23 Tips om uw gehoor stierlijk te vervelen

Soms zijn lezingen zó weinig aantrekkelijk dat de aanwezige luisteraars besluiten om de informatie thuis maar door te gaan lezen. Ze gaan ter plekke wat voor zichzelf doen, kijken een filmpje op hun telefoon, doen een tukkie of sluipen naar het genderneutrale toilet om daar een langdurige plaspauze te gaan houden.

     Wat kun je doen om als spreker zo weinig mogelijk aandacht te krijgen?

  1. Kom als spreker zo laat mogelijk de zaal binnen. De voorzitter heeft al last van stress en de aanwezigen hoopten op een uurtje vrij
  2. Zorg dat de presentatie allesbehalve in kannen en kruiken is. Eerst moeten de mensen van de IT nog van alles opnieuw installeren voordat u uw openingswoord kunt spreken
  3. Begin daarna met de foute presentatie, die hebt u vorige week voor een ander gezelschap gehouden.
  4. Zeg dat u zich onvoldoende hebt kunnen voorbereiden. Dat getuigt van minachting voor het publiek.
  5. Nadat de voorzitter u geïntroduceerd heeft doet u het allemaal nog eens dunnetjes over door te vermelden welke koninklijke onderscheidingen u allemaal ontvangen hebt.
  6. Geef aan dat er geen belangenverstrengeling plaats vindt, dat u niet financieel wordt ondersteund door een grote en beroemde buitenlandse sponsor en dat u doelbewust alle aanbod van externe financiers hebt afgewezen om zo uw eigen deskundigheid voldoende te kunnen etaleren. 
  7. Begin daarna niet met een geschikte eye-opener, maar met massieve zin die niemand kan volgen. “De ontologische status van de poëzie als anthropogeen artefact is ook in het deconstructivisme een uiterst controversiële problematiek gebleken.”
  8. Als u powerpoint gebruikt, zet dan halve bladzijden aan tekst op de dia. De voorste lezers kunnen het net lezen, de rijen daar achter maken met hun mobieltje alvast een afspraak met de opticiën.
  9. Plaatjes leiden af van de tekst. Gebruik deze dus niet.
  10. Lees vervolgens alle teksten die u op de sheet hebt staan volledig voor. De aanwezigen kunnen de teksten toch niet lezen.
  11. Onderbreek de tekst met veel ‘ehh’, het na iedere sheet aanspreken van meneer de voorzitter en om de twee sheets hier aan toe te voegen ‘geachte aanwezigen’.
  12. Verbied het tussendoor vragen stellen. Zo houdt u de regie.
  13. Gebruik veel afkortingen en zeg er bij dat die als bekend mogen worden verondersteld. Niemand durft daarop dan nog iets te vragen.
  14. Maak zoveel mogelijk gebruik van modieuze inhoudsloze managementtermen zoals transitie, ‘een stukje PR’, ‘een stukje beleid’, ‘afkaderen’, ‘tools’, dat u iets wilt ‘levelen’, dat u de organisatie wilt ‘kantelen’ en een later nog een notitie uit wilt rollen.
  15. Zorg voor een goede ‘toonzetting’. Denk bijvoorbeeld aan de sprekert in een act van Toon Hermans. De eerste woorden zijn nog net te verstaan, maar iedere zin strandt in een onverstaanbaar verbaal moeras. Ook een gedurende een half uur vlak uitgesproken tekst wil nog wel eens werken. De luisteraars zullen denken dat uw lezing van een groot wetenschappelijk gehalte is, anders zou het wel wat spannender zijn.
  16. Kijk niet de zaal in, dat zou u van uw toespraak af kunnen leiden. Vermijd mimiek.
  17. Het helpt ook als u met uw rug naar de zaal staat. Dan kunt u beter uw eigen powerpoint lezen.
  18. Blijf in ieder geval strak op dezelfde plek staan. Leun op de katheder. Ondersteun uw verhaal zeker niet met gebaren. Dat leidt alleen maar af.
  19. Gebruik ook regelmatig archaïsche uitdrukkingen zoals ‘derhalve’, ‘nochtans desalniettemin’ of ‘het kan toch niet zo zijn dat in dit land…’
  20. Zeg om de paar zinnen dat het u aan tijd ontbreekt om het onderwerk uit te diepen. De hoorders zullen onder de indruk komen van alles wat u weet, maar nog niet verteld hebt. Bovendien kunt u dan de organisatie de schuld geven dat men u niet genoeg tijd heeft gegeven voor uw verhaal.
  21. Het kan helpen om te zorgen dat de filmpjes die uw zoon thuis in de powerpoint had ingelast het per definitie niet doen, waarbij u zegt dat u er ook niks aan kunt doen, want het ligt allemaal aan de mensen van de IT.
  22. Zorg dat uw verhaal als een nachtkaars uit gaat. Vat niet samen en trek geen conclusie. Zeg slechts op vlakke toon tegen de voorzitter dat u meent het hier maar bij te moeten laten.
  23. Overschrijdt de tijd, zeker als het vlak voor de lunchpauze is. Zelden zult u mensen zo blij en opgelucht de zaal zien verlaten.
   NB: dit heb ik niet allemaal zelf bedacht, het is een bewerking van een artikel van Anton van Hooff (geen idee wie dat is en in welke krant het stond) van een halve eeuw geleden. De tijden zijn veranderd, want in die tijd was het digitale buskruit nog niet uitgevonden. Daarom heb ik zijn verhaal aangepast aan meer recente mogelijkheden om een presentatie te verzorgen.
Advertenties

