Waar was Henk op 9/11?

Het antwoord luidt: Henk was er even niet. Hij was zojuist onder zeil gebracht in een universitair ziekenhuis. Hij was zich dan ook van geel enkel onheil bewust.

Toen hij bijkwam was er sprake geweest van enige paniek bij het verpleegkundig personeel. Er waren toeters en bellen gaan rinkelen vanwege een ademhalingsstilstand. Maar de dienstdoende specialist was niet aanwezig. Hij zat elders het ingelaste extra Journaal te bekijken.

De dienstdoend specialist sprak mij later en vertelde wat er aan de hand was in de wereld. Ik kon het me niet voorstellen. Mijn reactie was slechts: ‘Ik kan ook niet even buiten westen zijn of het gaat mis in de wereld.’

Voor straf moest ik langer in het ziekenhuis blijven. Pas de volgende dag zag ik op de TV wat er aan de hand was in New York. 

Jarig

Vandaag is dit jongetje 71 jaar geworden

De dag begon met en uitgebreid ontbijt met scones en gezang vanuit de straat.

Helaas bleek de bakker het door mij bestelde gebak aan iemand anders te hebben meegegeven. Ze mochten niet vertellen aan wie, dus ik kon die tractatie niet weer opeisen. De visite moest het dus met geïmproviseerd gebak doen.

Ik kreeg acht boeken, dus voorlopig heb ik weer genoeg te lezen. Nadeel is dat ik nu weer acht boeken weg moet doen. Dat is de afspraak: ‘een boek erin is een boek eruit…‘ Of een nieuwe boekenkast, natuurlijk…

Daarnaast kreeg ik ook een zwembroek. Wat dáár de bedoeling van is???

Poetsen op één been

Eén van de grotere risico's van het ouder worden is: het valrisico. Daar zijn oefeningen voor. Maar de zwaartekracht is vaak wel sterker dan het effect van de oefeningen. 

Ik heb ooit meegedaan aan zulke oefeningen. Dat was in het kader van een cursus, dus ik moest wel. Je moest een dienblad met kopjes met één hand in hoog tempo naar de overkant brengen en ondertussen een hoofdrekensom doen. Eigenlijk iemand van de bediening in de horeca die uit haar/zijn hoofd (m/v) alvast de klant de kosten in rekening brengt.

Ik werd totaal ongeschikt bevonden. Daarom werk ik – ondanks alle vacatures – ook niet in de horeca. Sterker nog: de fysiotherapeut die de cursus gaf meende dat ik zó valgevaarlijk was dat ik beter de rest van mijn leven in een rolstoel kon gaan zitten.

Ik vond het gevaar wel meevallen, maar dat zie je vaker bij ouderen: ze ontkennen de risico’s. En ze hebben gelijk: er moet ook nog wel een beetje geleefd kunnen worden.

De andere opmerking betreft het hoofdrekenen. Dat is bij mij geen kwestie van achteruitgang. Dat is karakteristiek. Ik heb het nooit gekund. In de tijd dat de meisjes op de lagere school ‘nuttige handwerken’ kregen moesten de jongens aan hoofdrekenen doen. Dat is bij mij nooit iets geworden.

Het ‘nuttige handwerken’ zou ook niets zijn geworden, trouwens. Het is een wonder dat ik nog enige vorm van vervolgonderwijs heb kunnen genieten. Ik deed daar wel langer over dan normaal, maar elke klas heeft een vaderfiguur nodig.

Afgelopen week hadden we bezoek van een mevrouw die in haar werkzame leven fysiotherapeut was. Zij sprak en zeide dat ik moest oefenenen met het op één been tandenpoetsen. Ik dacht bij mijzelf: wat een onzin, ik woon toch niet in Den Haag waar in het stadswapen een ooievaar staat? Bovendien is al lang al duidelijk dat ouderen beter maar één ding tegelijk kunnen doen.

’s Avonds – toen het idee wat bezonken was – dacht ik: dat moet toch gewoon te doen zijn, een ‘makkie‘. Dat bleek tegen te vallen. Ik kan op mijn rechterbeen niet tandenpoetsen zonder om te vallen, links lukt dat wel. Daar is vast een neurologische verklaring voor. Bij rechts moet ik me ergens aan vast houden, bijvoorbeeld aan de verwarmingsbuis, die vervolgens ombuigt.

