Levenscyclus en familieverhoudingen (5)

En toen leek het alsof de rust weer was ingetreden bij de familie Boonstra. Moeder was weinig ziek. De onderlinge rivaliteit van de tweede dochter Merel ten opzichte van de oudste dochter (Martine) leek te zijn verminderd. En moeder Boonstra vindt dat ze prima woont in haar huisje. Ze viert haar 89e verjaardag in haar eigen huis. De grote verandering die er aan staat te komen is dat zoon Bertje het huis zal gaan verlaten.

Aan de levenslange zorg die mevrouw Boonstra haar zoon heeft gegeven zal een einde gaan komen. Maar Bertje is in sociaal-emotioneel opzicht kwetsbaar. Aan zijn taalgebruik merk je dat niet en als je zijn vaardigheden ziet zou je nauwelijks denken aan iemand met een (lichte) verstandelijke beperking. Maar dat is nu net één van de grootste problemen bij mensen met een lichte verstandelijke beperking: het is een onzichtbare beperking. De kwetsbaarheid zit aan de binnenkant: het verschil tussen het kunnen en het aankunnen.

Er wordt woonruimte voor Bertje gezocht. Dat zal niet zonder begeleiding kunnen. Bertje wordt aangemeld bij een organisatie die het begeleid wonen in de regio ‘organiseert’. De psycholoog vindt dat Bertje zeker in aanmerking komt voor ambulante begeleiding. Hij baseert dat ook op zijn leeftijd: bij mensen zoals Bertje is 50 jaar nogal eens een kantelpunt. Maar de gemeente is het daar niet mee eens. Bertje kan bijna alles zelfstandig, waarom zou er dan hulp nodig zijn?

Op dat moment komt de oudste zoon (Johan) in beeld. Hij woont in de Randstad, maar heeft veel telefonisch contact met zijn moeder en zijn broer. Moeder vraagt aan Johan om de zaken rond Bertje verder te regelen. Bertje kan het allemaal niet volgen en moeder Boonstra vindt het allemaal te ingewikkeld geworden. Er valt een last van haar af als Johan ‘ja’ zegt op deze vraag.

Als Martine dit hoort blijkt dat de schijnbare rust een ondergrondse veenbrand is geweest. Ze ontploft van nijd. Waarom moet haar broer die contacten onderhouden en zij niet? De emotionele ontploffing gebeurt binnenshuis. Want tegen haar moeder durft ze niet in te gaan. Ze is 50-plus, maar nog steeds bang om de liefde van haar moeder te verliezen. De oude angst van de peuter zit diep in de vezels van haar emotionele bestaan ingebakken.

Dat er spanningen in het gezin zijn is duidelijk. Tot nu toe is alleen Merel duidelijk zichtbaar in haar gekrenkte bestaan. Maar het kan niet anders dan dat ook anderen deel uit zullen maken van een systeem van pathologische gezinsinteractiepatronen. 

Merel besluit met haar zus Martine in gesprek te gaan. Het liefste zou ze een coup plegen, maar hoe zou haar moeder dan reageren? In ieder geval is het onzin dat de oudste broer die je nooit ziet contactpersoon is voor de zorg voor Bertje. Daar moet een stokje voor gestoken worden.

Ondertussen weten de hoofdpersonen – Johan, moeder Boonstra en Bertje – niets van de plannen die Merel bedacht heeft. Het past in het beeld. Eén van de kenmerken van disfunctionele gezinnen is dat communicatie niet transparant is: er wordt onderling van alles besproken over anderen zonder die anderen.

Een volwassen peuter? (1)

Er bestaan allerlei schema’s die aangeven op welk sociaal-emotioneel niveau een persoon functioneert.

Zo bestaat in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking het functioneringsprofiel (van Jacques Heijkoop). Het geeft aan wat iemand kán (de vaardigheden) en wat iemand áán kan (de sociaal-emotionele basis).

Daarnaast bestaat het schema dat door Prof. Anton Došen is ontwikkeld aan de hand van de uitkomsten van de SEO: een schaal die de sociaal-emotionele ontwikkeling in beeld brengt. Aan de Universiteit van Gent is dit model verder ontwikkeld, en werd de SEO gereviseerd. Inmiddels is er een derde versie in omloop.

Vanuit de psychiatrische hulpverlening is het Ontwikkelingsprofiel van Prof. R.E. Abraham bekend geworden. Hij laat aan de hand van een aantal thema’s zien hoe het beeld van een persoon gekleurd wordt door de fase van de sociaal-emotionele ontwikkeling.

Narcisme en borderline

Er is ook kritiek op deze manier van denken. Maak je daarmee mensen niet kleiner dan ze zijn?

