Fietsdag langs de Elbe (4)

Inmiddels zijn we weer op de kaart gezet.

Vanuit Dömitz is het even zoeken naar de goede weg richting Wittenberge. We willen niet de drukke weg nemen, maar ook niet de Elberadweg. Er is een weg die door een aantal dorpen leidt, maar het begin van die weg heeft zich een beetje verstopt.

Uiteindelijk vinden we via enkele omwegen die weg. Dorpen blijkt wat teveel gezegd: het zijn soms maar een paar huizen. Op die manier komen we door Gaarz en Baarz, door Besandten en Unbesandten, door Lenzerwische, Kietz, Rosendorf, Klein Wootz, Wootz en Mödlich.

Het is allemaal weer een vredig landschap met opvallend veel bomen, af en toe weilanden en vooral weer veel akkerbouw. In Wootz schuurt de weg langs de Elbedijk. Vanaf hier fietsen we over de dijk en dus ook over de Elberadweg. Deze overigens nog altijd zeer kleine dorpen lijken wat meer welvarend: de oude huizen zijn goed opgeknapt en worden waarschijnlijk vooral bewoond door mensen uit de steden die geld hadden om hier een bouwval op te knappen en er volgens de gaan wonen.

Onderweg komen we langs een monument dat Charon heet: de veerman met de zeis die de overledenen helpt om de doodsrivier over te steken.

Voor het dorp Lenzen vaart een veerpont naar de overzijde. Een bord vermeldt dat dit veer in 1991 weer in de vaart is gekomen, nadat 45 jaar lang de oversteek niet mogelijk was.

Aan die trieste tweedeling herinnert ook de wachttoren aan de dijk waar dag en nacht bewakers met verrekijkers met een schietbevel stonden. “Befehl ist Befehl” hadden de nazi’s gezegd en de communisten hielden er in dit verband vergelijkbare principes op na. De toren herinnerde ook aan een fietsbezoek aan de vroegere DDR-grens toen we vanuit het westen de verrekijkers van de Vopo’s op ons gericht zagen toen we de grens te dicht bleken te zijn genaderd.

Daarna fietsen we het stadje Lenzen binnen. Het is een prachtig stadje met oude huizen, waarvan slechts een deel gerestaureerd is, een oud stadhuis, een kerk een stuk stadsmuur, een stadspoort en een kasteel. We willen ergens wat gaan eten, maar op wonderbaarlijke wijze blijken alle plaatselijke gelegenheden op maandag de deuren gesloten te hebben. Kunnen ze dat niet een beetje afwisselen? Moeten vreemdelingen hier op maandag van honger en dorst omkomen? Uiteindelijk vinden we een eetgelegenheid op 2 km afstand aan de Rudower See, waar het vanavond prima toeven is. Tineke krijgt een halve liter bier voorgeschoteld. Dat wordt straks zwaar trappen… (of duwen).

Snurken (1)

In een bijlage van de Volkskrant (3 juni 2017) stond een uitgebreid artikel over het verschijnsel van het snurken.

Ik vertel weinig nieuws, want ook over het gesnurk heb ik al eerder geschreven.

Maar liefst zo'n 60% van de 65-plussers snurkt. Dat 65-plussers ook vaak aan gehoorverlies lijden is dus maar goed ook. Dan is er een kans dat je het alsnog volhoudt naast je snurkende bedgenoot. Anders moet je wachten tot het verpleeghuis voordat je wordt gescheiden van tafel en bed.

Volgens de bijlage van de Volkskrant zijn er ‘in episodisch opzicht’ drie typen snurkers: 1) degenen die meteen beginnen te snurken, 2) zij die er na twee uur mee beginnen en 3) zij die net doen of ze niet gaan snurken en het dan plotseling wél gaan doen.

