Spanning in Akersloot

De mensen vragen mij wel eens: “Henk, zoek jij wel eens spanning op?”

Welnu, dat zal ik jullie zeggen: het gebeurt een enkele keer dat ik spanning opzoek. Zoals onlangs in Akersloot, een dorp dat bij noordenwind onder de rook van de huisvuilcentrale van Alkmaar ligt.

Vroeger kwam ik regelmatig in Akersloot. Mijn schoonouders woonden in Castricum en Akersloot lag aan één van de fietsroutes derwaarts. Ik wist dat er een elektriciteitshuisje stond dat tot Rijksmonument is verheven. Dat heb ik nu op de foto gezet. Het is namelijk precies een eeuw oud.

In de herfst van 1917 werd het dorp Akersloot aangesloten op het provinciale elektriciteitsnet van de PEN. Het was een spannende tijd, want de Eerste Wereldoorlog was aan de gang. En toen kwam dit dorp ook nog eens onder spanning te staan.

De huisjes werden ontworpen door J.B. van Loghum. Hij bedacht Betondorp in de Amsterdamse Watergraafsmeer, maar hij tekende ook het ontwerp voor maar liefst 80 transformatorhuisjes. Al die huisjes kregen een eigen ontwerp. Zoals dus ook dit transformatorhuisje in Akersloot, dat nu zelfs tot Rijksmonument is gepromoveerd.

 

Advertenties

Open Monumenten en Braat

Misschien zijn jullie het alweer bijna vergeten, maar zaterdag was het Open Monumentendag.

Vanwege enige turbulentiën in de eigen omgeving had ik me niet goed voorbereid op deze dag. Ik had geen idee welke monumenten open en dus ook tochtig waren. Pas in de loop van de middag kon ik op onderzoek uitgaan. Maar al snel geraakte ik in een boekhandel en zie er dan maar weer eens uit te komen.

Uiteindelijk belandde ik toch in een monument: een kerk waar een bruiloft aan de gang was en waar een koor erg zijn best deed om niet vals te zingen, maar dat lukte niet helemaal. Daarna speelde de organist op niet onverdienstelijke wijze zijn vingers blauw (om een liedje uit de jaren ’70 te citeren). Dat kwam goed uit, want buiten was een hoosbui aan de gang.

Aan het eind van de middag werden Tineke en ik herenigd. Tineke was voor mij zoek omdat ik mijn telefoon vergeten was. We bevonden ons toen in een monumentaal pand bij ons huis om de hoek: het voormalige hoofdkantoor van de firma Braat in ramen en kozijnen. Hier is een kunstenaarscollectief gezeteld benevens kantoren voor ZZP’ers en het altijd goed lopende café/restaurant Huszar.

Firma Braat leverde destijds alle kozijnen voor het thans werelderfgoed gebouw van Van Nelle in Rotterdam. En in dit gebouw zijn vergelijkbare kozijnen aangebracht.

Het gebouw werd in 1932 ontworpen en gebouwd, in crisistijd nog wel. Toch was er nog geld voor mooi tegelwerk benevens glas in lood dat werd ontworpen door de kunstenaar Huszar. Weet ik eindelijk waar de naam van het restaurant bij ons om de hoek vandaan komt.

En nog steeds vind ik gebouwen uit de tijd tussen 1890 en 1935 de mooiste architectuur. Dat geldt ook voor dit redelijk sobere en toch stijlvolle interieur van voorheen de firma Braat in ramen en kozijnen.

De lucht in

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, klim jij wel eens in een boom?" Dat zal ik jullie zeggen: 'vroeger wel, maar de laatste tijd zelden meer'. Wel heb ik de afgelopen weken meerdere malen een hoog gebouw beklommen. Per slot van rekening moet je af en toe uit de hoogte doen.

Op mijn verjaardag beklommen wij – na er eerst naar toe zijn gefietst – de Euromast. Daar mochten we op vertoon van de Rotterdam Pas gratis in.

Tijdens de opening (in 1960, ter gelegenheid van de Floriade) was de Euromast met zijn 107 meter hoge toren veruit het hoogste gebouw van Rotterdam. Maar al snel kwam er concurrentie. Zo werd de nabijgelegen medische faculteit van het Erasmus tien meter hoger.

