De Jugendstilwijk Zurenborg in Antwerpen

Voor 4,99 euro per persoon namen we de Flixbus. De Flixbus reed door naar Tsjechië en wij stapten in Antwerpen uit. Daar huurden we de Blue Bike, de Belgische OV-fiets.

Nu we het toch over de Blue Bike hebben. In Nederland is de OV-fiets een daverend succes. Inmiddels zijn er 22.000 fietsen te huur op 300 locaties. Daar kan de Belgische Blue Bike bij lange na niet aan tippen. De fiets wordt vooral verhuurd in Vlaanderen. De meeste Walen kunnen waarschijnlijk niet fietsen. Pluspunten van de Blue Bike zijn de drie of zeven versnellingen en de lagere huurprijs dan in Nederland.

Aan de Cogels Osylei in Bechem

Met de Blue Bike fietsten we dwars door de Joodse wijk naar Antwerpen Berchem. Daar ligt één van de mooiste architectonische parels van België verstopt: de wijk Zurenborg. Maar eerst nuttigden we nog een krachtdadig ontbijt aan de rand van de wijk.

Drie op een rij van drie verschillende architecten

Toen de stad Antwerpen uit zijn voegen barstte en de spoorwegen op hun hoogtepunt waren wilden de rijke inwoners van Antwerpen de stinkende stad uit, maar wel in de buurt van een station. Antwerpen Centraal geldt als één van de mooiste stations van de wereld. Het wordt ook wel ‘de spoorwegkathedraal van Europa’ genoemd. En aan de oostzijde van de spoorlijn van Antwerpen Centraal naar Berchem ontwikkelde zich in 20 jaar tijds een woonwijk die uniek is voor Europa. Niet groot, een paar straten slechts, maar je kunt er uren in ronddwalen. Wel vooral in de schaduw vandaag, want het werd 35 graden.

Huizen aan de Waterloostraat

De Cogels Osylei staat vol met huizen uit die tijd en wordt daarmee ‘de meest fotogenieke straat van Antwerpen’ genoemd. De straat bevindt zich op 5 minuten lopen vanaf de voorzijde (oostzijde) van station Antwerpen Berchem.

Het is echt niet alleen de Cogels Osylei waarbij je ogen in de kassen gaan rollen en waarbij je mond open valt van verbazing. De hele buurt Zurenborg is een aanrader om te bezoeken. De zijstraten, de Generaal van Merlenstraat, Transvaalstraat en de Waterloostraat staan allemaal vol met dezelfde architectonische hoogstandjes in Jugendstilstijl.

Detail van een gevel aan de Waterloostraat

En wil je even een heel andere – meer volkse – wijk zien en ervaren, dan loop je aan het eind van de Cogel Osylei even onder het spoor door.

Het bekendste huis in Zurenborg is toch wel dat van de Vier Seizoenen. Maar dat is niet één huis, het zijn er vier. Op de kruising van de Generaal Van Merlen- en Waterloostraat zie je vier hoekhuizen tegenover elkaar die “Herfst”, “Winter”, “Zomer” en “Lente” op de gevel hebben staan. De huizen dateren uit 1899 naar een ontwerp van Jos Bacourt.

Daklicht in een huis aan de Waterloostraat

En tot grote vreugde van Tineke mochten we één van de huizen in de Waterloostraat van binnen bezichtigen. De eigenaar liet ons als nieuwsgierige toeristen binnen voor een rondleiding van de enorme kelder tot en met de zolder (vijf verdiepingen boven elkaar). Centraal in het huis een ronde hal met op elke verdieping een balustrade en boven in een koepel van gebrandschilderde ramen in Jugendstil.

Voor de eigenaar op leeftijd is dit huis een blok aan het been vanwege de kosten van het onderhoud. Maar je hecht je nu eenmaal aan familiebezit. Als het hem allemaal gaat lukken wil de eigenaar er een soort museum in vestigen waardoor het pand ook voor andere toeristen toegankelijk wordt.  

