Spa-wit (2)

Ik ben op tijd weer op het station van Pepinster voor de laatste trein-etappe. De antiek aandoende trein baant zich een besneeuwde weg door het kronkelende dal, onderweg naar het eindpunt: Spa Géronstère.
Foto vanuit de trein tussen Pepinster en Spa

Spa is wereldberoemd. Over de hele wereld worden oorden met geneeskrachtige bronnen ‘Spa’ genoemd. De oude Romeinen meenden al dat het water hier een geneeskrachtige werking zou hebben.

Spa werd in de 19e eeuw pas echt beroemd. Vooral de Duitse adel, altijd vol zorg over de eigen gezondheid en nogal hypochondrisch aangelegd, vertoefde graag in Spa. Opmerkelijk is dat er een rechtstreekse treinverbinding bestaat tussen Aken en Spa.

Het eindpunt

Voor de adel en de rijke mensen werden er tal van gebouwen ontworpen, die nauwelijks voor paleizen onder doen. Ook de Duitse keizer kwam hier regelmatig, ook nog in 1918, toen hij meende in zwembroek aan de boze Engelsen en Duitsers te kunnen ontkomen.

Het ijzerhoudende water van Spa is afkomstig van de Hoge Venen en sijpelt vanaf de heuvels ten oosten van Spa richting deze plaats. Onderweg voegen de mollen er wat zouthoudende materie en bubbels aan toe.

Kunstacademie van Spa in een voormalig klooster

Tegenwoordig is Spa een plaats van zo’n 10.000 inwoners. Opmerkelijk zijn de torenhoge gestapelde kratten met Spawater langs de spoorlijn. Verder valt er nauwelijks industriële activiteit te bekennen.

Ik stap uit op het eindpunt Spa Géronstère, genoemd naar het beekje dat hier loopt en waar je gratis Spawater kunt tappen. Het is een minimaal station met één spoor, één perron, één kaartautomaat en één stootblok. Vroeger liep de spoorlijn door naar het zuiden. Helaas heeft men verzuimd om van dat deel van het tracé een fietspad te maken.

Ik trek de stoute schoenen aan en begeef me onderweg, al weet ik niet waarheen. Laat ik zeggen: mijn neus achterna. Af en toe is het een heel geploeter en ga ik bijna onderuit, maar ik word niet bevangen door de zwaartekracht en blijf op de been.

Wit weiland

Na de bebouwing volgt een prachtig stuk deels open land, bijna witter dan wit. Ik kom niemand tegen, behalve een loslopend paard. De langlaufers die in de trein zaten hebben kennelijk een andere bestemming. Ik heb geen idee waar ik naar toe loop, wel ben ik steeds aan het klimmen. Volgens de borden loopt de weg dood, maar bij elke kruising blijkt de weg toch nog verder door te lopen en ik dus ook.

Weiland met paard

Na een half uur klimmen besluit ik om nu maar eens een zijweg in te slaan, met opnieuw onbekende bestemming. De weg loopt even over een plateau en gaat daarna vrij steil naar beneden en duikt een bos in. Daardoor heb ik geen zicht meer op de omgeving. Volgens mijn richtinggevoel moet ik ongeveer richting Spa lopen, maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat ik heel ergens anders uit kom. De wegen in de Ardennen lopen namelijk nogal grillig.

Besneeuwde bomen

De afdaling stelt hoge eisen aan mijn knieën en het ijzer in mijn linkerknie. Niet alleen het water is hier ijzerhoudend, ook mijn knie. In combinatie met de kou is dat even een pijnlijke ervaring. Maar ik wil het verder niet over mijn persoonlijke ongemakken hebben. Die vallen in het niet, vergeleken met de schoonheid van het landschap.

Zijweg met onbekende bestemming

Nadat ik weer een weg naar rechts heb genomen beland ik in een limite de la ville, zoals de Fransen zeggen, oftewel een bebouwde kom. Dit nu is de bebouwde kom van Spa. Het zelfgekozen blokje om werkte dus goed. Langs de weg staan grote villa`s uit de 19e en het begin van de 20e eeuw. Daarna volgt meer dichte bebouwing volgens Belgisch recept: ieder heeft gebouwd wat goed leek in de eigen ogen.

Het ‘stedelijke’ centrum van Spa

Helaas blijkt het station onvindbaar en het ‘Wo is der Bahnhof?’ willen ze hier ook niet horen. Dus schakel ik over op de Franse taal. Die ben ik ondanks zeven jaar Frans op school niet machtig, maar ik weet me toch verstaanbaar te maken. Voor la Gare moet ik terug, een trap op, een viaduct over, een trap af en dan ben ik er. En ziedaar: de profetie komt uit.

