Manipulatief gedrag (slot)

Hoe ga je om met manipulatief gedrag? Vaak heb je het eerst niet door en als je het door hebt is het te laat. Daarom toch de vorige drie blogs, ook voor mezelf, want ik ben altijd te laat. Niet op mijn werk, niet in de kerk, maar wel als het om manipulatie gaat. En als ik het door heb weet ik alsnog niet wat ik moet zeggen. 
  1. Het eerste wat mensen moeten oefenen is ‘nee’ zeggen en zich daar niet schuldig over voelen. Uit ervaring weet ik dat dat een hele kunst is.

2. Uit het voorgaande kun je afleiden dat de manipulator het daar niet bij laat zitten. Als je aardig en gevoelig bent zal hij op je schuldgevoel gaan spelen. Of zich als slachtoffer voordoen: ‘Jij bent de enige in mijn leven die ik ooit vertrouwd heb en nu laat je me alleen’. Laat je je niet schuldig voelen, hij is verantwoordelijk voor zijn eigen gevoelens.

3. Een goede vorm is: “dat wil ik, wat wil jij’. Daar is de manipulator niet tevreden mee, maar daarmee geef je je eigen grenzen aan en geef je de ander de kans om te zeggen wat hem beweegt terwijl jij al hebt verwoord wat je zelf wilt.

4. Toch slagen manipulators er altijd weer in om toch een appel te doen op je gevoel. Dat is je plichtsgevoel, je schuldgevoel of bijvoorbeeld je behoefte om anderen te helpen.

5. Concrete voorbeelden helpen de manipulator niet over de streep, maar ze zijn wel duidelijk. De manipulator voelt zich alleen en heeft niemand om mee te praten. “Je bent gisteren de hele dag met Jan op stap geweest, heb je toen nergens over kunnen praten?”

6. Het is belangrijk dat je je eigen lichaamstaal herkent. Waar voel je wanneer spanning in je lijf? Dan herken je ook wat de onderliggende emotie is. Bijvoorbeeld: je krijgt last van je maag als je je onder druk gezet voelt, je moet vaak plassen omdat je niet weet waar je aan toe bent (of 70 plus).

Als hij/zij zegt "Het kan je niks schelen dat ik zo veel voor je heb gedaan", kun jij zeggen: "Ik vind het heel erg fijn dat je zoveel hebt gedaan. Dat heb ik al zo vaak gezegd. Maar het kan jou blijkbaar niet schelen dat ik dat fijn vind".

7. Maak onder druk geen overhaaste beslissingen. Een manipulator kan je dwingen om snel een beslissing te maken. Zo hebben wij ooit de trap laten bekleden door een manipulator die zielig deed dat hij zo weinig thuis was en blij was als hij een klus in Alkmaar had (dichtbij huis) en als we nu beslisten kregen we 20% korting. Die 20% had hij er eerst bij opgeteld en bovendien maakte hij de klus niet af. In plaats van daaraan toe te geven, kun je hem/haar zeggen: “Ik zal erover nadenken”. Dan ga je niet akkoord met iets wat je misschien niet wilt, en laat je je niet in een hoek drijven. 

8. Manipulators worden machtiger als jij een klein netwerk hebt. Als je meer mensen om je heen hebt bij wie je je thuis voelt geef je de manipulator minder macht over jou.

Deels ontleend en geparafraseerd aan de hand van een artikel in Wikihow. 

Manipulatief gedrag (3)

