De B is van Buitenpost

Niet veel mensen uit de Randstad bezoeken Buitenpost. Als ik zo vrijpostig mag zijn: dan missen ze toch wel iets. Buitenpost is een vriendelijke plaats met aardige mensen en een mooie omgeving.

Hoewel Buitenpost in Friesland ligt is het wel een Friese buitenpost. Als je wat verder naar het oosten fietst, ben je in de provincie Groningen.

Buitenpost is – met 5600 inwoners – bepaaldelijk geen grote plaats, maar toch best wel belangrijk. De enige halte van de Intercity (die hier geen Intercity heet) tussen Leeuwarden en Groningen is in Buitenpost. En vroeger stopten hier de postwagens tussen Leeuwarden en Groningen. Maar dat is niet de reden waarom Buitenpost Buitenpost heet.

Ondanks de goede verbindingen en de aanwezigheid van een VWO wil Buitenpost als plaats niet echt groeien: in 20 jaar tijds is het aantal inwoners ongeveer gelijk gebleven.

Buitenpost is de hoofdplaats van de gemeente Achtkarspelen. De FNP (Fryske Nasjonale Partij) is met vier zetels de tweede partij in de gemeenteraad.

In het verleden vestigden zich tal van rijkere Friezen in Buitenpost en omgeving. Ze dachten dat het gezonder wonen was in een bosrijke omgeving dan tussen de weilanden. Daardoor vind je in en rond Buitenpost ook een aantal voorname woningen uit de 19e eeuw en omstreken.

De toren van de Hervormde Mariakerk in Buitenpost is al bijna duizend jaar oud. Later kwamen er andere kerken bij. Op zondag kun je een zevental kerken of samenkomsten bezoeken, maar nu even niet. Post kun je in Buitenpost in zeven verschillende brievenbussen deponeren.

Het plaatselijke nieuws meldde het afgelopen weekend rond Buitenpost drie branden: in een electrahuisje, als gevolg van een barbeque en er vloog een rijdende auto in de hens. En Bert Vegter verzamelde weer veel zwerfvuil op straat. Mede dankzij hem ziet Buitenpost er toch nog redelijk schoon uit.

Jezelf een voldoende geven

De directie had voor zichzelf een nieuwe directiestructuur bedacht. Twee diensthoofden werden gepromoveerd tot adjunct-directeur. Dan konden ze de directeur met raad en daad bijstaan en voor hem een beetje druk van de ketel weghalen.

Na een half jaar zou de nieuwe directiestructuur worden geëvalueerd. Maar wie moest dat doen? De directie natuurlijk. Wie anders? Gelukkig had de transparantie toegeslagen en waren de directieverslagen openbaar. Weliswaar zes weken later, maar het was zichtbaar wat er besproken was.

Niet alles, natuurlijk, want in het kader van de openbaarheid van bestuur kon de directie zelf besluiten welke informatie de instelling binnen zou gaan en welke informatie achter gehouden zou worden.

De zelf-evaluatie van de directie was kort maar krachtig. In het directieverslag stond deze prachtige zin: “De directie kan zichzelf wel een voldoende geven.” Het was het toonbeeld van bescheidenheid. Het was niet perfect, er was sprake van enig falen, maar toch: het was wel voldoende. Men kon op de oude voet verder.

Voor mij was deze zin aanleiding om een column voor het gestichtelijk gestichtsblad te schrijven.

Aanvankelijk had de directeur geprobeerd om  zelf de eindredactie van dit blad in de hand te houden. Het is natuurlijk eng als er buiten jou om informatie door de instelling kan dwarrelen: daar heb je geen controle op. Maar die coup-poging was niet gelukt. Het blad werd niet uitgegeven met geld van de organisatie, maar viel onder het beheer van de personeelsvereniging, die ook de contributie inde.

Ik kon dus mijn gang gaan Ik zag grootse visioenen. Er kwamen namelijk veel meer handen aan het bed. Er was geen enkele beoordeling en geen enkele evaluatie meer nodig. Examens konden worden afgeschaft. Iedereen gaf gewoon zichzelf een voldoende. Wat zou dat een tijd uitsparen: gewoon allemaal lekker aan het werk.

De dag na de publicatie van het personeelsblad moest ik op het matje komen. De directeur voelde zich diep geschoffeerd en ernstig in de eer en de goede naam en faam aangetast door mijn bijdrage aan het personeelsblad. En dat gevoel gold ook de mededirecteuren.

Gedwee verliet ik de kamer, want zo ben ik wel. Vele jaren later hoorde ik tijdens een reünie van een inmiddels gepensioneerde collega van de directeur (één van de nieuwe directeuren) dat hij vreselijk had moeten lachen om mijn bijdrage. "Het was inderdaad een poppenkast." 

