Het groene Ruhrgebiet

 Jarenlang was het Ruhrgebiet een favoriete fietsomgeving. 's Morgens vroeg met de trein, een dagje fietsen en dan 's avonds weer terug met de trein.
Zicht op het dal van de Ruhr bij Essen

Het aardige van deze streek vond ik het feit dat ik er kon verdwalen. De structuur van het gebied is volkomen onvoorspelbaar. Het zijn vaak mijndorpen die aan elkaar zijn gegroeid en die tot steden zijn geworden. Met daarnaast vaak onverwachts veel groen. Ik vond het heerlijk om niet meer te weten waar ik was en me gewoon te laten verrassen door wat ik tegen kwam.

De afgelopen twee jaar is er – als gevolg van corona – niet van gekomen om in het Ruhrgebiet te fietsen. Maar vrijdag was het toch eindelijk zo ver. Ik nam de trein van half zes uit Delft en was ’s avonds om 11 uur weer terug in Delft.

De Ruhr bij Essen

Veel mensen denken bij het Ruhrgebiet aan een geindustrialiseerd en vervuild gebied. Ik kan jullie geruststellen. Werd mij rond 1980 nog geadviseerd om niet door dit gebied te fietsen (‘Sie bekommen eine Lungentzünderung’), de streek is inmiddels veel schoner geworden.

Wat er altijd als was is…. het vele groen. De foto in de kop laat de omgeving van Velbert zien (20 kilometer ten zuiden van Essen, dat zichzelf beschouwt als het middelpunt van het Ruhrgebiet én het middelpunt van Europa.

Zicht vanaf de Panoramaradweg bij Velbert

Ik fietste hier over de zogenaamde Panoramaradweg: een fietspad dat tientallen kilometers over het tracé van een oude spoorlijn voert. Zelfs 70-plussers zonder versnelling op hun fiets kunnen hier goed uit de voeten.

Het dal op de achtergrond is het dal van de Ruhr. Daar loopt een ruim 400 kilometer lange bijzonder mooie en rustige fietsroute langs. Misschien is het ook voor de lezers van dit blog een idee om een keer in deze omgeving te gaan fietsen? 

Even de grens over (3)

Zeddam is een dorp met onnederlands steile hellingen. Een belendend echtpaar stapt hijgend en puffend vanwege de warmte van de fiets. Ik weet de Rooms-Katholieke kerk van Sint Oswaldus heelhuids te bereiken. Daar ga ik op een bankje een bammetje zitten eten. 
De oudste molen van Nederland staat in Zeddam

Maar als je bij de kerk bent ben je er nog niet. Het is nog even flink klimmen naar de oudste molen van Nederland: de Grafelijke Korenmolen uit 1441.

De meeste fietsers maken het zich gemakkelijker. Ze fietsen op E-bikes. Maar volgens een plaatselijk cardioloog is een E-bike het begin van het einde. Volgens hem heeft je hart af en toe wat inspanning nodig om fit te blijven. Ik heb geen idee of hij gelijk heeft. Ik ben geen cardioloog en heb geen aandelen bij Stella-bikes.

Kerkplein Zeddam met waterpomp en Batavus Dinsdag

Als ik in de analen kijk had Zeddam een rijk verengingsleven met o.a. een Schietvereniging het Mikpunt met vijf vrouwen en een Mannenkoor zonder vrouwen. Eén van de vrouwen van de schietvereniging staat met een vervaarlijk geweer op de foto. Ze kijkt erbij alsof ze regelrecht een schot hagel in de billen van een belager zal gaan schieten. Omdat een ongeschonden zitvlak belangrijk is voor een fietser verlaat ik schielijk het dorp en fiets vervolgens door een rustiek bosgebied in zuidwestelijke richting.

Fietspad door Montferland

Na een aantal kilometer gaat de weg verder omhoog en voert over de A 3: de snelweg naar het Ruhrgebiet.

Daarna volgt een lange afdaling. Erst door het bos en daarna door de bebouwing. Dit is het dorp Elten, dat sinds 1963 weer Duits grondgebied is.

