SCARF (3)

Je kunt op individueel niveau zien dat de één sterker reageert als één aspect in het geding is en de ander meer op een ander aspect. Daar reageert je amygdala op… de zetel van je emoties.  Waarom reageer je soms zo heftig? Wat zijn triggers in je reacties? Daarmee kun je via de SCARF ook kijken wat belangrijke thema’s voor jou zijn.
  1. Status: als er gezichtsverlies dreigt sta ik op scherp. “Wie ben jij dat jij mij zegt hoe het zit?” Dat heeft alles met de pik-orde (met rivaliteit) te maken. Mensen die hier sterk op reageren zijn vaak op controle op anderen gericht (dat kan een signaal van narcisme zijn).
  2. Zekerheid (certainty): behoefte om grip te hebben op de nabije toekomst. Welke veranderingen staan er aan te komen, wat is mijn werkplek, wanneer weet ik of mijn contract verlengd wordt, hoe gaat het met mijn hypotheek, gaat de vakantie wel door, hoe staat het met mijn gezondheid?
  3. Autonomie: behoefte om eigen keuzen te kunnen maken, vrijheid te ervaren om zelf ook iets in te brengen. Bepaalt de ander voor mij of ben ik er zelf ook nog. De één laat het gebeuren wat hem/haar overkomt bij opname in het ziekenhuis of verpleeghuis, de ander wil koste wat het kost maximaal eigen invloed ervaren.
  4. Relatedness: hoor ik er nog wel bij, word ik nog wel gezien binnen de groep? De één vindt het niet zo erg om een beetje buiten de boot te vallen, de ander wil continu in beeld zijn en overal bij betrokken zijn. Die persoon wordt dus erg boos als hij een berichtje mist, of niet uitgenodigd wordt voor een verjaardag.
  5. Fairness: het gevoel van recht of onrecht. Sta je op je strepen, wil je dat alles klopt, of ga je daar een beetje laconiek mee om: we zien wel hoe het uitpakt. Dat kan voor jezelf gelden, maar ook in relaties in je omgeving.
Waar het om gaat is dat je begrijpt waarom je reageert zoals je reageert. Wat is je trigger? Hoe was je reactie? Waarom reageerde je zo zoals je reageerde?

Om dit te kunnen moet je natuurlijk wel een beetje in staat zijn om naar jezelf te kijken (‘mentaliseren’). Je moet in staat zijn om jezelf te zien in interactie met anderen. Hoe reageer ik op jou en wat maakt dat in mijzelf dat ik zo op jou reageer (narcistische mensen zullen niet naar zichzelf kunnen kijken: het ligt altijd aan de ander).

Advertenties

Bedekt narcisme

Een therapeut is ook maar een mens. Dus kan hij of zij 'moe' worden van bepaalde patiënten. Dat heeft altijd ook te maken met het eigen levensverhaal van de behandelaar. Dan kom je o.a. op de thema's overdracht en tegenoverdracht uit.

Een psychotherapeut schrijft dat hij – terugkijkend op de behandeling van een vrouw – zich realiseert dat hij zich iedere keer weer door haar leeg gezogen voelt. Maar hoe komt dat? Hij stelt dat hij het gevoel heeft dat ze hem in bezit neemt. Hij kan bij wijze van spreken geen kant meer uit. “Ze geeft me het beeld dat ik mee móét gaan in haar lijden.” Kennelijk ziet ze de therapeut als dé persoon die al haar ellende maar even moet gaan begrijpen, daar heeft hij voor gestudeerd en daar wordt hij voor betaald.

De vrouw komt met enige onregelmatige regelmaat bij de therapeut. Maar hij komt geen stap verder. Hij vindt dat ze eigenlijk een meer intensieve behandeling zou moeten volgen, maar daar staat ze niet open voor. Ze geeft als reden op dat ze het te druk heeft met haar gezin en dat ze al die ontregeling er niet bij kan hebben.

Nauwelijks vrienden

Inmiddels heeft de therapeut al wel een beeld van haar omgeving. Ze lijkt voortdurend te botsen met andere mensen. Ze heeft nauwelijks vrienden. Volgens haar komt dat door haar drukke gezin. Wel heeft ze meerdere relaties achter de rug. Volgens de therapeut leert ze er niets van. Zij vindt zichzelf degene die iedere keer weer het slachtoffer is, want de mannen verlaten haar.

