Zoek de rekenfout

Ook deze grafiek werd massaal gedeeld op Twitter. En… het klinkt allemaal zo logisch. Bovendien: de bron was toch het RIVM? Wat klopt er dan niet?

De inschatting van het RIVM is dat er in de herfst 36.000 mensen in het ziekenhuis kunnen belanden met een besmettelijke variant van het covid-virus.

Dit schema focust op de IC-bedden. Er zouden 108 ongevaccineerden met covid-19 op de IC belanden. Maar die 0,3% klopt niet.

Het gaat in deze prognose om 0,3% van de 1,8 miljoen mensen. Dat zijn dus 5400 mensen die een beroep doen op een IC-bed. We weten dat die capaciteit er niet (meer) is, óók niet als deze mensen gespreid worden opgenomen.

Trouwens, ook die 36.000 (extra) opnames zullen een zware extra belasting betekenen voor de ziekenhuiszorg. En dan heb ik het nog niet over de 9000 mensen die thuiszorg nodig hebben.

Het kan allemaal natuurlijk meevallen. Maar het kan ook tegenvallen, als ook gevaccineerden toch een ziekenhuis-opname nodig blijken te hebben.

Ik vind dat de overheid teveel wed op één paard: de vaccinaties. Er zijn meer maatregelen die een positieve rol kunnen spelen. Maar nét doen of er niets aan de hand is: dat is veel gevaarlijker. Het is geen populaire boodschap, maar ook  dit najaar zullen we nog voorzichtig moeten blijven.

Misleidende statistiek

Het Engelse RIVM geeft wekelijks een nieuwsbrief uit over de stand van zaken rond Covid-19. Sinds januari 2021 wordt ook het aantal vaccinaties vermeld.

Op Twitter wordt onderstaande statistiek gretig gedeeld. Zoals je aan de grafiek kunt zien sterven er véél meer dubbel gevaccineerde mensen dan ongevaccineerde mensen. Conclusie voor de niet-oplettende lezer: het vaccin is dodelijker dan het virus. Een variant op deze statistiek gaat ook op Twitter rond: in Israël zouden vooral gevaccineerden sterven aan corona.

Sommige scribenten voegen daar nog aan toe dat dit allemaal in het plan van het World Economic Forum (WEF) zit: om te overleven moet het aantal inwoners op aarde drastisch worden beperkt. De advocaat die wederrechtelijk een ROC in Drachten binnen drong zegt zelfs: Ik ben er van overtuigd dat niemand de vijf jaar na vaccinatie zal overleven.

Een kennis die mij bijna dagelijks informeert hoe gevaarlijk de vaccins zijn – en hoeveel mensen er in haar omgeving doodziek zijn geworden na vaccinatie – stuurde mij ook deze grafiek toe. Daarnaast beklaagt ze zich er voortdurend over hoe ze als tweederangsburger behandeld wordt.

Maar wat is er mis met de bovenstaande tabel? Daar is niets mis mee. De misleiding zit in de grafiek. Er wordt de suggestie gewekt dat die ook van het PHE (Public Health England) komt. Maar die grafiek is er in geflanst. En dan zie je het in één oogopslag: meer dan twee keer zoveel doden als je dubbel gevaccineerd bent!

Misleiding door de grafische voorstelling

De grafiek is misleidend omdat er niet bij wordt verteld hoeveel mensen er gevaccineerd zijn. In het Verenigd Koninkrijk is bijvoorbeeld 95% van de 70-plussers dubbel gevaccineerd. En onder die groep ligt het sterftecijfer uiteraard hoger. Dat komt niet door vaccinatieschade. Zeventig-plussers gaan nu eenmaal eerder dood dan 70-minners.

Opmerkelijk is dat Willem Engel bij corona vorig jaar steeds vermeldde dat de 70-plussers aan onderliggend lijden zijn overleden. Sinds januari 2021 (het begin van de vaccinaties) overlijden diezelfde 70-plussers opeens aan vaccinatieschade. 

