Splitting (3)

Marjanne heeft een begeleidster die op een voetstuk wordt gezet (Sanne) én ze heeft een begeleidster die het niet goed kan doen (Dorien). 

Soms zie je dit verschijnsel ook bij opvoeders. Het ene kind wordt op een voetstuk gezet, het andere is per definitie de zondebok. Wat er dan gebeurt is dan een ouder kennelijk niet in staat is om in grijsdenken te denken en te voelen. Elk kind roept pretttige dingen op, maar kan jou ook confronteren met vervelende herinneringen.

Stel dat het gedrag van je dochter je aan je moeder doet denken en je hebt negatieve herinneringen aan je moeder en misschien zelfs wel elk contact met haar verbroken: loopt er opeens een kopie van je moeder door het huis... 

Een ouder hoort volwassen genoeg te zijn om hier over na te kunnen denken en in te zien dat je dan de boosheid op je moeder projecteert op je kind. Helaas zijn tal van ouders daar niet toe in staat. En zeker niet als ze een stevig emotioneel rugzakje met zich meedragen dat hun sociale en emotionele ontwikkeling heeft belemmerd. Je krijgt dan eigenlijk een kind dat een kind moet opvoeden.

Projectieve identificatie

Het gedrag van Marjanne wordt in de literatuur wel beschreven als projectieve identificatie. De term werd voor het eerst beschreven door psycho-analytica Melanie Klein (1946). Het gaat er om dat het zelf en de ander worden opgeplitst in goede en slechte delen. De slechte delen worden niet verdrongen, ze worden geparkeerd. Werkt Sanne, dan worden de slechte herinneringen op de parkeerplaats gezet. Werkt Dorien, dan komen de slechte herinneringen opeens als een duveltje uit een doosje tevoorschijn.

Het betekent dus niet (zoals veel te vaak wordt gedacht) dat Dorien haar werk niet goed doet en dat Sanne daarentegen een heel goede begeleider is. Als je ‘zo’ denkt doe je mee in het systeem van de splitting.

Bij projectieve identificatie ontstaat altijd tegenoverdracht: het gedrag doet iets met jou. Zoals bij Dorien, die zich na een dienst door Marjanne leeggezogen voelt. Eigenlijk voelt ze zichzelf uiteindelijk misschien wel net zo slecht als hoe Marjanne zichzelf eigenlijk voelt.

Psycho-educatie

Wat is er nodig? “Als de dynamiek van het splitten niet verdragen en begrepen wordt leidt dit tot spanningen tussen opvoeders en conflicten binnen het team” (Van Gael, 2007).

  1. In de eerste plaats psycho-educatie voor begeleiders. Ze moeten kunnen en leren begrijpen welke processen hier een rol spelen.
  2. Het tweede is dat Dorien zich gesteund moet voelen door het team. Collega’s moeten Dorien laten ervaren dat ze empathisch zijn en begrijpen dat het moeilijk is om in zo’n situatie het hoofd boevn water te houden.
  3. Daarnaast moeten begeleiders uit het oordeel stappen. De boodschap is dus niet dat zij misschien niet consequent genoeg is, niet communicatief genoeg, ‘het niet goed doet’, maar de boodschap is dat ‘de zwarte Piet’ past in het verhaal van Marjanne. Collega’s moeten ook beseffen dat zij net zo goed de zwarte Piet hadden kunnen zijn of alsnog kunnen worden.
  4. Hoewel het extra haar best doen door Dorien leidde tot meer probleem-gedrag bij Marjanne ligt hier toch een ingang voor contact. Wel is het zo dat eerst de emotionele lading er af moet (een lage expressed emotion). De optimale houding is: ‘dit gaan we doen, je ziet maar wat je er van vindt’.
  5. Daarnaast zou begeleider Sanne kunnen inzetten op bijvoorbeeld het benoemen van negatieve gevoelens van Marjanne. “Ik heb begrepen dat je gisteren boos was weggelopen. Wat was er gebeurd?” Daarmee wordt het voor Marjanne meer gewoon dat ze niet meer een mooi plaatje van zichzelf hoeft op te houden bij Sanne.
Twintig, dertig, veertig jaar levensverhaal laten zich niet wegpoetsen door begeleiders die komen en gaan. Het is wel mogelijk om af en toe een steentje bij te dragen zodat de wereld misschien iets minder zwart-wit wordt.

Zondebok

In het indrukwekkende en verbijsterende eerste deel van de documentaire 'De kinderen van Ruinerwold' (volgende week woensdag komt het nóg meer verbijsterende tweede deel) komt het thema 'zondebok' meerdere malen voor.

De term ‘zondebok’ komt uit het Oude Testament. Een bok stond symbool voor de zonden van het volk en werd de woestijn ingestuurd. In de moderne samenleving kennen we ook zondebokken. Dat kunnen collectieve zondebokken zijn (een berucht voorbeeld: de Joden onder Hitler), maar ook zondebokken binnen het gezin.

