Het kerkorgel

Deze keer iets heel anders. Ik schrijf kort iets over het kerkorgel.

Ik ben opgegroeid met een voorliefde voor kerkorgels. Daar kon ik niet zoveel aan doen. ‘Orgel’ en ‘Gereformeerd’ vielen destijds bijna samen.

In de plaatsen waar mijn vader dominee was en waar ik mee naar toe verhuisde kwam steevast een nieuw orgel te staan. Soms zei mijn vader dat een orgel een ‘lor’ was. Dan wist ik wel hoe laat het was. Hij wilde graag dat er een nieuw orgel kwam. Dat moest een pijporgel zijn. Alleen pijporgels waren échte orgels.

Ik heb ook orgelles gehad, o.a. van de beroemde organist Jan Bonefaas. Dat werd geen succes. Ergens tussen mijn hoofd en mijn handen ging het mis. Mede als gevolg van mijn grote muzikale kwaliteiten heeft mijn laatste orgelleraar de les in overspannen toestand verlaten. Daarna brak ik mijn arm en was het afgelopen met de orgellessen.

Nochtans en desalniettemin heb ik een heilig ontzag voor orgels behouden. Vooral majestueuze orgels in grote kerken bezorgen mij nogal eens muzikale rillingen.

Wij zijn zelfs een tijdje mede-eigenaar geweest van een kerk met een prachtig orgel. Het orgel vonden we zelfs meer waard dan de kerk. Onze zoon had zijn eigen orgel in onze huiskamer.

Sint Petrusbasiliek in Oirschot

Oirschot

In de Basiliek van Oirschot staat een majestueus orgel. Daar waren we afgelopen week. Hoewel het orgel zweeg in alle talen was het toch indrukwekkend. Het orgel is gebouwd naar het voorbeeld van het orgel van de Sint Jan in Den Bosch.

Maar toen ik me even verdiepte in de geschiedenis van de orgels in deze kerk constateerde ik dat het leven van de bezitter van een orgel niet over rozen gaat. Wat een toestanden allemaal.

Het eerste grote orgel in de Basiliek van Oirschot dateerde uit 1765. Het bleek zó slecht geconstrueerd te zijn dat er voortdurend reparatiewerkzaamheden aan verricht moesten worden en dat tot twee maal toe veel onderdelen moesten worden vervangen.

Liturgisch centrum van de Sint Petrusbasiliek

Het tweede orgel dateerde uit 1806. Daar werd ook het één en ander aan vertimmerd, maar het hield het langer uit dan het eerste orgel. Totdat de toren van de kerk instortte en bij de val het orgel meteen maar meenam. Enkele nog bruikbare onderdelen van het orgel werden in de Mariakapel van de Heilige Eik in het bos bij Oirschot geplaatst. Daar hebben we nog een kaarsje gebrand.

In 1920 verscheen het derde orgel in de basiliek van Oirschot. Dat legde het loodje omdat de kerk in 1944 in de hens en in puin werd geschoten. Dat kwam door de oorlog. Normaal doe je zoiets niet. En het hoort ook niet zo in een oorlog.

Het duurde zeven jaar voordat de kerk gerepareerd was. En toen kwam er ook weer een nieuw orgel (1953). Dat heeft het niet lang volgehouden, want de kerk aasde op een ander orgel dat in de Pieterskerk in Den Bosch stond. Die kerk werd gesloten en er was in Noord-Brabant bijna geen kerk te vinden waar dit enorme orgel opnieuw opgebouwd zou kunnen worden.

Het Smits-orgel in de Sint Petrusbasiliek in Oirschot

In 1976 kwam het vijfde orgel pijp voor pijp naar Oirschot. Het bleek echter lang niet compleet. Zo waren er tal van orgelpijpen gestolen. Mochten jullie iemand in Den Bosch kennen die een orgelpijp in huis heeft staan, vraag even naar de herkomst.

