Elbe(radweg)

Veel jaren hebben we onze vakantie doorgebracht aan de oevers van de Elbe. Gaat dat niet vervelen?

Nee, de Elbe verveelt niet. In vergelijking met de Rijn is de Elbe een weinig imposante rivier. Er is bijvoorbeeld bijna geen scheepvaart (meer). Toen de Elbe deels de grens vormde tussen de DDR en West-Duitsland legde ook het laatste beetje beroepsvaart het loodje.

De middenloop van de Elbe in Wittenberge

De Elbe is vooral mooi vanwege de natuur. In tegenstelling tot de Rijn werden er geen spoorlijnen en autowegen langs de rivier aangelegd. Alleen stroomopwaarts van Dresden volgt de spoorlijn het (hier) smalle deel van het dal, dat wordt ingeklemd door massieve rotsen. Maar ook hier bevindt zich geen autoweg en aan één zijde is het dal zelfs bijna helemaal autovrij.

De Elbe bij Dresden

De Elbe verbindt ook geen belangrijke industriegebieden met elkaar. De grote steden in Duitsland zijn Dresden en Hamburg. Dresden is nooit een grote industriestad geweest en geworden. Hamburg is weliswaar de grootste havenstad van Duitsland, maar de handelsroute naar het binnenland loopt niet langs de Elbe.

De Elbe bij Pirna

Wél was de Elbe in het verleden (in de 14e, 15e en 16e eeuw) van groot belang voor de handel. Er ontstonden tal van Hanzesteden. De stagnerende welvaart leidde ertoe dat het oude bleef staan omdat er geen geld was om iets nieuws op te bouwen. De kleinere steden langs de Elbe werden ook gebombardeerd in 1944/1945. Dit gebied werd door de Amerikanen veroverd op de Duitsers en anders dan de Russische legers richtten de landtroepen betrekkelijk weinig materiële schade aan. De deelstaat Sacksen-Anhalt (langs de Elbe) heeft de hoogste UNESCO-werelderfgoed-dichtheid van de wereld.

De Elbe bij Decin in Tsjechië

Naar verhouding weinig economische bedrijvigheid en weinig grote steden langs de Elbe. Daarentegen ontzettend veel ruimte voor de natuur. Hier vind je de grootste natuurgebieden (Biosphärenreservaten) van Duitsland.

Het enige wat druk is langs de Elbe is de Elberadweg: de drukste internationale fietsroute van Europa. Maar op ruim 1100 kilometer lengte wordt die drukte behoorlijk verdund.

Kortom: de rust en de ruimte, in combinatie met enorm veel natuur en cultuur, maken de Elbe tot een (voor ons) ideale vakantiebestemming. 

Děčín

Dit jaar was ik voor de vierde keer in Děčín. De stad ligt aan de Elbe tussen Praag en Dresden, aan de bovenloop van de Elberadweg (de Labe in het Tsjechisch).

De stad heeft een zeer heftige voorgeschiedenis. Gedurende de 30-jarige oorlog (in de 17e eeuw) brandde de plaats meerdere malen af. De streek kwam achtereenvolgens in handen van de Saksen, de Zweden, keizerlijke troepen en van het Habsburgse koninkrijk. De Habsburgse koning verbood het protestantse geloof, waarop een groot deel van de bevolking vluchtte.

Aan de gebouwen kun je zien dat dit een Duitse stad is geweest. De dubbelstad Teschen-Bodenbach behoorde tot 1918 tot het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk. En in 1938 was nog altijd 95% van de bevolking etnisch Duits.

Dat laatste was voor Hitler reden om het gebied weer in te lijven. Hij kreeg het zelfs voor elkaar om dat met instemming van de Volkenbond te doen. Immers: de bevolking mag toch zelf bepalen bij welk land men wil horen? En dat alles voor Hitler met als motto: Heim ins Reich. Hij beloofde om in ruil voor de annexatie van Sudetenland verder geen agressie meer te vertonen naar andere buurlanden. Een half jaar later viel hij Tsjechië binnen. Beloften van Hitler hadden geen enkele waarde.