De trein staat al klaar, ik ben precies op tijd. De terugweg gaat niet via Maastricht, maar via Brussel. Daar stap ik over op de internationale trein naar Amsterdam. Voor de kosten hoef ik het niet te laten: het Belgische spoor is erg aardig voor 65 plus. 

Ontwikkelingsprofiel (2)

Bij een defect is het Zelf onvoldoende ontwikkeld. Daardoor is de persoon niet in staat tot zelfreflectie. Hij ziet wel de fouten van anderen, maar is niet in staat om naar zichzelf te kijken.

Er bestaat een stroming in de psychologie die de zelfpsychologie wordt genoemd. De belangrijkste (be) denker is Heinz Kohut, die net als Sigmund Freud en Erik Erikson vluchtte voor Nazi-Duitsland en elders verder is gaan werken.

Volgens Kohut hebben mensen met een defect zelfbeeld niet geleerd om zich aan anderen te spiegelen. Spiegelen begint al op jonge leeftijd: de baby gaapt als mamma gaapt. Op den duur leer je dat jouw gedrag invloed heeft op de ander en dat de ander invloed heeft op jou. Mensen met onvoldoende zelf zouden die toetsing aan elkaar missen. Daardoor is het zelf niet goed tot ontwikkeling gekomen.

Het ingewikkelde is dat mensen met weinig ontwikkeling van het zelf het in de samenleving toch ver kunnen schoppen. Neem meneer A die een universitaire opleiding tot econoom volgde en werkzaam is als econometrist bij een bank. Op zijn werk wordt hij gewaardeerd vanwege zijn grote kennis en zijn analytische vermogen.

Maar buiten de structuur van zijn werk lukt het hem niet om zijn leven op orde te krijgen. Hij mist de verbinding met zijn gezin, weet niet hoe hij de relatie met zijn vrouw inhoud kan geven en blijkt (achteraf) verslaafd te zijn geraakt aan gokken.

Op zijn werk raakt hij ondanks de goede prestaties in de ziektewet. Dat begint als hij paniekaanvallen krijgt en niet naar zijn werk durft. De aanvallen van paniek komen geleidelijk steeds vaker voor.

De heer A krijgt psychotherapie aangeboden. De afspraak is dat hij alles zal vertellen wat er in hem opkomt. De therapeut geeft hem alle ruimte, stelt wel vragen, maar biedt geen weinig structuur. Na drie maanden wordt de heer A ernstig depressief en nemen de paniekaanvallen dusdanig toe dat hij ook niet meer naar therapie durft te komen.

Een andere therapeut neemt met de heer A het Ontwikkelingsprofiel door. Daaruit komt naar voren dat hij gezonde kenmerken heeft. Hij was in staat om los te komen van het complexe gezin waar hij opgroeide. Hij is in staat om tot productie te komen (werk, structuur in het werk, gemotiveerd om te werken). Op die basis en op basis van zijn eerder gevolgde opleiding en taalgebruik wordt hij door anderen beoordeeld. Maar hoe kijkt de heer A naar zichzelf?

Helaas zat onder die succesvolle buitenkant een kwetsbare binnenkant. Hij blijkt in de relatie tot zijn vrouw erg afhankelijk van haar (goedkeuring) te zijn. Krijgt hij die bevestiging niet (voor zijn idee), dan zoekt hij prikkels op en gaat gokken. Hij kan ook slecht alleen zijn: hij moet mensen om zich heen hebben die als klankbord dienen.

Omgekeerd kan hij buiten zijn werk om plotseling heftig uitvallen naar anderen, zoals reizigers in de trein of mensen in de winkel die niet opzij gaan. In zijn werk gebeurt dat niet, maar wel in minder gestructureerde situaties. Omdat de therapie die wordt aangeboden weinig gestructureerd is raakt hij de weg kwijt in zijn beperkte zelf. Dat leidt tot regressie (terugval) en tot veel paniekaanvallen na de sessies.

De conclusie luidt dat de heer A. onvoldoende is (in) gezien hoe kwetsbaar de heer A in psychosociaal opzicht is. Hij weet nauwelijks wie hij is: zijn identiteit wordt bepaald door anderen. Dat camoufleert hij door de prestaties op zijn werk.

Maar in de vrije tijd komt zijn ware aard boven. Hij laat veel zgn primitieve afweer zien en valt in feite terug op een kinderlijk niveau van functioneren waarbij hij afhankelijk is van anderen. Als hij zich alleen gelaten voelt slaat zijn behoefte aan spanning toe en zet hij het op een gokken. 

