Dokter Jansma revisited (2)

Ik had weer een ontmoeting met zielenknijper dokter Jansma. Sinds zijn pensionering kunnen we elkaar op gepaste wijze privé ontmoeten.

Dokter Jansma is bezig met rouwverwerking en dat valt hem rauw op zijn schedeldak. Hij had er naar uitgezien dat hij eindelijk vrij was, maar hij moet erkennen dat er niets meer uit zijn vingers komt. Alleen op de fiets voelt hij zich nog iets. En dat is dus iets wat we gemeen hebben.

Maar dokter Jansma houdt er niet van om samen met iemand anders te fietsen. Hij kan niet een gesprek voeren en fietsen. Maar van de wilde fietsplannen die hij voor zijn pensionering had komt ook niets terecht. Hij wilde op 66-jarige leeftijd zijn fietsmaximum verbeteren. Dat ligt op 196 km. op één dag. Maar als je gewend bent om pas om 4 uur ’s middags op de fiets te stappen lukt je dat niet.

Mijn fietsmaximum ligt op 225 km. in één etmaal, en dokter Jansma zou mij graag overtroeven. Er zit dus toch een beetje rivaliteit in zijn persoon. Hij kan er niet bij dat ik geen behoefte heb aan het verbeteren van mijn eigen maximum.

Over mijn opmerking dat de enige die Maxima kan verbeteren Willem Alexander is moest dokter Jansma even diep nadenken. Daarna zei hij: "Ik denk dat het andersom is. Maxima verbetert Willem Alexander. Uiteindelijk kiest iedere man een vrouw die op zijn moeder lijkt."

Dit leek mij gepaste gespreksstof om nog eens nader over door te praten. Dus ik vroeg: “En andersom. Als een vrouw kiest…” Maar daar wilde hij het niet over hebben. En hij wilde het ook niet meer over zijn vak hebben.

Met een blik op zijn boekenkast zei ik dat ik dan wel een paar boeken van hem over wilde nemen. Maar dat was ook weer niet de bedoeling. Het was dus weer duidelijk: dokter Jansma zat in een levensfase met een strijd tussen vasthouden en loslaten. Daar zou Sigmund Freud ook wel raad mee weten. Het heeft iets met de zindelijkheidstraining te maken. Dokter Jansma op het potje. 

Ik had ondertussen dokter Jansma nog nooit over zijn relatie gehoord. Had hij wel een relatie? De eerste keer had ik het vermoeden gehad dat zijn stevige en blozende roodharige assistente bij hem was ingetrokken, maar dat bleek geenszins het geval. Was dokter Jansma alleen op de wereld? Dan had hij vast iemand die zijn huis op orde hield. Dat zag er in ieder geval netjes uit. Meestal lukt dat mannen alleen niet. Maar ik durfde het hem niet te vragen hoe het allemaal in relationeel opzicht zat.

Maar misschien kon ik het eerst eens over huisdieren hebben. Ik vertelde een anekdote over onze huiskater. “Dat beest is zeker ook geholpen” zei dokter Jansma. “Ja, zo kwam hij bij ons binnen” zei ik. “Dat is geen excuus” zei dokter Jansma. “Een kat helpen is een vorm van dierenmishandeling. Bij mensen zijn daar ingewikkelde protocollen voor en bij dieren is het heel gewoon. Ik zou de dierenarts maar eens vragen om een hersteloperatie.”

Daar heb ik dus nog nooit over nagedacht. Zou dat kunnen? Zou Ringo op zijn leeftijd nog vader kunnen worden? Zou hij dat trouwens willen?

Opeens zag ik even de ‘oude’ dokter Jansma terug. Hij wist hoe het zat. De gedaanteverwisseling was wel opvallend geweest. In functioneel opzicht (als behandelaar) was dokter Jansma een man die precies wist hoe het allemaal zat.

Maar nu wist hij het allemaal niet zo zeker meer. Onze rollen waren diffuus geworden. Soms leek het alsof hij in mij iemand zag die het wel beter zou kunnen weten dan hij. Per slot van rekening ben ik al drie jaar met pensien. En dokter Jansma moet nog aan deze toestand van 'zijn' wennen.
Advertenties

Blind typen

Ik heb (mezelf) leren typen volgens het tweevingersysteem. Dat is een bekend systeem voor veel vijftig plussers die nog op een antieke typmachine leerden typen.

