jij wel eens bijzondere ervaringen?" Dat zal ik jullie zeggen. Het komt hoogst zelden voor. Mijn ervaringen zijn doorgaans van tamelijk aardse aard en hoedanigheid.

Echter: tien jaar geleden, toen ik rolstoelgebonden was, ontdekte ik opeens dat het stilgezet worden wél kan leiden tot bijzondere ervaringen. Een soort van croma-aanpak. Je moet niet haasten, maar rust nemen.

Daarbij was bijzonder behulpzaam dat ik in het bezit was van twee Duitse krukken. Die werken weer anders dan nederlandse krukken.

Op Qanon-sites lees ik dat dat met frequenties te maken heeft die door de lucht zweven. Die frequenties waren er altijd al, maar het 5 G netwerk probeert die kosmische orde te verstoren door de frequenties te bundelen en op mensen te richten. Bill Gates, Big Pharma en het World Economic Forum werken daar eendrachtig samen aan.

Zo heeft men honderd Amerikaanse mariniers via de 5G frequentie dusdanig in hun denken kunnen veranderen dat ze opeens homo bleken te zijn geworden. Een soort van homo-genezing, maar dan omgekeerd. Ik wist niet dat het kon, maar die sites weten het allemaal heel erg zeker. Zo gaat dat dus. Het doel schijnt te zijn dat de overbevolking tegen moet worden gegaan.

Op de foto zie je hoe ik tien jaar geleden in een Zen-toestand kwam. Het was een bijzondere ervaring. Ik hoorde en zag dingen die me nooit eerder waren opgevallen. Soms moet je daarvoor dus even stilgezet worden...

Afgunst in de zorgrelatie

“Je hebt een mooi beroep”. Dat is vaak wat tegen begeleiders in de zorg wordt gezegd. Maar hoe kijken cliënten aan tegen het beroep van de begeleider?

In de bundeling van zijn columns over het verblijf in een verzorgingshuis (Geen patiënten) beschrijft Jan Hein Donner hoe zijn afhankelijkheid van begeleiders leidt tot allerlei negatieve gevoelens. Je zou het een soort van Calimero-effect kunnen noemen. Zij zijn groot en ik ben klein. Als zij koffiepauze nemen moet ik wachten.

Mensen met een beperking hebben ook hun idealen. Vooral als ze het besef hebben dat ze ‘anders’ zijn kan dat schrijnend zijn. Ze willen normaal zijn, ze willen later een huis, een baan en twee kinderen. Tegelijkertijd ervaren ze dat ze die idealen nauwelijks kunnen bereiken. Het lukt meestal niet om de school af te maken, er moet eindeloos gesolliciteerd worden, de wachtlijst voor een sociale woning is ontzettend lang, relaties lopen steeds weer stuk.

En dan die begeleidster. Ze komt ’s morgens vrolijk fluitend op haar werk (een baan dus) en ze gaat aan het eind van de dienst weer naar huis, naar haar man en naar haar kinderen. Ze is geslaagd in het leven. Als cliënten zich dat bewust zijn kan het leiden tot allerlei vormen van afgunst. 

De meeste vrouwelijke cliënten met een lichte verstandelijke beperking hebben een uitgesproken kinderwens. Toen begeleidster Mirjam zwanger was bleek het contact met één van haar cliënten – Vanessa – veel moeizamer te verlopen. Momenten van betrokkenheid (‘hoe gaat het met je kindje?’) wisselden af met teruggetrokkenheid, maar ook met felle uitbarstingen. “Ik hoop dat je kind dood geboren wordt, dat is dan je eigen schuld!” Zoiets komt ontzettend heftig binnen. Mirjam ervoer deze uitspraak als een vloek over haar kind. Ze ging zelfs denken dat het werkelijk mis zou gaan met de baby.

We hebben over deze situatie gesproken. Mirjam kon wel (aan) voelen dat Vanessa het moeilijk had met deze zwangerschap. Gaandeweg was ze de Mirjam gaan vertrouwen. Soms was er misschien zelfs een teveel aan vriendschap ontstaan. Twee vriendinnen die van alles aan elkaar vertelden. Nu kwam de ongelijkheid van de relatie nadrukkelijker naar voren. Mirjam die in de ogen van van Vanessa alles had wat ze maar wilde: huisje, boompje, beestje en nu zelfs een kind. En de cliënt die steeds meer was gaan ervaren dat ze steeds weer haar doelen te hoog stelde.