Werkzaamheden overdwars

Sinds dinsdag ben ik ontheemd. Mijn werkkamer is in beslag genomen.
Van werkkamer tot stofnest

De bedoeling was dat er een WC-pot vervangen zou worden. Tenminste, dat dacht ik. Want mijn werkkamer is in het bezit van een sanitaire ruimte met WC-pot. Zo kan ik op kamers gaan wonen als ik ruzie met Tineke krijg. Nog een magnetron erbij en ik ben helemaal zelfvoorzienend.

Helaas blijken de werkzaamheden meer te omvatten. Het is net zoals bij de tandarts. Je komt voor een klein gaatje en je ontvangt drie zenuwbehandelingen.

De werkmannen hebben meer tijd nodig, misschien zelfs twee weken.

Het gevolg is dat ik elders in huis een poging waag om mijn denken te ordenen. Vandaag heb ik een syllabus voor een cursus herzien, dat is alvast wat...

Ontwikkelingsprofiel (1)

Als een persoon vastloopt, in hoeverre is hij dan behandelbaar? Meestal wel, maar niet altijd.

Regelmatig heb ik bij mijn cliënten geadviseerd om een bepaald onderwerp te laten rusten. Het ‘oprakelen’ zou teveel onrust veroorzaken. Dat was met de kennis van toen. Inmiddels zijn er nieuwe behandelmethoden, zoals EMDR. En toch moeten we ook dan nog een afweging maken. Weegt de tijdelijke onrust op tegen het perspectief voor de toekomst?

In de psychotherapie is bekend dat patiënten zelfs psychotisch kunnen worden tijdens de behandeling. Meestal niet in de behandelkamer, maar in de eigen omgeving. Er zijn ook mensen die suïcidaal worden. Anderen vertonen grensoverschrijdend gedrag. Het komt ook voor dat iemand voorgoed arbeidsongeschikt wordt.

Ooit moest ik een training volgen, maar voordat ik die training mocht volgen werd ik eerst grondig aan de tand gevoeld. Er waren namelijk mensen die nogal in de bonen waren geraakt door die training. Hij bleek te confronterend. Ik mocht meedoen en heb het overleefd, inclusief diploma. 

Om een inschatting te kunnen maken of de patiënt behandelbaar is kan het zogenaamde ´Ontwikkelingsprofiel´ (R.E. Abraham) worden ingezet. Je kunt dan ook kijken of de patiënt meer gestructureerd moet worden behandeld (duidelijke regels en afspraken, de gesprekken kaderen) of dat hij juist de ruimte moet krijgen om zich vrij te uiten. Het eerste is nodig bij borderline-problematiek, het tweede wordt geadviseerd bij neurotische problemen.

Een ervaren therapeut kan op voorhand vaak wel een inschatting maken, maar het ‘ Ontwikkelingsprofiel’ biedt handvatten voor een betere onderbouwing.

Het ‘ Ontwikkelingsprofiel’ biedt ook zicht op de vraag of er sprake is van een innerlijk conflict of van een tekort. Een innerlijk conflict kan worden opgelost, een tekort maakt dat iemand niet in staat is om een bepaalde behandeling te kunnen ondergaan.

Conflict of tekort?

Van een conflict is sprake als een persoon intra-psychische conflicten ervaart als gevolg van tegenstrijdige wensen. Bijvoorbeeld: je wilt graag horen dat je je werk goed doet, maar niemand zegt ooit tegen jou dat je als werknemer gewaardeerd wordt. Tegelijkertijd wil je ook niet vragen aan anderen of je je werk goed doet, want je wilt ook niet afhankelijk zijn of lijken van het oordeel van anderen.

Mensen met deze problematiek hebben voldoende ik-sterkte om een behandeling aan te kunnen. Ze kunnen zichzelf afwegingen maken en ze zijn in staat om in nuanceringen te denken.

Bij een tekort is sprake van een handicap. De persoon is onvoldoende in staat om naar zichzelf te kijken. Het denken is zwart-wit. Een nuancering (‘ dit doe je goed, maar dat kan beter’) wordt als afwijzing gezien.

Meneer D komt een uur te laat op de afspraak. De therapeut heeft nu geen tijd meer voor hem. Meneer D is woedend. De hele tijd al had hij het gevoel dat zijn behandelaar niet te vertrouwen was. Nu blijkt toch maar weer dat hij gelijk had. 

