Vakantie 2014

Sleeswijk Holstein in de meest noordelijke deelstaat van Duitsland. De staat is vooral agrarisch georiënteerd. Langs de kust vind je uitgestrekte polders, het binnenland bestaat voornamelijk uit vriendelijke heuvels en akkerbouw, afgewisseld door bossen.

In Glückstadt huurden we een prachtig gerestaureerd huis met zicht op de weilanden en de Elbe. Glückstadt zelf is een historische stad die in de 17e eeuw helemaal planmatig is opgezet. De bedoeling was dat de stad Hamburg voorbij zou streven als havenstad, maar het inwonertal bleef bij zo’n 10.000 bewoners steken.

Vanuit Glückstadt vaart een veer over de hier zeer brede Elbe naar de overkant: de deelstaat Nedersaksen. Dit alles in afwachting van een tunnel die maar niet wil komen.

Sleeswijk Holstein is een uitgestrekte deelstaat, half zo groot als Nederland. De afstanden zijn dan ook aanzienlijk. Bovendien is het land dunbevolkt: dus om ergens te komen moet je een heel eind fietsen. De ruimte is een voordeel, maar soms ook wel een nadeel: alles is verder weg.

Om die reden namen we dan ook af en toe de trein. Het OV is in Duitsland opmerkelijk goed, de fiets kan bijna altijd mee en de dagkaarten bij de Deutsche Bahn zijn erg goedkoop.

Zo kwamen we in Flensburg terecht (tegen de Deense grens aan), in Kiel en Lübeck aan de Oostzee, we fietsten een dag over het eiland Sylt en we waren meerdere dagen in Hamburg. Het was vaak fris en helder weer, met mooie wolkenluchten en vergezichten.

De kleine professor (1)

Je ziet hem niet, maar je voelt hem wel. De Kleine Professor. En hij heeft altijd met je jeugd te maken. In je reactie op mensen en situaties word je met elastiekjes terug getrokken naar je positie als kind.

Maar als je hem voelt, weet je toch niet waar hij vandaan komt. Wat maakt dat ik me nu opeens onzeker voel? Waarom reageer ik zo op deze persoon? Die onzekerheid komt omdat de Kleine Professor als een soort intuïtieve reflex tevoorschijn komt, voordat je goed hebt kunnen nadenken.

De Kleine Professor gebruikt de redeneringen die je als kind uitprobeerde om je omgeving verklaarbaar verklaarbaar en voorspelbaar te maken. Eigenlijk is het een ouderrol die je als kind op je nam (transactionele analyse).

Je moeder was op sommige dagen snel uit balans. Dan kon ze niets aan haar hoofd hebben. Daar hield je rekening mee. Je zorgde dat je een beetje uit de buurt bleef, je maakte jezelf min of meer onzichtbaar. En je had ook een verklaring: als ze zo doet heeft ze vast weer hoofdpijn. Ze kan er dus niets aan doen. Ik moet maar een beetje zorgen dat het goed met haar komt.

De rol van Kleine Professor die vooral sensitieve en ‘zorgende’ kinderen gemakkelijk op zich nemen is niet uitgespeeld als je volwassen bent. De ‘schema’s’ uit je jeugd spelen nog door als je groot gegroeid bent. Ze vormen de ‘prints’ voor (een deel van je) huidige gedrag.

Mevrouw Kuiper is erg precies

Mevrouw Kuiper is in behandeling bij de psycholoog. Ze is ontzettend stipt. Alles moet precies in orde zijn. Ook wil ze het naadje van de kous weten als het gaat om de verzekering, het behandelplan, de verdere gang van zaken. Ze wil ook weten waarom de behandelaar bepaalde dingen wil weten. Wat is daar de bedoeling van?

Daar kan deze psycholoog niet goed tegen. Ze doet hem denken aan zijn moeder, die ook altijd zo precies was. De psycholoog heeft het gevoel dat mevrouw Kuiper hem te dicht op de huid zit. Dat hij daar zo gevoelig voor is heeft met zijn voorgeschiedenis te maken.

Mevrouw Kuiper komt ook altijd stipt op tijd. Dat hoort bij haar. Maar deze keer is ze tien minuten te laat. Daar reageert de psycholoog geïrriteerd op. De spanning die hij bij haar opbouwde komt er op een onhandige manier uit.

