De X is van Xanten

Vroeger fietste ik regelmatig door Xanten. Daar is in 2020 niet(s) meer van gekomen. Corona gooide roet in het eten. En hoewel er niet in de richtlijnen van de overheid staat dat je je als fietser vóór binnenkomst van het land moet laten testen denk ik dat die regel ook geldt als ik een dagretour naar Xanten fiets.

Xanten is een zeer oude plaats. De Romeinen bouwden hier een grote stad: Colonia Ulpia Traiana. De plaats lag aan een toenmalige loop van de Rijn. De Rijn heeft in de loop der tijd allerlei wandelingen gemaakt. Rivieren zijn net bushaltes, ze kunnen zomaar verplaatst worden. Inmiddels ligt de rivier een aantal kilometer naar het Noorden en is Xanten geen havenstad meer.

In Xanten bevindt zich een groot archeologisch themapark, gebaseerd op de Romeinse geschiedenis. Daar ben ik nooit in geweest, ik fietste regelmatig dóór Xanten. Wat ik van de Romeinen weet komt uit Asterix en uit de Bijbel.

De kerstmarkt in Xanten (foto van de plaatselijke VVV)

De stad heeft een historisch centrum met de Xantener Dom. Op het plein wordt jaarlijks een kerstmarkt gehouden. Daar kun je veel Glühwein drinken, maar dat kan ik je niet aanraden als je nog een eind wilt fietsen. Je kunt ook op de trein stappen, maar Duitse treinen rijden weinig en maken vaak veel omwegen. Wil je van hier uit naar Nederland, dan moet je eerst naar het Ruhrgebied treinen (Krefeld).

Xanten heeft een mooie weidse omgeving (de vlakten langs de Rijn) met af en toe een rij heuvels als overblijfselen uit de IJstijd.

De W is van Wittenberge

Vijf fietsvakanties voerden ons naar de Elbe. De voorlaatste vakantie brachten we door in Wittenberge. De plaats moet niet verward worden met Lutherstadt Wittenberg. Die stad ligt ook aan de Elbe, maar dan honderd kilometer stroomopwaarts.
Singer, ooit de trots van Wittenberge

Wittenberge ligt aan een belangrijke spoorlijn van Berlijn naar het westen. Daarvan getuigt het enorme stationsgebouw.

Maar in 1945 was het met het spoor opeens gedaan. De brug over de Elbe werd verwoest. Wittenberge lag aan doodlopend spoor. Gelukkig was er een belangrijke fabriek: de machinefabriek Veritas, waar de Singer naaimachine vandaan kwam.

Maar na die Wende was het binnen twee jaar met de fabriek gedaan. Dat was desastreus voor de stad. De bevolking werd gehalveerd. Woonden er in 1970 nog 33.000 mensen, nu zijn er zo’n 17.000 inwoners.

Stadsbeeld in Wittenberge

Wittenberge is met zijn 17.000 inwoners de grootste stad van de Prignitz, de meest dun bevolkte streek van Duitsland. Er wonen 76.000 mensen in een streek die net zo groot is als de provincie Limburg (1,1 miljoen inwoners).

Wittenberge heeft een oud stadsdeel, dat overigens niet zo erg oud is. De plaats kwam pas tot bloei toen hier een station kwam.

Uitzicht vanuit ons vakantiehuis in Wittenberge

Voor veel Berlijners werd Wittenberge het doel voor ‘een dagje uit’ aan de oevers van de machtige Elbe. Zo machtig is de Elbe overigens niet. Er varen ook geen vrachtschepen: de rivier is niet diep genoeg. Maar Nederlanders zijn verwend.

Het station van Wittenberge staat bijna helemaal leeg

Ten noorden van de stad bevindt zich nieuwbouw volgens de standaardnormen van het DDR-regime, de zogenaamde Plattenbau. Doordat veel inwoners graag comfortabel wilden wonen (lees: een – gehorige – flat met drie kamers en CV) verpauperde het oude deel van de stad. Pas na die Wende werd er voor miljoenen geïnvesteerd in de restauratie van een aantal oudere huizen in de binnenstad.

