Delft Nieuwe Kerk

Deze keer blijven we maar weer eens dicht bij huis. Wij hebben vanuit ons huis zicht op de op één na hoogste kerktoren van Nederland. De toren van de Nieuwe Kerk is bijna 109 meter hoog.

Maar aan die toren zit nog een kerk vast. Dit is de Nieuwe Kerk. Er is ook een Oude Kerk. Die is nog een stukje ouder.

Met de bouw van de Nieuwe Kerk werd in 1384 begonnen. Ruim honderd jaar later was de kerk klaar. Het is inmiddels dus toch ook al een oude kerk.

Net als de Oude Kerk wordt ook de Nieuwe Kerk twee maal per zondag gebruikt voor de zondagse kerkdiensten. Toeristen zijn welkom op de andere dagen. Maar ze mogen natuurlijk ook de kerkdiensten bezoeken.

De Nieuwe Kerk is bekend vanwege het praalgraf van Willem van Oranje. De leden van het Koninklijk Huis worden in de Nieuwe Kerk begraven. Een gids zei in het Engels: “Here they have buried the oranges.” Daarom staat er in een Chinese toeristengids dat er in Delft sinaasappels worden begraven.

De grafkelder is overigens niet toegankelijk voor toeristen, ook niet als ze extra toeristenbelasting betalen. Evenmin voor Delftenaren, zelfs niet als ze extra gemeentebelasting betalen.

Door veranderingen in de waterhuishouding (de DSM-fabriek in Delft verbruikt veel minder water) stijgt het grondwaterpeil onder de stad. Gelukkig is men in Delft goed in weg-en waterbouw. Daardoor kan worden voorkomen dat de Oranjes natte voeten krijgen.

De Nieuwe Kerk is één van de grootste kerkgebouwen van Nederland. Het kerkgebouw is in gotische stijl gebouwd. Onlangs werd een grootscheepse restauratie afgerond.

Advertenties

Hoogbouw in De Hoven

In de jaren ’60 werd er in Delft vooral hoog gebouwd. Dat gebeurde in meer plaatsen, maar de wijk Delft Zuid haalde met die hoogbouw de hoogste woningdichtheid van Nederland per vierkante kilometer.

Die hoogbouw is inmiddels  verouderd en dreigde te verpauperen. Maar hoogbouw vervangen door laagbouw was ook geen optie, vanwege de enorme schaarste aan bouwgrond.

Inmiddels verrijzen er op allerlei plekken rond het winkelcentrum De Hoven nieuwe woontorens. In architectonisch opzicht zijn ze aantrekkelijker dan de prefab constructies uit de jaren ’60. Maar die flatgebouwen staan er ook nog. Zo zien twee van die blokkendozen er bij avond uit. En ook hier schijnt de maan…

Culturele hoofdstad van Europa

Gewapend met een aantal kranten stapte ik in de trein voor een bezoek aan de Culturele Hoofdstad van Europa 2018. Ik heb twee abonnementen op papieren kranten en ik liep een week met lezen achter, dus dan helpt een lange treinreis.

Nu zullen jullie misschien denken: ‘welke stad valt de eer te beurt om culturele hoofdstad van Europa te worden?’ Dat is vast ergens in het buitenland. Welnee: die eer valt de Friese hoofdstad Leeuwarden ten deel.

Friesland en cultuur: dat is toch wel een bijzondere combinatie. Dat zijn zeker allemaal schilderijen van koeien. Nee, zelfs de Stier van Potter, ook wel de Pier van Stotter genoemd, kwam niet uit Friesland. Wat het dan allemaal wél moet zijn, daar moeten we nog even op wachten.

In ieder geval werd vorige week de straat voor het station schoongeveegd. Het was hier een jaar lang een bouwput geweest. De straat is nu een plein geworden, met spekgladde tegels die de argeloze fietser gemakkelijk een beenbreuk op kunnen leveren. Dat plein vormt de entree naar de binnenstad.

Aan het plein was zojuist een sculptuur onthuld. De bedoeling is dat er waterdampen langs de twee gezichten schuiven. Maar dat deel van het kunstwerk was nog niet in functie. De mist deed wel zijn best om deze kunst te imiteren.

