Deurne

Deurne is de hoofdstad van de Peel. Toon Kortooms schreef over deze streek het boek 'Mijn kinderen eten turf'. Maar de Peel is niet zo erg bekend in de rest van Nederland.

Aan mij zal het niet liggen, want ik ben lyrisch over Griendtsveen. Dat vind ik één van de mooiste stukjes van Nederland. Ik heb er dan ook meerdere malen over geschreven. Als ik poëtisch was zou ik er zelfs een gedicht aan wijden.

Vanuit Deurne fietste ik dan ook standaard en in gezwinde spoed richting Griendtsveen. Ik kwam ook regelmatig in een ander Deurne: dat ligt tegen Antwerpen aan geplakt. Maar ik bedacht: waarom ken ik het Peelse Deurne dan niet. Laat ik dát nu eens bezoeken. Aldus geschiedde.

Deurne is een uit de kluiten gewassen dorp en tevens gemeente. De gemeente telt bijna 33.000 inwoners. Het dorp ligt binnen het stadsgewest van Eindhoven. Dat zie je alleen al aan het treinverkeer: ieder kwartier een trein heen-en-weer. Het hotel naast het station wordt momenteel afgebroken. Maar er is nog een ander hotel. Dat heet De Zoete Zonde. Het vermeldt dat er in de badkamer een bad is. Dat is toch wel heel bijzonder, een badkamer met een bad, net zo bijzonder als een doucheruimte met een douche. Zoiets moet toch gasten trekken, zou je denken.

De plaatselijke VVV kan er niet over uit. Als je in Deurne bent moet je wel struikelen over de creativiteit van de burgers. “De mensen hier in Deurne hebben een ding gemeen: een creatieve inslag. Kunst en inventiviteit zijn kenmerken die voor ons dorp staan.” Ik moet zeggen, de tafeltjes bij een lokale ijssalon zijn zo creatief opgesteld dat mijn fiets er niet meer langs kan.

Een deel van die creatieve bekendheid is trouwens geschiedenis: het gaat om schrijvers als Antoon Coolen, Toon Kortooms en Friso Wiegersma. Die laatste schreef het lied over het tuinpad van zijn vader Hendrik. Dat lied hoorde ik gisteren nog tijdens een begrafenis. Ik kan me voorstellen dat dat lied over Deurne gaat: een dorp dat opgestuwd wordt in de vaart der volkeren maar toch nog steeds dorp is.

Nog een beroemde voormalige inwoner van Deurne is Huub van Doorne (=Deurne). Dat was de bevlogen directeur van DAF. Mijn nieder heeft ook jaren in een DAF gereden, dat scheelde in het schakelen.

Tegenwoordig wonen er ook creatieve beroemdheden in Deurne, maar die ken ik allemaal niet. Kennelijk leef ik vooral in het verleden.

Er wordt vandaag uitgebreid markt gehouden rond de massieve dorpskerk van Deurne. En omdat het lekker weer is zit een aanzienlijk deel van de plaatselijke bevolking op de plaatselijke terrasjes. In ieder geval is het er best gezellig.

Wat veel mensen niet weten is dat Deurne ook een kasteel heeft, het zogenaamde Groot Kasteel. Het dreigde helemaal in te storten, maar werd net op tijd voor volledige teloorgang behoed. Er zijn plannen geweest om het hele kasteel weer in volle glorie te doen opleven, er was zelfs een prijswinnaar, maar de plannen zijn nooit uitgevoerd.

Het Groot Kasteel ligt temidden van een uitgestrekt park met weer tal van mooie gebouwen. Een prachtige groene long, dichtbij het centrum van het dorp.

Vanuit Deurne fiets ik deze keer niet oostwaarts (naar Griendtsveen) maar noordwaarts.

En nu begrijp ik ook de klachten van een aantal inwoners van deze streek: de geur van grote intensieve varkenshouderijen maakt dat ik moeite krijg met ademhalen. in de Randstad weet je dat je niet groen woont en fijnstof inademt, maar dit lijkt me ook niet gezond...
Advertenties

Biesbosch

Goed, als ik dan bij de veerpont ben, dan neem ik jullie ook wel mee naar de overkant. Dit is de provincie Noord-Brabant. En één van de dunstbevolkte gebieden van Nederland: de Biesbosch.

Er stonden hier tal van boerderijen, maar een deel is verplaatst en vervangen door nieuwbouw. Dat komt omdat de rivier ruimte moest krijgen. De boerderijen staan nu allemaal op terpen en bij hoog water stroomt het water gewoon het land binnen. Dat is vandaag het geval. Het water van de Merwede staat hoog en het land houdt het niet meer droog.

Het is wel bijzonder dat je op korte afstand van de Randstad zó’n mooi en rustig stuk natuur hebt. Het ligt ook wat geïsoleerd, omdat de enige toegang vanuit de Randstad een veerpont is. Via de Merwedebrug bij Gorkum kun je hier ook komen, maar dat is een eind om.

