Nesciobrug

Dit is de Nesciobrug bij Diemen. Maar de brug ligt net op Amsterdams grondgebied, omdat de gemeente Diemen dwars lag bij de bouw.

Met zijn 780 meter lengte is de Nesciobrug één van de langste fietsbruggen van de wereld. Hij overspant o.a. het Amsterdam Rijnkanaal. Om de opritten niet al te steil te maken (de brug moest zo hoog worden dat er ook grote schepen onderdoor konden) maken deze een grote bocht. Dat is hetzelfde principe als de haarspeldbochten in de Alpen, maar dan wel minder heftig.

Toch is het nog wel een pittige klim. Wil je oefenen voor de Alpen, zet dan je echtgenote op de bagagedrager en trap deze brug op. Doe dat iedere dag een paar keer. Dan ben je tegen de zomer van 2018 klaar om de Alpen te bedwingen.

De Nesciobrug vormt een schakel in de fietsverbinding tussen het centrum van Amsterdam en de wijk IJburg. De brug is genoemd naar de schrijver Nescio, die hier wandelingen maakte met vrienden en daarover aan het schrijven sloeg met een kroontjespen.

Advertenties

Zandvoort aan Zee (1)

Hoewel ik een halve eeuw in Noord-Holland heb gewoond, ben ik maar weinig in Zandvoort geweest. De laatste drie bezoeken waren vanwege mijn werk. Hoogste tijd om eens als toerist een bezoek aan Zandvoort te brengen.

Ik neem de trein van Haarlem naar Zandvoort aan Zee, stopt ook op het dorpse en lommerrijke stationnetje van Overveen. Na een rit door de duinen stoot de sprinter uiteindelijk zijn neus tegen het einde van de spoorlijn. Het station van Zandvoort is een kopstation. 

Ooit was het station van Zandvoort het eindpunt van een internationale trein uit Basel. Later (tot 1995) was dit station het eindpunt van de eindeloos lange getrokken blauwe trein uit Maastricht. Geleidelijk aan zijn de verkeersstromen op het spoor veranderd. Eerst werd het eindpunt van deze trein het station van Haarlem. Maar ook dat station boette aan betekenis in, omdat veel treinen via de Schiphollijn gingen rijden. De trein uit Maastricht laat nu ook Haarlem links liggen en rijdt door naar de Noordkop van Noord-Holland (Alkmaar en/of Schagen). Er rijdt nu slechts twee maal per uur een sprinter tussen Amsterdam Centraal en Zandvoort aan Zee.

Het station van Zandvoort is een voor Nederlandse begrippen vrij uniek station. Het spoor ligt in een sleuf die werd uitgegraven in de duinen. Om het station te verlaten moet je dus een fikse klim maken. Ook het station van Rhenen heeft zo’n structuur, maar daar staat geen mooi station. Het station van Zandvoort is een architectonisch juweeltje van ruim honderd jaar oud. Op dit moment staat het in de steigers, want op monumenten moet je zuinig zijn.

Ooit liep er vanuit het (vroegere) station Zandvoort Bad een overdekte looproute naar het Zandvoortse Kurhaus. Dat alles is verdwenen. Als je nu richting de zee gaat wordt je geteisterd door weer en wind temidden van allerlei hoogbouw uit de periode van de Wederopbouw. Of je zegt: adem je de gezonde zilte zeelucht op die ieder mensen goed doet. Het is maar hoe je het bekijkt.

Oorspronkelijk was Zandvoort een vissersdorp. Van die geschiedenis zie je nauwelijks meer iets. Later werd de economische basis verbreed: er werden aardappels geteeld in de duinen. Maar aan het eind van de 19e eeuw werd de belangrijkste bron van inkomsten het toerisme. Zandvoort werd een Kurort.

Ik fietste een rondje door Zandvoort en legde mijn bezoek aan de plaats vast met de fietscamera. Een volgende keer nog wat meer Zandvoorts nieuws.

