De M is van Middenbeemster

Midden in de Beemster ligt Middenbeemster.

De Beemster valt onder het Unesco Werelderfgoed. De polder met zijn rechte wegen die parallel op gelijke afstand van elkaar lopen stond model voor de wijze waarop de wegen op de prairie van Iowa zijn aangelegd.

Middenbeemster is het oudste dorp van de Beemster. Na de drooglegging werd hier een rechthoekig plein aangelegd, waar later de veemarkt werd gehouden. Aan het plein staat ook de dorpskerk, die werd ontworpen door Hendrick de Keyser (tevens de ontwerper van de Westerkerk in Amsterdam).

Toen ik hier voor het eerst mijn fiets parkeerde was ik best verbaasd vanwege de historische bebouwing en het goed bewaarde karakter van het dorp. Het is dan ook deels beschermd dorpsgezicht, met enkele tientallen monumenten.

De Beemster is o.a. bekend van het lied cq dijenkletser:

Bij ons in de Beemster daar is het zo goed/ daar geven de koeien tien liter als ’t moet, en geven ze niet, ja dat hindert geen zier/ dan is het geen koe maar dan is het een stier.

De schrijfsters Betje Wolff en Aagje Deken woonden in Middenbeemster. Er staat een museum dat aan de beide dames is gewijd en dat voornamelijk wordt bezocht door docenten Nederlands en hun weerbarstige leerlingen. Verder bevindt zich in Middenbeemster een urinoir. Dat is handig als je niet wilt wildplassen: dag en nacht geopend.

Volgens mijn zwager komt de beste kaas van Nederland uit de Beemster. Hij kan het weten, want hij is kaashandelaar.

Of is de J van Jisp?

Het alfabet gaat wel erg veel over het buitenland, en vooral over Duitsland. Is er dan bijvoorbeeld geen Nederlandse plaats met een 'J'? Jawel. Zo kwam ik 28 jaar lang zeker 200 maal per jaar in Julianadorp. Ook op Curacao reed ik door Julianadorp, maar dat was op de scooter en telt niet mee. Verder ben ik ook door Jipsingboermussel gefietst.

Maar laat ik als toegift het dorp Jisp maar eens noemen. Hier heb ik af en toe kranten bezorgd. Het was een lastige wijk. Er waren nog geen groene brievenbussen aan de straat, ik moest steeds bruggetjes over. En als ik een erf op liep werd ik soms onheus bejegend door een plaatselijke hond die het op mijn puberale kuiten voorzien had. Op één adres gooide ik uiteindelijk de krant maar over de sloot. Moest de eigenaar zijn hond maar in bedwang houden.

Jisp is een vriendelijk dorp onder de rook van de Zaanstreek. De huizen zijn er peperduur, want iedereen wil in de Randstad in de ruimte wonen. Het dorp bestaat uit een beklinkerde hoofdstraat die halverwege het dorp een haakse bocht maakt en een paar zijstraten met wat nieuwbouw.

Rond Jisp liggen prachtige waterrijke gebieden. Ik heb hier als puber veel geroeid (we woonden in het nabijgelegen Wormer). De grond van de vele eilanden was er zo drassig dat ik zelfs wel eens tot aan mijn middel door de zompige veengrond ben gezakt.

In Jisp woonden vroeger walvisvaarders. Dat verklaart de rijkdom van het dorp, met een parmantig (voormalig) gemeentehuis, dat bijna identiek is aan het gemeentehuis van Graft en ook veel lijkt op het gemeentehuis van De Rijp.

Jisp ligt aan de weg die vanuit Wormerveer via Wormer en Neck naar Purmerend loopt. Het is een verkeersluwe smalle weg, en dat moet maar zo blijven ook. Alleen over deze weg kun je in Jisp geraken.

De A is van Aartswoud

Het wordt een beetje komkommertijd. Ik bedoel: vakantietijd. Als ik thuis ben heb ik extra schrijftijd. Als ik met vakantie ben kies ik voor een plek zonder internet. Dat wordt 2½ week geen mail lezen, maar ook geen blogs schrijven.Om die tijd op te vullen maak ik vooraf een serie met 26 plaatsnamen. Allemaal plaatsen waar ik gefietst heb. Willekeurig in Nederland of in het buitenland.

De eerste plaats is Aartswoud. Maar wat krijgen we nu? Deze foto kan niet met de fiets zijn genomen, want ik doe niet aan luchtfietsen.

Ik fietste regelmatig door Aartswoud, maar deze keer zat ik in een luchtballon. En zo suisden we met een zwakke noordwestenwind we over het dorp Aartswoud, dat vroeger aan de Zuiderzee lag.

