Naar Binche

Als je in Bergen blijft kom je niet ver op de fiets. We richtten onze blikken oostwaarts en reden dan ook aan die kant de stad uit. Deels moet dat in België op het gevoel, de bewegwijzering is onregelmatig en vooral op het autoverkeer gericht.

Al een paar jaar lang wilde ik Binche bezoeken: een stadje dat halverwege Bergen en Charleroi ligt, ongeveer 20 km. ten oosten van Bergen.

Geleidelijk klommen we het zachtglooiende land van Henegouwen in. Links van ons lag een dal: de dorpen in het dal konden we niet zien. Dat is het stroomgebied van de Sambre, maar tegenwoordig wordt dat gebied vooral zichtbaar door een kanaal dat werd aangelegd voor o.a. het vervoer van steenkool en ijzererts van de industrie rond Charleroi en la Louviere. 

Langs de grote weg richting Binche staat veel lintbebouwing. Dat is typerend voor het Belgische straatbeeld. Het lijkt wel of veel inwoners van België graag aan een drukke weg wonen. De uitbreiding van die dorpen ligt voornamelijk in het verleden: herkenbaar aan de typerende woningen voor fabrieksarbeiders aan het begin van de vorige eeuw. Er staan tal van deze woningen  voor een voor Randstad-begrippen habbekrats te koop (rond de 100.000 euro).

Je ziet daardoor niet zoveel van het landschap. Slechts af en toe konden we een blik werpen op het glooiende land met vooral veel akkerbouw, soms weilanden en her en der plukjes bomen of stroken struikgewas. De foto bij dit blog is op een zijweg gemaakt.

Na twee uur fietsen dalen we af naar Binche. Het verkeer is er erg druk, want Binche ligt aan een kruising van wegen. Al dat verkeer moet dwars door de historische binnenstad. Dat is een behoorlijke afknapper...

Bergen (Mons)

Bergen telt bijna 100.000 inwoners. Het is de hoofdstad van de Belgische provincie Henegouwen.

Bergen is ongeveer even groot als steden als Delft en Alkmaar, maar de plaats oogt veel dorpser. Maar misschien zie je het verschil wel in het aantal inwoners per vierkante kilometer. In Bergen wonen 650 mensen op een vierkante kilometer en in Delft zijn dat er 4550. Leiden en Gouda zijn nóg dichter bevolkt. In theorie zou de kans op besmetting door een eng virus in de Nederlandse steden dan ook groter moeten zijn: de mensen houden fysiek onvoldoende afstand (…).

Zoals ik in het vorige blog al schreef was Bergen een zeer welvarende stad, totdat hertog Alva er in 1572 zijn intrek nam. Hij was nog boos over het verlies van Den Briel en lapte alle gemaakte afspraken aan zijn laars. Veel inwoners werden gemarteld en terechtgesteld en hun bezittingen werden geconfisqueerd. Nee, de Spanjaarden waren geen lieverdjes! Meteen kelderde de economie, want als je zonder enige kennis van zaken alle bedrijvigheid in beslag neemt valt natuurlijk meteen ook alles stil. Bergen werd (net als Brugge) een doods provinciestadje.

We huren in Bergen een Blue Bike. Dat is de Belgische OV-fiets. Het bijzondere is dat die fietsen zeven versnellingen hebben. Het zijn zware fietsen die ook wel wat van tanks hebben. Als je een aanrijding met een auto hebt loopt de auto zware schade op. Nadeel is dat ze ook vrij zwaar trappen, maar het voordeel is weer dat je je kuitspieren flink oefent.

Om de stad in te komen moet even wat flink klimmen. De plaats heet niet voor niets Bergen. Het mooiste stukje van Bergen is de Grote Markt (behalve de hier aanwezige McDonalds). Daarnaast is er meerdere mooie historische kerken en er is een belfort dat tot het Unesco Werelderfgoed behoort.

Het meest bijzondere kunstwerk in Bergen vind je nauwelijks in de gidsen of op het internet: dat is een verzameling planken. Het werd geplaatst ter ere van het feit dat Bergen culturele hoofdstad van Europa was geworden. Als mikadohoutjes stortten een paar weken na de oplevering de planken naar beneden. Het had toen 400.000 euro gekost. Het kunstwerk werd weer in ere hersteld, maar kraakte wel vervaarlijk. ‘Hout werkt nu eenmaal’, zo meende men. enkele weken later stortte het opnieuw in. Een constructiefout, zo werd geoordeeld. Nee, vond de kunstenaar, hij had geen fout gemaakt.