Mensen die manipulatief gedrag vertonen zijn vaak te herkennen aan bepaalde patronen in de communicatie. In dit blog vind je een paar voorbeelden die je Pluis-Niet-Pluis-gevoel kunnen aanvullen. 
  1. Mensen die manipuleren hebben de neiging om de ander het gevoel te geven dat hij of zij ontoereikend is. et op of je het gevoel krijgt dat je ontoereikend bent, of beoordeeld wordt. Een veelgebruikte techniek is om je in gezelschap voor gek te zetten of je te plagen zodat je je ontoereikend voelt.
  2. Het voorgaande gebeurt niet eenmalig: de persoon lijkt bij wijze van spreken verslaafd aan het geven van kritiek. Je krijgt het gevoel dat je nooit iets goeds kunt doen. Als iets 99% op orde is ziet deze persoon meteen die laatste ene procent. Ook als het als grap gebracht wordt word je er toch onzeker door.
  3. Mensen die manipuleren vergelijken jou ook graag met de ander. Andere vrouwen doen dat wel. Iedereen doet het zo, alleen jij niet. De buurvrouw houdt de keuken wél goed schoon. “Als ik het aan Rosanne zou vragen zou ze het wél doen”.
  4. Met het voorgaande hangt samen dat de persoon jou een schuldgevoel probeert aan te smeren. Een veel gehanteerde tactiek is dat jij je verantwoordelijk moet voelen voor het geluk of welzijn van de ander. “Als jij wat meer begrip zou tonen, zou je…”, of “Als je echt van me zou houden dan zou je…”, of “Ik heb dit voor jou gedaan, waarom wil jij dit niet voor mij doen? Als je dingen doet die je normaal niet zou (willen) doen ben je waarschijnlijk het slachtoffer van een manipulatieve tactiek.
  5. Je wordt tijdelijk genegeerd. Een manipulator kan je een tijd negeren, zodat je ongerust wordt en aan jezelf gaat twijfelen. Hij of zij neemt de telefoon niet op, reageert niet op appjes. Jij vraagt je af wat er aan de hand is, waardoor de ander in feite de controle over jou heeft. Als je er wat van zegt ligt de schuld bij jou: je moet niet zo achterdochtig of ongeduldig zijn.
  6. Je moet steeds excuses aanbieden. Het ligt altijd aan jou. Daarmee stelt de manipulator zich in de bovenpositie. Sommige manipulators duiken echter in de onderpositie, om daarmee medelijden op te wekken. Ze zeggen meteen dat ze fout zitten en zeggen dat ze helaas nooit iets goed doen en je vriendschap niet waard zijn. Daarmee krijgt het gesprek meteen een andere wending, want jij zult zeggen dat het zo ook weer niet bedoeld was.
Manipuleren kunnen we allemaal, maar sommige mensen zijn er vanuit hun jeugd veel meer bedreven is dan anderen. En in een aantal gevallen is die manipulatie een gevolg van narcisme of van een borderline-persoonlijkheidsorganisatie.  

Manipulatief gedrag (2)

In manipulatief gedrag zit vaak een bepaalt patroon, een soort opbouw van de communicatie. Als je wel eens naar een programma over oplichters hebt gekeken zul je dit patroon herkennen. Maar het doet zich ook dichter bij huis voor...
  1. Manipulatieve mensen beginnen vaak heel vriendelijk. Ze geven je een compliment, waardoor je je gewaardeerd voelt. Bijvoorbeeld dat je zo’n vriendelijke uitstraling hebt, dat je je zo goed verzorgd gekleed hebt, dat je zo’n prettige stem hebt, dat je zo lekker gekookt hebt. Dat kan op zichzelf allemaal waar en welgemeend zijn. Maar bij mensen die je niet goed kent en die zo van wal steken kan er een adder onder het verbale gras verborgen zitten.

2. De ander laat jou veel vertellen over jezelf, waardoor je je gezien en gehoord voelt. Maar de persoon vertelt weinig over zichzelf. Hoewel: hij vertelt wel veel, maar weinig zaken die de binnenkant raken. Dat wat jij vertelt over jezelf wordt ingezet in de tweede fase.

3. Pas als de complimenten verwerkt en de informatie binnengehaald is komt er een tweede fase. De persoon gaat dingen van jou vragen. Je bent zo knap, hij zou best een weekendje met je op stap willen. Of hij of zij begint over tijdelijk financieel ongemak. Hij heeft genoeg geld op de bank, maar hij kan er net even niet bij en hij moet de aanbetaling doen voor een nieuwe auto, anders gaat de aankoop niet door.

