Giovanni als Spiderman (2)

Giovanni wil wel trouwen, maar in zijn Spidermanpak. De vriendin van Giovanni wil niet met Spiderman trouwen. Ze wil met Giovanni trouwen. Maar hij weigert zelfs voor haar zijn masker af te doen.

“Je treurt om de man die je zou willen dat hij was” wordt er in het televisie-programma gezegd. Ze is haar verloofde kwijt. Hij is een ander persoon geworden. Ook vindt ze het erg hoe hij zichzelf (niet) verzorgt en smerige kleding aan heeft. Ze hoopt dat dat verandert. Maar Giovanni lijkt niet gemotiveerd iets te veranderen. Hij noemt dit ‘het risico van het vak’. 

Bovendien – als ze trouwen – moet zijn verloofde een andere naam aannemen. Ook een naam uit het verhaal van Batman. Natuurlijk weet Giovanni wel dat de ‘andere’ Spiderman een stripfiguur is, maar hij vindt zichzelf toch wel behoorlijk echt. En hij voelt zich hier lekker in. Dit is dé manier om zijn boodschap uit te dragen. Een baan in de zorg of bij de politie past niet bij hem, ‘want structuur is niets voor mij’. 

Waarom een masker? 

Onieuw de vraag: is dit alleen maar een beetje bijzonder, of is hier sprake van pathologie?  Zijn vriendin heeft twee banen omdat hij zich wil uitleven als Spiderman. Als je zo nodig een boodschap uit wilt dragen: waarom moet dat dan verkleed? Wat wil je met dat masker verbergen? zo vraagt de TV-presentator zich af. Hij vindt het op zijn minst egocentrisch, om niet te zeggen: narcistisch.

Onderzoek

Hoe komen we er achter of er bij Giovanni sprake is van pathologie? Daar zijn tal van onderzoeken voor. Maar dat doe je niet in een uurtje. Er is gerichte observatie in een therapeutisch behandelcentrum nodig. Voelt Giovanni daarvoor?

Ontwijkend gedrag

Dat wordt confronterend. En bij een confronterende vraag past een ontwijkend antwoord. Hij is misschien bereid om het te onderzoeken of het kan, maar dan moet hij eerst zijn agenda raadplegen. Is die agenda dan zo vol? Giovanni heeft geen werk. Nee, maar hij heeft wél een hond. Dat is een signaal: hij is dus onmisbaar. Niemand anders kan voor die hond zorgen.

Nog een keer de vraag: als de hond onderdak krijgt, is Giovanni dan bereid om mee te werken aan een onderzoek? Dat is voor hem nog wel de vraag. Want hij moet het in logistiek opzicht allemaal wel kunnen plannen… Opnieuw een signaal: de confrontatie wordt vermeden en er wordt een ingewikkeld maar nietszeggend argument in de strijd gegooid.

Bang voor de waarheid? 

Waarom ontwijkt Giovanni dit aanbod? De TV-presentator: “Ik kan je dit zeggen. Als je werkelijk gelooft in wat je zegt zou je niet bang zijn om je te laten onderzoeken.”

Als iemand een mogelijk onderzoek ontwijkt door er allerlei niet ter zake doende argumenten bij te halen wijst dat op een onderliggend gevoel: "Ik vertrouw mezelf niet. Ik ben er bang voor om met de werkelijkheid geconfronteerd te worden."
Advertenties

Tuinders en Randstedelingen

Ik zal er eerlijk voor uitkomen: de afgelopen weken heb ik te weinig gefietst. Dat is niet goed voor mijn lichaam en voor mijn geest. Dus stapte ik donderdag maar weer eens op mijn Batavus Dinsdag. Mochten jullie de foto's missen: die heb ik in dit eerste gedeelte van de rit niet gemaakt.

De eerste drie kilometer fietste ik door de bebouwde kom van Delft, een dromerig stadje tussen Den Haag en Rotterdam. Maar erg veel ruimte om te dromen was er niet: het fietsverkeer is er van dien aard dat je hoofd een permanente toestand van alertheid nodig heeft.

Delfgauw

De tweede etappe voerde mij door Delfgauw. Dit is een voormalig tuindersdorp met diverse linten aan bebouwing. Het dorp ging nogal gebukt onder de last van fijnstof van de A 13. Desondanks en desalniettemin werd er toch een Vinexwijk gebouwd, waardoor het dorp meer dan verdubbelde qua inwonertal. Tussen de nieuwbouw vind je nog plukjes oude bebouwing, maar die zijn schaars.

