Uit de plaat

Op de film zien we een expert op wetenschappelijk gebied, die internationaal faam heeft verworven. Vanwege zijn verdiensten is hij uitgenodigd om in een ander land op een congres te komen spreken. Zoals gebruikelijk hoort er bij zo'n internationaal congres ook een excursieprogramma. Dus bezoekt het gezelschap een plaatselijke tempel.

De richtlijn geeft aan dat bezoekers aan de tempel hun schoenen uit moeten doen. En dan gebeurt het. De hooggeleerde meneer, keurig in het pak, weigert zijn schoenen uit te doen.

Nu kunnen er allerlei redenen zijn waarom mensen hun schoenen niet uit willen doen. Als ik op huisbezoek ga bij een gezin waarbij ik kan verwachten dat de schoenen uit moeten check ik bijvoorbeeld thuis altijd even mijn sokken. Die moeten in redelijke conditie zijn.

Misschien heeft de hooggeleerde meneer thuis niet gecontroleerd of hij vandaag wel zijn goede sokken aan heeft getrokken. Dan durft hij niet zijn schoenen uit te trekken, want je weet maar nooit… Hij zou dan ook kunnen beslissen om buiten te blijven. Hij deelt discreet mee aan de reisleider dat hij het niet gepast vindt om naar binnen te gaan. Desnoods met een smoes: “Ik ben allergisch voor de geur van wierook.”

Maar de hooggeleerde meneer doet iets heel anders. Hij gaat geheel uit zijn plaat. Het verzoek om zijn schoenen uit te doen ontaardt ter plekke in een enorme scheldpartij. En wat nog meer opvallend is, is dat het helemaal niet uitmaakt dat er andere aanzienlijke mensen om hem heen staan. Die zien nu hoe deze hoog in aanzien staande meneer zich opeens heel anders kan gedragen.

De meeste mensen die in zo’n situatie terecht komen zullen proberen zich in te houden. Eenmaal thuis gekomen krijgt de poes een schop, of de vrouw krijgt er van langs dat ze weer niet goed gekookt heeft. Maar deze meneer gaat dus temidden van collega’s uit de wetenschappelijke wereld (en voor het oog van de camera) enorm uit zijn dak.

Je kunt diverse wetenschappelijke titels op je naam hebben staan, maar die kennis is slechts wat je in je hoofd hebt zitten. Maar in stresssituaties zie je vaak het werkelijke functioneren van mensen. Deze meneer viel op dat moment behoorlijk door de mand. "Hij gedroeg zich als een klein kind" zei later één van zijn collega's.
Advertenties

Eiffelfietsen (1)

In Stolberg is het zwaar bewolkt. Maar de Wettervorhersage had zon voorspeld. Omdat we nu wel weer eens zon wilden doen was dit een mooie bestemming. Er gebeurt echter iets anders. In de heuvels gaat het sneeuwen. Ook goed...

Als je vanuit Stolberg zo’n 5 km de heuvels in klimt kom je bij een oude spoorlijn uit. Na de drukte van de weg naar Monschau verkeer je dan opeens in een een oase van fietsrust. Het traject van de voormalige spoorlijn brengt je naar het dorpje Breinig.

Daar was ik al een paar keer eerder geweest. Het is een aardig dorp met karakteristieke huizen langs de hoofdweg. Om er te komen moet je de spoorlijn verlaten en een eindje het dorp in fietsen. Langs de hoofdweg staan tal van huizen die nauwgezet zijn gerenoveerd. Karakteristiek is de bouwstijl met een soort van ongelijk gevormde stenen in grijstinten.

Omdat ik de route vanuit Breinig naar het westen al vaker heb gefietst ga ik nu even oostwaarts. Ik wilde zuidwaarts, de Eiffel in, maar daar loopt geen weg. Er staat frisse oostenwind. Ik ben blij dat ik een redelijk winddichte jas aan hebt getrokken benevens een stevig vest. Tineke vond het eigenlijk ook nog gewenst dat ik een pyjamabroek onder mijn gewone broek aan moest trekken. Maar dat ging me iets te ver.

