De hagelslag om Berlijn

Vandaag 75 jaar geleden begon de Slag om Berlijn: de laatste aanval om Hitler-Duitsland op de knieën te krijgen.

De Russen maakten extra haast. Ze wilden zo snel en zo ver mogelijk naar het westen oprukken om te voorkomen dat de westerse geallieerde troepen te ver naar het oosten op zouden trekken. Daarbij vormde Berlijn de hoofdprijs.

Daarbij hadden ze – naast politiek en strategisch gewin – twee bijzondere doelen voor ogen:

  • Ze wilden Adolf Hitler gevangen nemen
  • Ze hoopten het kernwapenprogramma van de Duitsers in handen te krijgen.

De Duitsers bezaten al voor de Tweede Wereldoorlog kennis over de mogelijkheid van het ontwikkelen van een atoombom. Zou het hen zijn gelukt om deze bom inderdaad te ontwikkelen, dan zou de oorlog nog veel catastrofaler zijn verlopen.

Er wordt beweerd dat de Duitsers toch uiteindelijk onvoldoende kennis in huis hadden om de bom te ontwikkelen. Anderen beweren dat de belangrijkste ‘wetenschapper’ die betrokken was bij de bouw van de bom doelbewust de ontwikkeling zou hebben getraineerd omdat hij bang was voor de gevolgen.

Wat er allemaal gebeurd is rond de ontwikkeling van de atoombom in nazi-Duitsland blijft toch voor een groot deel een puzzel.

Het maken van een legpuzzel van Duitsland bracht mij op het idee om de hagelslag om Berlijn in kaart te brengen. Met ten zuidwesten van Berlijn de Hagelberg. Rechts de Russische (en Poolse) troepen als pure hagelslag en links de Amerikaanse en Canadese troepen aan de linkeroever van de Elbe als chocoladevlokken. Onderwijs moet in deze tijd namelijk veel meer beeldend worden gebracht.

Sneeuwfietsen

Rond 2010 ontwikkelde zich in mijn hoofd en benen een nieuwe hobby: die van het sneeuwfietsen. Als het ging sneeuwen pakte ik de trein en reed de sneeuw tegemoet.

Deze winter is die hobby in het regenwater gevallen. Er viel nergens in de bereikbare omgeving sneeuw te bekennen. Maar afgelopen week dacht ik toch nog een kans te hebben: het zou mogelijk in Zuid-Limburg gaan sneeuwen.

Om half 9 zat ik klaar voor de treinstart. Maar een blik op een Limburgse webcam liet geen sneeuw, maar wel regen zien. Ik ben geen mooiweer-fietser, maar de hele dag regen en kou: dat is een zelfteistering die ik mezelf niet aan wil doen. Dus ik bleef maar thuis: er lag nog genoeg werk.

Een paar jaar geleden nam ik de trein naar Stolberg (voorbij Aken) om een eindje te gaan ‘heuvelen’. Bij Stolberg ligt de Vennradbahn, die is omgebouwd tot spoorlijn. Je kunt helemaal tot Luxemburg door fietsen. Zó ver ben ik in één dag nog nooit gekomen.

Bij mijn weten was er die dag helemaal geen sneeuw verwacht, maar opeens, bijna direct na een stukje viaduct dat de toegang vormt tot deze fietsroute, lag er sneeuw. Die bleef nog liggen ook. En dat in de eerste week van maart.

Het enige probleem vormde de afdaling terug naar Aken (bij Kornelimünster): het werd glad door een opvriezend wegdek en bovendien donker. Af en toe ben ik maar even gaan lopen…

Om toch een beetje aan sneeuw te denken plaats ik enkele foto's van een fietstocht van zeven jaar geleden (begin maart) toen er nog echte winters met sneeuw bestonden (...).

De laatste Belgische fietsdag (2)

Vanuit Eupen moet ik weer uit het dal van de Vesdre zien te komen. Dat betekent een pittige klim van zo'n tweehonderd meter over een grintweg met een hellingpercentage van af en toe 10%.

Op mijn vorige fiets met acht versnellingen redde ik dat niet. Maar de Batavus Dinsdag is ook op donderdag voor geen kleintje vervaard. Of ik word zelf steeds jonger en vitaler, dat kan natuurlijk ook.

Ik kom in het prachtige Hertogenwald uit, een grensoverschrijdend natuurgebied met tal van wandel-en fietsroutes. De nummers op de borden zeggen mij niets. Ik ga mijn neus achterna in (als ik naar de zon kijk) in

In het Hertogenwald

noordoostelijke richting. Maar wegen in bossen zijn niet altijd voorspelbaar, soms buigt de weg de verkeerde kant uit. Ik fiets bijna een uur door het bos, kom geen enkel dorp tegen, een enkel huis, geen enkele automobilist, een paar wandelaars en een fietser. Er schijnen hier ook wolven en wilde zwijnen rond te lopen, maar ik heb ze niet gezien.

