Persoonlijkheid en ouder worden (1)

Gisteren zat ik zeven uur in de trein. Dat was voldoende tijd om de inhoud van een boek tot mij te nemen. Ik had er al eens stukken uit gelezen en geciteerd, maar nu heb ik het nog eens helemaal doorgenomen.

Het thema is: hoe verandert de persoonlijkheid bij het ouder worden? Veel mensen denken dat ouderen ‘milder’ worden, maar dat blijkt lang niet altijd het geval. Met name als er sprake is van persoonlijkheidsstoornissen verscherpt de problematiek. Denk dus niet dat je moeder met borderline opeens erg aardig en dankbaar wordt als ze 80 jaar oud is.

De DSM V (handboek voor de psychiater) geeft drie clusters aan persoonlijkheidsstoornissen weer. En nog een restcategorie, een vuilnisbak van mensen die psychodiagnostisch nergens inpassen.

Cluster 1: hoofdkenmerk is bizar en solistisch gedrag (paranoïde, schizoïde en schizotypisch). Deze mensen staan wantrouwend tegenover bijvoorbeeld de hulpverlening en medicatie. Nabijheid vinden ze ingewikkeld. Als ze ouder en afhankelijk worden neemt het wantrouwen en de afweer naar degenen die helpen toe. Als ze iets kwijt zijn is dat een bevestiging van hun wantrouwen: de sieraden zijn door de verpleegkundige meegenomen. Ook seksuele fantasieën kunnen toenemen: de dokter wilde mij verkrachten.

Cluster 2: trots, manipulatief en egocentrisch gedrag (antisociaal, borderline, narcistisch en histrionisch = theatraal). Als er geen neurologische ontregelingen zijn nemen impulsiviteit en agressiviteit doorgaans wat af. Maar wat toeneemt is het ageren tegen en manipuleren van mantelzorgers en beroepskrachten in de zorg. De emoties kunnen nu nóg sterker wisselen. Mevrouw houdt de deur dicht voor haar dochter en belt een kwartier later heel boos op dat ze nooit bezoek krijgt. Ontstemdheid en agitatie komen vaak voor.

Cluster 3: angstig gedrag (vermijdend, afhankelijk en dwangmatig, obsessief). Nervositeit, angst en onzekerheid nemen toe. Sociale situaties worden gemeden. De meest bekende mensen in de omgeving worden voortdurend geraadpleegd omdat de persoon zelf te onzeker is om een beslissing te nemen. Er is sprake van een overmatige reactie op stress. Als er wordt gezegd dat het geheugen een beetje achteruit gaat is de reactie: ‘zie je wel, ik ben ernstig dement, ik kan helemaal niets meer’.

Veerpont naar Texel

Ik heb een zwak voor veerponten. Dat heeft alles met mijn jeugd te maken. Maar wees gerust: het is geen jeugdtrauma. We woonden in Gorkum: de uitvalsbasis van diverse veerponten.

Als lid van de Vereniging voor de Voetveren probeer ik zoveel mogelijk veerponten te scoren. Maar ze breiden zich nogal in aantal uit: het valt bijna niet bij te fietsen.

Ik heb ook een voorkeur voor kleine veerponten met een ‘Heen-en-weer-wolf’ als pontbaas. Ik heb ook wel eens overwogen om me na mijn pensioen aan te melden als veerman. Zo kwam ik een collega tegen die een veer in Friesland bediende. Dat maakte zijn hoofd leeg na alle gedoe over indicaties met zorgverzekeraars.
De pont die ik nu op de foto heb gezet is voor mij geen jeugdherinnering, maar voor onze kinderen wel. Ze groeiden op in de buurt van deze veerverbinding: tussen Den Helder en Texel. Ik heb zelfs nog gewerkt en Texel en nam toen één maal in de week een boot van de TESO. Dat betekent: Texels Eigen Stoomboot Onderneming. Texelaars zijn nogal eigenheimers. Het liefste zouden ze ook eigen postzegels uit willen geven.

