Levende voorbeelden

Soms ben je als docent een levend voorbeeld. De afgelopen week gaf ik drie maal cursus voor medewerkers in de ouderenzorg. Maar er vielen af en toe hiaten in mijn verhaal.

Die hiaten ontstonden vooral doordat ik niet op namen kon komen. Dat heet een ‘opdiepprobleem’. Het niet op namen kunnen komen staat op 1 in de ergernissen-lijst van ouderen. Ik zou zeggen: ‘Mens erger je niet. Er zijn ergere dingen’. Maar op zo’n moment zit je denken anders in elkaar. Het ingewikkelde was dat ik vaak niet op de namen kan komen, maar wel op de plaatsnaam waar de persoon in kwestie woont danwel zijn vak uitoefent. Professor Dinges is verbonden aan de universiteit van Dundee in Schotland en geriater IJ is woonachtig in het Limburgse Montfort.

Naarmate de stress toeneemt, nemen de opdiepproblemen ook toe. Maar het kan ook met vermoeidheid te maken hebben. De beste manier om je namen te binnen te laten schieten is om ze je niet te binnen te laten schieten. Dan ploppen ze vanzelf op. Maar dat is dan weer hetzelfde als het ‘Denk niet aan die roze olifant’.

Omdat ik mijn gehoorapparaat was vergeten begreep ik ook een deel van de vragen niet. Vraag: Meneer A, wat hebt u gisteren gedaan? Antwoord: ‘Goede vraag, de komkommers zijn ook in de aanbieding’.

Toen ik thuis kwam zei Tineke: ‘Heb je echt zó les gegeven?’ Ik vroeg: ‘Hoe anders?’ Volgens Tineke was mijn kleding niet op orde. ‘Dat kon zo echt niet’. Daar kun je je van alles bij voorstellen. Vroeger was ik daar altijd bang voor. Als er cursisten begonnen te giechelen vreesde ik als mannelijke docent tussen bijna alleen vrouwelijke cursisten het ergste. Later bedacht ik dat er ergere dingen zijn.

Van de cursisten heb ik geen opmerking gehoord. Ik wacht de evaluatie maar af. 'De docent paste zijn wijze van optreden goed aan aan de inhoud van de lesstof'. 

Kukelbloemen

Eén van de kenmerken van mijn moeder was dat ze erg klein was. Dat gold trouwens ook voor haar broers en zussen. 

Klein zijn heeft veel nadelen. Maar het heeft ook voordelen. Zo kon mijn moeder goed bij de onderste schappen in de supermarkt. Daar staan de goedkope huismerken. Ze was dus doorgaans goedkoper uit dan de gemiddelde Nederlander.

Tijdens wandelingen plukte mijn moeder graag bloemen. Jullie kunnen dus wel raden van wie ik die neiging over heb genomen. Maar naarmate mensen ouder worden gaat het evenwicht achteruit. Het gevolg was dat mijn moeder als 80-plusser tijdens het bloemen plukken nog wel eens omviel. Daarom werd er in de familie gesproken over ‘kukelbloemetjes’.

In de laatste jaren van haar leven was mijn moeder grotendeels rolstoelgebonden. Als ik op bezoek kwam sloeg ze bij voorkeur de warme maaltijd over en gingen we met de rolstoel naar de plaatselijke snackbar. Daar scoorden we een kroket. Dat smaakte mijn moeder kennelijk beter dan de maaltijd op de afdeling. Een tweede kroket sloeg ze af, want één kroket stond gelijk aan een warme maaltijd.

Vanuit de rolstoel was het lastig bloemen plukken. Mijn moeder reageerde wel eens met ‘dat zijn mooie!’ Dan stonden we even stil bij zo’n bloem en mijn moeder probeerde zich de naam te binnen te brengen. Bij bekende bloemen lukte dat prima, maar bij minder bekende bloemen was het gissen. Ik kon haar niet helpen. Als Tineke meeliep gingen er de meest wilde namen over-en-weer. Dat vond mijn moeder heel interessant. ‘Van Tineke leer je nog eens wat’.

Het gebeurde ook wel dat mijn moeder een bepaald bloemetje mee naar huis wilde nemen. Langs de berm was dat geen probleem, maar de gemeente Maassluis heeft veel stenen, maar weinig berm.

Soms stond er een mooie en overdadig bloeiende plant in een tuin. ‘Zal ik er toch eentje plukken, moeder?’ zei ik dan. ‘Dat zou wel leuk zijn, maar het mag natuurlijk niet’ zei mijn moeder. ‘Zal ik het vragen aan de mensen?’ ‘Doe dat maar niet’ zei mijn moeder. ‘Ik ga er toch eentje plukken, speciaal voor u’ zei ik dan. ‘Dan moet je mij wel even verderop zetten’ zei mijn moeder, ‘anders heb ik het gedaan’. 

