Delft en weinig omgeving

Sommige lezers vragen naar de toestand in de wereld en in het bijzonder in Delft. Welnu: Delft ligt er nog. De waterstand is ook op peil. 

Ik kan het weten, want in tegenstelling tot voorgaande zomers ben ik veel in Delft. Ik heb de hele maand juli geen opzienbarende fietstocht gemaakt. Ook de supermarkt heb ik angstvallig gemeden, omdat ik daar de zelfscanner tussen de komkommers laat liggen.

Ook voor ons huis valt nog wel iets te zien…

Slechts eenmaal ben ik even in een iniemienie-supermarkt geweest en één maal ben ik met de fiets buiten de gemeentegrens van Delft beland. Ik oefen dus alvast voor later.

Wonderbaarlijk genoeg bleek ik buitenshuis goed in staat om werkzaamheden te verrichten. In dier voege ben ik meerdere malen in Friesland en in Noord-Holland geweest. Dat voelt meer als een thuiswedstrijd dan een ingewikkelde reis met fietsbel in het onvoorspelbare verkeer.

Morgen gaan we een poging wagen om het platteland op te zoeken op vier wielen. Twee van Tineke en twee van mij. Het verslag volgt later.

Meer geheugen

Het opstarten van de PC kostte de afgelopen tijd ongeveer een kwartier. Nu was ik op mijn werk ook wel wat gewend aan wachttijden, maar een kwartier vond ik echt wat aan de lange kant.

Af en toe komt er een student bij ons thuis langs. Deze student, Jesse is de naam, aangenaam, trok een diagnostisch gezicht en zei dat mijn geheugen vol zat. Dat denk ik ook al een tijdje. Maar hij bedoelde het geheugen van de PC.

Ik had meer geheugen nodig. Hij heeft een tweede schijf geplaatst. Ik ben nu van alles kwijt, want sommige zaken zitten op de eerste schijf en anderen zijn inmiddels verhuisd naar de nieuwe schijf. Hoe dat allemaal werkt: daar heb ik geen idee van.

Ook bleken tal van programma’s verouderd te zijn. Jesse noemde dat ‘antiek’. Zo ver wil ik niet gaan, want dan zou de oude schijf opeens erg veel waard zijn.

In elk geval start de PC nu binnen twee minuten op en kan hij ook allerlei programma’s tegelijk uitvoeren.

Ik vraag me af of mijn persoonlijke geheugen (lees: de executieve functies) niet ook zo'n tweede schijf kan gebruiken zodat ik weer sneller na kan denken en meer dingen tegelijk kan doen. Maar zo ver schijnt de medische wetenschap nog niet te zijn. 

Tuinrenovatie

Voor het eerst sinds 1979 hebben we geen tuin meer. Maar als je een huis zonder tuin koopt maakt Tineke alsnog een tuin. 

Aldus geschiedde en de werkzaamheden zijn in volle gang, inclusief de inschakeling van een tuinarchitect.

Zo stond er opeens een vrachtwagen met een voorraad van 40 zakken biologische tuinaarde á 40 liter voor onze deur. Of ik even wilde tekenen voor ontvangst. Het bleek een opdracht van mevrouw A. te zijn.

Inmiddels zijn de werkzaamheden in volle gang. De bedoeling is dat het balkon tot een soort Floriade wordt omgebouwd.

Maar daar blijft het niet bij. Ondertussen heeft ze haar oog laten vallen op het dak van de parkeergarage. Jawel, wij hebben geen auto, maar wel een parkeergarage. Dat dak moet helemaal groen worden.

Mocht Tineke op termijn ergens in de ouderenzorg gaan wonen, dan kan ik de directie alvast waarschuwen. Op de afdeling zal na enige tijd geen vloerbedekking meer te zien zijn. Overal groeit gras of staan planten of heesters.  

Zelfscannende komkommers

Gisteren zou ik boodschappen gaan doen. We hebben deze maand elke zondag zes gasten die geen voorkeur hebben voor eten, 'als het maar veel is', dus dan moet je heel wat inslaan.

Ik ben dus ook boodschappen gaan doen. Met enige tijdsdruk, want om half elf had ik een belafspraak. Dat was natuurlijk een ideale omstandigheid om ook eens iets nieuws te proberen: de zelfscan. Daar was ik op tegen, maar nu er tal van vacatures bij de supermarkt waren besloot ik om het concern een handje te helpen. In dier voege verbond ik mijn welzijn dus aan een zelfscan.

Bij de eerste boodschap raakte ik al in verwarring. Tineke had biologische prei op de lijst gezet, maar dat waren hele kleine frutselpreitjes. Daar moest ik er dan wel acht van kopen. Dus belde ik Tineke. Dat is tegenwoordig wel weer handig.

