Hechting in vogelvlucht (8)

Hoe reageert de peuter als de moeder (m/v) terug komt in die vreemde ruimte met die vreemde meneer (m/v)? Dat is de meest cruciale vraag.

a) De peuter met de angstig-ambivalente hechting rent op mamma af en klemt zich aan haar vast. Maar tegelijk gebeurt er iets heel subtiels: mamma krijgt een knuffel, maar ze wordt ook pijn gedaan.

Ik heb een indrukwekkend filmfragment in mijn bezit waarbij de peuter mamma knuffelt en waarbij diezelfde moeder meteen daarna een pets in haar gezicht krijgt. 

Vandaar de naam angstig-ambivalent. Er is sprake van een tegentrijdige reactie. De peuter is blij dar mamma er weer is, maar hij/zij is tegelijkertijd boos vanwege de ervaren verlating.

Belangrijk is daarnaast dat de peuter niet of nauwelijks meer tot spel komt. Hij laat zijn moeder niet meer los, blijft haar angstvallig in de gaten houden of claimen. De ambivalentie kan ook tot uiting komen in bijvoorbeeld langdurig dreinen.

b) De peuter met de angstig-vermijdende hechting reageert niet of nauwelijks op de moeder. Hij is stoer en trekt zich nergens wat van aan. Hij gaat gewoon door waar hij mee bezig is.

Het lijkt zelfs of deze peuter net doet of hij mamma helemaal niet nodig heeft, alsof hij haar vermijdt. Hij zoekt ook geen troost. Het spel gaat ook gewoon door.

c) De peuter met een veilige hechting gaat ook naar mamma toe, maar hij betrekt haar meteen bij zijn spel. “Kijk eens, mamma, wat ik gemaakt heb!” Daarna houdt hij wel een lijntje met zijn moeder, maar gaat gewoon weer door met zijn spel.

Conclusies:

  1. Kenmerkend voor die veilige hechting is dat het kind in staat is om de tijdelijke verlating op te vangen. Het is wel vervelend, maar de vervelende ervaring herstelt zich weer. Dit in tegenstelling tot de angstig-ambivalente hechting.

2. Een tweede kenmerk is dat de peuter met de veilige hechting troost zoekt en het kind met de onveilig-vermijdende hechting zoekt geen troost. Hij ervaart wel stress, maar deelt dat niet met iemand anders. Daardoor blijft de stress in zijn lichaam zitten.

3. Het derde kenmerk is dat de peuter met de veilige hechting een hoger spelniveau heeft. Hij speelt meer samen en herstelt zich ook gemakkelijker in zijn spel.

Deze voorbeelden zijn 'ideaal-typisch'. Het zijn 'model-reacties'. In de praktijk zul je uiteraard in een vreemde situatie niet zo precies zien gebeuren wat er 'in het boekje' staat. Toch heb ik meerdere malen op opnames met voor mij bekende kinderen gezien dat er wel degelijk bepaalde patronen te herkennen vielen. 

Badkar

In Middelkerke staan ze nog op het strand: de badkarren. Of ze nog gebruikt worden weet ik niet. Er was niemand die zich op deze winderige dag in zee begaf.

Vroeger ging je natuurlijk niet meteen ‘zichtbaar’ de zee in, zeker de dames niet. Dat zou alleen maar verkeerde zinnen prikkelen.

Badkarren in Middelkerke bij Oostende

De bedoeling was dat je in een hokje plaats nam en je daar omkleedde zodat je te water gelaten kon worden. Daarna trok een paard, danwel twee sterke mannen, de kar met inhoud naar de zee, zodat er in de besloten omgeving van de badkar een onderdompeling in het zeewater plaats kon vinden. De badkar kon namelijk niet drijven. Hij was zo lek als een mandje.

Er was in sommige badkarren plaats voor drie of vier dames. Aan het gegil vanuit de badkar kon je afleiden hoe koud het water was.

