Instellingsterrein wordt landgoed

Oude instellingen voor kwetsbare mensen bevinden zich altijd op grote terreinen. De instellingen waren eigenlijk aparte dorpen, ver buiten de bewoonde wereld. 
Een instelling met een eigen plaatsnaambord

Vrijdag kwam ik op het terrein van zo’n instelling terecht. Het is Huize Padua. Werkelijk een enorm groot terrein met lange rechte lanen, hoge bomen, klassieke en eerbiedwaardige gebouwen, een kerk en een kapel. De bewoners werden doorgaans begraven op het eigen terrein. Huize Padua ligt tussen de dorpen Handel en Boekel aan de rand van de Peel, waar kinderen vroeger turf aten.

Vroeger woonden mensen met een psychiatrische diagnose en mensen met een verstandelijke beperking bij elkaar op één terrein. De instelling ’s HeerenLoo-Loozenoord in Ermelo was de eerste grote instelling die speciaal bestemd was voor mensen met een verstandelijke beperking.

In 1976 kwamen verschillende groepen uit de psychiatrie over naar de instelling waar ik destijds mijn fiets had staan. Eén van de dames, met downsyndroom, had goed geleerd hoe ze psychotisch gedrag na kon doen. Zo hield ze al lachend hele redevoeringen tegen de hoeken van het plafond en rolde ondertussen met haar ogen. 
De weg loopt langs de rand van het terrein

Uit Huize Padua kwamen later ook verscheidene instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking voort, zowel voor mannen als voor vrouwen (apart van elkaar). De instelling specialiseerde zich in de psychiatrie (GGZ). Er zijn tegenwoordig aparte afdelingen voor mensen met een lichte verstandelijke beperking. Bij hen is sprake van een dubbele diagnose: veel psychiatrische problematiek in combinatie met een verstandelijke beperking.

In tegenstelling tot andere terreinen heeft hier geen ‘verdunning’ plaats gevonden. Er staan geen villa’s met vaak twee onder één kap zoals je op andere instellingsterreinen inmiddels vaak ziet. Soms is er elders zóveel gebouwd dat de eigen bewoners behoorlijk ingeperkt worden.

Het terrein van Huize Padua is nog altijd eigen terrein. De oude paviljoenen, deels in de stijl van de Amsterdamse School, staan er nog. Wel werd er nieuwbouw gepleegd op een klein stukje van het terrein. Maar die gebouwen (uit de jaren ’70) lijken mij niet meer te passen in deze tijd.

Op het terrein van Huize Padua

Het volgende bericht plukte ik van internet:

“Halverwege de achttiende eeuw vestigde een groepje broeders zich in Boekel. Hun thuis werd Huize Padua genoemd, in de volksmond de Kluis. De broeders bakten hosties, maakten kaarsen, brouwden bier en gaven onderwijs.

Na 1822 stopten de broeders met onderwijs. Ze legden zich toen toe op de zorg voor geesteszieken. Daarmee was deze broedergemeenschap de eerste Nederlandse congregatie die zich ging bezighouden met psychiatrie. De broeders legden met hun activiteiten in Boekel onder andere de basis voor de huidige geestelijke gezondheidszorg in Oost-Brabant.

Wie nu langs Huize Padua wandelt ziet niet één gebouw, maar een levendig landgoed. De oudste gebouwen stammen uit eind negentiende eeuw en de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw. Ze zijn destijds gebouwd om te voldoen aan de zorgvraag. Het terrein is nog steeds in gebruik voor mensen met een psychische kwetsbaarheid die werken aan herstel. Het gebouw de Kluis biedt nu onderdak aan museum De Kluis”.

Maar het afgelegen Padua gaat veranderen. Het wordt een levendig landgoed! “De komende jaren verandert Huize Padua naar een levendig landgoed. Een plek met ruimte voor wonen, (samen)werken, leren, zorg én interactie tussen buurtgenoten: bewoners, medewerkers, studenten en omwonenden. En een plek waar cliënten passend en zinvol werk kunnen doen, waar zij in contact komen met andere werkenden en vrijwilligers in een veilige omgeving”.

Als dat soort wollige PR-retoriek verspreid wordt denk ik er het mijne van.  