De tweede vertekening is dat de grafiek geen rekening met het aantal inwoners dat wél en niet gevaccineerd is. In het VK zijn 43,5 miljoen inwoners volledig gevaccineerd. Hoe ouder de mensen zijn, des te hoger ligt het percentage. Er zijn 23 miljoen mensen niet gevaccineerd, waaronder vooral kinderen en jongeren.

Dit is wat er bijna standaard gebeurt bij zogenaamde corona-sceptische auteurs: men plukt een stukje uit de cijfers ( cherry-picking ) en gaat er daarmee vervolgens aan de haal. De bron op zichzelf klopt, maar het gevolg wordt ontdaan van de context. En soms maakt men het nog bonter. Zo waren er ook al mensen in het VK overleden aan vaccins voordat men begonnen was met vaccineren en er waren al honderden miskramen geregistreerd terwijl er nog geen 40-minners werden gevaccineerd.

Dat is meer gevaccineerden overlijden is een logisch gevolg van de leeftijds-opbouw bij de vaccinaties. Zelfs bij de oudste groep gevaccineerden (90 +) is de kans op een ziekenhuisopname - ook als ze alsnog besmet raken met covid - met 70% gedaald. De illusie die wordt gewekt dat vaccins gevaarlijker zijn dan covid-19 valt dan ook onder het kopje misleiding. 

Waar was Henk op 9/11?

Het antwoord luidt: Henk was er even niet. Hij was zojuist onder zeil gebracht in een universitair ziekenhuis. Hij was zich dan ook van geel enkel onheil bewust.

Toen hij bijkwam was er sprake geweest van enige paniek bij het verpleegkundig personeel. Er waren toeters en bellen gaan rinkelen vanwege een ademhalingsstilstand. Maar de dienstdoende specialist was niet aanwezig. Hij zat elders het ingelaste extra Journaal te bekijken.

De dienstdoend specialist sprak mij later en vertelde wat er aan de hand was in de wereld. Ik kon het me niet voorstellen. Mijn reactie was slechts: ‘Ik kan ook niet even buiten westen zijn of het gaat mis in de wereld.’

Voor straf moest ik langer in het ziekenhuis blijven. Pas de volgende dag zag ik op de TV wat er aan de hand was in New York. 

Telefoonverslaving (slot)

Het valt me op dat sommige mensen zo ongeduldig worden als je niet meteen reageert op een appje. Bij mij is de oorzaak dat ik mijn telefoon regelmatig niet in de buurt heb liggen. Bovendien hoor ik niet dat er appjes binnen komen. Dat vind ik wel zo rustig. 

Waarom zou iemand altijd meteen bereikbaar moeten zijn? Ik ben toch geen dokter die dienst heeft?

Kennelijk is de verwachting van mensen (sinds de komst van de mobiele telefoon) dat iedereen altijd de telefoon bij zich heeft en ook direct reageert. Ik heb hem wel bij de hand als ik weet dat er op mijn werk een dringende vraag speelt. Maar verder: als ik mijn telefoon tegen kom kijk ik er op. Ik hoef niet alles meteen te weten.

Inmiddels is de PSUS ontwikkeld. Dat is de Problematic Smartphone Use Scale. Ja, tegenwoordig willen we alles meten, want daarmee denken we ook alles te weten. Dat is op zichzelf ook al weer een problematisch verschijnsel. Uit de eerste versie van die schaal bleek dat gebruikers van de smartphone geen enkel idee blijken te hebben hoeveel tijd ze besteden aan hun smartphone. Ze onderschatten bijna standaard hun smartphone-gebruik.

Het gemiddelde smartphone-gebruik van alle (640) smartphone-gebruikers uit dit onderzoek was 90 minuten per etmaal. Hoe jonger de deelnemers waren, des te vaker zaten ze op hun mobieltje. Dat begrijp ik wel: ouderen moeten eerst hun leesbril zoeken.

Het hangt er natuurlijk wel vanaf wat er allemaal op je smartphone aan functies zit. Het meest gebruikt was bij de onderzoeksgroep Facebook, bijna de helft van de deelnemers gebruikte deze functie op de telefoon. Ik heb begrepen dat dat gebruik eindeloos is. Twitter en WhatsApp staan op de tweede plaats: 35% .

