Borderline revisited (5)

 

Wie ben ik? Mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis zijn voortdurend op zoek naar een identiteit. Ze beleven zichzelf als 'gefragmenteerd'.

Criterium 3: Een voortdurende verstoring van het gevoel voor de eigen identiteit, zoals blijkt uit een instabiel zelfbeeld.

De persoon met een borderline persoonlijkheidsstoornis leeft vooral in het hier en nu. Voor sommige mensen zou het goed zijn om wat meer in het hier en nu te leven, maar bij mensen met borderline is de tijd gefragmenteerd. Ze denken niet: al mijn vorige cijfers waren goed, mag ik ook een keer pech hebben? Nee, de onvoldoende van vandaag is bepalend voor wat ze waard is.

Mensen met een gezonde identiteit zijn niet de hele dag bezig met zichzelf met anderen te vergelijken. Dat hoeft helemaal niet, ze zijn gewoon wie ze zijn. Pubers, die nog volop in ontwikkeling zijn, zijn uiteraard wél bezig met hun identiteit. In die leeftijd is dat normaal. Maar als je als je identiteit op 40-jarige leeftijd een obsessie is, als je jezelf dag in, dag-uit vergelijkt met anderen, als je daarop baseert of je er wel of niet mag zijn, dan heb je dus een probleem. Je hebt nog niet ‘uitgevonden’ wie je bent.

In zekere zin zie je datzelfde patroon ook bij mensen die niet oud willen lijken. Als je ouder wordt krijg je wat meer rimpels, ben je minder snel, kun je niet alles meer. Als je dag-in, dag uit bezig bent om alle gevolgen van het ouder worden te camoufleren, hoe kun je dan jezelf nog zijn? 

Mensen met een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis lijken soms heel echt in hun reacties. Terwijl de ander zich inhoudt, gaan zij stevig uit hun plaat. Er is echter een ander probleem: dat van het ‘keeping up appearances’. Omdat ze zichzelf vergelijken met anderen kunnen ze nooit goed genoeg zijn. Dus moeten ze ‘faken’, de schijn ophouden.

Iemand die solliciteert en/of nieuw is in het bedrijf heeft de neiging om zichzelf beter voor te doen dan hij of zij is. Je moet er nog even inkomen, maar verder zeg je niet te schrikken van alle nieuwigheden die je tegen komt. Geleidelijk aan word je meer jezelf. Je weet wat je plek is binnen de organisatie. Je hoeft je dus ook niet beter voor te doen dan je bent.

Mensen met (ernstige) borderline bereiken dat punt niet. Ze blijven het gevoel houden dat ze zich beter moeten voordoen dan ze zijn. De spanning die dat oproept kan gemakkelijk leiden tot conflicten, met name met collega’s. Veel mensen met borderline kunnen het werk op zichzelf wel aan, het knelpunt zit in de gevoeligheid naar collega’s toe: ik ben niet zo goed als ik zou willen zijn, er zijn anderen die het beter kunnen en dat is een bedreiging.

Het omgaan met feedback is daarnaast ook lastig. Een fout maken vraagt om straf (‘ik deug niet, dus ontsla me maar’), iets goed doen is ook niet goed, want nu is het me gelukt, maar straks maak ik alsnog een fout. Het gaat dus altijd een keer mis, er dreigt altijd onheil in de beleving van mensen met borderline.

Er lijkt een verband te zijn tussen eetstoornissen en borderline. De behandeling van mensen met een eetstoornis is ook om deze reden lastig. Nog een pond minder bij anorexia vraagt om straf, een pondje erbij is gevaarlijk, want dat houd ik toch niet vol. 

De onzekerheid over het functioneren leidt tot frequente wisselingen in baan (weg gaan voordat het mis gaat) en in relaties (ik kan beter jou verlaten dan jij mij). Ook in kleding en modevoorkeur zie je vaak opvallende wisselingen: de ene keer degelijk volwassen, de andere keer als een klein meisje met vlechten. De seksuele voorkeur kan ook zomaar veranderen, tot in extremiteiten aan toe. Kortom: je weet niet wie je voor je hebt.

