Toren Nieuwe Kerk

Kleinzoon J. kreeg van zijn opa als kado: het beklimmen van de toren van de Nieuwe Kerk in Delft. Zaterdagmiddag was het zo ver.

In financieel opzicht was het geen handige transactie. Hij kreeg dit kado voor zijn 12e verjaardag. Laat nu net de leeftijdsgrens voor de prijzen van de kaartjes op 12 jaar gesteld zijn. Jonger was goedkoper geweest. We hebben het nog geprobeerd om er als tractatie onderuit te komen, want er stond ‘studenten 12-25 jaar’. En volgens J. is hij nog geen student.

Maar niet getreurd. Het was voor een verjaardag en ik kan het betalen. Na deze gedachten aan de voet van de toren beklommen we de op één na hoogste kerktoren van Nederland. De rugtas moest af & ingeleverd worden, want met rugtas kun je elkaar op de smalle trappen niet passeren.

Nu moet ik zeggen dat het ook zonder rugtas nog ingewikkeld was. De toren is misschien berekend op twee slanke francaises of chinezen, maar niet op overgewichtige Nederlanders en Duitsers. En uitwijkmogelijkheden zijn er nauwelijks. Bovendien raakte er iemand halverwege in paniek. Deze persoon moest door een gids naar beneden begeleid worden.

Maar wij vermaakten ons prima. Na een kwartier hadden we de 376 treden genomen. Dat mag alleen als je in goede conditie bent. Kennelijk verkeren opa en kleinzoon in goede conditie. Overigens stootte opa enkele malen zijn hoofd tegen een balk. Daar heeft ook wel eens iemand een hersenschudding door opgelopen. Maar bij opa viel de schade op een bult na nog wel mee.

Boven (op 85 meter hoogte, exclusief spits) hadden we een prachtig uitzicht op de stad Delft, maar ook over de wijde omgeving. Rotterdam, Den Haag, Zoetermeer en het hele Europoortgebied lagen aan onze voeten.

De afdaling vond ook plaats met enige stremmingen. Voor ons kwamen twee mensen klem te zitten, ze konden elkaar niet passeren. Ik stel voor dat er naast een conditietest ook nog een BMI wordt vastgesteld van iedere klimmer.

Beneden hebben we in een bruin café iets gedronken en een broodje kroket genuttigd. Een grote Duitse herder voegde zich bij ons gezelschap. Hij had ook wel zin in een kroket. Daarna hebben we nog de Oude Kerk bestudeerd en zijn we even in de stadsmolen geweest. Het was dus best een cultureel verjaardagskado...
Advertenties

Dan verkoop je toch gewoon de kerk?

Tineke is ruim 25 jaar bestuurslid geweest van de Stichting Behoud Monument Lutherse Kerk in Den Helder.

Het zit zo. In 1992 werd de Lutherse Kerk in Den Helder opgeheven. Maar ze hadden een mooi kerkgebouw in het centrum van de stad. Het gebouw kenmerkte zich o.a. door een prachtige akoestiek. Er stond ook een mooi orgel in. Het zou jammer zijn om daar een ‘Witte Tapijthal’ van te (laten) maken.

Wij kerkten als andere kerk ook in dit kerkgebouw. Enkele leden van onze kerk hebben toen gezamenlijk een stichting opgericht om dit gebouw als kerkgebouw te behouden. Aan de (landelijke) Lutherse Kerk werd beloofd dat het gebouw ook in de stijl van de Lutherse Kerk (met tal van mooie ornamenten) bewaard zou blijven. Dat er besloten werd tot een aparte stichting had als reden dat de lasten voor de kerk zelf te hoog zouden liggen. Wel een kerkgebouw, maar geen dominee, dat was ook niet de bedoeling.

Via enkele landelijke en plaatselijke acties kwam er voldoende geld binnen om de aankoop van de kerk te financieren. De plaatselijke (seculiere) gemeente was ook blij met deze aankoop. Den Helder telt weinig monumenten, dit is één van de weinige karakteristieke gebouwen in de binnenstad.

Het bestuur zat niet stil. Zo werden er maandelijks concerten gegeven, had het gebouw een plek in de landelijke muziekdag, oefenden er koren en werden er orgellessen gegeven. Als we zelf financieel wat krapper zaten zei ik wel eens tegen Tineke: “Maar dan verkoop je toch gewoon de kerk?”

Maar er zijn andere tijden aangebroken. Nog maar één van de vroegere bestuursleden woont in Den Helder. Tijd voor een andere eigenaar. Maar liefst wel weer iemand die respect heeft voor het gebouw. En dat is gelukt.

Dus kon het gebouw worden overgedragen aan een nieuwe eigenaar. Op zondag zijn er kerkdiensten en door de week wordt het gebouw voor tal van andere vooral muzikale activiteiten gebruikt.

Een andere eigenaar, maar er zit nog steeds muziek in dit inmiddels ruim honderd jaar oude kerkgebouw met de klassieke Lutherse zwaan op de toren.