4. Als je niet doet wat de persoon wil of als je aarzelt ontstaat er dwingend gedrag. Een manipulatief persoon probeert mensen over te halen. Dat kan door vriendelijk te zijn, door harder te gaan praten, door te vertellen dat het anders helemaal mis met hem gaat (‘dan is het jouw schuld als ik mezelf iets aan doe’). Jij wordt verantwoordelijk gesteld voor zijn (on)geluk.

5. Opvallend is ook vaak het zeer wisselende gedrag, waardoor je van slag raakt. Iemand wordt boos, dwingt jou en erkent daarna ruiterlijk dat hij fout zat en brengt een enorme bos bloemen voor je mee. Maar omdat hij die bloemen mee heeft gebracht smelt je hart en begint het verhaal opnieuw…

6. De feiten worden gemanipuleerd. Als iemand feiten verdraait, of probeert je te overweldigen met feiten en informatie, is er waarschijnlijk sprake van manipulatie. De feiten kunnen worden verdraaid door te liegen, smoesjes te verzinnen, informatie achter te houden, of te overdrijven. Een bekende vorm is het ‘gaslighten’: het verhaal zo verdraaien dat je aan jezelf gaat twijfelen. Het draait allemaal om de macht.

7. Iets doen voor jou waar je niet om gevraagd hebt. Dat is natuurlijk heel aardig, maar de manipulator doet het niet voor jou, maar voor zichzelf. Door je “een dienst te bewijzen”, verwacht hij/zij dat je er iets voor terug doet, en kan hij/zij klagen als dat niet gebeurt.

8. Wentelen in de slachtofferrol. De manipulator gebruikt slachtoffertaal: het is hem allemaal overkomen, hij kon er niets aan doen, hij is zielig, niemand houdt van hem en de anderen hebben hem dit allemaal aangedaan.

Waarschijnlijk herken je in dit gedrag kenmerken die passen bij de narcistische persoonlijkheidsstoornis of bij de borderline persoonlijkheidsorganisatie. 

Manipulatief gedrag

Manipulatie is niet anders dan emotionele chantage. Zelfs peuters zijn daar in zekere zin al toe in staat ('een lief hoog stemmetje opzetten om maar iets lekkers te krijgen). 

Bij emotionele chantage probeert iemand ons te bewegen om iets te doen of laten wat tegen ons eigen gevoel in gaat. Als iemand jou manipuleert doet hij dat vaak niet op basis van objectieve argumenten. Hij bespeelt niet onze cognitie (het denken), maar onze emoties.

Hoe herkennen we manipulatief gedrag?

Overal kunnen we manipulatief gedrag tegenkomen: bij onze familie, vrienden of kennissen, maar ook in de kerk, op school of op de werkvloer.

Het ingewikkelde is dat manipulerende vaak erg sensitief zijn voor de gevoelens van anderen. Daardoor komen ze in eerste instantie sympathiek over: eindelijk iemand die jou begrijpt.

Mensen die anderen manipuleren kunnen ook hulp afdwingen. Bekend zijn de oplichters die je o.a. op TV ziet. Dan gaat het meestal om geld, voor henzelf of voor de nooddruftige dieren. Ze kunnen ook hulp afdwingen door een beroep te doen op jouw hulpvaardigheid. ‘Dat kun jij zo goed, iedereen is zo blij met jou’.

Slachtoffers hebben vaak de eerste tijd (dat kan jaren duren) niet in de gaten dat ze gemanipuleerd worden. Dat heeft vaak ook te maken met het feit dat ze veronderstellen dat ze een goede persoonlijke relatie met de die persoon hebben.