Patroon van relaties

Het patroon is steeds weer hetzelfde. Ze vertelt aan een mogelijk nieuwe vriend hoe haar vorige partner haar in de steek gelaten heeft. Ze roept daarmee zijn medelijden op. De nieuwe partner wordt op een voetstuk gezet: ze heeft nog nooit iemand ontmoet die zó goed kon luisteren. Voor het eerst voelt ze zich echt veilig bij een man.

Dat gaat een paar maanden goed. Maar na een tijdje ontstaan er problemen. De nieuwe partner staat niet altijd klaar en heeft soms geen zin om naar haar verhalen te luisteren. Maar bij mevrouw is het alles of niets. Dat is wat de behandelaar ervaart als ‘in bezit genomen worden’.

Bedekt narcisme

We kennen het openlijke narcisme: de persoon die te pas en te onpas te koop loopt met zijn (haar) kennis en mogelijkheden. Maar er bestaat ook een  ‘bedekt narcisme’. Ook deze vrouw zet zichzelf in het centrum van de belangstelling, maar dan op een andere manier. Ze zet zichzelf niet op een voetstuk zoals de ‘openlijke narcist’ met zijn grootspraak en theatrale gedrag dat zou doen. Maar ze stelt zichzelf wel in het centrum van de wereld. Iedereen om haar heen moet het met haar eens zijn dat ze toch wel erg veel te lijden heeft.

Zoals een peuter of een kleuter bodemloos kan zijn in het verlangen naar aandacht en zorg, zo ziet deze vrouw “anderen als middel om haar te ondersteunen, er voor haar te zijn, om haar altijd te ondersteunen en vooral om het voor 100% eens te zijn met de redenen van haar ongenoegen.” 

Leren dat mensen verschillend zijn

Een kleuter leert al dat er verschil is tussen wat ‘ik’ wil en wat ‘jij’ wilt. Hij of zij leert dat mensen niet altijd hetzelfde denken of voelen, al blijft dat voor de kleuter wel ingewikkeld.

Er zijn echter volwassenen die hier nog steeds grote moeite mee hebben. Zoals de therapeut schrijft: “ze hebben de neiging om anderen in bezit te nemen; ze moeten net zo denken als hij of zij.” 

"Het is alsof er geen verschil tussen mij en haar mag bestaan. Alsof ze zich niet kan indenken dat we ieder een eigen denk-en gevoelswereld hebben. En haar kwetsbaarheid verdoezelt ze door voortdurend anderen aan te klagen. En wie het niet voldoende met haar eens is wordt geëxcommuniceerd." 

Narcisme en opvoeding

Regelmatig heb ik me verbaasd over hoe ouders die uit de ouderlijke macht waren gezet zich ontfermden over kinderen die tekort kwamen.

Zoals Marieke, een vrouw van zo’n veertig jaar. Haar man zat op de grote vaart. Haar kinderen woonden elders omdat het thuis niet goed ging. Het was uitgerekend deze Marieke, die steeds weer kinderen uit de buurt opving. Wat maakte dat ze niet voor haar eigen kinderen kon zorgen, maar kennelijk wel een goede verzorger kon zijn voor andere kinderen?

Of zoals meneer van Vliet. Hij staat bekend om zijn zeer autoritaire gedrag. Werkelijk met iedereen ligt hij overhoop. Zijn zes kinderen hebben met conflicten vroegtijdig het ouderlijk huis verlaten. Het is deze meneer van Vliet die altijd klaar staat voor kinderen van asielzoekers. Iemand uit de wijk wilde hem voordragen voor een koninklijke onderscheiding. Deze meneer had toch wel een lintje verdiend.

Volgens psychotherapeut Frans Schalkwijk zit de sleutel in de rol die de ouder voor zichzelf ziet. In de ontwikkeling van kinderen moet je blij zijn als ze geleidelijk hun vader en moeder minder nodig hebben.

In het meest gelezen bericht op mijn weblog (‘Borderline en kinderen’) schreef ik dat moeders met borderline als moeder emotioneel in de problemen komen als hun kinderen zich proberen van hen lost te maken. Dat wordt door deze moeders als verlating ervaren. De link met narcisme heb ik nooit gemaakt. Maar Schalkwijk schrijft dat hetzelfde probleem zich voordoet bij narcistische ouders.

