Afscheid van Frans

Gisteren namen we afscheid van Frans. We kenden hem al bijna een halve eeuw.

Frans was maar liefst 70 jaar kerkorganist. Dat was hij al toen we bijna een halve eeuw geleden in Den Helder kwamen wonen. En later, toen we naar Alkmaar verhuisden, was Frans ook weer organist. Hij stelde hoge eisen aan zijn muziek, maar ook aan andere musici.

Afscheid van Frans in de Kapelkerk van Alkmaar

Aan zijn wens om op latere leeftijd nog het conservatorium af te kunnen ronden kwam een einde toen hij plotseling aan één oor doof was geworden. Dat was een hele teleurstelling.

Op Oudejaarsavond zweeg het orgel in de Kapelkerk van Alkmaar. De organist kwam niet opdagen. Frans was – onderweg naar de kerk – op het zebrapad aangereden.

Frans mag nu altijd van hemelse muziek genieten. 

Nieuwerkerk

Vanwege het nieuwe jaar hebben we het vandaag over Nieuwerkerk. Er zijn twee Nieuwerkerken in Nederland. Dit Nieuwerkerk ligt op Schouwen-Duiveland. 

Ouwerkerk is het oudste dorp op Schouwen-Duiveland. Als er een Ouwerkerk is moet er ook een Nieuwerkerk zijn. En dat is er dus, zo’n tien kilometer naar het oosten.

In 1953 had Nieuwerkerk zwaar te lijden onder de Watersnood. Bijna 300 van de destijds 1800 inwoners kwamen om in de golven.

Dorpskerk van Nieuwerkerk met vrijstaande toren

Ooit had ik een artikel gelezen over de Katholiek Apostolische Kerk van Nieuwerkerk. Dat is een chiliastische beweging, dwz men verwacht de spoedige wederkomst van Jezus.

In dit kerkje werd één keer per jaar een dienst gehouden. Je vraagt je dan af: wie houdt de boel tussendoor schoon? Inmiddels is het laatste gemeentelid overleden en ik denk dat er dan ook geen kerkdienst meer wordt gehouden. Maar waar staat of stond dat kerkje? Het is mij niet geopenbaard. Ik vraag het aan twee autochtonen, maar zij weten van toeten noch blazen.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is nieuwerkerk-1.jpg
Dorpsbeeld in Nieuwerkerk

Er zijn overigens genoeg andere kerken in Nieuwerkerk. De (grote) dorpskerk heeft een losstaande toren. De Duitsers hebben de toren in 1945 volkomen zinloos opgeblazen, dus het exemplaar dat er nu staat is nagebouwd. In de dorpskerk kun je één keer per zondag naar de kerk. De andere kerken houden dubbele diensten: de Gereformeerde Gemeente, de Oud Gereformeerde Gemeente en de Hersteld Hervormde Kerk. In de Gereformeerde Gemeente worden vier collecten aangekondigd, dus als je twee keer naar de kerk gaat moet je aardig wat contant geld op zak hebben.

Het is wel opvallend: vier volle kerken op 2700 inwoners. Er zijn drie brievenbussen en twee supermarkten.

Dorpskerk met vrijstaande toren (2)

Nieuwerkerk ziet er ouder uit dan Ouwerkerk. Dat heb je ook wel eens met mensen. Je denkt dat de één ouder is dan de ander, maar het is precies omgekeerd. Zo is het hier ook. Het jongere zusje van Ouwerkerk ziet er ouder uit. Maar het is ook mooier. Zo zie maar weer: oud zijn hoeft niet lelijk te zijn.

Ik fiets een rondje door het dorp. De plaatselijke bevolking heeft zichzelf voornamelijk in huis geïsoleerd. Waarschijnlijk zitten veel mensen aan de warme prak. Weinig mensen en ook geen zuinige Zeeuwse meisjes begeven zich op straat. De romantiek van de reclame is vandaag zoek.

Sfeervol straatje

In de gymzaal van Nieuwerkerk kon in 2022 gestemd worden. Veruit de meeste stemmen trok de SGP (212), gevolgd door Leefbaar Schouwen (97) en het CDA (95 stemmen).

De bevolkingsopbouw van Nieuwerkerk is gezonder dan in veel andere plaatsen in Nederland. Er wonen meer jongeren dan ouderen. Ook ligt het opleidingsniveau hoger dan gemiddeld in Nederland. De jongeren moeten wel stevig trappen om een school voor voortgezet onderwijs te bezoeken: acht kilometer door de open vlakte. Dat kweekt kracht en doorzettingsvermogen.

Nog een paar wetenswaardigheden uit Nieuwerkerk: 84% van de bevolking geeft aan alcohol te nuttigen, 51% zegt overgewicht te hebben, 19% is roker. Van de bevolking heeft 92% een Nederlandse achtergrond ('autochtoon'). In 2021 werden er twee fietsen gestolen en negen winkeldiefstallen gepleegd. 

het Boek

Ons kerkgebouw heet 'het Boek'. De naam verwijst naar de bibliotheek die hier in gevestigd was en uiteraard ook naar de Bijbel. 
het Boek in de wijk Tanthof in Delft

Vroeger werden de zondagse kerkdiensten gehouden in een oud kerkgebouw in het centrum van de stad. Daar staan echter al tal van kerkgebouwen waar elke zondag kerkdiensten worden gehouden. Er was echter ook nog een wijk in Delft waar géén kerkgebouw stond. Daarom besloot de kerkelijke gemeente om het oude kerkgebouw te verkopen en een nieuwe start te maken in de wijk Tanthof. De bedoeling was dat het gebouw niet alleen voor de kerk zou zijn, maar ook voor de mensen uit de wijk.

Kerkdienst in het Boek

Die ontwikkeling hebben wij niet meegemaakt. We kwamen hier pas later wonen. Oudere mensen zijn heel enthousiast over deze verandering. “Dit hadden we veel eerder moeten doen”. Met de verhuizing veranderde ook de sfeer. Geen vaste banken meer, maar volop ruimte voor ontmoeting en gesprek, zowel in de kerkzaal als in de vele ruimten in het gebouw.

De gemeente is maar klein, nog geen 200 leden. Maar elke zondag komen er gasten binnen lopen. Allemaal vertellen ze hoe welkom ze zich voelen. En zo hoort het ook.

Door de week zijn er inloopochtenden en ontmoetingsavonden en ook de voedselbank en activiteiten voor kinderen uit de wijk hebben een plek in het gebouw.

Wij wisten na onze verhuizing niet waar we lid zouden worden, maar al heel snel bleven we in deze kerk steken: we hoefden niet verder te zoeken. Niet alleen vanwege de gastvrijheid, maar ook vanwege de positieve preken en de prachtige muziek. Er zitten veel muzikale talenten in de kerk.  

Kerst 2022

Vandaag vieren we kerst in de kerk. Gisteren was er een kerstnachtdienst, vooral ook bestemd voor mensen uit de wijk. Vanmorgen de gebruikelijke kerkdienst. 

En vanmiddag staat de kerk ook weer open voor mensen uit de wijk die gewoon wat willen praten, een spelletje doen of naar muziek en een meditatie willen luisteren. Voor morgen hebben we in huis een aantal mensen uitgenodigd voor wie kerst nogal leeg was.

Eerlijk gezegd heb ik niet veel met kerst. Dat heb ik kennelijk van mijn vader geërfd, die het als dominee een hele opgave vond om te ontkomen aan de veel te zoete romantiek van kerst.

Bloemstuk in de kerk voor kerst 2022

Maar met wat minder glitter en meer aandacht voor wat de vragen uit de omgeving zijn kan kerst toch waarde hebben. En als je het verhaal uit de Bijbel ontdoet van de romantiek hou je wel de kern over van wat voor mij een keerpunt in de geschiedenis is.

Tineke maakte – zoals gebruikelijk – een bloemstuk voor in de kerk met kerst. Ze is daar altijd twee weken mee bezig in die zin dat ze zit te broeden. Dat is niet zo vreemd, want ze komt uit Barneveld.

En dan opeens wordt er een creatief ei gelegd. Daarna moeten de bloemen nog uit het ei komen en in de goede verhoudingen in het stuk gezet worden. 

Sekten en andere ongemakken (5)

Eén van de kenmerken van sekten is dat ze een grote ramp voorspellen. Een ander kenmerken is dat de leider de exclusieve oplossing heeft om aan zo'n ramp te ontkomen.

