Kukelbloemen

Eén van de kenmerken van mijn moeder was dat ze erg klein was. Dat gold trouwens ook voor haar broers en zussen. 

Klein zijn heeft veel nadelen. Maar het heeft ook voordelen. Zo kon mijn moeder goed bij de onderste schappen in de supermarkt. Daar staan de goedkope huismerken. Ze was dus doorgaans goedkoper uit dan de gemiddelde Nederlander.

Tijdens wandelingen plukte mijn moeder graag bloemen. Jullie kunnen dus wel raden van wie ik die neiging over heb genomen. Maar naarmate mensen ouder worden gaat het evenwicht achteruit. Het gevolg was dat mijn moeder als 80-plusser tijdens het bloemen plukken nog wel eens omviel. Daarom werd er in de familie gesproken over ‘kukelbloemetjes’.

In de laatste jaren van haar leven was mijn moeder grotendeels rolstoelgebonden. Als ik op bezoek kwam sloeg ze bij voorkeur de warme maaltijd over en gingen we met de rolstoel naar de plaatselijke snackbar. Daar scoorden we een kroket. Dat smaakte mijn moeder kennelijk beter dan de maaltijd op de afdeling. Een tweede kroket sloeg ze af, want één kroket stond gelijk aan een warme maaltijd.

Vanuit de rolstoel was het lastig bloemen plukken. Mijn moeder reageerde wel eens met ‘dat zijn mooie!’ Dan stonden we even stil bij zo’n bloem en mijn moeder probeerde zich de naam te binnen te brengen. Bij bekende bloemen lukte dat prima, maar bij minder bekende bloemen was het gissen. Ik kon haar niet helpen. Als Tineke meeliep gingen er de meest wilde namen over-en-weer. Dat vond mijn moeder heel interessant. ‘Van Tineke leer je nog eens wat’.

Het gebeurde ook wel dat mijn moeder een bepaald bloemetje mee naar huis wilde nemen. Langs de berm was dat geen probleem, maar de gemeente Maassluis heeft veel stenen, maar weinig berm.

Soms stond er een mooie en overdadig bloeiende plant in een tuin. ‘Zal ik er toch eentje plukken, moeder?’ zei ik dan. ‘Dat zou wel leuk zijn, maar het mag natuurlijk niet’ zei mijn moeder. ‘Zal ik het vragen aan de mensen?’ ‘Doe dat maar niet’ zei mijn moeder. ‘Ik ga er toch eentje plukken, speciaal voor u’ zei ik dan. ‘Dan moet je mij wel even verderop zetten’ zei mijn moeder, ‘anders heb ik het gedaan’. 

Op die manier kwamen er toch nog regelmatig zelfgeplukte bloemen in de vaas bij mijn moeder. ‘Eigenlijk mag het niet. Zo heb ik je niet opgevoed’ zei mijn moeder ter overweging. Maar van de bloemen genoot ze wel…

Jarige kater

Vandaag is onze huiskater Ringo 17 jaar geworden. Ringo werd op 6 juni 2004 geboren in Bussum op een Gooise matras die door zijn moeder was uitverkoren als kraambed. 

Ringo was één van de vier broertjes uit één nest. De broers werden genoemd naar de Beatles. Hij had een cyperse moeder. De vader was van schrik met de noorderzon vertrokken.

Toen hij twaalf weken oud was ging Ringo de deur uit. Hij ging in Hilversum wonen en verhuisde daarna naar Alkmaar. Ringo bleek een vriendelijke kater die graag op schoot zat. Hij kon echter niet goed tegen onverwachte drukte. Dan pieste hij bijvoorbeeld tegen stopcontacten. Dat was nogal eens een schokkende ervaring.

Toen er in het huis waar hij woonde drie kleine kinderen rondliepen werd het leven voor hem overdag veel te hectisch. Hij dook onder, en liet zich pas ’s avonds weer zien. Zijn vrouwtje besloot om hem met pijn in het hart aan te melden bij een asielzoekerscentrum. De dag voordat hij de deur uit zou gaan zagen wij Ringo (voor het eerst). We besloten hem mee te nemen, zodat hem een stressvol verblijf in een asiel bespaard zou blijven.