"De gezonde toestand van het groter worden keert zich bij een narcistische ouder dramatisch om. Het kind wordt niet gezien als een peuter of kleuter met kindgedrag, maar het wordt beleefd als een volwassene die de ouder als persoon afwijst, pest of dwars zit."

Schalkwijk geeft als voorbeeld een kleuter die even alleen wil zijn. Dat zou je als ouder heel bijzonder kunnen vinden dat een kleuter dat zelf aangeeft. Kleuters willen niet zonder hun ouders, maar ze willen wel meer ruimte voor zichzelf.

Een narcistische ouder vindt dit – aldus Schalkwijk – een vorm van verzet. En omdat mensen met narcisme problemen hebben met de emotieregulatie reageren ze hier buitenproportioneel op.

Het zorgen voor kinderen buiten het gezin kent een heel andere dynamiek. Die kinderen gaan niet zo snel in verzet en hun dwarse gedrag komt minder ‘hard’ binnen. Bovendien heb je meer kans op waardering van de buitenwereld. Voor je eigen kinderen zorgen is een ‘gewone’ opdracht, dat hoort gewoon zo.

Samengevat:

Narcistische ouders duiden het groter groeien van hun kind als verzet. En uiteindelijk ook als krenking. “Ik ben een bijzondere vader, ik heb alles voor je over, ik verwacht van jou dat je mij bewondert als jouw heel speciale vader. Als je dat niet doet ben je een rebel en dan zal ik jou eens leren wie hier de baas is. Jouw verzet moet de kop ingedrukt worden.”

Ouders met een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis ervaren het groter groeien van hun kind als verlating. “Ik word door iedereen in de steek gelaten en nu zelfs door mijn eigen kind. Als jij me verlaat heb ik geen leven meer en dat is allemaal jou schuld. Jij moet weer zorgen dat ik me gelukkig ga voelen.”

Vroege herinneringen

Onze kleindochter van drie jaar vertelt regelmatig tot in detail wat ze een paar weken of zelfs een paar maanden geleden meemaakte. Meestal roept een beeld bij haar weer een herinnering op: ze associeert dus bij een visueel plaatje een gebeurtenis uit het verleden.

Ik heb het me vroeger ook wel afgevraagd hoe onze eigen kinderen zich later dingen zouden kunnen herinneren. Maar mijn geheugen is feilbaar. Ik ben dus ondertussen vergeten wat ik er toen over bedacht heb. Er is echter ook nieuw onderzoek beschikbaar.

Geen woorden

Anna Enquist is schrijfster, musicus en psycho-analytica. In een interview in het Nederlands Dagblad (22 juni 2018) legt ze uit waarom we ons niet meer kunnen herinneren wat er in ons leven gebeurde toen we peuter waren.

Enquist: “Muziek is onze eerste taal. Die ervaring begint al in de baarmoeder. Pas als we een paar jaar oud zijn gaan we in woorden denken. Daarom hebben we ook zo weinig herinneringen aan onze jongste jaren: die zijn niet in woorden opgeslagen.”

Een aardige verklaring, maar er is meer nodig. Want als het verhaal van de taal klopt moeten peuters zich toch veel kunnen herinneren. Ze kunnen de oren van je hoofd kletsen, dus ze zouden zich via dat vermogen ook gebeurtenissen uit hun tweede en derde jaar voor de geest moeten kunnen halen.

Vanaf vier jaar

De Amerikaanse onderzoekers Patricia Bauer en Martina Larkina hebben enkele jaren geleden onderzoek gedaan naar het functioneren van het geheugen van kinderen. Ze kwamen – in lijn met de conclusies uit eerder onderzoek – tot de ontdekking dat kinderen zich nauwelijks iets herinneren van wat er voor hun vierde jaar gebeurd is (een uitzondering doet zich voor bij een aantal volwassenen met autisme). 

