Groenten scoren

In Den Helder woont een man. Er wonen wel meer mannen, trouwens. Deze man fietst twee keer in de week naar Callantsoog om daar boodschappen te doen. 

Wat is er fout aan Den Helder, of wat is er goed aan Callantsoog, zo zou de arglistige lezer kunnen denken. Welnu, het gaat mij niet om het oordeel over één van beide plaatsen. Ze doen allebei hun best.

Het gaat deze meneer niet om de boodschappen, maar om het fietsen. Hij fietst met een doel. En dat doel is boodschappen doen. Hij zou ook naar Harlingen kunnen fietsen, maar de Afsluitdijk is een aantal jaren gesloten voor fietsers. Dus die optie valt af.

Ik fiets meestal wat doelloos rond, maar tegenwoordig maak ik ook gerichte fietstochten. Tijdens die tochten scoor ik voornamelijk groene producten bij lokale agrariërs.

Ik heb een vast adres voor de paprika’s (in een kas ten westen van Naaldwijk), een vast adres voor de komkommers (bij een kas ten westen van Delfgauw), een vast adres voor de Challenger-aardappelen (bij een boer in Mijnsheerenland) en een vast adres voor de tomaten (in een kas bij ’s Gravenzande). Tussendoor scoor ik ook nog bloemen.

Zo scoor ik gezond eten (niet in plastic verpakt) en ik bouw aan mijn conditie. Inmiddels neem ik deze producten voor meerdere adressen mee. Het enige probleem is dat ik steeds muntgeld moet verzamelen.

Als dat gelukt is kan ik weer onderweg. Mijn portemonnee wordt dan steeds  lichter en mijn fietstassen worden onderweg steeds zwaarder. 

Avondklok

Maandagavond ging ik nog een eindje fietsen. Zoals gebruikelijk met onbekende bestemming. Er stond een stevige zuidwestenwind. Mijn pet had ik weer eens zó stevig op mijn hoofd geklemd dat ik tal van hallucinatoire ervaringen beleefde.

Van het één kwam het ander. Toen ik bij De Lier was dacht ik ‘Naaldwijk is ook niet zo ver’ en toen ik bij de Oranjesluis was dacht ik ‘het Staelduynse Bos is ook niet zo ver’. En toen ik in het Staelduynse Bos was dacht ik: ‘Hoek van Holland is ook niet zo ver’. En toen ik in Hoek van Holland was dacht ik: ‘hoe laat is het eigenlijk?’

Het bleek in Hoek van Holland kwart over acht te zijn. Dat zag ik op een klok, want tegenwoordig heb ik geen horloge meer. Klokkijken heeft geen zin omdat de tijd een minuut nadat je op je horloge hebt gekeken al niet meer klopt.

Wegwijzer in Hoek van Holland

Ons huis was nog 21 kilometer verwijderd van mijn tijdelijke standplaats. En over drie kwartier – zo bedacht ik nu – ging de avondklok in. Ik ben geen snelfietser en ik kijk niet op de kaart voor de kortste route: dus ik zou te laat binnen zijn…

Niet dat ik nu direct ongerust werd. Op coronasceptische sites wordt gesproken over spertijd en dat je in de gevangenis belandt als je je dan nog op straat bevindt, maar dat leek mij wat overdreven. Maar een beetje spannend was het wel.

Geheel in stijl fietste ik mijn eigen route en die bestond soms uit een blokje om vanwege mijn eigenwijzigheid en de onlogische wegen in het Westland. De bovenste lijn was de terugweg en zoals je kunt zien liep die niet rechtstreeks.

Wateringen: 21 uur, de avondklok gaat in

In Wateringen sloeg de klok 9 uur en begon de spertijd. Vanaf nu zou ik me onzichtbaar moeten verplaatsen. Ik verwachtte dat iedereen direct van de straat zou zijn, maar er waren nog tal van auto’s en fietsers onderweg, benevens een file aan maaltijdbezorgers. Dat zou dus ook een optie kunnen zijn: zo’n bak van een maaltijdbezorger op de fiets en je bent met je werk bezig…

Toch dacht ik dat ik verderop – in de Vinexlocatie Wateringse Veld – wel de enige verkeersdeelnemer zou zijn, maar er bleef maar verkeer, waaronder vooral veel fietsers zonder licht. Die wilden waarschijnlijk onder de radar van de politie blijven. Ook in Rijswijk was nog allerlei verkeer onderweg. In Rijswijk Buiten was minder verkeer, daar werden voornamelijk honden uitgelaten.