Een stelling die de onderzoekers meegeven is dat als mensen minder goed in hun al dan niet gebruinde vel zitten, dat ze dan ook vaker ‘op hun telefoon gaan zitten’.

Dat is overigens een kenmerk van alle verslavingen: naarmate het slechter gaat neemt het verslavingsgedrag toe. Het geldt ook voor dwangmatig gedrag. De dwang neemt toe naarmate mensen slechter functioneren. Er is ook een duidelijk verband tussen de neiging tot dwang en het ontwikkelen van een depressie.

Tegelijkertijd moet je je altijd weer afvragen: wat was er eerder, de kip of het ei? Word je bijvoorbeeld depressiever van meer smartphone-gebruik? Of was je depressief en ga je daardoor de smartphone vaker gebruiken. Ik denk dat het én-én is: ze versterken elkaar.

Opmerkelijk is ook weer in deze studie het verband tussen narcisme en frequent smartphone-gebruik. Narcistische mensen willen graag van alles over zichzelf delen. Ze zijn bijzonder en iedereen moet weten dat ze bijzonder zijn. En elke keer een nóg mooiere weggerimpelde selfie.

Nu stop ik er weer mee, anders wordt deze serie verslavend. Mogelijk is de komst van de smartphone één van de grootste veranderingen in de samenleving (ook in de derde wereld).

Het gebruik van de smartphone is handig, maar kent ook veel problematische kanten. Maar als het goed is ben je oud en wijs genoeg om je eigen gedrag wat bij te kunnen sturen. 

Telefoonverslaving (3)

Koreaans onderzoek ziet een verband tussen het ervaren van stress en het risico op het afhankelijk worden van de smartphone. Hoe meer stress je ervaart, des te afhankelijker word je van je telefoon. 

Wat zijn voorspellers van problematisch smartphone-gebruik? De eerste risico-factor is een open deur: de tijd die je aan de smartphone besteedt.

Daarnaast blijken voorspellers te zijn:

  • het minder open zijn naar anderen toe, het zich afsluiten van rechtstreeks sociaal contact
  • emotionele instabiliteit
  • minder geordend, minder verantwoordelijk in denken en handelen, minder gewetensvol zijn

Drie voorbeelden

Kinderen spelen op een grasveld in een park en de vader of de moeder zitten vrijwel onafgebroken ‘op hun telefoon’. Dat is een voorbeeld van het zich afsluiten, maar ook van het minder nauwgezet zijn in het denken en handelen. Als ouder van (zeker) jonge kinderen in een buitenspeelsituatie moet je een voortdurend lijntje houden met je kinderen.

Een tweede voorbeeld: de patiënt zit bij de tandarts in de stoel, de telefoon gaar en de patiënt zegt: ‘Ik moet even opnemen, want dat is mijn vriend.’ En ze neemt gewoon de telefoon op. Vroeger zou ik gedacht hebben: dat gebeurt toch niet? Inmiddels heb ik dit meerdere malen (als observator bij tandartsbehandelingen) zien gebeuren.

Een derde voorbeeld: een student zit op de – onverlichte – fiets te appen. Hij rijdt in mijn richting. Om hem te waarschuwen geef ik een gil. Hij schrikt, valt van zijn fiets, staat op en fietst al append weer verder. Dan denk je: hoe maf kun je zijn? Leer je er dan niets van. Nu was het een fiets, de volgende keer is het een auto.

Naast de bovengenoemde kenmerken blijken vooral jongere mensen die geïnteresseerd zijn in technologie ook vatbaarder te zijn voor smarthone-verslaving.

An investigation into problematic smartphone use. Door: Zaheer Hussain, Mark D. Griffiths en David Scheffield, Nottingham Trent University, 2017

Telefoonverslaving (1)

Bestaat er een verband tussen afhankelijkheid van je smartphone en narcisme, angst of persoonlijkheidsfactoren? Daar wilden drie psychologen van de Universiteit van Derby (VK) wel eens meer van weten. Ze belden 640 mensen op en gingen met hun verhaal aan de haal. 

