Fietsen naar de Ruhr (5)

Eind jaren '70 was ik op de fiets tot Wesel gevorderd. Vóór me zag ik een hele rij rokende fabrieksschoorstenen en een grijze waas. Een fietser zei tegen me dat ik niet verder moest fietsen. "Sie bekommen eine Lungentzünderung." Ik ging de brug bij Wesel over en fietste terug naar Nijmegen. 

Nu ben ik in het gebied dat ik destijds meed. De schoorstenen roken nog steeds. Het Ruhrgebiet is aanzienlijk vervuild. Maar dat is niet meer vooral het gevolg van de rokende schoorstenen (veel kolen), maar van het autoverkeer. In dit verstedelijkte gebied met zes miljoen inwoners gaan veel bewoners met de auto naar hun werk. Het OV heeft maar een beperkt aandeel. De fiets moet voor het woon-werk verkeer nog worden uitgevonden. Fietsen doe je voor je plezier in je vrije tijd.

Ik ben in Uerdingen. De plaats kreeg al in de 13e eeuw stadsrechten. Maar van al die historie is niet zoveel meer over. Industrialisatie, bombardementen en modernisering hebben veel oude architectuur doen verdwijnen. Toch heeft de plaats nog een aardig centrum met zelfs een stukje stadsmuur langs de Rijn. Want de plaats ligt aan de Rijn. Daar moet ik natuurlijk zijn. Ondertussen vraag ik me af of ik veilig verder kan fietsen. De lucht trekt dicht en in de verte hoor ik vaag gerommel.

Taalkundig is deze streek bijzonder omdat de oudere bevolking een variant op het Limburgs spreekt. In het Limburgs Museum in Venlo kun je horen en zien hoe de streek tussen Maas en Rijn één gebied vormde met ook een variant op één taal.

Langs de Rijn staat veel vervallen en verlaten industrie. De sfeer doet Oostduits aan: verwaarloosde gebouwen met wel een eigen charme, zoals bomen uit het dak en veel bloemen en planten op de binnenplaatsen. Maar daar kun je geen geld mee verdienen. Toch hebben projectontwikkelaars inmiddels een deel van deze terreinen al opgekocht. Mensen willen aan het water wonen. Dus het wordt een woonbestemming met luxe appartementen onder de rook van het Chempark. 

Fietsen naar de Ruhr (4)

Ten oosten van Kempen bevindt zich een groene buffer voor ik de eerste gemeente van het Ruhrgebiet binnen fiets. Het is vruchtbare lössgrond en veel boeren verdienen bovendien een zakcentje bij aan inwoners van de steden die biologische producten willen kopen. Kinderen kunnen zich vermaken in het kijken naar koeien, geiten en kippen.

Op de foto’s het hoofdgebouw en het poortgebouw van een uit de hand gelopen boerderij ten oosten van Kempen. En ook nog een ‘Gartenschau’ waar je eindeloos veel bloemen en vooral planten kunt kopen.

En dan Krefeld. Eigenlijk bestaat de stad niet. De gemeente Krefeld bestaat uit een aantal plaatsen die allemaal een eigen karakter hebben. Je kunt het vergelijken met Rotterdam met deelgemeenten als Hoogvliet en Hoek van Holland, met elk hun eigen structuur. De gemeente is qua aantal inwoners iets kleiner dan de stad Utrecht, maar de oppervlakte is aanzienlijk groter.

Ik fiets niet door het centrum van Krefeld, maar door de uitgestrekte buitenwijken ten noorden van het centrum. Dat is bepaald niet historisch, want de stad werd al vanaf het begin van de oorlog getroffen door bombardementen (het lag binnen de vliegafstand van de Engelse vliegtuigen). De vele industrieën maakten de stad tot een strategisch doelwit, maar al vanaf mei 1940 werden er ook woonwijken getroffen. Na de oorlog was Krefeld voor een aanzienlijk deel verwoest. Van de binnenstad was nauwelijks meer iets over.

De echte bebouwde kom van de stad fiets ik binnen in de deelgemeente Uërdingen. Hier bevindt zich het Chempark, één van de grootste chemische bedrijven van de wereld. Het fluit en sist er aan alle kanten, en dat vlak in de nabijheid van woonwijken.