Helaas blijkt ook dit orgel aan verval onderhevig te zijn. In 2000 werd het uitvoerig gerestaureerd en in 2022 moet het opnieuw vanwege verzakking van het tongwerk en vanwege oxidatie gerestaureerd worden. Zo blijf je dus aan de gang.

Maar ondertussen staat er toch maar een groots orgel in de Basiliek van Oirschot. Onze eigen kerk is niet in het bezit van een pijporgel, maar de huidige generatie elektronische orgels is ook heel wat mans en met drie begaafde organisten in de kerk komen we een aardig muzikaal eindje.

En de andere helft van de muzikale begeleiding is met piano, gitaar, drums,  contrabas, dwarsfluit en wie weet wat de muziekgroep nog meer in petto heeft. Alleen mag ik niet meedoen. Mijn rechterhand weet niet wat mijn linkerhand speelt. 

Cognitieve dissonantie en de kerk

Je moet afvallen. Naast de koffieautomaat staan flinke gevulde koeken, een traktatie van een jarige collega. Je besluit geen koek te nemen. Maar na een inspannende vergadering liggen er nog steeds koeken. 

Je besluit er nu wél een te nemen. Na zo’n spannende vergadering mag je wel ‘voor één keertje maar’ zondigen. Dit voorbeeld past bij wat de Amerikaanse psycholoog Leon Festinger een halve eeuw geleden de theorie van de cognitieve dissonantie noemde. Als er spanning bestaat tussen je denken en je handelen probeer je tot een oplossing te komen die voor je gevoel het evenwicht herstelt. 

Ook in religieuze kring komt cognitieve dissonantie voor. Bijvoorbeeld in de manier waarop seksueel misbruik binnen de kerken ontkend werd: ‘zoiets kan bij ons niet voorkomen’.

In een ander verband onderzocht Leon Festinger de ontwikkelingen bij een groep waarbij de leider had voorspeld dat de wereld zou vergaan. Toen dat op het aangekondigde tijdstip niet gebeurde raakte de groep eerst in verwarring, maar later raakte men nog meer overtuigd van het onfeilbare leiderschap van de profetes. Immers: dankzij haar gebed was de wereld gered van de ondergang.

Als er nieuwe informatie komt die strijdig is met onze stellige overtuiging voelt dat ongemakkelijk. Je kunt er niet mee leven, want het klopt niet. Die spanning is niet alleen op theologisch, maar ook op psychologisch niveau voelbaar in tal van kerken aan de rechterflank van de protestantse kerken, zoals in de vraag of vrouwen een kerkelijk ambt mogen bekleden.

Als je er van overtuigd bent dat vrouwelijke ambtsdragers op Bijbelse gronden niet kunnen kan de reactie kan zijn: en dus is een kerk die tot dat besluit komt niet Gereformeerd. Zo’n gemeente moet het kerkverband dus maar verlaten. Een andere kijk is: ik ben het er niet mee eens, maar zo’n besluit raakt niet de kern van het Gereformeerd zijn. Ook met zo’n manier van denken maak je je denken weer ‘kloppend’.

Is het dan uiteindelijk een psychologische discussie? Nee, dat niet. Maar de onderzoeken van Festinger laten zien dat in een situatie van cognitieve dissonantie mensen alles op alles zetten om uit de wurggreep van het niet kloppen te komen. Verschillen worden niet meer benoemd, of zelfs genegeerd.

Maar het kan ook zo zijn dat lijnen worden strakker getrokken, situaties meer zwart-wit in beeld worden gebracht en er een ‘wij-zij denken’ ontstaat. De kerkgeschiedenis laat zien dat dat in de kerken altijd voor ellende heeft gezorgd. Niets menselijks is de kerkleden vreemd.  

Notities van een beginnend dominee

Ds. C.E. van Koetsveld werd op 23-jarige leeftijd predikant in Westmaas (in de Hoekse Waard). Er woonden 700 mensen, 698 inwoners waren Nederlands Hervormd. 

In 1835 werd hij predikant in Berkel en Rodenrijs. Dat was een hele verandering: van de 1100 inwoners waren er maar 600 Hervormd, de rest van het dorp was Rooms-Katholiek.