De Volkskrant maakt vervolgens onderscheid tussen daders en slachtoffers. En dat daders ook slachtoffer zijn en slachtoffers ook tot dader kunnen worden. Zo schrijft Haroon Ali:

“Als je eenmaal op het snurken let, hoor je niks anders meer. Opnieuw inslapen kun je vergeten, totdat je partner uit de kamer is verwijderd of totdat je een kussen op zijn hoofd duwt. Op de ergste nachten heb ik dat zeker overwogen. De liefde van mijn leven was ineens een zoemende mug die moest worden verwijderd.”

Er zijn mensen die prima kunnen snurken. Ze doen erg hun best om op te vallen. Zoals een man die er in slaagde om 90 decibel te produceren. Dat is het geluid van een straaljager.

Op de slaapzaal van de jeugdherberg van Frankfurt biechtte een Amerikaans militair op dat hij zó hard snurkte dat hij in de kazerne een eigen slaapkamer had gekregen. Hij raadde de kamergenoten aan om hem - als het weer eens zo ver was - 's nachts aan te tikken, zodat hij zich omdraaide. Dan zou het snurken stoppen. De kamergenoten hadden er een dagtaak aan. De hele nacht waren we met zijn negenen om de beurt in touw om deze meneer uit de snurk te houden.

Psychotherapie voor snurkers?

Het schijnt dat Freudiaanse psychiaters beweren dat mensen die zich overdag niet voldoende gehoord voelen ’s nachts extra hard gaan snurken.

Zo  vertelde een mevrouw in de trein op nogal luide toon dat ze zoveel last had van haar snurkende man. De mevrouw was de hele treinreis zóveel aan het verbaal aan het ratelen dat ik overwoog om maar ergens anders te gaan zitten. Als ze thuis óók zoveel zou praten kon ik me voorstellen dat haar man 's nachts nu eindelijk eens aan het woord wilde zijn...

Als we het zo bekijken zou psychotherapie een manier kunnen zijn om het snurken te beperken.

Nu lijkt mij in ieder geval relatietherapie of anders mediation wel nodig in het geval van ernstige snurkproblemen, zoals bij Haroon Ali. Want haar vriend was absoluut niet van plan om zich bij de snurkkliniek te vervoegen. Hij doet er twee jaar over voordat hij met een Mandibulair Repositie Apparaat thuis komt (een soort beugel die je onderkaak naar voren schuift ten opzichte van de bovenkaak, waardoor je keel meer open blijft staan).

Reis met hindernissen

Vorige week nam ik om 18.09 nam ik de Sprinter naar station Rotterdam Centraal. Daar zal -  zo meldt de reisplanner mij - de Intercity naar Leeuwarden op mij staan te wachten. Het uiteindelijke reisdoel is Harlingen.

Perronduidelijkheid

Langs het perron staat een Koploper met open deuren en met de bestemming Leeuwarden. Maar op de borden op het perron staat Niet Instappen. Wie heeft er gelijk: de trein of het perron?

Opeens hoor ik een omroepbericht dat er vanwege een stroomstoring te Zwolle geen treinverkeer mogelijk is naar Zwolle en omstreken. Hoe lang die stremming zal duren is niet bekend.

Ik vraag aan de plaatselijke conducteur die zich op het perron staat te verpozen of hij iets meer weet. Maar zijn naam is Haas, hij weet helemaal niks. Maar hoe zit het dan met het niet mogen instappen? Ook hier weet hij niets van.

Ik zie dat de achterste twee treindelen zijn afgekoppeld. Maar daar zitten al wel mensen in. Ik besluit echter om me te vervoegen bij de voorste twee treinstellen. Als er iets gaat rijden, zullen dat de voorste twee treinstellen zijn.

Drie minuten later klinkt de sluitfluit. Stipt op tijd vertrekt de trein met de aanduiding Niet Instappen in de goede richting. Waarschijnlijk zitten er ook nog mensen in de afgekoppelde treinstellen. Die komen niet veel verder.

