Een volwassen peuter? (1)

Er bestaan allerlei schema’s die aangeven op welk sociaal-emotioneel niveau een persoon functioneert.

Zo bestaat in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking het functioneringsprofiel (van Jacques Heijkoop). Het geeft aan wat iemand kán (de vaardigheden) en wat iemand áán kan (de sociaal-emotionele basis).

Daarnaast bestaat het schema dat door Prof. Anton Došen is ontwikkeld aan de hand van de uitkomsten van de SEO: een schaal die de sociaal-emotionele ontwikkeling in beeld brengt. Aan de Universiteit van Gent is dit model verder ontwikkeld, en werd de SEO gereviseerd. Inmiddels is er een derde versie in omloop.

Vanuit de psychiatrische hulpverlening is het Ontwikkelingsprofiel van Prof. R.E. Abraham bekend geworden. Hij laat aan de hand van een aantal thema’s zien hoe het beeld van een persoon gekleurd wordt door de fase van de sociaal-emotionele ontwikkeling.

Narcisme en borderline

Er is ook kritiek op deze manier van denken. Maak je daarmee mensen niet kleiner dan ze zijn?

Want als ik het Ontwikkelingsprofiel van R.E. Abraham er bij pak (ik loop nu even naar mijn boekenkast, even geduld aub) dan zou ik bijvoorbeeld kunnen bedenken dat een narcist eigenlijk een peuter is die zichzelf als centrum van de hele wereld ziet.

Wie een narcist in huis heeft gehaald woont dus eigenlijk samen met een peuter. Een vrouw zei dat ze eigenlijk drie kinderen in huis had: twee jonge kinderen en haar man. Dat idee dus. Het mankeert er nog maar aan dat je dan voor je partner geen kinderbijslag aan kunt vragen.

Een dergelijke redenering zou je bijvoorbeeld ook kunnen volgen als het gaat om de problematiek rond borderline: zijn dat geen mensen die zóveel moeite hebben met het verbinden en loslaten dat ze eigenlijk ook weer als peuters functioneren die niet mét en niet zonder mamma kunnen.

Stampvoetende man in net pak

Op de film zie ik een hoog opgeleide meneer die op studiereis is naar Thailand. Bij studiereizen horen ook excursies. Vandaag wordt een boeddhistische tempel bezocht. Om deze tempel binnen te kunnen gaan moet je je schoenen en je sokken uittrekken. Daar wordt deze meneer (in het pak in het hete Thailand) heel erg boos om. Hij staat te stampvoeten van boosheid. Hij is niet van plan om zijn schoenen en sokken uit te trekken. Is die meneer dan een koppige peuter die toevallig ook de leiding heeft over een afdeling met ICT’ers?

Zo simpel zit de wereld natuurlijk niet in elkaar.  Je zou kunnen zeggen dat die meneer zich op dat moment gedraagt zoals een peuter. Maar in het dagelijks leven is hij natuurlijk wel even wat meer dan een peuter…

Is de directeur een peuter? 

Mevrouw de Jong is directeur van een basisschool. De hele dag heeft ze dingen moeten regelen, ouders gesproken en andere gesprekken moeten voeren. Ze komt ’s avonds moe thuis. Daar ontdekt ze dat de kat op de vloerbedekking heeft gekotst en dat haar man dat niet heeft opgeruimd.

Voor mevrouw De Jong wordt het even te veel. Ze begint te schelden, gooit haar tas op de bank, loopt naar de slaapkamer en gooit de deur dicht.

Mevrouw De Jong vertoont gedrag dat een peuter/kleuter ook kan laten zien. Maar heeft de school nu een peuter als directeur aangesteld? Nee, opnieuw zit de wereld niet zo eenvoudig in elkaar. Mevrouw de Jong is meer dan iemand die zich als een peuter gedraagt en toevallig ook nog eens directeur is van een basisschool.

Driekoningen

kerstgedachteVandaag is het in het kerkelijk jaar Driekoningen.

Dit is een plaatje waar ik destijds heel hard om moest lachen.

Maar wie zegt er dat het drie wijzen waren of drie koningen? Dat staat helemaal niet in de Bijbel. Ze brachten goud, wierook en mirre. Had de één dan goud bij zich, de ander wierook en de derde mirre? Konden het er ook niet twee zijn geweest? De één met goud en mirre en de tweede met wierook?

Het is maar hoe je de geschiedenis leest..

Naamsverandering

Er zijn mensen niet tevreden met hun naam. En soms kan ik me dat wel voorstellen. Zoals iemand die Oepke Poepjes heet. Dat kan nog wel in Friesland, maar in de Randstad krijg je er problemen mee. Net als met de naam Adam Naaktgeboren. Terwijl er overigens niets mis mee is: de meeste kinderen worden naakt geboren. Dan kan ik mijn naam ook wel gaan veranderen. Gekkie Henkie!