Kenmerken van een manipulerend persoon:

  • werkt op ons gevoel. Hij doet bijvoorbeeld een appel op ons plichtsgevoel
  • spreekt ons gevoel van ijdelheid aan (‘bij jou ben ik aan het goede adres’)
  • werkt op ons schuldgevoel (‘als je dat niet voor me over hebt ben je geen echte vriend’)
  • als we tegenwicht geven hebben we een egoïstisch karakter
  • het manipuleren kan ook tot uiting komen in het beschuldigen en dan weer op een voetstuk zetten (‘ambitendentie’)
  • als de zaken niet gaan zoals gewenst door de manipulator is het onze schuld dat de persoon in kwestie niet lekker in zijn vel zit of zich ziek voelt.
  • dreigt met bezorgen van slechte naam, weglopen, en in extreme gevallen met geweld, zelfdoding enzovoorts.
Soms vinden manipulatieve mensen hun gedrag heel normaal. Ze zijn van huis uit niet anders gewend en zien er daarom vaak geen kwaad in. Manipulatie komt veel voor bij narcistische mensen en bij mensen met een borderline persoonlijkheidsorganisatie. 



Instellingsterrein wordt landgoed

Oude instellingen voor kwetsbare mensen bevinden zich altijd op grote terreinen. De instellingen waren eigenlijk aparte dorpen, ver buiten de bewoonde wereld. 
Een instelling met een eigen plaatsnaambord

Vrijdag kwam ik op het terrein van zo’n instelling terecht. Het is Huize Padua. Werkelijk een enorm groot terrein met lange rechte lanen, hoge bomen, klassieke en eerbiedwaardige gebouwen, een kerk en een kapel. De bewoners werden doorgaans begraven op het eigen terrein. Huize Padua ligt tussen de dorpen Handel en Boekel aan de rand van de Peel, waar kinderen vroeger turf aten.

Vroeger woonden mensen met een psychiatrische diagnose en mensen met een verstandelijke beperking bij elkaar op één terrein. De instelling ’s HeerenLoo-Loozenoord in Ermelo was de eerste grote instelling die speciaal bestemd was voor mensen met een verstandelijke beperking.

In 1976 kwamen verschillende groepen uit de psychiatrie over naar de instelling waar ik destijds mijn fiets had staan. Eén van de dames, met downsyndroom, had goed geleerd hoe ze psychotisch gedrag na kon doen. Zo hield ze al lachend hele redevoeringen tegen de hoeken van het plafond en rolde ondertussen met haar ogen. 
De weg loopt langs de rand van het terrein

Uit Huize Padua kwamen later ook verscheidene instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking voort, zowel voor mannen als voor vrouwen (apart van elkaar). De instelling specialiseerde zich in de psychiatrie (GGZ). Er zijn tegenwoordig aparte afdelingen voor mensen met een lichte verstandelijke beperking. Bij hen is sprake van een dubbele diagnose: veel psychiatrische problematiek in combinatie met een verstandelijke beperking.

In tegenstelling tot andere terreinen heeft hier geen ‘verdunning’ plaats gevonden. Er staan geen villa’s met vaak twee onder één kap zoals je op andere instellingsterreinen inmiddels vaak ziet. Soms is er elders zóveel gebouwd dat de eigen bewoners behoorlijk ingeperkt worden.

Het terrein van Huize Padua is nog altijd eigen terrein. De oude paviljoenen, deels in de stijl van de Amsterdamse School, staan er nog. Wel werd er nieuwbouw gepleegd op een klein stukje van het terrein. Maar die gebouwen (uit de jaren ’70) lijken mij niet meer te passen in deze tijd.

Op het terrein van Huize Padua

Het volgende bericht plukte ik van internet:

“Halverwege de achttiende eeuw vestigde een groepje broeders zich in Boekel. Hun thuis werd Huize Padua genoemd, in de volksmond de Kluis. De broeders bakten hosties, maakten kaarsen, brouwden bier en gaven onderwijs.

Na 1822 stopten de broeders met onderwijs. Ze legden zich toen toe op de zorg voor geesteszieken. Daarmee was deze broedergemeenschap de eerste Nederlandse congregatie die zich ging bezighouden met psychiatrie. De broeders legden met hun activiteiten in Boekel onder andere de basis voor de huidige geestelijke gezondheidszorg in Oost-Brabant.

Wie nu langs Huize Padua wandelt ziet niet één gebouw, maar een levendig landgoed. De oudste gebouwen stammen uit eind negentiende eeuw en de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw. Ze zijn destijds gebouwd om te voldoen aan de zorgvraag. Het terrein is nog steeds in gebruik voor mensen met een psychische kwetsbaarheid die werken aan herstel. Het gebouw de Kluis biedt nu onderdak aan museum De Kluis”.