Boedapest (2)

Dan de overkant van de Donau in Boedapest. De linkeroever, oftewel het stadsdeel Pest. Toen de muren niet meer nodig waren als vestingwerk groeide de stad uit zijn voegen. Hier vind je prachtige architectuur uit het einde van de 19e en begin van de 20e eeuw.

Boeda en Pest waren na de Turkse overheersing kleine plaatsen. Dat veranderde toen ‘de Habsburgers’ hun zetel in Boedapest vestigden. De keizer van Oostenrijk was tevens de koning van Hongarije. Met zijn komst  zetelde het centrum van de macht in Boedapest. De Hongaarse hoofdstad was toen grotendeels Duitstalig.

In 1867 gaf de keizer in grote mate autonomie aan Hongarije en hij stimuleerde zelfs het gebruik van de Hongaarse taal. Er werden regeringsgebouwen gebouwd en Boeda en Pest werden één stad. Deze ontwikkeling trok honderdduizenden mensen van buiten aan. Rond 1850 telde de stad 180.000 inwoners (waarvan de meesten Duits spraken) en in 1900 telde Boedapest 730.000 inwoners. De meeste mensen spraken inmiddels Hongaars. Onder de nieuwkomers waren tienduizenden Joden. In 1900 was 20% van de bevolking Joods. Hun invloed is nog goed te zien in de Joodse wijk.

In heel Pest vind je straten vol schitterende architectuur: neoclassicistische bouwwerken van rond 1850, daarna gebouwen die de renaisance imiteren en soms aan paleizen doen denken. Maar vaker waren het woonkazernes met prachtige gevels aan de straatzijde. Die woonkazernes werden allemaal in blokken gebouwd. Mijn advies is: blijf niet aan de straatzijde je vergapen, maar probeer ook eens zo’n binnenplaats te bezoeken (vaak achter een ijzeren hek). Soms kom je er binnen en dan blijf je je verbazen…

Het meest imposante gebouw is het parlementsgebouw. Met zijn lengte van 268 meter, een breedte (in het midden) van 118 meter en een koepel met een hoogte van 95 meter is het één van de grootste gebouwen van de wereld. Het gebouw kwam in 1904 gereed.

Nog weer later doen staalconstructies hun intrede. De deuren, de trappenhuizen en de balkons bevatten prachtige staaltjes aan siersmeedwerk. Om uiteindelijk uit te monden in het (wat mij betreft) hoogtepunt van de architectuur van de 19e en 20e eeuw: de Jugendstil.

Boedapest is een straat vol met geschiedenis, maar ook boordevol architectuurgeschiedenis. Gelukkig is de stad in de oorlog grotendeels gespaard gebleven en hebben de communistische overheersers na de oorlog de gebouwen een beetje in tact gelaten.

Westkapelle

Nu we het toch over vuurtorens hebben... op Walcheren staat een wel érg mooi exemplaar. Het is de vuurtoren van Westkappelle.

Van jongs af aan heb ik een voorliefde voor kerktorens, watertorens en vuurtorens. Dat is allemaal vast wel Freudiaans te verklaren, maar ik vind het meestal mooie gebouwen. Althans: als ze wat ouder zijn. Wat architecten tegenwoordig weten te bedenken op dit gebied vind ik vaak computergestuurde wansmaak.

Opmerkelijk is dat de toren niet aan zee staat. De vuurtoren is oorspronkelijk gebouwd als stenen kerktoren van de Sint Willibrorduskerk. De kerk werd verwoest tijdens de tachtigjarige oorlog. Alleen de toren bleef staan. En wat doe je met zo’n loslopende toren? Je kunt hem nuttig maken, als uitkijktoren en bijvoorbeeld ook als vuurtoren. Dat hebben ze in Westkapelle gedaan.

Westkapelle vuurtoren 03De toren is ongeveer 50 meter hoog. Vanaf het platform heb je een schitterend uitzicht. Je ziet zeeschepen vlak langs de kust varen, je kijkt over het dorp Westkapelle uit (dat in de oorlog bijna helemaal werd verwoest) en je hebt een spectaculair panoramisch zicht over Walcheren.

Je moet wel 207 treden beklimmen om van dit uitzicht te kunnen genieten. Maar dan héb je ook wat te zien!

Onder aan de dijk ten noorden van Westkapelle staat ook nog een kustlicht. Dat is een hulpmiddel voor zeeschepen om de positie te bepalen.

Langs de hele Nederlandse kust vind je vuurtorens, afgewisseld door kustlichten. Die zijn minder bekend. Ze staan ook zelden op ansichtkaarten. Maar ik heb er toch maar weer eentje op de foto gezet.

 

 

Westzaan

Laat ik het maar weer eens over Westzaan hebben. Die plaats ligt wat verlegen tussen de grotere plaatsen en verkeersstromen in de Zaanstreek.

Maar juist vanwege die (betrekkelijke) rust heeft Westzaan een redelijk authentiek karakter behouden. Het dorp telt zo’n 5000 inwoners. Ze hebben er inmiddels al wel televisie en internet, maar nog geen ondergrondse parkeergarage.

Westzaan is een lintdorp. Niet zo langgerekt als het nabijgelegen Assendelft (7,2 km), maar toch een aardig lintje aan huizen door de polder. Het dorp bestaat uit meerdere buurtschappen: Noordeinde, Weiver, Kerkbuurt, Krabbebuurt en Zuideinde. 