De bekendste Nederlander die problemen met haar naam had was vermoedelijk Prinses Marijke. Ze veranderde haar naam in Christina.

Speltherapie

Het eerste meisje dat ik in speltherapie kreeg (in 1974) heette Sylvia. Maar ze wilde perse geen Sylvia genoemd worden. Ze wilde trouwens ook niet rechtstreeks met vreemden praten. Ik kon alleen contact met haar krijgen via de telefoon.

Een andere vroegere cliënt wilde niet bij haar naam genoemd worden. Haar veranderde naam was de ene keer ‘bruine zakdoek’, een volgende keer ‘gele zakdoek’. Dan noemde ik haar gewoon een tijdje ‘gele zakdoek’. Van wie is eigenlijk het probleem?

Weer een andere dame wilde prinses Caroline genoemd worden. Haar moeder hield voet bij stuk: ze wilde de naam van de dochter niet veranderen.

Kayne West in de stoel

Vorige week kregen we een patiënt in de tandartsstoel die (ook) niet bij zijn eigen naam genoemd wilde worden. Hij heette Kayne West (een Amerikaans rapper). Ik blij: eindelijk een beroemd iemand in de stoel die bang was voor de tandarts.

De begeleiding gaf echter de tandarts de instructie om die naam consequent te negeren en hem bij zijn eigen naam Freddie te blijven noemen. Dat was in samenspraak met de psychiater de afspraak geworden: Freddie was geen Kayne West, dat bracht alleen maar verwarring.

Freddie probeerde het nog even: hij stelde zich aan de tandarts voor als Kayne West, maar dat werd door de begeleiding afgekapt. Toen probeerde hij het op een andere manier: was hij Freddie, maar hij was rapper. Maar ook dat was niet de bedoeling. Het werd wéér door de begeleiding afgekapt.

Waarom meer gespannen?

De tandarts constateerde na afloop dat Freddie tijdens deze behandeling nerveuzer was (en daardoor minder goed behandelbaar was) dan de vorige keer. We vroegen ons af:

  • Zat Freddie in een meer gespannen periode?
  • Wat was de reactie van Freddie op de afwijzing van zijn naamskeuze door de begeleider?
  • Doordat de begeleider steeds ingreep was ook de positie van de tandarts minder helder: wie heeft de regie? Veroorzaakte dat ook meer onrust?

Meer in zijn algemeenheid was de vraag: moet de tandarts het beleid van de woning volgen, of gelden er in de behandelkamer andere principes?

Overwegingen rond het veranderen van de naam:

Aan de ene kant kan het zijn dat Freddie zichzelf verliest in een fantasiefiguur. Dat zie je nogal eens bij (pre)psychotische patiënten. Ze weten op den duur niet meer wie ze zijn. Om die reden wordt er wel eens gekozen voor het voortdurend in de realiteit houden: je bent Kees en geen Napoleon.

Aan de andere kant kan de persoonswisseling ook een vorm van coping zijn, van het kunnen hanteren van stress. Doordat je even iemand anders bent is de werkelijkheid van de beangstigende tandarts wat minder beangstigend. Dan zou je er misschien wel voor moeten kiezen om die naam als hulp-ik te gebruiken bij het bezoek aan de tandarts.

Wie het weet mag het zeggen…

 

 

 

Doeidoei!

Zo, voor vandaag ga ik weer afscheid van jullie nemen.

Tegenwoordig zeggen de mensen dan: doei, doei!

Hebben jullie dat ook wel eens, dat je denkt: waarom moet dat nu twee keer? Sommige woorden worden zelfs drie keer gebruikt. Hoe is het? Druk, druk, druk. Er is zelfs een boekje met dubbele uitspraken. Het heet: Kom, kom, tuut tuut, hoho.

In de trein hoor ik dat iedere dag meerdere keren. Zowel van mensen die door de telefoon aan het telefoneren zijn als van mensen die afscheid van elkaar nemen. Die zeggen dan ‘doeidoei!’ Maar waarom moet dat dan twee keer?

Dat twee keer iets zeggen ken ik van sommige cliënten van mijn werk. Om de één of andere reden herhalen ze iedere keer hun zin. Een gesprek duurt twee keer zo lang omdat ze veel zinnen herhalen. En bij mensen met autisme hoor je vaak dat ze het laatste woord herhalen en soms dubbel herhalen. Maar met al die mensen in de trein, wat is er met hen aan de hand?

Misschien denken jullie nu: komkom, tuuttuut, hoho, Henk, maak je niet zo druk! Nee hoor, zo druk maak ik me er ook weer niet over, het valt me gewoon op.