Zoals bijna alle Westfriese dorpen is ook Aartswoud een lintdorp. Het strekt zich languit uit langs een straat die vroeger door gevaarlijk veengebied liep. Maar Aartswoud heeft ook een dwarsstraat: naar de Nederlandse Hervormde Kerk. Deze kerk heeft een opmerkelijke ‘platte’ toren, waardoor de kerktoren van een afstand tussen de bomen door wel op een kasteeltoren lijkt.

Er wordt beweerd dat de toren vroeger wel als vuurtoren diende. Hij schijnt zelfs gebruikt te zijn om schepen tot een dwaalspoor te verleiden. Een aangespoeld schip leverde de jutters veel inkomsten op. Ja, de mensen hebben het wel over de Duitsers, maar de Westfriezen waren ook geen lieverdjes.

Voor de drooglegging van de Wieringermeer lag Aartswoud aan de Zuiderzee. Nu moet je hier als fietser met gevaar voor eigen leven de drukke weg van Medemblik naar Nieuwe Niedorp oversteken voordat je in de rechte polder belandt.

Om te bewijzen dat ik ook met beide wielen aan de grond in Aartswoud ben geweest ook nog een tweede foto…

Windhuis

Misschien denken jullie: wat kijkt deze meneer moeilijk…!

Welnu: deze meneer heeft verstopping. Dat wordt wel obstipatie genoemd en bejaarde verpleegsters hebben het over constipatie.

Volgens Sigmund Freud is obstipatie een gevolg van een dwangmatige opvoeding, met name in relatie tot de zindelijkheidstraining.

Als deze te streng is geweest en te vroeg is ingezet ontwikkelt het kind het zogenaamde anale (dwangmatige) karakter. Daardoor verstaat het kind (en de latere volwassene) niet de kunst van het loslaten. Maar ja, dat was een bedenksel van Sigmund Freud. We laten het verder maar voor wat het is.

Tegenwoordig zegt men dat gezonde voeding en veel lichaamsbeweging mensen helpen bij een gezonde stoelgang. En: stoppen met roken.

Op zichzelf heeft deze meneer aardig wat beweging. Hij heeft de trappen van de vuurtoren op Texel helemaal naar boven moeten lopen om zijn gevoeg te kunnen doen. Maar het wil toch kennelijk nog niet helemaal lukken. Hij heeft de krant er maar bij gepakt. Tegen de tijd dat hij bij de familieberichten is moet het toch uiteindelijk gelukt zijn, mag ik hopen. 

Naar de bollen

Louis Davids zong het al:

Naar de bollen, naar die prachtige bollen,
Waar je sprakeloos geniet, van de kleuren, die je ziet,
Naar de bollen, naar die heerlijke bollen,
Want die zie je maar eenmaal per jaar.
Alleen ging Lous Davids naar Hillegom. Ik moet je aanraden om naar de Kop van Noord-Holland te gaan. Daar zijn veel meer bollenvelden te vinden.
Donderdag had ik een werkdag in de Noordkop en ik had mijn fiets mee.
Op de terugweg naar Alkmaar stond er een stevige zuidwestenwind, waardoor de teller af en toe tot onder de 10 km (per uur) daalde. Maar ieder nadeel heeft zijn voordeel: ik had daardoor alle tijd om de bloembollenvelden visueel tot mij te nemen.
De narcissen en hyacinten zijn bijna uitgebloeid en de tulpen zijn bezig hun plek in te nemen. Sommige bollenboeren waren al bezig de tulpen machinaal te koppen. Dan wordt in een uur tijds een heel bollenveld onthoofd. Jammer voor mij maar beter voor de kwaliteit van de bollen.
Vanaf 29 april t/m 3 mei worden in Anna Paulowna en Breezand weer de jaarlijkse Bloemendagen gehouden. Dan kun je – naast de bollenvelden – ook ruim honderd bloemenmozaïeken bekijken.

Steigereiland

De mensen vragen mij wel eens: “Henk, kom jij wel eens op het Steigereiland?”

Dat zal ik jullie zeggen: vorige week was ik vanwege werkzaamheden weer eens op het Steigereiland. Het Steigereiland is het meest westelijke deel van de bebouwing van IJburg, het nieuwste stadsdeel van Amsterdam. IJburg bestaat uit een aantal opgespoten eilanden in het IJmeer. De bedoeling was dat er uiteindelijk 350.000 mensen zouden komen te wonen.

Steigereiland is het eerste deel en eerste eiland van IJburg als je vanuit de stad naar IJburg fietst of tramt. Je komt dan over de Enneüs Heermabrug, die ook wel de Beha, of Cup IJ of nog gewoner de Tietenbrug wordt genoemd. Als je de vorm ziet kun je vermoedelijk wel begrijpen waarom de brug deze naam heeft.