Die 640 mensen (van 13 tot 69 jaar oud) kregen een aantal vragenlijsten voorgelegd. Dat blijft natuurlijk altijd subjectief, maar je moet toch wat. Ook werd (en dat klopt dan wel) hoeveel tijd deze mensen aan hun smartphone besteedden. Waarschijnlijk meer dan aan hun partner als ik de uitkomsten zie.

Een paar cijfers uit eerder onderzoek (onder 2100 Amerikaanse jongeren):

  • 60% van de ondervraagden werd onrustig als ze een uur lang hun smartphone niet konden raadplegen
  • 54% checkte de smartphone als ze in bed lagen
  • 39% keek tussendoor op de smartphone terwijl ze in de badkamer bezig waren
  • 30% checkte de telefoon tijdens de maaltijd in aanwezigheid van anderen.

Het meest verontrustende vind ik overigens de hoeveelheid tijd die ouders aan hun telefoon besteden als ze met de kinderen bezig zijn. Ik zie dat in de trein en in de speeltuin: kinderen gaan vooral hun eigen gang en ouders kijken vooral op hun smartphone. Voorlezen, iets laten zien (buiten), samen spelen is er weinig meer bij. Gelukkig zijn er natuurlijk ook goede uitzonderingen.

De ontwikkeling in de samenleving past in de lijn van de vorige blogs over de veronderstelling van het groeiend narcisme in de samenleving: mensen gaan steeds meer hun eigen gang. Kinderen die een groot deel van de dag op de ipad zitten en ouders die voortdurend hun smartphone checken.  

Check habit

Het checken van de telefoon wordt wel ‘check habit’ genoemd. Regelmatig botst er iemand bijna tegen mij aan die bij het uitstappen van de trein of op de fiets nog even moet kijken wat er voor berichtje binnen komt.

Persoonlijkheidsfactoren

Heeft die afhankelijkheid van de telefoon ook met persoonlijkheidsfactoren te maken? Het blijkt dat de hoge frequentie aan ‘check habit’ o.a. te maken heeft met leeftijd (jongeren onder de 20 jaar doen dat het vaakst) en dat mensen met een laag gevoel van eigenwaarde ook veel vaker hun telefoon checken.

Extraverte mensen checken de telefoon o.a. om goed op de hoogte te blijven van gebeurtenissen in hun sociale omgeving. Introverte mensen gebruiken de telefoon meer om rond hun eigen leven informatie te verstrekken.

Gevoeligheid voor telefoonverslaving

Welke mensen zijn gevoelig voor een telefoonverslaving? Er wordt o.a. een verband gezien met neuroticisme; neurotische mensen willen alles onder controle houden. Je mag dus ook niets missen. Mensen die de neiging hebben om dwangmatig te zijn (obsessief-compulsieve stoornis) zijn ook gevoeliger voor obsessief gebruik van de telefoon.

Deze trekken staan ook in verband met depressies (dwang en depressie gaan vaak samen). Geen wonder dus dat er ook een verband wordt gezien met depressieve kenmerken. En tenslotte blijken mensen met ADHD gevoeliger voor telefoonverslaving. Eerst kon ik dat verband niet direct begrijpen, maar het is toch wel logisch: met de telefoon in de buurt word je meteen afgeleid.

Uit: An investigation into problematic smartphone use. The role of narcissism, anxiety and personal factors. Door Zaheer Hussain, Mark D. Griffiths en David Sheffield, University of Derby, najaar 2017. 

Het eigen gelijk en de wetenschap

In vervolg op het blog over Dolores Cahill: ook mensen met hoge opleidingen kunnen met hun uitspraken flink de fout in gaan. 

Regelmatig lees ik dat mensen zich beroepen op Nobelprijswinnaars, ‘dus dan is het waar’. De problemen ontstaan echter wanneer die Nobelprijswinnaars uitspraken doen buiten hun eigen vakgebied. Linus Pauling raakte bijvoorbeeld geobsedeerd door het idee dat megadoses vitamine C veel ziekten zouden kunnen genezen. Luc Montagnier, de mede-ontdekker van hiv, is nu helemaal overgestapt naar de alternatiee geneeswijzen.