Over die eerste twee gemeenten schreef ds. van Koetsveld een lichtvoetig en toch leerzaam boek: Schetsen uit de Pastorie te Mastland. In het eerste hoofdstuk schrijft hij hoe de besluitvorming van de Commissie van Beheer en de kerkenraad verloopt. In de tuin liggen drie ramen, die na drie jaar van overleg door het kerkbestuur en na drie vergaderingen met de kerkenraad tot een broeibak zijn vertimmerd. Je denkt dan: zijn er geen andere prioriteiten? Maar dat vraag ik me in onze tijd rond het kerkelijk leven nog steeds af.

Huisbezoeken hoorden bij het werk van de dominee. Maar hoe pakte je zo’n bezoek aan? Daar had hij niets over gehoord tijdens de opleiding. Gelukkig was er een oude en wijze vriend. Hij adviseerde om het huisbezoek geheel op eigen wijze te doen naar wat het hart hem ingaf. ‘Maar ik heb geen enkele manier bedacht en mijn hart geeft mij niets in’, antwoordde de jonge dominee. ‘Welnu dan’, zei de vriend, ‘ga naar de ouderling, bezoek elk huis in het dorp, want het hele dorp hoort bij dezelfde kerk, vraag aan huis wie belijdend is en nodig hen uit voor het Avondmaal, mits zij dit waardig zijn. Verder schikke men zich naar de omstandigheden.’

Het blijkt dat de bedoeling is dat de dominee en de ouderling bij alle huizen vijf minuten verblijven, meer tijd is er niet. Ds. van Koetsveld meent dat je zo geen gemeenteleden leert kennen. Maar de vriend zegt dat jonge dominees teveel hooi op hun vork willen nemen, vijf minuten is genoeg. Er wordt een hele dag uitgetrokken om alle huizen van Westmaas te bezoeken. De ouderling weet precies waar goede koffie en thee worden geschonken. Voor enkele adressen wordt de kersverse dominee gewaarschuwd, omdat daar wel eens onaangenaamheden plaats hebben gevonden.

Later werd ds. van Koetsveld één van de belangrijkste voorvechters voor het onderwijs aan en het werk voor mensen met een beperking. Vandaar dat er in het hele land scholen voor speciaal onderwijs zijn te vinden, die naar deze betrokken predikant zijn genoemd.

Column die ik schreef voor het Nederlands Dagblad.

Ik ben een spammer

Eens in de maand verzend ik voor de kerk de Bladwijzer. Dat is een blad waarin o.a. staat welke kerkdiensten er zijn, wat nieuwe ontwikkelingen zijn enz. Het moet allemaal passen op vier bladzijden A 5. Dus het is altijd wat redactioneel puzzelen. 

De naam Bladwijzer verwijst naar het kerkgebouw. Het is een nieuwe kerk in een voormalige bibliotheek. Daarom heet het kerkgebouw ‘Het Boek’. Dankzij veel technisch inzicht van tal van kerkleden is het een prachtig en leefbaar gebouw geworden (zoals een goede klimaatbeheersing). Niet alleen voor de kerkleden, ook voor de mensen uit de buurt.

Die Bladwijzer verstuur ik al een paar jaar. Maar gisteren ging het mis. Alle mails kwamen als onbestelbaar retour.

Ik deed een tweede poging. Opnieuw kwamen de mails terug.

De derde keer heb ik de adressen gesplitst in kleine bundels. Maar toen ging het helemaan mis. Mijn mail-adres werd geblokkeerd, want ik werd verdacht van ‘spammen’. En als je eenmaal verdacht bent, word je niet direct meer vrijgesproken.

Via mijn werkmail kan ik ook mails verzenden, maar da moet ik de bulk splitsen. Zo verstuur ik regelmatig werkinhoudelijke mails in een grote oplage (350 stuks), maar die heb ik dan in onderdelen geknipt, zodat het aantal te verzenden mails binnen de verdachte limiet blijft. Dus zette ik mijn werkmail nu even in voor het verzenden van de kerkmail. Maar dan de adressen handmatig gesplitst. Voor de zekerheid heb ik er nog een mail achteraan gestuurd met de vraag of de kerkleden de Bladwijzer hebben ontvangen.