Beekje in Raeren

Dan ben ik in Raeren. Daar was ik de afgelopen winter ook. Opnieuw vraag ik me af wat Raeren nu precies is. Bestaat het wel als dorp? Het zijn meer plukjes bebouwing aan de rand van het Hertogenwald.  De vorige keer fietste ik over één van de langste fietspaden over oude spoorwegtracé’s, nu kom ik

Bij het centrum van Raeren

dwars door het dorp. Net als in Eupen wordt hier duits gesproken. De helft van de bevolking van dit dorp heeft de Duitse nationaliteit. De grootste politieke partij in de gemeenteraad heet Mit Uns. 

Ik kom iedere keer weer door een kern aan bebouwing, passeer zelfs een plek die als centrum wordt aangeduid, maar waar je niet kunt fietsen vanwege asfalteringswerkzaamheden, fiets aan de oostzijde het dorp weer uit en blijk opeens door Duitsland te fietsen. De grens is hier wel bijzonder diffuus.

Landschap bij Sief

Het landschap golft groen en vriendelijk en ik fiets vrolijk fluitend in noordelijke richting, via de buurtschap Sief. En dan opeens ben ik weer in België, om bij Lichtenbusch Duitsland (en de gemeente Aken) binnen te fietsen. De eerste kilometers zijn nog rustig, maar geleidelijk laat de drukte van de grote stad zich voelen. De stad Aken ligt in een dal, met aanzienlijke snelheid fiets ik de stad binnen waarbij een digitaal snelheidsbord aangeeft dat ik te snel fiets.

Aken staat bekend om zijn Domkerk. Van het historische centrum is als gevolg van de Tweede Wereldoorlog weinig meer overgebleven. Maar als je

Straat en kerk in Burtscheid

een authentiek stuk van Aken wilt zien moet je naar Burtscheid fietsen. Hoog op een heuvel ligt een prachtige abdijkerk, met omringende religieuze bouwwerken. Er wordt geen gemotoriseerd verkeer toegestaan. De stilte zingt je hier toe.

Vanuit Burtscheid kies ik een westelijke route langs het centrum van Aken en kom in Kohlscheid uit. Even verderop ligt Herzogenrath, met aan de ene zijde van de straat huizen in Duitsland en aan de andere kant Nederlandse huizen. De dubbelstad Kerkrade en Herzogenrath profileert zich als Eurode.

Kerkrade

Kerkrade bestaat, net als een groot deel van Zuid-Limburg, uit plukken bebouwing, deels gebouwd rond voormalige kolenmijnen. Er staan mijnwerkershuizen, er is lintbebouwing met soms duidelijk Duitse kenmerken, een deel van de hoogbouw wordt afgebroken.

Kerkrade heeft ook een station: Kerkrade Centrum. Dit is het beginpunt van de regionale trein naar Sittard. Daar stap ik in voor de terugreis naar Delft. De fietsteller heeft er 120 kilometer bij opgeteld.

De plaats die onvindbaar bleek

Op één van de heetste dagen in juni wilde ik vanuit ons vakantieadres Lauenburg naar Buxtehude fietsen.

Buxtehude ligt zo’n 50 kilometer ten westen van Hamburg. En omdat wij 50 km. ten oosten van Hamburg met vakantie waren zou de afstand in theorie

Hamburg Harburg: de haventerreinen krijgen een woonbestemming

ongeveer 100 kilometer bedragen. Maar Duitse fietsroutes zijn nog wel eens wat onlogisch en onvoorspelbaar. Dus volg ik bij voorkeur mijn eigen route.

Bij Hamburg Harburg nam ik de oude spoorbrug over de

Fietsbrug Hamburg Harburg over de Süderelbe

Süderelbe, één van de mooiste fietsbruggen van Duitsland. Daarna wilde ik

de weg over de oude dijk langs de Elbe richting Moorburg volgen. Dat werd een route met hindernissen. Hamburg breidt zijn havengebied uit en overal wordt gegraven, gebouwd of aan de weg gewerkt.

Restanten van de dijk langs de Süderelbe

Fietsers moeten maar raden hoe de weg verder loopt.

Maar het grootste obstakel bleek het opruimen van een bom te zijn. De weg was afgesloten en ik mocht er niet langs. Ik kreeg van een vriendelijke Duitse brandweerman die ook Nederlands sprak een kaart mee. Hij vertelde dat het

Wegversperring wegens bomalarm

opruimen van bommen wekelijks kost was voor de plaatselijke brandweer. Binnen de twee kilometer van de bom mocht ik niet komen, maar als ik om die cirkel heen zou fietsen zou ik mijn bestemming wel kunnen bereiken.

