Het Streisand effect

Voor de jongeren onder de lezers:  Barbara Streisand is een Amerikaanse zangeres en toneelspeelster. Toen haar huis op een foto in de media verscheen probeerde ze die publicatie uit internet weg te houden. Het effect was dat veel mensen op zoek ging naar de plek van haar huis.  

Daar kun je handig gebruik van maken. Je kunt namelijk door een verbod extra aandacht verwerven. Voor veel mensen die een publicatie-verbod eisen zal dat niet de bedoeling zijn.

Dat laatste zal niet de bedoeling zijn geweest van Didier Raoult. Deze HCQ-goeroe maakte al in februari 2020 bekend dat hij hét geneesmiddel had tegen corona, namelijk HCQ. Dat bericht werd door miljoenen mensen opgepakt. HCQ was hét tovermiddel dat lock-downs en vaccinaties overbodig zou maken. Ook Donald Trump en Jaïr Bolsonaro omarmden dit bericht. Maatregelen waren niet nodig, het was ‘maar’ een griepje en er was HCQ.

Later bleek dat de resultaten van de onderzoeken door Didier aan alle kanten rammelden. Patiënten met wie het slechter ging na het gebruik van HCQ waren uit het onderzoek weggelaten (dus iedereen werd beter). Een de peer-reviews waren door zijn medewerkers gedaan: er had geen onafhankelijke beoordeling plaatsgevonden.

De Nederlandse onderzoekster Elisabeth Bik kwam deze onregelmatigheden op het spoor. Ze deelde haar bevindingen op het forum PubPeer. Dat forum draagt er toe bij dat je andere collega’s mee kunt laten kijken. Heb ik het goed gezien, of mis ik informatie? Dat kun je doen voordat je in een officieel tijdschrift publiceert. Niet lang daarna werd gemeld dat Didier Raoult haar had aangeklaagd voor ‘intimidatie en afpersing’.

In juridisch opzicht was dat een handige zet van Raoult. Hij hoefde verder niet in te gaan op zijn eigen onderzoek. Bij een aanklacht over intimidatie en afpersing moet de rechter aan de slag met dat stukje van het verhaal. Raoult vindt dat Elisabeth Bik hem heeft geïntimideerd door haar bevindingen op PubPeer te zetten. Dat is weer eens interessant voor een man die vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel heeft staan en vindt dat hij het recht heeft om overal het gebruik van HCQ te propageren.

Juridische wegen zijn soms wonderbaarlijk. Je kunt helemaal het gelijk aan je kant hebben, maar toch een forse boete moeten betalen omdat iemand zich door jouw uitspraken aangevallen voelt. Maar zo’n aanklacht kan ook een ander effect hebben. Het Streisand-effect dus.

Door de aanklacht van Didier Raoult zijn veel meer mensen gespitst op de onderbouwing van zijn publicaties. Hij kan niet meer van alles ongecontroleerd publiceren. Onderzoekers weten: als Raoult iets publiceert moet je zo'n onderzoek altijd nog een keer extra checken.  

Onderzoek naar muggenbeten

We kunnen van alles onderzoeken. Daar beginnen baby’s en peuters al mee. Bij een gek geluidje begint mamma te lachen. Er klinkt een belletje als ik op een rood knopje druk. Kinderen zouden zich niet ontwikkelen als ze niet voortdurend van alles zouden onderzoeken.

Ook volwassenen doen aan onderzoek. Soms geven ze er het ‘predikaat’ wetenschappelijk aan. Dan pretenderen ze dat hun onderzoek controleerbaar en voor herhaling vatbaar is. Maar let op: lees eerst de verpakking voordat u denkt dat het allemaal waar is. Iedere onderzoeker hanteert zijn eigen uitgangspunten. Om een hoogleraar psychologie te citeren: het enige dat klopt aan ‘meten is weten’ is dat het rijmt.

Sommige onderzoeken zijn maatschappelijk relevant. De kans op genezing wordt groter, het leefklimaat verbetert. Er bestaan ook onderzoeken die geen hoger doel dienden dan dat het gewoon leuk is om te weten. Opvallend vaak hebben deze onderzoeken te maken met het verschil tussen man en vrouw.