In Delft koos ik voor de zekerheid voor een stille fietsroute, daar kunnen geen auto’s komen en dus ook geen politie-agenten. Bij het station viel er niet meer aan te ontkomen, ik moest weer door drukkere straten. En ja hoor, niet één, niet twee, maar drie politieauto’s. Ik dacht dat mijn fietstocht alsnog 95 euro ging kosten.

De eerste auto bleek achter een automobilist aan te zitten, de tweede auto sloeg af en kruiste niet mijn pad en de derde auto reed gewoon voorbij. Heb ik nu 95 euro uitgespaard en mag ik daar iets leuks voor kopen? Of is dat een budgettair verkeerde voorstelling van zaken? 

Avondretour Hoek van Holland

De afgelopen twee maanden heb ik geen lange fietstochten meer gemaakt. De fietstocht vanuit Goes was de laatste langere rit. Daarna ben ik over gegaan op de korte fietstochten. Meestal tegen of in de avond en in het donker weer thuis.

Eigenlijk weet ik nooit waar ik naar toe zal fietsen. “Waar we heen gaan, Jelle zal wel zien” was een lied uit het eind van de jaren ’60. Die Jelle was Jelle Zijlstra, de premier die Nederland uit een economisch dal moest trekken. Er is een koek naar hem genoemd: Snelle Jelle.

Omdat ik gisteren plastic naar de container moest brengen begon mijn rit in zuidwestelijke richting. En zo ben ik verder gaan fietsen. Uiteindelijk kom je dan in Hoek van Holland uit. Verder kan niet. Hoewel: ik ben ook de Noorderpier op gefietst. Dat mag eigenlijk niet, maar soms is even zondigen een prettige bezigheid.

Noorderpier Hoek van Holland, zonsondergang

Op het kaartje zie je dat het fietsbeloop nogal grillig was. Vooral op de heenweg (de onderste – zuidelijke – lijn). Dat zit zo. Ik wilde niet snel fietsen, ik wilde kijken of er doorsteekjes waren op mijn fietsroute. Dus: ik zie links een klein weggetje, als ik dat nu eens neem, kom ik dan ook in de volgende plaats uit. Ik kan jullie zeggen: dat gebeurt eigenlijk nooit. De meeste kleine wegen in het Westland lopen dood. Je fietst een kas binnen of je belandt in een sloot. Daarna moet je weer terug.

De zon is half in de zee gezakt

Het Westland staat bekend als de Glazen Stad. Je mag hier ook niet voetballen. Want zodra de bal buiten het veld komt klinkt er gerinkel. Dan is er weer een ruit van een kas aan diggelen gegaan. Het voordeel van de Glazen Stad is wél dat je overal groente en fruit kunt scoren. Er zijn vooral veel bloemen, paprika’s, komkommers, tomaten en Westlandse druiven te koop. Op de terugweg zat mijn fietstas dan ook helemaal vol. Bloemen heb ik niet gekocht, ons huis staat nog vol bloemen vanwege mijn 70e verjaardag.

Op de pier heb ik mijn dagelijks brood genuttigd. Ondertussen zakte de zon sissend in zee. Op de Nieuwe Waterweg voeren de zeeschepen af en aan. In corona-tijd was het een stuk stiller. Kennelijk is de internationale economie weer wat aan het opklauteren. Dat maakt Jelle niet meer mee.

Na zonsondergang op de Noorderpier

Op de terugweg volgde ik een tijdje het duinfietspad richting Den Haag. Het was in de bochten elke keer weer uitkijken, want een zandschuiver is zó gemaakt. En dan kom je in het prikkeldraad terecht. “Waar de blanke top der duinen schittert achter prikkeldraad” zong mijn moeder wel eens. Dat lied ging toen over de de Duitse bezetter, want het ging verder met “En waar op elke meter weer zo’n vuile rotmof staat.” De Duitse taal hoorde ik ook nu weer veel rond de duinen, maar de Duitsers komen vooral iets (namelijk euro’s) brengen en niet iets halen.

