Ringo Waterman

Meestal komt huiskater Ringo op Dierendag even in beeld. Maar deze keer was hij ondergedoken. Er werd getimmerd en gezaagd bij de buren en dan moet je als kater uitkijken dat het onheil niet overslaat naar de volgende deur. 
Vaasvissen

Wel heb ik Ringo op Dierendag verwend met een extra lekker hapje vis. Toen ik het bakje op de grond had neergezet kwam weer omhoog en stootte mijn hoofd open aan een openstaand keukenkastje. Dat is mijn herinnering aan Dierendag 2021.

Ringo kreeg voor zijn 17e verjaardag (6 juni) een waterfontein. Hij houdt van bewegend en stromend water. Dus de fontein sloeg wel aan en in. Hij maakt er dagelijks dankbaar gebruik van. Dat doet hij om twee manieren: drinken van de straal óf zijn poot in de straal en dan zijn poot droog likken.

Van de vloer drinken

Dat zijn twee varianten die in de Bijbel worden beschreven (Richteren 7) : “Er waren 300 mannen die gingen liggen om het water met de mond op te slurpen. De rest van de mannen was op de knieën gaan zitten om het water met de hand op te scheppen.”

Bij Ringo moet je van de hand een poot maken. Maar hij doet het dus allebei.

De fontein is voor Ringo echter nog niet goed genoeg. Hij vindt het het leukste om water uit de vaas op te hengelen. Zo ook gisteren. Ik zei nog tegen Ringo: “Ringo, gaat dat wel goed?”

En toen ging de vaas om en slobberde Ringo het water van de vloer. Je kunt bij ons van de grond drinken...

Katten en drinken

Maakt het uit waar en hoe je katten drinken geeft? Jazeker, volgens mensen die zich hebben verdiept in het wezen van de kat...
  • Katten houden niet van plastic drinkbakjes. Ze hebben een zeer fijngevoelige smaak en proeven het plastic.
  • Katten houden niet van kleine ronde drinkbakjes. Ze hebben de ruimte nodig voor hun snorharen. Die moeten niet de randen van het bakje aanraken. Dus het advies is een ovaal waterbakje van aardewerk.
  • Katten houden er niet van als het drinkbakje dichtbij het etensbakje staat. Ze willen niet tijdens het drinken hun eten in de buurt ruiken.
  • Katten willen niet drinken in de buurt van de muur. Tijdens het drinken willen ze overzicht houden over de ruimte.
Water drinken uit de kraan

Kijk, daar had ik nu nog nooit over nagedacht. Je moet er maar opkomen. Waarom heeft Ringo mij dat nooit verteld? Met dank aan RTL-lifestyle.

Wel viel me altijd al op dat Ringo altijd weinig drinkt uit zijn bakje en meteen opspringt als de kraan aan gaat. Hij wil stromend water drinken.

Tegenwoordig heeft onze bejaarde huiskater een waterfontein. Al naar gelang zijn stemming hengelt hij met zijn poot uit de fontein of vangt hij het straaltje met zijn bek. 

Lazy Sunday Afternoon

Lekker lui in het zonnetje
Deze kat nam het er van. Lekker op zondagmiddag in een mandje genieten van de zon. Luier kon het bijna niet.

Het deed me denken aan een oude hit van de Small Faces. Daar was ik ooit een fan van (maar meer nog van de Golden Earring(s), de Rolling Stones en de Kinks).

Maar de Small Faces mochten er ook zijn. Leadzanger was Steve Marriott (1947 tot 1991) , die opviel door zijn kleine gestalte die gecompenseerd leek te moeten worden door een krachtig stemgeluid en stevig gitaarspel.

Herinneren jullie je déze hit uit 1968 nog?

Oorspreiding

Ik wil het niet over mijn fysieke ongemakken hebben, want die heb ik nauwelijks. Maar vanwege een kleine blessure aan mijn knie had ik gisteren bezigheden binnenshuis. Ik kon opeens mijn knie niet buigen en strekken, dus ik kon niet fietsen.