Het is een gebied met tal van kreken. Tot de aanleg van de Deltawerken was het een getijdengebied met brak water.

Al voor de Sint Elisabethsvloed was er regelmatig sprake van dijkdoorbraken. De Hoeken en de Kabeljauwen twistten met elkaar en dat kostte zóveel geld dat er geen geld meer was voor het onderhouden van de dijken. Bovendien werd er onoordeelkundig turf gewonnen, waardoor dijkdelen soms gewoon naar beneden gleden.

Maar in 1421 was het helemaal ‘gedaan’ met dit gebied. De Sint Elisabethsvloed zette alles onder water. Er bleef een binnenzee over die het hele gebied tussen de vestingsteden Dordrecht, Gorkum en Geertruidenberg omvatte. Pas geleidelijk aan in de loop van vele eeuwen werden stukjes land op de binnenzee heroverd.

En nu loopt dus af en toe het land weer onder. De dijkgraven hebben gaten in de dijken gegraven. Maar het is wél een mooi gezicht. En dan ook nog die duizenden watervogels...

Vaatwasser

Eigenlijk ben ik best aardig en hulpvaardig, al zeg ik het zelf. Vandaag wilde ik op eigen initiatief de vaatwasser inruimen.

Het zit zo. We hadden de kleinkinderen in huis en dat doet nogal wat stofwolken opwaaien. Vooral aan het eind van de dag. Er moest nog eten bereid worden en daarna kon de vuile vaat allemaal naar het aanrecht. Toen leek het of de keuken ontploft was.

In de vaatwasser zag ik nog enkele vacatures. Oftewel een paar lege plekken. Daar stapelde ik het grootste deel van de vaat op het aanrecht in, uiteraard na alles eerst afgespoeld te hebben, want zo ben ik opgevoed.

Ik hield er rekening mee dat Tineke de vaatwasser wel weer zou reorganiseren, want ze vindt dat het allemaal veel efficiënter kan. Daar heeft ze helemaal gelijk in, alleen ik zie dat niet zo. Ik heb weinig ruimtelijk inzicht als het om vaatwassers gaat.

Toen het hoofd van Tineke boven de vaatwasser verscheen slaakte ze een ferme kreet. “Wat heb je nú gedaan?” Ik sprak en zeide dat ik alvast was had ingeruimd op ruimte op het aanrecht te maken. Maar dat bleek niet de bedoeling.

Ik had de vuile vaat vermengd met de schone vaat. Dat de vaatwasser deels leeg was was omdat een deel van het bestek en van de borden nodig waren geweest vanwege de invasie van kleinkinderen. Er ontstond dus een dilemma: laten we de schone vaat weer meedoen met de vuile vaat, of gaan we proberen witte vaat en bonte vaat te scheiden? Dat laatste hebben we met vereende krachten geprobeerd. Nu draait de vaatwasser op volle toeren.

Vorige week heb ik de vaatwasser in een onbewaakt ogenblik aangezet. Toen Tineke thuis kwam zei ze: ‘wat zijn de spullen nog warm, heeft de vaatwasser niet open gestaan?’ Het bleek dat ze eerder die dag de vaatwasser al had laten draaien. Maar dat wist ik niet, dus is er twee keer gewassen. Extra schoon en minder milieuvriendelijk dus.

Ik heb maar niets gezegd. Op de één of andere manier gaan mannen en vaatwassers niet zo goed samen...

Schakeltijd

Sanne komt op school met een nieuwe jurk. De juf heeft als gewoonte om ieder kind bij de deur aan te spreken en persoonlijk contact te maken. Ze zegt tegen Sanne: "Goedemorgen Sanne. Wat heb jij een mooie jurk!" Sanne zegt niets. Wat is er aan de hand?

Sanne kijkt naar haar jurk en naar de juf. Maar ze geeft geen antwoord. Zelfs een lach kan er niet vanaf.

Juf: “Heeft mamma die met jou gekocht?”

Sanne zegt niets.

Juf: “Nou, ik vind hem anders wél mooi hoor!”

Sanne kijkt weer naar haar jurk en daarna naar de juf. Maar ze zegt niets.

Juf: “Ga maar gauw naar binnen, Sanne. De andere kinderen zijn er ook al!”

Dit voorbeeld wordt door Anna Blokhuis en Jan Boudewijn genoemd in hun boek ‘Hou je kop erbij!’ Voor mij een zeer herkenbaar voorbeeld. Er zijn tal van kinderen die veel schakeltijd nodig hebben.