De blauwe plekken van de jeugd

Zowaar heb ik in de eerste week van januari alweer een film bekeken. Gezien mijn gemiddelde van maximaal twee films per jaar zit ik al bijna aan de tax...

De film heet The Meyerowitz Stories. Het is een psychologische film met scherpe dialogen tussen twee broers. Zoon Danny heeft zijn muzikale talent verspild en slaagt er niet in om aan het werk te komen. Hij woont noodgedwongen in bij zijn vader en diens derde vrouw Maureen, omdat hij in een scheiding ligt. Broer Matthew is als enige in de familie rijk en succesvol als financieel expert. Maar dat past weer niet in het plaatje van de artistieke familie. Hij is op grote afstand van de familie gaan wonen.

Maar hoe artistiek is artistiek? Vader Meyerowitz snakt naar erkenning en zit boordevol sarcasme richting de kunstenaars die overal kunnen exposeren. Datzelfde sarcasme uit hij ook naar zijn zoons toe, die het voor hun idee maar niet goed kunnen doen. Overal trekt hij zijn eigen spoor, vol verwensingen en moppers op meer succesvolle mensen.

Dan is er nog een zus, de oudste. Ze is zwaar gehavend opgegroeid in het vrije hippie-klimaat van de jaren ’60. Toch is ze de meest milde van de drie kinderen (van drie verschillende moeders).

Wat in vorige blogs naar voren kwam over de blauwe plekken in de jeugd blijkt ook in deze film. Alle oude en onuitgesproken kwetsuren komen naar boven als vader Harold in het ziekenhuis belandt met een hersenbloeding. Wie neemt de zorg op zich? Danny verwijt Matthew dat hij een aantal besluiten heeft genomen zonder zijn broer en zus te raadplegen. Maar Matthew heeft gehandeld in overeenstemming met zijn moeder, de derde vrouw van Pa Harold.

Ondertussen is deze moeder voortdurend spoorloos en ze rijdt ook nog eens met haar auto in beschonken toestand tegen een boom in de tuin. Daardoor zijn de zus en de broers op elkaar aangewezen. De rivaliteit tussen de beide broers ontaardt uiteindelijk een fysieke knokpartij terwijl Pa bijna op sterven ligt.

Maar Pa komt er weer bovenop en laat zich weer zien van zijn egocentrische kant. De anderen zijn er om hém zorg te verlenen. Danny verleent die zorg, maar besluit op een gegeven ogenblik dat het genoeg is geweest. Hij vertrekt uit huis, en laat de zorg voor Pa over aan een verpleegkundige. Voor Pa is dat onbegrijpelijk: je hoort als zoon je vader te verzorgen. En dat terwijl Pa een afwezige vader was voor zijn zoon.