Wittenberge is een aardig doel voor een vakantie in Duitsland. Toeristen zijn er een uitzondering. Je vindt in deze omgeving een mooie mix van oude stadjes en afwisselend zachtglooiend land. Met de trein kun je er alle kanten uit. En natuurlijk is er de Elbe met tal van natuurreservaten. 

De U is van Uelzen

De Duitse plaats Uelzen was echt een fietsdoel. Ik moest er een taai eind voor fietsen door een niet al te spannend landschap, maar het doel werd bereikt.

Waarom Uelzen? Dat zal ik jullie zeggen. Daar staat een Hundertwasser-station. En zeg: Hundertwasser en ik ben verkocht. Tineke trouwens nog meer.

Uelzen, Bahnhof (Friedensreich Hundertwasser)

Jullie weten niet wie Hundertwasser was? Dat is een ernstige zaak. Friedensreich Hundertwasser was een Oostenrijks kunstenaar en architect. Hij slaagde er in om de meest saaie betonnen bouwwerken om te bouwen tot kleurrijke kunstwerken. Bovendien bleek dat de mensen in zo’n ‘organisch’ gebouw meer tevreden waren en beter presteerden.

Bahnhof Uelzen (detail)

In Lutherstadt Wittenberg staat een middelbare school die ook door Hundertwasser helemaal werd omgebouwd. Ik ben daar een paar keer tot in de gebouwen doorgedrongen en trof er louter tevreden leerlingen en docenten aan.

In Uelzen nu staat één van de weinige Hundertwasser-gebouwen die ik nog niet bezichtigd had. Het betreft hier het plaatselijke Bahnhof. Dat is een Duits station. Op de eerste foto zie je het station en op de tweede foto een onderdeel van het station. Planten en bomen zijn volgens Hundertwasser een essentieel onderdeel van een gebouw en in het station vind je een heuse waterval, omzoomd door tropische planten en lege bekers van Mc Donalds.

Hoofdstraat in Uelzen

In tegenstelling tot veel andere Duitse steden heeft Uelzen niet zo vaak te maken gehad met oorlogszuchtige verwoestingen. Wel overleed in de 14 eeuw een aanzienlijk deel van de bevolking als gevolg van de pest (een soort middeleeuwse covid-19) en de stad fikte ook twee keer voor een groot deel af. In de Tweede Wereldoorlog werd de stad voor een groot deel verwoest als gevolg van geallieerde bombardementen. Wat er nu aan historische gebouwen staat is deels namaak.

Uelzen was lange tijd een welvarende stad.  Men handelde er in honing, bijenwas, hout, vee, bont, granen, bier, keramiek en zelfs tot in Engeland verhandeld linnen. 

Uelzen, aan de voet van de Marienkirche

De vroegere welvaart kun je o.a. aflezen aan de robuuste Mariënkirche (van rond 1300), een stadskerk die doet denken aan de grootse kerken in baksteengothiek in de Hanzesteden Hamburg, Lübeck en Stralsund.

Uelzen heeft niet direct een interessante fietsomgeving. Het is een beetje veel van hetzelfde, een soort heel groot Brabants platteland zonder veel water, dorpen en steden. Wel vind je in het noordwesten de uitgestrekte Lüneburgerheide.

Uelzen telt zo'n 35.000 inwoners en naar schatting 6300 poezen. Het station is een spoorwegknooppunt. Ook als je geen auto hebt kun je snel ergens anders een kijkje nemen. De dichtsbijzijnde grote stad is Hamburg. 

De T is van Tangermünde

Nee, Tangermünde is niet één van de meest bekende plaatsen van Duitsland. Het is dan ook niet zo dat je hier over de hoofden van de toeristen kunt lopen. Eigenlijk is de plaats een beetje vergeten. Maar dat is niet erg. Dan blijkt het authentieke karakter beter bewaard. 

Tangermünde is een oude Hanzestad, die werd gebouwd op een stuwwal langs de Elbe, vlakbij de plek waar het riviertje de Tanger in de Elbe plonst.

