De Belgische kust

Opeens zaten wij een week aan de Belgische kust. Dat had ik dus nooit gedacht. Want als er in mijn ogen érgens de natuur over grote afstand grondig verpest is, dan is dat langs de Belgische kust. 
Uitzicht vanuit ons huurappartement

Volgens schrijver Bob den Uyl is het mogelijk om met een plank vanaf de Nederlandse grens bij Knokke zonder de grond te raken tot aan de grens met Frankrijk bij De Panne te komen. Je legt gewoon die plank van flatgebouw naar flatgebouw. Ik had geen plank bij me, dus ik heb het niet geprobeerd. Ik heb ook ontdekt die het niet helemaal waar is. Er zijn een paar onbebouwde stukjes kust, o.a. bij Bredene, dat aan de zuidzijde grenst aan Oostende.

Wat wel mogelijk is, is om voor 1,60 euro met het OV vanaf (bijna) de Nederlandse grens (in Knokke) naar (bijna) de Franse grens (bij De Panne) te reizen. Dat doe je met de Kusttram, met zijn 70 kilometer lengte bijna de langste tramlijn van de wereld. Je kunt die reis trouwens ook met YouTube maken, dan zie je vanaf de bank de hele Belgische kust panoramisch aan je oog voorbij trekken.

Soms rijdt de Kusttram bijna over het strand, zoals tussen Oostende en Middelkerke

Wij zaten zes dagen in Oostende. Van daaruit fietsten we zowel (even) Frankrijk in als even Nederland in. De Belgische kust is nog geen 80 kilometer lang. Langs de kust staat een muur van vele tientallen kilometers aan hoge flatgebouwen, pal langs het strand, met daar achter een even hoge muur aan hoge flatgebouwen op de tweede rang. Om die flats te kunnen bouwen zijn de duinen platgeslagen. En achter die hoogbouw bevinden zich de oorspronkelijke dorpen.

Een muur van hoogbouw. Dit is het dorp Middelkerke, met 15.000 inwoners

Oostende blijkt – tegen het beeld in van wat ik van de stad had onthouden – een dynamische stad te zijn. Niet veel groter dan Den Helder, maar met een grootstedelijke allure. Die komt o.a. tot uiting in de hoogbouw (tot 105 meter hoog) en de Koninklijke gebouwen het het Casino langs het strand. Maar als havenstad stelt Oostende nauwelijks meer iets voor. Vroeger was het hier een drukte van belang vanwege de veerboten naar Engeland, maar die zijn allemaal gesneuveld in de concurrentiestrijd met de Kanaaltunnel.

Oostende werd in de jaren ’41 tot ’44 voor een groot deel afgebroken, vanwege de Atlantikwall. Overal vind je nog Duitse bunkers. Na de oorlog deden project-ontwikkelaars er nog een schepje bovenop. Van de duizenden gebouwen in Jugendstil en Art Deco zijn er nog maar enkele tientallen over gebleven.

Het strand van Oostende is ook een bijzonderheid. Het is hier verbonden te zwemmen. Dat mag alleen in juli en augustus onder toezicht. Heb ik voor niets mijn zwembroek mee genomen... 

Vakantie

Je hoort wel eens mensen die op de terugweg van de vakantie alweer bezig zijn met de volgende vakantie. Dat begrijp ik niet. Vakantie is voornamelijk gedoe.

Dat klinkt natuurlijk niet erg dankbaar. En ik moet ook zeggen dat we altijd prima vakanties hebben. Het probleem zit voor mij in de start naar de vakantie toe. Het afronden van het werk en het bedenken wat er allemaal mee moet.

Uit: Peter van Straaten: zijn we er al?

Nu zou dat ook geen probleem moeten zijn, want Tineke heeft alles onder controle. Ik moet alleen kiezen welke kleding er mee moet (geen zwembroek), welk fietsreparatiespul, welke documentatie en welk leesboek. Maar dat alleen al vind ik heel ingewikkeld. En elke keer denk ik weer: ‘Nu ben ik er wéér ingetrapt. Toch weer met vakantie!’