Ook mijn scriptie van 200 bladzijden is helemaal op de typmachine uitgewerkt. Maar in die tijd schreef ik al bijna dagelijks stukken, die dan weer met typ-ex gecorrigeerd moesten worden. Dat was soms een heel geklieder: witte lak over de tekst en dan opnieuw typen en maar hopen dat het paste.

Dat is met twee vingers heb leren typen is heel wat,  want vanwege mijn onhandigheid weet mijn linkerhand soms niet wat mijn rechterhand doet…

Op de foto zie je overigens het model typmachine waarmee mijn grootvader veertig jaar lang iedere dag een hoofdartikel voor het Friesch Dagblad schreef.

Wat ik lastig vind is dat ik redelijk snel (al zeg ik het zelf) alles al denkend opschrijf, maar dat ik op het scherm veel fouten over het hoofd zie. Eigenlijk zit ik nog steeds in het klassieke systeem dat ik de tekst letterlijk in handen moet hebben om hem goed te corrigeren. Maar ook dan blijven er fouten in staan: als auteur lees je over je eigen fouten heen.

Voor externe opdrachten functioneren echtgenote Tineke en dochter Nynke als corrector. Zij zien fouten die voor mij een blinde vlek waren. Aan mijn weblog komt geen corrector te pas. De tekst wordt al denkend in WordPress gezet. Dus komen jullie regelmatig fouten tegen.

Maar nu dient zich een nieuw probleem aan. Inmiddels zijn al zes letters van mijn toetsenbord verdwenen. Het zijn deze letters (ik raak ze allemaal even aan, want ik weet niet uit mijn hoofd welke letters het zijn): t, i, o, j, l, n, m. Daardoor ontstaan er weer nieuwe fouten in de tekst. Want ik kan maar een klein beetje blind typen (een soort van slechtziend typen dus) en moet me ook regelmatig oriënteren op het toetsenbord, waar ik nu dus de weg kwijt raak.

In ieder geval weet ik nu welke lekkers er missen. Maar eigenlijk is het tijd voor een nieuw toetsenbord...

Feest in de tent

Onze dochter is 40 jaar geworden. Dat moest een groot feest worden. Al als peuter wilde ze overal een feest met ballonnen, slingers en toeters van maken...

Ze woont samen met onze schoonzoon op een bovenwoning in het oude deel van Delft. Daar kun je niet veel mensen ontvangen. Bovendien zakt een groot gezelschap er gemakkelijk door de vloer. Dat geeft veel rommel.

Dus wilde onze dochter haar verjaardag in het huis van haar ouders vieren. De hele afgelopen week werden er al producten aangevoerd, benevens borden en bestek. En toen was het zover. Het feest kon beginnen.

De hele zaterdagmiddag en avond was het een komen en gaan van feestgangers. Ik wist niet dat er zóveel mensen in ons huis pasten. De buren hadden we al gewaarschuwd dat er sprake kon zijn van enige overlast.

Vandaag klinkt het geluid nog na in mijn oren. Aan het eind van de middag moet ik weer een lange treinreis maken: naar Harlingen. Ik ga in de Stiltecoupé zitten. Even het hoofd leegmaken...

Hippietijd

Afbeeldingen uit familiaire kring zijn zeer schaars op mijn weblog. Deze keer maak ik een uitzondering. Deze foto kreeg ik vandaag uit onverdachte hoek toegestuurd.

De foto dateert uit onze jonge jaren. We waren de 20 jaar nog niet gepasseerd.

Tineke luisterde graag naar muziek van Melanie en van Simon en Garfunkel, en ik was meer van de Rolling Stones en van de Golden Earring(s). 

Ik had hier een rood ‘jasje’ aan met gouden borduurstiksels. Om mijn hals draag ik een ketting met insteekpen die schoolborden op hoogte moest houden.

