Nooit meer een broek passen

Tot de meest belastende bezigheden uit mijn leven behoort het passen van kleding. Ik bezoek liever een tandarts dan dat ik een broek pas. Deze aversie tegen het passen van broeken dateert –net zoals veel andere weerstanden- uit mijn vroege jeugd.

Toch ben ik een tijdje gelukkig geweest. Dat was toen ons gezin in Indonesië woonde. De kleding die ik daar droeg was: één korte broek. Andere kleding was niet nodig.

Ook schoenen hoefde ik niet te dragen. Blootshoofds en barrevoets begaf ik mij dagelijks in en rond het huis. Soms werd er –voor de afwisseling- een wandeling door het oerwoud naar een Dajak-kampong gemaakt.

Sommige Dajaks hadden enorme oorbellen, en als gevolg daarvan ook gigantische oorlellen. Hoe langer de oorlel, hoe belangrijker de persoon. Dat vond ik altijd een beetje eng, maar daar sprak je natuurlijk niet over. Op de kampong kregen we nogal eens thee, het was trouwens vooral suikerwater met de kleur van thee.

Koud in Nederland

Een kort broekje, dat paste altijd. Bovendien waren er op Borneo geen kledingwinkels. Het was dus een gelukkige tijd.

Terug in Nederland bleek het bitter koud. Ik werd gehesen in een borstrok, een kriebeltrui en een lange broek. Naar buiten moesten we ook nog een jas en wanten aan, benevens een muts. En toch was ik meer ziek dan op de been. Vele oorontstekingen werden mijn deel.

Het voordeel van ziek-zijn was trouwens dat je in bed geen trui aan hoefde: want zo’n kriebeltrui, dat was pas echt vreselijk: de hele dag jeuk. De schoenen waren ook zeer problematisch. Twee jaar lang heb ik moeten oefenen in het strikken van veters. Handigheid en inzicht waren en zijn niet mijn sterkste kant.

Hippie Henk

De jaren ’60 boden veel goeds. Het voordeel was namelijk dat er meer ruimte in de kleding kwam. Sjaals van twee meter en slobbertruien waren in de mode, benevens een fiets met omgekeerd stuur. De dure scholieren hadden ook nog een Puch, ik beperkte mij tot een Gazelle met omgekeerd stuur en af en toe een ritje op de Kapteijn Mobylette van mijn ouders.

De broekenmode was destijds wel wat aan de krappe kant en dat gold ook voor de puntschoenen. Gelukkig was ik met mijn ongeveer 48 kilo als puber ook aan de krappe kant, het paste dus toch nog.

Trouwpak

Mijn ouders waren bang dat ik op onze trouwdag in 1973 in hippie-kleding zou verschijnen. Er moest dus een net pak komen, mét stropdas, anders zou ik er later spijt van krijgen, want het was wel een bijzondere dag. In Sliedrecht hebben we dan ook een pak gekocht.

Ook de haren moesten er aan geloven. Soms hingen de blonde krullen tot op mijn schouders. Mijn schoonmoeder heeft mij nog eens van een familieportret van de foto af geknipt omdat ze mijn lange haar geen gezicht vond. Als ik naar mijn haardracht kijk moet ik nu toch inmiddels de ideale schoonzoon zijn geworden…..

Jaarlijkse kleding-pas-dag

Ongeveer één keer per jaar moet ik ook nu nog naar een kledingzaak. Als er dan uiteindelijk een broek past wil ik er meteen vijf, dan ben ik tenminste voorlopig van het gezeur af. Ik bedoel hiermee natuurlijk niet dat Tineke een zeur is, ik zou niet durven. Zij doet erg haar best en ze kan er ook niets aan doen dat ik mijn figuur niet mee heb.

Even terzijde: een stukje verkooppsychologie. Het personeel van een kledingzaak weet namelijk altijd meteen van wie het initiatief tot de aanschaf van kleding komt. Als de vrouw voorop loopt moet de man van zijn echtgenote een nieuwe broek. Het gevolg is dat de vrouw wordt aangesproken en dat de verkoper de boodschap aanhoort en dan wat meewarig in de richting van de echtgenoot kijkt.