En op het vakantie-adres is er altijd toch weer een ding dat we zijn vergeten mee te nemen. De hele vloer ligt bezaaid met spullen om net dat ene ding te zoeken dat we uiteindelijk vergeten zijn.

Er zijn ook zaken die we echt niet mogen vergeten. Dat zijn medische zaken en vergelijkbare ongemakken. Dan moeten we weer terug.

Vandaag is het weer zo ver. We gaan op reis en we nemen mee: onze fietsen en vijf fietstassen. Tineke zorgt dat alles precies past. Als ik de tassen inpak zijn er tien tassen nodig. En vier fietsen.

Even de grens over (slot)

Ik wist het niet, maar vanuit Nijmegen loopt een snelfietsroute naar Arnhem. Ideaal voor speed-pedelecs. Maar die zijn er vanavond niet. Ik ben alleen met mijn ruisende Batavus. 
Rheden-Doesburg-Doetinchem-Elten-Nijmegen-Arnhem-Rheden

Die snelfietsroute gaat buiten Elst om, zodat ik niet in aanvaring kom met de fabriek van Heinz-Ketchup. Eigenlijk heeft deze fietsroute een surrealistisch karakter. Dat wordt nog eens versterkt doordat het gaat regenen. Dat is in strijd met de weersverwachting, maar dat is ook slechts een verwachting, maar geen voorspelling.

Spoorbrug in Nijmegen over de Waal

Het zeer brede fietspad voert door grootschalig omgeploegd landschap, er staan weinig bomen en bijna geen huizen. Het is af en toe alsof je door een onbewoond landschap fietst als enig overgebleven fietser nadat de 5G alle gevaccineerden heeft getroffen.

Hoewel volgens de planologie Arnhem en Nijmegen aan elkaar groeien is hier nog een stuk van zo’n 10 kilometer open land. Dan fiets ik de uitgestreke buitenwijken van Arnhem binnen. Het zijn vooral bloemkoolwijken uit de jaren ’70. Ook hier weer een wonderlijke ervaring. Dwars door die wijken loopt een oude en kronkelende dijk. Alsof je in vroeger tijden fietst, met zicht op een eindeloos aantal kris-kras verlopende rijen pannendaken.

En de regen blijft maar neerstromen en mijn voeten worden nat. Mijn poncho doet het goed tijdens korte buien (als het niet waait), maar op den duur helpt dat allemaal niet meer. Niet alleen mijn voeten zijn nu nat.

De Rijn bij Arnhem vanaf de verkeersbrug

Ik kan de laatste 25 km met de trein doen, maar dat is mijn eer te na. Aan de oostkant van Arnhem fiets ik over een hoge brug die over de Rijn voert, met rechts de afsplitsing van de IJssel. Ook hier ben ik de enige fietser. Zo langzamerhand vraag ik me toch af of ik geen bericht heb gemist dat fietsen na 18 uur verboden is.

En later op de avond is het weer helemaal droog (zicht vanaf de woonboot)

Ik heb geen zin om nóg een keer over de oude Rijksstraatweg door Velp en Rheden te fietsen. Dus neem ik allerlei zijpaden, zoveel mogelijk in de buurt van de spoorlijn. Ondertussen wordt het toch weer droog. Veel naaktslakken kiezen het hazenpad en steken de weg over. Een deel overleeft dat niet. Wat is er toch véél ellende op de wereld.

Om half negen meld ik mij weer aan bij het gastenverblijf op de woonboot in De Steeg. Hoewel ik al nat ben geworden van de regen adviseert Tineke mij toch om een douche te nemen. Ik begrijp dat niet. Als je nat bent moet je alleen jezelf maar afdrogen. Maar ik ben volgzaam en neem een douche.

