Uit de plaat

Op de film zien we een expert op wetenschappelijk gebied, die internationaal faam heeft verworven. Vanwege zijn verdiensten is hij uitgenodigd om in een ander land op een congres te komen spreken. Zoals gebruikelijk hoort er bij zo'n internationaal congres ook een excursieprogramma. Dus bezoekt het gezelschap een plaatselijke tempel.

De richtlijn geeft aan dat bezoekers aan de tempel hun schoenen uit moeten doen. En dan gebeurt het. De hooggeleerde meneer, keurig in het pak, weigert zijn schoenen uit te doen.

Nu kunnen er allerlei redenen zijn waarom mensen hun schoenen niet uit willen doen. Als ik op huisbezoek ga bij een gezin waarbij ik kan verwachten dat de schoenen uit moeten check ik bijvoorbeeld thuis altijd even mijn sokken. Die moeten in redelijke conditie zijn.

Misschien heeft de hooggeleerde meneer thuis niet gecontroleerd of hij vandaag wel zijn goede sokken aan heeft getrokken. Dan durft hij niet zijn schoenen uit te trekken, want je weet maar nooit… Hij zou dan ook kunnen beslissen om buiten te blijven. Hij deelt discreet mee aan de reisleider dat hij het niet gepast vindt om naar binnen te gaan. Desnoods met een smoes: “Ik ben allergisch voor de geur van wierook.”

Maar de hooggeleerde meneer doet iets heel anders. Hij gaat geheel uit zijn plaat. Het verzoek om zijn schoenen uit te doen ontaardt ter plekke in een enorme scheldpartij. En wat nog meer opvallend is, is dat het helemaal niet uitmaakt dat er andere aanzienlijke mensen om hem heen staan. Die zien nu hoe deze hoog in aanzien staande meneer zich opeens heel anders kan gedragen.

De meeste mensen die in zo’n situatie terecht komen zullen proberen zich in te houden. Eenmaal thuis gekomen krijgt de poes een schop, of de vrouw krijgt er van langs dat ze weer niet goed gekookt heeft. Maar deze meneer gaat dus temidden van collega’s uit de wetenschappelijke wereld (en voor het oog van de camera) enorm uit zijn dak.

Je kunt diverse wetenschappelijke titels op je naam hebben staan, maar die kennis is slechts wat je in je hoofd hebt zitten. Maar in stresssituaties zie je vaak het werkelijke functioneren van mensen. Deze meneer viel op dat moment behoorlijk door de mand. "Hij gedroeg zich als een klein kind" zei later één van zijn collega's.
Advertenties

De blauwe plekken van de jeugd

Zowaar heb ik in de eerste week van januari alweer een film bekeken. Gezien mijn gemiddelde van maximaal twee films per jaar zit ik al bijna aan de tax...

De film heet The Meyerowitz Stories. Het is een psychologische film met scherpe dialogen tussen twee broers. Zoon Danny heeft zijn muzikale talent verspild en slaagt er niet in om aan het werk te komen. Hij woont noodgedwongen in bij zijn vader en diens derde vrouw Maureen, omdat hij in een scheiding ligt. Broer Matthew is als enige in de familie rijk en succesvol als financieel expert. Maar dat past weer niet in het plaatje van de artistieke familie. Hij is op grote afstand van de familie gaan wonen.

Maar hoe artistiek is artistiek? Vader Meyerowitz snakt naar erkenning en zit boordevol sarcasme richting de kunstenaars die overal kunnen exposeren. Datzelfde sarcasme uit hij ook naar zijn zoons toe, die het voor hun idee maar niet goed kunnen doen. Overal trekt hij zijn eigen spoor, vol verwensingen en moppers op meer succesvolle mensen.

Dan is er nog een zus, de oudste. Ze is zwaar gehavend opgegroeid in het vrije hippie-klimaat van de jaren ’60. Toch is ze de meest milde van de drie kinderen (van drie verschillende moeders).

Wat in vorige blogs naar voren kwam over de blauwe plekken in de jeugd blijkt ook in deze film. Alle oude en onuitgesproken kwetsuren komen naar boven als vader Harold in het ziekenhuis belandt met een hersenbloeding. Wie neemt de zorg op zich? Danny verwijt Matthew dat hij een aantal besluiten heeft genomen zonder zijn broer en zus te raadplegen. Maar Matthew heeft gehandeld in overeenstemming met zijn moeder, de derde vrouw van Pa Harold.