Neuroloog Janssen Steur

In de zorg komt dat ook voor: bij specialisten die als ‘goeroe’ bekend zijn geworden. Ze tonen bijvoorbeeld aan dat het erg slecht gesteld is met de patiënt en dat er maar één wondermiddel is. Dat heeft de specialist in handen.

Als het erg slecht met de patiënt gesteld is heeft hij des te meer behoefte aan een redder. Het kenmerkende van de goeroe is dat hij er geen tweede specialist bij betrekt. Hij is immers de bij uitstek deskundige. De meeste patiënten zien dan zo’n behandelaar als de redder.

Als de patiënt niettemin vraagt om een ‘second opinion’ is de specialist in alle staten. Hoe durft de patiënt zijn kennis ter discussie te stellen?!?! Dat was o.a. de kenmerkende tactiek van neuroloog dr. Ernst Jansen Steur, die later bij het Medisch Spectrum Twenthe (toen allerlei misstanden aan het licht kwamen) ontslagen werd. Net zoals bekende sekteleiders zoals Jim Jones en David Koresh was ook deze arts zwaar verslaafd aan opiaten.

Het klinkt wel erg arrogant om jezelf te presenteren als het exclusieve medium. Maar zo steekt de sekteleider niet van wal. Hij past wel op om zichzelf als geniaal voor te stellen. Nee, hij is juist bijzonder nederig. Hij gaat bijna gebukt onder de last van het moeten doorgeven van een belangrijke boodschap. Janssen Steur schijnt regelmatig in tranen te zijn uitgebarsten als hij met een patiënt een ‘slecht nieuws gesprek’ moest voeren. Pas later bleek dat hij regelmatig ‘naar bepaalde diagnoses toe had geschreven’.

Voorganger Johan Maasbach

De sekteleider is o.a. te herkennen aan zijn nederige pose die toch leidt tot exclusiviteit. Hij stelt niets voor, een ander (de Ander) heeft hem als zodanig aangesteld, maar wie is hij dat hij dit mag doen?

De aap komt uit de mouw als zich een concurrent op het podium aandient die ook een goddelijke boodschap heeft ontvangen. Dan zijn de sektarische rapen gaar. Dat is bijvoorbeeld te zien in een kerkdienst die het woord kerkdienst niet waard is waarbij voorganger Johan Maasbach aankondigt dat hij een boodschap van de Heer heeft ontvangen dat de dagen van zijn medevoorganger Jan Zijlstra zijn geteld. Om even later – als er weerstand ontstaat – ook nog de vrouw van Jan Zijlstra in diskrediet te brengen.

Dat alles heeft Maasbach niet zelf bedacht, met die boodschap is de Heer tot hem gekomen. Dus wie daar aan twijfelt zit op de verkeerde weg: hij verwerpt niet de nederige dienaar Johan Maasbach, hij verwerpt God Zélf. Hoogmoed, verpakt in een nederige verpakking. 

Sekten en andere ongemakken

Reinier Sonneveld schreef een boek over onvrijheid als gevolg van sektarisch denken. Hoe raken mensen vast in de strikken van een religieus leider of van een groep? Maar hij schrijft ook dat dit proces breder ligt dan alleen bij sekten.

Sonneveld noemt daarbij o.a. de flat-earthers, QAnon, antivaxers en Trump-activisten. Er bestaan duizenden politieke, therapeutische en commerciële sektes. Veel van wat als zelfontwikkeling, activisme en therapie verkocht wordt, blijkt vervolgens uitbuiting.

Daarnaast vul ik nog aan dat sektarisch denken en de daarop volgende onvrijheid ook kan ontstaan in de therapeutische één op één relatie: de behandelaar (‘goeroe’) die het individuele patiënt van hemzelf afhankelijk maakt en meestal vervolgens ook financieel en fysiek uitkleedt.

Religieuze manipulatie komt vaak voor in golven. Er zijn periodes waarin het minder lijkt te worden, om vervolgens opeens weer steeds nadrukkelijker aanwezig te zijn binnen de samenleving. In de jaren ’60 waren tal van deze bewegingen actief, maar ook nu weer. Internet geeft deze bewegingen een extra ‘boost’.