Om het eenvoudig te houden: Westzaan ligt ten westen van Zaandam en Oostzaan ligt ten oosten van Zaandam. De wereld zit hier geografisch logisch in elkaar.

Wetszaan ademt de sfeer van het land waar het leven goed is. Toch werkt nog maar 4% van de plaatselijke bevolking in de agrarische sector.

Blote vrouw

Ooit trof ik in Westzaan een blote vrouw achter een openstaand raam aan, maar bij mijn laatste bezoek bleek zij verdwenen te zijn. Het raam was ook dicht. Waarschijnlijk was het te koud geworden. Of misschien liep ze inmiddels wel netjes aangekleed door het dorp.

Gebouwen

In de 18e eeuw stonden er in het dorp 33 molens. Nu zijn er nog vijf over, maar drie van die molens zijn kleine poldermolens.

Een opvallend gebouw in Westzaan is het Reghthuys. Het gebouw dateert uit de 18e eeuw en heeft aan de voorzijde een zuilenportiek. Dat is passend bij de hang naar classicistische invloeden uit die tijd.

Kerken

De Grote of Sint Joriskerk (links naast het Reghthuys op de foto) is een opvallend groot kerkgebouw, dat ook al uit de 18e eeuw dateert. Iedere zondag wordt er een kerkdienst gehouden. Dat noem ik maar even omdat veel kerkgebouwen in de Zaanstreek kerkelijk werkloos zijn geworden.

Een eveneens bijzonder gebouw is het kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente uit de 19e eeuw. Dit gebouw is één van de twee vroegere ‘Vermaningen’ in dit Zaanse dorp. Een ‘Vermaning’ is een doopsgezinde kerk. Daarnaast is er nog een Christelijke Gereformeerde Kerk.

Het meest bijzondere kerkgebouw in Westzaan vind ik de Doopsgezinde Zuidervermaning (met kerkpoes).

Het gebouw is helemaal van hout opgetrokken, met een zogenaamd schilddak. Veel Doopsgezinde kerken hebben een vloer die met zand is bestrooid, waardoor het brandgevaar verminderde.

Er zijn vier kappers in Westzaan. Kapper Snoei lijkt mij het meest effectief: die komt echt je haar kappen met een echte snoeischaar. Er wordt in een recensie door iemand gemeld dat ze heel tevreden is, het haar zit al jaren goed. Effectief knippen dus.

Toren Oude Kerk

"Er zijn meer meisjes dan kerktorens in Nederland" zei de vader van een klasgenoot toen zijn verkering uit was geraakt. Dat was een schrale troost. Deze keer geen meisje, maar één van die schaarse kerktorens op de foto.

Het is de toren van de Oude Kerk in Delft. Ik heb die toren wel vaker op de foto gezet, maar niet bij donker.

De ruim 75 meter hoge toren helt vervaarlijk over naar het westen. Maar dat ontdekten de bouwers al tijdens de bouw. Dus toen hebben ze de overhelling naar boven toe gecorrigeerd. Maar daarmee heeft deze toren dus wel een forse bouwkundige scoliose opgelopen.  De oorzaak is dat de toren deels in het water van de Oude Delft werd gebouwd. Dat was niet handig en het was dan ook de oorzaak van de verzakking van de toren.

De toren werd gebouwd tussen 1325 en 1350. Er hangt één van de grootste klokken van Nederland in: de Trinitatisklok weegt maar liefst 9000 kilo. Heb je een zwakke rug, moet je ook nog eens zo’n zware klok tillen.

Vanwege de zwaarte van de klok wordt hij hoogstzelden geluid. Men is namelijk bang voor schade aan de toren als deze klok geluid wordt.

Maria van Jessekerk

Delft telt zo'n dertig kerkgebouwen. Twee gebouwen zijn zelfs landelijk bekend: de Oude Kerk en de Nieuwe Kerk (waar de Oranje's worden begraven).

Maar het mooiste interieur is wat mij betreft te vinden in de Maria van Jessekerk. De kerk is rond 1880 gebouwd volgens een ontwerp van een leerling van Pierre Cuypers: Everhard Margry. 

Aan de buitenkant vind ik de kerk niet zo bijzonder, al zijn er opmerkelijke details te vinden. Zo zijn de beide torens verschillend. De ene toren werd geïnspireerd door de toren van de Oude Kerk, de andere toren door die van de Nieuwe Kerk.

Maar de binnenkant, met vele prachtige schilderingen en glas-in-loodramen is echt bijzonder. Daarbij komt ook nog de mooie lichtinval, vooral als de zon schijnt. In de kerk staat een imponerend Maarschalkerweerd-orgel. 

De kerk is een echte binnenstadskerk. Er zijn vele jaren geweest dat het kerkbezoek tanende was, maar toch trekt deze kerk ook weer tal van gasten die op zoek zijn naar verstilling, naar bezinning, of die gewoon een stukje muziek willen beluisteren.

Voor de liefhebbers van kerkelijke architectuur is er een filmpje beschikbaar. Zie: