Even uitrusten

Uitrusten aan en wandelen langs de Schie

Je moet toch wat als je aan de wandel bent en het café op de hoek is gesloten. De vrouw nam even pauze op de ‘vangrail’ langs de fietsstraat voor ons huis.

Twee toeristen hebben net een foto gemaakt van het uitzicht over de binnenstad van Delft. Al lopend kijken ze of de foto ‘iets geworden is’.

Een student van de Technische Universiteit heeft zijn eerste fysieke college er weer op zitten en wandelt terug naar het station.

Op deze foto zie je net even geen fietsen. Vaak is er sprake van filevorming, vanwege het drukke fietsverkeer tussen het station van Delft en de campus van de Technische Universiteit (met 30.000 studenten en 6000 medewerkers). 

Gebroken koekjes

Tegenwoordig ben ik 'Hoofd Boodschappen'. Dat is een hele verantwoordelijkheid. Ik ben vooral veel te vinden op de afdeling koek en chocolade. 

Dinsdag kwam ik thuis met een pak Dubbeldikjes. Kennen jullie die? Ik kan ze aanraden. Een soort knapperige liga met een laagje chocolade.

Thuis maakte ik het pak open om de koeken in de koektrommel te doen. En ziedaar: de bovenste koek was gebroken. Een ongeschreven wet in huis is dat een gebroken koekje opgegeten mag worden. Dat deed ik dus.

Toen pakte ik de tweede koek. Die was nog méér gebroken. Kapotte koeken in een koektrommel: dat kan natuurlijk niet. De derde: die bleek ook gebroken.

Om een lang verhaal kort te maken: alle koeken bleken ernstig gebroken te zijn. Mogelijk had er iemand met een lading koeken gegooid in het magazijn. Of de vrachtwagen had een aanrijding gehad.

Nee, ik heb niet alle koeken opgegeten. Na de tweede koek heb ik mezelf een halt toegeroepen. De rest van de gebroken koeken ligt netjes gerommeld in de trommel. 

Het nieuwe boodschappen

Tineke had een aardige waslijst met boodschappen bedacht. Teveel om op te noemen. Dus vond ze het een aardig idee als we sámen boodschappen gingen doen. En dat deden wij.

We zijn beiden nogal solistisch van aard, dus in de supermarkt kozen we beiden ons eigen karretje dat deze keer niet over de zandweg reed, maar over de tegels van de supermarkt.

Tineke had een aantal boodschappen voor mij in de app gezet. Die mocht ik gaan opzoeken en scoren. Zij had haar eigen boodschappen. Beiden gingen we onze eigen weg. Dat heet in de pedagogiek ‘Nabijheid met behoud van distantie’.

Af en toe belde ik haar op. ‘Er is geen crispy-roggebrood, wil je wat anders?’ ‘Welk soort havermelk bedoel je nu?’ Haar opzoeken was geen optie, want het zoeken naar een echtgenote in een zaterdagse supermarkt is zoiets als het zoeken naar een speld in een hooiberg. We zijn elkaar ook helemaal niet tegen gekomen.

Tineke was sneller met de boodschappen dan ik. Zij doet ook aan zelfscannen. Daar ben ik een tegenstander van. Ik vind dat de cassieres hun werk moeten kunnen behouden. Daarom wil ik ook de geneugten van het zelfscannen niet aanleren. Dat houdt tevens de verleiding buiten te deur.

Bij de kassa kwam ik Tineke weer tegen. Ik zette de boodschappen op de band. En zij deed ze vakkundig in de fietstassen. Ik betaalde. Samen fietsten we weer naar huis. 

Zwarte Piet

Vanmorgen schreef ik over Zwarte Piet. Eén keer in mijn werkzame leven ben ik zelf omgebouwd tot Zwarte Piet. Ruim 40 keer verscheen ik als Sinterklaas.
Henk 50 als Zwarte Piet

Voor sommige mensen schijnt het een racistische actie van ongekende omvang te zijn als je je laat verkleden tot Zwarte Piet. Ik was me destijds van geen kwaad bewust.

Wat wél een probleem was dat de afschmink op het Amsterdamse dagverblijf waar ik als Zwarte Piet op had getreden zoek was geraakt. Ik besloot daarom in gewone kleding maar met een zwart gezicht naar huis te gaan. Met het OV. Op het perron was ik even vergeten dat ik zwart was. Totdat ik merkte dat sommige mensen wat vreemd naar mij keken.

Poes Poes zag er graag goed gekleed uit

In de trein kwam een hele grote donker getinte man tegenover mij zitten. Hij keurde mij echter geen blik waardig.

Toen de conducteur langs kwam keek ze naar mij, naar de foto op mijn abonnement en weer naar mij. Ze vertrok geen spier. Maar achter de klapdeuren hoorde ik haar opeens proesten van het lachen.

Thuis dook onze zwarte poes Poes van schrik onder de bank. Poes Poes had de schrik in de benen van een inbraak die een paar weken eerder in ons huis had plaats gevonden.

Wij waren toen o.a. onze identiteit kwijt geraakt benevens tal van andere spullen. En Poes Poes moest niets meer van verdwaalde vreemdelingen in huis hebben die opeens via een klapraam naar binnen waren gekomen.