  1. Je kunt daarbij denken aan kinderen met autisme, maar zij niet alleen.
  2. Het gaat ook vaak om intelligente kinderen die veel indrukken moeten verwerken. Je zou kunnen zeggen: ze zien en horen teveel en daardoor raakt het hoofd vol.
  3. Daarnaast speelt de verwerkingssnelheid een rol. Het ene kind komt snel van indruk naar betekenis, het andere kind heeft meer tijd nodig om te schakelen.
  4. Maar je ziet ditzelfde thema ook dagelijks in de ouderenzorg.
Aan mevrouw de Jong wordt gevraagd of ze koffie wil. Er komt geen antwoord. "Of wilt u thee?" klinkt het direct daarna. De koffiedame heeft niet alle tijd. Het gevolg is dat er nu twee vragen in het hoofd van mevrouw de Jong zitten. Het hoofd zit weer een stuk voller en de ruimte om te antwoorden is weer een stuk minder.

In cursussen over autisme laat ik een button zien die door de Amerikaanse vereniging voor autisme is bedacht. “Give me 30 seconds to answer.” En dan zeg ik er bij: die 30 seconden is vaak nog te kort. Maak er minstens een minuut van.

Wat gebeurt er met Sanne? Het is spannend om vanuit huis naar school te gaan. Onderweg weer allerlei indrukken. Toeterende auto’s, een rennende hond, andere mensen. En dan ben je bij school. Is de juf er? Ja, ze is er. Maar ook al die andere kinderen. Een drukte van jewelste. Sanne heeft tijd nodig om alle informatie te verwerken en om te schakelen.

Sanne wil de juf een hand geven en misschien zelfs goedemorgen zeggen. Maar dan begint de juf over de nieuwe jurk. Wat moet ze dáárop zeggen? Voordat Sanne het antwoord heeft bedacht komt er een tweede vraag. Sanne is nog aan het nadenken over de eerste vraag. Maar de tweede vraag zit nu de eerste vraag in de weg.

Uiteindelijk sluit de juf het ritueel af, want ze heeft ook haast: alle kinderen moeten naar binnen. Sanne raakt buiten beeld voordat ze antwoord kan geven.

Er zijn kinderen die veel indrukken opdoen en langzaam schakelen. Ze zijn soms zeer intelligent en lopen toch voortdurend op hun tenen. Ze horen en zien teveel in te korte tijd. De 'prikkel-emmer' loopt vol en soms zelfs over. Geen wonder dat deze kinderen helemaal 'vol' uit school komen. Het eerste dat ze thuis nodig hebben is rust.

Slaapschuld

Bijna een halve eeuw geleden volgde ik een serie colleges over de slaap. De docent gaf op een slaapverwekkende toon les (hij las voornamelijk voor uit eigen werk). Ik moest toen regelmatig vechten tegen de slaap. Terwijl ik 's nachts vaak een moeizame slaper was.

Later heb ik op mijn werk veel te maken gehad met slaapproblemen van cliënten. Ik maakte ook deel uit van het Dreamteam, een multidisciplinair team dat de slaap van cliënten in kaart probeerde te brengen. Het bleek dat een aanzienlijk deel van de mensen met een verstandelijke beperking weliswaar lang in bed lag, maar veel te weinig aan een goede slaap toe kwam.

Vaak niet goed slapen

Een nacht niet goed slapen is niet erg. Maar als mensen langdurig niet aan een goede slaap toekomen heeft dat ernstige gevolgen. We spreken dan van een slaapschuld. Een veel gehoord misverstand is dat je die slaapschuld wel af kunt lossen door een keer uit te slapen. Dat is onzin. Net zoals je je hypotheekschuld niet af kunt lossen door in één maand duizend euro extra te betalen kun je ook je slaapschuld niet door één actie aflossen.

Gevolgen van de slaapschuld

Gevolgen van een slaapschukd voor het dagelijks functioneren zijn:

  • verhoogde prikkelbaarheid
  • gedragsproblemen
  • concentratieverlies
  • vergeetachtigheid (soms bij ouderen leidend tot een pseudo-dementieel beeld)
  • aanzienlijk risico op depressie of zelfs bij sommige mensen een psychose
  • onvoldoende in kunnen schatten van risico’s én een toename van risicovol gedrag
  • tekort aan alertheid in het verkeer (een deel van de verkeersongelukken is te wijten aan slaaptekort)
  • en volgens recent onderzoek: de neiging om teveel en ongezond te eten.

Bij een goede slaapkwaliteit gaat het zeker niet om het aantal uren dat je in bed ligt. Dat denken is net zo maf als wanneer je denkt dat je de stof voor je examen wel in je opneemt als je een studieboek onder je kussen legt.

Het gaat bij een goede slaapkwaliteit om de afwisseling tussen de lichte (REM-) slaap en de diepe slaap. Om goed uit te kunnen rusten heb je meerdere perioden per nacht van diepe slaap nodig.

Als de slaapkwaliteit voldoende is hebben de meeste volwassenen genoeg aan 7 á 8 uur slaap per nacht.