Versoepeling lock-down

Net zoals veel ouderen hebben ook duizenden mensen met een verstandelijke beperking tien weken lang in afzondering moeten leven. Zo ook mijn broer G.

Sinds de afgelopen week zijn de regels op de woning waar hij woont een beetje versoepeld. Er wordt één keer in de week (onder strikte voorwaarden) bezoek toegestaan.

Meestal stap ik zonder enig doel op de fiets, maar gisteren had ik dus een doel: ik ging op bezoek bij mijn broer. Maar eerst moest ik nog even via zoon en kleindochters om wat planten voor de tuin af te leveren. Kleindochters Droppie en Droffel (opa’s geven soms gekke namen aan kleindochters) waren bezig in de tuin een tent op te zetten.

Daarna fietste ik via de oude trambaan naar de Lier naar Maassluis. Daar wilde ik eerst nog langs twee winkels in het winkelcentrum om wat dingen voor mijn broer te kopen (hij mag zelf niet naar de winkel). Helaas stond er een lange rij voor de beide winkels. Wachten totdat ik aan de beurt was zou van het bezoekuur af gaan.

Broer G. was blij met het bezoek. En ik merkte dat ik best geëmotioneerd was. Het voelde een beetje alsof hij vrij kwam uit gevangenschap, ook al heeft de begeleiding erg zijn best gedaan om goede zorg te leveren. Het voelde ook erg vreemd dat ik meerdere malen door Maassluis was gefietst, maar dat ik hem niet eens heb kunnen zien, laat staan spreken.

Ik weet niet of jullie wel eens op een driewieler hebben gefietst. Mijn eerste ervaring was dat ik rechtstreeks de bosjes in ben gefietst. Zo’n fiets voelt onbestuurbaar aan. Je moet echt opnieuw leren fietsen. Met een maximum-snelheid van 8 kilometer per uur zoefden wij door Maassluis. Bij terugkomst was er koffie met tompouce in de tuin van de woning (het bezoek mag nog niet binnen). Na een uur was de bezoektijd voorbij en vertrok ik weer met onbekende bestemming om uiteindelijk in Delft uit te komen.

Ik fietste over de Zuidbuurtseweg naar Vlaardingen. Dit is één van de weinige overgebleven landelijke stukjes rond Vlaardingen. Helaas wordt er een enorme aanslag op het gebied gepleegd: er wordt een nieuwe autoweg aangelegd die aansluit op de Blankenbergtunnel (in aanbouw).

Bij een plaatselijke boer kocht ik plaatselijke aardbeien. Een medefietser kon niet betalen en had ook zin in aardbeien. Dus die betaalde ik meteen ook. Fietsers zijn betrouwbare mensen en ’s avonds had ik het geld alweer terug op mijn rekening.

Na Vlaardingen volgde Schiedam. Het is hier één groot doolhof aan woonerven volgens het zogenaamde model van de bloemkoolwijken. Er schijnen mensen de wijk in de fietsen en er nooit meer uit te komen. Soms worden ze dagen later pas gevonden als ze kattenbrokjes eten om niet van de honger om te komen.

Het centrum van Schiedam is overigens bijzonder mooi, met o.a. de hoogste molens van de wereld. En Kethel is nog een stukje historisch dorp temidden van de Schiedamse nieuwbouw.

Vanuit Schiedam fietste ik door de groene buffer van Midden-Delfland terug naar Delft. Daar kocht ik nog paprika's en trostomaten bij de plaatselijke groentenman. Goed gevuld kwam ik weer terug in onze flat aan de Delftse Schie. 

Is online vergaderen vermoeiend? (3)

Je kunt bij het online vergaderen de speakersview inschakelen. Dan krijg je de spreker groot in beeld. Maar ik wil graag de interactie binnen teams meemaken. Dat mis ik dan dus...

Online met beeldbellen zie je elkaar en je hoort elkaar. Je mist alleen de koffie. Die moet je zelf zetten. En toch schreef iemand: “Het is alsof er een glazen wand tussen mij en de anderen neer is gezet.”

