Blue Bike

In veel Europese steden is de deelfiets in opmars. De afgelopen winter maakten we in Wenen veelvuldig gebruik van een plaatselijke deelfiets. In Nederland maken we bijna wekelijks gebruik van de OV-fiets en in België van de Blue Bike. 

De Blue Bike is de Belgische variant van de OV fiets. Hij is te huur op een groeiend aantal stations. Maar ondertussen breidt het aantal deelfietssystemen zich ook sterk uit. In Antwerpen kun je niet alleen een Blue Bike huren, maar ook een Cloudbike, een Vélo, een Mobit en een Swapfiets. Daarnaast zijn er tal van fietsenzaken die eigen fietsen huren.

Een retour voor de fiets van een Nederlands station naar een Belgisch station kost 24 euro. En dan moet je ook nog afwachten of er voldoende plek is in de internationale trein. Een fiets huren in België heeft dus zeker voordelen.

Wat dat huren betreft houd ik het bij de Blue Bike. Ook vanwege de uitstekende aansluiting op de trein (hij staat op het station voor je klaar).

Je moet lid zijn van de organisatie van Blue Bike en dan heb je met je pasje voor 1,15 euro de hele dag een fiets met drie versnellingen tot je beschikking. Het is een degelijk exemplaar, trapt misschien wat aan de zware kant, maar wordt goed onderhouden door de organisatie.

Inmiddels heb ik een Blue Bike gehuurd in Antwerpen (op twee verschillende stations), in Brussel, Halle, Gent, Namen en Bergen (Mons). In Namen en Bergen had de fiets zeven versnellingen, wat met de hellingen wel een plezierige bijeenkomstigheid was.

Op de site kun je zien hoeveel fietsen er ‘real-time’ beschikbaar zijn. Ik ben nooit ergens geweest waar de aantallen niet klopten.

Op de foto ‘mijn’ Blue Bike in Antwerpen.

Advertenties

Kortrijk

Vorige week was ik even in Kortrijk. In die stad was ik al een aantal maal op de fiets geweest, maar deze keer was het alleen maar vanwege een ruime overstap met de trein.

Al ligt Kortrijk dicht bij de grens met Frankrijk, het is een aardige en volop Vlaamse stad. Vanuit het station loop je zo de historische binnenstad in. De straten rond het station dateren uit de 19e eeuw, maar al snel ben je op de Grote Markt met tal van zeer oude gebouwen. Zoals de Sint Maartenskerk die rond 1400 werd gebouwd.

Aan de Grote Markt vind je het gotische stadhuis (gebouwd rond 1520), en het Belfort. 

Even verderop ligt een prachtig Begijnhof, een oase van stilte in de grote stad. Toch valt het met de drukte in Kortrijk nog wel mee. Het is een levendige plaats, maar niet te druk. Dat komt deels door het feit dat de binnenstad (destijds als eerste van België) grotendeels autovrij werd. Want Kortrijk is toch wel een vrij grote stad, met zo’n 75.000 inwoners.

De eerste bebouwing van Kortijk lag aan de Leie. Die rivier vormde de economische levensader van de stad. De stad bloeide lange tijd als gevolg van de lakenindustrie. Maar er was ook economische tegenwind, vooral onder invloed van politieke verwikkelingen. De stad viel achtereenvolgens onder de Nederlanden, onder de Spaanse overheersing en was een deel van Frankrijk. Vanaf 1820 was de stad weer enige tijd Nederlands en sinds 1839 is het een Belgische stad. Als België zich opsplitst wordt het een Vlaamse stad.

Aan de Leie bevinden zich de Broeltorens, één van de toeristische handelsmerken van de stad.

Zoek je een huis in Kortrijk: de prijzen in de stad zijn naar Nederlandse begrippen opvallend laag. Voor zo'n 150.000 euro koop je een huis met vier slaapkamers en een woonoppervlak van 140 vierkante meter.

Zoey naar de poezendokter

Poes Zoey had gisteren een slechte dag. Al om half acht stapte ik met haar op de trein. En omdat Zoey graag alles onder controle wil hebben zinde haar dat helemaal niet.

Zoey is één van de katten van onze zoon. Ze bleek een veel te snelle schildklier te hebben en daar hebben ze in de dierenkliniek van de universiteit van Gent wat op gevonden. De schildklier wordt radiologisch ‘verkleind’. Daar krijgt ze vast lichtgevende ogen van (…).

Het was een hele reis naar Gent. Geleidelijk doofden de alarmbellen die Zoey aanvankelijk luidkeels liet horen en ze viel zelfs even in slaap.

In Gent bleek de buslijn zoek (de halte was opgeheven en de bus reed maar één keer per uur).  Dus huurde ik een fiets. Zoey moest nog bijna een uur meehobbelen achterop de fiets, maar ik heb haar niet gehoord.

Pas bij de dierenkliniek werd ze weer zeer alert. Geen wonder, want bij de volgende toegang stond 'Alleen voor bezorging dierenlijken'.

