IJmuiden

Jullie zullen het misschien niet hebben gedacht, maar vorige week was ik vanwege werkzaamheden plotseling even in IJmuiden. 
Hoogovens en zeeschip bij de zeesluis van IJmuiden

IJmuiden is een soort van Den Helder, louter ontstaan door de aanleg van een kanaal.

IJmuiden is later gebouwd en is kleiner (30.000 inwoners) dan Den Helder (exclusief Julianadorp 50.000 inwoners).

Wijk van rond 1910 in IJmuiden

Maar omdat ik Den Helder leuk vind, vind ik IJmuiden ook leuk. Die geur van de zee, de verrommelde wijken van rond 1900, nieuwbouw in de duinen rond 1960, een HEMA die maar net het hoofd boven water kan houden, een vissershaven, de zeemeeuwen en de tanende middenstand. Hoe triest ook: het heeft ook wel wat.

Wat Den Helder niet heeft is de geur van cokes. Er stond een noordenwind en de Hoogovens deden hun best om het vuil deze keer de andere kant op te blazen.

En wat IJmuiden niet heeft is een station. Dat heeft Den Helder dan weer wel. Voor mij slaat de voorkeur dus om in het voordeel van Den Helder. 

Land onder water

Deze boerderij ligt maar één kilometer van zee. Maar het is niet de stijging van de zeespiegel die deze nattigheid veroorzaakt. 

Elk jaar zetten ‘bollenboeren’ delen van hun land onder water. Dit is een milieuvriendelijke manier om de bodem vrij te maken van aaltjes, onkruid en bollenresten.

Koegraspolder bij Julianadorp

Het land wordt doorgaans drie maanden onder water gezet. Daarna gaan de nieuwe bollen het land in.

Het water trekt veel vliegen en muggen aan en die vormen weer een voedselbron voor vogels. Het lijkt hier daardoor af en toe wel vogel-spitsuur.

De foto maakte ik vanaf de Langevliet ten noorden van Julianadorp. 

De J is van Jisp

Jisp ligt in de provincie waar ik een halve eeuw heb gewoond: Noord-Holland. Er is nog steeds maar één weg die naar Jisp leidt. Het dorp ligt ingeklemd tussen water en weilanden met veel water.

Ik leerde Jisp kennen toen we in 1964 naar Wormer verhuisden. Wormer ligt aan dezelfde weg als Jisp: een beklinkerde straat die in de winter gevaarlijk glad kon worden. Eens in de twee uur reed er een bus hobbelend en rammelend tussen Wormerveer en Purmerend.

Voormalig gemeentehuis en kerk van Jisp

Jisp is lang een zelfstandig dorp gebleven. Pas in 1991 ging de plaats op in de gemeente Wijdewormer. Deze gemeente vormt een groene buffer tussen de Zaanstreek en Purmerend.

In Jisp heb ik af en toe kranten bezorgd. Het was een lastige wijk. Er waren nog geen groene brievenbussen aan de straat, ik moest steeds bruggetjes over. En als ik een erf op liep werd ik soms onheus bejegend door een plaatselijke hond die het op mijn puberale kuiten voorzien had. Op één adres gooide ik uiteindelijk de krant maar over de sloot. Moest de eigenaar zijn hond maar in bedwang houden.

Het Zweth op nevelige winterdag

Jisp is een vriendelijk dorp onder de rook van de Zaanstreek. De huizen zijn er peperduur, want iedereen wil in de Randstad in de ruimte wonen. De gemiddelde huizenprijs bedraagt zo’n 450.000 euro. Het dorp bestaat uit de eerder genoemde beklinkerde hoofdstraat die halverwege het dorp een haakse bocht maakt en een paar zijstraten met wat nieuwbouw. Doordat er vrijwel niet wordt gebouwd is het aantal inwoners al jarenlang aan het dalen. Er wonen zo’n 750 mensen.

Water en polder op de grens van Wormer en Jisp

Rond Jisp liggen prachtige waterrijke gebieden. Ik heb hier als puber veel gezwommen en geroeid. Eén keer bleek ik een zonnesteek te hebben opgelopen. Een andere keer werden we midden op het water getroffen door onweer. Maar ik leef nog.

De grond van de vele eilanden temidden van het water was zo drassig dat ik zelfs wel eens tot aan mijn middel door de zompige veengrond ben gezakt.

In Jisp woonden vroeger walvisvaarders. Dat verklaart de rijkdom van het dorp, met een parmantig (voormalig) gemeentehuis, dat bijna identiek is aan het gemeentehuis van Graft en ook veel lijkt op het gemeentehuis van De Rijp.