Tangermünde stadhuis en markt

Als je in de geschiedenis van de plaats duikt val je weer bijna van je stoel. Daarom zitten er ook leuningen aan mijn stoel. Dat is om ongelukken te voorkomen. Per slot van rekening begint veel onheil bij ouderen bij een gebroken heup.

Wat voor Tangermünde geldt, geldt voor heel Duitsland. Het was één en al strijd en het was continu wisselen van ‘eigenaar’. In de 14e eeuw was de plaats eigendom van de keizer (!) van Luxemburg. Hij liet er zelfs een keizerlijk paleis bouwen. Die periode vormde ‘de gouden eeuw’ van de stad. Maar dat eindigde na een opstand tegen de verhoging van de accijns op bier. Dat was niet zo handig van de inwoners, want daarna begon de ellende.

Tangermünde straatbeeld

In 1617 brandde de stad als gevolg van (vermoedelijke) brandstichting af. In 1640 kwamen de Zweden hier verhaal halen en zij verwoestten een deel van de zojuist weer opgebouwde en ommuurde stad. Ja, de mensen hebben het wel over de Noormannen, maar de Zweden waren ook geen lieverdjes.

Tangermünde doorkijkje

Daarna raakte Tangermünde zijn strategisch belang kwijt. Het werd een soort Dokkum, zo’n gezapig plaatsje met een pepermuntfabriek, een destilleerderij en een vlaggenfabriek. Maar wat Dokkum niet meer heeft, maar Tangermünde wél is een spoorlijn. De Duitse overheid probeert ook voor kleinere plaatsen de spoorverbinding in stand te houden vanwege het maatschappelijk belang. Dus rijdt er elk uur een bus op rails tussen Stendal en Tangermünde.

Tangermünde, een nog te restaureren huis

Wij waren dus ook in Tangermünde, en wel tijdens de langste fietstocht van onze vakantie in 2015. Door eindeloze bossen (die later oefenterreinen bleken te zijn voor het leger) en over rulle zandwegen waren wij in Stendal uitgekomen vanwege een concert. Na die culturele verrijking wilde ik graag nog even naar Tangermünde.

Het is een verstild stadje, waar toen nog lang niet alles was gerestaureerd. Er wonen zo’n tienduizend mensen. De meeste jongeren trekken weg, want er is te weinig werk.

Hoewel er geen lock-down was, zat bijna alles dicht. We nuttigden ons warme maal bij een Grieks restaurant. De groente bij de maaltijd bleek uit één blaadje sla te bestaan. Vreemd dat je zoiets dan weer onthoudt... Daarna moesten we weer 60 kilometer terugfietsen naar ons vakantieadres, ook aan de Elbe. 

De P is van Pirna

In 2009 fietsten we voor de eerste keer langs de Elbe. We startten in Tsjechië en fietsten naar Pirna, 20 kilometer te zuiden van Dresden. 

In Pirna huurden we een huisje vlak aan de Elbe. Pirna wilde ik (weer) een keer bezoeken vanwege een zeer triest historisch gegeven. Een raar idee om met zo’n doel met vakantie te gaan, maar die geschiedenis houdt me nog steeds bezig.

Pirna, Marktplatz

Hoog boven het stadje bevond zich een grote psychiatrische instelling. De Nazi’s zijn hier zijn begonnen met de uitroeiing van gehandicapten. In de DDR-tijd was er geen aandacht voor deze geschiedenis. Maar inmiddels was er een museum ingericht boordevol informatie over hoe de medewerkers en inwoners van de stad stapsgewijs ‘klaar werden gemaakt’ om gehandicapten en psychiatrische patiënten te vergassen.

De omgeving van Pirna

Pirna is een mooi stadje, dat in de Tweede Wereldoorlog gespaard is gebleven voor oorlosgeweld.

Vanuit Pirna fietsten we door de wijde omgeving. Als we het gemakkelijk wilden houden fietsten we langs de Elbe. De Elberadweg is de drukst bereden fietsroute van Europa, maar omdat de lengte meer dan duizend kilometer is worden de fietsers behoorlijk verdund.