Dat jaarlijkse uitje naar kledingzaken, hoe gaat dat dan verder? Nadat we uiteindelijk alle kledingzaken in de stad hebben bezocht gaan we meestal zonder broek weer naar huis (behalve dan de broek die ik ’s morgens thuis heb aangetrokken). Enkele weken later doen we dan nog een poging, het liefst op een ochtend voor 10 uur, zodat wij niemand in de weg lopen met pogingen tot aanschaf van een nieuwe broek.

Virtuele kledingaankoop

Al deze pogingen gaan nu tot het verleden behoren. Het is namelijk één van de meest verblijdende berichten die ik in de afgelopen jaren heb mogen vernemen. Er wordt aan een computerprogramma gewerkt waarbij ik mijzelf in 3-D versie na kan bouwen. Zo ontstaat er een virtuele kloon van mijzelf. Het programma is zelfs zo bedacht dat –als ik mijn rechterarm optil- mijn kloon op het computerscherm zijn linkerarm optilt. Voor de kijker dan, tenminste.

Op deze manier kan ik op het scherm zien hoe de kleding valt, hoe veel ruimte de broekspijpen bieden als ik de virtuele trap op loop, wat er met het kruis van de broek gebeurt als ik op een stoel ga zitten en hoe de broek over mijn schoenen valt en wat er met de broekspijpen gebeurt als ik mijn Gazelle bestijg.

Niks geen krap gedoe in kleedhokjes meer, geen broeken die heen en weer moeten pendelen tussen het rek en het hokje, gewoon in één keer vanachter de computer, desgewenst ’s morgens in pyjama en met een kopje thee, een nieuwe broek passen en vervolgens on-line bestellen bij Wehkamp of de Aldi.

Dat lijkt me toch echt ideaal. Alleen weet ik dan nog niet of die broek misschien toch niet een beetje kriebelt.Want aan kriebelkleding zal ik nooit kunnen wennen.

Zieke PC en echtgenote

Als ik cursus moet geven ben ik altijd een uur te vroeg op de locatie. Ik wil namelijk weten ‘of alles het doet’.

Ik kom uit de tijd van het schoolbord en het krijtje en die deden het altijd. Maar van digitale apparatuur moet je het maar afwachten of alles ‘compatibel’ is. Doorgaans denk ik dat mijn eigen digitale onhandigheid maakt dat ik iets niet aan de praat krijg. Maar dat blijkt niet altijd de oorzaak te zijn.

Gisteren moest ik cursus geven voor tandartsen en mondhygiënisten. Ik was zelfs 1½ uur vóór aanvang op de locatie. De beamer deed en op de PC brandden de vertrouwde lampjes. Maar met geen mogelijkheid kreeg ik de powerpoint op het scherm. Ook de twee reserve USB-sticks (ik ben van de controle) deden het niet, ook niet in de andere ingang. Dan denk ik: zijn mijn USB-sticks getroffen door een onbekend virus?

Helaas was de ICT nog niet beschikbaar. Mijn trein reed op de minuut nauwkeurig op tijd. Maar op de autoweg was een ongeluk gebeurd en ICT en catering stonden collectief in de file. En zo tikten de minuten voorbij richting uur U, toen de cursus moest beginnen.

Een half uur van tevoren was de eerste ICT-medewerker aanwezig als EHBOC (Eerste Hulp Bij Onwillige Computers). Hij constateerde dat heel Windows gewist was van de computer. Even later kwam de tweede ICT-medewerker. Zij constateerde dat de hele PC terminaal was geworden: hier viel niet mee te werken.

Er werd een laptop gehaald, maar niemand wist het wachtwoord voor deze laptop. Ook de netwerkverbinding deed het niet.

Uiteindelijk, tien minuten na Uur U, kon ik met de cursus beginnen. De pauzes werden door de ICT ingezet om verdere herstelhandelingen te verrichten. Ik heb verder de cursus zonder problemen kunnen geven. Dankzij de PC-dokters bij de onderwijsinstelling.

