Bijlmermonument

Twee weken geleden had ik weer een werkopdracht in Amsterdam Zuidoost, landelijk beter bekend als de Bijlmer. 

Ik had een OV fiets gehuurd en fietste temidden van oudere hoogbouw en nieuwere laagbouw naar het oosten. Eerst fietste ik langs Gooioord, waar mijn zwager en schoonzus woonden tesamen met hun Lelijke Eend. Het was een mooie flat, erg groot voor Amsterdamse begrippen, temidden van het verse groen.

Daarna kwam ik bij de Kruitberg, waar vroeger vrienden woonden. Die vrienden zijn inmiddels overleden. Dat vind ik confronterend: een echtpaar, beiden niet ouder dan zestig jaar geworden.

Maar de Kruitberg is ook de flat waar het El Al vliegtuig doorheen is gevlogen (4 oktober 1992). Dat is zo’n gebeurtenis waarvan je weet waar je was toen je het nieuws hoorde. Van schrik ging ik toen veel te laat naar bed. Want je wilt (te vroeg) weten wat er allemaal aan de hand was. Dat weten we ook nu nog niet…

Op de tweede foto zie je op de plattegrond het weggeslagen deel van Kruitberg, één van de vele ‘honingraatflats’ die in de jaren ’70 in de Bijlmer gebouwd werden.

Kijk je op wereldniveau, dan is de ramp in de Bijlmer eigenlijk niet zo’n grote ramp geweest. We kijken niet meer op van aanslagen in Azië waarbij veel meer doden vallen. Bij deze vliegramp kwamen 43 mensen om het leven. Maar toch geven inwoners van de Bijlmer aan dat hun leven na deze ramp nooit meer hetzelfde is geworden. Het is een gebeurtenis die mensen die het van nabij hebben meegemaakt nooit meer loslaat.

 

Advertenties

Kanaalfietsen (6)

We hebben veertig jaar in de buurt van het Noordhollands Kanaal gewoond. Eerst in Den Helder en later in Alkmaar. Geen wonder dat langs dat kanaal heel wat fietskilometers liggen.

Na de bezetting door de Fransen (1795 tot 1813) verkeerde Nederland in een economisch diepe depressie. Als antidepressivum werd toen gedacht aan de aanleg van kanalen. Omdat de haven van Amsterdam sterk verzandde bedacht men het plan voor een snelle en korte verbinding met de Noordzee, dwars door de duinen bij Beverwijk. Dat plan ging niet door, er werd verwacht dat de duinen een onneembaar obstakel zouden vormen. Daarom werd besloten tot een alternatief: een kanaal in de lengte door Noord-Holland. Het Groot Noordhollandsch Kanaal volgde voor een groot deel bestaande vaarwegen die werden uitgediept en rechtgetrokken.

Er werd vijf jaar gegraven (1819 tot 1825) en toen konden zeeschepen vanuit Amsterdam door de polders naar Den Helder varen. Het kanaal werd 80 kilometer lang en was destijds het breedste en diepste kanaal van de wereld.

Tussen Den Helder en Alkmaar is het niet leuk om langs het kanaal te fietsen. Het fietspad loopt namelijk parallel aan de autoweg. Vanaf Schoorldam kun je via Koedijk aan de oostelijke zijde langs het kanaal fietsen. Dat is aantrekkelijker, maar je hoort nog steeds het geraas van het autoverkeer.

Het mooiste stuk van het Noordhollands Kanaal ligt tussen Akersloot en Purmerend. Met name het stuk over de zuidelijke oever tussen Spijkerboor en Purmerend is verkeersluw.  Het kanaal loopt hier door weidse polders met een blauwe koepel van lucht boven de fietspet. Weliswaar zie je op afstand overal hoogbouw (Purmerend, Zaanstad), maar je hebt nog de illusie dat het land hier nog een beetje zo is zoals het ooit moet zijn geweest.