De A is Aartswoud

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, kom hij wel eens in Aartswoud?" Dat zal ik jullie zeggen. Vroeger kwam ik regelmatig in Aartswoud. Ik ben er zelfs wel eens over heen gevlogen.

Nee, niet met een vliegtuig. We zaten met de familie in een luchtballon ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van Tineke. Het was altijd al een grote wens van haar geweest om de lucht in te vliegen. Aldus geschiedde.

Aartswoud ligt aan de rand van één van de mooiste poldergebieden van Nederland: de streek tussen Hoorn en de Wieringermeerpolder. Het is een streek met bochtige wegen en prachtige oude (vaak houten) stolpboerderijen, vaak in een opvallende kleur groen, soms ook in het grijs. Het mooiste dorp in deze stijl is Twisk: het is beschermd dorpsgezicht. Je fietst er eigenlijk door een openluchtmuseum.

Aartswoud  is, zoals jullie op de foto zien, een klein lintdorp. Vroeger lag het aan de Zuiderzee. Dan zaten de inwoners met name bij noordenwind in angst en beven, met name aan het begin van de 20e eeuw toen de dijken door slecht onderhoud verzwakt waren. Maar daar hoeft men nu niet meer bang voor te zijn. De Wieringermeerpolder én de Afsluitdijk houden het stormgedruis tegen.

In Aartswoud is een heus Rundveemuseum. Voor wie van koeien houdt is het aardig om daar eens naar toe te fietsen...

Versoepeling lock-down

Net zoals veel ouderen hebben ook duizenden mensen met een verstandelijke beperking tien weken lang in afzondering moeten leven. Zo ook mijn broer G.

Sinds de afgelopen week zijn de regels op de woning waar hij woont een beetje versoepeld. Er wordt één keer in de week (onder strikte voorwaarden) bezoek toegestaan.

Meestal stap ik zonder enig doel op de fiets, maar gisteren had ik dus een doel: ik ging op bezoek bij mijn broer. Maar eerst moest ik nog even via zoon en kleindochters om wat planten voor de tuin af te leveren. Kleindochters Droppie en Droffel (opa’s geven soms gekke namen aan kleindochters) waren bezig in de tuin een tent op te zetten.

Daarna fietste ik via de oude trambaan naar de Lier naar Maassluis. Daar wilde ik eerst nog langs twee winkels in het winkelcentrum om wat dingen voor mijn broer te kopen (hij mag zelf niet naar de winkel). Helaas stond er een lange rij voor de beide winkels. Wachten totdat ik aan de beurt was zou van het bezoekuur af gaan.

Broer G. was blij met het bezoek. En ik merkte dat ik best geëmotioneerd was. Het voelde een beetje alsof hij vrij kwam uit gevangenschap, ook al heeft de begeleiding erg zijn best gedaan om goede zorg te leveren. Het voelde ook erg vreemd dat ik meerdere malen door Maassluis was gefietst, maar dat ik hem niet eens heb kunnen zien, laat staan spreken.

Ik weet niet of jullie wel eens op een driewieler hebben gefietst. Mijn eerste ervaring was dat ik rechtstreeks de bosjes in ben gefietst. Zo’n fiets voelt onbestuurbaar aan. Je moet echt opnieuw leren fietsen. Met een maximum-snelheid van 8 kilometer per uur zoefden wij door Maassluis. Bij terugkomst was er koffie met tompouce in de tuin van de woning (het bezoek mag nog niet binnen). Na een uur was de bezoektijd voorbij en vertrok ik weer met onbekende bestemming om uiteindelijk in Delft uit te komen.

Ik fietste over de Zuidbuurtseweg naar Vlaardingen. Dit is één van de weinige overgebleven landelijke stukjes rond Vlaardingen. Helaas wordt er een enorme aanslag op het gebied gepleegd: er wordt een nieuwe autoweg aangelegd die aansluit op de Blankenbergtunnel (in aanbouw).

Bij een plaatselijke boer kocht ik plaatselijke aardbeien. Een medefietser kon niet betalen en had ook zin in aardbeien. Dus die betaalde ik meteen ook. Fietsers zijn betrouwbare mensen en ’s avonds had ik het geld alweer terug op mijn rekening.

Na Vlaardingen volgde Schiedam. Het is hier één groot doolhof aan woonerven volgens het zogenaamde model van de bloemkoolwijken. Er schijnen mensen de wijk in de fietsen en er nooit meer uit te komen. Soms worden ze dagen later pas gevonden als ze kattenbrokjes eten om niet van de honger om te komen.