We gaan Schelden (6)

Soms vind ik het te erg om waar te zijn. Haventerreinen zoals Europoort, de havens van Amsterdam, van Antwerpen en van Hamburg. 

Als fietser ben je nergens meer, een vlieg die zomaar verpletterd zou kunnen worden temidden van al dat grote geweld van denderende vrachtwagens en sissende installaties. En waar de weg voor de fietser heen leidt is ook maar de vraag. Zo ben ik eens 10 kilometer het havengebied van Hamburg binnen gefietst om aan het eind te ontdekken dat het fietspad zonder verdere aankondiging eindigde in een autotunnel.

Op het haventerrein van Antwerpen

Ook de haven van Antwerpen heeft grootse verrassingen voor de fietser in petto. Zoals een zonder aankondiging afgesloten brug of een doodlopende route die als prachtig nieuw geasfalteerd pad begon. Maar Antwerpen doet zijn best om het fietserleven te verbeteren. Zo is er een fietsbus door twee tunnels naar de oostelijke oevers, er is een waterbus gekomen en veel fietspaden zijn goed geasfalteerd. Dat is vooral om de speedpedelics ruim baan te bieden. De meeste fietsers rijden hier op zo’n fietsmonster.

Gestapelde containers

Ondanks alle bedrijvigheid vind je ook nog natuur op de haventerreinen. Er is nauwelijks een boom te zien, maar er zijn wel honderden konijnen benevens veel paarsblauw parelzaad (of zoiets, Tineke heeft de naam gezegd, en ik vergeet dan dan weer). Vogels en vlinders zie je hier niet, op een enkele verdwaalde meeuw na.

Zicht op de Schelde vanaf Fort Liefkenshoek

En dan is daar na 12 kilometer fietsen (na het bezoek aan Doel) door de hete havenwoestijn opeens Fort Liefkenshoek: een authentiek fort midden tussen de haventerreinen. Het Fort werd rond 1585 aangelegd door de Republiek der Verenigde Nederlanden om de Staten van Holland te beschermen tegen de voortdurende aanvallen van de Spanjolen. En af en toe waagden de Fransen ook nog eens een poging.

Fort Liefkenshoek

Aan de andere kant van de Schelde vind je Fort Lillo, dat ook bescherming moest bieden, maar in 1584 werd ingenomen door de Spanjolen. Een jaar later viel Antwerpen in handen van de Spaanse bezetters, maar beide forten kwamen in handen van de Noordelijke Nederlanden. Daardoor was de zeegang voor de haven van Antwerpen afgesloten. De Nederlanders wilden tol heffen en de Spanjaarden erkenden het Nederlandse recht op tol niet. Aan het eind van de Tachtigjarige oorlog werden beide forten tijdens de Vrede van Münster toegewezen aan Nederland.

Waterbus naar Antwerpen

In 1747 kwam het fort in Franse handen en in 1748 weer in Nederlandse handen. Daarna werd het fort in 1786 overgedragen aan Oostenrijk 9wat deden die nu weer helemaal hier?) en in 1795 bedacht Napoleon dat de beide forten de Franse overheid konden dienen. In 1814 werden de forten Nederlands en dat bleven ze ook tijdens de Belgische Revolutie. Bij de definitieve vaststelling van de grens tussen Nederland en België kwamen ze – mede onder buitenlandse druk – in Belgische handen.

Zicht op Antwerpen vanaf de Waterbus

Daarna was het uit met de pret: de forten bleven als gebouw bestaan, maar ze hadden geen militaire functie meer. Hoewel: Fort Liefkenshoek werd een quarantaine-instelling (voor militairen en buitenlandse zeevarenden), en daarna werd het een vakantiebestemming voor Belgische militairen.