Elten ligt tussen de beide blauwe lijnen op de kaart

Ik moet flink afremmen om niet met een hogere dan de maximum-snelheid van 50 kilometer het dorp binnen te fietsen.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg Nederland het dorp kado omdat de Duitsers nogal wat schade hadden aangericht in Nederland. Na een referendum waarbij de meerderheid van de inwoners van Elten er voor koos om terug te keren naar Duitsland ging het gebied weer retour afzender.

Ik herinner me van 31 juli 1963 nog een foto in de krant van een lange rij vrachtwagens die hier allemaal stonden te wachten totdat de grens over hun hoofd verplaats werd. Op die manier werd de betaling van invoerrechten op legale wijze ontdoken. 

In navolging van de regering van Tsjecho-Slowakije had ook de Nederlandse regering stiekem het idee opgevat om de Duitssprekende bevolking te laten vertrekken. Maar de Duitsers vonden het prima met de vele Nederlandse toeristen die hier een kijkje kwamen nemen. Het dorp floreerde uitstekend. De Duitse achtergrond van de bevolking verloochende zich echter niet. Men wilde terug in de Heimat. Tegenwoordig is Elten toch een beetje Nederlands, want honderden Nederlanders hebben hier een huis gekocht…

Fietspad langs de Rijnstrangen

Elten bestaat uit Hoch Elten, dat op 84 meter hoogte boven de Rijn ligt en het lager gelegen (grotere) dorp Elten. Ik weet niet zeker hoe het hier met de corona-regels gesteld is. Wel constateer ik dat de mensen zich hier veel strenger houden aan de maatregelen dan in Nederland. Ook zelfgemaakte en/of katoenen mondkapjes zie je niet, de MFP-2 maskers zijn verplicht. Die heb ik niet, dus ik kan ook geen goedkoop wortelsap of bietensap inslaan.

Ten zuiden van Elten ligt een prachtig natuurgebied: de Rijnstrangen. Dit zijn allemaal oude waterlopen van de Rijn. Inmiddels ben ik Nederland weer binnen gefietst. Duitsland was hier maar vijf kilometer breed. 

Natte voeten

Die kleine riviertjes in heuvelachtig gebied zijn veel onbetrouwbaarder dan de grote rivieren die de ruimte krijgen. Bij de grote rivieren zie je de bui hangen. Bij beken en kleine rivieren die ingeklemd liggen tussen de heuvels is het water veel onvoorspelbaarder. Dat hebben we vorige week wel weer gezien in het nieuws. 

Zo ook de Ruhr in Duitsland. Het was in de voorgaande nacht noodweer geweest. Vooral in Sauerland, waar de Ruhr ontspringt, was het water met bakken naar beneden gekomen.

Hoewel er waarschuwingshekken waren aangebracht langs de Ruhr fietsroute besloot ik gewoon mijn route te volgen. Als peuter heb ik de watersnood overleefd, dus wat stelt zo’n beetje water in Duitsland dan voor?

De route leek droog, maar een eind verder werd het fietsen toch waterfietsen. Ongeveer een kilometer lang bleven mijn trappers boven het peil van het water en hield ik mijn voeten droog, mits ik maar niet te snel fietste (want dan spetterde het teveel).

Maar opeens ging het fietspad naar beneden danwel steeg het water tot boven mijn kettingkast. Dan houd je geen droge voeten meer.

Ik had natuurlijk door kunnen trappen (al werd dat wel zwaar), maar ik wist niet of het water nóg dieper zou worden. En om geleidelijk ten onder te gaan terwijl niemand zich van mijn toestand bewust was leek me ook geen prettige optie.

Bovendien kwam het water tegen de onderkant van mijn fietstassen aan. Dus toen ben ik toch maar afgestapt en ben gaan lopen…

Het water kwam tot halverwege mijn knieën. Ik had naar Saskia (een vroeger collega van mijn werk) kunnen gaan, maar ik wist haar adres niet uit mijn hoofd. Dus treinde ik toch maar naar Nederland. De hele reis had ik nodig om mijn schoenen een beetje droger te laten worden.