Ooit was ik gestrikt voor een pedagogisch TV-programma. Met die sessies ben ik weer gestopt. Het was helemaal niks voor mij. En dat lag niet aan de voortdurende make-up die weer op mijn gezicht gesmeerd moest worden. Maar ik wist niet voor en tegen wie ik sprak. Ik miste de interactie. Ik had geen idee hoe mijn reacties en mijn verhaal over kwamen. Moest ik nog iets verduidelijken? Had ik iemand onrecht aan gedaan? Vele jaren later werd ik opnieuw bestookt door de TV en zat ik van huis uit in een programma. En wéér had ik dat ongemakkelijke gevoel. Gelukkig ben ik zo langzamerhand te oud om nog een keer op de TV te verschijnen...

Maar dat beeldbellen is toch anders? Ja, dat klopt. Er zit meer interactie in. Maar: je kunt minder de hele groep in de gaten houden. En… er zit ook minder oogcontact in beeldbellen. Vooral het directe oogcontact nodigt uit tot empathie en tot toenadering. Via de ogen ‘leest’ de baby en de jonge peuter wat mamma voelt. Dat blijft een belangrijk punt in de reactie van volwassenen op elkaar. Oogcontact stimuleert de empathische reactie.

Vraag je je af waarom contact op Twitter en via de email zo snel uit de hand loopt? En waarom vroeger discussies via de post ook zo heftig waren? Je kijkt elkaar niet rechtstreeks in de ogen. Dus is er vaak minder sprake van empathie.

Er gebeurt nog iets: dat zijn de spiegelneuronen. Dat zie je ook al bij baby’s of peuters. Mamma doet de mond (als voorbeeld) open en de baby doet de mond ook open. De baby en de jonge peuter imiteren de mimiek van de volwassene. Op heel basaal niveau gebeurt dat als er iemand gaat gapen. Prompt gaan er meer mensen gapen. En als er één persoon begint te lachen gaan er vaak meer mensen lachen.

Als iemand in een gesprek een verdrietige boodschap heeft en je kijkt hem daarbij lachend aan raakt de communicatie verstoord. Er klopt iets niet. De ander voelt zich begrepen als je tijdens het verhaal je mimiek aanpast aan datgene wat de ander vertelt.

Als ik via het scherm oogcontact wil maken met de ander moet ik niet ‘plat op het scherm’ kijken, maar ik moet rechts boven in het scherm kijken. Maar dan zie ik de ogen van de ander niet (meer). Het gevolg is dat de zogenaamde spiegelneuronen hun werk niet meer goed kunnen doen. Ik kan nog wel reageren op de verbale boodschap, op de woorden. Maar ik mis een belangrijk stuk informatie via de ander: dat is de boodschap die hij of zij via de ogen uitzendt.

Tijdens het videobellen loop ik dus achter in de interactie, ik moet meer mijn best doen om de boodschap van de ander empathisch te ontvangen én ik mis een deel van de interactie tussen de andere deelnemers van het gesprek. Normaal schrijf ik tijdens het gesprek ook van alles op als werkaantekeningen: dat lukt me al helemaal niet meer. Ik moet dus bij het online-vergaderen veel harder werken om dezelfde informatie binnen te halen.

Is online vergaderen vermoeiend? (2)

Voor autistische mensen zou 'beeldbellen' wel eens een prachtige aanvulling in het contact kunnen zijn. Maar is dat zo?

Marjanne voerde een ‘beeldbelgesprek’ met haar ambulant begeleider. Na een kwartier bleek dat ze nauwelijks iets van het gesprek had opgevangen. Ze was voortdurend afgeleid geweest door een poes die op de achtergrond van het scherm bezig was zich te wassen.

Beeldbellen betekent dus (ook) dat bepaalde signalen uitvergroot kunnen worden, waardoor de oorspronkelijke boodschap zoek raakt. Voor de concentratie van Marjanne zou het dus beter zijn geweest als haar ambulant begeleider voor een witte muur had gezeten.

