Verborgen agenda

Een aantal jaren geleden kreeg ik tijdens een ook al warme zomer een vriendelijk verzoek van een zekere mevrouw Zoetelief om eens bij elkaar te gaan zitten teneinde een aantal zaken door te spreken.

Het verzoek was dermate vriendelijk dat ik een dubbele bodem vermoedde. Hoewel ik niet wil uitsluiten dat iemand soms ook een nieuwe start wil maken.

Dat hoopte ik dan maar. Want mevrouw Zoetelief stond bij mij niet als zo vriendelijk bekend. Als je haar eigenschappen plaatste in het schema van de kernkwaliteiten zag je dat ze sterk sturend was. Ze had daarbij een sterke behoefte aan controle over andersdenkenden. Dat is een nogal explosief mengsel als het gaat om het overbruggen van verschillen van mening. Ik wist dat ze ook vaak aanvaringen had gehad met medewerkers. Eén van mijn collega’s had dankzij haar optreden het veld moeten ruimen.

Waar het gesprek over moest gaan werd mij destijds niet concreet geopenbaard. De samenwerking zou tegen het licht worden gehouden. Dat was het enige inhoudelijke thema dat genoemd werd.

Op zichzelf is het natuurlijk prima en ook noodzakelijk om – daar waar mensen samenwerken –  ook die samenwerking te bespreken. En als de partijen in het gesprek een gelijkwaardige inbreng hebben levert het ook winst op. Geen kritische ouderpositie, geen onderduikpositie, maar samen.

Ik heb ook eens een manager gehad die onder goede samenwerking verstond dat medewerkers deden wat hij zei. Als iemand iets anders deed kon die persoon niet samenwerken. Dat krijg je als een zorginstelling een officier uit het leger aanstelt als manager. Dat gaat niet altijd goed.

Ik liet het verzoek even liggen, want het was mij niet zo duidelijk wat de bedoeling was. Mevrouw Zoetelief stond in hiërarchisch opzicht niet boven mij, ik werkte ergens anders. Wel had ik even met haar te maken gehad, maar dat contact was niet verder gegaan.

Bovendien moest ik in die tijd veel zaken afronden, omdat ik ging verkassen van werkplek. Ik maakte werkdagen van 12 uur en had het ook nog eens erg warm omdat mijn werkplek niet was geïsoleerd. Eén regel typen en ik was weer naar van het zweet.

Een week later kreeg ik een doorgestuurd mailtje onder ogen. Iemand was zo vriendelijk geweest om mij een kijkje achter de schermen van de bedoelingen van mevrouw Zoetelief te geven. Ze bleek van plan te zijn om tijdens het gesprek ‘de zaak te laten escaleren’.  

Ik weet dan al wat er met mij gebeurt. Ik ben nergens meer. Dus ik moest er goed over nadenken of ik mij wel op dit gladde ijs moest willen begeven. Hoewel een beetje ijs in die warmte ook geen kwaad kon.

Ik legde de uitnodiging voor aan een bevriend psycholoog, die veel ervaring heeft met het overbruggen van tegenstellingen (hoewel hij zelf meestal de veerpont neemt). Hij adviseerde mij in de eerste plaats om niet blanco de bespreking in te gaan, maar om een duidelijke agenda te vragen. In feite had mevrouw Zoetelief zichzelf buitenspel gezet, maar dat kon ik moeilijk zeggen omdat ze dan zou willen weten hoe ik aan deze informatie kwam.

Uiteindelijk is het nooit van een gesprek gekomen. Mevrouw Zoetelief was niet van plan om een agenda te sturen. En ze kon mij ook nergens toe dwingen. Ondertussen had ze kennelijk ook alweer een ander doelwit gevonden. Ze twitterde een paar weken later dat ze weer een lastig klusje had geklaard. Kennelijk was er weer iets geëscaleerd. Samen winnen was er bij haar niet bij. Ze had weer eens gewonnen….

