Gepoest

Dit is de manier waarop onze 12-jarige kater Ringo het liefst de kerst doorbrengt. Op schoot bij de Baas.

Niet alleen met kerst. Het liefste alle dagen van het jaar.

Maar ja, meestal is de Baas met van alles en nog wat bezig en dan is deze zitplaats niet zo beschikbaar. Maar op Tweede Kerstdag was de Baas aanzienlijk gepoest, zoals dat in ons huis heet.

Advertenties

Eeuwigdurende kerstboom

Een kerstboom heeft niets met de geboorte van Jezus te maken. Maar wat extra lichtjes in huis staat wel gezellig in deze periode van korte dagen en lange nachten.

Een kerstboom in huis kan ook gevaarlijk zijn. Vanmorgen belde er iemand op dat hij over de voet van de kerstboom gevallen was.

Tineke heeft een eeuwigdurende kerstboom gefabriceerd. Geen den of spar, maar een kronkelwilg. Je kunt niet over de voet van deze kerstboom vallen: hij is plat en staat tegen het raam geplakt.

Deze kerstboom lichtte ons huis in Alkmaar bij, maar is vorig jaar mee gekomen met de verhuisauto.

Ze maakte deze kerstboom van de takken van de kronkelwilg in onze voormalige tuin. Die werd in de week voor Pasen altijd gesnoeid. De Paastakken gingen naar de mensen uit de wijk. Maar enkele takken zijn dus in de kerstboom geïntegreerd. Dat is wel passend, want kerst en Pasen horen bij elkaar.

Dus mocht je zo’n takkenboom ergens in Delft voor een raam tegen komen, dan weet je dat wij daar wonen.

Bloemetje

Deze keer kan ik geen zaterdags bloemetje meenemen.

Ik ben drie dagen onderdak in de bossen van Lage Vuursche vanwege een cursus die ik moet geven. Pas zaterdagavond laat ben ik weer thuis.

Vorige week nam ik een bos gerbera’s, een bos rozen en een bos katjes en een bos rozen mee vanaf de markt. Ik dacht: ‘dat is nog best ingewikkeld om daar een mooi boeket van in elkaar te flansen’.

Maar Tineke zag kans om haar bloemschikvaardigheden weer uit te buiten. Om het geheel compleet te maken voegde ze een lelie uit een ouder boeket toe.

Sneeuwkerk

Het KNMI adviseerde om als het niet strikt noodzakelijk was niet de weg op te gaan. Maar wat is 'niet strikt noodzakelijk'? Dus fietsten we vanmorgen gewoon naar de kerk. Het begon net een beetje te regenen.

Halverwege de kerkdienst ging de regen over in sneeuw. Ik heb wel opgelet op de preek, maar de ramen zijn zo groot dat je die blik niet kan ontgaan. Zelfs de dominee zag de sneeuwbui al hangen.

De tijd dat je een uur in de kerk zat en daarna weer buiten stond is al lang verleden tijd. Na de dienst zijn er tal van activiteiten. In de eerste plaats koffie drinken voor mensen uit de kerk, maar ook iedere zondag voor tal van gasten. En het zangkoor oefende voor de ‘Kerstroute’:  een wandeling door de wijk met op allerlei plekken de verbeelding van de Bijbelse geschiedenis rond Lucas 2.  Buiten werd ondertussen een waar sneeuwgevecht georganiseerd door kinderen en jongeren.

Toen was het uiteindelijk toch tijd om op de fiets te stappen. Het was echte plaksneeuw. Al na vijf minuten zagen we er uit als verschrikkelijke sneeuwmannen (m/v).

Op plekken waar de sneeuw niet plat was gereden viel redelijk te fietsen, al was het allemaal wat rul. Maar op delen waar de sneeuw plat gereden was was het soms behoorlijk glibberig. Ik hou van dat avontuur (één van mijn hobby’s is sneeuwfietsen), maar bij Tineke leidt zo’n situatie tot angst en beven.

