Splitting (4)

Ik ga (eindelijk) weer verder met het onderwerp 'splitting'. Volgens de meest simpele omschrijving houdt dat in dat de één op een voetstuk wordt gezet en dat de ander juist totaal verguisd wordt. Splitting is o.a. een bijproduct van narcisme en van de borderline persoonlijkheidsstoornis.

Een belangrijk verschil daarbij is dat het splitting bij narcisme de ander treft. De persoon met narcisme zet zijn volgelingen op een voetstuk en trapt degene die hem tegenspreekt de grond in. Mensen met narcisme verheffen zichzelf boven de ander en dat gaat ten koste van de ander.

Het zelfbeeld van mensen met narcisme is daarbij vrij consistent, al zit er bij het ‘verborgen narcisme’ meer variatie in. Maar ook dan zal de ‘klassieke narcist’ ontkennen dat het probleem bij hem ligt. Het ligt altijd aan de ander. Alleen als er winst de behalen valt (bijvoorbeeld strafvermindering, of iemand terughalen binnen de relatie) zal iemand met narcisme voor de buitenwacht erkennen dat hij fout zat.

De borderline persoonlijkheidsstoornis wordt tegenwoordig wel omschreven als een emotieregulatiestoornis. Niet alleen het beeld van de ander, maar ook het beeld dat de persoon van zichzelf heeft kan sterk wisselen. Mevrouw Janssen vindt zichzelf geweldig, maar een klein beetje kritiek is al voldoende om zichzelf totaal niets waard te vinden. Het is dus himmelhoch jauchzend oder bis zum Tode betrübt.

Mensen met een borderline stoornis zetten anderen vaak op een voetstuk, maar diezelfde persoon kan daar ook heel hard vanaf storten. Er bestaan geen grijstinten. En soms kan iemand vervolgens weer opeens ‘dé’ held zijn en opnieuw op dat voetstuk terecht komen.

Een oud voorbeeld dat ik toch weer even noem: ik was betrokken bij een patiënt die tegen de tandarts zei: "Eindelijk iemand die me begrijpt. Wat bent ú een geweldige tandarts!" Daarop zei ik tegen de tandarts: "Hou je dossier op orde!" Na het volgende consult lag er een klacht bij de directie van dezelfde patiënt. Ze had nog nooit zó'n slechte behandelaar meegemaakt. 

Vormen van narcisme (2)

Er zijn tal van indelingen van narcisme mogelijk. En voor allerlei indelingen valt wat te zeggen. Als we ons maar realiseren dat narcisme niet één beeld omvat, maar een breed scala aan verschijningsvormen. 

Exhibitionistisch narcisme

Ronningstam (2005) noemt het exhibitionistische narcisme. Deze persoon vertelt overal hoe geweldig hij is. Het is de klassieke betweter die  met een uurtje op internet beter weet hoe virussen zich verspreiden dan virologen die dag-in, dag-uit met hun vak bezig zijn.

Kenmerkend voor deze mensen met narcisme is dat ze voortdurend de strijd aangaan. Het leven is voor hen één grote wedstrijd, waarbij ze er niet tegen kunnen als een ander beter presteert dan zijzelf. Op den duur gaan ze verbaal om zich heen slaan en de ander degraderen om alsnog hun gelijk te halen. Dus het zichzelf verheffen gaat ten koste van de ander (‘splitting’).

Ze hebben vaak geen gelijk, maar ze willen wel de schijn ophouden en ze zijn er ook nogal eens van overtuigd dat ze ‘toch’ gelijk hebben. Ze zijn – volgens Runningham – ook opmerkelijk veerkrachtig. Als ze een keer enorm door de mand vallen hindert dat hen niet om even later gewoon weer op dezelfde voet verder te gaan. Zie ook de notoire oplichters die af en toe op TV verschijnen. Ze draaien met hun mooie verhalen uiteindelijk de gevangenis in, maar zodra ze vrij zijn begint ze weer van voren af aan.

Fragiel narcisme

In de tweede plaats is er het fragiele narcisme. Deze mensen hebben eveneens als doel om boven de ander te staan, maar ze zijn ook snel gekwetst. Zó snel, dat ze soms voor een isolement kiezen, omdat ze er niet tegen kunnen dat een ander meer succes heeft.