Mevrouw Kuiper is duidelijk van slag. Ze probeert altijd alles zo netjes te doen en natuurlijk was het dom dat ze te laat was. Het is ook allemaal haar schuld.

De bedoeling was dat mevrouw Kuiper een beetje minder volgens de regels zou durven te werken. Je zou dus – vanuit het kader van de therapie – kunnen zeggen: prima dat ze te laat is. Er gebeurt geen ramp als je een keer te laat bent, en er wordt niemand boos.

Vakantie 2013

Altijd dat water... Ook in 2013 weer. Nu zelfs helemaal omringd door water. Op een woonboot op de IJssel tegenover Hanzestad Kampen. Met vaak een prachtige zonsondergang.

Het water steeg, het water steeg steeds meer. De veerponten over de IJssel raakten uit de vaart. Maar de woonboot steeg mee. Wij hielden droge voeten. Op den duur keken we bijna boven de dijk uit.

In het water meerkoeten en futen, de laatsten met hun jongen op de rug. na een tijdje vonden de moeders dat de jongen het zelf maar moesten proberen. Maar iedere keer weer wilden ze op de rug van hun moeder. Het valt niet mee om groot te groeien…

We maakten lange fietstochten, tot Heerenveen in het noorden en tot Zutphen in het Zuiden, naar Enschede en door de Flevopolders. De routes langs de IJssel waren deels geblokkeerd door de hoge waterstand. Maar we hebben veel gezien in een land van melk, honing en ontzettend veel veldbloemen.

Ecostay de IJsvogel is ongetwijfeld één van de mooiste plekjes in Nederland waar je vakantie kunt houden. En water, dat verveelt nooit! .

Fietshelm

Na lang wikken en wegen heb ik toch maar een fietshelm gekocht. Ik ben nog nooit als fietser op mijn hoofd gevallen. Wel heb ik mijn arm, mijn been en mijn pols gebroken, maar het hoofd bleef intact. Maar dat biedt geen garantie voor de toekomst.

In 2020 belandden 110.00 fietsers met letsel op de Eerste Hulp. Een kwart van deze mensen had een fractuur opgelopen. En na de fractuur kregen ze ook nog een factuur.

De toename van het aantal ongelukken vond vooral plaats bij 55-plussers. De helft van de mensen op de Eerste Hulp was voor 1965 geboren.

Van de mensen die een fietsongeluk kregen hadden er 11.000 hersenletsel. De helft van die groep was 55-plus. Het merendeel bereed een E-Bike en bijna niemand had een helm op.

Vorig jaar viel een bevriende Brabander van zijn fiets. Hij fietste deze keer niet snel, maar hij had wel een helm op. Hij viel achterover van zijn fiets en op zijn achterhoofd. De helm was dwars door de midden, maar zijn hoofd bleef onbeschadigd. Kun je nagaan wat de klap op zijn hoofd zou hebben gedaan.

Nu moet ik nog de discipline opbrengen om de helm op te zetten. Momenteel zijn we met vakantie in Duitsland. Daar zie je weinig fietsers zonder helm. Dus hier word ik er vanzelf aan herinnerd...

Vakantie 2012

Er gaat niets boven Groningen. Hoogste tijd dus om weer eens naar deze provincie af te reizen. We verbleven op een boerderij bij Onderdendam.

Onderdendam is een bakermat van de regelarme zorg. Het heeft niet veel effect gehad, want de zorgverzekeraars draaien de financiële kraan dicht als je je niet aan ontzettend veel regels houdt. Maar de bedoeling was goed…

Wat hebben we genoten van de ruimte en de rust op het Groningse platteland! Vanuit de boerderij konden we eindeloos ver weg kijken. Onderdendam ligt is een wat verstild gebied tussen de stad Groningen en het Hoogeland (met een hele rij dorpen langs de spoorlijn naar Roodeschool en sinds dit jaar naar de Eemshaven). 

Bijna alle dorpen hebben een zeer historische dorpskerk, meestal met een hoogbejaard orgel. In de meeste dorpen staat ook een molen. En rond de kerk vaak oude huizen van kenmerkende rode baksteen en veel zogenaamde pastoriewoningen. Fietspaden door de weilanden verbinden de dorpen met elkaar.

