Elbe(radweg)

Veel jaren hebben we onze vakantie doorgebracht aan de oevers van de Elbe. Gaat dat niet vervelen?

Nee, de Elbe verveelt niet. In vergelijking met de Rijn is de Elbe een weinig imposante rivier. Er is bijvoorbeeld bijna geen scheepvaart (meer). Toen de Elbe deels de grens vormde tussen de DDR en West-Duitsland legde ook het laatste beetje beroepsvaart het loodje.

De middenloop van de Elbe in Wittenberge

De Elbe is vooral mooi vanwege de natuur. In tegenstelling tot de Rijn werden er geen spoorlijnen en autowegen langs de rivier aangelegd. Alleen stroomopwaarts van Dresden volgt de spoorlijn het (hier) smalle deel van het dal, dat wordt ingeklemd door massieve rotsen. Maar ook hier bevindt zich geen autoweg en aan één zijde is het dal zelfs bijna helemaal autovrij.

De Elbe bij Dresden

De Elbe verbindt ook geen belangrijke industriegebieden met elkaar. De grote steden in Duitsland zijn Dresden en Hamburg. Dresden is nooit een grote industriestad geweest en geworden. Hamburg is weliswaar de grootste havenstad van Duitsland, maar de handelsroute naar het binnenland loopt niet langs de Elbe.

De Elbe bij Pirna

Wél was de Elbe in het verleden (in de 14e, 15e en 16e eeuw) van groot belang voor de handel. Er ontstonden tal van Hanzesteden. De stagnerende welvaart leidde ertoe dat het oude bleef staan omdat er geen geld was om iets nieuws op te bouwen. De kleinere steden langs de Elbe werden ook gebombardeerd in 1944/1945. Dit gebied werd door de Amerikanen veroverd op de Duitsers en anders dan de Russische legers richtten de landtroepen betrekkelijk weinig materiële schade aan. De deelstaat Sacksen-Anhalt (langs de Elbe) heeft de hoogste UNESCO-werelderfgoed-dichtheid van de wereld.

De Elbe bij Decin in Tsjechië

Naar verhouding weinig economische bedrijvigheid en weinig grote steden langs de Elbe. Daarentegen ontzettend veel ruimte voor de natuur. Hier vind je de grootste natuurgebieden (Biosphärenreservaten) van Duitsland.

Het enige wat druk is langs de Elbe is de Elberadweg: de drukste internationale fietsroute van Europa. Maar op ruim 1100 kilometer lengte wordt die drukte behoorlijk verdund.

Kortom: de rust en de ruimte, in combinatie met enorm veel natuur en cultuur, maken de Elbe tot een (voor ons) ideale vakantiebestemming. 

Děčín

Dit jaar was ik voor de vierde keer in Děčín. De stad ligt aan de Elbe tussen Praag en Dresden, aan de bovenloop van de Elberadweg (de Labe in het Tsjechisch).

De stad heeft een zeer heftige voorgeschiedenis. Gedurende de 30-jarige oorlog (in de 17e eeuw) brandde de plaats meerdere malen af. De streek kwam achtereenvolgens in handen van de Saksen, de Zweden, keizerlijke troepen en van het Habsburgse koninkrijk. De Habsburgse koning verbood het protestantse geloof, waarop een groot deel van de bevolking vluchtte.

Aan de gebouwen kun je zien dat dit een Duitse stad is geweest. De dubbelstad Teschen-Bodenbach behoorde tot 1918 tot het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk. En in 1938 was nog altijd 95% van de bevolking etnisch Duits.

Dat laatste was voor Hitler reden om het gebied weer in te lijven. Hij kreeg het zelfs voor elkaar om dat met instemming van de Volkenbond te doen. Immers: de bevolking mag toch zelf bepalen bij welk land men wil horen? En dat alles voor Hitler met als motto: Heim ins Reich. Hij beloofde om in ruil voor de annexatie van Sudetenland verder geen agressie meer te vertonen naar andere buurlanden. Een half jaar later viel hij Tsjechië binnen. Beloften van Hitler hadden geen enkele waarde.

De geschiedenis van het gebied intrigeerde mij ook vanwege de snelle verwikkelingen. Hoe kunnen etnische groepen die al decennia lang redelijk harmonieus samen leefden zó tegen elkaar handelen? Buren werden binnen enkele dagen vijanden.

In 1945 werden 3 miljoen etnische Duitsers uit Sudetenland verdreven. Er werden zóveel moorden begaan dat volgens de verhalen de Elbe rood kleurde. Van de etnische Duitsers is in dit gebied nauwelijks meer iets over gebleven. Ze werden allemaal verplicht de Tsjechië uitgezet, of ze nu pro-Hitler waren geweest of niet. Het spreken van de Duitse taal was voldoende om uitgezet te worden.

Hoog boven Děčín ligt het kasteel, dat oorspronkelijk dateert uit de 13e eeuw, maar later werd omgebouwd als een heus renaissance-kasteel met veel in die stijl passende versieringen.

De stad zelf bestaat uit een mengeling van oude gebouwen, huizen en bedrijven uit het begin van de 20e eeuw en oostblokbouw. Rond de stad liggen heuvels met uitgestrekte bossen. Ben je eenmaal uit het Elbedal geklommen, dan is het landschap vriendelijk glooiend met vrij veel akkerbouw.

Tegenwoordig telt Děčín ruim 50.000 inwoners. De ontwikkeling van de stad gaat trager dan de steden uit de voormalige DDR die profiteren van miljoenen euro's uit het westen. Maar ook Děčín wordt steeds verder opgeknapt. De stad heeft een mooie fietsomgeving (af en toe flink klimmen, dat wel) en met de trein kun je er alle kanten uit. 

Vakantie 2022

We kunnen niet voorspellen hoe de toekomst er voor ons op aarde uitziet. Toch moet er wel gepland worden. Zo hebben we nu onze vakantie voor dit jaar vastgelegd.

Het was nog een heel gedoe. Blijven we – net als de voorgaande twee jaren – in Nederland? Of wagen we de reis naar het buitenland? Dus passen en meten in het Waar?

Het tweede gedoe was de agenda. Die van Tineke en van mij lopen niet synchroon. En vanwege de lock-down in de afgelopen twee maanden zijn er voor mij afspraken vooruit geschoven, naar mei en juni. Dus passen in meten in het Wanneer.

Over één ding waren we het eens. De fiets gaat mee. Voor de 53e keer. Alleen is Tineke wat minder in staat geraakt om op de fiets bergen te verzetten. Dus het moet allemaal niet te steil zijn.

Uiteindelijk vonden we een passende plek aan (voor de zesde keer!) de Elbe. Deze keer niet pal aan het water, maar gewoon op de begane grond van een duitse Bürgerwohnung. Met een stoomtrein in de buurt.

(Geplande) vakantie in 2022: Radebeul aan de Elbe (bij Dresden)

De D is van Děčín

Deze keer verplaatsen we de fiets naar het oosten, naar Tsjechië. De stad Děčín ligt aan de Elbe tussen Praag en Dresden, aan de bovenloop van de Elberadweg (de Labe in het Tsjechisch).

Ik ben meerdere malen in deze stad geweest, die me iedere keer weer intrigeerde. Bovendien heeft Děčín een schitterende omgeving.

De stad heeft een zeer heftige voorgeschiedenis. Gedurende de 30-jarige oorlog (in de 17e eeuw) brandde de plaats meerdere malen af. De streek kwam achtereenvolgens in handen van de Saksen, de Zweden, keizerlijke troepen en van het Habsburgse koninkrijk. De Habsburgse koning verbood het protestantse geloof, waarop een groot deel van de bevolking vluchtte.

Aan de gebouwen kun je zien dat dit een Duitse stad is geweest. De dubbelstad Teschen-Bodenbach behoorde tot 1918 tot het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk. En in 1938 was nog altijd 95% van de bevolking etnisch Duits. Dat was voor Hitler reden om het gebied weer in te lijven. Hij kreeg het zelfs voor elkaar om dat met instemming van de Volkenbond te doen. Immers: de bevolking mag toch zelf bepalen bij welk land men wil horen? En dat alles voor Hitler met als motto: Heim ins Reich. Hij beloofde om in ruil voor de annexatie van Sudetenland verder geen agressie meer te vertonen naar andere buurlanden.

De geschiedenis van het gebied intrigeerde mij ook vanwege de snelle verwikkelingen. Hoe kunnen etnische groepen die al decennia lang redelijk harmonieus samen leefden zó tegen elkaar handelen? Buren werden binnen enkele dagen vijanden.

In 1945 werden 3 miljoen etnische Duitsers uit Sudetenland verdreven. Er werden zóveel moorden begaan dat volgens de verhalen de Elbe rood kleurde. Van de etnische Duitsers is in dit gebied nauwelijks meer iets over gebleven. Ze werden allemaal verplicht de Tsjechië uitgezet, of ze nu pro-Hitler waren geweest of niet.

Hoog boven Děčín ligt het kasteel, dat oorspronkelijk dateert uit de 13e eeuw, maar later werd omgebouwd als een heus renaissance-kasteel met veel in die stijl passende versieringen.

De stad zelf bestaat uit een mengeling van oude gebouwen, huizen en bedrijven uit het begin van de 20e eeuw en oostblokbouw. Rond de stad liggen heuvels met uitgestrekte bossen. Ben je eenmaal uit het Elbedal geklommen, dan is het landschap vriendelijk glooiend met vrij veel akkerbouw.

Tegenwoordig telt Děčín ruim 50.000 inwoners. De stad heeft een mooie fietsomgeving en met de trein kun je er alle kanten uit. Misschien nog een fietstip voor na corona-tijd. 

Elberadweg 3 (Boizenburg)

En toen waren we in Boizenburg. Daar was ik in 1990 ook al geweest. De stad verkeerde toen in een toestand van verval. Nu ziet vooral het centrum er 'als nieuw' uit. De oude gebouwen zijn bijna allemaal gerestaureerd. De stad telt 10.000 inwoners.

Dit schreef ik destijds over Boizenburg: “De plaats oogt grauw, ondanks het zonnige weer. De stad kan het drukke verkeer eigenlijk niet aan. Stinkende en pruttelende Trabants en Wartburgs, af en toe een Lada, maar ook glimmende Mercedessen. De weg is geplaveid met kinderhoofdjes of met stukgereden asfalt. Voor een stinkende fabriek staan tientallen brommers van Oostduitse of Chinese makelij. De arbeiders staan bijna allemaal te roken; het is lunchpauze. Er zijn opvallend veel sigarettenautomaten. En videotheken. De Oostduitsers hebben geen geld voor de aanschaf van een videorecorder. Maar daar hebben de uitbaters wat op gevonden: het huren van een videorecorder kost DM 1, het huren van een video DM5.” Het valt me ook op hoe slecht de gebitten zijn van de oostduitsers. Ze hebben bijna allemaal metalen voortanden.

Voormalige grenspost tussen DDR en BDR bij Boizenburg

Even eerder was ik de voormalige grenspost gepasseerd. “Een wonderlijk surrealistisch schouwspel: schijnwerpers, hekken, metalen buizen als overkapping, wachttorens, lege huizen en kantoorruimtes met ingeslagen ruiten en daarom heen omgeploegd land waarop niets groeit. De mijnen die hier lagen zijn waarschijnlijk net geruimd. Na de grensovergang volgt zes kilometer niemandsland tot aan de stad Boizenburg.”

Inmiddels is de stad met geld uit het westen grondig gerenoveerd. De vervuilende fabrieken zijn verdwenen. De werf, waar o.a. schepen voor de USSR werden gebouwd, biedt nu plek aan kleine bedrijven. De tegelfabriek Boizenburg, in 1903 opgericht, stopte na die Wende maar is inmiddels nieuw leven ingeblazen. Het is nu de belangrijkste werkgever in de stad.

De Schellimbiss waar je voor DM 1 (50 eurocent) een grote Bratwurst kon kopen is vervangen door een Mc Donalds. De Mittagstisch kostte DM 2,50, voor ruim 1 euro had je een warme maaltijd inclusief voorgerecht. De kleine buurtwinkels zijn vervangen door de Westduitse supermarktketens. De haven wordt nu vooral gevuld door plezierjachten.

Tijdens het communistische Oost-Duitse tijdperk werden inwoners van Boizenburg door de Stasi nauwlettend in de gaten gehouden. Veel eigendommen werden geconfisqueerd en mensen werden gedwongen te verhuizen naar elders in de DDR.

Inmiddels heeft de jongere generatie dat allemaal niet meer meegemaakt. Ze groeiden op in de westerse comsumptiemaatschappij en zijn gewend aan cola, chips, hamburgers en het iedere minuut bereikbaar zijn via sociale media. Veel ouderen hebben heimwee naar 'vroeger', naar de vleespotten van de DDR.

Elberadweg (2)

De veerpont van Neu Darchau brengt ons op de rechteroever van de Elbe. Dit was dertig jaar geleden nog de DDR.

Veerpont bij Neu Darchau

Het was destijds Sperrgebiet. Er mocht niets gebouwd worden. Behalve dan wachttorens en prikkeldraad om de grens te ‘beschermen’. De mensen die hier woonden hadden talloze ingewikkelde regels aan hun broek of rok

Wachttoren langs de Elbe

hangen. Naar het westen toe was de grens gesloten, naar het oosten toe moesten ze iedere keer weer wachtposten passeren. De Oostduitse overheid wilde het wonen in dit gebied ontmoedigen, het zou eigenlijk onbewoond gebied moeten zijn. De inwoners werden slechts gedoogd.

Popelau

Toch ligt hier twee prachtige dijkdorpen: Popelau en Konau. De boerderijen liggen in een wat schuine ligging (dus niet in een hoek van 90 graden) tegen de dijk aan (net zoals in Staphorst overigens).

We fietsen verder over de slingerende dijk langs de

Elberadweg

Elbe. Het fietspad bestaat nog maar een paar jaar. Af en toe is het afgesloten, dan hebben schapen voorrang. Rechts de weidse weilanden van het stroomgebied van de Elbe, links de uiterwaarden langs de Elbe. Af en toe komen we dicht bij de rivier, dan weer zit er tot twee kilometer afstand tussen de dijk en de rivier. Aan de overkant de rivierduinen van Bleckede.

Zicht op de Elbe bij Bleckede

De enige mensen die we tegen komen zijn (ook) fietsers. Autoverkeer is er niet. De lucht is blauw met mooie wolkenpartijen, het gras is groen, er bloeien honderden veldbloemen, we zien veel vogels, langs de dijk zijn schapen, verderop zwartbonte koeien en af en toe een perceel met haver of rogge. Een plaatje met zoveel ruimte als je in Nederland zelden ziet.

Op een gegeven ogenblik raken we de weg kwijt. Niet in de zin dat we niet weten welke kant we uit moeten, maar de weg loopt vast in een onbewoond vermoedelijk nogal drassig gebied: de loop van het beekje de Sude. Dat hoort ook bij het Elbestroomgebied. Onverwachtse omwegen vanwege onoverbrugbare beekjes die de ruimte hebben gekregen.

Met een forse omweg komen we weer in de buurt van de Elbe uit. Van daaruit loopt een vrij rechtstreeks nieuw fietspad naar de voormalige grensplaats Boizenburg, waar ik in 1990 voor het eerst doorheen fietste (toen was net het IJzeren Gordijn open geschoven).

Elberadweg

Een fietser vertelde dat hij in de bovenloop en middenloop van de Elbe nergens had moeten lopen. Maar wel in de bovenloop.

Dat verwacht je niet. Bij de bovenloop van de Elbe is de hoogtekaart geel en lichtbruin. Er zijn heuvels en zelfs heuse bergen zoals het Erzgebirge. In de benedenloop is de landkaart groen. Hollandse polders dus…

Maar juist direct langs de Elbe hebben zich hier zandduinen opgehoopt. Vanuit Hitzacker moeten we dan ook stevig klimmen. En dat terwijl de temeperatuur tegen de 30 graden is. Zo krijg je nog meer bewondering voor de kamelen in de woestijn.

Het fietspad bestaat uit grinderig zand. Als je naar boven gaat is het te rul, ga je naar beneden, dan loop je grote kans om onderuit te gaan. En kleine kiezeltjes uit je knie vissen is ook geen leuke hobby. We zetten het dus op een lopen. Boven hebben we wel een erg mooi uitzicht over de Elbe. De hoogste heuvel is de 86 meter hoge Kniepenberg. 

Als we eenmaal boven zijn golft het land voortdurend, maar nu zitten we op de grote (asfalt-) weg. Af en toe fietsen we met een snelheid van zo’n 50 kilometer naar beneden om daarna halverwege de volgende helling weer bijna tot stilstand te komen. Het land is zeer dunbevolkt. Er zijn veel bossen (vooral dennen) en af en toe is er een perceel met graan. Veeteelt zien we in deze ‘duinen’ niet.

Dan volgt er een lange afdaling. We komen in wat meer bewoond gebied. Het zijn echter geen echte dorpen, maar meer buurtschappen aan de oude weg die langs de Elbe loopt. Het eerste dorp (Neu Darchau) is meteen ook een toeristendorp. Maar stel je daar niet teveel van voor. Er zijn enkele eetgelegenheden en overnachtingsmogelijkheden, de lokale boer verkoopt boerenijs (een ijsboer dus) er is een camping met een winkeltje.

We kunnen hier met de veerpont over de Elbe naar de overkant. Dat veer bestaat pas sinds 1990. Daarvóór lag aan de overkant de DDR en was er geen verkeer over het water mogelijk.

Er zijn plannen om hier een grote verkeersbrug te bouwen, maar dat kan ik me nauwelijks voorstellen gezien het weinige verkeer dat we in deze omgeving tegen komen. Of willen de overheid daarmee de streek een economische boost geven?

Hitzacker

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, kom jij wel eens in Hitzacker?" Dat zal ik jullie zeggen. In Hitzacker was ik nog nooit geweest. Pas afgelopen maand juni was ik voor het eerst in Hitzacker.

Bahnhof Hitzacker. Het station ligt 2 km. buiten het oude centrum van het stadje.

Je kunt naar Hitzaker fietsen via de Elberadweg. Je kunt er ook met de trein komen vanuit Lüneburg. Vijf keer per dag rijdt er een trein van Lüneburg via Hitzacker naar Dannenberg Ost. Dat zijn Franse toestanden. In Frankrijk is dit een gebruikelijke frequentie van treinverbindingen op het platteland.

Je zou denken: met zó’n lage frequentie jaag je de mensen vanzelf weg. Maar dat valt deze keer mee. De trein zit goed vol, o.a. het fietsers die vanuit Hitzacker willen gaan fietsen. Zoals wij.

Straatbeeld in Hitzacker

Hitzacker is een klein en parmantig historisch stadje aan de Fleetzel, die hier uitmondt in de Elbe. Je kunt het centrum qua grootte vergelijken met de Friese stadjes IJlst en Sloten, al drinken ze hier geen Beerenburg en al spreken ze hier geen Fries. De gemeente telt in zijn geheel (een 20-tal dorpen en buurtschappen) nog geen vijfduizend inwoners.

Er komen in Hitzacker nogal eens bewonderaars van het (Nederlandse) koninklijk huis, want in Hitzacker werd Prins Claus geboren.

Stadsplein in Hitzacker

Hitzacker was al in de 8e eeuw een handelscentrum. De Slavische bevolking bouwde hier een verdedigingswal. Opmerkelijk was destijds de wijnbouw in dit gebied. Ook nu nog bevinden zich de meest noordelijke wijngaarden van Duitsland rond Hitzacker. In 1258 kreeg de plaats stadsrechten. De stad en zijn omgeving kende een eigen taal: de Polabische taal. De plaats heette toen: Ljauci. 

Bij de stadskerk van Hitzacker

Zoals veel steden in Noord-Duitsland heeft de plaats veel te maken gehad met oorlogen en met branden. De stad brandde bijna helemaal af in 1548, in 1642 verwoestten de Zweden de plaats en in 1668 brak opnieuw een grote stadsbrand uit. In de Tweede Wereldoorlog werd een deel van de plaats gebombardeerd, omdat zich hier een geheime opslagplaats van grondstoffen bevond. Niet helemaal geheim, overigens, want dan was deze opslagplaats niet gebombardeerd.

Interieur van de stadskerk

Als we met de trein in Hitzacker aan komen is het al half twaalf. Tijd om meteen maar op de fiets te stappen, zou je denken. Maar het plaatsje is teveel de moeite waard om niet toch even een stadswandeling te maken.

Hoofdstraat in Hitzacker

De plaats leeft voor een deel van het toerisme, maar dat is niet overdadig aanwezig. De meeste toeristen zijn fietsers die de Elberadweg fietsen. Die behoren tot een wat rustiger type, het zijn geen hooligans.

Tineke verzamelt op fietstochten vaak bloemen. In Hitzacker vinden we een pottenbakker die bloemenvaasjes voor aan het fietsstuur bakt. Tineke is nog niet jarig, maar dit is toch écht een cadeau dat we niet kunnen laten staan.

Verder lopen er her en der kabouters door de plaats. We hebben er eentje op de foto gezet.

Toeristen in Lauenburg

In Lauenburg zijn twee jeugdherbergen. Toch is het geen favoriete bestemming voor jongeren.

Op de foto’s kun je zien wie er wél komen. De plaats heeft een hoog pensionado-gehalte. Een deel van die toeristen komt met één van de rondvaartboten aan. Ze kunnen de hoofdstraat (de Elbstrasse) door lopen en alle gevels en bordjes met toelichting bekijken. Je loopt eerst heen en dan weer weer. En onderweg kun je dan ook nog ergens koffie gaan drinken met zicht op de Elbe. Of in één van de antiek-winkels iets kopen voor het thuisfront.

Een ander deel van de toeristen wordt gevormd door mensen die de Elberadweg fietsen. Een deel van die fietsers zijn diehards. De meesten zijn al vijftig plus. Ze fietsen met volle bepakking (inclusief tent en potten en pannen) en rijden zonder trapondersteuning de hele route (1300 km.). Zo troffen wij een gepensioneerd echtpaar uit Veendam aan dat er inmiddels 1100 van de 1300 km. op had zitten.

Het afgelopen jaar viel ons op dat de E-bike ook op de Elberadweg in opmars is. Ja, dan maak je het jezelf wel behoorlijk gemakkelijk. Het is eigenlijk een vorm van sjoemelfietsen. Een beetje meer weerstand is goed voor de botten, de spieren en de psyche.

Vakantie aan de Elbe (5)

Voor de vijfde keer met vakantie aan de Elbe. Helaas verkeerde ik dat jaar in een schemertoestand als aanloop op een depressie, waardoor het allemaal wat moeizamer verliep. Maar ik kon nog steeds fietsen en fotograferen. De zon maakte ook veel goed. En dan blijkt dat we toch erg veel mooie dingen hebben kunnen zien.

We waren in Wittenberge. Dat moet je niet verwarren met Lutherstadt Wittenberg. Dat ligt ook aan de Elbe, maar 150 km. stroomopwaarts. In Wittenberge kwamen we met één overstap met de trein vanuit Amsterdam en dan nog een eindje fietsen. De stad ligt in de deelstaat Brandenburg.

We huurden weer een appartement direct aan de Elbe. Met net als in voorgaande jaren uitzicht op de weilanden aan de overkant. Alleen was er dit jaar geen veerpont, maar een spoorbrug met een klapperend houten fietspad (vanwege losliggende planken).

Wittenberge telt niet zoveel historische gebouwen: in de DDR-tijd raakte het oude deel van de stad in verval. Alle aandacht ging naar de nieuwe ‘Plattenbau’. De laatste jaren wordt een aantal huizen in het oude deel van de stad niettemin alsnog weer gerestaureerd.

We werden geïntrigeerd door de geschiedenis van de stad Wittenberge. Ooit een geliefd uitgaansoord voor de inwoners van Berlijn die hier vanaf 1850 met de trein naar toe kwamen. In de DDR tijd was de stad tevens bekend vanwege zijn grote naaimachinefabriek (Veritas/Singer) waar 1300 mensen werkten.

Na de val van de Muur was de fabriek binnen twee jaar failliet. Veertig procent van de beroepsbevolking was toen werkloos. Het aantal inwoners van Wittenberge daalde dramatisch: van 33.000 naar 20.000.

Ook dit jaar fietsten we weer door het Biosphärenreservat langs de Elbe en door de Prignitz, het dunst bevolkte deel van Duitsland met een aantal prachtige oude steden. Daarnaast namen we twee keer de trein naar Berlijn (Berlijn is een prima fietsstad) en één maal naar de hoofdstad van de deelstaat Brandenburg. Die stad heet Brandenburg. Dat kan zelfs ik onthouden.

De Prignitz kan ik Nederlandse fietsers zeker aanraden. De afstanden zijn betrekkelijk groot, maar de ruimte geeft lucht aan een geprangd gemoed. En temidden van die ruimte vind je tal van mooie oude kleine steden (de grootste stad telt 13.000 inwoners...).