Soms verkozen ook de heren de badkar. Zij trokken dan eveneens een heel net badpak aan.

Of er ook gemengde badkarren voor echtparen bestonden weet ik niet. Wat ik wél weet is dat er geen QR-code bestond om aan te tonen dat je wettelijk met elkaar in de echt verbonden was.

Mijn persoonlijke bezwaar tegen de badkar is dat je niet in je eigen tempo te water gelaten kon worden. Ik verkies een stapjesprogramma waarbij ik met mijn grote teen begin en na een half uur tot aan mijn middel nat ben geworden. 

Hechting in vogelvlucht (7)

De peuter blijft achter bij een vreemde meneer/mevrouw in een vreemde ruimte. De moeder/vader verlaat de ruimte. Hoe reageert het kind?

Kinderen die veilig gehecht zijn willen hun moeder (m/v) terug, maar herstellen al snel en proberen iets anders te verzinnen, bijvoorbeeld met het speelgoed spelen.

Bij de onveilig gehechte kinderen zie je twee typen reacties:

a) Kinderen die helemaal terugvallen in hun gedrag: ze komen nergens meer toe. Het contact met de vreemde man/vrouw wordt afgewezen, ze komen niet tot spel, ze gaan zitten wiegen (zelfstimulerend gedrag).

b) Kinderen die niet of nauwelijks reageren op het vertrek van de moeder/vader. Ze doen net alsof er niets aan de hand is. Ze komen stevig en stoer over.

De vormen a en b zijn beiden vormen van onveilige hechting. Peuters moeten in principe even wennen in een vreemde situatie en met een vreemd persoon. Voor een kind dat daar niet op reageert zijn personen kennelijk inwisselbaar. Het maakt niet uit wie er is, zelfs niet in een vreemde ruimte. We noemen dat de angstig-vermijdende hechting.

Er zijn ook peuters die de draad niet meer op kunnen pakken: ze vallen letterlijk en soms ook figuurlijk stil. Bij die kinderen spreken we o.a. van de angstig-ambivalente hechting. Maar waarom dat zo heet zie je pas als de moeder/vader weer in de ruimte is. Dat is nog meer cruciaal bij de observatie dan het vertrek van de moeder/vader.

Tegenwoordig is er nog een derde vorm van onveilige hechting. Die heet de gedesorganiseerde hechting. Deze kinderen zijn onvoorspelbaar in hun reactie. Dit is de meest complexe vorm van onveilige hechting. Ik vermoed dat er een verband is met het (later) ontstaan van borderline-problematiek. 

Van A tot Z (slot)

Op het Hellegatsplein stond ik na een cursusdag wel eens in dubio. Ga ik linksaf of ga ik rechtsaf? Ik wist in dat niet digitale tijdperk niet hoe ver het was naar het ene, danwel naar het andere station binnen fietsbereik en ook niet hoe laat de stoptreinen vertrokken. 

Een bijkomend probleem was dat ik met geen mogelijkheid in het donker het fietsbord kon lezen. Goed geregeld aldaar. Inmiddels heb ik een eeuwigdurende fietslamp, maar vandaag is het licht en kan ik gewoon de afstanden bekijken. Ik besluit rechtsaf te slaan, richting Willemstad. Daartoe moet ik de hoge brug over de Volkeraksluizen bestijgen (onderdeel van de drukke Rijn-Schelde-verbinding).

Van het Hellegatsplein naar Zevenbergen en Lage Zwaluwe

Willemstad laat ik links liggen. Ik ben er in coronatijd al meerdere malen geweest. Het is een aardig stadje, maar je raakt er ook op uitgekeken. Bovendien ben ik er een keer door vier mannen overvallen. Maar dat was het andere Willemstad op Curacao. Zoiets vrees ik niet in het Noordbrabantse Willemstad.