Er volgt een pittige afdaling, want ik kom in het dal van de Münsterau terecht. Hier loopt ook weer de weg naar Monschau, maar die is hier meer verkeersluw. En zowaar: de blauwe lucht komt af en toe tevoorschijn. In de beschutting van de bomen voelt het ook een stuk minder koud. er ligt hier ook geen sneeuw. Maar een dikke jas en handschoenen zijn ook hier geen overbodige luxe.

Dromen over Femke

Mijn voorbewuste bestaat uit een kast met duizenden laatjes, waarvan er af en toe eentje open wordt getrokken. Bijvoorbeeld tijdens een droom.

Een deel van mijn dromen gaat over mijn werk. Mijn grootvader schreef een boek ‘Mijn werk, mijn leven’. Ik denk dat het bij mij niet veel anders is.

Vannacht droomde ik van Femke. In de jaren ’90 was ik als orthopedagoog bij haar betrokken. Femke was een complexe dame. De begeleiding van het team, maar ook het contact met de ouders, vroeg veel tijd en aandacht.

Iedere terugval in haar gedrag confronteerde de ouders met hun verdriet en onmacht. Ooit was ze een vrolijke baby geweest die goed contact maakte. Daarna was er een knik in haar ontwikkeling gekomen. Vanaf de peutertijd was ze slecht bereikbaar geweest, ‘opgesloten in zichzelf’.

En nu kwam Femke terug in mijn droom. Ze was een levenslustige jonge vrouw, volop in ontwikkeling. Wat had ik destijds over het hoofd gezien? de ouders wilden dat ik meewerkte aan een film over het leven van hun dochter. Dat zegde ik hen toe, maar het drukte me wel met de neus op de feiten: ik had dingen over het hoofd gezien.

In het gesprek over de film bracht ik ter sprake dat er bij Femke een diagnose gesteld was die altijd leidt tot een terugval in vaardigheden. Die knik paste bij deze ontwikkeling. Na een gezonde start vallen deze kinderen als peuter terug op babyniveau. Dat was bij Femke ook gebeurd.

Daarop kreeg ik de wedervraag: “Maar je laat je toch niet vastpinnen op een diagnose? Dat wilde je toch niet. Het ging toch niet om het wat, maar om het wie?” Daar had ik geen antwoord op, ik zat klem.

Toen werd ik wakker. En Femke zit ook vanmorgen nog in mijn hoofd. Want ik heb in mijn werk met meer Femkes te maken gehad...

 

Langs de Maas (4)

Eigenlijk wil ik doorfietsen naar Dinant. Maar misschien is het verstandiger om terug te fietsen naar Namen. Zo'n langere rit is geschikter voor een zomerse fietstocht.

Stoomopwaarts van Profondeville is een verkeersbrug over de Maas. Omdat ik in (uit) principe geen twee keer dezelfde weg wil fietsen neem ik deze brug en ga aan andere kant terug in de richting van Namen.

Vanaf de linkeroever had ik al gezien dat de rotsen aan deze zijde loodrecht uit het water verrezen. Dus er was weinig ruimte voor de weg en de spoorweg. En inderdaad: de trein boort zich een tunnel door de rotsen. De autoweg neemt een fikse helling. Ik denk handig te zijn en fiets een klein weggetje in (verboden voor auto’s). Je weet maar nooit of je als fietser toch net nog niet langs het water verder kunt. Nee dus: de weg loopt dood.

Waar ik al bang voor was: de vrij drukke weg is smal en bochtig, zonder vluchtstrook. Voor een eenzame fietser is dat niet zo’n prettige ervaring. Belgen zijn niet zo gewend aan winterse fietsers. Maar uiteindelijk kom ik toch behouden in een weer wat ruimer land terecht. De weg heeft hier ook weer een vluchtstrook. In België is dat ook de plek waar afval, glas, afgewerkte olie en defecte onderdelen van auto’s gedumpt worden. ik hoop maar dat de Blue Bike stevige banden heeft.

