Ziekenhuisperikelen

Kliefje schrijft over haar recente belevenissen in het ziekenhuis. Zie: https://kliefje.me : Je moet wel bij de les blijven (19 oktober 2017).

Dat verhaal was me uit het hart gegrepen. Ik dacht dat een ziekenhuis een veilige plek was. Maar toen ik als gevolg van een hardhandige aanvaring met een wegpiraat in twee Duitse ziekenhuizen belandde (eerst het ene ziekenhuis en daarna het andere, anders werd het wat ingewikkeld) verbaasde het me wat er allemaal mis kon gaan. Maar dat was Duitsland.

Maar toen ik vervolgens ook nog in het drie verschillende bedden (eerst de ene, toen de andere en daarna weer een ander bed) in één Nederlands ziekenhuis werd neergeworpen verbaasde het me opnieuw wat er allemaal mis kon gaan. Ook in Nederland.

Neem alleen maar mijn buurman in het Duitse Krankenhuis. Hij moest geopereerd worden, kreeg een infuus en premedicatie en was na een half uur weer terug op zaal. Het metaal dat in zijn been geplaatst moest worden stond in Keulen vast in de file. Pas drie dagen later zou hij weer aan de beurt zijn. Hij is vervolgens door vrienden naar het café gereden en kwam ’s avonds stomdronken terug ‘op zaal’. Het werd een gezellige nacht…

Eerder was deze buurman al door zijn ziekenhuisbed gezakt. Het stortte compleet in. Omdat er geen ander bed beschikbaar was lag hij 48 uur op de grond op een matras.

Het apparaat dat mijn been in leven moest houden ging na drie uur stuk. Pas een dag later kon mijn been weer gereanimeerd worden.

En alle dagen dat ik pillen kreeg bleek de medicatie niet te kloppen. Ik kreeg ’s morgens alles voor de hele dag in een bakje en ik mocht zelf uitzoeken wanneer ik wat innam zonder dat ik wist wat wat was. Misschien heb ik wel ’s morgens een slaappil genomen. Er zijn ook pillen zoek geraakt.

En de hygiëne was zó ver te zoeken dat zelfs ik zag dat je hier gemakkelijk een infectie op kon lopen. Die heb ik daar dan ook (waarschijnlijk) opgelopen, of anders in de ambulance die mij naar Nederland reed.

Het Nederlandse ziekenhuis was meer ‘comfortabel’. Ik had een verstelbaar bed en een televisie. Wat een luxe! Maar vanaf dag één ging het mis met de medicatie. Eerst kreeg ik de verkeerde medicatie. Een dag later bleken tijden en dosering niet te kloppen.

Er waren tegenstrijdige berichten over het infuus dat in mijn arm werd aangebracht. Hoe dat precies zat weet ik niet, maar tot drie keer toe was er discussie naast het bed of het allemaal wel klopte en welke dokter nu wat had voorgeschreven.

De specialist had geboden dat ik mijn been absoluut niet mocht belasten. Maar de zuster vond dat dat juist goed was en ook dat ik zelfstandig kon douchen. Ik mocht het allemaal zelf regelen. Alleen mocht mijn been niet nat worden. Dat is een vak apart onder de douche.

De volgende zuster vond dat ik niet mijn bed uit mocht, want dat was door de dokter verboden.

Toen ik naar huis mocht bleek ik niet naar huis te mogen. Ook daar was allerlei verwarring over.

Nu kon ik het allemaal nog wel een beetje volgen, althans: ik kon begrijpen dat ik het niet allemaal kon begrijpen. En ook dat verpleegkundigen hun stinkende best doen maar soms ook moeten ‘dealen’ met tegenstrijdige informatie.

Toen ik wist dat er medicijnvergissingen mogelijk waren ging ik het zelf controleren.

Maar naast mij lag een dementerende mevrouw. Haar man was overleden, haar kinderen hadden geen contact met haar. Zonder familie en zonder mantelzorgers. Misschien had ik pech en ging het bij haar allemaal goed. Maar als dat niet zo was: je kon van haar niet meer verwachten dat ze het allemaal nog kon volgen.

Na een paar dagen mocht ze naar huis. Vier uur later was ze er weer. Ze was bij binnenkomst in het verpleeghuis gevallen en bleek haar heup te hebben gebroken.

Advertenties

Hagenees

Gisteravond belandden wij op een bankje in het Haagse Zuiderpark. Het Hagenees was mij een beetje bekend vanwege de Tegenpartij (Koot en Bie) en van zwerver Dirk. Maar nu konden wij het Hagenees nog eens life aanhoren.

