Kolibrievlinder

Op ons stadse balkon werd een kolibrievlinder gespot. Hij is moeilijk te fotograferen, want hij kan niet stilzitten. Ik heb een poging gewaagd om hem toch op de gevoelige plaat vast te leggen. 

Uit Wikipedia: De kolibrievlinder (Macroglossum stellatarum) is een vlinder uit de familie van de pijlstaarten (Sphingidae).

De kolibrievlinder is te herkennen aan de grijze tot bruine voorvleugels met twee van elkaar af gelegen donkerbruine, dunne en enigszins grillige strepen aan de bovenzijde.

De achtervleugels hebben een oranje kleur aan de bovenzijde. De spanwijdte van de vleugels is ongeveer 5 centimeter.

De kolibrievlinder komt vrij veel voor in Nederland, maar als je niet oplet ziet hem toch weinig. Hij is mensen te snel af. In de droge zomers van 2003 en 2006 werd hij in Nederland veel waargenomen. 

Kan een narcist empathisch handelen?

Toen ik nog jong was kende ik een meneer die op zijn vrouw ging foeteren als ze ziek was. Altijd als hij het druk had werd ze ziek. Zijn conclusie was dat ze dat expres deed, om hem dwars te zitten.

Als kind had ik weinig verstand van psychologie. Waarschijnlijk was ik weliswaar gevoelig, maar vooral erg naïef. Maar dit verhaal begreep ik niet zo. Het leek me niet zo dat de vrouw dit gedrag vertoonde om haar man dwars te zitten.

Opeens schiet me - tijdens het schrijven van dit blog - een verhaal te binnen. De man had nauwelijks vrienden en omdat mijn vader erg aardig was kwam hij regelmatig bij ons op bezoek. Mijn broer en ik kwamen binnen met ons 'paasrapport' van school. Ik had - zoals te doen gebruikelijk - een niet zo florissant rapport. Hij bekeek mijn rapport en legde het - zonder woorden - terzijde. Daarna bekeek hij het rapport van mijn jongere broer (die in dezelfde klas zat). Mijn broer had allemaal extreem hoge cijfers, zoals vier tienen voor de wiskundevakken. Toen reageerde hij met: "Jij hebt tenminste je best gedaan, zo mag ik het zien."

Als kind registreerde ik zo’n opmerking alleen maar. ‘Vreemd, wat moet ik daar nu weer mee?’ Later ging ik meer van het gezin ‘zien’. Met de kennis van nu zou ik zeggen dat deze meneer veel narcistische trekken vertoonde. Zóveel dat het ook diepe sporen bij een aantal van zijn kinderen heeft nagelaten.

Erica Hepper over narcisme

Op kwam op dit voorval door een artikel van Erica Hepper in het Personality and Social Psychology Bulletin (2014) met als titel: Moving narcism: Can narcissists be empathic?

Er zijn mensen die beweren dat narcisten niet empathisch kúnnen zijn. Het is een niet te genezen handicap. Anderen menen dat narcisten niet de moeite nemen om zich in te leven in anderen. Het is een kwestie van geen goede wil. Erica Hepper ging niet uit van een bepaald oordeel vooraf. Ze wilde weten in hoeverre mensen met narcisme in staat zouden moeten kunnen zijn om zich in te leven in anderen.

Erica Hepper in haar inleiding: “Empathie speelt een cruciale rol bij het bevorderen en onderhouden van sociale relaties. Narcisten hebben geen empathie, en dit kan hun interpersoonlijke mislukkingen verklaren. Maar waarom hebben narcisten geen empathie? Zijn ze niet in staat, of is verandering mogelijk?”

Drie studies gingen in op deze vraag.

