Uitloop in het ziekenhuis

Ik zag dat er naast het ziekenhuis een nieuw appartementencomplex gebouwd wordt. Dat leek me wel wat. Want ik moest mij vervoegen bij het plaatselijke krankenhuis en later op de dag Tineke ook nog eens. Als we naast het ziekenhuis wonen scheelt dat een hoop gedoe.

Je steekt dan zo over. Bovendien is de koffie er gratis en je kunt er ook nog een krant lezen. En je hoort allerlei nieuwtjes. De wachtkamer is een bron van plaatselijk nieuws.

De dokter van Tineke bleek een aanzienlijke uitloop te hebben. Hij werd speciaal vermeld op het videoscherm. Dat had hij ook wel nodig, want zijn foto staat niet bij de dokters van het ziekenhuis. Op deze manier kon hij toch nog wat aan naamsbekendheid en PR doen. Maar ook de uitloop klopte niet, het werd een vrije uitloop. Dus ik wilde hem nog vragen of hij eieren verkocht. Dat zou een band met Tineke kunnen scheppen: zij werd kakelvers in Barneveld geboren.

Van een dokter uit de kerk begreep ik dat de beste artsen altijd uitlopen: ze nemen de tijd voor hun patiënten. Bij die dokter uit de kerk hoop ik nooit terecht te komen, overigens, dat lijkt me geen pretje. Ik wil dus ook niet testen hoe het met zijn uitloop zit.

Dat brengt me op de vraag: als je specialist bent en je ziet bijvoorbeeld in de kerk je patiënten, hoe kijk je dan naar hen? Mijn zwager, die tandarts én kerks was, dacht regelmatig aan passerende gebitten. En dat er de komende week stevig geboord zou moeten worden in de C17 van de dominee, vooral als de preek tegen zou vallen. Uiteindelijk had hij zo ongeveer de hele kerk in behandeling, dus in plaats van aan het gebed dacht hij aan het gebit. 

Met een vertraging van 25 minuten konden we bij dokter Klaas naar binnen. Hij liep uit vanwege de vele botbreuken van het afgelopen weekend. Tsja, dat komt er van: al die mensen die zich op glad ijs hadden begeven. Daardoor liep ons spreekuur uit en konden we niet meer op een overstap met de bus terug naar huis.

Maar de dokter was tevreden over de ontwikkelingen. Op de kop van de schouder is beginnende botgroei te zien. Dat is een goed teken. Er moet wel veel geoefend blijven worden en dat zal flink pijn doen. Gelukkig heeft Tineke een aardige echtgenoot die daar begrip voor heeft en vaak de afwas doet.

Tineke wilde niet verhuizen naar het appartement tegenover het ziekenhuis. Ze is bezig met herstel en ze gaat er geen gewoonte van maken om in het ziekenhuis te belanden. Als het aan haar ligt blijven we dus in ons huis aan de Schie wonen. 

Duits ziekenhuis

De afgelopen tijd wordt er met enige jaloezie gekeken naar de beddencapaciteit in de Duitse ziekenhuizen. Wat is het verschil met de Nederlandse ziekenhuizen?

Inderdaad telt Duitsland aanzienlijk meer ziekenhuisbedden dan Nederland (4,7 per 1.000 inwoners versus 8,3 per 1000 inwoners). Een groot verschil is dat patiënten in Duitsland veel langer in het ziekenhuis liggen, Nederland heeft meer geïnvesteerd in dagbehandeling. In Duitsland liggen vrouwen na een bevalling een week in het ziekenhuis, in Nederland word je geacht om direct na de bevalling weer op de fiets te stappen.

De Nederlandse bevolking betaalt per hoofd van de bevolking iets meer aan de reguliere gezondheidszorg dan de Duitse bevolking. Maar in Duitsland heb je twee typen verzekeringen: er is ook een particuliere verzekering, waarmee je duurdere zorg in kunt kopen.