Deze veerpont was vanaf 2006 het vlaggenschip van de TESO: de Dokter Wagemaker (genoemd naar één van de oprichters van de TESO). Een enorm schip met ruimte voor 300 auto’s en 1750 passagiers. Toen ik voor de eerste keer met deze boot het Marsdiep over stak kon ik mijn fiets niet meer terugvinden en moest bijna noodgedwongen terugvaren… Inmiddels is er een nieuwer, nóg groter (en schoner), schip in de vaart. Maar afgelopen woensdag, toen ik in Den Helder op bezoek was, voer de TESO met de ‘oude’ Dokter Wagemaker .

Het meest hilarisch op de boot zijn de Duitsers die uitgebreid gaan zitten bunkeren omdat ze denken dat ze aan een lange zeereis beginnen. Maar na een kwartier legt de boot alweer aan aan de andere kant…

Sensatiezoeken

Vorige week sprak ik een ex-brandweerman. Hij vertelde dat in zijn (vroegere) vak veel mannen (m/v) de neiging hebben om spanning op te zoeken.

Volgens M.Zuckerman lopen mensen die sensatie zoeken het risico dat ze crimineel gedrag gaan vertonen. Maar er zijn ook veel ‘gehoorzame burgers’ die toch sensatiezoekers zijn. De sensatie zoeken ze in gesanctioneerde activiteiten. Als brandweerman, politieagent, ambulancebroeder (m/v) of chirurg kom je veel spannende momenten tegen.

Zuckerman ziet de behoefte aan het zoeken naar sensatie in een combinatie van persoonlijke eigenschappen:

a) de behoefte aan avontuur

b) de neiging om impulsen niet tegen te houden (‘het moet er uit’)

c) het streven naar allerlei ervaringen

d) de gevoeligheid voor verveling

Schaal om sensatielust te meten

Zuckerman ontwikkelde een schaal die bepaald in hoeverre je meer een sensatiezoeker bent of juist meer op stabiliteit en rust uit bent. De vragen zijn nogal voor de hand liggend. Je zou eigenlijk niet moeten weten waarom je die lijst in moet vullen om tot de meest betrouwbare antwoorden te komen.

Net zoals alle zelfbeoordelingsinstrumenten gaat het ook bij deze schaal over het antwoord op de vraag hoe je naar jezelf kijkt. Misschien kijkt een ander (toch) wel anders naar jou.

Een paar van dit type vragen:

a) Ik zou graag parachute willen springen

b) Ik heb graag een baan waarbij ik weet waar ik aan toe ben

c) Ik zou mijn baan op willen zeggen en over de wereld willen gaan zwerven

d) Ik heb bij voorkeur een georganiseerde vakantie

e) Ik wil graag leren motorrijden

Fietsen door Bralim (5)

Nederweert groeit zo langzamerhand vast aan Weert. Maar via enkele buitenwegen kun je nog redelijk groen de oude stad Weert (‘de poort naar Limburg’) binnen fietsen. De gemeente telt maar liefst acht molens. Ik fiets langs de Sint Anthoniusmolen in Laar.

In Weert (40.000 inwoners) ben ik al snel bij de Zuid-Willemsvaart. Dit kanaal maakt in Nederweert een scherpe bocht in zuidwestelijke richting om van daaruit naar de Belgische grens te gaan. Alleen: toen het kanaal gegraven werd was er hier nog geen grens: Nederland en België vormden één land.

De Zuid-Willemsvaart is maar liefst 122 km. lang. Het kanaal begint bij Den Bosch en eindigt ter hoogte van Maastricht. Maar er zijn ook mensen die vinden dat het kanaal bij Maastricht begint en ter hoogte van Den Bosch eindigt. Het is maar hoe je het bekijkt.

Ik moet lang wachten voor de brug: er passeren twee vrachtschepen en twee plezierjachten. Daarna fiets ik het centrum van Weert in. “Weert bruist” meldt een slogan. Dat wil ik wel eens meemaken. Wat bruist er hier dan?

