Fietsen door Sauerland

Wir haben ein Deutscher Zahnartz.

Dankzij hem behoor ik tot de groeiende groep van ‘betande ouderen’. Vroeger hadden de meeste 65-plussers een ‘klapper’ zoals een kunstgebit wel wordt genoemd. In 1982 was dat aandeel nog ruim 65%, inmiddels heeft minder dan de helft van de gepensioneerden een volledige prothese.

cropped-kahler-asten-4.jpgDeze inleiding slaat helemaal nergens op, want ik wilde het over het fietsen in Duitsland hebben. Daar vraagt de tandarts ook wel eens naar. Hij moest altijd ontzettend klimmen uit school. Ik kan me indenken dat hij zich niet kan voorstellen dat iemand voor zijn plezier gaat klimmen.

Kahler Asten GazelleHoe is het fietsklimaat in Sauerland? willen de mensen wel eens van mij weten. Welnu: daar valt prima te fietsen. Trek wel een winddichte jas aan. Ik heb er zelfs wel in de sneeuw gefietst, terwijl op honderd meter afstand skieërs naar beneden suisden. Ik was toen wel de enige fietser en werd voor redelijk verrückt versleten.

DSC02104Ik heb in Sauerland wel eens drie uur lang moeten klimmen in de eerste versnelling. Maar what goes up must go down zong Spinning Wheel in 1969. Dus je gaat ook weer een keer naar beneden. Dat gaat sneller, tenzij je uit de bocht vliegt, zoals een collega (met wie ik een fietstocht maakte) deed. Hij wilde wel eens weten hoe hard hij kon…

DSC02095Sauerland heeft ook aardige dorpjes, met veel vakwerkhuizen. Vaak liggen die dorpjes aan vriendelijk klaterende beken.

En hoe hoger je komt, hoe mooier vaak het uitzicht is. Op de hoogste heuvels van Sauerland ruik je de berglucht en waan je je héél ver weg. Terwijl het gebied maar vier uur treinen van de Nederlandse grens ligt.

Hundertwasser in Uelzen

Van Friedensreich Hundertwasser had ik bijna alle architectuur gezien. Maar er miste nog een gebouw: het station van Uelzen. Ooit was ik vanuit Coevorden naar Uelsen gefietst, maar daar bleek het station niet te staan. Foutje van de regie: ik moest in Uelzen zijn. Dezelfde deelstaat (Niedersachsen), maar 300 kilometer verder naar het oosten.

Uelzen station 1 (2)Het station van Uelzen was een eeuw oud. Wat ooit gebouwd werd als representatief station op de kruising van een aantal spoorlijnen was aan het eind van de vorige eeuw vergane glorie geworden en stond op het punt om afgebroken te worden. Tot men Hundertwasser ontdekte. Het gebouw werd niet afgebroken, maar helemaal herbouwd naar de inzichten van deze Oostenrijkse kunstenaars.

Uelzen station 1 (3)Nu maakt de gemeente Uelzen reclame met een station als een sprookjeskasteel. Het gebouw trekt duizenden toeristen per jaar en is de belangrijkste toeristische attractie van de stad. Het station staat op de lijst van de tien mooiste stations van de wereld.

Het is een kakelbont gebouw geworden met gouden bekroningen van torens, vrolijke kleuren, geen rechte hoeken, maar voortdurende rondingen, een bonte verzameling aan mozaïekvormen, tientallen ramen in allerlei vormen, een heuse waterval in de stationshal, struiken op het dak en dat allemaal ecologisch verantwoord, dankzij de vele zonnepanelen die op het dak verstopt zijn.

Uelzen station 1 (1)Het station van Uelzen vormt een knooppunt in het treinverkeer van de Deutsche Bahn en van regionale lijnen. Het is een halte op de ICE-lijn van Stralsund (aan de Oostzee) naar Frankfurt. Daarnaast stoppen er treinen naar o.a. Magdeburg, Göttingen, Bremen en Braunschweig. Het station is het eindpunt van de Metronom-lijn naar Hamburg. 