Maar daarmee ben je er nog niet. Mirjam had begrip voor de uitspraken van de cliënt. Ze wilde haar er niet op aanspreken, want Vanessa miste immers al zoveel? Dan moest zij maar de sterkere zijn.

Is dat terecht? Moet je als begeleider alles maar ‘over je kant laten gaan?’ Mijn ervaring is dat het steeds maar weer moeten incasseren van pijnlijke opmerkingen op den duur steeds schadelijker wordt, steeds meer belastend. Je denkt een tijd dat je er tegen kunt, maar er kan een moment komen dat er iets ‘knapt’. Schelden doet namelijk wél zeer. En in een relatie doet het extra zeer, zeker als het schelden een persoonlijke kleur heeft en gericht is op één van jouw kwetsbare plekken.

De opmerkingen uit de zorgrelatie halen

In het kader van het mentaliseren hebben we er over gesproken wat de persoonlijke aanvallen van de cliënt voor Mirjam betekenden. We hebben de opmerkingen zoveel mogelijk uit de zorgrelatie  gehaald (‘wat zou je doen als je niet een zorgrelatie had met Vanessa maar als ze bijvoorbeeld je buurvrouw was?). Daarnaast hebben we besproken wat het voor Vanessa zou betekenen als ze op een ‘gelijkwaardige’ manier werd aangesproken op haar gedrag. Het moest geen preek worden, maar een gesprek waarbij de cliënt zelf zou inzien wat haar gedrag betekende.

Vanessa werd in een volgend gesprek erkend in haar gemis. Met die opening kon ze ook toegeven dat ze ‘best wel jaloers’ was. Daarbij kwamen de tranen al snel tevoorschijn. Vervolgens gaf ze aan dat ze ook wel blij was met het kindje dat ging komen.

Maar nu kwam er ook een nieuw dilemma naar voren: ze ging Mirjam drie maanden missen. En dat wilde ze helemaal niet. Toen de kaarten eenmaal op tafel waren geweest waren zowel Mirjam als Vanessa opgelucht. De baby verdween als belast thema van het strijdtoneel.

De prik en Big Brother

Gisteren heb ik veertig kilometer gefietst teneinde 'de prik' te halen. Mijn fiets kreeg desondanks geen lekke band.

Het gebeuren vond plaats in een sporthal. Ik wilde nog even aan de ringen hangen. Dat vond ik vroeger altijd erg leuk, vooral het vogelnestje en andere fysieke ongemakken. Slechts één maal heb ik daarbij mijn pols gebroken.

Maar voor dat soort speelsigheden was geen tijd en plek. Het was dus ook niet de bedoeling. Ik moest me aan de regels en voorschriften houden.

Zo’n procedure lijkt wel wat op het inchecken voor een vliegtuig. Je moet bewijzen dat jij het bent, dat wordt nog twee maal gecontroleerd en daarna krijg je een streepjescode en kun je de douane passeren.

Omdat ik op alle gezondheidsvragen ‘nee’ had geantwoord kon ik snel alle barriëres nemen. Er kwam geen dokter aan te pas. Het was eigenlijk een soort ganzenbord, twee maal zes gooien en dan nog een keer twee maal zes en je bent er al bijna.

Voordat ik het wist was ik bij de prikmevrouw, mevrouw Vampirella Nocturna in Hoogst Eigen Persoon. Daar begon ik mijn broek uit te trekken, maar dat was alweer niet de bedoeling. Ik kreeg de prik in mijn arm.

Vervolgens moest ik een kwartier bewijzen dat ik niet flauw viel of een allergische reactie kreeg. De andere wachtenden zaten allemaal op hun mobieltje te kijken. Kennelijk kijken mensen met het geboortejaar 1950 tijdens het wachten allemaal op hun mobieltje en hebben ze binnenkort allemaal fysio nodig vanwege een stijve nek.

Bij het vertrek uit de sporthal ontdekte ik dat ik gevolgd werd. Dat kan kloppen. Er is nu een chip in mijn lichaam geïmplanteerd. Big Brother is watching me. 

Lege ziekenhuisbedden en arsenica

De man was één van de eersten in Nederland die twee keer corona had gehad.  Maar ze geloofden hem niet.

De eerste keer was het helemaal mis gegaan. Toen hij de huisarts belde vanwege zijn klachten kon hij daar niet terecht. De huisarts zou naar hem toe komen. Maar hij was er zó erg aan toe dat hij per direct naar de huisarts wilde. Dat kon niet.

