Nooit meer een broek passen

Tot de meest belastende bezigheden uit mijn leven behoort het passen van kleding. Ik bezoek liever een tandarts dan dat ik een broek pas. Deze aversie tegen het passen van broeken dateert –net zoals veel andere weerstanden- uit mijn vroege jeugd.

Toch ben ik een tijdje gelukkig geweest. Dat was toen ons gezin in Indonesië woonde. De kleding die ik daar droeg was: één korte broek. Andere kleding was niet nodig.

Ook schoenen hoefde ik niet te dragen. Blootshoofds en barrevoets begaf ik mij dagelijks in en rond het huis. Soms werd er –voor de afwisseling- een wandeling door het oerwoud naar een Dajak-kampong gemaakt.

Sommige Dajaks hadden enorme oorbellen, en als gevolg daarvan ook gigantische oorlellen. Hoe langer de oorlel, hoe belangrijker de persoon. Dat vond ik altijd een beetje eng, maar daar sprak je natuurlijk niet over. Op de kampong kregen we nogal eens thee, het was trouwens vooral suikerwater met de kleur van thee.

Koud in Nederland

Een kort broekje, dat paste altijd. Bovendien waren er op Borneo geen kledingwinkels. Het was dus een gelukkige tijd.

Terug in Nederland bleek het bitter koud. Ik werd gehesen in een borstrok, een kriebeltrui en een lange broek. Naar buiten moesten we ook nog een jas en wanten aan, benevens een muts. En toch was ik meer ziek dan op de been. Vele oorontstekingen werden mijn deel.

Het voordeel van ziek-zijn was trouwens dat je in bed geen trui aan hoefde: want zo’n kriebeltrui, dat was pas echt vreselijk: de hele dag jeuk. De schoenen waren ook zeer problematisch. Twee jaar lang heb ik moeten oefenen in het strikken van veters. Handigheid en inzicht waren en zijn niet mijn sterkste kant.

Hippie Henk

De jaren ’60 boden veel goeds. Het voordeel was namelijk dat er meer ruimte in de kleding kwam. Sjaals van twee meter en slobbertruien waren in de mode, benevens een fiets met omgekeerd stuur. De dure scholieren hadden ook nog een Puch, ik beperkte mij tot een Gazelle met omgekeerd stuur en af en toe een ritje op de Kapteijn Mobylette van mijn ouders.

De broekenmode was destijds wel wat aan de krappe kant en dat gold ook voor de puntschoenen. Gelukkig was ik met mijn ongeveer 48 kilo als puber ook aan de krappe kant, het paste dus toch nog.

Trouwpak

Mijn ouders waren bang dat ik op onze trouwdag in 1973 in hippie-kleding zou verschijnen. Er moest dus een net pak komen, mét stropdas, anders zou ik er later spijt van krijgen, want het was wel een bijzondere dag. In Sliedrecht hebben we dan ook een pak gekocht.

Ook de haren moesten er aan geloven. Soms hingen de blonde krullen tot op mijn schouders. Mijn schoonmoeder heeft mij nog eens van een familieportret van de foto af geknipt omdat ze mijn lange haar geen gezicht vond. Als ik naar mijn haardracht kijk moet ik nu toch inmiddels de ideale schoonzoon zijn geworden…..

Jaarlijkse kleding-pas-dag

Ongeveer één keer per jaar moet ik ook nu nog naar een kledingzaak. Als er dan uiteindelijk een broek past wil ik er meteen vijf, dan ben ik tenminste voorlopig van het gezeur af. Ik bedoel hiermee natuurlijk niet dat Tineke een zeur is, ik zou niet durven. Zij doet erg haar best en ze kan er ook niets aan doen dat ik mijn figuur niet mee heb.

Even terzijde: een stukje verkooppsychologie. Het personeel van een kledingzaak weet namelijk altijd meteen van wie het initiatief tot de aanschaf van kleding komt. Als de vrouw voorop loopt moet de man van zijn echtgenote een nieuwe broek. Het gevolg is dat de vrouw wordt aangesproken en dat de verkoper de boodschap aanhoort en dan wat meewarig in de richting van de echtgenoot kijkt.