Wij bezochten dus dit fort, dat zeer gastvrij is. Gratis en voor niets word je welkom geheten, je mag de tentoonstellingen bezoeken, de uitkijktoren beklimmen, een bunker van binnen bekijken en een wandeling over de vestingwerken maken.

Na ons bezoek liepen we met fiets en pet naar de aanlegsteiger voor de Waterbus naar Antwerpen. Na drie kwartier varen legden we aan in het centrum van de stad. 

We gaan Schelden (5)

Jarenlang was ik van plan om het dorp Doel te bezoeken, maar elke keer weer bereikte ik dat Doel niet. 
Straat en parochiekerk in Doel

De veerpont van Doel naar Fort Lillo werd opgeheven, er is geen fietstunnel naar Doel en de omweg via Antwerpen bleek een te lange omweg. Toen ik toch een keer dichter in de buurt was begon het steeds harder te waaien. Het doel mocht dus niet bereikt worden. Maar onder de bezielende leiding van Tineke is het uiteindelijk tóch gelukt.

Van Prosperdorp naar Doel is maar zes kilometer. Maar voordat je Doel binnen fietst zijn er slagbomen en waarschuwingsborden, alsof je een militair vliegveld nadert. Automobilisten moeten zich melden bij een receptie. Doel is dus geen gewoon dorp. Doel is het Ruigoord van België, waar slechts een klein aantal mensen stand heeft gehouden temidden van de alsmaar oprukkende havens.

Door bomen en struiken bijna helemaal overwoekerde villa in Doel

Ooit was Doel een welvarend boerendorp. Vanaf de 13e eeuw werd hier turf gewonnen. Maar net zoals bij de winning van aardgas: aan het onttrekken van veen aan de bodem hing een prijskaartje. Het gebied werd steeds kwetsbaarder voor overstromingen en in 1583 vond een watersnoodramp plaats waarbij bijna alle turfwinningsprojecten verloren gingen. Daarna ontstond er oorlog tussen de Hollanders en de Spanjolen en werd het gebied onder water gezet. De omgeving van Doel viel volledig ten prooi aan de getijden.

In 1614 gaven de Staten van Holland toestemming om de omgeving van Doel te bedijken. Zo ontstond, geheel in de lijn van de planologie van Leeghwater, een rechthoekig bedijkt gebied met Doel als belangrijkste kern. Het rechthoekige stratenpatroon is uniek voor België.

Molen op de dijk in Doel

De bevolking leefde vredig en agrarische voort met twee onderbrekingen door twee wereldoorlogen (over de Franse tijd kon ik niets vinden). De vijand kwam uit onverdachte hoek: in 1968 vaardigde de gemeente Antwerpen een bouwverbod voor Doel uit. Het hele gebied was voorbestemd om haventerrein worden. Dat was het begin van het einde. er ontstond leegloop, want het dorp had weinig perspectief meer. In 1978 werd besloten dat er in Doel toch weer gebouwd mocht worden: de havens van Antwerpen zouden rond Doel gegraven worden en het dorp kon een groene zone worden. Maar het was al te laat.

Straat in Doel met de kerncentrale op de achtergrond

Ondertussen leidden onduidelijke politieke beslissingen en juridische blunders tot grote vertragingen bij de aanleg van de havens. Dat maakte de toekomst van het dorp nog altijd ongewis. Het eiste zijn tol bij de bewoners, die verdeeld raakten in een deel dat wenste te blijven en een deel dat een duidelijke en billijke onteigeningsregeling eiste. 

De plaats liep in hoog tempo leeg, omdat wonen met zoveel spanningen en zo’n ongewis perspectief een aanslag doet op de leefbaarheid. Momenteel wonen er nog tien mensen in Doel. Ramen en deuren van de huizen zijn dichtgetimmerd. Doel is een spookdorp geworden, dat nochtans en desalniettemin veel bezoekers trekt.

Vorig jaar bezocht het programma Reizen Waes Vlaanderen het bijna leegstaande dorp Doel en interviewde er de laatste bewoners. Die documentaire is nog terug te kijken. 

De Z is van Zoutleeuw

Had ik het Belgische plaatsnamenalfabet niet eens af gemaakt. Foei! Allen de Z bleef nog over. Daar is voldoende keus in. Laat ik het houden bij één van de meest bijzondere kleine Belgische plaatsen: Zoutleeuw. 

De mensen vragen mij wel eens: Henk, kom jij wel eens in Zoutleeuw? Dat zal ik jullie zeggen. In Zoutleeuw ben ik meerdere malen geweest. Anders zou ik de foto’s niet eigenhandig hebben kunnen maken.

De Kleine Gete loopt dwars door het centrum van Zoutleeuw

Mocht je niet weten waar de plaats ligt: tussen Sint Truiden en Tienen, ook twee historische steden. Als je van Maastricht naar Leuven fietst kom je in de buurt van Zoutleeuw, maar je moet nog wel even afslaan, anders fiets je er zomaar voorbij.

Zoutleeuw ligt aan een voormalige spoorlijn, die is omgebouwd tot fietspad. Dat zijn altijd comfortabele fietsroutes, al vind ik ze op den duur vaak een beetje saai worden.

Vroeger was Zoutleeuw een heel belangrijke stad, aan de handelsweg tussen Brugge en Keulen. Het was één van de vrije steden van Vlaanderen. Vooral de lakenindustrie bloeide. Men deelde er dus de lakens uit.

In de bloembakken zie je in de zomer uitbundig bloeiende planten

Vanaf de 16e eeuw taande de betekenis. De Spanjaarden hielden de zuidelijke Nederlanden bezet en dat was niet goed voor de economie. Tegenwoordig is het een slapend stadje, waar het goed toeven is. De gemeente telt in zijn geheel 8000 inwoners.

Maar zoals wel vaker gebeurt leidt stilstand niet altijd tot verval. Hier geen afbraak van oude gebouwen of doorbraken vanwege het verkeer. In  België zijn ze erg goed in het in vredestijd verwoesten van oude steden. Kijk maar eens naar Brussel. Maar in Zoutleeuw is dat niet gebeurd. Die oude gebouwen staan er voor een groot deel nog.

De Sint Leonarduskerk van Zoutleeuw

Veel huizen in het oude centrum hebben hun eigen naam. Een deel van die huizen wordt opgesierd door welige bloeiende bloemen in bloembakken. Dit zijn de hangende tuinen van Zoutleeuw.

Het stadhuis werd gebouwd door Rombout II Keldermans, één van de belangrijkste architecten van de Brabantse gothiek (de OLV-kerk van Mechelen, het stadhuis van Middelburg, het Markiezenhof in Bergen op Zoom).

Maar Zoutleeuw is vooral trots op de Sint Leonarduskerk, die op de lijst van het Werelderfgoed van Unesco staat.

Fietstocht met onbekende bestemming

Gisteren heb ik weer een kaartloze fietstocht gemaakt. Ik had geen idee waar ik zou beginnen en waar ik zou eindigen. 

Het recept is als volgt. Op station Delft stoppen zestien treinen per uur. Ik fiets naar het station en stap in de eerste trein die stopt op Delft. Daar stap ik in, compleet met fiets. Als ik de krant uit heb stap ik weer uit. Dat was in Tilburg. Daar ben ik op de fiets gestapt.

Op de fiets door Brabant (bij Alphen)

Vanuit Tilburg had ik geen idee waar ik naar toe zou fietsen, maar ik maakte het me gemakkelijk en fietste met de wind mee. In dier voege kwam ik in Baarle Nassau. Daar valt niet veel te zien, behalve een overdaad aan toeristen. Ik moest er dus snel weer uit zien te komen.

Via het Belse Lijntje (een voormalige spoorlijn) fietste ik richting Turnhout. Na een tijdje vond ik die weg toch wat te saai worden en sloeg een zijweg in. Deze streek ik nogal bebost, je hebt geen idee wat je tegen gaat komen. In elk geval kwam ik vooralsnog door geen enkel dorp, maar wel in de buurt van Rijkevorsel. Daar was ik dit jaar al eerder geweest, dus ik wist dat ik in de buurt van Hoogstraaten was.

De voormalige spoorlijn van Tilburg naar Turnhout

De wouden bleven maar doorgaan, maar nu stonden er eindeloos veel villa’s in de bossen. Eigenlijk is dit een gebied waar mensen met grote hekken rond hun tuin als achtertuin een bos hebben. In ‘De Lage Landen’ lieten de filmmakers met de drone zien hoe dat er van bovenaf uit ziet, inclusief zwembaden. Er wordt voortdurend bijgebouwd, alle bospercelen lijken wel bouwpercelen te worden. Dat was o.a. het geval in Zoersel. Een halve eeuw geleden logeerden wij daar in een jeugdherberg die eenzaam aan een zandweg lag. Nu ligt diezelfde jeugdherberg aan een geasfalteerde straat met aangrenzende villa’s.

Jugendstil in Borgerhout

En verder ging de fiets. Totdat ik uiteindelijk in Oostmalle was. Hier was de bebouwing dichter en een grote voormalige straatweg (kaarsrecht met rommelige bebouwing, kenmerkend voor België) leidde naar Schilde en Wijnegem. Daar stak ik het Albertkanaal over. Toen was ik in de bebouwde kom van Antwerpen.

Ik fietste een aantal rondjes door de oudere wijken van Deurne en Borgerhout. In sommige delen van deze voorsteden hoor je weinig Vlaams en veel Arabisch. Er zijn veel buitenlandse winkels, met af en toe een verdwaalde Albert Heyn of Kruitvat, maar die zijn ook buitenlands. Maar waar het mij om ging was de verborgen Jugendstil in deze wijken.

Aan het begin van de avond zette ik mijzelf en de Batavus in Berchem op de trein naar Roosendaal. De conducteur hield nauwgezet toezicht op het dragen van mondkapjes. De fietsteller had er 120 kilometer bij opgeteld. 

De Y is van Yvoir

De Belgische lezers van dit blog weten het waarschijnlijk beter. Is er in België een plaatsnaam die begint met de X? Nederland kent niet zo'n plaats, in België kon ik geen plaats vinden. En om nu weer het Duitse Xanten te introduceren is ook een beetje maf.

Dan maar Yvoir. Zowaar, daar ben ik doorheen gefietst toen ik een Blue Bike in namen huurde. Ik fietste een eind stroomopwaarts richting Dinant. En toen aan de andere kant van de Maas weer stroomafwaarts richting Namen. In dier voege kwam ik ook in Yvoir.

Het water van de Maas staat erg hoog. Af en toe staan er stukjes van het fietspad onder water. De temperatuur is ook erg hoog. Een thermometer wijst maar liefst 15 graden aan. Ik dacht dat het winter was.

Ik ben op de linkeroever van de Maas zuidwaarts gefietst (voor de Nederlanders is dat de rechteroever). Aan de overkant fiets ik weer terug naar Namen. Waar ik al bang voor was: de vrij drukke weg is smal en bochtig, zonder vluchtstrook. Voor een eenzame fietser is dat niet zo’n prettige ervaring. Belgen zijn niet zo gewend aan

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is maas-tegenover-profondeville.jpg
De overkant van de Maas bij Yvoir

winterse fietsers. Bovendien deponeren ze graag allerlei rommel op de weg, zoals glasscherven, schroeven, bouten, moeren en heibeldijfjes, onderdelen van auto’s, afgewerkte olie, lege verpakkingen van McDonalds en zelfs een onderbroek. Ik hoop maar dat de Blue Bike goede banden heeft.

De Maas bij Yvoir

Yvoir is een industrieplaats met enige regionale functies en af en toe een bezienswaardigheid. Er wonen zo’n 9000 mensen. In het verleden werd er ijzererts gewonnen benevens steen uit de rotsen gehakt. Die stenen die je terug in veel huizen.

In de Maas ligt een eiland en dat trekt toeristen aan. Eilanden hebben nu eenmaal een magische aantrekkingskracht. In Yvoir heb ik geen foto’s gemaakt, want ik kreeg enige haast om weer op tijd in Namen te geraken. De laatste trein naar Delft vertrekt daar al vroeg.

De omgeving van Yvoir is mooier dan de plaats zelf. Yvoir was in 1975 even beroemd omdat hier de wereldkampioenschappen wielrennen werden gehouden. Ik hou me aan mijn eigen favoriete slakkengangetje van 16 kilometer per uur

De W is van Welkenraedt

Helemaal in het oosten van België ligt Welkenraedt. Onder de gemeente Welkenraedt valt ook de plaats Henri Chapelle, het hoogtepunt van verschillende fietstochten door het oosten van België. Die plaats ligt op 340 meter hoogte.

Fiets je vanuit Henri Chapelle naar Welkenraedt, dan gaat het gezwind, mits je je pet stevig op je hoofd hebt verankerd. Het kost weinig moeite om hier boven de 50 km. per uur te fietsen. En dan kom je ook nog eens op het idee dat een fietshelm misschien een beter idee is dan een pet.

Er wordt in Welkenraedt Diets gesproken (plat Limburgs). Dat is opmerkelijk, omdat de plaats officieel franstalig is. Het onderwijs is er grondwettelijk toegestaan in drie talen; Frans, Duits en Nederlands.

Bij station Welkenraedt

Welkenraedt ken ik vanwege het grensstation van de trein richting Duitsland. Maar de plaats had ik nog nooit gezien. Welkenraedt is zo’n plaats die karakteristiek is voor de chaos bij de inrichting van het land in België. Dwars door de plaats loopt een drukke verkeersweg. Het verkeer is er zeer chaotisch en dat geldt ook voor de bebouwing langs de weg. Van enig toezicht op de vraag wat er gebouwd wordt lijkt geen enkele sprake te zijn: ieder bouwt wat hem goed lijkt in eigen ogen. Dat geldt ook voor het winkelbestand.

De drukke weg door Welkenraedt is deels geplaveid met zand, losliggende steenslag en glas. Er is een onvoorspelbare fietsstrook waar soms auto’s op staan geparkeerd en soms moet je opeens een scherpe bocht maken. En dat alles gaat richting de autosnelweg over in een kolossaal bedrijventerrein met ook meubelzaken, Mc Donalds en supermarkten.

Het is allemaal zó lelijk dat het bijna weer mooi wordt... Een beetje meer architecturale schoonheid zou de plaats sieren. 

De V is van Verrebroek

Verrebroek maakt deel uit van de gemeente Beveren in Oost-Vlaanderen. De plaats roept ambivalente gevoelens op. Meestal is het er mooi weer, maar het landschap is heftig aangetast door de Antwerpse haven en andere ongemakken. 

Ik citeer uit een vorig verslag: “Na alle rustieke wegen van de afgelopen uren is het nu met de rust gedaan. Alles is hier groot en recht. Ik fiets over verse terreinen van de Antwerpse haven, die alsmaar groter wil groeien. Tussen de stad Antwerpen en de Nederlandse grens is er langs de Schelde nauwelijks meer een stukje groen overgebleven.

Even denk ik een aardige afslag te kunnen nemen. Het is zelfs een officieel fietspad. Maar het pad loopt dood op een autoweg.