Onderweg naar Utrecht

Onderweg naar Utrecht Centraal vraag ik me af hoe ik de barrière van station Zwolle zou kunnen nemen. Er zijn niet veel alternatieven. Al het treinverkeer naar het Noorden gaat via Zwolle. Als het treinverkeer daar niet op gang komt is er misschien ondertussen busvervoer geregeld. Maar ik ben dan wel te laat voor de laatste overstap met de Arrivatrein naar Harlingen.

Ik wil de conducteur om opheldering vragen, maar hij laat zich niet zien. Ook na de tussenstop in Gouda verschijnt er geen conducteur. Wel volgt een omroepbericht dat de trein waarschijnlijk niet verder zal rijden dan Amersfoort. Daar vandaan is het nog een heel eind lopen naar Zwolle.

Overwegingen op Utrecht Centraal

Het heeft geen zin om me in een fuik te laten rijden met duizenden gestrande passagiers. Dus ik stap in Utrecht uit. De digitale aanwijsborden zijn onduidelijk. De Sprinter naar Zwolle zou wél rijden, de Intercity niet. Maar hoe zou een Sprinter wel in Zwolle aan kunnen komen en een sneltrein niet? Het alternatief is dat ik naar Alkmaar trein en daar de Q liner over de Afsluitdijk neem. Maar helaas: de trein naar Alkmaar heeft ‘vanwege diverse oorzaken’ 25 minuten vertraging. Dan haal ik daar de bus weer niet.

Het alternatief is de trein naar Hoorn. Dan moet ik eerst naar Amsterdam Centraal. Maar de eerste trein is de vertraagde trein naar Alkmaar. Ik bedenk een nieuw omweg. Met de Sprinter naar Hilversum en daar overstappen op de sneltrein naar Amsterdam Centraal en dan op de trein naar Hoorn. Het zijn twee krappe overstappen, maar in theorie kan het.

Via Hilversum naar Hoorn

De conducteur laat zich niet zien in de Sprinter naar Hilversum. Ik haal keurig de Intercity naar Amsterdam Centraal. De conducteur is weer niet te vinden, dus ik moet het zelf uitzoeken. Ik haal ook precies de trein naar Hoorn. Een conducteur opzoeken heeft nu geen zin meer: er rest me maar één route: door Noord-Holland. De conducteur laat zich overigens opnieuw niet zien. Vanmorgen waren er stakingsacties, die worden kennelijk op dit tijdstip nog steeds voortgezet. Een vorm van passief verzet.

Met de bus

In Hoorn haal ik precies de bus naar Den Helder. Ik wil in Middenmeer overstappen op de luxe Q-liner, maar de reisplanner zegt dat dat niet kan omdat die bus 20 minuten te vroeg is (!). Dat lijkt me stug. Maar ik neem het zekere voor het onzekere en blijf zitten in deze bus tot Den Oever.

Daar is helemaal geen Q-liner, hij is zelfs een paar minuten te laat. De reisplanner geeft digitaal onjuiste informatie. In een half uur ben ik over de dijk bij Kop Afsluitdijk. Daar staat de bus naar Harlingen klaar.

Zelf het wiel uitvinden…

Soms moet je bij het OV zelf het wiel uitvinden. Het personeel en de reisplanner doen dat soms niet. Gelukkig heb ik bij stremmingen allerlei alternatieven in mijn hoofd. Na 4½ uur treinen en bussen en na zeven keer overstappen heb ik toch nog mijn bestemming bereikt.

Op het late Journaal wordt gemeld dat de stremming in Zwolle aan het eind van de avond was opgelost. Dan had ik de laatste overstap op de Arrivatrein naar Harlingen niet gehaald.

Pincode vergeten

Eén van mijn veelgeprezen tantes woonde al zo’n 25 jaar in hetzelfde huis. Ook voor mij was het een beetje thuis. Mijn ouders verhuisden regelmatig, maar dit gezin bleef immer en altoos op hetzelfde adres wonen.