Mensen met exhibitionistisch narcisme walsen over alles en iedereen heen, maar mensen met fragiel narcisme zijn juist breekbaar. Ze overrulen de ander niet, maar ze trekken zich terug als de grond hen te heet onder de voeten wordt.

Er wordt in dit verband ook wel gesproken over depressief narcisme. Deze mensen kunnen wel ‘toetsenbordridders’ worden als het gaat om sociale media, omdat ze dan anderen kunnen blocken en zo een eigen groep van volgers in stand kunnen houden.

Agressie naar buiten of naar binnen

Als je kijkt naar deze beide vormen van narcisme zie je dat de eerste groep zijn agressie externaliseert; de ander moet lijden onder zijn behoefte aan aandacht en groot-zijn. Ook heeft de exhibionistische narcist een enorme behoefte om de controle te behouden. Hij helpt graag mensen uit de goot (de redder), maar daarna moeten ze hem wel levenslang uitermate loyaal blijven.

De tweede groep internaliseert de agressie. De agressie keert zich uiteindelijk tegen de persoon zelf. Hij trekt zich terug en verbreekt alle contact. Deze mensen zijn ook meer verslavingsgevoelig (drinken om de ellende maar niet te hoeven voelen).

Zoals al eerder gesteld: er worden inmiddels tal van vormen van narcisme onderscheiden, maar de indelingen die ik in deze twee blogs heb vermeld vond ik zelf wel herkenbaar. 

Vormen van narcisme (1)

In de afgelopen decennia is autisme uitgewaaierd tot een ‘spectrum aan autistische stoornissen. Datzelfde geldt ook voor de borderline persoonlijkheidsorganisatie. En algemeen’ wordt evenzeer erkend dat ‘de’’ narcist’ niet bestaat. Net zoals de narcis in de tuin in tientallen varianten bestaat, zo is er ook een breed scala aan mensen die allemaal kenmerken vertonen van narcisme, maar op een heel verschillende manier.

Bekend was al het verschil tussen ‘overt’ narcisme (het prototype van ‘de narcist’: hij is nadrukkelijk aanwezig) en de ‘covert’ narcist, de heimelijke, verborgen narcist. De verborgen narcist heeft dezelfde verlangens als de openlijke narcist, maar dat merk je pas als je het door hebt en dan ben je te laat. De tweede groep komt in eerste instantie heel bescheiden en innemend over, maar is er net zo goed op uit om controle over anderen te verkrijgen. Narcisme en ‘samen’ gaan eigenlijk niet samen.

Grandioos of verborgen?

In het onderscheid tussen het grandioze narcisme en het verborgen narcisme zagen Miller e.a. (2012) het volgende (uit een factor-analyse rond trekken van de persoonlijkheid):

  • De grandioze narcist blaast zichzelf op (ik kan alles, in begrijp alles, ik heb overal verstand van, deze persoon met narcisme is extravert, stapt op iedereen af, lijkt niet gauw van zijn stuk te zijn (weet overal wel weer een antwoord op te verzinnen) en hij schaamt zich ook niet voor zijn eigen agressieve uitingen naar anderen toe (meestal verbaal, maar als het fysiek is heeft de ander het er naar gemaakt).
  • De verborgen narcist daarentegen is overgevoelig voor kritiek. Hij voelt zich direct aangevallen en gekrenkt. De persoon met deze vorm van narcisme is in emotioneel opzicht juist erg instabiel, schiet gemakkelijk in de stress en kan daarbij ook doorschieten in wreedheid. Bij de verborgen narcist past ook de passieve agressie, de vermomde vijandigheid. De agressie wordt niet openlijk geuit, maar komt via een omweg. Je zou kunnen stellen dat veel pubers (tijdelijk) in zo’n stadium verkeren.

Meer vormen?

Maar als je dit onderscheid maakt, dan blijken er toch allerlei mensen met kenmerken van narcisme niet in het plaatje ‘openlijk’ en ‘verborgen’ te passen.

