Lekermeer

In de provincie Groningen heb je het Leekstermeer, in de provincie Noord-Holland het Lekermeer. In het Leekstermeer word je nat, maar in het Lekermeer kun je je voeten droog houden.

Door dit gebied liep oorspronkelijk een veenriviertje: de Leek. Er loopt ook een dijk, de Rijndijk. Toen ik voor het eerst dit bord zag viel ik bijna van mijn fiets want ik dacht dat ik helemaal de weg kwijt was en hard pillen nodig had. Je kunt namelijk zomaar dingen zien die er niet zijn. Dat komt in de beste families voor. Maar ik was niet in de buurt van Arnhem, maar gewoon onderweg naar mijn werk.

Het is hier een bijzonder mooi gebied, één van de mooiste stukken van Noord-Holland, dat tóch al een mooie provincie is. Hier geen rechte lijnen zoals in de Beemster, maar kronkelende dijkjes langs vroegere meertjes en kleine polders, zoals de Lekermeer, elk met een eigen structuur. Een lappendeken aan landschappen, met her en der wat plukjes bebouwing en verderop langgerekte lintdorpen, zoals Wognum, Wadway, Berkhout en Hensbroek (genoemd naar een boer die een brandende sigaret in zijn broekzak stopte).

Nu de lente in aantocht is misschien een tip om weer eens een groene frisse fietsneus te halen.
Advertenties

Westzaan

Laat ik het maar weer eens over Westzaan hebben. Die plaats ligt wat verlegen tussen de grotere plaatsen en verkeersstromen in de Zaanstreek.

Maar juist vanwege die (betrekkelijke) rust heeft Westzaan een redelijk authentiek karakter behouden. Het dorp telt zo’n 5000 inwoners. Ze hebben er inmiddels al wel televisie en internet, maar nog geen ondergrondse parkeergarage.

Westzaan is een lintdorp. Niet zo langgerekt als het nabijgelegen Assendelft (7,2 km), maar toch een aardig lintje aan huizen door de polder. Het dorp bestaat uit meerdere buurtschappen: Noordeinde, Weiver, Kerkbuurt, Krabbebuurt en Zuideinde. 

Om het eenvoudig te houden: Westzaan ligt ten westen van Zaandam en Oostzaan ligt ten oosten van Zaandam. De wereld zit hier geografisch logisch in elkaar.

Wetszaan ademt de sfeer van het land waar het leven goed is. Toch werkt nog maar 4% van de plaatselijke bevolking in de agrarische sector.

Blote vrouw

Ooit trof ik in Westzaan een blote vrouw achter een openstaand raam aan, maar bij mijn laatste bezoek bleek zij verdwenen te zijn. Het raam was ook dicht. Waarschijnlijk was het te koud geworden. Of misschien liep ze inmiddels wel netjes aangekleed door het dorp.

Gebouwen

In de 18e eeuw stonden er in het dorp 33 molens. Nu zijn er nog vijf over, maar drie van die molens zijn kleine poldermolens.

Een opvallend gebouw in Westzaan is het Reghthuys. Het gebouw dateert uit de 18e eeuw en heeft aan de voorzijde een zuilenportiek. Dat is passend bij de hang naar classicistische invloeden uit die tijd.

Kerken

De Grote of Sint Joriskerk (links naast het Reghthuys op de foto) is een opvallend groot kerkgebouw, dat ook al uit de 18e eeuw dateert. Iedere zondag wordt er een kerkdienst gehouden. Dat noem ik maar even omdat veel kerkgebouwen in de Zaanstreek kerkelijk werkloos zijn geworden.

Een eveneens bijzonder gebouw is het kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente uit de 19e eeuw. Dit gebouw is één van de twee vroegere ‘Vermaningen’ in dit Zaanse dorp. Een ‘Vermaning’ is een doopsgezinde kerk. Daarnaast is er nog een Christelijke Gereformeerde Kerk.

Het meest bijzondere kerkgebouw in Westzaan vind ik de Doopsgezinde Zuidervermaning (met kerkpoes).