Je ziet dus dat Marjanne afgeleid wordt door een detail (dat is ook wel kenmerkend voor autisme). Maar ook dat haar ambulant begeleider informatie mist. Ze had niet aan Marjanne gemerkt dat ze afgeleid werd en dat ze daardoor niet naar de boodschap kon luisteren. Haar begeleidster vond het gesprek ‘zwaar’. “Normaal zie ik het hele plaatje, nu zag ik een gezicht, maar miste ik toch wat er gebeurde.”

Dat zien van details wordt mogelijk vergroot bij allerlei vormen van beeldbellen, ook bij niet autistische mensen. Ik vind het soms net een uitvergrote foto. Op het totaalplaatje zie je het vlekje op de lens niet, maar ga je de foto uitvergroten, dan zie je op het detailplaatje opeens wél een vlekje. En dat gaat storen…

Binnenkort moet ik naar een studio om een paar lessen op te nemen. Maar ik kreeg ook een oproep voor een poliklinische behandeling in het ziekenhuis. Het gevolg zal zijn dat ik een aantal dagen met een stuk verband op mijn hoofd zal lopen. Een soort van mondkapje op een verkeerde plek. Ik kan op die manier prima les geven. Voor de klas zou het geen probleem zijn. Maar digitaal moet ik dat niet gaan doen. Dan gaat dat verband teveel afleiden. Ook na mijn dood zou ik nog herinnerd worden als een soort Vincent van Gogh met zijn oor in het verband. Dus heb ik de studio-opname uitgesteld.

Is online vergaderen vermoeiend?

Wekelijks heb ik een paar online-bijeenkomsten. In mijn beleving kan ik beter een live-vergadering van drie uur hebben dan een online-bespreking van één uur.

Hoe komt dat? Ik dacht dat het aan mijn leeftijd lag. Maar jonge collega’s vertellen hetzelfde. Online-vergaderen ervaren zij ook als meer vermoeiend.

De kranten vertellen dat de samenleving op deze manier ook goed kan functioneren. Het is zelfs beter: minder reistijd, minder verkeer en dus ook minder vervuiling. Dat zijn inderdaad voordelen. Die tellen zeker mee. Maar ze verklaren niet waarom ik zo’n stuk sneller moe ben van ‘beeldbellen’.

Trouwens: ik heb sowieso moeite met schermen. Vroeger op de middelbare school mochten we ook facultatief leren schermen. Daar heb ik me nooit voor opgegegen. Misschien komt het daardoor.

Als ik verhalen op het scherm typ blijven er altijd tal van fouten staan. Deels komt dat door mijn tempo: ik zou de tekst nog eens grondig na moeten lezen, maar dat doe ik zelden. Maar ook als ik de tekst nalees, blijven er fouten in staan. Vanaf het scherm zie ik van alles over het hoofd. Ik moet de tekst uitprinten en daarna weer bewerken. Maar ja, dan staan er straks op de Veluwe geen bomen meer.

Een les of een cursus vanaf het scherm volgen vind ik redelijk tot goed te doen. Maar wat maakt nu dat dat vergaderen zo vermoeiend is? Soms heb ik contact met één persoon. Vaker met drie of vier mensen. Onlangs met twaalf mensen. Dan krijg je dus – naast je eigen kop – twaalf andere hoofden op het scherm. In mijn werk zijn dat trouwens standaard allemaal dames. Ik ben de enige heer in het digitale verkeer.

Herkennen jullie dat? Dat digitaal vergaderen vermoeiend is? Ervaren jullie dat ook zo? Of vind je het juist gemakkelijker? En heb je er ook een verklaring voor?

De productie van mondkapjes

Tineke is vandaag begonnen met de productie van mondkapjes. Inmiddels zijn de eerste mondkapjes van de LLB gerold (de Leeuwenstein Lopende Band).

De kapjes zijn prettiger dan de ‘tandartskapjes’ die ik tijdelijk in gebruik had. De stof voelt natuurlijker aan (katoen). Er moet natuurlijk ook nog wel een filter in (bijvoorbeeld een stukje van een stofzuigerzak, maar onze stofzuiger heeft geen zak, er is geen zak aan).