Vanmorgen kwamen er tal van reacties. Het lijkt wel een loterij. Sommige leden hebben de Bladwijzer drie maal ontvangen, anderen nul maal. Er schijnt dus ook nog iets anders achter te zitten, een soort uitverkiezing. Sommige mensen krijgen geen enkele mail, anderen worden voortdurend bestookt.

Wie het weet hoe het werkt mag het zeggen. Vanmiddag probeerde ik een andere mail (zonder bijlage) naar vier adressen te sturen. Die mail kwam terug, omdat ik 'geblockt' ben. De helpdesk heeft mijn vraag hoe het zit in behandeling. Wanneer er antwoord komt? Ik heb geen idee... 

Witte Donderdag

Vanavond vieren we in de kerk het Avondmaal. Het herinnert aan het Laatste Avondmaal dat Jezus voor zijn dood met zijn leerlingen vierde.
Het laatste Avondmaal

Eén van mijn vroegere cliënten – Willeke – maakte dit schilderij. Het was een onderdeel van een serie waaraan meer mensen hebben meegewerkt. Achteraf had ik wel de hele serie willen kopen…

Willeke is niet met de Bijbel en met de kerk opgegroeid. Maar ze heeft een prachtig schilderij gemaakt.

Vooral het licht vind ik bijzonder. Het is alsof het licht van Pasen al tevoorschijn komt terwijl Jezus nog moet sterven. 

Megakerken

Regelmatig komen er berichten binnen over 'ontsporingen' binnen zogenaamde 'megakerken'. Vooral in de USA trekken deze kerken veel aandacht en veel kerkgangers. Die zuigen ze ook vaak weg bij gevestigde kerken.

Vanaf het begin heb ik deze megakerken gewantrouwd. Is het de bedoeling dat we op deze manier kerk zijn? Met een prachtige visie, een gelikte PR-machine en een charismatische ‘leider’? Alleen al het woord ‘leider’ stuitte me tegen de borst.

Een tijdje geleden schreef ik op dit blog over religieus narcisme. Op dat vermoeden betrap ik mezelf maar al te vaak bij leiders van die snelgroeiende gemeenschappen. Eén van de kenmerken van mensen met narcisme is dat ze moeilijk samen kunnen werken. Het gevolg is dat veel van deze leiders bepalend zijn voor wat er verder in hun kerk gebeurt. Ze stellen mensen aan die bij hen passen. Maar zo hoort een kerk niet te functioneren.

Een ander kenmerk is dat het nogal eens een familiebedrijf wordt. Vader, die de kerk oprichtte, staat samen met zijn vrouw op het podium. Geleidelijk breidt ‘het bedrijf’ zich uit. Vader heeft steeds meer ‘beroemde contacten’ die allemaal uiteraard zijn beste vrienden zijn. De zoon studeert theologie, de dochter management en beiden treden ook in dienst van de megakerk.

Bij één van de eerste megakerken in de USA, de Chrystal Cathedral Church in Californië, barstte tien jaar geleden de bom. Er ontstond ruzie in de familie en vervolgens in de kerk. Het megalomane kerkgebouw moest verkocht worden. De zoon ging in een veel kleinere kerk verder en won daar aan authenciteit en verdieping.

Het is de drang naar meer en groter in combinatie met een gebrek aan teamvorming die uiteindelijk veel van deze geloofsgemeenschappen de das om doet. De leider wordt steeds meer op een voetstuk gezet met als gevolg dat ook de kans op grensoverschrijdend gedrag toeneemt. Er is geen kerkenraad die voldoende toezicht houdt. De plannen van de leider zijn boven de discussie verheven.