  1. Uit het eerste onderzoek bleek dat het verband tussen narcisme en weinig empathie vaak heftiger is als het om specifieke personen gaat. Je zou daaruit bijvoorbeeld kunnen vermoeden dat degene die het meest belangrijk is voor de narcist en dus ook vaak degene die het meest nabij staat ook het grootste slachtoffer zal zijn van het narcistische gedrag. De narcist zal bijvoorbeeld op zijn rechten gaan staan en/of de ander devalueren. Daar moest ik aan denken in het eerder genoemde voorbeeld.

2. De tweede studie onderzocht in hoeverre het mogelijk is dat mensen met narcisme zich gaan leren verplaatsen in het perspectief van de ander. Je zou het gedrag van de man uit het voorbeeld kunnen zien als een vorm van controle. Als zijn vrouw ziek was had hij daar geen controle over. Ook het huishouden verliep niet meer zoals het zou moeten lopen. Hij was leraar en op school was hij ‘de’ docent en waren de rollen duidelijk. Maar in het gezin werd het een probleem als zijn vrouw niet beschikbaar was. Dan was hij de controle kwijt.

Maar als je mensen met narcisme nu eens instrueert op het nemen van perspectief: zou dat kunnen werken? Mensen met narcisme willen de ander onder controle houden. Er is geen samen: zij bepalen. Dat zie je in het samenspel van en door peuters: er is er vaak eentje die voor de ander bepaalt wat er gedaan moet worden en wat de regels zijn. Als je nu eens van die behoefte aan controle af zou stappen en eerst eens bedenkt hoe de ander naar de situatie kijkt?

3. De derde studie onderzocht het effect van deze interventie, inclusief de hartslag. Het bleek dat het leren perspectief te nemen de stress deed verminderen: de hartslag werd lager. En omdat de stress afnam (uitgelokt door de behoefte aan controle) was ook het vermogen tot (mede) lijden groter.

Empathie valt (deels) aan te leren

Erica Hepper constateert op basis van haar studie dat ook mensen met narcisme in staat geacht kunnen worden tot empathisch vermogen. Dat gaat niet vanzelf; er is een interventie nodig: het vermogen dat anderen vanzelf hebben moet mensen met narcisme worden aangeleerd.

Als nadeel van de studie noem ik dat het een laboratorium-situatie betreft. in hoeverre de man uit ‘mijn’ voorbeeld in de praktijk opeens bewogen zou kunnen reageren op zijn zieke vrouw is nog wel de vraag.

Dit onderzoek raakt aan het thema 'mentaliseren'('dat wil ik, wat wil jij?') dat ik in het kader van studies naar het behandelen van mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis besproken heb. 

Achterdocht bij ouderen (3)

Achterdocht kan ook een neurologische oorzaak hebben. Een kleine oneffenheid in het neurologisch functioneren kan grote gevolgen hebben voor de emoties. Soms rechtstreeks, maar ook indirect: je hebt de wereld minder onder controle en dat roept angsten op.

Achterdocht als gevolg van kleine vaataccidenten in de hersenen
Soms treden zeer kortdurende acute periodes van extreme achterdocht op waarbij een oudere de indruk maakt zeer vermoeid en ziek te zijn. Het kan dan gaan om de zogenaamde ‘stille beroertes’. Een kortdurend cerebraal probleem leidt tot een acuut gevoel van zich lichamelijk beroerd voelen tot en met plotselinge achterdocht (ook als gevolg van dingen zien die er niet zijn). De huisarts kan later vaak geen restverschijnselen meer vinden, behalve dat de persoon in kwestie nog altijd mensen in zijn omgeving niet vertrouwt.

Meneer Dusseljee kwam op een ochtend maar met grote moeite uit bed. Hij voelde zich misselijk. Toen hij eenmaal op de bank zat was zijn vrouw aan het bellen in de keuken. Opeens wist hij het: hij was teveel in huis en zijn vrouw belde voor een plek in het verpleeghuis. Toen mevrouw Dusseljee terug was in de kamer schold hij haar de huid vol. “Zo ga je niet met elkaar om als je 55 jaar getrouwd bent!”