Dat jaarlijkse uitje naar kledingzaken, hoe gaat dat dan verder? Nadat we uiteindelijk alle kledingzaken in de stad hebben bezocht gaan we meestal zonder broek weer naar huis (behalve dan de broek die ik ’s morgens thuis heb aangetrokken). Enkele weken later doen we dan nog een poging, het liefst op een ochtend voor 10 uur, zodat wij niemand in de weg lopen met pogingen tot aanschaf van een nieuwe broek.

Virtuele kledingaankoop

Al deze pogingen gaan nu tot het verleden behoren. Het is namelijk één van de meest verblijdende berichten die ik in de afgelopen jaren heb mogen vernemen. Er wordt aan een computerprogramma gewerkt waarbij ik mijzelf in 3-D versie na kan bouwen. Zo ontstaat er een virtuele kloon van mijzelf. Het programma is zelfs zo bedacht dat –als ik mijn rechterarm optil- mijn kloon op het computerscherm zijn linkerarm optilt. Voor de kijker dan, tenminste.

Op deze manier kan ik op het scherm zien hoe de kleding valt, hoe veel ruimte de broekspijpen bieden als ik de virtuele trap op loop, wat er met het kruis van de broek gebeurt als ik op een stoel ga zitten en hoe de broek over mijn schoenen valt en wat er met de broekspijpen gebeurt als ik mijn Gazelle bestijg.

Niks geen krap gedoe in kleedhokjes meer, geen broeken die heen en weer moeten pendelen tussen het rek en het hokje, gewoon in één keer vanachter de computer, desgewenst ’s morgens in pyjama en met een kopje thee, een nieuwe broek passen en vervolgens on-line bestellen bij Wehkamp of de Aldi.

Dat lijkt me toch echt ideaal. Alleen weet ik dan nog niet of die broek misschien toch niet een beetje kriebelt.Want aan kriebelkleding zal ik nooit kunnen wennen.

Slaaponderzoek

Altijd weer leuk, zo’n slaaponderzoek.

Zelf heb ik drie nachten in een Krankenhaus doorgebracht om mijn slaappatroon in kaart te brengen, maar in een ziekenhuis slaap ik per definitie slechter. Dus hoe betrouwbaar dat was? In ieder geval kwam uit het onderzoek dat mijn slaap een zootje was. Nu niet meer, gelukkig.

Jarenlang heb ik deel uitgemaakt van het dreamteam: een slaaponderzoeksteam. Daar kwam o.a. uit dat veel mensen met een verstandelijke beperking lang in bed liggen, maar veel te weinig gezond slapen. Veel lichte slaap, weinig diepe slaap.

Gisteren kwam de uitslag van één van mijn cliënten, bij wie ik de hypothese had dat hij altijd moe was omdat hij te licht zou slapen. Ik vermoedde o.a. dat dat kwam door zijn gespannenheid en door zijn zeer scherpe gehoor.

Uit het onderzoek bleek dat deze persoon gemiddeld 11 uur en 21 minuten per etmaal op bed lag. Dat is niet vreemd in de gehandicaptenzorg: de late dienst werkt doorgaans tot 22 uur en dan breng je de mensen al vroeger naar bed. In de ouderenzorg is dat beeld nog minder gunstig.

De man over wie ik het heb had gemiddeld 28 minuten nodig om in slaap te vallen. Dat is normaal.

Hij had gemiddeld 9 uur en 44 minuten slaaptijd. Voor iemand van 60 jaar is dat vrij veel. Hoe zou hij dan toch zo moe kunnen zijn?

Hij werd tot 47 keer per nacht wakker. Soms deed hij dan ook even het licht aan. Als je zo vaak wakker wordt krijg je niet de gelegenheid om in de diepe slaap te geraken. Die heb je nodig ‘om je brein schoon te wassen’. Zo’n diepe slaap duurt 60 tot 90 minuten.

Ondanks een lange slaaptijd had deze meneer een onvoldoende slaapkwaliteit. Hij lag lang op bed maar rustte toch niet goed uit.

Dus de komende tijd moet er gesleuteld worden aan mogelijkheden om beter (dieper) te kunnen slapen.