Want als ik het Ontwikkelingsprofiel van R.E. Abraham er bij pak (ik loop nu even naar mijn boekenkast, even geduld aub) dan zou ik bijvoorbeeld kunnen bedenken dat een narcist eigenlijk een peuter is die zichzelf als centrum van de hele wereld ziet.

Wie een narcist in huis heeft gehaald woont dus eigenlijk samen met een peuter. Een vrouw zei dat ze eigenlijk drie kinderen in huis had: twee jonge kinderen en haar man. Dat idee dus. Het mankeert er nog maar aan dat je dan voor je partner geen kinderbijslag aan kunt vragen.

Een dergelijke redenering zou je bijvoorbeeld ook kunnen volgen als het gaat om de problematiek rond borderline: zijn dat geen mensen die zóveel moeite hebben met het verbinden en loslaten dat ze eigenlijk ook weer als peuters functioneren die niet mét en niet zonder mamma kunnen.

Stampvoetende man in net pak

Op de film zie ik een hoog opgeleide meneer die op studiereis is naar Thailand. Bij studiereizen horen ook excursies. Vandaag wordt een boeddhistische tempel bezocht. Om deze tempel binnen te kunnen gaan moet je je schoenen en je sokken uittrekken. Daar wordt deze meneer (in het pak in het hete Thailand) heel erg boos om. Hij staat te stampvoeten van boosheid. Hij is niet van plan om zijn schoenen en sokken uit te trekken. Is die meneer dan een koppige peuter die toevallig ook de leiding heeft over een afdeling met ICT’ers?

Zo simpel zit de wereld natuurlijk niet in elkaar.  Je zou kunnen zeggen dat die meneer zich op dat moment gedraagt zoals een peuter. Maar in het dagelijks leven is hij natuurlijk wel even wat meer dan een peuter…

Is de directeur een peuter? 

Mevrouw de Jong is directeur van een basisschool. De hele dag heeft ze dingen moeten regelen, ouders gesproken en andere gesprekken moeten voeren. Ze komt ’s avonds moe thuis. Daar ontdekt ze dat de kat op de vloerbedekking heeft gekotst en dat haar man dat niet heeft opgeruimd.

Voor mevrouw De Jong wordt het even te veel. Ze begint te schelden, gooit haar tas op de bank, loopt naar de slaapkamer en gooit de deur dicht.

Mevrouw De Jong vertoont gedrag dat een peuter/kleuter ook kan laten zien. Maar heeft de school nu een peuter als directeur aangesteld? Nee, opnieuw zit de wereld niet zo eenvoudig in elkaar. Mevrouw de Jong is meer dan iemand die zich als een peuter gedraagt en toevallig ook nog eens directeur is van een basisschool.

Driekoningen

kerstgedachteVandaag is het in het kerkelijk jaar Driekoningen.

Dit is een plaatje waar ik destijds heel hard om moest lachen.

Maar wie zegt er dat het drie wijzen waren of drie koningen? Dat staat helemaal niet in de Bijbel. Ze brachten goud, wierook en mirre. Had de één dan goud bij zich, de ander wierook en de derde mirre? Konden het er ook niet twee zijn geweest? De één met goud en mirre en de tweede met wierook?

Het is maar hoe je de geschiedenis leest..

Naamsverandering

Er zijn mensen niet tevreden met hun naam. En soms kan ik me dat wel voorstellen. Zoals iemand die Oepke Poepjes heet. Dat kan nog wel in Friesland, maar in de Randstad krijg je er problemen mee. Net als met de naam Adam Naaktgeboren. Terwijl er overigens niets mis mee is: de meeste kinderen worden naakt geboren. Dan kan ik mijn naam ook wel gaan veranderen. Gekkie Henkie!

De bekendste Nederlander die problemen met haar naam had was vermoedelijk Prinses Marijke. Ze veranderde haar naam in Christina.

Speltherapie

Het eerste meisje dat ik in speltherapie kreeg (in 1974) heette Sylvia. Maar ze wilde perse geen Sylvia genoemd worden. Ze wilde trouwens ook niet rechtstreeks met vreemden praten. Ik kon alleen contact met haar krijgen via de telefoon.

Een andere vroegere cliënt wilde niet bij haar naam genoemd worden. Haar veranderde naam was de ene keer ‘bruine zakdoek’, een volgende keer ‘gele zakdoek’. Dan noemde ik haar gewoon een tijdje ‘gele zakdoek’. Van wie is eigenlijk het probleem?

Weer een andere dame wilde prinses Caroline genoemd worden. Haar moeder hield voet bij stuk: ze wilde de naam van de dochter niet veranderen.

Kayne West in de stoel

Vorige week kregen we een patiënt in de tandartsstoel die (ook) niet bij zijn eigen naam genoemd wilde worden. Hij heette Kayne West (een Amerikaans rapper). Ik blij: eindelijk een beroemd iemand in de stoel die bang was voor de tandarts.