Inmiddels woont Ringo zeven jaar bij ons in huis. Hij verhuisde mee vanuit Alkmaar naar Delft. Hij heeft zijn eigen plekken in huis. Twee weken de bank en dan twee weken een stoel en dan weer ergens anders. ’s Nachts is hij bijna altijd buiten en bewaakt hij zijn territorium. Soms watert hij op een onverwachtse en ongewenste plek in huis, maar de schade kan redelijk beperkt worden.

Een kater is meer dan een gedragsprobleem,zoals dokter Jansma schijnt te denken. Een huiskater zoals Ringo biedt ook veel gezelligheid. Hij is goed van spins en slaat nooit een poot naar iemand uit. Ook zit hij graag bij de baas op schoot. Mannen onder elkaar, dat heeft toch wel iets. 

Strandbad aan de Schie

Wij wonen aan het Schiekanaal: de waterweg tussen Rotterdam en Leiden via Den Haag. 

Over dat water komen veel middelgrote binnenvaartschepen (tot 1500 ton). Daarnaast varen er in de zomer veel plezierjachten en fietsboten. En de roeiverenigingen van studenten in Delft oefenen er met de vier met stuurman, de zes met stuurman en de acht met stuurman.

Zomerse avond aan de Schie

Met dit warme weer zijn de kades langs de Schie omgetoverd tot strandbad zonder zand.

En op de fietspaden langs beiden zijden van het water lijkt het wel spitsuur vanwege de vele fietsers.

Het grasveld voor ons huis is in gebruik als zonneterras, maar ’s avonds niet vanwege de schaduwen van de bebouwing.

We zien dat allemaal gebeuren vanuit ons huis. En het is best gezellig. 

Groenten scoren

In Den Helder woont een man. Er wonen wel meer mannen, trouwens. Deze man fietst twee keer in de week naar Callantsoog om daar boodschappen te doen. 

Wat is er fout aan Den Helder, of wat is er goed aan Callantsoog, zo zou de arglistige lezer kunnen denken. Welnu, het gaat mij niet om het oordeel over één van beide plaatsen. Ze doen allebei hun best.

Het gaat deze meneer niet om de boodschappen, maar om het fietsen. Hij fietst met een doel. En dat doel is boodschappen doen. Hij zou ook naar Harlingen kunnen fietsen, maar de Afsluitdijk is een aantal jaren gesloten voor fietsers. Dus die optie valt af.

Ik fiets meestal wat doelloos rond, maar tegenwoordig maak ik ook gerichte fietstochten. Tijdens die tochten scoor ik voornamelijk groene producten bij lokale agrariërs.

Ik heb een vast adres voor de paprika’s (in een kas ten westen van Naaldwijk), een vast adres voor de komkommers (bij een kas ten westen van Delfgauw), een vast adres voor de Challenger-aardappelen (bij een boer in Mijnsheerenland) en een vast adres voor de tomaten (in een kas bij ’s Gravenzande). Tussendoor scoor ik ook nog bloemen.

Zo scoor ik gezond eten (niet in plastic verpakt) en ik bouw aan mijn conditie. Inmiddels neem ik deze producten voor meerdere adressen mee. Het enige probleem is dat ik steeds muntgeld moet verzamelen.

Als dat gelukt is kan ik weer onderweg. Mijn portemonnee wordt dan steeds  lichter en mijn fietstassen worden onderweg steeds zwaarder. 

Verwarrend dekbed

De meeste mensen schijnen tegenwoordig onder een dekbed te slapen. Ik heb daar geen bezwaar tegen. Dat moeten die mensen helemaal zelf weten.