Eenmaal behaalde resultaten in het verleden bieden geen garantie voor het gelijk in de toekomst

Dat mag, maar je moet je bij die overstap niet beroepen op het feit dat het wel goed moet zijn omdat je Nobelprijswinnaar bent. Die Nobelprijs werd toegekend vanwege een heel ander werkgebied. Met name dat buiten het eigen vakgebied treden en daar op grond van andere verdiensten een beroep op doen wordt door het OSS een groot gevaar genoemd.

Natuurlijk kun je wel hypothesen opwerpen en daar komen ook originele gedachten uit voort, maar de fout zich in het algemeen geldig verklaren. Een immunoloog is niet automatisch een viroloog en een huisarts is niet meteen een deskundige op het gebied van het effect van Vitamine-C. Je kunt niet op basis van ervaring binnen één praktijk zeker weten wat wél en wat niet werkt.

Daarnaast, schrijven de auteurs, is het beoordelen van wetenschappelijke artikelen is op zichzelf al een uitdaging. De peer review van manuscripten vóór publicatie is slechts één laag van deze kritische beoordeling. Slechte statistieken en twijfelachtige methodologieën kunnen gewoon verspreid worden, totdat iemand die wat dieper heeft doorgespit opeens ontdekt wat er aan mankeert (zoals het HCQ-onderzoek van Diedier Raoult waarbij stevig met de cijfers gerommeld was).

Ook eigen waarden en normen kunnen een dusdanige sturing geven aan de uitkomsten dat de interpretatie van de gegevens naar één kant wordt gestuurd. Zo zien we momenteel tal van publicaties waarbij de hang naar individuele vrijheid dermate sturend is dat de bewijzen voor het eigen gelijk alsmaar worden uitvergroot en de andere kant van het verhaal gebagatelliseerd wordt (‘covid-19 is slechts seizoensgriepje’).

Persoonlijkheidskenmerken spelen een rol

Tenslotte: onderzoekers die graag en veel de publiciteit zoeken hebben bij kritiek de neiging om hun gelijk extra te onderstrepen. Mijns inziens geldt dat met name die personen die solistisch werk doen, zonder dat ze worden bijgestuurd door collega’s binnen hun team. Het teruglopen van de aandacht in de media leidt dan tot het doen van nóg meer en nóg scherpere uitspraken.

Daar komt nog bij dat je de meeste aandacht krijgt als je flink tegendraads handelt. Voor die solistisch opererende opiniemakers is het zeer verleidelijk om op allerlei manieren in the picture te blijven. Het levert niet alleen veel aandacht, maar ook veel geld op. Je wordt op die manier een goeroe.

En als je toch minder gevolgd wordt, dan dompel je jezelf onder in de rol van slachtoffer. Je wilde wel, maar de MSM zijn bevooroordeeld en Big Pharma heeft teveel macht. Jij zette je in voor de mensheid, maar je werd niet begrepen.

Daar hoef ik geen namen bij te noemen: je komt ze vanzelf tegen en de komende maanden ook steeds vaker.

De hersenscheten van Dolores Cahill

Wil je een wandelende verzameling van álle sceptische theorieën die rond covid-19 de ronde doen, dan heb je aan mevrouw Dolores Cahill een goede. Ze wandelt er niet alleen mee, ze verspreidt ze ook. 

Ik doe haar niet helemaal recht: ze is geen aanhanger van de Qanon-beweging van David Icke. Je zult haar niet horen zeggen dat je met een vaccinatie ook een chip in je lichaam krijgt.

Dolores Cahill studeerde immunologie. Tot voorkort gaf ze college aan de eerste jaars-studenten van de medische faculteit in Dublin. Het vak dat zij doceerde heet ‘Wetenschap, medicijnen en samenleving’. Daarnaast was ze actief binnen de nationalistische Irish Freedom Party. Daar is ze geschorst als lid. Zelfs die rechtse partij vond haar opvattingen te extreem.