Fietsen naar de Ruhr (3)

Aha, de Niers. Leuk, zo’n riviertje, zou je denken. Maar het riviertje is dusdanig gekanaliseerd dat het nu een bijna rechte sloot van ongeveer één meter breed. Aan de ene kant is er een voetpad en aan de andere kant een fietspad. Duitsers lopen en fietsen graag langs het water. Dat kan hier dus.

Dan maar door naar Kempen. Voor mensen die kerkelijk zijn opgegroeid is de stad mogelijk bekend als de geboortestad van Thomas á Kempis, een aanhanger van de Moderne Devotie in de 15e eeuw. Omdat de boekdrukkunst nog niet was uitgevonden schreef hij in zijn leven de hele Bijbel maar liefst vijf maal keurig in schoonschrift over. Niet als strafwerk, hij vond het nodig. Hij werd ruim 90 jaar oud, dus hij kreeg er ook de tijd voor. Thomas á Kempis werd in Zwolle begraven (in het jaar 1471).

Nu weer naar het hedendaagse aardse bestaan van Kempen. Met de Duitsers is iets merkwaardigs aan de hand. Ze restaureren oude gebouwen zo dat de stijl wel wat heeft van de kenmerkende Beierse bierpullen. Ik bedoel daarmee: het is nét iets afwijkend, zo van ‘dit kan toch niet helemaal waar zijn’. Het is niet te netjes (zoals het kunstmatige van Nederlandse vestingstadjes zoals Bourtange en Heusden), maar toch klopt er iets niet. Dat gevoel krijg ik ook weer in Kempen. Leuk dat jullie dat allemaal willen bewaren voor het nageslacht, maar kan het iets meer authentiek?

Dan komt er nog iets anders bij. De Wederopbouw is in Duitsland nog voortvarender aangepakt dan in Nederland. Ze moesten ook wel, want een derde van de huizen lag in puin. De Wederopbouw kenmerkte zich door snel en goedkoop, met veel beton. In alle Duitse steden, of ze verwoest zijn in de jaren ’40 of helemaal zijn blijven staan, zie je tussen de historische gebouwen ook van die betonnen misbaksels die eigenlijk het liefst meteen afgebroken zouden moeten worden.

Kempen is een oude vestingstad. Men heeft zo’n veertig jaar geleden geprobeerd het historische karakter een ‘boost’ te geven. De stad werd autovrij gemaakt en historische panden werden gerestaureerd en/of kregen weer oude allure terug. Het is er prettig toeven. De plaats (met zo’n 20.000 inwoners) heeft zeker sfeer, het is allemaal niet onaardig, het is een ruime voldoende, maar een ‘goed’ kan het toch echt niet zijn.

Kempen telt een aantal historische gebouwen, zoals kerken, stadspoorten, een wiekenloze molen op één van de muren en aardige straatjes. Ga er gerust eens kijken. Het is maar 25 km. fietsen vanaf Venlo. Als je op tijd bent kun je ook nog ontbijten voor 4 euro. Dat deed ik ook, want mijn eerste ontbijt had ik al voor zeven uur genuttigd. Twee stevige bollen met ham en kaas, een croissant met jam, heuse roomboter en een kan koffie als lunch voor de prijs van een ontbijt. Zo komt Jan Splinter door de winter…

Wittenberge

Vanwege allerlei persoonlijke omstandigheden komt er op dit moment niet zoveel van schrijven. Dus maak ik af en toe gebruik van iets wat al klaar ligt. Zoals vakantiefoto's.

Het lijkt ontzettend lang geleden dat we in Wittenberge aan de Elbe met vakantie waren. Maar het is nog geen twee maanden geleden.

Als je nog even een kijkje wilt nemen in de plaats waar we twee weken bivakkeerden kun je deze link aanklikken:

https://myalbum.com/album/U1Y5wH5Bztje

Fietsen naar de Ruhr (2)

Ik ga gewoon weer verder mijn neus achterna. Vanuit Hinsbeck moet ik even klimmen. In dit gebied zijn her en der langgerekte glooiingen opgeworpen. Niet zo gek hoog, maar van boven heb je een mooi uitzicht op het lager gelegen land. Dat was vroeger vooral moerassig gebied. De mensen zochten dan ook droge voeten op deze heuvelruggen.

Op het hoogste punt staat een kruiswegkapel. Rond de kapel zijn statieën aangebracht: afbeeldingen van de laatste weg die Jezus liep naar het kruis.