Achterdocht als gevolg van een kwaadaardig gezwel
Iets wat gelukkig maar zelden voorkomt is verandering van gedrag en emoties als gevolg van een tumor in het hoofd, maar ook in de lever. Soms gaat dit gepaard met vrij acute depressieve gevoelens.

Achterdocht als gevolg van dementie
Een bekend verschijnsel is bij de tweede fase van dementie is dat mensen achterdochtig worden als gevolg van het verlies aan overzicht over de omgeving. Vooral degene die het meest nabij staat heeft het dan soms zwaar te verduren. Als de portemonnee zoek is heeft je vrouw dat natuurlijk gedaan, wie anders?

Onbegrepen gedrag of overprikkeling?

Voor mensen met een hersenaandoening of hersenbeschadiging (bijvoorbeeld dementie) is overprikkeling lastiger te voorkomen. Zij krijgen vaker meer prikkels binnen dan zij willen en hebben meer moeite om te filteren. Dit kan ervoor zorgen dat zij gefrustreerd raken, weg willen van de prikkels. Daarmee vermindert ook de tolerantie voor andere mensen.

De altijd zo vriendelijke meneer Bos valt voortdurend uit naar zijn vrouw en naar de visite. Het blijkt dat dit vooral 's middags en 's avonds gebeurt. Hoewel een middagdutje bij ouderen vaak wordt afgeraden blijkt het bij meneer Bos te helpen. Hij is even een uurtje alleen in een donkere kamer en kan daarna weer meer aan. de prikkel weg te halen.

We gaan Schelden (5)

Jarenlang was ik van plan om het dorp Doel te bezoeken, maar elke keer weer bereikte ik dat Doel niet. 
Straat en parochiekerk in Doel

De veerpont van Doel naar Fort Lillo werd opgeheven, er is geen fietstunnel naar Doel en de omweg via Antwerpen bleek een te lange omweg. Toen ik toch een keer dichter in de buurt was begon het steeds harder te waaien. Het doel mocht dus niet bereikt worden. Maar onder de bezielende leiding van Tineke is het uiteindelijk tóch gelukt.

Van Prosperdorp naar Doel is maar zes kilometer. Maar voordat je Doel binnen fietst zijn er slagbomen en waarschuwingsborden, alsof je een militair vliegveld nadert. Automobilisten moeten zich melden bij een receptie. Doel is dus geen gewoon dorp. Doel is het Ruigoord van België, waar slechts een klein aantal mensen stand heeft gehouden temidden van de alsmaar oprukkende havens.

Door bomen en struiken bijna helemaal overwoekerde villa in Doel

Ooit was Doel een welvarend boerendorp. Vanaf de 13e eeuw werd hier turf gewonnen. Maar net zoals bij de winning van aardgas: aan het onttrekken van veen aan de bodem hing een prijskaartje. Het gebied werd steeds kwetsbaarder voor overstromingen en in 1583 vond een watersnoodramp plaats waarbij bijna alle turfwinningsprojecten verloren gingen. Daarna ontstond er oorlog tussen de Hollanders en de Spanjolen en werd het gebied onder water gezet. De omgeving van Doel viel volledig ten prooi aan de getijden.

In 1614 gaven de Staten van Holland toestemming om de omgeving van Doel te bedijken. Zo ontstond, geheel in de lijn van de planologie van Leeghwater, een rechthoekig bedijkt gebied met Doel als belangrijkste kern. Het rechthoekige stratenpatroon is uniek voor België.

Molen op de dijk in Doel

De bevolking leefde vredig en agrarische voort met twee onderbrekingen door twee wereldoorlogen (over de Franse tijd kon ik niets vinden). De vijand kwam uit onverdachte hoek: in 1968 vaardigde de gemeente Antwerpen een bouwverbod voor Doel uit. Het hele gebied was voorbestemd om haventerrein worden. Dat was het begin van het einde. er ontstond leegloop, want het dorp had weinig perspectief meer. In 1978 werd besloten dat er in Doel toch weer gebouwd mocht worden: de havens van Antwerpen zouden rond Doel gegraven worden en het dorp kon een groene zone worden. Maar het was al te laat.