Vakantie 2019

Nee, we waren de Elbe niet vergeten. Opnieuw vakantie aan de Elbe. Zo'n 50 kilometer ten zuiden van Hamburg. Het laatste punt stroomopwaarts waar de Elbe voor de binnenvaart toegankelijk is. 

Lauenburg ligt nog nét in de deelstaat Sleeswijk-Holstein. Fiets je tien kilometer naar het oosten, dan ben je in Mecklenburg-Vorpommern. Steek je de brug over de Elbe over, dan ben je in Nedersaksen.

Elbstrasse Lauenburg

In de DDR-tijd was Lauenburg de grensplaats op de rechteroever van de Elbe. De volgende plaats –Boizenburg – lag in de DDR. Lauenburg kwam wat geïsoleerd te liggen, daardoor stagneerde de economische ontwikkeling. Mede daardoor heeft de plaats zijn authentieke karakter kunnen bewaren.

Ons vakantiehuis lag aan de straatzijde aan een authentieke hobbelige keienstraat met vele tientallen historische huizen. Aan de achterzijde hadden we een panoramisch uitzicht op de Elbe met een heuse stoomraderboot waar ook kerkdiensten werden gehouden. Dan kwam de dominee pas goed op stoom!

Lauenburg ligt aan de drukst bereden fietsroute van Europa: de Elberadweg. Maar die drukte stelt toch niet zoveel voor. Af en toe zie je bepakte fietsers. Wel is bijna de hele route (van 1300 km.) autovrij. Anders dan langs de Rijn lopen er ook nauwelijks autowegen parallel aan de Elbe. Ook is er weinig industrie. Wil je groen fietsen, dan is de Elberadweg een uitstekende tip. Je komt hier vooral voor de rust.

We hebben weer een vast vakantieadres (één van de huizen aan het water op de foto) en maken van daaruit dagtochten op de fiets. Willen we toch even wat meer vertier: Hamburg ligt 30 km. stroomafwaarts.

Vakantie 2016

Het werd opnieuw de Elbe. En opnieuw een huis bij een veerpont. Deze keer 120 kilometer stroomopwaarts van ons verblijf in 2015.

Ons appartement lag in een bijna onbewoond gebied in het Elbe Biosphärenreservat, een enorm natuurgebied dat zich tientallen kilometer langs de oevers van de Elbe uitstrekt.

Om boodschappen te doen moesten we de veerpont naar Coswig nemen. Dat is een oude plaats, met een groot  kasteel dat dringend onderhoud nodig heeft.

Ook dit jaar fietsten we weer veel temidden van eindeloze akkers. Soms leek het de prairie van Iowa wel, maar in dit gebied zijn toch meer bomen te vinden. Vanwege de grote afstanden namen we soms de trein. De Deutsche Bahn is goed ingesteld op fietsers die met de trein willen. De fiets mag gratis mee en een dagkaart voor twee personen kostte maar 24 euro.

Op die manier konden we ook nog een aantal historische steden bezoeken, zoals Halle, Leipzig en Lutherstadt Wittenberg. Allemaal zijn ze bezig te herstellen van de schade die is ontstaan in de DDR-tijd (toen er geen geld was voor onderhoud van historische gebouwen).

De pont die we iedere keer namen was een gierpont. Zo’n pont wordt aangedreven door de kracht van het stromende water. Een kwestie van iedere dag opnieuw afstemmen op de waterstand. Eén ochtend ging het mis: toen was de pont niet goed afgesteld en miste de overkant. Uithuilen (terugvaren) en opnieuw beginnen.

Met de pontbaas bouwden we een bijzondere band op. Bij ons afscheid zei hij: "Die Elbe weint." We moesten maar gauw weer terugkomen.

De X is van Xanten

Vroeger fietste ik regelmatig door Xanten. Daar is in 2020 niet(s) meer van gekomen. Corona gooide roet in het eten. En hoewel er niet in de richtlijnen van de overheid staat dat je je als fietser vóór binnenkomst van het land moet laten testen denk ik dat die regel ook geldt als ik een dagretour naar Xanten fiets.