Wat ons op het Haagse bankje opviel is dat de ziekte Kankah! in bijna iedere zin voorkwam. Deze ernstige ziekte was vermengd met nog veel meer engs. Zo liep er iemand langs die werd aangeduid als een kleretyfuskankamongool. Het was een donkere man, waarbij de één zei: “Je ziet hem denken, wat ken ik pikken?” en de ander reageerde met: “Dat ken helemaal niet, die tyfuslijer ken helemaal niet denken.”

Toen ze hoorden dat we uit Delft kwamen was de reactie: “Helemaal uit Delft? Helemaal op de fiets? Kankah, wat een end! Moet je ook nog helemaal terug dan?” (het is acht kilometer…).

Zij: “Je weet het die kankahdeur staat bij mij altijd voor iedereen open. Maar dat tyfuswijf as die weer voor de deur staat geef ik haar direct een trap in haar kankahmaag en pleurt ik haar direct weer naar buitah!”

Waarop oma aanvult: “Dat kankahwijf mot ook nog een kind opvoeden. Ze leg tot 12 uur in haar kankahbed. Ze is nog te beroerd om derzelf aan te kleje. ’s Avonds loopt ze nog in d’r tyfuskamerjas.”

Zij: “En weet je wie de vader is van dat kind? Dat is een doeana. Het was op een feessie. Ze had twee flessen whiskey achterovergeklapt en toen wilde ze wel. Ze zegt dat ze er niks meer van weet. Die kankahvader van dat kind werk op Schiphol maar hij is soms helemaal leip. Dan heb-ie weer een paar blowtjes gehesen.”

Zij tegen haar vriend: “Kankah! Wat doe jij nou met je blowtje? Het lijkt wel een kanon! Je heb er vandaag al vier van me gejat, dat spul ken wel op hoor!”

Om te voorkomen dat we high werden van de weedlucht zijn we na korte tijd maar weer op de fiets gestapt…

Rust ingestraald

“Eindelijk heb ik u te pakken” zegt de meneer.

Hij probeert van zijn fiets af te stappen, maar de stang zit hem in de weg. Uiteindelijk staat hij wijdbeens genoeg om de fiets tussen zijn benen gewoon op straat te leggen

“Ik had u al vaker gezien. En ik dacht: ‘die meneer moet ik nodig even spreken’. Ik heb in mijn leven veel meegemaakt en soms is het goed om dat eens te delen. En u leek mij zo’n aardige man. Daarom wilde ik u graag spreken. Maar u moet misschien weer ergens anders naar toe. Dan is het in ieder geval prettig dat we kennis hebben gemaakt.

Ik woon hier op de derde verdieping. Ik heb van alles gebruikt en gesnoven. Veel te veel eigenlijk. Mezelf de vernieling in geholpen. Maar nu heb ik het weer een beetje op een rijtje. Ik gebruik nog wel wat, maar niet zo veel. Iedere dag één snuifje coke. Dat mogen ze me niet afpakken. Dat heb ik nodig. En een aardige kamer. Maar wel duur hoor, 500 euro in de maand. En dat met een uitkering. Dan hou je niet veel over. Waar woont u trouwens?”

Het valt me op hoe vriendelijk de meneer uit zijn ogen kijkt. Hij is vermoedelijk iets jonger dan ik. Misschien ook wel veel jonger, want mensen die ‘gebruiken’ zien er al snel ouder uit. Keurig Nederlands taalgebruik. Een nette stropdas moet zijn verder verfomfaaide kleding wat camoufleren. ‘Komt uit een goed nest’ zou je denken. Wat zou er gebeurd zijn in zijn leven? Maar als ik daar aan begin haal ik de volgende afspraak niet.

“Ik ben de tweede zoon. We waren thuis met zijn zessen. Een groot gezin. Dat had je toen nog. Mijn ouders waren gelovig. Ik ook hoor, maar ik ga niet meer naar de kerk. Maar er is wel iets. En Jezus heeft ook echt bestaan. We waren met drie jongens en drie meisjes. Mijn broer helpt me om weer op de rails te komen. Ik ben namelijk net een tram. Hardstikke ontspoord. Maar nu sta ik weer op de rails. Alleen gaat het nog niet hard. Maar ik begin op gang te komen. Daar zou ik graag nog eens met u over willen praten. Nummer 306, dat is op de derde verdieping.

Maar ik vond het al fijn om even met u gepraat te hebben. Ik kan er weer even tegen. U hebt rust ingestraald. Dat heb ik af en toe nodig….”

Kampioenen zelfbedrog

Mensen beduvelen zichzelf en zetten daarbij ook andere mensen in. Aldus filosoof Roy Dings in de Volkskrant (14 september 2017).

Hoe zat het nu met dat volle plein in Washington bij de inauguratie van Donald Trump? Iedereen kon toch zien dat dat plein half leeg was? Heeft Trump de werkelijkheid verdraaid?