Spa-wit (1)

Er is hier in huis sprake van een tijdelijk ongemak. Tineke heeft weer een verbouwing georganiseerd. Deze keer op mijn werkkamer, waar WC en douche aan een renovatie toe waren.

Kijk, het zit zo. Beneden heb ik een werkkamer. Die was eerst van een fysio-therapeut, inclusief sanitaire ruimte. Daardoor hebben we drie toiletten en twee badkamers in huis. Dat is wel erg luxe.

Ik heb de neiging om alles hetzelfde te houden. Als je mij mijn gang laat gaan verandert er nooit iets in huis en wordt er uiteindelijk na overlijden een retrohuis verkocht. Precies zoals bij één van onze vrienden die in een halve eeuw nooit iets veranderd heeft.

Tineke zit wat anders in elkaar. Ze houdt erg van verbouwingen. Als ik geen werkkamer meer nodig heb kan er op die manier ook een student komen wonen. Of een particulier verpleegster (m/v).

Dit alles ter inleiding op de preek van vandaag. Omdat mijn werkkamer onbewoonbaar is geworden heb ik mezelf dinsdag getrakteerd op een treinreis. Maar waar zou ik dan heen moeten gaan? Ik bedacht dat ik wel eens sneeuw wilde zien. Dit alles met als motto: “Als de sneeuw niet naar Zuid-Holland komt, moet Zuid-Holland maar naar de sneeuw”.

Na een uitgebreide studie naar de sneeuwhoogten in Europa kwam ik tot de ontdekking dat er in de Ardennen (nog) best wat sneeuw lag. Dat was te ver om te fietsen, dus ging ik op zoek naar een OV-verbinding. De Flixbus of de trein. Het werd de trein.

Om kwart voor zes stond ik bepakt en bezakt op het station van Delft. Dat was nog een hele klus, want het fietspad naar het station was wegens verbouwing afgesloten. Maar ik was er en besteeg de Intercity die over de HSL in vijf kwartier naar Eindhoven rijdt. Onderweg bestudeerde ik een psychologisch artikel.

In Eindhoven bleken tal van reizigers in diepe slaap te zijn verzonken. Ik heb er twee vriendelijk gewekt, twee anderen deden hun ogen open en sliepen weer verder. Dan moeten ze het zelf maar weten. Die werden vakkundig afgerangeerd.

De volgende trein reed naar Maastricht. Van die reis heb ik weinig gemerkt want ik was in slaap gevallen. Toen ik wakker werd zat de trein vol. Kennelijk moeten er veel mensen naar Maastricht. Dat ligt nog in Nederland, hoewel Maarten van Rossem heeft voorgesteld om de provincie gratis aan België over te doen, zodat we zonder problemen van Geert Wilders en Maxime Verhagen af kunnen.

Station Liège Guillemins met de ICE naar Keulen

Thuis had ik alreeds een digitaal kaartje aangeschaft naar Luik. Ik weet niet of jullie Luik kennen, maar het is een stad die meerdere malen bijna failliet is gegaan, o.a. vanwege de bouw van een ondergrondse parkeergarage die niet af kwam. Ook werd er een kolossaal station gebouwd. Het futuristische gebouw begon al voor de opening te lekken en te roesten. Als je hier uit de trein stapt heb je een paraplu nodig.

Het station is een ontwerp van de Spaanse architect Santiago Calatrava die bekend staat om zijn extravagante bedenksels die altijd jaren te laat worden opgeleverd en roesten en lekken. Dat ontdekten we ook bij het station Oriente in Lissabon: daar regende het binnen meer dan buiten. Calatrava ontwierp ook de drie tuibruggen in de Haarlemmermeer. Die kostten de gemeente uiteindelijk het dubbele en na vijf jaar moesten er vanwege roest alweer miljoenen aan gemeenschapsgeld in worden gestoken.

Het station Liège Guillemins is gemaakt van staal, glas, wit beton en Belgische blauwe hardsteen, en beschikt over een monumentale overkapping van 160 m lang en 35 m hoog. De vertraging bij de oplevering bedroeg slechts 3½ jaar.

De trein naar Welkenraedt blijkt steeds meer vertraging te hebben: de ICE naar Keulen krijgt voorrang. Even zitten is er niet bij. Er staan namelijk geen banken op de perrons. Volgens de architect passen banken niet bij het ontwerp van zijn station. Het doet me denken aan het gebouw Oklahoma in Amsterdam Osdorp, een in architectonisch opzicht internationaal bekend ontwerp, maar volgens een rapport ” niet geschikt voor de doelgroep” (ouderen).

