Alleen of samen?

John McGee - de grondlegger van de Gentle Teaching - zag alleen zijn als een geestelijk ongezond verschijnsel. "Het is niet goed als de mens alleen is."

De visie van John McGee kwam voort uit zijn ervaring met psychiatrische patiënten en mensen met een verstandelijke beperking die vanwege hun agressie langdurig alleen moesten verblijven. Met al zijn energie (en dat was behoorlijk wat) probeerde hij deze mensen uit hun isolement te bevrijden.

McGee heb ik meerdere malen meegemaakt en het was zeer inspirerend om hem aan het werk te zien. Zijn werkwijze heeft mij voor een deel gevormd in mijn vak.

Verlieservaringen

Riet Fiddelaer-Jaspers schreef een boek over rouw en verdriet in het leven. (Met de ziel onder de arm). De mate waarop je je als kind welkom voelde bepaalt later voor een belangrijk deel de manier waarop je met verlies omgaat.

Haar idee komt in de buurt van mijn veronderstelling dat je - als je met ouderen te maken hebt - moet weten hoe oudere mensen als kind gehecht zijn geweest. Daarom moet je ook iets weten over de familie en de familieverhoudingen.

Ook Fiddelaer-Jaspers gaat er (net als McGee) vanuit dat het zich terugtrekken uit menselijke contacten een vorm van overlevingsgedrag is. Maar niet alleen het alleen willen zijn, maar ook het contactverlies met het eigen denken en voelen. Bijvoorbeeld: als iemand jou een persoonlijke vraag stelt trek je je terug, je wordt cynisch of je gaat grappen maken.

Als gedragspatronen die wijzen op blokkades in hechting en verlies noemt Fiddelaer-Jaspers o.a.:

  • Steeds weer opzien tegen het maken van contacten
  • Sociale activiteiten zoveel mogelijk uit de weg gaan
  • De neiging hebben om zich terug te trekken in gezelschap
  • Er de voorkeur aan geven om alleen te zijn
  • Liefst en vooral bezigheden hebben die je in je eentje kunt doen

Kanttekening

Door (te) eenzijdig het accent te leggen op het samen zijn (companionship) zou het misverstand kunnen ontstaan dat je pas mens bent als je altijd tussen andere mensen bent. Veel alleen (willen) zijn is inderdaad een signaal. Maar niet alleen kunnen zijn is evenzeer is signaal. Alle mensen hebben een balans nodig tussen het alleen zijn en het tussen andere mensen zijn. Dat evenwicht ligt bij de één wat anders dan bij de ander.

Advertenties

Geluidsoverlast in Horn

Sinds anderhalf jaar worden Wiel van Herten en zijn vriendin Lenie hoorndol van een lage bromtoon in hun woning. Ze weten het zeker: deze bromtoon komt van de omvormer van de zonnepanelen van buren Mitch en Kimberly.

Die buren zijn op hun beurt ook ten einde raad; volgens hen is de omvormer niet het probleem en hebben ze van alles geprobeerd om de buren te helpen.

Wiel en Lenie wisten het zeker: die bromtoon wordt veroorzaakt door de  ‘omvormer’ bij de buren. Heel ontzettend erg zeker. De verwijten aan het adres van Mitch en Kimberley liegen er niet om. Die willen maar niet luisteren. En als Mitch meewerkt aan een onderzoek verwijt Wiel hem zelfs dat hij de resultaten heeft gemanipuleerd. Dat zegt natuurlijk meer over Wiel dan over Mitch. Maar bovendien: hoe zeker is zeker?

Rijdende Rechter Meester John Reid had allerlei onderzoekers losgelaten op dit gevalletje geluidsoverlast. Uit onderzoek van geluidsdeskundigen bleek dat het geluid zó miniem was dat mensen dat eigenlijk niet konden horen. Bovendien was het de meest geluidsarme omvormer. Als extra argument zou het geluid dan slechts in een klein stukje van het huis waarneembaar zijn. Lenie – maar ook Wiel – hoorde het door het hele huis. Was er dan iets met het gehoor van Lenie?

Wiel en Lenie werden aan een gehoortest onderworpen. En wat bleek: Lenie kon bepaalde lage bromtonen beter horen dan andere mensen. Dus het kon zijn dat ze in bepaalde delen van het huis het geluid van de omvormer kon horen.

Wat wel opmerkelijk is dat haar vriend die geluiden ook door het hele huis hoort. En een vriend en een familielid die op bezoek kwamen hoorden het geluid ook iedere keer als ze op bezoek kwamen. Dat was toch wel een beetje apart. En de buren, de geluidsdeskundigen en meester John Reid konden geen geluid waarnemen.

De één hoort veel beter dan de ander. En als je permanent een storend geluid hoort is dat zwaar psychisch belastend. Niet voor niets leidt bijvoorbeeld het wonen in de buurt van een autoweg tot veel meer stress.

Maar: het  waarnemen van geluid heeft ook met psychische factoren te maken. Ik vind het wel apart dat niet alleen mevrouw Lenie, maar ook haar vriend en bezoekers duidelijk een bromgeluid waarnemen, terwijl ‘natuurkundig’ onderzoek aantoont dat het geluid bijna niet voor mensen waarneembaar kan zijn – zeker niet in het hele huis. En ook de onderzoekers merken niets van geluid. Bovendien zou je in principe denken dat oudere mensen (zoals Wiel en Lenie) minder last van dat geluid hebben (al zijn er uitzonderingen).

Dat geluid kan natuurlijk en als je zoiets waarneemt is knap lastig. Maar stop na zo’n onderzoek met het de schuld geven aan de ‘niet meewerkende’ buren.

Ik heb al een paar jaar een constante piep in mijn oren. Dat is niet handig voor iemand die van kinds af aan veel last heeft van geluid. Ik denk dat ik maar eens een aanklacht tegen de bovenbuurvrouw in ga dienen. Ze heeft een nieuwe koelkast. Ik weet zéker dat die koelkast het gepiep in mijn oren veroorzaakt.

Nog een keer: rivaliteit

Ik heb eerder een reeks blogs geschreven over rivaliteit. Overal waar mensen zijn is er sprake van rivaliteit. Een wedstrijd spelen is niet ongezond. Rivaliteit wordt wel ongezond als het ellebogenwerk wordt.

In dat opzicht schrijft Prof. dr. R.E. Abraham over de fallisch-narcistische fase. De fallische fase is een term die bij Sigmund Freud vandaan komt: de man die wil imponeren en veroveren (‘ik heb de grootste’ enz…).

Het narcisme verwijst naar de behoefte om uitzonderlijk of bijzonder gevonden te worden.

Egocentriciteit

Aan de fase van de rivaliteit gaat een andere vooraf: die van de egocentriciteit. Dat is de peuter die meent dat de hele wereld om hém draait. Hij is zich nog niet eens ervan bewust dat hij moet concurreren met anderen: de wereld draait vanzelfsprekend om hem.

Rivaliteit

In de fase van de Rivaliteit hebben mensen het beeld dat ze wel moeten imponeren, omdat ze anders niet genoeg opvallen. Ze gaan dus de strijd aan met anderen. Ze moeten de meeste likes hebben, de meeste volgers, de duurste auto, het mooiste huis, de duurste kleding. Het moet allemaal meer en beter dan de ander.

Wetenschap

Ook in de wetenschap kom je deze ongezonde rivaliteit tegen. Verschillende bekende onderzoekers zijn hier inmiddels op gesneuveld. Ze moesten hun deskundigheid etaleren door een maximaal aantal artikelen te schrijven, een groot aantal lezingen op hun naam hebben staan (meer dan welke collega dan ook), het vaakste geciteerd worden. Dat leidde tot een verwrongen klimaat op hun onderzoeksbureaus of faculteiten, waarbij medewerkers gemanipuleerd werden om onderzoeksresultaten te verfraaien zonder dat daar een wetenschappelijke onderbouwing aan kon worden gegeven.

Eén van de meest bizarre vormen van rivaliteit was het gedrag van mevrouw Elena Ceaușescu. Ze had zelfs de basisschool niet afgemaakt. Ze studeerde af in de natuurkunde en scheikunde, werd voorzitter van de wetenschappelijke raad van Roemenië en kreeg tal van eredoctoraten van gerenommeerde universiteiten, ook in West-Europa. Alle artikelen waren - zo bleek later - door landgenoten geschreven, ze kon zelf nauwelijks lezen.