Unfall in Euskirchen

In februari 2011 werd ik van mijn sokken en mijn Gazelle gereden door een Duitse wegpiraat. Dat gebeurde voor het plaatselijke ziekenhuis in Euskirchen. Mijn voet hing achterstevoren te bungelen aan mijn been. Ik dacht dat dat wel weer hersteld kon worden door er even gips omheen te leggen. Dan had ik voldoende fysieke steun om naar het station te fietsen en met de trein terug naar huis te gaan. Dat bleek wat te optimistisch.

Ik dacht dat ik wel even met een brancard naar het ziekenhuis kon, maar er werd een ambulance uit de kelder van het ziekenhuis getoverd. De rit van twee minuten bleek achteraf 350 euro te kosten. Er werden foto’s gemaakt van mijn been en de Notartz kwam met slecht nieuws. Ik moest direct geopereerd worden. Maar eerst moest ik tekenen dat ik het ziekenhuis niet aansprakelijk zou stellen voor de gevolgen van de operatie. Keus heb je op zo’n moment natuurlijk niet.

Krankenhaus Brühl

Helaas bleek er in het Krankenhaus van Euskirchen geen chirurg aanwezig te zijn die deze operatie uit kon voeren. Daarom werd ik met sirene en zwaailicht vervoerd naar een ziekenhuis in de buurt van Keulen, waar een medisch team klaar stond om mijn been van ijzeren onderdelen te voorzien. De kosten van de ambulance bedroegen weer 350 euro. Kennelijk was dat het instaptarief. Om 23 uur werd ik naar een kamer gebracht in het Krankenhaus. Ik dacht de volgende dag wel naar huis te kunnen, maar dat bleek toch weer wat te optimistisch te zijn.

Het ziekenhuis bij Keulen

Ik deelde de kamer met een man uit Bosnië van wie het been verbrijzeld was als gevolg van een gevalletje dronkenschap. Diezelfde nacht zakte hij met een daverende klap door zijn bed. De nachtzuster kwam langs en wist niet waar een reservebed beschikbaar was. Zijn matras werd op de grond gelegd. Zo kon hij alsnog proberen enige slaap te vatten.

De volgende dag zou mijn buurman geopereerd worden. Hij werd geknipt en geschoren en kreeg pre-medicatie. Daarna werd hij afgevoerd naar de OK. Een uur later was hij weer terug. Het benodigde onderdeel van zijn been bleek nog bij Keulen in een file te staan. Hij was hier zó boos over dat hij met rolstoel het pad verliet en pas ’s avonds laat in kennelijke toestand weer terug kwam in onze kamer. Zijn vrienden legden hem op de grond neer, want er was geen reservebed.

Het personeel van het ziekenhuis was vriendelijk en zorgzaam, maar ook de volgende dag kreeg mijn buurman geen ander bed. De bedden waren in de kelder opgeslagen, maar er was geen bed meer over. De technische dienst kon het bed ook niet maken. Wat ik ook opvallend vond was dat de familie van de buurman het eten bracht en ook schone handdoeken. Dat werd ook aan mij gevraagd, maar ik had geen thuisadres. Tineke zat hoog en droog in de sneeuw in Noorwegen en ik kon moeilijk bij de plaatselijke diaconie aanbellen. De hygiëne in het ziekenhuis was ook niet best. Wij moesten als zieken van hetzelfde toilet en ook dezelfde handdoeken gebruik maken als de vele gasten die mijn buurman de hele dag door ontving.

De daarop volgende dag kwam er een heuse professor naar mijn been kijken. Voorafgaand werd de hele afdeling geschrobd en geboend. De professor had enige aanmerkingen. Zo was een apparaat dat nodig was voor de doorbloeding van mijn been als 36 uur buiten werking.

Ik moest nog een week langer in het ziekenhuis blijven. Zonder TV, want die was stuk en werd niet gerepareerd. Een kleinigheidje natuurlijk, maar zo duurden de dagen wel lang… Aan het eind van de week bleek het carnaval te zijn en zo hoste er een hele vrolijke stoet van de lokale carnavalsvereniging door de gangen van het ziekenhuis.

