De T is van Tienen

Vreemd genoeg heb ik bij de Vlaamse stad Tienen vooral een Waalse associatie. Dat komt doordat ik mij van vroegere fietstochten door België vooral de Franstalige opschriften herinner van de suikerklontjes: Sucre Tirlemont. Maar Tienen ligt toch echt in Vlaams-Brabant.

Twee maal ben ik in de afgelopen jaren door Tienen gefietst. De eerste keer vanwege een warme fietstocht van Maastricht naar Brussel en de tweede keer tijdens een fietsrondje Vlaams-Brabant vanuit Leuven.

Vanuit het oosten kwam ik in Tienen terecht via een voormalige spoorlijn, waarvan ik het spoor ter hoogte van Zoutleeuw oppakte.

Tienen is al een heel oude stad, gelegen op de belangrijke handelsroute vanuit Keulen via Aken naar de grote Vlaamse steden. In de 12e en 13e eeuw was de stad bekend vanwege de lakennijverheid. Men deelde hier dus lakens uit.

Inderdaad is de suikerfabriek van Tienen een opvallende verschijning. Vooral tijdens de bietencampagne rijden de vrachtauto’s af en aan en maakt het productieproces een dampende, sissende en stomende compositie van indrukken. Het schijnt dat hier ook het ‘harde suikerklontje’ werd uitgevonden. Een vergelijkend onderzoek of de gebitten van de inwoners van Tienen er slechter aan toe zijn dan de gebitten van de gemiddelde Vlaming lijkt mij wel een keer interessant.

Maar Tienen is natuurlijk meer dan de suikerfabriek. Het is ook een woongemeente met zo’n 34.000 inwoners. Maar volgens een aantal berichten dat op internet circuleert is Tienen in België één van de slechtste gemeenten om te wonen. Althans: dat schijnen de inwoners zelf te vinden.  Het kan natuurlijk zijn dat alleen mopperkonten die enquete hebben ingevuld. In ieder geval denkt inwoner Theo Herbots daar heel anders over. Hij heeft een blog met veel informatie over zijn stad: https://groetenuittienen.blog/  En de VVV doet ook niet moeilijk: men heeft het over Tintelend Tienen. 

Tijdens mijn bezoeken scheen de zon en was het aardig toeven in Tienen. Helaas is de vroegere omwalling afgebroken, maar vooral in het centrum vind je nog een aantal interessante bouwwerken.

De mooiste plek van Tienen vind ik het grootse marktplein met de Onze Lieve Vrouwe ten Poelkerk (onderste foto). Een ander opmerkelijk gebouw is het stadhuis, dat in diverse bouwstijlen is gebouwd (rechts op de onderste foto). Even verderop staat nog een hoogbejaarde kerk: de Sint Germanuskerk (derde foto).

In dit stukje Tienen vind je aardige straten met tal van oudere huizen. Het is niet allemaal zo netjes geconserveerd, de stad is bepaald geen openluchtmuseum. Maar wie zijn ogen de kost geeft ziet toch allerlei historische bebouwing. Een beetje verstopt aan de rand van het centrum vind je – net als in veel andere Belgische plaatsen – een verstild Begijnhof. 

De R is van Roermond

Roermond is één van de oudste steden van Nederland. Dan verwacht je ook iets heel moois te zien.

Maar dat valt wat tegen. Voor een deel kan dat verklaard worden uit het feit dat de stad aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in de frontlinie kwam te liggen waardoor veel gebouwen beschadigd werden.

Voor een ander deel heeft de wederopbouw, net als in veel Westduitse steden, geleid tot nogal veel zakelijke, efficiënte en vrije goedkope bouw. Ook kreeg het autoverkeer de stad nogal nadrukkelijk in de greep.

Toch zijn er in Roermond nog wel mooie stukken oude stad overgebleven. En in de afgelopen 20 jaar heeft men geprobeerd een deel van de schade die de stad op had gelopen toch weer wat te herstellen. Zo kwam er een verkeersluw deel in de binnenstad, waar het goed toeven is. Het centrum heeft de status van beschermd stadsgezicht gekregen.

De Munsterkerk dateert uit de 13e eeuw. Pierre Cuypers heeft de kerk in de tweede helft van de 19e eeuw gerestaureerd. De andere grote historische kerk is de Sint Christoffelkathedraal uit de 15e eeuw. Daarnaast telt Roermond binnen de gemeentegrenzen tal van (voormalige) kloosters.

Voor het water, spoor-en wegverkeer is Roermond een belangrijke plaats aan de poort van Zuid-Limburg. Twee maal per uur stopt hier de Intercity uit Alkmaar en je kunt ook met tal van stoptreinen alle kanten op, inclusief de geprivatiseerde treinen naar Nijmegen. 

