Toren Oude Kerk

"Er zijn meer meisjes dan kerktorens in Nederland" zei de vader van een klasgenoot toen zijn verkering uit was geraakt. Dat was een schrale troost. Deze keer geen meisje, maar één van die schaarse kerktorens op de foto.

Het is de toren van de Oude Kerk in Delft. Ik heb die toren wel vaker op de foto gezet, maar niet bij donker.

De ruim 75 meter hoge toren helt vervaarlijk over naar het westen. Maar dat ontdekten de bouwers al tijdens de bouw. Dus toen hebben ze de overhelling naar boven toe gecorrigeerd. Maar daarmee heeft deze toren dus wel een forse bouwkundige scoliose opgelopen.  De oorzaak is dat de toren deels in het water van de Oude Delft werd gebouwd. Dat was niet handig en het was dan ook de oorzaak van de verzakking van de toren.

De toren werd gebouwd tussen 1325 en 1350. Er hangt één van de grootste klokken van Nederland in: de Trinitatisklok weegt maar liefst 9000 kilo. Heb je een zwakke rug, moet je ook nog eens zo’n zware klok tillen.

Vanwege de zwaarte van de klok wordt hij hoogstzelden geluid. Men is namelijk bang voor schade aan de toren als deze klok geluid wordt.
Advertenties

Maria van Jessekerk

Delft telt zo'n dertig kerkgebouwen. Twee gebouwen zijn zelfs landelijk bekend: de Oude Kerk en de Nieuwe Kerk (waar de Oranje's worden begraven).

Maar het mooiste interieur is wat mij betreft te vinden in de Maria van Jessekerk. De kerk is rond 1880 gebouwd volgens een ontwerp van een leerling van Pierre Cuypers: Everhard Margry. 

Aan de buitenkant vind ik de kerk niet zo bijzonder, al zijn er opmerkelijke details te vinden. Zo zijn de beide torens verschillend. De ene toren werd geïnspireerd door de toren van de Oude Kerk, de andere toren door die van de Nieuwe Kerk.

Maar de binnenkant, met vele prachtige schilderingen en glas-in-loodramen is echt bijzonder. Daarbij komt ook nog de mooie lichtinval, vooral als de zon schijnt. In de kerk staat een imponerend Maarschalkerweerd-orgel. 

De kerk is een echte binnenstadskerk. Er zijn vele jaren geweest dat het kerkbezoek tanende was, maar toch trekt deze kerk ook weer tal van gasten die op zoek zijn naar verstilling, naar bezinning, of die gewoon een stukje muziek willen beluisteren.

Voor de liefhebbers van kerkelijke architectuur is er een filmpje beschikbaar. Zie: 

Kerkpostzegel

Op veel postzegels stond de koningin of staat de koning. Of het cijfer 1. En voor de verzamelaars zijn er dan ook nog bijzondere postzegels.

Koningin Wilhelmina met 2½ cent, Koningin Juliana met 4 cent, Koningin Beatrix met 12 cent en Koning Willem Alexander met een 1. Want we mogen niet meer weten hoe duur de postzegels zijn geworden.

Ik wilde wel eens wat anders. Maar om nu mijn eigen hoofd op de foto te zetten… Ik maakte een postzegel met een foto van onze kerk.

Het kerkgebouw werd ooit gebouwd als bibliotheek en werd vijf jaar geleden aangekocht en verbouwd tot kerkgebouw. Naast de kerkdiensten en de kerkelijke activiteiten door de week is het gebouw op twee dagen in de week opengesteld voor mensen uit de wijk.

Vanwege het vijfjarig jubileum vinden er de komende maanden nog een aantal extra festiviteiten plaats.

Toren Stevenskerk Nijmegen

We gaan al een halve eeuw samen met vakantie. En in onze vrije tijd fietsen we graag en beklimmen we torens.

Van Erik Scherder heb ik begrepen dat het beklimmen van torens helpt tegen dementie. Bovendien train je dan andere spieren dan bij het fietsen.

De toren van de Stevenskerk in Nijmegen is niet al te imposant. Hij is wel aardig hoog (71 meter), maar je kunt niet naar de top: je blijft ongeveer halverwege steken, op zo’n veertig meter hoogte. Maar omdat de toren op een onnederlandse hoogte staat heb je desalniettemin en desniettegenstaande de beperkte hoogte toch een wonderbaarlijk uitzcht.

Een smalle trap leidt je al duizelend vanwege het ronddraaien naar een groot plateau met zicht op het klokkenspel van de toren. De ruimtes onderweg zijn ook in gebruik voor tentoonstellingen.