In Jisp werd in 2020 geen enkele fiets gestolen. Voor de dokter, de supermarkt en de kerk moet je naar Wormer. Er is één brievenbus in het dorp Jisp. 

De I is van Ilpendam

 

In Ilpendam kwam ik vroeger regelmatig. Maar nu niet meer. Het dorp ligt niet meer 'op de route'. Ik kom zelfs maar weinig in Noord-Holland, gemiddeld twee keer in de maand. Terwijl ik er toch een halve eeuw heb gewoond...

In de spits passeert er elke twee of drie minuten een streekbus het dorp Ilpendam. Maar slechts weinig forensen hebben het dorp daadwerkelijk bekeken. Dat is een kwestie van uitstappen en even door de Dorpsstraat en een paar zijstraten lopen.

De Dorpsstraat van Ilpendam

Ilpendam is een oud dorp: het stond al in de 13e eeuw in de papieren. Hoewel het tussen Amsterdam en forensenstad Purmerend in ligt is het gewoon een klein dorp gebleven, met ruim 1700 inwoners. De westzijde wordt nadrukkelijk begrensd door het Noordhollands Kanaal, dat hier in de 19e eeuw werd gegraven.

De inwoners van het dorp houden van voetbal: de plaatselijke voetbalclub telt 300 leden. En dat op 1700 inwoners…

Er zijn drie huizen te koop in Ilpendam. Het goedkoopste huis kost bijna 6 ton, het duurste huis is drie keer zo duur. Mocht je die huizen te duur vinden, dan kun je ook nog in een garagebox gaan wonen.

In 2020 werden er twee fietsen gestolen in Ilpendam. En er is één brievenbus. En een dokter die praktijk houdt aan het Dokterspad. Hoe duidelijk wil je het hebben? Op zondag kun je in Ilpendam of in het nabijgelegen Watergang naar de kerk. Dat is vrij uitzonderlijk in Noord-Holland waar van opvallend veel kerken de deuren op zondag dicht blijven.

De veerpont over het Noordhollands Kanaal

Behalve een basisschool is er in Ilpendam ook nog een andere opleiding: die van mevrouw Onkruid. Je kunt bij haar een jaar lang cursus volgen over tal van planten waarvan je denkt dat ze niet eetbaar zijn. In principe zijn trouwens alle planten eetbaar. Het is wel de vraag of je ze overleeft. Aan het eind van de opleiding weet je welke planten eetbaar én gezond waren. Je kunt ook je eigen kruidenshampoo of schoonmaakmiddel (leren) maken. Die laatste producten zijn niet om op te eten.

Het dorp wordt ook wel Tsjilpendam genoemd

In Ilpendam bevinden zich ook een aantal mussen. In de omgeving van waar die mussen nadrukkelijk te horen zijn heet het dorp Tsjilpendam.

Ilpendam heeft ook een pontje. Aan de overkant kun je naar Landsmeer fietsen.

Dat pontje is helemaal identiek aan dat van Anna Paulowna. Alleen de veerman en de veervrouw zien er anders uit. Vermoedelijk zijn het ook andere personen. 

De E is van Edam

Mijn zwager runt een kaashandel in Edam. Als kind al liet hij zich de kaas niet van het brood eten. En vanwege familiebezoek kwam ik ook af en toe in Edam. Maar de afgelopen vier jaar heb ik dit stadje niet meer aan gedaan.

Edam is een parmantig stadje onder de rook van Volendam. Dat er rook is komt door de palingen die in Volendam gerookt worden.

In feite zijn Edam en Volendam aan elkaar vastgegroeid. Het is ook één gemeente. Maar tussen de inwoners van Edam en van Volendam botert het niet altijd, ook al vormen beide plaatsen één gemeente. Volendam is veel groter dan Edam, in Volendam komen véél meer toeristen, maar Edam is een historisch en architectonisch pareltje in Noord-Holland. Gelukkig dat daar minder toeristen komen: dan kun je beter de mooie huizen en gebouwen zien.

Drie lokale partijen bezetten samen 14 van de 25 zetels in de gemeenteraad van Edam-Volendam. De partij Volendam '80 doet niet mee in het College van B & W. Verdere achtergronden kon ik niet achterhalen, want toen ik de oorzaak op de site wilde achterhalen werd mij gemeld dat de verbinding niet veilig was en dat cybercriminelen probeerden mijn gegevens buit te maken. 

