Pietje Potlood

De watertoren van De Meije in het Groene Hart staat bekend als Pietje Potlood. Hij dateert van 1931 en ging in 2019 met pensioen.
Watertoren bij De Meije

De watertoren is 58 meter hoog en daarmee ook één van de hoogste watertorens van Nederland. Toch zou niet zo bekend zijn als hij niet zo parmantig midden in het groene weiland zijn kop boven het maaiveld uit zou steken. Je kunt hem niet over het hoofd zien.

In Delft staat ook een watertoren, maar die valt in het niet in de buurt van twee hoge kerktorens en een flatgebouw van 24 hoog. Die watertoren staat te koop, dus ik weet niet of er onder de lezers gegadigden zijn…

Even voorbij de buurtschap de Meije aan het prachtige riviertje de Meije ligt het ooievaarsdorp Zegveld. Daar was het gisteren weer een geklepper van jewelste. 

Noorderpier Scheveningen

De mensen vragen mij wel eens: 'Henk, kom jij wel eens op de Noorderpier?' Dat zal ik jullie zeggen: wel op de Noorderpier in Hoek van Holland, maar zelden op de Noorderpier van Scheveningen. 

Deze keer was ik op de Noorderpier van Scheveningen. Ik wilde Tineke namelijk uitlaten. Dat heeft ze af en toe nodig. En op de Noorderpier was zij nog nooit geweest. Dus liet ik haar uit op de Noorderpier.

De Noorderpier (rechts) en de Zuiderpier

Je zou niet denken dat het al eind mei was. De temperatuur bedroeg aan zee slechts 11,8 graden. Daarom had ik deze keer mijn zwembroek thuis gelaten.

Ondertussen begon het ook nog te regenen, terwijl de buienradar had voorspeld dat het droog zou blijven. Daar zit vast een complot achter.

Vuurtoren Scheveningen met surfers, gezien vanaf de Noorderpier

Ik noem het trouwens een pier, maar de Scheveningse pier is de wandelpromenade bij het Kurhaus. Daar kom ik niet. Dit heet officieel het noordelijke havenhoofd van de haven van Scheveningen.

In april 2021 werd hier een bijzondere meeuw gespot, waardoor het ondanks de lock-down druk was. Deze meeuw was vermoedelijk uit de koers geraakt, want hij kwam uit Oost-Siberië. Dat zie je wel vaker met vliegende voorwerpen boven het voormalig oostblok. Die landen soms op onverwachtse plekken.

Vandaag waren wij de enige wandelaars op het noordelijk havenhoofd. We hadden samen met enkele meeuwen en strandplevieren de hele pier voor onszelf. Wel waren er veel surfers in de zee. Die liepen ons niet in de weg. 

Het geheim van het Binnenhof

Gisteren moest ik naar de supermarkt, maar ik miste een afslag. Het fietspad was afgesloten. Daardoor kwam ik op het Binnenhof terecht. Dat is ook niet zo ver van ons huis.

Op het Binnenhof was van alles te beleven. De politieke wereld was enigszins ontregeld als gevolg van een besluit van de rechtbank dat de avondklok nieuwe batterijen nodig had.

Ik maakte rond het Binnenhof een paar foto’s, omdat ik zowaar aan het puzzelen ben geslagen. Een 3 D- puzzel van het Binnenhof. Geheel in mijn eigen tempo. Het hoeft niet, maar het mag wel.

Ergens in deze buurt is een geheim, maar het staat niet op de foto…

Een deel van die puzzel snapte ik niet: hoe zitten die gebouwen aan de achterzijde van de Ridderzaal eigenlijk in elkaar? Het is namelijk een enorm architectonisch rommeltje. Alsof iemand aan het hakken en zagen sloeg, daarna een tweede daar weer wat tegenaan zette, enzovoorts.

Dus maakte ik een paar foto’s met mijn telefoon. Toen kwam er een meneer van de beveiliging aan. Ik moest mijn foto’s laten zien. Ik dacht eerst nog dat ik een prijswinnende foto had gemaakt, maar zo ver gingen zijn competenties niet. over. Ik had mogelijk een object op de foto gezet wat niet op de foto gezet had mogen worden.