Tussendoor kreeg ik een berichtje dat Tineke naar de dokter was geweest. Zij had al een aantal dagen last van een viraal virus. Ik had in 45 jaar nooit meegemaakt dat ze hoge koorts had (37.8 was het maximum), maar nu was de temp tegen de 40. Bij mij werkt dat systeem anders: een klein virusje leidt al tot hoge temperaturen. De huisdokter constateerde een longontsteking.

Dochter Nynke had gelukkig voor haar vader gekookt, ik moest alleen nog enige huishoudelijke zaken regelen. Van vermoeidheid zette ik koffie zonder filter en de doos met koekjes vond ik vanmorgen terug in de koelkast.

Maar we zijn er weer… Tineke ook, trouwens. De koorts is bijna helemaal geweken.

Afscheid van Dennis

Gisteren namen we afscheid van Dennis.

Ik heb vaak in mijn leven afscheid genomen van mensen. Die gebrokenheid went nooit. Maar het ene afscheid is toch anders dan het andere afscheid. Bijvoorbeeld rond de vraag wie er achter blijven.

Voor de derde keer in twee maanden tijds werden we geconfronteerd met het overlijden van een jong iemand. Een vriend uit de kerk, een collega, een familielid. Dennis liet een vrouw en twee jonge kinderen achter. Die ‘mannetjes’ moeten nu zonder hun vader als voorbeeld verder.

Ze hebben gelukkig een geweldige grootvader, die dag en nacht voor hun klaar staat. Maar toch: wat een gebrokenheid.

afscheid-dennis-2De dominee kende Dennis al heel lang. Al sinds de tijd dat de vader van Dennis is overleden. Dat was te merken aan zijn pastorale afscheidswoorden.

Vanuit mijn geloof ben ik er van overtuigd dat de dood niet het laatste woord heeft. Dat maakt de gebrokenheid niet minder, maar er is toch nog een perspectief. De dominee preekte over Openbaringen 21 vers 1 tot 4. Er komen een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid zal zijn.

Dat was ook waar Dennis naar verlangde. Naar een wereld waar iedereen tot zijn recht zou kunnen komen en waar een einde zou zijn gemaakt aan alle onrecht.

Valgevaar

Ik moet het maar eerlijk zeggen: in motorisch opzicht ben ik af en toe wat onhandig. Daardoor bega ik wel eens een misstap.

Op mijn werk was er een tijdje geleden een cursus over valpreventie. Hoe kun je zien aan ouderen dat ze een groter risico op vallen hebben? En moeten ze dan bijvoorbeeld een bedrek omdat ze anders uit bed komen en ter aarde storten. Want een gebroken heup, daar zit niemand op te wachten. Gelukkig op die bedrekken ook niet, die worden weinig meer toegepast.

Onderdeel van de cursus was dat je jezelf kon testen op je valrisico. Er kwam bij mij zo ongeveer uit dat het nog een wonder is dat ik me zelfstandig voortbeweeg. Ik had al lang achter de rollator moeten lopen.

Zou je op preventie mikken (zoals de klassieke ouderenzorg vaak deed) dan zou ik nu dus beperkt moeten worden in mijn vrijheden. Gelukkig ben ik vrijwillig opgenomen in mijn eigen huis en kan ik gaan en staan waar ik wil. En af en toe stort ik dan een keer ter aarde. Bijna altijd met de fiets.

Gevallen HenkHet afgelopen jaar heb ik zonder kleerscheuren doorlopen. Tot de laatste week van het jaar. Ik wilde stoppen, maar besloot dat dat op die plek niet zo handig was. Dus wilde ik iets verder parkeren. En toen ging het mis. Ik viel om. Keurig in de stabiele zijligging. Dat had ik met een cursus reanimatie geleerd.

Is dat allemaal nu zo erg? Nee, helemaal niet. Ik oefen gewoon mijn valtechniek! Persoonlijke ongelukken deden zich niet voor (mede dankzij de dikke winterjas). Alleen mijn jas was beblubberd. Maar ik kon gewoon weer verder fietsen…

Voorlezen

Tineke’s wens was om op haar 65e verjaardag door de gasten voorgelezen te worden.