De ronde van Nederland (3)

De vorige rit eindigde in Goes. Daarom moest ik nu starten in deze Zeeuwse plaats. Het einddoel was ook al bekend: ik moest in Tilburg uitkomen. Niet zo spannend dus. Ik kon alleen variëren in de route.

Goes is een mooie oude stad met deels nog omwalling en een aantal mooie oude gebouwen. Het is spitsuur, dus ik moet goed op het verkeer en minder op de gebouwen letten. De fietsroute brengt mij tegen de scholierenstroom in naar Kloetinge, één van de oudste dorpen van Zeeland, gelegen op een kreekrug. De dorpskerk ligt aan een plein omringd door oude huizen.

Na Kloetinge volgt Kapelle, met een opvallende kerktoren, een station en één van de grootste kerkgebouwen in Nederland (van de Gereformeerde Gemeente). Rond het dorp zijn veel fruitboomgaarden, er is hier zelfs een fruitteeltmuseum. Maar ik moet verder, anders haal ik Tilburg niet.

Het landschap bestaat uit een aaneenschakeling van dijken, allemaal landaanwinning uit voorgaande eeuwen. Ik fiets zonder kaart mijn neus achterna en kom langs dorpen als Schore en Hansweert, beklim de brug over het Kanaal door Zuid-Beveland en daal daarna af naar Kruiningen.

Daarna volg ik de kronkelende dijken tussen de snelweg en de dijk langs de Westerschelde. Bij Waarde kom ik op de Schelde-Rheinfietsroute uit. Zo’n 15 kilometer volg ik de dijk tot voorbij Bath, waar de Schelde een fascinerende bocht maakt (het Nauw van Bath). Het lijkt wel of de zeeschepen naar Antwerpen recht op de dijk afvaren.

Direct na de grenspaal aan de Schelde verandert het land; overal gedreun en gesis en zwaar vrachtverkeer. Dit is de haven van Antwerpen. Voorbij Zandvliet fiets ik de bossen in en ben weer in Nederland. Het grensdorp Putte ligt aan twee zijden van de grens, daar fiets ik België weer in.

In deze omgeving hebben zich veel rijke mensen uit Antwerpen gevestigd, benevens Nederlanders die minder belasting wilden betalen. Langs de weg veel villa’s van het ‘boerderijtype’ (opeens bij kopers niet meer in trek, want ze zijn erg donker) en omgeven door hoge hekken, vervaarlijke honden en alarminstallaties. Het lijkt hier wel een reservaat voor rijken in een derdewereldland.

Ik fiets door het dorp Kalmthout en na Wuustwezel kruis ik de autosnelweg en de HSL naar Antwerpen. Daarna is het nog even een eind doortrappen naar Hoogstraten, dat mij al van verre wenkt vanwege de zeer hoge toren van de Sint Catharinakerk (105 meter hoog).

Maar wat je in Hoogstraten niet mag missen is het Begijnhof (onderdeel van het Unesco Werelderfgoed): 36 witgeschilderde huisjes, een kerk, fruitbomen, tuintjes en een plaatselijke poes. Een oase van rust, zijdelings naast de drukke provinciale weg.

Daarna fiets ik door naar Castelré, één van de geografisch meest opmerkelijke buurtschappen in Nederland (ik heb de plaats eerder op dit weblog beschreven). Alles is hier georiënteerd op België, maar toch is het Nederland, maar helemaal omgeven door Belgisch grondgebied.

Ik fiets België weer in, raak de weg kwijt en blijk opeens weer in Nederland te zijn: het dorp Ulicoten.

Dan is het een kwestie van stevig doortrappen door het Brabantse land: via Chaam (ik zou best wel een Chaamse Vlaai lusten, maar ik moet afvallen), de uitgestrekte bossen bij Chaam, het dorp Gilze, en dan een rustige route via Riel naar het station van Tilburg.

De fietsteller heeft er vandaag 144 kilometer bij opgeteld. Ik had grotendeels wind mee (zuidwest kracht drie á vier). Er was vrij veel bewolking en af en toe een beetje blauwe lucht. Ik fietste door Zeeland en Noord-Brabant en zo'n veertig kilometer over Belgisch grondgebied.

Waterloo en narcist Napoleon

Opeens bevond ik mij in Waterloo. Mijn fiets en ik stelden ons in slagorde op. Want hier vond in juni 1815 een veldslag plaats die een keerpunt vormde in de West-Europese geschiedenis.

De slag

Napoleon Bonaparte had in 1814 zijn ballingsoord verlaten, zichzelf opnieuw benoemd tot keizer en hij wilde opnieuw Europa veroveren. Toen hij op het Journaal zag dat zijn vijanden dat niet prettig vonden wilde hij hen de loef afsteken. Hij trok de zuidelijke Nederlanden binnen en kwam bij Waterloo tegenover Pruisische, Engelse en Nederlandse troepen te staan. Dat werd knokken geblazen. Napoleon had tegen het advies van zijn generaals bedacht dat de vijandelijke legers frontaal moesten worden aangevallen. Het Franse leger had grote moeite met de modder, kanonnen bleven steken en de tactiek die Napoleon had voorgesteld. Hij verloor de strijd. Aan beide zijden kwamen in totaal 55.000 mannen om.