De geschiedenis van het gebied intrigeerde mij ook vanwege de snelle verwikkelingen. Hoe kunnen etnische groepen die al decennia lang redelijk harmonieus samen leefden zó tegen elkaar handelen? Buren werden binnen enkele dagen vijanden.

In 1945 werden 3 miljoen etnische Duitsers uit Sudetenland verdreven. Er werden zóveel moorden begaan dat volgens de verhalen de Elbe rood kleurde. Van de etnische Duitsers is in dit gebied nauwelijks meer iets over gebleven. Ze werden allemaal verplicht de Tsjechië uitgezet, of ze nu pro-Hitler waren geweest of niet. Het spreken van de Duitse taal was voldoende om uitgezet te worden.

Hoog boven Děčín ligt het kasteel, dat oorspronkelijk dateert uit de 13e eeuw, maar later werd omgebouwd als een heus renaissance-kasteel met veel in die stijl passende versieringen.

De stad zelf bestaat uit een mengeling van oude gebouwen, huizen en bedrijven uit het begin van de 20e eeuw en oostblokbouw. Rond de stad liggen heuvels met uitgestrekte bossen. Ben je eenmaal uit het Elbedal geklommen, dan is het landschap vriendelijk glooiend met vrij veel akkerbouw.

Tegenwoordig telt Děčín ruim 50.000 inwoners. De ontwikkeling van de stad gaat trager dan de steden uit de voormalige DDR die profiteren van miljoenen euro's uit het westen. Maar ook Děčín wordt steeds verder opgeknapt. De stad heeft een mooie fietsomgeving (af en toe flink klimmen, dat wel) en met de trein kun je er alle kanten uit. 

Vakantiefoto

Het voorgaande was wel een erg kort verhaaltje. Dus nóg maar een vakantiefoto.
Löschnitztalbahn van Radebeul Ost naar Radeburg

Al om 05.25 vertrok elke dag de eerste stoomtrein vanuit onze vakantiebestemming via Moritzburg naar Radebeul.

En dat het hele jaar door. Geen stoomtram van Hoorn naar Medemblik die acht weken per jaar heen en terug rijdt, ook geen aan toeristen aangepaste tijden, maar gewoon: om werknemers en scholieren vanuit het platteland op te halen.

Dat is pas echt een mooie droom van stoom! Drie keer zijn we met deze stoomtrein meegelift de heuvels bij Radebeul in. 

Fietsen tussen het koren

Het noorden en oosten van Duitsland zijn de graanschuur van het land. Duitsland staat op de twaalfde plaats van de graanproductie van de wereld. De USA produceren overigens tien maal zoveel graan.
Golvend graan bij Radeburg

In Iowa fietste ik over de prairie. Dat hield maar niet op. Eindeloos, eindeloos, eindeloos. Maar het was vooral mais, bestemd voor de veeteelt. Allemaal koeien die voor galg en rad opgroeien om te eindigen in een McBurger.

De grootste graanproducent van de wereld is China. Maar daar verbouwt men voornamelijk rijst. In Europa staan Rusland, Oekraïne en Frankrijk boven aan wat betreft de graanproductie.

In Duitsland zie je veel meer tarwe, soms gerst, soms rogge en opvallend vaak spelt. Tussen die graanvelden zie je soms een Nederlandse vrouw fietsen. Ik zette haar vanaf grote afstand op de foto. Het is dus een zoekplaatje. 

Geheugen (m versus v)

Vergeten mannen meer dan vrouwen? Ik heb doorgaans bijna alleen vrouwelijke cursisten. Zij zijn het helemaal met die stelling eens. Mannen vergeten meer dan vrouwen. 