Maar het afgelegen Padua gaat veranderen. Het wordt een levendig landgoed! “De komende jaren verandert Huize Padua naar een levendig landgoed. Een plek met ruimte voor wonen, (samen)werken, leren, zorg én interactie tussen buurtgenoten: bewoners, medewerkers, studenten en omwonenden. En een plek waar cliënten passend en zinvol werk kunnen doen, waar zij in contact komen met andere werkenden en vrijwilligers in een veilige omgeving”.

Als dat soort wollige PR-retoriek verspreid wordt denk ik er het mijne van.  

Cognitieve dissonantie en de bonbon

Cognitieve dissonantie is een term die een halve eeuw geleden bedacht werd door de Amerikaanse psycholoog Leon Festinger. Wat gebeurt er als je iets meemaakt wat niet in je ‘denkraam’ past?

Je kunt dan je handelen aanpassen, maar je kunt ook je denken aanpassen.

Stel dat je moet afvallen. Je loopt langs de koffieautomaat en daar staat ook nog lekkere koek. Een traktatie van een jarige collega. Op de heenweg negeer je die lekkere koek, want je moet afvallen. Je hebt je handelen aangepast.

Daarna heb je een vergadering. Op de terugweg kom je weer langs de automaat. Nu neem je wel een stuk van die lekkere koek, want het was een erg inspannende vergadering. Na inspanning mag je best even ontspannen. Af en toe zondigen moet kunnen. Nu heb je dus je denken aangepast.

Kees van Kooten heeft de werking van de cognitieve dissonantie toegepast op het eten van bonbons. Voor een aantal lezers zal het herkenbaar zijn…

  1. Zet de doos recht voor u op tafel, kijk er strak naar en zeg: “Ik neem er eentje”...
  2. Herhaal dit enige malen voor uzelf.
  3. Maak nu de doos open en bewonder de bovenste laag, terwijl u blijft herhalen: “Ik neem er eentje..”
  4. Neem er nu eentje.
  5. Sluit vervolgens de doos.
  6. Doe de doos weer open en tel, door met wijsvinger rechts van bonbons langs de binnenwand te wroeten, hoeveel lagen bonbons zij bevat en of het heel erg zou zijn, als u er nóg eentje nam..
  7. Beantwoord deze vraag derhalve ontkennend en neem er nog eentje.
  8. Doe de doos nu goed dicht.
  9. Zet haar hoog weg en zorg er bij dit wegzetten voor, dat er een bonbon uitvalt, die bijna op de grond terecht zou zijn gekomen, als u hem niet snel in uw mond zou hebben gestoken.
  10. Probeer nu de doos te vergeten.
  11. Zet een lekker kopje thee.
  12. Vraag u af of een bonbonnetje bij de thee, deze niet nog lekkerder zou smaken.
  13. Beantwoord deze vraag met “Ja!” en haal de doos van de kast.
  14. Drink, om de tweede laag bonbons te bereiken, nog drie kopjes thee.
  15. Verbrand of verstop overgebleven papiertjes van bovenste laag.
  16. Neem, om het aangebroken uiterlijk van nieuwe doossituatie te onderstrepen, één bonbon.
  17. Herhaal deze handeling.
  18. Zoek nu in onderliggende derde laag naar lekkere, ‘net zo’n bonbon als zoëven’ nog op bovenste laag.
  19. Verwijder deze bonbon uit derde laag en eet hem op.
  20. Maak, om ‘doorzakken’ in thans ontstane gat van derde laag te voorkomen, de tweede laag nog drie à vier bonbons lichter.
  21. Breng nu, ter correctie van de totale wanverhouding doos-bonbons, de bonbons over in schaaltje.
  22. Eet, ter vermijding van een lelijke ‘kop op het schaaltje’, diverse hinderlijke bonbons snel op.
  23. Eet, ter feestelijke opening van het zojuist tot bonbonnière gepromoveerde compôteschaaltje, nog zo’n twee à drie bonbons.
  24. Kies, voor verkrijgen van een ‘vol effect’ nu een kleiner schaaltje en laadt de bonbons hierin over.
  25. Handel bij evt. ‘lelijke kopvorming’ als in punt 22.
  26. Herhaal de stap van punt 23.27. E
  27. Eet de nu onduidelijke, niet langer presentabele bonbons terug tot twee stuks.
  28. Eet zelf de lekkerste van deze 2 bonbons.
  29. Verwijder alle bonbonsporen (denk aan de doos!)
  30. Presenteer uw partner bij binnentreden de overgebleven ‘welkom-thuis-bonbon’..!
  31. Zeg tegen je huisgenoot: ‘Je vindt ‘m lekker hè? Dan zal ik morgen eens een hele doos kopen!’