Het kunstwerk is uiteindelijk op een andere manier opnieuw opgebouwd. Het staat er inmiddels vijf jaar en persoonlijke ongelukken hebben zich verder niet voorgedaan. Maar qua bouw, planning en effect lijkt dit kunstwerk dus wel op het station van Bergen. Daar rammelt het nog steeds aan alle kanten...

Brusselse straatkunst

Er bestaan veel soorten van graffiti (letterlijk: inkrassen). Het meeste is puur vandalisme. Het kost o.a. de OV-bedrijven jaarlijks miljoenen euro's om de schade aan graffiti te herstellen.

Toen ik vanuit de trein een aantal filmpjes maakte viel me pas écht op hoe veel gebouwen langs het spoor er totaal verloederd uit zijn gaan zien als gevolg van het prutswerk dat op gebouwen is gespoten.

In de USA is een deel van de graffiti gerelateerd aan gangs die daarmee hun territorium afbakenen. Een soort geurvlag in de vorm van een tag, die in één minuut geplaatst kan worden.

Maar er bestaat ook mooie ‘straatkunst’. Die wordt meestal met toestemming aangebracht. De kunstenaar maakt eerst een ontwerp en gaat daarna aan de slag.

In het havengebied van Antwerpen zag ik graffitikunst van misschien wel honderd meter lang op een schutting bij een bouwterrein. Het zou jammer zijn als die schutting weer wordt afgebroken.

Brussel is bekend om zijn vele striptekeningen op blinde muren van particuliere huizen. Er zit een grote variatie in stijlen in. Maar je kunt er een hele dagtocht aan besteden.

Wij maakten tijdens een twee uur durende wandeling een aantal foto’s van de schilderingen op gebouwen en viaducten.

Via Antwerpen (2)

Rond drie uur fiets ik de Grote Markt weer af. Het is wat puzzelen hoe ik het centrum uitkom. Antwerpen is een drukke winkelstad met deels voetgangersgebied. Bovendien wordt op allerlei plekken aan de riolering of het wegdek gewerkt.

Ik fiets in de richting van Berchem, maar buig daarna af in noordoostelijke richting. Hier ligt de grootste Joodse wijk van Europa. Er wonen ruim 20.000 orthodoxe Joden. Ze maken zich massaal op om naar de Synagoge te gaan. Overal zie je mannen in hun traditionele kleding op straat. Vanwege de risico’s staan er ook in tal van straten militairen met het geweer in de aanslag.

Ik fiets onder de spoorlijn door en even later klinkt er een ondergronds geraas. Het neemt buitenaardse proporties aan. Ik heb er al eerder over geschreven. Dit is het verkeer op de Ring Antwerpen. In zuidelijke richting zit het muurvast (dat maakt niet zoveel lawaai), in noordelijke richting rijdt alles nog. Er zijn plannen om de hele ring ondergronds te gaan maken zodat dit gebied weer bewoonbaar wordt. Maar dat is een miljardenproject.

Ik fiets kaartloos mijn neus achterna in ongeveer noordoostelijke richting. Na de voorsteden Deurne en Borgerhout kom ik in een uitgestrekt park uit, maar ook hier klinkt nog nadrukkelijk het geraas van de Ring. Zo’n geluid heb ik in Nederland nog nooit gehoord. Vervolgens klimt de weg en kom ik op een hoge brug over het Albertkanaal uit. Een lange afdaling brengt mij in Schoten, een uit de kluiten gewassen dorp met 30.000 inwoners.

Ik zoek het Jaagpad langs het Kanaal van Turnhout naar Schoten op. Dat volg ik maar liefst 20 km. Het is inderdaad een Jáágpad: om de haverklap word ik ingehaald door forensende mannen op een speedpedelic. Soms is het schrikken geblazen, omdat ik ze niet aan hoor komen.

Het kanaal telt zeven sluizen: de schepen moeten vanuit de laagte van het Scheldebekken omhoog naar de Kempen. Om de twee of drie kilometer ligt er een sluis.