De Jugendstilwijk Zurenborg in Antwerpen

Voor 4,99 euro per persoon namen we de Flixbus. De Flixbus reed door naar Tsjechië en wij stapten in Antwerpen uit. Daar huurden we de Blue Bike, de Belgische OV-fiets.

Nu we het toch over de Blue Bike hebben. In Nederland is de OV-fiets een daverend succes. Inmiddels zijn er 22.000 fietsen te huur op 300 locaties. Daar kan de Belgische Blue Bike bij lange na niet aan tippen. De fiets wordt vooral verhuurd in Vlaanderen. De meeste Walen kunnen waarschijnlijk niet fietsen. Pluspunten van de Blue Bike zijn de drie of zeven versnellingen en de lagere huurprijs dan in Nederland.

Aan de Cogels Osylei in Bechem

Met de Blue Bike fietsten we dwars door de Joodse wijk naar Antwerpen Berchem. Daar ligt één van de mooiste architectonische parels van België verstopt: de wijk Zurenborg. Maar eerst nuttigden we nog een krachtdadig ontbijt aan de rand van de wijk.

Drie op een rij van drie verschillende architecten

Toen de stad Antwerpen uit zijn voegen barstte en de spoorwegen op hun hoogtepunt waren wilden de rijke inwoners van Antwerpen de stinkende stad uit, maar wel in de buurt van een station. Antwerpen Centraal geldt als één van de mooiste stations van de wereld. Het wordt ook wel ‘de spoorwegkathedraal van Europa’ genoemd. En aan de oostzijde van de spoorlijn van Antwerpen Centraal naar Berchem ontwikkelde zich in 20 jaar tijds een woonwijk die uniek is voor Europa. Niet groot, een paar straten slechts, maar je kunt er uren in ronddwalen. Wel vooral in de schaduw vandaag, want het werd 35 graden.

Huizen aan de Waterloostraat

De Cogels Osylei staat vol met huizen uit die tijd en wordt daarmee ‘de meest fotogenieke straat van Antwerpen’ genoemd. De straat bevindt zich op 5 minuten lopen vanaf de voorzijde (oostzijde) van station Antwerpen Berchem.

Het is echt niet alleen de Cogels Osylei waarbij je ogen in de kassen gaan rollen en waarbij je mond open valt van verbazing. De hele buurt Zurenborg is een aanrader om te bezoeken. De zijstraten, de Generaal van Merlenstraat, Transvaalstraat en de Waterloostraat staan allemaal vol met dezelfde architectonische hoogstandjes in Jugendstilstijl.

Detail van een gevel aan de Waterloostraat

En wil je even een heel andere – meer volkse – wijk zien en ervaren, dan loop je aan het eind van de Cogel Osylei even onder het spoor door.

Het bekendste huis in Zurenborg is toch wel dat van de Vier Seizoenen. Maar dat is niet één huis, het zijn er vier. Op de kruising van de Generaal Van Merlen- en Waterloostraat zie je vier hoekhuizen tegenover elkaar die “Herfst”, “Winter”, “Zomer” en “Lente” op de gevel hebben staan. De huizen dateren uit 1899 naar een ontwerp van Jos Bacourt.

Daklicht in een huis aan de Waterloostraat

En tot grote vreugde van Tineke mochten we één van de huizen in de Waterloostraat van binnen bezichtigen. De eigenaar liet ons als nieuwsgierige toeristen binnen voor een rondleiding van de enorme kelder tot en met de zolder (vijf verdiepingen boven elkaar). Centraal in het huis een ronde hal met op elke verdieping een balustrade en boven in een koepel van gebrandschilderde ramen in Jugendstil.

Voor de eigenaar op leeftijd is dit huis een blok aan het been vanwege de kosten van het onderhoud. Maar je hecht je nu eenmaal aan familiebezit. Als het hem allemaal gaat lukken wil de eigenaar er een soort museum in vestigen waardoor het pand ook voor andere toeristen toegankelijk wordt.  

The Grand Budapest Hotel

Misschien kennen jullie de film 'The Grand Budapest Hotel'. De film heb ik ooit gezien, maar ik had geen idee meer waar hij over ging. Behalve dat hij over een mooi hotel ging met picolo's (niet te verwarren met de kleine gevulde koeken van AH: de picolientjes). 

