Krakkemikkige uitgeverij

Boeken bestel ik bijna altijd gewoon bij de boekhandel. Ik moet een boek zien en eigenhandig voelen. Bovendien: als iedereen via internet bestelt is er straks bijna geen boekhandel meer over in Nederland.

Deze keer bestelde ik toch maar drie producten via internet bij een uitgeverij. Het was een wat bijzondere uitgeverij die niet altijd aan de boekhandel schijnt te leveren. Dus ik koos een keer voor een digitale bestelling. Ik moest ook meteen digitaal betalen.

De website bleek nogal krakkemikkig, enkele publicaties waar ik mijn oog op liet vallen bleek ik niet als bestelling op te kunnen geven. Een groot deel van de publicaties was trouwens uitverkocht, al stonden ze nog wel op de site. Zo krijg ik mijn winkel ook wel vol.

Aangezien ik twee producten aan een jarige wilde geven meende ik met een week vooruit bestellen wel op tijd te zijn. Maar na een week waren er nog geen producten binnen.

Na die week maar eens een mailtje gestuurd naar de administratie van de uitgeverij. Ook na vijf dagen geen antwoord.

Tineke ging maar eens bellen. Of we geen account aan hadden gemaakt. Nee, dat hadden we niet, maar dat hoefde ook niet. De mevrouw zou het nakijken en terugbellen.

Van dat terugbellen kwam niets. Een paar dagen later zelf maar weer gebeld. Opnieuw volgde een zoektocht. Toen werden we wel teruggebeld.

Ondertussen ontdekte Tineke dat de rekening die ik had betaald 10 euro te hoog was uitgevallen. Hoe of dat zat? De prijs in de bestellijst van één boek was namelijk 10 euro hoger dan in de belendende catalogus. Volgens de mevrouw was de verkoopprijs verlaagd. Maar ja, dan moet je dat bedrag ook bij de administratieve verwerking regelen.

Of de mevrouw daar even een aantekening van wilde maken en die via de mail aan ons door wilde sturen. Dat wilde ze wel. Een week later nog niets ontvangen.

De boeken zouden donderdag met de post mee gaan. Of dat niet eerder kon vanwege de verjaardagen. Nee, dan kon niet eerder, ook niet vanwege verjaardagen. En als het nu eens al drie weken heeft geduurd, maakt u dan een uitzondering? Nee, dan wordt er geen uitzondering gemaakt.

Het is weer een aantal dagen later. De boeken zijn nóg niet geleverd. Straks maar eens ter plekke gaan kijken. Misschien is het geen uitgeverij maar een uitdragerij. Of moet ik deze uitgever met naam en toenaam nog een (on) eervolle vermelding geven…

Advertenties

De lafaard

Een vrachtwagenchauffeur zat te eten in een wegrestaurant in de USA, toen er drie Hell’s Angels binnen kwamen die van zijn bord mee begonnen te eten.
Omdat hij geen moeilijkheden wilde deed de chauffeur alsof hij niets merkte. Hij at gewoon op wat er nog over was, liep naar de caissiere, rekende af en ging weg.
“Wat een zacht ei” zei één van de Angels tegen de serveerster.
“Ja, en hij is ook nog een slechte vrachtwagenchauffeur” antwoordde ze. “Hij heeft net drie motorfietsen plat gereden…”

(Ethel Portnoy)

Fietsdag langs de Elbe (1)

Nu volgt nog het verslag van één fietsdag uit onze vakantie. Om alle dagen te verslaan wordt wat saai. Ik beperk me dus tot één dag. Want, zoals ik met Duitse les leerde: "In der Beschränkung zeigt sich der Meister".

Een wat vertraagde start vandaag. Omdat het gebied dat we vandaag willen bezoeken voor twee 65-plussers wat te ver weg ligt vanaf Wittenberge nemen we eerst een stukje de trein richting Wismar aan de Oostzee. Maar die gaat maar eens in de twee uur. In de eerste plaats in de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern stappen we uit. Dat is de stad Grabow. Met ruim 5000 inwoners (dat waren er 25 jaar geleden nog 8000) is het een voor deze regio aanzienlijke plaats. De plaats kreeg al in het jaar 1252 stadsrechten. Toen moesten de meeste lezertjes van dit weblog nog geboren worden.

Tsja, en als je start in een historische plaats zit je niet snel op de fiets. We moeten eerst de stad bekijken. Wat opvalt is de heel andere bouw dan in de plaatsen in de Prignitz. Ligt dat aan de streek of aan de geschiedenis?

De oorzaak blijkt in de geschiedenis te liggen. De stad brandde in 1499 af. Toen kon men bijna helemaal opnieuw beginnen. Maar in 1725 brandde Grabow opnieuw bijna helemaal af. Kerk, kasteel, raadhuis en bijna alle woonhuizen gingen verloren. Het gevolg is dat er geen zeer oude huizen in Grabow staan. De huizen in het centrum dateren allemaal uit de 18e eeuw. Dat is ook duidelijk te zien aan het raadhuis dat veel kenmerken laat zien van de kenmerkende bouwstijlen uit die periode. Dat verklaart dus ook waarom de plaats er toch anders uitziet dan de historische plaatsen in de Prignitz.