Onderzoek

De onderzoeksters lieten ouders bepaalde spannende gebeurtenissen navertellen en herbeleven door hun kinderen (bijvoorbeeld het bezoek aan een spannende attractie, het overlijden van een opa of oma of de geboorte van een broertje of zusje). Op die manier werd de herinnering nog eens extra bekrachtigd. Maar bleef dat verhaal bewust in het geheugen opgeslagen? Wél zo lang de kinderen kleuter waren. Maar opvallend was dat de herinnering aan die gebeurtenissen vaak sterk terugliep toen de kinderen zeven of acht jaar oud waren. Er wordt zelfs gemeld dat die herinneringen ‘opeens’ verdwijnen. Er was iets aan de hand waardoor die oude herinneringen vervaagden. Maar wat dan?

De ontwikkeling van het zelf

Ontwikkelingspsycholoog Gerrit Breeuwsma heeft wel een vermoeden. Rond de zeven jaar verandert het zelfbeeld van het kind: het leert om naar zichzelf te kijken en zichzelf een plek te geven in relatie tot anderen. Ze denken over zichzelf en over de ander en zien verbanden tussen het gedrag van henzelf en dat van anderen. Ze gaan ook begrijpen waarom de één een andere kijk heeft op de wereld dan de ander.

Dat is een ingewikkeld proces dat een groot beroep doet op de geheugenfuncties. Breeuwsma vermoedt dat deze verandering een zó groot beroep doet op de beschikbare geheugenfuncties dat de hersenen als het ware ‘gereset’ moeten worden. Daardoor zouden dan veel herinneringen ‘vrij plotseling’ zoek raken.

Zelf en autisme

Professor Uta Frith heeft veel onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van het zelf bij mensen met autisme. Deze ontwikkeling stagneert volgens haar (‘de musici zijn allemaal aanwezig, maar er is geen dirigent’). Daardoor kost het mensen met autisme veel meer moeite om naar zichzelf te kijken en hun eigen gedrag in relatie te zien tot het handelen van anderen. Dat is de stap die kinderen van een jaar of zeven vanzelf maken.

Als het idee van het ontwikkelende zelf een verklaring vormt waarom kinderen van een jaar of zeven zoveel herinneringen kwijt raken zouden de opvattingen van Uta Frith volgens mij kunnen verklaren waarom sommige mensen met autisme zoveel vroege jeugdherinneringen tot in detail kunnen beschrijven. Een voorbeeld van gedetailleerde vroege autoiografische herinneringen is het boek 'Een echt mens' door Gunilla Gerland. 

Spinazie-bloemkool ijs

De plaatselijke ijszaak had vorige week bloemkool-spinazie ijs. Het was ijs met een wat groene kleur, en er liepen groene slierten doorheen. Misschien is dat een manier om kinderen aan de groenten te krijgen...

De essentie van fruit zit voor de hersenen – aldus Mark Mieras – in de vluchtige stoffen die ze verspreiden. Een smaak-en geurstoffenproducent is het gelukt om de geur van perziken zó perfect na te bootsen dat de mensen de fluweelzachtige huid van een perzik tussen hun vingers voelen. Dat is opmerkelijk, omdat er aan het creeëren van deze geur geen enkele perzik te pas kwam. Dat noemt men ‘natuuridentiek’.

Een kwart eeuw geleden schreef ik een column dat kinderen niet vanwege de smaak, maar vanwege de geur geen spruitjes willen eten. De geur van spruitjes roept bij (veel) kinderen een soort aversie op, nog vóórdat ze een hap hebben genomen. En dat verhaal koppelde ik weer aan mijn indruk dat de geur het meest onderschatte zintuig is. Vooral bij sommige mensen met autisme zag ik dat ze extreem sterk op geuren reageerden.

Het ervaren van de geur gaat via een hersendeel dat een grote rol speelt bij heftige emoties: de insula. Daardoor kun je zonder iets te zien al reflexmatig gaan kokhalzen op basis van de geur.

Opvallend is dat oorlogsveteranen dissociatieve herbelevingen krijgen als ze kerosine ruiken. Op dezelfde manier, maar dan positief, herinnerde ik mijn vroegere lagere school doordat ik langs een rij met natte jassen aan een kinderkapstok liep. En toen de scheepskok van een schip voor ons huis een maaltijd bereidde associeerde ik die geur aan een andere jeugdherinnering: een tocht van bijna twee maanden op een schip. De geur is waarschijnlijk het zintuig dat het meest sterk herinneringen activeert.