Helaas werd ik desondanks & ondanks mijn omweg opnieuw tegen gehouden. Nu door een groep politieagenten die zeer onaardig waren. Ik vroeg alleen of ze een idee hadden hoe ik mijn weg kon vervolgen, maar daar hadden ze geen boodschap aan hoewel ze verder bijna niets te doen hadden. Ik liet hen de kaart zien en meende dat ik nog buiten het 2 kilometer gebied was, maar dat had ik tegen deze agenten niet moeten zeggen. Ze wilden weten hoe ik wederrechtelijk aan deze kaart was gekomen. Dat ging ik op mijn beurt niet zeggen. Mijn grootvader die nooit over zijn woede over de Duitse inval heen is gekomen zou trots op mij zijn geweest.

Opnieuw waagde ik een poging voor een alternatieve route. Maar 2 kilometer verderop werd ik weer staande gehouden. Ze waren optimistisch. Over twee uur zou de weg vrij worden gegeven. Het leek wel of ik helemaal niet meer verder kon, want ik werd nu omsloten door industrieterreinen en autowegen. Dus ik fietste maar weer terug naar waar ik vandaan gekomen was. Ik heb geen foto’s meer gemaakt want in zo’n grootschalig gebied is iedere menselijke proportie verloren gegaan.

Over stoffige wegen, met naast mij denderend vrachtverkeer fietste ik in de hitte westwaarts. Op sommige stukken was geen fietspad. Ik kwam over een sluis en even een oud stukje waar de bebouwing langs de Elbe nog herkenbaar was en kwam toen op een weg die rechtstreeks naar Hamburg leidde. Dat was niet de bedoeling. Dus maar weer terug.

Toen zag ik opeens een fietser uit de struiken tevoorschijn komen. Het was geen struikrover maar een struikfietser. Of de man had ter plekke wild geplast óf er was een fietspad. Er bleek een smal fietspaadje te zijn, richting Moorburg. Helaas raakte ik al snel weer het pad bijster, ik strandde op een autoweg.

Een nieuwe poging over een met kinderhoofdjes geplaveide weg bracht mij in de goede richting. Het was een oude weg en aan de bomen en hekken te zien had deze weg ooit agrarische betekenis. Maar het was nu alleen nog maar industrie. De weg naast mij ging geleidelijk omhoog, maar voor fietsers was er geen alternatief. Mijn weg eindigde roemloos bij de veerpont naar Hamburg, waar ik niet wilde zijn. De weg die omhoog ging bleek de

Veer naar Hamburg en de Kohlbrandtbrücke

Kohlbrandtbrücke te zijn, een brug met een lengte van meer dan drie kilometer en een hoogte van 53 meter boven het waterpeil. En verboden voor fietsers.

Nóg een poging. Terug in de hitte naar de voorgaande kruising en dan moedig zuidwaarts (ik was te

Naderend onweer in een tuinstad van Harburg

noordelijk uitgekomen). Over een slecht geplaveide weg temidden van allerlei bouwwerken in ontmanteling dan wel in aanbouw leek het de goede kant uit te gaan. Totdat ik strandde bij een autoweg. Ik overwoog nog om over de vluchtstrook te gaan fietsen, maar als er geen noodzaak is moet je dat niet doen. In ieder geval: als Moorburg niet ondertussen geplet was door industrie en autowegen moest het ergens verderop liggen.

Hoewel ik Moorburg niet had gezien hield ik het voor gezien. Ik besloot een alternatieve route richting Buxtehude te nemen. Ik fietste door een tuindorp bij Harburg en daar barstte een daverend onweer los. Te gevaarlijk om verder te fietsen. De duitse Donnerwetterradar gaf aan dat het wel twee uur zou duren. Ik haastte mij naar een station en nam de trein terug naar Lauenburg.

Zacht fietspad

Van je fiets storten is vaak pijnlijk. Daar hebben ze in Duitsland iets op gevonden. Een zacht fietspad.

Ik trof het aan in Hamburg Harburg, een deel van de stad dat ten zuiden van de Elbe ligt.

Het fietsbeleid is er inconsequent. Soms een stukje prima fietspad en dan opeens weer een hobbelig pad waar het moeizaam fietsen is, meerdere keren oversteken, soms is het fietspad zoek en soms moet je je ook gewoon tussen de auto’s begeven. Wat dat betreft hebben de Duitse steden en de Belgische steden veel overeenkomsten.