Wat ben ik blij met mijn kleine kerk. Te klein om groot(s) te doen. Uiteraard met onze eigen gebreken. Het gaat om de ontmoeting, om het er zijn, om presentie. Niemand is belangrijker dan een ander. Een kleine geloofsgemeenschap met zicht op elkaar, en zonder een leider die in zijn eentje de dienst uit maakt. Een kerk die open staat voor mensen in de wijk en waar iedereen zichzelf mag zijn. En vooral met een mooie boodschap.  

Gele hesjes

Gisteren was het de Nationale Opschoondag. Vanuit de kerk hebben we geprobeerd de wijk een beetje schoner te maken.

Van de gemeente Delft kregen we gele hesjes. En van een buurtcentrum kregen we grijpers en plastic zakken.

We begonnen bij de ‘hangplek’ naast het kerkgebouw. Daar lag zóveel troep dat we aan de rest van de wijk niet echt meer toe zijn gekomen. Met tien man (m/v) waren we daar alleen al bijna een uur bezig.

Nationale opschoondag bij de kerk in Tanthof

Wat vooral opviel was de enorme hoeveelheid peuken (van filtersigaretten). Ik heb begrepen dat die wel 20 jaar lang in het milieu blijven zonder afgebroken te worden. Er is door de gemeente ook een plek gemaakt waar de peuken in gedoofd kunnen worden, maar die plek is een meter verderop. Dat is dus te ver.

Verder tref je veel plastic aan, papier, lege aanstekers, doppen van bierflesjes, lege bierblikjes en lege blikjes van Red Bull, zakjes voor hash benevens een aantal condooms. Dat werd allemaal verwijderd, zodat het de schoonste hangplek van Delft werd.

Na afloop fietste ik naar huis en ik zag overal troep liggen. Als ik daar op was gaan letten was ik nu nóg niet thuis geweest....

Henri Nouwen

Henri Nouwen (1932-1996) is een wereldberoemd en toch weinig bekend Nederlands priester. Dat is een vreemde tegenstelling. Waarom geniet iemand zoveel naamsbekendheid, maar wordt zijn kennis onvoldoende ingezet in de academische wereld.

Nouwens studeerde psychologie en theologie in Nijmegen. Hij gaf colleges aan gerenommeerde en prestigieuze universiteiten zoals Yale en Harvard. Toch hoor je in de academische wereld nauwelijks iets van en over hem. En ook lijkt het alsof de Rooms-Katholieke Kerk niets met zijn geestelijke erfenis heeft willen doen.

Ik zou daar een verklaring voor willen geven. Het hart van Nouwen lag helemaal niet in die academische wereld. En hoewel hij een diep-religieus mens was lag zijn hart ook niet in de strijd binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Daar werd in de jaren ’60 strijd geleverd voor en over liturgische vernieuwing, over de afschaffing van het celibaat, over de positie van vrouwen in de kerk. Maar kritiek op kerkelijke structuren was aan Nouwen niet besteed. Hij zocht zijn heil elders.

Waar Nouwen zich thuis was gaan voelen was in de zorg voor zeer kwetsbare mensen. In 1986 ging hij als pastor werken in een Ark-gemeenschap voor mensen met een verstandelijke beperking in Canada. Dat betekende ook dat je daar ging wonen. Medewerkers en mensen met een verstandelijke beperking vormden één woon-en leefgemeenschap. Daar ontmoette hij Adam, een meervoudig gehandicapte man, die hem de ogen opende voor een vriendschap en verbondenheid die hij in de academische wereld nooit gevonden had.

Het waren die contacten waar Nouwen vond waar hij zijn hele leven al naar op zoek was: verbondenheid. Nouwen was psychisch fijngevoelig en kwetsbaar. In de kwetsbaarheid van deze mensen vond hij zichzelf terug. Dus niet in academische discussies, niet in de strijd tegen de gevestigde structuren, niet in het moeten, maar in het ‘er zijn’.

Theoloog Inigo Bocken noemt Henri Nouwen een Fremdkörper in de academische en de katholieke wereld. En hij vermoedt dat dat komt omdat Nouwen allesbehalve modieus was en wilde zijn. In plaats van gangbare thema’s aan te snijden ging hij zijn eigen weg. Dat was een levenslange zoektocht naar de vraag wie hij was, met wie hij verbonden was en hoe het je leven verandert als je je een geliefd kind weet.