IJburg

Toen ik in Amsterdam ging werken hebben we nog op IJburg gekeken of we daar een huis zouden kunnen kopen. IJburg was toen voornamelijk een zandwoestijn. Wel was er een snackbar, gevestigd in een houten keet.

Inmiddels is IJburg een volwaardige wijk van Amsterdam. Er wonen ongeveer 20.000 mensen. De komende jaren komt er nog veel nieuwbouw bij. Toch is de wijk een schijntje van de oorspronkelijke plannen om hier een stadsdeel voor 350.000 inwoners te bouwen.  Dat waren ook plannen die bedoeld waren om de Amsterdammers voor Amsterdam te behouden in plaats van hen massaal naar Flevoland, Purmerend en Hoorn te laten emigreren.

Wat opvalt in IJburg is de vierkante structuur. Als je via de Eneüs Heermabrug het stadsdeel binnen fietst denk je eerst aan ronde vormen, want die brug heeft als bijnaam de tietenbrug gekregen vanwege het rondborstige aanzien. Maar daarna is alles vierkant. Kaarsrechte wegen en haakse bochten. En allemaal blokken van huizen. Relatief weinig hoogbouw, maar de eengezinswoningen zijn ook allemaal vierkant.

Qua wegenstructuur doet IJburg aan Manhattan denken. Ook een eiland met kaarsrechte wegen en haaks aansluitende dwarsstraten. Alleen hebben de straten op IJburg geen nummer maar een naam. Ze zijn genoemd naar voor mij vaak volstrekt onbekende mensen met voor de vele mensen met een niet-Nederlandse achtergrond onuitsprekelijke namen.

Bij de start werd gedacht dat IJburg een ‘witte wijk’ zou worden. Op deze zaterdagmiddag zie ik veel hockeymeisjes fietsen. Die zijn overwegend ‘wit’ en hebben het zo te zien allemaal koud.

Toch is IJburg inmiddels een wijk die qua de samenstelling van de bevolking overeen komt met andere Amsterdamse wijken. De helft van de bevolking heeft een van oorsprong niet Nederlandse achtergrond. Zo trokken veel Marokkaanse gezinnen uit de tuinsteden naar IJburg, omdat hier naar verhouding grote huizen worden gebouwd.

Passend bij de secularisatie was er op IJburg lange tijd geen kerk te vinden. Maar inmiddels zijn er allerlei kerken actief, zij het dat zo’n wijk vraagt om heel andere vormen van kerk-zijn dat wat we traditioneel in kerkelijk Nederland gewend zijn.

Is IJburg een mooie wijk? De tevredenheid van de bevolking zelf komt overeen met die van de rest van Amsterdam. Wat ik aantrekkelijk vind is het vele water en het zicht op het IJmeer. De zee is bij wijze van spreken nooit ver weg. Qua architectuur vind ik het teveel een monocultuur. Wat meer versiering, wat rondere vormen, wat meer verrassing: dat had ik mooier gevonden…

Gorkum 2

Gorkum ligt op de grens van drie provincies. In de jaren '60 en '70 zat de stad helemaal klem. Er kon bijna geen huis meer worden bijgebouwd. Maar Burgemeester Jonkheer Ridder van Rappard zag nog wel mogelijkheden. Die oude troep in de binnenstad kon best vervangen worden door nieuwbouw.

Door een grenscorrectie met de provincie Gelderland kwam er uiteindelijk aan de oostkant weer meer ruimte. Het aantal inwoners dat decennia lang rond de 20.000 bleef steken groeide opeens naar 36.000. Er kwam zelfs een Mc Donalds. 

Dat je zuinig zou moeten zijn op deze historische binnenstad en ook op de kleine steegjes vond ook de bibliothecaresse van de Openbare Bibliotheek waar we om de twee weken van boek ruilden. Voor in stond de volgende tekst: “Het droevig lot van een uitgeleend boek. Veelal bezoedeld, meermalen zoek.” Je zou toch bijna direct stoppen met zo’n bibliotheek. Maar juffrouw Annie Johanna Visser niet. Ze hield het hier vele jaren vol en schreef zelfs een gedicht over de stegen van Gorkum.