Gemeenschappelijk kenmerk van deze bewegingen is de angst. Er zijn veel veranderingen binnen de samenleving, waardoor mensen zichzelf onveiliger gaan voelen. Sekteleiders spelen daar handig op in. Ze wakkeren de angst aan en melden vervolgens dat bij hen de oplossing te vinden is. Meestal met doneerknop.

Het eerste thema dat speelt is het aanwakkeren van de angst. Het gaat niet goed met de wereld of met de persoon in kwestie. Het tweede aspect is de rol van de redder. Gelukkig: er is een oplossing. En die oplossing: die heb ik of die hebben wij in handen.

De leider zet vervolgens een expertval, waar hij vaak zelf al eerder in is getrapt (door te gaan denken dat hij het allemaal precies weet). Hij gebruikt grote woorden (vaak ook in religieus klinkende termen) en benoemt zichzelf als deskundige. Hij is de onvermijdelijke sleutelfiguur die het probleem op kan lossen.

Reinier Sonneveld: Reli Detox. Buijten & Schipperheijn Motief, 2022.

Spiritueel narcisme

Het komt overal voor. Ook binnen allerlei geloofsgemeenschappen. Mensen die menen dat ze beter zijn dan anderen. 

Bijvoorbeeld omdat ze een bijzondere ervaring ‘in de Heer’ hebben gehad. Omdat ze in tongen kunnen spreken. Maar ook – veel gewoner – omdat ze op een bepaalde manier heel gelovig zijn. Ze doen dagelijks aan Bijbelstudie. Ze kennen bijzondere ervaringen. Ze worden op een bijzondere manier geleid.

Dat kan allemaal waar zijn. Maar het wordt spiritueel narcisme als de persoon daarmee zichzelf centraal stelt. Hij is een betere gelovige dan de ander. Hij zet zichzelf bijvoorbeeld tussen God en de ander; zonder mijn inzichten kun je niet goed geloven. Die ander ‘ is zo ver nog niet’ klinkt het dan nogal eens. Dat narcisme vormt ook de voedingsbodem voor sekteleiders.

Hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk noemde dit ooit spiritueel narcisme. Narcisme is een vorm van denken waarbij je jezelf centraal stelt. Dat zichzelf centraal stellen kan vermomd zijn onder de dekmantel van het geloof.

Het narcisme wordt spiritueel als het vermomd gaat onder de dekmantel van het geloof. Zoals binnen het Boeddhisme. Dat ervoer kunsthistorica Mariëlle Hageman. Ze dacht in Nepal te kunnen onthechten aan de westerse wereld. Maar juist deze religieuze omgeving blijkt een slangenkuil van jaloezie en intriges te zijn. Mensen die dingen zien die anderen niet zien en dus betere gelovigen zijn. Wie zo verheven is mag hard oordelen over de ander. Dat past volgens Lurie allemaal in het narcistische plaatje: het creëren van een voor mij perfecte geloofswereld waarin ik de beste geloofspapieren heb.

Roos Vonk noemt nog een gevolg van dit spiritueel narcisme. Wie zo ‘verheven’ is hoeft natuurlijk weinig narigheid te vrezen. Onprettige gevoelens worden vermeden. “Sinds ik geloof heb ik daar helemaal geen last meer van. Het doet me allemaal niks meer wat ze van me zeggen.” In werkelijkheid zou het best eens zo kunnen zijn dat ze die gevoelens gewoon niet hebt toegelaten.

Geloof kan bergen verzetten. Maar geloof wordt spiritueel narcisme wanneer jij beweert dat je zo goedgelovig bent dat je het zelf bent die die bergen kan verzetten. En dat je daarom beter bent dan alle anderen.

Feest in de kerk

Vandaag was het feest in de kerk. Na bijna vier jaar kregen we eindelijk weer een nieuwe dominee. 

Voor de mensen die onze kerken minder goed kennen: de plaatselijke gemeente is zelfstandig en ‘beroept’ (en onderhoudt) een dominee. Een voorganger wordt dus niet ergens geplaatst, hij solliciteert ook niet ergens. De kerkelijke gemeente vraagt of een predikant een beroep in overweging wil nemen.