Als het dekbed eenmaal ligt, ligt het meestal goed, zo is mijn ervaring. Maar om een dekbed netjes in de hoes te krijgen vind ik best ingewikkeld. Misschien krijgt voormalig burgemeester Onno Hoes dat beter voor elkaar, maar ik mis het overzicht. Een eenpersoonsdekbed is nog te doen, maar bij een tweepersoonsdekbed raak ik echt de weg kwijt.

Tineke niet. Zij weet precies wat er moet gebeuren. Ze valt dat dekbed gewoon aan en nadat de stofwolken weer zijn nedergedaald ligt het allemaal prima. Tegenwoordig is ze uitgeschakeld vanwege een gebroken schouder, daarna een ontstoken vinger en nu weer een gescheurde pees.

Als ik een dekbed tot de orde moet roepen gebeuren er echter vreemde dingen. Zo was ik vorige week verdwenen in de hoes van het dekbed. Ik moest het dek netjes in de hoek zien te krijgen, dus dook ik onder in de hoes en kwam er niet meer uit. Dat deed mij denken aan een oude kinderangst als ik vast kwam te zitten onder de dekens die ingeklemd lagen onder de matras.

Ook was het dekbed een keer verkeerd om gelegd, met de opening bij het kussen. Ik was daarna in het donker in de hoes gestapt. Toen ik de eerste nachtelijke WC-ronde zou gaan maken begreep ik niet meer hoe het in het donker allemaal ook alweer zat met zo’n ingewikkeld bed. Ik had bijna nog het bed bewaterd omdat ik teveel tijd aan het onderzoek van het dekbed moest besteden. Je zal maar oud en dement zijn, dan wordt het een nachtelijke oorlog waarbij zelfs Duitsers verjaagd moeten worden.

Tineke heeft overal het overzicht over. Ze heeft geweldige executieve functies, behalve buiten de bebouwde kom. Dan gaat ze van A naar B via C en D terwijl er gewoon een weg van A naar B loopt.

Zo weet Tineke dat het dek bestaat uit zes vakken en zeven vakken. Dat zijn samen 42 vakken met Texelse schapenwol. Die wol moet een beetje gelijkmatig binnen de compartimenten verdeeld worden, anders schijnt het allemaal niet te kloppen en gaan de schapen mekkeren.

Volgens Tineke moeten er zes vakken in de lengte en zeven in de breedte. Kijk, dat snap ik dus niet. Voor mij is de lengte de lange kant en de breedte de korte kant. Zo heb ik het van juffrouw Blom in de vierde klas geleerd. Maar Tineke heeft nooit les gehad van juffrouw Blom. Ze denkt kennelijk dat de breedte langer is dan de lengte.

De meeste problemen in de samenleving ontstaan doordat mensen elkaars taal niet verstaan. Zo ontstaat er dus ook een huiselijke spraakverwarring die leidt tot een verwarrend dekbed.

Rat in huis

Dit is een eng verhaal. Voor sommige lezers, waarschijnlijk. Die kunnen nú stoppen met lezen. Jullie zijn dus gewaarschuwd. De anderen kunnen verder lezen. 

Gistermorgen zaten we via de livestream naar de kerkdienst te kijken. Opeens voelde Tineke iets warms bij haar voet. Ze keek naar beneden en zag een dier met een lange staart. Ook huiskater Ringo heeft een lange staart, die hem soms behoorlijk in de weg zit, maar hij was het niet. Ik dacht nog even in een flits: ‘hebben we weer hamsters?’ Maar het bleek een groot uitgevallen muis. Oftewel: een rat.

Alles over ratten: herkennen, leefwijze en nut
Bruine rat (foto: Beestjeskwijt, internet)

De rat liep verder door de woonkamer en passeerde huiskater Ringo. Die deed niks. Waarschijnlijk dacht hij: ‘ik ben met pensioen, mijn naam is haas’.

We zijn ooit naar Hameln met vakantie geweest en daar werkte de rattenvanger van Hameln. We hadden in Delft echter geen fluit bij de hand in huis om deze rat te kunnen vangen.