Ondertussen is deze moeder voortdurend spoorloos en ze rijdt ook nog eens met haar auto in beschonken toestand tegen een boom in de tuin. Daardoor zijn de zus en de broers op elkaar aangewezen. De rivaliteit tussen de beide broers ontaardt uiteindelijk een fysieke knokpartij terwijl Pa bijna op sterven ligt.

Maar Pa komt er weer bovenop en laat zich weer zien van zijn egocentrische kant. De anderen zijn er om hém zorg te verlenen. Danny verleent die zorg, maar besluit op een gegeven ogenblik dat het genoeg is geweest. Hij vertrekt uit huis, en laat de zorg voor Pa over aan een verpleegkundige. Voor Pa is dat onbegrijpelijk: je hoort als zoon je vader te verzorgen. En dat terwijl Pa een afwezige vader was voor zijn zoon.

De film zet het klimaat neer van een vrijblijvende hippie-opvoeding in de jaren ’60, waarbij de kinderen het zelf maar uit moesten zoeken. Toch bleven ze wanhopig op zoek naar erkenning. De kinderen zagen elkaar nauwelijks, want binnen het gezin was geen verbinding. De boosheid op hun ouders komt pas tot uiting rond het ziekbed van hun vader. Maar die boosheid richt zich niet op de zieke vader, maar op elkaar. De blauwe plekken van de jeugd komen nu pas tot uiting in onderlinge rivaliteit.

Levenscyclus en familieverhoudingen (10)

Even een intermezzo over obsessieve liefde. Psychotherapeute Susan Forward schreef een boek dat (vertaald) heet: Obsessieve liefde. De ondertitel luidt: 'Wanneer loslaten teveel pijn doet'.

Obsessieve liefde en emotionele chantage

Susan Forward ziet bij obsessieve liefde een patroon dat gebaseerd is op de behoefte aan controle. Deze kinderen leren al in de vroege jeugd dat ze zich beter voelen als ze de controle over situaties (en daarmee ook op andere mensen) vast kunnen houden. Van haar komt de term FOG die ik al eerder op dit blog noemde (Fear, Obligation, Guilt). Als deze kenmerken een rol spelen in onderlinge verhoudingen tussen familieleden spreekt Forward van emotionele chantage.

Voorbeelden van emotionele chantage zijn:

> Als je niet iedere dag op bezoek komt geef ik je geen aandacht meer (de dreiging van de straffer)

> Als je niet iedere dag op bezoek komt word ik depressief en dat is dan jou schuld (de dreiging van de zelfbestraffer)

> Als je niet iedere dag op bezoek komt word ik depressief (de dreiging van het slachtoffer)

> Wie van de kinderen het meeste op bezoek komt heeft het meeste mijn liefde verdiend (de dreiging van de verleider).

Dit mechanisme is o.a. bekend bij de relationele benadering van eetstoornissen. Bijvoorbeeld als de moeder zich afgewezen voelt als het kind ‘haar’ lekkere eten afwijst.

Emotionele chantage is overigens zelden een bewust proces. Maar onder goedbedoelde zorg kunnen allerlei onderbewuste motieven schuil gaan.

Rouw en loslaten

Chiel Egberts beschrijft in ‘Moeders met een missie’ meerdere voorbeelden van mensen met een verstandelijke beperking die erg lang onder de hoede (en vaak onder één dak) van hun ouders (meestal: de moeder) hebben geleefd. Ook Bert(je) was bijna een halve eeuw bij zijn moeder blijven wonen.

Op het moment dat die twee-eenheid wordt doorbroken komt er een derde in beeld. Dat is vaak de zorgverlener. Staat de moeder toe dat een professionele zorgverlener die zorg over neemt? Het ingewikkelde is dat het veelgenoemde ‘loslaten’ hier niet werkt. Volgens Chiel Egberts moet de moeder eerst een rouwproces door kunnen maken voordat er ruimte is voor volgende stappen.

Nieuwe dynamiek met oude patronen

Maar ook de dynamiek van het gezin moet opnieuw ‘uitgevonden’ worden. De zorg voor Bert(je) had van jongs af aan allerlei gevoelige snaren bij zijn broer en zussen geraakt en die gingen nu weer opspelen. Maar doordat mevrouw Boonstra zelf ook meer hulpbehoevend werd ontstond er parallel nog een ander proces dat ook zijn wortels vond in het vroege verleden. Gaan de kinderen Boonstra er in slagen om oude patronen los te laten?

Levenscyclus en familieverhoudingen (9)

Het is een opmerkelijk geheel in de familie Boonstra. Broer Johan is betrokken op de zorg van zijn jongste broer Bertje. Maar omdat hij in psychisch opzicht tijdelijk is uitgeschakeld neemt zijn vrouw de zaken waar. Dat levert boosheid op bij de beide zussen: zij zijn immers de echte zussen van Bertje?

Maar tussen de beide zussen botert het ook niet. Martine woont in hetzelfde dorp als moeder Boonstra. Zij is het meeste betrokken bij de zorg voor haar moeder. De tweede dochter – Merel – woont aan de andere kant van de provincie. Ze voelt zich gepasseerd en buitengesloten. Ze meent dat haar zus Martine de zorg voor haar moeder naar zich toe heeft getrokken.

Contextueel

De contextuele benadering maakt duidelijk dat wat je  bij het ouder worden in de gezinssituatie ziet te maken heeft met processen van vroeger in het gezin. Bij de familie Boonstra was er in de jeugd sprake van een voortdurende rivaliteit tussen de beide zussen. De één meende dat de ander voor werd getrokken. Beiden vochten ze als kinderen om de aandacht van hun moeder.

Datzelfde thema speelt nu weer. Moeder is kwetsbaarder aan het worden. Het geven van zorg biedt – bij wijze van spreken – een herkansing op het krijgen van aandacht van moeder.

Het kan ook anders. Zoals bij Bart, de middelste zoon uit een groot gezin. Hij werkt in de zorg. De andere broers zijn 'techneuten'. Zijn beide zussen werken in het onderwijs. Zijn moeder is dementerend, maar woont nog in het oude huis. Vijf keer op een dag komt er thuiszorg langs. Bart coördineert de thuiszorg en is korter gaan werken om een stukje zorg aan zijn moeder te kunnen bieden. Ik vroeg aan hem hoe zijn broers en zussen dat vinden. Zijn reactie: "Dat vinden ze geweldig. Ze zijn er blij mee dat ze dat met een gerust hart aan mij en aan mijn vrouw over kunnen laten."

Archief van gevoelens

Ds Rein Hoekstra schrijft over een archief van gevoelens uit de jeugd, dat bij het ouder worden binnen gezinnen een rol speelt.  “Later komen dan oude, al lang verdwenen gewaande, gevoelens opeens weer in beweging. Dat heeft allemaal te maken met onze eigen jeugd. Hoe heb je je eigen vader en moeder beleefd? Hoeveel pijn en verdriet heb je in die relatie opgelopen? Welke gevoelens mochten wél van je ouders en welke niet? Waar heb je jezelf in vastgebeten? Hoe heb je teleurstelling en boosheid leren verwerken?  Er blijkt dus een archief van gevoelens te bestaan waaruit van alles weer kan tevoorschijn komen, in beweging worden gebracht, door een ingrijpende ervaring” (in: Oneindig loyaal, Meinema). 

Levenscyclus en familieverhoudingen (8)

Moeder Boonstra is 89 jaar oud. Ze woont samen met haar jongste zoon (Bertje, 48 jaar) in een vrijstaand huis in een Fries dorp. Dochter Martine woont in hetzelfde dorp, dochter Merel woont in een ander dorp. De oudste zoon, Johan, heeft veel contact met zijn moeder, maar hij woont op aanzienlijke afstand van zijn geboortedorp. Aldus de inhoud van een 'Unvollendete serie' van vorig voorjaar.

Inmiddels was Johan met pensioen gegaan. Als ICT’er had hij een drukke baan gehad. Het had hem moeite gekost om de eindstreep te halen. De veranderingen waren de laatste tijd te snel gegaan. Hij had het allemaal niet meer bij kunnen benen. Het afscheid werd niettemin groot(s) gevierd.

Daarna was Johan in een diep gat gevallen. Het was het beeld van een klassieke depressie. ’s Morgens kon hij niet uit zijn bed komen en overdag kostten alle bezigheden hem ontzettend veel energie. Hij zat voornamelijk als een zombie op de bank. En kwam ondertussen vele kilo’s aan. Dat helpt ook niet als je in beweging wilt komen.

Johan was destijds door zijn moeder gevraagd om de zaken rond zijn jongere broer Bert(je) te regelen. Het was hoog tijd dat Bert uit huis ging. Dat was – mede dankzij een zorginstelling – gelukt. Maar de bijbehorende regelzaken werden Johan allemaal teveel. Zijn vrouw werkte in de zorg en nam daarom ‘als vanzelf’ een stuk van de regie over.

