Badkar

In Middelkerke staan ze nog op het strand: de badkarren. Of ze nog gebruikt worden weet ik niet. Er was niemand die zich op deze winderige dag in zee begaf.

Vroeger ging je natuurlijk niet meteen ‘zichtbaar’ de zee in, zeker de dames niet. Dat zou alleen maar verkeerde zinnen prikkelen.

Badkarren in Middelkerke bij Oostende

De bedoeling was dat je in een hokje plaats nam en je daar omkleedde zodat je te water gelaten kon worden. Daarna trok een paard, danwel twee sterke mannen, de kar met inhoud naar de zee, zodat er in de besloten omgeving van de badkar een onderdompeling in het zeewater plaats kon vinden. De badkar kon namelijk niet drijven. Hij was zo lek als een mandje.

Er was in sommige badkarren plaats voor drie of vier dames. Aan het gegil vanuit de badkar kon je afleiden hoe koud het water was.

Soms verkozen ook de heren de badkar. Zij trokken dan eveneens een heel net badpak aan.

Of er ook gemengde badkarren voor echtparen bestonden weet ik niet. Wat ik wél weet is dat er geen QR-code bestond om aan te tonen dat je wettelijk met elkaar in de echt verbonden was.

Mijn persoonlijke bezwaar tegen de badkar is dat je niet in je eigen tempo te water gelaten kon worden. Ik verkies een stapjesprogramma waarbij ik met mijn grote teen begin en na een half uur tot aan mijn middel nat ben geworden. 

Hippopotomonstrosesquippedaliofobie

Volgens Douwe Draaisma bestaan er 256 vormen van geheugen. Ik ben ze bijna allemaal vergeten.

Maar om de fobieën allemaal te onthouden is al helemaal een grote klus. Volgens The Fobia List bestaan er 565 vormen van fobie. Ik heb ze net allemaal zitten te tellen en raakte bijna de tel kwijt. Het zou een mooi strafwerk kunnen zijn voor een psychologie-student die tijdens het college zit te kletsen. Er is trouwens ook nog een nóg langere lijst in omloop. Die is bestemd voor een student die tijdens een tentamen heeft afgekeken van de buurman.

Angst en fobie

Je kunt wel ergens bang voor zijn, maar dat is heel wat anders dan een fobie. Angst is een nuttige emotie, die bij het leven hoort. Mensen die nooit bang zijn vormen een gevaar voor zichzelf en voor anderen. Bovendien zullen ze anderen ook niet goed aan kunnen voelen. Gelukkig gaat er af en toe een alarmbel: nu moet ik even extra uitkijken, er dreigt gevaar.

Maar bij een fobie gaat die alarmbel voortdurend af, ook als er geen gevaar dreigt. Een fobie is dus eigenlijk een allesoverheersende angst, die je hele leven beïnvloedt en die niet in verhouding staat tot het gevaar dat dreigt. De angst is intensief, maar ook voortdurend aanwezig. Hij maakt dat je situaties gaat vermijden, ook als er geen reëel gevaar dreigt. Vaak komt de fobie voort uit een situatie die je hebt meegemaakt of gezien, maar dat hoeft niet altijd.

Fobisch voor een fobie

Nu ik de lijst met fobieën door heb genomen, heb ik wel ontdekt dat er allerlei angsten zijn waarvan ik het bestaan nog niet wist. Ik wist dus niet dat je er bang van kon zijn. Laat staan dat ik bedacht had dat je er een fobie voor zou kunnen ontwikkelen. Je zou bijna fobisch kunnen worden voor het ontwikkelen van een fobie. Maar die angst staat dan weer niet in het lijstje.

Angst voor lange woorden

Omdat ik vaak met woorden bezig ben vind ik de hippopotomonstrosesquippedaliofobie toch wel een heel interessante. Dat is de angst of weerzin tegen het horen, lezen of uitspreken van lange woorden. Dit begrip is in de loop ontstaan uit het originele begrip sesquipedalofobie.