Als de corona-tijd voorbij is is Pirna een aardige tip om vakantie te houden. Het is een afwisselende omgeving met veel natuur en cultuur. 

Winterfietsen

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, kun je ook in de winter fietsen?" Dat zal ik jullie zeggen: ook in de winter kun je prima fietsen. Sterker nog: tegen de kou kun je je kleden, maar tegen de warmte niet...

In de strenge winter van 1979 had ik een pooljas. Daarmee fietste ik naar mijn werk. Of eigenlijk met mijn fiets, de pooljas had ik aan. Er reden een aantal dagen geen bussen, en je wilt toch op je werk kunnen komen. Toen de winters minder streng werden vond Tineke dat ik die pooljas niet meer nodig had. Ze heeft hem weg gedaan. Sinds die tijd heb ik het wel vaker koud op de fiets.

Een aantal jaren geleden ontdekte ik het boeiende verschijnsel van het sneeuwfietsen. Zodra er sneeuw viel trok ik er met de fiets op uit. Ik ben ook wel eens met de trein naar een plek gereden waar sneeuw viel. Je moet toch wat als er in je eigen woonplaats geen sneeuw valt.

Het platteland van Duitsland in de sneeuw

Maar is het dan niet glad? Ja, welzeker wel, wis en drie, het kan behoorlijk glad worden. Zo fietste ik een keer op een landweggetje in Duitsland en daar ging ik gigantisch onderuit. Ik viel zó hard dat ik vreesde dat ik niet meer op kon staan. Maar omdat het te koud was op de grond (het kwik kwam die dag niet boven de min tien graden) en er verder niemand langs kwam ben ik toch maar weer opgestaan. Ik kon zelfs nog weer fietsen.

Maar sneeuw is niet het meest gevaarlijk. Toen ik vanuit de besneeuwde Eiffel naar beneden suisde deden zich geen persoonlijke ongelukken voor. Pas toen de sneeuw weg was (‘beneden’ lag geen sneeuw) werd ik van mijn sokken en mijn Gazelle gereden door een Duitse wegpiraat.

Op de Kahler Asten bij Winterberg

Aan dat winterfietsen moest ik denken toen ik zaterdag tegen het vallen van de avond op mijn Batavus Dinsdag stapte. Het vroor niet, maar ik moet zeggen dat ik toch even aan de temperatuur moest wennen. Pas na zo’n 10 kilometer begon ik het iets warmer te krijgen.

Het lastige van het fietsen met koud weer is dat je het uiteindelijk toch weer koud krijgt. Dan moet je even ergens een pauze inlassen in een warm etablissement. Of een kop met erwtensoep tot je nemen. Maar dat alles was zaterdag niet mogelijk. Ik moest mezelf op eigen kracht warm zien te houden.

Vooral toen het mistig werd voelde het allemaal best koud aan. Ik kon ook niet meer zien waar ik was: de weg was één grote donkere verrassing. Uiteindelijk heb ik toch weer 85 kilometer gefietst. Zonder opwarmertje onderweg. 

De M is van Magdeburg

Magdeburg is de hoofdstad van de deelstaat Sachsen Anhalt. De stad telt ongeveer 230.000 inwoners.

In de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog zwaar gebombardeerd. Met Dresden en Keulen behoort de stad tot de meest beschadigde steden in de oorlog. In de binnenstad was 90% van de gebouwen verwoest. Gebouwen die deels waren blijven staan werden later alsnog opgeblazen, zoals een deel van de beschadigde kerken.

DDR nieuwbouw in het zwaar gebombardeerde Magdeburg

Het Duitse leger en het Amerikaanse leger raakten in april 1945 slaags en toen sneuvelden nog meer gebouwen. Daarna rukten de Amerikanen niet verder op: ze wachtten op de Russen, die de oostelijke oever van de Elbe bezetten. De Amerikanen bezetten de westelijke oever.

