Naar de dierentuin

Mijn eerste herinnering aan de dierentuin dateert uit 1956. Toen gingen we naar de dierentuin van Bandung (op Java). Daar stond o.a. een Friese stamboekkoe als exotisch dier in de tropische hitte opgesteld. 

In 1959 gingen we naar Ouwehands Dierenpark in Rhenen. Mijn zusje van twee jaar had geen enkele interesse in de olifanten, maar de eendjes vond ze prachtig.

In 1963 bezochten we Blijdorp in Rotterdam. Ik vond de treinreis er naar toe heel bijzonder. De dierentuin herinner ik me als een sjokkend gebeuren met voortdurende vertraging vanwege de drukte. Ik hield meer van de ruimte.

Eend onder water

En nu ben ik weer een keer in Blijdorp geweest. De kleinkinderen hebben een abonnement op die dierentuin en ze namen opa en oma mee als introducé. Ik was bang dat het er druk zou zijn, maar dat viel erg mee. Corona heeft ook zijn voordelen, zoals het voordeel van een tijdslot, waardoor de drukte gespreid wordt. Er waren vooral veel opa’s en oma’s met kleinkinderen.

De familie bekijkt de vissen

Vooraf had ik aan de kleinkinderen gevraagd welke dieren ze wilden zien. Het leek me overzichtelijk: iedereen zijn eigen lievelingsdier. Zo’n dierentuin is toch te groot om alles goed te bekijken. Ik had me opgegeven voor het bekijken van de treinen (er lopen twee spoorlijnen via viaducten over Blijdorp). Maar daarvoor kwam je volgens de kleinkinderen niet in de dierentuin. Dus zette ik de stokstaartjes op mijn lijst.

Prairiehond eet paprika

Al in het begin van de route weken we af van ons oorspronkelijke plan. Het was drukkend warm. Dus gingen we naar het Oceanium. Dat is helemaal overdekt en lekker koel. En er bleek zóveel te zien dat je er ook wel een hele dag kon verblijven. Ik vond het boeiend om eenden onder water te zien voortbewegen: die poten lijken wel schepraderen van een raderboot.

De leeuwen en de tijgers hadden het voornamelijk erg warm. Net zoals familielid en huiskater Ringo lagen ze languit zich vooral niet teveel op te winden.

De stokstaartjes hebben we niet gezien. Maar familieleden van de stokstaartjes, hebben we van nabij kunnen bewonderen. Het waren de prairiehonden. Ze houden de boel goed in de gaten en houden erg van paprika. Ze lijken wel wat op Tineke.

De treinen naar Amsterdam (over de HSL) en een treinen naar Gouda reden netjes volgens dienstregeling boven de dierentuin. De ooievaar die jaarlijks zijn nest bouwt in een portaal hield de zaak goed in de gaten.

Ooievaarsnest op een portaal van de bovenleiding

Na twee uur dieren kijken wilden de kinderen graag naar een topattractie van Blijdorp: de speeltuin. Helaas mocht ik niet op de schommel. Vanwege corona was de speeltuin alleen bestemd voor kinderen tot maximaal 12 jaar.

Ik vond de dierentuin veel prettiger dan ik in mijn geheugen had opgeslagen. Blijdorp is een groene oase in de grote stad. Hoe de dieren een dierentuin ervaren: dat weet ik niet. In ieder geval hebben de dieren meer ruimte dan ik had verwacht.

Na afloop van het bezoek namen we weer bus 40 naar Delft. Boven de 12 jaar waren mondkapjes verplicht. Kleinzoon J had braaf zijn mondkapje op, de kleindochters mochten nog zonder...

Droffel goes upstairs

Onze kleindochter H - door haar opa 'Droffel' genoemd - loopt nog niet.

Ze lijkt het ook niet zo nodig te vinden. In hoog tempo schuift ze over de gladde houten vloeren van het huis. Ze kan overal komen. Behalve boven…

Tenminste: dat dachten we. Ze was de gang in geschoven en dan komt ze meestal al snel weer terug. Deze keer duurde het langer.

En ziedaar: ze was geheel zelfstandig bezig de trap te beklimmen. Daar was ze ondertussen al een heel eind mee gekomen. Alleen die binnenbocht, die viel niet mee… Het werd een kreunen en steunen…

Voor de zekerheid is er gisteren meteen maar een traphekje beneden aan de de trap gemonteerd.

Parkietentaal

De afgelopen dagen logeerden twee kleindochters bij opa en oma. Dus gebeurde er weer van alles in huis.

Kleindochter T is een blonde krullenbol. Ze wordt door opa ‘Droppie’ genoemd. T is vier jaar oud en zit dus al op school. Ze kent opa en oma goed, ze kent het huis goed, ze weet waar ze alles moet vinden. De ochtend is altijd wat spannend: wat wil ik vandaag aan? Dat kun je ’s avonds klaar leggen, maar de volgende dag blijkt opeens een andere kleur van toepassing te zijn.

Kleindochter T. staat graag met oma in de keuken: eten klaarmaken of koekjes bakken. En ze is dol op fietsen. Daar klaart ze helemaal van op. Ik weet niet van wie ze dat heeft (…).