Tineke liep in die tijd met lange rokken, bijvoorbeeld van Laura Ashley, en kleurige hoofddoeken of sjaals.

We reden op brakke opoefietsen. Aan tattoos deden we niet. Maar het was wel in veel opzichten een kleurrijke tijd. Jammer dat het geen kleurenfoto is.

De eindexamendroom

Zijn dromen bedrog? Collega Leendert  stuurde mij een compleet artikel van Ingmar Vriesema op als reactie op mijn droom dat ik mijn eindexamen nog steeds niet gehaald had... En te zien aan de reacties op het weblog is het een veel voorkomend type van droom. Carl Jung zou het een archetype noemen...

De fietstocht naar school zullen ze probleemloos afleggen. Het gymlokaal zullen ze vinden. De pen zal het doen. De opgaven zullen goed leesbaar zijn. En over een maand zullen de scholieren geslaagd zijn. De eindexamenperiode, die maandag begint, zal voor de meeste middelbare scholieren verlopen volgens plan. Leren, presteren, slagen en feest vieren, om na de zomer aan het volwassen leven te beginnen. En dan, eenmaal volwassen, zullen ze alsnog zakken voor dat eindexamen. Jaar na jaar, decennialang. In hun dromen.

Zakken voor het eindexamen hoort thuis in het rijtje van veel genoemde droomthema’s, zo blijkt herhaaldelijk uit onderzoek naar dromen. Waarom is dat het geval, volgens de wetenschap?

De examendroom is zowel een mannen- als een vrouwendroom: recent Duits onderzoek onder bijna drieduizend dromers laat zien dat beide seksen in statistisch gelijke mate over eindexamens dromen. Leeftijd speelt ook geen significante rol: de eindexamendroom is er voor jong en oud. Dus het eindexamen wiskunde dat ze over een paar maanden afleggen zal in 2050 nog echoën in hun nachten.

Die nagalm is geen pretje. Zakken voor het examen, mislukken, nergens toe komen, dat is de kern van de eindexamendroom. Gereed zitten in dat gymlokaal, de opgaven doornemen en dan ontzet vaststellen dat je er geen touw aan kunt vastknopen. Het examenlokaal is onvindbaar, hoeveel deuren je ook probeert.
Of, nog zorgwekkender, je bent het examen helemaal vergeten, zoals een jonge Amerikaanse vrouw wier droom uit de late jaren veertig is opgetekend door onderzoekers: ‘Een jongen vroeg of ik plannen had, die middag. Het was 14.35 uur, zag ik op mijn horloge, en ik zei nee. Toen dacht ik dieper na en herinnerde ik me dat ik die middag een examen had over Duitse grammatica. Maar ik was al in geen weken naar school geweest, en ik had ook niets gestudeerd.’

Notoir slecht voorbereid

“Ik zit in een grote zaal. Er worden examenvragen uitgedeeld. Bij het lezen van de opgaven stel ik met ontzetting vast dat ik ze niet kan oplossen. Ik ben radeloos en kijk hulpbehoevend om me heen. Mijn buren zitten echter ver van mij vandaan. Iedereen is druk bezig met de opgaven.”
32-jarige man (bron: ‘De creatieve kracht van dromen’, Dr. Günter Harnisch, 2000)

Examendromers zijn notoir slecht voorbereid. En tijdens het examen kampen ze steevast met tijdsdruk. Zoals psycholoog Douwe Draaisma het droogjes formuleert in zijn boek De Dromenwever: ‘Soms begint de droom pas een paar minuten voordat de antwoorden ingeleverd moeten worden’.

De examendroom loopt dan ook zelden goed af. Op zich is dat opmerkelijk, want – ook dit blijkt uit onderzoek – we dromen vrijwel altijd over examens die we in het echt hebben afgelegd, met goed gevolg. Die combinatie – zakken in de droom, slagen in het echt – zorgt voor die intense opluchting na het wakker worden. Tegelijkertijd voelt die zojuist gedroomde mislukking vaak nog waarachtig aan, zodat sommige dromers ver na het ontbijt nóg twijfelen of ze dat examen écht hebben gehaald. Er zijn zelfs dromers die het schooldiploma voor de zekerheid uit de stoffige verhuisdoos tevoorschijn halen.