Ik wilde nog weten wat ik mogelijk op de foto had gezet wat ik niet op de foto had mogen zetten. Maar dat wilde de meneer van de beveiliging niet zeggen, want dan was het geen geheim meer.

Ik denk dat ik nog een hele reeks foto's moet gaan maken. Op de foto die vervolgens gewist moet worden staat het geheim. 

Delft in de sneeuw

Eigenlijk heeft Delft een belfort. Daar zijn de Belgische steden bekend om, maar Delft heeft er dus ook eentje. Het zit ingepakt in het renaissance-stadhuis en wordt Het Oude Steen genoemd.
Oude Stadhuis van Delft (Hendrik de Keyser, 1620)

Het Oude Steen was deels in gebruik als gevangenis, compleet met martelkamer. Ja, de mensen uit vroeger eeuwen waren ook niet altijd lieverdjes.

Het eerste stadhuis van Delft werd bijna duizend jaar geleden gebouwd. In de loop van de tijd werd en gehakt, gezaagd, geknipt en geplakt. In 1536 overleefde het stadhuis de stadsbrand, maar in 1618 fikte het alsnog af.

Hendrik de Keyser (die ook de toren van de Westerkerk in Amsterdam heeft ontworpen) tekende voor een nieuw en uitbundig stadhuis in Renaissance-stijl. Maar Het Oude Steen liet hij staan: het werd ingekapseld in de nieuwbouw.

Zondag keken de vele ramen van het Stadhuis hun ogen uit. Zóveel sneeuw hadden ze in jaren niet gezien!

Stadhuis van Delft

Je houdt het niet voor mogelijk. Henk50 heeft een oude hobby nieuw lezen ingeblazen.

Vorige week ben ik begonnen aan het in miniatuur bouwen van het stadhuis van Delft. Nee, geen eigenhandig hakken en zagen. Daarvoor ben ik in 1950 niet in de wieg gelegd. Al snel bleek namelijk dat ik met twee linkerhanden geboren was.

Stadhuis van Delft als 3-D puzzel

Het stadhuis van Delft is dan ook gewoon een bouwplaat. Tegenwoordig heet zoiets een 3 D puzzel. Er komt geen lijm meer aan te pas. dat is jammer, want van de vluchtige stoffen in de lijm werd ik meestal nogal vrolijk.

Vroeger bouwde ik van alles, maar het liefste zette ik gebouwen in elkaar. Geen militaire voertuigen, zoals sommige van mijn leeftijdgenoten.

Een tijdje geleden zag ik dat het oude stadhuis van Delft als 3 D puzzel op aarde verschenen was. Ik dacht dat dat misschien een leuk project zou zijn. En toen ik de drukproef van het boek had gecorrigeerd dacht ik: ‘ik ga nog eens proberen of ik zo’n bouwplaat in elkaar kan flansen’. En ben inmiddels over de helft.

Delft heeft een bijzonder prettige en toegankelijke burgemeester: Marja van Bijsterveldt. Met dt, want het is 'zij veldt'. Als ik nu nog een minituurfotootje van haar heb kan ik haar als extraatje achter het raam plakken.  

De U is van Uelzen

De Duitse plaats Uelzen was echt een fietsdoel. Ik moest er een taai eind voor fietsen door een niet al te spannend landschap, maar het doel werd bereikt.

Waarom Uelzen? Dat zal ik jullie zeggen. Daar staat een Hundertwasser-station. En zeg: Hundertwasser en ik ben verkocht. Tineke trouwens nog meer.

Uelzen, Bahnhof (Friedensreich Hundertwasser)

Jullie weten niet wie Hundertwasser was? Dat is een ernstige zaak. Friedensreich Hundertwasser was een Oostenrijks kunstenaar en architect. Hij slaagde er in om de meest saaie betonnen bouwwerken om te bouwen tot kleurrijke kunstwerken. Bovendien bleek dat de mensen in zo’n ‘organisch’ gebouw meer tevreden waren en beter presteerden.