Een impressie voor de ochtenddienst

Ik zat in de ‘zoekcommissie’ die op zoek moest naar een nieuwe voorganger. We hebben ruim dertig predikanten gezien en beluisterd en daar kwam deze dominee uit naar voren. De leden van de gemeente steunden dit voorstel. En de dominee nam het beroep aan. Een ervaren predikant die heel gewoon is in zijn preken en contacten. En bovendien buitengewoon muzikaal.

Onze kerk is een kleine kerk, die bewust het gebouw in de oude stad heeft afgestoten (een A-locatie) om kerk te zijn in een wijk waar geen kerk is en waar nogal wat maatschappelijke problematiek is. Het voordeel van zo’n kleine gemeente is dat de mensen elkaar zien en kennen. Maar het is geen ‘onder ons-kerk’. Er komen regelmatig nieuwe leden of gasten van buiten bij. Juist de kleinschaligheid en de gastvrijheid lijken mensen aan te trekken. Dat viel ons ook meteen op toen we destijds op zoek gingen naar een kerk. En de mooie muziek hielp een handje mee om ons inderdaad aan te sluiten.

Bloemstuk in de kerk

Het was vandaag dus wel reden voor een feest in de kerk. Tineke maakte een bloemstuk dat de vele talenten in de kerk laat zien in de verschillende vazen. En al die verschillende mensen, jong en oud, hoog opgeleid of met nauwelijks scholing, mensen die niet in Nederland zijn opgegroeid en mensen die niet anders weten dan hoe het kerk zijn in Nederland is. Ze worden met elkaar verbonden door de takken van de klimop.

Vanmiddag hield de nieuwe dominee zijn eerste preek in de gemeente. Met vragen aan en antwoorden vanuit de gemeente. Maar het voelde alsof hij er al veel langer is. 

Dieren in de Bijbel

In het kader van Dierendag hebben we in de kerk een avond voor gasten uit de wijk georganiseerd over de zorg voor dieren. Met vragen zoals: 'wat is je lievelingsdier?', 'zijn er dieren waar je bang voor bent?' en: 'welke spreekwoorden gaan over dieren?'

We zijn een kerk, ik ga het ook even hebben over dieren in de Bijbel. Dat zijn er veel meer dan ik gedacht had.

  • Het meest genoemde dier in de Bijbel is het schaap. Dat komt maar liefst 275 keer voor in de Bijbel. De meest genoemde associatie is die van de schapen en de herder.
  • Het paard komt 172 keer voor. Vreemde mogendheden zetten het paard in in de strijd (het waren de tanks uit die tijd), maar in de Bijbel is het paard vooral het 1 PK vervoermiddel.
  • De geit wordt 156 keer genoemd, meestal als offergave.
  • De leeuw komt 132 keer voor, als dapper en krachtig dier, maar ook als dier dat er op uit is om iemand te verslinden.
  • De ezel komt 111 keer voor en in het meest bekend geworden door zijn rol in de kerststal.
  • De vis wordt 72 keer genoemd, vooral als voedsel.
  • Het lam staat voor reinheid en onschuld en wordt 69 keer genoemd.
  • De kameel wordt 62 keer genoemd, vooral als buit of als geschenk
  • De slang komt er niet best vanaf en is vooral een listig en geslepen dier dat al in het begin van de Bijbel de ellende symboliseert.
  • De duif is een offerdier voor de armen, maar ook een symbool voor de onschuldige vrouw of voor de Heilige Geest.
Helaas komt de poes niet in de Bijbel voor. Midas Dekkers heeft wel een mooi verhaal geschreven over de hemelpoort met daarnaast een kattenluikje. Dat verhaal wijst erop dat er in de hemel plaats is voor (veel) katten.  

Het kerkorgel

Deze keer iets heel anders. Ik schrijf kort iets over het kerkorgel.

Ik ben opgegroeid met een voorliefde voor kerkorgels. Daar kon ik niet zoveel aan doen. ‘Orgel’ en ‘Gereformeerd’ vielen destijds bijna samen.

In de plaatsen waar mijn vader dominee was en waar ik mee naar toe verhuisde kwam steevast een nieuw orgel te staan. Soms zei mijn vader dat een orgel een ‘lor’ was. Dan wist ik wel hoe laat het was. Hij wilde graag dat er een nieuw orgel kwam. Dat moest een pijporgel zijn. Alleen pijporgels waren échte orgels.