De Batavus Dinsdag heeft er op deze laatste vrijdag van de vakantie bijna 120 fietskilometers bij opgeteld. 

(Geen) hoogtevrees

Er zijn mensen die hoogtevrees hebben (acrofobie). Het komt in de beste families voor. Er schijnen zelfs piloten te zijn met hoogtevrees. Net zoals dokters met naaldangst.
Op 60 meter hoogte in/ aan de toren van de Eusebiuskerk

Tineke trekt zich daar allemaal niets van aan. Ze loopt gewoon over een glasplaat op 60 meter hoogte op de toren van de Eusebiuskerk. Het leek een redelijk stevige constructie. Het was overigens wél verboden om er met tien mensen tegelijk te gaan springen. Het ding kan waarschijnlijk toch stuk.

De toren van de Eusebiuskerk is 93 meter hoog. In 1944 werd hij grotendeels verwoest. Daarna stortte ook nog eens een deel in. Na de oorlog besloot men om te sparen voor een reconstructie van de toren. Het werd alleen een wat ander, meer modern, exemplaar.

Tijdens de Eusebius-experience kun je een paar stappen buiten de toren wagen. Niet iedereen waagt zich aan die stappen. Maar Tineke wel.

Na afloop van dit experiment namen we de lift naar beneden. Die luxe is wel uniek in een kerktoren. Meestal moet je in steeds kleinere rondjes trappen lopen. Zo heeft het nadeel van een verwoeste toren ook een voordeel. 

Vakantie 2021

Onze vakantie van 2021 zit er ook weer op. Opnieuw zaten we op een woonboot op de IJssel. Deze keer niet bij Kampen, maar in De Steeg. 

De Steeg was de favoriete vakantiebestemming van Simon Carmiggelt. Op de plek waar hij graag met zijn vrouw naar de IJssel zat zit het echtpaar nu gebeeldhouwd naar de IJssel te kijken.

Uitzicht vanuit de woonboot bij avond

Voor de mensen die De Steeg niet kennen: het is een dorp aan de doorgaande weg van Arnhem via Dieren naar Zutphen. Rond De Steeg en Rheden heeft de IJssel een stuwwal gevormd. Vanuit de Steeg moet je dan al binnen een paar honderd meter gaan klimmen richting de Posbank (90 meter boven N.A.P.). Dat zijn onnederlandse toestanden die de argeloze fietser ballonkuiten bezorgen.

Het zicht vanuit de woonboot naar de andere kant: wat minder rustiek…

We fietsten in twee weken zo’n 800 kilometer en bezochten Apeldoorn, Deventer, Nijmegen, Doetinchem en zelfs Elten (net over de grens in Duitsland). Het was een vakantie met veel museumbezoek. Dat kon nét weer. Vooral handig op hete dagen om midden overdag in een airco-museum te vertoeven.

We hadden vaak mooi weer. Soms was het aan de warme kant, maar dan zochten we vooral beboomde fietsroutes op. Eén keer werden we midden in het open veld getroffen door een plotselinge bui, waarbij we binnen een paar minuten doorweekt waren. Het water stond twee centimeter hoog in de schoenen. Het liep niet meer weg (dat is het nadeel van waterdichte schoenen).

De vakantie zit er dus weer op. Er ligt een aardige stapel aan werk te wachten. Maar voor alles is een tijd. En als 70-plusser heb je toch meer de tijd aan jezelf...

Vakantie 2020

Voor bijna iedereen was 2020 een vreemd vakantiejaar. Wij moesten onze geplande fietsvakantie door Oostenrijk afzeggen. We huurden een deel van een oude boerderij bij Zevenaar. 

Het gevolg was dat Tineke elke nacht om vier uur gewekt werd door de lokale haan. Ik hoorde hem niet. Zo heeft elk nadeel zijn voordeel.

Deze keer dus niet rechtstreeks aan de rivier, maar wel in de buurt van rivieren. We namen allerlei pontjes over de IJssel, de Rijn, en het Pannerdens Kanaal. Andere pontjes waren vanwege corona uit de vaart.