Dat de boeken van Nouwen ook 25 jaar na zijn dood nog altijd een grote oplage en verkoop laten zien verklaart Bocken uit het feit dat dat de individuele en spirituele zoektocht een thema is waar veel mensen mee bezig zijn. Zulke onderwerpen raken mensen meer en dieper dan een tijdelijke strijd tegen kerkelijke structuren.

Henri Nouwen schrijft dat perfectionisme mensen tot wanhoop brengt. We kunnen pas gelukkig worden als we onze gebrokenheid erkennen en onze pijn onder ogen zien. Pas dan weten we ook wat het betekent om gezien en aanvaard te worden.

Vorige week had de dominee een spiegeltje mee. Zo'n spiegeltje had hij als pastor aan alle bewoners van 'zijn' verpleeghuis gegeven. Eén spiegeltje was gebroken. En - achteraf - zei de dominee: 'dat was het mooiste spiegeltje'. Het tekent de gebrokenheid én de andere kant: de ruimte voor herstel door Jezus. We hoeven niet perfect te zijn en het allemaal alleen te doen. 

Vier wijzen

In de samenleving heeft men het over Driekoningen. In het Verenigd Koninkrijk over twaalf wijzen. In Ulvenhout staan in de stal vier wijzen.

Ze gaan met hun tijd mee, want er is camerabewaking. Dat moet kennelijk in deze tijd.

Kerststal in Ulvenhout

De foto is wazig (gemaakt met mijn mobiel zonder goede camera) en de vierde wijze staat er niet op. Ik zag hem pas later.

De vierde wijze kwam te laat. De plaatselijke journalist van de Bethlehemse Courant moest voor 17 uur zijn kopij hebben ingeleverd. De vierde wijze klopte pas aan het eind van de avond op de deur. Vandaar dat Mattheüs hem niet mee heeft genomen in Mattheüs 1.

Dat van die stal klopt trouwens ook niet. De wijzen kwamen met grote vertraging en inmiddels woonden Jozef en Maria al in een woonhuis. 

Driekoningen

Vandaag wordt in sommige kerken Driekoningen gevierd. En buiten de kerk is het de laatste dag dat de kerstzegels zonder toeslag gebruikt mogen worden. 

In sommige landen wordt Driekoningen uitbundiger gevierd dan in Nederland. Zelfs met speciale kleding, versierselen en speciaal gebak. Maar in Nederland merk je er weinig van. Daarom ga ik vandaag maar eens naar België om te kijken of ik daar wél iets zie van de drie koningen.

‘Waar is hij die als koning van de joden is geboren? Want wij hebben zijn ster gezien in het oosten en wij zijn gekomen om hem te aanbidden.’ 

De drie koningen worden ook wel de drie wijzen uit het oosten genoemd. Maar daar heb ik een vraag bij. Waar staat eigenlijk dat het drie wijzen waren? Dat hebben we geleerd uit de kinderbijbel, maar het staat echt nergens in de Bijbel. De Encyclopedia Brittanica heeft het over twaalf magiërs. Dat kan net zo goed.

Er wordt ook niet in de Bijbel gezegd dat het om drie koningen gaat. Dat is er in de kerkelijke traditie van gemaakt. Het zou kunnen zijn dat het om astrologen gaat, maar dat weten we ook niet. De namen van de heren zijn ook onbekend, al zegt de traditie dat het om Caspar, Melchior en Balthasar zou gaan.

Ik denk dat omdat de mannen goud, wierook en mirre meebrachten (vertaling uit 1951). Alsof de één goud mee nam, de ander wierook en de derde mirre. Er kan een associatie zijn ontstaan met het aantal van drie. Niks mis mee, maar we weten het gewoon niet.

Maar het is wel bijzonder dat mannen uit een ver land op zoek gingen naar Jezus.