Tineke vond dat ik mij bij de dokter moet melden. Ik ben een gehoorzame man en ik ging aan de slag. Tegenwordig kun je dokters niet meer bellen, je moet inloggen. Dat wist ik niet, maar het bleek zo te zijn. Toen ik uiteindelijk een wachtwoord had bedacht zag ik een heel medisch dossier tevoorschijn komen. Ik heb 350 dagen geen contact gehad met de dokter. En daarvóór 320 dagen. Ik heb dus steeds minder vaak een dokter nodig. Wat zal hij blij zijn als hij mij weer een keer kan spreken.

Huiskater Ringo spreidt zijn oren

Een afspraak heb ik niet gemaakt. Dat kon niet. Maar dat geeft ook niet. Met zo’n knie kan ik niet lopen en fietsen. Dus ik kan tóch niet naar de dokter. En onderzoek wijst uit dat het meeste lichamelijke ongemak vanzelf weer over gaat. Wat er aan de hand is met mijn knie weet ik noet. Er zitten schroeven in en ik heb de indruk dat er een schroefje los is geraakt. Maar dat is altijd beter dan wanneer er een draadje in je hoofd los is geraakt.

Gisteren heb ik vooral veel achterstallig computerwerk verzet. Twee artikelen gecorrigeerd, een column geschreven, enkele afspraken gemaakt (behalve met de dokter) en achterstallige correspondentie via de mail verzonden. Daarnaast heb ik onderzoek gedaan. Dat gebeurde perongeluk.

Ik had de kookwekker ingesteld. Toen hij afliep keek ik toevallig net naar onze huiskater Ringo. Hij schrok zich wezenloos, want hij lag vlakbij de kookwekker. De oren bogen maximaal uiteen van schrik of onbehagen.

Zou onze huiskater kunnen wennen aan deze geluiden? Dus de kookwekker nog een keer af laten lopen. De tweede keer was de spreiding al wat minder. De vijfde keer zag je alleen aan het begin nog een klein beetje oorspreiding.

Ik zou mijn onderzoek als titel mee kunnen geven: “Oorspreiding. Een fenomenologisch onderzoek naar een meetinstrument voor stress bij katten.”

Op het idee dat hij ook ergens anders had kunnen gaan liggen is onze huiskater niet  gekomen. Het geluid wende wel, maar hij bedacht geen andere oplossingen. Er was dus wel sprake van een bepaalde vorm van kokerdenken, van inflexibilitas mentis.

Daar heb ik ook wel eens last van. Op den duur gaan Baas en Beest toch op elkaar lijken.

Dokter Jansma revisited

Opeens verscheen dokter Jansma weer op het toneel. Hij had zich twee maal laten vaxxen en de café's gingen weer open. Dus hij vond het tijd om de deur uit te gaan. En hij meende dat ik als semi-collega en fietser hem goed gezelschap kon houden bij deze excursie.

Het was een hele eer. Wij waren de eerste gasten sinds de heropening van een eetgelegenheid aan het strand van Scheveningen. Dokter Jansma was daarheen gefietst op zijn aftandse piepende en knarsende Multicycle. De Multicycle is eigenlijk een soort rijdend gasfornuis, afkomstig uit een fabriek van gasfornuizen in Ulft (DRU) die eens iets anders wilde proberen. Een groot succes werd het niet.

Helaas had de emeritus zielenknijper geen mondkapje bij zich. Dat was geen principe, het was vanwege een gebrek aan gewenning. Hajé was maandenlang in zelfverkozen quarantaine gebleven, samen met zijn huiskater Kees. Ik had verwacht dat de kater naar Freud zou zijn genoemd, maar de naam Kees bleek ook met het werk van een zielenknijper te maken te hebben. De naam Kees verwijst naar de case-study.

Het mondkapje bleek in de andere jas van dokter Jansma te zitten. Hij had vanwege het weer besloten tot een jaswissel, maar zonder mondkapje kwam hij dit etablissement niet in. En ik had deze keer (bij uitzondering) ook geen reserve-muilkorf bij me. We moesten ons dus buiten onderhouden, in de luwte weliswaar, maar danig aan de frisse kant.

Het was Hajé wel tegen gevallen: op de fiets naar Scheveningen. En terug zou hij ook nog eens wind tegen hebben. Hij had mijn fietstochten zo’n beetje gevolgd. Hij vond dat ik menigvuldige risico’s had gelopen door mij bij nacht en ontij op de fiets te begeven terwijl ik niet wist waar de aerosolen met het destructieve virus zich bevonden. Maar nu ik dat gevaar getrotseerd had bleek dat ook een voordeel te hebben: mijn conditie was beter dan die van Hajé, dat moest zelfs hij erkennen.