Nu is er – zo heb ik begrepen – een bepaald protocol voor corona-gerelateerde klachten. Het is niet de bedoeling dat je de wachtkamer en alle medewerkers meteen ook maar besmet. Maar dat wilde de meneer niet horen. Om het met één van de lezers van dit blog te zeggen: “Kennelijk had de meneer geen coronatest nodig, maar een IQ-test”.

De situatie was die dag zó ernstig geworden dat de man bewusteloos was geraakt. Maar gelukkig was daar net toevallig op dat moment een vriendin die net toevallig zijn huissleutel had binnen gekomen en zij had 112 gebeld. 112 kon niet meteen komen want alle bedden in het ziekenhuis waren bezet en ze waren door heel Nederland patiënten aan het bezorgen.

Maar net toevallig kende deze vriendin een bekend longarts en die had naar het ziekenhuis gebeld en dankzij de opgevoerde druk van de kant van deze longarts was de man alsnog opgenomen in het plaatselijke ziekenhuis.

Tot zijn verbazing lag het ziekenhuis helemaal niet vol. Op zijn afdeling van twaalf bedden waren maar vier bedden bezet. En de beide genabuurde afdelingen stonden allebei leeg. Hoezo: vol ziekenhuis? Door deze ervaringen was hem duidelijk geworden dat er helemaal geen groot probleem was met corona.

Een paar maanden later kreeg de man weer corona. De huisarts geloofde hem niet. Corona kreeg je maar één keer. Wéér kon hij niet terecht bij de huisarts. Ik dacht: dan moet hij maar zijn vriendin bellen, die kent net toevallig een landelijk bekend longarts. Dat helpt misschien.

Gelukkig had de meneer inmiddels via internet zelftesten gekocht. En ja hoor, de meter sloeg rood uit. Het bewijs was geleverd: hij had dus écht corona. Ik wilde nog vragen of het geen zwangerschapstest was. Maar het leek me niet zo’n aardige vraag. De man wilde immers vertellen over zijn ernstige psychische nood.

Dankzij een andere huisdokter bleek de ernst van zijn toestand. Hij moest naar het ziekenhuis. Thuis blijven met corona is immers geen pretje. En dat al zeker niet als je vriendin niet elke dag langs komt voor een knuffel en een biefstukje. Hij kon echter niet weer in het plaatselijke krankenhuis terecht maar werd met gillende sirenes aangetekend naar Leeuwarden verzonden. Daar kreeg hij zelfs een VIP-behandeling, want hij bleek net toevallig de enige op de afdeling te zijn. De rest van de afdeling stond leeg. Het bekende verschijnsel bij corona: lege ziekenhuisbedden en veel tamtam op de televisie.

De dokters in Leeuwarden zeiden dat het kantje boord was geweest. Later had hij gebeld naar de vriendin om te weten te komen of er misschien plek was in zijn woonplaats. De vriendin was het ziekenhuis binnen gelopen. Ze zag voornamelijk lege bedden. Maar hij kon niet terug, want het ziekenhuis lag vol. Volgens hem werd de zorgverzekering een poot uitgedraaid. Allemaal volle bedden met coronapatiënten declareren terwijl er niemand in ligt.

Inmiddels was de man hersteld. Viel heel erg mee. Al hadden de dokters het in het ziekenhuis gehad over kantjeboord, het was gewoon een griepje. ‘Maar voor een gewoon griepje hoef je toch niet naar het ziekenhuis?’ wilde ik weten. ‘Nee, dat hoeft ook niet’ zei de man, ‘ze nemen je gewoon op als je een gewoon griepje hebt om nog maar een paar bedden te kunnen vullen. Dan ben je gewoon het decor van het ziekenhuis.’ ‘Maar u was toch bewusteloos?’ zei ik. ‘Weet jij het, weet ik het?’ zei de man, ‘ik ben geen dokter, ik weet niet wat er aan de hand was’.

‘Weet u’ zei de man, ‘ze zeggen dat je lang ziek blijft van corona, maar een week later zal ik alweer op de fiets. Zo fris als een hoentje. Niks aan het handje. Maar nu wil ik een volkstuin, maar alles zit vol.

Gelukkig zijn ze hier nu de zeventig plussers aan het prikken. Dus die zijn er over drie jaar niet meer. Dat Astra Zenica is eigenlijk Arsenica. Dus plek zat. Ik moet alleen even geduld hebben, dan heb ik alle ruimte.'