Soms heeft ze behoefte aan alleen zijn. Dan kijkt ze graag even Buurman & Buurman. Hoe meer er in de omgeving verandert, des te meer heeft ze behoefte aan voorspelbaarheid. Dan moeten het de bekende voorleesverhalen zijn en de bekende stukjes van de TV. Mooi is dat ze dat zelf reguleert.

Haar zus H, door opa ‘Droffel’ genoemd, is veertien maanden oud. Ook al een dame met een mooie krullenbol, iets donkerder, maar met dezelfde blauwe ogen. Dat zit in de familie van opa en pappa.

Veertien maanden: dat is net de leeftijd waarbij je je steeds meer bewust wordt van een binnen-en een buitenwereld. Dan wordt het ook spannend om te logeren. Als H. ging slapen of als ze wakker werd hoorden we haar steeds ‘pappa, mamma’ zeggen. Ze riep niet om pappa of mamma, maar de woorden leken wel een formule om pappa of mamma toch in de buurt te hebben.  En midden in de nacht was er ook een half uurtje waarin pappa en mamma met woorden in de kamer gebracht werden.

Zus H loopt nog niet, ze heeft een snelle manier van voorthoppen op de grond bedacht. In mijn jonge jaren waren er boeddhistische monniken die beweerden zich door meditatie aan de zwaartekracht te kunnen onttrekken. Ze stegen dan een beetje op boven de grond. Kleindochter H is bijna zo ver. Ze is een soort hovercraft boven de houten vloer.

H kan zich prima vermaken op de grond met blokjes, emmertjes, dopjes en Dulploblokken. Ze schuift de kamer door, de gang in, de zijkamer in, komt weer terug en ontdekt onderweg van alles wat in en uit elkaar kan. Dit weekend heeft ze ook de stopcontacten ontdekt. Die zijn nu dus afgeplakt.

Tijdens die bezigheden on de grond is Droffel constant aan het praten. Ze kan alleen maar de namen van de familie noemen, maar in de gesprekken wordt er van alles bijgehaald. Het is een prachtige variatie aan klanken en losse lettergrepen, een soort van brabbelmuziek. Ze probeert ook opa en oma met klanken en allerlei mimiek van alles duidelijk te maken.

Opeens wist ik het. Dit is Parkietentaal. Let maar eens op twee parkieten in een kooi die aan het 'praten' zijn met allerlei variaties in klank en stemhoogte, met rollende klanken alsof ze de woorden proeven. En ze lijken ook elkaar op een bepaalde manier te imiteren. Zo is kleindochter H ook met haar eigen taal bezig.

Droppie, Droffeltje en hechting

Hebben jullie dat ook? Dat je voor kinderen en/of kleinkinderen eigen namen verzint?

Kleindochter T was al heel snel ‘Droppie’. Toen een voor haar vreemde mevrouw vroeg hoe ze heette keek ze eerst verschrikt naar haar opa. Want direct contact, daar werd ze verlegen van. Maar toen flapte ze er uit: “Droppie!”

Kleindochter H was al heel snel “Droffeltje.” Ik weet ook niet hoe dat komt. Maar ik vind haar een echt Droffeltje.

En nu ik opa ben en mijn vak min of meer is uitgekristalliseerd zie ik opeens nog weer vanuit een ander perspectief tal van pedagogische gebeurtenissen. Niet dat ik orthopedagoog ben voor mijn kleinkinderen, maar het vak is wel een onderdeel van mijn ‘zijn’. Net zoals een huisarts toch weer bepaalde medische zaken zal zien bij zijn familie.

Afscheid

Het was een klus voor “Droffeltje” om afscheid te nemen van haar pappa en mamma. Met negen maanden ben je behoorlijk eenkennig. Gelukkig kende ze oma goed, want die past wekelijks op. Dus na het vetrek van de beide ouders was het nog een tijdje snikken en daarna was het leed geleden. Behalve toen ze moest slapen en toen ze weer wakker werd. Toen brak nog even het verdriet heftig door.

Oma als troost

Maar oma was nu de veilige basis. Zodra oma weg liep was het brullen geblazen. De eerste twee dagen kon opa daar niet veel aan doen. Als ze van slag was kon alleen oma haar troosten. Ook haar vertrouwde zus kon haar niet troosten. Dat is werk voor vaders en moeders of voor oma’s, maar nog niet voor kleuterende zussen.

Verder kon ze volop met opa spelletjes doen, gekke bekken trekken, geluiden nadoen, met de bal rollen. Opa kon ook hapjes geven en flessen. Dat was allemaal prima. Maar oma was houvast bij verdriet.

Hiërarchie van hechtingsfiguren

Wat hier gebeurde was een hiërarchie van hechtingsfiguren. Men gaat er vanuit dat jonge kinderen in principe drie tot vijf belangrijke hechtingsfiguren ‘aan kunnen’. Er staat er eentje bovenaan, maar als de tweede in de buurt is, is het ook goed. Als die twee er niet zijn hebben veel kinderen nóg wel iemand die hen goed kan troosten. En dan nog iemand. En nóg iemand. Dat zijn de sleutelfiguren voor de hechting.