De rollen bleken weer als vanouds. Dokter Jansma was de spreker en ik was de luisteraar. Hij had in zijn vak bijna een halve eeuw moeten luisteren naar zijn patiënten. Nu werd er naar hém geluisterd. Maar toch was ik degene die als eerste een vraag stelde: ‘Hoe is het met Kees?’

Hajé trok meteen van verbale wal. Over Kees viel heel wat te vertellen. Volgens hem heeft zijn kater een oppositionele gedragstoornis in engere zin. ‘Ik ben twee en ik ben nee’. Hij paste binnen de criteria van de bemoeilijkte opvoedbaarheid.  Maar dokter Jansma wilde niet zover gaan dat hij wilde spreken van een disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornis‘. Maar wat hem wél opviel was dat Kees op geen enkele manier wilde luisteren naar zijn nieuwe baas. Als Hajé vond dat Kees maar eens gezellig bij hem moest komen zitten ging Kees pontificaal op de kast liggen, en als Hajé geen tijd voor Kees had kwam hij gezellig op schoot liggen.

Dat moest toch anders kunnen, zo vond Hajé. Hij had nog wel wat mensenpilletjes liggen, maar toen hij de bijwerkingen las wilde hij dat zijn Kees toch niet allemaal aandoen. Ik wilde vragen of hij zijn patiënten die bijwerkingen wél aan had willen doen, maar die vraag slikte ik toch maar even in. Je moet een pensionado niet na zijn carriëre al teveel confronteren met de ellende die hij tijdens het werkzame leven heeft aangericht.

De ober kwam langs in de vorm van een roodharige struise en blozende verschijning. ‘Geef mij maar een dubbele espresso en een lekkerbekje, jongedame’ zei Hajé. En meneer een gewone koffie. Naturlijk wil hij er ook wat bij. Ik betaal uiteraard. Wat zal het zijn, een borrel van Florijn?’ De blozende verschijning interrumpeerde Hajé met feit feit dat de vis pas vlak voor de lunch zou komen, het was nu nog koffietijd. Wat is dat nu? zei dokter Jansma, zitten we hier naast de visserijhaven, is er geen vis. Ik kan er nu wel even naar toe lopen. Ik ben namelijk een dierenliefhebber, daarom eet ik graag vis, mevrouw. En anders vang ik er zelf wel eentje in de belendende wateren. Maar u hebt geen vis en zelfs geen platgeslagen lekkerbek? Hebt u nog wat anders in de aanbieding ter stilling van het hongergevoel van twee zeventig-plussers die een wereldreis op de fiets achter de rug hebben? Mevrouw had appelgebak. ‘Doet u ons dus maar twee appelgebak met slagroom, met uw welnemen, mevrouw.’

Terug naar Kees. ‘Zoals ik eertijds al zei: hij watert op de stoelen en daar ben ik niet zo van gediend. Als het nu bij één stoel zou blijven, maar inmiddels heeft hij meerdere stoelen bewaterd. Daar heb jij als kattengedragsdeskundige inmiddels toch wel een oplossing voor bedacht? Of watert jouw huiskater ook nog steeds alle stoelen onder?’ Inderdaad, ook Ringo houdt van urinale variatie, moest ik erkennen. ‘Ik vermoed’, sprak dokter Jansma, ‘dat er hier sprake is van verzet. Maar de hypothese van de posttraumatische stressstoornis zou ook mogelijk kunnen zijn. Je zult maar van de ene op de andere dag ontmand worden als huiskater, zonder dat je je daar ook maar enigszins op bent voorbereid. Dat wreekt zich later. Alleen, waarom moet een nieuw baasje dan ook gestraft worden? Hij heeft part noch deel gehad aan deze vorm van dierenmishandeling. Maar vindt jij dan dat jouw huiskater een gedragsprobleem heeft?’