Ik vervolg mijn fietsroute langs de drukke weg die de verbinding vormt tussen Delft en Pijnacker. Dwars door het tuin en kassengebied ten noorden van Delfgauw is alweer een nieuwe weg aangelegd. Deze verlengde Komkommerweg is zojuist geopend en volgens de provincie is het nu een stuk veiliger geworden. Zonder ongelukken bereik ik dan ook het volgende dorp: Pijnacker.

Pijnacker

De mensen denken misschien bij Pijnacker aan een tuinbouwdorp, maar de komkommers zijn hier schaars geworden. Het is vooral een nieuwbouwdorp geworden, met twee stations van waaruit je in 20 minuten naar het centrum van Den Haag of Rotterdam forenst. Aan de noordzijde wordt weer een grote nieuwbouwwijk in elkaar getimmerd. Dan heeft het dorp 30.000 inwoners.

De naam Pijnacker komt van een professor die hier in zijn tuin aan het werk was. Toen schoot het hem in zijn rug. Hij kon niet meer rechtop staan. Ze noemden eerst het veld Pijnakker, later kreeg deze professor de naam Pijnacker. Dat klonk wat meer chicique. Deze professor Cornelis Pijnacker heeft een roemruchte carriëre doorlopen. Zo was hij cartograaf en jurist, hij was hoogleraar in Leiden, diplomaat in de landen rond de Middellandse Zee, rector magnificus van de Universiteit van Groningen en later van de universiteit van Franeker. Als cartograaf zette hij Pijnacker op de kaart. Daarom heet dit dorp zo. Hij maakte ook de eerste volledige kaart van Drenthe. Dat was voor die tijd nog niemand gelukt.

Pijnacker heeft twee voetbalclubs: DSVP (Door Samenwerking Verkregen Pijnacker) en Oliveo (Onze Leus Is Vooruit En Overwinnen). Niet dat ik iets met voetbal heb, ik vond het wel leuke namen. Je moet er maar op komen.

Ik neem het viaduct over de Randstadrail en sla linksaf. Het verkeer zit hier vast, vanwege werkzaamheden aan het wegdek. Er worden legaal teksten op het wegdek geschilderd, iets over de maximumsnelheid. Fietsers hebben daar geen last van. Wel hebben ze last van het slecht betegelde fietspad.

Ik hobbel weer verder, langs kassen en af en toe een stukje resterende weiland benevens een welness-centrum. Want we zitten hier wel in de Randstad: een gezond lichaam in een gezonde geest. Met de auto naar de welness en daarna helemaal tot rust komen. Je kunt ook gewoon op de fiets stappen. Dan bereik je (minstens) hetzelfde.

Giovanni als Spiderman (1)

Eerder schreef ik over de geleidelijke overgang van waarneming naar hallucinatie en van idee naar waan. Op televisie zag ik een programma waarbij je je af kunt vragen waar de man die ondervraagd werd ergens in dat spectrum functioneerde.

Giovanni was beroepsmilitair geweest. Inmiddels ging hij als Spiderman verkleed over straat. Hij was werkloos. Zijn tijd en energie ging in die rol van Batman zitten. In die rol wilde hij mensen helpen. Zijn vriendin moest hem ook als Goose aanspreken. Hij was geen Giovanni meer, hij was Goose. Ook bij zijn vriendin wilde hij zijn masker niet af doen.

Pathologie?

Het gedrag was op zijn minst bijzonder, maar was er sprake van abnormaal gedrag of van pathologisch gedrag? Moest je hier spreken van een vertekening van de werkelijkheid, van verwarring (het niet in staat zijn zichzelf correct in de wereld te plaatsen) of van een waan? Was deze man een grens over gegaan?

De betekenis van het gedrag

In de eerste plaats is het belangrijk om te betekenis van het idee van Batman te achterhalen. Van psychiater Jaap Veldkamp heb ik geleerd dat alle wanen – hoe bizar ze ook zijn – voor de patiënt altijd een betekenis verbeelden. Giovanni wilde graag mensen helpen en hij meende dat ze zich veilig zouden voelen als ze wisten dat hij in de buurt rondliep. Je zou de betekenis dus kunnen herleiden als ‘ik wil mensen helpen, ik wil dat ze me waarderen om mijn zorg voor hen’.  Of nog iets compacter: ‘ik wil gezien worden en ik wil van betekenis zijn.’ 