We fietsten de hele provincie door, naar het westen (via Lauwersoog en Anjum naar Buitenpost), naar het oosten (tot aan Leer in Ostfriesland), uiteraard naar de Waddenkust (Noordpolderzijl) en naar het zuiden (tot aan Stadskanaal).

Inderdaad: er gaat niets boven Groningen! Al is de rest van Nederland ook mooi...

Borderline revisited (5)

 

Wie ben ik? Mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis zijn voortdurend op zoek naar een identiteit. Ze beleven zichzelf als 'gefragmenteerd'.

Criterium 3: Een voortdurende verstoring van het gevoel voor de eigen identiteit, zoals blijkt uit een instabiel zelfbeeld.

De persoon met een borderline persoonlijkheidsstoornis leeft vooral in het hier en nu. Voor sommige mensen zou het goed zijn om wat meer in het hier en nu te leven, maar bij mensen met borderline is de tijd gefragmenteerd. Ze denken niet: al mijn vorige cijfers waren goed, mag ik ook een keer pech hebben? Nee, de onvoldoende van vandaag is bepalend voor wat ze waard is.

Mensen met een gezonde identiteit zijn niet de hele dag bezig met zichzelf met anderen te vergelijken. Dat hoeft helemaal niet, ze zijn gewoon wie ze zijn. Pubers, die nog volop in ontwikkeling zijn, zijn uiteraard wél bezig met hun identiteit. In die leeftijd is dat normaal. Maar als je als je identiteit op 40-jarige leeftijd een obsessie is, als je jezelf dag in, dag-uit vergelijkt met anderen, als je daarop baseert of je er wel of niet mag zijn, dan heb je dus een probleem. Je hebt nog niet ‘uitgevonden’ wie je bent.

In zekere zin zie je datzelfde patroon ook bij mensen die niet oud willen lijken. Als je ouder wordt krijg je wat meer rimpels, ben je minder snel, kun je niet alles meer. Als je dag-in, dag uit bezig bent om alle gevolgen van het ouder worden te camoufleren, hoe kun je dan jezelf nog zijn? 

Mensen met een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis lijken soms heel echt in hun reacties. Terwijl de ander zich inhoudt, gaan zij stevig uit hun plaat. Er is echter een ander probleem: dat van het ‘keeping up appearances’. Omdat ze zichzelf vergelijken met anderen kunnen ze nooit goed genoeg zijn. Dus moeten ze ‘faken’, de schijn ophouden.

Iemand die solliciteert en/of nieuw is in het bedrijf heeft de neiging om zichzelf beter voor te doen dan hij of zij is. Je moet er nog even inkomen, maar verder zeg je niet te schrikken van alle nieuwigheden die je tegen komt. Geleidelijk aan word je meer jezelf. Je weet wat je plek is binnen de organisatie. Je hoeft je dus ook niet beter voor te doen dan je bent.

Mensen met (ernstige) borderline bereiken dat punt niet. Ze blijven het gevoel houden dat ze zich beter moeten voordoen dan ze zijn. De spanning die dat oproept kan gemakkelijk leiden tot conflicten, met name met collega’s. Veel mensen met borderline kunnen het werk op zichzelf wel aan, het knelpunt zit in de gevoeligheid naar collega’s toe: ik ben niet zo goed als ik zou willen zijn, er zijn anderen die het beter kunnen en dat is een bedreiging.

Het omgaan met feedback is daarnaast ook lastig. Een fout maken vraagt om straf (‘ik deug niet, dus ontsla me maar’), iets goed doen is ook niet goed, want nu is het me gelukt, maar straks maak ik alsnog een fout. Het gaat dus altijd een keer mis, er dreigt altijd onheil in de beleving van mensen met borderline.

Er lijkt een verband te zijn tussen eetstoornissen en borderline. De behandeling van mensen met een eetstoornis is ook om deze reden lastig. Nog een pond minder bij anorexia vraagt om straf, een pondje erbij is gevaarlijk, want dat houd ik toch niet vol. 