Xanten is een zeer oude plaats. De Romeinen bouwden hier een grote stad: Colonia Ulpia Traiana. De plaats lag aan een toenmalige loop van de Rijn. De Rijn heeft in de loop der tijd allerlei wandelingen gemaakt. Rivieren zijn net bushaltes, ze kunnen zomaar verplaatst worden. Inmiddels ligt de rivier een aantal kilometer naar het Noorden en is Xanten geen havenstad meer.

In Xanten bevindt zich een groot archeologisch themapark, gebaseerd op de Romeinse geschiedenis. Daar ben ik nooit in geweest, ik fietste regelmatig dóór Xanten. Wat ik van de Romeinen weet komt uit Asterix en uit de Bijbel.

De kerstmarkt in Xanten (foto van de plaatselijke VVV)

De stad heeft een historisch centrum met de Xantener Dom. Op het plein wordt jaarlijks een kerstmarkt gehouden. Daar kun je veel Glühwein drinken, maar dat kan ik je niet aanraden als je nog een eind wilt fietsen. Je kunt ook op de trein stappen, maar Duitse treinen rijden weinig en maken vaak veel omwegen. Wil je van hier uit naar Nederland, dan moet je eerst naar het Ruhrgebied treinen (Krefeld).

Xanten heeft een mooie weidse omgeving (de vlakten langs de Rijn) met af en toe een rij heuvels als overblijfselen uit de IJstijd.

De W is van Wittenberge

Vijf fietsvakanties voerden ons naar de Elbe. De voorlaatste vakantie brachten we door in Wittenberge. De plaats moet niet verward worden met Lutherstadt Wittenberg. Die stad ligt ook aan de Elbe, maar dan honderd kilometer stroomopwaarts.
Singer, ooit de trots van Wittenberge

Wittenberge ligt aan een belangrijke spoorlijn van Berlijn naar het westen. Daarvan getuigt het enorme stationsgebouw.

Maar in 1945 was het met het spoor opeens gedaan. De brug over de Elbe werd verwoest. Wittenberge lag aan doodlopend spoor. Gelukkig was er een belangrijke fabriek: de machinefabriek Veritas, waar de Singer naaimachine vandaan kwam.

Maar na die Wende was het binnen twee jaar met de fabriek gedaan. Dat was desastreus voor de stad. De bevolking werd gehalveerd. Woonden er in 1970 nog 33.000 mensen, nu zijn er zo’n 17.000 inwoners.

Stadsbeeld in Wittenberge

Wittenberge is met zijn 17.000 inwoners de grootste stad van de Prignitz, de meest dun bevolkte streek van Duitsland. Er wonen 76.000 mensen in een streek die net zo groot is als de provincie Limburg (1,1 miljoen inwoners).

Wittenberge heeft een oud stadsdeel, dat overigens niet zo erg oud is. De plaats kwam pas tot bloei toen hier een station kwam.

Uitzicht vanuit ons vakantiehuis in Wittenberge

Voor veel Berlijners werd Wittenberge het doel voor ‘een dagje uit’ aan de oevers van de machtige Elbe. Zo machtig is de Elbe overigens niet. Er varen ook geen vrachtschepen: de rivier is niet diep genoeg. Maar Nederlanders zijn verwend.

Het station van Wittenberge staat bijna helemaal leeg

Ten noorden van de stad bevindt zich nieuwbouw volgens de standaardnormen van het DDR-regime, de zogenaamde Plattenbau. Doordat veel inwoners graag comfortabel wilden wonen (lees: een – gehorige – flat met drie kamers en CV) verpauperde het oude deel van de stad. Pas na die Wende werd er voor miljoenen geïnvesteerd in de restauratie van een aantal oudere huizen in de binnenstad.

Wittenberge is een aardig doel voor een vakantie in Duitsland. Toeristen zijn er een uitzondering. Je vindt in deze omgeving een mooie mix van oude stadjes en afwisselend zachtglooiend land. Met de trein kun je er alle kanten uit. En natuurlijk is er de Elbe met tal van natuurreservaten. 