Ik zei dat ik onze huiskater een bijzonder vriendelijke en aaibare poes vind, ‘maar af en toe gaat er iets mis’. ‘Ja, ja, ik weet het, vanuit jouw vak keur je alle misdragingen goed, al breken ze de tent af, dan nog is er niks aan de hand, je denkt natuurlijk weer niet in moeilijkheden maar in mogelijkheden, nou moet je mij eens een idee aan de hand doen wat de mogelijkheden zijn bij een huiskater die bij voorkeur de stoelen bewatert. Ik zou maar weer eens geitenwollen sokken aantrekken. Alleen jammer dat V & D failliet is, daar verkochten ze de beste’ aldus dokter Hajé. Hij wachtte mijn antwoord niet af, maar ging verder met zijn eigen verhaal. Kijk, vanuit mijn discipline kijk ik hier toch iets anders naar. Ik geef de moed niet op, maar ik ga de strijd aan. Op ieder potje past en dekseltje en bij elk probleem past wel een pilletje. Bovendien, zegt jouw boek de Bijbel ook niet dat door vol te houden de slak de ark bereikte? En ook hebben de Zeven Verenigde Nederlanden door vol te houden de Tachtigjarige oorlog gewonnen. Wat mij betreft had Noach trouwens eerder met zijn boot mogen vertrekken, dan hadden we niet zo’n last van slakken gehad. Maar dat terzijde. Maar zo’n probleem met dat wildplassen moet behandelbaar zijn. Helaas wil het licht maar niet bij mij maar niet gaan schijnen bij het zoeken naar een antwoord op dit probleem. Kees doet niet wat de baas graag wil. Een hardnekkig oppositioneel gedragsprobleem derhalve. Maar waar blijft de koffie nu? Onze lieftallige bediende was kennelijk eerder gezet dan de koffie. Maar goed, dan krijgen we wel vers gevangen koffie.’

Precies op dat moment kwamen de koffie en de appeltaart naar buiten, vergezeld van nog steeds de struise roodharige verschijning. Ze leek opvallend op de vroegere assistente van Hajé, al was ze duidelijk een generatie jonger. Ze zette de bestelling op ons tafeltje neer en zei ‘geniet ervan!’ ‘Kunt u iets duidelijker spreken?’ zei Hajé, ‘mijn gehoor is helaas jammerlijk aan de vergankelijkheid onderhevig’. De dame herhaalde op vriendelijke wijze haar zin en Hajé antwoordde: ‘dankuwel, dat is erg vriendelijk van u, zelfs als het niet smaakt zal de schade dankzij uw vriendelijke woorden toch mee gaan vallen. Maar u ziet er niet uit alsof u uw hele leven op Scheveningse terrassen door zult gaan brengen. Wat doet u verder voor de kost als ik zo vrij mag zijn?’ De ober antwoordde dat het voor haar een vakantiebaantje was en dat ze doorgaans bezig was met een studie. Ik zou wel willen weten wat ze dan studeerde, als het antwoord op die vraag in de prijs inbegrepen zou zijn. Maar ik hoefde de prijs niet te betalen, want dat zou Hajé doen. Dus liet ik hem ook verder aan het woord. ‘Zozo’ zei Hajé, ‘hoor ik dat goed, mijn kalender gaf vanmorgen aan dat het 5 juni is en u viert al vakantie? Dat was in mijn jeugd toch anders. De professoren gingen door tot quatorze juillet. Maar ja, we leven thans in een ander tijdsgewricht. Dus ik zal me inhouden van verder oordeel.’

Zo zaten we een uur op het Scheveningse terras. Een antwoord op het probleem van de vrijpostig waterende Kees werd niet gevonden. Dokter Jansma opperde zelfs de mogelijkheid om electro aversie therapie toe te passen, ‘voor zijn eigen bestwil teneinden verdere teloorgang te voorkomen’. Voor wie zijn bestwil werd niet duidelijk. Het leek mij meer de bestwil van Hajé dan de bestwil van huiskater Kees. Mijn advies was om eerst een uitvoerige gedragsobservatie te doen waarbij o.a. werd beschreven wat vooraf ging, wat de plaats des onheils was en wat de gevolgen waren, maar volgens Hajé was hij met vakantie en waren zulke schema’s meer iets voor geneurotiseerde gedragsdeskundigen die met dat soort rituelen meenden tal van onheilen te kunnen bezweren zonder dat er ooit een oplossing uit voort zou komen.

