Rommellade

Het schijnt dat iedereen een plek heeft waar spullen terechtkomen die nergens anders een plek hebben kunnen krijgen. Die rommel wordt zelden opgeruimd, want je weet maar nooit waar je het nog een keer voor nodig hebt. Sommige mensen vullen daar hun hele huis mee. Soms komen ze daarmee uiteindelijk op televisie.

Mijn bureaulade links is zo’n plek waar onbruikbare spullen liggen die ik toch bewaar. Ik heb de lade maar eens uitgebreid bestudeerd en me afgevraagd waarom ik dat allemaal bewaard heb. Daarbij kwam ik werkelijk van alles tegen waarvan ik de zin niet meer kan bedenken. Zelfs een potje met dropjes uit de vorige eeuw. Sommige spullen durf ik niet ook nu niet weg te gooien omdat ik eerst weer wil weten waarom ik het ooit bewaard heb. Je weet immers maar nooit.

Volgens twee Amerikaanse psychiaters (M.L. Kern en H.S. Friedman) leven mensen die ordelijk zijn en geordend leven langer. Mogelijk komt daar het gezegde vandaan dat je omkomt in de rommel. Op jongere leeftijd bepaalt vooral het vermogen om goed te kunnen ordenen een aanzienlijk deel van schoolprestaties en beroepsmogelijkheden. Taakgerichtheid en volgehouden aandacht zouden belangrijker voorspellers zijn dan het IQ.

Sigmund Freud bedacht dat de menselijke geest ook een rommellade kent. Dat noemde hij het onderbewuste. Van de meeste inhoud van onze brein zijn we ons totaal niet bewust. Hooguit dromen we er af en toe van. Dan komt de rommel even tevoorschijn.

De fysieke rommel die mensen bij elkaar weten te verzamelen inspireerde Daniel Levitin tot het schrijven van een dik boek (524 pagina’s). Maar als ik dat boek vandaag ga lezen kom ik niet aan opruimen toe.

Dus misschien moet ik toch maar eerst mijn eigen ordening aan gaan brengen in het rommelige bestaan. Al valt dat allemaal niet mee in corona-tijden nu ik toch de structuur van het dagelijkse bestaan wat mis...

Hoepelroknarcis

Vorig jaar verzamelde ik tijdens mijn strooptochten op de fiets zoveel mogelijk verschillende soorten narcissen. "Bejaarde man gearresteerd wegens diefstal van narcissen."

Er bestaan ruim 80 verschillende soorten narcissen, ik ben in dat jaar maar tot 16 verschillende soorten gekomen. De mooiste soort vonden we de (kleine witte) thalia.

Dit jaar ging ik weer op onderzoek uit, maar er kwamen geen nieuwe varianten meer bij.

Zaterdagavond bevond ik mij tijdens een vanwege de tegenwind weerbarstige fietstocht in Warmond. Daar vond ik bijzondere bermbloemen

hoepelroknarcis (bron: postplanten.nl)

die ik niet thuis kon brengen. Ik nam een foto en appte deze naar Tineke. Zij wist het ook niet. Ze weet bijna alles, maar dit dus niet.

Toen heb ik een paar van die bloemen wederrechtelijk geplukt en meegenomen naar huis.

Daar konden we ze wel thuisbrengen. Het bleken ook narcissen te zijn. In dit geval de Narcissus bulbocodium, oftewel de hoepelroknarcis.

De teller staat nu op 17 verschillende soorten narcissen. Het schiet niet echt op, maar het is er toch eentje meer dan vorig jaar.

De betweter die er zelf niks vanaf weet

Met het menen iets beter te weten dan anderen blijkt iets wonderlijks aan de hand te zijn. Hoe minder iemand ergens verstand van heeft, des te meer meent hij dat hij degene is die weet hoe de wereld in elkaar steekt.

Iedereen kent ze wel: de patiënt bij de tandarts die precies weet hoe de tandarts hem moet behandelen (beter dan de tandarts zelf), de bewoner van Vaartstraat 117 die beter dan de jurist weet hoe de wetgeving in elkaar steekt, de man met twee linkerhanden die beter dan de electricien weet hoe de electriciteit in de school moet worden aangelegd.

Zo was er deze week op TV bij 'Frank Visser' een man die aan de rechter uitlegde hoe de wetgeving in elkaar stak. "Ik wil niet op uw stoel gaan zitten, maar in de rechtspraak is het zo dat..." En dat niet één keer, maar bij herhaling. Uit de uitspraak bleek dat hij op alle punten ongelijk had. Hij had er helemaal niets van begrepen.

Het zijn de mensen die – zonder vooropleiding op een bepaald gebied- de deskundigheid van anderen op dat gebied in twijfel trekken.

Er doet zich op dit punt een wonderlijk fenomeen voor, schreef hoogleraar psychologie Roos Vonk. Het blijkt dat mensen zichzelf vooral overschatten als ze ergens slecht in zijn.

