Immaterieel erfgoed in IJsselmuiden

Op de tweede zaterdag in onze vakantie waren overal concerten te beluisteren. Maar je kunt niet overal tegelijk zijn. Dus maakten we die dag 'slechts' vier concerten mee.

Weinig mensen kennen het zingen met bovenstem, zoals dat o.a. in Genemuiden gebeurt. Het is een heel oude traditie, waarbij de vader een bovenstem zingt als kinderen thuis psalmverzen oefenen.

Waarschijnlijk is het zingen met bovenstem ontstaan  doordat het orgel na de Reformatie door de protestanten in de ban werd gedaan. In een grote en volgepakte dorpskerk op de Hebriden maakten we een kerkdienst mee waar de mensen zongen ‘als op de golven van de zee’. Er kwam geen begeleiding aan te pas. “We don’t believe in organs” zei de koster tegen ons.

We maakten een avond met bovenstem mee in de Dorpskerk van IJsselmuiden. Niet-ritmisch gezongen psalmen met een melodie boven een melodie. De zangers vormen geen apart koor, maar zitten tussen de gemeenteleden.

“Een golf van ontroering ging door de kerk. Het is ook overrompelend en ontroerend”, aldus het dagblad Trouw over deze vorm van gemeentezang.

Op het programma stond het verzoek vermeld om niet mee te zingen met de bovenstem. Dat zou voor verwarring zorgen. Maar ik heb ook geen idee hoe de koorleden (altijd mannen) die bovenstem voor elkaar krijgen.

Ook wij werden geraakt door deze vorm van gemeentezang. Al begrijpen we niet wat de ontroering los maakt. Misschien wel omdat het zo authentiek klinkt.  Je doet overigens wel meer dan een uur over het zingen van 12 verzen uit de Psalmen. Daar zou je in onze kerk een hele dienst mee vullen.

Het zingen met bovenstem is in Nederland erkend als immaterieel erfgoed en voorgedragen bij de Unesco als werelderfgoed. Een groeiend aantal koren houdt zich bezig met deze vorm van gemeentezang.
Advertenties

Kerkfietsparkeren

Gisteren kon ik mijn fiets niet kwijt in de stationsfietsenstalling van Delft. De 8500 plaatsen waren bijna allemaal bezet.

Vanmorgen kon ik mijn fiets niet kwijt in de fietsenstalling van de kerk.

Ik vond altijd al dat kerkmensen het goede voorbeeld moesten geven door zoveel mogelijk lopend of op de fiets naar de kerk te komen.

Dat schijnt in Delft inmiddels aardig te lukken. Onze fiets hebben we maar even geparkeerd in de kerktuin. 

Kwekconcert

Tineke's neef Doekle Terpstra gaf gisteren een orgelconcert in de Nieuwe Kerk van Delft.

De Nieuwe Kerk is één van de toeristische topattracties van Delft. Hier bevindt zich o.a. de graftombe van de familie Oranje Nassau. De kerk heet de Nieuwe Kerk, maar met de bouw werd al in 1381 begonnen. De Oude Kerk is dus nog ouder (uit 1246).

Doordat de kerk zoveel wordt bezocht door toeristen is het af en toe spitsuur. Maar dat geroezemoes valt wel te doorstaan. Het wordt lastiger als een gids probeert om het orgelspel tijdens een inloopconcert te overstemmen. Hoe steviger het orgelspel van Doekle, des te harder begon de gids er doorheen te zwatelen. Dit tot droefenis van de mensen die speciaal naar dit concert waren gekomen.

Na een tijdje verliet de gids dit gedeelte van de kerk en raakte het gezwatel wat op de achtergrond. Zo konden we toch nog een tijdje genieten van de orgelmuziek van o.a. Johann Sebastian Bach. Het orgel is één van de grootste orgels die Jonathan Bätz heeft gebouwd (rond 1830). Ook in de Domkerk in Utrecht staat een groot Bätzorgel.

Kerk en orgel in de Nieuwe Kerk zijn in de afgelopen vijf jaar grondig gerestaureerd.

Bloemen in de kerk

Vorige week was het in de kerk de Stille Week, ook wel de Goede Week. Op straat merkte ik daar niet zoveel van. In de kerk werd iedere avond een vesper gehouden.

De Stille Week is de week vanaf Palmpasen (de intocht van Jezus in Jeruzalem) tot aan Pasen. Eerst wordt Jezus toegejuicht, vijf dagen later wordt hij ter dood veroordeeld en gekruisigd.

