Mentaliseren kun je leren (2)

Eigenlijk houdt mentaliseren een soort van dialoog met jezelf in. Dit is een voorbeeld (uit: Mentalization can be learned, Vrije Universiteit/Bartimeüs, 2016):

“Ik reageerde boos op Sylvia. Dat was omdat Sylvia bot reageerde toen ik haar een vraag stelde. Maar achteraf herinner ik me dat ze had gezegd dat ze helemaal omkwam in de drukte. Ik dacht dat ze bot reageerde omdat ik haar een stomme vraag stelde. Dus ik twijfelde meteen ook aan mezelf. Maar nu denk ik dus dat het helemaal niet over mij ging. Sylvia was gewoon te druk. De volgende keer kan ik betereven vragen of het haar uitkomt dat ik op dat moment een vraag stel.”

Dus bij het mentaliseren bedenk je wat je zelf denkt, wat je voelt, wat je zou willen én je probeert jezelf een beeld te vormen van wat de ander denkt, voelt en wenst. Daarnaast probeer je je voor te stellen welke consequenties jouw handelen heeft voor het gedrag en de emoties van de ander.

Als je het zo bekijkt is mentaliseren een ingewikkelde klus. Maar het ingewikkelde is dat we het eigenlijk toch allemaal in ons hebben om te mentaliseren. Het is min of meer een automatisch proces. Als er kortsluiting ontstaat in de communicatie gaan we op zoek naar de oorzaak van de verstoring.

NIVEA

Soms zijn mensen sterk gericht op de ander. Dat lijkt een voordeel te zijn als het gaat om het kunnen mentaliseren. Maar als je wat beter kijkt zijn ze toch niet goed in staat om naar zichzelf en naar (behoeften van) anderen te kijken. Ze hebben een dadendrang om de ander te helpen zonder dat ze goed kunnen lezen wat de wens van de ander is. Ze vullen dus in voor de ander.

Ze zijn de persoon die een oude vrouw helpt met oversteken terwijl die vrouw aan deze kant van de straat had willen blijven.

Baby

Dat op zoek gaan doen we al bij baby’s. Als de baby niet stopt met huilen heb je als ouder een heel waslijstje van mogelijke oorzaken. Heeft hij darmkrampjes, heeft hij het koud, heeft hij ergens anders pijn, moet hij getroost worden?

Zelfs moeders met een matige verstandelijke beperking zijn in staat om te zoeken naar de oorzaak van het zich niet op zijn gemak voelen van de baby. Het probleem zit bij hen niet in de sensitiviteit (het aanvoelen), maar in de resposiviteit (ze hebben geen idee hoe ze moeten handelen).

Begeleiden in de zorg van mensen met een verstandelijke beperking en zeker als daar ook nog eens psychische problemen bij komen is een topsport. Je moet én aan kunnen vullen wat er met de bewoner aan de hand is én goed naar jezelf kunnen kijken.

Hoe complexer de groep, des te lastiger wordt het om dit goed te doen. Daarom hebben complexe groepen vaak baat bij de inzet van wat ouder personeel.

Kater Ringo is van slag

Huiskater Ringo is geheel van slag. Hij lag lekker op de benen van de baas wat te soezen (dat heet in ons huis: 'gepoest zijn').

Plotseling kwam er een item op het Journaal dat katten zeer schadelijke huisdieren zijn… Direct was Ringo helemaal alert. Wat zullen we nú krijgen?!?!

“De huiskat brengt zijn omgeving zóveel schade toe dat hij eigenlijk niet vrij mag rondlopen. Wie zijn kat niet aanlijnt, overtreedt de Europese regels. Twee wetenschappers van de Tilburg University schrijven dat in het Journal of Environmental Law.

Katten jagen op muizen, vogels, vissen, vleermuizen, reptielen en insecten. Ze maken geen onderscheid tussen beschermde soorten en plaagdieren. Daardoor vormt de kat een risico voor 367 bedreigde diersoorten.

In Nederland zijn 2,6 miljoen huiskatten en één miljoen verwilderde katten, die samen per jaar zo’n 140 miljoen dieren doden.”

Hoewel de Baas hem nadrukkelijk heeft geaaid en zelfs EMDR heeft toegepast is Ringo allesbehalve over de schrik heen. Hij vraagt zich af of dit het begin van het einde is. Hij wil weten wie die medewerkers zijn. Waarschijnlijk zijn het honden-liefhebbers. En dan weet je het wel.

Ringo heeft nooit een lijst met bedreigde diersoorten ontvangen van de Tilburg University. Hoe had hij dan kunnen weten welk dier en bedreigd is. Maar hij niet meer achter de zilvervisjes aan in huis?