Bahnhof Uelzen (detail)

In Lutherstadt Wittenberg staat een middelbare school die ook door Hundertwasser helemaal werd omgebouwd. Ik ben daar een paar keer tot in de gebouwen doorgedrongen en trof er louter tevreden leerlingen en docenten aan.

In Uelzen nu staat één van de weinige Hundertwasser-gebouwen die ik nog niet bezichtigd had. Het betreft hier het plaatselijke Bahnhof. Dat is een Duits station. Op de eerste foto zie je het station en op de tweede foto een onderdeel van het station. Planten en bomen zijn volgens Hundertwasser een essentieel onderdeel van een gebouw en in het station vind je een heuse waterval, omzoomd door tropische planten en lege bekers van Mc Donalds.

Hoofdstraat in Uelzen

In tegenstelling tot veel andere Duitse steden heeft Uelzen niet zo vaak te maken gehad met oorlogszuchtige verwoestingen. Wel overleed in de 14 eeuw een aanzienlijk deel van de bevolking als gevolg van de pest (een soort middeleeuwse covid-19) en de stad fikte ook twee keer voor een groot deel af. In de Tweede Wereldoorlog werd de stad voor een groot deel verwoest als gevolg van geallieerde bombardementen. Wat er nu aan historische gebouwen staat is deels namaak.

Uelzen was lange tijd een welvarende stad.  Men handelde er in honing, bijenwas, hout, vee, bont, granen, bier, keramiek en zelfs tot in Engeland verhandeld linnen. 

Uelzen, aan de voet van de Marienkirche

De vroegere welvaart kun je o.a. aflezen aan de robuuste Mariënkirche (van rond 1300), een stadskerk die doet denken aan de grootse kerken in baksteengothiek in de Hanzesteden Hamburg, Lübeck en Stralsund.

Uelzen heeft niet direct een interessante fietsomgeving. Het is een beetje veel van hetzelfde, een soort heel groot Brabants platteland zonder veel water, dorpen en steden. Wel vind je in het noordwesten de uitgestrekte Lüneburgerheide.

Uelzen telt zo'n 35.000 inwoners en naar schatting 6300 poezen. Het station is een spoorwegknooppunt. Ook als je geen auto hebt kun je snel ergens anders een kijkje nemen. De dichtsbijzijnde grote stad is Hamburg. 

Via Rotterdam (3)

Ik bevond mij in hogere sferen in de lift van metrostation Rijnhaven. Gelukkig kan ik afdalen naar de begane grond en daar weer meer frisse lucht tot mij nemen. 
De Rijnhaven in Rotterdam-Zuid

De omgeving van station Rijnhaven laat in één oogopslag de tegenstellingen binnen Nederland zien. Aan de ene kant de peperdure koopappartementen van het Manhattan aan de Maas, aan de andere kant de 19e eeuwse Afrikaanderwijk in van de wijk Feyenoord in Rotterdam-Zuid. Deze wijk werd aan het eind van de 19e eeuw uit de grond gestampt om hier Zeeuwse havenarbeiders te huisvesten. Dit deel van Rotterdam lag dan ook het dichtste bij Zeeland...

Problemen in de Afrikaanderwijk

Een halve eeuw geleden werd de Afrikaanderwijk één van de eerste wijken in Nederland waar de meerderheid van de bevolking een niet westerse achtergrond had. De problemen werden in de jaren ’70 zó groot dat de gemeente een ‘quotum’ instelde: een maximum van het aantal inwoners van buitenlandse afkomst. Dit besluit werd echter vernietigd door de Raad van State.

Het maakt niet uit of je door delen van Amsterdam-Oost fietst of door de Afrikaanderwijk: de sfeer is identiek. Alleen ken ik Amsterdam-Oost niet uit de periode van een lock-down.

Veel winkels in de Afrikaanderwijk zijn gesloten, of zo te zien: oogluikend geopend. Je kunt namelijk alles een essentieel product noemen. Zo zie ik dat verschillende eigenaars van zaken gewoon open doen als een klant aanbelt. Ook de belwinkel en de coffeeshop horen tot de essentiële winkels.

Manhattan aan de Maas

Even verderop is de markt op het Afrikaanderplein. Het aantal scootmobiels ligt ver boven het landelijk gemiddelde. Je kunt je gratis laten sneltesten voor covid-19. Je kunt ook gratis mondkapjes krijgen. Die lijken hier niet erg populair te zijn.