Maar in ieder geval: op deze ingewikkelde kruising hadden de wegbeheerders iets bedacht voor het geval je als fietser ten val zou komen. Een opvallend rood fietspad, gemaakt van rubber.

Kan dat dan niet overal? Nee, dat kan ik niet aanraden. Het pad veroorzaakt veel weerstand: het trapt behoorlijk zwaar….

Nu nog de auto's in rubber omhullen. Want een aanrijding met een rijdende auto komt minstens zo hard aan als een val op het asfalt.

Elberadweg (4)

Toen ik in 1990 in Boizenburg was zat het verkeer helemaal vast. Tegenwoordig is het veel rustiger in de plaats. Een nieuwe rondweg leidt het verkeer om Boizenburg heen.

Als je aan de westkant Boizenburg uit wilt fietsen moet je flink klimmen. Hier ligt weer een hoog rivierduin. Je hebt er tegenwoordig wel een mooi zicht op Boizenburg en op de Elbe. In de DDR-tijd was dit nog verboden gebied: de wereld hield direct ten westen van Boizenburg op.

Er heeft in dit gebied ook een invasie plaatsgevonden. Het bos kent een grote mate van teken-dichtheid. Het is zelfs zó erg dat de huisartsen een speciaal telenspreekuur houden. Later – als we thuis zijn – treffen we twee teken aan die zich op een warm plekje op het lijf ingegraven hebben.

Voormalige grenspost tussen DDR en BDR bij Boizenburg

Bovenop de heuvel ligt een voormalige grenspost waar nu een café-restaurant in gevestigd is. Je kunt er de geschiedenis van de grens in deze omgeving bestuderen.

Na de heuvel gaat de weg weer naar beneden. Dit is het stroomgebied van een riviertje dat zijn oorprong

Dorpsbeeld onderweg van Boizenburg naar Lauenburg

vindt in de schilderachtige Lauenburgische Seeen.  Dat riviertje is bijna onvindbaar omdat hier later het Elbe-Lübeck-Kanal werd gegraven, die de scheepvaart vanuit de Elbe naar de Oostzee mogelijk maakte. Bij Lauenburg bevinden zich de oudste sluizen van Europa.

Het vlakke land bij Lauenburg

De ontwikkeling van deze vlakke streek heeft decennia lang stil gelegen. Het was immers Sperrgebiet: het grensgebied tussen de DDR en West-Duitsland. We komen door een aantal verstilde dorpjes. Een paar huizen, een paar boerderijen, een brievenbus. Geen winkel, geen café, slechts één maal

Elbe Lübeckkanaal bij Lauenburg

een kerkje. Een plaatselijke hond raakt helemaal van slag: er zijn vreemden gesignaleerd.

Uiteindelijk komen we weer bij de grote weg uit. Hier staat – ver buiten de bewoonde wereld – een centrum voor asielzoekers. Mensen uit allerlei landen zitten langs de weg, hebben boodschappen gedaan bij de Aldi van Lauenburg of proberen om te fietsen. Een aantal kinderen is aan het voetballen.

Vervolgens kruisen we het kanaal dat de Elbe met Lübeck verbindt. De nieuwe stad van Lauenburg ligt op de bijna 70 meter hoge Steilufer.  Wij hoeven niet te klimmen. Met een wijde bocht volgen we het kanaal en fietsen dan de historische binnenstad van Lauenburg binnen. De kilometerteller heeft er bijna 80 kilometer bij opgeteld.

Ochtendwandeling

In onze vakantie konden we kiezen tussen het zitten aan de vóórzijde of aan de achterzijde van ons huis.

Aan de achterkant hadden we een prachtig zicht op de Elbe. Aan de voorzijde wandelden de toeristen of hobbelden de fietsers van de Elberadweg over de kinderhoofdjes.

De toeristen hadden een hoog 65 plus gehalte. Daar wil ik verder niet over oordelen, dat overkomt je. Wij zijn ook 65-plus, dus we kunnen het weten.

Op een ochtend zagen we dit echtpaar. Ik neem tenminste aan dat het een echtpaar is. Ze zagen er op zijn paasbest uit, en beiden hadden een hoed op en een paraplu bij zich. Je weet immers maar nooit.

Bij ieder huis bleven ze even staan en lazen de tekst op het bord. Bijna alle huizen hebben namelijk een bord dat verwijst naar de geschiedenis. Er valt dus heel wat te lezen. Daarna stapte hij als eerste weer weg naar het volgende bord en daarna volgde zij. Dan wees hij weer op het bord en zij ging lezen.

Ze waren mooi op elkaar ingesteld. De rollen waren duidelijk. En ze leefden vast lang en gelukkig.