Zadelpijn langs de Donau

Mijn moeder is naarmate ze ouder werd meer gaan fietsen. Ze was klein maar dapper. Totdat het fysiek niet meer kon. Zo maakte ze - halverwege de 70 - een fietstocht langs de Donau. In goed gezelschap van een aantal leeftijdgenoten.

Mijn moeder wilde – teneinde fysiek ongemak te beperken – graag een Texels wollen zadeldekje op het zadel van de huurfiets. Je weet immers maar nooit. En omdat voor ons Texel maar twintig minuten varen was bestelde ze bij ons een heus schaapachtig Texels zadeldekje.

Ik vroeg haar hoe het met de medereizigers was. Daar had mijn moeder niet over nagedacht. Dus ik deed haar een voorstel. Ik kon wel vijf Texels wollen schapendekjes kopen. Maar mijn moeder vroeg zich af hoe het dan moest als niemand ze wilde hebben.

Ik legde uit dat de gemiddelde fietser pas op de derde dag flink zadelpijn krijgt. Dus ik stelde haar voor om toch vijf van die dekjes te kopen voor 35 gulden per stuk en die op de derde dag, als de rest van het gezelschap hevige pijnen leed, te verkopen voor 70 gulden per stuk. “Zo haalt u vanzelf de kosten van de vakantie er uit.”

Mijn moeder vond het geen goed plan. Ik moest maar één zadeldekje kopen. “En ik betaal het je natuurlijk terug!”

Of bij mijn moeder ethische argumenten de doorslag gaven of dat ze toch bang was dat ze zou blijven zitten met onverkoopbare zadeldekjes ben ik nooit te weten gekomen.