De U is van Uelzen

De Duitse plaats Uelzen was echt een fietsdoel. Ik moest er een taai eind voor fietsen door een niet al te spannend landschap, maar het doel werd bereikt.

Waarom Uelzen? Dat zal ik jullie zeggen. Daar staat een Hundertwasser-station. En zeg: Hundertwasser en ik ben verkocht. Tineke trouwens nog meer.

Uelzen, Bahnhof (Friedensreich Hundertwasser)

Jullie weten niet wie Hundertwasser was? Dat is een ernstige zaak. Friedensreich Hundertwasser was een Oostenrijks kunstenaar en architect. Hij slaagde er in om de meest saaie betonnen bouwwerken om te bouwen tot kleurrijke kunstwerken. Bovendien bleek dat de mensen in zo’n ‘organisch’ gebouw meer tevreden waren en beter presteerden.

Bahnhof Uelzen (detail)

In Lutherstadt Wittenberg staat een middelbare school die ook door Hundertwasser helemaal werd omgebouwd. Ik ben daar een paar keer tot in de gebouwen doorgedrongen en trof er louter tevreden leerlingen en docenten aan.

In Uelzen nu staat één van de weinige Hundertwasser-gebouwen die ik nog niet bezichtigd had. Het betreft hier het plaatselijke Bahnhof. Dat is een Duits station. Op de eerste foto zie je het station en op de tweede foto een onderdeel van het station. Planten en bomen zijn volgens Hundertwasser een essentieel onderdeel van een gebouw en in het station vind je een heuse waterval, omzoomd door tropische planten en lege bekers van Mc Donalds.

Hoofdstraat in Uelzen

In tegenstelling tot veel andere Duitse steden heeft Uelzen niet zo vaak te maken gehad met oorlogszuchtige verwoestingen. Wel overleed in de 14 eeuw een aanzienlijk deel van de bevolking als gevolg van de pest (een soort middeleeuwse covid-19) en de stad fikte ook twee keer voor een groot deel af. In de Tweede Wereldoorlog werd de stad voor een groot deel verwoest als gevolg van geallieerde bombardementen. Wat er nu aan historische gebouwen staat is deels namaak.

Uelzen was lange tijd een welvarende stad.  Men handelde er in honing, bijenwas, hout, vee, bont, granen, bier, keramiek en zelfs tot in Engeland verhandeld linnen. 

Uelzen, aan de voet van de Marienkirche

De vroegere welvaart kun je o.a. aflezen aan de robuuste Mariënkirche (van rond 1300), een stadskerk die doet denken aan de grootse kerken in baksteengothiek in de Hanzesteden Hamburg, Lübeck en Stralsund.

Uelzen heeft niet direct een interessante fietsomgeving. Het is een beetje veel van hetzelfde, een soort heel groot Brabants platteland zonder veel water, dorpen en steden. Wel vind je in het noordwesten de uitgestrekte Lüneburgerheide.

Uelzen telt zo'n 35.000 inwoners en naar schatting 6300 poezen. Het station is een spoorwegknooppunt. Ook als je geen auto hebt kun je snel ergens anders een kijkje nemen. De dichtsbijzijnde grote stad is Hamburg. 

De T is van Tangermünde

Nee, Tangermünde is niet één van de meest bekende plaatsen van Duitsland. Het is dan ook niet zo dat je hier over de hoofden van de toeristen kunt lopen. Eigenlijk is de plaats een beetje vergeten. Maar dat is niet erg. Dan blijkt het authentieke karakter beter bewaard. 

Tangermünde is een oude Hanzestad, die werd gebouwd op een stuwwal langs de Elbe, vlakbij de plek waar het riviertje de Tanger in de Elbe plonst.

Tangermünde stadhuis en markt

Als je in de geschiedenis van de plaats duikt val je weer bijna van je stoel. Daarom zitten er ook leuningen aan mijn stoel. Dat is om ongelukken te voorkomen. Per slot van rekening begint veel onheil bij ouderen bij een gebroken heup.