Daar kon de Euromast niet goed tegen. Er was dus sprake van rivaliteit. Tien jaar later werd de Space Tower bovenop de Euromast gebouwd. Daarmee had de medische faculteit weer het nakijken. Die hebben er nooit meer een schepje bovenop gedaan. De Euromast is met zijn 185 meter hoogte onbetwist nog steeds het hoogste gebouw van Rotterdam.

Helaas konden wij niet naar 185 meter. Toen we de Space Tower binnen wilden treden bleek dat er binnen mensen waren opgesloten. Ze konden er door een technisch mankement niet uit. Er was hulp in aantocht, maar het kon nog wel even duren. Uiteindelijk zijn we maar mintthee gaan drinken. En toen ging het zó hard hozen dat het zicht beperkt werd tot enkele honderden meters.

Op de onderste foto zie je hoe ook in Rotterdam het wonen aan het water in trek is. Op allerlei voormalige bedrijventerreinen vindt zogenaamde ‘gestapelde woningbouw’ plaats. Voor het OV ter plekke is o.a. de watertaxi beschikbaar.

Achmeatoren

De laatste tijd doe ik nogal uit de hoogte. Ik heb namelijk meerdere torens beklommen. Zoals de Achmeatoren in Leeuwarden. Het beklimmen van deze toren vereiste overigens niet veel fysieke conditie. Slechts de laatste zes trappen moesten we lopen.

De Achmeatoren is het hoogste gebouw van Friesland (een provinciale TV- toren doet niet mee). Het gebouw telt 26 verdiepingen en is bijna 115 meter hoog. Zelfs vanaf Ameland kun je de toren soms zien.

De toren was op de groei gebouwd: verzekeraar Achmea dacht dat het personeelsbestand tot in de wolken zou groeien. Dat bleek niet het geval. Al bij de opening in 2002 was er sprake van leegstand. Momenteel staat een deel van het gebouw leeg en een ander deel wordt verhuurd.

De toren (een ontwerp van Abe Bonnema en Jan van der Ley) riep nogal wat verzet. Vliegbasis Leeuwarden vond de toren een gevaar voor de luchtvaart. Inwoners van Leeuwarden en verre omgeving vonden het een lelijk gebouw. En nog dit jaar nomineerden lezers van het Nederlands Dagblad het gebouw als het lelijkste gebouw van Nederland.

Toen we deze toren bestegen was het regenachtig. We hebben Ameland niet zien liggen.

Maar of je de toren nu mooi vindt of niet, zelfs bij regenachtig weer heb je er een prachtig uitzicht.

 

De T is van Tienen

Vreemd genoeg heb ik bij de Vlaamse stad Tienen vooral een Waalse associatie. Dat komt doordat ik mij van vroegere fietstochten door België vooral de Franstalige opschriften herinner van de suikerklontjes: Sucre Tirlemont. Maar Tienen ligt toch echt in Vlaams-Brabant.

Twee maal ben ik in de afgelopen jaren door Tienen gefietst. De eerste keer vanwege een warme fietstocht van Maastricht naar Brussel en de tweede keer tijdens een fietsrondje Vlaams-Brabant vanuit Leuven.

Vanuit het oosten kwam ik in Tienen terecht via een voormalige spoorlijn, waarvan ik het spoor ter hoogte van Zoutleeuw oppakte.

Tienen is al een heel oude stad, gelegen op de belangrijke handelsroute vanuit Keulen via Aken naar de grote Vlaamse steden. In de 12e en 13e eeuw was de stad bekend vanwege de lakennijverheid. Men deelde hier dus lakens uit.

Inderdaad is de suikerfabriek van Tienen een opvallende verschijning. Vooral tijdens de bietencampagne rijden de vrachtauto’s af en aan en maakt het productieproces een dampende, sissende en stomende compositie van indrukken. Het schijnt dat hier ook het ‘harde suikerklontje’ werd uitgevonden. Een vergelijkend onderzoek of de gebitten van de inwoners van Tienen er slechter aan toe zijn dan de gebitten van de gemiddelde Vlaming lijkt mij wel een keer interessant.

