Fietsen naar de Ruhr (6)

Je zou denken dat als je vanuit Uerdingen naar het oosten fietst dat je dan vanzelf de Rijn oversteekt. Die loopt immers van zuid naar noord en maakt pas bij Wesel een ferme bocht naar het westen. Maar zo is de Rijn niet gebouwd. Hij kronkelt zich in allerlei bochten. Ter hoogte van Uerdingen kun je een heel eind oostwaarts fietsen zonder de Rijn te overbruggen.

Na de verlaten industriegebieden van Uerdingen kom ik opeens bij een romaans kerkje uit. Het is het romaanse kerkje van Hohenbudberg. Het is het oudste kerkje in deze omgeving en werd al rond het jaar 1150 gebouwd. Het wordt bijna helemaal omringd door de industrieterreinen van Bayer. Van de plaats Hohenbudberg is ook weinig meer over. Industrie heeft het vroeger landelijke gebied helemaal doen verdwijnen.

De deuren van het kerkje staan open en er klinkt orgelspel. Dan moet ik altijd even naar binnen. Er blijkt een afscheidsdienst aan de gang te zijn. Waarschijnlijk van iemand die niet veel familie en bekenden (meer) had. Er zitten zes mensen in de kerk en de pastoor en de organist zijn de zevende en achtste persoon die hier in levenden lijve aanwezig zijn. De begrafenisondernemer staat buiten te wachten. Die heeft de preek vermoedelijk al vaker gehoord.

Over de dijk langs de Rijn fiets ik verder naar het oosten. Het volgende dorp is Friemersheim, met alweer een oud kerkje in de beschutting van de Rijndijk. Van het dorp zie ik verder niet veel, dat ligt meer naar het noorden. Ik blijf de fietsroute over de dijk volgen. Even later zie ik een grote kudde blatende schapen. Ze zien van verre de herder uit zijn auto stappen. Ik weet niet waar ze hem aan herkennen, misschien kennen schapen wel automerken. In ieder geval rennen ze allemaal dezelfde kant uit, naar de herder die een mooie boodschap voor hen heeft: vandaag krijgen jullie vers gras, ik leid jullie naar nieuwe groene weiden.

Emotionele chantage

Je kunt in je werk goed functioneren, je hebt binnen de familie prima contacten. En toch kan er een terrein zijn waarop je je verward en machteloos voelt. Dat is het geval als je klem komt te zitten tussen tegenstrijdige eisen. Dat kan een gevolg zijn van emotionele chantage.

In emotionele chantage zit een dubbele boodschap. Maar het is altijd grensoverschrijdend.

Bijvoorbeeld: als een jongen tegen een meisje zegt: 'als je echt van me houdt ga je met me naar bed' is dat zo'n dubbele boodschap. De boodschap is: als je niet doet wat ik wil hou je dus niet van me. Naar de grens van het meisje vraagt de jongen niet.

FOG

Mensen die emotionele chantage toepassen maken gebruik van een mist, een FOG. Het gaat om Fear (angst), Obligation (plicht) en Guilt (schuldgevoel). Bang om het de persoon niet naar de zin te maken, verplicht om toe te geven, je schuldig voelen als je het niet doet.

De manager heeft iemand nodig om een avonddienst te draaien. Ze vraagt het aan Marieke. Marieke zit in haar proeftijd. Ze is bang het haar leidinggevende niet naar de zin te maken (want dat kan haar haar baan kosten), ze voelt zich verplicht om toe te geven (anders is er vanavond geen zorg voor de bewoners) en ze voelt zich schuldig als ze geen avonddienst draait (wie moet er dan voor de bewoners zorgen? Dan is een collega de pineut).

Het gaat er niet om dat de vraag op zichzelf niet gesteld kan worden. Het hoeft helemaal geen emotionele chantage te zijn. Diensten moeten nu eenmaal gedraaid worden. Het gaat er wel om of deze vraag veel vaker aan Marieke wordt gesteld en hoe het zit met de gevoeligheid van Marieke voor dit type vragen. Het kan zijn dat de leidinggevende weet dit een zwakke plek is van Marieke en dat ze daarom moeilijk ‘nee’ kan zeggen. Dan begint het op emotionele chantage te lijken.

