Reis met hindernissen

Vorige week nam ik om 18.09 nam ik de Sprinter naar station Rotterdam Centraal. Daar zal -  zo meldt de reisplanner mij - de Intercity naar Leeuwarden op mij staan te wachten. Het uiteindelijke reisdoel is Harlingen.

Perronduidelijkheid

Langs het perron staat een Koploper met open deuren en met de bestemming Leeuwarden. Maar op de borden op het perron staat Niet Instappen. Wie heeft er gelijk: de trein of het perron?

Opeens hoor ik een omroepbericht dat er vanwege een stroomstoring te Zwolle geen treinverkeer mogelijk is naar Zwolle en omstreken. Hoe lang die stremming zal duren is niet bekend.

Ik vraag aan de plaatselijke conducteur die zich op het perron staat te verpozen of hij iets meer weet. Maar zijn naam is Haas, hij weet helemaal niks. Maar hoe zit het dan met het niet mogen instappen? Ook hier weet hij niets van.

Ik zie dat de achterste twee treindelen zijn afgekoppeld. Maar daar zitten al wel mensen in. Ik besluit echter om me te vervoegen bij de voorste twee treinstellen. Als er iets gaat rijden, zullen dat de voorste twee treinstellen zijn.

Drie minuten later klinkt de sluitfluit. Stipt op tijd vertrekt de trein met de aanduiding Niet Instappen in de goede richting. Waarschijnlijk zitten er ook nog mensen in de afgekoppelde treinstellen. Die komen niet veel verder.

Onderweg naar Utrecht

Onderweg naar Utrecht Centraal vraag ik me af hoe ik de barrière van station Zwolle zou kunnen nemen. Er zijn niet veel alternatieven. Al het treinverkeer naar het Noorden gaat via Zwolle. Als het treinverkeer daar niet op gang komt is er misschien ondertussen busvervoer geregeld. Maar ik ben dan wel te laat voor de laatste overstap met de Arrivatrein naar Harlingen.

Ik wil de conducteur om opheldering vragen, maar hij laat zich niet zien. Ook na de tussenstop in Gouda verschijnt er geen conducteur. Wel volgt een omroepbericht dat de trein waarschijnlijk niet verder zal rijden dan Amersfoort. Daar vandaan is het nog een heel eind lopen naar Zwolle.

Overwegingen op Utrecht Centraal

Het heeft geen zin om me in een fuik te laten rijden met duizenden gestrande passagiers. Dus ik stap in Utrecht uit. De digitale aanwijsborden zijn onduidelijk. De Sprinter naar Zwolle zou wél rijden, de Intercity niet. Maar hoe zou een Sprinter wel in Zwolle aan kunnen komen en een sneltrein niet? Het alternatief is dat ik naar Alkmaar trein en daar de Q liner over de Afsluitdijk neem. Maar helaas: de trein naar Alkmaar heeft ‘vanwege diverse oorzaken’ 25 minuten vertraging. Dan haal ik daar de bus weer niet.

Het alternatief is de trein naar Hoorn. Dan moet ik eerst naar Amsterdam Centraal. Maar de eerste trein is de vertraagde trein naar Alkmaar. Ik bedenk een nieuw omweg. Met de Sprinter naar Hilversum en daar overstappen op de sneltrein naar Amsterdam Centraal en dan op de trein naar Hoorn. Het zijn twee krappe overstappen, maar in theorie kan het.

Via Hilversum naar Hoorn

De conducteur laat zich niet zien in de Sprinter naar Hilversum. Ik haal keurig de Intercity naar Amsterdam Centraal. De conducteur is weer niet te vinden, dus ik moet het zelf uitzoeken. Ik haal ook precies de trein naar Hoorn. Een conducteur opzoeken heeft nu geen zin meer: er rest me maar één route: door Noord-Holland. De conducteur laat zich overigens opnieuw niet zien. Vanmorgen waren er stakingsacties, die worden kennelijk op dit tijdstip nog steeds voortgezet. Een vorm van passief verzet.