Maar Tienen is natuurlijk meer dan de suikerfabriek. Het is ook een woongemeente met zo’n 34.000 inwoners. Maar volgens een aantal berichten dat op internet circuleert is Tienen in België één van de slechtste gemeenten om te wonen. Althans: dat schijnen de inwoners zelf te vinden.  Het kan natuurlijk zijn dat alleen mopperkonten die enquete hebben ingevuld. In ieder geval denkt inwoner Theo Herbots daar heel anders over. Hij heeft een blog met veel informatie over zijn stad: https://groetenuittienen.blog/  En de VVV doet ook niet moeilijk: men heeft het over Tintelend Tienen. 

Tijdens mijn bezoeken scheen de zon en was het aardig toeven in Tienen. Helaas is de vroegere omwalling afgebroken, maar vooral in het centrum vind je nog een aantal interessante bouwwerken.

De mooiste plek van Tienen vind ik het grootse marktplein met de Onze Lieve Vrouwe ten Poelkerk (onderste foto). Een ander opmerkelijk gebouw is het stadhuis, dat in diverse bouwstijlen is gebouwd (rechts op de onderste foto). Even verderop staat nog een hoogbejaarde kerk: de Sint Germanuskerk (derde foto).

In dit stukje Tienen vind je aardige straten met tal van oudere huizen. Het is niet allemaal zo netjes geconserveerd, de stad is bepaald geen openluchtmuseum. Maar wie zijn ogen de kost geeft ziet toch allerlei historische bebouwing. Een beetje verstopt aan de rand van het centrum vind je – net als in veel andere Belgische plaatsen – een verstild Begijnhof. 

De R is van Roermond

Roermond is één van de oudste steden van Nederland. Dan verwacht je ook iets heel moois te zien.

Maar dat valt wat tegen. Voor een deel kan dat verklaard worden uit het feit dat de stad aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in de frontlinie kwam te liggen waardoor veel gebouwen beschadigd werden.

Voor een ander deel heeft de wederopbouw, net als in veel Westduitse steden, geleid tot nogal veel zakelijke, efficiënte en vrije goedkope bouw. Ook kreeg het autoverkeer de stad nogal nadrukkelijk in de greep.

Toch zijn er in Roermond nog wel mooie stukken oude stad overgebleven. En in de afgelopen 20 jaar heeft men geprobeerd een deel van de schade die de stad op had gelopen toch weer wat te herstellen. Zo kwam er een verkeersluw deel in de binnenstad, waar het goed toeven is. Het centrum heeft de status van beschermd stadsgezicht gekregen.

De Munsterkerk dateert uit de 13e eeuw. Pierre Cuypers heeft de kerk in de tweede helft van de 19e eeuw gerestaureerd. De andere grote historische kerk is de Sint Christoffelkathedraal uit de 15e eeuw. Daarnaast telt Roermond binnen de gemeentegrenzen tal van (voormalige) kloosters.

Voor het water, spoor-en wegverkeer is Roermond een belangrijke plaats aan de poort van Zuid-Limburg. Twee maal per uur stopt hier de Intercity uit Alkmaar en je kunt ook met tal van stoptreinen alle kanten op, inclusief de geprivatiseerde treinen naar Nijmegen. 

’s Avonds doen zich op de Grote Markt soms vreemde luchtverschijnselen voor. Ik zette zo’n verschijnsel op de foto.

 

Blogstatistiek

Ik schrijf niet voor de statistiek, maar af en toe kijk ik wel welke blogs het meest gelezen worden. En dan is er eentje waar ik me over verbaas. Ik had namelijk nooit gedacht dat dat blog het meeste bekeken zou worden.

In juni stond duidelijk bovenaan Amsterdam Sloterdijk, spoor 9 en 10. Wat maakt dat iedere maand weer zoveel mensen dat (oude) blog gaan bekijken? Daarna volgen op afstand ‘relatie tussen narcist en borderliner’, ‘borderline en kinderen’ en ‘Astro TV’. Allemaal oude blogs.

Kijk ik naar de herkomst van de bezoekers, dan is het niet vreemd dat Nederland bovenaan staat. Maar hoe kom ik maandelijks aan zo’n 2000 bezoeken uit de USA? Kunnen die mensen mijn teksten lezen? Of houdt de CIA me in de gaten? Daarna volgen op afstand België en Duitsland…