Gebroken koekjes

Tegenwoordig ben ik 'Hoofd Boodschappen'. Dat is een hele verantwoordelijkheid. Ik ben vooral veel te vinden op de afdeling koek en chocolade. 

Dinsdag kwam ik thuis met een pak Dubbeldikjes. Kennen jullie die? Ik kan ze aanraden. Een soort knapperige liga met een laagje chocolade.

Thuis maakte ik het pak open om de koeken in de koektrommel te doen. En ziedaar: de bovenste koek was gebroken. Een ongeschreven wet in huis is dat een gebroken koekje opgegeten mag worden. Dat deed ik dus.

Toen pakte ik de tweede koek. Die was nog méér gebroken. Kapotte koeken in een koektrommel: dat kan natuurlijk niet. De derde: die bleek ook gebroken.

Om een lang verhaal kort te maken: alle koeken bleken ernstig gebroken te zijn. Mogelijk had er iemand met een lading koeken gegooid in het magazijn. Of de vrachtwagen had een aanrijding gehad.

Nee, ik heb niet alle koeken opgegeten. Na de tweede koek heb ik mezelf een halt toegeroepen. De rest van de gebroken koeken ligt netjes gerommeld in de trommel. 

Het nieuwe boodschappen

Tineke had een aardige waslijst met boodschappen bedacht. Teveel om op te noemen. Dus vond ze het een aardig idee als we sámen boodschappen gingen doen. En dat deden wij.

We zijn beiden nogal solistisch van aard, dus in de supermarkt kozen we beiden ons eigen karretje dat deze keer niet over de zandweg reed, maar over de tegels van de supermarkt.

Tineke had een aantal boodschappen voor mij in de app gezet. Die mocht ik gaan opzoeken en scoren. Zij had haar eigen boodschappen. Beiden gingen we onze eigen weg. Dat heet in de pedagogiek ‘Nabijheid met behoud van distantie’.

Af en toe belde ik haar op. ‘Er is geen crispy-roggebrood, wil je wat anders?’ ‘Welk soort havermelk bedoel je nu?’ Haar opzoeken was geen optie, want het zoeken naar een echtgenote in een zaterdagse supermarkt is zoiets als het zoeken naar een speld in een hooiberg. We zijn elkaar ook helemaal niet tegen gekomen.

Tineke was sneller met de boodschappen dan ik. Zij doet ook aan zelfscannen. Daar ben ik een tegenstander van. Ik vind dat de cassieres hun werk moeten kunnen behouden. Daarom wil ik ook de geneugten van het zelfscannen niet aanleren. Dat houdt tevens de verleiding buiten te deur.

Bij de kassa kwam ik Tineke weer tegen. Ik zette de boodschappen op de band. En zij deed ze vakkundig in de fietstassen. Ik betaalde. Samen fietsten we weer naar huis. 

Zwarte Piet

Vanmorgen schreef ik over Zwarte Piet. Eén keer in mijn werkzame leven ben ik zelf omgebouwd tot Zwarte Piet. Ruim 40 keer verscheen ik als Sinterklaas.
Henk 50 als Zwarte Piet

Voor sommige mensen schijnt het een racistische actie van ongekende omvang te zijn als je je laat verkleden tot Zwarte Piet. Ik was me destijds van geen kwaad bewust.

Wat wél een probleem was dat de afschmink op het Amsterdamse dagverblijf waar ik als Zwarte Piet op had getreden zoek was geraakt. Ik besloot daarom in gewone kleding maar met een zwart gezicht naar huis te gaan. Met het OV. Op het perron was ik even vergeten dat ik zwart was. Totdat ik merkte dat sommige mensen wat vreemd naar mij keken.

Poes Poes zag er graag goed gekleed uit

In de trein kwam een hele grote donker getinte man tegenover mij zitten. Hij keurde mij echter geen blik waardig.

Toen de conducteur langs kwam keek ze naar mij, naar de foto op mijn abonnement en weer naar mij. Ze vertrok geen spier. Maar achter de klapdeuren hoorde ik haar opeens proesten van het lachen.

Thuis dook onze zwarte poes Poes van schrik onder de bank. Poes Poes had de schrik in de benen van een inbraak die een paar weken eerder in ons huis had plaats gevonden.

Wij waren toen o.a. onze identiteit kwijt geraakt benevens tal van andere spullen. En Poes Poes moest niets meer van verdwaalde vreemdelingen in huis hebben die opeens via een klapraam naar binnen waren gekomen. 

Zadelpijn langs de Donau

Mijn moeder is naarmate ze ouder werd meer gaan fietsen. Ze was klein maar dapper. Totdat het fysiek niet meer kon. Zo maakte ze - halverwege de 70 - een fietstocht langs de Donau. In goed gezelschap van een aantal leeftijdgenoten.