In 1944 werden toren en kerk zwaar beschadigd door Amerikaanse bombardementen. Het duurde tot 1969 voordat het herstel klaar was. Een deel van de binnenstad van Nijmegen werd in de as gelegd en er vielen waarschijnlijk meer dan duizend doden. Het bombardement was een vergissing: de vliegeniers dachten dat ze boven Duitsland waren. ‘Van je vrienden moet je het hebben’ stond op een poster die de Duitsers lieten drukken.

Amsterdamse School

In het blog van gisteren noemde ik de Amsterdamse School, volgens mij één van de mooiste bouwstijlen die ooit is ontwikkeld. Althans: qua architectuur. Voor de bewoners soms wat minder handig.

Wil je meer over deze bouwstijl zien, bezoek dan eens het onlangs gerenoveerde en uitgebreide museum Het Schip in de Amsterdamse Spaarndammerbuurt. Daar is ook een tentoonstelling te zien over het verband tussen het bouwen door Gaudi (Barcelona) en de bouwmeesters van de Amsterdamse School. 

Drie jaar geleden maakte ik een fotoserie van straten van Amsterdam uit het begin van de 20e eeuw. In die serie vind je ook een aantal huizen in de stijlperiode van de Amsterdamse School.

Die fotoserie vind je hier:

https://myalbum.com/embed/yN9ZnuvFQAEJ

 

Hoofdkantoor Gist Brocades Delft

Bedrijventerreinen zijn tegenwoordig lelijke verzamelplaatsen van platte dozen die zich eindeloos langs snelwegen uitstrekken.

Dat was vroeger anders. Ook pakhuizen en kantoren waren vaak van een bijzondere architectonische schoonheid. Met name rond 1900 werd veel tijd en geld besteed aan representatieve gebouwen.

Zoals dit hoofdkantoor van de gistfabriek (DSM) in Delft. Het gebouw staat leeg, maar gelukkig ook op de monumentenlijst, zodat het niet wordt afgebroken.

Het dateert uit 1905 en is gebouwd in de zogenaamde Amsterdamse Stijl. Kenmerkend zijn o.a. het gebruik van geglazuurde tegels, van geometrische vloerpatronen, van ronde bogen, van  bijzondere verlichtingsarmaturen en van gekleurd glas.

In de ontwerpen van deze gebouwen zie je o.a. kenmerken van de Jugendstil.

Dankzij de Open Monumentendag konden we een kijkje nemen in het voormalige hoofdkantoor van Gist Brocades, het beste bekend onder de oude merknaam Calvé. 

Doesburg

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, kom jij wel eens in Doesburg?" Jawel, in Doesburg ben ik meerdere malen geweest. Niet zo erg vaak, trouwens, want de plaats ligt niet op de route richting diverse werkzaamheden. Bovendien heeft Doesburg geen station.

Maar Doesburg is wel de moeite van een bezoek waard. Het is een mooie oude en kleine Hanzestad. En Hanzesteden, die hebben altijd mijn belangstelling. De stad ligt aan de samenvloeiing van de Oude IJssel en de Gelderse IJssel (er is ook nog een Hollandse IJssel).

Eén van de voordelen van Doesburg is dat het zo’n klein stadje is. Op een klein oppervlak staan maar liefst zo’n 160 rijksmonumenten. Deels is dat een geluk bij een ongeluk. De ontwikkeling van de plaats heeft namelijk een aantal eeuwen stil gestaan. De stad zat letterlijk en figuurlijk klem tussen zijn eigen vestingwerken. Dat is vanaf de 17e eeuw tot 1950 zo gebleven.

Het wonderlijke aan Doesburg was dat het eigenlijk niet echt aan de IJssel lag (net als Zwolle trouwens). Kampen, Deventer en Zutphen hebben een indrukwekkend IJsselfront, maar Doesburg leek de IJssel de rug toegekeerd te hebben.

Toen Doesburg begon te ontwaken uit een eeuwen lange slaap wilde het gemeentebestuur de stad meer een IJsselstad maken. Men trommelde de Italiaanse architect Adolpho Natalini op. Hij ontwierp een woonwijk die als een schil voor de oude stad ligt. Er is veel gebruik gemaakt van rode baksteen, compleet met puntgevels: een nieuwbouwwijk die toch associaties oproept met vroeger. Of het gelukt is? Ik vind het tegenvallen. Het geheel komt op mij ook tamelijk doods over. Of waren de steden vroeger óók zo stil?

Op de IJsselkade staat een bijzonder kunstwerk van de hand van een plaatsgenoot van Natalini: Roberto Bagni. De drie heren zijn respectievelijk 4½ meter, twee meter en één meter lang.