Vanuit Bad Bentheim of Leer trein je in 4½ uur (23 euro dagretour) naar Uelzen. Je moet er dan dus wel een hele dag treinen voor over hebben.

 

Braunschweig

De mensen vragen mij wel eens: “Henk, kom jij wel eens in Braunschweig?”

Dat zal ik jullie zeggen. In Braunschweig was ik nog nooit geweest. Ik was er wel dicht in de buurt geweest. En toen dacht ik: ‘daar moet ik ook nog een keer naar toe’. Vorige week was ik dan uiteindelijk toch nog in Braunschweig. Ximaar had al over deze stad geschreven, ik wilde de plaats ook eens met eigen ogen gaan zien.

DSC00116Ik dacht dat Braunschweig (ook wel Brunswijk genoemd) niet zo groot was, een stad met zo’n 50.000 inwoners ofzo. Hoe ik daar bij kwam weet ik ook niet. In ieder geval bleek de stad veel groter dan ik dacht. Ik fietste een half uur door de buitenwijken voordat ik in de binnenstad was. Voor een deel komt dat doordat de Duitsers meer de ruimte hebben en nemen voor de stedelijke bebouwing. Voor een ander deel dus omdat Braunschweig toch een aanzienlijke stad is. De stad is iets kleiner dan de stad Utrecht, maar neemt dubbel zo veel stedelijke ruimte in beslag.

DSC00135In de buitenwijken kwam ik al iets tegen waar Duitse middelgrote steden goed in zijn: in een netwerk van trams met allerlei voor mij onbestemde namen. Nu we het toch over het OV hebben: de stad heeft een gigantisch station, één van de voorbeelden van wederopbouw-architectuur in (West-) Duitsland. Nadat de Muur gevallen is kreeg het station een veel belangrijker landelijke functie. Braunschweig lag nu niet meer aan de oostgrens van West-Duitsland, maar midden in Duitsland. Er komen hier tien regionale lijnen en vier ICE-lijnen samen.

Braunschweig 3Maar het gaat mij nu om het centrum van de stad. Ik kijk er mijn ogen uit. Hoewel de stad aan het eind van de Tweede Wereldoorlog voor 90% verwoest werd ziet het centrum er toch historisch uit, met imposante wereldse gebouwen, zeer oude kerkgebouwen (zoals Braunschweig 2de Sankt Petri uit de 11e eeuw) en grootse pleinen. Het is ook een levendige stad, mede dankzij het grote aantal studenten. Volgens onderzoekers scoort de stad zeer hoog als het gaat om door bewoners ervaren levenskwaliteit: de stad staat op de vijfde plaats van leefbare steden Braunschweig 4in Duitsland.

Een buitenbeentje is het Happy Rizzi House, ontworpen door de Amerikaanse pop-art kunstenaar James Rizzi. De bouw van dit huis stuitte plaatselijk op veel weerstand. Mij stoorde het bepaald niet, het gebouw dringt zich niet op en verstoort niet de verhoudingen met de historische bebouwing van de binnenstad.

Braunschweig 5Helaas was er net een kermis aan de gang in Braunschweig. Kermissen worden voornamelijk gehouden als ik door steden fiets. Dat is om te voorkomen dat ik teveel gebouwen goed op de foto kan krijgen. Dus moeten jullie het doen met een beperkt aantal plaatjes.

Vanuit Braunschweig wilde ik nog verder fietsen in de richting van de Harz, maar een zwaar onweer belemmerde de verdere tocht. Aan het begin van de avond nam ik de trein terug.

 

Elbefietsen (4, slot)

Gierponten zijn een Nederlandse uitvinding. De eerste officieel varende gierpont was een ontwerp van Hendrik Heuck. Je vindt ze niet op kanalen, want deze ponten hebben flink stromend water nodig. Warm of koud stromend water maakt dan weer niet uit.

Pretsch Fáhre teleDe gierpont is met een kabel verbonden met een plek ongeveer in het midden van de rivier verbonden. Een aantal bootjes voorkomt dat de kabel op de bodem van de rivier verdwijnt. De pont maakt gebruik van de stroming van het water. Dat gaat ongeveer net zo als wanneer je veel vaart maakt en je met één hand aan een paal vasthoudt: je voelt de middelpuntvliedende kracht. Van die druk in combinatie met de stroming maakt de gierpont gebruik.