In de vakantie bezochten wij de stad Görlitz. Ik wil geen andere steden jaloers maken, maar deze stad vind ik de mooiste van alle steden die ik totnutoe in Duitsland gezien heb. Midden in de stad staat een warenhuis. Het is wegens failissement gesloten. Een soort Duitse V & D.

Het glazen dak van het warenhuis in Görlitz

In negen maanden tijds werd er – naast een historische kerk – een warenhuis gebouwd in Art-Nouveau-stijl. Het had een indrukwekkend interieur met pilaren met beelden, langwerpige vensters met glas-in-lood en geschilderde balustrades. Maar het mooiste is toch wel het glazen dak.

Na de opening volgden twee wereldoorlogen en een crisis. Het gebouw ging in verschillende handen over en werd in de DDR tijd een ‘huis van het volk’. Na die Wende kocht Karstadt het gebouw en verkocht het later door aan een andere warenhuisketen die in 2009 falliet ging. Sinds die tijd staat het monumentale pand leeg.

Plafond en trappenhuis

Welnu: het interieur van dit pand werd voor de film ‘The Grand Budapest Hotel’ gebruikt als decor. Er werd natuurlijk van alles in gezet om het een hotel te laten lijken. Zodoende en in dier voege heb ik nooit ontdekt dat de film helemaal niet in een hotel werd opgenomen.

Tot onze grote verrassing mochten we het gebouw van binnen bekijken. We vielen van de ene in de andere verbazing. Dit is echt architectonische kunst! Aan alles is gedacht om het gebouw tot een eenheid te smeden. De rondleiding door het gebouw duurde een uur. Daarna hadden we tijd nodig om bij te komen. We liepen op ons gemak naar Polen. Dat is een kilometer oostwaarts.

Er blijft voor mij nog wel een prangende vraag: waarom staat er een fiets met lekke band op de bovenste verdieping van het leegstaande pand? 

Vuurtoren

Al als kind was ik geïntrigeerd door eenzame vuurtorens en watertorens. De meesten heb ik (in Nederland) ook op de foto gezet. Maar ik ben er op tijd mee gestopt. Het moet geen obsessie worden...

Vorige week heb ik één eenzaam fietstochtje gemaakt toen Tineke de tassen aan het pakken was. Mijn hulp daarbij leidt slechts tot chaos. Dus ik werd heengezonden.

Na 20 kilometer belandde ik bij een vuurtoren. Even dacht ik dat ik bij de Oostzee aan was gekomen. Dat bleek niet het geval. Het water was zoet en er voer geen Russische onderzeeër. Het is de enige vuurtoren in de deelstaat Saksen.

Vuurtoren bij Schloss Moritzburg in Saksen

Toch heeft de vuurtoren wel iets met de Russische vloot te maken.Hij herinnert aan de slag tussen Tzarina Catharina de Grote en de Russiche vloot bij de Dardanellen in 1770. In heel Europa werd de overwinning op het Ottomaanse rijk gevierd, dat destijds de aartsvijand was van heel Europa. Immers: minder dat twee eeuwen eerder werd Boedapest onder de voet gelopen en een aantal jaren later stonden de Ottomanen voor Wenen.

Rond het enorme kasteel van Moritzburg werd als eerbetoon het gebied van de overwinning nagebouwd, inclusief een vuurtoren, werkende kanonnen en dardanellen, die hier stenen muren zijn, waarachter de kanonnen konden worden opgesteld.

Af en toe werd er in de tuinen en op het water een heuse veldslag opgevoerd, net zoals nu nog gebeurt bij Waterloo.

Rooftopwalk

Zaterdag maakten we in Rotterdam een 'rooftopwalk'. Bij het Rotterdamse WTC (bij de Koopgoot)  beklommen we de stellage en 650 meter verderop - bij de Lijnbaan - daalden we weer af. 'We' zijn Henk & Tineke, benevens dochter N en schoonzoon F. 
Hoog, hoger, hoogst…

De wandeling is georganiseerd in het kader van de Dakendagen. In Rotterdam kun je dus het dak op. Er is heel veel loze ruimte op de veelal platte daken. Bovendien dragen ze niet bij aan een gezond milieu. Door al die platte daken warmt de stad in de zomer nog eens extra op. Maar wat kun je doen met platte daken?

