Meest gelezen blog

Sinds 2009 schrijf ik stukjes voor mijn eigen blog. Het vorige blog is echter geheel verloren gegaan als gevolg van een foute manoeuvre van blogbeheerder Sanoma Media. Duizenden bloggers raakten toen hun complete archief kwijt. Daaronder ook een docente die al haar materiaal kwijt was geraakt...

Ik wist toen niet of verder zou gaan bloggen. Maar ik kan het toch niet laten. Toen werd het WordPress. De stukken schrijf ik snel en op het scherm mis ik ook nogal eens fouten. Eigenlijk zou ik eerst alles uit moeten printen en met de hand moeten corrigeren. Maar daar neem ik de tijd weer niet voor (…).

Inmiddels is er dus een nieuw archief ontstaan.

Ik was benieuwd welk bericht het meeste werd gelezen. Dat blijkt – tot mijn verbazing – een blog te zijn over station Amsterdam Sloterdijk. Het blog werd in 2017 meer dan 3000 keer ‘gezocht’. Pas daarna komen de psychologische onderwerpen aan de beurt, waarbij zowel narcisme als borderline naar verhouding vaak worden aangeklikt.

Het blog over station Amsterdam Sloterdijk werd gepubliceerd op 11 december 2014.

Advertenties

Jarig

Vandaag is dit meisje 66 jaar geworden.

Sinds 1970 fietst ze samen met Henk 50. De mensen vragen mij wel eens: “Hebben jullie elkaar op de fiets leren kennen?” Dat lijkt wel zo, maar het is toch niet zo.

We leerden elkaar kennen in via het jeugdwerk van onze kerk in Amsterdam.  Ik studeerde er en Tineke woonde er met haar ouders, broers en zussen.

Ik was al een verwoed fietser, maar Tineke’s actieradius reikte niet verder dan de dagelijkse fietstochten vanuit Amsterdam Slotervaart naar het Sweelinck Gymnasium aan de Moreelsestraat.

Pas daarna werd de gezamenlijke fietshorizon verbreed tot (vooral in de eerste jaren) Engeland, Ierland en vooral Schotland. En dat zonder versnellingen en later met drie versnellingen.

Inmiddels wordt er bijna een halve eeuw gezamenlijk gefietst in de vakantie, maar ook daarbuiten. Met acht versnellingen, maar zonder electrieke ondersteuning.

Een auto hebben we nooit gehad en ook een rijbewijs was niet aan ons besteed. Al onze woonplaatsen waren uitstekend met het OV bereikbaar. Een voor de boodschappen hebben we gewoon erg grote fietstassen.

Zwarte Piet

Ik durf het eigenlijk niet meer te zeggen, maar in een vroeger leven ben ik wel eens verschenen als Zwarte Piet. Dit ter afwisseling van de gebruikelijke pastorale decemberbijbaan van Sinterklaas.

Na dat festijn in Amsterdam bleek de ‘afschmink’ zoek te zijn. Ik besloot om niet te gaan poetsen met allerlei onverantwoorde middelen. Ik begaf me gewoon naar de trein. Het is gek hoe snel je went aan zo’n outfit. Ik begreep niet eens meer waarom mensen wat vreemd naar mij keken.

Totdat… ik in de trein zat. Tegenover mij kwam een grote donkergekleurde man te zitten. Toen dacht ik opeens: ‘ik mag wel uitkijken, straks krijg ik op mijn lazer’.  Ik weet weliswaar niet waar een ‘lazer’ zit, maar het zou toch zomaar kunnen gebeuren… Er gebeurde echter niets. De meneer ging gewoon de krant zitten lezen.

Even later kwam de conducteur langs. Ze zei helemaal niets toen ze mijn abonnement (met foto zag). Pas na de klapdeuren hoorde ik een hinnikend gelach…

 

Jacob

Hij was een hoofd groter dan ik. Dat was niet zo ingewikkeld, want ik was de kleinste van de klas.