Straat in Doel met de kerncentrale op de achtergrond

Ondertussen leidden onduidelijke politieke beslissingen en juridische blunders tot grote vertragingen bij de aanleg van de havens. Dat maakte de toekomst van het dorp nog altijd ongewis. Het eiste zijn tol bij de bewoners, die verdeeld raakten in een deel dat wenste te blijven en een deel dat een duidelijke en billijke onteigeningsregeling eiste. 

De plaats liep in hoog tempo leeg, omdat wonen met zoveel spanningen en zo’n ongewis perspectief een aanslag doet op de leefbaarheid. Momenteel wonen er nog tien mensen in Doel. Ramen en deuren van de huizen zijn dichtgetimmerd. Doel is een spookdorp geworden, dat nochtans en desalniettemin veel bezoekers trekt.

Vorig jaar bezocht het programma Reizen Waes Vlaanderen het bijna leegstaande dorp Doel en interviewde er de laatste bewoners. Die documentaire is nog terug te kijken. 

IJmuiden

Jullie zullen het misschien niet hebben gedacht, maar vorige week was ik vanwege werkzaamheden plotseling even in IJmuiden. 
Hoogovens en zeeschip bij de zeesluis van IJmuiden

IJmuiden is een soort van Den Helder, louter ontstaan door de aanleg van een kanaal.

IJmuiden is later gebouwd en is kleiner (30.000 inwoners) dan Den Helder (exclusief Julianadorp 50.000 inwoners).

Wijk van rond 1910 in IJmuiden

Maar omdat ik Den Helder leuk vind, vind ik IJmuiden ook leuk. Die geur van de zee, de verrommelde wijken van rond 1900, nieuwbouw in de duinen rond 1960, een HEMA die maar net het hoofd boven water kan houden, een vissershaven, de zeemeeuwen en de tanende middenstand. Hoe triest ook: het heeft ook wel wat.

Wat Den Helder niet heeft is de geur van cokes. Er stond een noordenwind en de Hoogovens deden hun best om het vuil deze keer de andere kant op te blazen.

En wat IJmuiden niet heeft is een station. Dat heeft Den Helder dan weer wel. Voor mij slaat de voorkeur dus om in het voordeel van Den Helder. 

Praatjes vullen geen gaatjes

Vandaag gaat Maurice naar de tandarts. Dat is altijd spannend Ruim op tijd zit hij in de wachtkamer. 

Eerst wordt er nog een andere patiënt binnen geroepen. Daar heeft Maurice geen problemen mee. Dan is hij tenminste nog niet aan de beurt. Even later hoort hij binnen een vervelend geluid. Dat zal de boor zijn. Als hem dat maar niet overkomt! Boren doe je maar op een booreiland.

Maurice is aan de beurt. Hij kent tandarts Jan al van vorige controles. Hij mag de tandarts wel. Rustig, vriendelijk, legt van alles uit. Maar hij ziet ook altijd wel iets wat niet in orde is. Eigenlijk ziet hij misschien wel teveel. Als je nergens last van hebt, waarom moet er dan toch geboord worden. Gewoon zo laten zitten. Maar dat durft hij niet tegen de tandarts te zeggen.

Maurice heeft zijn eigen manier om de behandeling uit te stellen. Hij gaat niet in de stoel zitten, maar hij gaat in gesprek met de tandarts. Eerst een excuus. Hij is vergeten flos te halen, dus hij heeft gisteravond niet kunnen flossen. Daar kon hij niks aan doen, want het was druk op zijn werk en toen was hij te laat om nog naar de winkel te gaan. Het weer is natuurlijk ook een belangrijk thema. Gelukkig heeft de tandarts airco. Hier zou Maurice ook wel willen werken, altijd koel. Dat kun je op het werk niet zeggen. Bijna niet uit te houden. Er wordt een hittegolf verwacht, of de tandarts dat al heeft gehoord. En Olivia Newton John is overleden. Dat was wel schrikken. Ze was maar één jaar ouder dan zijn moeder. “Ik heb het gehoord” zegt tandarts, “ze kon best mooi zingen. Kom je in de stoel zitten, Maurice?”