Even verderop staat een molen. Die is ook strategisch gebouwd op deze heuveltop: er is bijna altijd wind.

Vanaf deze heuvel daal ik met gezwinde vaart af naar het dal van Niers. Mijn teller geeft een snelheid van tegen de 40 kilometer per uur aan. Ik moet hier geen loslopende hond of schaap of een verdwaalde tak tegen komen.

De volgende plaats is Grefrath. De plaats heeft toebehoord aan de Spaanse Koning, maar is ook onderdeel van het Franse rijk geweest. Het hele gebied vormt in geschiedkundig opzicht een wonderlijke lappendeken van losse stukken land met allerlei heren en minder dames die er de lakens uitdeelden en vervolgens door conflicten, bezettingen, kinderloosheid en huwelijken weer aan andere eigenaren werden doorgegeven.

Tegenwoordig is Grefrath een door de deelregering erkende groene gemeente, met veel mogelijkheden tot het beoefenen van allerlei sporten. In de plaats zelf wonen zo’n 7500 mensen. Helaas bevindt het stadsplein zich in een toestand van verbouwing, waardoor ik het niet ‘helemaal mooi’ op de foto krijg. De vorige keer was er net een kermis aan de gang en de keer daarvoor was er een kerstmarkt. Het licht is rood en het licht is groen, op het marktplein van Grefrath is altijd wat te doen…

Fietsen naar de Ruhr (1)

Er zijn tijden geweest dat ik iedere maand wel een keer in of rond het Ruhrgebied fietste. Ik vind dat namelijk een fascinerend fietsgebied. Maar nu was ik er al bijna twee jaar niet geweest. Tijd voor een herkansing? Vind ik de D-Driehoek Duisburg-Dortmund-Düsseldorf nog steeds een boeiende regio om te fietsen?

Het voordeel van de maanden juli en augustus is dat je fiets gewoon in de ochtendspits met de trein mee mag. Via de HSL en na een overstap in Eindhoven ben ik in twee uur in Venlo. Daar pak ik de Schelde-Rhein Radweg op om op een landelijke manier de grens over te fietsen. De weg wordt overigens wel minder landelijk, er worden dure villa’s gebouwd aan de rand van het natuurgebied de Groote Heide. Dit gebied strekt zich uit aan weerszijden van de landsgrens.

In 1940 besloten de Duitsers om hier een militair vliegveld aan te leggen. De bedoeling was om geallieerde vliegtuigen te kunnen onderscheppen voordat ze Duitsland binnen vlogen. Een gevolg was dat er vanaf die tijd regelmatig luchtgevechten boven Venlo plaats vonden. Pas in 1944 was het vliegveld door bombardementen dusdanig beschadigd dat het niet meer gebruikt kon worden door de Duitse bezetter. Een monument op de Groote Heide herinnert aan deze periode en aan de slachtoffers die in deze tijd vielen.

De fietsroute gaat de grens over, ik kruis een grote weg en daarna gaat het fietspad gewoon weer verder. Duitsland heeft een steeds dichter netwerk aan toeristische fietspaden, compleet met Knotenpunkte. Het fietspad voert dwars door de Krickenberger Seeen. Het zijn door veenafgraving ontstane meren, precies zoals de Loosdrechtse Plassen en andere meren in West-Nederland.

Midden in dit gebied ligt Schloss Krickenberg. Helaas kan ik het kasteel niet bekijken. De poort gaat open voor een automobilist die naar binnen wil, ik wil er achteraan fietsen, maar net voor mijn komst is het terrein weer hermetisch afgesloten. Maar goed ook dat ik de streep net niet haalde, anders zat ik opgesloten op een terrein waarvan ik niet weet wie de eigenaar is. Het kasteel schijnt wel een wonderlijk mengsel te zijn van diverse bouwstijlen, van de Middeleeuwen via de barok tot het neoclassicisme. Het heeft dienst gedaan als woonhuis voor een graaf, als centrum voor een kloosterorde, als bejaardentehuis en als conferentiecentrum. Maar wat het nu is: geen idee.

Ik fiets weer verder door een mooi afwisselend gebied. De bordjes van de Schelde-Rheinradweg ben ik kwijt geraakt, dus ik kan mijn eigen gang weer gaan. In oostelijke richting, maar dat doe ik op mijn gevoel, zonder me iets aan te trekken van richtingaanwijzers.