 

 

 

Terug naar Noord-Holland (slot)

Het was redelijk zonnig weer met prachtige Hollandse wolkenluchten. Maar rond vier uur is het weer omgeslagen. Het ene schip met zure appelen haalt het volgende bijna in...

Mijn route wordt in de tweede helft van de middag vooral bepaald door de aanstormende buien. Al zigzaggend probeer ik ze te ontlopen. Van een beetje water ‘ga je niet dood’, maar mijn regenpak is zo lek als een mandje en op den duur krijg je het toch wel koud als je nat bent.

Na Aartswoud fiets ik door de buurtschap Gouwe (220 inwoners). In het dorp staat een mooie en van buiten authentieke stolpboerderij in de voor deze streek karakteristieke kleuren. Volgens een gevelsteen dateert de boerderij uit 1671.

Omdat er zuidelijk een nieuwe bui in aantocht is kies ik nu weer voor een wat meer noordelijke route, over de kaarsrechte Oosterboekelweg, die vanuit Langereis naar Lambertschaag loopt (aan de rand van de Wieringermeerpolder). Bij de volgende kruising is het gevaar voorbij geraasd en sla ik weer rechtsaf, in de richting van Hoorn.

Het volgende dorp heet De Weere. West-Friesland kent een aantal dorpen waar de Rooms-Katholieke Kerk in het verleden oppermachtig was. Dat is ook zo in De Weere. Het lintdorp wordt gedomineerd door de Sint Lambertuskerk. Dit kerkgebouw (uit 1907) is een ontwerp van Nicolaas Molenaar die een aantal Rooms-Katholieke kerken met vooral hoge torens op zijn naam heeft staan.

Opmerkelijk is het verhaal van de Bonaventurakerk in Woerden. Die opdracht werd hem geschonken omdat bleek dat een plaatselijke architect plagiaat had gepleegd: hij had het stadhuis van Woerden ontworpen naar een idee van Molenaar, zonder dit te vertellen. Een gevalletje plagiaat dus.

Omdat ik niet teveel naar het oosten af wil buigen verleg ik mijn koers nu naar het westen. Via de rand van Sijbekarspel kom ik in het drielingdorp Hoogwoud/Opmeer/Spanbroek terecht, een belangrijke kern in het hart van dit deel van Noord-Holland. Het meest bizarre gebouw is het leegstaande museum van Dirk Scheeringa, een vele miljoenen kostend gebouw dat aan zwaar verval onderhevig is.

Een bevriende plaatselijke dokter is niet thuis, dus ik maak nog bij licht deze fietstocht af. In Spanbroek staat een rechthuis in de schaduw van de dorpskerk. Maar ook deze drie dorpen worden gedomineerd door grote Rooms-Katholieke kerken. Er zijn in de dorpen vier Rooms-Katholieke en drie openbare basisscholen. Een protestants-christelijke school tref je hier niet aan.

Omdat er weer een buienfront in aantocht is fiets ik met gezwinde spoed naar Obdam. Daar stopt ieder half uur de stoptrein van Hoorn naar Haarlem. Deze brengt mij weer richting huis.

Terug naar Noord-Holland (5)

Na een kwartiertje geschuild te hebben in een bushokje midden in het weidse land (bovenste foto) is het weer droog. Op naar het volgende dorp: Aartswoud. 

Aartswoud is een bochtig lintdorp. De noordzijde van het dorp eindigt bij de voormalige Zuiderzeedijk. Vroeger was Aartswoud een dorp met o.a. een aantal zeevarende inwoners.

Net als veel andere dorpen in West-Friesland is ook dit dorp gewoon mooi en redelijk authentiek gebleven.

Centraal in het dorp staat de zeer grote dorpskerk waar zo ongeveer het hele dorp in past. Maar kerkdiensten worden er bijna niet meer gehouden. De kerk is eigendom van een stichting.

