Oostvaardersplassen

Tussen Lelystad en Almere zit ik bij voorkeur aan stuurboord van de trein. Zo ook gisteren. Voor een blik op de Oostvaardersplassen.

Een maand geleden stonden op deze plek honderden paarden. Uit de media begreep ik dat ze honger hadden. Gisteren zag ik geen paarden, maar wel de eindeloze uitgestrektheid van het land.

Een foto nemen is moeilijk (spiegelende ruiten, soms vuile ruiten), maar ik heb weer een poging gewaagd.

Advertenties

SCARF (1)

Scarf staat voor vijf basisbehoeften van de mens. Status, Certainty, Autonomy, Relatedness en Fairness.

De term komt van een Amerikaanse trainer: David Rock. Hij noemt vijf sociale basisbehoeften die maken dat mensen meer tevreden zijn in hun werk.

  1. Status 

Mensen willen het gevoel hebben dat ze zinvol bezig zijn. Ze doen er toe voor de baas, voor de organisatie. Ze willen geen voetvolk zijn voor de baas, maar een medewerker die gezien wordt. ‘Mijn inbreng doet er toe’.

  1. Certainty (zekerheid)

Medewerkers hebben behoefte aan zekerheid en voorspelbaarheid. Aan vage beloftes, we zullen wel zien, eindeloos uitstel hebben werknemers niets. Duurt dat te lang, dan schakelt men over op de ‘gevarenstand’. Dat betekent chronische stress.

3. Autonomy (zelfstandigheid)

Medewerkers willen het idee hebben dat ze niet als een robot achter het beleid van de organisatie aan moeten lopen en alleen maar protocollen moeten volgen. Ze willen op bij zaken die er toe doen ook de ruimte krijgen om zelfstandig keuzes te kunnen maken.

4. Relatedness (verbondenheid)

Werknemers willen er niet alleen voor staan. Ze moeten het gevoel hebben dat ze er bij horen. Je bent deel van een groter geheel. Als je ziek bent moet je iets van je collega’s horen.

 5. Fairness (rechtvaardigheid)

We willen binnen de organisatie rechtvaardig behandeld worden. Zodra we het gevoel hebben dat ons onrecht wordt aangedaan, nemen achterdocht en boosheid een deel van onze zin in het werk weg. We hebben minder over voor de organisatie. De energie gaat in de verkeerde dingen zitten.

Zoek de poes

Ooit hadden we een kater in huis die dol op de stofzuiger was. Als ik ging stofzuigen ging hij alvast liggen om lekker gezogen te worden.

Ringo denkt anders over het verschijnsel stofzuiger. Als het snoer wordt uitgerold probeert hij zichzelf onzichtbaar te maken. Dat geldt trouwens bij alles wat flink geluid maakt. Ringo wil gewoon rust voor zijn oren.

Vanmorgen zat onze huiskater achter het scherm van de computer. Slechts zijn oren staken minimaal boven het scherm uit.

Sociaal denken (6)

De Emerging Social Communicators: kinderen die gevoelig zijn voor de emoties van anderen, maar die ook sociaal onhandig zijn. Het derde blog over één van de 'categorieën' die Michelle Garcia Winner beschrijft.

Winner vindt het opvallend dat in haar onderzoek veel van deze kinderen veel plezier ontlenen aan slapsticks en maffe humor. Ze kunnen in de klas ook de clown uithangen, omdat ze niet weten hoe ze zich ‘normaal’ moeten gedragen.

Sommige kinderen zijn in de groep afwachtend, terwijl anderen juist veelpraters zijn die met hun eindeloze verhalen de aandacht afleiden.

Ze kunnen ook de taakgerichtheid van de groep verstoren omdat ze het steeds over thema’s hebben die er net naast zitten.

Bij een opdracht om te berekenen hoe hoog de Domtoren is zullen ze in discussie gaan over de vraag of de bliksemafleider dan wél of niet meetelt bij de hoogte van de toren.

(Te) grote klassen

De paradox is dat veel van deze kinderen in grote klassen worden geplaatst, want ze zijn intelligent genoeg. Maar juist die grote klassen maken dat ze het bombardement aan indrukken (alles tegelijk volgen) niet meer kunnen verwerken. Deze kinderen hebben baat bij meer overzicht.

Maar daarnaast zit volgens Winner de sleutel van de benadering er in dat je de zwakke aspecten van de ontwikkeling traint: helpen om beter te leren begrijpen hoe je zelf in elkaar zit, beter te lezen wat het perspectief van de ander is?