Trump gelooft zichzelf

Het kan best zo zijn dat Donald Trump het echt geloofde, stelt Roy Dings. Mensen zijn namelijk kampioen zelfbedrog. Als hun ego dreigt te worden aangetast omringen ze zich zoveel mogelijk met gelijkgestemden.

Trump omringt zich met Jaknikkers en tegensprekers moeten het veld ruimen. Zo kan hij het beste blijven geloven in het feit dat hij gelijk heeft. Als mensen op afstand iets anders naar voren brengen kan hij ze niet ontslaan. Maar dan noemt hij hun gegevens gewoon alternatieve feiten.

Facebook

Het werkt ook zo op Facebook, meent Dings. Je zet een foto op Facebook, je krijgt 125 likes en je weet zeker dat je een professionele foto hebt gemaakt. Want als je zoveel likes krijgt móét je wel iets goeds hebben geleverd. Zo belanden mensen die helemaal niet kunnen zingen op een talentenjacht op de televisie.

Lezingen

Dings kijkt ook naar zichzelf. Hij wordt nogal eens gevraagd voor lezingen. Soms weet hij het antwoord niet, maar dan praat hij er een eindje omheen. “Zo houd ik de mythe een beetje in stand dat ik er verstand van heb.” Vervolgens wordt hij weer elders uitgenodigd. “Daarmee houd ik ook bij mezelf het idee in stand dat ik best verstand van zaken heb.”

De eigen waarheid

In conflictsituaties zul je nog eerder merken dat mensen gelijkgestemden opzoeken. Ze versterken elkaar en luisteren daarmee steeds minder naar de anderen. Die worden in het denken geëxcommuniceerd. Een gesprek wordt gemeden, want dat is te bedreigend.

Er is dus geen verbinding meer. Er hoeft niet meer te worden nagedacht over de eigen standpunten. Op die manier creëert de groep zijn eigen waarheid die niet meer getoetst kan worden. “Iedereen vindt dat je fout zit.”

Het gaat dan dus al lang niet meer om de inhoud, het is een conflict op betrekkingsniveau.

Het onderzoek van Roy Dings werd gepubliceerd in het tijdschrift New Ideas in Psychology (2017).

Irrationeel kiezen

Ik heb een groot aantal neven en nichten.

Over de visie van één van mijn neven wil ik het nu even hebben. Dat is Eelco Henk Runia. Hij is historicus en psycholoog en docent aan de Rijksuniversiteit van Groningen.

In de NRC schreef hij dat het idee van de witte boze onderklasse, die Donald Trump aan een meerderheid heeft geholpen een mythe is.

In de 16e eeuw had je twee leiders die als ongeleide projectielen het toenmalige politieke toneel bespeelden: Cesare Borgia en paus Julius II.  Ze deden van alles wat je nu Trump ook ziet en hoort doen, alleen hadden ze nog geen Twitter.

Dat verbaasde de humanisten: hoe kun je zo bot zijn en er toch met de winst vandoor gaan? Ieder redelijk mens weet toch dat je zo niet moet denken en handelen. Volgens Machiavelli was de reden: deze twee mannen hebben niet succes ondanks, maar omdat ze zich niets gelegen laten aan de rede en ruim baan geven aan de stoutmoedigheid.

Geen redelijk denken

Volgens Runia hebben de democraten in de USA dezelfde denkfout gemaakt. Ze dachten dat op den duur ieder redelijk mens wel achter hun standpunten zou gaan staan. Ze waren daar zó overtuigd van dat ze meenden dat de winst hun niet meer kon ontgaan. Minderheden, jongeren en hoger opgeleiden zouden een zó groot electoraal potentieel vormen dat ze de winst min of meer in de schoot geworpen zouden krijgen. En dan komt er een politicus als Donald Trump en die gaat er met de electorale winst vandoor.

Maar ook in de Nederlandse middenpartijen heeft men steeds weer gedacht dat het redelijke alternatief het zou winnen van de politieke bewegingen die met scherpe stellingen eenzijdig bepaalde thema’s benadrukken. Alsof de geschoolde kiezer (en dat zijn de meeste mensen in Nederland) per definitie ook redelijk zou stemmen.

Meritocratie

Waarom wint volgens Runia het populisme terrein? “Omdat de overheid eenzijdig het meritocratisch contract met de burger heeft opgezegd.” Dat idee houdt in dat de sociaal-economische positie van elk individu is gebaseerd op zijn of haar verdiensten.

Zodra je bepaalde groepen voorrang geeft boven anderen krijg je dat burgers dat niet pikken. Als je zes jaar op een huurwoning wacht en iemand uit het buitenland krijgt binnen drie maanden een huurwoning toegewezen, dan roept dat een gevoel van onrechtvaardigheid op. Je kunt rationeel bedenken dat je iemand niet zes jaar in een tentje kunt laten wonen, maar die ‘rede’ werkt op zo’n moment niet. Als vrouwen voorrang krijgen loop je ook dat risico. “Als grote groepen zich gepasseerd voelen voedt dat volgens mij het populisme.”