In principe kan een gierpont zonder motor varen: een zeer milieuvriendelijke vorm van vervoer. De 11 Nederlandse gierponten hebben allemaal wél een motor. Het zijn dus sjoemelgierponten. Bij de veerponten langs de Elbe heb ik nooit een motor gehoord, misschien is hij er wel voor noodgevallen.

In Coswig maakten we mee dat de gierpont de overkant miste: het water was gezakt en de kabels waren nog niet op de goede lengte ingesteld. Dat betekende dat er een nieuwe landing moest worden georganiseerd.

Pretsch FähreWe namen de gierpont bij Pretzsch aan de Elbe. Geluidloos (je hoort alleen de ketting en het gekabbel van het water) brengt de pont is naar de overkant. Daar moeten we voor onszelf een keuze maken: durven we het aan om onder de dreigende luchten achter ons naar het meest nabijgelegen station te fietsen? We wagen de gok, in de hoop dat we de bui voor kunnen blijven.

DonnerwetterIn zeer hoog tempo fietsen we de 20 km. naar Jessen. Het is een open landschap met veel akkerbouw, af en toe veeteelt, een enkel dorpje en soms een klein stukje bos. Daarbij kijken we steeds angstvallig achterom: wie gaat er sneller: de bui of wij?

Jessen MarktplatzIn Jessen hebben we zelfs nog even tijd om via de binnenstad te fietsen. De plaats heeft een historisch marktplein in het centrum en een aanzienlijk kasteel aan de rand. Maar de bui zit ons op de hielen: dus vervolgens fietsen we snel naar het station.

Bij het station worden we bespetterd door de eerste grote regendruppels. De lucht is zeer dreigend. En toch gaat het niet echt regenen. Het is meer zoals dat je snel een WC opzoekt en dan blijkt het vals alarm. De darmkrampen kondigden slechts flatologisch ongemak aan. Maar zo is beter dan andersom: je denkt dat er niets komt en dan overkomt je groot onheil.

Pont met regenDe trein brengt ons zonder overstap naar Coswig. Daar heeft het stevig gehoosd, maar de bui is inmiddels vertrokken. De veerpont van Coswig brengt ons weer naar het hotel.

De fietsteller heeft er vandaag 90 kilometer bij opgeteld.

Elbefietsen (2)

Met de regen valt het mee. Een paar spetters maar. Even later schijnt de zon weer. We stappen weer op de fiets en door afwisselend landschap komen we in Kemberg uit. Het dorp valt uit de verte al op door de hoge toren.

Kemberg 1Kemberg (6000 inwoners) heeft een bewogen geschiedenis. Dat geldt trouwens voor veel plaatsen in de regio. Als je de geschiedenis van de 16e en 17e eeuw leest denk je: het kon bijna niet erger. In die periode brak zeven maal de pest uit, werd de plaats meerdere malen getroffen door brand én door overstromingen van de Elbe, en werd Kemberg ook nog eens meerdere malen gedeeltelijk verwoest als gevolg van gevechten tussen de strijdende partijen in de Dertigjarige oorlog.

Kemberg 2Ooit streefde de plaats er naar om een echte stad te worden, er werd zelfs gebouwd aan stadsmuren, maar aan het eind van de Dertigjarige oorlog woonden er minder dan 100 mensen in de berooide plaats.

DDR kunstTegenwoordig is Kemberg een aardig, maar wel verstild plaatsje met een markant centrum dat een beschermde status heeft. Er staan mooie herenhuizen benevens een antiek stadhuis. In één van de zijstraten is een muurschildering uit de DDR-tijd behouden gebleven.

Dan zetten we koers naar ons volgende doel: Bad Schmiedeberg. De weg voert ons over de flanken van een reeks heuvels met af en toe een mooi uitzicht op het vlakke en zeer brede dal van de Elbe. In de verte zien we de torens van Lutherstadt Wittenberg.