Er is nog iets wonderbaarlijks: de inwoners van Volendam spreken een zó wonderlijk dialect dat ik hen als gemiddelde Nederlander nauwelijks kan verstaan. Ik was een keer in een Volendams café en ik begreep er werkelijk niets van waar de discussie over ging. Het leek wel een soort papiaments in Noord-Holland: af en toe begreep ik één woord.

In Edam had ik daar geen last van. Daar spreekt men een iets gewijzigde variant van het Nederlands.

Edam gracht met rechts op de achtergrond de Speeltoren

Een bekende toren in Edam is de speeltoren. Deze hoorde bij de Onze Lieve Vrouwe Kerk die sinds 1880 in etappes werd afgebroken. In 1972 werd er weer een stuk van die kerk afgebroken, maar toen sloeg de speeltoren aan het wankelen. Bijna hadden sommige Edammers een toren op en door hun dak gekregen.

Eerder was er gedoe geweest over deze toren. De Edammers wilden een carillon van vier octaven in de toren, maar volgens klokkenbouwers paste er slechts een carillon van drie octaven in deze toren. Dus er moest óf een kleiner carillon dan gewenst in de toren, óf de toren moest worden uitgebreid. Daar kun je jaren over vergaderen. En dat in de tijd dat vergaderingen van notabelen vooral gepaard gingen met sigarenrook.

Toen ik de foto nam had ik koude voeten. Ik was gaan fietsen, maar ik wist niet dat de temperatuur tot het nulpunt zou dalen. Gelukkig bood mijn zwager mij tijdelijk onderdak en Beemsterkaas aan. 

Aartswoud

Laat ik maar weer eens plaatsnamen gaan prikken. Al die fietsverhalen lezen wordt voor jullie op den duur ook vervelend. De naam die ik blindelings met een 'A' prikte was Aartswoud. 

Ik weet dat een deel van de lezers van dit blog nooit in Aartswoud is geweest. Dat is jammer, want de mensen zijn er aardig en de weilanden zijn er groen.

Aartswoud

Vroeger lag Aartswoud aan de Zuiderzee. Het kon er flink spoken, vooral bij Noordenwind als het water opgestuwd werd tegen een scherpe hoek in de dijk. Het verhaal gaat dat de (stompe) kerktoren van Aartswoud ook dienst deed als vuurtoren. Soms ook als vuurtoren om schepen op een dwaalspoor te brengen. De opvarenden werden dan wel gered, maar de buit was ook binnen.

Tegenwoordig wonen er op de 244 adressen van Aartswoud bijna 500 mensen. De VVD kreeg bij de vorige verkiezingen duidelijk de meeste stemmen, maar dat is gebruikelijk in Noord-Holland.

De inwoners van Aartswoud leefden destijds van de veelteelt en van de walvisvaart. Waar ze nu van leven weet ik niet. Er is wel een aantal (veeteelt-) bedrijven, maar ik vermoed dat veel inwoners ’s morgens hun biezen pakken en naar het werk elders gaan.

Luchtballon boven Aartswoud. Op de achtergrond de Wieringermeerpolder

Er is in Aartswoud een Rundveemuseum. Dat zat dicht toen ik het wilde bezoeken, dus ik kan jullie er niets over vertellen.

De mensen in Aartswoud voelen zich voor het grootste deel gezond, aanzienlijk gezonder dan in Den Helder of Sas van Gent. Dat is maar goed ook, want er is geen dokter in Aartswoud. Voor de dichtstbijzijnde dokter moet je vier kilometer fietsen. De apotheek is nog verder weg. Er is wel een brievenbus in Aartswoud. Die staat aan de Schoolstraat. Er is ook een basisschool: de Dubbele Punt. Die staat ook aan de Schoolstraat. De wereld klopt hier dus aardig.

Aartswoud vanuit de luchtballon

Voor het voortgezet onderwijs moet je niet in Aartswoud zijn. Daarvoor moet je minimaal 11 kilometer fietsen. Maar dat is een gezonde bezigheid.

De politie meldt dat er in Aartswoud in 2020 één fiets werd gestolen. Die was niet van mij. Ik ben in 2020 niet in Aartswoud geweest.

Er is ook één auto gestolen. Die was ook niet van mij, want ik heb nooit een auto gehad.

Aartswoud heb ik een keer van boven kunnen bekijken. Toen zat ik in een mandje dat onder een luchtballon hing. Persoonlijke ongelukken deden zich niet voor. 

