Chinees station

Nu we het toch over China hadden... Dit bord hangt niet op een Chinees station, maar op het station van Steenwijk. Oftewel het station van Si téng wéi ke. 

Ik heb gekeken of er een camera met gezichtsherkenning hangt, maar die heb ik niet gezien. Maar mogelijk zit die camera verstopt in een plaatselijke plant.

Chinese tekst op station Steenwijk

Tot vorig jaar stroomde de trein naar Leeuwarden op toeristentijden voor een groot deel leeg in Steenwijk. In het kader van de spreiding van het toerisme hadden de Chinezen namelijk Giethoorn ontdekt als ‘typical Dutch’.

Maar ja, als je in Steenwijk bent ben je nog niet in Giethoorn. Daarom was er een speciaal Chinees toeristenbureau gevestigd in het station van Steenwijk. Vanwege corona vermoed ik dat dat bureau momenteel gesloten is. In ieder geval komen er veel minder toeristen naar Steenwijk. Daar werd namelijk door de middenstand van Giethoorn over geklaagd.

Selfies in Giethoorn

De Chinese toeristen werd de weg naar Giethoorn gewezen. Ze konden met de bus (dagkaart voor 10 euro). Met je eigen OV-chipkaart is dat voor minder dan de helft van de prijs, met dezelfde bus.

Ze konden ook een fiets huren. Dat leidde tot gevaarlijke taferelen, want China is geen fietsland meer. Fietsen door Giethoorn vraagt om veel behendigheid, regelmatig plonzen er fietsers in het water. Ze konden ook een taxi nemen.

Spitsverkeer in Giethoorn

En in Giethoorn moet er dan natuurlijk gevaren. In het drukke seizoen leek het meer op botsbootje spelen.

De oorspronkelijke punters zie je trouwens eigenlijk niet meer. De Chinezen huren massaal elektrieke fluisterboten met gezichtsherkenning.

Wij hebben ooit een punter gehuurd. Dat valt niet mee. Vooral niet als de stuk in de blubber blijft steken. We kregen toen ook een aanvaring met de plaatselijke rondvaartboot. Gelukkig wist iedereen het hoofd boven water te houden. 

Henk aan de wandel

De mensen denken wel eens dat ik alleen maar fiets. Eigenlijk hebben die mensen ook wel gelijk. Maar soms waag ik me aan een wandeling. In de vakantie hebben we zelfs meerdere wandelingen gemaakt.

In de vakantie bleek ik opeens door mijn zool te zijn. Ik was dus een halve zool. Dat ‘opeens’ moet je natuurlijk met een korrel zout nemen. Het viel me in de zomer pas op. De schoenen waren trouwens al meerdere malen verzoold, maar na tien jaar waren ze toch echt aan vervanging toe. Anders dan minister Hugo de Jonge val ik niet op door opvallend schoengebruik. Ik kocht ook weer identieke schoenen. Dan weet je tenminste dat ze passen.

In mijn hoedanigheid als Hulpsinterklaas geef ik altijd als eerste aan een autistische man een doos. Daar zitten schoenen in. Hij loopt vervolgens naar zijn kamer, trekt de oude schoenen uit en de nieuwe schoenen aan en gooit dan de oude schoenen in de prullenbak. Het nieuwe jaar kan beginnen. Zoiets dus, maar ik deed er tien jaar over.
Straat in Tolkamer

Ik had dus nieuwe schoenen. Dus trok ik meteen ook maar de stoute schoenen aan: we gingen aan de wandel. Het doel was de Bijlandse Plas. Om daar te komen moesten we eerst een eind fietsen. En omdat het warm was besloten we om pas in de loop van de middag op de fiets te stappen. We passeerden Oud-Zevenaar, Aerdt, Herwen en Lobith en belandden rond zes uur in Tolkamer, dat door veel mensen ten onrechte Lobith wordt genoemd.

Vervolgens denken die mensen ook nog eens dat de Rijn bij Lobith ons land binnen komt, maar dat is niet waar. De Rijn stroomt bij Spijk ons land binnen en aan de overkant van het water bij Millingen. Aan de overkant van Tolkamer ligt nog steeds Duitsland. 
Scheepswerf de Hoop

Je kunt een rondje om de plas lopen en dat hebben wij dan ook gedaan. We ontstegen de fiets in Tolkamer. Daar vandaan liepen we in westelijke richting langs scheepswerf De Hoop. Naast deze scheepswerf ligt een klein Tuindorp, dat rond 1930 gebouwd werd voor de werknemers van de scheepswerf. Dat soort projecten: dat vind ik (ook vanuit architectonisch oogpunt) altijd interessant.