Slaap (2)

Een stelling: is hij waar of onwaar?

Slaapproblemen vormen één van de bekendste problemen waarvoor mensen zich melden bij de huisarts.

Globaal kun je twee beloopstypen van slaapproblemen herkennen:

a) een inslaapprobleem: vaak doordat je hoofd zó vol zit dat je niet bij je slaap kunt komen.

b) een doorslaapprobleem: lichamelijk ben je erg moe, je maakt vervolgens  één slaapcyclus mee, daarna ben je een beetje uitgerust en begin je te piekeren en kom je niet meer in slaap. Of ook: je bent erg vroeg wakker en de laatste uren lig je te woelen in bed.

Behandelmethoden

Er worden drie methoden toegepast om slaapproblemen ‘aan te pakken’.

Behandeling met geneesmiddelen. Voordeel: het werkt zeer snel. Op kortere termijn valt er dus winst mee te boeken. Op langere termijn is het langdurig gebruik van de meest gebruikte slaapmiddelen schadelijk en ook verslavend. Dit geldt niet voor ‘natuurlijke’ middelen (homeopathie, melatonine enz.).

Biomedische middelen: bijvoorbeeld apparaten om de ademhaling gelijkmatig te houden, een slaapbeugel, een operatieve ingreep.

Cognitieve gedragstherapie: bedoeld om slaapgewoonten te veranderen en disfunctionele gedachten te bestrijden.

Een voorbeeld van een slechte gewoonte: als je je bed voor van alles en nog wat gebruikt (ontbijten, telefoneren, TV-kijken) maakt dit het slapen lastiger. Je bed is vooral om in te slapen.

Zelfondermijnende gedachten

“Ik moet nú in slaap vallen, anders ben ik morgen niets waard.” Moeten slapen veroorzaakt niet kunnen slapen.

“Wat is er aan de hand dat ik maar niet in slaap kan komen?” Stop met jezelf de schuld te geven of te denken dat er iets aan de hand is.

“Als ik nú niet in slaap val kan ik me morgen niet goed concentreren op mijn examen.” Bij de meeste mensen hebben slaap en concentratie minder met elkaar te maken dan ze zelf denken. “Misschien is mijn concentratie wat minder maar als het er op aan komt zal ik toch wel alert genoeg reageren.”

Antwoord

En dan nog het antwoord op de vraag boven aan dit blog:

In Nederland staan slaapproblemen op de derde plaats van de klachten waarvoor mensen zich bij de huisarts melden. In percentages van de volwassen Nederlandse bevolking: 15% van de mannen en 32% van de vrouwen geeft bij de huisarts aan problemen met het slapen te hebben.

Slaap (1)

ik heb het al vaker geschreven: “Eén van de belangrijkste activiteiten van de mens is de slaap.” 

Een belangrijk thema bij de slaap is de slaapkwaliteit. Die is veel belangrijker dan het aantal uren dat je slaapt. Slaapkwaliteit heeft vooral te maken met de afwisseling van de verschillende ‘typen’ van de slaap.

Er zijn vier typen slaap: De N1 slaap, de N2 slaap, de N3 slaap en de droomslaap. Die moeten elkaar dus afwisselen. Als je alleen maar één of twee van de slaaptypes doormaakt voel je je ’s morgens erg moe terwijl je misschien wel negen uur in bed hebt gelegen.

Mochten jullie bij de slaaples niet goed hebben opgelet:

  1. N 1 is de sluimertoestand. Mensen denken dan vaak dat ze wakker zijn. Als iemand zegt dat hij de hele nacht wakker heeft gelegen kan de nacht voor een belangrijk deel hebben bestaan uit zo’n sluimertoestand. Doorgaans duurt deze toestand maar een paar minuten.

2. N 2:  dan slaap je diep, te herkennen aan de spieren die in rust zijn en de ogen die tot rust komen. Het zijn perioden van 10 tot 25 minuten. In totaal is dit ‘gemiddeld’ de helft van de slaaptijd.

3. N 3: Nu slaap je echt diep. Je reageert niet meer op omgevingsgeluiden. Mensen kunnen in deze diepe slaap gaan slaapwandelen. Het schijnt dat er ook iemand in deze toestand de avondvierdaagse heeft gelopen. Sommige mensen plassen in deze diepe slaap in hun bed of in hun broek als ze een broek aan hebben in bed. Deze diepe slaap duurt een kwart van de slaaptijd.

4. De droomslaap. Je bent net zo actief als wanneer je wakker zou zijn. Tsjongejonge wat een toestanden kunnen dat zijn. De ogen maken snelle bewegingen (Rapid Eye Movements). Daarom heet deze fase de REM-slaap. Die REM-slaap heeft vooral een emotionele betekenis: het is nodig om gebeurtenissen te verwerken.

 

Ik was altijd een onrustige slaper, terwijl ik wel (vrij) veel slaap nodig heb. De afgelopen tien jaar slaap ik meestal goed en is het minder goede slapen een uitzondering.

Ik heb ook allerlei slaaponderzoek kunnen doen (o.a. als lid van een slaapteam). Dat hield me uit de slaap. Daarom heb ik er af en toe iets over kunnen schrijven. Soms zelfs een hele serie. Maar deze keer houd ik het kort: twee afleveringen.

Allergie en valkuil

Tegenwoordig geeft zo'n 30% van de bevolking aan een voedsel-allergie te hebben. Ik heb begrepen dat het werkelijke aantal rond de 2% ligt, maar dat het percentage wel toeneemt.

Maar er bestaan meer soorten allergie. Eén daarvan is de psychologische allergie die door Daniël Ofman wordt beschreven.

Een allergie is het gedrag van de ander waar je je het meest aan stoort. Bepaalde typen mensen zijn het meest allergisch voor bepaalde vormen van gedrag bij de ander.

Kernkwaliteit en allergie

We noemen het overheersende aspect in iemands gedragsstijl een kernkwaliteit. De allergie is dan het tegenovergestelde.

Voorbeelden daarvan zijn:

Kernkwaliteit: zelfverzekerd zijn. Allergie: twijfel, aarzeling.

Kernkwaliteit: verdaagzaamheid. Allergie: betweterigheid.

Kernkwaliteit: flexibiliteit. Allergie: rigide gedrag

Kernkwaliteit: analyticus. Allergie: impulsiviteit.

Maar er is ook nog een andere kant. Wat gebeurt er met jouw kernkwaliteit als hij niet blijkt te werken? Dan treedt je valkuil in werking. Daarover gaat het volgende stukje.

Valkuilen

Nog een ander aspect is dat wat er met je gebeurt als je een bepaalde kernkwaliteit hebt, maar die blijkt niet te werken. Neem als voorbeeld: je bent gewend om gemakkelijk het woord te nemen. Maar als er niet naar je geluisterd wordt heb je de neiging om te gaan schreeuwen.

Zo kan de leraar die er een bepaalde manier van lesgeven op nahoudt – als de klas protesteert – opeens een autoritaire houding aannemen: hij slaat met zijn vuist op tafel en geeft een extra ingewikkelde opdracht op.

In schema ziet het er dan bijvoorbeeld zo uit:

Kernkwaliteit: zelfverzekerd zijn. Valkuil: arrogantie

Kernkwaliteit: verdraagzaamheid. Valkuil: vermijding, ‘onderduiken’

Kernkwaliteit: flexibiliteit. Valkuil: slordigheid

Kernkwaliteit: analyticus. Valkuil: besluiteloosheid.

Een voorbeeld van hoe dit in de praktijk werkt:

Stuurders

Mensen die in één van de kwadranten van Goffman functioneren noemen we de stuurders. Ze hebben de neiging om lijnen uit te zetten en initiatieven te nemen.

Maar wat gebeurt er als de dingen niet gaan zoals ze willen? Dan hebben ze de neiging om de controle te vergroten. Dat doen ze door meer sturend te gaan worden. Ze neigen naar de vergroting van hun territorium.