Verwaarloosde bouw uit het begin van de 19e eeuw

Ondanks de verwoestingen is het opmerkelijker is, dat zich ten zuiden van de Dom een wijk bevindt die onbeschadigd te oorlog lijkt te hebben overleefd. Het is de omgeving van de Hasselbachplatz. Een deel van deze wijk (de zuidelijke uitbreiding van de stad in de 19e eeuw) bleek na de bombardementen nog enigszins bewoonbaar. Helaas leidde de DDR-tijd toch tot een aanzienlijk verval; de opgelopen schade werd onvoldoende gerepareerd, waardoor sommige gebouwen alsnog afgebroken moesten worden.

Facadebouw in Magdeburg. De stad werd zwaar gebombardeerd, alleen de gevels werden opnieuw opgetrokken.

Maar het is allemaal nep. Wat we nu zien is voor een groot deel facadebouw. Achter de imposante voorgevels (in de stijl van het Amstelhotel in Amsterdam) bevinden zich moderne appartementen. Dat zie je als je even achterom loopt.

Maar loop je door deze straten (vijf straten die in stervorm op de Hasselbachplatz uitkomen), dan kijk je werkelijk je ogen uit. De omgeving is tevens het uitgaanscentrum van Magdeburg.

Magdeburg heeft erg veel te lijden gehad van de bombardementen en de gevechten aan het slot van de Tweede Wereldoorlog. Daarna was er nauwelijks geld voor de wederopbouw. Pas na de eenwording van Duitsland stroomde er veel geld naar het oosten en werd een deel van de stad in ere hersteld. 

Duits ziekenhuis

De afgelopen tijd wordt er met enige jaloezie gekeken naar de beddencapaciteit in de Duitse ziekenhuizen. Wat is het verschil met de Nederlandse ziekenhuizen?

Inderdaad telt Duitsland aanzienlijk meer ziekenhuisbedden dan Nederland (4,7 per 1.000 inwoners versus 8,3 per 1000 inwoners). Een groot verschil is dat patiënten in Duitsland veel langer in het ziekenhuis liggen, Nederland heeft meer geïnvesteerd in dagbehandeling. In Duitsland liggen vrouwen na een bevalling een week in het ziekenhuis, in Nederland word je geacht om direct na de bevalling weer op de fiets te stappen.

De Nederlandse bevolking betaalt per hoofd van de bevolking iets meer aan de reguliere gezondheidszorg dan de Duitse bevolking. Maar in Duitsland heb je twee typen verzekeringen: er is ook een particuliere verzekering, waarmee je duurdere zorg in kunt kopen.

Unfall in Euskirchen

In februari 2011 werd ik van mijn sokken en mijn Gazelle gereden door een Duitse wegpiraat. Dat gebeurde voor het plaatselijke ziekenhuis in Euskirchen. Mijn voet hing achterstevoren te bungelen aan mijn been. Ik dacht dat dat wel weer hersteld kon worden door er even gips omheen te leggen. Dan had ik voldoende fysieke steun om naar het station te fietsen en met de trein terug naar huis te gaan. Dat bleek wat te optimistisch.

Ik dacht dat ik wel even met een brancard naar het ziekenhuis kon, maar er werd een ambulance uit de kelder van het ziekenhuis getoverd. De rit van twee minuten bleek achteraf 350 euro te kosten. Er werden foto’s gemaakt van mijn been en de Notartz kwam met slecht nieuws. Ik moest direct geopereerd worden. Maar eerst moest ik tekenen dat ik het ziekenhuis niet aansprakelijk zou stellen voor de gevolgen van de operatie. Keus heb je op zo’n moment natuurlijk niet.

Krankenhaus Brühl

Helaas bleek er in het Krankenhaus van Euskirchen geen chirurg aanwezig te zijn die deze operatie uit kon voeren. Daarom werd ik met sirene en zwaailicht vervoerd naar een ziekenhuis in de buurt van Keulen, waar een medisch team klaar stond om mijn been van ijzeren onderdelen te voorzien. De kosten van de ambulance bedroegen weer 350 euro. Kennelijk was dat het instaptarief. Om 23 uur werd ik naar een kamer gebracht in het Krankenhaus. Ik dacht de volgende dag wel naar huis te kunnen, maar dat bleek toch weer wat te optimistisch te zijn.