De pont in Spijkerboor brengt je naar het prachtige De Rijp en de polders de Schermer en de Beemster en een nieuw fietspad door de weilanden brengt je door een waterrijk gebied naar de polder de Wormer. Blijf je het kanaal volgen, dan kom je uit in Purmerend, dat net als Almere en Lelystad een deel van de ‘overloop’ van Amsterdam ging huisvesten in de tweede helft van de vorige eeuw.

Als je in omgekeerde richting fietst heb je meestal tegenwind. Je loopt ten noorden van Marken Binnen vast op het Alkmaardermeer, maar je kunt aan de noordzijde van het kanaal verder fietsen richting Alkmaar. Mooier en rustiger is het om de Schermer in te fietsen. Want ook hier loopt een drukke verkeersweg langs het kanaal.

Geleidelijk meer bewolking (slot)

Ten westen van de spoorlijn in Castricum ligt het dorp Bakkum. Aan de rand van dit dorp bevindt zich één van de grootste psychiatrische ziekenhuizen van Nederland: Duin en Bosch.

Alle psychiatrische zorginstellingen gaan (opnieuw) op de schop. Dat zie je ook aan de bouwactiviteiten op het terrein van deze instelling. Er wordt van alles gesloopt, wegen worden opnieuw aangelegd, er worden woonhuizen gebouwd, mede in het kader van de integratie. Instellingen moeten meer deel uitmaken van de samenleving. Als je hier komt wonen heb je in ieder geval nog een groene omgeving: bos en duin binnen handbereik.

Ik neem een paar foto’s van de karakteristieke oude huizen op het terrein, zoals ze overigens overal in Nederland zo’n honderd jaar geleden gebouwd werden.

Aan de overkant van de weg naar Castricum aan Zee gaat Bakkum weer verder, nu in de vorm van lintbebouwing. De voormalige jeugdherberg Koningsbosch, waar ik ooit nog gestapeld geslapen heb voor 8½ gulden blijkt nu een luxe hotel te zijn geworden. De Heereweg doorsnijdt hier een stukje duingebied: aan de overkant liggen ook (lage) duinen die begroeid zijn met helmgras en heide.

Het volgende dorp is Egmond Binnen. Het is één van de drie dorpen Egmond, naast Binnen heb je ook nog Egmond aan Zee en Egmond aan de Hoef. Het begin donker te worden en volgens mij blijft het ook niet lang meer droog. Egmond Binnen is een vrij knus dorp met een beboomde dorpsstraat en aan de oostzijde de beroemde Abdij van Egmond. Ik kan hier in het klooster overnachten, maar ik besluit toch nog even door te fietsen. Het is immers nog droog.

Een vrij nieuwe fietsroute leidt mij al kronkelend met tal van haakse bochten (langs de randen van landbouwpercelen) naar Heiloo. Dat is een uit de kluiten gewassen forensendorp geworden, met weer veel standaard-wijken zoals je ze overal in Nederland ziet. Ik fiets zoveel mogelijk langs de buitenrand van het dorp en kom uiteindelijk in het Heilooërbos uit. Dat oude bos scheidt Heiloo van onze vroegere woonplaats Alkmaar. Het fietspad door het bos leidt tot bijna het centrum van Alkmaar (de Alkmaarderhout).

Het begint te regenen, maar ik wil even om via de Grote Kerk, die dit jaar vijfhonderd jaar bestaat. In het Alkmaars Museum is een tentoonstelling georganiseerd over de bouw van kerken zoals deze kerk. Een (ver) familielid houdt er nog een lezing, maar dat is niet vanavond.

Door de regen fiets ik naar het Alkmaarse station. Bijna vergeet ik een fietskaartje te kopen, daardoor mis ik wel de trein. Een half uur later zit ik legaal in de trein terug naar Delft. De fietsteller heeft er vandaag 120 kilometer bij opgeteld.

Geleidelijk meer bewolking (9)

Met de gratis veerpont vaar ik het Noordzeekanaal over. Sinds de aanleg van dit kanaal was het grootste deel van Noord-Holland geïsoleerd geraakt van de rest van Nederland. De bouw van enkele tunnels maakte een eind aan dit isolement.

Fietsen mogen niet door de tunnel. Ze moeten een heel eind omfietsen (via de sluizen) of de pont nemen. Toen ik nog regelmatig ’s nachts fietste heb ik op die manier wel eens een hele tijd moeten wachten.