Dat kan fysiek zijn (in de ruimte), door het stemgebruik, maar ook qua taalgebruik. Dat taalgebruik kan zowel in het directe contact als tegenwoordig vaak via de mail.

Een vraag wordt dan op een inquisitietoon gesteld en daarmee is het geen vraag meer, maar een boodschap waar beleefdheidshalve nog een vraagteken achter wordt gezet. "Als je nu niet doet wat ik opschrijf ben je ongehoorzaam."

“Sturende mensen hebben – als de dingen niet zo gaan zoals ze in hun hoofd hebben – dus de neiging om over de grenzen van anderen heen te gaan. Vooral verdraagzame, vriendelijke mensen hebben de neiging om zich door dit gedrag te laten ondersneeuwen.”

(Citaat uit: Marc America, Allemaal mensen 2.0, Prelum, 2016).

Kokerdenken en gezinspathologie

“Waar aan herken je een persoonlijkheidsstoornis?”

Dat vroeg de psychiater aan een verzameling congresgangers. Overal zag ik hersencellen ratelen. Er kwamen ook diverse antwoorden. De meeste heb ik niet verstaan. Mijn gehoor is aan verval onderhevig.

+/-

Voor mezelf gebruik ik vaak het +/- schema. Je hebt een psychisch probleem als je alleen maar positief denkt over jezelf en negatief over de ander.

Of omgekeerd: als je alleen maar negatief denkt over jezelf en positief over de ander. Mensen die geestelijk gezond zijn denken kunnen positief naar de ander kijken, maar hebben ook een positieve kijk op zichzelf. In ieder geval zijn ze in staat om genuanceerd te kijken. Oftewel in grijstinten.

Eenzijdige oplossingsstrategie

Maar dat antwoord bedoelde de psychiater niet. Hij gaf als sleutelwoord voor mensen met een persoonlijkheidsstoornis: ze kiezen een eenzijdige oplossingsstrategie.  Deze mensen zijn dus niet in staat om te variëren in hun reacties.

De narcist wordt getriggerd als hij geen aandacht krijgt en reageert daarop met boosheid. Iemand die paranoïde is denkt dat anderen het altijd op hem voorzien hebben. Een persoon die obsessief-compulsief is heeft maar één oplossing voor zijn spanningen en dat is ordenen. Iemand met borderline is zó bang voor verlating dat daar steevast met agressie (schelden, zelfverwonding) op wordt gerageerd.

Er wordt dus geen andere reactie ‘bedacht’. Het vermogen om anders te gaan denken en handelen ontbreekt.

Pathologisch gezinssysteem

Wat individueel gebeurt kan – vertelde de psychiater – ook in groepsverband gebeuren. In bijvoorbeeld sectes: wij zijn goed, de ander is fout. Wie fout zit wordt uitgebannen, een gesprek is niet meer mogelijk.

Maar ook in gezinnen. Een aantal familieleden leeft in onmin met elkaar. Daaruit ontstaat in pathologische gezinssystemen (net als bij sectes) vaak het idee van de zondebok. Eén van de gezinsleden staat ‘model’ voor de vaak onuitgesproken spanning binnen het gezin.

De reactie van de andere gezinsleden is – volgens de psychiater – vervolgens patroonmatig voorspelbaar. Er is maar één oplossing: de zondebok moet zich voegen naar de eisen van de andere familieleden of hij wordt uitgebannen.

Daarop komt er waarschijnlijk weer een andere zondebok. Want het patroon is dat de ander moet worden overheerst. Er is geen gelijkwaardige communicatie. De één bepaalt voor de ander (hoe hij moet denken of handelen). Wie dat niet doet wordt uitgesloten.