Toen Hajé wilde afrekenen bleek dat hij zijn pasje niet bij zich had. Het zat in zijn andere jas. Uiteindelijk kwam de rekening dus bij mij terecht. Plaatsvervangend de afwas doen bleek geen optie. Wij waren de eerste gasten en er was dus verder nog geen afwas... 

Pasfoto

Deze keer een pasfoto van onze 16-jarige huiskater Ringo. Het was lang geleden dat er een foto van hem was gemaakt. Hij is een beetje bang voor het fototoestel. 

Je kunt zomaar in een fototoestel verdwijnen. Want volgens de Baas zit er al een vogeltje in. Want hij zegt: “Ringo, kijk eens naar het vogeltje!” Dat vogeltje wil Ringo best eens bekijken. Maar als er een vogeltje in past, past Ringo er misschien ook in.

Zo’n oude spiegelreflex, daar zat je nog ruim in als kater. Maar is zo’n klein pocketcameraatje, dat zit best krap. Liever niet dus, als het aan Ringo ligt.

Op het moment dat de Baas de foto nam was Ringo niet helemaal bij de les. Hij hoorde verdachte geluiden in huis, maar hij kon ze niet thuis brengen.

Strikt genomen hoefde dat ook niet, want hij was al thuis. Maar zo'n conclusie was toch wat de ingewikkeld voor onze huiskater.

Naar de poezendokter

Het zal je maar gebeuren. Lig je lekker te slapen op de bank, pakt de Baas je in je nekvel, zet je in een mand en hij doet die mand meteen op slot.

Ik zag de bui al hangen. Die mand stond er al een paar dagen. Zogenaamd om aan te wennen, zeker. En de Baas gooide af en toe lekkere brokjes in de mand. Nou, daar trappen wij mooi niet in!

Maar had de Baas dat niet netjes kunnen aankondigen? Dit was een overvaltactiek. De Baas heeft het op zijn werk over TSFD, maar dat paste hij bij mij dus heus niet toe. Tell-Show-Feel-Do: nee dus. PHB. Pak Hem Beet. Een overvaltactiek.

Daarna liep de Baas met de mand naar de Poezendokter. Dat is hier om de hoek. Ik loop er ’s nachts ook wel eens langs. Het stinkt er erg naar hond. Die beesten wateren gewoon tegen de voorpui. Viezerikken zijn het. Zo je territorium afbakenen. Dat doen wij katten niet.

Twee bange ogen in de poezenmand

Ik werd dus gevankelijk afgevoerd, zoals dat heet. Daar zit het woord gevangenis in. We mochten niet naar binnen, want er mochten maar twee baasjes met twee beesten in de wachtkamer zitten. En alleen als ze gezond waren. Waarom zou je naar een poezendokter moeten als je gezond bent? Wat een onzin weer!

We moesten een hele tijd wachten, want er werd een lotgenoot geopereerd. Dat is mij ook een keer overkomen. Een katstratie heet dat. Geholpen noemen ze dat. Hoezo: geholpen? Dat is typisch mensenpraat. Ik voelde me bepaald niet geholpen. Eén voordeel: je wordt nooit twee keer geholpen. Daar hoefde ik nu dus niet meer bang voor te zijn.

Na een half uur wachten werd ik toegelaten tot een kamer met een kale tafel. Daar was ik al eerder geweest. Ik was het alweer vergeten, maar nu wist ik het weer. De poezendokter sprak vriendelijk tegen mij. Maar daar moet je niets van geloven. Eerst een knuffel en dan een pak slaag, zo zijn die dokters. Dat pak slaag is meestal in de vorm van een prik. Daar hoor je tegenwoordig veel over, merk ik als ik met een half oog en een half oor op de knie van de baas het Journaal volg. Ik dacht dat ik nog lang niet aan de beurt was, maar kennelijk hoor ik dus bij de thuiswonende ouderen op hoge leeftijd. En ja hoor, even later werd ik geprikt.

Ik gedraag me bij de poezendokter altijd heel vriendelijk. Ik probeer mezelf onzichtbaar te maken. Dat werkt niet helemaal, maar je kunt maar beter niet de strijd aangaan, heb ik gehoord. Je verliest het toch altijd.

