De wandelfietser

Er zijn ook mensen die een fiets hebben, maar die toch gaan lopen. Meestal is de oorzaak een lekke band.

In de situatie op de foto lijkt er van een lekke band geen sprake te zijn. Er is een tekort aan fietsen en aan bagagedragers. Het gevolg is dat er drie mannen zijn gaan wandelen tesamen met twee fietsen.

De mannen zitten keurig in het pak. Vermoedelijk wordt er op de Technische Universiteit straks een bul uitgereikt. Het lijkt wel of de voorste man zelfs al de koker voor de bul mee heeft genomen. Ik dacht dat je die gratis van de TU kreeg, maar misschien wordt er toch verwacht dat je de bul in een eigen koker rolt.

De achterste man heeft een ontwerp van onbekende betekenis bij zich. Het zou kunnen gaan om drie studenten bouwkunde waarbij één van de heren de kracht van een zelfgemaakt ontwerp probeert te bewijzen aan een gezelschap van kritische hoogleraren. 

Huisduinen

Huisduinen is veel ouder dan Den Helder. Eigenlijk is Den Helder pas op de kaart gezet als gevolg van de aanleg van het Groot Noordhollandsch Kanaal. Net zoals IJmuiden pas echt ging meetellen na de aanleg van het Noordzeekanaal.

Je zou het niet zeggen, maar vroeger lag er voor de kust bij Huisduinen een groot zandstrand. Je vraagt je af waar dat zand is gebleven. Welnu: dat is allemaal verdwenen. Dat komt door ir. Lely. Nadat de Afsluitdijk was aangelegd veranderde de zeestroom. En ziedaar: het zand werd gevankelijk in Noordelijke richting afgevoerd. Een deel kwam bij de Razende Bol terecht, een ander deel op de zuidkust van Texel en er schijnen zelfs zandkorrels bij Harlingen te zijn gestrand.

Huisduinen was aan het begin van de 16e eeuw en aan het begin van de 19e eeuw trouwens bijna verdwenen. De eerste keer door een stormvloed, waarbij slechts twaalf huizen gespaard bleven. De tweede keer doordat de Engelsen de Fransen probeerden te verjagen. Het dorp lang bijna helemaal in puin.

Inmiddels is het een geliefde woonplaats geworden voor inwoners van Den Helder die wel eens wat anders willen. Je hebt hier al snel een vakantiegevoel aan de voet van de hoogste vuurtoren van Nederland: de Lange Jaap. In Scheveningen staat een identieke vuurtoren (per twee voordeliger), maar die is net iets minder hoog.

In Huisduinen bevindt zich Fort Kijkduin, een erfenis van Napoleon Bonaparte. Het fort is helemaal gerestaureerd. Vanaf het dak heb je een panoramisch uitzicht over de duinen, de polders en het Marsdiep. In de verte lonkt Texel.

Ik bezoek vandaag niets. Door de duinen fiets ik verder in zuidelijke richting. De Schotse koeien grazen nog steeds in de duinen. Aan de rand van de duinen lag ons eerste huis in Den Helder. Het is inmiddels afgebroken.

Didier Raoult versus Elisabeth Bik

Elisabeth Bik is een Nederlandse onderzoeker die inmiddels een enorme staat van dienst heeft opgebouwd als het gaat om het opsporen van fouten in onderzoek. 

Bik is o.a. expert in het opsporen van gemanipuleerde foto’s. Haar interesse begon nadat ze een onderzoek had gepubliceerd waarbij naderhand bleek dat anderen zonder bronvermelding een deel van haar onderzoek hadden gekopieerd. Ze ontdekte dat onderzoekers zeer slordig zijn en naar believen kunnen knippen en plakken en dus ook zaken uit de context kunnen halen.

Door haar werk vormt ze een bedreiging voor onderzoekers die met gegevens manipuleren. Vorig jaar maart analyseerde Bik het onderzoek van de Franse microbioloog Didier Raoult. In die studie concludeerde hij dat hydroxychloroquine (HCQ) een positief effect heeft op coronapatiënten, vooral in combinatie met antibiotica. Dat onderzoek werd wereldberoemd. Zowel Donald Trump als Jaïr Bolsonaro wisten het zeker: HCQ is dé redding tegen corona. Maatregelen zijn niet nodig: er moet gewoon voldoende HCQ zijn. De Franse regering kocht meteen een enorme voorraand aan HCQ op.