De brug heeft ronde vormen, maar IJburg kenmerkt zich bijna helemaal door vierkante bebouwing. Het is waarschijnlijk de meest vierkante wijk van Amsterdam. Daar krijgen ze nog eens spijt van. Af en toe een paar mooie bogen is niet lelijk.

Op Steigereiland wordt al vijf jaar lang gebouwd en de wijk is nog niet ‘af’. Bijzonder zijn de waterwoningen, een soort woonarken op het water. Maar volgens mij zitten er palen onder, dus deze huizen kunnen niet weggesleept worden. De huizen zijn bijzonder transparant: je kijkt overal naar binnen in de woonkamers (als je dat wilt). Of de mensen last hebben van de hoge spanning boven hun hoofd weet ik niet.

Aan de noordzijde van het Steigereiland bevindt zich een boulevard langs het water. Daar heb je een prachtig uitzicht op Schellingwoude. Veel inwoners van dat dorp hebben geprotesteerd tegen de komst van IJburg, zij vonden dat ze nu een lelijk uitzicht kregen.

Achter het kerkje van Schellingwoude zie je de stompe toren van Ransdorp. Die kun je soms beklimmen en dan heb je een prachtig uitzicht over Waterland, de groene buffer tussen Amsterdam en Purmerend. Met de telelens heb ik de toren nog even wat dichterbij gehaald.

Richt je je blik naar het oosten, dan zie je Almere liggen. De hoge toren is de Carlton toren met 32 verdiepingen (120 meter hoog). Ik kon die toren ook zien vanuit mijn vroegere werk in Hoorn. 

Het kostte wel wat moeite om deze foto op telestand te nemen, want de wind trok aanzienlijk aan mijn kuierlatten, waardoor mijn handen de bibberatie kregen. Maar uiteindelijk is het gelukt.

Langs het IJsselmeer (4)

Ik heb geen kaart bestudeerd. Nu merk ik dat ik dit stukje Noord-Holland nog niet op mijn duimpje ken. Want waarom heb ik vanuit Volendam tegenwind?

Na een drie kilometer maakt de weg een scherpe bocht en krijg in de wind in de rug. Aan de overkant van het water zie ik Monnickendam liggen en in de verte achter mij Marken. Dit is de Gouwzee.

Even later fiets ik door Katwoude. Tot 1991 was dit een zelfstandige gemeente die samen met Schiermonnikoog altijd in de race was om als eerste de stemmen bij de verkiezingen geteld te hebben. Bovendien is het hele dorp een keer uit logeren geweest in een hotel op Schiphol. Dat was een publiciteitsstunt van dat hotel.

Monnickendam SpeeltorenNa Katwoude fiets ik Monnickendam binnen. Hier heb ik vroeger ook nog af en toe gewerkt. Tijdens mijn pedagogisch zwervend bestaan kwam ik er zelfs zo’n beetje iedere week. Een prachtig langgerekt historisch stadje met deftige straten, een haven en alwéér een speeltoren. De stad was vooral in de 17e eeuw welvarend en dat is nog steeds goed te zien. Monnickendam is alleen wat minder monumentaal dan Edam, er zijn hier slechts 75 rijksmonumenten.

Ik heb het ondertussen ‘pittig koud’ gekregen. Dat blijkt geen wonder. Er staat een frisse oostenwind, maar het blijkt ook maar 4 graden te zijn. Ik moet me maar even kunstmatig gaan verwarmen in de plaatselijke snackbar. Ik neem plaats aan een tafeltje tegen de verwarming aan, trakteer mezelf op twee warme producten en lees twee kranten.

Dan ben ik weer voldoende opgewarmd voor de volgende etappe. Ik fiets verder door het oude centrum en passeer de grootse Sint Nicolaaskerk (aan de rand van de stad). Het urinoir heeft ook een naam: de Plastorie. Aan de overkant van de weg ligt de nieuwbouw van Monnickendam, met o.a. huizen van een type dat de naam ‘boerderette’ heeft gekregen.

De volgende etappe buitengaats is weinig aangenaam. Wel heb ik de wind in de rug en de wind die de vele auto’s meevoeren geeft me ook nog eens een extra duwtje in de goede richting. Ik heb nu een fiets met windgedreven trapondersteuning. Vier kilometer verderop fiets ik Broek in Waterland binnen.

Broek in Waterland heeft een historisch en beschermd dorpsgezicht. Tegen het oude dorp aan en aan de overkant van de grote weg bevindt zich de nieuwbouw. Daar woon je net zo als in Leiderdorp, Spijkenisse of Lelystad. Maar dat oude centrum met zijn houten huizen: dat heeft wel wat. Ook qua prijs. Voor bijna alle huizen betaal je rond of méér dan een miljoen….

Ooit heb ik hier trouwens zó hard mijn hoofd gestoten tegen een balk op de zolder dat de gevolgen een paar weken lang zichtbaar bleven. Het was Broeks Hardhout.