Mijn moeder wilde – teneinde fysiek ongemak te beperken – graag een Texels wollen zadeldekje op het zadel van de huurfiets. Je weet immers maar nooit. En omdat voor ons Texel maar twintig minuten varen was bestelde ze bij ons een heus schaapachtig Texels zadeldekje.

Ik vroeg haar hoe het met de medereizigers was. Daar had mijn moeder niet over nagedacht. Dus ik deed haar een voorstel. Ik kon wel vijf Texels wollen schapendekjes kopen. Maar mijn moeder vroeg zich af hoe het dan moest als niemand ze wilde hebben.

Ik legde uit dat de gemiddelde fietser pas op de derde dag flink zadelpijn krijgt. Dus ik stelde haar voor om toch vijf van die dekjes te kopen voor 35 gulden per stuk en die op de derde dag, als de rest van het gezelschap hevige pijnen leed, te verkopen voor 70 gulden per stuk. “Zo haalt u vanzelf de kosten van de vakantie er uit.”

Mijn moeder vond het geen goed plan. Ik moest maar één zadeldekje kopen. “En ik betaal het je natuurlijk terug!”

Of bij mijn moeder ethische argumenten de doorslag gaven of dat ze toch bang was dat ze zou blijven zitten met onverkoopbare zadeldekjes ben ik nooit te weten gekomen. 

Niet de pot op

In ons huis is sinds maandag een verbouwing aan de gang. Het toilet wordt vervangen. En daarmee meteen maar het kamertje waar de WC zich in 1990 metterwoon heeft gevestigd.

Tineke vindt dit eigenlijk maar een saai huis. Er kan niet genoeg verbouwd worden. Toch weet ze nog af en toe iets te bedenken. Zoals deze week de WC.

De pot is verdwenen

Een prangende vraag is: hoe reageert Henk op zo’n verbouwing? Tot hem dringen veranderingen maar langzaam door. De kans is dan ook groot dat hij ’s nachts de verkeerde deur in loopt en in een pot gaat staan plassen terwijl die pot verdwenen is.

Trouwens: het gevaar is nóg groter. Aangezien ik heb afgeleerd om staande te plassen ga ik dus zitten op een pot die er niet meer staat. Of op een slijptol.

Gelukkig hoef ik het niet tegen een boom te doen. Dat doen de honden al vele malen per dag voor ons huis. En ook niet in een tijdelijk toilet (‘WC’tje) dat op het grasveld staat.

We hebben in ons huis de luxe van drie toiletten. Hoe dat zo is ontstaan begrijp ik zelf ook niet. Er blijven nu dus twee toiletten over ter ontlasting van dit tijdelijke ongemak. Ik moet alleen even voldoende alert zijn om ze te kunnen vinden. 

Zieke Poes

Al een halve eeuw lopen er bij ons poezen in huis. Dankzij een list kwamen de eerste poezen in huis. Daar hielden we altijd een katterig gevoel aan over.

Ik heb het al wel vaker geschreven, maar met de eerste poezen heb ik Tineke overvallen. Ik belde vanaf mijn werk op of we logé’s konden hebben. Tineke zei ‘ja hoor’. En ik kwam met twee katten thuis: Moor en Barp. Barp was in een sloot gevonden en gered. Moor was haar pleegzus.

Poes Poes is ziek

Al onze katten zochten en kregen asiel. Na Moor en Barp volgden de luid spinnende cyper Juul (het geluid van de TV moest soms harder vanwege het spinnen van Juul), de vaak klagende maar ook vriendelijke poes Poes en nu hebben we de vriendelijke cyper Ringo in huis.

Poes Poes was een soort van stalker. Ze liep vaak achter ons aan om om eten te bedelen. Maar hoe we ook ons best deden, ze bleef kieskeurig. Je zette een bakje voor haar klaar, ze nam twee hapjes en ging dan weer bedelen om iets anders. Ik denk eigenlijk dat Poes een beetje een theatrale persoonlijkheid had.

Passend bij de theatrale persoonlijkheid was dat Poes Poes zich regelmatig zwak, ziek en misselijk voelde. Dan moest ze in bed gelegd worden. Het liefste in een grote-mensen-bed. Zoals op deze foto.

Oorspreiding

Ik wil het niet over mijn fysieke ongemakken hebben, want die heb ik nauwelijks. Maar vanwege een kleine blessure aan mijn knie had ik gisteren bezigheden binnenshuis. Ik kon opeens mijn knie niet buigen en strekken, dus ik kon niet fietsen.

Tineke vond dat ik mij bij de dokter moet melden. Ik ben een gehoorzame man en ik ging aan de slag. Tegenwordig kun je dokters niet meer bellen, je moet inloggen. Dat wist ik niet, maar het bleek zo te zijn. Toen ik uiteindelijk een wachtwoord had bedacht zag ik een heel medisch dossier tevoorschijn komen. Ik heb 350 dagen geen contact gehad met de dokter. En daarvóór 320 dagen. Ik heb dus steeds minder vaak een dokter nodig. Wat zal hij blij zijn als hij mij weer een keer kan spreken.