We zaten op tien kilometer fietsafstand van Duitsland, maar formeel was de grens niet open. Toch zijn we meerdere malen de grens over gefietst. Ontmoetingen met plaatselijke autochtonen deden zich niet voor. Er werd ook geen winkel of geen café bezocht.

Omdat we ook niet met de trein konden was onze actieradius beperkt tot de fietsomgeving van Zevenaar.

Maar nochtans en desalniettemin hebben we veel kunnen zien. Het is een afwisselend gebied. Vooral de zogenaamde Rijnstrangen (oude waterlopen van de Rijn) vormen een prachtig natuurgebied.

Meerdere malen bezichten we de oude Hanzestad Doesburg. Het plaatselijke mosterdmuseum was vanwege corona gesloten. Verder waren Arnhem, Nijmegen en Doetinchem op fietsafstand en alle dorpen die daar tussen lagen.

De heenweg naar Zevenaar werden we bepakt en bezakt vervoerd door iemand uit de kerk die in het bezit is van een busje. Terug fietsen we op eigen kracht in twee etappes (met een stop in Zeist) naar Delft. 

Vakantie 2019

Nee, we waren de Elbe niet vergeten. Opnieuw vakantie aan de Elbe. Zo'n 50 kilometer ten zuiden van Hamburg. Het laatste punt stroomopwaarts waar de Elbe voor de binnenvaart toegankelijk is. 

Lauenburg ligt nog nét in de deelstaat Sleeswijk-Holstein. Fiets je tien kilometer naar het oosten, dan ben je in Mecklenburg-Vorpommern. Steek je de brug over de Elbe over, dan ben je in Nedersaksen.

Elbstrasse Lauenburg

In de DDR-tijd was Lauenburg de grensplaats op de rechteroever van de Elbe. De volgende plaats –Boizenburg – lag in de DDR. Lauenburg kwam wat geïsoleerd te liggen, daardoor stagneerde de economische ontwikkeling. Mede daardoor heeft de plaats zijn authentieke karakter kunnen bewaren.

Ons vakantiehuis lag aan de straatzijde aan een authentieke hobbelige keienstraat met vele tientallen historische huizen. Aan de achterzijde hadden we een panoramisch uitzicht op de Elbe met een heuse stoomraderboot waar ook kerkdiensten werden gehouden. Dan kwam de dominee pas goed op stoom!

Lauenburg ligt aan de drukst bereden fietsroute van Europa: de Elberadweg. Maar die drukte stelt toch niet zoveel voor. Af en toe zie je bepakte fietsers. Wel is bijna de hele route (van 1300 km.) autovrij. Anders dan langs de Rijn lopen er ook nauwelijks autowegen parallel aan de Elbe. Ook is er weinig industrie. Wil je groen fietsen, dan is de Elberadweg een uitstekende tip. Je komt hier vooral voor de rust.

We hebben weer een vast vakantieadres (één van de huizen aan het water op de foto) en maken van daaruit dagtochten op de fiets. Willen we toch even wat meer vertier: Hamburg ligt 30 km. stroomafwaarts.

Vakantie 2015

In 2015 zochten we opnieuw de Elbe op. Maar nu in een heel andere streek. We verbleven in een veerhuis bij de pont van Rogätz. Dat dorp ligt halverwege Dresden en Hamburg in een onbekend gedeelte van Duitsland.

Öp de foto het uitzicht vanuit ons vakantieadres. Om vier uur kwam de zon op en zag de wereld er zo uit…

Maar ook verder viel er genoeg te zien. Rogätz ligt in de deelstaat Sachsen-Anhalt, die twee weken geleden nog in het nieuws was vanwege de deelstaatverkiezingen.

