Horoscoop

Eerlijk gezegd heb ik niets met horoscopen en sterrenbeelden. Ik geloof in een andere Voorzienigheid.

Maar vanwege een gedwongen wachttijd vatte ik een krant ter hand en kwam daarin ook de horoscoop voor die dag tegen.

Henk

Deze horoscoop zette mij aan het denken. Voor mij was deze dag het volgende van toepassing: “Bedenk eerst eens goed wat je nu werkelijk wilt. Het is onverstandig om je vast te leggen, terwijl je nog helemaal niet zeker bent van je zaak. Dan kun je beter nog even wachten.”

Kijk, op dát advies zat ik nu echt te wachten. Het is allemaal heel duidelijk.

Ik kon alleen niet bedenken waar ik mezelf nu net mee bezig was vast te leggen en waar ik echter toch nog niet zeker van was. Ik ging zelfs twijfelen of ik iets over het hoofd had gezien.

Ik heb mezelf inderdaad die dag niet vastgelegd, maar ook niet gewacht, omdat ik niet wist waar ik op zat te wachten.

Tineke

Dan maar de horoscoop van mijn wettige huisgenote Tineke. Ik zie nu pas – na een relatie van bijna een halve eeuw – welk sterrenbeeld er bij haar hoort. Kun je nagaan hoe goed ik ben ingevoerd.

“Je bent een succesvol mens. Maar in plaats van blij te zijn met jouw succes zullen er altijd mensen zijn die jaloers worden. Vandaag wordt dat weer eens heel duidelijk”.

Ik kan niet ontkennen dat Tineke talenten heeft en dat ze die ook goed weet in te zetten. Maar ze zit niet zo in elkaar dat ze die talenten ook graag tentoonstelt. Het liefste houdt ze zich op de achtergrond.

Het zou niettemin kunnen zijn dat iemand niet tegen haar ‘succes’ kon. Dat in het kader van het thema ‘rivaliteit’ binnen de sociaal-emotionele ontwikkeling. Maar omdat ik haar niet heb gesproken weet ik dus niet wie er in haar omgeving een aanval van jaloezie heeft gekregen. Ik zal haar later een keer overhoren.

Nynke

Voor onze dochter Nynke geldt het volgende: “Je geeft je mening en je partner voelt zich daardoor gekwetst. Laat het daar niet bij. Praat de moeilijkheden tot op de bodem uit, zodat er niets onder de oppervlakte blijft broeien”. 

Nynke heeft een partner, dus het zou kunnen dat ze heeft opgemerkt dat schoonzoon Frank de vaatdoek niet goed heeft uitgespoeld. Deed die arme man zó zijn best, is het toch niet goed. Nee, dat moet je dan wel met elkaar bespreken, natuurlijk, anders raakt het aanrecht besmet. En zo’n aanrecht moet nooit tussen twee partners in komen te staan. Bij ons kan dat trouwens niet, het aanrecht staat tegen de muur.

Maar volgens mij is dit een advies dat in alle relaties van toepassing is.

Rimpels

Ik loop door Schiphol en passeer een stand met huidproducten.

Een mevrouw schiet mij aan en wil aan mij een proefmonster met één of andere creme slijten. Ik reageer wat afhoudend.

Dan vraagt ze waarom ik dat product niet wil hebben. “It’s for free!” Ja, dat ken ik, van de colporteurs met gratis kranten bij de stations. Deze krant is gratis, maar je hebt toch zómaar een abonnement.

Ik zeg: “I don’t need it!” 

Ze komt dichter bij mij staan en merkt op dat ik rimpels in mijn gezicht heb. En daar valt best iets aan te doen.

Ik zeg dat ik daar geen last van heb en dat ik op mijn leeftijd vind dat rimpels er gewoon bij horen.

Ze kijkt naar mijn hand, ziet een ring en wil ze weten of ik getrouwd ben. En of mijn vrouw daar niks van zegt. Nee, daar zegt ze niets van. Ze is gelukkig met mij zoals ik ben.

Maar bent u dan gelukkig met uw vrouw? Oh heden, nu gaat het tweede traject beginnen.

Ik zeg dat mijn vrouw OK is zoals ze is en dat ze haar eigen smeerselen beheert. Maar de mevrouw heeft toch nog iets héél speciaals in de aanbieding. Het ruikt ook nog lekker, dat moet ik als haar echtgenoot toch óók heel prettig vinden. En wat zal ze blij zijn met een man die met zó’n kado thuis komt.

Ik heb genoeg gehoord over de smeerselen en smeer hem maar snel naar de aankomsthal.

Theezakjesvertraging

Ik ben gewend om overal ruim op tijd in hoogst eigen persoon te verschijnen. Alleen gaat er door overmacht wel eens iets mis. Er was een seinstoring, er kwam een ingewikkelde crisis tussendoor of mijn veter zal vast tussen de trappers en ik daarmee vast aan mijn fiets.