Midden Delfland (2)

Ik fiets verder langs de rand van Vlaardingen – door de Hoelierhoekse Polder, tot aan de Vlaardingervaart. Het zou wel aardig zijn als hier een fietsbrug bedacht was, zodat ik nog verder door het groen zou kunnen fietsen. Of anders een pontje. Maar hier moet ik een eind naar het zuiden afbuigen. Maar ik moet toegeven: de route is en blijft opvallend groen.

vlaardingervaartIk fiets door tot aan de A 20, de autoweg vanuit Rotterdam door het Westland. Daar fiets ik parallel aan. Het is een aanzienlijk geraas. Je zult maar vlak bij zo’n drukke weg wonen…

Doordat ik nu even op de fietsborden let maak ik een navigatiefout. Ik wilde door de Aalkeetbinnenpolder naar Maassluis fietsen, maar de borden naar Maasluis blijken mij pal langs de autoweg te leiden. En om om te draaien en alsnog onder de snelweg door te duiken, daar kies ik op de korte afstand ook niet voor.

Na 5 km. ben ik aan de rand van Maasland, een dorp met een verrassend mooie historische kern en veel omringende nieuwbouw.

Even verderop fiets ik langs de Middelvliet de geboorteplaats van de volgende schrijver binnen: Maassluis, geboorteplaats van Maarten ’t Hart. Drie schrijvers op een rij van wie ik veel gelezen heb: Maarten Biesheuvel (Schiedam), Levi Weemoedt (Vlaardingen) en Maarten ’t Hart (Maassluis). ’t Hart is bij de plaatselijke bevolking doorgaans niet zo populair.

Een andere bekende Maassluizer was Abraham Kuijper, die hier in 1837 werd geboren. Zij standbeeld staat tegenover de Maranathakerk. Maar vraag je tegenwoordig aan jongeren wie Abraham Kuijper was, dan hebben ze doorgaans geen idee. Wie Peppi en Kokki waren (hier ook geboren) weten ze ook niet meer. De enige hedendaags nog landelijk bekende Maassluizer is misschien wel weerman Marco Verhoef. 

zicht-op-maassluisAan de Middelvliet (een vroegere Trekvaart) staat de Wippersmolen, die ooit vereeuwigd werd door de schilder Jongkind. Temidden van de verrommelde nieuwbouw staat hij er wat verloren bij.

Maassluis is een uit de kluiten gewassen plaats met uitgestrekte nieuwbouwwijken, maar ook weer met een historisch centrum. De plaats puilt uit zijn voegen: de laatste stukken groen in de Dijkpolder worden inmiddels bebouwd.

Langs het Nieuwe Water, parallel aan de voormalige zeedijk, loopt een smal fietspad. zicht-op-maassluis-2Dat pad brengt mij tot aan de Westgaag, een water dat de grens vormt met de Glazen Stad, het uitgestrekte kassengebied van het Westland.

Achter mij ligt de hoogbouw van Maassluis, inclusief enkele recent gebouwde woontorens met panoramisch uitzicht op de Nieuwe Waterweg en bij helder weer op de Noordzee.

zicht-op-maaslandRechts heb ik zicht op de (toch nog) weidse polder rond Maasland met twee kerktorens en twee poldermolens.

De Westgaag is een polderwater, dat bij Schipluiden over gaat in de Oostgaag en in Delft bekend staat als de Buitenwatersloot. Parallel aan het water liep vroeger een trambaan die westgaagtegenwoordig een zeer gewild fietspad is, met als hoogtepunt de trambrug in Schipluiden.

Maar zo ver kom ik niet. Ik maak nog even een ommetje rond Maasland om vanuit het zuidoosten richting Delft te kunnen fietsen. De kortere route over het tramspoor heb ik al tientallen malen gefietst, op weg naar familie in Maassluis.

noordvliet-bij-maaslandDe route via de polders ten zuiden van Delft ken ik nog niet goed. Het is altijd plezierig om nog weer nieuwe ervaringen op te doen. Ik steek de Noordvliet over en kom in een rustiek veengebied met honderden watervogels. De zon is inmiddels onder gegaan. De laatste foto van de dag maak ik van het verstilde water van de Noordvliet.

Narcisme, borderline en uitlokkende gebeurtenis

Het cognitieve model van A.T. Beck omvat een aantal dimensies die passen bij persoonlijkheidsstoornissen.

Je kunt deze dimensies in een schema plaatsen. Mensen zijn meer dan schema’s. Maar ze helpen je soms om beter het verband tussen de uitlokkende gebeurtenis en de reactie van de persoon te begrijpen.

Twee voorbeelden:

  1. De narcist

Voor een narcist is kritiek eigenlijk ondraaglijk. Hij ervaart kritiek als krenking. De kritiek is dan de uitlokkende gebeurtenis. De kernbehoefte van de narcist is: gewaardeerd worden. Kritiek staat haaks op die waardering. Veel mensen met narcisme zullen vervolgens zichzelf nóg groter maken. Ze moeten nóg meer imponeren.