De paradox is dat alleen niet-medische mondkapjes (die geen bescherming bieden) in het OV zijn toegestaan. Draag je een medisch gecertificeerd mondkapje, dan ben je per 1 juni strafbaar. Draag je géén mondkapje, dan ben je ook strafbaar. Alleen als je een niet werkend mondkapje draagt ben je niet strafbaar (Bert Wagendorp in de Volkskrant, 18 mei 2020).

Tineke heeft met een ijzerdraadje de constructie verstevigd, zodat het kapje beter om de neus past en sluit.

De mondkapjes worden geproduceerd van de stof van mijn overhemden. Binnenkort sta ik dus gewoon in mijn hemd. Als de overhemden op zijn begint ze aan de gordijnen.

Het streven is dat de productie wordt opgevoerd tot vijftig stuks per dag. Dat is vandaag nog niet gelukt.

Sinkhole-ervaring

Herkennen jullie dat? Het kan je zomaar gebeuren in het leven. Opeens val je in een gat.

Gisteravond ben ik in zo’n gat gevallen. Ik keek vooruit en ik liep achteruit. Ik wilde namelijk twee objecten op één foto zetten. Die objecten waren twee gebouwen. Ik was niet sterk genoeg om ze te verplaatsen. Dan is het verplaatsen van jezelf wat eenvoudiger.

Net toen ik de foto wilde maken voelde ik opeens de grond onder mijn voeten wegzinken. Ik moet zeggen: dat is een vreemde ervaring. De foto werd ook niet scherp, maar net toen ik de ontspanknop indrukte raakte ik gespannen. Hoewel: dat was het ook niet echt. Ik reageer secondair en had dus niet voldoende door wat er niet klopte. Maar het kan samengevat worden als een soort van sinkhole-ervaring. En als je dat vlak langs de waterkant hebt – met je fototoestel in de hand – denk je ook nog eens: hoe houd ik mijn hoofd en mijn fototoestel boven water? De foto is dan ook niet scherp geworden (bovenste foto).

Gelukkig kwam ik er met droge voeten vanaf. Het was wel even lastig om mezelf weer omhoog te hijsen. En mijn schoen zat vol met zand. En als ik érgens een hekel aan heb, dan is dat wel aan pap met klonten en aan zand tussen mijn tenen.

De plaatselijke eend (boven aan op de foto) trok zich verder nergens wat van aan. Die bleef gewoon dobberen in de buurt van een bejaarde man die bijna te water was gelaten.

Geciteerd en gefeliciteerd!

Zo ongeveer elke maand word ik digitaal gefeliciteerd. Dan heb ik weer een mijlpaal bereikt.

De felicitaties komen van Academia.Edu, een organisatie in San Francisco die wetenschappelijke literatuur verzamelt en verspreidt.

Gisteren was het weer zo ver. Ik was namelijk voor de 220e keer geciteerd in een door hen verspreid artikel. De vorige felicitatie was bij de 210e keer. Dat was ruim drie weken geleden.

Deze keer werd ik geciteerd in een artikel dat in Spanje was verschenen. Nu heb ik wel iets met Spanje. In november en december functioneer ik namelijk als hulpsinterklaas. Maar verder gaan de connecties toch niet.

Wat ik zeker weet is dat ik niet word geciteerd. Mijn schrijfwerk kan namelijk de toets der wetenschappelijke kritiek niet doorstaan. Ik ben wel benieuwd of er een naamgenoot is die geciteerd wordt. Er zijn nog wel wat meer wetenschappelijk onderlegde naamgenoten.

Maar als ik daar achter wil komen moet ik een linkje aanklikken dat verwijst naar het betreffende artikel. Vervolgens moet ik me aanmelden. Alleen vandaag met 50% korting! Deze nieuwsgierigheid zou me dan 'slechts' 90 euro kosten. Zo nieuwsgierig ben  ik nu ook weer niet...