Overzicht richting Lijnbaan

Inmiddels worden er wereldwijd al sportevenementen gehouden, zijn er zwembaden aangelegd en vooral worden er veel daken vergroend. Sommige zien er inmiddels uit als een stadspark. Hoe dat er uit gaat zien: daar krijg je tijdens de Rooftopwandeling alvast een beeld van.

De Coolsingel met rechts het stadhuis

Uit de folder: “Terwijl je over en tussen de daken loopt, beleef je hoe innovatief dakgebruik bijdraagt aan een betere toekomst voor steden en stadsbewoners.”

Vanaf het dak heb je een spectaculair zicht op de hoogbouw van Rotterdam, zoals op het hoogste flatgebouw van Nederland: de Zalmhaventoren (215 meter) en op een nieuwe toren in aanbouw, waarvan ik de naam niet heb kunnen achterhalen.

Er zijn plannen voor de bouw van meerdere woontorens met een hoogte van rond de 250 meter.

Je kunt de rooftopwandeling nog t/m 24 juni maken. Daarna moet je weer met beide benen op de Rotterdamse grond lopen. 

Opkomende maan

Deze foto maakte ik bij Bochum, een industrieplaatsje onder de rook van Duisburg. Opeens zag ik de maan opkomen boven het geboomte en het struikgewas.
Opkomende maan, of….

Maar was het de maan wel. Dat leek me sterk. Ik liep naar boven vanwege de steile helling, vanwege mijn toegenomen leeftijd en mijn psychische gesteldheid (‘ik wind me nergens meer over op, dus ik ga niet zwoegen’).

Ondertussen bedacht ik dat de maan in Nederland niet vol was, en dus waarschijnlijk in Duitsland ook niet. Dus het moest iets anders zijn.

Het was ook iets anders. Het was de sterrenwacht van Bochum. 

De M is van Mechelen

Mensen die met de trein naar Brussel of Parijs treinen passeren het Belgische Mechelen. Ook in Nederland ligt een Mechelen, maar dit Belgische Mechelen ligt wat meer naar het westen.

Tijdens die treinreis zien ze op de heenweg aan de rechterkant de grootse Romboutskathedraal. En ze denken: ‘Eigenlijk zouden we hier even uit moeten stappen. Dat doen we later nog wel een keer’. Daarom komen zoveel toeristen nooit in Mechelen.

Zicht op de Sint Romboutskathedraal

Welnu: ik zal jullie even iets over Mechelen vertellen. Mechelen is een bezoek waard en je hoeft er niet eens een omweg voor te maken. Je moet gewoon één station vóór Brussel uitstappen. Het station verkeert – net zoals veel andere Belgische stations – in een toestand van permanente verbouwing. Heb je eenmaal de uitgang gevonden, dan loop je zó het historische centrum van Mechelen in.

Hoewel er in Mechelen geen Oranjes zijn begraven lijkt de plaats toch wel een beetje op Delft. Beide steden liggen namelijk klem tussen twee geografische reuzen. Delft tussen Den Haag en Rotterdam en Mechelen tussen Antwerpen en Brussel. Dan val je niet zo op. Toeristen denken dat er in grote steden meer te beleven valt. Dus missen ze nogal eens de mooie dingen. Het échte België vind je niet in Antwerpen of Brussel, het echte Nederland niet in Amsterdam of Rotterdam. 

Grote Markt in Mechelen

Delft en Mechelen zijn ook ongeveer even groot: beide steden tellen rond de 100.000 inwoners. Het voordeel van een geografische klempositie is dat je als toerist op een rustiger manier de stad kunt bekijken, zonder dat er allemaal Chinezen en Japanners met fototoestellen voor je voeten lopen.

Een bijnaam van de inwoners van Mechelen is ‘de maneblussers’.  Ooit dacht een dronken man tijdens een mistige avond dat de Romboutskathedraal in de hens stond. Hij riep alle inwoners op om mee te helpen met de bluswerkzaamheden. De kerk werd kletsnat, maar er was geen brand. Men had slechts de maan geblust.