Heb je eenmaal een geur in een negatieve context ervaren, dan kan dat je gedrag en zelfs je prestaties beïnvloeden. Toen proefpersonen met een geur werden geconfronteerd die ze associeerden met voor hen moeizame omstandigheden bleek dat ze door die ervaring meer moeite kregen met de opdracht en ook slechter presteerden.

Al met al lijkt de geur een zwaar onderschat zintuig te zijn, dat een grote rol speelt bij onze emoties en bij het 'ophalen' van herinneringen.

Narcisme: zes kenmerken

Nog een rijtje van kenmerken dat 'typerend' is voor mensen met uitgesproken narcistische trekken.
  1. Imago-doelen, maar geen compassie

Een bijzonder kenmerk dat ik ooit las over narcisten is het volgende. Mensen met narcistische trekken hebben imago-doelen in plaats van compassie-doelen. Dat betekent dat ze bezig zijn met de vraag ‘wat vindt de ander van mij?’ in plaats van met de vraag: ‘hoe maak ik het leven leuk voor de ander?’

Dit betekent dat narcistische mensen ook in de zorg kunnen werken, als ze met hun zorg voor anderen kunnen ‘scoren’. Iemand die in zeer complexe situaties werkt, vaak met agressie in aanraking komt, met terminale patiënten omgaat kan door de aard van het werk bewondering krijgen van anderen. De achterliggende drijfveer is dan niet het zorgen voor een persoon, maar de aandacht die het werk oplevert vanuit de omgeving.

2. Minimale waardering voor de ander

Mensen met narcistische trekken zullen anderen weinig waardering geven, behalve (in een bepaalde mate) hun ‘volgelingen’. Als de ander ergens goed in is werkt dat als een rode lap op een stier. Ze gaan de strijd aan en willen de ander devalueren. Er kan in hun ogen maar één de beste zijn, en dat is de narcist. De fout ligt daarbij ook per definitie bij de ander, want aan de narcist kan het niet liggen.

3. Invullen voor de ander

Mensen met narcisme stellen weinig vragen aan de ander. Ze vullen bij voorkeur voor de ander in. Je kunt op een verjaardag een prachtig cadeau krijgen waar je helemaal niet om hebt gevraagd, maar je moet dan natuurlijk wél dankbaar zijn. Soms houden ze er van om groots uit te pakken. “Kijk eens wat ik over heb voor mijn zus! Ik heb kosten noch moeite gespaard.”

4. Bijzondere privileges

Narcisten eigenen zich bepaalde privileges toe vanwege hun bijzondere kwaliteiten. Zoals een medewerker van een bedrijf die vaak te laat binnen kwam en te vroeg vertrok en dat volstrekt normaal vond, want zonder hem zou de hele afdeling ‘voor geen meter lopen’. Als iemand daar kritisch naar kijkt geeft de narcist die persoon bij voorkeur het gevoel dat hij (zij) toch wel ontzettend dom moet zijn dat hij (zij) dat nog steeds niet begrijpt.

5. Zwart-wit denken

Narcistische mensen delen anderen zwart-wit in: óf je hoort in het goede kamp óf je zit verkeerd. De goeden zijn de mensen die het eens zijn met de narcist of die hem of haar geen kritiek geven. Narcisten hebben daarbij de neiging om mensen tegen elkaar uit te spelen. Ook het isoleren (‘doodzijgen’) van de ander is een bekend fenomeen.

6. Heftige reacties

Narcistische mensen kunnen extreem heftig en buiten proportie reageren als ze kritiek krijgen of onvoldoende erkenning. Dit doet zich vooral voor als ze het gevoel hebben dat een ander in de buurt van hun zwakke plek komt of wanneer hun specialisme in twijfel wordt getrokken (zie video’s over de zogenaamde narcissistic rage op internet). Dit wordt wel de narcistische krenking genoemd.

Een narcist kan bijvoorbeeld binnen een minuut alle verantwoordelijkheden laten vallen (direct stoppen met een opdracht, op staande voet en met slaande deur opstappen) als hij/zij zich miskend voelt.