Bad Schmiedeberg MarktplatzZeg ‘Bad’ en de Duitsers komen in groten getale aangesneld. Tenminste: voorzover ze dat kunnen. Nergens hebben we zóveel mensen met lichamelijke beperkingen in het straatbeeld gezien als in deze plaats. Het geneeskrachtige water schijnt voor van alles te helpen en maakt de dokter en de psychiater volkomen overbodig. Teneinde onze ziektekosten naar beneden te brengen drinken we beiden een beker leeg van het (zoute) geneeskrachtige mineraalwater.

Bad Schmiedeberg 2Het grote sanatorium bevindt zich in een parkachtige omgeving, compleet met palmbomen, aan de oostzijde van de plaats. Hier bevindt zich volgens de kaart ook een Radfahrerdenkmal. Ik dacht dat het een monument voor de gevallen fietser was. Maar het blijkt een eerbetoon te zijn aan de fietsende regimenten gedurende de Eerste Wereldoorlog.

 

Elbefietsen (1)

Het lijkt alweer lang geleden. Juni 2016.

Toen fietsten we iedere dag in de omgeving van de Elbe. Deze rivier is ruim 1150 km. lang. Wij waren alleen maar te vinden langs een stukje van de Mittelelbe, stroomopwaarts van de hoofdstad van Sachsen-Anhalt: Magdeburg.

De Elbe is een regenrivier. Dat maakt hem onbetrouwbaar. In de 21e eeuw was het waterpeil twee maal meer dan tien meter hoger dan gemiddeld, waardoor steden en dorpen onder water kwamen te staan. Maar het water kan ook zó laag staan dat er nauwelijks scheepvaartverkeer mogelijk is.

Elbaue panorama

Stel je bij de Elbe niet teveel voor: de rivier is minder breed dan de Maas en er is nauwelijks scheepvaartverkeer. Doordat de Elbe deels grensrivier was met de DDR is er ook zo’n 40 jaar niet in geïnvesteerd. En de rivier werd dus ook niet gekanaliseerd, wat ooit de bedoeling is geweest. Maar misschien juist daardoor is het wel een erg mooie rivier, omringd door schitterende natuurgebieden, het zogenaamde Biosphärenreservat. 

Om half tien stappen we – na een overvloedig ontbijt – op de fiets. Er is maar één weg die naar het zuiden leidt: een kasseienweg naar Wörlitz. Na 3 km. is er een zijweg: die willen we ook wel eens uitproberen.

Het is aardig geprobeerd, maar omdat de rivier een aantal scherpe bochten maakt komen we na een half uur fietsen (en soms door de modder baggeren) weer bijna op hetzelfde punt uit.

UnterwegsEen tweede poging heeft meer succes. We duiken nu ergens een landbouwweggetje in en passeren een leegstaande boerderij. En even verderop een kudde blatende schapen onderweg. Alleen is de herder spoorloos.

Pas na 10 kilometer fietsen door de uiterwaarden komen we bij de dijk langs de Elbe uit. Nog steeds geen kip, geen hond en geen mens te zien. Je kunt hier dus een uur fietsen zonder iemand tegen te komen!

Ruimte achter de dijkOp de dijk hebben we een prachtig zicht op het weidse land rond Seegrehna. Ga je dáárvoor naar Duitsland? Het lijkt Nederland wel…

Seegrehna is een heel oud plaatsje, dat al zo’n duizend jaar geleden genoemd werd. Zoals zoveel dorpen in deze omgeving werd ook dit dorp in de Dertigjarige oorlog (1618 tot 1648) platgebrand. De huidige kerk werd gebouwd op de fundamenten van de vroegere Romaanse kerk. Het dorp telt nu zo’n 900 inwoners.

We zetten koers in zuidoostelijke richting en komen in Bergwitz uit. Het dorp heeft zich ontwikkeld tot een plaats met nogal wat toeristische activiteit, dankzij de Bergwitzsee, een vroegere open mijn (Tagesbau), die vol water is gelopen.