Geen trein naar Spa op station Pepinster

De Intercity naar Welkenraedt doorkruist België van west naar oost en heeft er al een lange reis opzitten. Meteen na Luik wordt het land wit. De trein trekt veel bochten door de sneeuw en volgt grotendeels het dal van de Vesdre, met af en toe een tunnel om het bochtenwerk af te snijden.

In Pepinster moet ik overstappen op de trein naar Spa. Er staan geen borden, er is geen omroep en het is onduidelijk of er een trein komt. Ook een aantal langlaufers staat te wachten. Uiteindelijk trek ik de conclusie dat ik de trein gemist heb en dat ik beter een eindje kan gaan lopen in plaats van af te wachten of er nog een trein komt.

Wandeling door Pepinster

Pepinster (4000 inwoners) werd in juli 2021 zwaar getroffen door de overstromingen (die in België 39 doden kostten). Hele straten waren afgesloten, honderden huizen dichtgetimmerd. In het dorp is de schade deels nog niet hersteld en 50 huizen zijn niet meer te repareren en werden of worden afgebroken.

De wandeling die ik maak is van het type ´blij dat ik glij´. Persoonlijke ongelukken doen zich niet voor. Na een stevige wandeling ben ik weer op tijd bij de trein naar Spa. 

Luisterthermometer

In veel ‘klassieke’ schema's over communicatie gaat het over de zender en de ontvanger. De zender maakt iets duidelijk en als hij dat maar goed genoeg doet communiceert hij effectief. Op die manier kun je wasmiddelen, auto’s en het Evangelie aan de man/vrouw brengen.

Maar communicatie is meer. Dat wordt geïllustreerd aan de hand van de Luisterthermometer, in het boek Harthorend van trainer Harry van der Pol. Het kan in de communicatie vriezen, maar je kunt er ook warm van worden. Het is ijskoud als er geluisterd wordt vanuit het oordeel. Deze stoorzender in de communicatie maakt goed luisteren naar elkaar onmogelijk.    

Maar de verstoring kan ook zitten in je eigen onzekerheid. Je bent bijvoorbeeld bang om kritiek te krijgen en je bent zo bezig met vooral maar aardig gevonden worden dat daar alle energie in gaat zitten. Dan ben je meer bezig met je eigen formuleringen dan met wat de ander naar voren brengt.

Het kan ook zo zijn dat je vooral controle over de ander wilt houden: je moet met sterke argumenten komen zodat de ander niets meer terug weet te zeggen. Het winnen van de ander staat dan centraal. Een alarmbel luidt als je al antwoord geeft voordat de ander echt uitgesproken is. Dan heb je niet goed geluisterd, want je formuleerde je antwoord al terwijl de ander nog met zijn verhaal bezig was.

Deze stoorzenders maken, schrijft Harry van der Pol, dat de communicatie beneden het nulpunt blijft. De onderlinge verhouding blijft kil, omdat je de ander niet werkelijk ‘ontvangt’.

Hoe kom je tot hartverwarmende communicatie? Door je de ander het woord gunt en die persoon de ruimte geeft om zich uit te spreken. Maar nog meer: als je niet alleen de woorden hoort die de ander zegt, maar ook de kleur van zijn boodschap ontvangt, zijn emoties proeft. En de relatie wordt nog meer hartverwarmend als je de ander als persoon tot zijn recht laat komen en hem of haar aanvaardt als persoon.

In deze gebroken wereld zien we daar nog maar kleine stukjes van, maar dat zijn wel lichtpuntjes met het perspectief van een stralende toekomst. 

Erps-Kwerps

In de wachtkamer bij de dokter en in het OV kun je voorspelbare conversaties opvangen. Zoals gesprekken over de gezondheid. 

“Het gaat zo zijn gangetje. De ene keer wat beter, de andere keer wat minder. Maar mag niet klagen. Dat doe ik dan ook niet. Je moet maar zo denken: de ouderdom komt met gebreken. Pijntje hier, pijntje daar. Och ja, elk mens mankeert wel eens wat. Zo is het leven nu eenmaal.”

Het weer is vaak favoriet. “Wat een weertje, vandaag! Zo schijnt de zon, zo komt het weer met bakken naar beneden. Je weet nooit waar je aan toe bent. Neem je je paraplu mee, blijft het droog. Denk je, nou kan het wel even, regen je kletsnat. Dat hadden we vroeger niet. Tegenwoordig doen ze maar wat. En die Buienradar, daar klopt ook helemaal niks van. Mijn dochter had hem op mijn telefoon gezet. Ik denk dat ik hem er maar weer af laat halen. Vanmorgen heb ik er nog op gekeken. Ik denk, ik kan nu mooi droog naar de halte. Ik was halverwege, en wat denk je? Een hele lading zure appels. Ik ben maar gauw onder een afdakje gaan staan. Tram gemist. Maar ik heb de tijd. Ach ja, met dat weer moeten we leren leven. Iets met de opwarming van de aarde, zeggen ze. Nou, ik moet het nog zien. Bar koud vandaag.”