Dat de kerk een toren heeft is te danken aan de ruilhandel. De gemeente verkocht namelijk het altaar uit de kerk in 1903 aan een Hamburgs museum. Daarmee werd de bouw van een toren gefinancierd. Ik vind dat op zijn minst een opmerkelijke transactie.

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog was Grabow één van de plaatsen waar Russische en Amerikaanse troepen elkaar ontmoetten. De stad bleef nagenoeg onbeschadigd. Russische soldaten voerden ondanks de nabijheid van de Amerikanen een waar schrikbewind uit waarbij veel vrouwen en meisjes werden verkracht. Een aantal notabelen werd door de Russen afgevoerd, ze stierven stierven later in gevangenschap.

In 1952 was Grabow een verzetshaard tegen het DDR-regime. Opnieuw werd een aantal mensen met aanzien in de stad gevangen genomen, ze verdwenen in de beruchte Stasi gevangenissen.

De geschiedenis van Grabow laat zien hoe ook in de meer recente geschiedenis de inwoners van de steden in deze omgeving veel hebben meegemaakt.

Na een uur is het toch echt tijd om kaartloos op de fiets te stappen. Dat moet wel even vermeld worden. Ik wil naar Dömitz aan de Elbe, maar we hebben geen kaart van dit gebied. Ik weet alleen dat ik daartoe in westelijke richting moet gaan fietsen. Dat betekent tegen de wind in, want er staat een straffe westenwind. Hoe de wegen verder lopen en wat de exacte afstand is: die gegevens zijn mij niet geopenbaard. Ik gok op zo’n 30 kilometer en er is altijd wel een weg die in westelijke richting loopt… Maar voorlopig fietsen we nog niet langs de Elbe…

Bij de bruid in bed

Ik was op zoek naar een hotelkamer vanwege werkzaamheden elders.

Op zoek naar bijzondere overnachtingsmogelijkheden zag ik een bruidssuite in een Mongoolse Yurt.

Deze bruidssuite is bestemd voor één tot drie personen. Is dat een plaatselijke gewoonte in Mongolië? Zou ik er nog naast kunnen tegen een vriendenprijsje?

Dat bracht mij op allerlei overdenkingen.
Een bruidssuite huren voor één persoon: zou dat vaker voor komen?

Of een bruidssuite voor drie personen, omdat je als bruidegom nog niet hebt kunnen kiezen tussen twee dames? Of omgekeerd, natuurlijk…

Zo zie je maar weer: het leven is vol onverwachtse opties…

Levenscyclus en familieverhoudingen (5)

En toen leek het alsof de rust weer was ingetreden bij de familie Boonstra. Moeder was weinig ziek. De onderlinge rivaliteit van de tweede dochter Merel ten opzichte van de oudste dochter (Martine) leek te zijn verminderd. En moeder Boonstra vindt dat ze prima woont in haar huisje. Ze viert haar 89e verjaardag in haar eigen huis. De grote verandering die er aan staat te komen is dat zoon Bertje het huis zal gaan verlaten.

Aan de levenslange zorg die mevrouw Boonstra haar zoon heeft gegeven zal een einde gaan komen. Maar Bertje is in sociaal-emotioneel opzicht kwetsbaar. Aan zijn taalgebruik merk je dat niet en als je zijn vaardigheden ziet zou je nauwelijks denken aan iemand met een (lichte) verstandelijke beperking. Maar dat is nu net één van de grootste problemen bij mensen met een lichte verstandelijke beperking: het is een onzichtbare beperking. De kwetsbaarheid zit aan de binnenkant: het verschil tussen het kunnen en het aankunnen.

Er wordt woonruimte voor Bertje gezocht. Dat zal niet zonder begeleiding kunnen. Bertje wordt aangemeld bij een organisatie die het begeleid wonen in de regio ‘organiseert’. De psycholoog vindt dat Bertje zeker in aanmerking komt voor ambulante begeleiding. Hij baseert dat ook op zijn leeftijd: bij mensen zoals Bertje is 50 jaar nogal eens een kantelpunt. Maar de gemeente is het daar niet mee eens. Bertje kan bijna alles zelfstandig, waarom zou er dan hulp nodig zijn?

Op dat moment komt de oudste zoon (Johan) in beeld. Hij woont in de Randstad, maar heeft veel telefonisch contact met zijn moeder en zijn broer. Moeder vraagt aan Johan om de zaken rond Bertje verder te regelen. Bertje kan het allemaal niet volgen en moeder Boonstra vindt het allemaal te ingewikkeld geworden. Er valt een last van haar af als Johan ‘ja’ zegt op deze vraag.