Het centrum van Schiedam is overigens bijzonder mooi, met o.a. de hoogste molens van de wereld. En Kethel is nog een stukje historisch dorp temidden van de Schiedamse nieuwbouw.

Vanuit Schiedam fietste ik door de groene buffer van Midden-Delfland terug naar Delft. Daar kocht ik nog paprika's en trostomaten bij de plaatselijke groentenman. Goed gevuld kwam ik weer terug in onze flat aan de Delftse Schie. 

(Geen) coronatest?

Vanmorgen begaf ik mij tussen 7 en 8 uur voormiddag naar één van de plaatselijke supermarkten. Om die tijd is het bezoekuur voor 60-plussers.

Meestal ga ik naar een andere (kleine) supermarkt, maar die heeft niet alles in huis wat op het lijstje van Tineke staat. Dus deze keer maar weer eens naar een supermarkt die meer op een fabriekshal lijkt.

Het viel mij op dat de afdeling non-food meer ruimte in was gaan nemen. Zo waren er in deze supermarkt nu elektrische fietsen te koop. Dat lijkt me nu echt eenproduct dat je niet in een supermarkt moet kopen. Daarnaast werden er tuintafels en tuinstoelen verkocht. Dat is een groeimarkt nu Nederland massaal in eigen tuin vakantie viert. Die tafels en stoelen hadden mooie namen. Tuinstoel Jill. Er zal toch een tuinstoel naar jou vernoemd zijn. Nou ja, beter dan toiletpot Hendrik. 

In het gangpad van de houdbare melk werd ik overvallen door een enorme niesbui. Sorry, Mark, ik had van u thuis moeten blijven, maar ik zag deze niesbui thuis nog niet aankomen. Waarschijnlijk heb ik heel wat kwetsbare ouderen omver geblazen, want het gangpad was meteen helemaal leeg.

Volgens mij is het een gevalletje hooikoorts, maar dat weet je in corona-tijden nooit zeker. Ik kan me dus laten testen. Volgens een bericht in het plaatselijke sufferdje kan iedereen zich nu zonder aankondiging vooraf naar de plaatselijke teststraat begeven. Deze is gevestigd in de parkeergarage onder het nieuwe Van der Valkhotel. Na afloop krijg je als beloning een voucher voor een overnachting met 10 euro korting en een bakje appelmoes met een kers er boven op.

Er doet zich echter één probleem voor: ik moet eerst mijn rijbewijs halen. Want je moet met de auto komen en je moet de enige inzittende van de auto zijn. Een taxi kan dus niet. Ik heb geen auto en geen rijbewijs.

Ik heb nu een stappenplan bedacht: een zogenaamd Plan van Aanpak. Ik ga eerst mijn rijbewijs halen, daarna koop ik een auto in de plaatselijke supermarkt en vervolgens rijd ik de teststraat onder het Van der Valkhotel (de Coronationstreet) binnen. Duurt misschien nog even, maar beter te laat testen dan helemaal niet.

De narcistische voorganger en de megakerk (9, slot)

In de jaren '30 was er een gevierd Gereformeerd predikant die overal waar hij kwam volle kerken trok. Er wordt tegenwoordig wel gesproken over kerkelijk comsumentisme, maar dat bestond dus ook al een eeuw geleden.

Over deze dominee is een verhaal opgetekend dat hij voor de dienst steeds via een luikje de kerkzaal in keek. Als de kerk nog niet vol was, was het nog geen tijd. Hij meende dat een kerk altijd vol moest zitten als hij er preekte. Dat was op zijn minst een kwestie van ijdelheid, en misschien was het ook wel een narcistische trek.

Vreemde adviezen

Terug naar het artikel van David R. Dunaetz, Hannah L. Jung, en Stephen S. Lambert. Het valt mij op dat ze met een aantal wonderlijke adviezen komen om de nadelige gevolgen van het optreden van narcistische voorgangers te in te dammen.

Zo doen ze de suggestie om door gemeenteleden op geanonimiseerde blogs te schrijven over het reilen en zeilen binnen de kerkelijke gemeente. Volgens de auteurs speuren narcisten regelmatig heel internet af om te kijken of ze ergens genoemd worden. Dat laatste is waarschijnlijk waar: hoe vaak word ik genoemd? Wat wordt er over mij geschreven. Maar de kant van de anonieme kritiek moeten we in de kerk echt niet op willen gaan.