Het komende jaar geeft ze ook geen colleges meer aan eerstejaars-studenten. Des te meer tijd heeft ze nu om haar alternatieve theorieën rond covid-19 te verspreiden. Momenteel is ze voorzitter van de World Freedom Alliance. Daar wordt ze nadrukkelijk gepresenteerd als hoogleraar, maar volgens Nederlandse normen zou ze gewoon docent zijn. Ze deed geen wetenschappelijk onderzoek. Ik geef ook nog steeds af en toe les aan de universiteit, maar ik ben slechts een verstrooide professor.

Voorbeelden van haar opvattingen zijn allerminst onbekend. Je leest ze ook bijna dagelijks op bijvoorbeeld de site van Viruswaarheid (Willem Engel), al is de HCQ nu vervangen door Ivermectine.

  • COVID-19 wordt voorkomen door vitamine C, D en zink in te nemen
  • De meest effectieve behandeling van een Covid-19 infectie is HCQ
  • Het dragen van een neus/mondmasker leidt tot zuurstofgebrek en daarmee ook tot een daling van het IQ
  • Fysieke afstand is niet nodig. Alleen de mazelen, TBC, pokken en ebola worden door fysieke nabijheid overgedragen
  • Een persoon die een ander vaccineert met een RNA-vaccin kan worden aangeklaagd voor moord.
  • Toen de eerste ouderen in het VK werden ingeënt met Pfizer voorspelde ze dat de meeste van deze mensen de komende maanden ernstig ziek zullen worden en dat miljoenen ouderen zullen overlijden.
  • Vaccins zijn niet nodig. Wie eenmaal op natuurlijke wijze covid-19 heeft opgelopen is voortaan levenslang immuun voor deze ziekte. Dus laat het virus maar rondgaan in de samenleving.
  • Gezondheid is een kwestie van persoonlijke verantwoordelijkheid. Ziektes worden voorkomen door gezond te eten, zonlicht op te nemen en de juiste supplementen te kopen. Wie ziek wordt heeft dat aan zichzelf te wijten.

In een analyse van de denkbeelden van Dolores Cahill schrijft McGill van het Office for Science and Society (OSS, augustus 2021) dat het spanningsveld tussen academische vrijheid (mensen in de wetenschap moeten onbevangen hun denkbeelden kunnen uitdragen) en de vraag naar de wetenschappelijke onderbouwing hier weer duidelijk aan de orde is. Er werden al eerder vraagtekens gezet bij de opvattingen van mevrouw Cahill, maar de universiteit was terughoudend in het nemen van maatregelen. Academische vrijheid was en is een groot goed.

Aan de andere kant waren veel van de opvattingen van mevrouw Cahill niet onderbouwd. Ze bleek hier echter niet op aanspreekbaar te zijn. De HCQ onderzoeken bleken statistisch onbetrouwbaar te zijn en wetenschappelijke gatenkaas te zijn, vitamine C, D en zink voorkomen covid-19 niet, mensen kunnen (gevaccineerd of niet) bij herhaling ziek worden van covid-19 en er zijn geen miljoenen ouderen in het VK binnen enkele maanden overleden.

Mevrouw Cahill neemt haar eenmaal ingenomen standpunten echter niet terug. Er is bij haar geen sprake van voortschrijdend inzicht. En dat is nu juist één van de kenmerken van het wetenschappelijk werk.

In het artikel las ik een aardig woord voor de wijze waarop mevrouw Cahill haar mening verspreidt. Ze laat hersenscheten. Ze is geen expert op alle gebieden die ze meent te kunnen overzien. Ze is expert in het laten van hersenscheten. 

Zwarte Piet

Vanmorgen schreef ik over Zwarte Piet. Eén keer in mijn werkzame leven ben ik zelf omgebouwd tot Zwarte Piet. Ruim 40 keer verscheen ik als Sinterklaas.
Henk 50 als Zwarte Piet

Voor sommige mensen schijnt het een racistische actie van ongekende omvang te zijn als je je laat verkleden tot Zwarte Piet. Ik was me destijds van geen kwaad bewust.