Soms zoeken mensen een uitweg uit de chaos in hun hoofd en in hun identiteit door zich aan te sluiten bij een sekte. Daar hoeven ze niet meer na te denken over wie ze zijn en wat ze moeten doen. Dat bepaalt de sekteleider. Ook de relaties en de plek in de groep zijn voorspelbaar. In eerste instantie kan dat veel rust geven. 

Borderline Revisited (4)

Wie ben ik? Mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis zijn voortdurend op zoek naar een identiteit. Ze beleven zichzelf als 'gefragmenteerd'. 

Criterium 3: Een voortdurende verstoring van het gevoel voor de eigen identiteit, zoals blijkt uit een instabiel zelfbeeld.

Mensen met een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis hebben niet alleen een permanent wisselend beeld van de ander (bijvoorbeeld: de ene keer is iemand de beste buurman die er ooit is geweest, de volgende keer heeft hij een aanklacht aan zijn broek), maar het beeld is van zichzelf is ook constant aan verandering onderhevig (je wint en je bent de beste, de volgende wedstrijd verlies je en jij en je leven stellen helemaal niets meer voor).

De oorzaak van deze wisseling is o.a. de permanente neiging om zichzelf met anderen te vergelijken. Dat heb ik eerder beschreven als het ‘afgeleide zelfbeeld’. De persoon loopt de deur uit met een 8. Dat is top. Maar even later komt er iemand naar buiten met een 9. Nu stelt ze opeens helemaal niets meer voor.

In de biografie over Marilyn Monroe wordt beschreven hoe het zoeken naar voortdurend meer aandacht de drijfveer was in haar leven. De aandacht was de kurk waarop ze functioneerde. Die moest de leegte van haar eigen 'ik' camoufleren. Een dag met minder aandacht was een waardeloze dag omdat ze 'dus' minder voorstelde. Zo'n dag eindigde steeds vaker in overmatig drankgebruik.   

Borderline revisited (3)

Het tweede kenmerk van de borderline persoonlijkheid is de wanhopige zoektocht naar meneer of mevrouw Perfect. Dit is het vervolg van dat aspect van borderline.

Criterium 2. Instabiele en intense interpersoonlijke relaties, met plotselinge veranderingen in attitude ten opzichte van de ander.

Een ingewikkeld thema bij de borderline persoonlijkheidsstoornis is dat iemand met borderline extreem gevoelig is voor anderen, maar tegelijkertijd weinig empathisch vermogen heeft. Er is wel sprake van aanvoelen, maar niet van invoelen. Iemand die even ergens anders aan denkt tijdens het gesprek kan op die manier worden ervaren als een persoon die niet in jou geinteresseerd is. Het idee dat de ander soms even ‘weg’ is wordt niet meegenomen in het denken over de ander.

Jaloezie

Jaloezie speelt een grote rol in het leven van mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis. De patiënt bij de psychiater kan er jaloers op zijn dat de behandelaar naast die patiënt ook nog een eigen leven heeft. Soms gaat het zó ver dat de patiënt er toe over gaat om bijvoorbeeld de partner van de behandelaar te gaan stalken. Ook de ontmoeting met mede-patiënten kan al jaloezie oproepen: “Hij was toch voor mij alleen?”

Omgang met rollen

Een ander thema is het gebrek aan ‘object constantie’. In principe houdt dit in dat iemand beseft dat de ander er nog is als je hem of haar niet ziet. Die persoon blijft toch dezelfde. En ook de dokter die net van de racefiets afstapt, zich nog even omkleedt en dan in witte jas verschijnt is dezelfde gebleven. Maar hij figureert nu wel als dokter, dus de verhoudingen liggen anders.

Voor mensen met borderline is dat ingewikkeld. Stel dat de patiënt gisteravond op een receptie was waar de behandelaar ook was en ze raakten met elkaar in een gezellig onderonsje (iets wat overigens afgeraden moet worden in een complexe behandelrelatie), dan is het voor een persoon met borderline bij de volgende sessie ingewikkeld om de psychiater weer als behandelaar te zien. De patiënt wil op de oude gezellige voet verder, desnoods met een glaasje wijn er bij.

