Onderzoek naar Zicht op Delft

Toen we terug kwamen van vakantie stonden er twee bouwketen op het grasveld voor ons huis benevens camera’s van Bouwatch. De grond is zeer schaars in Delft. Zou er op het grasveld voor ons huis nieuwbouw gepleegd worden?

Nee, deze bouwkeet blijkt te maken te hebben met het werk van de schilder Johannes Vermeer. Vanaf exact die plek schilderde hij zijn wereldberoemd geworden schilderij ‘Zicht op Delft’. De Amerikaanse onderzoeker Tim Jennison doet onderzoek naar zijn schildertechnieken en probeert er met oude verfsoorten achter te komen op welke manier Vermeer tot dit schilderij heeft kunnen komen.

Van het onderzoek wordt ook een film gemaakt. Dus ik fiets een paar keer extra langs de bouwkeet. Misschien krijg ik dan een award als beste figurant.

Moeten of contact?

“Je bent de hele dag bezig”, zegt Mirjam. “Een pauze zit er niet in. En je hoopt dat het allemaal past in de tijd die je hebt. Maar wat mij steeds zwaarder valt is dat dat ten koste gaat van het contact. Eigenlijk kom ik alleen maar binnen bij mijn cliënten als er iets moet. De tijd voor gewoon contact is er niet meer of neem ik niet meer. En het lijkt wel of de cliënten dat voelen. Ze werken minder mee.”

Mirjam werkt al jaren als begeleidster bij mensen met een verstandelijke beperking. Eén van die mensen is Peter. Een forse man van in de dertig met vaak onvoorspelbaar gedrag. Hij is niet zindelijk en moet iedere dag onder de douche. Maar dat douchen en vooral het uit- en aankleden zijn iedere dag weer een strijd. Mirjam is een begeleidster boordevol inzet en met tomeloze energie. Maar het kost haar heel wat moeite om Peter (en zichzelf) heelhuids door het badritueel te manoeuvreren.

Mirjam heeft een dochter van drie jaar. Wat haar ontwikkeling betreft is ze Peter al duidelijk voorbij. “Hoe doe jij jouw dochter in bad?” vraag ik aan haar. Ze is verbaasd over die vraag. “Gewoon” zegt ze, “zoals iedere moeder dat zou doen”. “Maar moet je dochter schoon worden?” vraag ik. “Daar denk ik niet aan” zegt ze, “dat gaat vanzelf.”  “Wat is het belangrijkste als je je dochter in bad doet? vraag ik. “Dat is het contact” zegt ze. 

 “Wil je dat beeld van je dochter nu eens naast het baden van Peter leggen?” vraag ik. Samen komen we er op uit dat het moeten in de zorg voor Peter teveel de plaats van het contact heeft ingenomen. We willen niet dat hij ziek wordt, hij moet schoon zijn en vooral lekker ruiken, maar waar is de ruimte voor het menselijk contact gebleven?

Natuurlijk is een goede hygiëne belangrijk voor Peter. Maar als de dagelijkse verzorging verschraalt tot een reeks van min of meer technische handelingen die allemaal ook nog eens geregistreerd moeten worden gaat dat ten koste van het contact. Tijd is schaars in de zorg, maar als je alleen op de klok en de hygiëne gaat letten is het samen genieten er niet meer bij. Goede zorgverlening begint niet met moeten, maar met ontmoeten. Daar worden we allemaal meer mens van.

Column die in schreef voor het Nederlands Dagblad, 26 juni 2017

Ontwikkelingspsychologie van kater Ringo

Kun je psychologische kennis ook op katten toepassen? Volgens mij wel, want katten zijn net mensen. Of vanuit de kat bezien: mensen zijn net katten.

Van onze vorige huisgenote, Poes, heb ik destijds uitgebreid psychologisch verslag gedaan. Poes daagde daartoe uit, want ze vertoonde nogal wat ‘moeilijk verstaanbaar gedrag’.