Qua persoonlijkheidstrekken zie je bij narcisme steeds weer dat er een negatief verband bestaat met empathie, met vriendelijkheid en met het gewetensvol zijn, met betrouwbaarheid. Dat lijkt in eerste instantie niet zo te zijn. Veel mensen die met verborgen narcisten in aanraking komen beschrijven hen juist als bijzonder empathisch, buitengewoon vriendelijk en ze komen ook hun afspraken na. Maar dat is de tijdelijke ‘omhulling’ om maar aardig gevonden te worden. Dit houden ze niet lang vol. In een langduriger relatie komt de ware narcistische aap uit de mouw.   

Drie vormen

Vandaar dat er pogingen zijn ontwikkeld om narcisme nog nader te differentiëren. Zo komen Russ, Shedler, Bradley, & Westen (2008) op basis van de factoren ‘reguleren van eigenwaarde’, emotionele aanpassing en mate van interpersoonlijke problematiek tot de volgende driedeling:

  • Het arrogante type (dat lijkt het meest op openlijk, grandioos narcisme): hij ziet zichzelf als centrum van de wereld en schaamt zich daar niet voor, hij heeft overal het recht toe, heeft overal verstand van. Die mensen zie je ook regelmatig op Twitter hun ondeskundigheid etaleren.
  • Het verlegen type (dat lijkt het meest op verborgen narcisme) oogt vele meer bescheiden en sociaal teruggetrokken, maar heeft dezelfde behoefte: belangrijk gevonden worden, boven de anderen staan.
  • En tenslotte het psychopatische type, dat opvalt door het voortdurende grensoverschrijdende gedrag, het manipuleren van anderen en van omstandigheden en frequent, antisociaal gedrag.
Ik zou opnieuw als centraal kenmerk willen noemen: alle drie vormen kenmerken zich door onvoldoende ‘samen’. Mensen met narcisme stellen zich (gezien vanuit de Transactionele Aanalyse) boven de ander op en hebben de behoefte om controle over de anderen te verwerven en te behouden. 

Het cirkelgesprek (slot)

Het mooie van vermelding van je gevoelens is dat niemand je kan tegenspreken. Hoewel sommige mensen dat wel zullen proberen. Maar als je zegt: 'Ik voel me hier niet prettig over' is dat jouw gevoel. Daar gaat een ander niet over. 

Beëindig het gesprek.

Als de ander jou klem probeert te zetten is je neiging misschien om meteen te vertrekken de deur hard dicht te slaan. Maar dat is niet effectief. Het is ook niet effectief om alsnog het laatste woord te krijgen. Dat verlies je.

De beste manier in een cirkel gesprek is: ‘gewoon stoppen’. Dus zo rustig mogelijk blijven, niet schelden, niet met de deuren slaan. Als je erg gestresst bent en de spanning is opgelopen is dat wel ingewikkeld, maar het is toch de beste manier.

Het is uiteraard erg lastig als dit soort discussies steeds weer gebeuren met iemand die je bijna niet kunt ontlopen. Maar het gaat nu om wat er het beste werkt in zo’n loopgravenoorlog en dat is stoppen met de discussie over dit onderwerp.

Trap niet in de valkuil van een ‘jij-boodschap’. ‘Jij luistert weer eens niet!’ Daarmee hou je namelijk het cirkelgesprek juist in stand. Gebruik een ‘ik-boodschap’.. Of “Laten we dit later bespreken.”. Maar dan is het ook klaar. Je hebt je grens aangegeven.

Misschien hoop je dat de ander jou alsnog tegemoet komt. Maar wacht daar op dit moment niet op. Het is voor dit moment klaar. Ga gewoon weg.

Bedenk ook dat jij de gevoelens van de ander niet kunt veranderen. De ander heeft zijn eigen gevoelens, net zoals jij. Je kunt het hartgrondig met de ander eens zijn, maar dat verandert niets aan de situatie. Als je alsnog probeert om de ander te veranderen stap je opnieuw in het cirkelgesprek. Daarom kunnen die gesprekken maanden en jaren voortduren zonder dat je ook maar een stap verder komt.

Stap ook niet in de valkuil dat jij gaat eisen hoe de ander zich moet voelen. “Ik zou me maar een flink schuldig gaan voelen!” Dat soort opmerkingen – hoe verleidelijk ook – maken nu juist dat het cirkelgesprek niet kan stoppen. uiteindelijk daar dan gewoon eindigen.