Dat mensen in verschillende situaties verschillend handelen en toch dezelfde persoon blijven is voor hem of haar ingewikkeld. Daarom is het onbestaanbaar dat een vriend in zijn rol als politieagent een bekeuring geeft. Dan is het geen vriend meer en wordt de vriendschap per direcht verbroken. Van idealisering naar devaluatie.

Herhaling van patronen

Deze inflexibiliteit leidt vreemd genoeg ook tot een herhaling van zetten in relaties. De vrouw trekt opnieuw bij haar alcoholistische en mishandelende partner in, omdat hij zo aardig deed. Opnieuw: het idee dat mensen in verschillende omstandigheden verschillend handelen beklijft niet. Hij was nu opeens aardig in het café, dus thuis gaat het ook weer goed. Deze beslissingen worden impulsief genomen, binnen twee dagen is de verhuizing geregeld en de eerste week spatten de vonken van verliefdheid eraf.

Narcisme en borderline

Al eerder schreef ik dat narcisme en borderline elkaar aantrekken. De vrouw die het allemaal niet meer trekt raakt in de ban van de man die haar wel even zal helpen. Beiden hebben een ideaalbeeld: de man van de kwetsbare vrouw die hij zal redden (dan moet ze wel kwetsbaar blijven en doen wat hij zegt) en de vrouw heeft het ideaal van de man die altijd voor haar klaar staat, want ze heeft hem zo nodig. Op den duur vallen er gaten in deze stereotypen die ze van elkaar hebben opgebouwd. De man vlucht in de alcohol omdat hij de last van de perfecte partner niet kan dragen en mishandelt in een dronken bui zijn vrouw. De vrouw wordt angstig vanwege de zichtbare kwetsbaarheid van haar man. Dit is olie op het vuur van de volgende escalatie.

Groucho Marx wilde graag lid worden van de Rotary. Daar deed hij erg zijn best voor. Maar toen hij geaccepteerd werd als lid haakte hij af. Hij zou nooit lid willen zijn van een vereniging die hem als lid zou accepteren. 

Dit aantrekken en afstoten is kenmerkend voor de ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis.

Zoals Samuel die alleen maar verliefd werd op knappe en onbereikbare vrouwen. Maar toen een vrouw in ging op zijn avances wees hij haar af. Ze was niet degene die voldeed aan zijn ideaalbeeld. En zo ging het jaren lang. Totdat Samuel in een intensieve therapie leerde om zichzelf beter te kennen en te aanvaarden.

Het onderliggende probleem is elke keer weer dat van de autonomie. Mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis hebben in zichzelf niet genoeg autonome kracht om zelfstandig te kunnen zijn in een langdurige relatie. Een relatie is geven en nemen: je autonomie bewaren en soms ook los durven laten.

Tussen het de ander willen controleren of opgeslokt worden door de ander zit het proces dat je elkaar aanvult. "Ik mag mezelf zijn in deze relatie, maar jij bent degene die mijn leven compleet maakt." Dat is een complexe opgave, het vraagt voortdurende oefening, maar voor mensen met extreme borderline problematiek lijkt dat vaak te hoog gegrepen. 

Borderline Revisited (2)

Het tweede kenmerk van de borderline persoonlijkheid is de wanhopige zoektocht naar meneer of mevrouw Perfect. 

Criterium 2. Instabiele en intense interpersoonlijke relaties, met plotselinge veranderingen in attitude ten opzichte van de ander.

Deze duidelijke verandering in houding ten opzichte van de ander tekent zich in zwart-wit af. Het gaat van idealisering tot devaluatie en van klampende afhankelijkheid naar isolatie en vermijding. Daarnaast is er sprake van een voortdurend patroon waarbij anderen worden gemanipuleerd.

Mensen met een borderline persoonlijkheid kunnen erg zelfverzekerd over komen. Ze weten alles zeker. Maar dat is slechts schijn. Ze zijn in werkelijkheid enorm afhankelijk van de goedkeuring door de ander. Daarin is een forse overlap met de ‘verborgen narcist’. De laatste zal echter minder claimen. De persoon met borderline is de patiënt die graag de psychiater belt buiten kantooruren. de redder in de nood moet immers altijd beschikbaar zijn, ‘anders heb ik geen leven meer’.