Volgens een website kun je ook testen of je daar last van hebt. Als je het woord “hippopotomonstrosesquippedaliofobie” kunt lezen, zonder dat het gevoel van angst je bekruipt, heb je er waarschijnlijk geen last van. Ter controle kun je het ook nog hardop uitspreken tijdens een lezing die je houdt voor een hooggeleerd gezelschap. Als je dan nog geen kippenvel vooraf of stotterneigingen tijdens het uitspreken hebt, heb je er hoogstwaarschijnlijk géén last van.

Angst voor knoflook en andere ongemakken

Nu de andere 565 vormen van fobie nog uitzoeken. Heb ik bijvoorbeeld een alliumfobie: een allesoverheersende angst voor knoflook. Dat zou best eens kunnen, want ik vermijd altijd Frankrijk als vakantieland. Alleen was ik me niet bewust dat dat een fobie zou kunnen zijn. Ik zou trouwens ook een anglofobie hebben kunnen ontwikkeld: de angst voor alles wat met Engeland te maken heeft. Vroeger fietsten we bijna ieder jaar door Engeland, maar dat is helemaal over. Ik dacht dat het een vrije keus was, maar misschien was het een onderdrukte fobische reactie. Alleen is het probleem dat je een fobie niet kunt onderdrukken. Dat zal dus wel meevallen…

Heb ik misschien anthofobie? Dat is een allesoverheersende angst voor bloemen. Ik koop wekelijks een bloemetje, maar dat zegt helemaal niks. er bestaat namelijk ook counterfobisch gedrag. Dat is de ziekelijke neiging om dingen en situaties op te zoeken waar je erg bang voor bent.

Misschien moet ik maar eens een psycholoog opzoeken om te onderzoeken aan welke fobieën ik lijd. Dan kan ik meteen uitzoeken of ik ondertussen geen psychofobie heb ontwikkeld...

Vijf don’ts bij dementie

Nu even iets heel anders. Oudere mensen worden vaak 'overhoord'. Wie is er gisteren op bezoek geweest? Wat hebt u vanmiddag gegeten? 

Die overhoringen leiden tot een gevoel van falen bij ouderen. Trouwens, ik ben nu ook alweer helemaal vergeten wat ik gisteren heb gegeten.

Zes tipt van twee dementie-deskundigen:

1. Test niet. “Wat heb u gisteren gegeten?”
2. Verbeter niet. “Dat heb ik u net toch óók al gezegd?”
3. Overhoor niet. “Hoe heet die mevrouw die naast u zit?”
4. Spreek niet tegen. “Nee hoor, dat is uw moeder niet.”
5. Geef geen standjes. “Dat mag u niet doen!”
6. Confronteer niet. “Dat hebben we gisteren toch afgesproken?”

Uit: Bob Verbraeck en Anneke van der Plaats: De wondere wereld van dementie.

Natuurwandeling

Naarmate ik ouder word blijk ik meer een avondmens te worden. Tineke wordt steeds meer een ochtendmens. Ergens halverwege de dag komen we elkaar tegen.

Tineke’s dadendrang is groot(s) in de ochtend. In een hoog tempo wordt er van alles ondernomen. Ik kan dat allemaal niet volgen en bijhouden.

Peter van Straaten: Zijn we er al?

’s Morgens moet er bijvoorbeeld actief gewandeld worden in de buitenlucht. Er is op ons vakantieadres genoeg buitenlucht: de zeewind blaast door alle kieren van de jas en na tien minuten loop je te tandenknarsen vanwege alle zand dat via je neus in je mond terecht is gekomen.

Tussen de vele appartementen aan zee bevindt zich ook nog een stukje natuur. Hoe lang nog is zeer de vraag. De projectontwikkelaars azen ook op dat laatste stukje en doen allerlei concessies: het wordt een prachtig natuurlijk park waarbij het groen behouden blijft. Ja, dat ken ik. Bij golfbanen die in de mooiste stukjes van Nederland zijn aangelegd zeiden ze dat ook.