De onzekerheid over het functioneren leidt tot frequente wisselingen in baan (weg gaan voordat het mis gaat) en in relaties (ik kan beter jou verlaten dan jij mij). Ook in kleding en modevoorkeur zie je vaak opvallende wisselingen: de ene keer degelijk volwassen, de andere keer als een klein meisje met vlechten. De seksuele voorkeur kan ook zomaar veranderen, tot in extremiteiten aan toe. Kortom: je weet niet wie je voor je hebt.

Soms zoeken mensen een uitweg uit de chaos in hun hoofd en in hun identiteit door zich aan te sluiten bij een sekte. Daar hoeven ze niet meer na te denken over wie ze zijn en wat ze moeten doen. Dat bepaalt de sekteleider. Ook de relaties en de plek in de groep zijn voorspelbaar. In eerste instantie kan dat veel rust geven. 

Vakantie 2011

O.h.m.d.i.d.t. zijn we met vakantie. Ik schrijf O.h.m.d.i.d.t. omdat het anders zo'n lange zin zou worden. Dus heb ik het afgekort. Als ik het voluit zou typen zou ik moeten schrijven: "Op het moment dat ik dit typ'. Dat vond ik te lang. Dus heb ik het afgekort. 

Dit is een serie in telegramstijl over onze vakantiebestemmingen in de afgelopen tien jaar. Altijd met de fiets en altijd in de buurt van het water. Mocht het je bekend voorkomen: deze serie heb ik al eerder geplaatst.

De vakantie van 2011 was aanzienlijk vertraagd. Pas in de herfst gingen we op reis. In de voorafgaande winter was ik door een wegpiraat gelanceerd. De Mercedes en mijn been hadden aanzienlijke schade opgelopen.

Omdat een herenfiets nog niet te bestijgen viel had ik een damesfiets met lage instap gekocht. Die namen we mee naar Konstanz aan de Bodensee. In de tijd van de waterstanden op de radio was die plaats bekend vanwege zijn Konstanz onveranderd. Voor de nadenkers is vermoedelijk wel duidelijk waarom de waterstanden hier niet zoveel veranderden.

Ons vakantiehuis had zicht op de hier diepblauwe Rijn. In tegenstelling tot de Donau bleek de Rijn wél blauw te zijn.

Ondanks nog steeds fysieke beperkingen werd er best veel gefietst in een erg mooie omgeving. Regelmatig staken we de Bodensee over met één van de vele veerponten om weer een nieuw stukje landschap tot ons te nemen. En steeds weer zagen we vanaf het water de hoge bergtoppen van de Alpen.

Uiteindelijk hebben we op deze manier in stukjes de hele Bodensee rondgefietst, door drie landen: Zwitserland, Oostenrijk en Duitsland.

Borderline Revisited (4)

Wie ben ik? Mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis zijn voortdurend op zoek naar een identiteit. Ze beleven zichzelf als 'gefragmenteerd'. 

Criterium 3: Een voortdurende verstoring van het gevoel voor de eigen identiteit, zoals blijkt uit een instabiel zelfbeeld.

Mensen met een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis hebben niet alleen een permanent wisselend beeld van de ander (bijvoorbeeld: de ene keer is iemand de beste buurman die er ooit is geweest, de volgende keer heeft hij een aanklacht aan zijn broek), maar het beeld is van zichzelf is ook constant aan verandering onderhevig (je wint en je bent de beste, de volgende wedstrijd verlies je en jij en je leven stellen helemaal niets meer voor).

De oorzaak van deze wisseling is o.a. de permanente neiging om zichzelf met anderen te vergelijken. Dat heb ik eerder beschreven als het ‘afgeleide zelfbeeld’. De persoon loopt de deur uit met een 8. Dat is top. Maar even later komt er iemand naar buiten met een 9. Nu stelt ze opeens helemaal niets meer voor.

In de biografie over Marilyn Monroe wordt beschreven hoe het zoeken naar voortdurend meer aandacht de drijfveer was in haar leven. De aandacht was de kurk waarop ze functioneerde. Die moest de leegte van haar eigen 'ik' camoufleren. Een dag met minder aandacht was een waardeloze dag omdat ze 'dus' minder voorstelde. Zo'n dag eindigde steeds vaker in overmatig drankgebruik.   