Met de bus

In Hoorn haal ik precies de bus naar Den Helder. Ik wil in Middenmeer overstappen op de luxe Q-liner, maar de reisplanner zegt dat dat niet kan omdat die bus 20 minuten te vroeg is (!). Dat lijkt me stug. Maar ik neem het zekere voor het onzekere en blijf zitten in deze bus tot Den Oever.

Daar is helemaal geen Q-liner, hij is zelfs een paar minuten te laat. De reisplanner geeft digitaal onjuiste informatie. In een half uur ben ik over de dijk bij Kop Afsluitdijk. Daar staat de bus naar Harlingen klaar.

Zelf het wiel uitvinden…

Soms moet je bij het OV zelf het wiel uitvinden. Het personeel en de reisplanner doen dat soms niet. Gelukkig heb ik bij stremmingen allerlei alternatieven in mijn hoofd. Na 4½ uur treinen en bussen en na zeven keer overstappen heb ik toch nog mijn bestemming bereikt.

Op het late Journaal wordt gemeld dat de stremming in Zwolle aan het eind van de avond was opgelost. Dan had ik de laatste overstap op de Arrivatrein naar Harlingen niet gehaald.

Pincode vergeten

Eén van mijn veelgeprezen tantes woonde al zo’n 25 jaar in hetzelfde huis. Ook voor mij was het een beetje thuis. Mijn ouders verhuisden regelmatig, maar dit gezin bleef immer en altoos op hetzelfde adres wonen.

Toen ze een keer de politie moest bellen vanwege een plaatselijk ongemak vroeg de agent op welk nummer ze woonde. Ze wist het niet meer. Ze moest naar buiten lopen om het nummer te zien. Toen wist ze het weer. Het is nu dertig jaar later en deze tante is nog aardig bij de les. Het was geen kwestie van beginnende dementie. Ze was het gewoon even kwijt.

Onder een bepaalde psychische druk kunnen mensen opeens vaardigheden kwijt zijn. Zo werd door een collega ooit een vrouw getest die een HBO-opleiding met mooie cijfers had afgerond. Je zou verwachten: bovengemiddeld intelligent. Maar uit een IQ-test (die tien jaar later werd afgenomen) bleek dat deze mevrouw op verstandelijk beperkt niveau functioneerde. Dat verval in intelligentie kan plaatsvinden na een herhaalde psychose, maar deze mevrouw had geen psychose gehad. Ze had wél meer last op haar schouders te dragen dan dat ze aan kon.

Omdat ik bij allerlei organisaties betrokken ben moet ik regelmatig – maar ook op wisselende tijden – wisselen van wachtwoorden. De wachtwoorden die ik zelf moet bedenken kan ik doorgaans wel onthouden. Maar de wachtwoorden die een ander voor mij bedenkt zijn heel wat ingewikkelder. Zo kreeg ik onlangs een wachtwoord dat bestaat uit 22 cijfers. Dat is zeker om de inhoud van mijn hersenen in beweging te houden…

Maar er zijn ook codes en wachtwoorden die ik al een paar jaar gebruik. Toch ging het vanmorgen mis. Ik wist helemaal het wachtwoord van het account van mijn digitale agenda niet meer. Nog steeds niet, trouwens.

En toen ik gisteravond wilde pinnen bleek dat ik ook de code van mijn pinpas ben vergeten. Dat is wel voordelig, maar ook lastig… Ik moet nu in etappes boodschappen doen, zodat ik steeds contactloos een klein bedrag kan pinnen…

Afgekoeld

Dinsdagmiddag kwam ik Piet Paulusma nog tegen. Ook hij had het warm.

Maar ’s avonds… Terwijl bijna heel Nederland zwoegde teneinde de hitte te doorstaan had ik én een overhemd met lange mouwen én een vest aangetrokken. Eigenlijk wilde ik ook nog wel een jas. Maar die had ik niet bij me.

Dat ik het koud had lag niet aan mijn toestand, maar aan het feit dat er opeens een frisse bries van zee over de dijk kwam. De temperatuur daalde in een uur tijds van 24 graden naar 14 graden.