Elisabeth Bik ging op onderzoek uit. Ze ontdekte dat tal van gegevens uit het onderzoek van Raoult waren gemanipuleerd. Zo had hij de mensen die ondanks de toediening van HCQ ziek waren geworden uit de uiteindelijke onderzoeksgroep verwijderd. Geen wonder dus dat er zoveel mensen genazen. De peerreviews (controle door onafhankelijke collega’s) waren gedaan door medewerkers van Didier Raoult Himself. De uitkomsten van het onderzoek dat werd aangegrepen als hét bewijs dat het met corona allemaal mee viel en dat er een goed medicijn was bleken dus ernstig gemaninupuleerd te zijn.

Bik nam contact op met Raoult. Ook legde ze de haar bevindingen voor aan het discussieforum PubPeer, waar wetenschappelijk onderzoek wordt getoetst. Daar was Raoult niet van gediend. Zijn onderzoeken waren de hele wereld over gegaan en nu werden de uitkomsten in twijfel getrokken. En wat doe je dan als ijdele professor? Je gaat niet als collega’s in gesprek: je spant een rechtzaak aan wegens…. intimidatie. Ondertussen had Didier Raoult er ook nog eens voor gezorgd dat naam en adres van Elisabeth Bik op internet werden gepubliceerd. Een Nederlandse vrouw die een hooggeleerde en wereldberoemde Franse hoogleraar voor de voeten loopt: het moest niet gekker worden.

Het wetenschappelijke tijdschrift COMET neemt het op voor Elisabeth Bik. Waar blijft de kwaliteit van de wetenschap als onderzoeksresultaten niet tegen het licht mogen worden gehouden? Juist door elkaar kritisch te kunnen bevragen is er elke keer weer vooruitgang geboekt. “Door Didier Raoult en Éric Chabrière te vragen verslag uit te brengen over de artikelen die ze hebben geschreven, doet Elisabeth Bik gewoon haar werk als onderzoeker.”

Opmerkelijk is dat de klacht van Didier Raoult en Éric Chabrière volgt op een aantal bedreigingen die Elisabeth Bik via sociale media kreeg. Hij beschuldigt haar van intimidatie, terwijl zij wordt bedreigd door enkele van zijn volgelingen. Het is niet anders dan bij antivaxxer Andrew Wakefield in het Verenigd Koninkrijk die naam en adres van een kritisch onderzoeker op internet zette met de oproep om hem een lesje te leren. En ondertussen klaagt hij dat er in Engeland geen vrije meningsuiting meer mogelijk is.

Het lijkt wel of degenen die op internet het hardste klagen over intimidatie, censuur en dictatuur ook degenen zijn die anderen het liefste de mond willen snoeren. Ze gaan ook de publieke discussie niet aan, maar ontwijken het gesprek door meteen naar de rechter te stappen. Oftewel: zoals de waard is zo vertrouwt hij zijn gasten. 

Levende voorbeelden

Soms ben je als docent een levend voorbeeld. De afgelopen week gaf ik drie maal cursus voor medewerkers in de ouderenzorg. Maar er vielen af en toe hiaten in mijn verhaal.

Die hiaten ontstonden vooral doordat ik niet op namen kon komen. Dat heet een ‘opdiepprobleem’. Het niet op namen kunnen komen staat op 1 in de ergernissen-lijst van ouderen. Ik zou zeggen: ‘Mens erger je niet. Er zijn ergere dingen’. Maar op zo’n moment zit je denken anders in elkaar. Het ingewikkelde was dat ik vaak niet op de namen kan komen, maar wel op de plaatsnaam waar de persoon in kwestie woont danwel zijn vak uitoefent. Professor Dinges is verbonden aan de universiteit van Dundee in Schotland en geriater IJ is woonachtig in het Limburgse Montfort.

Naarmate de stress toeneemt, nemen de opdiepproblemen ook toe. Maar het kan ook met vermoeidheid te maken hebben. De beste manier om je namen te binnen te laten schieten is om ze je niet te binnen te laten schieten. Dan ploppen ze vanzelf op. Maar dat is dan weer hetzelfde als het ‘Denk niet aan die roze olifant’.