De persoon die op een voetstuk wordt gezet valt daar opeens hard af op het moment dat hij of zij niet meer aan het ideaalbeeld voldoet. De psychiater die niet meer buiten werkuren wil worden gebeld is opeens een waardeloze psychiater. Het gebeurt regelmatig dat er vervolgens een klacht wordt ingediend en dat het tot een tuchtzaak komt. Als er niet aan de wensen wordt voldaan wordt dat niet ervaren als een regel die nu eenmaal voor alle patiënten geldt, maar het wordt ervaren als een persoonlijke afwijzing. Soms laat zo’n patiënt nooit meer iets van zich horen.

Het kan ook gebeuren dat er een kat-en-muis-spel ontstaat, waarbij de patiënt op onverwachtse momenten toch weer opduikt. Aan de ene kant is er de diepe behoefte om verzorgd te worden, aan de andere kant de continue angst om door emoties verzwolgen te worden. De behoefte aan nabijheid en de angst het eigen ‘ik’ te verliezen zijn in een continue strijd met elkaar.

Een man die een relatie aan ging met een vrouw met borderline (de titel van het boek ben ik vergeten) beschrijft hoe de vrouw aan de ene kant permanent uitdagend was op seksueel gebied en extreme wensen had, maar aan de andere kant ontzettend bang was dat hij het initiatief zou nemen. 

Een relatie met een persoon met een borderline persoonlijkheidsorganisatie is spannend vanwege de intense emoties, maar ook vanwege het vaak optredende manipulatieve gedrag. De persoon met borderline stelt steeds hogere en vaak onrealistische eisen. “Als je écht van me houdt, dan….”

Aan de andere kant staan mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis bekend om hun lichamelijke klachten. Hypochondrie is hen vaak niet vreemd. Het wordt ook wel ‘een pijntje hier en een pijntje daar’ genoemd, maar dat pijntje kan ook dramatisch worden uitvergroot.

Al voor de derde keer was een partner van de vrouw plotseling en spoorloos verdwenen. Volgens haar waren de mannen 'er met een ander vandoor gegaan'. Ze voelde zich echt slachtoffer van die mannen. "Altijd hetzelfde met mannen. Mannen kun je niet vertrouwen, alleen dieren." Totdat een ex van haar was opgespoord. Hij was door haar vergiftigd, had dit overleefd, was weg gegaan, maar had geen aangifte willen doen. De vrouw had na een gesprek haar telefoon laten liggen op het politiebureau. De politie wilde namelijk weten hoe het met de beide andere exxen zat. De volgende ochtend kwam ze met ferme pas het politiebureau binnen. Ze kwam haar telefoon halen. Toen de politieagent vertelde dat hij een verder gesprek met haar wilde hebben vanwege het getuigenis van de eerste ex zeeg ze ineen. Ze had al dagen vreselijke last van haar rug en had bijna niet kunnen lopen.  Anderen hadden boodschappen voor haar moeten doen. De rest van de tijd van het arrest was ze rolstoelgebonden. Meerdere artsen en neurologen werden geraadpleegd, want elke keer weer moest een medische oorzaak worden uitgesloten. Ook bleek ze opeens veganistisch te zijn geworden, terwijl ze de eerste dag op het politiebureau twee broodjes met ham had besteld. 

Het bovenstaande is uiteraard een zeer extreem voorbeeld. Het vergroot uit wat borderline met iemand kan doen. De vrouw bleek plannen klaar te hebben liggen om haar eerste ex alsnog uit de weg te ruimen. Dat gebeurde nadat ze een poging had ondernomen om opnieuw een relatie met hem aan te gaan. Toen hij dat niet meer wilde wilde ze haar eerste poging ‘af maken’. Om dat voor elkaar te krijgen had ze inmiddels een vierde vriend gevonden. Maar deze vond het plan te riskant. Hij deed niet wat zij zei en werd dus ook aan de kant gezet.

Nogmaals: een enorme uitvergroting dus. In relaties met mensen met borderline zit – door de heftige emoties van het aantrekken en afstoten – veel spanning, maar extreem geweld vormt een uitzondering. Wel heb ik in een eerdere serie beschreven dat vrouwen met ernstige borderline-problematiek in combinatie met enkele andere factoren (zoals krenking en grote problemen met de emotieregulatie) tot extreem geweld in staat zijn.