Narcisme: angst, woede en cyberpesten

Michelle E. Pence (lector aan de Universiteit van Texas) en James M. Honeycutt (lector aan de Universiteit van Lousiana) deden onderzoek naar onderliggende variabelen in de persoonlijkheid van mensen met narcisme. 

Kenmerkend voor narcisme vinden de beide onderzoekers dat deze mensen overgevoelig zijn voor kritiek en dat ze dit overcompenseren met opgeblazen zelfoverdrijving. Dat blijkt uit hun cognities (de manier waarop ze de wereld ‘verklaren’) en uit de communicatie. Onderliggend zijn een grote mate van angst en woede.

Opvallend is dat narcistische mensen een grote mate van fantasie bezitten. Ze beelden zich veel in over hun mogelijkheden. Bij sommigen gaat het zo ver dat ze o.a. diploma’s ‘verzinnen’.

Daarnaast willen narcistische mensen graag nieuwe ervaringen opdoen. Het is nooit genoeg. Als ze eenmaal een bepaald doel hebben bereikt willen ze weer een volgend doel halen. Zo kan een narcist meerdere intieme relaties tegelijkertijd aangaan, zonder zich daar echt schuldig over te voelen.

De contacten zijn vaak oppervlakkig, met weinig empathie. Mensen zijn middelen om een bepaald doel te bereiken. Een vriendin met een hoge opleiding is om mee op te scheppen, een mooie verschijning om mee te pronken.

Sociale Media

Opmerkelijk is het profiel van de narcist op Facebook. Hij heeft veel vrienden. Hoe komt dat? Niet doordat hij zo aardig gevonden wordt, maar omdat hij er alles aan doet om maar in beeld te blijven. Narcisten zijn voortdurend bezig met zelfpromotie, plaatsen veel selfies, en veranderen hun profielfoto voortdurend. Ze taggen zichzelf vaak en plaatsen zoveel mogelijk berichten over henzelf op andere sociale media.

Narcistische mensen zijn geneigd tot het hinderlijk volgen van anderen op internet en tot tal van vormen van cyberpesten. Anderen worden bespot en gekleineerd en vooral belachelijk gemaakt. Ze deinzen er niet voor terug om om compromitterende foto’s van anderen te plaatsen. Daarbij proberen ze zoveel mogelijk volgers mee te krijgen in het pestgedrag.

Samenvattend: bij narcisme is sprake van een extern zelfbeeld, ook op sociale media. Hoe meer likes, des te meer gelijk heb je. Angst en woede leiden tot het devalueren van anderen. Het jezelf verheffen ten koste van de ander is een basismechanisme binnen het narcistische proces. 

Charles Bonnet Syndroom

Laten we het eens over het CBS hebben. Deze keer heeft het blog niets met statistiek te maken, maar wél met een oogafwijking. 

Blinde man ziet andere mensen

In een bespreking ging het over een man die steeds een ander persoon in de kamer ‘zag’. De man heeft een visuele beperking en heeft als gevolg van zijn ouder worden in fysiek opzicht beperkte mogelijkheden. Wat was er met deze man aan de hand?

Ik dacht terug aan een andere situatie. Een tijdje geleden was ik op bezoek bij een meneer van rond de 90 jaar oud die vertelde dat hij steeds mensen zag lopen.