Toen ze een keer de politie moest bellen vanwege een plaatselijk ongemak vroeg de agent op welk nummer ze woonde. Ze wist het niet meer. Ze moest naar buiten lopen om het nummer te zien. Toen wist ze het weer. Het is nu dertig jaar later en deze tante is nog aardig bij de les. Het was geen kwestie van beginnende dementie. Ze was het gewoon even kwijt.

Onder een bepaalde psychische druk kunnen mensen opeens vaardigheden kwijt zijn. Zo werd door een collega ooit een vrouw getest die een HBO-opleiding met mooie cijfers had afgerond. Je zou verwachten: bovengemiddeld intelligent. Maar uit een IQ-test (die tien jaar later werd afgenomen) bleek dat deze mevrouw op verstandelijk beperkt niveau functioneerde. Dat verval in intelligentie kan plaatsvinden na een herhaalde psychose, maar deze mevrouw had geen psychose gehad. Ze had wél meer last op haar schouders te dragen dan dat ze aan kon.

Omdat ik bij allerlei organisaties betrokken ben moet ik regelmatig – maar ook op wisselende tijden – wisselen van wachtwoorden. De wachtwoorden die ik zelf moet bedenken kan ik doorgaans wel onthouden. Maar de wachtwoorden die een ander voor mij bedenkt zijn heel wat ingewikkelder. Zo kreeg ik onlangs een wachtwoord dat bestaat uit 22 cijfers. Dat is zeker om de inhoud van mijn hersenen in beweging te houden…

Maar er zijn ook codes en wachtwoorden die ik al een paar jaar gebruik. Toch ging het vanmorgen mis. Ik wist helemaal het wachtwoord van het account van mijn digitale agenda niet meer. Nog steeds niet, trouwens.

En toen ik gisteravond wilde pinnen bleek dat ik ook de code van mijn pinpas ben vergeten. Dat is wel voordelig, maar ook lastig… Ik moet nu in etappes boodschappen doen, zodat ik steeds contactloos een klein bedrag kan pinnen…

Afgekoeld

Dinsdagmiddag kwam ik Piet Paulusma nog tegen. Ook hij had het warm.

Maar ’s avonds… Terwijl bijna heel Nederland zwoegde teneinde de hitte te doorstaan had ik én een overhemd met lange mouwen én een vest aangetrokken. Eigenlijk wilde ik ook nog wel een jas. Maar die had ik niet bij me.

Dat ik het koud had lag niet aan mijn toestand, maar aan het feit dat er opeens een frisse bries van zee over de dijk kwam. De temperatuur daalde in een uur tijds van 24 graden naar 14 graden.

Maar ik kon wél genieten van een mooie zonsondergang…

Even de tanden op elkaar

Hoe zag mijn werkdag er gisteren (het is 17 juni terwijl ik dit schrijf) uit? Ik heb tien blogposts vooruit geschreven en de informatie voor voor de website voor twee congressen voor het komend najaar in elkaar gezet. Eentje geef ik ook op dit blog door. Heb ik mijn blog weer gevuld en kan ik met een korter takenlijstje de week in. 

Als een peuter voor het eerst spruitjes moet eten is het altijd even wennen. De smaak, de geur, en misschien spelen er nog andere factoren mee.

Tanden leren poetsen is nog veel ingrijpender. Het is dus geen wonder dat peuters tijd nodig hebben om te wennen aan die vreemde gewoonte; er komt een vreemd voorwerp in je mond en het voelt vreemd, misschien doet het wel pijn en het smaakt ook nog eens anders. Probeer je eens in te leven wat dat allemaal betekent als je niet begrijpt waar het goed voor is.

Bijna alle peuters raken gewend aan het poetsen. Maar er zijn mensen met een verstandelijke beperking bij wie de weerstand tegen het poetsen nooit over gaat. Daarbij spelen allerlei factoren een rol, zoals zintuiglijke overgevoeligheid, het cognitieve niveau en het sociaal-emotionele ontwikkelingsniveau. Maar ook bij mensen met een lichte verstandelijke beperking zien we nogal eens een blijvende weerstand tegen het (moeten) poetsen. En in de ouderenzorg komen de oude problemen nogal eens weer terug.