De film zet het klimaat neer van een vrijblijvende hippie-opvoeding in de jaren ’60, waarbij de kinderen het zelf maar uit moesten zoeken. Toch bleven ze wanhopig op zoek naar erkenning. De kinderen zagen elkaar nauwelijks, want binnen het gezin was geen verbinding. De boosheid op hun ouders komt pas tot uiting rond het ziekbed van hun vader. Maar die boosheid richt zich niet op de zieke vader, maar op elkaar. De blauwe plekken van de jeugd komen nu pas tot uiting in onderlinge rivaliteit.

Zenuwarts

Het bord bij de deur meldt: dr. A.Jansma, zenuwarts. De Friese naam klinkt mij vertrouwd in de oren, maar dat zenuwarts, is dat voor zenuwenlijers? Gelukkig had ik een oom die ook een bordje zenuwarts naast zijn deur had hangen. Een zenuwarts was niet perse voor stresskippen, maar voor allerlei mensen die hun hoofd om wat voor reden dan ook even moeten ordenen. Dat komt in de beste families voor.

Ik bel aan en de deur floept direct open. Dat is verdacht. Kennelijk word ik in de gaten gehouden. Maar dat zal wel een gevalletje paranoia zijn. De hal geeft toegang tot een klapdeur met het opschrift ‘Wachtkamer’. Het leven is één grote wachtkamer, dus dat kan er ook nog wel bij.

In de wachtkamer staat een bank. Dat is misschien om te oefenen. Speciaal voor behandelingen bij psychoanalytisch geschoolde psychiaters. Maar voor andersdenkenden zijn er ook losse stoelen klaar gezet. Misschien ziet de zenuwarts wel direct wat voor vlees hij in de kuip heeft aan de hand van de plek die de patiënt in de ruimte gekozen heeft. Iemand die de bank in beslag neemt is toe aan psycho-analyse.

Ik ben de enige in de wachtkamer. Het zou trouwens ook wel vreemd zijn als er meerdere wachtenden zouden zijn. Gesprekken met een psychiater duren doorgaans geen zes minuten, maar drie kwartier. Dat komt omdat de hond van Sigmund Freud, die onder zijn bureau de wacht hield, na drie kwartier weer gapend wakker werd. Dan wist Freud dat het tijd was om de sessie te stoppen. Daarom duren nu al een eeuw lang sessies bij de psychiater gemiddeld drie kwartier.

Zo’n wachtkamer met meerdere wachtenden kan trouwens wel spontane uitingen van groepstherapie uit kunnen lokken. Zoals in de wachtkamer van een andere zenuwarts. Eén van de wachtenden vertelt dat hij Napoleon is. Een andere wachtende zegt: “Dat kan niet. Wie heeft dat gezegd?” “Jezus!”, antwoordt de man. Daarop klinkt er uit een hoek een stem: “Wat heb ik nú weer gezegd?”

Eén van de meest indrukwekkende museumbezoeken in mijn leven was het bezoek aan het Freudmuseum in Wenen. Wachtkamer en behandelkamer zijn in de oude toestand gehandhaafd, alleen de hond ontbreekt. De Nazi’s hebben geprobeerd om alles van deze Joodse zielenknijper te verdonkeremanen, maar het meubilair was goed in het Weense onderbewuste verstopt om pas na de Russische bezetting weer op te duiken.

Ik probeer de sfeer van die wachtkamer op te roepen, maar dat lukt maar gedeeltelijk in dit 20e eeuwse Amsterdamse herenhuis. De wachtkamer is te strak ingedeeld, al hangen er kunstwerken die Freud met waardering zou hebben bekeken.

Daarna is het tijd voor de vakliteratuur. Toen ik nog naar de kaper ging waren dat de Panorama en de Nieuwe Revu en als het een beetje mee zat ook nog De Lach. Maar deze psychiater houdt het degelijk, met Het Beste, Intermediair en Arts en Auto. Stel dat ik dokter was geworden, dan had ik de brievenbus dicht willen plakken uit angst dat zo’n blad tussen de post zou zitten. Wie bedenkt er nu zo’n combinatie. ‘Arts en fiets’ ben ik nog niet tegen gekomen. Trouwens: wat beweegt een arts om zo’n blad in de wachtkamer te leggen. Het wordt tijd voor een confrontatie.