De hoofdlijn van dit verhaal komt uit het artikel "Clinical Definition of Borderline Personality Disorder", waarvan ik de bron helaas niet meer kan achterhalen. 

Borderline Revisited (1)

Vandaag begin ik met een serie over kenmerken van Borderline, maar ik ga deze serie vanwege vakantie nog even niet afmaken. Ik ga jullie tijdelijk verlaten. Voor mensen met borderline is dat een onverdraaglijke gedachte....

“Als anderen op mij reageren, dan besta ik. Als anderen niet op mij reageren ben ik van de aardbodem verdwenen.”

Criterium 1: krampachtige pogingen om echte en ingebeelde verlating te voorkomen.

Precies zoals de peuter geen onderscheid kan maken tussen de tijdelijke afwezigheid van de moeder en haar tóch betrokken ziijn, zo ervaart de persoon met borderline de vermeende verlating door een ander persoon als een totale verlatenheid.

Het gevolg is dat de persoon met borderline het gevoel heeft in een diep emotioneel gat te vallen. De totale paniek slaat toe. De (vermeende) verlating door de ander wordt ervaren als ‘de hele wereld is tegen mij’.

Zelfs bij neurologisch onderzoek is de ervaring van totale verlatenheid terug te vinden. Het gevoel van verlatenheid wordt een totale leegte, het gevoel dat je niet eens meer bestaat. Dat is een reden waarom mensen met borderline over gaan tot zelfverwonding. Dan voel je toch niet iets.

Theoloog Paul Tillich schreef dat eenzaamheid alleen kan worden overwonnen door mensen die het alleen-zijn kunnen verdragen. Mensen met een ernstige borderline persoonlijkheid verdragen dat alleen zijn niet. Ondanks hun prikkelgevoeligheid zoeken ze dan plekken op waar ook anderen zijn, zoals overvolle bars waar ze zich vol gieten met drank en vervolgens ‘met de verkeerde thuis komen’.

Het bovenstaande is wel een extreme beschrijving, maar het verklaart wel het mechanisme waar veel mensen met borderline qua relaties in terecht komen. Het is een voortdurende herhaling van zetten. In de biografie van Marilyn Monroe wordt beschreven hoe ze altijd maar weer op zoek was naar spannende contacten. Als ze alleen was had ze het gevoel dat ze niet bestond.

De meeste mensen ervaren het alleen zijn als een mogelijkheid om nog eens even na te denken, tot rust te komen, te reflecteren, tijd te hebben voor jezelf. “De muren van een lege kamer zijn spiegels die het gevoel over onszelf duidelijk maken”(John Updike). Wie ben ik zonder de ander?

Iemand met een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis ziet alleen maar leegte op de muren. Die pijn kan alleen maar verdragen worden door anderen op te zoeken (tegenwoordig ook via social media), door het dromen over een fantastische geliefde of bewonderaar en door op zoek te gaan naar iemand die onvoorwaardelijk voor je zorgt. Of anders een pijnstiller in de vorm van drank of zelfverwonding. 

Persoonlijkheidsstoornis en geweld (slot)

Een persoonlijkheidsstoornis vormt op zichzelf geen verklaring voor geweld. Er moet meer aan de hand zijn. 
  1. Als iemand én een persoonlijkheidsstoornis heeft én op de buitenwereld is gericht (‘externalising’) verlaagt dat de drempel naar gewelddadig handelen. Maar dan nog is het onvoldoende verklaring. Er zijn meer factoren die de grens naar het toepassen van extreem geweld verklaren.

2. Als iemand een ‘denkstoornis’ heeft (waanachtige beelden) verlaagt dat de drempel naar geweld. Zo’n stoornis kan o.a. inhouden dat iemand obsessief met een bepaald thema bezig is. Gisteren noemde ik de stalker die zeker weet dat een bepaalde vrouw verliefd op hem is. Als ze dan een relatie met een ander krijgt weet hij het zeker: dat is geen vrijwillige keuze zijn geweest: ze is gedwongen tot die relatie.