Als Martine dit hoort blijkt dat de schijnbare rust een ondergrondse veenbrand is geweest. Ze ontploft van nijd. Waarom moet haar broer die contacten onderhouden en zij niet? De emotionele ontploffing gebeurt binnenshuis. Want tegen haar moeder durft ze niet in te gaan. Ze is 50-plus, maar nog steeds bang om de liefde van haar moeder te verliezen. De oude angst van de peuter zit diep in de vezels van haar emotionele bestaan ingebakken.

Dat er spanningen in het gezin zijn is duidelijk. Tot nu toe is alleen Merel duidelijk zichtbaar in haar gekrenkte bestaan. Maar het kan niet anders dan dat ook anderen deel uit zullen maken van een systeem van pathologische gezinsinteractiepatronen. 

Merel besluit met haar zus Martine in gesprek te gaan. Het liefste zou ze een coup plegen, maar hoe zou haar moeder dan reageren? In ieder geval is het onzin dat de oudste broer die je nooit ziet contactpersoon is voor de zorg voor Bertje. Daar moet een stokje voor gestoken worden.

Ondertussen weten de hoofdpersonen – Johan, moeder Boonstra en Bertje – niets van de plannen die Merel bedacht heeft. Het past in het beeld. Eén van de kenmerken van disfunctionele gezinnen is dat communicatie niet transparant is: er wordt onderling van alles besproken over anderen zonder die anderen.

Een volwassen peuter? (1)

Er bestaan allerlei schema’s die aangeven op welk sociaal-emotioneel niveau een persoon functioneert.

Zo bestaat in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking het functioneringsprofiel (van Jacques Heijkoop). Het geeft aan wat iemand kán (de vaardigheden) en wat iemand áán kan (de sociaal-emotionele basis).

Daarnaast bestaat het schema dat door Prof. Anton Došen is ontwikkeld aan de hand van de uitkomsten van de SEO: een schaal die de sociaal-emotionele ontwikkeling in beeld brengt. Aan de Universiteit van Gent is dit model verder ontwikkeld, en werd de SEO gereviseerd. Inmiddels is er een derde versie in omloop.

Vanuit de psychiatrische hulpverlening is het Ontwikkelingsprofiel van Prof. R.E. Abraham bekend geworden. Hij laat aan de hand van een aantal thema’s zien hoe het beeld van een persoon gekleurd wordt door de fase van de sociaal-emotionele ontwikkeling.

Narcisme en borderline

Er is ook kritiek op deze manier van denken. Maak je daarmee mensen niet kleiner dan ze zijn?

Want als ik het Ontwikkelingsprofiel van R.E. Abraham er bij pak (ik loop nu even naar mijn boekenkast, even geduld aub) dan zou ik bijvoorbeeld kunnen bedenken dat een narcist eigenlijk een peuter is die zichzelf als centrum van de hele wereld ziet.

Wie een narcist in huis heeft gehaald woont dus eigenlijk samen met een peuter. Een vrouw zei dat ze eigenlijk drie kinderen in huis had: twee jonge kinderen en haar man. Dat idee dus. Het mankeert er nog maar aan dat je dan voor je partner geen kinderbijslag aan kunt vragen.

Een dergelijke redenering zou je bijvoorbeeld ook kunnen volgen als het gaat om de problematiek rond borderline: zijn dat geen mensen die zóveel moeite hebben met het verbinden en loslaten dat ze eigenlijk ook weer als peuters functioneren die niet mét en niet zonder mamma kunnen.

Stampvoetende man in net pak

Op de film zie ik een hoog opgeleide meneer die op studiereis is naar Thailand. Bij studiereizen horen ook excursies. Vandaag wordt een boeddhistische tempel bezocht. Om deze tempel binnen te kunnen gaan moet je je schoenen en je sokken uittrekken. Daar wordt deze meneer (in het pak in het hete Thailand) heel erg boos om. Hij staat te stampvoeten van boosheid. Hij is niet van plan om zijn schoenen en sokken uit te trekken. Is die meneer dan een koppige peuter die toevallig ook de leiding heeft over een afdeling met ICT’ers?

Zo simpel zit de wereld natuurlijk niet in elkaar.  Je zou kunnen zeggen dat die meneer zich op dat moment gedraagt zoals een peuter. Maar in het dagelijks leven is hij natuurlijk wel even wat meer dan een peuter…

Is de directeur een peuter? 

Mevrouw de Jong is directeur van een basisschool. De hele dag heeft ze dingen moeten regelen, ouders gesproken en andere gesprekken moeten voeren. Ze komt ’s avonds moe thuis. Daar ontdekt ze dat de kat op de vloerbedekking heeft gekotst en dat haar man dat niet heeft opgeruimd.

Voor mevrouw De Jong wordt het even te veel. Ze begint te schelden, gooit haar tas op de bank, loopt naar de slaapkamer en gooit de deur dicht.

Mevrouw De Jong vertoont gedrag dat een peuter/kleuter ook kan laten zien. Maar heeft de school nu een peuter als directeur aangesteld? Nee, opnieuw zit de wereld niet zo eenvoudig in elkaar. Mevrouw de Jong is meer dan iemand die zich als een peuter gedraagt en toevallig ook nog eens directeur is van een basisschool.