Lange Jaap

Altijd zag ik hem vanuit de verte, met zijn twee maal drie lichtstralen. Dat begon voorbij Schoorl. Het was nog 30 kilometer fietsen, maar hij wenkte mij alvast. Ik was weer 'bijna' thuis op de fiets.

Het bericht kwam zelfs op het Journaal. De Lange Jaap, de hoogste nog werkende vuurtoren in Nederland (62 meter), ‘staat op instorten’. Daar was al een tijd voor gewaarschuwd, want er was sprake van achterstallig onderhoud.

De Lange Jaap staat om omvallen

Ik ben een keer bovenop de toren geweest en toen viel me op dat hij bewoog. Dat was normaal. Net zoals een brug een beetje hoort mee te bewegen. Anders breekt het ijzer. Maar nu dreigen er dwarsspanten van de toren af te kunnen springen.

Meteen werden de wegen in de omgeving afgezet. Alsof de Lange Jaap inderdaad zomaar bij rustig herfstweer in kan storten. En die hekken blijven er vast een paar jaar staan. Net zoals in Delft bij een brug die op instorten zou staan. Voetgangers en fietsers mogen er niet meer overheen (die zijn te zwaar), maar als blokkade heeft met de brug voorzien van zware betonblokken…

In Scheveningen en bij Java staan 'kopieën' van de Lange Jaap. Zelfde materiaal (gietijzer), bijna even hoog, dezelfde architect, één of twee jaar minder oud. Staan die torens ook op instorten? 

Anna Paulownapolder (3)

We hadden met vier inmiddels bejaarde collega's een reünie aan de Meerweg in Anna Paulowna. 
Meerweg ten oosten van Breezand

De Meerweg is een kaarsrechte weg door de Anna Paulownapolder. Her en der in het land zie je hier nog de restanten van een vroegere zwin, een diep het land inlopende geul die inmiddels is droog gevallen. Wat houd ik van dit weidse land. Er ligt wel een dijk omheen, maar je proeft als het ware nog de zee.

Aan het eind van de avond fietste ik via het Caloriepad terug naar station Anna Paulowna. Waarom dat pad zo heet weet ik nog steeds niet. Dit fietspad trekt een hoekig spoor door de polder, vanaf de Meerweg naar de Molenvaart. Dat is eigenlijk de hoofdweg door het dorp. Een molen heb ik hier nooit aangetroffen.

Caloriepad bij Anna Paulowna

De plaats Anna Paulowna is eigenlijk een verzameling aan lintbebouwing langs de Molenvaart, vanaf het Oude Veer (ook al een zwin) naar het Noordhollands Kanaal. Het dorp bestaat uit Kleine Sluis (het oostelijke deel met veel nieuwbouw), de Stationsbuurt en de Gelderse Buurt, waar zich ooit veel liefhebbers van Gelderse rookworsten vestigden.

De trein brengt mij in 2½ uur terug naar onze huidige woonplaats Delft. Maar na een halve eeuw Noord-Holland mis ik die provincie nog steeds...

Anna Paulownapolder (2)

"Het gaat allemaal achteruit, meneer, het gaat allemaal achteruit." Aldus een man met een bruin getaande huid en een geruite pet in het dorp Breezand.

Breezand is het centrum van de Anna Paulownapolder. Het is ook het centrum van de bollenteelt in Noord-Holland. En het areaal bollen is weer het grootste van heel Nederland. Nee, van de hele wereld (zegt men).

De tulpen waren uitgebloeid, maar nu waren er alliums in de aanbieding

Opmerkelijk is dat de namen van de bollentelers in Breezand vaak hetzelfde zijn als die van bollentelers rond Hillegom en Lisse. Tal van jonge gezinnen emigreerden enkele decennia geleden vanuit de overvolle bollenstreek naar deze omgeving. Ze namen hun geloof mee. Breezand is een overwegend Rooms-Katholiek dorp. Maar nu niet meer, volgens de man die mij aansprak. Er kwam volgens hem geen kip meer in de kerk en dat lag niet alleen aan corona.

Breezand met de kerk van Sint Jan de Evangelist

De kerk van Sint Jan de Evangelist is een karakteristiek bouwwerk uit 1931, uitgevoerd in gele baksteen met een donker interieur. Na de enorme reeks aan neogothische kerkgebouwen die de Rooms-Katholieke Kerk rond 1880 liet bouwen kwam er een nieuwe reeks bij in de jaren ’30 van de vorige eeuw. Zo’n kerkgebouw staat er nadrukkelijk te zijn in Breezand.