Ik heb ook orgelles gehad, o.a. van de beroemde organist Jan Bonefaas. Dat werd geen succes. Ergens tussen mijn hoofd en mijn handen ging het mis. Mede als gevolg van mijn grote muzikale kwaliteiten heeft mijn laatste orgelleraar de les in overspannen toestand verlaten. Daarna brak ik mijn arm en was het afgelopen met de orgellessen.

Nochtans en desalniettemin heb ik een heilig ontzag voor orgels behouden. Vooral majestueuze orgels in grote kerken bezorgen mij nogal eens muzikale rillingen.

Wij zijn zelfs een tijdje mede-eigenaar geweest van een kerk met een prachtig orgel. Het orgel vonden we zelfs meer waard dan de kerk. Onze zoon had zijn eigen orgel in onze huiskamer.

Sint Petrusbasiliek in Oirschot

Oirschot

In de Basiliek van Oirschot staat een majestueus orgel. Daar waren we afgelopen week. Hoewel het orgel zweeg in alle talen was het toch indrukwekkend. Het orgel is gebouwd naar het voorbeeld van het orgel van de Sint Jan in Den Bosch.

Maar toen ik me even verdiepte in de geschiedenis van de orgels in deze kerk constateerde ik dat het leven van de bezitter van een orgel niet over rozen gaat. Wat een toestanden allemaal.

Het eerste grote orgel in de Basiliek van Oirschot dateerde uit 1765. Het bleek zó slecht geconstrueerd te zijn dat er voortdurend reparatiewerkzaamheden aan verricht moesten worden en dat tot twee maal toe veel onderdelen moesten worden vervangen.

Liturgisch centrum van de Sint Petrusbasiliek

Het tweede orgel dateerde uit 1806. Daar werd ook het één en ander aan vertimmerd, maar het hield het langer uit dan het eerste orgel. Totdat de toren van de kerk instortte en bij de val het orgel meteen maar meenam. Enkele nog bruikbare onderdelen van het orgel werden in de Mariakapel van de Heilige Eik in het bos bij Oirschot geplaatst. Daar hebben we nog een kaarsje gebrand.

In 1920 verscheen het derde orgel in de basiliek van Oirschot. Dat legde het loodje omdat de kerk in 1944 in de hens en in puin werd geschoten. Dat kwam door de oorlog. Normaal doe je zoiets niet. En het hoort ook niet zo in een oorlog.

Het duurde zeven jaar voordat de kerk gerepareerd was. En toen kwam er ook weer een nieuw orgel (1953). Dat heeft het niet lang volgehouden, want de kerk aasde op een ander orgel dat in de Pieterskerk in Den Bosch stond. Die kerk werd gesloten en er was in Noord-Brabant bijna geen kerk te vinden waar dit enorme orgel opnieuw opgebouwd zou kunnen worden.

Het Smits-orgel in de Sint Petrusbasiliek in Oirschot

In 1976 kwam het vijfde orgel pijp voor pijp naar Oirschot. Het bleek echter lang niet compleet. Zo waren er tal van orgelpijpen gestolen. Mochten jullie iemand in Den Bosch kennen die een orgelpijp in huis heeft staan, vraag even naar de herkomst.

Helaas blijkt ook dit orgel aan verval onderhevig te zijn. In 2000 werd het uitvoerig gerestaureerd en in 2022 moet het opnieuw vanwege verzakking van het tongwerk en vanwege oxidatie gerestaureerd worden. Zo blijf je dus aan de gang.

Maar ondertussen staat er toch maar een groots orgel in de Basiliek van Oirschot. Onze eigen kerk is niet in het bezit van een pijporgel, maar de huidige generatie elektronische orgels is ook heel wat mans en met drie begaafde organisten in de kerk komen we een aardig muzikaal eindje.

En de andere helft van de muzikale begeleiding is met piano, gitaar, drums,  contrabas, dwarsfluit en wie weet wat de muziekgroep nog meer in petto heeft. Alleen mag ik niet meedoen. Mijn rechterhand weet niet wat mijn linkerhand speelt.