Vernoemd

Opeens zag ik het. Er is een boot naar mij genoemd. 
De Hendrik A aan de kade in Wormerveer

Het is ook niet de Hendrika die op de Westerschelde bij Terneuzen in de problemen raakte en kapseisde. Een binnenvaartschip hoort eigenlijk ook niet in zout water. Daar kan de romp niet tegen. Er zit niet de goede verf op.

Dat is hetzelfde probleem als de vrouw die in de jaren ’60 een nieuw, flitsend en bodyfit badpak zou gaan showen in de zee bij Scheveningen. Het badpak was uitgebreid getest in zoet water. Maar toen mevrouw de zee in dook en weer boven kwam bleek dit badpak helemaal niet tegen zout water bestand te zijn.

Wil je een strandvakantie: test dan eerst uit of je badkleding bestand is tegen zout water. Dat staat op een merkje in de kleding. SWR hoort en dat te staan. Salt Water Resistant. 

Nee, het is niet de Hendrika. Dat is een ander schip. Een zeeschip. Dat kwam in het nieuws vanwege stormachtig weer en het gaan schuiven van de lading.

Dit is duidelijk de Hendrik A. Eindelijk ben ik vernoemd...

De eerste observatie

Mijn eerste ervaring met de bijzondere tandheelkunde was bij 'Bijter' in Rotterdam, een centrum voor bijzondere tandheelkunde. Het was een toevallige ontmoeting. De daar werkzame tandarts vroeg of ik een keer bij hem in de praktijk wilde kijken. 

Er kwam een meisje van een jaar of zes langs bij de tandarts. Ze bleek een totaal verwaarloosd gebit te hebben. Volgens de moeder lag dat aan de tandwolf. Tandwolf is erfelijk, daar kun je dus niets aan doen.

Die wolf is nu op de Veluwe, maar toen is hij al waargenomen in Rotterdam. Hij bleek o.a. ’s avonds langs te komen als de dochter met een flesje met zoete limonade naar bed ging. Maar dat vertelde moeder niet.

Vanuit de behandelstoel had moeder oogcontact met haar dochter. En de dochter hield haar moeder in de gaten. De tandarts stelde allerlei vragen aan de moeder, o.a. over het eten en drinken. Moeder zei dat haar dochter maar weinig snoep kreeg. En wat krijg je ’s avonds? vroeg de tandarts aan de dochter. Voordat ze kon antwoorden zei moeder: een flesje water. Je zag aan het oogcontact tussen de twee dat dit een geheim was. Het was water met een kleurtje…

Even later moest de dochter haar mond open doen. Haar moeder keek angstig en de dochter ving de oogopslag van moeder. Meteen deed ze haar mond dicht. 

Na afloop van het consult zei ik tegen de tandarts: “Dit gaat je zo niet lukken!” De tandarts had het oogcontact niet gezien. Ook niet kunnen zien. Maar wat er aan de hand was, was duidelijk: dit verbond tussen moeder en dochter: een nog bijna symbiotische band tussen moeder en dochter. Zo’n twee-eenheid doorbreek je niet als behandelaar.

Die eerste observatie is me bijgebleven. Er gebeurt bij de tandarts veel meer dan in of rond de mond. Je kunt ook niet alles waarnemen als behandelaar, als je je dit gegeven maar bewust bent.

Het betekent dat je bij de bijzondere tandheelkunde altijd de driehoek in de gaten moet houden. In dit geval: ouder-kind-behandelaar.

Gelukkig ging de volgende behandeling goed. Niet moeder was mee, maar een stevige oudere zus. De zus ging in de stoel liggen, haar kleine zusje op schoot en de hele controle verliep goed.

Dit meisje was zó gevoelig voor de stemming in de omgeving, en vooral voor de stemming van haar moeder, dat dat de hele eerste behandeling kleurde. Het meisje zoog de angst van de moeder op en werd daardoor extra angstig.

Soms denk ik wel eens: 'niet de dochter, maar de moeder zou eerst behandeld moeten worden'. 

Koudzwemmen

Wat doen de dames op de foto, genomen vanuit onze woonkamer?
Zwemmen in de Schie

Welnu: zij zwemmen. In de zomer gebeurt dat vaak, maar het is nog bepaald geen zomer. Ik heb nog maar één zwaluw gezien en die bracht geen zomer.

De dames springen elke ochtend in het water van de Schie, zwemmen naar de overkant, moeten goed uitkijken dat ze geen roeispaan van de passerende acht met stuurman op hun hoofd krijgen en ze zwemmen weer terug.

Het schijnt gezond te zijn, maar ik begin er maar niet aan...