Ook in deze periode verhuisde Johan’s moeder naar -zoals dat genoemd werd – een woonzorgcomplex.  Ze woonde er zelfstandig, maar met ‘toezicht’. Er was een overdekte binnenplaats, met daar om heen galerijen met woningen. Je kon zomer en winter overdekt hele wandelingen maken. Moeder woonde op de begane grond en kon ook in haar eigen tuintje zitten.

De verhuizing kwam voor een groot deel neer op de schouders van dochter Martine. Ze schakelde allerlei mensen uit de kerk in. Johan had de energie niet om mee te helpen. Zijn vrouw stak wel een aantal dagen de handen uit de mouwen.

Toch ontstond er bij de zussen van Johan irritatie. Die oudste broer die ver weg was gaan wonen en zich maar weinig liet zien bleek op een cruciaal moment af te haken. Lees: de zussen in de steek te laten. Er bleek ook wrevel te zijn richting de vrouw van Johan. Ze bemoeide zich overal mee en daar had ze het recht niet toe. Zij waren immers de enige ware zussen van Bertje?

Gevoeligheid en gezien willen worden (betrekkingsideeën)

Gisteren stond er in het dagblad 'Trouw' een bijdrage van een vrouw die schreef over haar psychotisch geworden vader. Toen die vader eenmaal weer 'bij' was negeerde hij alles wat één van de artsen vertelde. Volgens de dochter voelde haar vader feilloos aan dat de dokter eigenlijk maar weinig interesse in hem had als persoon.

Sensitiviteit

Op een vergelijkbare manier schreef Oliver Sacks over een groep patiënten in een instelling voor mensen met hersenletsel. Er werd een nieuwe afdeling geopend en de directeur hield een klinkend betoog over de enorme prestaties die ‘zijn’ organisatie (lees: hij zelf) geleverd had. De aanwezige patiënten barsten in niet te stuiten lachbuien uit. Volgens Sacks omdat ze dwars door het verhaal heen prikten. Deze man had geen enkele interesse in de patiënten. Hij wilde voor de media, de burgemeester en collega’s ‘scoren’.

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Dezelfde ‘sensitiviteit’ is ook kenmerkend voor mensen die in sociaal-emotioneel opzicht functioneren in de ‘socialisatiefase’ (6 tot 18 maanden). Veel van deze mensen voelen precies aan wat de ander ‘bedoelt’. Ze prikken door de boodschap heen en voelen wat er achter zit. “Ben je er werkelijk voor mij of heb je eigenlijk een andere boodschap.” Je kunt nóg zulke mooie woorden hebben, maar als je in feite met andere dingen bezig bent ondergraaft dat jouw boodschap.

Kwetsbare ouderen

Ook bij kwetsbare ouderen en zeker bij mensen die dementeren kun je deze gevoeligheid nogal eens waarnemen. Als je in gesprek bent, maar eigenlijk denk je vooral ‘hoe kom ik op tijd op de volgende afspraak?’ ontstaat er geen rust, maar voed je de onrust.

Gave is opgave

Die extreme gevoeligheid voor de houding van de ander maakt mensen kwetsbaar. Misschien lijkt het in eerste instantie een gave, maar het is vooral een opgave. “Ik zie teveel, ik hoor teveel, ik voel teveel” zei een mevrouw die zelf aan gaf last te hebben van deze gevoeligheid.

Een huis-tuin en -keukenvoorbeeld dat ik nogal eens gebruik is de ervaring die ik had bij het naar bed brengen van onze kinderen (in de peutertijd). Als ik op tijd op een vergadering wilde zijn gingen ze niet op tijd slapen. Ze voelden dat ik een andere agenda had.

Weinig ‘afgrenzing’

Het is – volgens mij – deze ‘sensitiviteit’ die mensen ook extra kwetsbaar maakt voor betrekkingsideeën. Er is weinig afgrenzing tussen het ‘ik’ en de ‘ander’. Maar die gevoeligheid kan je ook op een verkeerd spoor zetten. Er is ook een aanzienlijk risico op misinterpretatie.

Stress en betrekkingsidee

Gisteren schreef ik ook over het verband tussen oplopende stress en een toename van betrekkingsideeën. Mensen die gespannen zijn worden meer afhankelijk van het oordeel van anderen. Ze worden gevoeliger (dopamine?), maar doordat het onderscheid tussen binnenwereld en buitenwereld fragiel is geworden kleuren de eigen emoties datgene wat ze menen te zien aan de ander. De eigen emotie vult dus in wat ze aan de ander toedichten. Ook dat wordt dus gemakkelijk een valkuil in de communicatie met anderen.

Onvervulde wensen

Psychiater Jaap Veldkamp noemde (in een cursus die ik volgde) nog een derde verklaring van betrekkingsideeën. Ze vullen in wat iemand graag zou willen. In het voorbeeld van Adri (vorige blog): de waan dat mensen naar hem op zoek zouden zijn zou zijn wortels kunnen hebben in het feit dat hij gezien wilde worden. Hoe ‘vreemd’ het misschien ook klinkt (maar psychotische belevingen zijn altijd vreemd), maar de waan dat mensen naar hem op zoek waren vulde eigenlijk een diep in zijn emoties liggende behoefte in: hij wilde gezien worden.

Opmerkelijke rol

Een wat meer milde variant op dit thema zijn de verhalen van mensen die steeds weer komen met gebeurtenissen waarbij zij zelf een opmerkelijke rol spelen. “Ik kreeg het op mijn hart dat ik vanavond naar mevrouw Jaspers moest. En ik kwam precies op het juiste moment!” “Vanmorgen werd ik wakker met de boodschap dat ik een trein later moest nemen. Dat was maar goed ook, want daardoor zag ik dat er rook was bij de buren. Daardoor kon ik ze op tijd alarmeren.”

Het kan allemaal een keertje waar zijn, maar als dit de 'standaard' is stelt de persoon zichzelf meer centraal dan de boodschap. Hij wil graag 'gezien' worden.

Spanning, betrekkingsidee en waan (2)

Sinds kort ziet Adri bijna iedere avond een rode auto door de straat rijden. Het is hem op gaan vallen dat die auto vaak op de hoek van de straat parkeert. Hij meent zeker te weten dat er in die auto mensen zitten die hem in de gaten houden.

Adri durft echter niet te kijken of er iemand uit de auto stapt. Als hij voor het raam zou gaan staan, zou hij een gemakkelijk doelwit kunnen zijn. Om die reden houdt hij iedere avond de gordijnen dicht. Hij gaat zo ver mogelijk van het raam vandaan zitten. Als hij door de kamer loopt doet hij eerst het licht uit. Hij vermoedt dat zijn schaduw hem anders zou verraden.

Adri is een 22-jarige student die door psychiater J.S. Reedijk wordt beschreven in zijn  ‘klassieker’ Psychiatrie (9e druk, 2017).

Gevoelig

Reedijk beschrijft Adri als een gevoelige en kwetsbare student. In de ontwikkelingsdynamische visie van deze psychiater zie je betrekkingsideeën vaak bij gespannen en kwetsbare mensen.  Hij zegt dat deze mensen op allerlei manieren proberen om zich af te schermen tegen invloeden van buitenaf, invloeden waartegen ze blijkbaar onvoldoende weerbaar zijn.

Betrekkingsidee

In het verhaal over Adri zie je tal van betrekkingsideeën (niet in het voorgaande citaat genoemd):

  • Adri voelt zich niet prettig tijdens de maaltijd aan tafel, hij heeft de indruk dat mensen steeds naar hem kijken
  • Als hij een winkel binnen komt heeft hij de indruk dat het personeel hem extra in de gaten houdt
  • Hij heeft de indruk dat iedereen in de gaten heeft hoe vaak hij aan zelfbevrediging doet.

Waansysteem

Adri probeert het oogcontact met mensen zoveel mogelijk te vermijden. Hij trekt expres zwarte kleding aan, omdat hij dan minder op zou vallen. Hij mijdt groepen mensen zoveel mogelijk. Want overal waar mensen zijn houden ze hem in de gaten.

Na een tijdje denkt Adri dat hij wordt afgeluisterd. Hij vreest dat men buiten de kamer via de stopcontacten kan horen wat hij doet. Ook via het ventilatierooster van de WC zou hij afgeluisterd kunnen worden. De stopcontacten en het ventilatierooster beplakt hij met aluminiumfolie.

Omdat het leven te gevaarlijk is besluit Adri zo veel mogelijk in bed te blijven liggen. Hij gaat niet meer naar college. Hij trekt zijn dekbed zo strak mogelijk over zich heen en probeert zo plat mogelijk te blijven liggen.

Zo ontwikkelt Adri in de loop van enkele maanden een compleet waansysteem. Eén van de kenmerken van een waan is dat je er zelf in gelooft. Er is geen discussie over mogelijk.