Het gebouw is helemaal van hout opgetrokken, met een zogenaamd schilddak. Veel Doopsgezinde kerken hebben een vloer die met zand is bestrooid, waardoor het brandgevaar verminderde.

Er zijn vier kappers in Westzaan. Kapper Snoei lijkt mij het meest effectief: die komt echt je haar kappen met een echte snoeischaar. Er wordt in een recensie door iemand gemeld dat ze heel tevreden is, het haar zit al jaren goed. Effectief knippen dus.

Lange Jaap

Architect Quirinius Harder ontwierp in de tweede helft van de 19e eeuw maar liefst elf Nederlandse vuurtorens.

Van deze torens is de vuurtoren de Lange Jaap in Huisduinen (bij Den Helder) met ruim 63 meter de hoogste. Het schijnt ook de hoogste gietijzeren vuurtoren van Europa te zijn. Je kunt hem beter niet op je tenen krijgen, want hij weegt meer dan 500.000 ton. De toren is vrijwel identiek aan die van IJmuiden en van Scheveningen.

Als ik vroeger in het donker langs de kust naar Den Helder fietste zag ik de lichten van de toren al ter hoogte van Egmond aan Zee (40 kilometer meer naar het zuiden). De toren heeft draaiende reflectoren en je zag dan vier zwaaiende bundels achter elkaar, dan een pauze van 20 seconden en dan weer vier zwaaiende bundels.

Vroeger kon je op sommige dagen de toren beklimmen voor een spectaculair uitzicht over de hele Kop van Noord-Holland en over Texel. Tegenwoordig zijn torenbestijgingen uit den boze. Dat is vanwege breuklijnen in de gietijzeren vloeren. Daar kun je beter niet doorzakken.

Zaterdag maakte ik een paar foto's van de Lange Jaap bij maanlicht. En ik ontdekte dat er inmiddels ook een bier naar deze vuurtoren is genoemd. Ik drink alleen geen bier....

De IJ is van IJmuiden

Met IJmuiden heb ik wel iets. Net als met Den Helder. De steden hebben een aantal overeenkomsten. Ongeveer even groot, beiden ontstaan door de aanleg van een kanaal, in de oorlog deels zwaar beschadigd, aan zee, een vissersvloot. Alleen heeft IJmuiden geen station meer.

Net als Den Helder wordt IJmuiden door veel mensen verguisd: stugge vissers, noestige fabrieksarbeiders, veel import, weinig centrum, veel boomloosheid en kaalslag, met overjarige nieuwbouw tegen de duinen aan. Maar IJmuiden spreekt mij qua sfeer juist erg aan. Is dat sinds ik in Den Helder heb gewoond of was die voorliefde voor dit wonderlijke geheel van straten, pleinen, kleine arbeiderswoningen en loodsen er altijd al? Een stad die de inwoners tijdens de stormen doet vluchten naar veiliger beschutting? Waar de bomen krom zijn gewaaid, waar je de zee kunt ruiken, je proeft het zout op je lippen.

Tsja, die straten. Kaarsrecht en vaak smal, met kleine arbeidershuizen van rond de (vorige) eeuwwisseling. Richting de duinen en richting het bos bij Driehuis wat duurdere huizen. Overal het geluid van meeuwen. Vaak weinig mensen op straat. Aan de overkant van het water het eeuwig sissende geluid van de Hoogovens. En in de havens veel metaal, klapperende touwen van de schepen, afbladderende deuren (tegen het zout valt bijna niet op te schilderen) en roestige kettingen.

Een tekort aan werkgelegenheid. In de ochtend loopt een deel van de plaats leeg: forensen richting Haarlem en Amsterdam. Ook dat is IJmuiden. Ooit een kerks vissersdorp, maar nu vormen de kerkgangers een kleine minderheid van de bevolking. Net als in Den Helder…

IJmuiden is geen gemeente, de plaats maakt onderdeel uit van de gemeente Velsen. En net als in Den Helder vliegen de politieke partijen elkaar voortdurend in de door de wind verwilderde haren. De grootste plaatselijke lokale partij haalde er ooit veertien zetels, kelderde naar drie zetels en is nu weer de grootste partij met zes zetels. Maar liefst 11 partijen bezetten de 33 zetels binnen de gemeenteraad.

