Ontwikkeling en verstoring van het ik (3)

De belangrijkste en meest ingewikkelde emotionele opdracht voor de peuter is om los te komen van zijn moeder. De belangrijkste emotionele opdracht voor de kleuter is om te komen tot een verdere uitbouw van zijn eigen ik, zijn ego. 

Voor de peuter (rond de twee jaar) liggen de bouwstenen van dat ego al klaar, maar het is allemaal erg weinig georganiseerd. Daardoor weet de (jonge) peuter vooral wat hij niet wil.

De kleuter gaat meer plannen maken, bedenken wat hij wél wil en ook ziet hij zichzelf meer als een persoon los van andere personen, met een eigen identiteit.

Er zijn echter mensen die stagneren in hun emotionele ontwikkeling. Dat kan in alle fasen van de ontwikkeling gebeuren, ook al vóór de kleuterperiode en zelfs al in de babytijd. Deze serie gaat er over wat er gebeurt als iemand in de kleuterfase emotioneel stagneert.

Stagnatie en blokkade

Mensen die in de kleuterperiode emotioneel stagneren kunnen vaak in cognitief opzicht goed mee komen.  Bij een blokkade in de sociaal-emotionele leeftijd is het beeld ernstiger, dan zie je op deze leeftijd al allerlei gevolgen op verschillende terreinen van de ontwikkeling, zowel lichamelijk als psychisch en in verstandelijk opzicht.

Bij een stagnatie van de emotionele ontwikkeling merk je in de eerste 15 levensjaren vaak niet zoveel aan het kind. De kwetsbaarheid komt vooral tot uiting als het op eigen benen moet gaan staan. En dan extra als de persoon veel stress ervaart. De zogenaamde 'coping mechanismen' (manieren om met problemen om te gaan) functioneren onvoldoende.

Kenmerken van een gestagneerde ontwikkeling in de eerste identificatiefase

Deze gestagneerde ontwikkeling kan (o.a.) leiden tot de volgende kenmerken) :

1. Afhankelijk zijn van goedkeuring door belangrijke anderen en zeer gevoelig zijn voor (vermeende) afwijzing.  De onzekerheid is zó groot dat er voortdurend bevestiging moet worden gegeven. Iedere keer weer wil men weten of het wel goed gaat. Als iemand geen waardering uitspreekt leidt dat tot onzekerheid. n worden ze onzeker. Dat maakt hen in zekere zin ‘verslaafd’ aan uitgesproken waardering door anderen.

2. Faalangst: uit het voorgaande valt af te leiden dat ook faalangst erg voor de hand ligt. Het vertrouwen in het eigen ik is onvoldoende ontwikkeld. Maar faalangst wordt vaak gecamoufleerd door ‘stoer’ gedrag, door de suggestie alles aan te kunnen. Als de faalangst overheersend wordt liggen zowel fobieën als het ontwikkelen van een depressie op de loer.

3. Egocentrisch denken en handelen: de peuter bekijkt de wereld vanuit zijn eigen perspectief. Als iemand stagneert in ontwikkeling in de eerste identificatiefase blijft dat een zwak punt. Wat de persoon zo ziet ‘moet’ de ander ook zo zijn.

Kenmerkend is een zin als “Iedereen is het met mij eens dat.” Of: “We zijn het er allemaal over eens dat…” Dat kan natuurlijk zo zijn, maar kenmerkend voor egocentrisch denken is dat het niet gecheckt wordt.

4. Autoriteitsconflicten: een kleuter vecht (net als de peuter) voor zijn eigen autonomie. Hij heeft al snel het gevoel dat anderen de baas over hem spelen. De angst die daar achter ligt is de angst voor controleverlies. Dat zien we ook bij deze mensen. Ze hebben het gevoel in verzet te moeten komen als er van hoger hand iets wordt beslist. “Ik kan niet tegen onrecht” hoor je hen vaak zeggen. Ze voelen zich heel snel opzij geschoven. De moeite met alles wat naar autoriteit riekt is regelmatig de oorzaak van arbeidsconflicten.

(wordt vervolgd)

Auteur: henk50

Ik ben orthopedagoog/GZ-psycholoog. Vanaf 1975 heb ik gewerkt in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog. Omdat ik zo lang in 'de zorg' heb gewerkt heb ik veel zogenaamde casuïstiek ter beschikking. Soms gebruik ik voorbeelden uit de dagelijkse praktijk op mijn weblog, maar de beschrijvingen zijn altijd vermengd met andere -vaak gedateerde - verhalen. Er komen dus geen één-op-één verhalen voor. Dat zou ook niet mogen vanwege het beroepsgeheim. De namen die ik gebruik zijn altijd gefingeerd. De pedagogische en psychologische voorbeelden hebben dus wel enig waarheidsgehalte, maar ze hebben de pretentie om toch onherkenbaar te zijn. Mocht de lezer toch iemand herkennen, dan is dat waarschijnlijk toeval. Een enkele keer zijn voorbeelden van dialogen geheel gefingeerd. Uit de privésituatie wordt slechts zeer beperkt iets vermeld, waarbij ik met name zorgvuldig om ga met fotomateriaal. De namen van mensen die reageren worden nooit door mij doorgegeven aan derden, ze blijven in mijn afgesloten Wordpress-domein.

3 gedachten over “Ontwikkeling en verstoring van het ik (3)”

  1. Inderdaad lees ik wel dat het in deze serie gaat om een combinatie van kenmerken.
    Faalangst triggerde me omdat dat bij de opvoeding nogal wat aandacht heeft gevraagd.
    Het gaat om heel intelligente kinderen, dat is een juist vermoeden.
    Ik heb de indruk dat een hang naar perfectionisme daarbij een rol speelt.

  2. Ik vind dit een interessant stuk! Wat je schrijft over faalangst: ik heb sterk de indruk dat een gevoeligheid voor faalangst in de familie kan zitten, dat er een aanleg voor kan bestaan. Misschien ook ontwikkelen kinderen dit gemakkelijker als ook ouders er last van hebben (gehad).
    We hebben dat in elk geval bij onze kinderen gezien. En als ik dit stuk lees: ik denk niet dat er bij hen sprake was van een ernstig gestagneerde ontwikkeling in de eerste identificatiefase. Ik voeg ernstig toe omdat je denk ik moeilijk kunt zeggen dat iets perfect is verlopen in welke fase dan ook.
    Overigens is het met onze kinderen wel goed gekomen en zie ik hen als echt volwassen geworden mensen.
    Waarbij ik besef dat iedereen valkuilen heeft, en in perioden van bijvoorbeeld langdurige stress kan ‘terugvallen’ in een bepaalde fase van het kind zijn. Dat heb ik ook bij mezelf wel zo nu en dan opgemerkt.

    1. @ Trijntje: faalangst is nog eem heel apart onderwerp. Opmerkelijk is bijv. dat het best veel voor komt bij heel intelligente kinderen. Let in deze serie vooral op de combinatie van kenmerken (er volgt nog een hele rij). Daaraan moet je denken bij de geblokkeerde sociaal-emotionel ontwikkeling tussen 3 en 7 jaar.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: