De D is van Děčín

Deze keer verplaatsen we de fiets naar het oosten, naar Tsjechië. De stad Děčín ligt aan de Elbe tussen Praag en Dresden, aan de bovenloop van de Elberadweg (de Labe in het Tsjechisch).

Ik ben meerdere malen in deze stad geweest, die me iedere keer weer intrigeerde. Bovendien heeft Děčín een schitterende omgeving.

De stad heeft een zeer heftige voorgeschiedenis. Gedurende de 30-jarige oorlog (in de 17e eeuw) brandde de plaats meerdere malen af. De streek kwam achtereenvolgens in handen van de Saksen, de Zweden, keizerlijke troepen en van het Habsburgse koninkrijk. De Habsburgse koning verbood het protestantse geloof, waarop een groot deel van de bevolking vluchtte.

Aan de gebouwen kun je zien dat dit een Duitse stad is geweest. De dubbelstad Teschen-Bodenbach behoorde tot 1918 tot het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk. En in 1938 was nog altijd 95% van de bevolking etnisch Duits. Dat was voor Hitler reden om het gebied weer in te lijven. Hij kreeg het zelfs voor elkaar om dat met instemming van de Volkenbond te doen. Immers: de bevolking mag toch zelf bepalen bij welk land men wil horen? En dat alles voor Hitler met als motto: Heim ins Reich. Hij beloofde om in ruil voor de annexatie van Sudetenland verder geen agressie meer te vertonen naar andere buurlanden.

De geschiedenis van het gebied intrigeerde mij ook vanwege de snelle verwikkelingen. Hoe kunnen etnische groepen die al decennia lang redelijk harmonieus samen leefden zó tegen elkaar handelen? Buren werden binnen enkele dagen vijanden.

In 1945 werden 3 miljoen etnische Duitsers uit Sudetenland verdreven. Er werden zóveel moorden begaan dat volgens de verhalen de Elbe rood kleurde. Van de etnische Duitsers is in dit gebied nauwelijks meer iets over gebleven. Ze werden allemaal verplicht de Tsjechië uitgezet, of ze nu pro-Hitler waren geweest of niet.

Hoog boven Děčín ligt het kasteel, dat oorspronkelijk dateert uit de 13e eeuw, maar later werd omgebouwd als een heus renaissance-kasteel met veel in die stijl passende versieringen.

De stad zelf bestaat uit een mengeling van oude gebouwen, huizen en bedrijven uit het begin van de 20e eeuw en oostblokbouw. Rond de stad liggen heuvels met uitgestrekte bossen. Ben je eenmaal uit het Elbedal geklommen, dan is het landschap vriendelijk glooiend met vrij veel akkerbouw.

Tegenwoordig telt Děčín ruim 50.000 inwoners. De stad heeft een mooie fietsomgeving en met de trein kun je er alle kanten uit. Misschien nog een fietstip voor na corona-tijd. 

Elberadweg 3 (Boizenburg)

En toen waren we in Boizenburg. Daar was ik in 1990 ook al geweest. De stad verkeerde toen in een toestand van verval. Nu ziet vooral het centrum er 'als nieuw' uit. De oude gebouwen zijn bijna allemaal gerestaureerd. De stad telt 10.000 inwoners.

Dit schreef ik destijds over Boizenburg: “De plaats oogt grauw, ondanks het zonnige weer. De stad kan het drukke verkeer eigenlijk niet aan. Stinkende en pruttelende Trabants en Wartburgs, af en toe een Lada, maar ook glimmende Mercedessen. De weg is geplaveid met kinderhoofdjes of met stukgereden asfalt. Voor een stinkende fabriek staan tientallen brommers van Oostduitse of Chinese makelij. De arbeiders staan bijna allemaal te roken; het is lunchpauze. Er zijn opvallend veel sigarettenautomaten. En videotheken. De Oostduitsers hebben geen geld voor de aanschaf van een videorecorder. Maar daar hebben de uitbaters wat op gevonden: het huren van een videorecorder kost DM 1, het huren van een video DM5.” Het valt me ook op hoe slecht de gebitten zijn van de oostduitsers. Ze hebben bijna allemaal metalen voortanden.

Voormalige grenspost tussen DDR en BDR bij Boizenburg

Even eerder was ik de voormalige grenspost gepasseerd. “Een wonderlijk surrealistisch schouwspel: schijnwerpers, hekken, metalen buizen als overkapping, wachttorens, lege huizen en kantoorruimtes met ingeslagen ruiten en daarom heen omgeploegd land waarop niets groeit. De mijnen die hier lagen zijn waarschijnlijk net geruimd. Na de grensovergang volgt zes kilometer niemandsland tot aan de stad Boizenburg.”

Inmiddels is de stad met geld uit het westen grondig gerenoveerd. De vervuilende fabrieken zijn verdwenen. De werf, waar o.a. schepen voor de USSR werden gebouwd, biedt nu plek aan kleine bedrijven. De tegelfabriek Boizenburg, in 1903 opgericht, stopte na die Wende maar is inmiddels nieuw leven ingeblazen. Het is nu de belangrijkste werkgever in de stad.

De Schellimbiss waar je voor DM 1 (50 eurocent) een grote Bratwurst kon kopen is vervangen door een Mc Donalds. De Mittagstisch kostte DM 2,50, voor ruim 1 euro had je een warme maaltijd inclusief voorgerecht. De kleine buurtwinkels zijn vervangen door de Westduitse supermarktketens. De haven wordt nu vooral gevuld door plezierjachten.

Tijdens het communistische Oost-Duitse tijdperk werden inwoners van Boizenburg door de Stasi nauwlettend in de gaten gehouden. Veel eigendommen werden geconfisqueerd en mensen werden gedwongen te verhuizen naar elders in de DDR.

Inmiddels heeft de jongere generatie dat allemaal niet meer meegemaakt. Ze groeiden op in de westerse comsumptiemaatschappij en zijn gewend aan cola, chips, hamburgers en het iedere minuut bereikbaar zijn via sociale media. Veel ouderen hebben heimwee naar 'vroeger', naar de vleespotten van de DDR.

Elberadweg (2)

De veerpont van Neu Darchau brengt ons op de rechteroever van de Elbe. Dit was dertig jaar geleden nog de DDR.

Veerpont bij Neu Darchau

Het was destijds Sperrgebiet. Er mocht niets gebouwd worden. Behalve dan wachttorens en prikkeldraad om de grens te ‘beschermen’. De mensen die hier woonden hadden talloze ingewikkelde regels aan hun broek of rok

Wachttoren langs de Elbe

hangen. Naar het westen toe was de grens gesloten, naar het oosten toe moesten ze iedere keer weer wachtposten passeren. De Oostduitse overheid wilde het wonen in dit gebied ontmoedigen, het zou eigenlijk onbewoond gebied moeten zijn. De inwoners werden slechts gedoogd.

Popelau

Toch ligt hier twee prachtige dijkdorpen: Popelau en Konau. De boerderijen liggen in een wat schuine ligging (dus niet in een hoek van 90 graden) tegen de dijk aan (net zoals in Staphorst overigens).

We fietsen verder over de slingerende dijk langs de

Elberadweg

Elbe. Het fietspad bestaat nog maar een paar jaar. Af en toe is het afgesloten, dan hebben schapen voorrang. Rechts de weidse weilanden van het stroomgebied van de Elbe, links de uiterwaarden langs de Elbe. Af en toe komen we dicht bij de rivier, dan weer zit er tot twee kilometer afstand tussen de dijk en de rivier. Aan de overkant de rivierduinen van Bleckede.

Zicht op de Elbe bij Bleckede

De enige mensen die we tegen komen zijn (ook) fietsers. Autoverkeer is er niet. De lucht is blauw met mooie wolkenpartijen, het gras is groen, er bloeien honderden veldbloemen, we zien veel vogels, langs de dijk zijn schapen, verderop zwartbonte koeien en af en toe een perceel met haver of rogge. Een plaatje met zoveel ruimte als je in Nederland zelden ziet.

Op een gegeven ogenblik raken we de weg kwijt. Niet in de zin dat we niet weten welke kant we uit moeten, maar de weg loopt vast in een onbewoond vermoedelijk nogal drassig gebied: de loop van het beekje de Sude. Dat hoort ook bij het Elbestroomgebied. Onverwachtse omwegen vanwege onoverbrugbare beekjes die de ruimte hebben gekregen.

Met een forse omweg komen we weer in de buurt van de Elbe uit. Van daaruit loopt een vrij rechtstreeks nieuw fietspad naar de voormalige grensplaats Boizenburg, waar ik in 1990 voor het eerst doorheen fietste (toen was net het IJzeren Gordijn open geschoven).

Elberadweg

Een fietser vertelde dat hij in de bovenloop en middenloop van de Elbe nergens had moeten lopen. Maar wel in de bovenloop.

Dat verwacht je niet. Bij de bovenloop van de Elbe is de hoogtekaart geel en lichtbruin. Er zijn heuvels en zelfs heuse bergen zoals het Erzgebirge. In de benedenloop is de landkaart groen. Hollandse polders dus…

Maar juist direct langs de Elbe hebben zich hier zandduinen opgehoopt. Vanuit Hitzacker moeten we dan ook stevig klimmen. En dat terwijl de temeperatuur tegen de 30 graden is. Zo krijg je nog meer bewondering voor de kamelen in de woestijn.

Het fietspad bestaat uit grinderig zand. Als je naar boven gaat is het te rul, ga je naar beneden, dan loop je grote kans om onderuit te gaan. En kleine kiezeltjes uit je knie vissen is ook geen leuke hobby. We zetten het dus op een lopen. Boven hebben we wel een erg mooi uitzicht over de Elbe. De hoogste heuvel is de 86 meter hoge Kniepenberg. 

Als we eenmaal boven zijn golft het land voortdurend, maar nu zitten we op de grote (asfalt-) weg. Af en toe fietsen we met een snelheid van zo’n 50 kilometer naar beneden om daarna halverwege de volgende helling weer bijna tot stilstand te komen. Het land is zeer dunbevolkt. Er zijn veel bossen (vooral dennen) en af en toe is er een perceel met graan. Veeteelt zien we in deze ‘duinen’ niet.

Dan volgt er een lange afdaling. We komen in wat meer bewoond gebied. Het zijn echter geen echte dorpen, maar meer buurtschappen aan de oude weg die langs de Elbe loopt. Het eerste dorp (Neu Darchau) is meteen ook een toeristendorp. Maar stel je daar niet teveel van voor. Er zijn enkele eetgelegenheden en overnachtingsmogelijkheden, de lokale boer verkoopt boerenijs (een ijsboer dus) er is een camping met een winkeltje.

We kunnen hier met de veerpont over de Elbe naar de overkant. Dat veer bestaat pas sinds 1990. Daarvóór lag aan de overkant de DDR en was er geen verkeer over het water mogelijk.

Er zijn plannen om hier een grote verkeersbrug te bouwen, maar dat kan ik me nauwelijks voorstellen gezien het weinige verkeer dat we in deze omgeving tegen komen. Of willen de overheid daarmee de streek een economische boost geven?

Hitzacker

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, kom jij wel eens in Hitzacker?" Dat zal ik jullie zeggen. In Hitzacker was ik nog nooit geweest. Pas afgelopen maand juni was ik voor het eerst in Hitzacker.

Bahnhof Hitzacker. Het station ligt 2 km. buiten het oude centrum van het stadje.

Je kunt naar Hitzaker fietsen via de Elberadweg. Je kunt er ook met de trein komen vanuit Lüneburg. Vijf keer per dag rijdt er een trein van Lüneburg via Hitzacker naar Dannenberg Ost. Dat zijn Franse toestanden. In Frankrijk is dit een gebruikelijke frequentie van treinverbindingen op het platteland.

Je zou denken: met zó’n lage frequentie jaag je de mensen vanzelf weg. Maar dat valt deze keer mee. De trein zit goed vol, o.a. het fietsers die vanuit Hitzacker willen gaan fietsen. Zoals wij.

Straatbeeld in Hitzacker

Hitzacker is een klein en parmantig historisch stadje aan de Fleetzel, die hier uitmondt in de Elbe. Je kunt het centrum qua grootte vergelijken met de Friese stadjes IJlst en Sloten, al drinken ze hier geen Beerenburg en al spreken ze hier geen Fries. De gemeente telt in zijn geheel (een 20-tal dorpen en buurtschappen) nog geen vijfduizend inwoners.

Er komen in Hitzacker nogal eens bewonderaars van het (Nederlandse) koninklijk huis, want in Hitzacker werd Prins Claus geboren.

Stadsplein in Hitzacker

Hitzacker was al in de 8e eeuw een handelscentrum. De Slavische bevolking bouwde hier een verdedigingswal. Opmerkelijk was destijds de wijnbouw in dit gebied. Ook nu nog bevinden zich de meest noordelijke wijngaarden van Duitsland rond Hitzacker. In 1258 kreeg de plaats stadsrechten. De stad en zijn omgeving kende een eigen taal: de Polabische taal. De plaats heette toen: Ljauci. 

Bij de stadskerk van Hitzacker

Zoals veel steden in Noord-Duitsland heeft de plaats veel te maken gehad met oorlogen en met branden. De stad brandde bijna helemaal af in 1548, in 1642 verwoestten de Zweden de plaats en in 1668 brak opnieuw een grote stadsbrand uit. In de Tweede Wereldoorlog werd een deel van de plaats gebombardeerd, omdat zich hier een geheime opslagplaats van grondstoffen bevond. Niet helemaal geheim, overigens, want dan was deze opslagplaats niet gebombardeerd.

Interieur van de stadskerk

Als we met de trein in Hitzacker aan komen is het al half twaalf. Tijd om meteen maar op de fiets te stappen, zou je denken. Maar het plaatsje is teveel de moeite waard om niet toch even een stadswandeling te maken.

Hoofdstraat in Hitzacker

De plaats leeft voor een deel van het toerisme, maar dat is niet overdadig aanwezig. De meeste toeristen zijn fietsers die de Elberadweg fietsen. Die behoren tot een wat rustiger type, het zijn geen hooligans.

Tineke verzamelt op fietstochten vaak bloemen. In Hitzacker vinden we een pottenbakker die bloemenvaasjes voor aan het fietsstuur bakt. Tineke is nog niet jarig, maar dit is toch écht een cadeau dat we niet kunnen laten staan.

Verder lopen er her en der kabouters door de plaats. We hebben er eentje op de foto gezet.

Toeristen in Lauenburg

In Lauenburg zijn twee jeugdherbergen. Toch is het geen favoriete bestemming voor jongeren.

Op de foto’s kun je zien wie er wél komen. De plaats heeft een hoog pensionado-gehalte. Een deel van die toeristen komt met één van de rondvaartboten aan. Ze kunnen de hoofdstraat (de Elbstrasse) door lopen en alle gevels en bordjes met toelichting bekijken. Je loopt eerst heen en dan weer weer. En onderweg kun je dan ook nog ergens koffie gaan drinken met zicht op de Elbe. Of in één van de antiek-winkels iets kopen voor het thuisfront.

Een ander deel van de toeristen wordt gevormd door mensen die de Elberadweg fietsen. Een deel van die fietsers zijn diehards. De meesten zijn al vijftig plus. Ze fietsen met volle bepakking (inclusief tent en potten en pannen) en rijden zonder trapondersteuning de hele route (1300 km.). Zo troffen wij een gepensioneerd echtpaar uit Veendam aan dat er inmiddels 1100 van de 1300 km. op had zitten.

Het afgelopen jaar viel ons op dat de E-bike ook op de Elberadweg in opmars is. Ja, dan maak je het jezelf wel behoorlijk gemakkelijk. Het is eigenlijk een vorm van sjoemelfietsen. Een beetje meer weerstand is goed voor de botten, de spieren en de psyche.

Vakantie aan de Elbe (5)

Voor de vijfde keer met vakantie aan de Elbe. Helaas verkeerde ik dat jaar in een schemertoestand als aanloop op een depressie, waardoor het allemaal wat moeizamer verliep. Maar ik kon nog steeds fietsen en fotograferen. De zon maakte ook veel goed. En dan blijkt dat we toch erg veel mooie dingen hebben kunnen zien.

We waren in Wittenberge. Dat moet je niet verwarren met Lutherstadt Wittenberg. Dat ligt ook aan de Elbe, maar 150 km. stroomopwaarts. In Wittenberge kwamen we met één overstap met de trein vanuit Amsterdam en dan nog een eindje fietsen. De stad ligt in de deelstaat Brandenburg.

We huurden weer een appartement direct aan de Elbe. Met net als in voorgaande jaren uitzicht op de weilanden aan de overkant. Alleen was er dit jaar geen veerpont, maar een spoorbrug met een klapperend houten fietspad (vanwege losliggende planken).

Wittenberge telt niet zoveel historische gebouwen: in de DDR-tijd raakte het oude deel van de stad in verval. Alle aandacht ging naar de nieuwe ‘Plattenbau’. De laatste jaren wordt een aantal huizen in het oude deel van de stad niettemin alsnog weer gerestaureerd.

We werden geïntrigeerd door de geschiedenis van de stad Wittenberge. Ooit een geliefd uitgaansoord voor de inwoners van Berlijn die hier vanaf 1850 met de trein naar toe kwamen. In de DDR tijd was de stad tevens bekend vanwege zijn grote naaimachinefabriek (Veritas/Singer) waar 1300 mensen werkten.

Na de val van de Muur was de fabriek binnen twee jaar failliet. Veertig procent van de beroepsbevolking was toen werkloos. Het aantal inwoners van Wittenberge daalde dramatisch: van 33.000 naar 20.000.

Ook dit jaar fietsten we weer door het Biosphärenreservat langs de Elbe en door de Prignitz, het dunst bevolkte deel van Duitsland met een aantal prachtige oude steden. Daarnaast namen we twee keer de trein naar Berlijn (Berlijn is een prima fietsstad) en één maal naar de hoofdstad van de deelstaat Brandenburg. Die stad heet Brandenburg. Dat kan zelfs ik onthouden.

De Prignitz kan ik Nederlandse fietsers zeker aanraden. De afstanden zijn betrekkelijk groot, maar de ruimte geeft lucht aan een geprangd gemoed. En temidden van die ruimte vind je tal van mooie oude kleine steden (de grootste stad telt 13.000 inwoners...).

Vakantie langs de Elbe (4)

In 2016 werd het opnieuw de Elbe. En opnieuw een huis bij een veerpont. Deze keer 120 kilometer stroomopwaarts van ons verblijf in 2015.

Ons appartement lag in een bijna onbewoond gebied in het Elbe Biosphärenreservat, een enorm natuurgebied dat zich tientallen kilometer langs de oevers van de Elbe uitstrekt. Aan deze kant van het water staat maar één gebouw, dat omringd wordt door uitgestrekte rivierbossen. Een weg met kinderhoofdjes leidt naar Wörlitz, met Unesco Werelderfgoedtuinen, maar dat is een heel eind fietsen.

Om boodschappen te doen moesten we de veerpont naar Coswig nemen. Dat is een oude plaats, met een groot  kasteel dat dringend onderhoud nodig heeft.

Ook dit jaar fietsten we weer veel temidden van eindeloze akkers. Soms leek het de prairie van Iowa wel, maar in dit gebied zijn toch meer bomen te vinden. Vanwege de grote afstanden namen we soms de trein. De Deutsche Bahn is goed ingesteld op fietsers die met de trein willen. De fiets mag in dit deel van Duitsland gratis mee en een dagkaart voor twee personen kostte maar 24 euro.

Op die manier konden we ook nog een aantal historische steden bezoeken, zoals Halle, Leipzig en Lutherstadt Wittenberg. Allemaal zijn ze bezig te herstellen van de schade die is ontstaan in de DDR-tijd (toen er geen geld was voor onderhoud van historische gebouwen).

De pont die we iedere keer namen was een gierpont. Zo’n pont wordt aangedreven door de kracht van het stromende water. Een kwestie van iedere dag opnieuw afstemmen op de waterstand. Eén ochtend ging het mis: toen was de pont niet goed afgesteld en miste de overkant. Uithuilen (terugvaren) en opnieuw beginnen.

Met de pontbaas bouwden we een bijzondere band op. Bij ons afscheid zei hij: "Die Elbe weint." We moesten maar gauw weer terugkomen.

Vakantie langs de Elbe (3)

In 2015 zochten we de Elbe weer op. We verbleven in een veerhuis bij de pont van Rogätz. Dat dorp met zo'n tweeduizend inwoners ligt halverwege Dresden en Hamburg in een onbekend en verstild gedeelte van Duitsland.

Facadebouw in Magdeburg. De stad werd zwaar gebombardeerd, alleen de gevels werden opnieuw opgetrokken.

Maar ook verder viel er genoeg te zien. Rogätz ligt in de deelstaat Sachsen-Anhalt. De dichtstbijzijnde grote stad is de hoofdstad van de deelstaat: Magdeburg.

Sachsen Anhalt heeft de hoogste dichtheid aan Unesco werelderfgoed van de hele wereld. Overal vind je vaak onverwachts stukken architectonische  geschiedenis terug.

We keken er werkelijk onze ogen uit vanwege de onverwachtse paleizen (vaak zwaar in verval). In dit gebied had de adel het vroeger vaak voor het zeggen: de streek vormde een lappendeken aan eigen ‘koninkrijkjes’. Maar ook tal van (kleine) historische steden die allemaal met geld vanuit het westen opgeknapt worden.

Op de foto het uitzicht vanuit ons vakantieadres. Om vier uur kwam de zon op en zag de wereld er zo uit…

Verwacht geen spectaculaire landschappen in deze streek. Het is een vriendelijk zachtglooiend gebied met veel akkerbouw en af en toe percelen bos.

Het is ook een dunbevolkt gebied. Sinds die Wende daalt het aantal inwoners nog verder. De meeste jongeren trekken weg naar het westen van Duitsland of naar Berlijn of Leipzig.

We fietsten zo'n 800 kilometer door de streek en namen toen weer de trein terug naar Nederland. Een kwestie van één keer overstappen en verder blijven zitten.

Vakantie aan de Elbe (1)

In 2008 fietste ik voor het eerst langs de Elbe. Ik wilde op bezoek in Pirna Sonnenstein, waar de nazi's hun programma voor de moord op mensen met een verstandelijke beperking en later op psychiatrische patiënten zijn begonnen.

De omgeving van Pirna vond ik zó mooi dat we besloten om in 2009 een huisje aan de Elbe te huren. Het had in de winter onder water gestaan, maar wij konden met droge voeten slapen.

Ons vakantiehuis lag ingeklemd tussen de spoorlijn en het water. ’s Nachts stopte er af en toe een zware goederentrein om daarna weer krakend en piepend op gang te komen. Overdag reden de reizigerstreinen af en aan.

De dichtstbijzijnde grote stad was Dresden. In de oorlog is deze stad totaal verwoest. Over deze zinloze verwoesting is een indrukwekkende film gemaakt en er is een heftig boek over geschreven voor Dirk Ayelt Kooiman (Montyn). Na de DDR tijd is het centrum van Dresden helemaal gerestaureerd. Maar de stad is eigenlijk 'te mooi' geworden. Pirna is als kleinere stad veel meer authentiek gebleven.

Vanuit Pirna fietsten we door de wijde omgeving.

Als we het gemakkelijk wilden houden fietsten we langs de Elbe, meestal over de Elberadweg. Dresden lag 30 km. noordelijker. Naar het zuiden toe was het 30 km. naar Tsjechië.

Het meest spectaculair langs het water waren de hoge rotsformaties (die Bastei) ten zuiden van Pirna.

Hadden we energie genoeg om te klimmen (als het niet te warm was), dan gingen we de heuvels in. En dan was het af en toe pittig klimmen.

Zoek je een afwisselende fietsomgeving met veel historie, een mooie omgeving en soms pittige uitdagingen, dan kan ik je dit deel van de Elberadweg zéker aanbevelen.