Na de prik gebeurde er iets heel vreselijks. De Baas zat met de poezendokter te smoezen en toen kwam er nog een dokter bij. En toen werd ik geschoren. Mijn baard moest er af. Maar het was maar de halve baard. Ik dacht: wat gaan we nú krijgen? En daarna kreeg ik weer een prik. Ze probeerden bloed van mij te stelen. Mooi niet: er kwam niets uit. Ik sta niet zomaar bloed af, ik moet wel weten waar wat allemaal voor is. Toen werd de andere helft van mijn baard ook afgeschoren. Nou ja, toen liet ik het bloed ook maar lopen. Wie weet wat er anders nog afgeschoren moest worden.

Er is nog iets wonderlijks gebeurd. De poezendokter heeft een vlo gevangen. Ik heb nog nooit een vlo gevoeld. Volgens mij was die vlo van mijn voorganger op de tafel. Maar ik kreeg voor de zekerheid ook nog stinkspul in mijn nek. Daar moest ik van niezen.

Daarna nam de Baas mij weer mee naar huis. Daar mocht ik weer uit de mand. Ik heb mezelf eerst maar eens flink gewassen. Daarna heb ik in de stoel van de Baas gepiest. Dat komt er van!

Zondige kater

Ringo is een brave huiskater. Hij doet goed zijn best om het leven in het huis zo aangenaam mogelijk te laten verlopen. Een groot deel van de dag brengt hij slapend door.

Waar hij slaapt, dat is nog een verrassing. Dat wisselt om de week. Een week stoel 1, een week stoel 2, een week op de bank, dan een week op stoel 3 en dan maar weer stoel 2 en ook wel eens stoel 4 onder de tafel.

Waar hij plast is ook een verrassing. Meestal is het in de kattenbak of er net naast. Hij plast weliswaar zittend, zoals dat ook bij mannen eigenlijk moet, maar hij heeft niet altijd door waar zijn achterkant is. Zijn kop is binnen, maar zijn achterkant is nog buiten. Dat moet je als kater maar net in de gaten hebben.

Ringo watert ook op het balkon. Dat kan gebeuren als je niet naar binnen kunt. Er stond ook een kattenbak op het balkon, maar die werd door Ringo afgekeurd omdat een buurtblaaskater daar ook op plaste.

En een enkele keer plast Ringo ook op een andere plek in huis. Dat gebeurt soms maanden niet en soms opeens een paar keer wél. Waar en wanneer: dat blijft een soms onaangename verrassing. En waarom hij dat doet: geen gedragsdeskundige die het je kan vertellen. Ringo zelf ook niet trouwens. Hij is nog in speltherapie geweest, maar dat hielp ook niet.

Op de foto doet Ringo iets wat hij van het vrouwtje niet mag. Water vissen uit de vaas valt op zichzelf nog wel te tolereren. Maar soms kiepert de vaas om en dan heb je een waterballet. Dan wordt het vrouwtje even boos op Ringo. Hij snapt er niks van. Ik mag toch wel een beetje naar water vissen?

Oudejaarskater met dokter Jansma

Zowaar werd ik op Oudejaarsdag gebeld door dokter Jansma. Het ging hem naar eigen zeggen redelijk wel. Alleen had hij wat vragen over zijn huiskater.

Zijn huiskater Kees (genoemd naar de case study) leverde hem prettig gezelschap, dat wel. Maar hij begaf zich niet altijd binnen de lijntjes van het huiselijk verkeer. Zo had hij gewaterd op de stoel waar Hajé in was gaan zitten. En Hajé wilde weten of daar wat aan te toen viel.

Ik had in zekere zin slecht nieuws voor Hajé. Wij weten het ook niet. Huiskater Ringo piest ook regelmatig naast de pot. Het ging een half jaar goed, maar nu heeft hij opeens de stoel van Tineke besproeid. We hebben al enkele stoelen met de ophaaldienst mee gegeven.

Trouwens: we hebben een kennis die haar fiets heeft verkocht omdat haar kater regelmatig de fiets besproeide. Ze stonk op de fiets een uur in de wind. Zelfs bij tegenwind. En als je dan het eerste uur bij een bezoek stinkt word je niet echt populair.

