Fietscamera

Een jaar of tien geleden had ik een fietscamera.

In Nederland waren die camera’s nauwelijks te koop. Ik kocht er één in Duitsland van voor 70 euro. Het was leuk om even te proberen, maar het was niet echt een succes. Zo was het beeld in twee opzichten schokkerig: zowel het verloop van de beelden als als gevolg van de trillingen van de weg.

Ik heb me jarenlang af en toe georiënteerd op een alternatief voor deze camera. De ontwikkelingen gaan razendsnel. Iedere maand komen er nieuwe camera’s bij. Bovendien worden ze steeds kleiner. Je kunt ze zelfs je bril laten verwerken.

Naast de bekende merken GoPro en Sony komen er allerlei nieuwe merken op de markt. Een voordeel van die nieuwe merken is dat de accessoires veel goedkoper zijn. Je kunt een camera kopen, maar je hebt ook hulpstukken nodig. De camera in je hand houden op de fiets in onveilig.

Uiteindelijk heb ik nu toch weer een fietscamera gekocht: de SJCAM 7 STAR. Hij is iets groter en iets dikker dan een lucifersdoosje. Oorspronkelijk had ik mijn oog laten vallen op een (nog) kleiner broertje, maar de afstandsbediening was niet leverbaar. En zo’n afstandsbediening (op de pols) is toch wel handig ter voorkoming van allerlei capriolen met vallende fietsers.

Nu nog de vraag of ik ga snappen hoe hij werkt. Hij is al een paar dagen in huis, maar het zijn drukke dagen. Ik heb er nog niet goed naar kunnen kijken. In cognitief opzicht is het een goede oefening voor ouderen. Alleen een aan en uitknop daagt niet uit om de hersentjes actief te houden…

Fietsbretels

Al eerder heb ik er over geschreven dat ik steeds meer moeite krijg om namen te onthouden.
Tegenwoordig noem ik begeleiders op mijn werk nogal eens ‘zuster’. Dat scheelt mij een hoop gepieker. En de meeste cliënten vinden het helemaal niet zo vreemd. Ze zijn opgegroeid in de tijd dat de zuster inderdaad gewoon zuster werd genoemd.

In het boek Het Seniorenbrein (Atlas Contact, 2012) schrijft André Aleman dat dertigers en veertigers de moeite om op namen te komen wijten aan hun drukke bestaan. Vijftigers en zestigers beginnen zich echter af te vragen of er iets onder hun schedeldak niet in orde is.

Hoewel medewerkers van mijn vroegere werk wel eens opmerken dat ik zo goed namen kon onthouden denk ik daar zelf anders over. Het kostte me ook destijds al een heel jaar om alle namen van cursisten in mijn hoofd te stampen (die groepen zag ik eens in de vier weken). Zodra iemand haar haar had geverfd was ik ook de naam meteen weer kwijt (…). Bij een dementie-vragenlijst zou de moeite met het onthouden van namen wat mij betreft dus ook als ‘karakteristiek’ vermeld kunnen worden.

De afgelopen maanden betrapte ik mezelf echter ook steeds meer op het niet op namen van voorwerpen kunnen komen. Dat is een meer verontrustend verschijnsel. Volgens Aleman begint dat al op je 20e, maar ik vind het nu allemaal toch wel een beetje teveel van het goede… Ik durf ook niet meer te zeggen dat dat allemaal komt door een te volle agenda.

Gisteren moest ik onthouden dat ik thuis iets moest onthouden. Dus stuurde ik mezelf (thuis) een mailtje. Maar ik kon niet op de naam van het betreffende voorwerp komen. Dus bedacht ik: fietsbretels.

Pas na lang nadenken tijdens een treinreis kwam ik op het bedoelde woord. Ik bedoelde een ‘spin’ om daarmee iets vast te zetten op de bagagedrager van mijn fiets…

Blogstatistiek

Ik schrijf niet voor de statistiek, maar af en toe kijk ik wel welke blogs het meest gelezen worden. En dan is er eentje waar ik me over verbaas. Ik had namelijk nooit gedacht dat dat blog het meeste bekeken zou worden.

In juni stond duidelijk bovenaan Amsterdam Sloterdijk, spoor 9 en 10. Wat maakt dat iedere maand weer zoveel mensen dat (oude) blog gaan bekijken? Daarna volgen op afstand ‘relatie tussen narcist en borderliner’, ‘borderline en kinderen’ en ‘Astro TV’. Allemaal oude blogs.