Jullie zullen denken: wat doet een rat in een flat? Welnu: er is ook een rat op de vierde etage van ons flatgebouw aangetroffen. Misschien dezelfde. Ratten schijnen tegen muren op te kunnen klimmen. Dus mocht je een dier zich verticaal zien verplaatsen tegen de muur van je huis, dan hoeft het geen eekhoorn te zijn. Het kan ook een rat zijn.

Ik heb Ringo op zijn vier poten gezet en hij liep (eigenlijk: wandelde) achter de rat aan. De rat schrok wel van Ringo en koos het hazenpad. Hij glipte weg op het balkon. Ringo wilde niet meer naar buiten. Wat je niet ziet, bestaat niet.

Huiskater Ringo

Toen ik de afwas stond te doen zag ik opeens twee glinsteroogjes voor het raam. Het was opnieuw de rat. Hij wilde kennelijk weer naar binnen. Dat was niet de bedoeling. Ik vroeg de rat vriendelijk doch beleefd om te vertrekken. Even later bleek hij zich verstopt te hebben achter onze tuinbank. Dat was ook al niet de bedoeling. Ik schoof de bank opzij en de rat schoot weg. Waarheen, dat is nog de vraag.

We zouden gaan wandelen, en dan gaat huiskater Ringo meestal naar buiten. Dat wilde hij niet. Hij scheet bijna in zijn denkbeeldige broek. Je denkt dat zo’n huiskater ongedierte verdrijft, maar het lijkt er steeds meer op dat Ringo toch echt een vegetariër is. Hij eet geen vogels, maar ook geen muizen en ratten. Hij eet wel graag chips.

Nu nog bedenken wat we met deze indringer moeten. Als je op internet leest zijn ratten geen gezonde dieren in en rond het huis. We hebben al corona in Delft, daar moeten we niet ook nog de pest bij krijgen.

En Tineke: klom zij niet meteen op de tafel of in de gordijnen? Nee, ze is een koelbloedige en krachtdadige vrouw die helemaal niet schrikt van ratten of muizen. Ook een passerende kameel in huis zou ze nog wel een interessante afleiding vinden. Alleen spinnen: dat liever niet. Huiskater Ringo spint al genoeg. 

Ranonkelbloemkool

Ik sta tegenwoordig wat vaker in de keuken. Het is dus ook tijd om eens met een eigentijds recept te komen.

1. Verwarm de oven voor op 220˚C.

2. Snijd de stelen van de ranonkelbloemkool schuin af. Kies een lengte van de stelen zodat ze nog juist passen in de ovenschotel.

3. Verwijder de overtollige meer slappe bladeren van de ranonkelbloemkool. Deze bevinden zich doorgaans onder aan de steel. De rest van de bladeren kan behouden worden en is voedzaam en voor consumptie zeer geschikt.

4. Roer in een kom de ranonkelolie en het 20 gram karweizaad door elkaar en voeg daar naderhand een snufje kardamom, koriander, kurkuma en foenegriek aan toe.  Indien deze kruiden niet voorradig zijn kunt u zicht beperken tot biologische tomatenpuree aangelengd met wat zout en peper.

5. Bestrijk de ranonkelbloemkool met het oliemengsel. Doe dit van links naar rechts en herhaal dit zeven maal.

6. Zet het geheel in de oven en laat de ranonkelbloemkool even goed verhitten. Zodra u gesis hoort is het tijd om de ranonkelbloemkool drie maal om te draaien. Ondertussen zet u de oven op de stad van 120 graden. Leg een stuk aluminiumfolie over de ranonkelbloemkool en laat deze circa 6-8 minuten rustig grillen en beetgaar worden.

7. Als u de ranonkelbloemkool uit de oven haalt kunt u deze  bestrooien met studentenhaver. Daardoor krijgt het geheel een studentikoze smaak. Ook kunt u belegen geitenstrooikaas (bij voorkeur 50 +) toevoegen. Voor mensen die van een zoete bite houden is een snufje hagelslag puur XL een aanrader.