Eenmaal thuis aangekomen moesten alle bezittingen eerst ontsneeuwd worden. Daarna stapten we naar binnen en ging de CV aan. Kater Ringo kwam binnen en ging zich langdurig voor het raam zitten verbazen over de vallende sneeuwvlokken.

De Nieuwe Kerk was vanuit onze woonkamer niet meer zichtbaar door de dichte sneeuw. Opmerkelijk was dat de roeiers op het Schiekanaal gewoon door gingen, de bikkels. Maar die roeiers hadden weinig last van de gladheid. Alleen de toeteraars (coaches) op de fiets langs de kant hadden het zwaar te verduren.

De fietsroute langs ons huis werd steeds stiller. Het werd duidelijk dat fietsen toch wat ingewikkeld werd.

Er kwamen zelfs mensen lopend met een OV-fiets langs. Huur je daarvoor een fiets… Je kunt dan beter gewoon lopen…

 

Gorkum Lingewijk

Rond 1900 barstte de stad Gorkum bijna uit zijn voegen. Alle huizen waren samengeperst in de omwalde binnenstad. In 1957 kwamen we hier - kersvers overgevaren vanuit Indonesië - te wonen.

Rond 1920 vond de eerste grotere uitbreiding van de stad plaats. Dat werd de Lingewijk, ook wel Zandvoort genoemd. De wijk kreeg het karakter van een tuindorp, zoals er in Nederland –  maar ook in andere landen – nog tientallen van te vinden zijn. Zo’n tuindorp was bedoeld voor werknemers van een nabijgelegen fabriek (of mijn).

In Gorkum was dat bedrijf het metaalbedrijf van De Vries Robbé, dat destijds veruit de grootste werkgever van de stad was. Na een hele reeks van fusies ging het bedrijf in de jaren ’70 roemloos ten onder. De werkloosheid in Gorkum steeg tot 12%.

Ingeklemd tussen de Arkelse Dijk (waar de Vries Robbé gevestigd was in de uiterwaard van de Linge) en het Merwedekanaal werden enkele honderden arbeiderswoningen gebouwd. We woonden echter niet in het tuindorp, maar aan de rand. Langs de Arkelse Onderweg was al voor de bouw van de Lingewijk lintbebouwing ontstaan.

De Lingewijk kende een eigen sfeer qua architectuur. Wat bochtige straten, huizen met tuintjes en een plein in het midden. Aan de noordelijke rand van de Lingewijk werden na de oorlog nieuwe betonnen woningen gebouwd. Verschillende vriendjes woonden in die huizen, met drie of vier krappe kamers, een vliering en een groot aantal kinderen. Ook woonden hier de eerste gastarbeiders: die kwamen uit Italië. Ze waren Rooms-Katholiek, daar hadden we geen contact mee…

Zouden er nog klasgenoten wonen? Ik zou ze niet meer herkennen. Mogelijk lopen ze inmiddels achter de rollator. De meeste meisjes bleven zo lang mogelijk op de lagere school, om aan het eind van hun 13e jaar van school te verdwijnen. Ze hadden op school nuttige handwerken geleerd, en dat kwam natuurlijk goed van pas. Sommige meisjes gingen door naar de huishoudschool, die ook wel de Spinazie Academie werd genoemd. De jongens gingen bijna allemaal naar de LTS.

Weer later kwam er nog een stukje nieuwbouw, en zelfs flats van vier hoog. Zelfs de eerste snackbar deed zijn intrede, de patat koste 25 cent (11 eurocent) en een ijsje was verkrijgbaar voor 5 cent.

Nu zie ik de Lingewijk weer terug. Ik herken de oude en ingewikkelde straatnamen, zoals de Abraham Bloemaert Corneliszoonstraat, die in de volksmond werd afgekort tot ABC straat. En wat is het allemaal klein…

Een deel van de oude huizen in gerenoveerd, andere delen zijn afgebroken en er is nieuwbouw voor in de plaats gekomen. De winkels bestaan niet meer, groenteboer, bakker, slager, fietsenzaak en twee kruideniers hebben allemaal het loodje gelegd.