Maar ik kon wél genieten van een mooie zonsondergang…

Even de tanden op elkaar

Hoe zag mijn werkdag er gisteren (het is 17 juni terwijl ik dit schrijf) uit? Ik heb tien blogposts vooruit geschreven en de informatie voor voor de website voor twee congressen voor het komend najaar in elkaar gezet. Eentje geef ik ook op dit blog door. Heb ik mijn blog weer gevuld en kan ik met een korter takenlijstje de week in. 

Als een peuter voor het eerst spruitjes moet eten is het altijd even wennen. De smaak, de geur, en misschien spelen er nog andere factoren mee.

Tanden leren poetsen is nog veel ingrijpender. Het is dus geen wonder dat peuters tijd nodig hebben om te wennen aan die vreemde gewoonte; er komt een vreemd voorwerp in je mond en het voelt vreemd, misschien doet het wel pijn en het smaakt ook nog eens anders. Probeer je eens in te leven wat dat allemaal betekent als je niet begrijpt waar het goed voor is.

Bijna alle peuters raken gewend aan het poetsen. Maar er zijn mensen met een verstandelijke beperking bij wie de weerstand tegen het poetsen nooit over gaat. Daarbij spelen allerlei factoren een rol, zoals zintuiglijke overgevoeligheid, het cognitieve niveau en het sociaal-emotionele ontwikkelingsniveau. Maar ook bij mensen met een lichte verstandelijke beperking zien we nogal eens een blijvende weerstand tegen het (moeten) poetsen. En in de ouderenzorg komen de oude problemen nogal eens weer terug.

Begeleiders in de zorg worden nogal eens geconfronteerd met een dagelijkse strijd. Je ziet er misschien tijdens het eten al tegenop dat er straks gepoetst moet worden. En de cliënten voelen het maar al te vaak dat de spanning oploopt. Wat zijn manieren om een beetje uit deze vicieuze cirkel te komen? Dat betekent werken aan jezelf én het hebben van handvatten hoe je de mondverzorging aan kunt pakken. Eén van de sleutels voor de cliënt is het kunnen volgen, herkennen en voorspellen van wat er gebeurt en daarnaast het eigen invloed kunnen ervaren.

Hoe zit het dan met de Wet Zorg en Dwang? Je mag toch niet iemand dwingen om gepoetst te worden? Maar wat zijn de gevolgen als je niet poetst? Dat is een spannend ethisch dilemma dat om multidisciplinaire samenwerking vraagt. Er zijn richtlijnen ontwikkeld om tot een goede afweging te komen.

Fietsdag langs de Elbe (3)

De Duitsers hebben iets met forten. Dat zie je al op het strand. Mogelijk is het genetisch bepaald. Duitse kinderen bouwen forten en Nederlandse kinderen graven kanalen.

De Mecklenburgse hertog Johann Albrecht de Eerste liet in de 16e eeuw bij Dömitz een grote vesting bouwen, om daarmee de handelsroute over de Elbe veilig te stellen. Het is een vijfhoekig fort met kazematten dat er nog altijd imposant uitziet. Om er te komen moeten we tussen een file aan toeristenbussen laveren en ons daarna een weg banen temidden van gerollatorde bezoekers. Er zijn nog twee fietsers: die komen uit Hardenberg. Wat mensen uit Hardenberg hier komen doen is mij verder niet geopenbaard.

Er is niet alleen de vesting, maar ook het historische stadje Dömitz. Vanwege de vele overstromingen van de Elbe zochten de mensen een veilige plek op iets hoger gelegen grond. De eerste gegevens van het stadje dateren uit het jaar 1235. In de eerste helft van de 20e eeuw was het een belangrijke plaats vanwege de industrie en een overslaghaven voor het scheepvaartverkeer over de Elbe. De gevolgen van de Tweede Wereldoorlog maakten dat alle ontwikkeling stil werd gelegd. En ook nu nog is Dömitz een dromerig, slaperig stadje.