Bergwitz is de grootste plaats in de regio, met zo’n 1700 inwoners. Het is ook de enige plaats met een supermarkt. Omdat er een bui in de lucht hangt gaan we even droog inkopen doen.

Halle (Saale)

Tussen 1990 en 2010 voltrok zich in het Oostduitse Halle een demografische ramp. Het aantal inwoners daalde in die tijd van 317.000 naar 230.000. Het waren vooral de jonge en hoogopgeleide mensen die vertrokken. De hele Halle 1infrastructuur stond te tollen op zijn benen. Het overheidsapparaat moest drastisch worden ingekrompen. Scholen raakten de helft van hun leerlingen kwijt. Het is dat het Westen tientallen miljoenen in de stad pompte, anders was de hele stad failliet gegaan. Halle wordt dan ook genoemd in het rapport ‘Shrinking Cities’. 

Asielzoekers

Pas de laatste jaren is het aantal inwoners meer stabiel. Nog steeds vertrekken er Duitsers uit de stad. Maar dat vertrek wordt gecompenseerd door de komst van ‘vreemdelingen’. Oftewel: hoe vluchtelingen en asielzoekers een kwijnende stad een nieuw perspectief geven. Op verschillende plekken zagen we (kennelijk) asielzoekers studerend in boeken om de Duitse taal een beetje machtig te worden.

Halle stationspleinWie denkt in Halle een trieste stad binnen te lopen heeft het mis. Het station (een belangrijk spoorwegknooppunt) is prachtig gerestaureerd en gemoderniseerd. Dan loop je even over een wat meer desolaat plein, maar als je de grote weg die langs het station loopt over bent gestoken kom je in een prachtige stad boordevol geschiedenis. Overal worden huizen gerestaureerd.

Franckeschen Stiftungen

Halle is ook geen grijze stad. Weliswaar wonen er veel ouderen, maar er is een Universiteit en er zijn drie hogescholen. Dus zie je ook veel studenten. Halle pedagogisch instituutEén er van heet de Franckeschen Stiftungen. Een enorm complex, dat zelfs op de lijst van het Unesco Werelderfgoed staat. Stichter van deze grootschalige ‘pedagogische academie’ was een zeer bewogen en piëtistisch predikant: August Hermann Francke. Toen hij een erfenis kreeg besloot hij al dat geld in te zetten voor de opvang van kwetsbare kinderen: weeskinderen en kinderen uit arme gezinnen.

Francke begon met de opvang van de kinderen in de pastorie, maar het werk breidde zich snel uit. Maar hij deed meer: hij vond dat de begeleiding ook didactisch en pedagogisch geschoold moest worden. En zo ontstond er één van de grootste pedagogische hogescholen in Duitsland. Tijdens het Nazi-regime stond de opleiding onder sterke druk en in de DDR-tijd was er helemaal geen ruimte voor dit type onderwijs. De DDR-overheid ging zelfs zó ver dat een deel van het zeer historische complex werd afgebroken omdat men vond dat er een grote weg rond de binnenstad moest worden aangelegd.

Halle MarktpleinHändel en chocolade

Je kunt een hele ochtend (een middag mag ook) doorbrengen in de binnenstad van Halle. Er staan prachtige huizen uit de periode van rond 1900, maar ook veel oudere gebouwen. Halle was de eerste stad in Duitsland met een tram en dat vervoer wordt nog steeds gekoesterd. Daarnaast staat er de oudste chocoladefabriek. Houd je van muziek: Georg Friedrich Händel heeft in deze stad gewerkt en wordt (als tegenhanger van Bach) hier hoog in ere gehouden.

Saale

Halle ligt aan de rivier de Saale. Dankzij dit water had de stad vroeger goede verbindingen en een sleutelpositie om het witte goud (zout) te kunnen transporteren naar alle delen van Europa.

Halle SaaleDe Saale is af en toe ondeugend, en dan staat de binnenstad van Halle onder water. Wij konden echter droogvoets door de stad wandelen. De rivier mondt uiteindelijk uit in de Elbe. Ook langs de rivier is het goed toeven. Halle is een omweg waard!