Ringmussen

In onze kerk komen enkele echte natuurliefhebbers.

Ze hebben kans gezien om van een wat dorre vlakte rond het gebouw een prachtige bloementuin te maken, waar ook de mensen uit de wijk van kunnen genieten.

In het vogelnestkastje dat aan een muur bevestigd is broedden vorig jaar twee koolmezen en dit jaar twee ringmussen.

Dankzij de techniek konden de mensen in de kerk volgen wat er in dat kastje gebeurde. Op veel zondagen werd er even gekeken hoe het stond met het jonge grut.

Inmiddels zijn de jonge ringmussen uitgevlogen. Twee koolmezen zijn ondertussen op zoek naar een woning en gaan daar misschien ook weer broeden.

Zicht op Wittenberge (3)

In 1846 gebeurde er iets dat het leven in het agrarische dorp Wittenberge drastisch zou veranderen. Er werd gebouwd aan een station aan de spoorlijn tussen Hamburg en Berlijn. Dat station werd enkele decennia later vervangen door een kolossaal gebouw, in neoclassicistische stijl, met tientallen kamers en allerlei ontvangstruimtes. Alsof de Wittenbergse vissers en boeren nu allemaal op de trein zouden stappen.

Na de spoorlijn van Hamburg naar Wittenberge volgden nieuwe spoorlijnen: naar Magdeburg, naar Salzwedel, naar Schwerin, naar Wittstock an der Dosse. Wittenberge werd een knooppunt in het spoorwegnet.

Het station lag 1½ kilometer buiten het dorp. Er werd een onverharde weg aangelegd van het dorp naar het station. Steeds meer inwoners van het dorp kregen werk bij het spoor.

Geleidelijk aan werden er langs die weg huizen gebouwd. De kleine huizen maakten plaats voor grotere huizen en later voor winkels en hotels. Uiteindelijk waren er meer dan tien hotels in het dorp. De weg werd verhard en kreeg de naam Bahnstrasse (op de tweede foto een beeld hoe de straat er nu uit ziet). De straat werd zó bekend dat zelfs inwoners van Berlijn hier op een vrije zaterdag of zondag kwamen flaneren. Er kwam zelfs een landelijk bekende schouwburg.

Dwars op de Bahnstrasse ontstonden dwarsstraten. Met vaak de wat grotere huizen aan het begin van de straat. Verderop de kleine huizen met tuinen voor de werklieden. Ze verbouwden er hun eigen groenten. Deze straten waren doorgaans niet verhard en ook anno 2017 is een deel van de straten nog steeds niet verhard.

Dat werd de structuur van Wittenberge: een komdorp langs de Elbe, met daarnaast een aantal dijkhuizen, een lange en chique winkelstraat naar het station en dwarsstraten voor ‘de gewone man’. Rond de eeuwwisseling kwam daar een nieuwe en groene wijk bij, rond een enorm -en in mijn ogen bombastisch – stadhuis met een toren van 51 meter hoog. Rond dat stadhuis veel grote villa’s, die deels kenmerken hebben van de Jugendstil.

Zo bleef het tot ongeveer 1960. De industrie trok nieuwe mensen aan. Toen ontstonden er nieuwe wijken ten noorden van het oude dorp. Honderden gestapelde woongebouwen volgens de kenmerken van de DDR-Plattenbau (flats van uniforme afmetingen, bijvoorbeeld voor een gezin met twee kinderen van 52 vierkante meter). Wittenberge groeide uit zijn voegen: het telde 33.000 inwoners. Een deel van het oude dorp raakte echter in verval. De uniform georganiseerde bouw van de DDR leverde alleen betonplaten van vaste afmetingen. En er was een chronisch tekort aan andere bouwmaterialen. En ook geen geld trouwens voor restauratie. Alle aandacht ging naar de nieuwbouw.

Het station was overigens veel minder belangrijk geworden. De hoofdspoorlijn van Hamburg naar Berlijn was ‘geknipt’ als gevolg van het IJzeren Gordijn.

Na die Wende werd hard gewerkt aan de herstructurering van het station. Al snel reden er weer snelle treinen tussen Hamburg en Berlijn. Maar het dorp had er nu weinig profijt van. Maar liefst achtduizend arbeidsplaatsen gingen verloren. De oude woonhuizen die al jaren aan het verpauperen waren raakten steeds meer in verval.

Inmiddels herstelt Wittenberge van de crisis. Het westen heeft vele miljarden in de voormalige DDR gestoken. Daar worden o.a. oude panden prachtig van gerestaureerd. Je kunt hier schitterende woonhuizen kopen voor een bedrag dat in Nederland ondenkbaar is (200.000 euro voor een gerestaureerd herenhuis van 200 vierkante meter met een grote tuin).

De M is van Middenbeemster

Midden in de Beemster ligt Middenbeemster.