Kijk ik naar de herkomst van de bezoekers, dan is het niet vreemd dat Nederland bovenaan staat. Maar hoe kom ik maandelijks aan zo’n 2000 bezoeken uit de USA? Kunnen die mensen mijn teksten lezen? Of houdt de CIA me in de gaten? Daarna volgen op afstand België en Duitsland…

Snurken (slot)

Ik was dus ‘ontsnurkt’.

Dat heeft als nadeel: je kunt bij het voorlezen van je kleindochter ook niet meer het geluid van een varken nadoen. Maar in die tijd had ik nog geen kleindochter.

Maar had de ingreep ook geholpen? Ik moest weer een nacht naar het ziekenhuis (tegenwoordig kan dat onderzoek ook thuis gedaan worden). Voor dat jaar had ik de verzekering er dus weer uit (…). Het bleek dat de apneu weliswaar was verminderd, maar nog niet was voldoende was verdwenen.

Uit het onderzoek kwam ook dat ik als ik op mijn rechterzijde lig minder last heb van apneu dan wanneer ik op mijn linkerzijde lig. Dat verklaart ook waarom de rechterzijde de voorkeurszijde is: het is een veiliger manier van slapen.

Ooit begeleidde ik een scriptie in de nachtdienst van mijn werk. Veel mensen met Down-syndroom slapen zittend, of bijvoorbeeld half liggend op knuffels. De nachtdienst heeft dan de neiging om iedereen weer netjes op het kussen te leggen. Maar mensen met Down-syndroom hebben die houding vanwege lijfsbehoud: hun lange tong veroorzaakt dat de keel gemakkelijk wordt afgesloten. Door meer rechtop te slapen wordt dat risico minder.

MRA

Een Belgisch onderzoek bracht mij op het idee van de MRA: het Mandulair Repositie Apparaat. Dat is een beugel die je onderkaak wat naar voren duwt waardoor de keel wat meer open blijft. Het wordt ook wel een snurkbeugel of een bitje genoemd. Een anti-snurkbeugel is natuurlijk een betere benaming.

Armando in de Volkskrant heeft grote moeite met dat ding. Zijn vriendin zegt: “Als hij het van mij in moet doen kijkt hij mij gepijnigd aan en trekt een lelijke bek, om mij een schuldgevoel te geven.” Ook onze tandarts beschreef vele pijnen die hij moest doorstaan. Hij besloot het ding gewoon weg te gooien.

De operatie werd bij mij wél vergoed, maar de MRA niet. Toch bleek de MRA hét verschil te maken. Vanaf die tijd sliep ik veel beter en was ik overdag veel meer uitgerust. Ik heb er ook geen last van gehad. Opmerkelijk is dat een invasieve ingreep die niet omkeerbaar is destijds wel werd vergoed en dat de MRA werd gezien als een niet wetenschappelijk bewezen ‘hulpmiddel’. De KNO arts meent dat bij mij de beugel alleen kon helpen doordat ik me eerst had laten onthuigen. Dat is ook een visie.

Inmiddels wordt de MRA wél vergoed door de verzekering, maar is het bedrijf waar ze de afdruk in een kluis hebben bewaard failliet gegaan. Ik moet dus opnieuw ‘happen’.

 

Snurken (3)

Er zijn allerlei manieren om minder te snurken. Bij de drogist kun je van alles aanschaffen, maar volgens slaapdeskundige Reinier de Groot van het Nederlands Slaap Instituut kun je daar beter niet je geld aan besteden.

Het beste middel tegen het snurken vind ik trouwens: wakker blijven. Maar als je dat te lang doet ga je dood. Dus dat helpt maar tijdelijk.

Middelen die helpen:

  1. Afvallen.
  2. Stoppen met alcohol.
  3. Stoppen met roken.
  4. Gebruik van de SPT: de sleep position trainer. Deze geeft een signaal als je op een verkeerde manier gaat liggen. Mensen die op hun rug liggen snurken veel meer dan mensen die op hun zij liggen.

Ademhalingsdepressie

In 2003 moest ik ‘een kleine ingreep’ ondergaan in een Universitair ziekenhuis. Op advies van een ‘handenteam’ zou ik geopereerd worden aan een vinger met een beknelde zenuw. Ik kreeg slechts een ‘roesje’ zoals dat ik de volksmond heet. Dus geen zware narcose. Tot grote schrik van de verpleegkundigen liep ik een ademhalingsdepressie op. Een soort van zware apneu tijdens de behandeling. Maar omdat ik ‘beneveld’ was kwam ik daar zelf niet meer uit. En de anesthesioloog was niet op de afdeling… Foutje van het ziekenhuis. Voor straf mocht ik niet naar huis. Dat was de eerste aanleiding om toch maar eens wat onderzoek te laten doen.