Ze gaf mij advies wat nu te doen in twijfelachtige omstandigheden. Daarop ging ik naar artikel twee: de komkommers. Oh ja, als je komkommers koopt moet je ze ook nog scannen. Maar waar was mijn zelfscan-apparaat gebleven? Niet in mijn tassen, niet in de kar, niet in mijn jaszakken. Vervolgens heb ik de komkommers en de prei nog aan alle kanten opgetild, maar een zelfscan werd tussen deze groenten niet aangetroffen.

Ik besloot weer de winkel te verlaten in de verkeerde richting (door de ingang). Dat gaat zo maar niet, dan moet je snel achter een binnenkomende gast aan. Deze handeling alarmeerde de bewaking. Ik legde mijn probleem voor en uit en ik mocht op zoek naar een nieuw zelfscanapparaat. Dat apparaat kreeg ik niet, want ik had nog een zelfscan in mijn bezit.

Dus ik ging maar weer de winkel in en op zoek naar mijn karretje. Ik had geen idee meer waar het stond. Toen ik het eenmaal gevonden had besloot ik maar weer eens opnieuw op zoek te gaan naar mijn zelfscan. Die heb ik niet aangetroffen. Na een kwartier was ik nog niet verder dan de prei en de niet gescande komkommers.

Degene die de zelfscan heeft aangetroffen krijgt vast mijn klantenkorting. Maar hij moet wel betalen voor de biologische prei die ik gescand had. Ondertussen besloot ik om zonder zelfscan verder te winkelen en gewoon bij de kassa te betalen. Nieuwe winkelmethoden: ik word er - geloof ik - te oud voor. 

Afscheid van Ringo

Ringo was van 5 kilo in 2020 afgevallen naar 2,9 kilo in 2021 en nu woog hij nog maar 1,9 kilo. In het bloed werden geen afwijkingen gevonden. De schildklier was ook OK. Toch leek het niet te kloppen. Was er sprake van onderliggend lijden?

De poezendokter adviseerde energierijk voedsel voor jonge katten. En ziedaar, onze bejaarde huiskater leefde weer op. Hij woog in maart 2,3 kilo. Maar sinds een paar weken at hij weinig. Ook kwam hij nog zelden op schoot zitten bij de baas. Het liefste ging hij in de gangkast liggen (bij de CV-ketel). Daar zetten we ook een doos voor hem neer. De wereld van Ringo was erg klein geworden.

Ringo gisteren onder een dekentje

Vandaag besloot ik toch maar om de poezendokter te bellen. Had Ringo nog wel kwaliteit van bestaan? Het was altijd een taaie kat, maar waren we niet bezig zijn leven onnodig te rekken? De poezendokter haalde de ethische commissie er bij.

Om half vier gingen Tineke en ik met Ringo op bezoek bij de poezendokter. Ze onderzocht hem en zei dat de prognose slecht was. We mochten hem mee nemen naar huis en over een paar dagen weer langs komen voor euthanasie.

We mochten ook nu beslissen. Eigenlijk waren Tineke en ik het er (onbesproken) over eens: het was genoeg geweest voor Ringo. Hij was verslapt, spinde niet meer, at niet en dronk bijna niet. We werden even met hem alleen gelaten voor het afscheid. Daarna kwam de dokter terug voor een injectie.

Ringo bleek zo verzwakt dat hij al na een minuut was overleden. Het was goed zo. Maar wat zal ik onze huiskater missen! 

Een opgeruimd huis

Laat ik het eens over Tineke hebben. Ze heeft veel eigenschappen die bijzonder zijn. Eén van die eigenschappen is tegenstrijdig: het verzamelen van troep en het organiseren van de daarop volgende chaos.

Tineke struint graag in tweedehandszaken. Net zoals haar vader. Die was vaste gast op het Waterlooplein. Ook vond hij van alles op straat, zoals bouten en zakdoeken. Je wist immers nooit waar je dat nog een keer voor kon gebruiken. Bij haar vader begrijp ik dat wel: hij groeide op in de crisisjaren. Net zoals mijn moeder. Daarom verzamelde ze o.a. elastiekjes van de postbode op straat.

Het huis raakt dus geleidelijk vol. In Den Helder en Alkmaar hadden we een grote zolder en je wilt niet weten wat daar allemaal was opgeslagen. We hebben nu geen zolder, maar je wilt nog steeds niet weten welke verzamelingen zich hier in huis bevinden.

Dat heb ik overigens op een ander vlak: oude kranten en artikelen zijn ook in grote voorraad aanwezig. Maar die worden geleidelijk opgegeten door papiervretertjes.

Toch merkt visite weinig van de troep alhier. Zeker de visite die aangekondigd en niet vaak verschijnt. Dan gaat Tineke namelijk opeens opruimen. De tafel ligt altijd helemaal vol met papieren en met werk in uitvoering, maar dan opeens is alles verdwenen. En ik moet mijn kranten ook allemaal naar het oud papier brengen. Het huis wordt dan opeens keurig netjes.