Wat moet ik zeggen van het noordwesten van Noord-Brabant? Het is een apart gebied. Qua polders, grondsoort en kerkelijke gezindte lijkt het op de Hoekse Waard. Voor de Sint Elisabethvloed in 1421 was het dan ook eigenlijk één gebied met af en toe een veerpontje om verliefde stelletjes wederzijds over te zetten.

Het Volkerak, op de achtergrond de Hoekse Waard

Het grootste deel van het gebied valt onder de gemeente Moerdijk. Er zijn zo’n 20 dorpen en buurtschappen. Fiets je iets zuidelijker, dan ruik je de zandgrond en rijzen de Rooms-Katholieke kerken opeens boven de veelvuldige akkerbouw uit. Geloof en grondsoort hebben mogelijk iets met elkaar te maken.

Vroeger was het hier een vrij geïsoleerd gebied, maar inmiddels wordt de streek ontsloten door tal van autowegen, waardoor de eenzame fietser steeds stuit op blokkades. Bovendien zijn er ook nog eens kanalen gegrafen. Daardoor fiets je soms in de goede richting en kom je toch helemaal verkeerd uit. Een gevolg is de vreemde omweg op de Strava-kaart.

Noord-Brabants landschap bij Helwijk

Ik fiets over tal van dijken en laat het historische Willemstad, het historische Klundert en het alsmaar meer door industrie ingesloten Moerdijk links liggen. Via een aantal wonderlijke omwegen kom ik uiteindelijk bij Zevenbergen uit.

Vanmorgen startte ik de fietstocht in Arnemuiden vanwaar ik de hele dag de klokken als een oorwurm in mijn oren hoorde luiden. Nu ben ik dus bij Zevenbergen en wordt het tijd om op de trein te stappen. Helaas worden deze plannen verijdeld door een stremming op het spoor tussen Roosendaal en Lange Zwaluwe. Tegenwoordig wordt er zelden meer vermeld wat voor stremming, dat is geheim.

Avondlucht vanuit de trein op de Moerdijkbrug

Ik maak een omtrekkende beweging, maar dat pakt helemaal verkeerd uit: ik raak verstrikt in eindeloze industrieterreinen. De weg voor de auto’s loopt soms wél door, maar waar de fietser heen moet: Jelle moet maar zien. Deze omweg kost me veel meer tijd dan gepland.

Pas op twee kilometer afstand van het station van Lage Zwaluwe (het dorp Lage Zwaluwe valt daar trouwens in geen velden of wegen te bekennen) kom ik weer in wat meer landschappelijk groen terecht, met overigens een permanent geraas van autosnelwegen en een doolhof aan spoorverbindingen.

Op Lage Zwaluwe komt ook de stoptrein uit Arnhem naar Dordrecht (via Tilburg en Breda). De lift doet het niet, dus het is een hele hijs (heisa) om op het perron te komen.

Er staan verschillende lange goederentreinen in de wachtrij om de Moerdijkbrug over te kunnen. Maar de sprinter naar Dordrecht blijkt vandaag voor te gaan. En de fietsteller heeft er bijna 120 kilometer bij opgeteld.  

Dementie (2)

Het lijkt alweer lang geleden, maar gisteren gaf ik een cursus over dementie en mondzorg. Eén van de thema's was: hoe zit het met de emoties van mensen die dementeren?

In het verleden hoorde ik nog wel eens de opmerking dat een heftige behandeling niet traumatisch zou zijn voor dementerenden, ‘want ze vergeten het tóch weer’. Daar ben ik het niet mee eens.

Wat mensen met dementie wél vergeten is de feitelijke herinnering, wat ze niet vergeten is de emotionele herinnering. Ze kunnen dus niet meer actief de herinnering oproepen (‘ik ben bang, want de tandarts heeft me de vorige keer pijn gedaan’). Wat nog wél boven komt is de emotie die er bij hoort. Niet vooraf, maar op het moment dat ze bijvoorbeeld de geur van de behandelkamer opnieuw ruiken.