Nu is er geen ontkomen meer aan. Het uur van de waarheid. Maar eerst nog even dit. Hij is een beetje moe, want hij is vanmorgen om half vijf opgestaan. “Dat is vroeger dan ik” zegt tandarts Jan, “doe je mond maar open, Maurice”. Als alle tanden en kiezen gecontroleerd zijn zegt de tandarts: “Ik wil graag even een foto maken.” “Eerst mijn kammetje pakken” zegt Maurice, “grapje hoor, moet toch even kunnen?” De foto wordt gemaakt. “Dat was niet erg comfortabel” zegt Maurice, “daar hou ik niet zo van. AZ heeft anders niet best gespeeld, de laatste tijd. Gelukkig maar, want ik ben niet zo van die club”.

De tandarts bekijkt de foto en Maurice vergeet even het gesprek gaande te houden. “Boven ziet het er goed uit, Maurice, maar onderin zit toch een gaatje. Daar moeten we wel iets aan gaan doen. “Wat heeft poetsen dan voor zin?” vraagt Maurice, “elke keer weer een gaatje, terwijl ik elke dag poets. Dat helpt ook al niet”.

Het is zo gebeurd. Even later verlaat Maurice alsnog tevreden de behandelkamer. Maar eerst volgt er nog een mededeling. “Als kind lustte ik geen rijst, maar nu wel. Dat is maar goed ook, want anders kon ik niet naar de Chinees met mijn collega’s.”

Zo krijg je als tandarts heel wat nieuws te horen tijdens een consult. Maar Maurice moet er toch echt even voor gaan zitten. Praatjes vullen geen gaatjes.

We gaan Schelden (4)

We moeten het nodig eens over Prosperdorp hebben. De plaats konden we niet vinden. Hij staat ook niet in de Topografische Atlas van Zeeland. Bestaat Prosperdorp eigenlijk wel?
Tussen de beide koeltorens van Doel de kerktoren van Prosper

Het wordt nog ingewikkelder. Op mijn topografische atlas van Nederland is Prosperdorp in een onooglijk hoekje beland en eigenlijk zelfs van de kaart gevallen. Wél is er de Prosperpolder. En in België ligt de plaats Prosper. Het wordt er allemaal niet eenvoudiger op. Wat vinden de inwoners van Prosperdorp zélf eigenlijk. Wonen ze in een niet bestaand dorp?

Het Belgische Prosper valt onder de plaats Kieldrecht

Helaas bevinden zich geen autochtone inwoners op straat. Wel lopen er een paar kippen benevens een jaloerse haan rond. En even voorbij het Polderhuis blijken we opeens door België te fietsen. Het is hier allemaal best ingewikkeld.

De Prosperpolder grenst aan de Hertogin Hedwige polder. Die polder gaf een hoop politiek gedoe. Hij moest en zou namelijk weer onder water gezet worden. Hoe dat precies zit en wat het effect is: ik heb werkelijk geen idee. Persoonlijk ben ik niet zo voor het onder water zetten van polders. Ik begrijp het ook gewoon niet.

De Prosperpolder is genoemd naar Prosper van Arenberg, die de inpoldering financierde. Officieel heette deze meneer: Zijn doorluchtige Hoogheid Monseigneur den Hertog Prosper Van Aerenberg. Zijn vrouw heette Hedwige.