Met deze ambulance werd ik naar Nederland vervoerd

Nederland

Met de ambulance werd ik na het carnavalsweekend naar Alkmaar gereden. Daar kwam ik in isolatie in het ziekenhuis terecht. Ik kwam immers uit een buitenlands ziekenhuis. Toen ik eenmaal op een ‘gewone’ afdeling terecht kwam wist ik niet wat me overkwam. Wat een goede bedden, wat een luxe met een eigen TV, wat een goede maaltijden.

Maar er waren ook overeenkomsten. Dat waren de verpleegkundigen. Die waren in beide ziekenhuizen even goed en betrokken. 
En ik realiseer me dat het slechts een N = 1 onderzoek is. Op basis van de ervaringen van één persoon...

Twee maal orendokter

Gisteren moest ik mij weer eens melden bij het plaatselijke ziekenhuis dat zichzelf het predikaat 'ouderenvriendelijk' heeft toebedeeld.

Ik moest mij melden bij de KNO-arts. Dat is een dokter die naar je keel, neus en oren kijkt. Gisteren keek hij alleen naar mijn oren. Die zagen er prima uit.

Daarna kreeg ik van hem een uitslag, namelijk van een hoortest. Ik bleek aan slijtage onderhevig te zijn. Dat mag ook wel na 70 jaar. Ik was (vermoedelijk al járen) toe aan een gehoorapparaat. Het lag dus niet aan Tineke dat ik haar niet versta. Ik moet de schuld bij mijzelf leggen, ook als zij maar wat voor zich uit mompelt.

Maar wat voor gehoorapparaat? “Kijk, het is net zo als bij auto’s” zei de KNO-arts. “De één zweert bij een Citroën en de ander bij een Mercedes. Ze rijden allebei prima, maar smaken verschillen.” Ik zei: “Of zoals een Gazelle en een Batavus. Ze rijden allebei prima, maar smaken verschillen.” Je moet bij mij niet over auto’s beginnen, want dan ben je aan het verkeerde adres… De dokter vond het allemaal prima. Tenminste, als ik hem goed verstaan heb.

Opa’s verwachten ze niet op een IVF-afdeling

Daarna moest ik door naar het volgende ziekenhuis. De ouderdom komt met gebreken. Dat ziekenhuis verkeert in een soort van terminale fase. Af en toe loopt er nog iemand rond. Eerst kwam ik op de IVF afdeling terecht. Daar keken ze nogal van mijn komst op. Opa’s verwachten ze niet zo snel op een IVF-afdeling. Ik bleek me in een ander gebouw te moeten vervoegen. Dat verkeerde trouwens ook in deplorabele staat. Evenals de genabuurde kerk: die staat ook leeg te vervallen.

In het ziekenhuis moest ik mij melden op de derde verdieping. Ik viel in deze rustgevende omgeving direct in een diepe slaap. Omdat mijn gehoor niet optimaal is hoorde ik ook niet dat ik omgeroepen werd. Maar gelukkig was ik op tijd wakker om met de dokter achter de gordijnen te verdwijnen.

Een maand geleden was er een stuk uit mijn oor geknipt en het overblijvende deel van mijn oor was nu weer onrustig geworden. Er bleek nog een hechting in verstopt te zitten. Die werd er door de dokter vakkundig uitgepeuterd.

Een jaar geleden werd er door een dokter in mijn arm gesneden. Daarna ging de boel ontsteken. Er bleek nog een hechting in te zitten. Nu dus weer. Dat krijg je kennelijk als je teveel cursus over hechting hebt gegeven. 

Een knoop in mijn oor

Ik was een keer naar de neuroloog verwezen vanwege een chronisch tintelende vinger, waardoor ik soms bijna niet kon schrijven.

Mevrouw de neuroloog meende dat dit verschijnsel onder uit mijn rug kwam. Ik moest mijn kleren uittrekken. Hoewel de helft van de 60-plussers niet elke dag een schone onderbroek aantrekt heb ik vanwege dit voorval besloten om dat elke dag wél te doen en zeker als ik een afspraak heb ik een krankenhuis.