ONZE STEGEN

Ga de stegen; zie een muurvlak,
dat een binnentuin verraadt:
't groen zich overhangen laat.

Dichtgespijkerd zijn er panden:
alle in zeer slechte staat
onbewoonbaar eens verklaard.

Toch aantreklijk om te wandlen
door zo'n steegje: voor 't verstaan
van 't verleden. Verder gaand

't pakhuis met een kleurig wapen
en het jaartal van ontstaan.
Jaren, eeuwen zijn vergaan

sindsdien. Onze oude stegen,
't loont de moeit' om er gedegen
ernstig aandacht aan te geven.-

Zoek het straatje waar Van Boxtel
lang al z'n bedoening bergt;
kar met paard z'n zorgen vergt.

't Bakkerstraatje en Van Boxtel;
steeg, waar nog een paard in woont,
beuk en vlier aan't muurwerk troont,

zo heeft Gorcum er nog meer,
waar ik graag m'n voetstap zet.
Gorcum zorg dat gij hen redt.

In de Lingewijk was de Hendrick Hamelstraat. Die straat kruiste ik dagelijks onderweg naar school, maar ik wist niet wie dat was. Maar nu is er zelfs een museum aan zijn leven gewijd.

En dan nog iets: het is het tweede Hendrick Hamelmuseum. In Zuid-Korea was al een museum aan hem gewijd. Hij blijkt een zeevaarder te zijn geweest die vooral in Korea naam heeft gemaakt in de goede zin van het woord. Na Guus Hiddink was hij de tweede bekende Nederlander in Zuid-Korea. De gevel van het museum zie je op de derde foto. Je kunt dit huis ook als gevel van de KLM-huisjes bestellen (nummer 96).

Ik kwam per fiets de stad binnen, maar ik verlaat hem per trein. De oude en destijds hypermoderne rode diesels uit mijn jeugd zijn vervangen door de elektrische treinstellen ‘Spurt’ van Arriva. De treinen rijden niet meer één maal per uur, maar ieder kwartier. Bovendien rijdt er in de spits ieder kwartier een Q liner naar Utrecht Centraal.

Het oude station is afgebroken, er is een een vrij stijlloos nieuwer exemplaar voor in de plaats gekomen. Het station is vrijwel identiek aan dat van Emmen (per twee voordeliger).

 

Spoorzone Delft

De gemeente Delft ging bijna failliet als gevolg van een enorm project waarbij het spoorviaduct werd vervangen door een spoortunnel.

Inmiddels zijn de gemeentelijke financiën weer grotendeels op orde. Maar het werk is nog lang niet af. Zo is onze woonwijk (tussen de spoorlijn en de Schie) nauwelijks bereikbaar als gevolg de vele wegomleggingen.

Als ik nu naar het station loop (600 meter) moet ik zelfs als voetganger allerlei capriolen uithalen. Ik klim tegenwoordig als 67-plusser over een betonnen muurtje om de route in te korten. Ouderen moeten meer bewegen, dat doe ik dus op deze manier.

Die betonnen muur is geplaatst vanwege de vele stoute studenten die op de fiets door de barricaden braken. Ook achter ons huis is zo’n betonnen muur neergezet.

De grond die over blijft nu het spoor ondergronds is gegaan wordt door de gemeente Delft gebruikt om woningbouw te plegen. Dat is hard nodig, want er is nauwelijks bouwruimte binnen de gemeentegrenzen. Er worden zo’n 1500 nieuwe woningen gebouwd.

Op de tweede foto zie je de tunnelbak met (links) toen nog het oude spoorwegviaduct. De molen moest 50 meter verplaatst worden om ruimte te maken voor de spoortunnel. Maar met zoveel techneuten in de stad moest dat kunnen lukken.

Onder de grond wordt gewerkt aan het viersporig maken van de spoortunnel (er komen ruim twintig treinen per uur langs). Inmiddels is de tweede ondergrondse fietsenstalling geopend, maar die staat ook alweer bijna helemaal vol. De infrastructuur barst hier bijna uit zijn voegen.