Weert telt 75 rijksmonumenten. Het is al een oude stad. Helaas is er heel wat historische bebouwing verloren gegaan, o.a. in 1944. Het meest opvallende gebouw in het centrum is de Sint Martinuskerk. De toren was oorspronkelijk 104 meter hoog. Dat hij nu ‘maar’ 78 meter hoog is komt niet door de oorlog. In 1940 woei de complete spits van de toren en vaagde een hotel weg. Sinds die tijd is de toren ‘een koppie kleiner’. 

Het centrum van Weert doet vandaag bourgondisch aan. Alsof het vanmorgen niet maar 4 graden Celcius was zitten er nu tientallen mensen op de terrassen. Ik eet een boterham op een muurtje. Verschil moet er zijn.

Weert was aan het eind van de vorige eeuw geen Intercity-station. Dankzij een gerichte actie van de gemeente beloofde NS dat de Intercity’s (toen: Zandvoort aan Zee naar Maastricht) er zouden gaan stoppen, mits de gemeente er voor zou zorgen dat er voldoende in-en uitstappers waren. Het bleek een succes. Weert bleef een Intercitystation.

Maar ik stap hier niet op de trein. Ik fiets weer verder.

Levenscyclus en familieverhoudingen (6)

Moeder Boonstra is 89 jaar oud. Ze woont samen met haar jongste zoon (Bertje, 48 jaar) in een vrijstaand huis in een Fries dorp. Dochter Martine woont in hetzelfde dorp, dochter Merel woont in een ander dorp. De oudste zoon, Johan, heeft veel contact met zijn moeder, maar hij woont op aanzienlijke afstand van zijn geboortedorp. 

Hoe zat het ook alweer in de familie Boonstra? Er waren spanningen tussen de oudste dochter Martine en de tweede dochter Merel. En die spanningen leken verband te houden met de zorg voor hun moeder en daar achter liggend: de door beiden gewenste band van met hun moeder.

De beide broers leken buiten schot te blijven. Dat zie je wel vaker in gezinnen: de relatie tussen moeder en dochter roept een andere dynamiek op dan de relatie tussen vader en dochter.

Als het om gezinsdynamiek gaat, gaat het altijd om zeer gekleurde emoties. Het is vaak moeilijk om achter de feiten te komen. Gisteren hoorde ik van een rechter dat hij bij conflicten tussen gezinsleden vaak met dikke dossiers werd geconfronteerd waarbij het grootste deel van de aangevoerde feiten berustte op familiair wantrouwen en de daaruit voortkomende misverstanden. Zijn reactie: “U zit hier helemaal verkeerd! U moet niet bij de rechtbank zijn. U moet eerst eens leren om goed naar elkaar te luisteren. Gaat u dat maar even op de gang bespreken.”

Kantelpunt

Als de rollen anders worden zie je dat er een nieuw evenwicht nodig is. Eén van die momenten is het kantelpunt waarbij kinderen meer zorg gaan krijgen voor hun ouders. De positie van de meest sterke in het gezin verschuift. Die stoere vader die alles kon en wist blijkt opeens veel brozer te worden. De moeder die alles regelde blijkt niet meer alles te kunnen regelen.

Deze verandering doet vaak veel met kinderen. Maar het veroorzaakt ook emotionele turbulentie in de onderlinge verhoudingen. Er moet een nieuw evenwicht worden gevonden. Dat uit zich bijvoorbeeld in de vorming van ‘coalities’. Daarbij kan een centraal thema worden: wie neemt de zorg op zich? Of juist andersom: wie onttrekt zich aan de zorg?

Als het gaat om rivaliteit en angst voor liefdesverlies kan bij zorgverlening de achterliggende gedachte de behoefte aan erkenning zijn. Oftewel: de erkenning wordt gezocht in het geven van zorg.

Nagy

De Hongaarse psychiater Iván Böszörményi-Nagy (spreek uit: Nodzj) maakt tijdens zijn behandeling onderscheid tussen vier dimensies in de relationele werkelijkheid van de mens.

1. Feiten

De dimensie van de feiten: persoonsgegevens en gebeurtenissen in de familie. Zo hebben feiten uit het leven van ouders hebben gevolgen voor kinderen. Een psychiater met wie ik veel heb samengewerkt zei soms: “we moeten zijn grootouders opgraven om werkelijk te snappen wat er in dit gezin aan de hand is.”