Henk 50 Corona-proof en zonnebrand-proof

Vandaag moest ik naar het plaatselijke krankenhuis om een oneffenheid weg te werken. Dat is al vaker gebeurd: mijn huid is brandgevaarlijk. Daarom pas ik mijn uiterlijk ook aan als ik bij zonnig weer op de fiets stap.

Deze keer was mijn oor aan de beurt. Ik dacht dat ik in de stoel op de kamer van de dokter plaats kon nemen, maar ik belandde op een heuse OK met zusters die corona-proof waren ingepakt. De dokter vroeg naar mijn geboortedatum en in welk oor er gesneden moest worden. Mijn informatie bleek te kloppen met haar informatie. Dus de dokter kon aan de gang gaan.

De helft van de zestigplussers trekt niet dagelijks een schone onderbroek aan

Eerst werd ik ingepakt en kreeg ik een laken over mijn hoofd. Daarna kreeg ik vier prikken in mijn oor (schelp). Vervolgens had ik een doof oor: ik voelde er niets meer van. Voor dat dove oor heb ik over twee weken een afspraak met de KNO-arts. Ik had nog als voorstel om mij een plastic oor aan te naaien met een ingebouwd gehoorapparaat. Twee vliegen in één klap.

De dokter legde alles keurig uit en na tien minuten was de ingreep voltooid. Er werden hechtingen aangebracht in het oor. Ik zei nog tegen de dokter: “U knoopt het allemaal wel erg goed in mijn oor.” De dokter adviseerde nog om tzt mijn oor uit te laten spuiten, want er was bloed in gelopen. Ik verstond haar echter niet goed.

Na afloop wilde Tineke mij koffie met gebak aanbieden, maar op zo’n moment fiets ik liever meteen naar huis. Even geen drukte aan mijn hoofd.

Over een week moet ik terug naar het ziekenhuis om onthecht te worden. Ik zie er nu uit als Vincent van Gogh. Nu nog leren schilderen...

Quarantaine

Het woord quarantaine komt van het getal 40. In christelijke kerken is dit de veertig-dagen tijd voor Pasen.

Toen de pest in de 14e eeuw Europa teisterde beschermden de inwoners van de Italiaanse stad Reggio zich tegen besmetting door alle reizigers hetzij over

Foto vanuit de ambulance

land, hetzij over zee, 40 dagen lang buiten de stad onder nauwlettende bewaking (observatie) te stellen.

Ook ik ben een keer onder quarantaine geplaatst. Ik kwam uit een Duits ziekenhuis omdat mijn fiets en ik daar van hun sokken waren gereden door een Duitse wegpiraat. Na een week Duits ziekenhuis werd ik per ambulance naar Nederland vervoerd.

Opmerkelijk financieel detail: ik werd vóór een Duits ziekenhuis - bij wijze van spreken: op de stoep - aangereden. De kosten voor vervoer bedroegen 270 euro. Omdat dit ziekenhuis mij niet kon opereren werd ik vervolgens naar een ander ziekenhuis (50 km. verderop, bij Keulen) vervoerd. De ambulance kostte 270 euro. Daarna werd ik vanuit Keulen per ambulance naar Noord-Holland vervoerd. Dit kostte 350 euro...

Het was een vreemde ervaring in het Nederlandse ziekenhuis waar ik binnengereden werd. Ik werd meteen afgevoerd naar een stil kamertje. Meer dan twee uur langs  hoorde ik niets, er kwam niemand kijken. Toen stond er opeens een dokter in de deuropening. Hij kwam niet verder, maar vroeg alleen hoe het ging. Daarna vertrok hij weer.

Weer twee uur later werd ik naar de quarantaine-afdeling gereden. Ik kwam uit een buitenlands ziekenhuis en had mogelijk een buitenlandse ziekenhuis-bacterie meegenomen. De verpleegkundigen die langs kwamen moesten zich eerst omkleden en daarna door een sluis voordat ze mij konden bezoeken.