Elena Ceaușescu vormde natuurlijk een bizarre uitzondering. Maar in minder bizarre vorm komt deze rivaliteit in alle geledingen van de samenleving voor. Je ziet de wortels vaak al in de kindertijd ontstaan.

Zelfbedacht voetstuk

Wat het zelfbeeld betreft noemt R.E. Abraham als voornaamste eigenschap: het vergelijken van de eigen capaciteiten met die van anderen. Voor iemand met deze trekken valt het niet te verdragen dat een ander op een bepaald gebied meer kennis heeft dan hijzelf. Daarom moet de kennis van de ander gedevalueerd worden en probeert de persoon in kwestie zich op die manier op het zelfbedacht voetstuk te plaatsen.

Ooit was ik stomverbaasd toen ik van een Amerikaans psycholoog een visitekaartje kreeg waar zijn IQ op vermeld stond. Dat was 134. Nu zegt een IQ niet zoveel. Ook was het resultaat niet controleerbaar. Maar kennelijk had deze meneer de behoefte om zichzelf daarmee bij voorbaat centraal te stellen: met mij valt niet te spotten.

In ingezonden brieven in kranten vallen mensen met narcistisch-rivaliserende trekken nogal eens door de psychologische mand. Let maar eens op hoe sommige inzenders zichzelf profileren. Met zóveel titels, kennis en ervaring in huis moet je toch wel een beetje meer gelijk hebben dan anderen die over het onderwerp hebben geschreven. Oftewel de psychologie van de kleine lettertjes waarmee iemand zichzelf wil uitvergroten.

Emotioneel misbruik (2)

Onredelijke eisen, ontkennen van het eigen aandeel

  • Word je beschuldigd van iets waarvan je weet dat het niet waar is?
  • Staat de ander jou niet toe om een weerwoord te geven?
  • Is deze persoon zeer gevoelig voor commentaar op hem?
  • Heb je hem ooit sorry horen zeggen?
  • Legt hij de schuld steeds weer bij anderen?
  • Geeft hij jou het gevoel dat je het allemaal niet begrijpt en krijg je het gevoel dat je dom bent?

Afstand nemen, isoleren, verwaarlozen

  • Als er iets met jou aan de hand is: laat deze persoon dan zijn medeleven zien of horen?
  • Heb je de indruk dat je genegeerd wordt als jij in de belangstelling staat (niets van zich laten horen bij bijvoorbeeld een verjaardag of feest?)
  • Probeert de persoon jou te isoleren van anderen die belangrijk voor je zijn?
  • Lijkt het deze persoon niet te kunnen schelen dat jij gekwetst wordt?
  • Toont deze persoon geen empathie of oprechte interesse richting jou?

Opnieuw heb je grote kans dat je met een narcist te maken hebt. Een probleem kan zijn dat je steeds meer je best gaat doen en dat je toch steeds het gevoel hebt dat je het toch niet goed kunt doen. Sommige mensen dreigen zelfs hun eigenwaarde te verliezen in het voortdurend contact met een narcist. Dan is het bijna niet meer mogelijk om zonder hulp van anderen uit deze vicieuze cirkel te stappen.

 

Emotioneel misbruik (1)

Het ingewikkelde van emotioneel misbruik is dat slachtoffers zich vaak dat proces niet eens bewust zijn. Ze voelen zich onveilig, maar ze hebben weinig idee hoe dat komt. Dat kan ook zo zijn doordat ze van jongs af aan met deze vorm van manipulatie te maken hebben gehad. Ze weten dus niet beter.

Een gevolg van emotioneel misbruik is dat je je steeds meer onzeker gaat voelen. Een ander gevolg is dat je steeds meer je best gaat doen om maar te bewijzen dat het anders ligt en dat je het toch goed doet. Beide reactiepatronen overkomen de persoon die het slachtoffer is, maar beide strategieën helpen niet: ze zijn disfunctioneel.