Ik heb een bijzondere echtgenote. Ze heeft – net als haar vader – een sterk geheugen. Ik ben maar een klein geheugenkaartje, zij heeft honderden gigabytes aan opslagruimte.

Haar vader kon in zijn laatste levensjaar nog allerlei technische gegevens, geschiedkundige gebeurtenissen en bijbelse feiten opnoemen. Hij was een soort van wandelende encyclopedie. Het wandelen ging steeds langzamer, de encyclopedie was nog volledig intact.

Tineke constateert daarentegen dat haar geheugen wel wat minder wordt. Dus sinds ze dat weet is ze van alles op gaan schrijven. Alleen als ze vergeet het op te schrijven vergeet ze ook wat ze had moeten onthouden. En haar leesbrillen is ze permament kwijt. Evenals de scheikundige formules die ze ooit heeft moeten leren op de opleiding. Maar daar oefent ze ook niet meer mee.

In het dal van de Kirnitzsch

Er is echter een aspect waarin ik haar de baas ben. Het is echt maar één aspect. Ik moet het dus niet gaan overdrijven. Ik weet beter de weg. Daardoor kan ik haar af en toe verrassen. Zo ook tijdens de vakantie.

We waren na lang zwoegen boven aan een heuvel aanbeland. Tineke vroeg zich af waar we zouden gaan eten. Ik sprak en zeide: “Ik weet onderweg wel een leuk restaurant.” Dat zou bijzonder moeten zijn, want hoe zou ik in onbekende omgeving een leuk restaurant weten? Maar Tineke geloofde mij op mijn woord en zoefde na mij met een gemiddelde snelheid van 25 kilometer per uur het dal van de Kirnitzsch in.

Kirnitzschtalbahn

Na tien kilometer remde ik af en sprak: ‘we zijn er!’ Opeens ging er een luikje van haar geheugen open. Een week eerder had ze gezegd: ‘hier wil ik nóg wel een keer eten’. Dat had ik in mijn oren geknoopt. Dus leidde ik haar naar dezelfde plek. We kwamen nu alleen vanaf de andere kant.

Geleidelijk gingen er meer luikjes van het vrouwelijk geheugen open. Het dal van de Kirnitzsch, daar kwamen we met de Kirnitzchtalbahn, oh ja, hier is een waterval en daar hebben we gezeten.

Alle tafeltjes bleken gereserveerd te zijn. Niet omdat er zoveel mensen kwamen, maar vanwege personeelstekort. Maar we mochten toch ergens plaatsnemen en lieten ons bedienen. Niet door meneer pastoor, maar door een mevrouw uit Tsjechië die hier dienstdoend oberes was. 

Ik kan er niet bij…

Lieve luisteraars: kent u dat gevoel? Ik bedoel: dat gevoel dat u er nét niet bij kunt?

Dat ‘er’ , dat kan van alles zijn. Het kan zijn dat het net uw verstand te boven gaat. Of een woord dat u is ontglipt en dat bij wijze van spreken op het puntje van uw tong ligt. Maar daar ligt het niet, want anders had u het kunnen pakken.

Het kan zijn: de jeuk op uw rug. Uitgerekend op een plek waar u er niet bij kunt. Bij vrouwen schijnt de favoriete plek ‘onder het BH-bandje’ te zijn. Daar hebben mannen dan weer geen last van.

Het kan ook zo zijn dat uw fietssleuteltje in een putje is gevallen. U komt er bij lange na niet bij. Dan pakt een stok om het sleuteltje in uw richting te schuiven, maar u kunt er nét niet bij. Het gevoel dat u vroeger misschien had als de bal in het water was gevallen. En met iedere poging om de bal terug te halen dreef diezelfde bal verder af.

Tantaluskwelling

Welnu: dat gevoel had ik vorige week ook. Ik deponeerde 70 cent in een automaat teneinde mijn laatste Duitse koekje te bemachtigen. Het koekje zette zich in beweging, maar de kanteling bleek onvoldoende. Het koekje kwam klem te zitten tussen de houder en het glas. Dat glas is in Nederland van plastic. Een fikse klap wil dan nog wel eens helpen. Maar de Duitsers zijn degelijker ingesteld: zij hebben automaten van gepantserd glas. Misschien hier vanwege de vele voetbalfans van Borussia Dortmund.

Ik heb nog overwogen om weer 70 cent in te werpen, maar de vraag was of de tweede koek dan de eerste mee zou duwen of dat beide koeken vast kwamen te zitten.

Op de bovenste etage bevonden zich kaaskoeken van 80 cent per stuk. Als ik er daar ééntje van zou scoren zou hij waarschijnlijk door zijn gewicht de andere koek meenemen. Maar als je Duitse kaaskoeken kent begrijp je ook waarom ik me daar niet aan waag. Van kaas hebben de Duitsers geen kaas gegeten. 

Vuurtoren

Al als kind was ik geïntrigeerd door eenzame vuurtorens en watertorens. De meesten heb ik (in Nederland) ook op de foto gezet. Maar ik ben er op tijd mee gestopt. Het moet geen obsessie worden...

Vorige week heb ik één eenzaam fietstochtje gemaakt toen Tineke de tassen aan het pakken was. Mijn hulp daarbij leidt slechts tot chaos. Dus ik werd heengezonden.

Na 20 kilometer belandde ik bij een vuurtoren. Even dacht ik dat ik bij de Oostzee aan was gekomen. Dat bleek niet het geval. Het water was zoet en er voer geen Russische onderzeeër. Het is de enige vuurtoren in de deelstaat Saksen.

Vuurtoren bij Schloss Moritzburg in Saksen

Toch heeft de vuurtoren wel iets met de Russische vloot te maken.Hij herinnert aan de slag tussen Tzarina Catharina de Grote en de Russiche vloot bij de Dardanellen in 1770. In heel Europa werd de overwinning op het Ottomaanse rijk gevierd, dat destijds de aartsvijand was van heel Europa. Immers: minder dat twee eeuwen eerder werd Boedapest onder de voet gelopen en een aantal jaren later stonden de Ottomanen voor Wenen.

Rond het enorme kasteel van Moritzburg werd als eerbetoon het gebied van de overwinning nagebouwd, inclusief een vuurtoren, werkende kanonnen en dardanellen, die hier stenen muren zijn, waarachter de kanonnen konden worden opgesteld.

Af en toe werd er in de tuinen en op het water een heuse veldslag opgevoerd, net zoals nu nog gebeurt bij Waterloo.

De Kirnitzschklamm

Vraag je aan Tineke wat ze de mooiste vakantie-ervaring vond, dan is dat de Obere Schleuse. Daar zijn er trouwens twee van. Ze bedoelt ze allebei. Welke je kiest maakt haar verder niet uit. 
Klimmen tussen de rotsen

Ik had nog nooit van de Obere Schleuse gehoord. ‘Toevallig’ kwam ik die sluizen tegen in een boekje over het natuurpark ‘Säcksische Schweiz’. Op de grens van Duitsland en Tsjechië zou een verstopt sluizencomplex liggen. Je moest er erg je best voor doen om er te komen. Vanaf de parkeerplaats zou het veertig minuten lopen zijn. We besloten een poging te wagen.

Echt werk voor een padvinder

Die poging viel nog niet mee. Met de trein was het goed te doen, maar wat er daarna volgde had ik niet goed ingeschat. Ik dacht: als er sluizen zijn ga je naar beneden. Riveren stromen namelijk niet over bergen, maar door dalen.

Soms een begaanbare stenen trap

Vanaf station Sebnitz bleken we echter permanent te moeten klimmen, terwijl het al best warm was, zo’n 28 graden. In plaats van één uur fietsen, hadden we 2,5 uur nodig om bij de parkeerplaats van het sluizencomplex te komen.