De volgende ochtend kwamen zowel de vrouw van de dominee als mijn zus, verkleed als pastoraal werkster, op bezoek. Het was dus allemaal niet zo streng als bij de corona-maatregelen. En al na 24 uur werd ik losgelaten op de ‘gewone’ afdeling. Ik bleek niet besmet.

Maar de meest vreemde ervaring vond ik toch die dokter, die in de deuropening bleef staan. Het enige contact in vier uur tijds was dus een dokter op afstand. Wat enorm vervreemdend en eenzaam moet dat nu 'voelen' voor de corona-patiënten in de ziekenhuizen.

Ziekenhuisperikelen

Kliefje schrijft over haar recente belevenissen in het ziekenhuis. Zie: https://kliefje.me : Je moet wel bij de les blijven (19 oktober 2017).

Dat verhaal was me uit het hart gegrepen. Ik dacht dat een ziekenhuis een veilige plek was. Maar toen ik als gevolg van een hardhandige aanvaring met een wegpiraat in twee Duitse ziekenhuizen belandde (eerst het ene ziekenhuis en daarna het andere, anders werd het wat ingewikkeld) verbaasde het me wat er allemaal mis kon gaan. Maar dat was Duitsland.

Maar toen ik vervolgens ook nog in het drie verschillende bedden (eerst de ene, toen de andere en daarna weer een ander bed) in één Nederlands ziekenhuis werd neergeworpen verbaasde het me opnieuw wat er allemaal mis kon gaan. Ook in Nederland.

Neem alleen maar mijn buurman in het Duitse Krankenhuis. Hij moest geopereerd worden, kreeg een infuus en premedicatie en was na een half uur weer terug op zaal. Het metaal dat in zijn been geplaatst moest worden stond in Keulen vast in de file. Pas drie dagen later zou hij weer aan de beurt zijn. Hij is vervolgens door vrienden naar het café gereden en kwam ’s avonds stomdronken terug ‘op zaal’. Het werd een gezellige nacht…

Eerder was deze buurman al door zijn ziekenhuisbed gezakt. Het stortte compleet in. Omdat er geen ander bed beschikbaar was lag hij 48 uur op de grond op een matras.

Het apparaat dat mijn been in leven moest houden ging na drie uur stuk. Pas een dag later kon mijn been weer gereanimeerd worden.

En alle dagen dat ik pillen kreeg bleek de medicatie niet te kloppen. Ik kreeg ’s morgens alles voor de hele dag in een bakje en ik mocht zelf uitzoeken wanneer ik wat innam zonder dat ik wist wat wat was. Misschien heb ik wel ’s morgens een slaappil genomen. Er zijn ook pillen zoek geraakt.

En de hygiëne was zó ver te zoeken dat zelfs ik zag dat je hier gemakkelijk een infectie op kon lopen. Die heb ik daar dan ook (waarschijnlijk) opgelopen, of anders in de ambulance die mij naar Nederland reed.

Het Nederlandse ziekenhuis was meer ‘comfortabel’. Ik had een verstelbaar bed en een televisie. Wat een luxe! Maar vanaf dag één ging het mis met de medicatie. Eerst kreeg ik de verkeerde medicatie. Een dag later bleken tijden en dosering niet te kloppen.

Er waren tegenstrijdige berichten over het infuus dat in mijn arm werd aangebracht. Hoe dat precies zat weet ik niet, maar tot drie keer toe was er discussie naast het bed of het allemaal wel klopte en welke dokter nu wat had voorgeschreven.

De specialist had geboden dat ik mijn been absoluut niet mocht belasten. Maar de zuster vond dat dat juist goed was en ook dat ik zelfstandig kon douchen. Ik mocht het allemaal zelf regelen. Alleen mocht mijn been niet nat worden. Dat is een vak apart onder de douche.

De volgende zuster vond dat ik niet mijn bed uit mocht, want dat was door de dokter verboden.

Toen ik naar huis mocht bleek ik niet naar huis te mogen. Ook daar was allerlei verwarring over.