Grootvader Boonstra kwam om in het verzet. Vader Boonstra heeft zijn eigen vader niet lang gekend. Maar ook hij overleed op betrekkelijk jonge leeftijd. De jongste zoon Bertje was drie jaar oud toen zijn vader overleed. En hoe zat het gezin in elkaar waar moeder Boonstra opgroeide? Het gaat hierbij dus om de feitelijke gegevens, je trekt er nog geen conclusies uit.

2. Gevoelens

De dimensie van de psychologie: gevoelens, gedachten, emoties en behoeften van het individu? Hoe heeft men gebeurtenissen verwerkt en de eigen persoonlijkheid gevormd? In dit denken speelt vooral de hechting tussen kinderen en hun ouders een grote rol.

De beide dochters bij de familie Boonstra schelen maar 1½ jaar in leeftijd. Welke band hadden ze met hun vader? Wat betekende het voor hen dat hun vader opeens wegviel en ze beiden in hun welzijn veel meer afhankelijk werden van hun moeder? Hoe was de relatie tussen Martine en Merel? Was er strijd om de aandacht van hun moeder?

3. Rollen in het gezin

De dimensie van de transactie of machtsconstellaties (de systeemdimensie): hoe waren en zijn de rollen verdeeld binnen het gezin? Daarbij kun je bijvoorbeeld denken aan de wijze waarop er onderling gecommuniceerd wordt. Wie neemt de initiatieven, wie is er bepalend? Wie neemt de Bovenpositie in, wie neemt de Onderpositie in of wordt er vanuit een Volwassen positie gecommuniceerd? Hoe ziet dat er dan in gedrag en communicatie uit?

Is er sprake van coalities binnen het gezin? Trekken bepaalde kinderen sterk met elkaar op, worden anderen buitengesloten? Is er een zondebok in het gezin? (degene die ‘veroordeeld’ wordt zodat anderen hun eigen pijn minder hoeven te ervaren?).  Hoe is de relatie met de eventuele schoonfamilies. Er zijn een schoonzus en twee zwagers. Doen ze mee of staan ze aan de zijlijn?

4. Ethiek

De vierde dimensie is het meest complex. Het is de dimensie van de relationele ethiek: verweven in feiten, psychologie en interacties. Termen daarbij zijn: rechtvaardigheid, loyaliteit, meerzijdige partijdigheid.

Daar zijn ingewikkelde boeken over geschreven, maar dat laat ik nu maar even zitten. Het gaat er om of je er uiteindelijk in slaagt om vanuit de feiten, de persoonlijke ervaringen en de ‘machts’verhoudingen binnen het gezin kunt komen tot een goede afweging wat in dit gezinsverband een ‘gezonde’,  maar ook in ethisch opzicht goede manier van omgang met elkaar is.

Dat betekent: het leggen van een gezonde basis van vertrouwen naar elkaar toe, uitgaande van ieders goede bedoelingen.

Fietsen door Bralim (4)

Vanuit Meijel fiets ik met onbekende bestemming in zuidwestelijke richting. Ik heb geen idee in welk dorp ik dan uit zal komen. Bij de buurtschap Roggelse Dijk kom ik bij een kanaal waar een drukke weg langs loopt. Volgens mij is dit de Zuidwillemsvaart, één van de vele vaarten die in opdracht van Koning Willem I werd gegraven om de haperende economie na de Franse tijd weer een impuls te geven.

Aan de overkant van het water ligt een fietspad dat deels onverhard is, en op andere delen is geasfalteerd. Ondanks het verkeer aan de overzijde van het water fietst het toch wel aardig en in ieder geval voorspelbaar: ‘immer gerade aus’. Als extra breekt de bewolking. Het land – bestaande uit percelen bos, weilanden, akkerbouw en een stukje heide – ziet er meteen heel anders uit.

