Bergen (Mons)

Bergen telt bijna 100.000 inwoners. Het is de hoofdstad van de Belgische provincie Henegouwen.

Bergen is ongeveer even groot als steden als Delft en Alkmaar, maar de plaats oogt veel dorpser. Maar misschien zie je het verschil wel in het aantal inwoners per vierkante kilometer. In Bergen wonen 650 mensen op een vierkante kilometer en in Delft zijn dat er 4550. Leiden en Gouda zijn nóg dichter bevolkt. In theorie zou de kans op besmetting door een eng virus in de Nederlandse steden dan ook groter moeten zijn: de mensen houden fysiek onvoldoende afstand (…).

Zoals ik in het vorige blog al schreef was Bergen een zeer welvarende stad, totdat hertog Alva er in 1572 zijn intrek nam. Hij was nog boos over het verlies van Den Briel en lapte alle gemaakte afspraken aan zijn laars. Veel inwoners werden gemarteld en terechtgesteld en hun bezittingen werden geconfisqueerd. Nee, de Spanjaarden waren geen lieverdjes! Meteen kelderde de economie, want als je zonder enige kennis van zaken alle bedrijvigheid in beslag neemt valt natuurlijk meteen ook alles stil. Bergen werd (net als Brugge) een doods provinciestadje.

We huren in Bergen een Blue Bike. Dat is de Belgische OV-fiets. Het bijzondere is dat die fietsen zeven versnellingen hebben. Het zijn zware fietsen die ook wel wat van tanks hebben. Als je een aanrijding met een auto hebt loopt de auto zware schade op. Nadeel is dat ze ook vrij zwaar trappen, maar het voordeel is weer dat je je kuitspieren flink oefent.

Om de stad in te komen moet even wat flink klimmen. De plaats heet niet voor niets Bergen. Het mooiste stukje van Bergen is de Grote Markt (behalve de hier aanwezige McDonalds). Daarnaast is er meerdere mooie historische kerken en er is een belfort dat tot het Unesco Werelderfgoed behoort.

Het meest bijzondere kunstwerk in Bergen vind je nauwelijks in de gidsen of op het internet: dat is een verzameling planken. Het werd geplaatst ter ere van het feit dat Bergen culturele hoofdstad van Europa was geworden. Als mikadohoutjes stortten een paar weken na de oplevering de planken naar beneden. Het had toen 400.000 euro gekost. Het kunstwerk werd weer in ere hersteld, maar kraakte wel vervaarlijk. ‘Hout werkt nu eenmaal’, zo meende men. enkele weken later stortte het opnieuw in. Een constructiefout, zo werd geoordeeld. Nee, vond de kunstenaar, hij had geen fout gemaakt.

Het kunstwerk is uiteindelijk op een andere manier opnieuw opgebouwd. Het staat er inmiddels vijf jaar en persoonlijke ongelukken hebben zich verder niet voorgedaan. Maar qua bouw, planning en effect lijkt dit kunstwerk dus wel op het station van Bergen. Daar rammelt het nog steeds aan alle kanten...

Bergen en een mislukt bouwproject

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, fiets jij wel eens in Bergen?" Dat zal ik jullie zeggen: in tal van streken heb op de fiets en meerdere malen Bergen bezocht. In Noord-Holland, in Limburg, in Noorwegen en in België. Alleen noemen ze Bergen in België 'Mons'. Daar hoor je het Franse Monts in.

Deze keer was ik met Tineke in Mons. Ik was trouwens al eerder met haar in Mons geweest en ook op de fiets, maar die herinnering was ze een beetje kwijt. Het was dus tijd om de herinnering wat op te poetsen.

Mons was eeuwenlang een Vlaamse stad. Het was ook een zeer welvarende stad. Al in 1290 had de stad een stadsmuur van 4½ kilometer lang, met zes poorten. De welvaart duurde eeuwen lang. Er kwam pas een einde aan gedurende de Tachtigjarige oorlog. In 1572, toen Alva Den Briel verloor, nam hij zijn intrek in Mons. Ondanks de belofte van algehele amnestie werden duizenden burgers gefolterd en gevangen gezet. De welvaart van één van de meest bloeiende steden van Europa werd in één jaar tijds vernietigd.

De ellende hield lange tijd aan. Pas in de 18e eeuw herstelde de economie zich enigszins. Daarom heeft de plaats meer een 18e eeuws uiterlijk dan een middeleeuwse uitstraling.