De andere mensen zijn prima als eenkennige baby's lekker in hun vel zitten. Maar ze functioneren min of meer als decor. Als ze écht van slag zijn hebben ze behoefte aan een zeer beperkt aantal vaste vertrouwde personen.

Opvoeding en executieve functies

Opvoeden is niet alleen 'houden van'. Het is ook plannen en organiseren. Oftewel: de executieve functies...

Hoe deden we dat vroeger? Dat begrijp ik niet meer. Een baan, drukke bezigheden in de vrije tijd en dan (maar twee) kinderen. Met hetzelfde leeftijdsverschil als de kleindochters die nu bij ons logeren.

Kleindochter T is 4 jaar, kleindochter H is negen maanden. Twee schatten van meiden. Er valt heel wat te genieten. Maar wat een organisatie!

Neem de kwestie van het verschonen. Kleindochter H wordt verschoond en in haar bedje gelegd. Ze lijkt in slaap te vallen, maar even later klinkt er gebrul vanuit de kinderkamer. Een poepbroek!

Ondertussen gaat kleindochter T zelfstandig naar de WC. Het is echt de grote zus die al van alles zelfstandig kan. Maar dan klinkt er een angstige roep vanuit de WC. Ze heeft de WC-deur op slot gedraaid, maar krijgt de draaiknop niet meer open.

Kleindochter H wordt weer op bed gelegd. Kleindochter T moet met een schroevendraaier uit de WC worden bevrijd.

Het is vanmiddag mooi weer. Tijd voor de speeltuin. Klendochter H krijgt haar jasje aan en wordt in het fietsstoeltje gezet. Kleindochter T hijst zichzelf achterop. Dan stijgt er een wat penetrante geur op. Het lijkt of een boer net gegierd heeft. Maar dat kan hier niet. Kleindochter H heeft weer een keer gepoept. Weer uit het fietststoeltje, jas uit en verschonen. Voordat je weer onderweg bent is het een half uur later…

Daar heeft Brigitte Kaandorp ooit een prachtige scetch over gemaakt. Die kwam zelfs de deur bijna niet meer uit…

En hoe deden we dat ’s avonds? We zitten nu om zes uur aan tafel. Maar voordat alles aan kant is is het acht uur. Dan had ik vroeger meestal al lang bij een vergadering moeten zijn. Of anders Tineke wel?

Ze zeggen wel dat de executieve functies achteruit gaan bij het ouder worden... Bij de opvoeding in ieder geval wel. Of zou het toch een kwestie van routine zijn?

Kinderboerderij

Het was weer schoolvakantie. Dat betekent ook logeren en allerlei activiteiten van en met de kleinkinderen.

Met kleindochter T (4 jaar) wilden we op de tram naar Scheveningen stappen. Maar die tram reed precies voor onze neuzen weg.

Dus namen we de andere tram die in de buurt van ons huis stopt. Die gaat naar Leidschendam.

Met een omweg zouden we alsnog het strand kunnen bereiken. Niet dat het strandweer was, maar de zee is toch altijd een mooie ervaring.

Onderweg zagen we vanuit de tram een kinderboerderij. Dus we stapten voortijdig uit. Kinderboerderijen zijn altijd leuk voor kleinkinderen en opa’s en oma’s.

Daar zijn we de hele ochtend zoet geweest. Er waren jonge cavia’s en jonge kuikens.

De geiten wilden graag geaaid worden, het varken vond het heerlijk om geborsteld te worden en de koe bleek het meest zachte dier te zijn. Maar die was wel érg groot. Dus T. hield wel gepaste afstand.

Verder staan een kleuter van vier jaar natuurlijk garant voor tal van bijzondere vragen en antwoorden. Dat gaat de hele dag door. Bovendien staat ze overal met haar neus boven op. Zo is de keuken een favoriet domein, samen eten koken met oma.

T wilde ook weten wat voor werk opa en oma doen. Dat was een thema op school geweest. En op mijn vraag wat zij later voor werk wilde doen werd het geen zuster of juf. Nee, T wil glazenwasser worden...

Kleindochter

Midden in de nacht ging de telefoon. Er was oppas nodig. Dus wij kleedden ons snel aan en stapten op de fiets.

Om 3 uur ’s nachts lijkt het in Delft soms nog steeds spitsuur. Dat komt door de vele studenten. Bovendien is het nu de introductieweek voor nieuwe studenten. Wel valt het op dat veel studenten rond die tijd niet meer zo’n beste wegligging hebben.

Toen wij er waren konden zoon en schoondochter snel naar het ziekenhuis. Ruim twee uur later werd er in het ziekenhuis van Delft een kleindochter geboren. Ze had even op zich laten wachten. Maar het was dan ook een stevige dame van bijna 9 pond. Ze kreeg de naam van mijn moeder.

Het is allemaal goed gegaan met moeder en dochter. En de andere kleinkinderen mogen een nachtje bij opa en oma logeren.