We zaten naast elkaar in de tweede klas (groep 4) van de lagere school in Gorkum. Ik kwam rechtstreeks vanuit de rimboe van Borneo. Elektrisch licht was nieuw voor mij, de borstrok kriebelde vreselijk en ik moest nog leren veters te strikken.

Jacob, een grote goedige jongen die geen vlieg kwaad deed. Hij was mijn eerste houvast in de woelige westerse wereld. Na school gingen we vaak naar zijn huis waar zijn moeder thee zette. Lekker zoet, met twee scheppen suiker.

Eén keer was Jacob zoek. Dat was toen de schooltandarts voor de deur stond. De assistente had vier kinderen uit de klas gevraagd met haar mee te komen. Jacob liep gedwee mee, maar er kwamen drie kinderen met pijnlijke gezichten terug. Jacob had kans gezien via de voordeur de school te verlaten zonder in de tandartsbus te verschijnen.

———————————————————–

Op het pleintje in de buurt van de school stond vaak een jongen met een wat afwijkend uiterlijk. Arjan heette hij. Hij zocht de jongens uit de buurt op en werd ook vaak geplaagd. Counterfobisch gedrag zouden ze dat tegenwoordig noemen. Opzoeken waar je bang voor bent. Angst en verstandelijke beperking: dat gaat vaak samen.

Later begreep ik dat deze jongen een mongool was. Zo heette dat toen. Hij ging naar een speciale school, de BLO school. Dat was voor kinderen die niet goed konden leren.

Aan Arjan kon je zien dat er iets met hem aan de hand was. Dat kon je aan Jacob niet zien.

———————————————————–

Tot mijn verbazing kwam Jacob na de kerstvakantie niet meer terug op school. Hij ging voortaan naar de BLO school, dezelfde school als Arjan.

Het lezen en het schrijven lukte niet bij Jacob. En het rekenen ook niet. Maar ik dacht dat dat nog wel zou komen. Daar dacht de juf anders over. Ook Jacob moest naar de BLO school.

Achteraf bedenk je dan dat mijn eerste gids in de westerse wereld een jongen was met een lichte verstandelijke beperking.

Jacob was een voorbeeld van wat ze in Amerika six hour mental retardation noemen. Op school kon hij niet meekomen. Maar verder viel hij eigenlijk helemaal niet op in de wijk waar we woonden. Anders dan Arjan. Een lichte verstandelijke beperking is een onzichtbare beperking.

Gevallen fietser in Almere

De trouwe lezers weten dat ik af en toe van mijn fiets val. Dat is trouwens eigenlijk niet de juiste formulering. Mijn fiets stort soms ter aarde en neemt mij in deze val mee.

Mijn vorige val dateerde alweer van bijna een jaar geleden. Toen slipte ik op een blubberig dijkje en stortte in de zompige blubber. Persoonlijke ongelukken deden zich verder niet voor, ik was vooral erg vies.

Het was de hoogste tijd om weer een keer te oefenen. Gisteravond stortte ik ter aarde in Almere. Deze stad kent vooral vrijliggende fietspaden. Dat is aardig van het gemeentebestuur, hoewel er ook wel klachten zijn over sociale onveiligheid – vooral als je ’s avonds in het donker fietst.

Ik naderde een kruising, maar ondertussen hield ik naderende automobilisten nauwlettend in de gaten. Ik had voorrang, maar zagen ze mij wel? Deze oplettendheid heb ik in mijn fietstochten ingebouwd sinds ik dankzij een vergelijkbare situatie tijdelijk in een rolstoel belandde.

Ik constateerde dat de automobilisten remden. Maar ik had daardoor niet de rand van het trottoir gezien. Het fietspad loopt hier in een vrij scherpte bocht en het was niet helemaal goed verlicht. Dus raakte ik met mijn voorwiel de stoeprand en slipte. Een paar meter verderop stortte ik mijzelf hardhandig op het asfalt.

De fiets bleef heel. Het achterlicht brandde vrolijk verder. Ook ik bracht het er redelijk ongeschonden vanaf.