Bovendien kent hij zijn geschiedenis. Het begint allemaal met relatief onschuldige publicaties, maar het is net zoals in China: uiteindelijk heb je als kat in zo’n klimaat geen schijn van kans meer.

Maar Ringo is ook daadkrachtig. Hoewel ik ooit bij hem een lichte verstandelijke beperking heb vast gesteld is hij toch meteen aan een petitie begonnen. Als de medewerkers van de Universiteit van Tilburg niets beters te doen hebben kunnen ze beter op non-actief worden gesteld. En als het bestuur aan de oproep in die petitie geen gehoor geeft kan die hele universiteit beter gesloten worden.

Ooit was het de Katholieke Universiteit Tilburg. Men vond de afkorting echter wat aanstootgevend. Daarom is de Kat er uit gehaald. Met (dus) ernstige gevolgen. Het begint met de verandering van de naam en daarna ben je als kat zelf het haasje. En om de schijn van wetenschap hoog te houden is de naam nu dus zelfs in het Engels: Tilburg University.Flauwekul allemaal,” zou mijn schoonvader zaliger zeggen.

En hoezo een gevaar voor andere dieren? Zoiets doet onze Ringo niet. Hij weet niet eens hoe een muis er uit ziet. En een vleermuis al helemaal niet. "Mij houden ze in Tilburg niet aan het lijntje" zegt Ringo. "Laat ze zelf maar eens aan het lijntje lopen. Maar waarschijnlijk snuiven ze liever een lijntje. Dan krijg je van dit soort domme voorstellen."

Lussikniet!

"Lussik niet!" Iedere ouder zal dat herkennen. Er is een fase waarin peuters kieskeurig zijn als het om eten gaat. Vooral als het om warm eten gaat.

Het weigeren van eten hoort evenals het niet gaan slapen tot het normale peutergedrag. De autonomie moet bevochten worden.

Er spelen echter ook zintuiglijke factoren een rol. Vaak denken opvoeders dan dat het om de smaak van het eten gaat. Niet iedereen vindt spruitjes nu eenmaal lekker.

Bij veel kinderen gaat het echter niet zozeer om de smaak, maar meer om de structuur van het eten. Glibberig eten, klontjes in de pap: de rillingen lopen veel kinderen over de rug. Mij trouwens ook nog steeds…

Bij mijn werk rond de mondzorg kom ik dat probleem ook nogal eens tegen bij de smaak van tandpasta. Als tanden en kiezen moeten worden ‘gepolijst’ zit daar een bepaalde korrelachtige structuur in. Het is een beetje een zanderige structuur. Het is deze structuur waar sommige kinderen van gaan kokhalzen. De smaak is prima, maar de structuur kost hen veel moeite. Alsof je zand in je eten hebt.

Kijk dus bij eetproblemen (met name bij kinderen die overgevoelig zijn in het mondgebied) niet alleen naar de smaak, maar misschien nog eerder naar de structuur van het eten!

Ontwikkelingsdynamiek en functioneringsprofiel (3)

Mariska heeft in de loop van de puberteit een zogenaamde psychotische episode meegemaakt. Hoe ging het daarna met haar verder?

Er is een tijd geweest dat er (soms) tamelijk nonchalant werd gedaan over de gevolgen van een psychose. Dat is mijns inziens ten onrechte. Een psychose heeft altijd consequenties voor de rest van het leven. Sommige mensen herstellen voor 95%, maar de kwetsbaarheid blijft altijd groter dan voor andere mensen.

Hoe iemand herstelt hangt af van de duur en de heftigheid van de psychose, maar ook van de draagkracht in verhouding tot de draaglast. En daar ligt voor mensen met een lichte verstandelijke beperking een probleem. Ze moeten knokken om onze steeds complexer wordende samenleving te kunnen ‘vatten’.

Als je denkt dat iemand na een psychose weer helemaal op zijn of haar oude niveau kan functioneren vergroot dat de kans op een nieuwe psychose. Je zult bewust om moeten gaan met de eisen die gesteld worden. Daar waar de indicatiesteller (gemeente, WMO)  streeft naar een snel herstel naar het oude niveau moet je als hulpverlener vooral op de rem trappen. Niet dat er niets meer mogelijk is, maar het emotionele wegdek is – bij wijze van spreken – toch altijd zo glad dat je heel bewust moet manoeuvreren.