De vraag naar de normaliteit

De tweede stap is: is dit gezond gedrag? Dat vond Giovanni wel, maar je kunt het je afvragen. Hij vond dat hij niet meer kon werken, want hij was fulltime nodig in zijn baan als Spiderman. Zijn vriendin zorgde voor de inkomsten.

Anderen helpen kan ook in andere banen. Maar Giovanni vond dat hij niet als ambulancebroeder of politieagent kon werken. Dan moest hij zich aanpassen aan een structuur en dat was niets voor hem.

Je kunt zeggen dat zijn manier van denken en handelen het normale functioneren in de samenleving in de weg stond. Hoe je ook denkt over ‘normaliteit’: het is op zijn minst niet aangepast als je – terwijl je wel in staat bent om te werken – je leven zo inricht dat je ‘bewust’ geen inkomen hebt. Daarnaast is het niet willen passen in een structuur een signaal dat er iets met je aan de hand is.

Giovanni vindt dat er met hem niets aan de hand is. De wereld heeft immers een Spiderman nodig, iemand die er voor zorgt dat andere mensen zich veilig voelen. Dat dat nu nog niet helemaal gelukt is, is een kwestie van tijd...

Afgelegen brievenbus

Op veel plekken worden brievenbussen weggehaald. Maar soms blijft er eentje op een onverwachtse plek staan.

Zoals deze brievenbus. Hij staat aan het eind van de Zuiderpier in Harlingen. Dat is een heel eind lopen vanaf de dijk.

Bij nader inzien blijkt deze brievenbus een bijzondere bestemming te hebben. Je kunt er je gedachten over de zee in kwijt. Af en toe wordt de bus gelicht. De opgeschreven of getekende gedachten worden gelezen. En sommige diepe gedachten worden gepubliceerd.

Het is de vraag of ik op dat moment diepe gedachten had. Mijn diepste gedachte was waarschijnlijk wie die bus zou komen legen en wanneer dan wel.

In ieder geval had ik geen pen bij me. Ik heb dan ook geen gedachte in de bus geworpen.

Wie heeft de schuld?

In aanvulling op de vorige blog herplaats ik nog een eerder blog. Als mensen onenigheid hebben komt meestal heel snel de schuldvraag boven drijven.

Je ziet het in programma’s op TV over verstoorde relaties en bij rechtszaken: binnen korte tijd buitelen mensen als ruziënde kleuters over elkaar heen. “Jij begon!”

Een man van 45 jaar was voor de vierde keer getrouwd en nu liep zijn relatie met zijn vierde vrouw op de klippen. Er was sprake van fysiek geweld. Maar het was allemaal háár schuld. Zij maakte hem woedend. De therapeut wilde weten of hij zelf ook een bijdrage had bij het ontstaan van deze escalaties. Hij wilde niet weten wie er schuld had, maar wat er precies gebeurde. Dat gaf een stukje ingang voor een gesprek.

Volgens Marc America (2016) staat het stellen van de schuldvraag de oplossing juist in de weg. “Als je de schuldvraag vooropstelt is dat tijdsverspilling. Het geeft geen inzicht achteraf in het probleem en het helpt je niet vooruit.” Aldus deze huisartsenopleider.

Maar met die eigen bijdrage zijn we er nog niet. Want het voelt dan toch weer vaak als schuld. Je kunt aan het ontstaan van een situatie bijdragen zonder dat je er schuld aan hebt. Dat klinkt ingewikkeld, maar als je niet kunt weten wat er aan de hand is kun je er op dat moment niets aan doen als de situatie vastloopt.

Mevrouw De Jong is een daadkrachtige echtgenote die graag van alles regelt. Omdat haar man niet zo snel is neemt ze hem van alles uit handen: zij regelt het wel. Sinds hij met pensioen is heeft hij wel meer tijd, maar ze was het hele huwelijk al gewend om van alles te regelen. Ze denkt dat ze daar goed aan doet. Het zorgen dat het goed loopt ligt in haar aard. Geleidelijk trekt haar man zich steeds meer terug. Hij wordt zelfs depressief. In een gesprek met de huisarts zegt hij dat hij het gevoel heeft dat hij niets meer voorstelt. Hij heeft zijn werk niet meer en thuis levert hij nauwelijks een bijdrage. Er volgen gesprekken met een relatietherapeut. Mevrouw de Jong staat perplex: ze dacht er goed aan te doen dat ze haar man veel uit handen nam.

