Fiets en trein in Duitsland

“Duitsland is een zeer fietsvriendelijk land.” Aldus de Rover-site. 

Fietsers in Duitsland

Ik ben opgegroeid met het idee dat je de Duitsers niet moest vertrouwen. De oorlog was nog niet zo lang geleden en de Duitsers reden bij voorkeur veel te hard in snelle Mercedessen. Fietsen zou levensgevaarlijk zijn. Maar inmiddels is Duitsland bezig met een inhaalslag. Sommige steden zijn zó fietsvriendelijk dat er Nederlandse steden zijn die daar een voorbeeld aan kunnen nemen.

Opmerkelijk is dat de fiets vooral wordt gebruikt voor mensen met een hoge opleiding. Zoals ‘Der Spiegel’ meldde: in Duitsland is de dure fiets inmiddels hét statussymbool aan het worden en niet meer de ster van de Mercedes.

Een nadeel is dat de oude fietspaden die al eerder in de steden werden aangelegd inmiddels sterk verouderd zijn. Er staan vaak auto’s op geparkeerd en je moet stoep-op en stoep af. Maar meestal mag je ook wel op de autostrook of de busstrook fietsen.

Fiets en regionale trein

Maar dan de fiets in de trein. De fiets kan in Duitsland in elke regionale trein mee. Dat hoeven helemaal geen stoppertjes te zijn, zoals de naam suggereert, er zijn regionale treinen die afstanden van een paar honderd kilometer overbruggen. Op die manier reisde ik onlangs binnen vier uur tijds met fiets vanaf de voormalige DDR-grens naar Bad Bentheim. Voor het meenemen van de fiets betaalde ik 4½ euro.

Fiets en IC-trein

Bij de IC-treinen wordt het ingewikkelder, daar moet je bijna altijd reserveren. Dat geldt ook voor de internationale trein van Amsterdam naar Berlijn. Er is vaak een deel van een wagon gereserveerd voor fietsen, maar omdat fietsen in Duitsland erg populair aan het worden is ontstaat er ook plaatstekort.

Fietsvervoer DBOp de foto een fietswagon in een regionale trein. Deze trein had twee van deze grote wagons: twee maal de benedenverdieping van een dubbeldekker. Een woordvoerder van NS zei dat de Nederlandse dubbeldekker daar niet geschikt voor is. Het waarom ben ik niet te weten gekomen.

Regionale vervoerders

Ook de treinen van Abellio (een dochter van NS zijn op deze manier ingericht). Je zou toch denken dat NS daarmee ook op een idee kan komen, maar de ruimte voor fietsen is in de treinen van NS krap bemeten. Dat geldt zeker voor de zogenaamde Koploper. Soms moeten Wadfietsers in Leeuwarden meerdere treinen voorbij laten gaan, voordat ze met fiets in kunnen stappen.

Bij de regionale vervoerders, zoals Arriva, Connexxion en Breng is echter weer veel meer plek voor fietsen. Het voordeel van zo’n groot compartiment is dat het multifunctioneel is: ook kinderwagens vinden er een ruime plek, mensen met een rolstoel kunnen er gemakkelijk binnen komen. Ook de plaatselijke carnavalsvereniging geeft er wel eens een blaasconcert. Ik zag zelfs een keer iemand met een geit. Ik weet overigens niet op wat voor kaartsoort een geit reist. Vermoedelijk was het gekkegeit.

Internationale tip

Internationale fietskaartjes zijn naar verhouding duur. Bovendien moet je reserveren. Daarom kiezen we er doorgaans voor om met de trein naar een grensstation te treinen. Daar kopen we dan een kaartje voor het volgende land.

Een voorbeeld: retour fietsdagkaart naar België = 24 euro. Met de trein naar Roosendaal is 6 euro, daarna fietskaart België 5 euro (samen 11 euro) of een dagkaart 8 euro (samen 14 euro). Spaart toch mooi een kop koffie of twee met gebak uit.

 

Van kleursorteerder naar muggenzifter

Hebben jullie dat nou ook? Dat je een boek niet in je boekenkast kunt vinden? Ik onthoud boeken vooral aan de kleur. Maar een boek kan ook verkleuren. Of ik heb toch de kleur een beetje verkeerd onthouden.

In ieder geval was ik op zoek naar een boek over narcisme. De kaft is blauw met wit. Maar ik heb het boek niet gevonden. Ik kwam wel een ander boek tegen. De band is zwart met geel.

Ongevraagd advies

Het boek behandelt op een anti DSM-manier een aantal groepen mensen die je in je kennissenkring tegen kunt komen. Het eerste hoofdstuk gaat over de muggenzifter. “De muggenzifter klaagt voortdurend en geeft ongevraagd advies”. Volgens de auteur van het boek (Les Parott) wordt de muggenzifter als de meest irritante ‘groep – van de 15 categorieën mensen die hij heeft beschreven – ervaren.

Hoe zit het gedrag van de muggenzifter er uit? 

De psychische anatomie van de muggenzifter is als volgt:

  • Hij (zij) is perfectionistisch: ieder foutje is een ramp
  • Hij (zij) is gedreven, een ‘moeter’: hij/zij is er altijd druk mee om de dingen naar de eigen hand te zetten. Het woord ‘moeten’ komt in veel zinnen voor.
  • Hij (zij) is bazig: wordt door anderen als bemoeizuchtig ervaren, de ander krijgt niet de ruimte om het anders te doen
  • Hij (zij) is veroordelend: zit voortdurend op de voor hem (haar) zelfbedachte troon met de vinger naar de fouten van anderen te wijzen
  • Hij (zij) is hongerig naar macht: wil voortdurend de controle over andere mensen
  • Hij (zij) is arrogant: ziet zichzelf als de alwetende expert op elk vakgebied
  • Hij (zij) is vermoeiend voor anderen: ‘pietluttig’. Wat ‘opbouwende kritiek’ of ‘positieve feedback’ wordt genoemd werkt in feite als een permanente afbraak van de ander
  • Hij (zij) is eigenwijs: ze geven de ander het gevoel bij een autoritaire meester (juf) in de klas te zitten
  • Hij (zij) maakt dat je voortdurend in de verdediging meent te moeten gaan
  • Hij (zij) weet – ook als alles goed verloopt – toch nog iets te vinden wat de ander niet goed heeft gedaan.

Indirect

De Muggenzifter leest graag anderen de les. Maar het kan ook zo zijn dat de kritiek indirect wordt geuit. Les Parott: “Ze klagen tegenover anderen over jou, zonder jou in het proces te betrekken.” 

Ze kunnen ook hun kritiek indirect verpakken. “Ik wil geen ruzie, maar je moet wel weten dat je het helemaal verkeerd hebt aangepakt.” Op zo’n moment neemt de muggenzifter geen verantwoordelijkheid over eigen uitspraken, want als de spanning oploopt heeft hij (zij) het niet gedaan, want hij (zij) wilde immers geen ruzie…

 

 

Sint Joos ten Node

Ten oosten van het Noordstation van Brussel bevindt zich de gemeente Sint Joos ten Node. Het station ziet er aan de achterzijde verwaarloosd uit. Aan de voorzijde, waar ook luxe nieuwe kantoren worden gebouwd, wordt hard gewerkt aan een opknapbeurt. Als je van de voorzijde van de achterzijde van het station loopt ervaar je in één keer de tegenstellingen in de Brusselse agglomeratie.

Brussel achter station NoordIn Sint Joos ten Node (20.000 inwoners) waan je je min of meer in het buitenland. De grote winkelstraat achter het station wordt bijna helemaal ‘bevolkt’ voor niet-westerse winkels. Natuurlijk: in andere stadsdelen vind je ook bijvoorbeeld meubelzaken, maar een Turkse meubelzaak ziet er heel anders uit dan een ‘kale’ westerse meubelzaak.

De statistieken van de Belgische deelgemeenten bevatten – anders dan in Nederland – geen opgave van de herkomst van Belgische staatsburgers. Wat wel zichtbaar is is hoeveel mensen er staan ingeschreven die niet de Belgische nationaliteit hebben. In dit stadsdeel is één op de drie inwoners een ‘buitenlander’: hij of zij bezit niet de Belgische nationaliteit. De grootste groepen zijn Marokkanen en Turken.

De werkloosheid in deze deelgemeente ligt zeer hoog: op 33%. Maar van de jongeren tussen 18 en 25 jaar is 53% werkzoekend en dat vaak al gedurende langere tijd. Gebrek aan perspectief is een gezondheidsrisico als het gaat om de geestelijke gezondheid.

Hoe dan ook: Sint Joos ten Node is een zeer kleurrijk stadsdeel. Ik keek er mijn ogen uit….

 

 

 

Het kind als project

“Vader moet presteren, moeder moet een eigen carrière, en de kinderen moeten laten zien wat ze kunnen.” Allemaal ‘moeten’, beschreven in een artikel over opvoeding in 2001 (Vrij Nederland). 

“Met al dat materialische en prestatiegerichte hebben we helemaal niks” zeggen de moeders van een 1½ jarige peuter. “Maar onze dochter moet wel goed geoccupeerd de maatschappij in. Ze moet weerbaar worden, zelfvertrouwen ontwikkelen, humoristisch zijn, relativeringsvermogen hebben, de innerlijke kracht ontwikkelen om zelfstandig keuzes te kunnen maken, optimistisch zijn en charme laten zien. Gelukkig is de donor een intelligente, optimistische man. Dat krijgt ze alvast van haar biologische vader in de genen mee.”

Filosoof Gabriël van den Brink, auteur van het boek Hoge eisen, ware liefde: “We nemen geen genoegen meer met de middelmaat, we moeten opvallen en uitblinken. Mensen stellen hoge eisen aan zichzelf en aan elkaar. Ze moeten modern zijn en altijd actief en hun kinderen moeten in dat hoge eisenpatroon mee doen”. 

De keerzijde van dit verhaal is: wat als dit allemaal niet zo gebeurt? Als het kind niet zo maakbaar is als de beide moeders denken? Wie zulke hoge eisen stelt aan zijn eigen vaardigheden als opvoeder kan erg diep vallen. Het kind is – voor het gevoel van de ouders – mislukt, de opvoeding is mislukt en grote kans dat de ouders zich ook mislukt voelen.

“Als ze later met een moslimman trouwt en een hoofddoek draagt heb ik gefaald” zegt één van de moeders uit het interview. Maar gelukkig: nu liggen er nog volop kansen voor haar 1½-jarige dochter. “Ik zou het waanzinnig vinden als ze kunstzinnig is” zegt de ene moeder. En de ander: “Ik ga haar zeker interesseren voor muziek.” De andere moeder: “Daar houdt ze zeker van. En van dansen. En van paarden.” 

En de aap komt ook nog eens extra uit de mouw, want één van de moeders heeft vroeger nooit de kans gekregen om op muziekles te gaan. Haar dochter moet dus compenseren wat ze zelf tekort is gekomen.

Het kind als projectie en het kind als project. Onder die emotionele hypotheek moest deze dochter groter groeien. Inmiddels is ze 16 jaar oud en waarschijnlijk druk, druk, druk met alles wat er moet.

Geloven: regel of relatie?

Johan is opgegroeid in een veilig gezin. Zijn ouders waren in de buurt als hij hen nodig had, hij werd gestimuleerd, maar mocht ook zichzelf zijn.

Catharina is opgegroeid in een beschadigend gezin. Het was er onveilig. Haar ouders hadden vaak ruzie. Haar moeder was vooral met zichzelf en niet met de kinderen bezig.

kapelkerkdienstJohan en Catharina hebben verkering. De hele tijd loopt Catharine het vuur uit de sloffen voor Johan. Ze wil voor hem koffie zetten, eten koken, de was doen, stofzuigen. Pas als ze iets voor hem kan doen is het goed.

Johan zegt tegen Catharina: “Kom nu eens gewoon naast me zitten. Het is goed als je bij mij op de bank zit.”

Catharina zegt: “Ik voel me onrustig als ik niet iets voor jou kan doen. Zo kan ik je laten zien dat ik van je houd.”

Johan zegt: “Het is goed als je naast me zit. Als je er gewoon bent. Je hoeft niets voor mij te doen.”

Zó begon de preek van de dominee.  Hij trok een lijn met de manier waarop mensen geloven.

“Geloven is geen kwestie van het opvolgen van regels. Het is ook geen kwestie van het zoeken van vormen die aan jouw religieuze behoeften voldoen. Dat heeft de kerk er wel erg vaak van gemaakt”.

In Psalm 27 staat letterlijk ‘zoek contact, kijk mij in de ogen’.

Catharina was steeds weg, steeds bezig. Ze had weinig oogcontact met Johan. Al die bezigheden stonden het werkelijke contact in de weg.

Geloven draait niet om regels, maar om de relatie, om diepgaand contact. Dat is de kern.

 

 

 

Sint Jans Molenbeek

Sint Jans Molenbeek is een deelgemeente van de Brusselse agglomeratie. De gemeente kwam in het nieuws omdat enkele daders van de aanslagen in Parijs uit deze plaats afkomstig waren.

Vorige week fietste ik door de gemeente. Dat was niet de bedoeling. Ik zou naar Charleroi gaan, maar de trein reed niet verder. Toen ben ik maar in Brussel uitgestapt. Ik maakte er een dagje Brusselse deelgemeenten van.

Natuurlijk was ik benieuwd naar Sint Jans Molenbeek. De deelgemeente telt ongeveer 100.000 inwoners. Maar is het leven er nu zo bar en boos zoals sommige media beweren?

Brussel Molenbeek Mijn indruk was dat er in de plaats (qua woonklimaat) goed te leven moet zijn. Ik trof er een aanzienlijk aantal redelijk dorpse gebieden en zelfs een gedeelte dat meer op een tuinstad leek. Af en toe is er ook dichte bebouwing en in de jaren ’60 zijn er hoge flats gebouwd. De straten zien er redelijk onderhouden uit, de huizen zijn weliswaar verouderd, maar de plaats ziet er in zijn algemeenheid niet verpauperd uit.

In het straatbeeld zie je een gemengde bevolking met regelmatig mannen met lange baarden en djellaba’s of kaftans. Sommige vrouwen lopen met een niqab, maar het zijn uitzonderingen. Maar die zie je in Amsterdam West en sommige wijken van Den Haag ook. Molenbeek had ook een wijk in Den Haag kunnen zijn.

Kijk je naar de samenstelling van de bevolking (het stedelijk archief), dan vallen er wel cijfers op. De werkloosheid is rond 30%, maar bijna de helft van de jongeren zit zonder werk. De meeste inwoners hebben de Belgische nationaliteit, een kwart van de bevolking heeft een andere nationaliteit. Van die mensen komen de meesten uit Marokko, de groepen die daarna volgen zijn Italianen, Spanjaarden en Congolezen.

De gezondheid van de bevolking laat te wensen over: de mensen sterven jonger dan in de meeste andere Belgische gemeenten. Het sterftecijfer als gevolg van longaandoeningen ligt bijna 30% hoger dan gemiddeld in Brussel. Dat klinkt allemaal niet zo gezond.

Maar ik vond het aardig om Brusselse deelgemeente even te kunnen bezoeken. In een uur zie en proef je lang niet alles, maar het leven leek me er minder slecht dan het beeld dat ik voor ogen had gehad. En ik moet zeggen: de agglomeratie Brussel maakt een enorme sprong voorwaarts als het gaat om het fietsverkeer. Misschien worden de longproblemen hier dan op den duur ook wat minder.

Brussel LaekenEen tweede foto is van de deelgemeente Koekelberg, die aan Sint Jans Molenbeek grenst. Deze gemeente heeft ook een zeer gemengde bevolking, maar de plaats (met 21.000 inwoners) heeft een wat meer groene uitstraling. Er zijn een aantal brede en beboomde wegen. Het inkomen ligt er hoger en de werkloosheid is lager (23%) dan in Sint Jans Molenbeek.