Aan de rand van de wijk – tegen de Rijksweg en de Betuwelijn aan – worden nog meer nieuwe huizen gebouwd. De wat vergeten wijk van Gorkum (toen er grote nieuwbouwwijken aan de overzijde van het Merwedekanaal werden gebouwd raakte deze kleine wijk in de vergetelheid) wordt ‘gerevitaliseerd’.

Op de tweede foto de Arkelse Onderweg, met rechts de wat rommelige lintbebouwing van een eeuw geleden en links het blokje huizen waar wij woonden.

Kookpoes

Gisteren is mijn eten aangebrand. Maar het is beter dat mijn eten is aangebrand dan dat ik zelf ben aangebrand.

Het zat zo. Ik had het eten opgezet. Dieren worden opgezet, benen kunnen opzetten, maar het eten kan ook worden opgezet.

De inductiekookplaat had ik  op stand vier gezet. Daarna ging ik even naar de kamer om een digitale afspraak te regelen.

Ondertussen hoorde ik in de keuken een piepje. Daar besteedde ik verder weinig aandacht aan. Maar toen ik een paar minuten later bij de kookplaat was bleek dat de inhoud van de pan ontzettend aan het sissen was. Het leek Pernis wel.

Ringo zat er bij te kijken. Zijn naam was Haas. Maar ik zag dat de inductieplaat op negen stond. Kennelijk was Ringo met zijn poten over de tiptoets van de inductiekookplaat gelopen…

Mannenhuishouding

Sinds bijna twee weken is het hier een mannenhuishouden voor een 11-jarige kater en zijn 67-jarige Baas. Het Vrouwtje is op bezoek bij haar zus in Californië. Ze beklimt bergen en zwemt in de Stille Oceaan. Ze zucht er onder een hitte van 22 graden. Hier brandt de kachel.

Nee, ik vereenzaam niet. Onze kinderen wonen op loopafstand en ze houden hun oude vader met raad en daad nauwlettend in de gaten. Ze droegen via de familie-app ook praktische oplossingen aan.

Zo maakte ik melding van een voortdurende piep in huis. Mijn gehoor piept ook dag en nacht, maar dat was het niet. Daar kwam als reactie op: “Ik zou de magnetron maar eens uitzetten.” Of: “Kijk eens bij de voordeur, er staat iemand al de hele dag aan te bellen.”

Na een fikse dip ik de afgelopen maanden – waarbij ik niet in staat was tot veel werkzaamheden – zijn de dagen nu weer  behoorlijk volgepland. Vijf dagen in de afgelopen week was ik als ZZP’er klusmatig onder de pannen. Dus dat het stil was in huis, dat merkte vooral kater Ringo. 

Daarnaast zijn er sociale contacten. Iedere dag is er bezoek of ga ik ergens op bezoek. Zelfs bij het zaterdagse ontbijt waren er gasten.

En de mensen uit de kerk hebben altijd wel een plek voor een gast aan tafel over. Van vegan tot en met biefstuk, lekkerbekjes en zuurkool met worst. Smaken en eetgewoonten verschillen nu eenmaal.

Omdat mijn wettige huisgenote overal oplossingen voor verzint en van alle technische markten thuis is liet ik de technische mankementen in huis aan haar over. Deze keer bezweek echter tijdens haar afwezigheid de CV en was het toch nogal koud zonder verwarming. Dus moest ik me alsnog in de CV-techniek bekwamen. Ik weet nu alle codes zo’n beetje uit mijn hoofd en de storingen E 2, E3 en E 5 heb ik eigenhandig kunnen verhelpen.

Daarnaast was er de was. De vorige keer maakte ik melding van een bijzondere oplossing: de was in de vaatwasmachine.

Inmiddels heb ik ontdekt dat er hier in huis ook een wasmachine staat. Ik had alleen geen idee waar het waspoeder in moest. Het bleek de wasdroger te zijn. Er bleek echter ook een wasmachine in huis te zijn.

Ik vroeg aan de kinderen hoeveel water ik in die wasmachine moest gieten en van welke temperatuur. Maar het bleek dat het water er vanzelf in kan stromen. Een man is nooit te oud om te leren. De schone was hangt inmiddels te drogen in de studeerkamer.