Ik suggereerde nog dat huiskaters worden gesponsord door de meubelindustrie. Als besproeide stoelen buiten worden gezet levert dat gaten in het huismeubilair op. Als die weer gevuld worden levert dat inkomsten op voor de meubelindustrie en de woonboulevards. Maar dokter Jansma wilde niet mee gaan in complottheoriëen. Dat soort gedachten wees volgens hem naar een geprangd gemoed en een in psychisch opzicht benevelde geest.

Toch kwam het denken van Hajé wel op gang. Hij wilde weten of huiskater Ringo een operatie had ondergaan aan een zeker onderdeel. Ja, dat was het geval.

Daar zocht dokter Jansma ook een verklaring in. Als je gestoord wordt in het bezig zijn met de ene behoefte komt die behoefte op een ander moment weer tevoorschijn. Dat is het model van de fluitketel onder hoge druk. Geen indruk kunnen maken op de vrouwtjes wordt verplaatst naar het indruk maken op het baasje. Een verschuiving, aldus voorvader Freud. En het maakt dan niet uit of het een goede of een slechte indruk is, het gaat om de geldingsdrang.

In hun diepste wezen zijn katten narcisten, aldus dokter Jansma. Zij zijn het centrum van de wereld en alles draait om hen. En het imago van dat centrum een deuk heeft opgelopen moet dat narcisme op een ander punt weer als een welig bloeiende neurose tot uiting worden gebracht.

‘Maar wat zeg ik nu?!?! zegt dokter Jansma. Dit is een ernstige woordverspreking. Narcisme en neurose verdragen zich niet met elkaar, ze zijn elkaars tegenpolen. Immers: de narcist slaat de hand die hem streelt en de neuroot kust de hand die hem slaat. Vergeet deze opmerking, vakbroeder, het is een vergissing mijnentwegen.

Dat had ik niet eerder gehoord, dat ik vakbroeder was. Ik dacht dat ik in de ogen van Hajé slechts een zielknijper light was zonder veel kennis van zaken.

Maar Hajé was al verder gegaan met zijn betoog. Hij zei: “Laten we ons eens voorstellen dat we onder zeil zijn gebracht door een lieftallige zuster op naaldhakken en we worden na een paar uur wakker en we willen even de toiletgang beoefenen en ziedaar, we missen opeens een belangrijk onderdeel dat de helft van onze identiteit uitmaakt, wat zouden zijn dan doen? Want die lieftallige zuster waar wij tijdens de narcose van droomden is opeens in fysiek opzicht voor ons onbereikbaar geworden. Zouden wij dan niet op een bepaalde wijze in het verzet gaan treden?”

Daar zat wat in? Alleen waren wij het niet die de wilsonbekwame Ringo naar de plaats des onheils hebben vervoerd. Maar volgens Hajé kan de ervaring met één persoon leiden tot een emotionele botsing met vergelijkbare personen. Net zoals de ervaring van een zoon tot zijn moeder kan leiden tot een allergie jegens andere vrouwspersonen.

Volgens mij had Hajé het nu over zichzelf. Ik wilde een bruggetje slaan en wilde weten hoe het met hem ging. 'Dat is een ander verhaal' aldus Hajé en hij wenste mij en de mijnen een goede jaarwisseling. Einde gesprek. 

Dokter Jansma heeft een kater

Maandenlang had ik niets van dokter Jansma gehoord. Ik had een paar keer geprobeerd om hem te bellen. Geen gehoor. En ook geen antwoordapparaat.  Ik vermoed trouwens dat hij nog een oude telefoon heeft met draaischijf. Daar zit dan waarschijnlijk ook geen antwoordapparaat bij.

Ik denk trouwens dat dokter Jansma geen flauw benul zou hebben van de werking van een antwoordapparaat. Zijn robuuste roodharige secretaresse regelde alles voor hem. En thuis wilde hij natuurlijk ook geen antwoord-apparaat. Je wilt als niet dat het hele bandje volgesproken worden met claimende vragen van je moeder (‘ben je niet thuis, ik hoor maar niks van je, bel je lieve moeder eens terug!’). En je wilt als emeritus-zielenknijper al helemaal niet gebeld worden door hysterische ex-patiënten met verlatingsangst.