Ik fiets niet door het centrum van Beverwijk, maar ik maak een omtrekkende beweging door het geïsoleerd gelegen Velsen-Noord. Een eigen locomotief van de Hoogovens trekt een ijzeren lint aan wagons naar het enorme complex van wat ooit de motor was voor de economische groep van dit deel van de provincie. Beverwijk en Heemskerk veranderden van tuindersdorpen naar plaatsen met uitgestrekte nieuwbouwwijken.

Tussen de Hoogovens (die een aanzienlijk deel van het duingebied in beslag nemen) en de bebouwing van Beverwijk ligt een resterend deel van het tuinbouwgebied. Ik ga gewoon mijn neus achterna en fiets temidden van uitgestrekte akkers die wachten op de lente. Dan komen de bloemen en de groenten tevoorschijn. In tegenstelling tot het Westland zijn hier weinig kassen.

Het gebied maakt een wat desolate indruk, met achter me de bedrijvigheid van de Hoogovens en voor me de donker afstekende bosrand van het duingebied. Ik dacht ergens het duinreservaat binnen te kunnen fietsen, maar die wegen lopen dood. Uiteindelijk kom ik bij de Patatoloog (in de buurtschap Noorddorp) op de oude Provinciale Weg uit die Beverwijk met Castricum verbindt.

In Castricum heb ik heel wat voet en fietssporen liggen. Mijn schoonouders hebben er zo’n 25 jaar gewoond. Ook Castricum is een voormalig tuindersdorp, dat in de jaren ’70 opeens stormachtig groeide, met als resultaat veel saaie nieuwbouw. Ik laat het dorp echter rechts liggen en blijft ten westen van de spoorlijn fietsen, die hier een scherpe bocht maakt. De lijn komt uit zuidoostelijke richting (van de Zaanstreek), schampt de duinen en gaat dan in noordoostelijke richting verder.

Hoevervaart

Twaalf jaar hebben we in Alkmaar gewoond. In een rustige jaren '30 buurt en toch aan de rand van de stad.

Alkmaar heeft een aantrekkelijke woonomgeving. Je woont ongeveer in de Randstad en toch is er volop natuur. Het was vanuit ons huis zes kilometer fietsen naar de duinen en tien kilometer fietsen naar het strand.

Maar ook dichterbij waren mooie natuurlijke plekjes te vinden. Zoals langs de Hoevervaart (die vanuit onze woonwijk naar Egmond aan den Hoef loopt).

Soms heb ik best heimwee naar die verstilde omgeving. Maar gelukkig komen we ook regelmatig in Alkmaar. Nu weer in twee weken tijds drie keer: naar de tandarts en enkele andere commerciële bezigheden, vanwege een ontmoeting en omdat ik er weer een dag cursus moet geven. Fiets mee en even een rondje fietsen door de omgeving…

Nesciobrug

Dit is de Nesciobrug bij Diemen. Maar de brug ligt net op Amsterdams grondgebied, omdat de gemeente Diemen dwars lag bij de bouw.

Met zijn 780 meter lengte is de Nesciobrug één van de langste fietsbruggen van de wereld. Hij overspant o.a. het Amsterdam Rijnkanaal. Om de opritten niet al te steil te maken (de brug moest zo hoog worden dat er ook grote schepen onderdoor konden) maken deze een grote bocht. Dat is hetzelfde principe als de haarspeldbochten in de Alpen, maar dan wel minder heftig.

Toch is het nog wel een pittige klim. Wil je oefenen voor de Alpen, zet dan je echtgenote op de bagagedrager en trap deze brug op. Doe dat iedere dag een paar keer. Dan ben je tegen de zomer van 2018 klaar om de Alpen te bedwingen.

De Nesciobrug vormt een schakel in de fietsverbinding tussen het centrum van Amsterdam en de wijk IJburg. De brug is genoemd naar de schrijver Nescio, die hier wandelingen maakte met vrienden en daarover aan het schrijven sloeg met een kroontjespen.