Een ander dubbel woord dat ik af en toe hoor bezigen is Tomtom. Persoonlijk heb ik geen behoefte aan Tomtom. Komkom, je kunt toch zó ook wel de weg vinden?

in oktober fietste over Overflakkee. De mensen denken wel eens: hoho, Henk, waar gaat dat naar toe? Maar ik ging gewoon naar huis na een werkdag. Soms doe ik dat niet per OV, maar per fiets. Heb ik bij thuiskomst tenminste een leeghoofd.

Toen kwam mij een zwarte poes met witte bef tegemoet. Ik sprak hem aan en zeide: waar ga jij naar toe? Ondanks mijn zoetgevooisde stem week de poes af en dook in het gras, dat ter plekke twee kontjes hoog was, om met Toon Hermans te spreken. Ik vond het nogal vreemd: een poes die ver van de bewoonde wereld ergens naar toe onderweg was. Je vraagt je dan af: waar dan heen, zo helemaal alleen?

Welnu, ik las later in de krant – mét foto- dat een kater 44 kilometer naar huis was gelopen. Hij had 10 dagen over de reis gedaan. Welnu, ik denk dat ik deze kater ter plekke tegen ben gekomen, want het moment van ontmoeting was 4 dagen na zijn vertrek uit Achthuizen. Hij moest daarna nog de Haringvlietdam over steken, hetgeen mij voor een angstige kater geen prettige bezigheid lijkt. Uiteindelijk was hij bij zijn huis in de tuin gaan zitten wachten totdat het baasje de deur open deed. Vanwege zijn uitzonderlijke navigatieprestaties hebben ze de kater nu Tomtom genoemd.

Vraag je aan mensen hoe het gaat, dan zeggen ze nogal eens Druk, druk, druk! Dat is me dus een hele drukte. Mensen hebben het niet druk meer, ook niet drukdruk,  maar drukdrukdruk. Het moet ook niet gekker worden!

Ik stort me ook maar weer eens op mijn werk. Komkom Henk, zo druk heb je het nu ook weer niet! Het is gewoon je eigen schuld, had je maar beter moeten plannen. Komkom, tuutuut, hoho, niet zo snel met jullie kritiek! Ik ga weer afsluiten.

Doei, doei!

 

Administratieve verhuizing

Een fysieke verhuizing is één ding. Maar misschien is het wel het gemakkelijkste onderdeel van een verplaatsing.

Neem alleen maar de ongemakken van een digitale verplaatsing. Na de vorige verhuizing waren we drie weken offline. Ik moest naar de plaatselijke openbare bibliotheek om werkafspraken te kunnen verzamelen.

Deze keer ging het aanzienlijk sneller. Maar alsnog met hobbels. Zo kan ik mijn digitale werkagenda nog niet inkijken. Ik moet opbellen naar mijn werkgever(s) met de vraag of er afspraken staan, en zo ja: welke dan?

Maandag deden we pogingen om in onze nieuwe woonplaats voet aan de grond te krijgen. Hoe schrijf je je in in een nieuwe gemeente? Daar heb ik in Alkmaar al eens iets over geschreven.

Je kunt natuurlijk niet zomaar een stadhuis betreden. Vroeger meldde je je bij een balie en dan werd je een nummer. Nu moet je naar een paal in het gebouw en daar maak je een afspraak door in te loggen met je DigiD en je sofi-nummer.

Maar als je DigiD in een boekje staat dat nog in een verhuisdoos zit heb je een probleem. Gelukkig kent Tineke al die nummers uit haar hoofd. Ze heeft een nogal boekhoudkundig hoofd.

De afspraak kon pas volgende week worden ingepland. Maar in de voorschriften staat dat je je binnen vijf dagen moet melden als nieuwe inwoner. Dus de gemeente werkt er zelf aan mee dat je je niet aan de afspraken houdt. Moet je maar niet verhuizen in de periode dat het ook herfstvakantie is!

Uiteindelijk bleek er ook een omweg mogelijk te zijn. Maar dat bleek ook weer een ingewikkelde procedure. Er moest van alles gescand worden. Zoals het koopcontract.

Maar dat scannen doe je niet zelf. Dat is het werk van een daartoe bevoegd ambtenaar met een eigen inlogcode. Ze moet ook een scan maken van je ID-kaart. Ik gaf mijn ID-kaart aan de medewerker, kreeg hem terug en borg hem op. Maar dat was niet de bedoeling. Ik moest hem weer afgeven vanwege een kopie. Die kopie was weer nodig om een scan te maken. Want je maakt natuurlijk geen scan van een ID-kaart, maar een scan van een kopie van een ID-kaart. Vast met allerlei goede bedoelingen, maar het was mij niet zo duidelijk.