Op die manier kwamen er toch nog regelmatig zelfgeplukte bloemen in de vaas bij mijn moeder. ‘Eigenlijk mag het niet. Zo heb ik je niet opgevoed’ zei mijn moeder ter overweging. Maar van de bloemen genoot ze wel…

Agendaperikelen

Oude tijden herleven weer. Destijds had ik regelmatig drie afspraken tegelijk op één avond. Dat had zo zijn voordelen.

Ik kon dan namelijk bij alle afspraken zeggen dat ik elders moest zijn. Omdat ik zelf geen oorzaak was van die dubbele afspraken (ze werden gewoon ingepland) hoefde ik me ook niet zo schuldig te voelen. Dat leverde dan vervolgens een vrije avond op. Maar dit excuus lukt me nu niet.

Mijn agenda is inmiddels aan lager wal geraakt en dat leidt tot nieuwe problemen. Juist op een leeftijd dat het geheugen dramatisch achteruit gaat moet je zorgen dat je je agenda goed bijhoudt. Zodra je dat niet doet gaan er zaken mis.

Van Tineke, die ik verdenk van een stalen geheugen (net als haar vader) had ik agendafouten niet verwacht, maar zij had gistermorgen toch drie afspraken tegelijk staan, terwijl ze in fysiek opzicht maar op één plek kon zijn.

Van mezelf kon ik voorspellen dat een agenda wel handig zou zijn, maar ik paste mijn gedrag niet aan. De meeste afspraken staan op de kalender in de woonkamer, maar ik ben daar niet helemaal consequent in. Vooral als er een datumprikker in omloop is heb ik niet in de gaten wat me boven het hoofd hangt.

Zo moest ik gisteren een cursus geven. Dat wist ik nog. Het stond ook genoteerd. Die cursus zou plaatsvinden in de middag, zo had ik bedacht. Dat leek me wel een mooie tijd. Langzaam opstarten in het kader van het leeftijdsvriendelijke ouderenbeleid. Daarna als een speer cursus geven. En ’s avonds weer geleidelijk uitdoven.

Helaas bleek de cursus ’s avonds gegeven te worden. Ondertussen had ik ook een datumprikker voor een vergadering rondgestuurd. En ik had zelf besloten dat de dinsdagavond de meest geschikte avond was. Vervolgens meldde Tineke dat ik verwacht werd vanwege een activiteit van huishoudelijke aard wegens het feit dat haar oudste zus een halve eeuw is getrouwd met de één of andere Jan.

Tineke heeft ook een broer die Jan heet. Dat is weer iemand anders. Die was net voor coronatijd ook een halve eeuw getrouwd. Dat hebben we hier in huis op gepaste wijze gevierd, inclusief een vrouwelijke burgemeester, liederengezang en taart. En het voordeel van twee Jannen in de familie is dat je minder moeite hoeft te doen voor het bedenken van de goede naam.

Maar nu had ik dus weer drie afspraken op één avond. De Zoomvergadering moest ik met gekleurde kaken van schaamte afzeggen. Dan gaat de vergadering alsnog door. Ik ben niet de voorzitter, maar slechts een schermheilige op afstand.

De familiebijeenkomst: daar kon ik bij zeggen dat ik slechts een aangetrouwde versie van de familie ben en dus onmogelijk verder kom dan een bijrol aan de zijlijn. Aan de familie van Tineke kan ik toch niet tippen.

Maar de cursus die ik moet geven kon ik moeilijk afzeggen. De cursisten komen uit het hele land en dan voor niets naar Rotterdam.

Bovendien gaat de cursus over het geheugen en geheugenproblemen. Oftewel over vergeetachtigheid. Hooguit zou ik door mijn afwezigheid een treffende illustratie kunnen zijn van wat er gebeurt als mensen vergeetachtig worden... 

Waarom zweeg Henk?

Ik heb al eens eerder over deze brug geschreven. Hij staat in mijn geheugen gegrift vanwege een situatie die ik als kind meemaakte.

Dat ik er nu weer aan herinnerd werd kwam door een verhaal uit een roman over de Hongaarse geschiedenis die ik aan het lezen ben. Daar maakt een jongen tijdens de opstand in 1956 mee dat hij een vermoord persoon in een boom ziet hangen. Hij vertelt thuis niets.

In 1957 stepte ik van huis uit (in Gorkum) langs de Arkelse Onderweg in de richting van Arkel. Ik had geen fiets, maar was wel in het bezit van een step. Het was een instepmodel voor de fiets die mij later de ruimte gaf om de wereld te verkennen.