Uiteindelijk sla ik linksaf en fiets nu richting Hoogstraten. Ik heb flink de wind in de rug. Voordat het donker wordt wil ik zo ver mogelijk komen. Helaas krijg ik fietspech in het dorp Sint Lenaarts. Als ik een foto maakt valt mijn fiets en het spatbord is ontwricht en loopt stevig aan tegen de band. Zo kom ik niet meer thuis. Maar er woont in Sint Lenaarts een heel aardige fietsenmaker die zelfs na sluitingstijd nog even naar mijn fiets kijkt. Hij heeft de goede diagnose en de juiste apparatuur om het ongemak te herstellen.

De fietsenmaker van FD aan de Hoogstraatse Baan verdient een eervolle vermelding op dit weblog.

Na Sint Lenaarts is het 8 kilometer fietsen naar Hoogstraten. In dit centrumdorp staat een prachtige hoge toren van maar liefst 105 meter hoog. Maar er bevindt zich ook één van de mooiste begijnhoven van België.

Inmiddels is het bijna donker. De rest van de tocht moet ik in het donker fietsen. Aanvankelijk volg ik een vrij drukke provinciale weg, maar als ik dat zat ben duik ik een smalle zijweg in. Hoe ik precies fiets weet ik niet, maar bij het klooster van Meersel Dreef fiets ik de grens met Nederland over.

Ook verderop kies ik voor kleine wegen. Zo kom ik op het kronkelende fietspad langs de Mark uit. Dan is Breda niet ver meer.

Het is een hele omschakeling van het rustige land naar Breda, want daar is het carnaval begonnen. Ik ben zo ongeveer de enige passant die niet verkleed maar wel nuchter is. Her en der gaan mensen over hun nek, terwijl de avond eigenlijk nog moet beginnen. Ik maak maar even een ommetje buiten het centrum om, want deze hectiek vind ik niet prettig.

Station Breda is het eindpunt van deze fietstocht. Volgens de Strava App heb ik op deze eerste fietsdag van het jaar 110 kilometer gefietst.

Via Antwerpen (1)

Voor het eerst dit jaar heb ik een volle dag besteed aan het zitten op het zadel van mijn Batavus. Nou ja, het wordt nooit echt een hele dag, maar ik was een deel van de morgen, van de middag en van de avond in touw. En dankzijn Strava kon ik terugkijken waar ik gefietste had.

Ik nam de eerste trein vanuit Delft na de spits (anders mag de fiets niet mee) en was 1½ uur later in Rilland Bath. Volgens een vorige week gepubliceerd onderzoek staat dit station in de top 10 van minst gewaardeerde NS-stations. Daar kan ik me iets bij voorstellen. Het zijn gewoon twee winderige perrons buiten de bebouwde kom.

Al snel zocht ik de dijk langs de Westerschelde op. Je hebt hier een prachtig zicht op het Nauw van Bath. De Westerschelde maakt er  een scherpe bocht, waarbij de zeeschepen zich door de smalle vaargeul tussen de zandbanken door moeten zien te manoeuvreren.

Er stond een harde zuid-zuidwestenwind, dus het was stevig aanpoten, met de wind schuin tegen. Ik fietste met een snelheid van 11 á 12 kilometer per uur.

Direct na de grens met België zit je in het Antwerpse havengebied dat zich 30 kilometer langs de beide oevers van de Schelde uitstrekt. De vorige keer was ik via de dorpen ten oosten van het havengebied gefietst (o.a. via Stabroek), maar nu koos ik voor de route door de haven. Dat betekende een permanent gedender van vrachtauto’s en gesis van tal van petrochemische installaties.

In Fort Lillo hield ik even halt. Dit is een wonderbaarlijke groene enclave temiddel van de permanente onrust van het havengebied. Dit fort werd in opdracht van Willem van Oranje gebouwd om Antwerpen te beschermen tegen de Spanjaarden. Ook in de eeuwen daarna, toen de zuidelijke Nederlanden Spaans bezit waren bleef dit fort in handen van de noordelijke Nederlanden. Het diende o.a. als plaats om fors tol te heffen voor de schepen die naar Antwerpen voeren. Pas in 1830 kwam het fort in Belgische handen.

Buiten Fort Lillo staat een eenzame molen, temidden van de havengebieden. Een laatste stukje herinnering aan dit eens groene en agrarische land.

Helaas blijkt de fietsroute over de dijk langs de Schelde te zijn afgesloten. De dijk wordt opgehoogd. Anders had ik hier mooie uitzichten gehad. Nu fiets ik temidden van de petrochemische industrie. Wat hier opvalt is de toename van het aantal fietsers. Het zijn bijna allemaal speedpedelics: snelle fietsen die zo’n 45 km. per uur aankunnen.

In Antwerpen blijf ik zoveel mogelijk de Schelde volgen. Pas in de binnenstad fiets ik een zijstraat in, richting de toren van de Onze Lieve Vrouw-kathedraal die al heel lang in de steigers staat.

De fietsteller heeft er 40 kilometer bij opgeteld. Tijd om even op een andere manier op te warmen: met koffie en een crocque monsieur. 

René Magritte

Eén van de meest bijzondere Belgische schilders is René Magritte. Zijn bekendste werk is een een schilderij van een pijp, met als onderschrift dat het geen pijp is.

Toen onze kinderen een jaar of tien waren daagde ik hen wel eens uit met woordspelletjes. “Kijk eens naar dat gras. Jullie denken dat het groen is. Maar is het eigenlijk wel groen?” Ja hoor, het gras was groen. “Waarom denken jullie dat het groen is?” “Dat zie je toch?” “Nee, het is misschien niet groen, jullie noemen het groen omdat jullie dat zo geleerd is, maar het zou ook best blauw kunnen zijn. Als we groen blauw hadden genoemd hadden jullie gevonden dat het gras blauw is.”

Zo ga je omdenken als je het werk van Margritte ziet. In Brussel togen we naar het Margritte Museum op de Kunstberg, waar de belangrijkste Brusselse musea op een kluitje staan. We hebben ons prima vermaakt in het museum.

Margritte begon als schilder van reclames. Maar later ontwikkelde hij een eigen surrealistische stijl. In een deel van zijn werk komen naakte vrouwen en natuurgetrouw geschilderde vissen voor. Waarschijnlijk verwijzen deze schilderijen naar het feit dat hij zijn moeder als jonge puber naakt vond in de rivier de Sambre, nadat zij zelfmoord had gepleegd. Dit heftige feit is van grote invloed geweest op zijn leven en denken. Al jong kreeg hij verkering met zijn latere vrouw, met wie hij zijn levenlang getrouwd was. Tegelijk zat er altijd een angst bij hem in: de angst van de nabijheid en de angst voor het verlaten worden.

Het werk van Magritte is net zoals dat van bijvoorbeeld tijdgenoten als Salvador Dali en Carel Willink bijna fotografisch gedetailleerd geschilderd. Tegelijkertijd zie je voortdurend vreemde effecten. Het realisme van het schilderij gaat over in een in werkelijkheid onbestaanbare voorstelling.

En als het schilderij je niet op het verkeerde been zet, dan is het wel de titel, die vaak heel anders is dan je van het schilderij verwacht. Het schilderij met de gestapelde huizen – in dit geval met een selfie van het achterhoofd van Henk50 – heet bijvoorbeeld ‘De Borst’. Je moet er maar opkomen.

Dat meest bekende schilderij met die pijp. Nee, het is geen pijp. Want met een schilderij kun je niet roken. Het is geen pijp, maar een schilderij van een pijp. “Die beroemde pijp. Hoe vaak de mensen mij verwijten maken. En toch, kun je mijn pijp vullen? Nee, het is slechts een weergave, nietwaar? Dus als ik op het schilderij had geschreven: “Dit is een pijp” had ik gelogen!”

Met zulke woordspelletjes hield Magritte zich voortdurend bezig. Zijn spel met taal leidde ook tot tal van diepergaande uitspraken die uiteindelijk zijn verzameld in een boek. “Alles wat zichtbaar is verstopt iets wat onzichtbaar is.” “Als de droom een vertaling van het dagelijks leven is, dan vormt het dagelijks leven de vertaling van een droom.” “Als je naar een voorwerp kijkt met de bedoeling om te proberen te ontdekken wat het betekent, zie je het voorwerp zelf niet meer, maar denk je aan de vraag die wordt gesteld.”