Het in emotioneel opzicht anderen kwetsen is een kenmerk van een narcistische persoonlijkheid. Uit een publicatie over narcisme haal ik de volgende vragen die je jezelf kunt stellen.

  1. Oordelen, degraderen
  • Zet iemand je vaak voor op een negatieve manier voor schut in het bijzijn van anderen? Dat kan in persoonlijke contacten zijn, maar ook op sociale media en via de mail.
  • Is iemand naar jou toe vaak sarcastisch en haalt hij jou als persoon daarmee naar beneden?
  • Als je aangeeft dat je bepaalde dingen niet leuk vind, antwoorden zij dan vaak met “het was maar een grapje” of “je moet niet zo emotioneel doen.”
  • Haalt iemand vaak je mening naar beneden en zegt hij dat jou ideeën gevoelens, of ideeën ‘niks voorstellen’?
  • Neemt iemand je mening zelden of nooit serieus en veegt hij die bij voorkeur publiekelijk van tafel?

2. Overheersing, schaamte en controle

  • Heb je het gevoel dat je zelfs de kleinste beslissingen aan de ander voor moet leggen en dat je continu toestemming moet vragen?
  • Probeert de ander je steeds het gevoel te geven dat je minder (goed) bent?
  • Heb je van een persoon ooit gelijk gekregen of zal hij nooit erkennen dat hij (of zij) het ook wel eens mis kan hebben?
  • Vergroot de persoon vaak je tekortkomingen en moet hij er misschien zelfs om lachen als je een fout maakt?
  • Kleineert iemand voortdurend jouw vak, je kennis, je persoon?
  • Geeft iemand bij alles wat je zegt of doet negatief commentaar?
  • Heb je het gevoel dat je als een klein kind wordt behandeld?
Je eigen gevoel kan er naast zitten. Maar als je op deze vragen steeds weer 'ja' moet zeggen - en anderen zien en ervaren ook emotionele kwetsuren - dan is de kans nogal groot dat je met een narcist te maken hebt.

Het Forer effect

Kort na de oorlog legde psycholoog Bertram Forer de volgende tekst voor aan zijn studenten:

“Je wilt graag dat anderen je aardig vinden en bewonderen, maar je bent ook geneigd tot zelfkritiek. Hoewel je karakter enkele zwakheden vertoont, kan je die doorgaans goed compenseren. Je hebt een aanzienlijk ongebruikt talent waar je geen profijt van trekt. Je straalt discipline en zelfbeheersing uit, maar van binnen ben je nogal eens een onzekere tobber. Soms twijfel je er ernstig aan of je wel de juiste beslissing hebt genomen of juist hebt gehandeld. Je houdt van enige afwisseling en het zint je niet als regels en beperkingen je bewegingsvrijheid indammen. Je gaat er ook prat op een onafhankelijk denker te zijn en neemt niet zomaar iets van anderen aan. Maar uit ervaring weet je dat het niet verstandig is jezelf al te zeer bloot te geven. Je kunt extravert, vriendelijk en gezellig in de omgang zijn, maar ook introvert, behoedzaam en gereserveerd. Sommige verlangens van jou zijn tamelijk onrealistisch…”

Forer zei dat deze tekst een individuele persoonlijkheidsanalyse was. Hij was als docent al bekend bij zijn studenten. En als student denk je dan ook al snel dat zo’n beroemde docent jou helemaal psychologisch in kaart heeft. Fowler bouwde op dit denken voort en gaf hen met deze tekst de indruk dat hij inmiddels wist wie ze waren en dat hij op basis van die kennis hun persoonlijkheid in kaart had gebracht.

In werkelijkheid kreeg iedereen dezelfde tekst, waarna de studenten op een schaal van 1 tot 5 aan moesten geven hoe kloppend ze die vonden. Het gemiddelde was 4,26. De studenten meenden dus dat er een prima analyse van hun persoonlijkheid was gemaakt.

Horoscopen en AstroTV gebruiken dit effect op een iets aangepaste manier. Ze komen met algemeenheden die voor bijna ieder mens gelden. Bijvoorbeeld: als iemand van in de 50 vertelt dat hij op zoek is naar een relatie, dan is dat een inkopper. “Ik begrijp dat je in je leven teleurgesteld bent en dat je nu eigenlijk niet meer aan een relatie durft te beginnen.” Ja, dat klopt helemaal. De vragensteller voelt zich al meteen begrepen en staat daardoor open voor volgende voorspellingen.