Wat voor Tangermünde geldt, geldt voor heel Duitsland. Het was één en al strijd en het was continu wisselen van ‘eigenaar’. In de 14e eeuw was de plaats eigendom van de keizer (!) van Luxemburg. Hij liet er zelfs een keizerlijk paleis bouwen. Die periode vormde ‘de gouden eeuw’ van de stad. Maar dat eindigde na een opstand tegen de verhoging van de accijns op bier. Dat was niet zo handig van de inwoners, want daarna begon de ellende.

Tangermünde straatbeeld

In 1617 brandde de stad als gevolg van (vermoedelijke) brandstichting af. In 1640 kwamen de Zweden hier verhaal halen en zij verwoestten een deel van de zojuist weer opgebouwde en ommuurde stad. Ja, de mensen hebben het wel over de Noormannen, maar de Zweden waren ook geen lieverdjes.

Tangermünde doorkijkje

Daarna raakte Tangermünde zijn strategisch belang kwijt. Het werd een soort Dokkum, zo’n gezapig plaatsje met een pepermuntfabriek, een destilleerderij en een vlaggenfabriek. Maar wat Dokkum niet meer heeft, maar Tangermünde wél is een spoorlijn. De Duitse overheid probeert ook voor kleinere plaatsen de spoorverbinding in stand te houden vanwege het maatschappelijk belang. Dus rijdt er elk uur een bus op rails tussen Stendal en Tangermünde.

Tangermünde, een nog te restaureren huis

Wij waren dus ook in Tangermünde, en wel tijdens de langste fietstocht van onze vakantie in 2015. Door eindeloze bossen (die later oefenterreinen bleken te zijn voor het leger) en over rulle zandwegen waren wij in Stendal uitgekomen vanwege een concert. Na die culturele verrijking wilde ik graag nog even naar Tangermünde.

Het is een verstild stadje, waar toen nog lang niet alles was gerestaureerd. Er wonen zo’n tienduizend mensen. De meeste jongeren trekken weg, want er is te weinig werk.

Hoewel er geen lock-down was, zat bijna alles dicht. We nuttigden ons warme maal bij een Grieks restaurant. De groente bij de maaltijd bleek uit één blaadje sla te bestaan. Vreemd dat je zoiets dan weer onthoudt... Daarna moesten we weer 60 kilometer terugfietsen naar ons vakantieadres, ook aan de Elbe. 

De P is van Pirna

In 2009 fietsten we voor de eerste keer langs de Elbe. We startten in Tsjechië en fietsten naar Pirna, 20 kilometer te zuiden van Dresden. 

In Pirna huurden we een huisje vlak aan de Elbe. Pirna wilde ik (weer) een keer bezoeken vanwege een zeer triest historisch gegeven. Een raar idee om met zo’n doel met vakantie te gaan, maar die geschiedenis houdt me nog steeds bezig.

Pirna, Marktplatz

Hoog boven het stadje bevond zich een grote psychiatrische instelling. De Nazi’s zijn hier zijn begonnen met de uitroeiing van gehandicapten. In de DDR-tijd was er geen aandacht voor deze geschiedenis. Maar inmiddels was er een museum ingericht boordevol informatie over hoe de medewerkers en inwoners van de stad stapsgewijs ‘klaar werden gemaakt’ om gehandicapten en psychiatrische patiënten te vergassen.

De omgeving van Pirna

Pirna is een mooi stadje, dat in de Tweede Wereldoorlog gespaard is gebleven voor oorlosgeweld.

Vanuit Pirna fietsten we door de wijde omgeving. Als we het gemakkelijk wilden houden fietsten we langs de Elbe. De Elberadweg is de drukst bereden fietsroute van Europa, maar omdat de lengte meer dan duizend kilometer is worden de fietsers behoorlijk verdund.

Als de corona-tijd voorbij is is Pirna een aardige tip om vakantie te houden. Het is een afwisselende omgeving met veel natuur en cultuur.