Het centrum van IJmuiden werd in de oorlog voor een groot deel afgebroken, o.a. omdat de Duitsers een ruimer schootsveld wilden hebben voor het geval de geallieerden binnen zouden vallen. Daarom ademt de plaats de sfeer van de Wederopbouw. Het stadhuis is het laatste grote ontwerp van architect Willem Marinus Dudok, die ook het inmiddels wereldberoemde stadhuis van Hilversum op zijn naam heeft staan. De winkels staan aan een lange en deels desolate winkelstraat die parallel loopt aan het Noordzeekanaal. Ook dat is een opvallende overeenkomst met Den Helder.

Ik heb wel iets met zulke steden. Was dat al vóórdat we in Den Helder kwamen wonen? Of zijn dat de herinneringen aan 27 jaar wonen in Den Helder. In ieder geval: probeer IJmuiden eens uit. Wie weet vind je het toch ook wel een aardige plaats met een totaal eigen sfeer...

De W is van Wadway

In Wadway kwam ik een aantal jaar geleden regelmatig. Vaak meerdere keren per maand. Wadway lag namelijk in de buurt van mijn werk.

Nu zijn er ook mensen die nog nooit van Wadway gehoord hebben. Dat duid ik jullie niet euvel. Je kunt immers niet alles weten.

Wadway ligt tussen Wognum en Spanbroek. Maar er zijn ook mensen die niet weten waar Wognum en Spanbroek liggen. Dat is een ernstiger zaak, want dat zijn toch wel stevige dorpen. In Wognum was het hoofdkantoor van de DSB (bank van Dirk Scheringa gevestigd). Dat imperium stortte rond 2010 met groot financieel geraas in. Wognum ligt aan de stoomspoorlijn van Hoorn naar Medemblik. 

Spanbroek is wat minder bekend. Maar het heeft ook met Dirk Scheringa te maken, omdat hij hier een groots museum liet bouwen. Het gebouw staat leeg en is aan verval onderhevig. De plaats heet zo omdat de mensen hier vroeger niet voldoende op hun gewicht letten, waardoor de broeken allemaal te strak zaten.

Maar nu terug naar Wadway. Het is een lintdorp zoals er veel in West-Friesland te vinden zijn.  Het dorp kent zelfs geen kern, er is alleen maar lintbebouwing met achter de huizen weilanden. Gewone woonhuizen worden afgewisseld door boerderijen, vaak in karakteristiek Noordhollands groen geschilderd.

Het meest bekende gebouw van Wadway is de Theaterkerk. Het is de vroegere Magdalenakerk (rond 1520) die niet meer als kerk dienst doet, maar als theater. Er zijn ook dominees die van hun kerk een theater maken, maar in deze kerk worden seculiere theatervoorstellingen gehouden.

De foto maakte ik toen het treinverkeer vanuit Hoorn naar Alkmaar gestremd was. Ik dacht: dan maar op de fiets. Dat was enigszins overmoedig vanwege de gladheid en de vorst. Halverwege moest ik in een café mijn voeten (voor mijn gevoel althans) ontdooien...

Nes aan de Amstel

Wat moet ik hier nu van zeggen? Ben ik nu in Nes aan de Amstel. Nee, ik ga aan de overkant voorbij. Het water van de Amstel is veel te diep.

Maar om jullie gerust te stellen… Ik ben wel een aantal malen door Nes aan de Amstel gefietst. Eén keer zelfs tijdens een zware sneeuwbui. Bij een Chinees in Uithoorn heb ik mezelf toen op laten drogen.

Aan een scherpe bocht in de Amstel ligt aan de overkant het dorp Nes aan de Amstel. Het dorpsgezicht wordt grotendeels bepaald door een opvallend grootse kerk (zeker voor een dorp met ongeveer 500 inwoners): de Sint Urbanuskerk, de eerste kerk die door Joseph Cuijpers werd ontworpen.