Tuindorp bij Tolkamer

Daarna liepen we over de dijk langs de Rijn in westelijke richting. Je komt dan over een baileybrug die de open verbinding tussen de Rijn en de Bijlandplas overbrugd. In dit gedeelte bevinden zich de meeste recreatieve gedeelten, maar die lagen tijdens onze wandeling allemaal voor Pampus: er was geen kip te zien, laat staan een mens.

Zicht vanaf de Baileybrug op de Bijlandse Plas

Baileybruggen zijn bruggen die oorspronkelijk tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkeld zijn voor de genietroepen. De bedenker was Donald Bailey die als hobby bruggen bouwde. Zijn ontwerp werd overgenomen door het Britse leger. Er zijn duizenden van die bruggen gebouwd en je kunt ze vervolgens afbreken en snel elders weer opbouwen. Sommige van deze noodbruggen liggen al meer dan een halve eeuw tijdelijk te zijn.

Het eerste deel van de wandeling is niet erg spannend, je loopt voornamelijk over het asfalt en tussen hagen van bomen. Af en toe heb je uitzicht over de Rijn.

Na de brug loop je noordwaarts en dan kun je min of meer je eigen weg kiezen. Over het fietspad, over een platgetreden spoor door het gras of gewoon door het gras. Je hebt hier mooi zicht op de plas met op de achtergrond de heuvels van Hoch Elten.

Het noordelijke deel van de plas is het meest mooie deel, maar het blijft wel een kunstmatig aangelegde plas. Zo’n vloeiende boog van het water vind je niet bij natuurlijke plassen. Maar we zagen tal van mooie bloemen en planten en een kudde grazende koeien die zich niets van onze aanwezigheid aantrokken.

De oostzijde van de wandelroute gaat deels over een nieuwe en recht aangelegde dijk. De hedendaagse medewerkers van Rijkswaterstaat hebben waarschijnlijk weinig fantasie. Ze maken recht wat ook best een beetje krommer had kunnen zijn. Maar we genoten van het mooie licht en van de ondergaande zon.

Toen we terug waren in Tolkamer bleek dat we 9 kilometer hadden gelopen. Het was een goede oefening om de nieuwe schoenen in te lopen. Ik trok die stoute schoenen dus ook maar even uit om mijn voeten even een adempauze te gunnen. Daarna fietsten we in het schemerdonker terug naar ons vakantieadres. Onderweg aten we af en toe een vlieg. 

Vakantie 2020

De opdracht luidt: laat iets zien van jullie vakantie dit jaar. Oftewel: vat de vakantie samen in één plaatje. 

Nee, het is niet dokter Jansma, die jullie zien op de foto. It’s me, disguised as dokter Jansma.

Buiten is het fris weer, maar binnen brandt de open haard. Dat schijnt vervuilend te zijn, maar in de vakantie mag het wel een keertje.

Languit liggend lees in de krant. Daar neem ik dus gewoon de tijd voor. We hebben dit jaar helemaal geen haast.

Onze vakanties waren altijd aktieve vakanties. Veel zien en alles op de fiets. Meestal waren het de afgelopen jaren vakanties in het (noord)oosten van Duitsland, met als centraal thema de Elbe. Een paar keer bleven we in Nederland. We waren altijd met zijn vieren: Henk en Tineke en twee fietsen.

Dit jaar waren we weer eens in Nederland. Dat kon niet anders, want we mochten niet de grens over. Op een bezoek aan Duitsland stond een potentiële boete van 25.000 euro per persoon.

In (het oosten van) Duitsland moet je vaak ver fietsen om historische steden en aanverwante artikelen te bezoeken. Vroeg opstaan en heel wat kilometers wegtrappen.

Dit jaar waren we dus in Zevenaar. Allerlei bezienswaardigheden in de buurt. En (nog) weinig musea die we konden bezoeken. Géén lijstjes, gewoon de tijd nemen. Dat is ons goed bevallen. Een minder actieve vakantie en toch nog veel gezien en gedaan.

En de kilometerteller van de fiets? Die geeft aan dat we toch nog in twee weken tijds 850 kilometer hebben gefietst...

Vakantie

Vorige week schreef ik dat we met vakantie zijn, maar waar zijn we dan met vakantie?