Aanslag op de gezondheid

Ernstige apneu doet op termijn een aanslag op de gezondheid. Volgens de dokter die mijn slaapgrafiek had bestudeerd zou ik rond mijn 70 e aanzienlijke gezondheidsschade hebben opgelopen. Zo zouden hart en hersenen teveel opdoffers krijgen, zou mijn bloeddruk stijgen en zou ik diabetes op kunnen lopen. Dat zou op die leeftijd levensbedreigend zijn. Wilde ik nog een paar jaar van mijn pensioen kunnen genieten, dan moest ik nu in actie komen…

Eerder had de huisarts ook al zoiets gezegd vanwege mijn longen. Volgens haar had ik COPD ontwikkeld  (overigens is deze diagnose later weer ingetrokken). Dus de toekomst zag er voor mij – althans in dit leven – somber uit.

Eerlijk gezegd maakte ik mezelf niet zoveel zorgen over mijn toekomstige gezondheid. Bovendien had ik het te druk om nog allerlei toestanden te moeten ondergaan. Maar die visie zou ook een vorm van uitstelgedrag oftewel vermijding kunnen zijn.

In ieder geval: als ik zelf had kunnen kiezen had ik voorlopig geen actie ondernomen. Maar ik had ook nog een persoonlijk begeleider in huis in de vorm van mijn wettige huisgenote.

Ik kwam dus toch weer bij de slaapdokter terecht. Een beetje afvallen kon geen kwaad, maar mijn bezwaar is dat je dan duurder per kilo reist met de trein. Alcohol drink ik niet, ik rook ook niet, dus daar viel geen winst te behalen.

Ingreep

Maar volgens de slaapdokter kwam het echt op handelen aan. Hij kon me niet dwingen, maar raadde me toch een medische ingreep aan. Ik zou onthuigd moeten worden. Ik vroeg me af of je wel zonder een huig kunt leven, maar dat kon volgens hem. Bovendien zou de chirurg een klein beetje huig laten staan. In moeilijke termen heet die operatie: de UPP (Uvulo Palato Pharyngo Plastiek). De bedoeling is dat je meer ruimte in de keel krijgt.

Dochter Nynke maakte zich wel enige zorgen over haar vader, omdat ze als logopedist wist dat je na zo'n operatie bepaalde letters niet meer kunt zeggen. Die heb ik vooraf logopedisch geoefend.

Als het moet, moet het. Op een zonnige dinsdagmorgen begaf ik me in de ochtendspits naar een Amsterdams ziekenhuis, Iedereen ging naar school of naar het werk en ik ging in Amsterdam in een bed liggen om me vervolgens te laten onthuigen.

Het klinkt eng, maar het stelt niet zoveel voor. Toen ik 25 jaar was, zijn mijn amandelen ‘geknipt’. Dit was net zoiets. Je hebt een week keelpijn, zelfs het eten van appelmoes is pijnlijk, maar daarna kun je weer gewoon op de fiets stappen. Ook al eerder, trouwens.

Snurken (2)

In de wachtkamer van de dokter lag de folder: Snurkers opgelet! Mensen die tijdens de slaap ademstilstanden hebben moeten zich altijd bij de dokter melden. Maar daar was ik al. Die folder moeten ze huis aan huis verspreiden, anders weet je het niet...

Snurken heeft allerlei oorzaken. Als je bijvoorbeeld allergisch bent voor pollen met als gevolg een bedobde neus heb je een aanzienlijke kans dat je gaat snurken. Dat heet de polsnurk. Die treedt nogal eens op in het voorjaar en de zomer.

Nu wordt het wat persoonlijker.

Ooit was ik een uitstekende snurker. Er klaagde zelfs iemand aan het ontbijt in een hotel dat ik zoveel nachtelijk geluid had geproduceerd. Om misverstanden te voorkomen: die mevrouw sliep niet bij mij op de kamer (als was dat wel voordeliger geweest, want nu stond er op beide kamers een bed leeg).

Tineke had last van mijn gesnurk, maar ze heeft mij om die reden nooit naar de bank gestuurd. Ze ging zelf doorgaans naar de bank, maar dan overdag om geld te halen.