Het bezoek is vast onder de indruk van de netheid van ons huishouden. Maar ik vraag me af: zadelen wij zo het bezoek niet op met een probleem? Want als wij dan bij die mensen op bezoek komen… Dan gaan ze natuurlijk van alles opruimen. Want bij Henk en Tineke is het ook altijd zo netjes….

We kunnen natuurlijk ook afspreken dat we het huis in natuurlijke staat houden. Of er nu wél of geen visite komt, het huis verkeert in dezelfde staat van opruiming. En als de andere mensen dat dan ook doen weten we ook van elkaar hoe we in het echt wonen. 

Hoofd vol watten

Nee, ik ben niet vaak ziek. Maar als je boven de 70 bent heb je meestal wel ervaring met een lokale griepgolf.

Hebben jullie dat nu ook? Dat je het gewoon aan voelt komen. Al een week van tevoren dacht ik: ‘als dát maar goed gaat…’ Een snufje hier, een niesje daar, het rechterneusgat verstopt, het beetje extra koud gevoel in de avond, ’s nachts een paar keer wakker. Een soort pre-viraal-syndroom (PVS).

De eerste golf

En ziedaar: een aantal dagen later moest ik (het) toegeven: ik voelde me niet helemaal fit. Om dat gevoel te bestrijden maakte ik nog een lange fietstocht: hét bewijs dat ik niet ziek was. Maar de volgende dag was ik tot weinig meer in staat.

Tegenwoordig moet je dan meteen een coronatest doen. In je rechteroor is betrouwbaarder dan in je linkeroor. De uitslag was negatief en dus positief. Tineke vertoonde dezelfde verschijnselen. Zij kwam ook met een negatieve uitslag thuis. Twee zieke mensen in huis, dát is nog eens gezellig!

Tineke loopt in zo’n situatie de hele dag in pyjama. Als ik dat zie weet ik al hoe laat het is. Ik trek meteen ’s morgens mijn kleding voor overdag aan, dan voel ik me minder ziek en kan ik gewoon naar mijn werk. Dat is de kamer beneden.

De ziekteverschijnselen bleken verschillend. Tineke niest de hele dag door zó hard dat de ruiten het bijna begeven. Ik hoest zóveel dat de hondenbelasting langs komt.

’s Avonds gaat Tineke extra vroeg naar bed. Ik stap er wat later in, en ga daarna dusdanig hoesten dat ik op de bank ga liggen en een saai en slaapverwekkend TV-programma opzoek. in dit geval een camera in een straat in Berlijn in het jaar 1947. Zwart-wit, geen geluid, af en toe een voetganger of een militair voertuig.

De tweede golf

Vrijdag besloot ik dat ik weer beter was. Mijn moeder zei ook altijd: “Henk moet je niet binnen houden. Die knapt pas op als hij naar buiten mag.” Tineke vond het geen strak plan, maar mijn moeder wist beter hoe het bij mij werkt. Dus ik fietste een rondje van zo’n 20 kilometer en kwam helemaal belatafeld thuis. De rest van de dag kon ik niets meer tot stand brengen. Ook de zaterdag en de zondag waren niet aan mij besteed.

Disndag dacht ik dat het weer tijd was om te gaan fietsen. Ik fiets tenslotte ook op een Batavus Dinsdag. De eerste tien kilometer verliepen voorspoedig. Alleen had ik weinig inzicht in het verkeer. Mijn hoofd zat vol watten. Gelukkig hielden de andere verkeersdeelnemers rekening met een ouderwordende weggebruiker met klapperend kunstgebit.

De tweede etappe, de tien kilometer terug, waren drie keer zo ver als de heenweg. Dat begrijp ik dus weer niet. Heb je 70 jaar aan je conditie gewerkt, blijkt het allemaal niets voor te stellen. Vandaag blijf ik maar weer eens thuis. 

Panorama Mesdag

Het was herfstvakantie. Twee kleindochters (T van 7 jaar en H van 3 jaar) kwamen logeren. 
Panorama Mesdag, richting Scheveningen

Kleindochter T bezoekt graag musea. Dat zou je niet denken bij een meisje van zeven jaar, maar ze vindt het prachtig. Vooral als er ook nog een puzzeltocht aan gekoppeld is. We besloten naar Panorama Mesdag te gaan. En… het werd een succes!

Wat is er allemaal te zien?

T vond het panorama prachtig en zag steeds meer details. Stap voor stap werden de opdrachten van de puzzeltocht uitgevoerd. Zelfs de vrouw van schilder Mesdag werd uiteindelijk op het enorme doek terug gevonden. Ze had aan een bezoek van een uur eigenlijk niet genoeg.

H was vooral geïnteresseerd in alle dingen die ‘de mensen hadden laten liggen’ (de losse voorwerpen in het zand: ‘waarom ligt daar een schoen?’).

Daarnaast was ze geïnteresseerd in de toiletten en de limonade van het museum.

De reis met de tram naar en van het museum werd ook gewaardeerd. Omdat ze 'een politie' had gezien wilde kleindochter H nu 'politie' worden. Of anders 'ambulance'.