“Komkom, tuuttuut, hoho!” hoor ik mijn alter-ego zeggen. Waarom trouwens al die woorden twee maal? Volgens neo-freudianen heeft de neiging om van alles twee te hebben te maken met narcisme (twee bloempotten in de vensterbank, bijvoorbeeld). Geldt dat ook voor iets twee keer zeggen?

Maar waarom moet Henkie van die Arts en Auto nu een probleem maken? Ieder mens is toch verschillend?  “Maar niet in mijn wachtkamer” hoor ik mezelf zeggen. “Het is jouw kamer helemaal niet, wat denk je wel?” antwoordt mijn alter-ego. “Zo’n kamer zou ik niet eens willen hebben” antwoord ik verongelijkt. “Wat ben jij een klein jongetje” zegt mijn alter-ego. “Heb je je sociaal-emotionele ontwikkeling al wel eens in kaart gebracht?”

Dan gaat de deur open. Een stevige vrouw van middelbare leeftijd met nochtans prachtig rood haar kijkt mij aan. Ik moet even schakelen. Ben ik op zoek naar een vaderfiguur en word ik nu opnieuw gebonden aan een moederfiguur? Veel tijd om hier over na te denken krijg ik niet. “Meneer Algra, hebt u geen afbericht van ons ontvangen?” Mij is geen afbericht bekend, maar gezien mijn leeftijd vergeet ik ook nog wel eens wat. “Dokter Jansma heeft gisteren een aanrijding met een auto gehad, hij kan deze week zijn afspraken niet nakomen.” “Dat komt er van” hoor ik mezelf zeggen. “Arts en auto, weet je wel”.

“Als u wilt kunt u nu meteen een nieuwe afspraak maken” zegt de assistente van dokter Jansma. Dat lijkt me ook wel handig. Ik heb een hekel aan telefoontjes plegen. Bij de balie vraag ik toch maar even hoe de toestand van de dokter is. Hij heeft een paar verwondingen opgelopen, maar de schade viel verder mee, alleen zijn fiets kon naar de schroothoop. “Op de fiets?” vraag ik. “Ja, dokter Jansma is een verwoed fietser” zegt de assistente. “Na een dag vol gesprekken stapt hij graag nog even op de fiets.”

Die opmerking brengt mij op een alternatief idee. Kunnen we niet een fietsconsult afspreken? Nee, zegt de assistente, dat kan ik u niet aanraden. U kunt hem toch niet bijhouden. Hij fietst als een gek. “Maar hij is het toch niet?” vraag ik. “Ik mag hopen van niet” zegt de assistente.

De volgende afspraak met de fietsende zenuwarts is over vijf weken. Ik ga dan op de fiets en zet mijn Batavus in de wachtkamer. Hebben we meteen een gespreksonderwerp.

2018

We hebben afscheid genomen van het jaar 2017.

En daarmee zijn we in onze  westerse jaartelling aan het jaar 2018 begonnen.

We kopen geen vuurwerk. Maar als anderen het afsteken kijken we toch maar even (…).

Twee foto’s van het vuurwerk in Delft… (op twee verschillende sluiterstanden).

 

Muzikale harmonie en rivaliteit in de familie

Een boeiende documentaire van de BBC bood een inkijkje in het leven van de gebroeders Gibb, oftewel de Bee Gees.

De familie Gibb woont op het eiland Man, maar het gezin verhuist naar Australië. Daar komen Barry en de tweelingbroers Maurice en Robin als nog jonge jongens voor het eerst op de televisie als de Rattlesnakes. Een vierde broer (Andy) zou zich later ook bij de Bee Gees voegen, maar hij overleed voordat hij daadwerkelijk deel uit zou maken van de groep.

Sibling harmony

Hoewel ik meer een fan was van de Rolling Stones vond ik de muziek van de Bee Gees rond 1970 wel een aardige afwisseling. In de documentaire wordt gesproken over de sound van ‘sibling harmony’: kinderen die samen in het gezin opgroeien en daardoor een bepaalde eigen muziekstijl vormen die op de één of andere manier bijna genetisch op elkaar lijkt aan te sluiten. Voorbeelden zijn de Beach Boys, de Everly Brothers en de Bee Gees.