Ik kom door het dorpje Dave. Er schijnen die kastelen te staan, ik zie er maar eentje, verstopt achter een hoge heg en een afgesloten hek.

Daarna leidt de weg mij naar Jambes. Ondanks de slechts 20.000 inwoners is het een drukke plaats, die zich over een lengte van 7 km. uitstrekt langs de Maas tegenover Namen. De plaats is met drie verkeersbruggen en een spoorbrug verbonden met de hoofdstad van Wallonië.

De grote weg is druk en weinig aangenaam. Er liggen grote winkels langs de weg en dat in Belgische stijl. Dat wil zeggen: enorme supermarkten op een soortement van bedrijventerreinen en vooral goed met de auto bereikbaar. Gelukkig vind ik een meer rustieke route (een kwestie van op goed geluk een zijstraatje inslaan) door een 19e eeuwse wijk. Zo kom ik ook weer aan de Maas terecht, met een mooi zicht op de Citadel en de gebouwen van het Waalse parlement (de rode gebouwen op de derde foto).

te hebben genomen moet ik mij temidden het het verkeer een weg banen door het verkeer van Namen. De binnenstad is verkeersluw, maar door de markt ook niet goed begaanbaar voor de fiets. De wegen rond het centrum zijn erg druk. Rond het station is het één grote bouwput met allerlei wegomleggingen. De fietsroute is mij niet duidelijk, het schijnt dat ik op een busroute terecht kom met een file van bussen achter me aan.

Uiteindelijk kom ik toch behouden aan bij het station. Ik lever mijn fiets voor in bij het geautomatiseerde Blue Bike punt, stap op de trein naar Brussel en stap daar over op de Internationale trein naar Amsterdam. In één dag kun je veel zien...

 

Weglopen (4)

Jaarlijks lopen in Nederland ongeveer 30.000 kinderen weg van huis of uit de instelling. Ze zijn bijna allemaal boven de 14 jaar. Opmerkelijk is dat twee maal zoveel meisjes weglopen als jongens.

Allochtone gezinnen

Daarnaast wordt gemeld dat ‘allochtone jongeren’ vaker van huis weglopen dan kinderen met Nederlandse voorouders. Een oorzaak die daarbij wordt genoemd is dat deze jongeren de cultuur binnenshuis niet kunnen ‘rijmen’ met de cultuur buitenshuis (bijvoorbeeld de mate van vrijheid). Het is voor een aantal jongeren ook één van de triggers geweest voor het ‘weglopen’ naar IS-gebieden.

Communicatieproblemen

De volgende cijfers haal ik uit een onderzoek in Vlaanderen (2005). Maar ik denk dat de cijfers niet veel zullen verschillen met die van Nederland.

Bij zeven op de tien gezinnen waar een kind is weggelopen spelen communicatieproblemen een grote rol. Kenmerkend is meestal de onmogelijkheid te communiceren binnen het gezin. Ouder en kind slagen er niet in om elkaar emotioneel te bereiken.

Opvoedingsproblemen

Bij vier op de tien gezinnen waarbij een kind wegloopt en/of bij iemand anders ‘onderduikt’ is sprake van forse opvoedingsproblemen. De ouders zijn handelingsverlegen of hebben geen idee hoe ze met puberaal gedrag om moeten gaan. Er is bijvoorbeeld sprake van dan weer strenge regels, dan weer geen regels. Of beide ouders stellen heel verschillende regels. Fysieke mishandeling en het stellen van extreem strenge regels kunnen een uitlokkend effect hebben.

Psychische problematiek

Bij drie op de tien kinderen is sprake van psychische problematiek. Zo kan het weglopen worden uitgelokt door een depressie. Maar ook het zoeken naar de eigen identiteit kan aanleiding zijn tot weglopen. Als een kind zich thuis niet gezien of gehoord voelt en als het op zoek is naar een eigen perspectief (wie ben ik? wat wil ik?) ziet het kind soms maar één oplossing: ik moet hier weg.