Geriater Anneke van der Plaats heeft dat in verschillende van haar publicaties goed uitgelegd. Ze schrijft over een ‘bovenbrein’ en een ‘benedenbrein’. Het bovenbrein, het denken over, het organiseren van het denken doet zijn werk niet meer goed. Maar het benedenbrein, de zetel van de emoties, werkt nog wel. De emoties zijn wel degelijk aanwezig, maar ze overkomen de persoon vooral. Vergelijk het functioneren wat dat betreft met een baby die nog niet kan bedenken dat hij bang, blij, boos of verdrietig is.

Over dit gegeven schreef ouderenpsycholoog Ad Bergsma gisteren in de Volkskrant een artikel, waar ik een paar alinea’s uit weer geef:

Als psycholoog werk ik met mensen met dementie. Als ik bij hen een geheugentest afneem, begin ik met de vraag wat de datum is vandaag. Zelf weet ik vaak het antwoord niet. Vroeger deed ik zulke haperingen af als verstrooidheid, maar tegenwoordig vrees ik dat het steeds erger begint te worden. Klopt vriend Alzheimer op mijn deur? Ben ik aan het aftakelen tot een vreemde van mezelf?

Deze vragen hangen niet alleen samen met de ernst van de aandoening, maar ook met een denkfout die voortkomt uit wetenschap en logica. We willen precies weten wat iets is en laten artsen diagnosticeren of we al dan niet dement zijn. Zodra het woord alzheimer is gevallen, zien we de mist van vergetelheid opdoemen.

Het logische denken geeft de diagnose dementie betekenis door onwillekeurig vast te stellen wat dementie allemaal niet is, namelijk gezond en succesvol ouder worden. Laten we ook de meer emotioneel beladen ‘nieten’ invullen. Dementie is niet meer wilsbekwaam, niet meer toerekeningsvatbaar, niet meer volwaardig menselijk. Dementie dat we aan de hand van het geheugenverlies definieerden als ‘beroofd van het verleden’, blijkt door de logica van de dualiteit per ongeluk vertaald in ‘zonder toekomst’. “

Waar zowel Ad Bergsma als ik naar toe willen is dat je wel degelijk in het heden momenten kunt hebben van 'genieten'. Ik noem dat 'het samen onder een afdakje zitten'. De regen stopt niet, maar je zit samen even beschut en je kunt op dat moment toch even iets ervaren van dat het leven ook in de ouderdom nog goede momenten kent. Hoe je dat doet, dat is weer een vak apart... 

Van A tot Z (6)

Ik was in Bruinisse aangekomen. Vroeger was er hier een veerpont over de Zijpe. Door de aanleg van de dammen raakte het veer werkloos. Het gevolg is dat je als fietser ruim 15 kilometer om moet fietsen. Er zit niets anders op. 
Haven van Bruinisse

Eerst is daar de Grevelingendam. Het fietspad aan de noordzijde van de dam geeft beschutting tegen de wind en ligt een eind van de snelweg af. Tip voor fietsers: neem dat fietspad: het rijdt veel prettiger. De dam is zes kilometer lang. Midden op de dam is een groot verkeersplein, waarbij je rechtsaf de Philipsdam opfietst. Deze dam is niet gesponsord door Philips, maar dankt zijn naam aan het dorp Sint Philipsland.

Grevelingen

Als er twee mogelijkheden zijn moet je kiezen. In dit geval tussen Zuid-Holland of Noord-Brabant. Ik besluit rechtdoor te te fietsen over de dam door de Krammer. Op die manier kom ik op het eiland Goeree-Overflakkee uit. Ik heb ooit cursussen gegeven in Middelharnis en in die toestand en hoedanigheid fietste ik heen en terug over het eiland om weer bij het dichtstbij gelegen station te komen. Dat was Barendrecht.