Nu kon ik het allemaal nog wel een beetje volgen, althans: ik kon begrijpen dat ik het niet allemaal kon begrijpen. En ook dat verpleegkundigen hun stinkende best doen maar soms ook moeten ‘dealen’ met tegenstrijdige informatie.

Toen ik wist dat er medicijnvergissingen mogelijk waren ging ik het zelf controleren.

Maar naast mij lag een dementerende mevrouw. Haar man was overleden, haar kinderen hadden geen contact met haar. Zonder familie en zonder mantelzorgers. Misschien had ik pech en ging het bij haar allemaal goed. Maar als dat niet zo was: je kon van haar niet meer verwachten dat ze het allemaal nog kon volgen.

Na een paar dagen mocht ze naar huis. Vier uur later was ze er weer. Ze was bij binnenkomst in het verpleeghuis gevallen en bleek haar heup te hebben gebroken.

Naar het ziekenhuis

Hoewel ik (gemiddeld) twee maal in de week in een ziekenhuis werk blijf ik voor dit soort ‘klinische settingen’ een bepaald wantrouwen houden.

Niet helemaal ten onrechte, vind ik, want ik ben maar liefst drie maal nietsvermoedend door de hoofdingang naar binnen gegaan met het idee dat ik een paar uur later weer buiten zou staan. En die drie maal hebben ze me gewoon tegen mijn zin in binnen gehouden. Twee maal zelfs een hele week.

Eén maal wist ik dat ik een nacht moest blijven en ben toen gekoppeld aan allerlei apparatuur toch even naar buiten gegaan. Daar zat ik een tijdje in de bushalte. Allerlei reizigers dachten -vanwege de vele slangetjes en buisjes – dat ik terminaal was. Maar ziet: 15 jaar later zit ik nog steeds te typen.

Tegenwoordig doen ziekenhuizen er enerzijds alles aan om de patiënt een thuisgevoel te geven terwijl ze aan de andere kant proberen maximale afstand in te bouwen.

Ik moest mij vanmorgen vervoegen bij een registratiezuil. Dus niet bij een persoon, maar bij een zuil. Ik dacht dat de verzuiling voorbij was, maar in gemeentehuizen en ziekenhuizen heeft de verzuiling nadrukkelijk toegeslagen.

In die zuil moest ik mijn ID-kaart op een glasplaat leggen. De eerste reactie van de zuil was dat mijn ID-kaart niet gelezen kon worden. Pas na drie keer oefenen werd ik goed gelezen. Toen kwam er een bericht vanuit de zuil dat ik niet bekend was. Dat vind ik vreemd. Ik schrijf dagelijks een blog en regelmatig voor een krant. Maar ik moest me nu, voorzien van een nummer, melden bij de patiëntenadministratie. Ik werd nu dus een nummer en meteen ook een patiënt.

Bij de administratie waren twaalf nummers vóór mij. Dat dacht ik tenminste, maar er bleken ook nog andere nummers te zijn uit een P-categorie. Die kwamen er af en toe tussendoor. Op zichzelf ging het redelijk snel, maar ik maakte me wel zorgen of ik op tijd de eerste afspraak zou kunnen halen.

Bij de balie moest ik mijn ID-kaart laten zien. Die werd gescand. De mevrouw vroeg of de foto op mijn ID gebruikt mocht worden voor plaatselijke doeleinden. In dit geval: voor een patiëntenpas. Dat mocht van mij, want ik sta er best mooi op. Het is al een wat oudere foto toen ik er nog redelijk geconserveerd uit zag.

Daarna mocht ik mij vervoegen bij een afdeling ergens aan het eind van het alfabet. Ik ging de roltrap op en moest een wandeling maken door een eindeloze gang met allerlei afslagen. Ik had het gevoel dat ik op Schiphol was en dat ik ging vliegen. Alleen zag ik nergens taxfree mogelijkheden.

Aan het begin van mijn afslag stond weer een zuil. Er werd mij vriendelijk verzocht om mijn zojuist verworven patiëntenpas op de glasplaat in de zuil te leggen. Zo gezegd, zo gedaan. Het ging in één keer goed. En ziedaar: er rolde opnieuw een nummer uit. En het nummer van een balie waar ik me nu moest melden. Die balie bevond zich opnieuw aan het eind van een lange gang. En wel in een doodlopend deel. Verder kon ik niet weggestopt worden.