In principe kan dat natuurlijk, maar deze meneer was geleidelijk helemaal blind geworden. De enige manier waarop hij mij herkende was mijn stem. En toch meende hij steeds mensen te zien.

Ik heb geprobeerd aan hem uit te leggen wat er aan de hand was. Dat was ook nog niet altijd zo eenvoudig. Hij herkende mij wel aan mijn stem, maar zijn gehoor is toch ook behoorlijk achteruit gegaan.

Ik vertelde hem dat hij in zijn werk (hij was kapitein van een zeesleper geweest) altijd ontzettend goed moest kijken. Alle spieren van zijn ogen stonden bij wijze van spreken altijd op scherp. Vermoedelijk was hij al visueel ingesteld. maar deze situatie heeft gemaakt dat hij nóg meer visueel is gaan waarnemen.

En dan word je blind. Wat gebeurt er dan? We weten dat mensen hun ondergevoelige zintuigen proberen te stimuleren (bij blinden worden dat wel blindismen genoemd, bijvoorbeeld: het hard wrijven in de ogen). Omdat deze meneer zijn (voor hem belangrijkste) zintuig ‘kwijt was geraakt’ vertaalde zich dat ik (toch) weer het zien van mensen.

Overleden moeder naast het bed

Ik moest ook denken aan een verstandelijk gehandicapte en inmiddels slechtziende man die iedere avond zijn moeder naast zijn bed zag staan. De begeleiding dacht bij hem aan dementie. Maar verder vertoonde hij geen enkel kenmerk van dementie. Daarop baseerde ik mijn veronderstelling dat deze meneer mogelijk visuele prikkelingen ervoer als compensatie voor het missen van het zien van zijn moeder.

Als ik 24 uur in een donkere en geluiddichte kamer word opgesloten ga ik dingen zien en horen die er niet zijn. Dat komt omdat mijn zintuigen geactiveerd willen worden. Er is een voortdurende prikkeling nodig om goed te blijven functioneren.

In dat verband kun je dit verschijnsel ook verklaren. Want het zien van dingen die er niet zijn komt voor bij mensen die slechter zijn gaan zien. Ze zien minder, maar hun hersenen prikkelen de ogen om tóch dingen te gaan zien. Opmerkelijk is wel dat de beelden zich o.a. voordoen als ouderen TV-kijken. Wat in het beeld zichtbaar is treedt dus naar buiten. Ook geen onbekend verschijnsel bij o.a. kinderen in ontwikkeling, al heeft het daar een andere verklaring.

Verstoringen in het netvlies

Wat ouderen zien zijn overigens ook vaak verstorende beelden over het netvlies, bijvoorbeeld een streep door het beeld van de kamer. Het verschijnsel wordt het Charles-Bonnetsyndroom genoemd. In verpleeghuizen is mogelijk 30% van de bewoners slechtziend (lang niet altijd opgemerkt). Men verwacht dat het zien van dingen die er niet zijn vaker voorkomt dan totnutoe gedacht werd.

Om onderscheid te maken tussen dementie en deze waarneming moet je weten in hoeverre iemand er besef van heeft dat zijn waarneming niet klopt. Een dementerende oudere kan heel boos worden als je zegt dat er geen postbode over het dak van de buren loopt. Voor iemand met visuele hallucinaties op basis van onderprikkeling is het juist heel duidelijk dat het niet kan. Ze zijn vaak opgelucht als je verklaart waarom iemand iets ziet wat er niet is.

Deze verschijnselen staan beschreven in het boek ‘Neuroplasticiteit’ (door Dr. J. VanderMeulen, dr. M. Derix en Prof. dr. C. Lafosse; Boom, 2008, Euro 31,50).

Geheugen en slaap

Presteer je beter op een examen als je goed geslapen hebt? Kun je beter je boek onder je kussen leggen dan de hele nacht doorblokken?

