Vechtscheiding en zorg

De vader kwam met zijn zoontje naar de tandarts. Het zoontje had behoorlijke kiespijn. De tandarts stond er bij en keek er naar...

Ze had eerder meegemaakt dat er een strijd was losgebarsten rond het gebit van dit jongetje. Toen was de moeder (mee) op bezoek gekomen. De tandarts vond toen dat er een kies getrokken moest worden. Dat gebeurde ook. Maar toen de vader dat bericht hoorde was hij in woede ontstoken. Hij dreigde met een rechtzaak.

Strijd van twee exxen

De tandarts vroeg nu aan de vader of zijn ex niet – voorafgaand aan de behandeling – geraadpleegd moest worden. Dat vond de vader helemaal niet nodig. Daar kwam alleen maar ruzie van. De tandarts wist immers wel wie zijn ex was en hoe zij in elkaar stak.

Van het vorige consult wist de tandarts ook dat de moeder heel boos was dát er een kies getrokken moest worden. Want dat kwam allemaal door vader. Die lette niet op als zijn zoontje bij hem was. Dan werd er ongecontroleerd gesnoept. En er werd niet gepoetst. Het was dus de schuld van de vader dat er een kies getrokken moest worden…

Wat we ook weten is dat het hoogstwaarschijnlijk is dat als moeder ‘nee’ zegt dat vader dan ‘ja’ zegt en als vader ‘ja’ zegt, dat moeder dan ‘nee’ zegt. Want zo volwassen waren de beide exxen wel.

Juridische blik

Wat vindt een gezondheidszorgjuriste nu van deze situatie? Zij was duidelijk. Artikel 3 van de Internationale Rechten van het Kind zegt dat het belang van het kind de eerste overweging is.

Oftewel: een conflict tussen twee ouders mag niet tot gevolg hebben dat aan een kind noodzakelijke behandeling wordt onthouden. Dat hoort gewoon bij goed hulpverlenerschap.

Daarbij hebben de ouders (ook exxen dus) de plicht om elkaar op de hoogte te houden. De tandarts is geen postbode die slecht nieuws gesprekken van de ene ex naar de andere ex over moet brengen.

Er is ook geen dubbele handtekening (van beide ouders) nodig. Als de moeder in deze situatie bezwaar zou gaan maken kan het antwoord zijn: “dan moet u bij uw ex zijn.”

Dus: als het niet trekken van de kies leidt tot meer pijn en meer risico op ontsteking is de tandarts vanuit de overweging van goed hulpverlenerschap verplicht om deze behandeling voor te stellen en zo mogelijk ook uit te voeren.
Advertenties

Nog meer vuurwerk

Gisteren knalde het af en toe stevig, maar er was vooral veel siervuurwerk.

Ik krijg er een dubbel gevoel bij. Het is jammer van al het geld dat de lucht in gaat. Maar we konden er wél gratis naar kijken.

Hierbij nog een paar foto’s, genomen vanaf de bovenste verdieping van ons flatgebouw.

De foto’s heb ik genomen met een zeer lange sluiterstand van 20 seconden. Een klein zuchtje wind kan dan al tot onscherpte leiden. Maar als je geluk hebt heb je een foto gemaakt waarbij de baan van het vuurwerk goed te zien is.

Zwerver Wim

Het lukt Wim maar niet om zijn leven op orde te krijgen. Hij is overal tegelijk mee bezig. En dus komt er niets af.

Ik vraag Wim naar zijn voorgeschiedenis. Hij is opgegroeid op een boerderij in Noord-Holland. Volgens Wim was al hij altijd overal te vinden en vaak ook zoek voor zijn ouders. Hij vermaakte zich prima, maar er kwam weinig uit zijn handen. “Mijn moeder noemde me toen al een zwerver.”

En op school dan? Wim vertelt dat het op ‘de gewone school’ helemaal niet lukte met hem. “Ik was wel slim genoeg, maar ik kon me niet concentreren.” Daarom ging hij naar een LOM-school. Het lukte daar beter, in ieder geval haalde hij de eindstreep. “Maar” zegt Wim, “ik zat vooral in mijn fantasiewereld. Mijn lijf zat in de klas, maar mijn hoofd was ergens anders.”