Een paar cijfers uit de Afrikaanderwijk:

> Van de bevolking is 32% werkloos.

> 16% van de bevolking heeft een Nederlandse achtergrond. Twee keer zoveel mensen hebben een Turkse achtergrond. Daarnaast wonen er veel mensen met een Marokkaanse of een Surinaamse achtergrond. Ik fiets hier aan het eind van de middag en aan de geuren kun je ruiken dat hier geen bieten worden gekookt en speklapjes worden gebraden.

> De grootste partijen bij de vorige verkiezingen waren DENK en de PVV.

> De meeste bewoners geven aan het liefste uit de wijk te willen vertrekken. De gemeente Rotterdam investeert in een betere bewoonbaarheid van de wijk, maar het is een hardnekkige problematiek. En er zijn zoveel wijken in Rotterdam waar problemen zijn.

De Kiefhoek

Even verderop zie ik een verrassend wijkje, zomaar gebouwd tegen de oudere bouw van de wijk. Het is De Kiefhoek, een wijkje dat op de lijst van de duizend belangrijkste architectonische gebouwen van de 20e eeuw staat. De woningen zijn ontworpen door architect J.J.P. Oud (in Hoek van Holland staat ook een blok bijna identieke huizen).

De Kiefhoek

Oud was niet alleen architect, maar ook lid van de kunstbeweging De Stijl. Het monument op de Dam is ook door hem ontworpen.

Zo’n wijkje, wie had dat hier nu verwacht? Welke toerist stapt op de trein om deze huizen te bekijken. Maar het is wel een staaltje van hypermoderne vooroorlogse architectuur.

Helaas moet ik jullie wel een geheimpje verklappen. De wijk is in 1990 afgebroken en daarna weer opgebouwd. Het was zo'n zootje geworden dat er niets anders opzat...

De L is van Lier

Neem het dynamische Antwerpen. Of het grootstedelijke Brussel. En dan die enorme universiteit van Leuven. Tussen die beroemdheden valt Lier eigenlijk niet op. De stad staat in de schaduw van zijn grote buren.

Daarom wil ik jullie adviseren om een keer een bezoekje aan Lier te brengen. Lier Liert als een tierelier. Men heeft er alleen een spraakgebrek. In Lier liert niemand om de ee uit te sprieken.

Lier, stadhuis en Belfort

Lier is ontstaan aan de samenvloeiing van de Kleine Nete en de Grote Nete. Daar kon de stad dus niets aan doen. Die samenvloeiiing was er al. De naam van de stad heeft niets te maken met een onderdeel van een hijskraan, ook niet met een muziekinstrument. Ook niet met een psychisch verschijnsel als gevolg van teveel drank of een te zware narcose. Evenmin met het Westlandse De Lier. Waar de naam wél vandaan komt: wij weten het niet.

In Lier liert niemand om de ee uit te sprieken.

Lier Begijnhof

Lierke Plezierke (deze term werd bedacht door Felix Timmermans), is een bijnaam van de stad. En inderdaad: het is een prettige plaats. Tenminste: ik houd wel van die wat kleinere steden met een mooie historische kern, een station en een kanaal. Dan heb je een aardige combinatie waar je verder mee kunt komen. Lier heeft zo’n 30.000 inwoners. Het is al een heel oude stad, want een halve eeuw geleden werd er het skelet van een mammoet gevonden. Misschien woonden er destijds nog geen mensen, maar wel mammoeten. Dat is een aardig begin.

Lier Begijnhof 2

Lier heeft – naar mijn mening – het mooiste begijnhof van België. Het staat op de Unesco-Werelderfgoedlijst. Er staan maar liefst tien historische kerkgebouwen binnen de ommuring van de stad. Doordat het meestal kermis is als ik de stad bezoek kan ik het niet allemaal goed op de foto krijgen.