David wordt niet tegengesproken

Toen ik op een VWO iets vertelde over de gehandicaptenzorg vroeg één van de leerlingen: "Meneer, komt 'het' vaker voor bij tweelingen?" Ik zei: "Ja, dat komt vaker voor." Daarop bulderde de hele klas van het lachen. "Zie je wel, we dachten het al!" Er zat een tweeling in de klas...

David is één van een tweeling. Hij is erg slim. Hij heeft een lichamelijke beperking, waardoor hij aan een rolstoel gebonden is. Maar het gemis aan fysieke mogelijkheden compenseert hij ruimschoots met zijn intelligentie.

Zoals in alle gezinnen met meerdere kinderen is er ook tussen David en zijn broer Jesse sprake van rivaliteit. David kan heftige discussies voeren om zijn gelijk te halen. Dat lukt hem bijna altijd. Het lijkt ook wel of hij daarmee zijn handicap wil compenseren.

David wordt in de strijd gesteund door zijn moeder. Als er weer eens een discussie is over het gelijk van de één en het ongelijk van de ander zegt zijn moeder tegen Jesse: “Wees jij nou maar de wijste. Je broer mist al zoveel.” 

Het lijkt er op dat de moeder een schuldgevoel heeft over de handicap van haar lichamelijk beperkte zoon. Ze probeert op allerlei manieren zijn leed te verzachten. Maar ook Jesse loopt een schuldgevoel op. Als hij de discussie met zijn broer aan gaat krijgt hij het gevoel mee dat hij onvoldoende rekening houdt met de moeiten die de broer in zijn leven ervaart.

Eigenlijk zijn er zelfs drie verliezers. Want op deze manier leert David niet echt om met andere mensen om te gaan. Hij leert wel om de baas te zijn. Dat helpt bijvoorbeeld bij het uitoefenen van bepaalde functies. Hij zal het straks – ondanks zijn lichamelijke beperking – met zijn intelligentie en zijn verbale gehaaidheid vast ver schoppen. Maar het maakt hem niet meer mens. In sociaal opzicht hapert zijn ontwikkeling.

Om te groeien als mens tussen andere mensen en goed samen te kunnen werken heb je nu eenmaal regelmatig ook tegenwind nodig.

Bomen tellen

Ik bezocht hem in het Huis van Bewaring.

Zijn detentie zat er bijna op. Maar het was wel gewenst dat hij -eenmaal buiten de gevangenis- begeleid werd om wat meer structuur in zijn leven te krijgen.

Vanuit het dossier wist ik wel ongeveer wat er gebeurd was. Maar het is altijd handig om nog eens te checken hoe iemand zélf tegen de oorzaak van zijn detentie aan kijkt.

Hij vertelde het verhaal alsof het een vreemde was overkomen. Alsof het iets was dat onvermijdelijk was geweest. Alsof hij geen enkele invloed had.

Hij had besloten om in een park te gaan wonen. Dat was voordeliger. Maar hij wilde wel een uitkering, om een beetje te kunnen eten en roken. Meestal wiet trouwens. Maar toen hij een uitkering aan vroeg kon hij geen adres opgeven. En om een uitkering te krijgen moet je een woon-adres hebben. Maar ja, hij woonde onder een boom. Een boom-adres is geen woon-adres.

Toen was hij naar het park terug gegaan. Vanaf de hoek van de ‘grote straat’ had hij alle bomen geteld. En toen om de hoek naar de plek waar zijn tent was.

Toen was hij weer naar ‘die sociale dienst’ gegaan en hij had daar opgegeven dat hij 37 bomen van de hoek en dan 22 bomen in het bos woonde. Maar de sociale dienst zei dat dat geen adres was.

Daarom kreeg hij geen uitkering. Maar hij kreeg wel honger. En als je honger hebt steel je wel eens een brood. Maar toen had de politie hem opgepakt. Daarom zat hij nu in de gevangenis.

Het was logisch en onvermijdelijk, het kon niet anders.

Maar, zei hij, het is hier best. Het is hier warm, het is hier droog en je krijgt er eten en drinken. Dus zo gek is de gevangenis nog niet…