La Gare de Mons

Het oude station van Mons

Eén van de zaken waar ik het meest perplex van ben is het stand van zaken rond het station van Bergen. Er stond hier een mooi klassiek station met prachtige fresco’s en een indrukwekkende stationshal. Volgens mij was het één van de mooiste stations van België (het was wat te vergelijken met het naoorlogse station van Den Bosch).

In 2013 werd het station gesloopt want er zou een nieuw station van de hand van de hand van de beroemde architect Santiago Calatrava komen. Deze architect is vooral bekend vanwege zijn gedurfde stationsontwerpen die meestal leiden tot enorme overstijgingen van de kosten. Als het station klaar is lekt het vooral, zo heb ik in Luik en Lissabon geconstateerd.

Het wonderlijke is dat het nieuwe station 500 meter westelijker wordt gebouwd dan het oorspronkelijke station. Men had dus gewoon het oude station kunnen laten staan. Misschien wel tientallen jaren lang...

Ook de bruggen die de gemeente Haarlemmermeer over de Hoofdvaart liet bouwen zijn een ontwerp van de heer Calatrava. De gemeente heeft zich met die drie bruggen behoorlijk in de financiële nesten gestort, want de bouw was veel duurder dan geraamd, maar daarna bleek de constructie ook tal van fouten te bevatten. Je vraagt je af wie er nog met Calatrava in zee durft te gaan. Welnu: dat zijn o.a. de Belgische spoorwegen. Ze hadden beter kunnen weten, want in Luik was de post onvoorzien bijna net zo groot als de totale begroting.

De bouwkosten van het nieuwe station van Mons werden oorspronkelijk geraamd op 37 miljoen euro, in een volgende begroting werd het 150 miljoen euro en in 2017 werd een bedrag van 263 miljoen euro genoemd.

Zo lang het nieuwe station niet klaar is moeten de 100.000 wekelijkse reizigers het doen met enkele tijdelijke containers benevens metalen trappen die bij nat weer behoorlijk glad worden. Welnu: ruim twee jaar geleden was het nieuwe station in aanbouw en de stand van zaken is dat de bouw twee jaar later nog precies even ver gevorderd is. Het beton ziet er inmiddels verweerd uit, het lekt overal, het ijzer is aan een roestige opmars bezig (foto van internet).

Wanneer het station klaar is? Niemand durft het te zeggen. Het jaar 2020 was genoemd, maar er is nog steeds geen start met de verdere bouw gemaakt.

Niet zeiken

Ja, als je een gebouwtje neerzet dat lijkt op een bushalte, maar geen bushalte is.

Maar als de mannelijke inwoners vervolgens gaan denken dat het een urinoir is omdat het toch wel erg op een mannelijke plasgelegenheid lijkt…

Dan ontkom je er bijna niet aan om wel heel nadrukkelijk in neon-licht te vermelden dat het niet de bedoeling is dat mannen hier gaan wateren.

Bij nader inzien blijkt het gebouwtje trouwens een kunstobject te zijn. Oorspronkelijk stond hier het Schreihuisje, waar vrouwen van zeelieden hun varende echtgenoot konden uitzwaaien.

Het Schreihuisje staat in het stadspark aan de Nieuwe Maas in Schiedam.

Herfstfietsen (4): Wassenaar

Toch maar weer verder op de fiets, ook al is deze fietstocht al meer dan zes weken geleden. Het was een rondje middagfietsen. Al in geen drie maanden heb ik een hele dag gefietst.

Ik was in Voorschoten enigszins opgehouden door de kou en een Pietenband, en had me ter plaatse opgewarmd in een plaatselijke boekhandel omdat er geen plek was in de plaatselijke herberg. Hoewel: er was wel plek, maar ik vond het te vol en er was teveel lawaai.

Via het station van Voorschoten maak ik de doorsteek naar Wassenaar. Het is maar een kort doorsteekje van drie kilometer. Links ligt het natuurgebied Raaphorst. Het kasteel rond dit landgoed is er niet meer. Ik weet ook niet waar het gebleven is. Dat zou ik aan een plaatselijk historicus moeten vragen.

Onder de A44 door fiets ik Wassenaar binnen. Deze plaats staat landelijk bekend als één van de meest sjieke plaatsen in Nederland. Als dat zo is val ik met mijn kleding uit de toon. Er zitten zelfs twee gaten in mijn spijkerbroek, heb ik onderweg ontdekt. Ik vroeg me onderweg al af waarom het zo tochtte. Sorry, plaatselijke inwoners, maar ik wist niet van tevoren dat ik in Wassenaar uit zou komen. Ondertussen heb ik het weer behoorlijk koud en ik moet ook nodig een sanitaire stop maken.