Tineke en dochter Nynke maakten een bloemstuk voor de Stille Week.

Op Paaszondag werd dit bloemstuk vervangen door een uitbundig geheel aan bloemen. De volgelingen van Jezus konden het eerst zelf niet geloven. Maar het bleek waar te zijn. De dood was overwonnen. Dat is de boodschap van Paasfeest.

 

Stille week

De week voor Pasen wordt in veel kerken de Stille Week genoemd. En ook wel de Goede Week, een verwijzing naar Goede Vrijdag.

Iedere avond is er in onze kerk een vesper of een kerkdienst. Een aantal van die diensten mis ik, want ik had niet goed in de agenda gekeken. Ik had een meerdaagse klus in Friesland.

Maar ik vond het voor mezelf een goed moment om na tien jaar een week blogpauze te houden. Als ik afkickverschijnselen krijg was ik kennelijk verslaafd geraakt…

Iedereen een goede week gewenst.

Shaming en steniging

Een onverwachtse column van Heleen Mees in de Volkskrant over shaming.  Opeens storten de media zich op jou en kun je eigenlijk niets goeds meer doen.

Econoom Heleen Mees kan uit ervaring spreken. Ze was zelf een aantal jaren geleden onderdeel van een reeks aantijgingen in de media. Of die waar waren of niet doet er nu even niet toe. Het gaat in haar bijdrage om het gevolg van het shamen voor de persoon in kwestie.

Als een persoon die op de één of andere manier in de publieke belangstelling iets fout doet haasten de media zich om een oordeel te vellen. Dat gebeurt bijna altijd zonder voldoende bewijs. Een vermoeden is al voldoende om een groot vuur te ontsteken.

De Britse psychoanalyticus Adam Phillips schrijft dat dit een manier is om via marteling een moraal af te dwingen.

Publieke steniging

Volgens Heleen Mees werken in het westen de sociale media op deze manier mee aan een publieke steniging die te vergelijken valt met de publiekelijke geseling of steniging die met name vrouwen treft in een land als Pakistan. Je kunt ook denken aan heksenverbrandingen zoals die in de late Middeleeuwen in ons land plaatsvonden. Een gerucht was al genoeg om iemand uiteindelijk op de brandstapel te doen eindigen temidden van een joelend publiek.

Mees: “We rekenen elkaar maar al te graag af op een set van ongeschreven regels. Degene die het hardste roept bepaalt wat die regels zijn. En als er onvoldoende bewijs is wordt er geschreven dat de persoon in kwestie op zijn minst de schijn tegen heeft. Op die manier wordt de moraal gebruikt als excuus om anderen te vernederen.” 

Joost Röselaers: "Op deze manier wordt de publieke moraal tot een demonische macht."

Wat er in de praktijk maar al te vaak gebeurt is dat iemand verdacht wordt gemaakt en tegelijk al publiekelijk wordt veroordeeld, zonder dat hij of zij maar enige kans heeft gekregen om het eigen verhaal te vertellen. Dat zie je in kleine verbanden (familie, kerk, werk, de buurt).

Aanklager en rechter

Maar sinds de opkomst van de sociale media is het allemaal nog veel massiever geworden: een kleine aanklacht kan zomaar ontaarden in een tsunami aan ongefundeerde oordelen. Op zo’n moment wordt is de publieke opinie aanklager en rechter tegelijk. Het is dan niet (meer) anders dan in een dictatuur zoals Noord-Korea. Alleen is het in het westen niet de rechter die het oordeel velt, maar de publieke opinie, gevoed door de media.

Maar Heleen Mees gaat nog verder. Ze trekt de lijn door naar de Bijbel. In het Oude Testament was de boodschap ‘oog om oog, tand om tand’. Maar dat is nu juist waar Jezus in het Nieuwe Testament mee afrekent. Zo gaan we niet met elkaar om! We maken geen spiraal van geweld en nog meer geweld. Want daarmee zouden we terecht komen in een eindeloze kringloop van straf en wraak, van zelfbehoud en veroordeling (Gerrit Achterberg). 

Een nieuwe kans

Het Nederlandse recht stoelt volgens Mees niet op vergelding, maar als het even kan op het geven van een nieuwe kans (zie bijvoorbeeld de TBS). Vergelding speelt slechts een ondergeschikte rol. Als het alleen maar om vergelding zou gaan zou onze westerse wereld aan geweld ten onder gaan.