In ieder geval: er moet stevig doorgewandeld wordt. Immers: een indicatie hoe lang je nog leeft is te vinden in het looptempo. Dankzij Peter van Straaten is onze wandeling ook in beeld gebracht. 

Van A tot Z (5)

Na Nieuwerkerk fiets ik langs de drukke autoweg door naar Oosterland. Deze keer ligt het niet op Wieringen maar op Schouwen-Duiveland.

Wat Oosterland op Schouwen en Oosterland op Wieringen met elkaar gemeen hebben is dat er een wegrestaurant is én een oude kerk. In het wegrestaurant scoor ik een salade. Om nog een eind te kunnen fietsen moet je een beetje op de vitamientjes letten.

Oosterland (Schouwen) dorpsbeeld met molen

De kerk is opnieuw een foto waard. Ik vind het toch wel heel bijzonder dat er in een dorp in Zeeland een heuse friese zadeldaktoren te vinden is. Hij staat los van de kerk, maar dat is in Friesland ook niet ongewoon. Dan is er ooit een deel van de kerk ingestort, de klok is naar beneden gestort en klingelde dwars door het kerkdak of er is sprake geweest van ander ongemak. Ik heb ook wel eens begrepen dat de klok zón nadrukkelijk galmde dat de kerk ging scheuren. En kerkscheuringen, die zijn er in de kerkgeschiedenis meer dan genoeg geweest.

Een levensles: je gevoel kan je de verkeerde kant uit wijzen

Oosterland, dorpsstraat met zadeldaktoren

Na Oosterland wil ik niet meer het geraas van de autoweg in mijn oren hebben, dus neem ik een andere route. Maar omdat ik niet op de kaart wil kijken maak ik op mijn gevoel een navigatiefout. Dat is een levensles: het gevoel kan je dus een verkeerde kant uit wijzen. ‘Als het maar goed voelt’ kan dus ook een heel verkeerde gedachte met zich meebrengen.

Zijpe bij Bruinisse

Ik kom nu op de dijk langs het Zijpe uit. Het fietst altijd leuk langs het water, ook al is het om. Aan de overkant liggen Noord-Brabant en de Zeeuwse enclave Sint Philipsland. Vroeger kon je hier met een veerpont het water over, maar het veer is niet meer. Er is een een dam gekomen, maar die ligt een heel eind verderop.

Bruinisse

Met een ferme omweg kom ik uit in Bruinisse. De meest bekende persoon die hier is opgegroeid is Hugo de Jonge. De lijst op Wikipedia met bekende mensen uit Bruinisse bestaat alleen uit mannen, vijf daarvan of waren politicus, de zesde was een schrijver. Zijn er dan geen vrouwen in Bruinisse? Ik fiets door het dorp en zie ook enige bruinverbrande vrouwen. Daar komt waarschijnlijk de naam vandaan: Bruin Is Ze. Maar misschien zijn dat toeristen.

Bruinisse is een wat saai en verrommeld dorp met een paar leuke straatjes en met vooral veel toeristische ingrediënten. De terrassen zitten vol en voor de ijswinkel staat een rij ijsaanbidders. Ik fiets maar weer door in de richting van de dam naar Goeree-Overflakkee.  

Hechting in vogelvlucht (5)

De eenkennigheid van de baby kan plotseling ontstaan. Het kan gebeuren dat de ene week de oppas de baby nog goed kan troosten en dat de baby de volgende week ontroostbaar is, totdat mamma weer thuis komt.

Hoe lastig dat ook kan zijn, het is een belangrijke fase in de sociaal-emotionele ontwikkeling. Mensen zijn dan dus niet meer inwisselbaar. ‘Wij horen bij elkaar’.

Esther is het vierde kind in het gezin. De ouders zijn actief in het sociale leven. Ze hebben dan ook vaak oppas nodig. Bij de oudste drie kinderen was dat geen probleem. Maar bij Esther blijkt het opeens wél een probleem te zijn. Ze is ontroostbaar als de ouders weg zijn. Als beide ouders naar een koor-repetitie zijn belt de oppas radeloos op: ‘Ik krijg Esther niet stil. De andere kinderen zijn ook weer wakker’.

