Affectfobie (3)

Er zijn gevoelens die voor een kind zó taboe waren dat ze afgeweerd worden en daarmee op den duur ook niet meer herkenbaar zijn.

Veel mensen hadden moeite met mevrouw De Jong. Zij was erg claimend. Ook op feestdagen (als haar familie op bezoek was) wilde ze toch aandacht. Later bleek dat mevrouw De Jong als kind naar een pleeggezin was geplaatst omdat haar moeder niet tegen haar vrolijk drukke gedrag kon. Ze had verdrietig moeten zijn om haar overleden zusje. Eigenlijk werd ook zij als kind niet gezien. En nu eiste mevrouw De Jong alle aandacht op. De emotionele pijn zit waarschijnlijk in het zich schuldig voelen vanwege de verwijten van haar moeder. Misschien ook in de boosheid dat ze uit huis werd geplaatst. De afweer zit ook bij mevrouw De Jong is het eisende gedrag. Ze is bang dat ze er niet mag zijn en nu wil ze alle aandacht zodat ze op die manier alsnog gezien wordt.

Personendriehoek

Mc Cullough ontwikkelde in dit kader ook een personendriehoek. De personen uit het verleden zijn bepalend voor de manier waarop iemand in het heden met anderen om gaat. Daarom schrijft ze in het kader van de therapie ook voor dat de mensen van vroeger ‘in beeld’ zijn.

Hoe was het gezin waar in je opgegroeid bent? Welke broers en zussen, en hoe waren die contacten? Hoe waren de relaties met de rest van de familie? Hoe wordt er gesproken over vroegere vrienden, over onderwijzers, over de kerk enzovoorts. De wijze waarop je als kind tegenover belangrijke anderen stond bepaalt voor een aanzienlijk deel hoe je nu met andere mensen in je omgeving om gaat.

Peter had een moeder die alles in de gaten hield. Hij had voortdurend het gevoel dat hij geen kant uit kon. Als het niet precies ging zoals zijn moeder in haar hoofd had werd ze erg boos. Om te voorkomen dat zijn moeder boos werd probeerde hij het haar zoveel mogelijk naar de zin te maken. En verder had hij nog een andere strategie ontwikkeld: hij maakte zichzelf onzichtbaar en ging vooral zijn eigen gang. De remming zit bij Peter in het gevoel dat hij het nooit goed genoeg kan doen. Daarop heeft hij een disadaptieve reactie ontwikkeld: hij duikt onder. Een andere vorm van afweer is dat hij zich voortdurend gecontroleerd voelt. Daardoor reageert hij heftig op mensen waarvan hij het gevoel heeft dat ze een oordeel over hem kunnen hebben. Dat leidt regelmatig tot conflicten met zijn baas, sommige collega’s en familieleden.

De reden waarom Peter zo gevoelig is voor reacties uit de omgeving is hij zich eigenlijk niet bewust. Hij weet dat hij ‘allergisch’ reageerde op zijn moeder. Maar hij had geen enkel idee dat dat ook in andere relaties een rol speelde.

Hoe was het vroeger en hoe is het nu?

De therapeut roept tijdens de behandeling deze gevoelens in een veilige context opnieuw op. Wat taboe was geworden moet nu opnieuw boven komen. Wat gebeurde er precies thuis? Welke gevoel riep dat op? (ik doe het altijd verkeerd, ze ziet ook alles, ik heb er toch geen invloed op). Hoe was het gedrag in de thuissituatie? (erg zijn best doen, proberen het zijn moeder naar de zin te maken, veel zijn eigen gang gaan). 

Is dat allemaal herkenbaar in de situatie van het hier-en-nu? Door vooral in te zoomen op de oplossing wordt voorkomen dat er een herhaling van zetten ontstaat. Die herhaling zou bijvoorbeeld kunnen zitten in het zich slachtoffer voelen (‘ik kon niks doen tegen mijn moeder, ik kan niks doen tegen mijn baas’).  

Een passende reactie van de therapeut is: “Als kind wist u zich geen raad met de situatie. U wilde uw moeder niet boos zien en daarom deed u erg uw best. Maar dat was niet vol te houden. Daarom ging u ook vaak uw eigen gang. Maar nu bent u volwassen en hebt ú de regie. Het kan best zijn dat u correcties van mensen vervelend vindt, maar ze zijn uw moeder niet. U kunt leren om er op een bij u passende manier mee om te gaan. Kunt u een voorbeeld bedenken wat er in uw omgeving gebeurt? Wat voor gevoel roept dat bij u op? En hoe zou u zó kunnen reageren dat u het gevoel hebt zelf invloed te hebben op uw situatie?”

NB: deze snelle 'scan' van de affectfobie en de mogelijke behandeling met AFT (AffectFobieTherapie) heb ik ontleend aan een artikel van Quin van Dam en Marc Hamburger in het Tijdschrift voor Psychotherapie, 2014 (40). 

Auteur: henk50

Ik ben orthopedagoog/GZ-psycholoog. Vanaf 1975 heb ik gewerkt in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Schrijven is een hobby en een ontspanning voor mij, vandaar dat ik het niet kan laten om dagelijks iets te schrijven, meestal ook op mijn weblog. Omdat ik zo lang in 'de zorg' heb gewerkt heb ik veel zogenaamde casuïstiek ter beschikking. Soms gebruik ik voorbeelden uit de dagelijkse praktijk op mijn weblog, maar de beschrijvingen zijn altijd vermengd met andere -vaak gedateerde - verhalen. Er komen dus geen één-op-één verhalen voor. Dat zou ook niet mogen vanwege het beroepsgeheim. De namen die ik gebruik zijn altijd gefingeerd. De pedagogische en psychologische voorbeelden hebben dus wel enig waarheidsgehalte, maar ze hebben de pretentie om toch onherkenbaar te zijn. Mocht de lezer toch iemand herkennen, dan is dat waarschijnlijk toeval. Een enkele keer zijn voorbeelden van dialogen geheel gefingeerd. Uit de privésituatie wordt slechts zeer beperkt iets vermeld, waarbij ik met name zorgvuldig om ga met fotomateriaal. De namen van mensen die reageren worden nooit door mij doorgegeven aan derden, ze blijven in mijn afgesloten Wordpress-domein.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: