Plaatselijke poes (6) : Waalse poezen

Wij zijn twee poezen uit het Waalse Chiney. Die plaats kennen jullie niet. Daarom kennen jullie ons ook niet.

Wij hebben allebei ons eigen raam. Om misverstanden te voorkomen: we zitten niet achter de ramen, maar vóór de ramen.

We horen bij twee verschillende baasjes en dat willen we zo houden ook. We verkeren namelijk in een toestand van gewapende vrede. We moeten elkaar niet te dicht naderen, want dan wordt het knokken. Maar op deze manier, op gepaste afstand van elkaar, valt het leven wel vol te houden.

Ik ben dan dus die gestreepte kat. Ik heet Mademoiselle Minoux. Er loopt een cypers streepje als rode draad door mijn leven. Ik heb daarnaast een fysiek probleem. Mijn staart is te lang. Volgens de antroposofen is dat een gevolg van een gerichtheid op het aardse leven. Als ik loop sleept de staart zo ongeveer achter mij aan over de grond. En zij van hiernaast lacht mij daarom uit.

Op een dag kwam er een fietser langs. Hij zag mij zitten en stapte af. Hij zei: “Kijk eens naar het vogeltje.” Dat wil ik natuurlijk wel. Vogeltjes hebben wel mijn interesse. Maar ik heb geen vogeltje gezien. Wel een fietser met een beperking. Er was namelijk geen woord Frans bij. En een beetje mens hoort Frans te spreken.

En mijn naam is Mademoiselle Demi Noir. Die fietser vertrouwde ik niet zo erg. Je hoort wel eens van die dingen. Van fietsers die zomaar een kat in de zak meenemen.

Maar hij had zij van hiernaast gesproken en dan kan ik natuurlijk niet achterblijven.

Ik ben jonger dan zij van hiernaast en dat is mij wel aan te zien. Ik ben ook erg netjes op mezelf: mijn wit is smetteloos wit. En mijn zwart is ook heel erg schoon.

De poezen in onze stad worden onderverdeeld is twee groepen. Die van vóór de donderslag en die van ná de donderslag. Ik ben van ná de donderslag. En die hoop ik ook niet mee te maken. Mijn moeder zaliger heeft me verteld dat de donder in de toren hier tegenover sloeg en dat de dakpannen daarna door de ramen vlogen.

Daarom let ik iedere dag op het weerbericht. Voor vandaag was er geen donder voorspeld, dus dan zit ik graag op dit plekje. Morgen zit ik weer binnen. Want dan voorspelt Uccle weer donder en bliksem. Dat wil ik dus niet meemaken...
Advertenties

Contactangst

Er bestaan tal van soorten van angst. Eén van die vormen is de contact-angst. Dat is angst die ontstaat in het contact met andere mensen. Bij oudere mensen kan contact-angst een diagnostisch aspect hebben. Als iemand bijvoorbeeld steeds meer de eigen partner mijdt: wat is er dan aan de hand?

Als een persoon altijd al wantrouwend was tegenover anderen is er niet zoveel aan de hand. Bijvoorbeeld bij iemand die geen vreemden over de vloer wilde hebben. Dan zeggen we: “Laat maar, dat hoort nu eenmaal bij haar.” Oftewel: het is karakteristiek voor de persoon. Met een moeilijk woord: het is ego-syntoon.

Als iemand altijd de deur voor iedereen open had staan en nu mijdt die persoon veel mensen (‘ze houdt de deur dicht’), dan is dat een signaal dat er wél iets aan de hand is.

Een gezonde achterdocht hoort overigens bij het ouder worden. Als iemand vroeger ’s avonds iedereen bij de voordeur te woord stond is het op hoge leeftijd gezond om de deur niet zomaar meer open te doen en al helemaal om niet iedereen binnen te laten. Net zoals het ook passend kan zijn om twee keer voor het naar bed gaan de deuren te controleren.

Er bestaan vier soorten contact-angst:

De signaalangst. Dit is een gezonde vorm van angst. Als iemand tijdens het pinnen van geld te dicht bij je komt staan is het een gezonde angst dat je de code extra afschermt en meer alert bent.

Angst voor straf. Dit is een neurotische vorm van angst. Deze vorm van angst zit vaak al van jongs af aan in de persoon. Het is de angst of je het wel allemaal goed doet. ‘Wat zouden anderen er wel niet van denken?’ ‘Ze zijn toch niet boos op me?’ Deze ouderen vragen veel bevestiging of ze het allemaal wel goed doen. Het neurotische aspect zit in het idee dat je liefde van anderen gaat verliezen als je het niet goed doet.

Angst voor verlies van de ander (de borderline angst). Bijvoorbeeld de vrouw die niet wil dat haar man boodschappen gaat doen, want dan gaat hij er met een ander vandoor. De angst krijgt dus nogal eens paranoïde trekken. Deze angst komt o.a. naar voren in het splitten, één van de kenmerken van de borderline-problematiek. De ene begeleider wordt op een voetstuk gezet (degene die persé moet blijven) en de ander deugt nergens voor.

De psychotische angst.  Als iemand er niet in slaagt om te scheiden wat realiteit is en wat fantasie, als het ik niet meer wordt onderscheiden van de omgeving, kan psychotische angst een rol gaan spelen. In diepere zin betekent dit dat je eigenlijk niet meer weet wie je bent. Het is alsof je persoon zomaar uit elkaar kan vallen: je bent de weg in je eigen bestaan kwijt. Het zal duidelijk zijn dat deze angst kan samenvallen met het proces van dementie, met name bij de Syndroom van Alzheimer (en tijdelijk in een situatie van een delier). 

De genoemde angsten vragen veel van de omgeving en van de begeleiding. De moeder die steeds maar denkt dat ze het verkeerd doet en bevestiging zoekt, de echtgenote die niet toestaat dat haar man de deur uit gaat, de vrouw in het verpleeghuis die de begeleidster die naast haar komt zitten gaat bijten en slaan. Ze zijn niet boos, maar ze zijn wél bang. En zie daar maar eens goed mee om te gaan...

Beatles museum

Het was een overvol lang weekend in Noord-Holland. We hebben tientallen mensen gesproken. Dat was goed, maar ook intensief. Vandaag weer thuis gekomen en hier de boel maar weer eens op orde brengen... Maar eerst een blogje.
Twee belangrijke items uit de Sixties: de Beatles en de stencilmachine

Dertien jaar lang hebben we in Alkmaar gewoond. Daar is een Beatles museum, maar daar was ik nog nooit geweest. Dat hoort zo als je ergens woont. Dan ga je niet naar het plaatselijk museum. ‘Dat kan altijd nog’.

Dus gingen we pas nu met eveneens overjarige hippievrienden naar het

Ingang van het Beatles museum

Beatlesmuseum. 

Dat moest natuurlijk toch een keer gebeuren, want onze huiskater Ringo is genoemd naar Ringo Star, de drummer van de Beatles...

Het Beatles Museum is een paar jaar geleden verhuisd naar een groot uitgevallen loods aan de overkant van het Noordhollands Kanaal. En met overkant bedoelen

Het bijschrift in het museum heeft het over een Opterdeden voor de BBC

Alkmaarders: gezien vanuit de binnenstad.

Je zou het Beatles Museum kunnen zien als een oud de hand gelopen hobby. Er staat een enorme hoeveelheid aan ‘meuk’, waarvan een deel is gerelateerd aan de Beatles. Maar je vindt er ook allerlei andere zaken, zoals een afdeling met DVD’s, waar zelfs romantische kerstmuziek en Nederlandse smartlappen te koop blijken te zijn.

Eén van de eerste hits: ‘Help’. Gezongen in poncho’s die de Beatles in Nederland hadden gezien als dracht van de postbodes.

De eigenaar heeft zijn best gedaan om van alles te verzamelen. Zo zijn er maar liefst honderd boeken bij elkaar gesprokkeld die allemaal te maken hebben met de Beatles.

Een intrigerend verhaal dat ruime aandacht krijgt is het verhaal dat Paul Mc Cartney al aan het begin van de Beatles-tijd zou zijn overleden, een mythe die lang stand heeft gehouden.

Je kunt in het museum ook Abbey Road oversteken.

Wat mij intrigeerde was vooral de voorgeschiedenis van de Beatles: hoe hebben we mannen elkaar gevonden? Die geschiedenis blijkt van tal van toevalligheden aan elkaar te hangen. In hun jonge en onbekende tijd gebeurde er van alles. Zo moest tijdens hun eerste tournee in nachtclubs in Hamburg één van de Beatles terug naar Liverpool, want hij was minderjarig (17 jaar). En de mondharmonica van John Lennon blijkt gestolen te zijn uit een muziekwinkel in Arnhem.

Het museum is vrij rommelig, het is van alles wat. Het is dan ook het werk van een amateur. Maar voor wie van de Beatles en hun tijd houdt valt hier heel wat te zien en te lezen.

Wat ik achteraf het meest opvallend vind is hoe de groep is zó weinig tijd (amper zes jaar) zóveel invloed heeft gekregen op de westerse cultuur en muziek...

Alles onder controle

Voor een TV-documentaire zag ik een bijzondere man. Nu is iedereen bijzonder, maar deze meneer was toch wel érg bijzonder.

De man sprak weloverwogen. Daar is natuurlijk niets mis mee.  Maar hij sprak zó weloverwogen dat het wel leek of er geen enkele fout gemaakt mocht worden, ook niet in de gewone communicatie tussen mensen.

Nu voerde hij een officiëel gesprek. Hij was namelijk verdachte in een zaak die bij de politie terecht was gekomen. Wat hierbij opviel was dat hij zo ontzettend op details in ging. Hij vertelde precies was hij gedaan had, maar er kwamen ook tal van andere zaken ter sprake. Zo meldde hij – ‘ik waarschuw de dames maar alvast’ – dat hij geen onderbroek aan had (‘dat loopt niet lekker tijdens het joggen’). De camera zoomde in en op iedere traptrede stond een paar joggingschoenen.

In huis zat een grote hond. De man strooide wat brokken op de grond, maar de hond mocht ze niet aanraken. Hij moest eerst plat op de grond gaan liggen met zijn neus vlak tegen de brokken aan. Pas toen de man zei dat de hond mocht eten at de hond als een stofzuiger in één keer alle brokken op. “Hij doet het beter dan een stofzuiger” zei de man.

De boekenkast van de man was goed gevuld met o.a. veel medische handboeken, waaruit de politie opmaakte dat hij wel arts moest zijn. Inderdaad had hij zich een aantal malen voor arts uitgegeven. Maar tegenover de politie gaf hij toe geen dokter te zijn. Uit een later gesprek bleek dat de man karate-instructeur en zwemleraar was geweest. Ooit had hij microbiologie gestudeeerd. Wat hij nu voor de kost deed was mij niet duidelijk.

De vriendin van de man was gevonden in een nabijgelegen weiland. Ze was aan haar verwondingen overleden. De man was – voorzover bekend – de laatste die haar gezien had. De man reageerde op geen enkele manier emotioneel op het bericht van het overlijden van zijn vriendin (die de afgelopen vijf weken bij hem in huis woonde).

De man moest mee naar het politiebureau. In de cel legde en zette hij de spullen die hij mee mocht nemen (en kopje koffie, wat leesvoer) keurig op een rijtje op de grond neer.

Uit het verhoor kwam nóg een apart gegeven naar voren: alle contacten met zijn vriendin legde de man vast in een spreadsheet van Excel. Tal van details, inclusief de exacte tijd, werden vermeld. “Om 12.23 SMS verzonden.”  

Tijdens het verhoor nam de man soms een bijna joviale houding aan, zonder overigens de controle over zijn woorden te verliezen. Dat gold ook voor het onderzoek door de psychologe. Hij nam van haar afscheid alsof ze elkaar al jaren kenden en wekelijks in de kroeg kwamen.

De psychologe: “Als iemand zó beheerst spreekt, en zó tot in het detail beschrijft, is dat iemand die alles onder controle wil houden. Er mag geen detail verloren gaan. En dat hij zo joviaal afscheid nam is een signaal dat hij vindt dat we gelijk zijn. Alsof we collega’s zijn.” 

Alles onder controle, zelfs de emoties rond het overlijden van zijn vriendin. Je denkt dan: dit is zó apart, dat moet deze man wel gedaan hebben. Maar hij bleek onschuldig....

De plaats die onvindbaar bleek

Op één van de heetste dagen in juni wilde ik vanuit ons vakantieadres Lauenburg naar Buxtehude fietsen.

Buxtehude ligt zo’n 50 kilometer ten westen van Hamburg. En omdat wij 50 km. ten oosten van Hamburg met vakantie waren zou de afstand in theorie

Hamburg Harburg: de haventerreinen krijgen een woonbestemming

ongeveer 100 kilometer bedragen. Maar Duitse fietsroutes zijn nog wel eens wat onlogisch en onvoorspelbaar. Dus volg ik bij voorkeur mijn eigen route.

Bij Hamburg Harburg nam ik de oude spoorbrug over de

Fietsbrug Hamburg Harburg over de Süderelbe

Süderelbe, één van de mooiste fietsbruggen van Duitsland. Daarna wilde ik

de weg over de oude dijk langs de Elbe richting Moorburg volgen. Dat werd een route met hindernissen. Hamburg breidt zijn havengebied uit en overal wordt gegraven, gebouwd of aan de weg gewerkt.

Restanten van de dijk langs de Süderelbe

Fietsers moeten maar raden hoe de weg verder loopt.

Maar het grootste obstakel bleek het opruimen van een bom te zijn. De weg was afgesloten en ik mocht er niet langs. Ik kreeg van een vriendelijke Duitse brandweerman die ook Nederlands sprak een kaart mee. Hij vertelde dat het

Wegversperring wegens bomalarm

opruimen van bommen wekelijks kost was voor de plaatselijke brandweer. Binnen de twee kilometer van de bom mocht ik niet komen, maar als ik om die cirkel heen zou fietsen zou ik mijn bestemming wel kunnen bereiken.

Helaas werd ik desondanks & ondanks mijn omweg opnieuw tegen gehouden. Nu door een groep politieagenten die zeer onaardig waren. Ik vroeg alleen of ze een idee hadden hoe ik mijn weg kon vervolgen, maar daar hadden ze geen boodschap aan hoewel ze verder bijna niets te doen hadden. Ik liet hen de kaart zien en meende dat ik nog buiten het 2 kilometer gebied was, maar dat had ik tegen deze agenten niet moeten zeggen. Ze wilden weten hoe ik wederrechtelijk aan deze kaart was gekomen. Dat ging ik op mijn beurt niet zeggen. Mijn grootvader die nooit over zijn woede over de Duitse inval heen is gekomen zou trots op mij zijn geweest.

Opnieuw waagde ik een poging voor een alternatieve route. Maar 2 kilometer verderop werd ik weer staande gehouden. Ze waren optimistisch. Over twee uur zou de weg vrij worden gegeven. Het leek wel of ik helemaal niet meer verder kon, want ik werd nu omsloten door industrieterreinen en autowegen. Dus ik fietste maar weer terug naar waar ik vandaan gekomen was. Ik heb geen foto’s meer gemaakt want in zo’n grootschalig gebied is iedere menselijke proportie verloren gegaan.

Over stoffige wegen, met naast mij denderend vrachtverkeer fietste ik in de hitte westwaarts. Op sommige stukken was geen fietspad. Ik kwam over een sluis en even een oud stukje waar de bebouwing langs de Elbe nog herkenbaar was en kwam toen op een weg die rechtstreeks naar Hamburg leidde. Dat was niet de bedoeling. Dus maar weer terug.

Toen zag ik opeens een fietser uit de struiken tevoorschijn komen. Het was geen struikrover maar een struikfietser. Of de man had ter plekke wild geplast óf er was een fietspad. Er bleek een smal fietspaadje te zijn, richting Moorburg. Helaas raakte ik al snel weer het pad bijster, ik strandde op een autoweg.

Een nieuwe poging over een met kinderhoofdjes geplaveide weg bracht mij in de goede richting. Het was een oude weg en aan de bomen en hekken te zien had deze weg ooit agrarische betekenis. Maar het was nu alleen nog maar industrie. De weg naast mij ging geleidelijk omhoog, maar voor fietsers was er geen alternatief. Mijn weg eindigde roemloos bij de veerpont naar Hamburg, waar ik niet wilde zijn. De weg die omhoog ging bleek de

Veer naar Hamburg en de Kohlbrandtbrücke

Kohlbrandtbrücke te zijn, een brug met een lengte van meer dan drie kilometer en een hoogte van 53 meter boven het waterpeil. En verboden voor fietsers.

Nóg een poging. Terug in de hitte naar de voorgaande kruising en dan moedig zuidwaarts (ik was te

Naderend onweer in een tuinstad van Harburg

noordelijk uitgekomen). Over een slecht geplaveide weg temidden van allerlei bouwwerken in ontmanteling dan wel in aanbouw leek het de goede kant uit te gaan. Totdat ik strandde bij een autoweg. Ik overwoog nog om over de vluchtstrook te gaan fietsen, maar als er geen noodzaak is moet je dat niet doen. In ieder geval: als Moorburg niet ondertussen geplet was door industrie en autowegen moest het ergens verderop liggen.