Station Erps-Kwerps

Dan nog de conversatie tussen een ouder echtpaar. (a) We staan stil. (b) Ja, we staan stil. (a) Misschien moeten we op een andere trein wachten. (b) Ja, misschien staan we daarom wel stil. (a) Kijk, daar komt een trein voorbij. (b) Volgens mij was het een sneltrein. (a) Ja, dat was een sneltrein, daarom moesten we hier wachten. (b) Nou, dan zullen ze ons zo wel weer verder laten gaan. (a) Ja, als-t-ie voorbij is kunnen we weer verder. (b) Kijk, daar gaan we alweer. (a) Ja, we gaan we alweer.”

Die laatste vorm wordt door acteur en columnist Justus van Oel het Erps-Kwerps gesprek genoemd. Erps-Kwerps is een dorp bij Brussel. De naam riep deze associatie bij Van Oel op. Sinds ik die omschrijving heb gelezen valt dat type gesprekken me vaker op. Soms doe ik er zelf aan mee. Ik ben dan ook de helft van een ouder echtpaar.

Schizofrenie en apathie (3)

Vanuit die situatie zonder enig perspectief (zie het vorige blog) merkte Martijn dat er van alles van hem werd overgenomen. Als hij emoties toonde waren ze zo heftig dat hij mensen verbaal bij hem vandaan weg sloeg. De reactie van zijn omgeving was: wij doen het wel voor Martijn. "Ze namen de verantwoordelijkheid van mij over. Dit maakte mij nóg passiever."

Geen eigen verantwoordelijkheid

Martijn meent dat passiviteit na een psychose teveel omschreven wordt als het gebrek aan energie. Er is nog een ander probleem: het tekort aan ‘exploratie’. Je komt er niet meer toe om iets voor jezelf te regelen.

Wat zijn volgens Kole op basis van zijn eigen ervaring de stappen die genomen kunnen worden?

  1. Voorkom een knik in de levenslijn. Dat klinkt eenvoudiger dan het is, maar het gaat er om dat je de persoon in kwestie niet met een maximale dosering aan psychofarmaca helemaal passief maakt, maar dat je er naar streeft relaties vast te houden, zodat de cliënt toch nog in die relaties een beetje betekenis aan zichzelf kan geven. Hoe je dat doet? Er is bijvoorbeeld de individuele rehabilitatiemethodiek.

2. Nodig de persoon uit in gesprek te gaan over wat er vroeger belangrijk was. Dan ontdek je wat er niet meer kan. Het betekent een verlieservaring, het betekent rouw, maar dat is ook nodig voor het herstel. Rouw vraagt tijd. Maar het verschil is dat je die rouw dan samen deelt. En uit de verhalen van vroeger kan ook iets naar voren komen wat nu alsnog als een klein stapje mogelijk zou zijn. Vergelijk: geen ondernemer op een groot agrarisch bedrijf, maar toch wel iets met dieren kunnen doen.

3. Geef de persoon een plek waar hij kan exploreren, die als thuis voelt. Dat kan bijvoorbeeld een eigen woonruimte zijn die in kleine stapjes ‘eigen’ wordt ingericht.

4. Bevorder interactie. Interacties leiden gemakkelijk tot botsingen, want je moet elkaar weer leren kennen. Maar vermijding is niet het antwoord: je moet elkaar weer tegen komen. Er kan angst in meespelen dat het niet goed gaat, maar die angst remt het herstel. Ga maar aan de slag met elkaar op een niet eisende manier.

5. Bekijk voorbeelden van herstel. Zelfhulpprogramma’s en lotgenotencontact kunnen zeer positief werken. Ik ben lang niet de enige die dit heeft meegemaakt, hoe is die ander ‘er uit gekomen’?

Apathie is geen direct gevolg van een psychose

Tot slot komen Kole en Kuipers tot de conclusie dat te lang is gedacht dat apathie het gevolg is van een psychose. Het zou één van de kenmerkende negatieve symptomen zijn.