Een eindje verderop (voorbij de brug) zag ik een man lopend met een fiets de parallelweg (de provinciale weg: de Arkelse Dijk) oversteken. Er kwam net een bus aan. De man werd aangereden en klapte tegen de klinkers. De bus reed deels over hem heen.

Ik ben naar huis gestept en heb thuis niets verteld. Ik weet niet waarom niet. Misschien moest ik eerst woorden vinden voor wat ik had gezien. Of misschien schaamde ik mij omdat ik die man niet geholpen heb.

De brug bestaat nog steeds. Hij past binnen de monumentale bouwwerken van Rijkswaterstaat in de jaren '50. Hij is inmiddels verbouwd en er is een kunstwerk in aangebracht. Maar door het inmiddels zeer intensieve verkeer vraagt de brug extra onderhoud. Beton is niet voor de eeuwigheid ontworpen, aldus een vriend die gepromoveerd is op het verschijnsel beton. 

Henk is Woke! De tweede prik…

Op het moment dat dit blog viraal gaat krijg ik mijn tweede prik. Dat is levensgevaarlijk. Ik weet het. Ik lees genoeg coronasceptische sites om te weten dat je dood kunt gaan van deze vaccinatie.

Zo kun je bij Viruswaarheid lezen hoeveel inwoners van het VK zijn overleden als gevolg van de vaccinatie. Het gaat om meer dan tienduizend mensen en volgens Willem Engel is dat een onderschatting, het kunnen er ook tien tot honderd maal zoveel zijn. Daar trek ik me niets van aan. Sinds de Brexit hoef ik me over Great Britain geen zorgen te maken. Dat zoeken ze dáár maar uit!

Ook zouden er zo’n 1200 miskramen in de afgelopen twaalf weken het gevolg zijn van de vaccinatie tegen covid-19. Dat is een bijzonder gegeven. Want pas deze week begint men in Engeland met het vaccineren van mensen beneden de veertig jaar. Kennelijk telt het VK een groot aantal bejaarde zwangere vrouwen. Een andere verklaring zou dus kunnen zijn dat op de leeftijd van 60 jaar de kans op een miskraam aanzienlijk groter is.

Engel komt ook met het bewijs dat Ivermectine zeer effectief blijkt te zijn tegen corona. Zowel in Tsjechië als in India daalde het aantal ziekenhuis-opnames spectaculair nadat Ivermectine vrij was gegeven voor gebruik. In werkelijkheid is in twee kleinere deelstaten in India Ivermectine vrij gegeven (en niet in Delhi waar Engel naar refereert. En in Tsjechië schrijven weinig artsen Ivermectine voor omdat ze menen dat het middel meer kwaad dan goed doet.

Het zijn net zulke verbanden als wanneer ik zeg: ‘Elke keer als ik nies gaat er op Antarctica een pinguin dood.’

Volgens antivaxxers is die prik helemaal niet nodig. Het is allemaal een medisch experiment. ‘Als je immuunsysteem maar op orde is word je niet ziek’ lees ik tientallen malen op internet. Eén van onze vrienden beweerde hetzelfde. Daarom weigerde hij een vaccin. Gisteren werd hij met ernstige benauwdheidsklachten en een veel te lage saturatie opgenomen in het ziekenhuis. Vanmorgen kwam de vraag aan de orde of hij naar de IC moet. De vitamine C, de vitamine D en de zink hadden niet geholpen.

Dat lijkt me geen prettige bijwerking van vitamine C, vitamine D en zink. Maar nu ik het toch over bijwerkingen heb: vandaag krijg ik dus mijn tweede prik. Maar gisteren had ik al last van mijn arm. En als ik daarna over de stoeprand struikel is dat vast ook weer een bijwerking.

Hoera: weer iemand die wakker is en ziet hoe gevaarlijk de vaccinatie is. Ja mensen, ik ben echt WOKE! Ik houd het allemaal goed in de gaten!

Silly Walks in Spijkenisse

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, kom jij wel eens in Spijkenisse?" Dat zal ik jullie zeggen. Sinds we in Delft wonen fiets ik elke maand wel een keer door Spijkenisse. Het was ooit een dijkdorp, maar nu is het een satelietstad van Rotterdam, met torenhoge flats lans de Oude Maas. De plaats staat zelfs vermeld in skyscrapercity, een internationale site waar je hoge nieuwbouw terug kunt vinden. 

Spijkenisse heeft de eenzame toerist weinig te bieden. Maar sinds 2018 bevindt zich hier een bijzonder zebrapad. Het idee kwam via John Cleese, die in Monty Python het Ministry of Silly Walks opgericht. Op diverse films is hij te zien met tal van bijzondere loopjes, die navolging verdienen.