Omdat ik mijn gehoorapparaat was vergeten begreep ik ook een deel van de vragen niet. Vraag: Meneer A, wat hebt u gisteren gedaan? Antwoord: ‘Goede vraag, de komkommers zijn ook in de aanbieding’.

Toen ik thuis kwam zei Tineke: ‘Heb je echt zó les gegeven?’ Ik vroeg: ‘Hoe anders?’ Volgens Tineke was mijn kleding niet op orde. ‘Dat kon zo echt niet’. Daar kun je je van alles bij voorstellen. Vroeger was ik daar altijd bang voor. Als er cursisten begonnen te giechelen vreesde ik als mannelijke docent tussen bijna alleen vrouwelijke cursisten het ergste. Later bedacht ik dat er ergere dingen zijn.

Van de cursisten heb ik geen opmerking gehoord. Ik wacht de evaluatie maar af. 'De docent paste zijn wijze van optreden goed aan aan de inhoud van de lesstof'. 

De tweede prik

Ben je vannacht geprikt door een mug? Dan krijg je over vijf weken een tweede prik. Op die manier is de jeuk-effectiviteit het hoogst.

Ook over de volgorde is meer bekend geworden. Eerst worden mensen met stevige zweet of kaaslucht geprikt, later komt ook de rest van de populatie aan de beurt. Als laatste zijn de bedpartners van mensen die naar zweet of kaas ruiken aan de beurt.

Om het prikproces zo goed mogelijk te laten verlopen, mag je niet kiezen of je je laat prikken door een langpootmug, motmug of tijgermug.

Met dank aan De Speld

Moeilijke patiënten

De ene begeleider of behandelaar vindt de ene patiënt ingewikkeld, de ander heeft meer moeite met een ander type patiënten. Dat heeft o.a. met de allergie van een behandelaar/begeleider te maken. Maar dar niet alleen... Wat zijn cliëntfactoren die maken dat behandelaars of begeleiders eerder 'afknappen'? 

a) Chroniciteit. De problematiek van als moeilijk ervaren patiënten is bijna altijd chronisch. Er is sprake van tijdelijk herstel, maar er komt ook weer een terugval. Zo herhaalt volgens een onderzoek de depressie zich bij meer dan 50% van de patiënten. Bij ernstiger vormen van psychische problematiek zijn chronische patiënten dan ook eigenlijk altijd afhankelijk van de hulpverlening. Tegelijkertijd zijn er veel chronische patiënten die eigenlijk helemaal niet zitten te wachten op hulp, waardoor je soms ‘bemoeizorg’ toe moet passen. Als het probleem niet overgaat hebben hulpverleners eerder de neiging om de patiënt als moeilijk te beschouwen.

b) Afhankelijkheid. Bij mensen die afhankelijk zijn zie je vaak enerzijds de behoefte om zich (toch) los te maken van hulpverleners en anderzijds de neiging om diezelfde hulpverleners aan zich te binden (‘kom eens wat dichter bij mij uit de buurt’). Het gebeurt ook nogal eens dat er sprake is van een herhaling van zetten: zoals de relatie vroeger was met (één van) de ouders, zo wordt deze nu voortgezet richting de hulpverlener (thema’s: overdracht en tegenoverdracht). Patiënten met deze ‘spannende afhankelijkheid’ worden door begeleiders en hulpverleners vaak als moeilijk ervaren.

c) Persoonlijkheidsproblematiek. Psychiaters noemen de diagnose ‘borderline persoonlijkheidsstoornis’ vier maal zo vaak als andere diagnoses die een verband zouden moeten leggen tussen het als moeilijk ervaren gedrag en de diagnose. Daarnaast worden narcisme, de antisociale persoonlijkheidsstoornis en ernstige paranoïdie vaak genoemd.