Verband met delinquentie

Opmerkelijk is dat aan het wegloopgedrag relatief vaak vormen van delinquentie vooraf lijken te gaan. Drie op de tien kinderen was al in aanraking gekomen met justitie, o.a. vanwege diefstal of het gebruik van drugs. Op school is frequent spijbelen een voorspeller van wegloopgedrag.

In de gehandicaptenzorg komt ook vaak wegloopgedrag voor. Dat geldt trouwens ook voor de ouderenzorg. Bij cliënten die niet kunnen overzien wat 'eigen' is en wat 'anders' is zou ik niet willen spreken van wegloopgedrag, maar van de neiging om te gaan zwerven.

Angst voor straf

Weglopen blijkt een tweetal uitlokkende factoren te hebben. De eerste is de angst voor straf. Als je weet dat je een week binnen moet blijven verkies je misschien je vrijheid boven die week huisarrest. Dat het later nog ingewikkelder wordt neemt een puber zelden direct mee in de afwegingen.

Ruzie

De tweede reden is een crisis of een ruzie. De situatie in huis is zó heftig en/of onvoorspelbaar dat het kind weg wil wezen. Bedenk daarbij dat pubers ook zeer sensitief kunnen zijn en dat een voor volwassenen te hanteren mate van spanning voor hen al snel teveel kan zijn.

Opeenstapeling

Maar er kan ook een kleine gebeurtenis zijn die op zichzelf niet veel te betekenen lijkt te hebben. Dan kan het weglopen het gevolg zijn van een opeenstapeling van vervelende gebeurtenissen waardoor de emmer alsnog over loopt.

Waar naar toe?

Waar lopen de jongeren naar toe? Vier op de tien jongeren bedenken zelf onderdak of hebben dit van tevoren geregeld: bij vrienden of kennissen. Opmerkelijk is ook de rol van grootouders waar sommige kinderen zich kennelijk nog veilig voelen. Een andere groep jongeren loopt weg, maar ‘zien wel’. Ze stappen op de trein, slapen op het strand of komen uiteindelijk iemand tegen die hen onderdak biedt.

(G) een avontuur

Het weglopen voor een avontuur komt naar verhouding weinig voor. Er zijn maar weinig jongeren die ‘zoek’ raken om iets spannends mee te kunnen maken. Was het een halve eeuw geleden nog een topprestatie om al liftend in Parijs terecht te komen en dan toch maar een keer op een avond je moeder te bellen dat je nog in leven was, tegenwoordig lijkt dit type van weglopen minder gebruikelijk te zijn.

Weglopen als signaal

Weglopen is een signaal. “Kinderen lopen niet weg om hun ouders pijn te doen” schrijft het blad J/M. Kinderen lopen meestal weg als er een communicatieprobleem is. Straf en boosheid na het weglopen werken meestal averechts omdat je dan de communicatie nog meer blokkeert.

Het belang van goede communicatie

Geef als opvoeder wél aan dat je je zorgen hebt gemaakt, maar ook dat je blij bent dat het kind weer thuis is. Probeer de draad van de communicatie weer op te pakken. Geef aan dat weglopen niet de oplossing is, maar dat je graag wilt werken aan een oplossing waar het kind zich ook in kan vinden.

"Weglopen kun je niet tegenhouden. Werken aan goede communicatie is de meest effectieve manier om de kans op weglopen te verminderen."

Halvapottertjes

Ik zat in de trein naar Amsterdam. Na jaren van openbaar vervoer ben ik heel wat gesprekken gewend. Maar dit gesprek was toch wel heel bijzonder. Ik wist namelijk niet dat je ‘daar’ een gesprek over kon voeren.

De meneer en de mevrouw gingen naar een concert in het Concertgebouw. Tijdens een klassiek concert is het erg storend als je een hoestbui krijgt. Dat moet je dus zien te voorkomen. Volgens de meneer vormen Pottertjes dan een probaat middel tegen een onverhoopte hoest.

Hij: “Maar heb je de milde Pottertjes wel eens geproefd? Die heb ik nu bij me. Die zijn werkelijk fantastisch. Ze zitten in een rood doosje. Ze hebben er honing in verwerkt, naar ik vermoed. Daardoor zijn ze aanzienlijk zachter.”