Nu wordt ze dagelijks voorgelezen door de luisterboeken die ze op haar oren heeft staan. Ze hoort me niet en ze ziet me niet. Ze luistert boek. 

Maar deze keer was het de bedoeling dat de bezoekers aan de verjaardag haar een verhaal naar eigen keuze zouden voorlezen. Aldus ontstond er op haar verjaardag een bijzondere combinatie van verhalen.

Het begon met Godfried Bomans: de kikker en de ooievaar. Daarna kwamen de Spark Papers.

De kleinkinderen en onze zoon lazen voor uit Pluk van de Petteflet (de Heen-en-Weer Wolf van Annie M.G. Schmidt). Onze schoondochter las een familiegeschiedenis over een dementerende vrouw die geen zorg wilde.

En weer kwam er een verhaal van Godfried Bomans over de engel, met Soli Deo Gloria op de vleugels. Een Bijbels dagboek met een passend verhaal over de verjaardag.

Een verhaal van Rikko Voorberg over zijn vader die als predikant een Roemeens gezin in huis kreeg.

Een vriendin belde op uit Mallorca en las een verhaal van Toon Tellegen voor. En zo waren er nog tien verhalen.

Maar de klap op de vuurpijl kwam met 28 uur vertraging als verrassing aan: Tineke’s zus Inge uit Californië en dochter Sabine uit Canada.

Ooit was Inge begonnen om Tineke voor de telefoon voor te lezen, nu wilde ze life een verhaal vertellen. Ruim een etmaal te laat werd er alsnog voorgelezen in de woonkamer van een appartement in Delft…

En dat bleef zo in de dagen daarna. Want de visite bleef maar komen… Je wordt maar één keer 65 en dat moet uitgebreid gevierd worden.

Unisex

Na het ontbijt in de HEMA (zie het blog van gisteren) liepen we nog even door de winkel.

thiska-shoppenKleindochter Thiska had nog nieuwe laarzen nodig. Dat heb je met kinderen. Zijn de schoenen niet versleten, zijn ze tóch weer te klein.

Op de foto zie je Thiska (bijna twee jaar) op zoek naar haar oma. “Oma, ben je nou? Oma weggelopen!”  Het is natuurlijk de vraag wie er weg is gelopen, want Thiska houdt er van om zelfstandig te winkelen en om dan allerlei onderdelen uit de schappen nader te onderzoeken.

Zo kom je als opa ook nog eens op afdelingen waar je anders nooit komt. Maar ik heb ook de indruk dat de tijden zijn veranderd. Of de kledingvoorschriften in Delft zijn heel anders dan die in Alkmaar.

unisexIn ieder geval kwam ik op de afdeling voor kleding voor jongens en meisjes geheel onverwachtse kledingstukken tegen… Een kwestie van unisex…?

Er valt in ieder geval nog veel te leren in het komende jaar…

In de wolken…

Gisteren werd Tineke 65. Een vrouw hoor je niet naar de leeftijd te vragen, maar dit getal staat met grote letters op het raam. Maar zo hoeft inderdaad niemand naar de leeftijd te vragen.

De dag zijn we begonnen met thee met beschuit en poes op schoot in de woonkamer.

Daarna een ontbijt in de HEMA met kinderen en kleindochter.

Met het ontbijt in de HEMA hadden we zóveel geld uitgespaard dat we een lunch op de 42e verdieping van het Strijkijzer in Den Haag tot ons konden nemen. Helaas bleef het de hele dag mistig. Maar Tineke vond dat geen probleem: ze was nu samen met mij ‘in de wolken’.

Ik maakte een filmpje van de reis naar The Penthouse, boven in de Haagse toren (het hoogst gelegen restaurant van Nederland). Deze verdieping heeft vijf jaar leeg gestaan, maar inmiddels kun je er dus terecht voor lekkere hapjes en drankjes.

Later die dag hielden we het thuis rustig met twee gasten.

Vandaag wordt het drukker. De catering is al een paar uur aan de gang met de voorbereidingen. Straks gaat het dak eraf. Want 65 word je maar één keer…