Een eeuw geleden werd een positief effect van de slaap aangetoond in Amerikaans onderzoek. Als proefpersonen die een examen moesten doen na het leren even gingen slapen en vervolgens examen deden presteerden ze beter dan degenen die wakker waren gebleven maar op dezelfde tijd gestopt waren met studeren.

De onderzoekers verklaarden dat uit het feit dat je – als je slaapt – geen invloeden meer van buitenaf hebt. De slaap zou dus goed zijn om informatie te consolideren.

Uiteraard is dat onderzoek later vele malen herhaald. De uitkomsten zijn niet unaniem. Kennelijk is er meer aan de hand. Maar het is wél zo dat de meerderheid van de onderzoeken laten zien dat met slaap een positief effect bereikt kan worden. s men de proefpersonen tussen het leren en de toetsing van het geleerde laat slapen. Honderden studies in alle soorten en maten volgden. Soms bevestigden ze het effect niet, maar vaker wel.

Men denkt dat slapen leidt tot een ‘replay’: het nogmaals afdraaien van de lesstof, zodat de kennis dieper in de hersenen wordt opgeslagen. Dat werkt natuurlijk alleen als je overdag ook stevig hebt gestudeerd. Ik kan me overigens weinig momenten herinneren waarbij ik ’s nachts met de lesstof bezig was. Er zijn leukere zaken om van te dromen.

Meer waarschijnlijk is nog dat de verschillende fasen van de slaap verschillende geheugenfuncties activeren. De diepe slaap zou belangrijk zijn voor het declaratief geheugen (kennis die je bewust opslaat). De lichte slaap zou dan belangrijker zijn voor het emotionele geheugen: de verwerking van dingen. 

Een lui geheugen?

Tegenwoordig lees je veel over het actief houden van het geheugen. Je moet als oudere voortdurend hersengymnastiek zoen, anders vertroebelen de neurologische wateren in je bovenkamer. Maar klopt dat wel? 

Ondanks alle aansporingen voor het doen van hersengymnastiek zijn we in geestelijk opzicht luier geworden. We liggen ’s nachts niet wakker van de vraag hoe die politicus ook alweer heette. We doen het anders. We stoppen ons denken al snel en vragen Google om een antwoord.

Niet bepaald slim, vindt de Duitse geheugenonderzoeker Manfred Spitzer. Hij waarschuwt voor de gevolgen van deze geestelijke luiheid. Veel van ons denkwerk wordt overgenomen door internet en daardoor gaat ons geheugen achteruit. Hij noemt dit digitale dementie.

Spitzer: ‘Onze hersenen functioneren als een spier: als ze gebruikt worden, dan groeien ze. Worden ze niet gebruikt, dan verschrompelen ze.’ Spitzer verwijst daarbij naar een al eerder op dit blog geciteerd onderzoek over Londense taxichauffeurs. Degenen die de tomtom gebruikten hadden minder goed ontwikkelde ‘kaartverbindingen’ in de hersenen dan de chauffeurs die er een eer in stelden om zélf de weg te vinden. Wat dat betreft is er voor mij nog hoop: ik weiger de kaart en de fietsrouteplanner te raadplegen.

Onderzoekers aan de andere kant van de oceaan zijn minder somber. En met die andere kant bedoel ik de Atlantische Oceaan. Amerikanen houden van gemak en zijn ook minder somber over de toepassing van gemak. Volgens hen past het geheugen zich juist aan: studenten onthouden eerder hoe ze het antwoord op een vraag kunnen vinden, dan dat ze het antwoord zelf onthouden. ‘Transactief geheugen’ noemen ze dat: er ontstaat een soort collectief geheugen, zodat ieder individu minder hoeft te onthouden.

Sterker nog, de informatierijke omgeving die internet creëert, zou ons brein juist stimuleren en bijdragen aan het Flynn-effect. Ook daar heb ik al eerder over geschreven. Onze gemiddelde intelligentie stijgt: elke volgende generatie scoort weer hoger op de intelligentietest. Vergeleken bij mijn kleindochters ben ik maar een domme opa.

Gebaseerd op een artikel door Henk Maassen en Nicolien van der Have in Medisch Contact, 18 december 2013.