Fietsdag langs de Elbe (slot)

Na een voedzame maaltijd stappen we weer op onze degelijke Nederlandse fietsen. Het is een uur of acht, de zon staat inmiddels vrij laag aan de hemel en ons silhouet trekt lange schaduwen over het land.

We volgen niet de Elberadweg, maar we nemen een binnenweg globaal in de richting Wittenberge. We fietsen voornamelijk door bossen en zien daarbij vele malen herten. Deze weg brengt ons o.a. in het dorp Lanz. Dat staat op de kaart aangegeven als een in historisch opzicht belangwekkende plaats met een monument. In de 19e eeuw was het een belangrijk dorp met zo’n 2000 inwoners, nu wonen er nog maar 750 mensen. Hoezo bevolkingsgroei en overbevolking?

Maar dan dat monument. Het blijkt niet groot te zijn en we moeten echt zoeken. Het blijkt te herinneren aan een gymleraar met de naam Jahn. Een monument voor een gymleraar. Hoe mooi wil je het hebben? Als fysiek onhandig persoon heb ik vooral slechte herinneringen aan blaffende gymleraren, maar het kan natuurlijk zijn dat er ook gunstige uitzonderingen waren.

Zigzaggend door het Elbeland komen we uiteindelijk weer op de dijk langs de Elbe uit en dus op de Elberadweg. De weg leidt naar het dorp Cumlosen, waar we een mooie zonsondergang en diverse joggers zien, benevens een plaatselijke poes.

Door de (rivier) bossen fietsen in het toenemend donker naar Wittenberge. Enkele planologische onverlaten hebben aan de rand van de plaats een winkelcentrum bedacht (voor een plaats met 17.000 inwoners en veel leegstand in het centrum). Daar hoort natuurlijk ook een McDonalds bij. We besluiten om onszelf op een ijsje te tracteren.

Als we verder fietsen is het al donker. Het winkelcentrum ligt 3 km. buiten het centrum van Wittenberge, waar we ons vakantiehuis hebben gehuurd. De fietsteller heeft er vandaag 96 kilometer bij opgeteld.

Advertenties

Fietsdag langs de Elbe (4)

Inmiddels zijn we weer op de kaart gezet.

Vanuit Dömitz is het even zoeken naar de goede weg richting Wittenberge. We willen niet de drukke weg nemen, maar ook niet de Elberadweg. Er is een weg die door een aantal dorpen leidt, maar het begin van die weg heeft zich een beetje verstopt.

Uiteindelijk vinden we via enkele omwegen die weg. Dorpen blijkt wat teveel gezegd: het zijn soms maar een paar huizen. Op die manier komen we door Gaarz en Baarz, door Besandten en Unbesandten, door Lenzerwische, Kietz, Rosendorf, Klein Wootz, Wootz en Mödlich.

Het is allemaal weer een vredig landschap met opvallend veel bomen, af en toe weilanden en vooral weer veel akkerbouw. In Wootz schuurt de weg langs de Elbedijk. Vanaf hier fietsen we over de dijk en dus ook over de Elberadweg. Deze overigens nog altijd zeer kleine dorpen lijken wat meer welvarend: de oude huizen zijn goed opgeknapt en worden waarschijnlijk vooral bewoond door mensen uit de steden die geld hadden om hier een bouwval op te knappen en er volgens de gaan wonen.

Onderweg komen we langs een monument dat Charon heet: de veerman met de zeis die de overledenen helpt om de doodsrivier over te steken.

Voor het dorp Lenzen vaart een veerpont naar de overzijde. Een bord vermeldt dat dit veer in 1991 weer in de vaart is gekomen, nadat 45 jaar lang de oversteek niet mogelijk was.

Aan die trieste tweedeling herinnert ook de wachttoren aan de dijk waar dag en nacht bewakers met verrekijkers met een schietbevel stonden. “Befehl ist Befehl” hadden de nazi’s gezegd en de communisten hielden er in dit verband vergelijkbare principes op na. De toren herinnerde ook aan een fietsbezoek aan de vroegere DDR-grens toen we vanuit het westen de verrekijkers van de Vopo’s op ons gericht zagen toen we de grens te dicht bleken te zijn genaderd.

Daarna fietsen we het stadje Lenzen binnen. Het is een prachtig stadje met oude huizen, waarvan slechts een deel gerestaureerd is, een oud stadhuis, een kerk een stuk stadsmuur, een stadspoort en een kasteel. We willen ergens wat gaan eten, maar op wonderbaarlijke wijze blijken alle plaatselijke gelegenheden op maandag de deuren gesloten te hebben. Kunnen ze dat niet een beetje afwisselen? Moeten vreemdelingen hier op maandag van honger en dorst omkomen? Uiteindelijk vinden we een eetgelegenheid op 2 km afstand aan de Rudower See, waar het vanavond prima toeven is. Tineke krijgt een halve liter bier voorgeschoteld. Dat wordt straks zwaar trappen… (of duwen).

Fietsdag langs de Elbe (3)

De Duitsers hebben iets met forten. Dat zie je al op het strand. Mogelijk is het genetisch bepaald. Duitse kinderen bouwen forten en Nederlandse kinderen graven kanalen.

De Mecklenburgse hertog Johann Albrecht de Eerste liet in de 16e eeuw bij Dömitz een grote vesting bouwen, om daarmee de handelsroute over de Elbe veilig te stellen. Het is een vijfhoekig fort met kazematten dat er nog altijd imposant uitziet. Om er te komen moeten we tussen een file aan toeristenbussen laveren en ons daarna een weg banen temidden van gerollatorde bezoekers. Er zijn nog twee fietsers: die komen uit Hardenberg. Wat mensen uit Hardenberg hier komen doen is mij verder niet geopenbaard.

Er is niet alleen de vesting, maar ook het historische stadje Dömitz. Vanwege de vele overstromingen van de Elbe zochten de mensen een veilige plek op iets hoger gelegen grond. De eerste gegevens van het stadje dateren uit het jaar 1235. In de eerste helft van de 20e eeuw was het een belangrijke plaats vanwege de industrie en een overslaghaven voor het scheepvaartverkeer over de Elbe. De gevolgen van de Tweede Wereldoorlog maakten dat alle ontwikkeling stil werd gelegd. En ook nu nog is Dömitz een dromerig, slaperig stadje.

De grootste rampen voor het stadje voltrokken zich in april en mei 1945. Het stadje was volgestouwd met vluchtelingen die uit handen van de Russen wilden blijven. Ze konden de Elbe niet over, want de brug was gebombardeerd. de Amerikanen bestookten de Duitse legers die zich in en rond het stadje ophielden.

Op 2 mei trokken Amerikaanse soldaten het stadje binnen, maar op 3 mei namen de Russen de leiding over. Dat leidde tot een schrikbewind waarbij o.a. een aantal jonge mensen werd afgevoerd naar Russische kampen. Over hen is later niets meer vernomen.

In de DDR was Dömitz min of meer verboden gebied. Er mocht geen industrie gevestigd worden omdat het tegenover West-Duits grondgebied lag. Bewoning werd getolereerd, maar niet gestimuleerd. Pas na 1991 kwam er ruimte voor groei. Maar die wordt weer belemmerd doordat Dömitz ligt in een belangrijk natuurgebied. Dus het blijft een dromerig stadje.

Wij drinken even een kop koffie (uiteraard met koek) bij de plaatselijke bakker. Het is een winkeltje waar de tijd stil heeft gestaan, al is de euro al wel ingevoerd. De antieke kassa klingelt nadrukkelijk. Aan de muur hangt een diploma van de bakker uit de DDR tijd.

Dan is het echt weer tijd om op de fiets te stappen. Volgens de borden is het nog ruim 50 km. naar Wittenberge en het is ondertussen al tegen vier uur.

Fietsdag langs de Elbe (2)

Tsja, dat is me wat: kaartloos fietsen. In Nederland doe ik niet anders. Maar in Duitsland heb ik minder een beeld van de afstanden en hoe de wegen lopen. We willen naar Dömitz, maar dat staat niet op de borden. Wel een paar mij onbekende plaatsen. Dan maar gewoon het richtinggevoel inzetten: Dömitz ligt ten westen van Grabow.

Maar we zitten op de fiets en fietsen door een ruim en afwisselend landschap. Stukjes bos, af en toe een weiland met koeien van divers pluimage en vooral veel graanvelden, omzoomd door korenbloemen en klaprozen.

In de velden zien we vogels van divers pluimage. Dit is een gebied met een zeer laag geboortecijfer en niettemin de hoogste ooievaarsdichtheid van Europa. Dat zet de veronderstelling dat de baby’s door de ooievaars worden gebracht wel wat op losse schroeven. Maar Tineke ziet vogels die net zo groot zijn als ooievaars en die het volgens haar toch wel zijn. Volgens haar zijn het kraanvogels (het verschil is maar één letter: een kraanvogel of een kraamvogel). Ik beweer met grote stelligheid dat het mannetjes-ooievaars zijn (…).

De Duitse overheid heeft de afgelopen jaren enorm geïnvesteerd in fietspaden en de weg waar wij langs fietsen heeft is smetteloos vlak geasfalteerd. De enige hobbels zijn de vele dennenappels die onder de banden wegspringen.

Na drie kwartier fietsen zijn we in Eldena, aan de rivier de Elde. Die stroomt ook door Grabow en zo lang we de stroomrichting maar volgen moeten we in de buurt van de Elbe uitkomen. We fietsen pal tegen de wind in, maar dankzij het vele geboomte hebben we daar niet zoveel last van.

Na Eldena wordt het land meer glooiend. In het dorp Malliß staan allerlei herinneringen aan de vroegere mijnbouw in dit gebied. Er was hier zowel een kalimijn als een bruinkoolmijn gevestigd.

In Neu Kaliß komen we in de buurt van de Elbe. Het land is weer helemaal vlak – het zou net zo goed een Nederlandse polder kunnen zijn – en er liggen beschaapte dijken.

Een rechte autoweg (met fietspad) leidt ons naar de nieuwe brug over de Elbe. Borden geven aan dat hier in 1991 Duitsland herenigd werd. Voor die tijd lag hier de zwaarbewaakte grens: wij fietsen nog steeds door de voormalige DDR, aan de overkant ligt de deelstaat Nedersaksen, dat bij West-Duitsland hoorde. Na 1991 werd de brug gebouwd ten behoeve van een snelle verbinding in dit gebied.

We gaan de brug niet over, maar nemen de onlangs sterk verhoogde dijk over de Elbe – een deel van de Elberadweg – naar de Festung Dömitz. 

De teller wijst 35 kilometer aan vanaf Grabow.

Zicht op Wittenberge (1)

Voor de vijfde keer waren we met vakantie aan de oevers van de Elbe. Deze bijna 1200 km lange regenrivier ontspringt in het Reuzengebergte (Tsjechië) en plonst een eindje voorbij Hamburg in de Noordzee.

Dit jaar hadden we als vakantieadres een zolder van een woning aan de dijk langs de Elbe in Wittenberge, 150 km stroomopwaarts van Hamburg (en ook 150 km. van Berlijn). De plaats prijkt nogal nadrukkelijk op veel landkaarten, maar telt slechts 17.000 inwoners.

Dit gedeelte van Duitsland is prima bereikbaar met de rechtstreekse trein naar Berlijn. Voor 50 euro per persoon kom je een heel eind en de fiets kan mee in deze trein.