Chef van Zanten maakt geen fouten

Meneer van Zanten is trots op alles wat hij bereikt heeft. Iedere keer weer vertelt hij hoe hij als eenvoudige jongen zich helemaal opgewerkt heeft tot chef in een groot bedrijf. Dat zijn eigen afdeling maar uit zes mensen bestaat vertelt hij er niet bij. Daar kun je ook beter niet over beginnen. 

Als er controle komt op zijn afdeling blijkt dat allerlei papieren niet in orde zijn. Ook is er niet voldaan aan de eisen van de arbeidsinspectie. Meneer van Zanten is woedend. Hij heeft zijn hele leven hard gewerkt en dan komt er zo’n snotaap vertellen hoe hij zijn werk in moet delen. Maar tegen de inspecteur kun je toch maar beter niet te hoog van de toren blazen.

De volgende dag meldt meneer Van Zanten zich bij de directeur. Hij vertelt trots hoe hij de inspecteur heeft afgepoeierd. Ze hadden wel wat minimale foutjes gezien, maar dat hadden ze toch niet goed gezien. Het waren twee muggenzifters die gewoon waren aangesteld om bij iedereen fouten aan te wijzen. Gelukkig had hij allerlei bewijs kunnen leveren hoe goed hij als chef van de afdeling zijn verantwoordelijkheid waar maakte.

2. Borderline

Bij Borderline is een uitlokkende gebeurtenis vaak het gevoel van verlating. De kernbehoefte van mensen met Borderline is: controle. Als je de controle hebt heb je ook het gevoel dat je autonoom kunt zijn. Een vorm van probleemgedrag die het gevolg kan zijn van een uitlokkende gebeurtenis is: vechten (ageren, een klacht indienen) of vluchten (het kiezen voor het isolement).

Mevrouw Veenstra en haar huisarts

Mevrouw Veenstra heeft veel trekken die wijzen op kenmerken van borderline. Ze heeft zich er al een tijdje zorgen gemaakt, maar nu ligt er dan een schokkende brief in de brievenbus: de huisarts -dokter Abbema – gaat met pensioen. Mevrouw Veenstra ervaart het pensioen van de huisarts als een vorm van verlating. Die avond gaat ze eens stevig aan de drank. Met een zware kater bezoekt ze de volgende dag het spreekuur. Ze vraagt belangstellend of de dokter zijn huis gaat verkopen. Nee, hij blijft in zijn eigen huis wonen. “Dan behandelt u zeker ook nog af en toe patiënten?” vraagt mevrouw Veenstra. Nee, dokter Abbema gaat echt helemaal stoppen. Natuurlijk weet hij zelf wel dat hij af en toe standby zal zijn voor zijn opvolger, maar hij kent mevrouw Veenstra al een tijdje. Dus kiest hij voor een duidelijk antwoord.

Mevrouw Veenstra is helemaal onthutst. Blijft de dokter gewoon in de wijk wonen, kan ze niet meer bij hem aankloppen. Als hij was verhuisd was het beter te begrijpen geweest. Nu is het niet alleen verlating, maar ook afwijzing. Ze verlaat de spreekkamer zonder te groeten. Tijdens de afscheidsreceptie laat ze niets van zich horen. Zo heeft ze de controle. Ze hoopt dat de dokter zich later toch enigszins ongerust zal afvragen waar mevrouw Veenstra was gebleven.  

Midden Delfland (1)

Vroeger maakte ik twee keer in de maand een fietstocht over de grens. Met de eerste trein naar Verweggistan (Duitsland of België) en dan een hele dag fietsen. Tegenwoordig kom ik bijna de provincie niet meer uit. Het verslag van een middagtochtje vanuit huis.

Delft ligt ingeklemd tussen stedelijke bebouwing, bedrijventerreinen, autowegen en een kassengebied. Het is het dichtst bevolkte deel van Nederland. Maar al ruim een halve eeuw geleden werd besloten dat er een buffer moest blijven tussen de regio Den Haag en de regio Rotterdam. Dat is Midden-Delfland.

De druk om hier tóch te bouwen is aanzienlijk en soms sneuvelt er een ideaal. Toch wekt dit gebied nog altijd de illusie van een agrarisch gebied met veel ruimte. Vooral als het wat mistig is. Als het helder is zie je overal om je heen in de verte hoogbouw en industrie.