Het ziekenhuis bij Keulen

Ik deelde de kamer met een man uit Bosnië van wie het been verbrijzeld was als gevolg van een gevalletje dronkenschap. Diezelfde nacht zakte hij met een daverende klap door zijn bed. De nachtzuster kwam langs en wist niet waar een reservebed beschikbaar was. Zijn matras werd op de grond gelegd. Zo kon hij alsnog proberen enige slaap te vatten.

De volgende dag zou mijn buurman geopereerd worden. Hij werd geknipt en geschoren en kreeg pre-medicatie. Daarna werd hij afgevoerd naar de OK. Een uur later was hij weer terug. Het benodigde onderdeel van zijn been bleek nog bij Keulen in een file te staan. Hij was hier zó boos over dat hij met rolstoel het pad verliet en pas ’s avonds laat in kennelijke toestand weer terug kwam in onze kamer. Zijn vrienden legden hem op de grond neer, want er was geen reservebed.

Het personeel van het ziekenhuis was vriendelijk en zorgzaam, maar ook de volgende dag kreeg mijn buurman geen ander bed. De bedden waren in de kelder opgeslagen, maar er was geen bed meer over. De technische dienst kon het bed ook niet maken. Wat ik ook opvallend vond was dat de familie van de buurman het eten bracht en ook schone handdoeken. Dat werd ook aan mij gevraagd, maar ik had geen thuisadres. Tineke zat hoog en droog in de sneeuw in Noorwegen en ik kon moeilijk bij de plaatselijke diaconie aanbellen. De hygiëne in het ziekenhuis was ook niet best. Wij moesten als zieken van hetzelfde toilet en ook dezelfde handdoeken gebruik maken als de vele gasten die mijn buurman de hele dag door ontving.

De daarop volgende dag kwam er een heuse professor naar mijn been kijken. Voorafgaand werd de hele afdeling geschrobd en geboend. De professor had enige aanmerkingen. Zo was een apparaat dat nodig was voor de doorbloeding van mijn been als 36 uur buiten werking.

Ik moest nog een week langer in het ziekenhuis blijven. Zonder TV, want die was stuk en werd niet gerepareerd. Een kleinigheidje natuurlijk, maar zo duurden de dagen wel lang… Aan het eind van de week bleek het carnaval te zijn en zo hoste er een hele vrolijke stoet van de lokale carnavalsvereniging door de gangen van het ziekenhuis.

Met deze ambulance werd ik naar Nederland vervoerd

Nederland

Met de ambulance werd ik na het carnavalsweekend naar Alkmaar gereden. Daar kwam ik in isolatie in het ziekenhuis terecht. Ik kwam immers uit een buitenlands ziekenhuis. Toen ik eenmaal op een ‘gewone’ afdeling terecht kwam wist ik niet wat me overkwam. Wat een goede bedden, wat een luxe met een eigen TV, wat een goede maaltijden.

Maar er waren ook overeenkomsten. Dat waren de verpleegkundigen. Die waren in beide ziekenhuizen even goed en betrokken. 
En ik realiseer me dat het slechts een N = 1 onderzoek is. Op basis van de ervaringen van één persoon...

De K is van Konstanz

Konstanz onveranderd, zit nog altijd in mijn hoofd. Dat waren de waterstanden, voorafgaand aan het nieuws van half één op de radio. Dat Konstanz zo vaak onveranderd bleef ligt aan de enorme wateroppervlakte van de Bodensee: een dag regen doet het waterpeil nauwelijks stijgen. 

De vakantie in Konstanz is gekoppeld aan het herstel van een fietsongeluk. Ik had nog maar een paar weken eerder mijn krukken aan de wilgen gehangen. Het was spannend: kan mijn fietsbeen de vuurproef doorstaan?

We hadden ook om die reden gekozen voor een vlak fietsgebied. De Bodensee is een meer van 63 km lang met als grootste breedte 14 km. Waar je ook fietst, iedere keer weer heb je zicht op de Alpen. Alleen ’s morgens vroeg soms niet, vanwege de nevel. Uiteindelijk zijn we het hele meer rondgefietst. Een voordeel is het uitstekende OV in combinatie met veel veerverbindingen over het meer.