Als we er vanuit gaan dat ieder mens feilbaar is horen daar ook vergeving en mededogen bij. Mensen moeten een eerlijke kans krijgen. Mees zegt het in economentermen: vergeving hoort geen schaars goed te zijn. Ze citeert in dat verband de remonstrantse predikant en ethicus Joost Röselaers:vergeving is een existentieel menselijke of theologische ervaring. God wil ons niet vastpinnen op wat er mis ging in ons leven, maar wil ons een nieuwe kans geven.”

Om het platter – meer horizontaal- te zeggen: een samenleving die alleen maar kan veroordelen en daarmee niet in staat is om te vergeven is een treurige en uiteindelijk ook onleefbare samenleving (Arnon Grünberg). 

Boodschap van God?

Zo'n tien jaar geleden organiseerde de Charismatische Werkgemeenschap Nederland een congres met als titel: Onderscheiden wat van God komt. Hoe gaan we in de kerk om met verschijnselen als stemmen en andere bijzondere gewaarwordingen?

Dit thema komt in de hedendaagse psychiatrie nauwelijks meer aan de orde. Tijdens een themadag over ‘stemmen’ was God als ‘bron’ geheel afwezig.

Hoe kun je nu weten of God het is als je stemmen hoort? Vanuit de Bijbel geloven christenen dat God een relatie met ons wil en tot ons wil spreken. Dat kan ook via bijzondere gaven zoals ‘tongentaal’, ingevingen (profetieën) of verschijningen. En hoe zit het met het uitdrijven van demonen?

Rooms-Katholieke Kerk

In de Rooms-Katholieke Kerk is onderzoek gedaan naar de verhalen over verschijningen van Maria. Veruit de meeste verschijningen worden na onderzoek gezien als persoonlijke ervaringen zonder verdere diepte, maar in een half procent van de verhalen moesten de onderzoekers tot de conclusie komen dat er sprake was geweest van een feitelijke gebeurtenis. Dus toch: het kan een bijzondere openbaring zijn.

Lichamelijke verschijnselen

En hoe zit het dan met lichamelijke verschijnselen? Ik heb ooit gezien in een dienst van een Pinkstergroep dat iemand ging slaan met de armen, schokken met de schouders en ging rollen over de grond. Maar datzelfde heb ik ook wel eens gezien in mijn ‘seculiere’ werk. Ik verklaarde dit verschijnsel als een uiting van dissociatie, passend bij een posttraumatische stressstoornis. Of heb ik iets over het hoofd gezien? Was God daar dan aan het werk?

Context

Ingrid Molensky, een vrouwelijke predikant binnen de Amerikaanse pinkstergemeenten, meent dat veel van deze ervaringen contextgebonden zijn. Ze worden opgeroepen door opzwepende muziek of door heftige preken.

Mijn persoonlijke indruk is dat er nogal wat mensen zijn die melden een boodschap te hebben ontvangen van God omdat ze zich daarmee ‘gezien’ voelen. Ze hebben een grote behoefte aan erkenning. Misschien is het gemis van erkenning door de eigen ouders dan soms de drijfveer om je door God wél gezien te voelen en gebruikt te worden als Zijn instrument.

Maar daarmee heb ik niet alles gezegd. Het kan volgens mij wel degelijk zo zijn dat God een persoonlijke boodschap aan mensen geeft.

Criteria

Volgens de benedictijner monnik Joannes Touw zijn criteria die de echtheid van de boodschap bepalen o.a.:

  • de nederigheid van de ontvanger (je zou kunnen zeggen: hij is zelf bedremmeld dat hij een boodschap heeft ontvangen),
  • de onbevangenheid (er klinkt iets van verbazing in door),
  • het ontbreken van angst voor wat er gebeurd is,
  • de vraag of de boodschap passend wordt gebracht binnen de context van de geloofsgemeenschap
  • de vraag of de boodschap ons dichter bij God brengt

Onder de in onze samenleving hoog in aanzien staande ‘rede’ ligt een diepere laag van gevoelens. Ze worden aangesproken door de gaven van de Geest. Op die manier wordt het verstand tot rust gebracht. Dat geloof maakt ook ziekte en ongeluk begrijpelijk, maar geeft ook de mogelijkheid om te ontsnappen aan de onberekenbaarheid van het menselijk lijden en de dreiging van chaos (psycholoog Huub Beijers).