Tineke meende echter dat ik last van apneu: een nachtelijke stilstand van de ademhaling. En anders dan de vriend van Haroon Ali liet ik mij wel gewillig naar de dokter sturen. Zo ben ik wel.

De dokter stuurde mij door naar een slaapkliniek. Daar heb ik maar liefst drie nachten doorgebracht, voorzien van draadjes, slangetjes en buisjes. Op die manier zag ik er uit als een terminaal patiënt. Omdat ik er niet tegen kan om vastgezet te worden maakte ik ’s nachts in die toestand nog een wandeling rond het ziekenhuis. Dit leidde tot enige schrik bij sommige mensen die mij tegen kwamen. Vooral de vraag of ‘het’ niet besmettelijk was, was nogal prangend.

Ik dacht dat ik hele nachten niet had geslapen, maar dat was niet zo. Ik bleek alle nachten een uur of zes te hebben geslapen. De slaap werd echter voortdurend onderbroken door een stilstand van de ademhaling. Ik haalde de een score van 35, dat wil zeggen: een ernstige apneu. En zelfs: er was sprake van het slaapapneusyndroom. In opgetogen toestand verliet ik de slaapkliniek. Eindelijk had ook ik een syndroom!

Iedereen met slaapapneu snurkt. Maar lang niet iedereen die snurkt heeft een slaapapneu. We spreken van een syndroom als de nachtelijke ademstops leiden tot een aanzienlijk grotere lichamelijke kwetsbaarheid en tot grote vermoeidheid overdag.

Inderdaad had ik bijna nooit het gevoel dat ik uitgerust was. Zo lang ik maar actief bezig was kon ik de slaap meestal wel tegen houden. De hele dag vergaderen en vaak zelf de leiding hebben hield me meestal wakker (maar niet altijd…). Ik ben overigens zelfs wel eens op de fiets in slaap gevallen…

Slaapapneu komt vaker door dan gedacht werd en het lijkt ook toe te nemen. Bij een onderzoek bij Philips werden 14.000 mensen 'getest' met nieuwe meetapparatuur om het slaappatroon vast te stellen. Het bleek dat 8,9 % van de medewerkers slaapapneu had...

Pincode vergeten

Eén van mijn veelgeprezen tantes woonde al zo’n 25 jaar in hetzelfde huis. Ook voor mij was het een beetje thuis. Mijn ouders verhuisden regelmatig, maar dit gezin bleef immer en altoos op hetzelfde adres wonen.

Toen ze een keer de politie moest bellen vanwege een plaatselijk ongemak vroeg de agent op welk nummer ze woonde. Ze wist het niet meer. Ze moest naar buiten lopen om het nummer te zien. Toen wist ze het weer. Het is nu dertig jaar later en deze tante is nog aardig bij de les. Het was geen kwestie van beginnende dementie. Ze was het gewoon even kwijt.

Onder een bepaalde psychische druk kunnen mensen opeens vaardigheden kwijt zijn. Zo werd door een collega ooit een vrouw getest die een HBO-opleiding met mooie cijfers had afgerond. Je zou verwachten: bovengemiddeld intelligent. Maar uit een IQ-test (die tien jaar later werd afgenomen) bleek dat deze mevrouw op verstandelijk beperkt niveau functioneerde. Dat verval in intelligentie kan plaatsvinden na een herhaalde psychose, maar deze mevrouw had geen psychose gehad. Ze had wél meer last op haar schouders te dragen dan dat ze aan kon.

Omdat ik bij allerlei organisaties betrokken ben moet ik regelmatig – maar ook op wisselende tijden – wisselen van wachtwoorden. De wachtwoorden die ik zelf moet bedenken kan ik doorgaans wel onthouden. Maar de wachtwoorden die een ander voor mij bedenkt zijn heel wat ingewikkelder. Zo kreeg ik onlangs een wachtwoord dat bestaat uit 22 cijfers. Dat is zeker om de inhoud van mijn hersenen in beweging te houden…

Maar er zijn ook codes en wachtwoorden die ik al een paar jaar gebruik. Toch ging het vanmorgen mis. Ik wist helemaal het wachtwoord van het account van mijn digitale agenda niet meer. Nog steeds niet, trouwens.

En toen ik gisteravond wilde pinnen bleek dat ik ook de code van mijn pinpas ben vergeten. Dat is wel voordelig, maar ook lastig… Ik moet nu in etappes boodschappen doen, zodat ik steeds contactloos een klein bedrag kan pinnen…