De bovenste foto is een bewerking van de onderste foto die ik maakte op het perron van het ondergrondse station van Delft. De trein naar Brussel rijdt hier door het station. De toeristen kunnen geen blik meer werpen op het historische centrum van de stad.

Gorkum Lingewijk

Rond 1900 barstte de stad Gorkum bijna uit zijn voegen. Alle huizen waren samengeperst in de omwalde binnenstad. In 1957 kwamen we hier - kersvers overgevaren vanuit Indonesië - te wonen.

Rond 1920 vond de eerste grotere uitbreiding van de stad plaats. Dat werd de Lingewijk, ook wel Zandvoort genoemd. De wijk kreeg het karakter van een tuindorp, zoals er in Nederland –  maar ook in andere landen – nog tientallen van te vinden zijn. Zo’n tuindorp was bedoeld voor werknemers van een nabijgelegen fabriek (of mijn).

In Gorkum was dat bedrijf het metaalbedrijf van De Vries Robbé, dat destijds veruit de grootste werkgever van de stad was. Na een hele reeks van fusies ging het bedrijf in de jaren ’70 roemloos ten onder. De werkloosheid in Gorkum steeg tot 12%.

Ingeklemd tussen de Arkelse Dijk (waar de Vries Robbé gevestigd was in de uiterwaard van de Linge) en het Merwedekanaal werden enkele honderden arbeiderswoningen gebouwd. We woonden echter niet in het tuindorp, maar aan de rand. Langs de Arkelse Onderweg was al voor de bouw van de Lingewijk lintbebouwing ontstaan.

De Lingewijk kende een eigen sfeer qua architectuur. Wat bochtige straten, huizen met tuintjes en een plein in het midden. Aan de noordelijke rand van de Lingewijk werden na de oorlog nieuwe betonnen woningen gebouwd. Verschillende vriendjes woonden in die huizen, met drie of vier krappe kamers, een vliering en een groot aantal kinderen. Ook woonden hier de eerste gastarbeiders: die kwamen uit Italië. Ze waren Rooms-Katholiek, daar hadden we geen contact mee…

Zouden er nog klasgenoten wonen? Ik zou ze niet meer herkennen. Mogelijk lopen ze inmiddels achter de rollator. De meeste meisjes bleven zo lang mogelijk op de lagere school, om aan het eind van hun 13e jaar van school te verdwijnen. Ze hadden op school nuttige handwerken geleerd, en dat kwam natuurlijk goed van pas. Sommige meisjes gingen door naar de huishoudschool, die ook wel de Spinazie Academie werd genoemd. De jongens gingen bijna allemaal naar de LTS.

Weer later kwam er nog een stukje nieuwbouw, en zelfs flats van vier hoog. Zelfs de eerste snackbar deed zijn intrede, de patat koste 25 cent (11 eurocent) en een ijsje was verkrijgbaar voor 5 cent.

Nu zie ik de Lingewijk weer terug. Ik herken de oude en ingewikkelde straatnamen, zoals de Abraham Bloemaert Corneliszoonstraat, die in de volksmond werd afgekort tot ABC straat. En wat is het allemaal klein…

Een deel van de oude huizen in gerenoveerd, andere delen zijn afgebroken en er is nieuwbouw voor in de plaats gekomen. De winkels bestaan niet meer, groenteboer, bakker, slager, fietsenzaak en twee kruideniers hebben allemaal het loodje gelegd.

Aan de rand van de wijk – tegen de Rijksweg en de Betuwelijn aan – worden nog meer nieuwe huizen gebouwd. De wat vergeten wijk van Gorkum (toen er grote nieuwbouwwijken aan de overzijde van het Merwedekanaal werden gebouwd raakte deze kleine wijk in de vergetelheid) wordt ‘gerevitaliseerd’.

Op de tweede foto de Arkelse Onderweg, met rechts de wat rommelige lintbebouwing van een eeuw geleden en links het blokje huizen waar wij woonden.