Huiskater Ringo spreidt zijn oren

Een afspraak heb ik niet gemaakt. Dat kon niet. Maar dat geeft ook niet. Met zo’n knie kan ik niet lopen en fietsen. Dus ik kan tóch niet naar de dokter. En onderzoek wijst uit dat het meeste lichamelijke ongemak vanzelf weer over gaat. Wat er aan de hand is met mijn knie weet ik noet. Er zitten schroeven in en ik heb de indruk dat er een schroefje los is geraakt. Maar dat is altijd beter dan wanneer er een draadje in je hoofd los is geraakt.

Gisteren heb ik vooral veel achterstallig computerwerk verzet. Twee artikelen gecorrigeerd, een column geschreven, enkele afspraken gemaakt (behalve met de dokter) en achterstallige correspondentie via de mail verzonden. Daarnaast heb ik onderzoek gedaan. Dat gebeurde perongeluk.

Ik had de kookwekker ingesteld. Toen hij afliep keek ik toevallig net naar onze huiskater Ringo. Hij schrok zich wezenloos, want hij lag vlakbij de kookwekker. De oren bogen maximaal uiteen van schrik of onbehagen.

Zou onze huiskater kunnen wennen aan deze geluiden? Dus de kookwekker nog een keer af laten lopen. De tweede keer was de spreiding al wat minder. De vijfde keer zag je alleen aan het begin nog een klein beetje oorspreiding.

Ik zou mijn onderzoek als titel mee kunnen geven: “Oorspreiding. Een fenomenologisch onderzoek naar een meetinstrument voor stress bij katten.”

Op het idee dat hij ook ergens anders had kunnen gaan liggen is onze huiskater niet  gekomen. Het geluid wende wel, maar hij bedacht geen andere oplossingen. Er was dus wel sprake van een bepaalde vorm van kokerdenken, van inflexibilitas mentis.

Daar heb ik ook wel eens last van. Op den duur gaan Baas en Beest toch op elkaar lijken.

Kukelbloemen

Eén van de kenmerken van mijn moeder was dat ze erg klein was. Dat gold trouwens ook voor haar broers en zussen. 

Klein zijn heeft veel nadelen. Maar het heeft ook voordelen. Zo kon mijn moeder goed bij de onderste schappen in de supermarkt. Daar staan de goedkope huismerken. Ze was dus doorgaans goedkoper uit dan de gemiddelde Nederlander.

Tijdens wandelingen plukte mijn moeder graag bloemen. Jullie kunnen dus wel raden van wie ik die neiging over heb genomen. Maar naarmate mensen ouder worden gaat het evenwicht achteruit. Het gevolg was dat mijn moeder als 80-plusser tijdens het bloemen plukken nog wel eens omviel. Daarom werd er in de familie gesproken over ‘kukelbloemetjes’.

In de laatste jaren van haar leven was mijn moeder grotendeels rolstoelgebonden. Als ik op bezoek kwam sloeg ze bij voorkeur de warme maaltijd over en gingen we met de rolstoel naar de plaatselijke snackbar. Daar scoorden we een kroket. Dat smaakte mijn moeder kennelijk beter dan de maaltijd op de afdeling. Een tweede kroket sloeg ze af, want één kroket stond gelijk aan een warme maaltijd.

Vanuit de rolstoel was het lastig bloemen plukken. Mijn moeder reageerde wel eens met ‘dat zijn mooie!’ Dan stonden we even stil bij zo’n bloem en mijn moeder probeerde zich de naam te binnen te brengen. Bij bekende bloemen lukte dat prima, maar bij minder bekende bloemen was het gissen. Ik kon haar niet helpen. Als Tineke meeliep gingen er de meest wilde namen over-en-weer. Dat vond mijn moeder heel interessant. ‘Van Tineke leer je nog eens wat’.

Het gebeurde ook wel dat mijn moeder een bepaald bloemetje mee naar huis wilde nemen. Langs de berm was dat geen probleem, maar de gemeente Maassluis heeft veel stenen, maar weinig berm.

Soms stond er een mooie en overdadig bloeiende plant in een tuin. ‘Zal ik er toch eentje plukken, moeder?’ zei ik dan. ‘Dat zou wel leuk zijn, maar het mag natuurlijk niet’ zei mijn moeder. ‘Zal ik het vragen aan de mensen?’ ‘Doe dat maar niet’ zei mijn moeder. ‘Ik ga er toch eentje plukken, speciaal voor u’ zei ik dan. ‘Dan moet je mij wel even verderop zetten’ zei mijn moeder, ‘anders heb ik het gedaan’. 

Op die manier kwamen er toch nog regelmatig zelfgeplukte bloemen in de vaas bij mijn moeder. ‘Eigenlijk mag het niet. Zo heb ik je niet opgevoed’ zei mijn moeder ter overweging. Maar van de bloemen genoot ze wel…