Ik had verwacht dat de straten in Breezand inmiddels verhard waren, maar ik moet me door het plaatselijke zand ploeteren om bij de plaatselijke supermarkt te kunnen vervoegen. Daar hoor ik mensen in een vreemde taal spreken. Het zijn vermoedelijk Polen. Of het Noordpolen of Zuidpolen zijn weet ik niet. Ze slaan boodschappen in, waaronder twee kratten bier van een niet met name te noemen merk.

De Meerweg bij Breezand

Breezand is een dorp in de gemeente Hollands Kroon, die (behalve Den Helder en Texel) bijna de hele Kop van Noord-Holland beslaat. De gemeente telt bijna 70 dorpen en gehuchten en geen enkele stad. De grootste partij is de Seniorenpartij. Ik heb begrepen dat senioren regelmatig elkaar in de al dan niet aanwezige haren zitten, ik weet niet hoe men de ruzies binnen deze gemeente geregeld heeft.

Ik houd nog steeds van dit gebied. Toen we er in 1973 fietsten sprak ik de woorden 'Hier zou ik later wel willen wonen'. Twee jaar later woonde ik er. Weliswaar in de stad Den Helder, maar toch met deze ruimte binnen fietsbereik. 

Julianadorp

Ooit lag Huisduinen op een eiland. Door de aanleg van een zanddijk ontstonden er tussen Grote Keeten en Huisduinen nieuwe duinen. Ik fietste door de duinen in zuidelijke richting. 
Van Huisduinen naar Julianadorp, links op het kaartje

Het is een smal, maar best aardig duingebied. Soms heb je een mooi zicht op de Koegraspolder. Deze polder was mede een gevolg van de aanleg van het Noordhollands Kanaal. Het was een barre en dorre polder, zo meldt de schrijver Nicolaas Beets: de woestijn van Koegras. In 1849 werd de complete polder door de Schiedamse zakenman Pieter Loopuyt gekocht. De jenever werd geïnvesteerd in de polder. Hij was daarmee één van de grootste grootgrondbezitters van Nederland.

De Middenvliet in de Koegraspolder

De structuur van de polder was eenvoudig: drie wegen van noord naar zuid en twee wegen van oost naar west. Precies zoals de prairie van Iowa (in dezelfde tijd gekoloniseerd). Op de kruising van twee van die wegen ontstond een nederzetting: Julianadorp. Genoemd naar onze geëerbiedigde koningin Juliana, die toen nog een baby was. Het is toch wat: ben je nét geboren, wordt er een dorp naar jou genoemd.

Maar ik fietste dus door de duinen. En ziedaar: een eindeloze rij van vakantiewoningen, pal onder de duinen. En natuurlijk een golfterrein. Heb je de golven van de zee in de buurt, ga je lopen golfen.

Dorpskerk aan het Loopuytpark in Julianadorp

Dát is waar Julianadorp bekend om is geworden. Duizenden recreatiewoningen, waar vooral veel Duitsers op af komen. En soms een verdwaalde Fransman. Julienville-sur-Mer. De gasten zijn goed voor 1 miljoen overnachtingen per jaar en een even grote omzet aan frites en ijs.

Die vakantieparken, daar hoef ik verder niet over uit te weiden. Het is vooral de bedoeling om ter plekke vermaakt te worden. En als het mooi weer is maak je een uitstapje naar de zee.

Daarnaast werd er begin jaren ’70 in Julianadorp een grote instelling gebouwd. Daar ging ik in 1975 werken. Elke dag de bijna 10 kilometer op en weer neer over de lange Langevliet door de Koegraspolder.

Ik hield van dit ruime, open en ruige land. Wat doe ik dan in de gecultiveerde Randstad? Dat weet ik ook niet. Tineke ging verhuizen en toen ben ik maar mee gegaan. 

Destijds waren er nog weinig recreatiewoningen en Julianadorp bestond slechts uit een paar straten. Maar moet je nu eens zien. Een eindeloze reeks aan doolhoven volgens het bloemkoolmodel. Ik nam een keer de taxi, maar die kon het adres ook niet vinden waar ik naar toe moest. Er wonen nu zo’n 15.000 mensen.

De wijken die destijds als eerste gebouwd werden hebben de tand des tijds meestal niet goed doorstaan. Vooral de huurwoningen lijken aan verval onderhevig. Denk aan Lelystad, maar dan in de kop van Noord-Holland. Gelukkig kan ik nog wel een softijsje kopen op het oude dorpsplein (uit 1910).