In de oorlog werd Magritte uit afkeer van het nationaal socialisme communistisch. Maar die liefde was van korte duur: binnen het communisme past geen surrealitische kunst.

Na de oorlog kreeg Margritte de beschikking over een filmcamera. Hij werd een verwoed filmer van surrealistische taferelen, waarin zowel zijn vrouw als zijn vriendenkring een rol speelden. Die films zijn ten dele ook te zien in het Margritte Museum.

René Magritte werd in 1898 in Lessen (Wallonië) geboren, hij overleed in 1967 in Schaarbeek, één van de Brusselse deelgemeenten.

Vrouw bedreigd

We lopen richting de tram bij station Brussel Zuid. Stationsbuurten in grote steden vormen vaak ook trekpleisters voor allerlei mensen die hier gewoon wat rondhangen.

Of liggen… Veel meer dan in Nederland zie je in België slapende mensen in hoeken en gaten van de stations. Meestal zijn het immigranten onderweg die Engeland als het beloofde land zien. Het schijnt dat er in Brussel 4000 rondlopen die wachten op een kans om het Kanaal over te steken.

Bij station Brussel Zuid

Maar er zijn ook veel zichtbare bedelaars die met een beker in de hand vragen om een aalmoes. Daarnaast staan er op allerlei plekken jonge mannen met een vermoedelijk Noordafrikaanse achtergrond. Ook de illegale drugshandel tiert hier welig.

In de drukte voor het station horen we opeens een vrouw achter ons gillen. We draaien ons om. Ik zie dat een man probeert het fototoestel van de vrouw te pakken. In een flits pak ik zijn arm beet en houd hem tegen.

De man is samen met een kameraad. Onderling spreken ze Arabisch.  Beiden hebben vanmorgen waarschijnlijk een half flesje aftershave op hun kin gesmeerd. Die geur is nadrukkelijk overheersend. De man scheldt, vloekt en tiert tegen de vrouw. In het Frans, dus ik kan niet alles verstaan. Volgens hem had zij hem op de foto gezet en dat was verboden. Daarom had hij het recht om de camera te pakken.

Volgens mij liep ze gewoon met haar fototoestel om de nek langs het station. Ze had er geen beschermhoes om en dat is in deze wijk niet verstandig.

De man begint nog harder te tieren, pakt zijn telefoon en zegt dat hij de politie gaat bellen. Zij zit namelijk helemaal fout door hem zomaar op de foto te zetten. Ze vindt het prima als hij de politie belt. Maar dat was natuurlijk pure bluf. Deze man heeft waarschijnlijk zelf van alles te vrezen voor de politie. Anders wil ik wel de politie bellen, maar ik weet niet zo snel hoe ik daar vorm aan moet geven.

Wij zeggen helemaal niets. Dat zou ook olie op het vuur zijn. Ons Frans is trouwens niet voldoende om sowieso iets zinvols te zeggen. Ik had er mogelijk iets uitgeflapt als dat het voor hem misschien nog even wennen is dat je in België gewoon foto’s mag maken op straat.  Maar we doen er het zwijgen toe en dat is maar goed ook. We staan hier echter slechts als buffer tussen de vrouw en de tierende man. Tineke staat een beetje tussen hem en de vrouw in.

Dan maar een andere actie. Hij gebruikt nu zijn telefoon als filmcamera en filmt de vrouw en waarschijnlijk ons ook. Dat komt allemaal straks op internet. Daar reageren we geen van allen op. Daarop doet de man opnieuw een greep naar het fototoestel. Ik houd zijn arm tegen en houdt hem even vast. Hij rukt zich weer los.

De man heeft nu kennelijk het gevoel dat hem niets meer lukt. Hij vloekt nog een paar keer en spuugt op de grond. Ik krijg een dodelijke blik toegeworpen, maar blijf niettemin in leven.

Na afloop zegt Tineke: "Dat je dat durfde, zijn arm beetpakken." Dat was geen kwestie van durf. Als ik er over na had gedacht had ik het waarschijnlijk niet gedurfd. Op zo'n moment handel je gewoon in een reflex. En later ben je boos: je wilt niet dat de straat in bezit wordt genomen door dit soort arrogante types.