Toch heb ik tegenwoordig een vertragend probleem. Aan de theezakjes die ik nuttig hangt namelijk een tekst. Het is – voor de goede orde – natuurlijk niet zo dat ik theezakjes nuttig. Ik had wel een cliënt die honderden theezakjes per jaar inclusief nietjes doorslikte, maar zo ver ben ik niet gekomen. Het gaat om de inhoud van die theezakjes: die wordt vermengd met heet water.

Die teksten zetten mij aan het denken. Daardoor heb ik ’s morgens in alle vroegte nagedacht over kwesties als deze:

a) Waarvoor kwam je vroeger vaak in de problemen?

b) Welke karaktereigenschap zou je graag willen hebben?

c) Welke leeftijd zou je het liefste willen hebben?

d) Wat at je het liefste toen je klein was?

e) Wat is de raarste droom die je ooit hebt gehad?

f) Hoe ziet jouw perfecte date er uit?

g) Op welke onbeantwoorde vraag wil je graag antwoord?

h) Wat kocht je van je eerste salaris?

i) Zou je liever het verleden veranderen of de toekomst willen zien?

j) Wat is het moeilijkste dat je ooit gedaan hebt?

Tsja, daar zit je dan ’s morgens mee terwijl de dag nog moet beginnen. Het was al ingewikkeld genoeg om me in de goede volgorde aan te kleden. Moet ik ook nog over dit soort vragen na gaan denken.

Alleen het antwoord op vraag h wist ik direct. Die was ook het meest concreet. Ik kocht een nieuwe fiets (superdeluxe, want drie versnellingen): een Raleigh Superbe met als framenummer 1616123.

 

 

Mevrouw Gabriëls

Sinds ik geen vaste baan meer heb – maar allerlei los pedagogisch kluswerk in de agenda heb staan – heb ik veel vaker nachtelijke herbelevingen.

Wees gerust: het gaat niet over grootscheepse trauma’s zoals bij mensen die na een traumatische jeugd hun leven lang hard hebben gewerkt en pas na hun pensioen alles alsnog moeten verwerken.

Het gaat wel vaak over zaken waar ik ‘vroeger’ niet uit kwam, zoals over cliënten bij wie ik nooit de pedagogische sleutel had kunnen vinden (die dromen komen het meeste voor). Maar de afgelopen nacht had ik weer eens een atypische droom. Ik kan hem niet plaatsen.

Bijzondere hospita’s

Ik zat als student op kamers bij een hospita. Die mensen waren vroeger best streng. Ik mocht bijvoorbeeld niet koken en geen damesbezoek ontvangen. En niet op schoenen door de gang.

Tineke had óók een hospita. Ze moest het ene half jaar met haar linkervoet onder aan de trap beginnen. Het andere half jaar met de rechtervoet. Dan sleet de trap gelijkmatig. Mannen mochten gedoseerd op bezoek komen, maar ze mochten niet naar het toilet. Dat was roze en voor dames gereserveerd. 

Hospita met aquarium en yoga

Goed, mijn hospita was een aardige mevrouw met aquarium. Dat was van haar man geweest. Ik had twee taken: eens in de twee weken het aquarium schoonmaken en de administratie verzorgen. Dat was in ruil voor huurverlaging. Dat kwam mij goed uit, want ik was vanwege uitbundige studieprestaties mijn studiebeurs kwijtgeraakt.

Mijn hospita heette anders, maar mijn moeder noemde haar consequent mevrouw Gabriëls. Ze zei dat ze mij een beetje als haar zoon beschouwde, maar volgens mijn moeder was ik háár zoon. Maar in ruil voor huurverlaging wilde ik best twee moeders hebben.

Mevrouw Gabriëls deed aan yoga. Dan hoorde ik haar met haar 70 jaar steunen en kreunen omdat ze bijna niet meer uit de knoop kwam. Ze kookte met een hoedje op, omdat haar haar anders vet werd.

Het bureau van mevrouw Gabriëls

Deze mevrouw Gabriëls, geliefde lezertjes, kwam dus opeens terug in een droom.

Ik droomde dat ze contact met mij zocht omdat ze haar bureau terug wilde hebben. Ik had géén idee dat ik ooit het bureau (dat op mijn kamer stond) mee had genomen.

Ik moest dus op zoek gaan. Op de vliering van ons eervorige huis (waar inmiddels ook al weer twee andere gezinnen hebben gewoond) hoopte ik dit bureau te kunnen vinden. Maar hoe ik ook zocht: ik kon het niet vinden.

En waar ik nu nog naar zoek is een verklaring: hoe kom ik aan deze droom? Wat is de betekenis er van? 

Fietsval

Twee of drie keer per jaar stort ik met mijn fiets ter aarde.