De grootste rampen voor het stadje voltrokken zich in april en mei 1945. Het stadje was volgestouwd met vluchtelingen die uit handen van de Russen wilden blijven. Ze konden de Elbe niet over, want de brug was gebombardeerd. de Amerikanen bestookten de Duitse legers die zich in en rond het stadje ophielden.

Op 2 mei trokken Amerikaanse soldaten het stadje binnen, maar op 3 mei namen de Russen de leiding over. Dat leidde tot een schrikbewind waarbij o.a. een aantal jonge mensen werd afgevoerd naar Russische kampen. Over hen is later niets meer vernomen.

In de DDR was Dömitz min of meer verboden gebied. Er mocht geen industrie gevestigd worden omdat het tegenover West-Duits grondgebied lag. Bewoning werd getolereerd, maar niet gestimuleerd. Pas na 1991 kwam er ruimte voor groei. Maar die wordt weer belemmerd doordat Dömitz ligt in een belangrijk natuurgebied. Dus het blijft een dromerig stadje.

Wij drinken even een kop koffie (uiteraard met koek) bij de plaatselijke bakker. Het is een winkeltje waar de tijd stil heeft gestaan, al is de euro al wel ingevoerd. De antieke kassa klingelt nadrukkelijk. Aan de muur hangt een diploma van de bakker uit de DDR tijd.

Dan is het echt weer tijd om op de fiets te stappen. Volgens de borden is het nog ruim 50 km. naar Wittenberge en het is ondertussen al tegen vier uur.

Projectbureau

Van mevrouw Zoetelief heb ik zelfs gedroomd. De aanleiding was concreet. Ik kwam haar onverwachts tegen...

Mevrouw Zoetelief had een eigen projectbureau en mooie folders. Ik weet niet of ze toen al een website had, want die zou ongetwijfeld zeer ronkend van aard zijn geweest. Ze was ‘ingehuurd om een klus te klaren’ (zoals ze het noemde). Ik werkte destijds twee dagen van de week door het hele land. Zo kwam ik ook op deze instelling waar zij een klus moest klaren. Maar haar roem was haar al vooruit gegaan. Waar zij verscheen ontstond grote turbulentie.

De instelling verkeerde net na de eeuwwisseling in zwaar weer, er moest veel veranderd worden, maar het personeel, de OR en de oudervereniging lagen dwars. Ze moest die mensen ‘over de streep trekken’.

Een collega van die instelling was nieuwsgierig geworden hoe het bedrijf van mevrouw Zoetelief er uit zag. Het bleek een gewoon rijtjeshuis met hond. Hij vermoedde dat het bureau maar uit één medewerker bestond: mevrouw Zoetelief Herself. Dat ze toch in de wij-vorm sprak zal wel majesteitsmeervoud zijn geweest.

Kritische vragen

Er kwam een vergadering met de oudervereniging. Daar stelde deze collega een paar kritische vragen. Dat was natuurlijk niet de bedoeling. Het was een bespreking voor en met ouders. Maar mevrouw Zoetelief gaf hem vriendelijk en resoluut antwoord. Ze was blij met zijn zinvolle bijdrage waaruit veel kennis en ervaring bleek. Ze kon zich de ongerustheid voorstellen, maar ze had een groot netwerk van de beste deskundigen van Nederland die ze op haar beurt allemaal in kon huren, dus het kwam allemaal goed.

Maar zo vriendelijk was mevrouw Zoetelief toch niet. Een dag later moest deze collega bij de directeur op het matje komen. Hij zou de noodzakelijke veranderingen op het spel hebben gezet. En als er de komende tijd mensen moesten worden ontslagen was het zijn schuld. Niet veel later is die collega vertrokken.

Botsing

Mevrouw Zoetelief liep ik toevallig letterlijk tegen het lijf in de gang van het hoofdgebouw van de instelling. We botsten namelijk tegen elkaar aan. Koffie op je trui is ook een manier om met elkaar in gesprek te komen. Ze wilde weten wie ik was. En toen zag ze ook meteen mogelijkheden. Ze wilde ook wel op mijn instelling aan de slag. We konden vast goed samenwerken. Maar ze meldde wel dat ze het erg druk had met haar opdrachten en bovendien had ze een lastige man thuis.