Uiteindelijk komt de moeder van Esther terug van de koor-repetitie. Waarom de moeder? Dat is omdat er op dit koor - net zoals op andere koren - een tekort aan mannenstemmen is. Maar dit terzijde.

Esther ontwikkelt zich anders dan de andere kinderen in het gezin. Als die jarig waren werd zo ongeveer de hele klas uitgenodigd. Het was een complete zoete inval. Als Esther jarig is wil ze ’s morgens oma op bezoek, ’s middags één vriendinnetje en ’s avonds mag de vaste oppas nog komen.

Esther is duidelijk anders dan de andere kinderen. Ligt dat aan de opvoeding? Nee dus, Esther heeft een ander temperament. Ze heeft dan ook een andere pasvorm nodig binnen de opvoeding. De ouders hebben er bij Esther dan ook voor gekozen om in de belangrijkste hechtingsfase meer rust in het gezin aan te brengen. Minder oppas, minder activiteiten, één van beide ouders is vaker thuis.

Het hoogtepunt van de eenkennige fase duurt van ongeveer 8 maanden tot ongeveer 1½ jaar. Eén van mijn opleiders, Prof. dr. Anton Dosen, noemt deze fase de eerste socialisatiefase.

Bij die fase past een bepaald patroon, een bepaalde houding in de opvoeding van de kant van de ouders of opvoeders. Maar dat is weer een verhaal apart. 

Zwembroek

Voor mijn verjaardag kreeg ik dus een nieuwe zwembroek. In geen tien jaar heb ik een zwembroek gedragen. Die miste ik ook niet. Een stropdas trouwens ook niet.

Hij stond ook niet op mijn verlanglijstje. En dan krijg je hem tóch. Wat heb je dan aan zo’n lijstje?

Uit: Peter van Straaten: Zijn we er al?

We zijn een week met vakantie aan zee. Tineke denkt dat ik met zo’n zwembroek wel de zee in zal gaan. Maar ik vind dat het zwemseizoen is afgelopen. Dat loopt van juli tot augustus. Maar dan is het te druk op het strand. Dus dan kom ik er ook niet. En als het niet druk is is het geen zwemweer. Dus ik heb helemaal geen zwembroek nodig.

Bovendien zijn er verschillende typen zwembroeken. Er zijn zwembroeken die in zout water oplossen. Volgens mij is dit zo’n exemplaar.

Volgens mij is die zwembroek dan ook helemaal niet bedoeld om de zee in te gaan. Er zit namelijk een zak in waar je je telefoon in kunt doen. Ik weet niet of jullie wel eens met je telefoon in een broekzak zijn gaan zwemmen, maar volgens mij doet hij het dan na afloop niet meer.

Kleinzoon J heeft dat de afgelopen zomer inderdaad uitgeprobeerd. Zijn telefoon deed het in elk geval niet meer. Daar waag ik mijn exemplaar niet aan. Allemaal malligheid. 

Hechting in vogelvlucht (3)

Om de hechting te begrijpen moet je bij baby's iets weten over de ontwikkeling en werking van de zintuigen.

De Amerikaanse kinderpsychiater Stanley Greenspan noemt in één van zijn boeken een meisje dat steeds ging huilen als haar moeder tegen haar sprak. Het leek wel of ze haar moeder afwees. Praatte haar vader tegen haar, dan oogde ze tevreden en begon ze al snel te lachen. Een psycho-analytisch georiënteerd psychiater zou kunnen zeggen dat de baby de moeder afwees omdat de moeder haar kind niet accepteerde. Maar er bleek iets heel anders aan de hand. De moeder had een scherpe stem. Bovendien ga je bij baby’s automatisch hoger praten. De dochter had een zeer gevoelig gehoor. De stem van haar moeder deed dus pijn aan haar oren. Toen de moeder leerde om lager en minder hard te praten kreeg ze prima contact met haar dochter…

Stanley Greenspan heeft een bijzondere methodiek ontwikkeld om contact te leggen met kinderen met 'special needs'. Die methode het de Floortime-methodiek. Ik heb daar mooie resultaten van gezien en de methodiek ook zelf wel toegepast. 