De Beemster valt onder het Unesco Werelderfgoed. De polder met zijn rechte wegen die parallel op gelijke afstand van elkaar lopen stond model voor de wijze waarop de wegen op de prairie van Iowa zijn aangelegd.

Middenbeemster is het oudste dorp van de Beemster. Na de drooglegging werd hier een rechthoekig plein aangelegd, waar later de veemarkt werd gehouden. Aan het plein staat ook de dorpskerk, die werd ontworpen door Hendrick de Keyser (tevens de ontwerper van de Westerkerk in Amsterdam).

Toen ik hier voor het eerst mijn fiets parkeerde was ik best verbaasd vanwege de historische bebouwing en het goed bewaarde karakter van het dorp. Het is dan ook deels beschermd dorpsgezicht, met enkele tientallen monumenten.

De Beemster is o.a. bekend van het lied cq dijenkletser:

Bij ons in de Beemster daar is het zo goed/ daar geven de koeien tien liter als ’t moet, en geven ze niet, ja dat hindert geen zier/ dan is het geen koe maar dan is het een stier.

De schrijfsters Betje Wolff en Aagje Deken woonden in Middenbeemster. Er staat een museum dat aan de beide dames is gewijd en dat voornamelijk wordt bezocht door docenten Nederlands en hun weerbarstige leerlingen. Verder bevindt zich in Middenbeemster een urinoir. Dat is handig als je niet wilt wildplassen: dag en nacht geopend.

Volgens mijn zwager komt de beste kaas van Nederland uit de Beemster. Hij kan het weten, want hij is kaashandelaar.

Jugendstil in Berchem

Het station Antwerpen-Berchem kennen de meeste lezers alleen vanwege een tripje met de internationale trein naar België. Kijk je daar naar buiten, dan zie je een stationscomplex met achterstallig onderhoud. Aan de westkant kijk je de straten van Berchem in, een volkse wijk met soms grootstedelijke problematiek.

Kijk je naar de andere kant, dan zie je een plein dat niet tot de mooiste van België behoort. Het moet nodig een keer op de schop.

Maar als je een keer de trein mist, en je loopt in oostelijke richting, dan kom je in een wijk waar je van de ene verbazing in de andere valt. Mooier kan het bijna niet aan Art Nouveau en Jugendstil. Je vindt er een paar rustige straten en een grotere straat met stuk voor stuk juweeltjes van architectuur uit la belle epoque.

De bovenste foto van van een kruispunt tussen twee straten, met op de hoeken huizen met namen en versieringen behorende bij de vier jaargetijden.

Over deze wijk heb ik al eerder geschreven, maar ik ging er in het voorjaar nog een keer op zoek naar staaltjes van architectuur (of is het beeldhouwkunst) uit de periode van rond 1900.

De bouwmeesters moeten het bouwen hier als een groot feest hebben beschouwd waarbij ze zich heerlijk konden uitleven in balkons, ijzerwerken, deuren en tegeltableaus. Je zou een hele dag kunnen besteden aan het bekijken en fotograferen van alleen al de details die te zien zijn in de gevels.

Een paar foto’s geef ik weer in dit blog. Ze spreken voor zichzelf, denk ik.

De onderste twee foto’s zijn van een huis dat Waterloo heet, met verwijzingen naar de Slag bij Waterloo.

 

Nieuwbouw European Patent Office

Vanaf een afstand gezien valt het allemaal nog wel mee. De Vliet in Delft (in de richting van Rijswijk) ziet er landelijk uit.

Kijk je wat beter (in dit geval: zoom je in) dan zie je een enorme metalen wand oprijzen. Dit wordt één van de grootste gebouwen van Nederland. Bijna 110 meter hoog, 150 meter lang en slechts 12½ meter breed. Er werken straks zo’n 2700 mensen.

Het is het hoofdgebouw van het European Patent Office, één van de grootste werkgevers in de regio Haaglanden. Het gebouw ligt aan de autoweg en biedt ‘vanzelf’ een geluidsscherm voor de woonwijken van Rijswijk Zuid.

Er worden allerlei ecologische hoogstandjes in verwerkt, zoals een extra gevel voor de gevel van het gebouw, waardoor een binnentuin wordt gecreëerd die zorgt voor natuurlijke ventilatie. Aan de noordzijde is vooral de reflectie van de watermassa op de gevel zichtbaar. Daglicht dat door het water wordt gereflecteerd, wordt via de gevel opgevangen en gedoseerd doorgelaten. Voor warmte en koeling maakt het kantoor gebruik van warmte- en koudeopslag in de bodem met warmtepompen.

Aardig bedacht, allemaal. Maar in zekere zin doet zo’n kolossale muur ook wel beklemmend aan als je vanuit Delft naar Rijswijk fietst.

Oude Delft en kerktoren

Delft is eigenlijk een soort Stadskanaal.

Net als Amsterdam kent de stad zijn eigen grachtengordel. Maar die gordel heeft een heel andere geschiedenis. Delft is namelijk van oorsprong een veenkolonie. Dat zie je in de structuur van de grachten en dwarsvaarten goed terug.