Laat de ander bij zijn of haar gevoelens. Beoordeel de ander op het gedrag, niet op het gevoel. Als het gedrag aanvaardbaar is en genoeg veilig voor jou is om in de buurt te zijn: dan is contact mogelijk. Zo niet, dan moet je uit de weg gaan en daar blijven zolang het zo is. Ga je desondanks het gesprek weer aan, dan begint de cirkel van voren af aan.

Vrij naar de Vlaamse orthopedagoge Annemie Declerq en met dank aan Henk R die mij dit artiekel toestuurde.

Cirkelgesprek (3)

Een gesprek is geen communicatie, geen dialoog, voor een persoon met een narcistische persoonlijkheidsstoornis, maar het is een verbale wedstrijd. 

Narcisme hangt per definitie samen met angst voor controleverlies. In relaties houdt dat in dat de persoon in kwestie niet in de eerste plaats ‘samen’ is met de ander, maar probeert de ander controle te krijgen en te houden. Vandaar dat het ‘stalken’ vaak samengaat met narcisme.

Je bent in een eindeloze discussie terecht gekomen en daarbij kom je geen stap verder. Het lijkt op de loopgravenoorlog tijdens de Eerste Wereldoorlog, waarbij de fronten jarenlang maar een klein beetje verschoven, dan weer vooruit, dan weer achteruit. Achteraf kun je zeggen: ‘Waar was dat allemaal goed voor?’ Maar de strijdende partijen bleven maar hopen op de overwinning.

Uit het voorstaande vloeit logischerwijze voort dat je eerder aan de bel zou moeten trekken. De eerste stap is dan ook: ‘Herken het patroon!’ Zie in dat er sprake is van een herhaling van zetten, waarbij je geen stap verder komt.

De tweede stap is dat je nog eens bekijkt welke emotie de ontmoeting met de ander bij jou oproept. Gevoelens zijn niet verkeerd, ze horen er bij. Als je constateert dat je je boos voelt, of machteloos, dan is dat dus zo. Dat is op dat moment jouw reactie op de situatie. Over gevoelens heb je ook geen controle. Er bestaan wel therapieën (zoals de Rationeel Emotieve Therapie), maar die maken niet dat je niet boos wordt, ze helpen je om je denken over je emoties te veranderen.

De stap die je vervolgens in de interactie neemt is niet opnieuw over de feiten beginnen. Dat was immers de inzet van die verbale loopgravenoorlog? Je geeft een ik-boodschap die te maken heeft met jouw gevoel.

“Ik heb het gevoel dat je liegt” is geen gevoelsuiting, dat is een mening. Een ik-boodschap met een mening. Houd het bij jezelf. “Ik voel me gekwetst.” “Ik voel me niet veilig.”

Gemakkelijk gezegd en geschreven op dit blog. Maar wie weet: toch de moeite waard om ons dit bewust te zijn...

Cirkelgesprek (2)

Dat we zo lang vast kunnen blijven zitten in een gesprek heeft met onze principes te maken. Of - met een andere aanvliegroute - met een hoge Expressed Emotion. 

Dat wil trouwens niet zeggen dat het perse gaat om een belangrijk thema. Mensen kunnen ook heel lang terugkomen op iets wat ooit gebeurd is, maar wat voor een buitenstaander als heel onbelangrijk gezien wordt. Zoals een opmerking die verkeerd valt.

Vaak is de onderliggende reden een gevoelskwestie, zoals ‘Ik voel me niet gerespecteerd’. Alleen ervaar je dat misschien niet zo. Je hebt ruzie over de buitenkant, terwijl het probleem aan de binnenkant zit. Bij wijze van spreken: je hebt ruzie over het dopje dat wéér niet op de tube tandpasta is gedaan, terwijl het onderliggende gevoel is dat je in huis alles maar in je eentje moet doen.

Feit of mening?

Als dit met een persoon gebeurt met een persoonlijkheidsstoornis dan heb je het recept voor een nooit eindigende cirkel-discussie. Dat komt doordat de persoon met een persoonlijkheidsstoornis vaak niet in staat is om dezelfde werkelijkheid te zien die jij ziet. Aldus de Vlaamse orthopedagoge Annemie Declerq.

Ze noemt daarbij als voorbeeld de narcistische persoonlijkheid. Bij narcistische mensen dicteert de manier waarop ze zich voelen wat de feiten zijn. Dus als ze het gevoel hebben verraden te worden dan ben je een verrader.