Ook dit jaar heb ik dus weer de cursus 'valtechniek voor ouderen' met goede afloop doorlopen. Met een extra vermelding: niet alleen in de blubber, maar ook op een verharde weg.

 

Gorkum Lingewijk

Rond 1900 barstte de stad Gorkum bijna uit zijn voegen. Alle huizen waren samengeperst in de omwalde binnenstad. In 1957 kwamen we hier - kersvers overgevaren vanuit Indonesië - te wonen.

Rond 1920 vond de eerste grotere uitbreiding van de stad plaats. Dat werd de Lingewijk, ook wel Zandvoort genoemd. De wijk kreeg het karakter van een tuindorp, zoals er in Nederland –  maar ook in andere landen – nog tientallen van te vinden zijn. Zo’n tuindorp was bedoeld voor werknemers van een nabijgelegen fabriek (of mijn).

In Gorkum was dat bedrijf het metaalbedrijf van De Vries Robbé, dat destijds veruit de grootste werkgever van de stad was. Na een hele reeks van fusies ging het bedrijf in de jaren ’70 roemloos ten onder. De werkloosheid in Gorkum steeg tot 12%.

Ingeklemd tussen de Arkelse Dijk (waar de Vries Robbé gevestigd was in de uiterwaard van de Linge) en het Merwedekanaal werden enkele honderden arbeiderswoningen gebouwd. We woonden echter niet in het tuindorp, maar aan de rand. Langs de Arkelse Onderweg was al voor de bouw van de Lingewijk lintbebouwing ontstaan.

De Lingewijk kende een eigen sfeer qua architectuur. Wat bochtige straten, huizen met tuintjes en een plein in het midden. Aan de noordelijke rand van de Lingewijk werden na de oorlog nieuwe betonnen woningen gebouwd. Verschillende vriendjes woonden in die huizen, met drie of vier krappe kamers, een vliering en een groot aantal kinderen. Ook woonden hier de eerste gastarbeiders: die kwamen uit Italië. Ze waren Rooms-Katholiek, daar hadden we geen contact mee…

Zouden er nog klasgenoten wonen? Ik zou ze niet meer herkennen. Mogelijk lopen ze inmiddels achter de rollator. De meeste meisjes bleven zo lang mogelijk op de lagere school, om aan het eind van hun 13e jaar van school te verdwijnen. Ze hadden op school nuttige handwerken geleerd, en dat kwam natuurlijk goed van pas. Sommige meisjes gingen door naar de huishoudschool, die ook wel de Spinazie Academie werd genoemd. De jongens gingen bijna allemaal naar de LTS.

Weer later kwam er nog een stukje nieuwbouw, en zelfs flats van vier hoog. Zelfs de eerste snackbar deed zijn intrede, de patat koste 25 cent (11 eurocent) en een ijsje was verkrijgbaar voor 5 cent.

Nu zie ik de Lingewijk weer terug. Ik herken de oude en ingewikkelde straatnamen, zoals de Abraham Bloemaert Corneliszoonstraat, die in de volksmond werd afgekort tot ABC straat. En wat is het allemaal klein…

Een deel van de oude huizen in gerenoveerd, andere delen zijn afgebroken en er is nieuwbouw voor in de plaats gekomen. De winkels bestaan niet meer, groenteboer, bakker, slager, fietsenzaak en twee kruideniers hebben allemaal het loodje gelegd.

Aan de rand van de wijk – tegen de Rijksweg en de Betuwelijn aan – worden nog meer nieuwe huizen gebouwd. De wat vergeten wijk van Gorkum (toen er grote nieuwbouwwijken aan de overzijde van het Merwedekanaal werden gebouwd raakte deze kleine wijk in de vergetelheid) wordt ‘gerevitaliseerd’.

Op de tweede foto de Arkelse Onderweg, met rechts de wat rommelige lintbebouwing van een eeuw geleden en links het blokje huizen waar wij woonden.