Oostende

Het oorspronkelijke dorp Oostende was een niet ommuurde plaats die wel tal van handelsprivileges bezat. Helaas gooide de zee roet in het eten. In de 13e eeuw verdween de plaats in de woelige baren van de Noordzee. Een eind meer zuidwaarts werd een nieuwe nederzetting gebouwd. 
Het centrum van Oostende met links twee panden (één wit en één geel) uit de Belle Epoque-periode

Daarna volgden tal van knokpartijen. Na de Slag bij Nieuwpoort, die zoals we allemaal weten in 1600 plaats vond, was Oostende de laatste protestantse enclave in de zuidelijke Nederlanden. Na een driejarig beleg gaf de stad zich over en werden de protestanten gevangen genomen of verjaagd. De stad lag in puin en de polders waren onder water gelopen. Je zou zeggen: hoogste tijd om te emigreren.

Achter de grote winkelstraat vind je meer ‘verrommelde’ straten

In 1706 werd de stad bestookt door de Engelse vloot en vervolgens in bezit genomen door de Habsburgse monarchie (Oostenrijk).

Daarna kwamen de Fransen weer terug onder leiding van Napoleon. In 1815 werd Oostende een Nederlandse havenstad, maar de prioriteit van de overheid lag bij de grote havens van Amsterdam en Rotterdam. Het wilde dus allemaal niet echt vlotten.

De groei kwam pas na 1836 toen er een rechtstreekse treinverbinding was aangelegd tussen Keulen en Oostende met een veerverbinding naar Engeland.

Koninkijke Gaanderij langs het strand

Nu stond Oostende op de kaart. Koning Leopold II vond het een prachtige plek en bouwde er o.a. de Koninklijke Gaanderijen. Oostende werd de meest luxa badplaats aan de Noordzee. Echter, zowel de Eerste Wereldoorlog als de Tweede Wereldoorlog leidden tot grote verwoestingen waardoor honderden prachtige gebouwen uit de Belle Epoque een loodje legden.

Vanuit het centrum vaart een (gratis) veerpont naar de overzijde. Hier zicht vanaf de pont op de ‘oude’ stad.

Na de Duitse bezetting ging de afbraak verder. De stad probeerde door toerisme extra inkomsten te verwerven. Opnieuw werden honderden huizen afgebroken en vervangen door betonnen en fantasieloze hoogbouw. In de zomers werd de stad – met destijds ruim 50.000 inwoners – bevolkt door zo’n 400.000 bewoners.

Door het vertrek van de veerdiensten naar Engeland is de stad zijn internationale karakter grotendeels kwijt geraakt. De grote haven aan de kust is Zeebrugge, met meer naar het zuiden Duinkerken (net over de grens met Frankrijk).

Het centrum gezien vanuit ‘ons ‘ appartement

Omdat Oostende excentrisch ligt is er weinig industrie. Wel viel ons een bijna tien kilometer lange strook met bedrijventerreinen op aan de oostzijde van de stad. Maar verder is het land achter de kuststrook opvallend leeg.

Inmiddels telt Oostende zo’n 70.000 inwoners. Een kwart van de bevolking heeft een niet-westerse achtergrond. Van de jongeren in de stad is een kwart werkloos. Dat zijn geen mooie cijfers.

Ons viel op dat een groot deel van het leven in Oostende na 20 uur ’s avonds stil viel. Alleen in het weekend was er wat meer gedruis op straat.

Wat de architectuur betreft: bijna alle panden uit de Belle Epoque periode zijn inderdaad verwoest of afgebroken. Maar tussen al die kale betonnen nieuwbouw door zie je toch nog tal van oude panden. Een kwestie van langzaam slenteren en regelmatig naar boven kijken. 

De Belgische kust

Opeens zaten wij een week aan de Belgische kust. Dat had ik dus nooit gedacht. Want als er in mijn ogen érgens de natuur over grote afstand grondig verpest is, dan is dat langs de Belgische kust. 
Uitzicht vanuit ons huurappartement

Volgens schrijver Bob den Uyl is het mogelijk om met een plank vanaf de Nederlandse grens bij Knokke zonder de grond te raken tot aan de grens met Frankrijk bij De Panne te komen. Je legt gewoon die plank van flatgebouw naar flatgebouw. Ik had geen plank bij me, dus ik heb het niet geprobeerd. Ik heb ook ontdekt die het niet helemaal waar is. Er zijn een paar onbebouwde stukjes kust, o.a. bij Bredene, dat aan de zuidzijde grenst aan Oostende.

Wat wel mogelijk is, is om voor 1,60 euro met het OV vanaf (bijna) de Nederlandse grens (in Knokke) naar (bijna) de Franse grens (bij De Panne) te reizen. Dat doe je met de Kusttram, met zijn 70 kilometer lengte bijna de langste tramlijn van de wereld. Je kunt die reis trouwens ook met YouTube maken, dan zie je vanaf de bank de hele Belgische kust panoramisch aan je oog voorbij trekken.

Soms rijdt de Kusttram bijna over het strand, zoals tussen Oostende en Middelkerke

Wij zaten zes dagen in Oostende. Van daaruit fietsten we zowel (even) Frankrijk in als even Nederland in. De Belgische kust is nog geen 80 kilometer lang. Langs de kust staat een muur van vele tientallen kilometers aan hoge flatgebouwen, pal langs het strand, met daar achter een even hoge muur aan hoge flatgebouwen op de tweede rang. Om die flats te kunnen bouwen zijn de duinen platgeslagen. En achter die hoogbouw bevinden zich de oorspronkelijke dorpen.

Een muur van hoogbouw. Dit is het dorp Middelkerke, met 15.000 inwoners

Oostende blijkt – tegen het beeld in van wat ik van de stad had onthouden – een dynamische stad te zijn. Niet veel groter dan Den Helder, maar met een grootstedelijke allure. Die komt o.a. tot uiting in de hoogbouw (tot 105 meter hoog) en de Koninklijke gebouwen het het Casino langs het strand. Maar als havenstad stelt Oostende nauwelijks meer iets voor. Vroeger was het hier een drukte van belang vanwege de veerboten naar Engeland, maar die zijn allemaal gesneuveld in de concurrentiestrijd met de Kanaaltunnel.

Oostende werd in de jaren ’41 tot ’44 voor een groot deel afgebroken, vanwege de Atlantikwall. Overal vind je nog Duitse bunkers. Na de oorlog deden project-ontwikkelaars er nog een schepje bovenop. Van de duizenden gebouwen in Jugendstil en Art Deco zijn er nog maar enkele tientallen over gebleven.

Het strand van Oostende is ook een bijzonderheid. Het is hier verbonden te zwemmen. Dat mag alleen in juli en augustus onder toezicht. Heb ik voor niets mijn zwembroek mee genomen...