Mensen met een narcistische persoonlijkheid zetten de ander op een voetstuk zolang die ander hen waardeert en voor hem/haar applaudiseert. Maar wanneer hun gevoel niet samenvalt met dat van de ander val je van je voetsuk af en word je gedegradeerd. En daarmee komen we via een omweg weer bij het thema ‘splitting’ uit.

Het probleem met de weergave van de werkelijkheid is dat die gekleurd is. Dat geldt voor ons allemaal. Mensen met een persoonlijkheidsstoornis hebben echter veel meer moeite om zich dat te realiseren. Voor hen zijn meningen feiten. En dan kun je eindeloos discussiëren, je komt er uiteindelijk nooit uit.  

Het Cirkelgesprek (1)

In de loop van de jaren heb ik een aantal malen een training 'gesprekstechniek' moeten volgen. Ik ben niet zo technisch en zo'n training vond ik een twijfelachtig genoegen. Het cirkelgesprek kende ik nog niet. Het werd mij door blogvolger Henk R in de schoot geworden, waarvoor mijn dank!

Een tijdje geleden belandde ik in de situatie van het cirkelgesprek. Tijdens en achteraf dacht ik: ‘Waar zijn we nu helemaal mee bezig?’ Nu weet ik het: met het cirkelgesprek. Dat is een gesprek waar geen einde aan komt. Je blijft alsmaar in hetzelfde cirkeltje ronddraaien, maar je komt geen stap verder.

In deze gesprekken was de gesprekspartner een mevrouw die er heilig van is overtuigd dat de corona-pandemie geen pandemie is maar een plandemie. Het is allemaal bekokstoofd door het WEF, het virus is bewust gekweekt en de vaccinaties zijn bedoeld om het grootste deel van de wereldbevolking uit te roeien. Alle maatregelen die de verspreiding van het virus tegen moesten gaan pasten allemaal in dat plan. Ze wilde zich dan ook niet aan de maatregelen houden en uiteraard al helemaal niet gevaccineerd worden.

Ik volgde destijds vijf corona-sceptische sites en ontdekte steeds meer weinig onderbouwde opvattingen, die echter nooit gecorrigeerd werden. Dus die zaken legde ik dan ook aan deze mevrouw voor. Ik dacht: ‘Misschien gaat ze iets anders denken.’ De overheid maakt fouten, maar iemand als Willem Engel neemt ook van alles niet serieus. Maar hoe meer ik dat soort vragen stelde, des te meer was ze er van overtuigd dat zij gelijk had.

Dat mechanisme kende ik uiteraard wel uit mijn werk, maar dan ging het om cliënten. Maar waarom zou ik met die vrouw niet op basis van wederzijdse redelijke argumenten in gesprek kunnen gaan? Overigens hebben we ook tal van familieleden die in deze hoek zitten, maar daar zijn we geen discussie mee aan gegaan. Met deze mevrouw dus wel. Dat werd dus een cirkelgesprek, maar dan op de app en via de mail. We zijn allebei geen stap verder gekomen.

Ingegraven stellingen

Het belangrijkste kenmerk van een cirkelgesprek is dat beide partijen tegenoverliggende opvattingen hebben over een probleem. Ze graven zich in en herhalen hun argumenten met de verdiensten van de eigen positie tot dat één of beide uitgeput is en opgeeft. Dit is wat we cirkelvormige gesprekken noemen.

Het is één van de meest voorkomende reacties die we hebben bij mensen met een persoonlijkheidsstoornis, aldus de Vlaamse orthopedagoge Annemie Declerq. Instinctief blijven we maar onze argumenten herhalen in de hoop dat de ander dan wel anders gaat denken.

Cirkelvormige gesprekken kunnen uren, dagen, weken, maanden, jaren, zelfs een leven lang meegaan.

Declerq: “Die herhaling is zelden effectief. Het tast zelfs onze kwaliteit van leven aan, maar ook dat van de ander. Daarom raad ik ten zeerste af dat te doen.”

Cirkelvormige gesprekken kunnen uren, dagen, weken, maanden, jaren, zelfs een leven lang meegaan.

Waarom ga je hier mee door? Omdat je nog altijd de hoop hebt dat de ander van gedachten zal veranderen. In de normale communicatie is dat zo, maar er zijn omstandigheden waarbij die hoop ijdele hoop is. Annemie Leclerq noemt daarbij specifiek communicatie met mensen met een persoonlijkheidsstoornis. Daarbij denk ik dan aan mensen met narcisme of met een borderline persoonlijkheidsstoornis. Maar ik denk ook dat het vastlopen breder ligt dan alleen bij mensen met een persoonlijkheidsstoornis.

Mensen met een ernstige persoonlijkheidsstoornis veranderen zelden van mening. Je zou verwachten dat je het na twee of drie gesprekken op zou geven. Tóch ga je door. Wat is er aan de hand? 

Het ging drie maanden goed…

In de eerder genoemde Amerikaanse docu over het recherchewerk komen nogal eens mannen naar voren die hun vriendin naar het leven staan. Vaak blijkt er achteraf sprake te zijn geweest van een hele reeks aan incidenten.

De man (25 jaar oud) belt de politie dat zijn vriendin (22 jaar oud en moeder van kinderen van 7, 5 en 3 jaar oud) zelfmoord heeft gepleegd. De rechercheurs gaan op onderzoek uit en vinden tal van aanwijzingen dat het geen zelfmoord is geweest. Lastiger is het om het bewijs rond te krijgen.

Tijdens hun onderzoek stuiten de rechercheurs op eerdere aangiftes van drie verschillende vrouwen tegenover dezelfde man. En alle drie vertellen ze hetzelfde verhaal. De man was de eerste maanden buitengewoon vriendelijk, behulpzaam, attent en invoelend.

Na drie maanden ontstonden er strubbelingen. De man werd ‘controleerderig’. Eén vriendin was in elkaar geslagen omdat hij meende dat ze naar een andere man keek. Een ander was bijna gewurgd omdat ze hem tegen sprak. Ondertussen bleek de man er zelf meerdere relaties tegelijk op na te houden.

Vanuit de gevangenis overlegde de man met zijn broer. Hij zette zijn huidige vriendin op om de vrouwen te intimideren dat ze niets negatiefs over hem mochten zeggen. De vrouwen vreesden voor hun leven, want de broer was van hetzelfde agressieve ‘kaliber’.

Eén van de vrouwen durfde alsnog bij de politie te getuigen. “Het was geen relatie, ik zat gevangen in een legerkamp en werd alleen maar gedrild. Als ik niet precies deed wat hij zei sloeg hij me totdat ik bewusteloos was.” De vrouw was 24 jaar en ook moeder van drie kinderen. Ze had opdracht gekregen om tegen de andere vrouwen te getuigen en voor de rechtbank te vertellen hoe vriendelijk en zachtmoedig de aangeklaagde man was.

Wat je hier uit leest is een patroon van narcistische en antisociale eigenschappen. Eerst weten deze personen zich keurig te gedragen, maar dat houden ze niet lang vol. De psychiater met wie ik het meest heb samengewerkt sprak van ‘de psychopatentermijn’ (drie maanden).

Ook bij zijn laatste vriendin leek het aanvankelijk goed te zijn gegaan. Maar die maanden is niet genoeg voor een relatie. Toen ze hem tegengas gaf (zij werkte als verpleegkundige, hij had geen werk en ze vond dat hij ook wel iets voor het gezin kon doen) was voor hem de maat vol. Hij schoot haar dood. De eerste drie relaties voorspelden al wat er in een volgende relatie zou gebeuren. Met de dood tot gevolg.

De man kreeg levenslang en zijn broer kreeg tien jaar cel vanwege het geven van onjuiste informatie. De kinderen van de vrouw werden bij opa en oma ondergebracht. 

Reacties op ‘splitting’

Henk R stuurde een link naar een artikel van Annemarie de Clerq. Ik haal daar enkele punten uit, en verwerk ze op mijn eigen manier. Ze gaan over de vraag hoe je jezelf kunt beschermen tegen 'splitters'. Daarna stop ik even met de serie over splitting en pak ik even een paar andere losse onderwerpen. Anders ga ik mezelf nog splitsen. 
  1. Geef jezelf de schuld niet. Mensen die splitten verdraaien gemakkelijk de werkelijkheid, dat zit in hun ‘systeem’. Een thema dat daarbij past is de cognitieve dissonantie. Maar dat is hun zorg en niet die van jou. Je hoeft hen niet te overtuigen van het tegendeel.

2. Probeer de ideëen en de gedachten van de ander niet op allerlei manieren te veranderen. Gedraag je dan ook niet als gedachtencontroleur. Dat werkt niet. Naarmate we verder in de strijd zitten zetten we vaak meer manipulatieve technieken in. Dat werkt niet. Bedenk dat iedereen op zijn eigen manier naar een zaak kijkt. “Iedereen heeft recht op zijn eigen ongelijk”.

3. Al weet de ander nog zo zeker dat de één een topper is en dat de ander nergens voor deugt: geef je eigen realiteit over een persoon of groep niet op. Isoleer je niet van gezonde vriendschappen, familie, sociale groepen, alleen maar om ‘de vrede te bewaren’.

4. Meningsverschillen horen erbij. Zo zit het leven nu eenmaal in elkaar. Probeer de ander dus niet op allerlei manieren te overtuigen. Probeer de koers te varen van ‘dit vind ik, dat vind jij’.

5. Aansluitend daarop: Respecteer het recht op een eigen standpunt (ook al weet je voor 95% dat het niet waar is) en geef ook aan dat jij recht hebt op een eigen kijk. “Dank je wel voor het uiten van je mening, maar ik heb duidelijk een verschillende mening over dit onderwerp”.

6. Ga er echter ook niet automatisch vanuit dat alles wat de ander gelooft of zegt, per definitie niet waar is. Dan maak je dezelfde fout als de ‘splitter’.

7. Ik heb al vaker geschreven over de Expressed Emotion. Een hoge betrokkenheid bij een onderwerp is een valkuil, waar iemand die ‘split’ gemakkelijk misbruik van maakt. “Lower your voice”. Probeer zo rustig en objectief mogelijk te blijven. Dus: een lage EE.

8. Je kunt de splitter niet overtuigen van het tegendeel. Dat moet dus ook niet het doel van het gesprek zijn. Agree to disagree. Probeer ermee akkoord te gaan dat we het nu eenmaal met elkaar oneens zijn.

Vrij naar een blog van de Vlaamse orthopedagoge Annemie Declerq, met dank voor de verwijzing door blogvolger en vroegere collega Henk R. 

Splitting (2)

Je bent met een peuter aan het spelen. Bijna elke peuter vindt één op één contact  geweldig. Maar je hebt niet de hele dag de tijd. Er moet ook nog gewerkt worden.  Je bouwt het spel af. Hoe reageert de peuter?

A. De peuter is teleurgesteld. Dat is een normale reactie. Je kunt het vergelijken met het uit bad halen van de baby. Vanuit het warme water de koude wereld weer in. In het geval van de peuter: hij is even teleurgesteld, maar gaat daarna weer verder met dit spel of met een ander spel. Het kind kan het stoppen van het contact verdragen en herstelt zich weer.

B. De peuter is boos. Als er sprake is van ik-ontwikkeling is het een signaal van het zich afgewezen voelen. De peuter voelt zich als persoon afgewezen door een oppermachtige en bedreigende omgeving. Soms komt hij uit boosheid en frustratie ook niet meer tot constructief spel. Er zijn kinderen die vervolgens passief worden, maar de boosheid vertaalt zich in bijvoorbeeld fanatiek duimzuigen of wiebelen (‘rocking’).

C. De peuter is boos, maar ook bang. Boosheid en angst liggen als emoties vlak naast elkaar en zijn voor peuters nauwelijks van elkaar te scheiden. Hij camoufleert zijn angst door zichzelf groot te maken. Hij kan bijvoorbeeld erg brutaal reageren en iets uithalen wat niet mag. In de broek plassen is ook een bekend fenomeen bij peuters.

D. Elk kind wil graag controle (alle volwassenen trouwens ook). Bij het gedrag van kinderen kan zich dat uiten in uitdagend gedrag. De herhaling van patronen: ervoor zorgen dat je (opnieuw) straf krijgt.

Bij volwassenen kun je dit gedrag terug zien bij mensen die zich snel terkort gedaan voelen. Even wat minder aandacht wordt ervaren als afwijzing. Deze reactie past o.a. in sterke mate bij de borderline persoonlijkheidsstoornis.