’s Avonds doen zich op de Grote Markt soms vreemde luchtverschijnselen voor. Ik zette zo’n verschijnsel op de foto.

 

Blogstatistiek

Ik schrijf niet voor de statistiek, maar af en toe kijk ik wel welke blogs het meest gelezen worden. En dan is er eentje waar ik me over verbaas. Ik had namelijk nooit gedacht dat dat blog het meeste bekeken zou worden.

In juni stond duidelijk bovenaan Amsterdam Sloterdijk, spoor 9 en 10. Wat maakt dat iedere maand weer zoveel mensen dat (oude) blog gaan bekijken? Daarna volgen op afstand ‘relatie tussen narcist en borderliner’, ‘borderline en kinderen’ en ‘Astro TV’. Allemaal oude blogs.

Kijk ik naar de herkomst van de bezoekers, dan is het niet vreemd dat Nederland bovenaan staat. Maar hoe kom ik maandelijks aan zo’n 2000 bezoeken uit de USA? Kunnen die mensen mijn teksten lezen? Of houdt de CIA me in de gaten? Daarna volgen op afstand België en Duitsland…

Ringmussen

In onze kerk komen enkele echte natuurliefhebbers.

Ze hebben kans gezien om van een wat dorre vlakte rond het gebouw een prachtige bloementuin te maken, waar ook de mensen uit de wijk van kunnen genieten.

In het vogelnestkastje dat aan een muur bevestigd is broedden vorig jaar twee koolmezen en dit jaar twee ringmussen.

Dankzij de techniek konden de mensen in de kerk volgen wat er in dat kastje gebeurde. Op veel zondagen werd er even gekeken hoe het stond met het jonge grut.

Inmiddels zijn de jonge ringmussen uitgevlogen. Twee koolmezen zijn ondertussen op zoek naar een woning en gaan daar misschien ook weer broeden.

Zicht op Wittenberge (3)

In 1846 gebeurde er iets dat het leven in het agrarische dorp Wittenberge drastisch zou veranderen. Er werd gebouwd aan een station aan de spoorlijn tussen Hamburg en Berlijn. Dat station werd enkele decennia later vervangen door een kolossaal gebouw, in neoclassicistische stijl, met tientallen kamers en allerlei ontvangstruimtes. Alsof de Wittenbergse vissers en boeren nu allemaal op de trein zouden stappen.

Na de spoorlijn van Hamburg naar Wittenberge volgden nieuwe spoorlijnen: naar Magdeburg, naar Salzwedel, naar Schwerin, naar Wittstock an der Dosse. Wittenberge werd een knooppunt in het spoorwegnet.

Het station lag 1½ kilometer buiten het dorp. Er werd een onverharde weg aangelegd van het dorp naar het station. Steeds meer inwoners van het dorp kregen werk bij het spoor.

Geleidelijk aan werden er langs die weg huizen gebouwd. De kleine huizen maakten plaats voor grotere huizen en later voor winkels en hotels. Uiteindelijk waren er meer dan tien hotels in het dorp. De weg werd verhard en kreeg de naam Bahnstrasse (op de tweede foto een beeld hoe de straat er nu uit ziet). De straat werd zó bekend dat zelfs inwoners van Berlijn hier op een vrije zaterdag of zondag kwamen flaneren. Er kwam zelfs een landelijk bekende schouwburg.

Dwars op de Bahnstrasse ontstonden dwarsstraten. Met vaak de wat grotere huizen aan het begin van de straat. Verderop de kleine huizen met tuinen voor de werklieden. Ze verbouwden er hun eigen groenten. Deze straten waren doorgaans niet verhard en ook anno 2017 is een deel van de straten nog steeds niet verhard.

Dat werd de structuur van Wittenberge: een komdorp langs de Elbe, met daarnaast een aantal dijkhuizen, een lange en chique winkelstraat naar het station en dwarsstraten voor ‘de gewone man’. Rond de eeuwwisseling kwam daar een nieuwe en groene wijk bij, rond een enorm -en in mijn ogen bombastisch – stadhuis met een toren van 51 meter hoog. Rond dat stadhuis veel grote villa’s, die deels kenmerken hebben van de Jugendstil.

Zo bleef het tot ongeveer 1960. De industrie trok nieuwe mensen aan. Toen ontstonden er nieuwe wijken ten noorden van het oude dorp. Honderden gestapelde woongebouwen volgens de kenmerken van de DDR-Plattenbau (flats van uniforme afmetingen, bijvoorbeeld voor een gezin met twee kinderen van 52 vierkante meter). Wittenberge groeide uit zijn voegen: het telde 33.000 inwoners. Een deel van het oude dorp raakte echter in verval. De uniform georganiseerde bouw van de DDR leverde alleen betonplaten van vaste afmetingen. En er was een chronisch tekort aan andere bouwmaterialen. En ook geen geld trouwens voor restauratie. Alle aandacht ging naar de nieuwbouw.