En toen opeens belde dokter Jansma. ‘Met Hajé, kerel, hoe gaat het er mee?’ Welja, twee halfom en één tartaar, moeder staat de koffie klaar? Ik dacht dat ik die vraag moest beantwoorden, maar zoals gebruikelijk in onze gesprekken stak Hajé direct verbaal van wal zonder ook maar mijn antwoord af te wachten. Hij had een verrassing. “Je raadt nooit wat het is!” Ik zei: “Je hebt corona!” “Nee,” zei Hajé, “het is iets wat in het bijzonder in jouw kraam van pas komt. Je raadt het nooit!”

Op zo’n moment tolt er van alles door mijn hoofd, maar ik bezit niet de verbale assertiviteit om zo znel mijn gedachten in klankgeworden gedachten om te zetten. Ik dacht dat Hajé na zijn pensioen mogelijk een dating site had geraadpleegd volgens het recept van het daten in de derde levensfase.

Hajé gaf mij weinig tijd om te benoemen dat er een vrouw in zijn leven was gekomen. Hij zei: “Ik heb een kater!” Nu dacht ik bij overmatig drankgebruik dat sommige mensen aan verhoogde stemmingen doen, maar de kater is – voorzover ik kan beoordelen – altijd een minder prettige fase in de cyclus van het opbouw van het Syndroom van Korsakov.

Opnieuw kreeg ik weinig tijd om mijn gedachten verder bij elkaar te rapen. Hajé bleek zomaar opeens vanuit het niets een rode kater te hebben. Nooit had ik hem op enige dierenliefde kunnen betrappen. Ook niet op haat voor dieren. Hij was in mijn ogen dierneutraal. Dieren kwamen in zijn belevingswereld niet voor. Althans: hij had dit mij nooit geopenbaard.

Hajé vervolgde: “Het komt eigenlijk door jou. Ik zag foto’s van jou voor de televisie in gezelschap van een huiskater. En toen bedacht ik dat ik in corona-tijd ook wel wat gezelschap zou kunnen gebruiken. Een kat in het bakkie in plaats van een bakje met antidepressiva.” En zo was er een kater in zijn leven en in zijn huis gekomen.

Ik vroeg of Hajé misschien een foto van de kater kon toesturen, maar dat kon niet. Niet omdat Hajé dat niet wilde, maar omdat hij geen idee had hoe hij met zijn antieke telefoon een foto kon maken. Het snoer was te kort om in de buurt van de huiskater te komen.

Ik vroeg Hajé om nog wat verder te vertellen over de kater, hoe het zo was gekomen en hoe oud de kater was. “Bij geval was de overbuurvrouw in het verpleeghuis opgenomen en toen vernam ik dat de buurvrouw die kater elke keer eten moest brengen. Toen bedacht ik opeens: ‘als mijn waarde collega Henk genoeglijk gezelschap beleeft aan een huiskater, waarom zou ik dan niet een poging tot genoeglijk samenwonen doen?’ Nee, niet permanent, eerst maar eens kijken hoe de vork in de steel zit. Misschien gaat de overbuurvrouw zich te zijner tijd weer metterwoon aan de overzijde vestigen en dan moet hij weer terug. Nee, ik ga me nog niet binden…”

Het was weer duidelijk: Hajé kwam weer zijn bindingsangst tegen. Diezelfde bindingsangst had hem voorzover ik kon beoordelen mogelijk al een halve eeuw van de vrouw weggehouden. Maar nu was er dus toch een huisgenoot in huis. Voorlopig, niet permanent. “Teveel binding leidt tot ontbinding” was een gevleugelde uitspraak van dokter Jansma.

“Wat is de naam van de kater?” wilde ik weten. “Kees”, zei Hajé, “Geen Sigmund, ons aller vadertje Freud, maar kort en bondig Kees, naar het begrip case-study.” “Heette hij dan al zo?” wilde ik weten. “Nee, zo heette hij niet, hij heette Teun. Maar ik wil niet om de Teun geleid worden. Dus in deze woning heet hij Kees. Geen twijfel mogelijk.”

En toen opeens: "Kerel, ik spreek je wel weer bij gelegenheid als de etablissementen weer oudere gogen en jaters willen ontvangen. Het is nu te koud om nog een terrasje te plegen. Hou je haaks." Einde gesprek.