De vroegere voorganger was van alle markten thuis. Hij gaf onderwijs o.a. in vakken die te maken hadden met zeevaart en hij was koster, klokkenluider en doodgraver, maar hij was ook voorzanger van de kerk.

Op de derde foto zie je de toren van Aartswoud zich verheffen boven de dorpse bebouwing.

Er wordt beweerd dat de stompe toren in de 14e en 15e eeuw dienst deed als vuurtoren, maar dat de inwoners ook wel vuren ontstaken om schepen op een dwaalspoor te brengen. Strandde het schip op de kost, dan hadden ze weer heel wat te jutten. Ja, de mensen hebben het wel over de Somalische piraten, maar de Westfriezen waren ook geen lieverdjes.

In Aartswoud bevindt zich naast de dorpskerk het Rundveemuseum. Hier worden oude Nederlandse koeien gehouden en er worden ook regelmatig jonge kalfjes geboren. Maar je vindt er ook kippen, geiten en konijnen. Het is een leuk educatief centrum voor kinderen en hun ouders.

Aartswoud heb ik ook vanuit de lucht bekeken. Dat zie je op de laatste foto.

Terug naar Noord-Holland (3)

Ik fiets in zuidoostelijke richting over de voormalige Zuiderzeedijk. Aan mijn rechterhand ligt het dorp Lutjewinkel (het kleine Winkel). Daarna volgt Winkel.

De naam Winkel betekent haak/ haakse bocht. Mogelijk is de naam afgeleid van een scherpe bocht die de zeedijk hier maakte. Winkel is één van de oudste dorpen van Noord-Holland. Er zijn voorwerpen van 2500 jaar voor Christus gevonden. En in 1415 kreeg Winkel stadsrechten. Ik fiets hier dus door een stad.

Aan de rand van Winkel, tegen de dijk aan, staat de Lucaskerk. Dat is geen oude kerk: hij dateert uit 1845. In die tijd werden kerken ontworpen door ingenieurs van Rijkswaterstaat. Er zijn er honderden van in Nederland. De klok en delen van het interieur zijn echter veel ouder, die zijn uit het voorgaande exemplaar van de kerk behouden gebleven.

Winkel is een lintdorp, de kern bevindt zich rond het voormalige Regthuis. Daar is nu één van de meest bijzondere musea van Nederland gevestigd: het Nederlands Parfum Flessen Museum. Dankzij de snode verzameldrift van de vorige en de huidige eigenaar zijn er hier 7000 parfumflesjes verzameld. Je moet maar op het idee komen.

Winkel is een tweelingdorp van Nieuwe Niedorp (Naaie Niedurp in het plaatselijke dialect). De dorpen gaan naadloos in elkaar over. Op de grens van de beide dorpen bevindt zich veel nieuwbouw.

Ik fiets niet naar de kern van Nieuwe Niedorp, maar zet koers naar het Nederlandse Kremlin. Dat project heb ik al een keer uit de lucht op de foto gezet (derde foto). Nu bekijk ik de bouwwerken ‘op gelijke hoogte’. Hoewel: gelijk is niet het juiste woord: sommige bouwwerken zijn meer dan tien meter hoog.

Van bouwafval, tegels en trottoirbanden en allerlei ander materiaal is Ger Leegwater al meer dan dertig jaar bezig met de meest bijzondere bouwwerken te bedenken en te bouwen.

Terug naar Noord-Holland (2)

Op een kaart in de stafatlas uit 1910 is te zien dat Schagen een in oost-west richting gebouwd dorp is en dat Barsingerhorn in het verlengde van die weg ligt. Als je die weg (een heel oude zeedijk) verder volgt kom je in het oude havenstadje Kolhorn uit.

Ook Kolhorn is een heel oud dorp: het komt al in de 13e eeuw in de geschriften voor.

