Niet gestrooid

Op 5 december was het ook nog niet nodig.

Maar op 9 december wel….

Advertenties

Gorkum (1)

Goed, dan toch nog maar een paar Gorkumse plaatjes. Gorkum was de plaats waar ik leerde fietsen. Ik was toen trouwens al negen jaar. Daarna ben ik nooit meer met dat fietsen gestopt. Zonder fiets is Henk niets.

Gorkum is een oude vestingstad. Eén van de boeiende aspecten van de stad is dat de binnenstad wordt omringd door een grotendeels intact zijnde omwalling. Dat maakt de stad best wel een beetje uniek, al zijn er meer omwalde steden, zoals Naarden en Woudrichem. Heusden en Bourtange hebben ook oude stadswallen, maar die plaatsen zijn meer openluchtmusea, c.q. te netjes gerestaureerd.

De mensen denken dat Gorkum aan de Merwede ligt. Daar hebben ze helemaal gelijk in. Maar de oorsprong is eigenlijk de Linge, een eigenzinnig riviertje dat door de Betuwe meandert. Daar waar de Linge in de Merwede plonst ontstond een vissersdorp. Omdat het gebied jaarlijks werd geteisterd door overstromingen lag deze nederzetting op het hoogst gelegen deel van de omgeving.

De stad Gorkum is verbonden met de familie Van Arkel. Jan van Arkel kocht de stad van de Graaf van Bentheim. In de 14e eeuw telde de stad zeven poorten en 23 torens. Dat heb ik niet zelf gezien, dat staat in een boek. Ik hoop dat het geen fake-nieuws is. Eén van de stadspoorten vormt nu een onderdeel van het Rijksmuseum. Loop maar eens een rondje om het museum, dan zie je die poort vanzelf.

Toen wij in Gorkum woonden was de stad ernstig verpauperd. Op veel huizen hingen bordjes van onverklaarbaar bewoonde woning. Stoepen lagen er verfomfaaid bij, allerlei winkels waren gesloten, dakgoten lekten en in de straten lag veel hondenpoep. De voortvarende burgemeester Jonkheer Ridder van Rappard bedacht toen een plan dat zo’n beetje inhield dat al die oude troep opgeruimd moest worden. Daar kon fantastische nieuwbouw voor in de plaats komen. Als voorbeeld van die vooruitgang werd buiten de Wallen ‘de’ torenflat gebouwd, destijds één van de hoogste woongebouwen van Nederland.

De Burgemeester Jonkheer Meester Louis Rudolph Julius Ridder van Rappard trok voortdurend landelijk aandacht. Hij was tegen moderne kunst, popconcerten, homo’s en langharig tuig. Hij weigerde een gouden plaat aan Boudewijn de Groot uit te reiken: die had te lang haar. De VVD vond hij veel te links en hij richtte zijn eigen Liberale Staatspartij op. Hij had voortdurend conflicten met zijn wethouders. Maar toen hij met pensioen was was de gemeente niet van hem af: hij stichtte opnieuw een partij en kwam met vier zetels in de gemeenteraad. Het was voor het eerst dat een burgemeester gekozen raadslid werd. Verder was hij slotheer van Slot Loevestein en voorzitter van de Vereniging tot Bevordering van de Bijenteelt in Nederland.

Bij die burgemeester ben ik wel eens op visite geweest, er was daar een mooi theeservies. En hij wilde weten hoe het met mijn grootvader was. Ze hadden samen gevangen gezeten onder de Duitse bezetter. Ik zag er toen nog netjes uit, dus ik kon door de ethische beugel van de burgemeester.

Heb ik nóg niet veel over de binnenstad van Gorkum verteld… Ik bleef bij de burgemeester steken….

Krakkemikkige uitgeverij

Boeken bestel ik bijna altijd gewoon bij de boekhandel. Ik moet een boek zien en eigenhandig voelen. Bovendien: als iedereen via internet bestelt is er straks bijna geen boekhandel meer over in Nederland.

Deze keer bestelde ik toch maar drie producten via internet bij een uitgeverij. Het was een wat bijzondere uitgeverij die niet altijd aan de boekhandel schijnt te leveren. Dus ik koos een keer voor een digitale bestelling. Ik moest ook meteen digitaal betalen.

De website bleek nogal krakkemikkig, enkele publicaties waar ik mijn oog op liet vallen bleek ik niet als bestelling op te kunnen geven. Een groot deel van de publicaties was trouwens uitverkocht, al stonden ze nog wel op de site. Zo krijg ik mijn winkel ook wel vol.

Aangezien ik twee producten aan een jarige wilde geven meende ik met een week vooruit bestellen wel op tijd te zijn. Maar na een week waren er nog geen producten binnen.

Na die week maar eens een mailtje gestuurd naar de administratie van de uitgeverij. Ook na vijf dagen geen antwoord.

Tineke ging maar eens bellen. Of we geen account aan hadden gemaakt. Nee, dat hadden we niet, maar dat hoefde ook niet. De mevrouw zou het nakijken en terugbellen.

Van dat terugbellen kwam niets. Een paar dagen later zelf maar weer gebeld. Opnieuw volgde een zoektocht. Toen werden we wel teruggebeld.

Ondertussen ontdekte Tineke dat de rekening die ik had betaald 10 euro te hoog was uitgevallen. Hoe of dat zat? De prijs in de bestellijst van één boek was namelijk 10 euro hoger dan in de belendende catalogus. Volgens de mevrouw was de verkoopprijs verlaagd. Maar ja, dan moet je dat bedrag ook bij de administratieve verwerking regelen.

Of de mevrouw daar even een aantekening van wilde maken en die via de mail aan ons door wilde sturen. Dat wilde ze wel. Een week later nog niets ontvangen.

De boeken zouden donderdag met de post mee gaan. Of dat niet eerder kon vanwege de verjaardagen. Nee, dan kon niet eerder, ook niet vanwege verjaardagen. En als het nu eens al drie weken heeft geduurd, maakt u dan een uitzondering? Nee, dan wordt er geen uitzondering gemaakt.

Het is weer een aantal dagen later. De boeken zijn nóg niet geleverd. Straks maar eens ter plekke gaan kijken. Misschien is het geen uitgeverij maar een uitdragerij. Of moet ik deze uitgever met naam en toenaam nog een (on) eervolle vermelding geven…

De lafaard

Een vrachtwagenchauffeur zat te eten in een wegrestaurant in de USA, toen er drie Hell’s Angels binnen kwamen die van zijn bord mee begonnen te eten.
Omdat hij geen moeilijkheden wilde deed de chauffeur alsof hij niets merkte. Hij at gewoon op wat er nog over was, liep naar de caissiere, rekende af en ging weg.
“Wat een zacht ei” zei één van de Angels tegen de serveerster.
“Ja, en hij is ook nog een slechte vrachtwagenchauffeur” antwoordde ze. “Hij heeft net drie motorfietsen plat gereden…”

(Ethel Portnoy)

Fietsdag langs de Elbe (1)

Nu volgt nog het verslag van één fietsdag uit onze vakantie. Om alle dagen te verslaan wordt wat saai. Ik beperk me dus tot één dag. Want, zoals ik met Duitse les leerde: "In der Beschränkung zeigt sich der Meister".

Een wat vertraagde start vandaag. Omdat het gebied dat we vandaag willen bezoeken voor twee 65-plussers wat te ver weg ligt vanaf Wittenberge nemen we eerst een stukje de trein richting Wismar aan de Oostzee. Maar die gaat maar eens in de twee uur. In de eerste plaats in de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern stappen we uit. Dat is de stad Grabow. Met ruim 5000 inwoners (dat waren er 25 jaar geleden nog 8000) is het een voor deze regio aanzienlijke plaats. De plaats kreeg al in het jaar 1252 stadsrechten. Toen moesten de meeste lezertjes van dit weblog nog geboren worden.

Tsja, en als je start in een historische plaats zit je niet snel op de fiets. We moeten eerst de stad bekijken. Wat opvalt is de heel andere bouw dan in de plaatsen in de Prignitz. Ligt dat aan de streek of aan de geschiedenis?

De oorzaak blijkt in de geschiedenis te liggen. De stad brandde in 1499 af. Toen kon men bijna helemaal opnieuw beginnen. Maar in 1725 brandde Grabow opnieuw bijna helemaal af. Kerk, kasteel, raadhuis en bijna alle woonhuizen gingen verloren. Het gevolg is dat er geen zeer oude huizen in Grabow staan. De huizen in het centrum dateren allemaal uit de 18e eeuw. Dat is ook duidelijk te zien aan het raadhuis dat veel kenmerken laat zien van de kenmerkende bouwstijlen uit die periode. Dat verklaart dus ook waarom de plaats er toch anders uitziet dan de historische plaatsen in de Prignitz.

Dat de kerk een toren heeft is te danken aan de ruilhandel. De gemeente verkocht namelijk het altaar uit de kerk in 1903 aan een Hamburgs museum. Daarmee werd de bouw van een toren gefinancierd. Ik vind dat op zijn minst een opmerkelijke transactie.

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog was Grabow één van de plaatsen waar Russische en Amerikaanse troepen elkaar ontmoetten. De stad bleef nagenoeg onbeschadigd. Russische soldaten voerden ondanks de nabijheid van de Amerikanen een waar schrikbewind uit waarbij veel vrouwen en meisjes werden verkracht. Een aantal notabelen werd door de Russen afgevoerd, ze stierven stierven later in gevangenschap.

In 1952 was Grabow een verzetshaard tegen het DDR-regime. Opnieuw werd een aantal mensen met aanzien in de stad gevangen genomen, ze verdwenen in de beruchte Stasi gevangenissen.

De geschiedenis van Grabow laat zien hoe ook in de meer recente geschiedenis de inwoners van de steden in deze omgeving veel hebben meegemaakt.

Na een uur is het toch echt tijd om kaartloos op de fiets te stappen. Dat moet wel even vermeld worden. Ik wil naar Dömitz aan de Elbe, maar we hebben geen kaart van dit gebied. Ik weet alleen dat ik daartoe in westelijke richting moet gaan fietsen. Dat betekent tegen de wind in, want er staat een straffe westenwind. Hoe de wegen verder lopen en wat de exacte afstand is: die gegevens zijn mij niet geopenbaard. Ik gok op zo’n 30 kilometer en er is altijd wel een weg die in westelijke richting loopt… Maar voorlopig fietsen we nog niet langs de Elbe…

Bij de bruid in bed

Ik was op zoek naar een hotelkamer vanwege werkzaamheden elders.

Op zoek naar bijzondere overnachtingsmogelijkheden zag ik een bruidssuite in een Mongoolse Yurt.

Deze bruidssuite is bestemd voor één tot drie personen. Is dat een plaatselijke gewoonte in Mongolië? Zou ik er nog naast kunnen tegen een vriendenprijsje?

Dat bracht mij op allerlei overdenkingen.
Een bruidssuite huren voor één persoon: zou dat vaker voor komen?

Of een bruidssuite voor drie personen, omdat je als bruidegom nog niet hebt kunnen kiezen tussen twee dames? Of omgekeerd, natuurlijk…

Zo zie je maar weer: het leven is vol onverwachtse opties…