Voor onze huiskater Ringo ligt het -paradoxaal genoeg – ingewikkelder. Dat komt juist omdat het een harmonieuze kater is. Hij heeft – om het in temperamentskenmerken te zeggen – een gemakkelijk temperament. Dat lijkt een beetje genetisch bepaald: het geldt voor veel cyperse katten.

Na een aanvankelijk moeizame start (hij waterde het hele huis rond) was het vervolgens toch niet moeilijk om een ‘pedagogische pasvorm’ voor hem te vinden.

Aan de hand van de PES (Poezen Emotie Schaal) heb ik toch een paar items aan kunnen stippen.

* Ringo functioneert voornamelijk in de tweede en derde fase van de sociaal-emotionele ontwikkeling: de socialisatiefase en de individuatiefase. De hechting is op gang gekomen, maar de ik-ontwikkeling is nog niet uitgekristalliseerd.

* Ringo is vrij weinig bezig met zijn eigen lichaam. Hij vertoont weinig stereotiep gedrag. Wel wil hij steeds door anderen geaaid worden. Af en toe is hij onzindelijk. Het is niet duidelijk of dit gedrag op verzet gebaseerd is of op ‘ongelukjes’. Op dit item is geen goede meting mogelijk.

* Er is bij Ringo sprake van object-permanentie. Hij zoekt naar de baas als deze zich verstopt heeft. Hij zoekt ook naar verstopt eten en kan verder kijken dan de deur, ook als de deur dicht zit. Deze object-permanentie is echter beperkt tot de eigen woonomgeving.

* Er is sprake van angst voor bepaalde prikkels, vooral voor harde geluiden. Ringo reageert daar heftig op. Hij raakt in paniek en kan niet meer tot adequaat handelen komen. Hij raakt ook in paniek als hij tot iets gedwongen wordt.

* In sociaal opzicht is Ringo voornamelijk gericht op verzorgers. Hij functioneert het beste in de nabijheid van die verzorgers. Er is geen sprake van samenspel met leeftijdgenoten. Die jaagt hij bij voorkeur direct de tent uit. Het contact met Belangrijke Anderen verloopt goed, maar hij is nog niet aan samenspel toe.

* Ringo heeft interesse voor bepaalde voorwerpen en kan daar ook speels mee omgaan. Hij zoekt naar oorzaak en gevolg door herhaald tegen voorwerpen te tikken. Vooral bewegende voorwerpen hebben zijn interesse. Er is echter weinig sprake van variatie in het spel.

* Er is sprake van matige lust en onlust, van matige opwinding bij veranderingen, van heftige paniek in onbekende situaties. Positieve emoties kunnen variëren. Er wordt bij Ringo geen jaloezie waargenomen.

* Als het gedrag van de mensen in huis wat anders is dan Ringo gewend is is hij van slag. Ringo is ook gevoelig voor stemmingen bij zijn dagelijkse verzorgers. Onrust bij de baas leidt tot onrust bij Ringo. Mensen moeten volgens voorspelbare patronen handelen. Volgen-herkennen en kunnen voorspellen zijn belangrijke thema’s om zich veilig te voelen.

* Agressieregulatie: Ringo vertoont nooit agressie naar voor hem belangrijke personen – niet fysiek en niet verbaal – maar wel naar leeftijdgenoten/soortgenoten die binnen zijn territorium komen. Dan is hij luidkeels aanwezig en kan ook rake klappen uitdelen.

* Op communicatieniveau functioneert Ringo op sensatieniveau (iets begrijpen als het direct gevoeld wordt) en op presentatieniveau (begrijpen dat de brokjes uit een blikje komen, maar ze niet herkennen als ze uit een doos komen). Soms is er sprake van representatieniveau, maar alleen binnen voorspelbare kaders. De communicatie met Ringo moet worden aangepast aan zijn tempo van betekenisverlening.

* Het zelfbeeld van Ringo lijkt redelijk stabiel, maar is weinig gedifferentieerd. Hij ziet zichzelf als centrum van de wereld.