Mevrouw Jongsma is een moeder die niet snel tevreden is. Ze doet voortdurend een beroep op haar jongste dochter. Vanavond belde de moeder zuchtend haar dochter op dat ze weer alleen zat en zich helemaal niet prettig voelde. Marieke is bang dat de relatie met haar moeder verstoord raakt, ze voelt zich verplicht om de deur uit te gaan, ze voelt zich schuldig als ze nu eindelijk eens een avondje thuis blijft zitten.

Opnieuw hoeft de vraag van mevrouw Jongsma geen emotionele chantage te zijn. Maar als ze als moeder weet hoe gevoelig haar jongste dochter voor het welbevinden van haar moeder is (en ze om die reden deze dochter belt en niet iemand anders) kan het een voorbeeld van emotionele chantage zijn.

Boven/onderpositie

Wat gebeurt er als je zo’n vraag op je bordje krijgt waar je erg gevoelig voor bent? Je emoties gaan het winnen. Je denkt dus minder goed na en je gaat intuïtief reageren. Daarmee ben je de controle over de interactie kwijt. De ander komt in de boven-positie terecht en jij zit daarmee volgende de Roos van Leary in de onder-positie.

Oorzaken van rivaliteit (5)

Waar komt die rivaliteit eigenlijk vandaan?

Bij een gezonde ontwikkeling hoort dat je in staat bent om in grijstinten te denken. "Dat wil ik, wat wil jij?" Op die manier ontstaat er een wisselwerking van geven en nemen.

Mensen die de ander vooral als rivaal zien zijn hier onvoldoende toe in staat. Ze willen de controle over de ander houden en zijn voortdurend bang om die controle te verliezen.

Daarom werd eerder geschreven dat aan de wortel van rivaliteit vaak angst ligt. Een beetje rivaliteit is gezond, maar als je leven er vanaf hangt: dan is het niet best. Wie ben je dan eigenlijk zélf?

Eigenwaarde en zelfvertrouwen

De Deense psychotherapeut Jesper Juul maakt onderscheid tussen eigenwaarde en zelfvertrouwen. Zelfvertrouwen heeft te maken met wat je kunt, eigenwaarde met wie je bent. Als je weinig eigenwaarde hebt is je zelfvertrouwen drijfzand. Zoals bij sporters die niet meer kunnen presteren: ze hebben het gevoel dat hun leven niets meer voorstelt. Of bij mensen die hun baan kwijt raken en vervolgens niet meer weten wie ze zijn.

Jaloezie

Tussen broers en zussen in een gezin bestaat eigenlijk altijd wel enige jaloezie. Dat is op zichzelf niet ongezond. Het oudste kind is net druk bezig met ‘nee’ te zeggen en dan wordt het opeens ‘ingeruild’ voor een jonger exemplaar is de wieg dat veel meer aandacht lijkt te krijgen… Jaloezie is een emotie die kan gaan ontstaan op de leeftijd van 1½ jaar.

Jaloerse reacties zie je gedurende de hele ontwikkeling van kinderen en soms ook nog bij volwassen kinderen.

Rivaliteit en jaloezie staan met elkaar in verband. Als je als kind het gevoel hebt dat je aandacht kunt ‘kopen’ door maximaal te presteren, dan moet je natuurlijk ook beter presteren dan je broer of zus. En als je broer of zus je dan alsnog voorbijstreeft, dan wordt dat ervaren als een bedreiging. Als die bedreiging de kleur van existentiële angst gaat krijgen (wie ben ik nog als ik dat niet bereik?) is er sprake van ongezonde rivaliteit. Dat blijft dan vaak levenslang een patroon in de onderlinge verhoudingen tussen broers en zussen.

Temperament

Mijn indruk is dat kinderen met een ‘moeilijk temperament’ ook eerder geneigd zullen zijn om veel in de ‘rivaliteitsmodus’ te gaan zitten. Ze willen namelijk graag de controle houden.

Het moeilijke temperament wordt o.a. beschreven door Alexander Thomas en Stella Chess. Ooit heb ik een boekje geschreven over temperament bij kinderen. Daar staan de kenmerken ook in beschreven. Het boekje is echter niet meer in de handel.

Kinderen met een (als) moeilijk (ervaren) temperament kenmerken zich bijvoorbeeld door:

a) grote moeite met veranderingen, de moeite met deze veranderingen houdt lang aan

b) heftig reageren op gebeurtenissen en situaties

c) een gemiddeld minder vrolijk stemmingsbeeld

d) lang boos blijven, moeilijk troostbaar zijn (weinig ‘susbaarheid’)

Een voorbeeld is Marieke. Ze wil 's morgens perse witte sokken aan. De witte sokken zijn echter in de was. De hele dag blijft Marieke humeurig. Ook 's middags loopt ze nog te dreinen dat ze haar witte sokken aan wil.
In het samenspel met leeftijdgenoten valt op dat Marieke nog niet in staat is tot gelijkwaardig samenspelen. Ze wil vooral bepalen hoe het spel gaat.