Zij: “Hebben ze dan een andere kleur?”

Hij: “Nee, ze zijn gewoon zwart. Net zoals de Pottertjes die ik vroeger van opa kreeg. Maar die dingen waren verrekte heet. Dat vond ik als kind, maar ik vind ze tegenwoordig eigenlijk ook nog te scherp. Ik houd ook niet van een pikante chinese maaltijd. Doe mij maar een beetje soft.”

Zij: “Met die scherpe dingen krijg je gemakkelijk last van je slokdarm en van je maag. Dat moeten we niet hebben.”

Hij: “Dan kan ik je de milde Pottertjes uit het rode doosje zéker aanbevelen. Echt, een genot. Je proeft de honing.”

Zij: “Ik zal er eens naar uitkijken.”

Hij: “Ja, ieder bekend merk heeft tegenwoordig wel een light versie. Dit zijn Pottertjes Ligt. Een soort Halva dus. Niet te versmaden.”

Weglopen (3)

Ben jij wel eens weggelopen? En waarom liep je dan weg? Paste je ook in één van die zes hokjes uit het vorige blog?

Mevrouw Jongsma sluit de gordijnen

Maar je kunt ook weglopen door gewoon thuis te blijven. Zoals mevrouw Jongsma, die de deur op slot deed, de gordijnen dicht deed en geen telefoon beantwoordde. Toen ze er later op terug keek zei ze: “Daarmee maakte ik iedereen ongerust“. De bedoeling was dus hetzelfde als bij die man die zich in de bosjes verstopte en vervolgens ging kijken of mensen hem gingen zoeken. Het is een vorm van gezien willen worden.

Dit gedrag komt o.a. voor bij mensen die trekken van een borderline- stoornis vertonen. Ze vertellen in goede perioden dus zelf dat ze -als ze niet lekker in hun vel zitten- de deur dicht doen en niet op de bel en de telefoon reageren.

Samenvattend

De in het tweede blog genoemde vormen van weglopen waren het weglopen als gevolg van 1) een bodemloos bestaan, 2) als outcast, zondebok, 3) vanwege de chaos in het gezin, 4) vanwege de te strenge regels, 5) als uittesten, en 6) als manier om duidelijkheid te krijgen.

Lichamelijke oorzaak

Er zijn ook vormen van weglopen die organisch/ neurologisch bepaald zijn. Er gebeurt iets in het lichaam of in de hersenen waardoor de behoefte aan weglopen (onbewust) gestimuleerd wordt.

Dit zien we o.a. 7) bij epilepsie. De persoon weet eigenlijk niet eens dat hij weg loopt. Er gebeurt iets in zijn lichaam waardoor hij weg moet lopen.

Bij meisjes wordt 8) het pre-menstrueel weglopen genoemd. De hormonale veranderingen leiden tot een veranderde prikkelgevoeligheid.

Bij 9) snel overprikkelde kinderen zie je weglopen soms als vluchtgedrag. In de drukte van het gezin of van de instelling is de enige manier om rust te krijgen: weglopen. Je kunt je verstoppen op de WC, je gaat op de zolder zitten, of je loopt het dorp uit. Dit kan op den duur een patroon worden dat moeilijk te veranderen valt.

Er is ook een vorm van 10) psychotisch weglopen. Bij een psychose staan lichaam en geest onder invloed van ‘vreemde’ belevingen. Je ziet bijvoorbeeld dingen die er niet zijn of je hoort stemmen. Deze mensen kunnen zeer gevaarlijk en roekeloos weglopen omdat hun denken gestuurd wordt door vreemde belevingen. Daarbij hebben ze o.a. de neiging om counterfobisch gedrag te vertonen: opzoeken waar ze zelf bang voor zijn.

Tien vormen van weglopen. Maar er valt nog meer over te schrijven. Daarom volgt er nog één blog. Niet meer, anders lopen jullie als lezers weg.