Het eerste grotere Duitse dorp is Hinsbeck. Ten westen van het dorp bevinden zich de (vroeger) moerasachtige gebieden van het stroomgebied van de Nette. Ze vormden min of meer een natuurlijke grens tussen Limburg en het Duitse Gelre. Maar, zoals het Limburgs Museum in Venlo laat zien: eigenlijk was het één streek. Nog altijd spreekt men hier een taal die sterk verwant is met het Noordlimburgse dialect.

Berlijn op de fiets

De mensen vragen mij wel eens: “Henk, fiets jij wel eens door Berlijn?”

Dat zal ik jullie zeggen. Berlijn hebben we meerdere malen op de fiets doorkreuzt. Daarbij kwamen we dan ook door de wijk Kreuzberg.

De beste manier om Berlijn te leren kennen is namelijk mit dem Fahrrad. De Duitse hoofdstad is zelfs een echte fietsstad aan het worden. Dat was de stad trouwens ook voor de Tweede Wereldoorlog.

Je fiets kan mee met de rechtstreekse trein die zes maal per dag van Amsterdam naar Berlijn rijdt. Je moet wel reserveren voor de fiets. Dan krijg je ook een zitplaats in de buurt van je fiets.

Een artikel in Der Spiegel meldt dat een nieuwe fiets hét statussymbool is voor jonge hoogopgeleide Duitsers. De ster van de Mercedes heeft plaats gemaakt voor de fiets met 21 versnellingen. Wel woedt er door de snelle opkomst van de fiets in de drukkere straten van Berlijn een dagelijkse oorlog tussen automobilisten die zich van hun plek gedrukt zien en de fietsers met een nogal anarchistische opstelling.

Berlijn telt 650 km. aan geasfalteerde fietspaden. De stad mikt er op om fietshoofdstad van Europa te kunnen worden. De regels voor fietsers zijn lang niet altijd duidelijk en de fietsers zelf zijn nogal anarchistisch ingesteld. Dus het is met name in het drukke centrumgebied wel uitkijken geblazen.

Dat Berlijn zo handig is op de fiets komt mede door de grote afstanden. De stad is qua oppervlakte 2/3 van de provincie Utrecht. De bebouwde kom is bijna vijf maal de oppervlakte van een stad als Amsterdam. Zelfs rechtstreeks binnen de ring van oost naar west door het centrumgebied is maar liefst 10 km. En als je het buitengebied meeneemt, vergelijk dan maar eens het gebied met een oppervlakte zoals de steden Den Haag, Leiden, Gouda en Rotterdam en al het ‘groene’ gebied daartussen: dat ga je allemaal niet lopen.

Een bijkomend voordeel van de stadsregio Berlijn is dat de fiets de hele dag (en nacht) door mee kan ik het openbaar vervoer, zelfs in een aantal buslijnen.

We fietsten de afgelopen vakantie twee dagen door Berlijn, in de ene situatie bleven we in de westelijke helft van de stad, in de tweede situatie in het noordelijke deel. En toch fietsten we op beide dagen 50 km. Overigens heeft Berlijn ook een uitstekend OV, maar dan moet je soms nog wel een kilometer lopen om bij de plaats van bestemming te komen.

Dat Berlijn zo uitgestrekt is heeft mede met de structuur van de stad te maken. Een groot deel van de stad doet dorps aan, plukken bebouwing, een oude kern en nieuwbouw (in het oosten vaak Plattenbau) en daar tussen veel groen, hele stukken akkerbouw, prachtige bossen en meren. Denk maar eens aan de structuur van het Ruhrgebiet, met tientallen dorpen en steden en opmerkelijk veel groen.

In totaal telt Berlijn 3½ miljoen inwoners (in 1940 was dat 4½ miljoen). De laatste tijd groeit het aantal inwoners weer sterk. Het stad wordt gezien als jong en dynamisch en is qua bevolkingsopbouw de jongste Europese hoofdstad.

Foto’s: 1) straat in Prenzlau, voormalig Oost Berlijn, 2) de tijdelijk helemaal voor fietsers gereserveerde weg richting Brandenburger Tor, 3) voormalige spoorbrug, nu fietsbrug, over de Havel bij Spandau, 4) Plattenbau vanuit de trein bij Ahrensfelde, 5) Kilometers lang groen fietspad bij vliegveld Tegel langs de rand van het centrum van Berlijn.