Sprong in het duister

En dan zijn mensen bereid om irrationeel te stemmen, ook al weten ze dat het een sprong in het duister is. Ze zijn bereid om risico’s te lopen omdat ze de huidige status quo als onrechtvaardig beschouwen.

Dus toch weer boos, maar niet alleen de witte onderklasse…

Sits

Zaterdag waren wij in het Fries Museum. Daar was het droog.

Het oude museum was mij welbekend, maar bij het nieuwe had ik alleen voor de voordeur gestaan.

Het is een bijzonder museum, gebouwd van de erfenis die architect Bonnema speciaal voor dit doel had nagelaten (18 miljoen euro).

In het museum lopen diverse langlopende tentoonstellingen. Uiteraard is er allerlei aandacht voor de Friese taal en cultuur. Daar kon ik mijn hart ophalen. Maar er was ook een bijzondere tentoonstelling over textielbewerking. De oorsprong lag in India, maar pas later begreep ik de link met Friesland: die lag in één van de Friese steden: Hindeloopen. Binnen liep een poes, maar buiten zag ik een Hindeloopen.

Van de site van het Fries Museum pluk ik de volgende informatie: “Glanzend, gebloemd, handbeschilderd katoen uit India dat vanaf de 17de eeuw de wereld veroverde. Dat is sits. De prachtige patronen voelen vertrouwd en dragen tegelijkertijd een bijzonder verhaal met zich mee. Sinds de VOC de exotische stoffen naar Nederland bracht, is sits niet meer uit onze kledingkast weg te denken. De tentoonstelling neemt je mee op een reis van India naar Hindeloopen, Indonesië en Japan. Bovendien ontdek je dat kunstenaars en vormgevers zich tot op de dag van vandaag laten inspireren door het ambacht. Sits, katoen in bloei is te zien van 11 maart tot en met 10 september 2017.”

Eén van de ruimtes in het Fries Museum is van top tot teen ‘behangen’ met dit textiel. Dat gaf de ruimte een bijzondere sfeer. We zijn er extra lang ‘blijven hangen’. Tineke was er helemaal ondersteboven van.

Het Hamburger Geluksmodel

Alle mensen streven naar geluk.
 Maar hoe maak je je keuzes? Streef je naar geluk nu, of stel je een beetje geluk uit om later nóg gelukkiger te zijn. Kun je je geluk bewust volgen en beïnvloeden?

Volgens mij is geluk niet maakbaar. Toch streven we op een bepaalde manier wel geluk na. Hoe doen we dat dan?
Tal Ben-Shahar (hoogleraar op Harvard University) keek om zich heen en zag erg veel mensen met hamburgers. Toen bedacht hij het hamburger-geluksmodel.

1. De smakeloze hamburger
Je snapt niet dat mensen zo’n hamburger eten. Hij is niet lekker en ook nog eens ongezond voor de toekomst. Dit zijn de mensen die de hoop op geluk hebben opgegeven. Het is nu eenmaal zo, het gaat toch niet goed.

2. De vegetarische hamburger
Van deze hamburger geniet je niet echt (vermoedelijk is Tal Ben-Shahar zelf geen vegetariër). Hij is mager, er zit geen vlees in, maar wél is hij zeer gezond. Ik bedoel nu die Hamburger en niet de bedenker van het model.

Dit zijn de mensen die nu niet de winst durven te nemen. Ze genieten niet van hun vrije tijd: er moet gewerkt worden. Vakantie is iets voor later. Maar ja, dat kan wel eens flink tegenvallen…

3. De junkfoodburger
Dat zijn de mensen die nú de winst nemen. Maar ja, straks heb je niks meer, want de hamburger is zó vet en zó ongezond dat je het over een paar jaar moet bezuren. Het zijn de mensen die nu alles op alles willen zetten om maximaal te genieten, maar die geen zinvolle doelen nastreven voor de toekomst.

4. De ideale burger
Mensen die nu durven te genieten van een smakelijke, gezonde burger denken tevens aan hun gezondheid voor de toekomst. Ze lopen niet de eerste de beste fastfoodwinkel binnen, maar gaan bewust op zoek. Ze hebben twee maal winst. Ze kunnen nu genieten, maar investeren ook in het geluk voor de toekomst.

Ben Shahar heeft voor mensen een aantal oefeningen opgesteld om hun geluk in kaart te brengen. Of daar vanzelf uit rolt wat voor soort hamburger je zelf bent heb ik niet uitgezocht…