Het station was overigens veel minder belangrijk geworden. De hoofdspoorlijn van Hamburg naar Berlijn was ‘geknipt’ als gevolg van het IJzeren Gordijn.

Na die Wende werd hard gewerkt aan de herstructurering van het station. Al snel reden er weer snelle treinen tussen Hamburg en Berlijn. Maar het dorp had er nu weinig profijt van. Maar liefst achtduizend arbeidsplaatsen gingen verloren. De oude woonhuizen die al jaren aan het verpauperen waren raakten steeds meer in verval.

Inmiddels herstelt Wittenberge van de crisis. Het westen heeft vele miljarden in de voormalige DDR gestoken. Daar worden o.a. oude panden prachtig van gerestaureerd. Je kunt hier schitterende woonhuizen kopen voor een bedrag dat in Nederland ondenkbaar is (200.000 euro voor een gerestaureerd herenhuis van 200 vierkante meter met een grote tuin).

De M is van Middenbeemster

Midden in de Beemster ligt Middenbeemster.

De Beemster valt onder het Unesco Werelderfgoed. De polder met zijn rechte wegen die parallel op gelijke afstand van elkaar lopen stond model voor de wijze waarop de wegen op de prairie van Iowa zijn aangelegd.

Middenbeemster is het oudste dorp van de Beemster. Na de drooglegging werd hier een rechthoekig plein aangelegd, waar later de veemarkt werd gehouden. Aan het plein staat ook de dorpskerk, die werd ontworpen door Hendrick de Keyser (tevens de ontwerper van de Westerkerk in Amsterdam).

Toen ik hier voor het eerst mijn fiets parkeerde was ik best verbaasd vanwege de historische bebouwing en het goed bewaarde karakter van het dorp. Het is dan ook deels beschermd dorpsgezicht, met enkele tientallen monumenten.

De Beemster is o.a. bekend van het lied cq dijenkletser:

Bij ons in de Beemster daar is het zo goed/ daar geven de koeien tien liter als ’t moet, en geven ze niet, ja dat hindert geen zier/ dan is het geen koe maar dan is het een stier.

De schrijfsters Betje Wolff en Aagje Deken woonden in Middenbeemster. Er staat een museum dat aan de beide dames is gewijd en dat voornamelijk wordt bezocht door docenten Nederlands en hun weerbarstige leerlingen. Verder bevindt zich in Middenbeemster een urinoir. Dat is handig als je niet wilt wildplassen: dag en nacht geopend.

Volgens mijn zwager komt de beste kaas van Nederland uit de Beemster. Hij kan het weten, want hij is kaashandelaar.

Jugendstil in Berchem

Het station Antwerpen-Berchem kennen de meeste lezers alleen vanwege een tripje met de internationale trein naar België. Kijk je daar naar buiten, dan zie je een stationscomplex met achterstallig onderhoud. Aan de westkant kijk je de straten van Berchem in, een volkse wijk met soms grootstedelijke problematiek.

Kijk je naar de andere kant, dan zie je een plein dat niet tot de mooiste van België behoort. Het moet nodig een keer op de schop.

Maar als je een keer de trein mist, en je loopt in oostelijke richting, dan kom je in een wijk waar je van de ene verbazing in de andere valt. Mooier kan het bijna niet aan Art Nouveau en Jugendstil. Je vindt er een paar rustige straten en een grotere straat met stuk voor stuk juweeltjes van architectuur uit la belle epoque.

De bovenste foto van van een kruispunt tussen twee straten, met op de hoeken huizen met namen en versieringen behorende bij de vier jaargetijden.

Over deze wijk heb ik al eerder geschreven, maar ik ging er in het voorjaar nog een keer op zoek naar staaltjes van architectuur (of is het beeldhouwkunst) uit de periode van rond 1900.

De bouwmeesters moeten het bouwen hier als een groot feest hebben beschouwd waarbij ze zich heerlijk konden uitleven in balkons, ijzerwerken, deuren en tegeltableaus. Je zou een hele dag kunnen besteden aan het bekijken en fotograferen van alleen al de details die te zien zijn in de gevels.

Een paar foto’s geef ik weer in dit blog. Ze spreken voor zichzelf, denk ik.

De onderste twee foto’s zijn van een huis dat Waterloo heet, met verwijzingen naar de Slag bij Waterloo.