Voorbeelden van uitkomsten uit allerlei onderzoek:

  • Vogels poepen vaker op rode auto’s.
  • Duiven maken onderscheid tussen de schilderwerken van Monet en van Picasso.
  • Vrouwen slapen vaker op hun zij dan mannen.
  • Mannen roken vaker op de fiets.
  • Vrouwen voeren vaker een telefoongesprek op de fiets.
  • Mannen vervoeren vaker een ladder op de fiets.
  • Kattenliefhebbers zijn intelligenter dan mensen die van honden houden
  • Bij mannen zit het linkerneusgat vaker dicht dan het rechterneusgat.
  • Roodharigen zijn vaker bang voor de tandarts.

Ieder onderzoek daagt ook weer uit tot vervolgonderzoek. Want als roodharigen banger zijn voor de tandarts, dan valt ook te verwachten dat (de vaak roodharige) Ieren banger zijn voor de tandarts dan Nederlanders.

Inmiddels heb ik de eerste muggen alweer gesignaleerd en ingeslikt. De komende zomer zou ik graag het volgende willen weten: worden vrouwen vaker het slachtoffer van muggenbeten dan mannen? Of heb ik gewoon geluk en heeft Tineke pech?

Hoe betrouwbaar is psychologisch onderzoek?

Hoe betrouwbaar is sociaal-psychologisch onderzoek?

Om onderzoek kritisch te kunnen volgen is er bij de wetenschappelijke studies tegenwoordig allerlei statistiek vereist. Maar als eenvoudige behandelaar ‘in het veld’ kan ik vaak onmogelijk doorgronden welke methodieken zijn gebruikt en hoe betrouwbaar ze zijn. Wat ik wél weet is dat er nogal wat onderzoek in een bepaalde richting gestuurd wordt. Met andere woorden: neem alle sociaal-psychologisch onderzoek maar met een stevige korrel zout.

Hoe gelukkig is de Amerikaanse vrouw?

Een zeer bekend onderzoek is dat van Shere Hite. Ze publiceerde in 1976 een rapport over het seksuele gedrag en de seksuele behoeften van Amerikaanse vrouwen, het geruchtmakende The Hite Report. Daar bleek uit dat 95% van de Amerikaanse vrouwen die vijf jaar of langer getrouwd waren hun relatie als benauwend ervaart vanwege de dominantie van de man. Zo’n 75% van de vrouwen zou ook af en toe een relatie hebben met een andere man. Daar keken de Amerikaanse mannen nogal van op hun neus. Wat spookten hun vrouwen overdag uit? Het zal een gouden tijd zijn geweest voor privé-detectives.

Nu weet ik niet hoe Amerikaanse mannen zich gedragen in relatie tot hun vrouw. Als ik de cijfers naar Nederland toe vertaal kan ik die hoge aantallen toch niet echt begrijpen. Of ik moet een enorme blinde vlek hebben.

Representatief?

De cijfers worden meer begrijpelijk als we kijken naar de manier waarop Hite haar onderzoek heeft gedaan. Het onderzoek is namelijk helemaal niet representatief voor de totale Amerikaanse (vrouwelijke) bevolking. Bovendien moet je – om te kijken of onderzoek betrouwbaar is – kunnen achterhalen hoe het onderzoek is opgezet, datzelfde onderzoek herhalen en tot dezelfde uitkomsten komen. Die gegevens bleken bij het rapport van Shere Hite op zijn minst nogal in nevelen te zijn gehuld.

Hite beriep zich op haar beurt op het grote aantal respondenten (4500), dus moest haar onderzoek wel kloppen. Maar wat ze niet vermeldde was dat slechts 5% van de onderzochte vrouwen de enquète heeft ingevuld.

Daarnaast heeft ze alleen vrouwen geïnterviewd die lid waren van vrouwen-organisaties. De vraag is in de eerste plaats of de uitkomsten van de 5% respondenten wel overeenkomt met die van de totale groep vrouwen die lid zijn van een organisatie van vrouwen.