Kanaal naar Leuven in Mechelen

De toren van de Romboutskathedraal had 167 meter hoog moeten worden, maar dat is niet gelukt. Het geld was op. De toren is nu ‘slechts’ bijna 98 meter hoog. Maar beter een onafgemaakte toren dan een brug die niet af is gemaakt. 

Net als Antwerpen en Brussel telt Mechelen veel inwoners die van oorsprong uit andere landen komen. De eerste grote groep immigranten waren Spanjaarden, daarna volgden mensen uit Marokko (ze vormen nu bijna 20% van de bevolking). Ook telt de stad naar verhouding veel Assyrische christenen en Armeniërs die rond 1900 voor het religieuze en ethnische geweld van de toenmalige Turkse overheid zijn gevlucht.

Achterafstraatje in Mechelen

Opmerkelijk in de Mechelse gemeenteraad is de enorme opkomst van de groene partijen. Zij bezetten 25 van de 43 zetels. 

Uiteraard lopen de meeste toeristen direct naar de Grote Markt (met belfort en stadhuis) en de  Romboutskathedraal (genoemd naar bouwmeester Rombout Keldermans). Er waren meerdere Keldermannen, allemaal mannen en architect. Ze bouwden ook in Nederland talrijke kerken en stadhuizen (zoals de kerk van Veere en het stadhuis van Middelburg. De bouw begon altijd met de kelder. Daarom heten ze ook zo. 

Mijn advies is (net als bij veel andere steden): wandel eens door die kleine oude achterafstraatjes. Die maken veel steden juist zo boeiend...

Brussel als Jugendstil-stad

In 1971 fietsten we voor de eerste keer door Brussel. We vonden het een verschrikkelijke (auto) stad. 
Eén van de hoogtepunten van de Jugendstil in Brussel: het gebouw Old England, waar tegenwoordig in Muziekinstrumenten-museum in is gevestigd

Pas de afgelopen tien jaar zijn we Brussel gaan herontdekken. De auto heeft in de Belgische hoofdstad een flinke stap terug moeten doen. Er geldt, behalve op de grote doorgaande wegen, een maximum snelheid van 30 kilometer per uur. In veel straten geldt eenrichtingsverkeer, behalve voor fietsers. Bij verkeerslichten is meestal een opgeblazen opstelstrook ingericht: de fietser staat voor de auto’s opgesteld. Maar…. we zijn Brussel ook een wandelstad gaan vinden.

Want: lopend ontdek je nog meer dan op de fiets. De fiets is gewoon veel te snel voor Brussel. Tenminste, als je werkelijk wilt ontdekken waar Brussel in uitblinkt. En dat is – wat ons betreft – in de Jugendstil.

‘Zomaar’ een woonhuis is een straat in Elsene

Brussel is één van de Europese steden waar de Art Nouveau – ook Jugendstil genoemd –het sterkst vertegenwoordigd is. In deze stad werden namelijk al heel snel tal van panden in deze stijl gebouwd. Helaas zijn er honderden gebouwen verdwenen als gevolg van de drang tot modernisering van de stad in de jaren ’60 en ’70. Brussel werd vooral een moderne autostad met grote doorbraken voor het verkeer en troosteloze wederopbouw-architectuur.

Eén van de aspecten die kenmerkend is voor de Jugendstil is het gebruik van ronde vormen en sierlijke ornamenten, zoals o.a. het ijzeren smeedwerk. Een ander aspect is het feit dat veel architecten ook tekenden voor het interieur, zoals bijvoorbeeld voor de meubels. Dat is in het Horta Museum – het voormalige woonhuis van architect Victor Horta – goed te zien.

Een minder uitbundig gebouw in Elsene, maar de elementen van de Jugendstil zijn nog wel herkenbaar, vooral op de begane grond

De Jugendstil kenmerkt zich verder o.a. door het veelvuldig gebruik van ronde lijnen in bijvoorbeeld trappenhuizen of het smeedwerk. Die lijnen worden geinspireerd door de natuur (de vorm van een pauw komt terug in de lijn van de balustrade). Er wordt ook veel gebruik gemaakt van prachtig ontworpen tegeltableaus.