Bijna alle als moeilijk ervaren patiënten zouden een borderline persoonlijkheidsorganisatie hebben (een term van Kernberg. Dit begrip valt niet samen met de borderline persoonlijkheidsstoornis al zijn er uiteraard wel overeenkomsten. Het 'ik' van deze mensen is zó zwak dat ze niet voldoende ruimte hebben om zich in de ander te kunnen verplaatsen, ze zijn vooral bezig zelf te overleven, op dit punt zijn er grote overeenkomsten met narcisme). Eén van de kenmerken van een borderline persoonlijkheidsorganisatie is de primitieve afweer: de manier waarop we met bedreigingen omgaan. Dat leidt vaak tot een ambivalente relatie met de hulpverlener, zoals: jij móét me helpen, maar ik wil het allemaal zélf bepalen.

d) Gebrekkige mogelijkheden tot (zelf-) reflectie. Dit hangt met het voorgaande samen. Mensen die door hulpverleners als moeilijk worden ervaren hebben vaak niet de mogelijkheid om naar hun eigen aandeel in de problemen te kijken, het ligt altijd aan de ander.

(informatie deels ontleend aan een literatuuronderzoek in het Maandblad Geestelijke volksgezondheid MVG 07/2). 

Weesp

De mensen vragen mij wel eens: 'Henk, kom jij wel eens in Weesp?' Dat zal ik jullie zeggen: in Weesp ben ik regelmatig geweest. Al vanaf 1964 kwam ik op de fiets door Weesp. Ik heb er zelfs nog een keer een fiets gekocht.

Weesp is een aardig stadje onder de rook van Amsterdam. Bij westenwind althans. De plaats zou al lang uit zijn voegen zijn gebarsten als er ongebreideld gebouwd was. Zo dichtbij Amsterdam en met zo’n mooie omgeving: daar wil elk vogeltje wel nestelen. Maar dan zou je weer geen natuur over houden. Dus werd de overloop van Amsterdam verbannen naar Lelystad en later naar Almere.

De fietsomgeving van Weesp

In 1355 kreeg Weesp stadsrechten. Omdat de stad op de grens van het bisdom Utrecht en het gebied van de graven van Holland lag was het een strategisch gelegen plaats. Er werd dan ook flink geïnvesteerd in loopgraven, bastions en andere militaire ongemakken.

In 1787 sloeg Weesp een aanval van Pruisische legers af. Dat was een goed voorbeeld: een klein Hollands stadje dat de Duitsers een halt wist toe te roepen. Het weer speelde wel mee: de Duitse kanonnen raakten vast in de blubber en de Weesper kanonnen schoten die Duitse kanonnen vervolgens aan flarden. Daarna werden de sluizen ook nog eens geopend en toen werden alle Duitsers kletsnat.

Dat was nog eens oorlog voeren. Er kwam geen vliegtuig aan te pas. Alleen een waterkanon. 
Vecht bij Weesp met twee molens

Later maakten de vestingwerken van Weesp deel uit van de Hollandse Waterlinie. Maar daar vlogen de Duitsers in 1940 gewoon overheen. Eigenlijk was dat niet eerlijk.

Weesp heeft een beschermd stadsgezicht. Er staan heel wat Rijksmonumenten in het monumentale stadje. Daarnaast zijn er drie molens, waarvan je er twee ziet op de foto. Ook is Wendy van Dijk in Weesp geboren. Ik weet niet of ze monumentaal is.

Weesp stadhuis en Grote Kerk

Weesp heeft in de archieven niet alleen het oudste jeneverrecept van Nederland (nog ouder dan Schiedam), het is ook de stad van de chocolade van Van Houten. Deze familie liet zelfs een kerk bouwen. Daarom wordt de kerk in de volksmond ook wel ‘het Chocoladekerkje’ genoemd. De kerk heeft een bijzonder interieur, maar helaas was ik nog niet gevaccineerd en mocht ik niet naar binnen.

Of het verhaal echt waar is weet ik niet, maar er gaat een anekdote rond over een directeur van Van Houten die plotseling overleed. Bij de begrafenis vroeg de dominee: 'Is er nog iemand van de aanwezigen die het woord wil voeren?' Daarop stond een zojuist ontslagen arbeider op en die sprak de gevleugelde woorden: 'Vorige week zei hij tegen mij 'd'r uit en d'r nooit meer in. Nu zeg ik: d'r in en d'r nooit meer uit!' De dominee was zo verbouwereerd dat hij reageerde met: 'Laten we de Heere dáár voor danken!"