Op de achtergrond blaft een hond. Het medium zegt: “Ik lees hier (in de kaarten) dat je ook van dieren houdt. Mag ik je iets vragen? Heb je misschien een hond?” Hoe is het mogelijk! Dat leest ze dus ook al in de kaarten.

Letterlijk overgenomen uit een Astro-TV programma: Medium: “Is het een bruine hond?” Beller: “Ja, het is een bruine hond, het is een Duitse herder” Medium: “Ja, dat zie ik hier ook. Het is een grote hond en hij zegt mij dat hij ontzettend veel van jou houdt. Die boodschap wil hij jou meegeven. Is dat niet geweldig?”

Dan worden er nog wat voorspellingen gedaan, waarvan niemand ooit kan controleren of ze kloppen. Maar de beller is er heilig van overtuigd dat het allemaal klopt. Kost een paar centen, maar dan weet je ook waar je aan toe bent.

Emotionele chantage (3)

Kenmerken van emotionele chantage zijn de volgende uitingen/ oordelen/ handelswijzen (zie een blog uit september):

  1. Oordeel/ kwalificatie: De ander is egoïstisch
  2. Oordeel/kwalificatie: De ander denkt niet na
  3. Er worden hulptroepen ingeschakeld (‘iedereen vindt’)
  4. Er worden halve waarheden verkondigd, uitspraken uit hun verband gerukt
  5. Er worden negatieve vergelijkingen gemaakt (ambitendentie: de één op een voetstuk, de ander deugt nergens voor).

Wie lopen het op? 

Je zult maar in zo’n situatie terecht komen. Wat kun je daar dan aan doen? Want volgens een behandelaar die dit verschijnsel heeft beschreven zijn het juist de milde, meegaande mensen die gemakkelijk het slachtoffer worden van emotionele chantage. Hoe zouden ze kunnen leren om weerstand te bieden tegen zo’n psychologische overkill?

Uit het patroon stappen

Volgens Marc America (2016) versterk je het proces als je in het patroon blijft zitten van het accepteren van beschuldigingen en verwijten, het zeggen dat het je spijt en het doen van wat de ander vraagt. Ondertussen blijf je dan hopen dat de ander ook een beetje over de brug komt en zijn aandeel in de strijd zal inzien.

Drie stappen

Stap 1 is: stop met het toegeeflijke gedrag. Reageer niet direct, neem de tijd en formuleer ik-boodschappen. Hou er vervolgens wel rekening mee dat de emotionele chanteur nog veel meer heftige zaken in de strijd zal gooien. Dit was hij niet gewend en hij moet de strijd winnen.

Stap 2 is: Probeer te mentaliseren: wat doet dit gedrag mij, wat vind ik er van? Kijk wat het verband is tussen wat je denkt, hoe je je voelt en hoe je zou kunnen reageren.

Bijvoorbeeld: als ik mijn mening geef krijg ik weer de wind van voren, dus ik pas me liever aan, dan vang ik de minste wind. Maar wat levert je dat uiteindelijk op? Is er een andere manier om te reageren?

Stap 3 is: welke keuze je ook maakt, zorg er voor dat het je eigen keuze is en dat je je niet laat leiden door angst van wat de chanteur allemaal zou kunnen doen om jou (weer) onderuit te halen.

Oftewel de boodschap van gezinstherapeut Jesper Juul: “Dat wil ik, wat wil jij?”

De kans dat de ander verandert is niet zo groot. Mensen die deze emotionele chantage toepassen hebben dat van jongs af aan al geleerd. Het zit in hun patroon en hoe ouder ze zijn, hoe ingewikkelder het wordt om zo’n patroon te veranderen. Maar toch:

“Het is onmogelijk om te voorspellen hoe degene die jou in de houdgreep wil houden zal reageren als jij je anders opstelt. Bedenk ook dat veel mensen die emotionele chantage toepassen zelf geen enkel idee hebben hoe ze bij de ander overkomen.”