Mocht de tandarts de volgende keer zeggen dat ik mijn tanden niet goed heb gepoetst: dat ligt niet aan mij. Het komt door de oefeningen. Ik ben minder valgevaarlijk, maar krijg nu wel een kunstgebit.  

Het kopen van een jas op zaterdagmiddag

Ik werk een paar dagen in Fryslan en deze keer gaat Tineke mee. Maar halverwege de middag zei ze: 'Maar ik ga niet met een zwerver op stap!'

Het bleek dat ze mij daarmee bedoelde. Terwijl ik toch niet vind dat ik echt een zwerver ben. Ze vond echter dat mijn zomerjas nogal verkleurd en verfrommeld was. Maar dat vind ik bij de tand des tijds horen. Jassen die verkleurd zijn, maar het verder prima doen moet je niet in gaan ruilen voor andere jassen. Tineke had vroeger kastanjebruin haar en nu grijs, maar ik ruil haar óók niet in.

Ik heb altijd begrepen dat het om de persoon gaat. Dus als ik in een verkleurde jas loop, dan moet dat niets uitmaken. De vraag is wie er in die jas zit…

Maar om vier uur besloot ze toch dat ze naar de stad zou gaan teneinde een nieuwe jas te kopen. Ik vreesde het ergste. Probeer maar eens op de drukste dag van de week binnen één uur een passende jas te scoren! Daar moest ik toch enig zicht op houden. Dus ik ging voor de zekerheid toch maar mee.

Eén van de problemen van een 70-plusser is dat het hoofd langzamer gaat. Dat merk ik in het verkeer. Op zaterdagmiddag door Delft fietsen is niet eenvoudig. Tineke's hoofd is echter nog niet aan slijtage onderhevig (of ze negeert het). Ze scheurt op een hoog tempo door de overvolle straten. Die man die haar op grote afstand met een wazige blik volgt: dat ben ik. 

De eerste zaak leverde niets op. Geen passende jas. Verkeerde stof en maar één jaszak. De tweede zaak leverde ook geen jas op. Ik ga geen 350 euro betalen voor een jas die mooi staat maar vervelend zit. De derde zaak had alleen maar van die plastic-achtige jassen voor mensen die een fetish voor glimmende kleding en meestal ook tattoos hebben. Tenslotte troffen we nog een winkel voor in de vrije tijd aan. Daar hadden ze o.a. handenwarmers te koop, bivakmutsen (voor overvallen) en enkele zomerse jassen.

De bedienmevrouw moest op een trapje klimmen om de jas te pakken. Ik maak me altijd grote zorgen over vrouwen die op keukentrapjes klimmen, maar het ging goed. En ziedaar: die jas paste. Weliswaar te weinig zakken voor portemonnee, sleutels, pasjes en mondkapjes, maar misschien moet ik ter aanvulling een damestasje kopen.

Tineke vond het ook een mooie jas. Ze paste een maatje kleiner en die paste haar ook. Er hangen nu twee identieke jassen aan de kapstok. Dus dat gaat binnenkort een keer mis. Verkeerde jas mee.

Als we samen op stap gaan keert de tijd van de unisex terug. Begin jaren '70 droegen we vaak identieke kleding en we hadden dezelfde haardracht. 

Trouwdag

We trouwden op de warmste dag van 1973. In 2021 was onze trouwdag één van de koudste dagen van de zomer.
Zie voor de beschrijving: hier onder

Nochtans en desalniettemin: we laten ons niet weerhouden door het klimaat. We gingen gewoon naar het strand bij Wassenaar.

Deze keer huurden we een beroepsfotograaf in om het 48 jaar getrouwde echtpaar op de foto vast te leggen.

Daarna nuttigden we een lunch in het Engelse landhuis op het kasteelpark van huize Voorlinden in Wassenaar.

Halverwege de middag fietsten we weer naar huis. De fietsteller had er weer 40 kilometer bij opgesteld.

NB: het echtpaar dat jullie op de foto zien is in beeld gebracht door de Australische kunstenaar Ron Mueck. Hij maakt van allerlei kunststoffen levensechte beelden van mensen, maar dan twee keer zo groot. Dit kunstwerk heet: 'Couple under an umbrella'. Het is te zien in Museum Voorlinden in Wassenaar. 