“Ik droomde dat ik een examen had en dat ik te laat was. Ik had nog tien minuten te gaan. (…) De leraar zei dat ik het examen echt moest doen en dat ik zo snel mogelijk moest schrijven om nog wat punten bij elkaar te sprokkelen. Ik ging zitten maar kon mijn pen niet vinden. Panisch doorzocht ik mijn tas, en eindelijk vond ik mijn pen. Maar er zat geen inkt meer in. Ik haalde wat inkt bij een bureau en toen kon ik mijn opgaven niet vinden. Ik had nog een paar minuten toen ik mijn opgaven weer gevonden had. Toen ging de bel. Toen ik mijn opgaven inleverde, voelde ik aan dat ik was gezakt.”
Amerikaanse studente, 24 jaar in 1947. (bron: dreambank.net)

Troost

Waarom dromen we die eindexamendroom? Freud dacht eerst aan een bestraffende functie (je hebt gefaald!), toen dacht hij aan seks, maar uiteindelijk hield hij het op troost. We dromen immers dat we zakken voor een examen dat we eigenlijk hebben gehaald. De droom stelt ons dus gerust: al was onze angst destijds nog zo groot, we zijn geslaagd.

Volgens de Utrechtse psychoanalyticus Harry Stroeken stelt de eindexamendroom ons gerust voor ‘een te verrichten taak waar men tegenop ziet’, schrijft hij in zijn werk Dromen – brein & betekenis. Voor zijn stelling is geen wetenschappelijk bewijs (of tegenbewijs) maar er zijn genoeg anekdotes in de droomliteratuur die zijn standpunt schragen. Een succesvolle advocaat heeft zijn eindexamendroom (hij snapt de simpelste begrippen niet) “meestal” voorafgaand aan “moeilijke rechtszittingen”, met een ongewisse uitkomst voor zijn cliënt.

Ik vouwde het examen open en las de enige vraag die op het papier stond. Er stond: ‘Trek na wat het belang is van een gum voor het beheer van de frequentie van geluidsgolven.’ Vastberaden pakte ik mijn pen en ging aan de slag zoals zo veel leerlingen tijdens een examen: door maar wat raak te bazelen. Ik herinner me dat ik resoluut aan het schrijven was (in de hoop de leraar om de tuin te kunnen leiden): ‘Grif zal door ieder intelligent persoon worden ingezien dat een gum van het grootste belang is, enz.’ Ik was nogal bezorgd dat ik door de mand zou vallen en een laag cijfer zou krijgen.’
Amerikaanse vrouw, eind jaren veertig, begin jaren vijftig (Bron: dreambank.net)

Douwe Draaisma voert in De Dromenwever een vrouw op die haar dromen enkele decennia heeft bijgehouden, en haar ‘repeterende examendroom’ verschijnt en verdwijnt ‘op geleide van spanningen’. Wél als beginnend student, níet vlak na het afstuderen. Wél daags voor de bruiloft, niet daags erna.

Het kan zo zijn, zegt slaaponderzoeker Jaap Lancee, verbonden aan de afdeling klinische psychologie van de Universiteit van Amsterdam, dat in spannende tijden mensen vaker over eindexamens dromen. Immers, “een droom gaat vaak over hetgeen je overdag bezighoudt. ”. Maar, benadrukt Lancee, dromen laten zich lang niet altijd eenvoudig verklaren.

“Ik zit op een fiets die heel zwaar trapt (….). Ik doe eindexamen in wildernis- en natuurbeheer. Ik moet tien korte vragen beantwoorden plus, naar keuze, een van drie essayvragen. Die essayvraag bestaat uit vijf speelkaarten. Ik kreeg een schoppenaas, en een 10, 4, 5, en 8 van verschillende kleuren. Ik verpruts het examen: ik zak. Op mijn tafeltje is het één grote chaos. De opgaven vallen van mijn tafeltje, ik pak ze beet terwijl ze naar beneden zweven. Ik heb nog vijftig minuten voor twee essayvragen en ik ben nog niet klaar met de korte vragen. Ik voel me vreselijk gejaagd. (…) Ik neem pauze, versnaperingen halen, al doe ik het slecht en heb ik geen tijd. Ik kom erachter dat mijn klasgenoot Kevin Valley mijn examen heeft verscheurd! Ik raak in paniek en schreeuw mijn leraren toe dat ik in de penarie zit, maar mijn mond zit vol met taart. Ik weet dat ik zal zakken, maar ik wil wel punten voor wat ik wél heb opgeschreven. (PS: Ik had deze droom ná mijn examen, en ik ben geslaagd.)”
Kenneth, Amerikaanse student, in 1998 (Bron: dreambank.net)