Begeleiders in de zorg worden nogal eens geconfronteerd met een dagelijkse strijd. Je ziet er misschien tijdens het eten al tegenop dat er straks gepoetst moet worden. En de cliënten voelen het maar al te vaak dat de spanning oploopt. Wat zijn manieren om een beetje uit deze vicieuze cirkel te komen? Dat betekent werken aan jezelf én het hebben van handvatten hoe je de mondverzorging aan kunt pakken. Eén van de sleutels voor de cliënt is het kunnen volgen, herkennen en voorspellen van wat er gebeurt en daarnaast het eigen invloed kunnen ervaren.

Hoe zit het dan met de Wet Zorg en Dwang? Je mag toch niet iemand dwingen om gepoetst te worden? Maar wat zijn de gevolgen als je niet poetst? Dat is een spannend ethisch dilemma dat om multidisciplinaire samenwerking vraagt. Er zijn richtlijnen ontwikkeld om tot een goede afweging te komen.

Fietsdag langs de Elbe (3)

De Duitsers hebben iets met forten. Dat zie je al op het strand. Mogelijk is het genetisch bepaald. Duitse kinderen bouwen forten en Nederlandse kinderen graven kanalen.

De Mecklenburgse hertog Johann Albrecht de Eerste liet in de 16e eeuw bij Dömitz een grote vesting bouwen, om daarmee de handelsroute over de Elbe veilig te stellen. Het is een vijfhoekig fort met kazematten dat er nog altijd imposant uitziet. Om er te komen moeten we tussen een file aan toeristenbussen laveren en ons daarna een weg banen temidden van gerollatorde bezoekers. Er zijn nog twee fietsers: die komen uit Hardenberg. Wat mensen uit Hardenberg hier komen doen is mij verder niet geopenbaard.

Er is niet alleen de vesting, maar ook het historische stadje Dömitz. Vanwege de vele overstromingen van de Elbe zochten de mensen een veilige plek op iets hoger gelegen grond. De eerste gegevens van het stadje dateren uit het jaar 1235. In de eerste helft van de 20e eeuw was het een belangrijke plaats vanwege de industrie en een overslaghaven voor het scheepvaartverkeer over de Elbe. De gevolgen van de Tweede Wereldoorlog maakten dat alle ontwikkeling stil werd gelegd. En ook nu nog is Dömitz een dromerig, slaperig stadje.

De grootste rampen voor het stadje voltrokken zich in april en mei 1945. Het stadje was volgestouwd met vluchtelingen die uit handen van de Russen wilden blijven. Ze konden de Elbe niet over, want de brug was gebombardeerd. de Amerikanen bestookten de Duitse legers die zich in en rond het stadje ophielden.

Op 2 mei trokken Amerikaanse soldaten het stadje binnen, maar op 3 mei namen de Russen de leiding over. Dat leidde tot een schrikbewind waarbij o.a. een aantal jonge mensen werd afgevoerd naar Russische kampen. Over hen is later niets meer vernomen.

In de DDR was Dömitz min of meer verboden gebied. Er mocht geen industrie gevestigd worden omdat het tegenover West-Duits grondgebied lag. Bewoning werd getolereerd, maar niet gestimuleerd. Pas na 1991 kwam er ruimte voor groei. Maar die wordt weer belemmerd doordat Dömitz ligt in een belangrijk natuurgebied. Dus het blijft een dromerig stadje.

Wij drinken even een kop koffie (uiteraard met koek) bij de plaatselijke bakker. Het is een winkeltje waar de tijd stil heeft gestaan, al is de euro al wel ingevoerd. De antieke kassa klingelt nadrukkelijk. Aan de muur hangt een diploma van de bakker uit de DDR tijd.

Dan is het echt weer tijd om op de fiets te stappen. Volgens de borden is het nog ruim 50 km. naar Wittenberge en het is ondertussen al tegen vier uur.