We gaan nooit naar drukke parken en zoeken altijd plekken op waar vakantiegangers een uitzondering zijn. Dat is o.a. te zien aan het feit dat er geen ansichtkaarten verkocht worden met ‘Groeten uit…’ In Duitsland waren vierden we vakantie is verstilde dorpjes in Sleeswijk-Holstein en aan de Elbe.

In Nederland waren we met vakantie in Onderdendam en in IJsselmuiden (twee maal). En dit jaar zitten we op een boerderij in het buitengebied van Zevenaar.

Wat valt er in Zevenaar te doen? Het gaat ons om het wandelen en fietsen, dus we zijn niet op zoek naar plekken waar we vermaakt kunnen worden. En als je naar de wandel-en fietsmogelijkheden kijkt, dan valt er hier genoeg te doen en te beleven.

Tineke moet zich dit jaar beperken in de fietsafstanden, maar ook bij een actieradius van 50 kilometer heb je erg veel mogelijkheden. Al worden we dit jaar ook beperkt door het feit dat de fiets niet meer mee mag in de trein. In voorgaande jaren gebruikten we het OV ook als opstapje om ‘een eindje verderop’ te kunnen fietsen,

De boerderij ligt aan het rand van het zogenaamde Rijnstrangen-gebied. De loop van de Rijn is steeds weer veranderd. In deze streek vind je tal van oude lopen van de Rijn terug. Dat resulteert in een schitterend en afwisselend natuurgebied waar o.a. vele duizenden vogels bivakkeren. Het gebied is grotendeels onbewoond. In feite ligt Lobith op een eiland, want de Rijn stroomt langs deze plaats, maar aan de noordzijde van het dorp liggen de Rijnstrangen.

Fiets je 15 km. naar het oosten dan ben je in Montferland: een uitgestrekt bosgebied met glooiende heuvels tot zo’n 100 meter hoogte. In het

Rijn bij Emmerich

zuidoosten strekken deze heuvels zich uit tot het Duitse Elten. Het dorp Hoch Elten ligt bijna 100 meter boven het Rijndal. Daar zijn we ook al twee keer geweest. Ook deze plaats ligt maar 15 km. van Zevenaar. Tien kilometer stroomopwaarts ligt Emmerich.

Volgens diverse websites zijn toeristen (nog) niet welkom in Duitsland. Je kunt een boete van 25.000 euro per persoon krijgen, maar dat is ons als fietsers nog niet overkomen. Op zaterdag had de helft van de auto's aan de Duitse kant van de grens een Nederlands kenteken, dus kennelijk wordt grensoverschrijdend verkeer in dit gedeelte van Duitsland getolereerd.

Naar het westen toe ben je na 15 kilometer fietsen in Arnhem. Niet dat ik die stad direct aanbeveel als mooie historische stad. De meeste toeristen komen hier dan ook niet voor de stad, maar voor Burgers Bush en voor  het Openluchtmuseum. In de stad zelf is in de oorlog teveel verwoest en daarna

Aan de IJssel in Doesburg

hebben projectontwikkelaars er nog een schepje bovenop gedaan. Maar de stad zelf is toch wel een dagtrip waard, met o.a. mooie parken. En de stad heeft een schitterende omgeving.

En dan zijn er twee prachtige rivieren: de IJssel en de Oude IJssel met bij de samenvloeiing van die rivieren de stad Doesburg. Steek je daar de IJssel over, dan ben je op de Veluwe.

Ons vakantieadres is een boerderij, waarvan het middengedeelte (de stal) verbouwd is tot een nieuw woongedeelte. De haan die al om twee uur ’s nachts begint te kraaien krijg je er gratis bij. Verder komt hier iedere dag een poes op bezoek. We hebben hem Tippie genoemd, maar waarschijnlijk luistert hij ook naar andere namen.

En de koeien? De dames houden er in het weiland naast de boerderij een afwisselend ritme op na van grazen, herkauwen en af en toe eventjes slapen.

PS: dit blog werd niet gesponsord door de VVV van Zevenaar noch door de provincie Gelderland.

Vakantie

Je zult er maar last van hebben. Van vakantie.

Volgens een ingezonden in de Volkskrant zijn er drie groepen Nederlanders. 1. De eerste groep heeft overwerk in corona-tijd en komt nauwelijks tot rust. 2. De tweede groep mensen maakt zich grote zorgen omdat ze geen werk hebben en hoe ze nu de financiële eindjes aan elkaar moeten knopen. 3. De derde groep vraagt zich vertwijfeld af hoe het nu met de vakantie moet.