Van Brilon naar Soest (slot)

Ik heb een mooie route uitgekozen, al zeg ik het zelf. Dat is weliswaar perongeluk. ik had geen idee. Maar de weg kronkelt prachtig door golvende velden met graan, veldbloemen, percelen weiland en af en toe een plukje bomen.
Van Lippstadt naar Soest

Het duurt lang voordat ik Soest in het vizier krijg. De stad ligt in een dal en ik fiets min of meer op een hoogvlakte. Zo’n vijf kilometer voor Soest wordt het verkeer drukker. Er wordt aan de weg gewerkt en er komt kennelijk een nieuwe riolering. Even verderop staat een bord met de plannen voor de bouw van een nieuwe wijk. Dat ken ik niet echt in Duitsland. Met doet weinig aan uitbreiding en veel meer aan inbreiding: nieuwbouw in bestaande wijken. Kennelijk groeit Soest wat harder en is er een heuse nieuwbouwwijk nodig.

Soest Kirchplatz

Vlak voor Soest uiteraard ook nog de bekende taferelen van bedrijventerreinen, benzinepompen en bouwmarkten. Ik kom op een nieuwe rondweg uit die verboden is voor fietsers. Ik moet het zelf maar uitzoeken. Maar inmiddels heb ik de torens van de kerken in het centrum van Soest al gezien, dus ik weet in welke richting ik moet fietsen.

Soest straat 2

Soest is een zeer oude stad. Dankzij de bijzonder vruchtbare omgeving vestigden zich hier veel boeren. Later kwam de stad aan de  Westfaalse Hellweg te liggen: de belangrijkste handelsroute door Duitsland. Daardoor was Soest in de 15e eeuw qua grootte de derde stad van Duitsland.

Helaas, in Duitsland (dat toen een lappendeken aan rijkjes was) werd nogal veel geknokt. Soms deden ze er lang over, zoals in de Dertigjarige oorlog. De gevolgen waren voor Soest rampzalig: 90% van de bevolking was verhuisd of gedood. Dat waren dus Syrische of Ukraïense toestanden. Die klap is de stad nooit meer te boven gekomen.

Soest straat

Soest is desondanks een mooie oude stad met o.a. twee grootse en zeer oude kerken: de Wiesenkirche en de Sankt Petri und Pauli (de Alde Kirche). In het centrum vind je veel karakteristieke vakwerkhuizen. Maar niet alleen in het centrum: opmerkelijk is dat er langs de wegen naar de omgeving toe een soort lintbebouwing is gegroeid, in dezelfde stijl.

Tegenwoordig heeft de stad een regionale centrumfunctie. Dat zie je o.a. aan het winkelbestand en aan de vele scholen. Soest telt zo’n 50.000 inwoners.

Ik besluit mijn fietstocht hier af te sluiten. Ik moet nog terug naar Delft. Dat is volgens de dienstregeling bijna 6 uur met de trein. Zoals ik al eerder schreef werd het een tocht met hindernissen: het werden 10 uur met de trein. Vandaag heeft de fietteller en 90 Duitse fietskilometers bij opgeteld. 

Borderline revisited (3)

Het tweede kenmerk van de borderline persoonlijkheid is de wanhopige zoektocht naar meneer of mevrouw Perfect. Dit is het vervolg van dat aspect van borderline.

Criterium 2. Instabiele en intense interpersoonlijke relaties, met plotselinge veranderingen in attitude ten opzichte van de ander.

Een ingewikkeld thema bij de borderline persoonlijkheidsstoornis is dat iemand met borderline extreem gevoelig is voor anderen, maar tegelijkertijd weinig empathisch vermogen heeft. Er is wel sprake van aanvoelen, maar niet van invoelen. Iemand die even ergens anders aan denkt tijdens het gesprek kan op die manier worden ervaren als een persoon die niet in jou geinteresseerd is. Het idee dat de ander soms even ‘weg’ is wordt niet meegenomen in het denken over de ander.

Jaloezie

Jaloezie speelt een grote rol in het leven van mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis. De patiënt bij de psychiater kan er jaloers op zijn dat de behandelaar naast die patiënt ook nog een eigen leven heeft. Soms gaat het zó ver dat de patiënt er toe over gaat om bijvoorbeeld de partner van de behandelaar te gaan stalken. Ook de ontmoeting met mede-patiënten kan al jaloezie oproepen: “Hij was toch voor mij alleen?”