Konstanz is een mooie stad, met zo’n 80.000 inwoners en af en toe een poes. Het is ook de zetel van één van de ‘best presterende’ universiteiten in Duitsland. Het jeugdige elan straalt uit in de stad, waardoor je er veel ijsjes kunt eten.

Buiten het historische centrum zijn rond de eeuwwisseling van de vorige eeuw (net als in Jena) prachtige wijken gebouwd, met tal van neoclassicistische huizen en veel parken.

In onze ervaring is Konstanz een prachtige uitvalsbasis voor een gevarieerde fietsvakantie. Ben je het fietsen zat, dan kun je prima een eindje met de trein rijden en aan de Zwitserse kant met een tandraadbaan tot op grote hoogte een berg beklimmen.

Vanuit Konstanz stroomt de Rijn (die hier Seerhein heet) verder in westelijke richting om bij Schaffhausen een grote duik naar beneden te maken.

Vijfhonderd meter van ons vakantieadres lag de grens met Zwitserland. Ging je die grens over, dan betaalde je meteen een tientje voor Kaffee mit Apfelkuchen. 

De J is van Jena

In de deelstaat Thüringen ligt Jena. Ik wist het niet, maar het blijkt dat het de geboorteplaats is van Bernhard von Lippe-Bisterfeld, de opa van onze huidige koning, Zijne Doorluchtigheid Koning Willem Alexander. 

Na een lange afdaling fietsen we de stad binnen, door een paar mooie straten met huizen van rond de (vorige) eeuwwisseling toen de economie ‘booming’ was.

Straat met veel Jugendstil in Jena

Wat is opvalt is de prettige sfeer in de stad. Het is een ‘kleine Grosstadt’, vergelijkbaar met Alkmaar. De voordelen van een centrumplaats, maar niet de massaliteit van de grote stad.

Opmerkelijk is dat de stad (met ruim 100.000 inwoners) al een eeuw lang een tramlijnenstel heeft. Dat verwacht je niet bij dat aantal inwoners. Maar in de voormalige DDR hebben meer kleinere steden een tram, zoals Halberstadt (met 40.000 inwoners).

In de Tweede Wereldoorlog werd Jena zwaar verwoest door Amerikaanse bombardementen, waarvan het zwaarste enkele weken voor de capitulatie van Duitsland plaatsvond. In 1953 vond er een volksopstand plaats tegen de communistische regering van de DDR. Na die Wende won die Linke (de voormalige communistische partij) bijna alle verkiezingen, maar in 2019 kregen de Groenen evenveel zetels in de gemeenteraad.

Het stadscentrum van Jena

In het centrum is een aantal historische gebouwen herbouwd, maar er is ook veel nieuwbouw.

Wie iets heeft met microscopen, verrekijkers, sterrenkijkers of fototoestellen kent Jena vanwege de optische industrie. De stad is een bekend industriëel centrum door het bedrijf van Carl Zeiss. Ook heeft men hier het pedagogische Jenaplan bedacht.

De stad oogt ruim, mede dankzij parken en pleinen. Het viel ook op hoe stil het er was. Het was zaterdagmiddag en dan zijn in veel Duitse steden de winkels dicht…. Dat heeft ook zijn voordeel….

De omgeving van Jena

Naast de oudere gebouwen vind je in Jena hoogbouw en moderne architectuur. Dat tekent een beetje de stad: in historisch opzicht belangrijk, maar ook van economisch belang. En zelfs met een eigen universiteit.

Bijzonder is dat de stad één van de warmste plaatsen van Duitsland is. De oorzaak is de ligging in het Saaledal, met de stad tegen de op het zuiden gelegen hellingen aan. Eenmaal buiten de stad, dan moet je weer klimmen, tenzij je het rivierdal volgt. Eenmaal boven heb je prachtige panorama’s van de omgeving.

Wij waren op de fiets in Jena. Je kunt er ook met de trein komen via de Saalebahn. Dat gaat sneller.