Vakantie is luxe

Dat laatste is een luxe-probleem. Al gun ik iedereen zijn vakantie, het is  geen primaire levensbehoefte. Maar de trend in het rijke westen is steeds meer geworden dat mensen zich aan het einde van de ene vakantie al afvragen waar ze de volgende keer naar toe zullen gaan. Dan gaat er toch iets mis, vrees ik. Dan lijkt het alsof je niet meer kunt genieten van het gewone leven. Meestal moet het dan steeds meer, steeds verder, steeds duurder. Met alle gevolgen voor het milieu van dien.

Wij hebben de luxe dat we nu met vakantie zijn. Nee, niet in het buitenland. Gewoon op een voormalige boerderij in Nederland. Misschien waren we niet eens met vakantie gegaan als er niet andere vakantiegangers in ons huis zouden vertoeven. Maar het is ook wel lekker om even in een andere omgeving te zijn.

Geen fiets en trein

We zijn gewend om de fiets in de trein mee te nemen. Maar dat mag niet meer. Ook weer een corona-maatregel. Er zijn namelijk geen mondkapjes voor fietsen. Naar het vakantie-adres fietsen zou voor mij ook kunnen, maar Tineke moet het wat rustiger aan doen. Maar zonder eigen fiets is Henk niets. We hebben een trein-abonnement, maar daar hebben we nu niets aan. We laten ons luxe vervoeren door een bus met ruimte voor 1½ meter afstand. En de fietsen achterin.

Gedoe

Altijd weer vraag ik me toch ook weer af waarom je op vakantie zou gaan. Het is namelijk een heel gedoe. Net op het laatste moment moeten er allerlei dingen geregeld worden voor het werk. Je kunt de reserve-fietssleuteltjes niet vinden. En net als de kattenbak is verschoond piest huiskater Ringo op de bank. Ramen gelapt, schijt er een meeuw op het raam. Die heeft schijt aan ons.

(Geen) leesvoer

Het is heel gemakkelijk om elk jaar een lijst met vakantie-benodigdheden te hebben, maar sommige dingen leiden toch tot keuze-stress. Ik neem altijd veel kranten en tijdschriften mee, maar ze komen eigenlijk altijd weer ongelezen terug. Dit jaar heb ik uit voorzorg (bijna) alles in de papierbak gestort.

Maar je wilt toch leesvoer mee. Ik belandde ooit in een buitenlands ziekenhuis en had toen helemaal geen leesvoer bij me. Er was geen TV, de eerste dagen was er geen bezoek. Dat was geen plezierige tijd: 24 uur voelden als een eindeloos lange week.

Inmiddels heb ik een halve bibliotheek gestapeld om mee te nemen, want ik kan niet kiezen welke boeken. Helaas werkt de online- bibliotheek opeens niet meer op mijn ipad. “Ja, meneer, u hebt een te oud model ipad, dit type wordt niet meer ondersteund.”

Organisatie

Tineke is vooral van de organisatie. Ze is voorzitter van de Vereniging ter Systematisering van de Chaos (VSC). Ze weet op wonderbaarlijke wijze alle spullen in twee maal twee fietstassen te krijgen. Ik ben er dan niet zeker van of een klein priegelig reserve-onderdeeltje wel mee is en haal vervolgens de hele tas weer leeg. Als ik hem dan weer wil vullen blijkt de helft niet mee te kunnen.

De grote vakantie-schoonmaak

Maar wat ik niet begrijp is dat het hele huis extra schoon moet worden gemaakt, zelfs als er geen mensen in ons huis komen. Heb je eindelijk weer eens vrij uitzicht omdat de ramen gelapt zijn, kun je er zelf niet van genieten. Eindelijk geen stapels kranten en een lege en overzichtelijke kamer, ben je niet thuis. Nog nooit zo’n schone wasbak gehad, ga je je wassen aan een krakkemikkige wastafel in een verbouwde boerderij.

Dit jaar weten we dat de mensen die in ons huis komen de boel goed bijhouden. Dus waarschijnlijk kunnen we nu alsnog na thuiskomst genieten van ons schone en opgeruimde huis...

Vakantie 2020

Als je mijn blogs volgt zie je dat er elk jaar in de vakantie gefietst wordt. Zo besteden we al een halve eeuw onze vakanties aan het fietsen.

Aanvankelijk waren het trektochten (om en om door Engeland/Schotland/Ierland) en door het West-Europese vasteland (van Noorwegen tot Hongarije). Met opgroeiende kinderen was dat wat lastiger en kozen we voor een vaste plek in Nederland. De afgelopen 15 jaar bleef het een vaste plek, meestal in het oosten van Duitsland en soms in Nederland.