Op de leeftijd van 66 plus wordt doorgaans geadviseerd om dat niet te doen. Maar ik zie er voordelen van. Ik oefen namelijk twee of drie keer per jaar mijn valtechniek. Ook de afgelopen week ben ik weer geslaagd. Fiets en berijder zaten onder de blubber, maar ze raakten beiden niet gewond. Slechts twee parende meerkoeten schrokken zich een hoedje. Maar zoiets moet je ook niet midden overdag langs de openbare weg doen.

wolkenluchten-berkelse-zwethIk fietste vrijdag over een dijkje langs de Berkelse Zweth dat door de overvloedige regenval nogal beblubberd was. Voorgaande fietsers hadden diepe sporen door de klei getrokken. Op een gegeven ogenblik raakte ik in een slip. Dan zie je je leven in een flits aan je voorbij gaan. Althans, dat hoor je wel eens. Maar het is mij niet opgevallen.

fietsvalHet voorwiel van mijn fiets schaarde en ik maakte een snoekduik in de zompige klei. Het stuur van de fiets en de hele voorkant van mijn jas zaten onder de blubber. Ook mijn broek moet in de was. Maar dat moest hij toch al. Alleen heb ik geen idee hoe de kersverse wasmachine met gevallen-fietstiptoetsen werkt. Misschien hang ik mijn broek wel in de afwasmachine tussen de wijnglazen.

Ik maakte ter plaatse een paar foto’s en hees mezelf weer op het zadel. Na 20 km. (verder) fietsen was ik weer thuis.

 

Wachtkamer

Dit blog heeft meelevende lezers…

wim-henkNaar aanleiding van het blog over Wim of Henk? vroeg een lezer hoe het met mijn gezondheid is. Ik had terloops gemeld dat ik het Wim & Henk-plaatje in de wachtkamer van de dokter tegen was gekomen.

Een vraag die mij ter plekke prangde was overigens of ik dan zo’n plaatje ook mee naar huis had mogen nemen… Maar zo ben ik niet opgevoed.

Volgens een boek over geriatrie verkeer ik op een leeftijd waarbij allerlei mankementen de kop opsteken, totdat het geheel een domino-effect krijgt en je dood neervalt. Ook aan het geheugen mist het één en ander, want vandaag kreeg ik een uitnodiging om in juni vier keer een lezing te houden over geriatrische patiënten in de stoel. Ik kan me er niets van herinneren dat ik dat ooit heb afgesproken.

Wat de lichamelijke ongemakken betreft: volgens mij valt dat bij mij best mee. Ik heb ook geen Twitter waar ik met eventuele lichamelijke ongemakken kan grossieren in de hoop daarmee wat aandacht te kunnen genereren.

Wel hoorde ik vorige week van een bevriende huisarts dat de griepprikcocktail weer niet dekkend was geweest. In feite was hij helemaal niet effectief. Ben ik voor niks geprikt. Op zo’n moment ga ik toch denken wanneer ik aan de beurt ben met een forse griepaanval. Je zou er bijna ziek van worden. Dat hoort bij een hypochondrische inslag.

Ik was niet bij de dokter vanwege een uit de hand gelopen griep, maar vanwege een loslopende hechting. Die was een maand geleden niet verwijderd. Dan krijg je vanzelf vreemde verschijnselen. Ik had dus eigenlijk een soort van hechtingsstoornis. De dokter heeft de stoornis met een scherp mesje verwijderd en ik kon weer naar huis.

Zo fris als een hoentje. Zonder Wim & Henk cartoon.

Wim of Henk?

In 1968 kwamen we bij het eerste college sociale wetenschappen naast elkaar te zitten in de collegebanken van de VU.

Twee domineeszoons met Friese wortels: Wim en Henk. Behalve die roots waren er trouwens nog opvallend veel meer overeenkomsten.

In 1975 gingen we allebei als orthopedagoog werken op dezelfde instelling. We kregen dezelfde kamer en aanvankelijk waren we verantwoordelijk voor dezelfde ‘paviljoens’.

De gevolgen bleven niet uit. Er waren tal van mensen die ons door elkaar gingen halen. Wim werd Henk en Henk werd Wim.

Toen Henk een keer een stuk had geschreven waar de directeur erg boos over was denderde hij onze werkkamer binnen en gaf Wim de wind van voren. Wim hoorde het allemaal aan, gaf de directeur groot gelijk en belde daarna Henk op dat hij voorlopig maar beter even niet in het hoofdgebouw kon verschijnen.

De naamsverwarring werd steeds groter. Bewoners, personeelsleden en toevallige passanten in de stad noemden Wim Henk en Henk Wim. Het werd zelfs zó bont dat Wim’s echtgenote hem af en toe Henk noemde.

Tijd om te verkassen. Henk vertrok naar elders. Maar daarmee was het probleem niet verholpen. Bij de nieuwe organisatie werd Henk regelmatig Wim genoemd. En dat werd zelfs zo bij de daarop volgende organisatie. Kennelijk heb ik een Wimhoofd.

wim-henkWim bleef zijn eerste werkgever trouw en bleef nog steeds af en toe Henk genoemd worden.

Vanmorgen zat ik bij de kersverse dokter in de kersverse wachtkamer. Daar zag ik dit plaatje. Het heeft kennelijk zo moeten zijn…