Overgangsritueel

Blijft de vraag: waarom leidt dat gebaande pad juist naar het eindexamen? En niet naar bijvoorbeeld het rij-examen, of het eerste sollicitatiegesprek? Volgens psycholoog Barbara Roukema, voorzitter van de Vereniging voor de Studie van Dromen, heeft bij uitstek het eindexamen in onze cultuur de status van een “overgangsritueel”. “Een proeve van bekwaamheid. Zij die slagen, hebben bewezen te beschikken over genoeg wijsheid en kunde om te worden opgenomen in de samenleving van de volwassenen.”

Draaisma noemt de eindexamendroom de ‘prijs voor het leven in een meritocratie’: inlotingen, sollicitatiegesprekken, functionerings-gesprekken, ze brengen alle spanningen met zich mee. En die voeren we al dromend terug naar die ultieme vuurproef: het eindexamen.

Vanwege de zondag nu toch nog weer een droom die bij mij regelmatig terugkomt. Ik droom dat ik een kerkdienst moet leiden. Ik ga op de preekstoel staan en ontdek dat ik helemaal niet meer kan bedenken wat de tekst is van het votum en van de zegengroet (de gebruikelijke woorden waarmee de meeste protestantse kerkdiensten beginnen). Ik laat een lied zingen en zoek pen en papier, want ik weet dat ik door het schrijven me weer dingen kan herinneren. Maar helaas, het lukt me niet...

Niet afgestudeerd

Het is een droom die iedere keer weer terugkomt. Ik ben al jaren aan het werk, maar ik moet mijn studie nog afronden.

Ik heb één tentamen uit mijn eerste studiejaar nog steeds niet gedaan. De benodigde stukken en studie-onderdelen liggen links boven in mij n dossierkast. In de droom weet ik ook welk vak het is, maar nu ik wakker ben kan ik dat niet meer bedenken.

Dan rest er nog een groot tentamen dat aan het slot van de opleiding gedaan moet worden. Dat omvat zóveel theoretische kennis dat ik het allemaal niet vast kan houden temidden van de dagelijkse hectiek van het werk. Het past allemaal gewoon niet meer in mijn hoofd.

Soms neem ik een paar dagen vrij om te studeren. Vervolgens wil ik afspreken om het tentamen af te leggen, maar dan is er pas na een aantal weken plek. Tegen die tijd ben ik al die informatie alweer kwijt. Verwaaid uit mijn hoofd. En het lukt gewoon niet om steeds op tijd vrij te nemen; het werk in de zorg kan niet stoppen.

Soms kom ik even in de pauze op de faculteit, die nog steeds gevestigd blijkt te zijn in een villa aan het Vondelpark. In de kelder kun je koffie drinken. Daar zie ik jonge studenten die al bijna zijn afgestudeerd…

Het wonderlijke is dat die droom iedere keer weer terugkomt. Mijn collega Wim spoort me aan om alsnog dat laatste tentamen te doen, maar dan zit ik ook nog met het eerste tentamen, waarvan de professor allang is overleden.  Met wie moet ik dán de afspraak maken?

Ik droom dit zó vaak dat ik vanmorgen écht dacht dat ik nog twee tentamens moest doen.

En dat ik dat van mezelf best stom vond, ben je aan je pensioen toe, ben je nog steeds niet afgestudeerd. Goed dat mijn vader dat niet meer hoeft mee te maken.

Straks trouwens toch maar eens in de kluis kijken of mijn bul daar ligt. Want anders heeft die droom misschien tóch gelijk...