Eén van de valkuilen is dat deze kinderen te eerlijk zijn. Als iemand zegt: jouw pincode is toch 2912 antwoorden ze met: nee, 2317! Ze moeten dus ook leren liegen...

Een voorbeeld van thema’s die geoefend kunnen worden:

  1. Ik heb gedachten over mezelf.
    2. Ik heb gedachten over jou zodat ik zie dat je gedachten anders zijn dan de mijne.
  2. Ik begrijp dat wat jij van mij weet iets anders is dan wat ik van mezelf weet.
  3. Ik begrijp dat ik bij bepaalde mensen wel een vraag kan stellen, maar bij anderen kan ik diezelfde vraag niet stellen en ik weet ook waarom.
  4. Ik kan een geheim bewaren, want ik zeg niet tegen iedereen wat ik weet.
  5. Ik kan jou op het verkeerde been zetten door iets te zeggen wat niet waar is.
  6. kan informatie voor je verbergen.
  7. Ik kan liegen.
  8. Ik kan zien wanneer iemand tegen me liegt.

Daarnaast moet er geoefend worden met het bedenken van oplossingen vanuit meerdere perspectieven. Dat zijn geen thema’s die in het lespakket zitten van de school, dit vraagt om extra therapeutische inzet.

Volgens Winner kunnen deze kinderen groeien in het perspectief nemen en het zoeken naar oplossingen, maar het zal hen altijd veel energie kosten. Ook bij een vervolgopleiding, het aangaan van een relatie, het vinden van een baan gaat het allemaal niet vanzelf.

Vandaar dat Winner eigenlijk ook zegt dat iedere leeftijdsfase weer om een nieuwe onderhoudsdosering vraagt…

Visueel rijm

Visueel rijm ziet er uit als rijm, alleen: het rijmt niet.

Probeer maar eens uit…

“Maar dit alles doet niet ter zake

Voor het bruidspaar een lekkere cake…”

aldus: Herman Finkers

Of deze:

Op een koe

Een koe te Moskou sprak: Een koebel

kost anderhalve roebel

En weet je wat ik heb ontdekt?

Een aardig klokkenspeleffect

bereikt men door met drie bellen

geweldig te gaan wiebelen…

aldus: Kees Stip

Onverwachtse bollenvelden

Toeristen denken dat de bloeiende bollenvelden alleen bij Lisse te vinden zijn. Maar die velden zijn kleintjes vergeleken bij de bollenvelden in de Kop van Noord-Holland en in delen van de Noordoostpolder.

Toch vind je ook elders in Nederland bollenvelden. De bollenveld voor het nieuwe NS-station/annex Stadhuis van Delft hebben jullie al eerder gezien. Vorige week stonden de bollen uitbundig te bloeien. Zaterdag mochten de bloemen eigenhandig geplukt worden door de Delftenaren.

Het tweede bollenveld trof ik aan tussen Zweekhorst en Giesbeek in de gemeente Zevenaar. Daar (in het westen van de Achterhoek) had ik echt geen bollenvelden verwacht. Maar qua grondsoort leek het wel te ‘passen’: een beetje zanderige klei.

Ik ben mijn fiets ontstegen en heb deze bollenvelden maar even op de gevoelige plaat vastgelegd.

De heer Wafstra stelt vragen

Deze keer ben ik even de heer Wafstra. Ik heb meer met poezen dan met honden, maar vandaag wil ik het hebben over de woefies. Gisteren werd mijn treinreis namelijk twee keer gekruist door hondensporen.

Toen ik het perron op liep van een regionaal station werd ik opeens vergezeld door een hondje. Het was zo klein dat ik automatisch zei: “Moet je daar ook nog hondenbelasting voor betalen?” Mijn vader zou als commentaar hebben gezegd: “Meneer loopt met een rat.”

Maar tegen wie zei ik dat eigenlijk? Bij nader inzien bleek er namelijk geen baasje bij het hondje te lopen. Sterker nog: het beestje liep aan  een riem en zat zelfs niet aan de ketting. Het sprong volledig zelfstandig de trein in en rende de trap naar het bovenste dek van de dubbeldekker op. De vraag is nu natuurlijk: van wie was dat hondje en waar is dat hondje heen gereisd?

Gisteren zag ik ook weer een Braillehond in actie. Hij liep keurig met baas de poortjes door en begeleidde zijn baasje naar de ingang van een trein. Maar –een vraag die mij opeens prangde is: hoe weet een Blindengeleidewoef nu of het eerste of tweede klasse is? Wie weet op die prangende vraag een passend antwoord?