Woensdag was de laatste zonnige dag van de week. Om twee uur had ik zoveel werk verricht dat ik besloot dat ik een fietsrondje verdiend had. Dus besteeg ik het zadel van mijn Batavus en besloot een rondje in de omgeving te gaan fietsen. Eerst tegen de wind in, zodat de beloning aan het eind van de rit kon volgen.

delftse-schieWe wonen aan de Delfste Schie, ook wel het Schiekanaal genoemd, en je kunt vanuit ons huis bijna autovrij naar Schiedam fietsen.

De eerste kilometers fiets ik gelijk op met een vrachtschip dat net een lading had gelost. Aan de overkant zie je op de foto een scheepsreparatiewerf. Ik wil nog altijd een keer kijken als er een schip te water wordt geladen. Dat is een jeugdherinnering van de scheepswerf Bijker in Gorkum.

broertjespadVoor de buurtschap Zweth sla ik rechtsaf. Het oorspronkelijke weidegebied is hier veranderd in een parkachtig bosgebied: het Abtswoudse Bos. 

Parallel aan de spoorlijn, maar op een kilometer afstand, loopt het Broertjespad tot aan de Noordelijke bebouwing van Schiedam. Fiets je die plaats door vanaf de Noordrand tot aan de Nieuwe Waterweg, dan ben je 6 km verder. Maar ik fiets net buiten de stedelijke bebouwing verder in westelijke richting.

midden-delfland-bij-schiedam-noordIk kruis de nieuwe autoweg van Rijswijk naar de Beneluxtunnel waar een halve eeuw discussie over is geweest. De weg ligt verdiept onder het maaiveld, zodat geluidsoverlast en horizonvervuiling beperkt blijven.

vockestaertpolder-bij-vlaardingenVoorbij deze autoweg ligt de bebouwing van Vlaardingen, die ook al heel ver de polder in reikt. Vlaardingen is bekend vanwege twee zaken. In de eerste plaats kocht ik van mijn eerste vakantiegeld hier een fiets (een Benzo, die hier gemaakt werd, hij kostte 160 gulden oftewel ruim 60 euro). Op die fiets (zonder versnellingen) reed ik o.a. naar door Belgie, naar Frankrijk, naar Denemarken en door de Eiffel. 

reigerIn de tweede plaats komt één van mijn favoriete schrijvers hier vandaan: Levi Weemoedt. Volgens Levi kan het nooit goed met je aflopen als je in Vlaardingen geboren bent. Hij is ondertussen naar Assen verhuisd. Dat lijkt mij nu juist weer een probleem. Daar heeft de plaatselijke zilverreiger dan weer geen boodschap aan.

Hoewel Vlaardingen (net als Schiedam en Maassluis) een aardig historisch centrum heeft geef ik er de voorkeur aan om langs groene dreven verder te fietsen.

Fouten in de waarneming

In ons hoofd bouwen we in de loop van de tijd schema’s op over hoe de wereld in elkaar zit. Die schema’s bepalen ook hoe wel ‘in principe’ met andere mensen omgaan.

Botste je als kind met een regelende moeder, dan zul je ook eerder botsen met een leidinggevende die alles op haar manier georganiseerd wil hebben. Heb je als kind een negatief beeld van mannen opgebouwd, dan zul je als volwassene eerder mannen wantrouwen. Je voelt je dan bijvoorbeeld eerder op je gemak bij een vrouwelijke huisarts of een vrouwelijke leidinggevende.

Volgens psychiater Beck vormen gedachten, herinneringen, gewaarwordingen en fantasieën van vroeger uiteindelijk je kijk op deze wereld (‘schema’s’, cognities). Die cognities kunnen gezond zijn en je helpen in een gezonde omgang met de omgeving. Ze kunnen ook disfunctioneel zijn: ze leveren uiteindelijk meer schade op dan winst.

Als je bijvoorbeeld hebt geleerd dat je maar beter problemen uit de weg kunt gaan bereik je minder in je leven dan je zou kunnen en willen. De kans dat je verslaafd raakt aan bijvoorbeeld alcohol (als vermijding van alle ellende) wordt dan ook aanzienlijk groter: je vermijdt problemen en je verdooft jezelf.