De afgelopen jaren kwam daar nog weer een nieuw thema bij: altijd onderdak aan het water. Meestal was dat de Elbe, soms de IJssel. En niet al te steile hellingen in de omgeving. Tineke is ook geen twintig meer, maar ze wil zo lang mogelijk op eigen kracht blijven fietsen.

Maar dit jaar bleken de adressen aan het water deels al geboekt te zijn, of onbetaalbaar te zijn. Ik bedoel: we konden niet voor een aaneengesloten periode van twee weken boeken.

Dus doe eens gek. We hebben onderdak geboekt in een regio waar we nog niet met fietsvakantie zijn geweest. En niet eens aan het water. De plek moest wel per trein bereikbaar zijn.

Het is in Eisenstadt, de hoofdstad van de meest oostelijke provincie van Oostenrijk: Burgenland. Hongarije en Slowakije liggen op fietsafstand. Het huis is een historisch monument in de binnenstad.

Niet dat we van vakantie naar vakantie leven. Er is immers meer tussen hemel en aarde. Maar het is toch aardig om - bij leven en welzijn - een plekje 'uit' in het vooruitzicht te hebben.

Elberadweg (4)

Toen ik in 1990 in Boizenburg was zat het verkeer helemaal vast. Tegenwoordig is het veel rustiger in de plaats. Een nieuwe rondweg leidt het verkeer om Boizenburg heen.

Als je aan de westkant Boizenburg uit wilt fietsen moet je flink klimmen. Hier ligt weer een hoog rivierduin. Je hebt er tegenwoordig wel een mooi zicht op Boizenburg en op de Elbe. In de DDR-tijd was dit nog verboden gebied: de wereld hield direct ten westen van Boizenburg op.

Er heeft in dit gebied ook een invasie plaatsgevonden. Het bos kent een grote mate van teken-dichtheid. Het is zelfs zó erg dat de huisartsen een speciaal telenspreekuur houden. Later – als we thuis zijn – treffen we twee teken aan die zich op een warm plekje op het lijf ingegraven hebben.

Voormalige grenspost tussen DDR en BDR bij Boizenburg

Bovenop de heuvel ligt een voormalige grenspost waar nu een café-restaurant in gevestigd is. Je kunt er de geschiedenis van de grens in deze omgeving bestuderen.

Na de heuvel gaat de weg weer naar beneden. Dit is het stroomgebied van een riviertje dat zijn oorprong

Dorpsbeeld onderweg van Boizenburg naar Lauenburg

vindt in de schilderachtige Lauenburgische Seeen.  Dat riviertje is bijna onvindbaar omdat hier later het Elbe-Lübeck-Kanal werd gegraven, die de scheepvaart vanuit de Elbe naar de Oostzee mogelijk maakte. Bij Lauenburg bevinden zich de oudste sluizen van Europa.

Het vlakke land bij Lauenburg

De ontwikkeling van deze vlakke streek heeft decennia lang stil gelegen. Het was immers Sperrgebiet: het grensgebied tussen de DDR en West-Duitsland. We komen door een aantal verstilde dorpjes. Een paar huizen, een paar boerderijen, een brievenbus. Geen winkel, geen café, slechts één maal

Elbe Lübeckkanaal bij Lauenburg

een kerkje. Een plaatselijke hond raakt helemaal van slag: er zijn vreemden gesignaleerd.

Uiteindelijk komen we weer bij de grote weg uit. Hier staat – ver buiten de bewoonde wereld – een centrum voor asielzoekers. Mensen uit allerlei landen zitten langs de weg, hebben boodschappen gedaan bij de Aldi van Lauenburg of proberen om te fietsen. Een aantal kinderen is aan het voetballen.

Vervolgens kruisen we het kanaal dat de Elbe met Lübeck verbindt. De nieuwe stad van Lauenburg ligt op de bijna 70 meter hoge Steilufer.  Wij hoeven niet te klimmen. Met een wijde bocht volgen we het kanaal en fietsen dan de historische binnenstad van Lauenburg binnen. De kilometerteller heeft er bijna 80 kilometer bij opgeteld.

Ochtendwandeling

In onze vakantie konden we kiezen tussen het zitten aan de vóórzijde of aan de achterzijde van ons huis.

Aan de achterkant hadden we een prachtig zicht op de Elbe. Aan de voorzijde wandelden de toeristen of hobbelden de fietsers van de Elberadweg over de kinderhoofdjes.