Als kritiek op de Jugendstil geldt dat de vele ornamenten de bouw erg duur maakten. Al snel komt er een tegenbeweging die het gebruik van sierlijke elementen juist afwijst: een gebouw moet functioneel zijn. In Nederland vertraagt deze ontwikkeling naar soberheid overigens enigszins: ook de Amsterdamse School kent tal van versieringen, maar dan met name in het ‘baksteenwerk’ en veel minder door kunstzinnige versieringen.

Straatbeeld in Elsene

In 2023 is het het Jugendstiljaar in Brussel. De stad wil zich dan nadrukkelijk presenteren als hoofdstad van de Art Nouveau. Er zijn momenteel al tien wandelroutes door de stad aangegeven. Volgend jaar wordt daar de toegang tot tal van gebouwen aan toegevoegd.

Wil je in Nederland Jugendstil zien, dan is Den Haag een aanrader. In de winkelstraten rond Paleis Huis ten Bosch vind je enkele tientallen karakteristieke Jugeldstilpanden. Maar wel aanzienlijk minder dan in Brussel, dat meer dan 500 karakteristieke gebouwen uit deze periode telt.

Op de foto's een aantal gebouwen die dochter N en haar Pa tegen kwamen tijdens een zelf uitgestippelde  wandelroute door Brussel en (deelgemeente) Elsene. 

Met dochter Nynke op stap

De vakantie van dochter Nynke schoot er bij in. Maar het was wel een mooie dag om een dagje uit met haar vader te plannen. Ik trakteerde haar op een dagje Brussel. 
Huizen in het Museumkwartier

Met één overstap kwamen we aan op station Brussel-Noord. Daarna maakten we een wandeling door het deels verpauperde Sint-Joos-ten-Noode – dat was flink klimmen – via de Hortus naar het paleizenkwartier en het museumkwartier. Het heet waarschijnlijk ‘kwartier’ omdat je er in een kwartier doorheen kunt lopen. Maar je kunt er ook langer over doen. Het was prachtig zonnig weer en we hadden af en toe een schitterend uitzicht op het oude centrum.

Vervolgens namen we de tram naar Elsene. Deze wijk telt tientallen huizen in Jugendstil en Art Déco. Dat was ook het thema van deze dag.

Woonkamer en serre in het Horta Museum (foto is eigendom van het Horta Museum)

Het hoogtepunt van de tocht was een bezoek aan het Horta museum. Dit is gevestigd in het oude huis van de architect Victor Horta. Ik was er al eerder geweest, maar opnieuw was ik zeer onder de indruk van de kunstzinnige vormgeving door deze architect. Hij tekende graag planten, vogels en vlinders, en in zijn ‘gebogen’ arcitectuur dezelfde vormgeving terug.

Ook het meubilair in het huis werd door Victor Horta ontworpen (sommige Nederlandse architecten, zoals Berlage en Egbert Reitma – die tal van Gereformeerde Kerken op zijn naam heeft staan – tekenden ook voor de bouw en voor het meubilair. Ik vind dat de hoogtepunten van de architectuur.

Stadsdeel Elsene

Bijzonder is bij Horta de aandacht voor de lichtval. In het hoge en langwerpige huis komt overal daglicht naar binnen, dankzij dakramen, spiegels en de vormgeving van de bouw.

Toen we naar buiten stapten begon het te regenen. We namen de tram naar de halte Louise, voor een bezoek aan het reuzenrad. Helaas geen zon meer, maar we hadden toch een mooi uitzicht over Brussel. Daarna namen we de lift naar de laaggelegen binnenstad, waar we onderdak vonden in een vegan restaurant met Libanese voeding.

Uitzicht over Brussel vanuit het reuzenrad

Het bleef regenen, maar de gevels boden wel enige beschutting. We liepen een ommetje via de Grote Markt. Daar dromden de toeristen samen. Het blijft een bijzonder plein dat getuigt van buitenproportionele rijkdom. Indrukwekkend, maar wij vinden de weliswaar luxe maar toch meer gewone woonhuizen met Jugendstil mooier. Helaas heeft Brussel die huizen onvoldoende op waarde geschat: er werden er honderden afgebroken om plaats te maken voor moderne appartementen.