Voorbeelden van systematische fouten in de waarneming en in het verwerken van informatie zijn:

  1. Een detail uit een situatie halen en dat als cruciaal beschouwen.

Voorbeeld: mevrouw Janssen is 25 jaar in dienst. Er wordt een receptie georganiseerd. Bijna alle collega’s komen haar feliciteren. Enkele collega’s zijn niet op de receptie aanwezig. Mevrouw Janssen heeft het niet over de vele collega’s die haar de hand kwamen drukken. De afwezigheid van enkele collega’s ziet ze als een bewijs dat ze genegeerd wordt.

2. Het eenzijdig beoordelen van een situatie of een persoon als enkel goed of slecht (zwart-wit denken).

Voorbeeld: de auto van meneer De Vries is stuk. Hij kan op termijn geen andere auto lenen. Daarom moet hij vandaag met het OV. Door een storing rijden de treinen met een aanzienlijke vertraging. Meneer De Vries komt te laat op zijn werk. Hij constateert dat hij nooit meer met de trein zal gaan, want met de trein loop je altijd vertraging op.

3. Twijfelachtige conclusies trekken op basis van iets wat ooit gebeurd is zonder dat er sprake is van enig bewijs.

Meneer Berendsen staat op de ladder. Het is mooi weer vandaag: een prima dag om de dakgoot schoon te vegen. Mevrouw van Rijswijk zit in haar badpak in de tuin. Ze verdenkt de buurman dat hij op de ladder is geklommen om haar te begluren. Sinds die tijd meent ze dat de buurman altijd bezig is om haar in de gaten te houden. Ze denkt ook dat hij haar in  de gaten houdt als ze in de slaapkamer is. 

Je kunt deze vorm van conclusies trekken als het maken van redeneerfouten omschrijven. Ze vestigen selectief de aandacht op een element dat voor de persoon in kwestie belangrijk is.

Bij mensen met persoonlijkheidsstoornissen treden deze redeneerfouten voortdurend op. En als er sprake is van stress zie je ze voortdurend gebeuren als gevolg van ‘kokerdenken’.

Een fiets stallen bij het station

We wonen op 6 minuten lopen van het station van Delft. De fietsenstalling (5000 plekken) is er gratis. Op iedere plek is een signalering hoe lang je je fiets stalt. Dat is om langparkeren tegen te gaan. Toch is de stalling de helft van de tijd vol. Dus ga ik altijd lopend naar het station.

Voor de fietsenstalling van Amsterdam Zuid heb ik een abonnement. Maar soms moet ik tien minuten zoeken voordat ik een plek heb. Een deel van de parkeerplekken is onbruikbaar: de stalling is te laag (of ik heb een te hoog stuur). Als je je fiets incheckt gaat er een groen licht branden. Heb je je fiets 28 dagen geparkeerd zonder tussendoor uitgecheckt te hebben, dan ben je hem kwijt.

Er is nog een tweede stalling, maar die is dubbel zo duur. Hij is maar voor 20% gevuld. Waarom niet beide stallingen ‘gelijk trekken’: heb je veel meer capaciteit. Ondertussen wordt er een derde ondergrondse fietsenstalling gebouwd bij station Zuid. Bovengronds zijn ook duizenden plekken gemaakt om fietsen te parkeren.

fietsenstalling-rotterdam-centraal-4Utrecht Centraal heeft de grootste fietsenstalling van de hele wereld, met 12.500 plaatsen. Onlangs had ik daar mijn fiets geparkeerd, maar het kostte me in de spits zo’n zeven minuten om buiten te komen.

fietsenstalling-rotterdam-centraal-2Vorige week sijkelde ik naar Rotterdam Centraal en parkeerde daar mijn fiets. Volgens berichten in de media worden daar – ondanks de camerabewaking – vijf tot tien fietsen per dag gestolen. Ik heb mijn fiets daarom maar gekabeld. Er is overigens ook een bewaakte stalling, maar ik spaar mijn geld liever uit voor een ongezonde snack.

Buiten staat aangegeven hoeveel vrije plekken er zijn. Op de bovenste foto links: 570 plekken. fietsenstalling-rotterdam-centraal-1 Eenmaal binnen kun je per rij zien hoeveel vacatures er zijn. Het is wel zaak dat je onthoudt waar je je fiets geparkeerd hebt, anders moet je bij terugkomst erg lang zoeken.

Mijn fiets stond in rij 13 op nummer 111.