De dichtstbijzijnde grote stad is de hoofdstad van de deelstaat: Magdeburg. Sachsen Anhalt is één van de dunstbevolkte deelstaten van Duitsland, maar het heeft de hoogste dichtheid aan Unesco werelderfgoed van de hele wereld. Overal vind je vaak onverwachts stukken architectonische  geschiedenis terug.

Verwacht geen spectaculaire landschappen in deze streek. Het is een vriendelijk zachtglooiend gebied met veel akkerbouw en af en toe percelen bos.

Het is ook een dunbevolkt gebied. Sinds die Wende daalt het aantal inwoners nog verder. Ondanks de economische problemen wordt er fors geïnvesteerd in het herstel van de oude dorpen en steden, die in de DDR-tijd zwaar in verval waren geraakt.

We fietsten zo'n 800 kilometer door de streek en namen toen weer de trein terug naar Nederland. Een kwestie van één keer overstappen en verder blijven zitten.

Chinees station

Nu we het toch over China hadden... Dit bord hangt niet op een Chinees station, maar op het station van Steenwijk. Oftewel het station van Si téng wéi ke. 

Ik heb gekeken of er een camera met gezichtsherkenning hangt, maar die heb ik niet gezien. Maar mogelijk zit die camera verstopt in een plaatselijke plant.

Chinese tekst op station Steenwijk

Tot vorig jaar stroomde de trein naar Leeuwarden op toeristentijden voor een groot deel leeg in Steenwijk. In het kader van de spreiding van het toerisme hadden de Chinezen namelijk Giethoorn ontdekt als ‘typical Dutch’.

Maar ja, als je in Steenwijk bent ben je nog niet in Giethoorn. Daarom was er een speciaal Chinees toeristenbureau gevestigd in het station van Steenwijk. Vanwege corona vermoed ik dat dat bureau momenteel gesloten is. In ieder geval komen er veel minder toeristen naar Steenwijk. Daar werd namelijk door de middenstand van Giethoorn over geklaagd.

Selfies in Giethoorn

De Chinese toeristen werd de weg naar Giethoorn gewezen. Ze konden met de bus (dagkaart voor 10 euro). Met je eigen OV-chipkaart is dat voor minder dan de helft van de prijs, met dezelfde bus.

Ze konden ook een fiets huren. Dat leidde tot gevaarlijke taferelen, want China is geen fietsland meer. Fietsen door Giethoorn vraagt om veel behendigheid, regelmatig plonzen er fietsers in het water. Ze konden ook een taxi nemen.

Spitsverkeer in Giethoorn

En in Giethoorn moet er dan natuurlijk gevaren. In het drukke seizoen leek het meer op botsbootje spelen.

De oorspronkelijke punters zie je trouwens eigenlijk niet meer. De Chinezen huren massaal elektrieke fluisterboten met gezichtsherkenning.

Wij hebben ooit een punter gehuurd. Dat valt niet mee. Vooral niet als de stuk in de blubber blijft steken. We kregen toen ook een aanvaring met de plaatselijke rondvaartboot. Gelukkig wist iedereen het hoofd boven water te houden. 

Henk aan de wandel

De mensen denken wel eens dat ik alleen maar fiets. Eigenlijk hebben die mensen ook wel gelijk. Maar soms waag ik me aan een wandeling. In de vakantie hebben we zelfs meerdere wandelingen gemaakt.

In de vakantie bleek ik opeens door mijn zool te zijn. Ik was dus een halve zool. Dat ‘opeens’ moet je natuurlijk met een korrel zout nemen. Het viel me in de zomer pas op. De schoenen waren trouwens al meerdere malen verzoold, maar na tien jaar waren ze toch echt aan vervanging toe. Anders dan minister Hugo de Jonge val ik niet op door opvallend schoengebruik. Ik kocht ook weer identieke schoenen. Dan weet je tenminste dat ze passen.