Wat wél een probleem was dat de afschmink op het Amsterdamse dagverblijf waar ik als Zwarte Piet op had getreden zoek was geraakt. Ik besloot daarom in gewone kleding maar met een zwart gezicht naar huis te gaan. Met het OV. Op het perron was ik even vergeten dat ik zwart was. Totdat ik merkte dat sommige mensen wat vreemd naar mij keken.

Poes Poes zag er graag goed gekleed uit

In de trein kwam een hele grote donker getinte man tegenover mij zitten. Hij keurde mij echter geen blik waardig.

Toen de conducteur langs kwam keek ze naar mij, naar de foto op mijn abonnement en weer naar mij. Ze vertrok geen spier. Maar achter de klapdeuren hoorde ik haar opeens proesten van het lachen.

Thuis dook onze zwarte poes Poes van schrik onder de bank. Poes Poes had de schrik in de benen van een inbraak die een paar weken eerder in ons huis had plaats gevonden.

Wij waren toen o.a. onze identiteit kwijt geraakt benevens tal van andere spullen. En Poes Poes moest niets meer van verdwaalde vreemdelingen in huis hebben die opeens via een klapraam naar binnen waren gekomen. 

Pinstoring

Op vrijdagmiddag werd het tijd voor het doen van de boodschappen voor het weekend. Deze boodschappen scoor ik bij voorkeur bij één van de drie plaatselijke Plus-winkels. 

Geleidelijk werd de kar steeds voller. Ik had dan ook twee fietstassen mee. In de gangpaden pleegde ik regelmatig telefonisch overleg met Tineke, want wat precies ‘zuiver vegan’ is, waar geen suiker aan is toegevoegd, waar geen harde vetten in zitten en wat biologiscch licht afbreekbare onverzadigde zachte vetzuren zijn, dat weet ik allemaal niet. Gelukkig ben ik sinds enige tijd in het bezit van een mobiele telefoon. Dat is nodig vanwege die ingewikkelde boodschappen.

Bij de kassa stond een file. Het bleek dat er een plotselinge pinstoring had toegeslagen. Ik bestudeerde het karretje, maakte een inschatting van het af te rekenen bedrag, telde de contante zegeningen in mijn portemonnee en kwam tot de conclusie dat de boodschappen onbetaalbaar waren.

Wat zouden jullie in het onderhavige geval doen? Ik overwoog om een deel van de boodschappen terug te zetten in de belendende vakken van de winkel. Dan kon ik voor de rest van de boodschappen contant betalen. Dat vond ik een redelijk slimme oplossing voor iemand met een beperkt en onhandig IQ.

De tweede optie was dat ik het karretje kon laten staan, naar de Albert Heijn in de wijk zou fietsen (daar staat een geldautomaat), contant geld tevoorschijn zou toveren, mijn karretje weer op zou halen in de Plus en dan alle boodschappen contant zou kunnen betalen. De vraag was alleen of niet mét een pinstoring ook de geldautomaat buiten westen zou zijn geraakt.

De derde optie was de werking van de koffiemachine in de Plus. Sinds de karretjes weer 50 cent kosten is de koffie weer gratis. Ik besloot dus koffie te gaan drinken.

En ziedaar: toen ik het bekertje koffie leeg had was ook de pinstoring opgeheven. Dat kan geen toeval zijn. Het is nu onomstotelijk bewezen dat het drinken van een kop koffie een probaat middel tegen een pinstoring. Viruswaarheid-voorman Willem Engel had het verband niet beter kunnen bedenken.

Eenmaal buiten bleek het slot van mijn fiets defect te zijn geraakt. De metalen boog van het slot bleef niet op zijn plaats zitten. Daardoor zakte die boog steeds tussen de spaken. Dat had een ratelend geluid tot gevolg. En het was niet goed voor de spaken.

Als je slot defect is wordt het tijd voor een nieuwe fiets. Maar het was tijd om eerst de boodschappen thuis te bezorgen. Toen ik eenmaal binnen was ging ik niet meer naar buiten. Dus ik kocht geen nieuwe fiets.