Wat er daarna volgde heb ik zelden meegemaakt. Er stond weliswaar dat je niet slecht ter been moest zijn, maar ik dacht dat ik nog redelijk op de been was. Maar we moesten een glibberig en met stenen bezaaid pad af dat twee Domtorens naar beneden ging. Dat was passen en meten. Je moet niet ter plekke naar beneden storten als 70 plusser. En hoe moet een ambulance je beneden dan weer opvissen.

Af en toe een natuurlijke blokkade

Het was dus (voor ons) meer dan veertig minuten. Maar wel erg mooie minuten. Zo’n spectaculair landschap heb ik eigenlijk nooit gezien, met enorme keien, veel mos en omgevallen bomen.

En toen waren we dan ook op een plekje ‘dat niemand wist’. Er was niemand, behalve een betaalmeneer en een koffiemeneer. En verder: absolute stilte en spiegelglad water. We waren er stil van.

De betaalmeneer verplaatste ons over het water naar de volgende sluis. Daar moesten we het zinkende schip verlaten en het verder maar zelf uitzoeken. Dat betekende een glibberig pad naar boven en je vasthouden aan stenen, soms een stukje hekwerk of een boomstronk. “Je voeten dwars zetten!” klonk het steeds achter me. Maar ik ben Charlie Chaplin niet!

Met enige pauzes beklommen we weer twee Domtorens naar boven. Spectaculaire uitzichten bleven uit. Maar verder was het adembenemend mooi. Het was enig zoeken in het bos waar de fietsen precies stonden. Maar na een uur waren we weer bij de Batavus. in dat uur zijn we verder niemand tegen gekomen.

De Kirnitzschklamm

Maar waarom die twee sluizen in een bijna onbereikbaar gebied? Kijk: dat zit zo. Dit gebied is van oudsher bekend vanwege de bosbouw. De beheerder van het bos moest de bomen het gebied uit zien te krijgen. Daarvoor bouwde hij sluizen in het beekje de Kirnitzsch. Daardoor werd de beek bevaarbaar gemaakt voor het vervoer van boomstammen en zelfs van kleine vlotten in de richting van de Elbe.

De Kirnitzschklamm vormt – volgens zeggen – de oudste ongewijzigde grens binnen Europa (behalve uiteraard de grenzen die door de zee worden gevormd). Al in de 15 eeuw vormde dit riviertje hier de grens tussen de Duitse vorstendommen en Tsjechië en ook tussen de beide taalgebieden.

De Obere Schleuse ligt in een kloof van zo'n honderd meter diep. Het water is in de bovenloop één meter diep en aan het eind tien meter diep. De temperatuur van het water is doorgaans beneden de tien graden. Het zonlicht kan deze diepe kloof nauwelijks bereiken. 

Vakantie 2022

In 2022 waren we opnieuw met vakantie in de buurt van de Elbe. Alleen konden we deze keer de rivier niet zien vanuit ons vakantiehuis. 
Panorama van Radebeul vanaf de wijnbergen

We waren met vakantie in Radebeul. Weinig lezers zullen die plaats kennen, behalve wijn-en stoomliefhebbers.

Wat de wijn betreft: Radebeul ligt op een zuidhelling langs de Elbe. Het wordt er sneller warm dan in de omgeving. Daar schijnen druiven het goed op te doen. Over de warmte hadden we inderdaad niet te klagen. Bijna elke dag werd het 30 graden, en op één dag wees de officiële thermometer van het Duitse weer maar liefst 38 graden (in de schaduw) aan.

Grote villa’s van wijnboeren op de hellingen van Radebeul

Wat de stoom betreft: Radebeul is de bakermat van de Lößnitzgrundbahn, een smalspoorstoomtrein die elke dag pendelt tussen Radebeul, Moritzburg en Radeburg. De eerste trein vertrekt al om 05.15 uur en dat gaat het hele jaar zo door. Dat is nog eens wat anders dan de museumspoorlijnen in Nederland.

De Lößnitzgrundbahn op station Radebeul Ost

Radebeul ligt in het dal van de Elbe, maar de rivier is een paar kilometer van het centrum verwijderd. Het centrum van de stad Dresden ligt op 10 kilometer afstand, maar de bebouwde kom van Dresden grenst al aan Radebeul. Aan de noordkant van Radebeul vind je de steile hellingen waar de druiven voor de wijnteelt op verbouwd worden.

Radebeul maakte een welvarende periode door in de eerste decennia van de 20e eeuw. De plaats bestaan voornamelijk uit vrijstaande huizen met een flinke lap grond. De plaats heeft weinig te lijden gehad van de oorlog. Wel raakte Radebeul (net als het hele oosten van Duitsland) sterk in verval in DDR-tijd. Er was geen geld en geen materiaal om de huizen op te knappen. Dat tekort aan materiaal kwam omdat de DDR inzette op uniformiteit: alle betonnen balken hadden een standaardlengte en dat werkt niet in een huis van rond 1900.

Straatbeeld in Radebeul

Voor liefhebbers van Indianenverhalen is de plaats bekend als de woonplaats van Karl May. Er is een heus Karl Maymuseum en tijdens ons verblijf werd er zelfs een trein overvallen door Indianen. Die hadden kennelijk een omgekeerde ontdekkingsreis gemaakt: vanuit Amerika naar Europa.

We hadden voor twee weken een benedenverdieping van een oud woonhuis in Radebeul gehuurd. Met de tram was je in 20 minuten in het centrum van Dresden. Als je daar een appartement huurt ben je drie keer zo duur uit.

Dankzij het 9-euro ticket van het Duitse OV (een maand lang reizen voor 9 euro) hebben we heel wat getreind door de omgeving. Daar staat tegenover dat we veel minder hebben gefietst. Dat had ook met het warme weer te maken: de middagen waren eigenlijk te warm om veel te fietsen.

Meer over onze vakantie volgt nog wel in volgende blogs. Er viel genoeg te zien en te beleven voor een hele maand....

Vakantie 2021

Vorig jaar zaten we ook weer op een woonboot op de IJssel. Deze keer niet bij Kampen, maar in De Steeg. 

De Steeg was de favoriete vakantiebestemming van Simon Carmiggelt. Op de plek waar hij graag met zijn vrouw naar de IJssel zat zit het echtpaar nu gebeeldhouwd naar de IJssel te kijken.

Uitzicht vanuit de woonboot bij avond

Voor de mensen die De Steeg niet kennen: het is een dorp aan de doorgaande weg van Arnhem via Dieren naar Zutphen. Rond De Steeg en Rheden heeft de IJssel een stuwwal gevormd. Vanuit de Steeg moet je dan al binnen een paar honderd meter gaan klimmen richting de Posbank (90 meter boven N.A.P.). Dat zijn onnederlandse toestanden die de argeloze fietser ballonkuiten bezorgen.

Het zicht vanuit de woonboot naar de andere kant: wat minder rustiek…

We fietsten in twee weken zo’n 800 kilometer en bezochten Apeldoorn, Deventer, Nijmegen, Doetinchem en zelfs Elten (net over de grens in Duitsland). Het was een vakantie met veel museumbezoek. Dat kon nét weer. Vooral handig op hete dagen om midden overdag in een airco-museum te vertoeven.

We hadden vaak mooi weer. Soms was het aan de warme kant, maar dan zochten we vooral beboomde fietsroutes op. Eén keer werden we midden in het open veld getroffen door een plotselinge bui, waarbij we binnen een paar minuten doorweekt waren. Het water stond twee centimeter hoog in de schoenen. Het liep niet meer weg (dat is het nadeel van waterdichte schoenen).

Opnieuw een jaar waarin corona enig roet in het eten gooide. We konden niet naar het buitenland. Maar we hebben volop genoten van de afwisseling in Nederland.