In de huidige samenleving zie je steeds meer berichtgeving de kleur van een denkstoornis aannemen. Dat komt vooral tot uiting in het zwart-wit denken en het per definitue toeschrijven van kwade bedoelingen aan de ander. De kans dat er ergens vanuit dit denken een aanslag wordt gepleegd neemt daarmee ook toe.

3. Een volgende stap bij het externaliseren is het zoeken van spanning (‘thrill-seeking’). Op hoge snelheid op een motor door de stad razen en iemand neerschieten: dat is spanning.

4. Voeg je daar de behoefte aan geldelijk gewin, aan bezit, aan toe, dan heb je te maken met een giftige cocktail aan ingrediënten die de kans op geweld aanzienlijk groter maken.

Internaliseren

Er zijn ook mensen die ‘internaliseren’. Ze zijn minder op de buitenwereld gericht. Het zijn meer de ‘loners’. Ik legde in een vorig blog de link naar het ‘covert narcisme’.

Voor deze mensen gelden andere triggers. Bij hen gaat het om:

  1. De al eerder genoemde waanachte en obsessieve denkbeelden

2. in combinatie met het gevoel bedreigd te worden

3. en/of in combinatie met wraakgevoelens.

Deze combinatie zeer riskant bij vrouwen met een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis. Dat maakt het verhaal vooral belangrijk als het om de opvoeding van kinderen gaat. Ik schreef daar eerder over in relatie tot het onderwerp ‘borderline en kinderwens’.

Narcisme, de antisociale persoonlijkheidsstoornis, de oppositionele stoornis en welk label je ook maar wilt geven: op zichzelf verklaren ze niet waarom iemand extreem gewelddadig gedrag gaat vertonen. In combinatie met andere factoren kan er een giftige cocktail aan kenmerken ontstaan die samen een explosief mengsel vormen.

Naar aanleiding van: Richard Howard: Personality disorders and violence: what is the link? In: Borderline Personality and Emotional Dysregulation (2015). 

Persoonlijkheidsstoornis en geweld (5)

Volgens Richard Howard (2015) is een persoonlijkheidsstoornis op zichzelf geen verklaring voor het gebruit van geweld. Er moet meer aan de hand zijn. 

Tegenwoordig wordt het onderscheid gemaakt tussen de ‘overt’ narcist en de ‘covert’ narcist. De overt narcist kennen we: dat is vooral theater. De covert narcist herken je veel moeilijker. Dat kunnen stille, meegaande mensen zijn. Eén van hun belangrijkste kenmerken is de extreme gevoeligheid voor waardering en goedkeuring. En daarmee ook de gevoeligheid voor krenking.

Het is deze ‘covert’ narcist die onverwachts zeer gewelddadig uit de hoek kan komen. Dan lees je bijvoorbeeld achteraf: ‘Het was een onopvallend persoon in de wijk. Hij ging een beetje zijn eigen gang. Hij was vriendelijk en behulpzaam. Zou hij zóiets kunnen doen?’

Waarschijnlijk is er dan sprake geweest van een opeenstapeling van allerlei vormen van krenking geweest. Bijvoorbeeld: een contract wordt niet verlengd, afgewezen worden voor een meisje, zich niet gewaardeerd (voelen) door een familielid.

Terwijl bij de ‘overt’ narcist de drempel naar acting out lager ligt (ook vanwege het zoeken naar spanning) gaat het bij de ‘covert’ narcist veel meer om een opstapeling. Uiteindelijk stroomt de emmer over. Er is een trigger en dan gaat het gebeuren. Meestal niet meteen, maar na een tijdje.

De uiteindelijke trigger is dan vaak een waanidee (‘delusional ideation’). Het is de stalker die zeker weet dat een vrouw verliefd op hem is. Ze wijst hem keer op keer af, maar dat kan niet waar zijn, want ze is toch écht verliefd op hem.

Deze denkstoornissen spelen mogelijk vaker een rol dan we geneigd zijn te denken. Ze zetten zich vast in het hoofd en ze zijn bijna niet meer uit te wissen. Het speelt bijvoorbeeld een rol bij tal vanm (v)echtscheidingen, waarbij de ene partner zeker weet dat de andere partner vreemd is gegaan, de kinderen mishandeld heeft enzovoorts. In feite heeft de persoon in kwestie zichzelf gehersenspoeld.