Nes aan de Amstel is de geboorteplaats van Aagje Deken. Veel lezers op dit blog hebben haar naam onder de lessen Nederlandse literatuur voorbij zien komen maar kunnen niets van haar werk reproduceren. Ik ook niet. Om niettemin haar naam in ere te houden staat er in haar geboorteplaats een gedenkteken.

Nes aan de Amstel valt onder de gemeente Amstelveen. Als de bouwbehoefte van Amstelveen leidend was geweest was het dorp al lang omringd geweest door fantasieloze nieuwbouw.

Het dorpsbeeld doet nog redelijk authentiek aan, op enkele protserige villa’s na. De gemeentelijke welstandscommissie heeft zeker even zitten te slapen.

Wie niet heeft geslapen is het bestuur van de plaatselijke ijsbaan. Niet dat het hier zo vaak vriest, maar men heeft een alternatief bedacht: een prutrace. Als er toch geen ijs op de sloten ligt, dan kun je wel door de sloten baggeren. Maar liefst 3 kilometer. Uit jeugdige ervaring kan ik jullie vertellen dat baggeren door sloten een moeizame wandeling is.

De Zak van West-Friesland (3)

De streek tussen Hoorn en Enkhuizen is een onderbelicht gebied, vooral het gebied ten zuiden van de spoorlijn naar Enkhuizen. Maar er valt veel moois te zien.

Ook Rik Zaal besteedt in zijn tweedelige ‘Heel Nederland’ geen aandacht aan de dorpen van deze streek, behalve aan het Beatles-Monument in Blokker, maar Blokker is eigenlijk een buitenwijk van Hoorn.

Oosterleek telt nog geen honderd inwoners, maar toch is er een aanzienlijke horeca-gelegenheid benevens hotel. Geen Van der Valk, maar gewoon lekker Noordhollands en dus ook wat gedateerd, met een knipoog naar de sixties. En een terras aan het IJsselmeer. Ik had het niet door, maar ik ben weer bij de IJsselmeerdijk, die hier in noordoostelijke richting is omgebogen. Ook kun je in Oosterleek allerlei oudHollandse spelletjes doen: je kunt kiezen uit 43 soorten spelen. Dus op naar Oosterleek voor een gezellig familiedagje.

Op een ‘punt’ van de dijk staat het ’t Leekerlicht, één van de minder bekende vuurtorens van Nederland. Op de toren een gedicht van Emily Dickenson dat we de zon niet zouden missen als ze niet onder zou gaan. Dat is psychologisch voer om dieper over na te denken…

Vanaf deze plek heb je met helder weer (zoals vandaag) een kaleidoscopisch zicht op het IJsselmeer, met links het windmolenpark van de Noord-Oostpolder en Urk, meer naar het zuiden Lelystad en in het zuidwesten Almere (op de foto).

Ik fiets weer verder in de richting van Enkhuizen. De strook langs het water is in beslag genomen door waterliefhebbers en zonaanbidders. Het IJsselmeerwater is na deze lange droogte meer betrouwbaar dan de plassen met vaak stilstaand water in het binnenland.

Bij de buurtschap De Weed verlaat ik de dijk. De wegen in de polder (de Drieban) zijn hier recht en deels boomloos. Dat is een gevolg van de kaalslag van de ruilverkaveling die hier halverwege de jaren ’60 veel landschappelijke schade heeft aangericht.

Nog groter is de schade in de Polder het Grootslag ten zuiden van Andijk. Daar waan je je nu in een polder die zomaar in de jaren ’80 had kunnen zijn drooggemalen. Zo efficiënt mogelijk met enorme kavels aan grond, grootschalige boerderijen en rechte wegen en sloten. Er wordt nu geprobeerd om door de aanleg van bospercelen het gebied weer een beetje meer afwisselend te maken.

Na twee haakse bochten fiets ik de bebouwde kom van Venhuizen binnen. Hier stond een prachtig museum voor ‘figuratieve kunst’, het Museum Møhlmann, maar dat is verhuisd naar Appingedam.

Ik laat Venhuizen grotendeels rechts liggen en fiets zonder ‘overgang’ het dorp Hem binnen (foto met kerktoren).