Dan maar verder richting Verrebroek. De plaats wordt aan het oog onttrokken door nieuwe bedrijventerreinen. Een lange rij auto’s staat zich te vervelen voor een verkeerslicht dat lang op rood blijft staan. De weg die ik had willen nemen blijkt inmiddels voor fietsers afgesloten te zijn. Verrebroek blijkt onbereikbaar. Ik kan er dus ook niet over naar huis schrijven.

Beveren

Via Vrasene kom ik in Beveren uit, een aanzienlijke plaats met een aantal historische gebouwen. De plaats zelf telt zo’n 20.000 inwoners. De werkloosheid is er laag en de gemeentelijke belastingen schijnen er ook al laag te zijn. Dan mogen ze wel wat aan de fietspaden gaan doen. Maar ja, dat weet je in België. Belgische mannen zitten op zondag graag op de racefiets (en mijden daarbij de fietspaden) en door de week heeft de auto alle voorrang.”

Terug naar Verrebroek. Hoe nietig de plaats ook mag lijken, men heeft hier eeuwenlang strijd moeten voeren tegen het water. Dat zie je ook terug in Zeeuws-Vlaanderen. Diep dringen de watergeulen het land in, tot voorbij de Belgische grens.

Wie water zegt, zegt Noormannen. Die kwamen ook over het water en sloegen hier van alles kort en klein. Toen de plaatselijke bevolking de moed had opgegeven kwamen de Friezen afgezakt naar deze streek. De streek maakte een tijdelijke bloei door. Maar daarna kwamen er opnieuw overstromingen en werd er geknokt. De Spanjaarden bouwden er een fort om de Nederlanders tegen te houden. Door alle gedoe geraakte de streek in armoede.

Nu heeft Verrebroek een andere strijd te voeren. Hoe houden we het hier nog een beetje groen tegenover de massiviteit van de Antwerpse haven? 

De S is van Scherpenheuvel

Daar waar het vlakke Vlaamse land opeens gaat golven bevindt zich het belangrijkste bedevaartsoord van België. Op het hoogste punt van een heuvel ligt de Basiliek van Onze Lieve Vrouwe van Scherpenheuvel.

Al in 1973 wilde ik deze basiliek bezoeken. We maakten toen een fietstocht van jeugdherberg naar jeugdherberg in België. We waren toen vlak in de buurt (in Diest), maar helaas: van een bezoek kwam het niet. En ik wilde dat nog altijd goedmaken.

Je moet er wat voor over hebben. Vroeg opstaan en flink doorfietsen. Scherpenheuvel ligt over de kortste fietsroute honderd kilometer van Breda verwijderd. Ik hou niet van kortste fietsroutes en ben 130 km. lang onderweg.

Scherpenheuvel ligt in de gemeente Zichem, bekend van de TV-serie ‘Wij heren van Zichem’. Als je vanuit Turnhout komt fiets je eerst door Zichem en daarna moet je klimmen naar Scherpenheuvel, of Montaigu, zoals de Walen zeggen.

In de Middeleeuwen stond op het hoogste punt van de heuvel een eik en daar hing een Mariabeeld in. Veel mensen kwamen hier regelmatig bidden. Ook in de Middeleeuwen werden de hoogten dus benut voor de religieuze activiteiten, net als in het Oude Testament.

In 1602 werd er een houten kapel gebouwd en toen de calvinisten noordwaarts verdreven waren werd begonnen met de bouw van een heuse basiliek. Het barokke gebouw werd in 1629 ingewijd. Er werden vele sieraden naar het altaar geworpen, want aardse goederen hadden geen waarde. Die gewoonte schijnt nog steeds stand te houden, al heb ik dit verschijnsel niet waargenomen.

Sinds die tijd wordt een houten beeldje van Maria vereerd en volgens de overlevering zouden er veel mensen genezen zijn van ziekte en ongemak.