In mijn hoedanigheid als Hulpsinterklaas geef ik altijd als eerste aan een autistische man een doos. Daar zitten schoenen in. Hij loopt vervolgens naar zijn kamer, trekt de oude schoenen uit en de nieuwe schoenen aan en gooit dan de oude schoenen in de prullenbak. Het nieuwe jaar kan beginnen. Zoiets dus, maar ik deed er tien jaar over.
Straat in Tolkamer

Ik had dus nieuwe schoenen. Dus trok ik meteen ook maar de stoute schoenen aan: we gingen aan de wandel. Het doel was de Bijlandse Plas. Om daar te komen moesten we eerst een eind fietsen. En omdat het warm was besloten we om pas in de loop van de middag op de fiets te stappen. We passeerden Oud-Zevenaar, Aerdt, Herwen en Lobith en belandden rond zes uur in Tolkamer, dat door veel mensen ten onrechte Lobith wordt genoemd.

Vervolgens denken die mensen ook nog eens dat de Rijn bij Lobith ons land binnen komt, maar dat is niet waar. De Rijn stroomt bij Spijk ons land binnen en aan de overkant van het water bij Millingen. Aan de overkant van Tolkamer ligt nog steeds Duitsland. 
Scheepswerf de Hoop

Je kunt een rondje om de plas lopen en dat hebben wij dan ook gedaan. We ontstegen de fiets in Tolkamer. Daar vandaan liepen we in westelijke richting langs scheepswerf De Hoop. Naast deze scheepswerf ligt een klein Tuindorp, dat rond 1930 gebouwd werd voor de werknemers van de scheepswerf. Dat soort projecten: dat vind ik (ook vanuit architectonisch oogpunt) altijd interessant.

Tuindorp bij Tolkamer

Daarna liepen we over de dijk langs de Rijn in westelijke richting. Je komt dan over een baileybrug die de open verbinding tussen de Rijn en de Bijlandplas overbrugd. In dit gedeelte bevinden zich de meeste recreatieve gedeelten, maar die lagen tijdens onze wandeling allemaal voor Pampus: er was geen kip te zien, laat staan een mens.

Zicht vanaf de Baileybrug op de Bijlandse Plas

Baileybruggen zijn bruggen die oorspronkelijk tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkeld zijn voor de genietroepen. De bedenker was Donald Bailey die als hobby bruggen bouwde. Zijn ontwerp werd overgenomen door het Britse leger. Er zijn duizenden van die bruggen gebouwd en je kunt ze vervolgens afbreken en snel elders weer opbouwen. Sommige van deze noodbruggen liggen al meer dan een halve eeuw tijdelijk te zijn.

Het eerste deel van de wandeling is niet erg spannend, je loopt voornamelijk over het asfalt en tussen hagen van bomen. Af en toe heb je uitzicht over de Rijn.

Na de brug loop je noordwaarts en dan kun je min of meer je eigen weg kiezen. Over het fietspad, over een platgetreden spoor door het gras of gewoon door het gras. Je hebt hier mooi zicht op de plas met op de achtergrond de heuvels van Hoch Elten.

Het noordelijke deel van de plas is het meest mooie deel, maar het blijft wel een kunstmatig aangelegde plas. Zo’n vloeiende boog van het water vind je niet bij natuurlijke plassen. Maar we zagen tal van mooie bloemen en planten en een kudde grazende koeien die zich niets van onze aanwezigheid aantrokken.

De oostzijde van de wandelroute gaat deels over een nieuwe en recht aangelegde dijk. De hedendaagse medewerkers van Rijkswaterstaat hebben waarschijnlijk weinig fantasie. Ze maken recht wat ook best een beetje krommer had kunnen zijn. Maar we genoten van het mooie licht en van de ondergaande zon.

Toen we terug waren in Tolkamer bleek dat we 9 kilometer hadden gelopen. Het was een goede oefening om de nieuwe schoenen in te lopen. Ik trok die stoute schoenen dus ook maar even uit om mijn voeten even een adempauze te gunnen. Daarna fietsten we in het schemerdonker terug naar ons vakantieadres. Onderweg aten we af en toe een vlieg.