Daarna ging Wim naar het VSO (Voortgezet Speciaal Onderwijs). Vervolgens naar de praktijkschool ‘om iets met techniek te doen’. Toen hij van die school af kwam liep hij helemaal vast. Want hoe moet je je leven organiseren? Hij werd een aantal keren opgeroepen om te solliciteren, maar hij werd geen enkele keer aangenomen. Volgens Wim was hij óf te laat, óf hij kon het adres niet vinden, óf hij kon de brief niet meer vinden. Hij woonde toen nog bij zijn ouders op de boerderij. Maar zelfs zij zagen geen kans om hem te helpen om wat meer structuur in zijn leven te krijgen.

Zijn ouders werden te oud voor de boerderij en verhuisden naar een bungalow in het dorp. De boerderij werd verkocht en Wim moest een eigen onderdak zien te vinden. Omdat hij wat geld mee kreeg van zijn ouders kon hij zich in onderhuur een etage in Amsterdam veroorloven. Hoewel Wim aangeeft dat hij altijd ‘druk is in zijn hoofd’ vindt hij Amsterdam veel prettiger dan het dorpse leven op het platteland van Noord-Holland.

Hoe ziet de dag van Wim er uit? Zijn dag heeft weinig structuur. Wim is een voorbeeld van ‘structuurloosheid’ (aldus het Ontwikkelingsprofiel van dr. R.E. Abraham). “Als ik honger heb eet ik en als ik slaap heb slaap ik.” 

Een psychiater heeft bij Wim de diagnose ADD vastgesteld. Dat wordt 'plat gezegd' (en te simpel uitgedrukt) wel eens uitgelegd als ADHD zonder druk gedrag.

Wat doet Wim de hele dag? Hij verveelt zich nooit. Hij staat op als hij vindt dat hij uitgeslapen is. Vaak wil hij eerst iets kijken op TV of hij surft wat op internet. Vaak loopt hij tot een uur of 12 in zijn pijama.

Als Wim mensen wil ontmoeten gaat hij de straat op. Wim kan met iedereen een praatje maken. Hij is in staat om overal op in te halen, want hij kan met iedereen mee-associëren. Dat is wat Dorothea Timmers-Huigens de associatieve ervaringsfase noemt. Je hoort iets en je koppelt er een ervaring aan. Maar het is wel de vraag of Wim begrijpt wat de ander zegt.

Ondertussen zitten instanties achter Wim aan. Hij moet solliciteren. Iemand met een redelijk gemiddeld IQ moet immers kunnen werken? Wim raakt er ontmoedigd door. Hij heeft toch aangetoond dat hij niet kan werken? Nergens waar hij gesolliciteerd heeft werd hij aangenomen. Hij heeft ook wel een reden. Zijn gebit is inmiddels niet om aan te zien. Met zo’n slecht onderhouden gebit word je nergens aangenomen. “Zodra je iets zegt denken ze dat je een junk bent en dat je op straat leeft.”

En nu zit Wim bij de tandarts. Hij moet wel, want hij heeft kiespijn. De tandarts wil het hele gebit van Wim onder handen nemen. Maar dan moet hij zijn eet-en drinkgewoonten aanpassen en regelmatig poetsen.

Volgens Wim gaat dat niet lukken. Het is ook niet nodig. Hij wil alleen van de kiespijn af. Als de tandarts meer nadruk probeert te leggen op het belang van goede mondzorg haakt Wim af. Ik noem dat wel eens ‘het principe van de omgekeerde magneet’: hoe meer nabijheid, des te meer ben je iemand kwijt.

Wim is inmiddels de veertig gepasseerd. Hij heeft flinke gezondheidsklachten. En hij ziet geen enkel perspectief dat zijn wereld ooit anders zal worden. Het hoeft voor hem ook allemaal niet. Gaat er ooit nog iets veranderen in het leven van Wim?

dokter Alzheimer

Volkskrant verslaggever Toine Hermans schrijft wekelijks over zijn vader, die Alzheimer heeft.

Hermans schrijft op een bijzondere wijze over zijn vader. Daar waar veel ‘ervaringsverhalen’ ook de schrijver of schrijfster belichten kruipt Hermans in de rol van de observator die nauwgezet de handel en wandel van zijn vader en van de zorg om hem heen registreert.