In het gezin van de in de boerderij opgesloten familie in Ruinerwold was de oudste zoon de zondebok. Hij mocht geen contact meer hebben met de andere (acht) kinderen en moest buiten in het hondenhok slapen.

In mijn vriendenkring heb ik een iets mildere maar ook in psychologisch opzicht verpletterende situatie meegemaakt waar ik zelfs als buitenstaander langdurig mee geworsteld heb. Deze man mocht geen contact meer hebben met zijn broers en zussen en werd buitengesloten. Net zoals bij de familie in Ruinerwold was het de vader die zijn zoon buitensloot. De moeder ondernam niets.

De functie van zondebok zie je vooral in disfunctionele gezinnen. Eén van de kinderen moet als verklaring dienen voor de spanningen binnen het gezin. Die persoon wordt de emotionele woestijn ingestuurd. De andere kinderen mochten ook geen contact meer hebben met hun zus.

In feite is het aanwijzen van een zondebok een vorm van projectie. De eigen onbewuste en ongewenste gedachten (bijvoorbeeld jaloezie, frustratie en agressie)  worden ontkend en geprojecteerd op de zondebok. Omdat de eigen emoties oncontroleerbaar of niet te verdragen zijn moet een ander boeten.

Er zijn psychologen die een verband leggen tussen persoonlijkheidsstoornissen en de behoefte om een zondebok aan te wijzen. Het gedrag zou zich met name voordoen bij mensen met kenmerken van borderline-problematiek  en bij mensen met narcistische  of  paranoïde trekken.  

Bij moeders met borderline-problemen is het vaak de vader (de ex) die de rol van zondebok vervult. Koste wat het kost wil de moeder voorkomen dat de kinderen nog contact met hun vader hebben. Als één van de kinderen als zondebok functioneert zie je vaak splitting optreden (ook een vorm van controle). Het ene kind is de lieveling, het andere kind functioneert als zondebok. 

Zondebok

Van oorsprong komt de term zondebok uit het Oude Testament. Het was de bok die de woestijn in werd gestuurd als symbool van de zonden van het volk (Leviticus 16).

Tegenwoordig is de ‘zondebok’ vooral een term die bekend is vanuit de psychologie en de sociologie. Wat dat laatste betreft: in iedere samenleving betalen zondebokken de prijs voor de collectieve agressie binnen de samenleving.  Een berucht voorbeeld was de positie van de Joden  onder Adolf Hitler.  Maar ook onze samenleving kent zijn collectieve zondebokken.

In de psychologie  is de term ‘zondebok’ vooral bekend vanuit de gezinstherapie. In disfunctionele gezinnen  fungeert één van de kinderen vaak als de zondebok. Hij of zij moet boeten voor de spanning die er in het gezin heerst. Een voorbeeld is een gezin waar waarbij één van de kinderen als de grote veroorzaker werd gezien van alle ellende die er in het gezin was. De vader zag haar als de oorzaak van alle problemen en alle kinderen volgden de opvatting van hun vader. Ze werd letterlijk als zondebok de emotionele woestijn ingestuurd. De andere kinderen mochten ook geen contact meer hebben met hun zus.

In feite is het aanwijzen van een zondebok een vorm van projectie. De eigen onbewuste en ongewenste gedachten (bijvoorbeeld jaloezie, frustratie en agressie)  worden ontkend en geprojecteerd op de zondebok. Zoals Marieke  die haar zus verwijt dat ze alles wil regelen rond haar vader die op leeftijd is gekomen. Ze wantrouwt het bezoek van haar zus aan haar vader. Het gaat zelfs zo ver dat ze haar zus op allerlei manieren zwart maakt. Ze  probeert ook te voorkomen dat haar broer nog contact heeft met deze zus.

In  werkelijkheid is Marieke degene die graag alles wil regelen. Haar hele fysieke houding (samengeknepen handen, kromme tenen) verraadt een enorme behoefte aan controle.  Ze raakt in paniek als ze de situatie niet naar haar hand kan zetten.

Er zijn psychologen die een verband leggen tussen persoonlijkheidsstoornissen en de behoefte om een zondebok aan te wijzen. Het gedrag zou zich met name voordoen bij mensen met kenmerken van borderline-problematiek  en bij mensen met narcistische  of  paranoïde trekken.  Bij moeders met borderline-problemen is het vaak de vader (de ex) die de rol van zondebok vervult. Koste wat het kost wil de moeder voorkomen dat de kinderen nog contact met hun vader hebben.

Of je het zondebok-mechanisme nu koppelt aan bepaalde stoornissen van de persoonlijkheid of aan disfunctionele gezinnen: in ieder geval zijn er eigenlijk alleen maar verliezers. De persoon die de zondebok nodig heeft waardoor hij of zij op deze manier niet emotioneel gezond op kan groeien én de persoon die de emotionele woestijn in wordt gestuurd.