Mickey

In het jaar 1988 zakten wij bijna door de vloer van ons huis. De oorzaak werd uiteindelijk gevonden. Bij de buren had de waterleiding een jaar lang ernstig gelekt. Daardoor was de fundering aangetast.

De buurman was dement en de buurvrouw begreep het ook allemaal niet meer. We gingen de strijd over onkosten niet aan en besloten maar tot het laten aanbrengen van een nieuwe en goed geïsoleerde betonnen vloer.

Dat was een heel gedoe. We konden ruim een week lang niet in de woonkamer en moesten via de voordeur en door de steeg naar de achtertuin lopen als we naar de WC wilden of een douche wilden nemen. Ook voor de keuken moesten we deze omweg maken. Maar gelukkig kwamen er iedere dag mensen uit de kerk eten brengen.

In die tijd hadden we drie katten: Moor (een halve Pers), Barp (een cyper die uit een sloot was opgevist) en Mickey (een zwarte asielzoeker met een wit befje). Mickey was een baldadige jonge kat met aanzienlijke gedragsproblemen. Daardoor was hij  uit zijn vorige huis gezet. De diagnose was: een reactieve hechtingsstoornis.

Zo lang er geen beton lag gebruikten de drie katten het zand onder het huis als kattenbak.

Op de woensdag werd er beton gestort. De hoop was dat het beton dan zaterdag droog genoeg zou zijn om er weer overheen te kunnen lopen. De drie katten waren vanwege het lawaai spoorloos verdwenen. Pas toen de rust weerkeerde kwamen Moor en Barp tevoorschijn. Mickey zagen we niet, maar die was nogal avontuurlijk en bleef wel vaker wat langer weg.

De volgende dag vonden we het toch wel verdacht worden. ’s Avonds hoorden we iets van een gemiauw bij de voordeur. Maar het was Mickey niet. Het gemiauw hield aan en leek ver weg. Totdat we bedachten dat dat katje misschien wel ergens onder het huis zat. Dat lees je ook wel eens in verhalen over verbouwingen. Maar het zou óns toch niet overkomen?

Nee, we hoefden geen gat in het beton te boren. In de gang was een kruipluik vrij gehouden. Maar de bekisting van het beton zat nog tussen de ruimte van het kruipluik en het zand onder het huis. Er moest dus een gat in de bekisting worden gezaagd om te kijken of er ergens verderop zich een katje verschanst had.

Toen ik mijn hand naar binnen stak kreeg ik even later een klauw in mijn hand. Ik denk dat zelfs toen de speelsheid Mickey niet had verlaten: achter alles wat bewoog moest hij aan, zelfs in duistere omstandigheden. We lieten het gat open en even later sprong er een inmiddels volkomen grijze en stoffige kat de gang in. Hij mocht nog niet door de kamer lopen, dus probeerden we hem via de voordeur naar achteren mee te te nemen. Maar onderweg sprong hij uit mijn armen en rende weg.

Mickey hebben we nooit terug gezien. Als dank voor deze reddingsoperatie is hij gewoon ergens anders gaan wonen. Of onder een auto gekomen...
Advertenties

Tulpen

Hoeveel soorten tulpen bestaan er? Volgens het Tulpenmuseum in Amsterdam is er maar één tulp, maar die wordt onderverdeeld in 15 families. We hebben op dit moment heel veel verschillende tulpen in huis, maar ze komen maar uit twee families (vermoed ik).

Op de foto’s de tulpen die we in huis hebben gestaan. De rest van de tekst neem ik over van de site Tulp Info.

Tulp (Tulipa) is een geslacht van eenzaadlobbige planten uit de Leliefamilie (Liliaceae). Van origine komt de bloem uit het verre oosten (Kazachstan en omliggende landen). Door veroveringen van Süleyman I is dit gebied onder ottomaanse invloed komen te staan. Dit heeft er voor gezorgd dat de bloem ook in Turkije terecht is gekomen. In Kazachstan groeien nu zelfs nog wilde tulpen.

De Tulp werd later ook in Turkije zelf waargenomen, waar het een populaire voorjaarsbloeier werd, voor hen het symbool van leven en vruchtbaarheid. In 1562 kwam de tulp via Antwerpen als eerste Europa binnen. Rond 1593 verschenen de eerste exemplaren in Nederland. De eerste gedocumenteerde exemplaren werden door Carolus Clusius geplant in de door hem vanaf 1593 geleide Hortus botanicus Leiden. De bostulp (Tulipa sylvestris) is de enige soort die in Nederland in het wild voorkomt en is ingeburgerd vanaf de 19e eeuw.