Verborgen, covert narcisme vormt dus op zichzelf geen verklaring voor geweld. Er moet sprake zijn van gekrenkte ervaringen en dus ook van wraak. De uiteindelijke trigger lijkt te zitten in waangedachten, dus in een vorm van denkstoornis. 

Persoonlijkheidsstoornis en geweld (4)

Richard Howard omschrijft twee trekken die mogelijk samenhangen met gewelddadig gedrag: impulsief gedrag en een emotieregulatiestoornis.

Impulsiviteit houdt in dat je handelt zonder eerst na te denken over de gevolgen. Dit is een bekend symptoom bij tal van psychiatrische stoornissen.

Toch is het verband tussen impulsiviteit en agressie niet zo eenduidig als het in eerste instantie lijkt. Niet alle geweld valt te verklaren uit impulsiviteit en er is ook verschil in de oorzaken waarom iemand impulsief gedrag vertoont.

Er bestaan verschillende vormen van impulsiviteit. Zo zijn er mensen die gewoon altijd ‘snel’ zijn in hun handelen: ze ‘doen’ meteen zonder eerst na te denken. Dat is bijvoorbeeld vaak het geval bij mensen met ADHD. Maar dat eerst doen en dan pas denken is lang niet altijd een reden voor agressie.

Na tal van overwegingen komt Howard tot de conclusie dat emotionele impulsiviteit een verklaring vormt voor agressief handelen. Je voelt een emotie en daarop reageer je direct, zonder na te denken.

Verband agressie en persoonlijkheidsstoornis

Maar wat is dan het verband met de persoonlijkheidsstoornis? En opeens komt daar dan toch de narcistische persoonlijkheidsstoornis om de hoek zeilen.

Mensen met een narcistische persoonlijkheid zijn vaak spanningzoekers. Ze testen dus in hun omgeving, dagen uit, kijken hoe ver ze kunnen gaan. Ze kunnen dus ook agressie vertonen om de ander uit de tent te lokken. Dat zal vaak in de vorm van woorden zijn, maar het kan ook in de vorm van daden gebeuren. Narcistische mensen kijken vaak tot hoe ver ze kunnen gaan in hun gedrag.

Bij de Borderline Persoonlijkheidsstoornis zien we dat uitdagende gedrag veel minder. Ze reageren direct op een emotionele prikkel. Ze kunnen er door ontregeld raken en gaan vervolgens direct uit hun plaat, zonder er de tijd voor te nemen om even na te denken.

Dat ligt bij narcisme anders. Mensen met narcisme kunnen ook doelbewust een slachtoffer uitkiezen en pas na een (gekozen) opbouw van spanning komt het tot een escalatie.

Succes van de therapie

De manager vertelde vol trots dat de behandelingen in zijn behandelcentrum zó strak geprotocolleerd waren dat elke behandelaar elke stap kon maken. 

Dus een behandeling in twaalf sessies kon door twaalf verschillende therapeuten worden gedaan.

Ik geloof daar geen klap van. Bovendien noem ik het georganiseeerde ontrouw.

Of een behandeling al dan niet slaagt hangt van veel aspecten af. Ik noem drie belangrijke aspecten.

  1. Het vertrouwen dat de patiënt heeft in de behandelaar. En daarmee samenhangend: de klik die de behandelaar heeft met de patiënt (denk bijvoorbeeld aan de tegenoverdracht, de eigen emoties en irritaties van de behandelaar).
  2. Het vertrouwen dat beiden hebben in de behandeling. Als de patiënt de behandeling maar onzin vindt en zich niet ‘over geeft’ zal de behandeling niet aanslaan.
  3. De wens om te veranderen en de hoop op verandering. Als de patiënt denkt dat het allemaal toch niet gaat lukken zal de behandeling weinig effect hebben.
Met elke keer een andere behandelaar bouw je geen vertrouwen op, moet je elke keer maar afwachten of er een klik is en raak je meer afgeleid door alle veranderingen dan ingevoerd in de behandeling. 

Persoonlijkheidsstoornis en geweld (3)

Het verband tussen persoonlijkheidsstoornis en geweld is niet zo eenduidig als het vanaf de buitenkant lijkt. 