Zaterdag stond in de Volkskrant de vader veel minder centraal, maar de administratieve rompslomp om zijn vader heen. Hermans heeft wel een beetje gelijk. Zijn vader mag dan ziek zijn, de zorg is veel zieker. Vooral de zorg die ontspoord en ontaard is in regelgeving en protocollen.

Lichtvervuiling

Ik heb begrepen dat Delft de meest verlichte stad is van Nederland. Het heeft de Lichtstad Eindhoven ingehaald.

Als het bewolkt weer is weerkaatsen de wolken de kassen bij Pijnacker. Aan de andere kant zie je de weerkaatsing van de kassen van het Westland. Maar daar hebben we geen raam.

En in het zuiden zie je de weerkaatsing van het Rotterdamse havengebied.

Tineke houdt er van om sterren te kijken, maar die zijn hier meestal onzichtbaar door de lichtvervuling. Het mag best een beetje minder...

De andere kant van Nederland

Ik moest enkele jongeren interviewen. Ze wonen gezamenlijk in een groepswoning en worden ambulant begeleid.

Helaas was ik het huisnummer vergeten. Maar geen nood, ik vermoedde dat ik het huis wel zou kunnen herkennen. En ziedaar: er was één voortuin totaal niet onderhouden. Het gras tierde welig en in de tuin lagen twee fietswrakken. De ramen leken wel matglas. Dat was het huis waar ik moest zijn…

Soms kun je voor het huis niet zien wat je er achter kunt verwachten. Een nette straat in een grote stad met huizen van zo'n 20 jaar oud, zonder voortuin. Zo te zien een straat met mensen met een redelijk inkomen, vermoedelijk koophuizen.

Ik ga op bezoek met een stagiare. We bellen aan en horen eerst geblaf en geschreeuw. Als het tumult wat bedaard is gaat de deur open. We kunnen naar binnen, maar we worden wel gewaarschuwd dat de hond onbetrouwbaar is. Het eerste wat me opvalt in het halletje is de stank. Het ruikt er alsof de hond niet altijd op tijd wordt uitgelaten.

Het is overdag, maar in de woonkamer is het donker. De gordijnen zitten dicht. Aan de muur hangt een kollossaal TV-scherm, volgens mij van een grootte die past in een café waar een meute cafégangers een voetbalwedstrijd moet kunnen volgen.

In de kamer zie ik vaag de contouren van een papegaai. Maar ik hoor hem beter: hij krijst er af en toe lustig op los. Opeens hangt er iets in mijn broek. Het blijkt een jong katje te zijn. Ik mag gaan zitten, maar als ik zit heb ik meteen een klamme broek. Kennelijk heeft één van de huisdieren op de bank gepist. De stagiare gaat bijna op een loslopende cavia zitten.

In alle hoeken van de woonkamer staan verhuisdozen tot aan het plafond. Ik denk dat de mensen gaan verhuizen, maar dat is niet zo. Volgens de moeder is er geen geld om kasten te kopen.

Het aanrecht staat vol met vuile vaat. Ik zeg niets, maar moeder ziet me kennelijk kijken. Ze heeft geen geld voor een vaatwasmachine. Dus dan blijft de vaat staan. De vloer ligt bezaaid met zakken van McDonalds. Waarschijnlijk wordt er ook niet gekookt.

De moeder is een alleenstaande moeder. In dit huis wonen zeven kinderen, variërend van twee jaar tot 16 jaar. Volgens de informatie die ik heb zijn het kinderen van minstens vier verschillende vaders. We hebben een afspraak voor een kind van acht jaar. Hij zou thuis zijn, maar moeder weet niet waar hij is. “Waarschijnlijk bij een vriendje, je ken zo’n kind niet vastbinden.” Gelukkig is de jongen vrij snel opgespoord.

Moeder laat vol trots zien hoe ze aan een beloningssysteem werkt voor haar zoontje. Als hij drie dagen niet zijn moeder heeft uitgescholden krijgt hij een hamburger en een milkshake.

Na afloop wil de stagiare niet mee naar kantoor.  Ze wil eerst even thuis onder de douche. Ik zeg dat ze dit nog wel vaker tegen gaat komen. In Nederland is al lang sprake van een tweedeling. Maar van deze kant van Nederland zie je weinig in de media. Die mensen hebben zich al lang afgekeerd van de samenleving. Ze trekken hun eigen spoor en hulpverleners zijn voor hen vaak mensen bij wie je maar beter uit de buurt kunt blijven.