Bij die balie moest ik me aanmelden waarbij ik de keuze had uit drie dames die mij te woord wilden staan. Ik koos er eentje uit. Ze nam mijn papieren in beslag, waardoor ik niet meer wist welk volgnummer ik had. Nummer 512 was aan de beurt, maar wie was ik eigenlijk? Wel meldde het screen dat mijn dokter een uitloop van 35 minuten had. Dat bleek uiteindelijk te optimistisch, maar sommige patiënten hebben onverwachts meer zorg nodig.

Tijdens het wachten werden er aan de balie telefonisch allerlei afspraken gemaakt. Met naam en toenaam kon ik horen wie er allemaal nog meer behandeld zouden moeten worden op deze afdeling. De beveiligde patiëntengegevens lagen dus in zekere zin alsnog op straat. Ondanks alle verzuiling.

Tijdens het wachten maakte ik me zorgen of mijn fiets ondertussen niet gestolen werd. Die had ik namelijk niet aan een vast object kunnen kabelen. Na 2½ uur kon ik het plaatselijke krankenhuis weer verlaten. Ik hoefde niet uit te checken. Dat is een verschil tussen een ziekenhuis en het OV. Mijn fiets stond nog geduldig te wachten.

Verdoofde aardappel

Af en toe beland ik in het ziekenhuis.

Dit jaar is dat al twee maal gebeurd als gevolg van acties van Tineke. Beide keren stuurde ze me naar de dokter. Ik heb die bezoeken lang uit weten te stellen, maar uiteindelijk kwam er dan toch een afspraak. En als je daarmee begint kun je ook doorgestuurd worden. Dat is een aanzienlijk risico.

De eerste keer was vanwege mijn gehoor. Ik vond dat geen probleem, het hoort bij de leeftijd. Tineke vond het wél een probleem.

De tweede keer was vanwege een paar lichamelijke oneffenheden. Dat vond ik ook geen probleem. Ik heb geen babyhuidje meer, maar dat hoeft op mijn leeftijd ook niet meer verwacht te worden.

Helaas stuurde de huisarts mij toch door naar het plaatselijke krankenhuis. Voor de zekerheid trok ik maar een schone onderbroek aan (volgens een onderzoek trekt 40% van de 60-plussers niet iedere dag een schone onderbroek aan).

Ik ben de afgelopen jaren maar liefst drie keer tegen mijn zin in vastgehouden in een ziekenhuis. Je zet je fiets op slot, je gaat naar binnen,  je denkt even iemand te spreken, maar je komt er dezelfde dag niet meer uit. En dan maak je je vervolgens zorgen of je fiets niet gestolen wordt. Dat is nog wel het ergste. Waarom mag je je fiets niet naast je bed parkeren?

De dokter bekeek een paar plekjes op de huid en zag meteen nog andere oneffenheden. Zo blijf je natuurlijk aan de gang. En dat terwijl ik nog steeds netjes gekleed op de stoel zat. Ik moest gaan liggen op een bed en dacht: daar heb je het al, ik raak weer verstrikt in een medisch circus. Je laat iets zien en de dokter zegt: hier hebt u een zalfje. Nee, zo gaat dat niet. Er moet meteen gesneden worden. Op die manier ben ik al meerdere onderdelen kwijt geraakt.

Ik kreeg een aantal prikken en daarop verscheen er een apparaatje dat stukjes huid weg moest nemen. Er was mij niets gevraagd, het gebeurde gewoon. Ik zei tegen de dokter: “Ik voel me net een aardappel die gepunt wordt.” Waarop de zuster zei: “Maar die wordt niet verdoofd.”

Dat bracht mij op een nieuw thema. Kunnen aardappels pijn lijden? Moeten ze ook niet verdoofd worden? Of moeten we gewoon maar stoppen met het consumeren van aardappelen?