De enige dwarsstraat in Prosper (België)

Hierbij stuit ik opnieuw op een wonderbaarlijk gegeven. De polder werd in 1847 ‘aangelegd’. In 1839 werden Nederland en België twee autonome landen. Nochtans en desalniettemin loopt de grens dwars door de polder. Kennelijk heeft men gewoon een rechte lijn doorgetrokken vanaf de oorspronkelijke grenspaal.

De groot uitgevallen dorpskerk van Prosper

Ergens ver weg gestopt vind ik nog wat gegevens over de buurtschap Prosperpolder die eigenlijk niet bestaat. Er staan tien huizen en enkele bedrijfspanden en er wonen 25 mensen. De plaats valt onder het Nederlandse Nieuw-Namen, dat trouwens ook in België ligt en Nieuw-Namen valt tegenwoordig onder de gemeente Hulst.

In Nieuw Namen gaat het in demografisch opzicht niet zo goed. De mensen trekken er weg. Het aantal inwoners daalde in tien jaar tijds van 866 naar 790. In het buitengebied (daar valt het al dan niet bestaande Prosperdorp onder) bleef het aantal inwoners rond de 150 en daarmee stabiel. Maar als je in Prosperdorp een brief wilt posten moet je drie kilometer fietsen over de Muggenhoek. Daar doen zich nogal eens steekincidenten voor. Een voordeel van het wonen in deze omgeving is dat er in 2021 geen enkele fiets werd gestolen.

Zicht vanaf de dijk langs de Schelde op Prosper

Voor vertier kun je ook een paar honderd meter lopen naar de Belgische Dreef. Daar bevindt zich een groot uitgevallen kerkgebouw met daarnaast een gelegenheid om troostbloemen te poten.

De kerk was destijds bestemd voor de honderden arbeiders die met kruiwagen en schep handmatig de Hedwigepolder bedijkten. En dat allemaal voor niets, want de polder wordt weer onder water gezet.

Tegenover de kerk bevindt zich een café dat in de oneven weken af en toe open is. We hebben geen idee of we vandaag in een even of oneven week zitten. In elk geval zit het café dicht.

Uit de analen van het dorp: ‘In 2003 heeft de pastoor van Prosperpolder (81jaar) EWH Werkers nog de mis opgedragen en stond ’s middags achter de tapkast in het zaaltje naast de pastorie waar de schieting op de liggende wip naar gewoonte plaatsvindt’.

Opnieuw vragen en nog eens vragen. We fietsen met meer vragen Prosperdorp uit dan dat we er binnen fietsten. 

Drie verschijningsvormen van narcisme

Er is veel geschreven over pathologisch narcisme. De vraag is natuurlijk wel waar het 'gewone' narcisme eindigt en de pathologie begint. Dat is net zo'n geleidelijke overgang als bij achterdocht.

Een klein beetje narcisme kan geen kwaad. In bepaalde beroepen functioneer je zelfs beter met een snufje narcisme in je rugzak. Het wordt pathologie als het anderen sterk belemmert in hun functioneren.

Opmerkelijk is dat ik hierbij het accent leg op ‘anderen’. Dat komt omdat veel narcisme naar buiten toe gericht is. De narcist heeft vooral een extern zelfbeeld. Dat wil zeggen dat hij er vooral op gericht is om indruk op de ander te maken. Van dat oordeel is hij afhankelijk. Je zou kunnen zeggen: de narcist is zichzelf niet.

Uit mijn vroegere psychologieboek voor de HBO-opleiding: “de neuroot kust de hand die hem slaat, de narcist slaat de mond die hem kust. Hoe belangrijker je bent voor de narcist, des te groter de kans dat je klappen oploopt”.

En dan nu die verschijningsvormen

  1. ‘De’ narcist is er op uit om bewondering op te roepen. Eigenlijk wil hij groter worden ten koste van de ander. Als je de lijn doortrekt is het uiteindelijke doel dat de ander zich onderwerpt. De narcist is de meerdere.