Na het bezoek aan de Grote Markt liepen we naar het Centraal Station waar we de rechtstreekse en volle trein naar Rotterdam namen. Nynke's stappenteller had er 27.000 stappen bij opgeteld.  

De D is van Deinum

Deinum is een nietig plaatsje dat meestal niet onder de rook van Leeuwarden ligt. Dat komt omdat Deinum vijf kilometer ten westen van Leeuwarden ligt. Bij overheersende westenwinden waait de rook de andere kant uit.

Deinum is vooral bekend van de ui op de toren. Overigens had de op één na hoogste kerktoren van Nederland, die van de Nieuwe Kerk van Delft vroeger ook een kolossale ui op de toren. Zó groot dat de spits topzwaar leek. Uiteindelijk werd de ui door de bliksem getroffen. Dat was einde ui.

Zicht op Deinum

De ui van de toren van Deinum wordt in een Fries carnavalslied bezongen. “Yn Deinum stiet in sipel op ‘e toer (sipel op ‘e toer – bis). Overigens zijn er ook heden ten dage meerdere kerktorens met uien, zoals in Dwingeloo , in Hilvarenbeek en in Hoogstraten (net over de grens in België). In Rusland zijn veel orthodoxe kerken versierd met uien. Ik heb geen idee waarom dat zo is. Was het een versiering, diende het als galmgat en klankbord? Wie het weet mag het zeggen.

De ui was in de vorige eeuw danig aangetast door de Bonte Knaagkever. Ik wist wel over Bonte Spechten, maar Bonte Knaagkevers was weer nieuw voor mij. Die Bonte Knaagkever had de constructie ondermijnd zodat er een nieuwe ui op de toren geplaatst moest worden. Waar de Bonte Knaagkever nu bezig is, is mij niet geopenbaard.

Toren van Deinum in close up met een ‘uleboard’ (dakbekroning) van een boerderij. Elke streek in Friesland heeft zijn eigen dakbekroning.

Deinum mag dan niet onder de rook van Leeuwarden liggen, de bewoners ervaren wel overlast van de straaljagers van de luchtbasis Leeuwarden. Nochtans en desalniettemin wordt er toch nieuwbouw gepleegd.

Wat een luxe is is dat de duizend inwoners van Deinum de beschikking hebben over een heus station, waar in beide richtingen elk half uur een trein vertrekt. Ik ben er meerdere malen op de trein gestapt en was alle keren de enige opstapper. Ik zeg nu wel station, maar het is een perron met wachthokje (abri) en een klok.

In Deinum staan alleen eengezinswoningen. Iedereen heeft hier dus zijn eigen brievenbus en regelmatig zijn dat buitenbrievenbussen vanwege de grote voortuin.

Deinum station

Een deel van de mensen spreekt Fries in Deinum, en zo hoort het ook. D’66 trok de meeste kiezers. Deinum valt onder de gemeente Waadhoeke (‘Waddenhoek’), maar daar doet D’66 in de gemeenteraad niet mee. Zestien van de 29 zetels zijn voor lokale en regionale partijen (zoals de Fryske Nasjonale Partij).

Er zijn twee brievenbussen van Post NL in Deinum, er is een supermarkt en een bakker met Friese oranjekoek. Eén of twee keer per maand kun je er een kerkdienst bezoeken in de Sint Jankerk, te herkennen aan de ui op de toren. Er zijn geen huisartsen in Deinum en op een site wordt vermeld dat de concurrentie onder huisartsen er laag is. Zo had ik het nog niet bekeken.

Er werden in Deinum in 2020 twee fietsen gestolen. Ik vermoed dat deze bij het station geparkeerd stonden. Ik laat daar mijn fiets niet onbeheerd achter.

Deinum lag vroeger heerlijk rustig te wezen temidden van het groene Friese land. Door de enorme infrastructurele uitbreiding van Leeuwarden, met tal van grote wegconstructies, is dat beeld voor een deel verloren gegaan. Maar het blijft een vriendelijk dorp met af en toe erg veel lawaai van straaljagers.