De begeleiding gaf echter de tandarts de instructie om die naam consequent te negeren en hem bij zijn eigen naam Freddie te blijven noemen. Dat was in samenspraak met de psychiater de afspraak geworden: Freddie was geen Kayne West, dat bracht alleen maar verwarring.

Freddie probeerde het nog even: hij stelde zich aan de tandarts voor als Kayne West, maar dat werd door de begeleiding afgekapt. Toen probeerde hij het op een andere manier: was hij Freddie, maar hij was rapper. Maar ook dat was niet de bedoeling. Het werd wéér door de begeleiding afgekapt.

Waarom meer gespannen?

De tandarts constateerde na afloop dat Freddie tijdens deze behandeling nerveuzer was (en daardoor minder goed behandelbaar was) dan de vorige keer. We vroegen ons af:

  • Zat Freddie in een meer gespannen periode?
  • Wat was de reactie van Freddie op de afwijzing van zijn naamskeuze door de begeleider?
  • Doordat de begeleider steeds ingreep was ook de positie van de tandarts minder helder: wie heeft de regie? Veroorzaakte dat ook meer onrust?

Meer in zijn algemeenheid was de vraag: moet de tandarts het beleid van de woning volgen, of gelden er in de behandelkamer andere principes?

Overwegingen rond het veranderen van de naam:

Aan de ene kant kan het zijn dat Freddie zichzelf verliest in een fantasiefiguur. Dat zie je nogal eens bij (pre)psychotische patiënten. Ze weten op den duur niet meer wie ze zijn. Om die reden wordt er wel eens gekozen voor het voortdurend in de realiteit houden: je bent Kees en geen Napoleon.

Aan de andere kant kan de persoonswisseling ook een vorm van coping zijn, van het kunnen hanteren van stress. Doordat je even iemand anders bent is de werkelijkheid van de beangstigende tandarts wat minder beangstigend. Dan zou je er misschien wel voor moeten kiezen om die naam als hulp-ik te gebruiken bij het bezoek aan de tandarts.

Wie het weet mag het zeggen…

 

 

 

Doeidoei!

Zo, voor vandaag ga ik weer afscheid van jullie nemen.

Tegenwoordig zeggen de mensen dan: doei, doei!

Hebben jullie dat ook wel eens, dat je denkt: waarom moet dat nu twee keer? Sommige woorden worden zelfs drie keer gebruikt. Hoe is het? Druk, druk, druk. Er is zelfs een boekje met dubbele uitspraken. Het heet: Kom, kom, tuut tuut, hoho.

In de trein hoor ik dat iedere dag meerdere keren. Zowel van mensen die door de telefoon aan het telefoneren zijn als van mensen die afscheid van elkaar nemen. Die zeggen dan ‘doeidoei!’ Maar waarom moet dat dan twee keer?

Dat twee keer iets zeggen ken ik van sommige cliënten van mijn werk. Om de één of andere reden herhalen ze iedere keer hun zin. Een gesprek duurt twee keer zo lang omdat ze veel zinnen herhalen. En bij mensen met autisme hoor je vaak dat ze het laatste woord herhalen en soms dubbel herhalen. Maar met al die mensen in de trein, wat is er met hen aan de hand?

Misschien denken jullie nu: komkom, tuuttuut, hoho, Henk, maak je niet zo druk! Nee hoor, zo druk maak ik me er ook weer niet over, het valt me gewoon op.

Een ander dubbel woord dat ik af en toe hoor bezigen is Tomtom. Persoonlijk heb ik geen behoefte aan Tomtom. Komkom, je kunt toch zó ook wel de weg vinden?

in oktober fietste over Overflakkee. De mensen denken wel eens: hoho, Henk, waar gaat dat naar toe? Maar ik ging gewoon naar huis na een werkdag. Soms doe ik dat niet per OV, maar per fiets. Heb ik bij thuiskomst tenminste een leeghoofd.

Toen kwam mij een zwarte poes met witte bef tegemoet. Ik sprak hem aan en zeide: waar ga jij naar toe? Ondanks mijn zoetgevooisde stem week de poes af en dook in het gras, dat ter plekke twee kontjes hoog was, om met Toon Hermans te spreken. Ik vond het nogal vreemd: een poes die ver van de bewoonde wereld ergens naar toe onderweg was. Je vraagt je dan af: waar dan heen, zo helemaal alleen?