* Waarschijnlijk worden angsten vooral getriggerd door sensorische overgevoeligheid, met name op het auditieve vlak. Er is geen sprake van een gegeneraliseerde angststoornis. 

Het gedrag van Ringo wijst op een veilige gehechtheid. Hij is in staat om meer afstand te nemen van zijn vertrouwde verzorgers en op onderzoek uit te gaan. Bij gevaar zoekt hij de veilige basis weer op. Bij extreem gevaar gaat echter de veilige plek boven de veilige baas. Hij heeft een goede band met zijn verzorgers en zal zich niet met zeer wisselende emoties jegens hen uiten.

Het totale gedragsbeeld laat op basis van de PGBL (Poezen Gedrags Beoordelings Lijst) een zeer harmonieus profiel zien. Met Ringo heb je gemakkelijk een klik, zijn gedrag is voorspelbaar en ‘regelmatig’. Dit wijst ook op het gelijkmatig oplopen van het PIQ (Poezen Intelligentie Quotiënt) en de sociaal emotionele ontwikkeling.

Vanwege zijn leeftijd is het invullen van een basismeting van de dementie-vragenlijst (DSVP: Dementie Schaal Voor Poezen) als basismeting gewenst. Er zijn in medisch opzicht geen aanwijzingen voor lichamelijke problemen die een versnelde achteruitgang kunnen veroorzaken.

Was getekend: Henk 50, Poezoloog

Gebit in de puinpoeier

“Wat een hitte, meneer” zegt de meneer tegen me in de tram.

Ik ben netjes opgevoed en groet de mensen die naast me komen zitten altijd rechthartelijk. Het gevolg is niet zelden dat er een gesprek ontstaat. Soms komt me dat goed uit, soms ook minder. Zo’n gesprek heeft meestal een hoog Erps-Kwerps gehalte. Dat gesprek gaat dan als volgt: “Het regent” Ja, het regent. ”Net was het nog droog”. “Ja, net regende het niet.” Nu het gesprek met deze meneer.

Meneer: “Maar het regent niet.”

Henk: ”Nee, zeg ik, het is weer droog, we mogen niet klagen.”

Meneer: “Niet klagen, niet klagen? We worden allemaal belazerd door dat tuig in Den Haag. Als je een valse naam opgeeft krijg je gratis een paspoort. Nou, dat moet ik eens flikken met mijn uitkering, een valse naam opgeven, dan ken ik meteen de bak in. Maar ja, ik ben hier geboren en die zwarte gasten, die kennen hier alles maken. Tuig is het, meneer, dat ken ik je wel zeggen, het is allemaal tuig. En dat vinden ze in Den Haag allemaal prima. Die wonen natuurlijk in een villa, die merken verder niks van al die ellende. Het zijn de rijken die zeggen: laten de zwarten maar komme. Zij hebben er geen last van, wij wel. Maar as ik u wat vragen mag, bent u eigenlijk al met pensioen?”

Henk: “Ja, maar ik werk ook nog.”

Meneer: “Hoe oud ben u dan, as ik vragen mag?”

Henk: “Ik ben 66.”

Meneer: “Oh, dan ben u nog jong. Ik ben 72, nou, dan willen de beentjes niet meer zo, dan ken je niet meer zo ver. Maar ik kreeg al met m’n 60e een pensioen, dus heb ik er toch nog een beetje van kenne genieten. Maar as ik vragen mag, u ben toch niet ziek?”

Henk: “Nee, hoor, ik voel me prima!”

Meneer: “Ik dach, u stapt bij het ziekenhuis in, bij het VU, misschien ben u wel ziek, heb u de k, wat ik niet hopen mag”.

Henk: “Nee, ik kwam van de tandartsen”.

Meneer: O, van de Acta. Was uw gebit in de puinpoeier?”

Henk: “Nee hoor, soms werk ik daar een dagje”.

Meneer: “Dus u bent tandarts”.

Henk: “Nee…..”