We denken te gemakkelijk dat als iemand een persoonlijkheidsstoornis heeft, dat dat ‘dus’ leidt tot geweld. Maar zo zit de wereld niet in elkaar. Er is sprake van een toenemend risico, met name bij de antisociale persoonlijkheid en bij de borderline persoonlijkheidsstoornis, maar er zijn meer factoren in het spel.

Combinatie van stoornissen

  1. Zo blijkt uit een onderzoek dat er bij mensen met een antisociale of borderline persoonlijkheidsstoornis drie maal zo vaak sprake is van verbale en fysieke agressie.

2. Maar als we kijken naar de combinatie van de antisociale en borderline persoonlijkheidsstoornis is de kans dertien maal zo groot, vergeleken bij de ‘normale’ populatie.

Opmerkelijk is dat vrouwen in een klinische setting de meeste agressie vertoonden waarbij dus de combinatie van de antisociale persoonlijkheidsstoornis en de borderline persoonlijkheidsstoornis de meest heftige variant vormde. En die combinatie komt bij psychiatrische opnames vaak voor.

De antisociale persoonlijkheid kenmerkt zich o.a. in acting out (de boosheid wordt naar buiten toe gericht), terwijl bij borderline de boosheid naar binnen toe wordt opgeslagen. De uitingen zie je dan bijvoorbeeld vaak in de vorm van zelfverwonding. De combinatie tussen beide aspecten maakt de persoon in kwestie bijzonder licht ontvlambaar. Het is deze heftigheid die maakt dat de opvoeding van kinderen door ouders met een persoonlijkheidsstoornis risicovol is voor het kind.

Andere factoren

Er zijn nog tal van andere onderliggende factoren, waarbij je je af kunt vragen wie de kip en wat het ei is. Was iemand al gevoelig voor het ontwikkelen van een persoonlijkheidsstoornis en kwam hij vervolgens in het ‘verkeerde circuit’ terecht? Of staan die aspecten los van elkaar?

Een paar voorbeelden:

  1. In het Verenigd Koninkrijk liet onderzoek zien dat het meemaken/ ervaren van geweld vanaf jonge leeftijd sterk drempelverlagend werkt bij het vertonen van agressie.

2. Hetzelfde geldt voor het lid zijn van een ‘gang’, in eerste instantie bij jongens, maar uiteindelijk ook bij meisjes. Slecht voorbeeld doet slecht volgen.

3. Amerikaans onderzoek wijst daarnaast in de richting van een samenhang tussen etniciteit en geweld in combinatie met een persoonlijkheidsstoornis.

4. Mensen die eerder gediagnosticeerd werden met een psychose (,2,9 maal), met een angststoornis (1,8 maal0 of met een alcoholprobleem (1,6 maal) zijn eveneens vatbaarder voor agressie. Als er daarnaast sprake is van een persoonlijkheidsstoornis werkt dat als aanjager op het daadwerkelijk laten zien van geweld.

De kans dat iemand verbaal of fysiek geweld vertoont:

> wordt vergroot door de aanwezigheid van een persoonlijkheidsstoornis.

> Hoe ernstiger de graad van de stoornis, des te groter de kans op agressie.

> De combinatie van de antisociale persoonlijkheidsstoornis en de borderlinepersoonlijkheidsstoornis maakt de kans op het gebruik maken van geweld vele malen groter.

> Ervaringen met agressie in de vroege jeugd vergroten de kans op agressie

> Deelname aan een groep waarbij agressie normaal gevonden is drempelverlagend bij het gebruik van fysiek geweld.

> Er is verschil tussen mannen en vrouwen en in etniciteit in het daadwerkelijk vertonen van geweld binnen de klinische setting waarbij bij ernstige psychopathologie vrouwen vaker geweld laten zien.

Er is dus sprake van een multidimensionele verklaring. Het verband tussen een persoonlijkheidsstoornis en het vertonen van geweld is niet één op één. De kans dat iemand daadwerkelijk geweld vertoont wordt veel groter naarmate er meerdere factoren in het spel zijn die allemaal drempelverlagend werken. Die combinatie vormt de werkelijke aanjager van het geweld.