2. Daarmee kom ik op het tweede – meest ingewikkelde – punt. Dat is de narcist in een zorgrelatie. Dat is degene die zich opoffert. Paula Lampe schreef in dit verband over ‘het Moeder Teresasyndroom’ (al denk ik dat met Moeder Teresa geen recht doet). Het doel van deze zorgverlener is niet om de ander recht de doen, goede zorg te bieden, maar om door die zorg zelf een beter mens gevonden te worden. Het is een verschijnsel dat Friedrich Nietzsche al heeft aangevoeld.

Daarmee wil ik zorgverleners niet verdacht maken, want zij zijn het goud voor de samenleving. Maar tussen de mensen die hulp bieden aan anderen zitten ook mensen die de afhankelijkheid van de ander inzetten voor een voor hen verheven doel: zichzelf beter voelen en daardoor gewaardeerd worden. In extreme mate doet zich dat voor bij het het Syndroom van Münchhausen by Proxy: de ander ziek maken zodat jij nét op het goede moment de reddende engel bent geweest.

3. Dan zijn er ook mensen met pathologisch narcisme die zichzelf constant uitvergroten. Zij zijn de grootste, de beste, de meest aardige en de meest sociale, zij zijn de enigen die altijd klaar staan voor de ander. Soms dichten ze zich ook titels toe die ze nooit behaald hebben (de arts die geen arts blijkt te zijn). Daar kun je misschien nog om lachen.

Maar de ernst zit in het feit dat ze zich het recht toedichten om boos te worden op de ander. Ze hebben – om iemand, al ben ik vergeten wie, te citeren: “ze hebben carte blanche om woedend te zijn”.

Ze mogen ongelimiteerd uit hun plaat gaan, want dat hoort er nu eenmaal bij als je zo belangrijk bent. Als ze ontploffen heeft de ander het er naar gemaakt. Daar passen dus ook geen excuses bij.

Als dat regelmatig voorkomt noem ik het pathologisch: het is grensoverschrijdend en gaat niet vanzelf over. 

Ochtendgloren

Toen we in Alkmaar woonden stapte ik regelmatig om een uur of vier 's morgens op de fiets om de zonsopkomst te vangen. Ik ben ook wel eens rond middernacht op de fiets gestapt, maar dat deed ik later niet meer.

Die goede gewoonte heb ik in Delft grotendeels laten varen. Deels omdat mijn dagritme verschoven is, voor een ander deel omdat we in Delft minder temidden van het platteland wonen. Minder open ruimte betekent ook minder zicht op de zonsopkomst.

Maar zaterdag was het zo ver. Ik stapte om vijf uur ’s morgens op de fiets. De laatste studenten fietsten naar huis. En ik ging een rondje fietsen. Op dat moment kriekte de dag al. Het daagde in het oosten.

Berkelse Zweth bij Oude Leede

Op de foto zie je de Berkelse Zweth, een watertje dat tussen de Schie en de dorpen Berkel & Rodenrijs watert. Het ziet er allemaal heel ‘natuurlijk’ uit, maar vergis je niet: het is een smal reservaat temidden van een snelweg, een snelweg in aanleg en alsmaar uitdijende bedrijventerreinen.

Langs het water loopt een smal en onverhard pad. Dat heb ik ooit in de blog-annalen beschreven omdat ik daar neergestort was vanwege diepe blubbersporen. Dat valt overigens zacht.

Molen de Valk bij Oude Leede

De tweede foto werd twee kilometer verderop genomen bij molen De Valk. Deze molen pompte het water rond de weilanden en later de tuinderijen van Berkel weg. Deze zomer is dat niet nodig. Molen de Valk is antiek, hij dateert van rond 1750. Rond de molen verdwijnt het laatste oorspronkelijke agrarische gebied, het wordt allemaal recreatie-en bosgebied als buffer tussen Rotterdam en de kassengebieden van Pijnacker.

Ondertussen kwam de zon boven de horizon. Het beloofde weer een warme dag te worden.