De toeristen hadden een hoog 65 plus gehalte. Daar wil ik verder niet over oordelen, dat overkomt je. Wij zijn ook 65-plus, dus we kunnen het weten.

Op een ochtend zagen we dit echtpaar. Ik neem tenminste aan dat het een echtpaar is. Ze zagen er op zijn paasbest uit, en beiden hadden een hoed op en een paraplu bij zich. Je weet immers maar nooit.

Bij ieder huis bleven ze even staan en lazen de tekst op het bord. Bijna alle huizen hebben namelijk een bord dat verwijst naar de geschiedenis. Er valt dus heel wat te lezen. Daarna stapte hij als eerste weer weg naar het volgende bord en daarna volgde zij. Dan wees hij weer op het bord en zij ging lezen.

Ze waren mooi op elkaar ingesteld. De rollen waren duidelijk. En ze leefden vast lang en gelukkig.

Elberadweg

Een fietser vertelde dat hij in de bovenloop en middenloop van de Elbe nergens had moeten lopen. Maar wel in de bovenloop.

Dat verwacht je niet. Bij de bovenloop van de Elbe is de hoogtekaart geel en lichtbruin. Er zijn heuvels en zelfs heuse bergen zoals het Erzgebirge. In de benedenloop is de landkaart groen. Hollandse polders dus…

Maar juist direct langs de Elbe hebben zich hier zandduinen opgehoopt. Vanuit Hitzacker moeten we dan ook stevig klimmen. En dat terwijl de temeperatuur tegen de 30 graden is. Zo krijg je nog meer bewondering voor de kamelen in de woestijn.

Het fietspad bestaat uit grinderig zand. Als je naar boven gaat is het te rul, ga je naar beneden, dan loop je grote kans om onderuit te gaan. En kleine kiezeltjes uit je knie vissen is ook geen leuke hobby. We zetten het dus op een lopen. Boven hebben we wel een erg mooi uitzicht over de Elbe. De hoogste heuvel is de 86 meter hoge Kniepenberg. 

Als we eenmaal boven zijn golft het land voortdurend, maar nu zitten we op de grote (asfalt-) weg. Af en toe fietsen we met een snelheid van zo’n 50 kilometer naar beneden om daarna halverwege de volgende helling weer bijna tot stilstand te komen. Het land is zeer dunbevolkt. Er zijn veel bossen (vooral dennen) en af en toe is er een perceel met graan. Veeteelt zien we in deze ‘duinen’ niet.

Dan volgt er een lange afdaling. We komen in wat meer bewoond gebied. Het zijn echter geen echte dorpen, maar meer buurtschappen aan de oude weg die langs de Elbe loopt. Het eerste dorp (Neu Darchau) is meteen ook een toeristendorp. Maar stel je daar niet teveel van voor. Er zijn enkele eetgelegenheden en overnachtingsmogelijkheden, de lokale boer verkoopt boerenijs (een ijsboer dus) er is een camping met een winkeltje.

We kunnen hier met de veerpont over de Elbe naar de overkant. Dat veer bestaat pas sinds 1990. Daarvóór lag aan de overkant de DDR en was er geen verkeer over het water mogelijk.

Er zijn plannen om hier een grote verkeersbrug te bouwen, maar dat kan ik me nauwelijks voorstellen gezien het weinige verkeer dat we in deze omgeving tegen komen. Of willen de overheid daarmee de streek een economische boost geven?

Week van de Teek

Het duurt nog even, maar over negen maanden is het de Week van de Teek (6 t/m 12 april 2020). 

In onze vakantie hebben we vier maal een teek moeten verwijderen. Iedere avond controleerden we elkaar op mogelijke tekenbeten. En het maakte niet eens zoveel uit hoe we gekleed waren. Ondanks een lange broek was tóch een teek mijn broekspijp binnen gekropen. En dat terwijl we wel uitkeken om niet in vijandig tekengebied te gaan zitten.

In één plaats vertelde een mevrouw dat de plaatselijke huisarts een dagelijks tekenspreekuur hield, zoveel teken zaten er in deze omgeving.

In het Engels heet een teek een tick of een harvest bug, in het Duits die Zecke, in het Frans een tique, in het Hongaars een ketyeg, in het Spaans een garrapata en in het Italiaans een zecca. Zo, nu kunnen jullie je in je vakantie gewapend met de lokale taal bij de plaatselijke doktersassistente vervoegen.

De mensen hebben het tegenwoordig wel over de eikenprocessierups, maar de teek kan er dus ook wat van.