“Ze bedoelde het goed, maar het liep verkeerd af” is bij ons in huis een gevleugelde uitspraak.

In het verhaal van het echtpaar De Jong moet je dus niet zeggen ‘wie heeft de schuld?‘ Mevrouw de Jong heeft geen signalen opgepikt en meneer de Jong  heeft ook niets gezegd. Als je daar een massieve schuldvraag op legt wordt het gesprek ingewikkeld. Je kunt wel vragen: hoe ontstaat dat nu precies, wat gebeurt er tussen ons, wat is mijn bijdrage daaraan en hoe kan ik dat veranderen? 

Opvoeders vragen nogal eens aan kinderen: "Waarom ben je boos?" Bijna geen kind kan daar een goed antwoord op geven. Het is te ingewikkeld om bij de emoties te komen. In plaats van de vraag waarom het kind boos is kun je beter naar de feiten vragen. "Wat is er gebeurd?" Zo is de vraag naar de bijdrage aan vastlopende communicatie veel gemakkelijker te beantwoorden dan de schuldvraag.

Nijmegen

"Dat missen wij allemaal" zei de mevrouw op de boulevard in Kijkduin. Ik vroeg waar ze dan woont. "In Nijmegen" antwoordde ze.

Ik zei dat Nijmegen toch ook wel een mooie plaats is. In gesprekstechnisch opzicht was dat misschien niet zo’n handige zin, maar ik meende wel wat ik zei.

Het centrum van Nijmegen is helaas in de oorlog zwaar verwoest. En daarna hebben projectontwikkelaars in de jaren ’60 het allemaal nóg erger gemaakt. En de nieuwbouw, zoals in de wijk Dukenburg, dat is zo’n rampenplan uit de jaren ’70. Daarvan vind je er dertien in een dozijn en allemaal even lelijk. Het maakt niet uit of het in Alkmaar, Lelystad, Oosterhout of Nijmegen is.

Maar toch: Nijmegen mag er best zijn. Dat komt o.a. door de prachtige ligging aan de Waal. Daarom nu maar een paar plaatjes van de Waal bij Nijmegen.

Daar waren we vorig jaar een lang weekend op bezoek. Helaas gaat ons herfst-fietsuitje dit jaar niet door.

Dus plan ik maar iedere week een fietsdag. Lukt ook niet elke week, maar ik mag niet mopperen...

Discussies over gevoelskwesties

Discussiëren over feitenkwesties is al ingewikkeld. Nóg ingewikkelder zijn gevoelskwesties.

Ik voel me gekwetst door Peter. Omdat ik me gekwetst voel oordeel ik harder over zijn gedrag. En ik maak daarbij ook meteen een denkfout. Als ik me gekwetst voel betekent dat nog niet dat Peter de bedoeling had om mij te kwetsen.

Maar: stel dat Peter zegt dat hij het niet zo had bedoeld… Wat dan? Volgens Marc America is dat een uitspraak die ieder gesprek in de kiem smoort. Peter geeft dan alleen een signaal af om zichzelf te verdedigen. Hij gaat niet bij zichzelf na in hoeverre hij tekort schoot in de relatie. Volgens America zou de eerste reactie niet moeten zijn dat het niet je bedoeling was, maar je zou jezelf moeten afvragen waarin je onhandig bent geweest in de communicatie.

Ook aan de andere kant ligt er een valkuil. Die is eerder al genoemd. Als ik me gekwetst voel wil dat niet zeggen dat dat de bedoeling van Peter was. Dat je je gekwetst voelt zegt minstens zoveel over jezelf als over de ander.

De sleutel is volgens Marc America: “hoe meer je er in slaagt om bij de ander de behoefte om zichzelf te verdedigen weg te nemen, des te gemakkelijker maak je het hem om in zich op te nemen wat je zegt.”

Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. In het heetst van de strijd kom je er nauwelijks aan toe. Beide 'partijen' zijn dan eigenlijk alleen maar aan het schieten op elkaar. Alleen kom je er op die manier nooit uit...