De auteurs menen dat rechtstreekse kritiek op een narcistische voorganger bijna altijd leidt tot confrontaties. Een geanonimiseerd blog zou dan effectiever zijn. Als op zo’n geanonimiseerd blog af en toe wordt geschreven over hoe de voorganger met een bepaalde vorm van handelen de plank mis slaat zou dat corrigerend kunnen werken. Ik vraag me ten zeerste af of dat werkt. Maar die kant moeten we dus ook niet op (willen) gaan.

Er worden ook andere suggesties gedaan, zoals het nog meer benadrukken van de band tussen de voorganger en de gemeente in o.a. publicaties en op de website. “De gemeente van dominee MacGrey.” De voorganger zou dan meer op zijn tellen passen dat er geen gekke dingen gaan gebeuren. Nee, doe dat alsjeblieft juist niet! Bovendien: een kerk is nooit van een dominee, een kerk volgt Jezus!

Ds. Chapman vertrekt

Dan nog ds. Chapman. Naarmate de kritische geluiden toenamen zag hij zich steeds meer als een boodschapper van Jezus. Hij was degene die zich baseerde zich op de Bijbel. Als er leden van de kerkenraad waren die daar anders over dachten waren ze niet voldoende onderlegd. Dan waren ze toch niet zo gelovig als ze zich voor deden. Hij meende zelfs dat deze ambtsdragers uit hun ambt gezet zouden moeten worden.

Ik weet niet of ds Chapman narcistisch is, maar in zijn gedrag zie je wel kenmerken die passen bij narcisme. Zoals in dit geval: degenen die kritiek hebben moeten verdwijnen en vervangen worden door medestanders. Alleen werkt het niet zo in de Gereformeerde kerken. De dominee bepaalt de samenstelling van de kerkenraad niet. De pogingen van ds. Chapman om er op aan te sturen dat er leden van de kerkenraad moesten worden vervangen liepen op niets uit.

Opvallend was tijdens deze gang van zaken dat Chapman zich steeds minder flexibel toonde. Hij hield steeds meer vast aan zijn eigen visie, alle inbreng vanuit de gemeente werd door hem afgewezen.

Je zou kunnen zeggen: het werd steeds meer theologie en steeds minder relatie. Het klonk allemaal zeer gedegen en onderbouwd. Maar wat is een preek als deze niet wordt gedragen door verbondenheid met de gemeente?

Ook het kinderwerk tijdens de kerkdienst werd door hem over genomen omdat hij er ontevreden over was. Het wonderlijke was dat zijn preken steeds meer vuur kregen. Maar het was de vraag of het alleen heilig vuur was.

De gemeente wilde een voorganger die lijnen uit kon zetten. Dat kon deze predikant heel goed. Waarschijnlijk had hij dat als manager in het bedrijfsleven ook al voortdurend gedaan. Maar een kerk is wat anders het het bedrijfsleven waar je mensen op non-actief kunt zetten. Wat Chapman niet bleek te kunnen was: samenwerken met anderen.

Binnen twee jaar liep de samenwerking met ds. Chapman vast. Ook een externe commissie bleek hier geen verandering in aan te kunnen brengen. Chapman wilde op alle punten zijn gelijk halen. Daarop werd er een proces van losmaking ingezet. Ook bij de kerkelijke procedure legde Chapman zich niet neer: hij stapte naar de rechter en eiste een enorme financiële schadevergoeding, een soort van gouden handdruk. Dat was vanwege smaad, gederfde levensvreugde en gemiste inkomsten voor de komende tien jaar. Die vergoeding kreeg hij niet toegewezen.

Na het vertrek van ds. Chapman kwam er weer rust in de kerk. Het was een situatie met alleen maar verliezers geweest. Maar gelukkig groeit de kerk weer. Een kerkelijke gemeente is voor geestelijke groei niet alleen van de predikant afhankelijk.

Corona-schepen

Reizen met een cruiseschip is er niet populairder op geworden sinds de uitbraak van het Covid-19 virus. Je zult maar weken lang vast zitten in een binnenhut op zo'n cruiseschip. Dan kun je toch nog beter thuis zitten...

Voor de kust in Katwijk aan Zee zag ik een rij schepen voor anker liggen.

Het is een zogenaamde ‘ankerplaats’: een plek waar het andere scheepvaartverkeer niet wordt gehinderd. Ook op zee is het geen vrij parkeren meer. Het waren niet alleen cruiseschepen (links liggen twee schepen pal naast elkaar), maar ook andere schepen. Ik telde er een stuk of vijftien.

Het zou best ook een economisch belang kunnen zijn om de schepen hier te laten dobberen. In de havens moeten schepen liggeld betalen. Ik denk dat het hier vrij parkeren is...