Maar de apathie minstens evenzeer het gevolg van de knik in de levenslijn, van het verlies aan toekomst en het gebrek aan perspectief. Investeer in een heroriëntatie: wat zijn kleine stappen waarbij de persoon in kwestie een stukje eigen verantwoordelijkheid kan ervaren?

Kwetsbaarheid of preventie?

Een behandeling die de focus legt op de kwetsbaarheid en het vermijden van risico’s versterkt de apathie. Bovendien leidt het vaak tot het toedienen van hogere doses aan medicatie: ieder risico op herhaling moet immers vermeden worden?

Winst valt te behalen bij preventie, vroege herkenning en een aanpak die probeert de knik in de levenslijn minder drastisch te doen ervaren.

Naar aanleiding van: M. Kole en T. Kuipers: Negatieve symptomen en de levenslijn; over passiviteit bij psychose. Tijdschrift voor Psychiatrie 2017/ 59

Schizofrenie en apathie (2)

In de jaren '60 werd wel eens gedacht dat een psychose een nogal vrolijke toestand kon zijn van iemand die zich onthechtte aan het dagelijkse bestaan. Maar niets is minder waar. Een psychose werkt ontwrichtend en markeert vaak een breuk tussen verleden en toekomst.

Ontwrichtend

Zoals bij mijn vroegere klasgenoot Peter, een veelbelovende scholier met maximaal hoge cijfers bij zijn eindexamen. In zijn tweede studiejaar kreeg hij een ernstige psychose (waarschijnlijk uitgelokt door drugsgebruik). Hij kwam in een gesloten inrichting terecht. Alle plannen voor de toekomst vielen in duigen. Van zijn studie is nooit meer iets terecht gekomen.

In het Tijdschrift voor Psychiatrie (59/2017) vertelt ervaringsdeskundige Martijn Kole wat de breuk in de levenslijn voor hem betekende. Hij schrijft dat zijn behandeling bestond uit niet praten, maar pillen. Dit omdat hij te kwetsbaar was en een te hoog risico liep om te decompenseren. Als hij meer bij de les was (in zijn eigen beleving) zagen de behandelaars dat als een opleving van de psychose en kreeg hij nóg meer pillen.

Vluchtheuvel

Martijn had ook te horen gekregen dat hij nooit meer beter zou worden. Zijn strategie om te overleven was: niets doen. In een Belgische film (ik ben de titel vergeten) zie je een man die op een vluchtheuvel staat tussen het verkeer en niet meer voor-of achteruit durft te stappen. Zo omschrijft Martijn zijn leven ook.

“Mijn leven was leeg geworden. Denken of dromen over de toekomst boezemde mij angst in. De Martijn van vroeger bestond niet meer en de Martijn van nu had geen enkele toekomst. Goedbedoelde pogingen van anderen om toch nog iets te doen boezemden mij angst in. Ergens iets van maken bestond niet meer, hooguit behouden wat ik had. Op den duur accepteerde mijn omgeving dat ik niets meer deed en niets meer kon. En de pillen die ik kreeg versterkten de apthie verder tot een ondoordringbaar schild voor prikkels en gevoelens.. Ze zogen alle krachten uit mijn lijf en versterkten de cocon waarin ik mij terugtrok. Communiceren met mijn omgeving werd steeds moeilijker: het beste kon ik maar gewoon gaan slapen.”

Martijn schrijft ook over de mensen in zijn omgeving. Het leek wel of zijn wereld en de omgeving steeds verder uit elkaar gedreven werden. De gelijkwaardigheid verdween: Martijn was iemand voor wie gezorgd moest worden.

Behandelaar T. Kuipers schrijft in dit verband: “Ongelijkwaardigheid brengt ongemakkelijke spanning in relaties. Ouders neigen tot ‘overbetrokkenheid’, en broers en zussen wenden zich af of ze gaan juist veel te dichtbij staan. Na een psychose valt de anders vanzelfsprekende interpersoonlijke afstand veel moeilijker te reguleren.” 

Je bent je diagnose

Een psychose is een zeer heftige ervaring, schrijft Martijn Kole. Bij een gebroken been héb je een gebroken been, bij een psychiatrische ziekte bén je al heel snel die ziekte. Je bent een schizofreen…

Met andere woorden: een psychiatrische ziekte tast je identiteit aan. Mensen die de diagnose dementie krijgen vallen soms opeens terug in hun functioneren. Je bent niet meer meneer De Groot, je bent dement. Martijn wist ook niet meer wie hij was, hij werd zijn ziektebeeld: een schizofreen.

Martijn Kole: “Hoe meer je samenvalt met een ziekte, des te meer vallen je dromen in stukken. En ook: des te meer wordt je toekomst bepaald doordat je jezelf voorstelt als kansloos en kwetsbaar.”