Wittenberge is een knooppunt van spoorwegen. Het ligt min of meer in een drielandenpunt: nét in de deelstaat Brandenburg, maar aan de overkant van de Elbe ligt de deelstaat Sachsen-Anhalt en even naar het noorden is de grens met de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern. Ook de grens met Niedersachsen is maar 30 km. verderop. Daar liep tot 1991 het IJzeren Gordijn. Wittenberge lag nét in het DDR-gebied.

Wittenberge moet niet verward worden met (Lutherstadt) Wittenberg. Daar kwamen tijdens onze vakantie 120.000 mensen bij elkaar vanwege de herdenking van 500 jaar Reformatie. 

Wittenberge ligt aan de drukste fietsroute van Duitsland: de Elberadweg. Toch is het er nooit echt druk: op meer dan 1200 km. worden de fietsers aardig ‘verdund’.

Wij volgen nooit een fietsroute, maar nemen er uiteraard wel een paar stukjes van mee. Dit jaar hebben we het rustig aan gedaan (65 plus…) en fietsten slechts 850 km. (in veertien dagen).

Vanuit ons vakantieadres hadden we een schitterend zicht op de Elbe en de weidse uiterwaarden aan de overkant. Via de spoorbrug konden we de oversteek maken naar Sachsen Anhalt. Officieel moet je de 1250 meter van de spoorbrug lopen, maar wij zijn als fietsers niet altijd zo burgerlijk gehoorzaam.

De foto’s geven een impressie van ons uitzicht aan de voorzijde van het appartement (de Elbe) en aan de achterzijde (het oude deel van het vroeger agrarische dorp Wittenberge).

 

De D is van Děčín

De stad Děčín ligt aan de Elbe tussen Praag en Dresden, aan de bovenloop van de Elberadweg (de Labe in het Tsjechisch).

Ik ben meerdere malen in deze stad geweest, die me iedere keer weer intrigeerde. Bovendien heeft Děčín een schitterende omgeving.

De stad heeft een zeer heftige voorgeschiedenis. Gedurende de 30-jarige oorlog (in de 17e eeuw) brandde de stad meerdere malen af. De streek kwam achtereenvolgens in handen van de Saksen, de Zweden, keizerlijke troepen en van het Habsburgse koninkrijk. De Habsburgse koning verbood het protestantse geloof, waarop een groot deel van de bevolking vluchtte.

Aan de gebouwen kun je zien dat dit een Duitse stad is geweest. De dubbelstad Teschen-Bodenbach behoorde tot 1918 tot het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk. En in 1938 was nog altijd 95% van de bevolking etnisch Duits. Dat was voor Hitler reden om het gebied weer in te lijven. Hij kreeg het zelfs voor elkaar om dat met instemming van de Volkenbond te doen. Immers: de bevolking mag toch zelf bepalen bij welk land men wil horen? En dat alles voor Hitler met als motto: Heim ins Reich. Hij beloofde om in ruil voor de annexatie van Sudetenland verder geen agressie meer te vertonen naar andere buurlanden.

De geschiedenis van het gebied intrigeerde mij ook vanwege de snelle verwikkelingen. Hoe kunnen etnische groepen die al decennia lang redelijk harmonieus samen leefden zó tegen elkaar handelen? Buren werden binnen enkele dagen vijanden.

In 1945 werden 3 miljoen etnische Duitsers uit Sudetenland verdreven. Er werden zóveel moorden begaan dat volgens de verhalen de Elbe rood kleurde. Van de etnische Duitsers is in dit gebied nauwelijks meer iets over gebleven. Ze werden allemaal verplicht de Tsjechië uitgezet, of ze nu pro-Hitler waren geweest of niet.

Hoog boven Děčín ligt het kasteel, dat oorspronkelijk dateert uit de 13e eeuw, maar later werd omgebouwd als een heus renaissance-kasteel met veel in die stijl passende versieringen.

De stad zelf bestaat uit een mengeling van oude gebouwen, huizen en bedrijven uit het begin van de 20e eeuw en oostblokbouw.

Pensionado-hotel op stelten

Ja, dat zouden veel hotel-eigenaars aan de Elbe wel willen.

Twee keer in de afgelopen decennia kwam het water van de Elbe zó hoog dat zelfs complete binnensteden (zoals Dresden) onder water kwamen te staan. Zo stond het water in het station van Dresden vijf meter hoog!

ElbterrassenOok ‘ons’ hotel had twee maal te lijden gehad van het hoge water, terwijl het toch op een hoge oever van de Elbe ligt. Om die reden zijn er allerlei voorzieningen aangebracht. Bij hoog water kunnen bijvoorbeeld waterdichte ijzeren balken tussen de deuren geplaatst worden.

Pensionado’s

Ons hotel was een eind pensionado-hotel. De verschijnselen konden we met enige verbazing observeren. Maar dan zouden we vergeten dat we zelf ook 65-plussers zijn.

Elbterrassen bij avondIntrigerend was tijdens het dagelijkse ontbijt de taakverdeling tussen man en vrouw. Sommige vrouwen (met de broek aan) hadden duidelijk alle regie in handen.

Zo was er een vrouw die haar man voortdurend aanwijzingen gaf. Zelfs waar hij zijn bord neerzette was van haar toestemming afhankelijk. Het was een vrouw die haar man de dansvloer opsleept zodra de muziek begint te spelen, maar die niet door heeft dat zijn gulp wijd open staat. 

En ziedaar: de volgende dag verscheen het echtpaar weer aan het ontbijt en de man had inderdaad zijn kleding niet op orde. De vrouw ging zitten en gaf haar man de opdracht een kussentje te halen. De man haalde het kussentje en de vrouw wipte op om het kussentje de ruimte te geven.

Ik zou in zo’n geval net doen of ik het kussentje op de stoel schoof en het ondertussen weer weghalen, maar deze man was goed gedresseerd. Alleen lag het kussentje toch niet goed. Dus werd de procedure herhaald.

Elbebocht PanoramaDaarna moest hij de bestellingen van mevrouw in ontvangst nemen. Zo pendelde hij een paar keer op en neer en nog een paar keer omdat mevrouw iets anders op haar bord wilde. De kleding werd ondertussen over het hoofd gezien en dus niet op orde gebracht.

Verklede kerstboom

Interessant waren ook de 60-plus fietsers die als verklede kerstboom aan het ontbijt verschenen: klaar voor de dagetappe op de fiets. Al die echtparen waren met de auto gekomen en hadden besloten in de omgeving een eindje te gaan fietsen. Daar hoort natuurlijk passende kleding bij. De fietsschoenen klakten vrolijk op de stenen vloer. In Duitsland zijn elektrische fietsen nog niet zo gebruikelijk, dus moest er stevig gebunkerd worden om voldoende energie op te doen.

Daarna werden de fietsen klaargemaakt. De man verzorgde de fietsen en de vrouw richtte de picknick-mand in. Een eventueel hondje werd in het mandje gehesen. Daarna werd door de vrouw het bij deze dag passende fietshoedje uitgezocht.

Deze echtparen zagen we doorgaans op 10 kilometer afstand van het hotel op een terrasje zitten. Daar waren ze gestrand. Waarschijnlijk kwamen ze die dag ook niet meer verder.

(G) een elektrische fiets

Elektrische fietsen zie je -zoals ik al schreef – niet veel in Duitsland, hoewel het landschap er in veel regio’s meer aanleiding voor geeft dan het vlakke Nederland. De Duitsers gaan er echter vanuit dat alle Nederlanders inmiddels op de elektrische fiets rijden. Groot was de verbazing als ze Onderwegontdekten dat wij op onze beenkracht vertrouwden. We zijn namelijk niet van de sjoemelfietsen. Het commentaar op onze ballonkuiten: “Ah, das sind  wirklich Holländische Beine!”

Maar nogmaals: ook wij zijn inmiddels 65 plus pensionado’s, al werken we nog wel gewoon door. En hoe zouden de anderen naar onze relatie kijken?