Zwarte Piet

Vanmorgen schreef ik over Zwarte Piet. Eén keer in mijn werkzame leven ben ik zelf omgebouwd tot Zwarte Piet. Ruim 40 keer verscheen ik als Sinterklaas.
Henk 50 als Zwarte Piet

Voor sommige mensen schijnt het een racistische actie van ongekende omvang te zijn als je je laat verkleden tot Zwarte Piet. Ik was me destijds van geen kwaad bewust.

Wat wél een probleem was dat de afschmink op het Amsterdamse dagverblijf waar ik als Zwarte Piet op had getreden zoek was geraakt. Ik besloot daarom in gewone kleding maar met een zwart gezicht naar huis te gaan. Met het OV. Op het perron was ik even vergeten dat ik zwart was. Totdat ik merkte dat sommige mensen wat vreemd naar mij keken.

Poes Poes zag er graag goed gekleed uit

In de trein kwam een hele grote donker getinte man tegenover mij zitten. Hij keurde mij echter geen blik waardig.

Toen de conducteur langs kwam keek ze naar mij, naar de foto op mijn abonnement en weer naar mij. Ze vertrok geen spier. Maar achter de klapdeuren hoorde ik haar opeens proesten van het lachen.

Thuis dook onze zwarte poes Poes van schrik onder de bank. Poes Poes had de schrik in de benen van een inbraak die een paar weken eerder in ons huis had plaats gevonden.

Wij waren toen o.a. onze identiteit kwijt geraakt benevens tal van andere spullen. En Poes Poes moest niets meer van verdwaalde vreemdelingen in huis hebben die opeens via een klapraam naar binnen waren gekomen. 

Pinstoring

Op vrijdagmiddag werd het tijd voor het doen van de boodschappen voor het weekend. Deze boodschappen scoor ik bij voorkeur bij één van de drie plaatselijke Plus-winkels. 

Geleidelijk werd de kar steeds voller. Ik had dan ook twee fietstassen mee. In de gangpaden pleegde ik regelmatig telefonisch overleg met Tineke, want wat precies ‘zuiver vegan’ is, waar geen suiker aan is toegevoegd, waar geen harde vetten in zitten en wat biologiscch licht afbreekbare onverzadigde zachte vetzuren zijn, dat weet ik allemaal niet. Gelukkig ben ik sinds enige tijd in het bezit van een mobiele telefoon. Dat is nodig vanwege die ingewikkelde boodschappen.

Bij de kassa stond een file. Het bleek dat er een plotselinge pinstoring had toegeslagen. Ik bestudeerde het karretje, maakte een inschatting van het af te rekenen bedrag, telde de contante zegeningen in mijn portemonnee en kwam tot de conclusie dat de boodschappen onbetaalbaar waren.

Wat zouden jullie in het onderhavige geval doen? Ik overwoog om een deel van de boodschappen terug te zetten in de belendende vakken van de winkel. Dan kon ik voor de rest van de boodschappen contant betalen. Dat vond ik een redelijk slimme oplossing voor iemand met een beperkt en onhandig IQ.

De tweede optie was dat ik het karretje kon laten staan, naar de Albert Heijn in de wijk zou fietsen (daar staat een geldautomaat), contant geld tevoorschijn zou toveren, mijn karretje weer op zou halen in de Plus en dan alle boodschappen contant zou kunnen betalen. De vraag was alleen of niet mét een pinstoring ook de geldautomaat buiten westen zou zijn geraakt.

De derde optie was de werking van de koffiemachine in de Plus. Sinds de karretjes weer 50 cent kosten is de koffie weer gratis. Ik besloot dus koffie te gaan drinken.

En ziedaar: toen ik het bekertje koffie leeg had was ook de pinstoring opgeheven. Dat kan geen toeval zijn. Het is nu onomstotelijk bewezen dat het drinken van een kop koffie een probaat middel tegen een pinstoring. Viruswaarheid-voorman Willem Engel had het verband niet beter kunnen bedenken.

Eenmaal buiten bleek het slot van mijn fiets defect te zijn geraakt. De metalen boog van het slot bleef niet op zijn plaats zitten. Daardoor zakte die boog steeds tussen de spaken. Dat had een ratelend geluid tot gevolg. En het was niet goed voor de spaken.

Als je slot defect is wordt het tijd voor een nieuwe fiets. Maar het was tijd om eerst de boodschappen thuis te bezorgen. Toen ik eenmaal binnen was ging ik niet meer naar buiten. Dus ik kocht geen nieuwe fiets.  