Mevrouw Zoetelief had een stevige stem en een stevig postuur en liet mij weinig ruimte. Ik wilde niet onbeleefd doen wat betreft haar vraag naar samenwerking, en zei dat het vast wel te bespreken was. Ze zou contact opnemen.

Ondertussen hoopte ik maar dat dat niet zou gebeuren. “Ze zat op mijn allergie” zoals dat heet. Ik had dus ook een dubbele agenda (…).

Ik hoorde niets meer van haar totdat we in een gezamenlijke provinciale werkgroep terecht kwamen. Ze was de voorzitter. Ik was meer afwezig dan aanwezig. Dat was niet uit onwil: ik moest deze werkgroep er bij doen terwijl mijn agenda al veel te vol was. Als er een nieuwe afspraak moest komen bleek dat ik steeds niet kon. Haar lichaamstaal verraadde dat ze daar niet blij mee was. Ze zou ‘op een ander moment’ contact opnemen.

Rechtszaak

Inmiddels ben ik drie banen verder en mevrouw Zoetelief is vast tien projecten verder. Die hele geschiedenis was naar de achtergrond verdwenen. Maar onlangs was ik betrokken bij een rechtszaak die ouders hadden aangespannen tegen een gemeente. Tot mijn grote verbazing zat daar ook mevrouw Zoetelief. Ze was inmiddels aanzienlijk gerimpeld, maar nog even overtuigd van zichzelf. Ze moest het beleid van de gemeente verdedigen.

Mevrouw Zoetelief had nu wel een andere naam. Misschien had ze zich ontdaan van haar lastige man. Ze zat achter een grote tafel en gaf geen teken van herkenning. Ik ben thuis nog even gaan googelen of haar bureau nog bestaat. Ik heb het niet kunnen vinden. Mogelijk heeft ze een nieuwe start gemaakt. Of ik heb me toch vergist. Misschien was het haar tweelingzus….

Mister ELJRE

Deze week ben ik internet-loos. Dat vind ik wel spannend. We zijn wel erg afhankelijk geworden van de nieuwe media. Maar het is nu wel zo rustig. En ik ben toch wel bereikbaar. Dankzij mijn oude degelijke telefoon zonder toeters en bellen die ik tenminste nog een beetje kan begrijpen. Ik moet dus in het weekend een week vooruit schrijven.

Jullie krijgen dus deze week vooral oud nieuws voorgeschoteld. Zoals anekdotes van zaken die mij te op dit moment te binnen schieten. Dat bracht me wel op een blogje over hoe het vroeger was. Gezien mijn leeftijd mag ik het daar over hebben.

We maakten lange fietstochten door Europa. Het betekende dat onze ouders geen idee hadden waar en hoe ze ons moesten zoeken. Gezocht… op de fiets onderweg door Zweden en Noorwegen. We hadden wel de afspraak dat we om de paar dagen naar huis zouden bellen, maar in dunbevolkte gebieden zijn telefooncellen en postkantoren schaars. En als je dan kon bellen had je soms niet de goede munten.

Na een lange trap over de nog besneeuwde Hardanger Vidda met onze dochter van twee jaar achterop de fiets kwamen we aan in de jeugdherberg van Bergen in Noorwegen. Daar hing een bericht: “Mister ELJRE, please contact your father.”

Ik vond dat wel een vreemde naam. Zeker Zweeds of zo? Totdat we in de koffiehoek van de jeugdherberg nog even na zaten te denken over die naam. En toen had ik het. Als ik de kennelijk Engels uitgesproken letters terug vertaalde naar het Nederlands kwam daar mijn achternaam uit. Ik moest mijn vader bellen.

Zo gezegd, zo gedaan. Mijn vader vertelde dat mijn grootvader was overleden. Ik vloog met de KLM terug naar Nederland. Tineke ging met twee fietsen en een peuter met de boot mee.