Al vanaf de eerste uitzending van Monty Python (waarin John Cleese deze loopjes uitvoerde) had ik de onbedwingbare neiging om bij zebrapaden op deze manier over te steken.

Tineke vond dan 'dat ze er niet bij hoorde'. Maar tegenwoordig doet ze ook mee...

Herinnert u zich déze nog?

De Top 40 van 14 september 1968

Dit was de tijd waarin ik op zaterdagmiddag met mijn oor tegen de radio in de woonkamer zat te luisteren naar de Top 40. Ik had geen eigen radio. Als mijn moeder na haar middagrust beneden kwam moest de radio uit. Ik kwam meestal tot ongeveer nummer 20. Dat de Beatles als enorme klapper op nummer 1 binnen kwamen heb ik die zaterdag dus niet kunnen horen…

Een week later woonde ik op kamers. Ik kocht meteen maar een eigen radio...

Krukfiets

Ik wil het niet over mijn lichamelijke ongemakken hebben. Zoiets hoor je niet publiekelijk te bespreken. Maar ik vertel iets over vroeger. De zieligheidsindex van die periode is inmiddels wel verjaard. 

Zoals al meerdere malen vermeld was in in de winter van 2011 van mijn sokken en mijn Gazelle gereden door een Duitse wegpiraat. Je denkt met sneeuw onderuit te gaan door de gladheid, maar je wordt geveld door de bumper van een automobiel. Vanaf die dag was ik mijn bewegingsvrijheid kwijt.

Wegversperring. Koeien blijken niet gevoelig voor een duwtje met krukken van Duitse makelij. Dus ik liep hier fietsvertraging op…

De rolstoel vond ik een onmogelijk gevaarte, dus na zes weken op vier wielen besloot ik het maar weer eens op twee wielen te proberen. De dokter vond dat gevaarlijk, maar zonder fiets is Henk niets. Ik onttrok me dus aan het toezicht van de dokter en kocht een fiets met lage instap. Daar werden twee krukken op bevestigd.

Op die fiets fietste ik steeds verder heen. Dat ging niet vanzelf. Tijdens één van de eerste ritten fietste ik een tunneltje in, maar ik had geen kracht genoeg om weer naar boven te fietsen. Gelukkig was de brandweer in de buurt aan het oefenen. De mannen hebben mij gered en een zetje gegeven zodat de vaart er weer in kwam.

Drie maanden later vatte ik moed bij de dokter en vroeg hem of ik misschien ook weer een keer mocht gaan proberen om te fietsen. Hij zei 'liever niet, maar als u het niet kunt laten houd ik u niet tegen'. De fietsteller stond op dat moment op 1741 km. Maar dat heb ik hem niet verteld. 

Breien in de klas

Toen ik in de jaren '70 les gaf was een gewoonte van veel cursisten dat ze breiden tijdens de les.

Het hoofd opleiding was het daar niet mee eens. In de les mocht niet gebreid worden. Of haken, borduren en macrameeën ook verboden werden, daar heb ik toen niet over nagedacht. Dat was misschien nog een passend alternatief geweest.

Ik was niet zo solidair met het korps van full-time docenten. Zo’n maatregel vond ik maar onzin. Ik was ook niet bij de besluitvorming betrokken geweest. Het breien hoefde van mij niet verboden te worden. Er was geen enkele aanleiding om te denken dat breiende leerlingen minder zouden opletten.

Ik stelde als extra zinvol alternatief zelfs nog voor dat de cursisten een trui voor mij zouden breien. Daar kon toch niets op tegen zijn. Nog diezelfde les werd ik helemaal opgemeten door een aantal enthousiaste leerlingen. Ze wilden de volgende les aan de slag gaan.

Helaas is het niet zover gekomen. ‘We’ hadden immers besloten dat er niet gebreid mocht worden tijdens de lessen? Dat ik niet bij dat ‘we’ betrokken was geweest en de leerlingen al helemaal niet: dat deed niet terzake.

Bij één van de cursusgroepen viel mij op dat drie van de vier mannen de toets der kritiek van het hoofd opleiding niet konden doorstaan: ze konden niet verder met de opleiding. Van de 18 dames slaagden er 17. Dat bracht mij op een nieuw idee. De heren hadden niet gebreid, de dames wel. Zou het kunnen zijn dat breien een positief effect had op de leerprestaties?

Helaas werd de opleiding niet direct gekenmerkt door ruimte voor afwijkingen in de leer. Het voorstel werd niet eens in stemming gebracht. Een paar maanden later moest ook ik het veld ruimen. Van die trui is het nooit meer gekomen.