Vanaf de leeftijd van 7 maanden worden baby’s veel ‘kieskeuriger’. Een beperkt aantal mensen (3 tot 5) is erg belangrijk en andere mensen vormen min of meer een ‘decor’. Maar als je naar jezelf kijkt: hoeveel mensen durf jij zelf écht in vertrouwen te nemen? Dat zijn er vaak niet meer dan drie tot vijf.

In dit verband wordt wel gesproken van een hiërarchie van hechtingsfiguren: een klein aantal mensen aan wie je je hecht en bij waarbij de één belangrijker is dan de ander, maar waarbij de één toch ook vervangen kan worden door de ander.

Als een peuter alleen bij mamma wil zijn en niemand anders accepteert wordt er wel gesproken over een separatie-angststoornis. Een andere – verouderde – term is de symbiotische psychose.

Als de moeder van Steven (drie jaar) een avondje weg is blijft hij onder aan de trap huilen bij de deur waar zijn moeder door verdwenen is. Het lukt zijn vader op geen enkele manier om hem te troosten. Dat is niet alleen vanavond zo, dat is 'standaard' het geval. Alleen in de nabijheid van zijn moeder is Steven troostbaar. 

Van A tot Z (4)

Ouwerkerk is het oudste dorp op Schouwen-Duiveland, maar daar merk ik niet veel van, want ik laat het dorp rechts liggen. Als er een Ouwerkerk is moet er ook een Nieuwerkerk zijn. Daar ben ik vorig jaar maar liefst twee keer doorheen gefietst. 
Dorpskerk van Nieuwerkerk met vrijstaande toren

Ik kwam er door de UNA-straat en nog steeds weet ik niet wat de naam van die straat betekent. En ik was er op zoek naar een kerkje dat onvindbaar blijkt te zijn. Het was van de Katholiek Apostolische Kerk. Er werd één keer per jaar een dienst gehouden. Nu het laatste gemeentelid is overleden neem ik aan dat de gemeente ook is opgeheven. Maar waar staat of stond dat kerkje. Het is mij niet geopenbaard. Ik vraag het aan twee autochtonen, maar zij weten van toeten noch blazen.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is nieuwerkerk-1.jpg
Dorpsbeeld in Nieuwerkerk

Er zijn overigens genoeg andere kerken in Nieuwerkerk. De (grote) dorpskerk heeft een losstaande toren. De Duitsers hebben de toren in 1945 volkomen zinloos opgeblazen, dus het exemplaar dat er nu staat is nagebouwd. Daarnaast zijn er een Gereformeerde Gemeente, een Oud Gereformeerde Gemeente en een Hersteld Hervormde Kerk. En dat op 2700 inwoners. Er zijn twee supermarkten.

Nieuwerkerk ziet er ouder uit dan Ouwerkerk. Dat heb je ook wel eens met mensen. Je denkt dat de één ouder is dan de ander, maar het is precies omgekeerd. Zo is het hier ook. Het jongere zusje van Ouwerkerk ziet er ouder uit. Maar het is ook mooier. Zo zie maar weer: oud zijn hoeft niet lelijk te zijn.

Ook nu fiets ik er weer een rondje. De plaatselijke bevolking heeft zichzelf voornamelijk in huis geïsoleerd. Weinig mensen en ook geen zuinige Zeeuwse meisjes begeven zich op straat.

Nog een paar wetenswaardigheden uit Nieuwerkerk: 84% van de bevolking geeft aan alcohol te nuttigen, 51% zegt overgewicht te hebben, 19% is roker. Van de bevolking heeft 92% een Nederlandse achtergrond ('autochtoon'). Op het stembureau in het dorpshuis stemde 38% op de SGP, 12% op de VVD en 11% op het CDA. In 2019 werden er drie aangiftes gedaan bij de politie: één vanwege vernieling en twee vanwege geweld.