 

 

 

Het eten van een doos bonbons in 31 stappen

Cognitieve dissonantie is een term die een halve eeuw geleden bedacht werd door de Amerikaanse psycholoog Leon Festinger. Wat gebeurt er als je iets meemaakt wat niet in je ‘denkraam’ past? Je kunt dan je handelen aanpassen, maar je kunt ook je denken aanpassen.

Stel dat je moet afvallen. Je loopt langs de koffieautomaat en daar staat ook nog lekkere koek. Een traktatie van een jarige collega. Op de heenweg negeer je die lekkere koek, want je moet afvallen. Je hebt je handelen aangepast.

Daarna heb je een vergadering. Op de terugweg kom je weer langs de automaat. Nu neem je wel een stuk van die lekkere koek, want het was een erg inspannende vergadering. Na inspanning mag je best even ontspannen. Af en toe zondigen moet kunnen. Nu heb je dus je denken aangepast.

Bonbons in 31 stappen

Kees van Kooten heeft de werking van de cognitieve dissonantie toegepast op het eten van bonbons. In deze decembermaand is dat een mooi thema…

  1. Zet de doos recht voor u op tafel, kijk er strak naar en zeg: “Ik neem er eentje”...
  2. Herhaal dit enige malen voor uzelf.
  3. Maak nu de doos open en bewonder de bovenste laag, terwijl u blijft herhalen: “Ik neem er eentje..”
  4. Neem er nu eentje.
  5. Sluit vervolgens de doos.
  6. Doe de doos weer open en tel, door met wijsvinger rechts van bonbons langs de binnenwand te wroeten, hoeveel lagen bonbons zij bevat en of het heel erg zou zijn, als u er nóg eentje nam..
  7. Beantwoord deze vraag derhalve ontkennend en neem er nog eentje.
  8. Doe de doos nu goed dicht.
  9. Zet haar hoog weg en zorg er bij dit wegzetten voor, dat er een bonbon uitvalt, die bijna op de grond terecht zou zijn gekomen, als u hem niet snel in uw mond zou hebben gestoken.
  10. Probeer nu de doos te vergeten.
  11. Zet een lekker kopje thee.
  12. Vraag u af of een bonbonnetje bij de thee, deze niet nog lekkerder zou smaken.
  13. Beantwoord deze vraag met “Ja!” en haal de doos van de kast.
  14. Drink, om de tweede laag bonbons te bereiken, nog drie kopjes thee.
  15. Verbrand of verstop overgebleven papiertjes van bovenste laag.
  16. Neem, om het aangebroken uiterlijk van nieuwe doossituatie te onderstrepen, één bonbon.
  17. Herhaal deze handeling.
  18. Zoek nu in onderliggende derde laag naar lekkere, ‘net zo’n bonbon als zoëven’ nog op bovenste laag.
  19. Verwijder deze bonbon uit derde laag en eet hem op.
  20. Maak, om ‘doorzakken’ in thans ontstane gat van derde laag te voorkomen, de tweede laag nog drie à vier bonbons lichter.
  21. Breng nu, ter correctie van de totale wanverhouding doos-bonbons, de bonbons over in schaaltje.
  22. Eet, ter vermijding van een lelijke ‘kop op het schaaltje’, diverse hinderlijke bonbons snel op.
  23. Eet, ter feestelijke opening van het zojuist tot bonbonnière gepromoveerde compôteschaaltje, nog zo’n twee à drie bonbons.
  24. Kies, voor verkrijgen van een ‘vol effect’ nu een kleiner schaaltje en laadt de bonbons hierin over.
  25. Handel bij evt. ‘lelijke kopvorming’ als in punt 22.
  26. Herhaal de stap van punt 23.27.
  27. Eet de nu onduidelijke, niet langer presentabele bonbons terug tot twee stuks.
    28. Eet zelf de lekkerste van deze 2 bonbons.
    29. Verwijder alle bonbonsporen (denk aan de doos!)
    30. Presenteer uw partner bij binnentreden de overgebleven ‘welkom-thuis-bonbon’..!
    31. Zeg tegen je huisgenoot:‘Je vindt ‘m lekker hè? Dan zal ik morgen eens een hele doos kopen!’