Ottomaanse sultans droegen een tulp op hun tulband als symbool. De naam tulp is zo afkomstig van het Perzische woord ‘tulipan’ wat tulband betekent.

Tulpen kunnen niet in een warm klimaat worden gekweekt, omdat ze een koude nacht en een koude winter nodig hebben om te kunnen groeien.

Tulpenbollen worden gewoonlijk in oktober en november geplant. De bloeiperiode loopt van half april tot in mei. Behalve de gecultiveerde tulp kent men ook de ‘botanische tulp’, die vooral geschikt is voor in de tuin, omdat de bollen in de grond kunnen blijven zitten en het jaar daarop weer uitkomen.

Het kweken van nieuwe bollen gebeurt door in het najaar (oktober en november) tulpenbollen te planten. De knoppen tussen de bolrokken van deze bollen groeien uit tot nieuwe bollen waarbij de oude bol gebruikt wordt als voedsel.

Thalia’s

Mijn moeder plukte graag een bloemetje onderweg. En dat heb ik kennelijk van haar overgenomen.

Deze week ‘vond’ ik nog twee nieuwe soorten narcissen tijdens een fietstocht. Ik heb nu tien verschillende soorten ‘gevaast’. Maar dit waren wel de mooiste. Ik trof ze aan in een berm langs de weg en heb er een paar (al dan niet wederrechtelijk) geplukt (er stonden er nog een paar honderd, en aan een berm zó vol geladen mist men vijf zes thalia’s niet). 

Ze heten thalia’s. Het zijn kleine helemaal witte narcissen, die steeds per twee aan een steel zitten.

We vonden ze zo mooi dat we er maar meteen een aantal besteld hebben voor de volgende lente in de tuin.

Tulpenzak

De meest bijzondere vorm van het in huis tulpen hebben staan is – vind ik – de tulpenzak.

De tulpen zitten met bol in een waterdichte plastic zak. Ze groeien dus ook vanuit die bol en houden daarmee ook voeding. Op die manier hebben we wel eens tulpen bijna vier weken goed kunnen houden. De bollen zijn daarna uitgeput, die kun je niet weer in de tuin zetten (daarom worden de tulpen op het land ook gekopt: dan blijft de bol krachtig).

Maar met zo’n zak heb je wel een lange periode in of bij het huis kunnen kunnen genieten van bloeiende tulpen. De bollenzakken zijn slechts bij enkele bollenboeren te koop.

Deze keer bracht John zo’n tulpenzak mee. Die bloemen staan nu mooi in onze woonkamer.

John: bedankt voor de bloemen!

Bedankt voor de bloemen

Evenals de Paus werden ook wij rond Pasen overstelpt met bloemen die van heinde en verre tot ons waren gekomen. Dat hadden jullie nu niet moeten doen.! Maar in ieder geval kan ik – net als de Paus – zeggen: “Bedankt voor de bloemen!”

Er waren diverse bossen tulpen bij. Vroeger  had ik niet zoveel met tulpen, maar sinds ik de bollenteelt van dichtbij heb kunnen meemaken ben ik die bloemen steeds mooier gaan vinden.

De tulp is een van oorsprong Turkse bloem die in 1592 voor het eerst in Nederland gekweekt werd (in de Hortus Botanicus van Leiden). Inmiddels zijn er honderden varianten aan tulpen. Ze doen het vooral goed op de geestgronden (klei vermengd met zand en veengrond).

De meest bijzondere bloemen die we nu in huis hebben zijn de Franse tulpen. Deze bloemen steken alle anderen naar de kroon.

Deze (nog altijd zeldzame) tulpen groeien heel langzaam en bereiken uiteindelijk een lengte van ruim een halve meter…

Ze zijn nu nog niet uit, daar moet je een week de tijd voor nemen bij goed gedoseerd licht en een redelijke kamertemperatuur. Aan het eind van de week zijn ze helemaal uit. De lange stelen gaan dan wel hangen, of je moet ze verstevigen met een stukje ijzerdraad.

Fietsfile

Vorig jaar zette ik een filmpje van de fietsdrukte voor ons huis op You Tube. Zie: Fietskaravaan Delft You Tube.

Gisteren stond er een heuse fietsfile voor ons huis. De brug op 300 meter afstand stond open en het was de spitstijd richting Technische Hogeschool en de Haagse Hogeschool.

Opmerkelijk hoe gedisciplineerd de studenten aan het queuen waren.