Wij wonen aan het Schiekanaal: in historisch opzicht is dat dus de hoofdvaart, die vanuit het zuiden (Delftshaven) in noordwestelijke richting gegraven werd.

In de 13e eeuw ontstond er steeds meer stedelijke bebouwing. Men wilde ook de houten noodkerk vervangen door een wat meer luxe gebouw van steen. En toen kwam er ook de behoefte aan een toren. Hoe hoger de toren, des te belangrijker de kerk. Een variant op de torenbouw van Babel, maar dan in de Middeleeuwen.

Rond 1325 werd begonnen met de bouw van de toren. Omdat er geen ruimte was naast de kerk besloot men om het water van de de Oude Delf(t) een eindje te verleggen. Daar kan dan die toren op gebouwd worden. Maar wat men niet had bedacht is dat je dan de kans op verzakking wel érg groot maakt. Er was nog geen Technische Universiteit in Delft, dus men hand het nog niet kunnen berekenen… Daar zou men tegenwoordig hebben geadviseerd om zo’n zware toren op ondergrondse pijlers te bouwen, die tot vijf meter diep hadden moeten zijn.

Al tijdens de bouw begon de toren flink te verzakken. Dat zagen de bouwers ook gebeuren en ze hebben stapsgewijs tijdens de bouw de verzakking gecorrigeerd. Vandaar dat er ‘knikken’ in de toren te zien zijn, onderin hangt hij veel meer uit het lood dan boven in. In totaal hangt de 75 meter hoge toren twee meter uit het lood.

In de kerk hangt de zwaarste torenklok van Nederland. Hij weegt 9000 kilo. Ik vraag me af hoe ze die naar boven hebben gekregen. Het schijnt dat de kopjes van de buren op de tafels trillen als deze bordonklok wordt geluid. Wij wonen 700 meter verderop en hebben geen last van trillende kopjes.

Fietsen door Bralim (7)

Met Budel Dorplein is iets vreemds aan de hand. In de eerste plaats omdat de naam zo vaak fout wordt geschreven. Het is geen Dorpplein, maar Dorplein.

In de tweede plaats is het wonderlijk dat ik hier nog niet eerder was geweest. Veruit het grootste aantal plaatsen in Nederland heb ik befietst (heb ik ooit eens uitgezocht), maar Budel Dorplein was aan mijn fietsdans ontsprongen.

In de derde plaats is het wonderlijk dat Budel Dorplein zo onbekend is. Want hier bevindt zich een staaltje van sociale woningbouw zoals je in Nederland zelden ziet. En dat allemaal dankzij die zinkfabriek die het zedelijk gehalte van de plaatselijke bevolking zou doen dalen.

De plaatsnaam is ontleend aan de stichter van dit ‘woonproject’: Emile Dor. In opdracht van de directie van de Société Anonyme des Zincs de la Campine moesten er een ruim opgezette wijk voor de arbeiders van de fabriek gebouwd worden. En ruim werd de wijk: brede lanen en grote huizen met forse tuinen. Allemaal bedoeld voor de arbeiders van de fabriek.

Maar ook de directeur kreeg een woning in het dorp (tweede foto). Misschien ook wel om een beetje controle uit te kunnen oefenen. Het hele dorp was verbonden met de fabriek. Enerzijds leidde dat tot een aantal goede sociale voorzieningen, zoals huizen waar notabelen in andere dorpen nog jaloers op konden zijn. Anderzijds was de leiding ook wel behoorlijk patriarchaal qua opvattingen. Alle sleutelfiguren uit het dorp (zoals het schoolhoofd) stonden op de loonlijst van de fabriek. En directieleden vervulden belangrijke functies in het dorpsbestuur. Als een arbeider lid was van een vakbond maakte hij zich zeer verdacht.

In 1935 wilde de directie niet met vakbond en werknemers overleggen en brak voor het eerste in de geschiedenis een staking uit. Deze staking verliep uiterst gedisciplineerd. Na het bijwonen van de Heilige Mis werden de stakingslijsten getekend. Ook maakten zeshonderd stakers een bedevaart op de fiets naar Roermond. Kijk, dat lees ik graag: stakers die eerst naar de kerk gaan en dan ook nog eens een eind gaan fietsen voor het goede doel.

Opmerkelijk is de bouwstijl van de huizen in Budel Dorplein, die doen denken aan de wijken voor mijnwerkers in de Borinage. Misschien wel om de vele Waalse fabrieksarbeiders een thuisgevoel te geven.

Dat ik foto’s maak van de huizen blijkt niet door iedereen te worden gewaardeerd. Ik word min of meer verordineerd om me te verantwoorden voor dit vrijpostige gedrag.

Maar dorpelingen die wonen in een dorp dat als beschermd dorpsgezicht is aangewezen mogen verwachten dat er af en toe een nieuwsgierige fotograaf rondloopt.