Omgang met rollen

Een ander thema is het gebrek aan ‘object constantie’. In principe houdt dit in dat iemand beseft dat de ander er nog is als je hem of haar niet ziet. Die persoon blijft toch dezelfde. En ook de dokter die net van de racefiets afstapt, zich nog even omkleedt en dan in witte jas verschijnt is dezelfde gebleven. Maar hij figureert nu wel als dokter, dus de verhoudingen liggen anders.

Voor mensen met borderline is dat ingewikkeld. Stel dat de patiënt gisteravond op een receptie was waar de behandelaar ook was en ze raakten met elkaar in een gezellig onderonsje (iets wat overigens afgeraden moet worden in een complexe behandelrelatie), dan is het voor een persoon met borderline bij de volgende sessie ingewikkeld om de psychiater weer als behandelaar te zien. De patiënt wil op de oude gezellige voet verder, desnoods met een glaasje wijn er bij.

Dat mensen in verschillende situaties verschillend handelen en toch dezelfde persoon blijven is voor hem of haar ingewikkeld. Daarom is het onbestaanbaar dat een vriend in zijn rol als politieagent een bekeuring geeft. Dan is het geen vriend meer en wordt de vriendschap per direcht verbroken. Van idealisering naar devaluatie.

Herhaling van patronen

Deze inflexibiliteit leidt vreemd genoeg ook tot een herhaling van zetten in relaties. De vrouw trekt opnieuw bij haar alcoholistische en mishandelende partner in, omdat hij zo aardig deed. Opnieuw: het idee dat mensen in verschillende omstandigheden verschillend handelen beklijft niet. Hij was nu opeens aardig in het café, dus thuis gaat het ook weer goed. Deze beslissingen worden impulsief genomen, binnen twee dagen is de verhuizing geregeld en de eerste week spatten de vonken van verliefdheid eraf.

Narcisme en borderline

Al eerder schreef ik dat narcisme en borderline elkaar aantrekken. De vrouw die het allemaal niet meer trekt raakt in de ban van de man die haar wel even zal helpen. Beiden hebben een ideaalbeeld: de man van de kwetsbare vrouw die hij zal redden (dan moet ze wel kwetsbaar blijven en doen wat hij zegt) en de vrouw heeft het ideaal van de man die altijd voor haar klaar staat, want ze heeft hem zo nodig. Op den duur vallen er gaten in deze stereotypen die ze van elkaar hebben opgebouwd. De man vlucht in de alcohol omdat hij de last van de perfecte partner niet kan dragen en mishandelt in een dronken bui zijn vrouw. De vrouw wordt angstig vanwege de zichtbare kwetsbaarheid van haar man. Dit is olie op het vuur van de volgende escalatie.

Groucho Marx wilde graag lid worden van de Rotary. Daar deed hij erg zijn best voor. Maar toen hij geaccepteerd werd als lid haakte hij af. Hij zou nooit lid willen zijn van een vereniging die hem als lid zou accepteren. 

Dit aantrekken en afstoten is kenmerkend voor de ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis.

Zoals Samuel die alleen maar verliefd werd op knappe en onbereikbare vrouwen. Maar toen een vrouw in ging op zijn avances wees hij haar af. Ze was niet degene die voldeed aan zijn ideaalbeeld. En zo ging het jaren lang. Totdat Samuel in een intensieve therapie leerde om zichzelf beter te kennen en te aanvaarden.

Het onderliggende probleem is elke keer weer dat van de autonomie. Mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis hebben in zichzelf niet genoeg autonome kracht om zelfstandig te kunnen zijn in een langdurige relatie. Een relatie is geven en nemen: je autonomie bewaren en soms ook los durven laten.

Tussen het de ander willen controleren of opgeslokt worden door de ander zit het proces dat je elkaar aanvult. "Ik mag mezelf zijn in deze relatie, maar jij bent degene die mijn leven compleet maakt." Dat is een complexe opgave, het vraagt voortdurende oefening, maar voor mensen met extreme borderline problematiek lijkt dat vaak te hoog gegrepen.