8. Leg de ranonkelbloemkool op de borden. Creëer daarbij een kleurrijk geheel door de verschillende kleuren aan ranonkelbloemkool volgens de kleuren van de regenboog op te dienen. Uw gasten zullen versteld staan en nog lang over uw kookkunsten napraten.

De ranonkel is een giftige plant. Net zoals de anemoon, de azalea, de hyacinth, de helleborus, de rododendron en het lieflijke lelietje van dalen. Sommige sites adviseren om tijdens het plukken handschoenen en een mondkapje te dragen. Maar in dit geval heeft een ander de ranonkel aan voor u geplukt... De gifstoffen zijn trouwens een prima test voor uw immuunsysteem. Dat soort informatie kunnen we in deze tijd goed gebruiken...

Bui op komst

Ik heb een goedkope telefoon met een simpele camera. Niet afkomstig uit China, want dan word ik afgeluisterd.
Uitzicht vanuit onze woonkamer met een bui op komst

De kwaliteit van de camera lijkt wel wat op die van een speelgoedcamera. Ooit had ik een Lubitel, een Russische camera. Die zorgde ook voor allerlei vertekeningen in het beeld. Je snapt niet dat de Russen daar spionage mee bedreven.

Ook op mijn Sony compactcamera zit een speelgoedfunctie. Gewoon omdat vertekening ook wel eens leuk kan zijn.

Vorige week maakte ik met de telefoon een uitzicht vanuit onze woonkamer. Er kwam een onweersbui aanzetten. Het zicht dat Johannes Vermeer had op Delft, maar dan met donderwolken. En ziedaar, dan vind ik een foto met zo'n camera toch opeens zijn charme hebben...

Ranonkels

De mensen vragen mij wel eens: 'Henk, eet jij wel eens ranonkels?' Dat zal ik jullie zeggen. Ik eet ze niet. Ik zet ze in een vaas.
Bloeiende ranonkel, doorsnee 8 centimeter

Vorige week ontdekte ik een ranonkel-boerderij. Er was nog één bosje ranonkels beschikbaar. Ik heb het geld gepast in de brievenbus gedeponeerd en ben met de ranonkels naar huis gefietst.

Thuis keek ik in het Haagse Kookboek hoe ranonkels bereden of bereid moeten worden. Maar ze stonden niet in het Haagse Kookboek. Ik vermoedde dan ook dat het een nieuw gerecht is. Het Haagse Kookboek dateert uit 1972, toen de spruitjes nog twintig minuten gebraden moesten worden. Toen Tineke thuis kwam zette ze de ranonkels spontaan in een vaas. Het bleken bloemen te zijn.

Oranjegezinde ranonkel

Gisteren ben ik weer naar de ranonkel-boerderij gefietst. De ranonkels waren ons zó goed bevallen, we wilden er wel meer van nuttigen. Dus vandaag kwam ik met twee bossen ranonkels thuis.

Het was retour 40 kilometer fietsen naar de Groeneweg bij ’s Gravenzande, maar dan heb je ook wat.

Aan dezelfde weg van de ranonkelboerderij werden ook bloemkolen, komkommenr, paprika's, tomaten en komkommers verkocht. Ik ging heen op de fiets en kwam terug als bakfiets. 

Koudzwemmen

Wat doen de dames op de foto, genomen vanuit onze woonkamer?
Zwemmen in de Schie

Welnu: zij zwemmen. In de zomer gebeurt dat vaak, maar het is nog bepaald geen zomer. Ik heb nog maar één zwaluw gezien en die bracht geen zomer.

De dames springen elke ochtend in het water van de Schie, zwemmen naar de overkant, moeten goed uitkijken dat ze geen roeispaan van de passerende acht met stuurman op hun hoofd krijgen en ze zwemmen weer terug.

Het schijnt gezond te zijn, maar ik begin er maar niet aan...