Welnu, ik las later in de krant – mét foto- dat een kater 44 kilometer naar huis was gelopen. Hij had 10 dagen over de reis gedaan. Welnu, ik denk dat ik deze kater ter plekke tegen ben gekomen, want het moment van ontmoeting was 4 dagen na zijn vertrek uit Achthuizen. Hij moest daarna nog de Haringvlietdam over steken, hetgeen mij voor een angstige kater geen prettige bezigheid lijkt. Uiteindelijk was hij bij zijn huis in de tuin gaan zitten wachten totdat het baasje de deur open deed. Vanwege zijn uitzonderlijke navigatieprestaties hebben ze de kater nu Tomtom genoemd.

Vraag je aan mensen hoe het gaat, dan zeggen ze nogal eens Druk, druk, druk! Dat is me dus een hele drukte. Mensen hebben het niet druk meer, ook niet drukdruk,  maar drukdrukdruk. Het moet ook niet gekker worden!

Ik stort me ook maar weer eens op mijn werk. Komkom Henk, zo druk heb je het nu ook weer niet! Het is gewoon je eigen schuld, had je maar beter moeten plannen. Komkom, tuutuut, hoho, niet zo snel met jullie kritiek! Ik ga weer afsluiten.

Doei, doei!

 

Administratieve verhuizing

Een fysieke verhuizing is één ding. Maar misschien is het wel het gemakkelijkste onderdeel van een verplaatsing.

Neem alleen maar de ongemakken van een digitale verplaatsing. Na de vorige verhuizing waren we drie weken offline. Ik moest naar de plaatselijke openbare bibliotheek om werkafspraken te kunnen verzamelen.

Deze keer ging het aanzienlijk sneller. Maar alsnog met hobbels. Zo kan ik mijn digitale werkagenda nog niet inkijken. Ik moet opbellen naar mijn werkgever(s) met de vraag of er afspraken staan, en zo ja: welke dan?

Maandag deden we pogingen om in onze nieuwe woonplaats voet aan de grond te krijgen. Hoe schrijf je je in in een nieuwe gemeente? Daar heb ik in Alkmaar al eens iets over geschreven.

Je kunt natuurlijk niet zomaar een stadhuis betreden. Vroeger meldde je je bij een balie en dan werd je een nummer. Nu moet je naar een paal in het gebouw en daar maak je een afspraak door in te loggen met je DigiD en je sofi-nummer.

Maar als je DigiD in een boekje staat dat nog in een verhuisdoos zit heb je een probleem. Gelukkig kent Tineke al die nummers uit haar hoofd. Ze heeft een nogal boekhoudkundig hoofd.

De afspraak kon pas volgende week worden ingepland. Maar in de voorschriften staat dat je je binnen vijf dagen moet melden als nieuwe inwoner. Dus de gemeente werkt er zelf aan mee dat je je niet aan de afspraken houdt. Moet je maar niet verhuizen in de periode dat het ook herfstvakantie is!

Uiteindelijk bleek er ook een omweg mogelijk te zijn. Maar dat bleek ook weer een ingewikkelde procedure. Er moest van alles gescand worden. Zoals het koopcontract.

Maar dat scannen doe je niet zelf. Dat is het werk van een daartoe bevoegd ambtenaar met een eigen inlogcode. Ze moet ook een scan maken van je ID-kaart. Ik gaf mijn ID-kaart aan de medewerker, kreeg hem terug en borg hem op. Maar dat was niet de bedoeling. Ik moest hem weer afgeven vanwege een kopie. Die kopie was weer nodig om een scan te maken. Want je maakt natuurlijk geen scan van een ID-kaart, maar een scan van een kopie van een ID-kaart. Vast met allerlei goede bedoelingen, maar het was mij niet zo duidelijk.

En zo waren er meer hobbels te betreuren. Al met al duurde de voorlopige inschrijving in de plaatselijke burgerlijke stand een uur. Op de definitieve inschrijving moeten we nog twee weken wachten. Tot die tijd kunnen we een aantal verzekeringstechnische zaken niet afronden.

Toen gingen we op zoek naar een plaatselijke huisarts. Daar moesten we allerlei gegevens invoeren, en we moesten ook meerdere malen gekopieerd worden, zodat bewezen kon worden dat we bestaan. Maar ik begreep beter wat de reden was dan binnen het ondoorzichtige gemeentelijke apparaat. En tenslotte moest er een apothecair onderdak worden geregeld. Die zat in hetzelfde gebouw. Ook daar werden we weer gekopieerd, geknipt en geplakt.

Zo ben je de hele ochtend zoet met regelzaken. De boeken bleven nog in de dozen zitten. Ik moest ’s middags naar een afspraak in Utrecht en kwam pas laat in de avond weer thuis. Gelukkig stapte ik in de goede trein. Had ook nog kunnen gebeuren. Loop je in de vroegere woonplaats naar huis, ontdek je opeens dat je ergens anders had moeten zijn…