Hoewel ik Moorburg niet had gezien hield ik het voor gezien. Ik besloot een alternatieve route richting Buxtehude te nemen. Ik fietste door een tuindorp bij Harburg en daar barstte een daverend onweer los. Te gevaarlijk om verder te fietsen. De duitse Donnerwetterradar gaf aan dat het wel twee uur zou duren. Ik haastte mij naar een station en nam de trein terug naar Lauenburg.

Achteruitgang bij het ouder worden

We zijn inmiddels zó ver gevorderd dat iedereen zichzelf wel een bepaald syndroom kan toeëigenen. Je bent hoogsensitief of hoogbegaafd, je bent depressief of autistisch, en daarnaast ben je ook nog eens overgevoelig voor tal van stoffen die door de lucht zweven of die in je voeding zitten.

Deze ontwikkeling gaat ook de diagnostiek bij ouderen niet voorbij. Zo zijn er twee stoornissen die steeds meer aandacht hebben gekregen: de MCI en de MBI.

MCI

De MCI is de Mild Cognitive Impairment. Eén van de aspecten waarop deze achteruitgang zich voordoet is een probleem bij het inprenten. Je gaat voor een boodschap naar de winkel en als je in de winkel bent weet je niet meer voor welke boodschap je daar bent. Of je bent op een station waar geen poortjes zijn, je wilt in de trein stappen en je weet opeens niet meer of je wel bent ingecheckt.

Bij de Mild Cognitive Impairment begint het probleem meestal met de tijd (geen idee meer hebben hoe laat het is of wanneer je een afspraak hebt) en ook met de plaats (opeens de weg niet meer weten, geen idee meer hebben welk kamernummer je moet hebben). Later ontstaan ook problemen in de oriëntatie van de persoon. Je ziet iemand, maar je weet niet meer wie hij of zij is (het gaat niet om de naam, maar om de koppeling aan een bepaalde functie: je herkent de wijkverpleegkundige niet meer als wijkverpleegkundige).

MBI

De MBI is de Mild Behavioral Impairment. Er is sprake van problemen in de motivatie, van het initiatief, de impulscontrole en de realiteitstoetsing. Bijvoorbeeld: je komt er niet meer toe om voor jezelf te koken. Of je gaat sneller schelden als er iets niet lukt of als iets niet naar je zin is. Je hebt het idee dat allerlei mensen over jou zitten te roddelen.

In mijn werk gebruik ik een schaal die beide aspecten meet, met daarnaast nog de stemming. Als er op beide vlakken sprake is van achteruitgang is dat een signaal om nader onderzoek te doen.

Tegelijkertijd vraag ik me iedere keer weer af wat nu ‘normaal’ is en wanneer er sprake is van pathologie. Als je de levensloop van de mens bekijkt is het ‘normaal’ dat bepaalde aspecten in de loop van de jaren ‘minder’ worden.

Daarnaast verandert de samenleving razendsnel. Vroeger was er iedere middag spreekuur op het gemeentehuis. Je meldde je bij de balie en je kreeg een nummer. Tegenwoordig moet je dat allemaal digitaal regelen.

Door de snel veranderende samenleving haken ouderen soms eerder af. Bovendien ligt het tempo ook hoger, terwijl het denken van ouderen langzamer verloopt. Dat je dat afhaken terug kunt zien in het gedrag lijkt me ook logisch.

Dus niet direct alarm slaan als ouderen het niet meer zo goed weten. Het kan ook het gevolg zijn van het minder goed mee kunnen komen in een complexer wordende samenleving.

Rolwolk

Ooit maakte ik een spectaculaire foto van een rolwolk. Deze foto is minder spectaculair. Het is slechts een lichtere editie van een rolwolk.

Een rolwolk is een laagliggende horizontale wolk, die vaak in verband staat met een onweersbui. Die onweersbui kwam van achteren op mij af, maar links zag ik de contouren van de Cumulonimbus arcus, zoals de Romeinen zeggen.

De rolwolk ontstaat wanneer koudere lucht die met de onweersbui meekomt in aanraking komt met veel warmere lucht aan het aardoppervlak. De koude lucht drukt dan de warme vochtige lucht omhoog, waardoor de vochtige lucht condenseert en er een wolk ontstaat met een typische vorm.

Ik moest heel hard fietsen om een beetje veiliger beschutting te kunnen vinden, maar ik kon het toch niet laten om deze wolk op de foto te zetten.