Eigenlijk is het winkelcentrum van Wassenaar heel gewoon en ook best aardig. Een leuke dorpsstraat die mooi verlicht is. En er is ook een HEMA met restaurant en toilet. Gewoner kunnen we het niet maken. Koffie met een gebakje voor twee euro, zo komt Henk Splinter door de winter.

Nu nog de vraag: is Wassenaar écht zo duur? Het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking bedraagt er 52.600 euro per jaar. Dat is het hoogste van Nederland, nog boven de gemeente Bloemendaal. De gemiddelde verkoopprijs van een huis was in 2018: 650.000 euro. Blaricum, Laren en Bloemendaal waren duurder. Conclusie: Wassenaar is toch best een erg dure en rijke gemeente...

In 2012 was het oorlog in de Wassenaarse politiek (met o.a. vier lokale partijen). Deze oorlog kreeg in de wandelgangen de naam: de Wassenaarse seksrel. Vier wethouders stapten achtereenvolgens op.

Wassenaar is eigenlijk een dorp. Net als Voorschoten is het op een zandrug gelegen, een voormalige strandwal.

In het centrum vind je aardige en knusse straatjes, een grootse molen, een heel oude kerk en een imposante neogotische Rooms-Katholieke Kerk: de Sint Wilibroduskerk. De plaatselijke pastoor was eerst zeeverkenner, daarna jurist en is nu pastoor. Of hij ook graag fietst staat niet vermeld in zijn personalia. Dat zou ik hem graag willen vragen, maar de kerkdeur zit op slot.

Dwars door Wassenaar loopt een drukke weg naar Den Haag. Ik wil ook die kant uit, maar niet door de drukte. Dus moet ik mijn eigen weg zien te vinden. Dat valt niet mee, want herhaaldelijk fiets ik rondjes. Maar uiteindelijk fiets ik de plaats toch uit en het donkere lover in.

Toren Oude Kerk

Goed, dan ook maar een foto van de toren van de Oude Kerk in Delft. Eerst de Nieuwe Kerk en dan de Oude Kerk. Logischer kunnen we het niet maken.

Tijdens de bouw ging de toren verzakken. Dat was geen wonder. De Oude Delft werd namelijk deels gedempt/ omgelegd om ruimte te maken voor de toren. Maar om zo’n zware toren nu met de voeten in de natte blubber te zetten, dat was vragen om moeilijkheden.

Omdat men al tijdens de bouw ontdekte dat de toren verzakte bedachten de bouwers dat ze in hoger sferen de bouw wel weer recht konden trekken. Dus zit er een knik in de toren. Voor die tijd was dit een geniale oplossing. We hebben het dan over de late Middeleeuwen (rond het jaar 1350).

In de toren hangt (zoals ik al eerder heb gemeld) de zwaarste torenklok van Nederland. Hij is zó zwaar dat hij eigenlijk niet geluid mag worden. Je vraagt je dan ook af: wie heeft het bedacht dat er zó’n zware klok in deze toren geplaatst moest worden. Ik zou trouwens ook wel willen weten hoe ze die klok naar boven hebben gehesen. Hij weegt namelijk 9000 kilo. Vermoedelijk is er iemand door zijn rug gegaan.

Wat de foto betreft: die is uit de hand gemaakt op 1/10 seconde met mijn Sony compactcamera.

Een bevriende professor aan de Technische Universiteit heeft ooit eens tijdens een diner berekend wanneer de toren uiteindelijk toch om zou vallen. Dat zou na het toetje gebeuren. Omdat het diner aan de voet van de toren werd gegeven was iedereen op tijd naar huis…

Voor mensen die af en toe door Vlaanderen fietsen: daar vind je enkele torens die vrijwel identiek zijn. De toren van de Oude Kerk is dan ook gebouwd in de Vlaamse stijl.

Sfeervol Delft

Gisteren een blog van een zonnig Delft. Vandaag maar eens twee sfeervolle foto's van 'Delft by night'.

Dit is een foto die ik nam op de Wijnhaven. Niet dat ik in het water was gevallen, de straat heet hier zo. Links zie je de toren(klok) van de Nieuwe Kerk en rechts (boven) zijn de contouren van het stadhuis zichtbaar. In dit hoekje van de stad staan maar liefst 63 Rijksmonumenten. Historischer kan het bijna niet.