Het is opnieuw zwart of wit, de gradaties er tussen bestaan niet bij narcistische mensen. Ze willen de controle over anderen, wie volgt zit goed, wie kritiek heeft zit fout. Wat dat betreft zijn er tal van overeenkomsten tussen narcisme en de borderline persoonlijkheidsstoornis.

 

Narcisme en relaties

Drie kenmerken die horen bij narcisme zijn: a) problemen met de regulatie van het zelfgevoel ('wie ben ik'?), b) problemen met de emotieregulatie (bijvoorbeeld omgang met boosheid), c) interpersoonlijke problemen. Over dat laatste aspect gaat dit blog.

Volgens psychotherapeut Frans Schalkwijk vormen anderen een voortdurende bedreiging voor narcistische personen. Het kan immers zómaar zijn dat een ander jou van de troon stoot? Dat kan gebeuren doordat iemand anders meer weet, meer aandacht krijgt, meer bereikt in het leven.

Voor narcisten moeten anderen zich dienstbaar opstellen. Zodra een ander bijvoorbeeld meer kennis heeft over een bepaald onderwerp vormt dat een bedreiging voor een narcist. “Meestal worden alleen die mensen verdragen die de narcist het gevoel geven dat ze tegen hem of haar opkijken.” 

(Geen) empathie

Schalkwijk schrijft daarnaast dat narcistische mensen hun empathische vermogen veel te hoog inschatten. Ze hebben eigenlijk nauwelijks een idee van de uitwerking die hun gedrag of uitspraken op anderen hebben. En als ze worden aangesproken op hun gedrag volgen er dooddoeners (‘waarnemingen verschillen nu eenmaal’) of wordt de schuld helemaal bij de ander gelegd (‘daar heb je het zelf naar gemaakt’). 

Alleen zenden

In oude communicatietermen van ‘zender’ en ‘ontvanger’ kun je stellen dat de communicatie van de narcist bestaat uit zenden, maar dat de ontvangst chronisch verstoord is. Alleen die boodschappen worden waargenomen waaruit de narcist opmaakt dat hij of zij bewonderd wordt. Wil je een andere boodschap overbrengen, dan stuit je op een ondoordringbare psychologische muur.

Toch kunnen narcisten zich in eerste instantie wel innemend en schijnbaar empathisch opstellen. Ze weten precies de goede woorden op het juiste moment te zeggen. Dat gaat goed zo lang de ander geen bedreiging vormt. Als iemand met narcisme ontdekt dat de ander niet alles voor zoete koek slikt blijkt dat deze schijnbaar empathische houding slechts de buitenkant was.

Er zijn nogal wat narcistische mannen die zich opstellen als de redder van kwetsbare vrouwen. Maar als zo'n vrouw uiteindelijk sterker wordt en minder afhankelijk van haar partner zet dat de relatie op scherp. Narcistische mensen kunnen wel vanuit een bovenpositie communiceren, maar gelijkwaardig ('volwassen') communiceren is er niet bij.

Niet met de ander

Schalkwijk: “Kenmerkend voor narcisten is dat ze óver de ander spreken, maar niet mét de ander.” Mensen die niet in de gewenste bewondering meegaan worden gekleineerd. Medestanders worden op een voetstuk gezet (totdat ze een kritische opmerking maken, dan vallen ze van hun voetstuk).

Psychisch kleurenblind

Zou je -schrijft Schalkwijk – iemand met narcisme met citaten ‘uit mijn publicatie confronteren’, dan is zo’n persoon daar op geen enkele manier op aanspreekbaar. Het werkt ook helemaal niet. De werkelijkheid voor een narcist is namelijk dat de wereld er zo uit ziet zoals hij of zij die ziet. “Aan iemand die kleurenblind is kun je ook niet uitleggen hoeveel schakeringen aan kleuren hij mist. Hij ziet de wereld namelijk op zijn manier en kan zich niet voorstellen dat er een andere manier van kijken bestaat.” Narcistische mensen zijn eigenlijk psychisch kleurenblind.

Kwetsbaar
Hoe dat allemaal komt? Omdat narcistische mensen een nauwelijks ontwikkeld zelfgevoel hebben. Ze moeten zich opblazen om zich zo groot mogelijk te maken. Dat allemaal om de eigen kwetsbaarheid maar niet te hoeven voelen.