Slaapproblemen en spoorslapen

Het is niet de gewoonte om hier mijn zwakheden en gebreken te etaleren. Maar soms wil ik toch iets melden. Zoals vandaag.

Als kind was ik een slechte slaper. Ik viel moeilijk in slaap. En als ik ’s nachts wakker werd was ik ook vaak lang wakker.

Later – tijdens mijn werkzame leven – was de slaap ook niet optimaal. Wel viel ik op ongewenste momenten in slaap. Zoals tijdens een lezing van een slaapspecialist, dr O uit H., ’s middags na de lunch. Hij had het over slaapproblemen…

Ook ben ik een keer op de fiets in slaap gevallen. Persoonlijke ongelukken deden zich toen gelukkig niet voor. Het was midden in de nacht op de Afsluitdijk.

Ik heb een tijd erg slecht geslapen. Toen heb ik twee therapieën bedacht. De eerste was: een nacht gaan fietsen en dan overdag gewoon gaan werken. Daarna had ik zóveel slaaptekort opgebouwd dat ik wél kon slapen.

Het tweede middel was het kijken naar ‘Die schönsten Bahnstrecken’. Dat was een vorm van nacht-TV, opgenomen van achter de voorruit van de trein. Vooral trajecten in Australië (enkel spoor, kaarsrecht) en het oosten van Griekenland bleken zeer slaapverwekkend.

Aan het type slaapproblemen kun je meestal goed zien wat er aan de hand is. Als je snel inslaapt, na de eerste diepe slaap, was je fysiek moe.  Maar als je dan weer wakker wordt ben je lichamelijk fit genoeg om wakker te blijven. Maar je hoofd werkt vervolgens niet mee om weer in slaap te komen: daar zitten teveel piekers in. Dat heet een doorslaapprobleem. 

Na mijn pensioen sliep ik aanzienlijk beter. De afgelopen twee jaar zelfs als een blok. Elke nacht zeven uur. Maar opeens was het over. Geen idee waardoor en waarom.

Slaapproblemen kunnen een voorstadium van dementie zijn, zegt mijn handboek ouderenzorg. Maar als ik daar aan ga denken slaap ik natuurlijk nóg minder…

Het programma ‘Die schönsten Bahnstrecken’ bestaat niet meer. Maar inmiddels blijken er op You Tube tientallen van dit soort films beschikbaar te zijn. Dus ik ben maar eens gaan bankzitten. Een cabinerit met de trein van Zwolle naar Roosendaal.

Ik heb niet eens meer gemerkt dat de trein Zwolle uit reed. Bij Wijhe werd ik even wakker. Olst heb ik gemist. Deventer heb ik waargenomen, maar ik werd niet echt wakker. Zutphen en Dieren heb ik gemist. Arnhem heb ik even gesignaleerd, maar ik heb niet meer gemerkt dat de trein het station verliet. En dat allemaal zittend op de bank.

Vlak voor Nijmegen werd ik wakker. Er werd namelijk omgeroepen dat de trein als gevolg van een ongeval niet verder kon rijden. Dan moet je natuurlijk uitstappen. Ik stapte van de bank af en wandelde slaap naar het echtelijke bed. Daar kon ik gerust verder slapen.

Nep-What’s-App

Vanmorgen kreeg ik een appje. "Lieve Pap, mijn telefoon is gevallen. Ik heb tijdelijk een ander nummer. xxx.. N." (geanonimiseerd). 

Dankzij Tros-Opgelicht weet ik dat tal van ouderen de dupe zijn geworden van What’s app fraude. Fake-dochter appt vader met een verzoek om financiële ondersteuning. Dit bericht was subtieler. Maar wel precies de toonzetting waarin dochter N haar vader appt. En daar schuilt dus het gevaar.

Ik bel als check dochter N op haar eigen telefoon. Die doet het gewoon nog. Dus het was een nep-what’s app. Ik dacht even: ‘zal ik het spelletje meespelen?’ Dan weet je dat het volgende bericht is dat de nieuwe telefoon wat duurder uitvalt. En of je even voor kunt schieten. Met een linkje.

Maar ik heb het nummer toch gewoon maar geblokkeerd en een melding gedaan bij Whats'app: check dit nummer en doe er wat mee.  

Mevrouw Broekstra

Tineke is een tamelijk krachtdadige vrouw. Ze is met mij getrouwd. Dus dan moet je ook wel krachtdadig zijn. Ze heeft dus thuis de broek aan. 