Het is een indrukwekkend gebouw, ook al omdat het op een heuvel staat. Je verwacht zo’n basiliek niet in een dorp met maar zo’n drieduizend inwoners (een schatting voor mij).

De kerk trok ook de aandacht van het Vaticaan. In 2011 kreeg de basiliek uit handen van Paus Benedictus de Gouden Roos. Dat is een blijk van waardering vanwege de bijzondere betekenis van het gebouw voor het welzijn van het volk.

Ik bezoek de kerk tijdens een mis. Er is geen zitplaats meer vrij op deze donderdagmiddag. En dat terwijl veel kerkgangers in een rolstoel zitten. Alle gangpaden zijn (ook) bezet. En dat schijnt de hele dag zo door te gaan. Na de mis kun je koffie met appelgebak scoren in de nabijgelegen etablissementen.

Het doel is voor mij bereikt. Na de mis fiets ik verder naar het meest nabijgelegen station. Onderweg passeer ik een enorme showroom van rolstoelen. Niet iedereen verlaat genezen de basiliek van Scherpenheuvel.

De Q is van Quévy

Ja, voor plaatsnamen die met een Q beginnen moet je bij de Franse taal zijn. De plaats Quévy ligt precies op de grens van België en Frankrijk.

Helaas is er iets mis met mijn fotoverzameling. Ik weet precies in welke hoedanigheid ik in Quévy ben geweest. Ik kan ook de foto’s van de ochtend vinden (toen was ik in Bergen/Mons), maar daarna ben ik het fotospoor bijster geraakt. Mogelijk heb ik de foto’s verkeerd gearchiveerd en nog niet de goede naam gegeven.

Ik fietste vanuit Bergen (Mons) naar het zuiden. ik wilde naar de vestingstad Maubeuge, maar ik vond de weg te gevaarlijk (een smalle drukke weg zonder fietspad). Dus sloeg ik vlak bij de grens rechtsaf. En voor de oplettende lezertjes betekent dat: naar het westen.

Quévy, Pieterskerk en kerkplein (bron: Wikimapia)

In dier voege kwam ik in Quévy. Deels ligt het dorp aan een lange rechte weg, zoals bekend van de Belgische heirwegen. Maar er liggen allerlei plukjes aan bebouwing wat verder weg van de weg. Zo heb je Quévy en Quévy-le-Petit. Deze keer klopt het. Quévy-le-Petit is kleiner dan Quévy.

Quévy ligt in een niet onaantrekkelijk glooiend landschap met grasland, akkerbouw en ook kleinere bospercelen. Soms zoef je opeens een heel eind naar beneden. Dan ligt er ergens een minkukelig beekje. Daarna moet je toch weer even venijnig klimmen.

Quévy Gare, hier wisselden de internationale treinen van locomotief (Frans/Belgisch). Bron: Railations

Opmerkelijk is het grote station van Quévy. Het was namelijk een grensstation, waar de internationale trein van Brussel naar Parijs stopte. De grens ligt er nog steeds, maar de treinen rijden niet door. Vier keer per dag vertrekt er een trein noordwaarts.

Het momumentale stationsgebouw verkeert in deplorabele toestand. Het biedt een minder fraaie inkijk in het Belgische beleid aangaande historische stationsgebouwen. Ik citeer: “In 2004 wil de NMBS het loket op het station sluiten wegens minder dan 300 dagelijkse reizigers. Op 25 januari 2005 stelde de gebruikerscommissie vast dat het loket gesloten was, maar dat het station een open wachtkamer had en dat er personeel aanwezig was. In 2007 voorzag een akkoord tussen de gemeente en de NMBS in de renovatie van het stationsgebouw en de herbestemming ervan tot een multi-service gebouw, maar de voorwaarden opgelegd door de NMBS werden door burgemeester Florence Lecompte geweigerd wegens de te hoge kosten.”

Het is dus wachten totdat de boel met donderend geraas instort. Of tot er iemand met geld over de brug komt...