Als je terugkijkt naar haar geschiedenis zie je dat er steeds weer te hoog werd ingezet. Dat kwam deels door de eisen die Mariska aan zichzelf stelde. Ze wilde geen controle door anderen over haar leven: ze wilde zelf kunnen bepalen. Wie het in zijn hoofd haalde om tegen haar te zeggen dat ze meer beschermd zou moeten wonen kreeg de wind van voren.

Aan de andere kant was ook de druk vanuit de ‘geldschieters’ groot. Hoe minder begeleiding, des te minder kostte de zorg. De gemeenteambtenaar die bij een ‘keukentafelgesprek’ aanschoof zag een strijdbare Mariska die het allemaal zelf meende te kunnen. En inderdaad: ze kan ook veel zelf.

Maar wat de gemeenteambtenaar niet zag was: Mariska kan niet veel aan. Ondertussen ging de indicatie fors naar beneden: ze ging terug van acht uur begeleiding in de week naar twee uur begeleiding in de week. Die keuze bleek uiteindelijk duurkoop te zijn: Mariska gleed weer af naar een psychose.

Ontwikkeling en verstoring van het ‘ik’ (7, slot)

De laatste twee kenmerken van volwassenen met een gestagneerde ontwikkeling van het 'ik' sinds de kleutertijd: 

11. Betrekkingsideeën. Kleuters denken vaak magisch. Ze zien (te snel) verbanden tussen gebeurtenissen in de omgeving en hun gedrag of fantasieën. Datzelfde zien we bij volwassenen met een stagnatie in de kleuterleeftijd. Ze denken steeds weer dat zij ergens mee te maken hebben of dat iemand hén bedoelt. De onderwijzer op school vertelt een verhaal en het meisje krijgt een rood hoofd omdat het denkt dat de meester het over haar heeft. De dominee noemt iets in zijn preek en iemand wil het liefst door de bank zakken omdat de dominee het vast over hém heeft. De psychiater noemt iets in een artikel en een mevrouw denkt dat die psychiater haar als voorbeeld gebruikt.

12. Somatische klachten bij psychische spanningen: één van de lastige thema’s voor de huisarts of de psycholoog is het onderwerp van de onbegrepen lichamelijke klachten. In iedere praktijk kom je bij wel 10% van de patiënten deze thematiek tegen. Deels omdat niet alle lichamelijke klachten goed te diagnosticeren vallen, voor een ander deel omdat er allerlei psychische problemen zijn die kunnen leiden tot klachten waarvan we de oorzaak niet kunnen achterhalen.

Mensen met een gestagneerde sociaal-emotionele ontwikkeling tussen de drie en zeven jaar hebben op volwassen leeftijd naar verhouding veel last van lichamelijke klachten als gevolg van stress. Dat is ook geen wonder. Ze moeten functioneren als volwassene, maar ze hebben de psychische kwetsbaarheid van een kleuter. Het gevolg is dat je veel meer kunt, dan dat je áán kunt.

Mevrouw Eringa kwam met lichamelijke klachten bij de huisarts. Alle uitslagen bleken in orde. Toch had mevrouw Eringa echt last van lichamelijke klachten. Een maand eerder was haar man bij de huisarts geweest vanwege hartklachten. Toen de huisarts het dossier nog eens grondiger door nam ontdekte hij dat zijn voorganger ook al had geconstateerd dat er bij mevrouw Eringa iedere keer sprake was geweest van moeilijk te definiëren lichamelijke klachten in de periode nadat het met haar man minder goed ging.

We denken al snel aan aanstellerij. Maar mevrouw Eringa kan echt lichamelijke klachten hebben. Alleen zijn ze indirect  een gevolg van stress. Als de stress goed behandeld kan worden verdwijnen ook de lichamelijke klachten.

Functioneringsprofiel

In mijn werk maak ik veel gebruik van het functioneringsprofiel. Eigenlijk vind ik dat alle begeleiders dat van al hun cliënten in beeld moeten hebben. Het helpt als je in kaart hebt waar de kwetsbare aspecten zitten van de sociaal-emotionele ontwikkeling. Dan wordt het ook begrijpelijk dat bij mensen met een gestagneerde sociaal-emotionele ontwikkeling de hiervoor genoemde problemen een grote rol kunnen spelen.

Onder het ogenschijnlijk soms zelfverzekerde gedrag gaat een kwetsbaar persoon schuil. Dat merk je lang niet altijd. De kwetsbaarheid komt vooral naar voren als er sprake is van grote stress of bij de breuklijnen van de emotionele ontwikkeling (bijvoorbeeld: de puberteit, de menopauze, een verhuizing, overlijden, werkloosheid, een ziekenhuisopname).