Geen perspectief

Daarmee komt hij tot een belangrijke uitspraak: het is niet de schizofrenie die de apathie veroorzaakt, maar het is het verlies van de hoop, van het perspectief. En hij gaat nog iets verder: het verzet tegen het iets moeten doen, kan een voorportaal zijn van de hopeloosheid. Als je laat zien dat er niets uit je handen komt stel je uit dat je werkelijk niets meer voorstelt (…).

Bekijk dit verhaal ook eens in het perspectief van mijn vroegere klasgenoot. Alles wees er op dat hij een ‘topper’ zou worden in de samenleving. Een zeer intelligente en veelbelovende student. Dat waren de verwachtingen die hij van zichzelf had, maar ook de verwachtingen van zijn ouders. En dan komt daar dat schrille contrast: je kunt bijna niet meer denken, alles gaat in trage stappen, je krijgt niets meer voor elkaar. Je kunt maar beter in je bed gaan liggen. Die enorme tegenstelling tussen een hoog perspectief het het tot niets komen maakt de psychose extra zwaar.

Martijn schrijft dat hij zijn plek kwijt was. Hij was niets meer. Hij had dus ook niet meer de energie om toch nog een klein plekje te veroveren. Niet alleen geen energie, er ontstond ook een mist doordat bang was dat wat hij misschien nog net wel zou kunnen ook zou mislukken. Om het te parafraseren: een heel huis inrichten was een illusie, maar nu was de eigen kamer ook teveel gevraagd. Want daar kon ook van alles mis gaan.

Nederlandse en Belgische treinen

België heeft het dichtste spoorwegnet van Europa. Maar er rijden veel minder treinen dan in Nederland. Nederland heeft veruit het meest bereden spoorwegnet van Europa. 

Om het verschil duidelijk te maken: tussen de twee grootste steden van België rijden vier rechtstreekse treinen per uur. De agglomeratie Antwerpen telt 1,05 miljoen inwoners, de agglomeratie Brussel telt 1,4 miljoen inwoners.

Tussen de twee grootste steden van Nederland rijden elf rechtstreekse treinen per uur. De agglomeratie Rotterdam telt 1,2 miljoen inwoners en de agglomeratie Amsterdam telt 1,5 miljoen inwoners.

Instappers per station

Het verschil wordt nog duidelijker als je het aantal instappers per station bekijkt. Het drukste station van België is Brussel Noord. Dat station telt gemiddeld 64.000 instappers per dag (2019).

Het drukste station van Nederland is Utrecht Centraal. Daar telde men 207.000 instappers per dag (2019). Acht Nederlandse stations hebben meer instappers in de trein dan het drukste Belgische station.

Verbindingen

Station Luik-Guillemins

Als we naar de verbindingen met de grote steden buiten de Belgische Randstad kijken, dan zien we dat er twee treinen bij uur van Brussel naar Luik rijden. De agglomeratie Luik telt 600.000 inwoners.

Als we naar Nederland kijken, dan rijden er zes treinen per uur van Amsterdam naar Zwolle, voor een deel via de Flevolijn, voor een ander deel over de Veluwe. Zwolle telt 42.000 (NS) instappers per dag (er komen daar nog andere lijnen). Het vijf keer zo grote Luik telde in 2019: 34.000 instappers.

Materieel

Stoptrein van Roosendaal naar Puurs

In Nederland zijn de treinen vrij uniform qua inzet (je weet meestal op welk traject welk type trein rijdt). Alle treintypen zijn modern uitgevoerd. In België rijdt een allegaartje aan treinen. Vanuit Roosendaal rijdt bijvoorbeeld een antiek treintype van een halve eeuw oud dat onder de graffiti zit.

De instap van sommige treintypen is zó hoog dat je je daar als 65-plusser maar beter niet aan kunt wagen. Dat is zeker het geval als ik mijn fiets in de fietsenafdeling wil laden. Dan moet ik hem soms verticaal boven mijn hoofd tillen omdat de instapruimte zich op 1,5 meter hoogte bevindt.

NMBS monopolie

Een opmerkelijk verschil tussen de Belgische en het Nederlandse spoorwegnet is dat België geen particuliere spoorwegmaatschappijen kent. Alle reizigersvervoer is in handen van de NMBS.

Een voordeel voor 65-plussers is dat alle treinretours door het hele land voor hen € 7,20 kosten. Maar ja, met die hoge instap wagen veel 65 plussers zich niet meer aan een reis met de trein.