De narcist

Napoleon dacht niettemin dat de Engelsen wel aardig zouden zijn en vroeg daar politiek asiel aan. Tot zijn verbazing werd hij niet toegelaten. Hij was toch een beroemde Franse keizer? Napoleon werd verbannen naar Sint Helena. Dat was wat verder weg dan Elba, dat hij ontvlucht was. Napoleon schreef er zijn memoires. De Engelsen hadden ten onrechte de Franse keizer geen asiel verleend en dat hij bij Waterloo verloren had was de schuld van zijn generaals. Hij was dus even vergeten dat hij zelf tegen het advies van zijn generaals zijn mannen in een onmogelijke positie had gebracht. Hij was niet in staat om kritisch op zijn eigen gedrag te reflecteren. Bovendien lag het allemaal aan de ander. Dat zijn belangrijke kenmerken van de narcist. En nu ik hier ben bloeien er opvallend veel narcissen.

De Leeuw

Na de Slag bij Waterloo werd het gebied tot beschermd historisch erfgoed benoemd. Terwijl overal de dorpen eindeloos uitbreiden (agglomeratie Brussel) is dit gebied daardoor vrij authentiek gebleven. De veertig meter hoge heuvel (omtrek 500 meter) met op de top de Leeuw van Waterloo werd een aantal jaren na de slag opgeworpen ter herinnering aan deze massale knokpartij. Ook op andere plekken staan monumenten.

Wat mij opvalt zijn de vele toeristenbussen. De toeristen stappen uit, maken een paar foto’s van de heuvel en de Leeuw en gaan daarna uitgebreid zitten bunkeren in één van de restaurants. Vroegere ellende als bron voor hedendaagse commercie.

De plaats

Samen met buurgemeente Braine ‘l Alleud (Eigenbrakel) telt Waterloo zo’n 70.000 inwoners. Het zijn twee forensengemeenten die helemaal aan elkaar zijn vastgegroeid en volledig op Brussel zijn georiënteerd.

Nadat de Nederlanders een forse inspanning hadden geleverd om de Franse legers een lesje te leren zijn de Franstaligen hier toch weer de baas geworden. De gemeenteraad van Waterloo lijkt me niet zo spannend, want het gemeentebestuur telt maar één partij (Mouvement Reformateur, een rechtse Franstalige partij), die in de gemeenteraad 22 van de 29 zetels bezet. De oppositie krijgt hier geen kans.

Kanaalfietsen (5)

Deze keer fiets ik weer langs een Belgisch kanaal. Het is het Kanaal van Brussel naar Charleroi.

De reden dat ik bij dit kanaal terecht kom is een toestand van spoorkundig ongemak. Het is vrijdag de dertiende en dat betekent dat er twee treinen op de HSL uitvallen. De inhoud van drie treinen wordt geperst in de volgende trein, die twee uur later in Brussel aan komt.

Ik zou naar Bergen (Mons), maar dat is nu te ver. Ik stap in Brussel over op de trein naar Halle en daar huur ik een Blue Bike.

Halle ligt aan het Kanaal van Brussel naar Charleroi. Het kanaal werd urgent omdat het vervoer van steenkool vanuit de Borinage naar de grote Vlaamse steden enorm toenam. Maar het was een hele klus: het water moet honderd meter stijgen. Hoe houd je dat water ‘boven’ vast? Er wordt zo’n 200 jaar op gepuzzeld, maar pas in de Nederlandse tijd (1813 tot 1839) wordt begonnen met de aanleg van het kanaal.

 

Het kanaal is al snel verouderd en te krap voor de groter wordende schepen. Het aantal sluizen wordt verminderd en de hoogteverschillen per sluis worden groter. Er wordt een aantal bochten uit gehaald. Tegenwoordig kunnen schepen tot 1350 ton tussen Brussel en Charleroi varen.

 

Het kanaal loopt direct achter het moderne station van Halle langs, maar helaas is de fietsroute hier afgesloten. Even verderop kan ik de fietsdraad oppakken. Ik passeer de dorpen Tubeke en Klabbeek, twee van oorsprong Vlaamse dorpen die inmiddels Franstalig zijn geworden. Op het fietspad moet ik dus steeds “Bonjour!” zeggen. Overigens kom ik maar één fietser tegen en in België zijn fietsers wielrenners. De rest van de aanwezigen zijn 50-plussers die een hondje uitlaten en vissers die proberen vis te vangen.

Ook schepen kom ik niet tegen in het kanaal. Wel liggen er veel schepen die zijn omgebouwd tot woonboot.

Het land is vrij afwisselend: oude industrie en groene weilanden met plukjes dorpen wisselen elkaar af. Wat meer naar het zuiden toe wordt het land aanzienlijk meer heuvelachtig.

Onderweg passeer ik twee maal een sluis. Bij de tweede sluis, die van Asquemont, is een heuse haven voor de pleziervaart aangelegd. Het lijkt me hier niet zo leuk varen, je kunt alleen maar heen en weer terug.

Na 20 kilometer, bij Asquemont,  verlaat ik het kanaal en ga de heuvels in, onderweg naar het dorp Itter.