Ze is ook oplossinsgericht. Ze is zelfs zó oplossingsgericht dat een probleem vaak al is opgelost voordat het een probleem is geworden. Dat heeft ze van haar vader. Hij was eigenlijk een soort uitvinder.

In haar werk als ambulant begeleider kwamen de oplossingsgerichte kenmerken goed van pas. Maar soms moest ze toch ook even leren om te ‘begeleiden met de handen op de rug’.

Momenteel heeft ze slechts vier cliënten. Eén van die cliënten ben ik. Aan mij besteedt ze de meeste tijd. Zo vond ze onlangs dat ik nieuwe broeken nodig had. Ik zie dat niet zo, een broek gaat jarenlang mee. Maar toen liet ze me zien dat er een gat in mijn broek zat met een lengte van wel vijf centimeter. “Dat kan zo écht niet meer” zei ze. Ik zei dat het vast nog wel gerepareerd kon worden. Er staat immers geschreven: ‘Gun uw broeken een tweede kans!’

Maar Tineke meende dat de broek tot op de draad versleten was. Ik ben daar niet meer tegen in gegaan. Ik dacht: ‘het waait wel weer over’. We zijn namelijk op een leeftijd gekomen dat je van alles vergeet en dat kan ook handig zijn.

De volgende dag trok Tineke haar jas aan en zei: ‘Ga je mee?’ Ik had geen idee waar heen. Maar ik moest met mevrouw Broekstra mee naar de winkel. Ik zei dat dat niet kon, want mijn broek was gescheurd. ‘Dan blijf je maar op het zadel zitten’ zei Tineke.

Vroeger reisden we af naar V & D, omdat daar een merk was dat paste bij mijn bouw, zodat de broeken zich voegden naar mijn anatomie. Maar V & D bestaat niet meer.

Gelukkig hadden we in onze vorige woonplaats en ook in onze huidige woonplaats ook een plaatselijke herenmodezaak aangetroffen waar het goed toeven was. Er werkten dames die van wanten wisten. In hoog tempo toverden ze broeken tevoorschijn die bij mijn verschijning zouden passen. Niet te jong en niet te oud. De dames hadden soms een andere mening dan Tineke, maar samen met die dames kwam ik een heel eind in de strijd. Dacht ik.

Medewerkers in kledingzaken hebben altijd een cursus psychologie doorlopen. Daardoor weten ze dat degene die voorop loopt bij het betreden van de winkel de initiatiefnemen is. In 90% van de gevallen is dat de vrouw. De man loopt er gedwee achteraan en vindt het eigenlijk allemaal alleen maar onzin. 

Bij de derde broek was het raak. De winkelmevrouw en ik vonden beiden dat de broek prima stond en zat. Broeken staan én broeken zitten. Dat doen ze tegelijk. Mensen kunnen dat niet.

Tineke had vooralsnog een andere mening, en wilde eerst nog andere broeken passen. Ze wist niet zeker of de broek wel paste bij mijn overhemden. Ik zei: ‘je gaat je gang maar, pas jij maar broeken, maar deze zit goed, ik pas!’ (niet meer). Bovendien zei ik dat er anders geen nieuwe koelkast in de keuken zou komen. Tineke wil namelijk een grotere koelkast. Dan kan ze er in gaan zitten als het te warm is. ‘Dan mag jij voortaan koken’ zei Tineke. De winkelmevrouw bemoeide zich hier verder niet mee en deed net of ze het niet hoorde. Maar ik denk dat het haar goed deed. Hier kon ze nog wat van opsteken voor thuis.

Ik vroeg aan de mevrouw hoeveel van deze broeken ze op voorraad had. Er lagen er maar liefst vijf. Allemaal in dezelfde kleur. Dat was een gouden kans. Ik zei: “Dan wil ik er wel vijf!” Tineke was het daar helemaal niet mee eens.

Dat begrijp ik dus niet. Ik denk: dan hoef ik vijf jaar lang geen broeken meer te passen. Maar Tineke denkt dat een broek uit 2021 niet meer in de mode is in 2026. Dat maakt mij weer helemaal niets uit. Waarom zou iets in de mode moeten zijn?

Bovendien heb ik dan ook een voorraad voor het geval dat. Je weet immers maar nooit of de productie van broeken stil komt te liggen. En als er één broek scheurt heb ik er nog vier over...