Maar voordat ik mijn zin af heb kunnen maken heeft de meneer zijn gebit er al uit gehaald , doet zijn mond wijd open en laat een fors abces zien….

Meneer: “Vroeger had je goeie tandartsen, maar tegenwoordig doen ze er niet veel meer aan. Die jonkies, die willen niet meer, meneer. En de verzekering ook niet, bent u ook van Agis? (ik schud nee), nee, bij De Agis mag je nog maar één keer per jaar. Met het ziekenfonds mocht ik iedere dag naar de tandarts. Dat deed ik niet, maar het kon wel as ik pijn had.

Nou, ik ben één keer geweest, en dan krijg je dit (laat nogmaals het abces zien). Ik vergaat van de pijn, meneer, maar ja, dat krijg je, je mag maar één keer. Maar ja, dat been is erger, daar kenne ze helemaal niks aan doen en daar mot je op lope. Nou, zo kom je niet ver. Maar hier mot ik er uit. Prettig met u gepraat te hebben. Dat heb je ook niet veel meer dat mensen met elkaar praten. Maar ik ga er uit. Goedemiddag meneer.”

Lesboeren

Een vroegere collega meende in een blog over mevrouw Z.  een concreet persoon te herkennen. Ik moest even diep nadenken, want die persoon was op de één of andere manier bijna helemaal uit mijn bewuste geheugen gewist. Maar toen ik het weer wist kwamen er allerlei herinneringen boven. Inderdaad, zo ging dat toen.

De lezer mailde mij ook nog een anekdote:

'Mevrouw Z.'wilde een keer informatie hebben over een incident op een woning. Maar ik stond les te geven. Ze klopte op de deur en stapte meteen naar binnen. Ik moest direct bij haar komen. En dat midden in de les, dan moest het wel érg heftig zijn. Ik had geen keus: ik moest de klas uit om haar uitleg te geven, want anders kon mevrouw Z. niet verder. Maar het was iets triviaals dat best later had kunnen worden opgelost.

‘Mevrouw Z’ vond het cursus geven een activiteit van weinig waarde. Ze noemde het lesboeren. Een beetje academisch geschoold iemand ging natuurlijk niet op MBO niveau lessen staan af te draaien. Daar begon ze dus zelf ook niet aan. Dat was beneden haar niveau.

Deze ‘Mevrouw Z ‘ is niet lang gebleven. De organisatie was volgens haar vastgeroest. Als iemand het niet meer haar eens was zat hij of zij in de weerstand. Ze hoefde niet naar zichzelf te kijken: de ander zat fout.

Binnen een jaar was ze weer vertrokken. Ze gaf aan dat ze niet in het team paste. Hoewel: volgens haar was het andersom: het team paste niet bij haar. Ze kon haar talenten beter ergens anders inzetten. Ze vertrok naar een andere instelling. Daar had ze het ook al snel bekeken. De volgende stap was het zakenleven in.

Ik had mevrouw Z dus een beetje verdrongen. Destijds registreerde ik dit soort toestanden, maar ik kon er niet zoveel mee. Het dagelijkse werk kostte al genoeg tijd en nadenkwerk. Misschien was dat ook wel een vorm van overleven…

Maar vannacht heb ik van haar gedroomd. Ze zat dus toch nog ergens in mijn voorbewuste…

Stilleven met zondagse kater

Onze huiskater Ringo heeft zich het hele huis toegeëigend. Het is iedere keer weer een verrassing waar hij ‘zit’. Al heeft hij wel zijn favoriete plekjes.

Vanmorgen zat hij in de ‘zijkamer’. Terwijl wij met logé’s zaten te ontbijten aan de grote tafel zat hij heerlijk in zijn eentje te zitten en wat weg te doezelen.

Dat leverde een rustiek plaatje op.

Overigens: de kattenliefhebbers zouden eigenlijk Jinek van vrijdagavond even terug moeten kijken. Een groot deel van die uitzending ging over (liefhebbers van) katten.