Lier, het uurwerk van de Zimmertoren

Een grote bijzonderheid in Lier is de Zimmertoren met een bijzonder uurwerkmechanisme. Het is de Jubelklok, ontworpen door klokkenmaker Louis Zimmer vanwege de viering van 100 jaar Belgische onafhankelijkheid in 1930. De klok geeft diverse tijden en kosmische en andere periodieke verschijnselen weer. Het periodieke stelsel uit de scheikunde heb ik niet op de klok waargenomen. Maar voor scheikunde haalde ik ook steevast een onvoldoende.

Ik zou dus zeggen: stap na afloop van de lock-down niet op het vliegtuig naar Verwiggistan maar op de fiets naar Lier. Je kunt er vanuit Breda ook binnen een uur met de trein komen. 

De L is van Lille

Lille ligt in het sinds 1713 door Frankrijk bezette deel van Vlaanderen. De stad heet eigenlijk Rijssel, maar dat mocht niet van de Fransen. Ze hebben er Lille van gemaakt. De stad staat bekend als een zwaar vervuilde industriestad.  

Die vervuiling kwam van de kolen, maar die wordt er al lang niet meer gedolven. Lille en omgeving zijn veel schoner geworden. Maar waar ik het over wilde hebben is de binnenstad van Lille. Het is namelijk één van de mooiste steden die ik in mijn fietsleven befietst heb.

Vanuit het Belgische Doornik fiets je in twee uur naar het centrum van Lille. Je moet wel enig doorzettingsvermogen hebben, want Lille maakt deel uit van een keten aan steden en dorpen met samen 1,3 miljoen inwoners. De Fransen vonden tot voorkort fietspaden grote onzin en de Franse automobilisten vinden fietsers nóg grotere onzin, dus je wordt voortdurend klemgereden door automobilisten die vinden dat je op hún asfalt fietst. Gelukkig is er ook een ontsnappingsroute langs enkele oude kanalen, maar daar is het af en toe een zoekplaatje.

De ‘onbemande’ metro van Lille: de VAL

Ooit ging ik met onze toen 5-jarige zoon A. vanuit Den Helder een dagje met de trein naar Lille. Vader en zoon hadden namelijk een lang gezamenlijk uithoudingsvermogen met Bert en Ernie als gezelschap op cassettebandjes. We zijn toen met de metro door Lille gereisd. Dat was in die tijd een spectaculair project: een helemaal onbemande metro die op banden rijdt. Zoon A wilde van alles weten, maar hij vond het ook een beetje eng als er niemand de metro ‘stuurde’. En kon je dan niet tussen de deuren komen? Want wie deed de deuren dan open en dicht? Ook begreep hij niets van de mensen die onze blonde krullenbol toespraken. De stad hebben we toen niet gezien, alleen de plaatselijke Mac pour deux frites avec du mayonaise.

In het Vlaamse deel van Lille

Onder de grond zie je niet veel van Lille, boven de grond zie je meer. En dan ontdek je dat Lille uit twee steden bestaat: het rijke Franse deel met grote huizen en gebouwen uit de 18e en 19e eeuw en het meer kleinschalige Vlaamse deel met honderden historische huizen waar ooit de wevers woonden en werkten.

Nog een foto van het Vlaamse deel van Lille

Vooral dat tweede deel van de stad is echt bijzonder mooi en nauwelijks aangetast door ontsierende nieuwbouw en grote wegen dwars door historisch gebied. De stad heeft meerdere malen te maken gehad met oorlogsgeweld, maar die schade is netjes weer hersteld.

Buitenwijk van Lille

Toen de kolen en de textielindustrie instortten maakte Lille een zware economische malaise door. Vele tienduizenden inwoners trokken weg naar elders. Er was ook enige tijd sprake van zware criminaliteit onder invloed van noord-afrikaanse bendes die er in en rond de stad een bende van maakten. Inmiddels werkt de stad hard aan zijn herstel. De werkloosheid daalde en er kwamen nieuwe inwoners bij. Maar de buitenwijken met torenhoge flatgebouwen ademen nog wel een desolate sfeer. Daar zou ik ’s avonds in het donker als 70-plusser liever niet gaan fietsen.

Vind je het fietsen naar Lille te ver, dan kun je met één overstap ook met de trein komen: in drie uur trein je van Rotterdam naar Lille.