Sits

Zaterdag waren wij in het Fries Museum. Daar was het droog.

Het oude museum was mij welbekend, maar bij het nieuwe had ik alleen voor de voordeur gestaan.

Het is een bijzonder museum, gebouwd van de erfenis die architect Bonnema speciaal voor dit doel had nagelaten (18 miljoen euro).

In het museum lopen diverse langlopende tentoonstellingen. Uiteraard is er allerlei aandacht voor de Friese taal en cultuur. Daar kon ik mijn hart ophalen. Maar er was ook een bijzondere tentoonstelling over textielbewerking. De oorsprong lag in India, maar pas later begreep ik de link met Friesland: die lag in één van de Friese steden: Hindeloopen. Binnen liep een poes, maar buiten zag ik een Hindeloopen.

Van de site van het Fries Museum pluk ik de volgende informatie: “Glanzend, gebloemd, handbeschilderd katoen uit India dat vanaf de 17de eeuw de wereld veroverde. Dat is sits. De prachtige patronen voelen vertrouwd en dragen tegelijkertijd een bijzonder verhaal met zich mee. Sinds de VOC de exotische stoffen naar Nederland bracht, is sits niet meer uit onze kledingkast weg te denken. De tentoonstelling neemt je mee op een reis van India naar Hindeloopen, Indonesië en Japan. Bovendien ontdek je dat kunstenaars en vormgevers zich tot op de dag van vandaag laten inspireren door het ambacht. Sits, katoen in bloei is te zien van 11 maart tot en met 10 september 2017.”

Eén van de ruimtes in het Fries Museum is van top tot teen ‘behangen’ met dit textiel. Dat gaf de ruimte een bijzondere sfeer. We zijn er extra lang ‘blijven hangen’. Tineke was er helemaal ondersteboven van.

Oorzaken van rivaliteit (4)

Alfred Koppe staat bekend als iemand die heel snel situaties kan analyseren. Voordat anderen zich een beeld hebben kunnen vormen weet hij al hoe het zit. Dat was al zo toen hij een kleuter was. Hij kreeg zelden tegengas, want hij was verbaal haantje de voorste. 
Inmiddels is Alfred een veertiger. Op zijn werk is hij in zijn denken nog altijd sneller dan zijn collega's. Hij kan ook maar moeilijk begrijpen dat anderen zijn inzichten soms niet kunnen volgen. Mensen die een andere richting opdenken vindt hij eigenlijk ook maar dom. Hij is geneigd om naar hen een sneer uit te delen. 
Een collega op het werk vroeg wat er met Alfred aan de hand was. Wat maakte dat hij zich weinig meevoelde met anderen. Was hij autistisch? Was er misschien sprake van een persoonlijkheidsstoornis? Het leek wel of hij helemaal niet in staat was om naar zichzelf te kijken. Alsof hij geen enkel idee had dat hij met zijn eigen gedrag anderen in verwarring kon brengen. 
Het is de vraag of Alfred autistisch is of een persoonlijkheidsstoornis heeft. Wat je wel ziet is een patroon: hij heeft van jongs af aan geleerd om met zijn kennis de ander te slim af te zijn. Dat is voor hem een levensstijl geworden: hij moet het altijd beter weten dan de ander. Doordat hij daarin te weinig is teruggefloten heeft hij onvoldoende geoefend met het over en weer afwegen van argumenten. Hij heeft alleen maar geleerd om zijn eigen spoor te trekken. 

Behandeling

Rivaliteit kan zijn oorsprong vinden op verschillende (vroege) ontwikkelingsniveaus. Bij mensen die op een heel vroeg sociaal-emotioneel niveau zijn gestagneerd kan ieder klein kritiekpuntje al leiden tot ‘desintegratie’. De behandelaar moet dus de verleiding weerstaan om in discussie te gaan.

Professor R.E. Abraham schrijft: 'De verlangens van de persoon hebben betrekking op het beschikken over uitzonderlijke vermogens. Er is een overmatige behoefte om bijzonder of buitengewoon te zijn, om indruk te maken op anderen'.

Wat de therapeut dan kan doen bevindt zich binnen smalle marges. Het gaat in feite om steunen en om orde aan te brengen (“U noemt vijf problemen, waar wilt u mee beginnen?”). Mensen die opgebrand raken vanwege hun eigen chronische streven om de beste te blijven hebben een langdurige behandeling nodig, maar blijft zeer kwetsbaar voor invloeden van buitenaf. Ze kunnen ook zomaar de therapie afbreken omdat er volgens hen inmiddels geen probleem meer is. Ze hebben het probleem ‘getackeld’ en dus de boel weer onder controle.

Mensen die 'verslaafd zijn aan het rivaliseren' zijn geen teamplayers. Ze werken soms wel in teams, maar alleen als ze hun eigen gang kunnen gaan, of als ze de ander de baas kunnen zijn. Ze willen bij wijze van spreken geen collega's, maar volgelingen.

Zelfreflectie

Bij mensen bij wie wel meer sociaal-emotionele basis aanwezig is, is ook de ruimte voor de behandeling groter. Ze raken minder snel uit balans door een beetje tegengas. In tegenstelling tot de eerste groep mensen zijn ze (mits onder veilige condities) enigszins in staat om naar hun eigen gedrag te kijken (zelfreflectie). 

Berend Hamstra staat bekend als iemand met zeer veel kennis. Mensen zien er tegen op om met hem in discussie te gaan, want ze hebben het gevoel dat ze het altijd verliezen. Tijdens een gesprek wordt Berend opeens emotioneel. "Ik heb er zelf last van dat ik altijd maar weer anderen te snel af ben. Daardoor geef ik anderen te weinig ruimte. Ik zou dat graag anders willen."

Onvermogen

Het probleem bij voortdurend rivaliserende mensen is hun sociale onvermogen om gelijkwaardig met anderen om te kunnen gaan. Ze moeten het altijd beter weten en beter kunnen. Daar steken ze zoveel energie in dat het hen niet meer lukt om naar de motieven van anderen te luisteren. Alleen als ze anderen de baas zijn voelen ze zich gelukkig. Maar er komt een moment waarop je dat allemaal niet meer kunt. Dan treedt vaak de crisis in.

Fietsen naar de Ruhr (5)

Eind jaren '70 was ik op de fiets tot Wesel gevorderd. Vóór me zag ik een hele rij rokende fabrieksschoorstenen en een grijze waas. Een fietser zei tegen me dat ik niet verder moest fietsen. "Sie bekommen eine Lungentzünderung." Ik ging de brug bij Wesel over en fietste terug naar Nijmegen. 

Nu ben ik in het gebied dat ik destijds meed. De schoorstenen roken nog steeds. Het Ruhrgebiet is aanzienlijk vervuild. Maar dat is niet meer vooral het gevolg van de rokende schoorstenen (veel kolen), maar van het autoverkeer. In dit verstedelijkte gebied met zes miljoen inwoners gaan veel bewoners met de auto naar hun werk. Het OV heeft maar een beperkt aandeel. De fiets moet voor het woon-werk verkeer nog worden uitgevonden. Fietsen doe je voor je plezier in je vrije tijd.

Ik ben in Uerdingen. De plaats kreeg al in de 13e eeuw stadsrechten. Maar van al die historie is niet zoveel meer over. Industrialisatie, bombardementen en modernisering hebben veel oude architectuur doen verdwijnen. Toch heeft de plaats nog een aardig centrum met zelfs een stukje stadsmuur langs de Rijn. Want de plaats ligt aan de Rijn. Daar moet ik natuurlijk zijn. Ondertussen vraag ik me af of ik veilig verder kan fietsen. De lucht trekt dicht en in de verte hoor ik vaag gerommel.

Taalkundig is deze streek bijzonder omdat de oudere bevolking een variant op het Limburgs spreekt. In het Limburgs Museum in Venlo kun je horen en zien hoe de streek tussen Maas en Rijn één gebied vormde met ook een variant op één taal.

Langs de Rijn staat veel vervallen en verlaten industrie. De sfeer doet Oostduits aan: verwaarloosde gebouwen met wel een eigen charme, zoals bomen uit het dak en veel bloemen en planten op de binnenplaatsen. Maar daar kun je geen geld mee verdienen. Toch hebben projectontwikkelaars inmiddels een deel van deze terreinen al opgekocht. Mensen willen aan het water wonen. Dus het wordt een woonbestemming met luxe appartementen onder de rook van het Chempark.