Oude Tonge

Het dorp Oude Tonge ziet er nieuwer uit dan het dorp Nieuwe Tonge. Net zoals Nieuwerkerk op Schouwen-Duiveland er ouder uit ziet dat Ouwerkerk. De wereld zit soms complex in elkaar. Maar als je in de geschiedenis duikt zie je dat de Tweede Wereldoorlog en de watersnood van 1953 ook in de bouw diepe sporen hebben achtergelaten. in Oude Tonge kwamen in 1953 meer dan 300 inwoners om het leven: 10% van de bevolking.

Oude Tonge groeit: dat is een gevolg van de strategische ligging aan de autoweg van de Randstad naar Zeeland. Omdat ik weer eens eigenwijs ben volg ik niet de fietsborden en beland met fiets en al in een doodlopend woonerven-doolhof.

Achthuizen, Rooms-Katholieke kerk

Ik wil nu eens een andere weg over voorheen het eiland Goeree-Overflakkee volgen. Het eiland bestaat, net zoals de Zeeuwse eilanden, uit een lappendeken aan polders, met allemaal hun eigen wegenstructuur. Ik passeer de Heerenpolder, de Aymon-Louisepolder, de Lodewijkspolder, de Krammerpolder, de Anna Wilhelminapolder en de Polder Grooten Blok en ben dan in het dorp Langstraat.

De lintbebouwing van Langstraat (daarom heet het dorp natuurlijk zo) loopt geleidelijk over naar het dorp Achthuizen, waar meer dan acht huizen staan, benevens een voormalig klooster en bijpassende Rooms-Katholieke kerk. Tegenover Rooms-Katholieke kerken staat vaak een café en in ben dorstig en aan een sanitaire stop toe, maar helaas, kerk en café zijn gesloten.

Van Bruinisse naar het Hellegatisplein

Ik moet jullie eerlijk bekennen dat ik nog nooit in het dorp Ooltgensplaat ben geweest en dat ik dat dorp ook vandaag weer rechts laat liggen. Het dorp ligt – sinds het veer hier is opgeheven – in een doodlopende hoek van het eiland. Omdat ik haast begin te krijgen heb ik geen tijd voor een krachtdadig bezoek.

Ik fiets naar de Hellegatsdam: een 4,5 kilometer lange dam tot aan het aangelegde eiland met het Hellegatsplein, bekend van files en andere ongemakken. 

Is het dementie?

Soms word je er opeens bij bepaald. Ik was helemaal vergeten dat ik een cursus moest geven over 'dementie'. Gelukkig werd ik er op tijd aan herinnerd en kon ik de bijbehorende spullen nog verzamelen. 

Voor alle duidelijkheid: dementie is een zeer ernstig ziektebeeld. Vaak lijdt de persoon zelf ernstig aan het dementiële beeld (vooral in de eerste fasen van dementie). Maar ook voor de naasten betekent dementie veel groot leed. Soms zelfs nog sterker dan voor de persoon in kwestie.

Toch heb ik in de loop van mijn werkzame leven ook een aantal keren meegemaakt dat de diagnose dementie was gesteld, maar dat de verschijnselen veroorzaakt werden door andere factoren. Er was sprake van schijndementie.

Op de check-list die ik nog altijd hanteer staan tal van zogenaamde ‘differentiaal-diagnoses’. Dat zijn zaken die je éérst moet uitzoeken, voordat je van een redelijk vermoeden van dementie kunt spreken.

De bekendste misvatting is het niet maken van onderscheid tussen depressie en dementie. Depressie kan tot een beeld leiden dat lijkt op dementie. Toch zijn er ook duidelijke verschillen, maar die zie je pas als je het door hebt. Oftewel, als je er een lijst bij hebt die je alert maakt op die verschillen.

Beginnende dementie en depressie kunnen ook samengaan. Dan helpen anti-depressiva wel om de stemming enigszins te verbeteren, maar het cognitieve functioneren verandert maar weinig. 