Maar nog ingewikkelder is het als we de vraag stellen of de uitkomst gegeneraliseerd kan worden naar het totale aantal vrouwen in de USA. Bovendien zeggen sommige critici dat de feministische achtergrond van Hite al in de vraagstelling naar voren kwam en dat respondenten dan ook nog eens geneigd zijn om huh antwoord een beetje te plooien in de richting van het onderzoek. Er kwam dus min of meer uit het onderzoek wat Hite waarschijnlijk graag zou hebben gewild wat er uit zou komen…

Nieuw onderzoek

Inmiddels is een wel als representatief gekenmerkt onderzoek naar het welbevinden van Amerikaanse vrouwen gedaan. Ruit de helft van de vijf jaar getrouwde vrouwen zegt volgens dat onderzoek ‘erg gelukkig’ en ‘heel tevreden’ te zijn in hun relatie. Tien procent geeft aan dat ze in de afgelopen vijf jaar een affaire hebben gehad met een andere man.

Het valt met de ellende van de Amerikaanse vrouw dus nogal mee. Maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat de Amerikaanse mannen na het Hite-rapport hun leven drastisch hebben gebeterd…

Evaluatie

Tegenwoordig geldt het Hite Report als een voorbeeld van wat er kan gebeuren als je vooringenomen (bij Hite vanuit de feministische hoek) een studie begint, zonder goed op validiteit en betrouwbaarheid van je onderzoek te letten.

De uitkomsten van het onderzoek trokken aanvankelijk massaal aandacht van bijna alle Amerikaanse media, maar toen de publicitaire mist eenmaal was opgetrokken bleef er van de uitkomsten weinig meer over.

Shere Hite zag de kritiek op haar onderzoek als een persoonlijke aanval. Ze vond dat ze in de USA niet meer kon leven en verhuisde naar Duitsland. Daar trad ze in het huwelijk met een 19 jaar jongere man. Maar ook in Duitsland wordt niet iedereen gelukkig in het huwelijk. Een aantal jaren later scheidde ze van deze man.

Citeer jij mij? Dan citeer ik jou!

Wat brengt iemand er toe om onderzoeksresultaten te verzinnen?
Voor een deel heeft dat te maken met persoonlijkheidskenmerken. Je wilt gezien worden.

Diederik Stapel verzon uitkomsten van onderzoek dat niet werkelijk gepleegd was, maar plakte er wel een wetenschappelijke sticker op. Dat is fraude. Waarom deed hij dat? Volgens mij omdat hij gezien wilde worden. Je bent dan niet stapelgek, maar je functioneert wel boven je persoonlijke theewater.

Ik kan ook van alles verzinnen, trouwens. Op één april vind ik het altijd erg leuk om met zelfverzonnen uitkomsten te komen. Dus wees op je hoede.

Dirk Smeeters maakte zich schuldig aan het weglaten van belangrijke informatie. In tegenstelling tot Stapel verzon hij geen uitkomsten, uitkomsten die hem niet uitkwamen liet hij weg. Dat is niet direct fraude, maar uit wetenschappelijk opzicht wel onjuist.

René Diekstra trapte ook in een valkuil. Hij gebruikte op grote schaal informatie van anderen zonder voldoende bronvermelding. Misschien zou je kunnen zeggen dat hij verslaafd was aan het publiceren. En dat in zo’n hoog tempo dat hij niet de tijd had om zelf tot nieuwe manuscripten te komen.

Maar tegelijkertijd is er ook iets anders aan de hand. De cultuur op de wetenschappelijke institituten is naar mijn mening vaak zeer ongezond. Citeer jij mij? Dan citeer ik jou! Er is sprake van een wetenschappelijk balboekje: hoe vaker je genoemd wordt, des te hoger je aanzien. De kwantiteit gaat voor de kwaliteit.

Koert van Bekkum noemt in het Nederlands Dagblad de weg uit deze negatieve spiraal van wetenschappelijke scoringsdrift.  Hij citeert James F. Kay, decaan van het Princeton Theological Seminary. Hij bepleit een wetenschappelijk klimaat waar niet competition centraal staat, maar community. Wetenschappelijk samenwerken ten dienste van de samenleving.

Dat lijkt mij ook waar de wetenschap voor bedoeld is…