Zo zijn er op APA Pyc Net onderzoeken beschikbaar waarbij mensen gevraagd wordt om hun eigen redeneervermogen, gevoel voor humor, of grammaticale vaardigheden te beoordelen.

Daarna namen ze een test af om de werkelijke vaardigheid vast te stellen. Het bleek dat degenen die bij de slechtste 12,5% van de onderzoeksgroep hoorden op de test, zichzelf als bovengemiddeld goed beoordeelden. Hoe slechter men was, des te meer overschatte men zichzelf.

Dit komt doordat je bij deze slechte kennis ook het vermogen mist om je eigen vaardigheid te beoordelen.

Mensen die erg hoog scoorden, hadden juist de neiging zichzelf te ónderschatten: als je ergens veel kijk op hebt, heb je meer inzicht in je eigen tekortkomingen en ben je minder stellig, want je ziet alle voors en tegens en nuances. En als je een taak met gemak volbrengt, ben je geneigd te denken dat anderen dat ook kunnen.

Onbekwame mensen daarentegen herkennen juist niet de kwaliteiten van anderen. Dat is het beeld dat ook goed past in het plaatje van het narcisme.

Als iemand voortdurend erg zwart-wit en stellig redereneert, niet komt met nuanceringen als 'zou het kunnen zijn dat' en ook niet de meningen en deskundigheid van anderen 'meeneemt' in zijn overwegingen heb je een grote kans dat je met een betweter te maken hebt.

Op berenjacht

In deze coronatijden worden er veel beren in ramen geplaatst. Kinderen kunnen dat op zoek gaan naar plaatselijke beren. Daar zijn zelfs schema's voor ontworpen.

Ik ben in het bezit van twee persoonlijke beren. Die heb ik samen met een opgezette poes in het raam van mijn werkkamer geplaatst.

Zondagmiddag zijn we op berenjacht geweest. De oogst in Delft valt nog wat tegen. Maar uiteindelijk hebben we toch 27 beren geteld.

Delft lag er verstild bij. Zie ook de foto van de toren van de Oude Kerk en de Oudegracht op dit blog.

Alleen de maaltijdbezorgers gooiden roet in het eten van deze zondagsrust. Ook degenen die elektrisch zijn aangedreven. Geen uitstoot, maar wel teveel onrust.

Maar het was prachtig fotoweer en her en der heb ik dan ook wat foto’s gemaakt. Met mijn mobiel die op zich weinig fotogeniek is.

Onderweg ook nog op familiebezoek. Op gepaste afstand: dochter bleef op de eerste verdieping, wij op de stoep.

Probleem is tijdens zo'n wandeling dat ook alle toiletten gesloten zijn. Zelfs de gemeentelijke openbare toiletten. Je moet dus zorgen dat je weer thuis bent voordat je het in je broek/rok hebt gedaan.

 

Aanklager, redder, slachtoffer

Ik heb al vaker geschreven over de Dramadriehoek (ontwikkeld door Stephan Karpman). Deze keer een klein stukje in de herhaling, namelijk de drie posities binnen deze driehoek.

De Aanklager

De emotie van de Aanklager is gebaseerd op boosheid. Hij of zij wil de ander beschuldigen en straffen. De Aanklager ziet altijd kans om iemands zwakke plek te raken. Je herkent de Aanklager aan zinnen als:

  • ‘jij stelt je ook nooit coöperatief op’
  • ‘ik had je hiervoor toch al lang gewaarschuwd?!?’
  • ‘jij denkt ook altijd dat je het het beste weet’
  • ‘altijd gooi jij roet in het eten’
  • ‘aan jou heb ik ook helemaal niks’

De Redder

De redder wil graag hulp en advies geven. Het boek ‘Mag ik je geen advies geven’ is voor de redder volkomen onbegrijpelijke tekst. Hij of zij zet zich volledig in om het probleem van de ander op te lossen.

Je herkent redders nogal eens aan de manier waarop ze ‘eager’ zijn om een bepaalde positie in de hulpverlening in te nemen.

De redder denkt alles te weten en vult voor de ander in wat die persoon nodig heeft. Hij/zij heeft in de hulpverlening ook nogal eens de positie van de betweter. Anderen die het (ook) beter kunnen weten vormen teveel een bedreiging.

Soms maken redders slachtoffers, zoals in extreme mate gebeurt bij het Syndroom van Munchhausen bij Proxy. 

  • ‘doe het nu maar zoals ik je zeg, dan komt het goed’
  • ‘luister maar naar mij, ik weet wat je meemaakt’
  • ‘ik doe het wel even voor je, jij hebt al zoveel te verstouwen’
  • ‘jij kunt het ook niet helpen, laat het maar aan mij over’

Het Slachtoffer

In de dramadriehoek draait alles om het slachtoffer, degene die hulp, steun en aandacht voor de dingen die hij of zij eigenlijk zelf moet doen. Hij of zij kan dat doen door zielig gedrag, óf door een beroep doen op iemand die als redder op kan treden. Omgekeerd zijn redders vaak onbewust op zoek naar mensen die ze kunnen helpen.