Rond 1850 werden de Waardpolder en de Groetpolder bedijkt. Sinds die tijd ligt Kolhorn niet meer aan de Zuiderzee. Bijna een eeuw geleden werd de Wieringermeerpolder aangelegd. En toen lag Kolhorn echt een eind van de zee af. Je ruikt hier geen zout water meer. Kolhorn is ook geen vissersplaats meer en langs de dijk leggen bijna alleen nog maar plezierjachten aan. Het Kolhornerdiep vormt de verbinding tussen Schagen en Kolhorn.

Net als Barsingerhorn heeft ook Kolhorn de status van beschermd dorpsgezicht. Het is een mooi dorp, deels voetgangersgebied langs het water. De huizen met vaak groen geschilderde puntdaken hebben hun overtuinen aan de overkant van het voetpad langs het water. Alleen met een steile trap aan de noordzijde van het dorp kun je vanaf dit langgerekte voetpad op de Westfriese Omringdijk komen. Daar staan twee zwartgeteerde voormalige turfschuren.

Ga je de brug over, dan leidt een kaarsrechte weg naar Nieuwesluis, de meest oostelijke bebouwing van Wieringerwaard. Ik sla rechtsaf en constateer dat de weg over de Westfriese Omringdijk is afgesloten voor alle verkeer. Dus fiets ik de Groetpolder in. De aanvankelijke poging om het land te bedijken strandde in 1844. Maar een nieuwe aannemer – Klaas Breebaart uit Andijk – klaarde de klus drie jaar later alsnog. En zo ontstond er een weidse en langgerekte polder met boerderijen zoals Clara’s Hoeve, Casualita, Ons Genoegen en Zeldenrust.

Terug naar Noord-Holland (1)

Als gevolg van een aanzienlijke vlaag van heimwee stapte ik in Schagen uit de trein. Ik had nog wel verder naar het noorden willen reizen, maar daar was zo te zien net een reeks buien zich aan het ontladen.

In de zomer van 1974 fietsten we vanuit onze toenmalige woonplaats Amsterdam naar de Kop van Noord-Holland. Toen ik de weidsheid van dit gebied zag bedacht ik: ‘hier zou ik wel willen wonen’. Een half jaar later woonden we er. Nu ben ik er dus weer even terug. Het is al half vier, dus wil ik nog iets van de provincie zien, dat moet ik me nu uit de fietswielen maken.

Vanuit het station van Schagen fiets je zo de weidse polder in. Daar liggen het kleine Haringhuizen en het iets grotere Barsingerhorn. Jullie moeten niet te gering van dit dorp denken: het kreeg in het jaar 1415 al stadsrechten. Dat was eerder dan Amsterdam.

Barsingerhorn is een lintdorp langs een voormalige zeedijk. Het is een beschermd dorpsgezicht. Het meest markante gebouw is het Regthuis, gesierd met een parmantige toren. Het bouwwerk dateert uit 1625. Een kerk tref je in Barsingerhorn niet aan. De dorpskerk werd in 1968 afgebroken en de toren werd met explosieven opgeblazen. Dat mocht toen nog. De Doopsgezinde Vermaning werd verbouwd tot woonhuis. Als je hier naar de kerk wilt zul je je heil elders moeten zoeken.

Eén van de meest gefotografeerde bordjes in Barsingerhorn hing destijds aan de praktijk van de dorpsdokter: dokter Griep. Hij deelde het hele jaar door Griepprikken uit. Ook had hij een apotheek aan huis. Dat was wel handig, want in Barsingerhorn was en is geen winkel. Ik heb nu maar een ander bordje op de foto gezet. Dat hangt aan het dorpscafé.

Ten noorden van Barsingerhorn strekt zich een weidse polder uit tot waar in de verte de Waddenzee voortklotst in eindeloze deining. Voordat je daar bent passeer je nog de bebouwing van Wieringerwaard in de gelijknamige nieuwere polder De Wieringerwaard.