Op de tweede foto de Markt met de bijna 109 meter hoge toren van de Nieuwe Kerk. Met de bouw van de Nieuwe Kerk werd begonnen in 1381. Hij is dus ook al best oud. Maar de Oude Kerk is nóg ouder. Al in 1250 stond er een kerk die geleidelijk steeds verder verbouwd en uitgebreid werd.

De Nieuwe Kerk is vooral bekend omdat de Oranjes hier worden begraven (‘here they have buried the oranges’). Dat gebeurt overigens niet iedere dag. Meestal is het gebouw geopend voor het gewone publiek en op zondag worden er twee kerkdiensten gehouden. Dan betaal je geen toegang.

Met Oud-en Nieuw hoop je dat het niet allemaal affikt als gevolg van verdwaald vuurwerk.

Opa met kleindochter op stap

Nadat kleinzoon J met zijn opa op de toren van de Nieuwe Kerk was geklommen wilde kleindochter N ook wel een toren beklimmen.

Ze wilde graag de hoogste toren van Nederland beklimmen. Dat is de Domtoren in Utrecht. Maar ze ging ook akkoord met de op één na hoogste toren: dat is de toren van de Nieuwe Kerk in Delft (bijna 109 meter hoog).

Op Oudejaarsdag was het zo ver. Op de fiets door de toeristendrukte van het centrum van Delft naar de toren van de Nieuwe Kerk.

Ik weet niet of jullie ervaring hebben met 9-jarige kleindochters, maar zeg nooit dat de jeugd van tegenwoordig geen conditie heeft. Deze dame presteerde het om non-stop in één keer de 376 treden van de toren te beklimmen. En haar bijna 70-jarige opa Henk had haar maar te volgen. Onderweg heeft hij slechts drie keer zijn hoofd tegen een balk gestoten.

Eigenlijk was het voor opa Henk een conditietest. Want er staat bij de informatie voor de toren vermeld dat deze alleen beklommen kan worden door mensen met een goede conditie (...).
Stadhuis en Nieuwe Kerk

Boven stelde kleindochter N heel andere vragen dan haar oudere broer J. Ze wilde weten hoeveel kerktorens er zijn, of ze ongeveer haar eigen huis kon zien, welke winkels er te zien waren en waarom er twee bezoekers zo naar bier roken. Broer J wilde vooral weten hoe oud de gebouwen waren die hij zag en welke plaatsen we konden zien vanaf de toren.

De afdaling ging in etappes, omdat er nogal wat toeristen bezig waren met de beklimming van de toren. Sommige toeristen raakten enigszins in paniek op de krappe trap. Gelukkig staat er her en der een alarmnummer voor lichamelijke en psychische nood vermeld.

Toen we beneden waren moest er nog gewinkeld worden. Zo gaat dat met een kleindochter van 9. Vooral een winkel met honderden

Zicht op Rijswijk en Den Haag

frutsels en knutsels was favoriet. We kochten nog een tekenalbum en verfkwasten. Daarna nog een supermarkt in voor basilicum.  Want kleindochter N is ook al aan het kokkerellen. Onderweg kwamen we ook nog onze vriend J en even later haar broer J tegen. Die wilde ook wel gaan shoppen, maar dit was het uitje van opa Henk met kleindochter N.

Zicht op de Technische Universiteit en Rotterdam

Een andere wens was een bezoek aan de Starbucks. Daar kom ik nooit, maar met je kleindochter bezoek je soms andere gelegenheden dan wanneer je als opa in je eentje bent. Waarom die Starbucks zo favoriet is, is mij niet duidelijk. Misschien is het net zoiets als toen ik een jaar of twintig was. Toen had McDonalds een magische klank. Ik had nooit een McDonalds gezien, maar het scheen er bij voorbaat allemaal erg lekker te zijn. De Frappucino bleek zoveel te zijn, dat we de beker maar halfvol in de fietstas hebben gezet. Ik ben niet gewend aan Amerikaanse bekermaten.

Daarna fietsten we naar huis. Opnieuw zeg ik niet dat kinderen tegenwoordig geen conditie hebben. Als ervaren fietser had ik moeite om mijn kleindochter bij te houden. Ze fietste met een snelheid tot tegen de 25 kilometer per uur.

Vindt kleindochter N fietsen dan leuk? Nee, dat niet. Maar als je sneller fietst ben je eerder thuis...