Delftse Schie

Tussen Rotterdam en Delft loopt een vaarroute: de Delftse Schie.

De route maakt onderdeel uit van een binnenvaartverbinding vanuit Rotterdam naar Leiden: het Rijn-Schiekanaal. Dit kanaal verbindt sinds 1892 allerlei voormalige vaarwegen. De Delftse Schie maakt daar onderdeel vanuit.

zicht-op-delft-vanuit-zwethDe Delftse Schie vertakt zich bij Overschie tussen de Delftse Schie, de Delfshavense Schie en de Rotterdamse Schie. De oorspronkelijke route loopt naar Schiedam, vandaar de naam van de plaats. Van de Rotterdamse Schie is niet zoveel meer over: na het bombardement op Rotterdam werd een groot deel van dit water gedempt. “Vroeger lag Rotterdam aan de Schie en nu ligt het in de Schie” zei men destijds.

Hoewel het scheepvaartverkeer er niet zo intensief is, zitten binnenvaart en pleziervaart (inclusief kano’s) letterlijk nogal eens in elkaars vaarwater. In Delft oefenen ook veel (studenten-) roeiverenigingen. De dichte bebouwing maakt dat er ook veel bruggen zijn: tussen Rotterdam en Den Haag liggen 16 bruggen.

zicht-op-delft-abtswoudse-brugOmdat we weer even in ons nieuwe huis (aan de Delftse Schie) wat dingen moesten regelen maakten we ook van de gelegenheid gebruik door een eindje langs het water te fietsen. Heen langs de westelijke zijde, en terug langs de oostelijke zijde. Zo eenvoudig kan het leven dus zijn.

De eerste foto maakte ik vanaf de fietsbrug in de buurtschap (Het) Zweth, net binnen de gemeente Rotterdam. Op de achtergrond zie je de Oude Kerk in Delft. De tweede foto maakte ik vanaf de Abtswoudse brug in Delft. Ons nieuwe huis ligt links (verstopt) achter het hoge flatgebouw.

Ringo 7Langs het Rijn-Schiekanaal ligt een grotendeels autovrije fietsroute. Je kunt daardoor redelijk autovrij van Schiedam naar Leiden fietsen. In Delft kun je bij ons huis even afstappen voor een kopje koffie met poes.

Mondzorg en gezondheid

“Je kunt overlijden aan een slechte mondgezondheid”. Aldus dr. Gert Jan van der Putten. Af en toe werk ik met hem samen in het kader van de supervisie voor tandartsen geriatrie in opleiding. Van gebitten heb ik geen verstand, maar ik mag meekijken naar o.a. communicatieve aspecten tijdens de behandeling.

De mond gezien?

Volgens Gert Jan slaan o.a. huisartsen nogal eens een stap over: ze kijken bij infecties bijvoorbeeld direct in de keel en slaan de toestand van het gebit daardoor nogal eens over.

Hoe ouder je bent, des te belangrijker wordt goede mondzorg. Maar het is juist die mondzorg die al jarenlang een ondergeschoven kindje is binnen de ouderenzorg, al zijn er tegenwoordig ook goede voorbeelden dat het anders en beter kan.

Tijdens een congres noemde Gert Jan (o.a.) de volgende verbanden tussen kwaliteit van de mondzorg en algehele lichamelijke toestand:

a) Er is een zeer sterk verband tussen mondzorg en longproblemen. Slechte mondzorg maakt keel en longen zeer gevoelig voor infecties.

b) Er is een aanzienlijk verband tussen de kwaliteit van de mondzorg en hartproblemen.

c) Er is een aangetoond verband tussen de kwaliteit van de mondzorg en het ontstaan van diabetes.

d) Het lijkt erop dat slechte mondzorg de kans op ‘opvlammende’ reuma vergroot.

e) Er lijkt verband te zijn tussen de kwaliteit van de mondzorg en ziektes van het maag-darmstelsel.

Daarnaast zijn er studies beschikbaar waaruit zou blijken dat er een verband bestaat tussen de kwaliteit van de mondzorg en:

  • psoriasis
  • overgewicht
  • slaapstoornissen
  • Alzheimer
  • sommige vormen van kanker
  • soms nierinsufficiëntie
  • problemen met het evenwichtsorgaan.

Kip of ei?

Het is wel spannend wat de kip of het ei is. Bijvoorbeeld: als je reuma hebt wordt het ook lastiger en pijnlijker om goed te poetsen. En als je Alzheimer hebt weet je in een latere fase ook helemaal niet meer hoe je je tanden moet poetsen.

Ivoren wachters

Een tijd geleden verscheen er een artikel over een ziekte die door geen enkele specialist was onderkend. De mevrouw in kwestie (74 jaar) had onbegrepen darmklachten. Huisarts en specialisten hadden zich sufgepiekerd wat er bij haar aan de hand zou kunnen zijn. Ze was vele malen geprikt om labuitslagen te kunnen verzamelen. Uiteindelijk vroeg iemand zich af hoe het met de toestand van het gebit van mevrouw zou zijn. Het bleek dat de mond een broedplaats van allerlei ongewenste infecties was. Niemand had ooit in haar mond gekeken. De titel van het artikel was: “Ivoren wachters en een vergeten ziekte.” Met als ondertitel: “het maagdarmstelsel begint bij het gebit”.

Oftewel: de mond niet vergeten! Zie ook: http://www.demondnietvergeten.nl

Spitsuur in Heiloo

Reizigers met een kortingkaart kunnen vanaf 9 uur goedkoper (of ‘gratis’) reizen met NS.

dsc09701Dat leidt na de ochtendspits tot een tweede ochtendspits. Zoals hier op station Heiloo waar tientallen reizigers staan te wachten op het tijdsein van 08.55 uur (vanaf die tijd kun je volgens de daluren inchecken).

Mijn ervaring is dat de eerste treinen na 9 uur bijna nét zo vol zijn als de vroegere treinen. Het schijnt dat er om die reden ook kaartjes in de extra goedkope aanbieding zijn die vanaf 11 uur geldig zijn. Maar daar let ik verder niet op, omdat ik al een Dal-Vrij abonnement heb.

Dus stond ik ook in Heiloo in de rij. Op de fiets door een Heilooërbos en dan de eerste trein vanaf 9 uur. Dat is de Intercity naar Maastricht die hier om klokslag 09.00 uur vertrekt.

 

Sociale attitudes (7)

Hoe afhankelijk ben ik van anderen?

Sociaal gedrag gaat over de relatie tussen mij en de ander.

Het gaat dus ook altijd over anderen.

In de (eerder) genoemde zes fasen heeft de mens de ander nodig om zelf te kunnen functioneren. Vreemd is dat natuurlijk niet. Het is niet goed dat de mens alleen is…

Wat prof. R.E. Abraham als kenmerk van de eerdere fasen noemt is dat deze mensen anderen nodig hebben om hun identiteit te waarborgen. Ieder mens heeft dat wel een beetje nodig, maar in de vroegere fasen raken mensen ontregeld als ze niet dagelijks de beschikbaarheid van en de goedkeuring door anderen ervaren.

Voorbeelden

R.E. Abraham o.a. noemt als voorbeelden:

a) een persoon met een symbiotische relatie (meestal is dat met de moeder) heeft altijd een duwtje van de ander nodig om op gang te komen

b) iemand met een borderline-persoonlijkheid heeft de ander nodig om desintegratie (het gevoel dat je als persoon uit elkaar valt) te voorkomen.

c) iemand die narcistisch is heeft de ander nodig om bewonderd te worden: hij wil op het podium staan, maar dan moet er wel publiek zijn om hem toe te juichen.

d) een persoon die in verzet is heeft de ander nodig om zich tegen te verzetten. Als er niemand is tegen wie je je kunt verzetten heb je eigenlijk ook geen bestaan meer…

 Kun je jezelf zijn?

Pas in de laatste fasen heb je de ander niet steeds nodig om zelf bevestigd te worden. Je kunt, redelijk onafhankelijk van anderen, functioneren. Dan hoor je bijvoorbeeld niet meer: “Als het moet doe ik het niet.” Je denkt niet meer: “Wat vinden de buren van mijn nieuwe auto?” Je vraagt je ook niet meer af wat een bepaalde handeling oplevert. Je maakt je eigen keuzen, waarbij je wel steeds rekening houdt met gevoelens en belangen van anderen.

Die laatste fasen bereikt lang niet iedereen. Maar ook als je zo kunt functioneren, dan kan het opeens zo zijn dat je bij stress toch weer in je oude patronen vervalt…

 

 

Alkmaar in beeld

Nee, nu geen foto van Delft in de ‘header’: dit is Alkmaar. Het is de stad waar we 13 jaar geleden gingen wonen. ‘Metterwoon gevestigd hebben’ leerde ik van juffrouw Top op de HBS.

alkmaar-bij-accijnstorenAlkmaar, Leiden en Delft hebben veel overeenkomsten. Een oude historische binnenstad met veel monumenten, een vaarwater dat in het verleden een belangrijke aanvoerroute was, een centrum dat aan het eind van de 19e eeuw uit zijn voegen barstte, een schil van 19e eeuwse wijken net buiten de omwallen en uitgestrekte nieuwbouwwijken.

En een station op enige afstand van de binnenstad. Twee gloednieuwe stations (Leiden en Delft) en één gerenoveerd station (Alkmaar). Alle drie de steden hebben rond de 100.000 inwoners. De drie steden hebben overeenkomsten met Haarlem, maar die stad heeft toch een net iets andere uitstraling.

alkmaar-zeglisTerug naar Alkmaar. We (mijn fiets en ik) bevinden ons hier aan het Groot Noord-Hollandsch Kanaal, dat op dit punt een scherpe bocht maakt. Het kanaal volgde hier de loop van een riviertje, het Zeglis. De stad Alkmaar was tot in de 16e eeuw omgeven door water.

alkmaar-nieuwbouw-langs-het-waterLangs het Zeglis groeide in de 17e eeuw de bedrijvigheid. Er kwamen zoutziederijen, brouwerijen en kalkovens. Op ditzelfde gebied ontwikkelt zich nu een nieuwbouwproject: de Schelphoek. Want mensen willen tegenwoordig graag aan het water wonen.

Aan de overkant bevindt zich de Accijnstoren, waar de gemeente Alkmaar belasting inde van de schepen die de stad binnen voeren. De toren werd in  1929 een eindje verplaatst om meer ruimte te creëren voor het verkeer (toen dus al!).

alkmaar-panoramaDe foto in de header maakte ik vanaf de Eilandswal. 

Sociale attitudes (6)

Ontwikkelingsdynamiek

In de klassieke terminologie wordt het gedrag waarbij je alleen aan jezelf denkt vaak omschreven in DSM-termen (de DSM is het spoorboekje van de psychiater). Je komt dan bijvoorbeeld uit op een reeks persoonlijkheidsstoornissen (theatraal, narcistisch enz.).

Als je op voornoemde manieren in de wereld staat heeft dat altijd consequenties voor de manier waarop je naar anderen kijkt (de object-relaties). Voor de peuter is zijn moeder degene die hem van van alles moet voorzien. Voor een volwassene die emotioneel op die manier functioneert zijn anderen er voor om hem te plezieren. Maar dat is allemaal weer een apart hoofdstuk…

Persoonlijke ontwikkeling

Het nadeel van die termen is dat ze slechts een etiket vormen, zonder dat de achtergrond zichtbaar wordt. Binnen de ontwikkelingsdynamische visie zie je ook hoe problematiek in de lijn van de persoonlijke ontwikkeling past. In dat kader zou je kunnen zeggen dat mensen die alleen aan zichzelf denken emotioneel niet volgroeid zijn. Ze hebben hun bestemming niet bereikt.

Dat klinkt als een oordeel. Tegelijkertijd schrijf ik er dan óók bij dat niemand in deze wereld zijn bestemming heeft bereikt. We hebben aan de ene kant allemaal deuken en blutsen opgelopen. Aan de andere kant nemen we allemaal op bepaalde momenten onze verantwoordelijkheid niet.

Toch is het boeiend om te lezen hoe mensen (die altijd met zichzelf bezig waren) het betrokken raken bij anderen als een verrijking ervaren. “Dat had ik veel eerder moeten doen.” Ze ervaren zichzelf als meer compleet, emotioneel meer volgroeid. Soms hoor je dat zelfs van mensen die bijvoorbeeld door een ernstig ongeluk stilgezet zijn in hun leven.

Erikson

Het is Erik Erikson geweest die er als eerste in is geslaagd om helder uiteen te zetten (‘van de wieg tot het graf’) welke fasen mensen doorlopen en welke ontwikkelingstaken ze daarbij uit moeten voeren.

Iedere fase heeft een eigen ontwikkelingstaak. Zo moet de baby ervaren dat de omgeving veilig is, de peuter moet leren dat hij stapjes kan zetten buiten zijn ouders om, maar wel binnen de ‘monitoring’ door zijn ouders en de puber moet leren om vol te houden zonder dat zijn ouders er voortdurend achteraan moeten zitten.

In iedere fase lopen mensen averij op. Die schade vind je terug in kwetsbaarheden bij volwassenen. Maar er is ook veel groei mogelijk: mensen kunnen leren omgaan met hun kwetsbaarheden.

De eerder genoemde fasen van de ontwikkeling van sociale attitudes komen indirect van Erikson vandaan. Ze zijn nader uitgewerkt in het boek ‘Het ontwikkelingsprofiel’ door R.E. Abraham.

Wordt vervolgd

Met de zesde fase (productiviteit) is het leven nog niet klaar. Er volgen nog de fasen van het samenleven (in nauwe relatie met de ander), de verantwoordelijkheid volledig kunnen nemen en het in staat zijn om los te laten, terug te kunnen treden. Die laatste fase valt bij Erikson onder de ‘ouderdom’: het op een wijze manier grijs kunnen zijn.

Joris

Deze meneer is de neef van Ringo.

Net zoals Ringo mist hij overigens één onderdeel. Beide mannen zitten dan ook in een lotgenotencontact-groep.

lange-katHet is Joris, de kater van onze dochter Nynke. Joris is nog redelijk jong. Dat houdt tevens in dat hij in staat is tot veel kattenkwaad. Ringo is ouder en (inmiddels?) redelijk voorzichtig: eigenlijk gaat er nooit iets stuk. Joris is nogal onbesuisd en richt in die hoedanigheid nogal eens schade aan.

Een tijdje geleden brak Joris zijn staart. De staart werd gedeeltelijk geamputeerd. Nu is Joris een aanmerkelijk grote en lange kater met een opmerkelijk korte staart.

Dat was even wennen voor hem. Want de staart is het stuur bij kattensprongen. Dat ging in het begin nog wel eens mis: hij was de weg kwijt. Maar tegenwoordig springt Joris weer gemakkelijk drie meter ver of ruim twee meter hoog. Dat is voldoende om buiten allerlei obstakels te kunnen nemen.

Dat lukt dus ook met een gekortwiekte staart.