Bij kilometerpaal 6 steek ik het kanaal en de drukke weg over en fiets buiten Ospel langs naar Nederweert. Die plaats blijkt aan een kruising van vaarwegen te liggen. Ik zie nu ook dat ik niet langs de Zuidwillemsvaart fietste maar langs de Noordervaart. Dat kanaal was door Napoleon bedacht als onderdeel van het plan ‘Grand Canal du Nord’: een rechtstreekse verbinding tussen Schelde, Maas en Rijn. Dat plan hadden de Spanjaarden al eerder bedacht en in Limburg, maar vooral in de buurt van Viersen in Duitsland zie je stukken kanaal liggen onder de naam Fossa Eugenia. Zowel de plannen van de Spanjaarden als van de Fransen zijn gestrand voor het water op vaardiepte was gebracht.

Nederweert is een uit de kluiten gewassen dorp dat tijdens de ‘Belgische opstand’ (1830 tot 1839) voor aansluiting bij België koos. Hadden de inwoners in een wetgevend referendum kunnen stemmen, dan was het dorp in 1839 een deel geworden van het Koninkrijk België.

In het dorp staat de fors uitgevallen Sint Lambertuskerk met een torenhoge toren. Door een doolhof aan bloemkoolwijken fiets ik in westelijke richting het dorp weer uit. Daarbij mijd ik de drukke provinciale wegen in dit gebied.

Paranoïde persoonlijkheid

Een mevrouw vertelde dat ze haar medicatie niet in nam, omdat ze dacht dat het een placebo was. Als het zou helpen zou de dokter meteen denken dat haar medische klachten ‘tussen de oren’ zaten. Maar dat was niet zo. Ze had écht lichamelijke klachten.

Het verhaal van die mevrouw bracht mij op het thema ‘paranoïde persoonlijkheid’. Daar kun je oud mee worden. Deze mevrouw was de 8o jaar gepasseerd.

Intimiteit

Het was misschien best bijzonder dat ze mij ‘toegelaten’ had. Maar voor de zekerheid hou ik wel de deur van haar kamer open. Een vorige (mannelijke) hulpverlener is door haar namelijk aangeklaagd vanwege ‘seksuele bedoelingen’. Volgens haar was die man verliefd op haar en hij was daarnaast uit op haar geld.

De mevrouw is dertig jaar getrouwd geweest. Volgens mevrouw dook haar man voortdurend het bed in met andere vrouwen. Intimiteit en wantrouwen staan op gespannen voet. Nabijheid roept bij mensen die de neiging hebben paranoïde te zijn direct wantrouwen op. En bij haar volgde hét bewijs na dertig jaar: toen vertrok haar ex met een jonge blondine naar elders. Mevrouw had dus toch gelijk gehad…

Geldzaken

En haar kinderen dan? Die vertrouwde ze ook niet. Ze kwamen wel op bezoek, maar ze zag ook wel in waarom. Ze waren uit op de erfenis. Aan haar dochter kon ze zien hoe zij uit was op de sieraden van haar moeder. Laatst had ze zelfs een halsketting omgedaan om te kijken hoe die haar stond.

Opvallend was dat mevrouw nauwgezet een kasboek bij hield. Nu zijn er meer mensen die dat doen sinds de ‘magere jaren’ in de Nederlandse economie. Maar de lading bij deze mevrouw is anders: op het moment dat het kasboek niet klopt met de inhoud van de portemonnee is mevrouw in alle staten. Ze heeft vaak op TV gezien en in de krant gelezen dat schoonmaaksters stiekem geld ontvreemden. “Dat heeft dat zwartje dus gedaan, zie je wel, die zijn niet te vertrouwen, dat had ze altijd al gezegd.”

Ouder worden

Mevrouw is er een voorbeeld van hoe bepaalde persoonlijkheidstrekken bij het ouder worden niet milder worden, maar versterkt worden. Naarmate ze meer moeite heeft met het overzicht wordt ze ook meer wantrouwend naar andere mensen toe. De trek die ze altijd al had wordt nu uitvergroot. De kans bestaat zelfs dat ze gaat denken dat er hele complotten tegen haar gesmeed worden.