  • ‘altijd krijg ik de schuld’
  • ‘dat lukt me toch nooit’
  • ‘vind je dit ook niet schandalig wat mij is aangedaan?’
  • ‘waarom overkomt mij dat nu altijd?’

Het gaat bij de Dramadriehoek om de volhardendheid van de symptomen. Daardoor komt het slachtoffer niet tot zijn recht (hij krijgt de kans niet om te laten zien dat hij iets zélf kan). En de aanklager maakt de sfeer rond de persoon onveilig.

Als het slachtoffer dingen opeens wél blijkt te kunnen neemt de redder nogal eens de positie van de aanklager in.

Ooit heb ik het verhaal beschreven van een jongen met het Sundroom van Down die jarenlang aan een rolstoel gebonden was. Volgens haar kon hij niet lopen vanwege hartklachten. Een arts constateerde dat er geen sprake was van ernstige hartklachten bij de jongen en gaf als advies dat de jongen kon leren om kleine stukjes te lopen. De moeder diende meteen een klacht in dat deze arts speelde met het leven van haar zoon en dat hij een bedreiging vormde voor mensen met een verstandelijke beperking. Inmiddels zijn we 30 jaar verder, is de vader zijn wettelijk vertegenwoordiger en wandelt en fietst deze jongen hele afstanden.

Fietsprovincies (6): Flevoland

FlevolandWaar zijn Henk50 en zijn toenmalige Gazelle nú weer neergestreken?

Zij bevinden zich in Almere, tussen de wijk Almere Hout en de Oostvaardersplassen.

Met de trein ga ik altijd aan de kant van dit schitterende natuurgebied zitten (behalve tijdens een stikdonkere nacht).

Het is een werkelijk adembenemend landschap. Zo moet Nederland er in de oertijd hebben uitgezien.

Vanuit de trein zie je de plassen het beste, het fietspad tussen Almere en de dijk langs het Markermeer schuurt er een beetje langs.

 Maar ook vanaf het fietspad heb je de kans dat je kuddes herten, runderen en paarden ziet en allerlei bijzondere vogels.

Big Five (2) : veerkrachtig of overgecontroleerd?

Er bestaat meerdere 'uitbreidingen' van de Big Five. Eén van die indelingen komt van Asendorf en collega's (2001) en gaat over kinderen.

Asendorf maakt onderscheid tussen mensen die 1) flexibel, veerkrachtig zijn, 2) mensen die alles onder controle willen houden en 3) mensen die het allemaal niet veel uitmaakt (‘boeit me niet’).

Neem bijvoorbeeld de dimensie extraversie, het naar buiten gericht zijn. Veerkrachtige mensen zijn vaak sterk extravert. Ze staan open in de wereld en houden van dynamiek, maar ook van verandering.

Mensen die ‘overcontrolled’ zijn zijn juist vaak naar binnen toe gericht, ze zijn introvert. Ze hebben meer dan genoeg aan zichzelf, om de boel voor zichzelf onder controle te houden. Mensen die ‘overcontrolled’ zijn hebben veel neurotische trekken. Ze streven naar perfectionisme en zijn daardoor ook erg gevoelig voor kritiek.

Veerkrachtige mensen daarentegen scoren laag op neuroticisme. Ze passen zich gemakkelijk aan.

Gedrag en vlijt

Op de klassieke lagere school zouden zowel veerkrachtige kinderen als kinderen die overcontrolled zijn een hoog cijfer voor én gedrag én vlijt halen.

Dit in tegenstelling tot de mensen die ‘undercontrolled’ zijn: ze maken hun huiswerk niet, letten niet op, en zijn met van alles bezig behalve de les.

Agressie, stiekem gedrag

Maar hoe zit het dan verder met dat gedrag? Zowel veerkrachtige kinderen als kinderen die overcontrolled zijn, zullen weinig agressie vertonen. De flexibele kinderen zijn vaak beter in het aanvoelen van anderen en neigen er toe om problemen op te lossen. De kinderen die ‘overcontrolled’ zijn trekken zich eerder terug. Hun boosheid treft niet anderen, maar zichzelf.

Kinderen die ‘undercontrolled’ zijn hebben onvoldoende rem: zij neigen dus juist wel tot agressie.

Uit het voorgaande komt ook dat kinderen die overcontrolled zijn vatbaarder zijn voor een depressie. De agressie slaat naar binnen.

Een probleem met de overcontrolled kinderen is dat ze wél geneigd zijn tot stiekem gedrag. De boosheid wordt indirect geuit. Dat kan ook zijn in de vorm van weglopen, stelen, met vuur spelen. Ze lijken erg aangepast, maar je moet hen wel in de gaten houden.