En zo waren er meer hobbels te betreuren. Al met al duurde de voorlopige inschrijving in de plaatselijke burgerlijke stand een uur. Op de definitieve inschrijving moeten we nog twee weken wachten. Tot die tijd kunnen we een aantal verzekeringstechnische zaken niet afronden.

Toen gingen we op zoek naar een plaatselijke huisarts. Daar moesten we allerlei gegevens invoeren, en we moesten ook meerdere malen gekopieerd worden, zodat bewezen kon worden dat we bestaan. Maar ik begreep beter wat de reden was dan binnen het ondoorzichtige gemeentelijke apparaat. En tenslotte moest er een apothecair onderdak worden geregeld. Die zat in hetzelfde gebouw. Ook daar werden we weer gekopieerd, geknipt en geplakt.

Zo ben je de hele ochtend zoet met regelzaken. De boeken bleven nog in de dozen zitten. Ik moest ’s middags naar een afspraak in Utrecht en kwam pas laat in de avond weer thuis. Gelukkig stapte ik in de goede trein. Had ook nog kunnen gebeuren. Loop je in de vroegere woonplaats naar huis, ontdek je opeens dat je ergens anders had moeten zijn…

 

Zelfbewustzijn en zelfkennis (1)

Hoe weet ik dat ik ik ben?

In het functioneringsprofiel van Jacques Heijkoop is het laatste item het zelf. Ook gedragsdeskundigen krabben zich daarbij op hun hoofd. Want wat is het zelf eigenlijk? Kun je dat vangen? Of is dat zoiets als het zoeken van een zwarte kat in een donker huis, terwijl die kat er niet eens is?

Het zelf is één van de moeilijkste te bevatten psychologische termen. Ergens raakt het de ‘ziel’ in de religieuze terminologie.

“Ik ben mezelf” hoor je vaak zeggen. Maar wat bedoelt iemand met de uitspraak ‘ik ben mezelf’. Als je doorvraagt wie die persoon dan zelf is blijkt een antwoord toch niet zo gemakkelijk…

“Eén van de wonderlijkste dingen die een kind kunnen overkomen is het plotselinge besef dat hij iemand is” (de eerste zin uit: Dolf Kohnstamm, Ik ben ik, de ontwikkeling van het zelf).

“En toen gebeurde er iets heel belangrijks met Emily. Zij realiseerde zich plotseling wie zij was. Ze had gespeeld in een hoekje van de boeg en liep nu doelloos over het achterdek, toen zij zich plotseling in een flits realiseerde dat zij zij was…” (Richard Hughes in A high wind in Jamaica). 

 Carl Gustav Jung: “Ik was elf jaar, toen ik plotseling, op weg naar school, uit een mist stapte. Het was net alsof ik in een mist gelopen had en ik stapte er uit en ik wist: “ik ben’, ik ben wat ik ben.” (In een TV-interview in 1959).

 Herbert Spiegelberg (fenomenoloog, filosoof) interviewde studenten en noemde de ontdekking van het ‘ik’ het I-am-me experience’. Maar volgens Spiegelberg leverden de interviews hem toch niet de kennis op die hij nodig had om het zelf te vatten. Zijn we niet op zoek naar iets wat toch niet bestaat?

Van mijzelf kan ik me geen ervaring herinneren dat ik opeens ontdekte dat ik ik ben. Maar hoe zat dat ook alweer met die schema’s die veel kinderen maken? Henk Algra, Arkelse Onderweg 1, Gorkum, Zuid-Holland, Nederland, Europa, Wereld, Heelal. Zet je jezelf daarmee toch niet als persoon neer?

En wat gebeurt er als je in een (mini)-psychose terecht komt, waardoor je opeens niet meer weet wie je bent en waar je bent? Wat gebeurt er met prepsychotische mensen die de grip op zichzelf en hun omgeving kwijt raken? Waarom hebben mensen in de eerste fasen van dementie zoveel angsten? Is dat niet vooral omdat ze de grip op zichzelf bezig zijn kwijt te raken. Het ik raakt gedesintegreerd…

In het vervolg volg in de lijn zoals deze door Rita Kohnstamm op een rijtje is gezet in haar boek ‘Kleine Ontwikkelingspsychologie’. Dat boek is niet zo klein meer trouwens. Het werd in de loop der jaren steeds dikker. De lijn die Rita Kohnstamm volgt wordt  door mij geparafraseerd met eigen observaties en veronderstellingen.

Werkdefinities:

“Zelfbewustzijn is het gevoel van continuïteit en eigen bestaan, los van andere mensen”.

“Zelfkennis is het weet hebben van eigen uiterlijk, capaciteiten, karaktertrekken en motieven.