De tweede belangrijke factor is het functioneren van de schildklier. Als de schildklierwaarden te laag zijn leidt dat tot verschijnselen die sterk lijken op dementie.

Deze gang van zaken heb ik meerdere malen gezien bij mensen met down-syndroom. Zelfs bij een waarde aan de ondergrens (maar officieel niet té laag) kunnen mensen met down-syndroom een dementieel beeld vertonen. 

De derde oorzaak is een chronisch slaaptekort. Mensen kunnen lang in bed liggen en toch onvoldoende slaapkwaliteit hebben. Dan rusten ze niet goed uit. Hoe ouder je wordt, des te belangrijker wordt een goede nachtrust voor het ‘organiseren’ van je hoofd.

Mevrouw de Block moet op woensdag naar de tandarts. Ze vindt het spannend, omdat ze niet weet of de taxi wel op tijd komt. Daardoor slaapt ze slecht. Het effect is dat ze de volgende dag haar leven nauwelijks kan organiseren, ghaar medicatie vergeet in te nemen en de deur bij vertrek open laat staan. Zou ze goed hebben geslapen, dan had ze deze dag beter kunnen organiseren.

Een vierde reden is het medicijngebruik. Bij sommige medicijnen moet dit bij het ouder worden naar beneden worden bijgesteld.

Mevrouw de Groot gebruikte al jarenlang een antipsychoticum. Het afgelopen jaar raakte ze steeds meer verward. De inschatting werd gemaakt dat ze in de tweede fase van dementie verkeerde. Nadat de dosering antipsychotica was verminderd verdween ook de verwardheid. 

Een belangrijk onderwerp zijn de zintuigen, vooral het gehoor, maar ook het (niet goed) kunnen zien. Naarmate mensen ouder worden heeft de achteruitgang van de zintuigen ook een groter effect op het dagelijks functioneren. Zo kunnen mensen zich gaan terugtrekken uit de groep of passief worden. De gedragingen kunnen lijken op bepaalde vormen van dementie.

Tenslotte noem ik een tekort aan ijzer, en aan bepaalde vitaminen, vooral aan vitamine B 12. Mensen die (te) weinig buiten komen of die niet gezond eten lopen daarbij extra risico.

Los van het voorgaande: het hoort bij het ouder worden dat functies minder worden. Vanaf je 27e treedt de achteruitgang in de hersenen in. Ik ga al veel langer achteruit dan dat ik vooruit ben gegaan. Geen wonder dat mensen soms gaan twijfelen aan mijn functioneren... Maar dat hoeft daarom nog geen dementie te zijn. 

Zoek de rekenfout

Ook deze grafiek werd massaal gedeeld op Twitter. En… het klinkt allemaal zo logisch. Bovendien: de bron was toch het RIVM? Wat klopt er dan niet?

De inschatting van het RIVM is dat er in de herfst 36.000 mensen in het ziekenhuis kunnen belanden met een besmettelijke variant van het covid-virus.

Dit schema focust op de IC-bedden. Er zouden 108 ongevaccineerden met covid-19 op de IC belanden. Maar die 0,3% klopt niet.

Het gaat in deze prognose om 0,3% van de 1,8 miljoen mensen. Dat zijn dus 5400 mensen die een beroep doen op een IC-bed. We weten dat die capaciteit er niet (meer) is, óók niet als deze mensen gespreid worden opgenomen.

Trouwens, ook die 36.000 (extra) opnames zullen een zware extra belasting betekenen voor de ziekenhuiszorg. En dan heb ik het nog niet over de 9000 mensen die thuiszorg nodig hebben.

Het kan allemaal natuurlijk meevallen. Maar het kan ook tegenvallen, als ook gevaccineerden toch een ziekenhuis-opname nodig blijken te hebben.

Ik vind dat de overheid teveel wed op één paard: de vaccinaties. Er zijn meer maatregelen die een positieve rol kunnen spelen. Maar nét doen of er niets aan de hand is: dat is veel gevaarlijker. Het is geen populaire boodschap, maar ook  dit najaar zullen we nog voorzichtig moeten blijven.

Oostende

Het oorspronkelijke dorp Oostende was een niet ommuurde plaats die wel tal van handelsprivileges bezat. Helaas gooide de zee roet in het eten. In de 13e eeuw verdween de plaats in de woelige baren van de Noordzee. Een eind meer zuidwaarts werd een nieuwe nederzetting gebouwd. 
Het centrum van Oostende met links twee panden (één wit en één geel) uit de Belle Epoque-periode

Daarna volgden tal van knokpartijen. Na de Slag bij Nieuwpoort, die zoals we allemaal weten in 1600 plaats vond, was Oostende de laatste protestantse enclave in de zuidelijke Nederlanden. Na een driejarig beleg gaf de stad zich over en werden de protestanten gevangen genomen of verjaagd. De stad lag in puin en de polders waren onder water gelopen. Je zou zeggen: hoogste tijd om te emigreren.

Achter de grote winkelstraat vind je meer ‘verrommelde’ straten

In 1706 werd de stad bestookt door de Engelse vloot en vervolgens in bezit genomen door de Habsburgse monarchie (Oostenrijk).

Daarna kwamen de Fransen weer terug onder leiding van Napoleon. In 1815 werd Oostende een Nederlandse havenstad, maar de prioriteit van de overheid lag bij de grote havens van Amsterdam en Rotterdam. Het wilde dus allemaal niet echt vlotten.

De groei kwam pas na 1836 toen er een rechtstreekse treinverbinding was aangelegd tussen Keulen en Oostende met een veerverbinding naar Engeland.

Koninkijke Gaanderij langs het strand

Nu stond Oostende op de kaart. Koning Leopold II vond het een prachtige plek en bouwde er o.a. de Koninklijke Gaanderijen. Oostende werd de meest luxa badplaats aan de Noordzee. Echter, zowel de Eerste Wereldoorlog als de Tweede Wereldoorlog leidden tot grote verwoestingen waardoor honderden prachtige gebouwen uit de Belle Epoque een loodje legden.

Vanuit het centrum vaart een (gratis) veerpont naar de overzijde. Hier zicht vanaf de pont op de ‘oude’ stad.

Na de Duitse bezetting ging de afbraak verder. De stad probeerde door toerisme extra inkomsten te verwerven. Opnieuw werden honderden huizen afgebroken en vervangen door betonnen en fantasieloze hoogbouw. In de zomers werd de stad – met destijds ruim 50.000 inwoners – bevolkt door zo’n 400.000 bewoners.

Door het vertrek van de veerdiensten naar Engeland is de stad zijn internationale karakter grotendeels kwijt geraakt. De grote haven aan de kust is Zeebrugge, met meer naar het zuiden Duinkerken (net over de grens met Frankrijk).

Het centrum gezien vanuit ‘ons ‘ appartement

Omdat Oostende excentrisch ligt is er weinig industrie. Wel viel ons een bijna tien kilometer lange strook met bedrijventerreinen op aan de oostzijde van de stad. Maar verder is het land achter de kuststrook opvallend leeg.

Inmiddels telt Oostende zo’n 70.000 inwoners. Een kwart van de bevolking heeft een niet-westerse achtergrond. Van de jongeren in de stad is een kwart werkloos. Dat zijn geen mooie cijfers.

Ons viel op dat een groot deel van het leven in Oostende na 20 uur ’s avonds stil viel. Alleen in het weekend was er wat meer gedruis op straat.

Wat de architectuur betreft: bijna alle panden uit de Belle Epoque periode zijn inderdaad verwoest of afgebroken. Maar tussen al die kale betonnen nieuwbouw door zie je toch nog tal van oude panden. Een kwestie van langzaam slenteren en regelmatig naar boven kijken.