Sibling rivalry

Maar hoe gaat het als je als broers samen een band moet runnen en dag-in, dag-uit met elkaar op moet trekken? De BBC documentaire gaat uitgebreid in op de spanningen tussen de broers Barry en Robin. Het is een klassiek voorbeeld van de tweede die de oudste van de troon wil stoten (Jacob en Ezau).  Sibling-rivalry (rivaliteit tussen broers en zussen binnen het gezin) is een normaal verschijnsel. Maar die rivaliteit kan ook ondermijnend werken. Meerdere malen ging de band uit elkaar als gevolg van spanningen tussen Robin (de tweede zoon) en Barry (de oudste). Bijvoorbeeld: toen ‘The First of May’ de A-kant werd van een nieuwe single (gezongen door Barry), kon Robin hier niet mee leven, hij zong op de B-kant en vond dat dat de A-kant moest zijn.

Rivaliteit naar buiten toe

De Bee Gees kwamen op ten tijde van de hegemonie van de Beatles, en probeerden dat succes te evenaren. Zolang dat hun doel was bleven de interne spanningen beperkt, maar toen ze zelf wereldroem kregen liepen ook de onderlinge spanningen hoog op.  Toch kwamen de broers meerdere malen weer tot elkaar en ook meerdere malen maakte de band een revival mee, zoals in de tijd van Saturday Night Fever. 

Het einde van de Bee Gees

Na Andy (1988) overleed Maurice (2003) en Robin (2012). Hun moeder overleefde drie van haar vier zoons. Alleen de oudste zoon, Barry, is nog in leven. In de documentaire vertelt hij over de weemoed die hij koestert naar de vroegere tijd, ondanks alle spanningen die er waren. Wat zou hij nog graag een keer met zijn broers muziek maken…

 

The Lady in the Van

Twee keer per jaar kijk ik een film. De tweede keer in 2017 was zaterdagavond. Tineke raadde mij aan om The lady in the van te gaan bekijken. Alzo geschiedde.

The Lady in the Van is een ‘mostly’ waargebeurd verhaal over een sociaal geïsoleerde oude vrouw die leeft in een verwaarloosd busje. Zij stond vijftien jaar geparkeerd op de oprit van schrijver en toneelspeler Alan Bennett, die zijn ervaringen eerder al vertaald heeft naar een boek en een theaterstuk.

De vrij chique straat in het Londense Camden is niet zo gecharmeerd van  haar komst. Het liefste ziet men haar vertrekken. Maar -zoals de auteur zegt – om toch het gevoel te hebben dat men iets doet voor de ‘nooddruftigen’ in de samenleving – wordt ze in de straat getolereerd. En dat maar liefst 15 jaar. Soms krijgt ze ook wat soep toegeschoven. Maar daar kan ze ook weer zeer afwijzend op reageren.

De schrijver worstelt met een writers block. Hij wil een verhaal over zijn dementerende en kritische moeder schrijven, maar dat gaat hem niet gemakkelijk af. In deze Miss Shepherd ziet hij een kans om zijn verhaal vlot te trekken. Maar ze heeft hem door.

"Beschouwt u mij als een nieuw project om uw verhalen op bot te vieren?"

Ze weet ook wel waar de ellende in de wereld vandaan komt. Wie haar dwars zit is een communist. Daarnaast krijgt de auteur steeds commentaar van zijn alter-ego. Aan de ene kant doe je zus, aan de andere kant denk je zo…”

Op de persoon van miss Shepherd kunnen veel hulpverleners hun tanden denkbeeldig stukbijten. Ze wil absoluut haar autonomie bewaren en dan kom je jezelf als hulpverlener behoorlijk tegen. Ze is trots op haar persoonlijke hygiëne maar is – bij wijze van spreken – nog te vies om haar een hand te geven. Zorg ervaart ze als bemoeizucht. “Ze bewandelt een fijne lijn tussen een onschuldig oud meisje dat als een los projectiel botst met haar nette omgeving en een wrange asociale bejaarde die bepaalde trauma’s nooit verwerkt heeft.”

The Lady in the Van is een boeiend verhaal waarin geleidelijk van achter de verschijning van Miss Shepherd een heftig levensverhaal naar boven komt. Het is ook het verhaal van soms zelfgekozen eenzaamheid, niet alleen bij miss Shepherd, maar ook van auteur Alan Bennet.