De zon gloeit nog steeds na, de lucht wordt zelfs roder

Ter hoogte van Het Westerhonk (een instelling waar ik een jaar lang elke vrijdag heb gewerkt) kwam er bijna een einde aan de fietstocht. Ik had in het donker een onverlichte slagboom over mijn kalende hoofd gezien. Gelukkig heb ik goede remmen.

Rond Den Haag wordt aan alle kanten nieuwbouw gepleegd. Er is geen rechtstreekse route naar Delft: de wegen lopen bijna allemaal noordoost-zuidwest of daar haaks op. Ik moest vanaf Het Westerhonk eigenlijk bijna pal naar het oosten, maar dat kan dus niet. Dus zagde ik vrolijk ziggend tussen nieuwbouwprojecten door, over wegen in aanleg, door doodlopende woonerven en parken met blowende jongeren. Ik kwam door een stukje Poeldijk, een paar wijken van Den Haag, de Vinex-locatie Wateringse Veld, Rijswijk en de Vinex-locatie Rijswijk Buiten.

Toen was Delft niet ver meer. Een deel van de groenten leverde ik af bij onze groene dochter en daarna fietste ik door naar ons huis aan het Schiekanaal. De fietsteller had er onderweg bijna 70 kilometer bij opgeteld.De foto's zijn deze keer maar op één plek genomen: op de Noorderpier in Hoek van Holland.

Geen noord maar zuid (slot)

In Maassluis ben ik weer op bekend terrein. Mijn ouders hebben er zo'n dertig jaar gewoond en mijn broer woont er nog steeds.
Nieuwe Waterweg in Maassluis met links de veerpont uit Rozenburg

Met Tineke zou ik vanavond uit eten gaan. Daarom is ze naar Maassluis gefietst. Ik heb twee salades gekocht en zij heeft bestek meegenomen. We eten de salades op op een bankje naast een restaurant aan de Nieuwe Waterweg. Het beste uitzicht van allemaal, en je hoeft niet te wachten op de bediening. Een uur later stappen we weer op de fiets.

Eten aan de Nieuwe Waterweg

We kiezen een westelijke route, langs de Nieuwe Waterweg. Kilometerslang strekt Maassluis zich uit langs het water. In feite is het centrum van Maassluis verhuisd van de oude stad naar de nieuwbouw. Daar staat ook het gemeentehuis en zijn de meeste winkels gevestigd. Ten westen van Maassluis vind je nog een laatste stukje agrarisch gebied. De gemeente Rotterdam wilde ook hier haventerreinen aanleggen, maar dan blijft er echt niets meer over aan landelijk gebied.

Vanuit Maassluis zigzaggend door het Westland

We fietsen verder naar Maasdijk. Het was ooit een vissersdorp, maar later leefden de meeste mensen van de landbouw. Het dorp is genoemd naar de dijk die het achtergelegen gebied moest beschermen tegen de woelige zeewater waarvan de getijden tot aan Dordrecht voelbaar waren.

In Maasdijk beginnen de problemen. Er is een doorsteek door de N 220, maar daarna kun je niet verder naar het noordoosten: alle wegen in die richting lopen door in het kassengebied. Pas bij Westerlee kunnen we weerin de goede richting fietsen, al geeft dat heel wat wielsporen in het vers aangelegde asfalt, want er is hier grootschalige nieuwe wegenstructuur aangelegd met mooie onderdoorgangen voor de fietser, maar het betekent nog wel twee kilometer om fietsen. Een McDonalds moet waarschijnlijk dienen als kers op de taart van dit wegenknooppunt.

De Lier laten we links liggen. Eén van de weinige nog redelijk karakteristieke wegen in het Westland is de Burgerdijkseweg.  In de buurt van Schipluiden zien we weer de contouren van de Nieuwe Kerk in Delft. De zon gaat onder en we zijn weer bijna thuis. 

Via de Maasvlakte (slot)

Ik had voet aan lager wal gezet in Hoek van Holland. Dat is nét zo'n wonderlijke plaats als IJmuiden. De plaats is ongeveer 150 jaar oud. IJmuiden ontstond door de aanleg van het Noordzeekanaal en Hoek van Holland door de aanleg van de Nieuwe Waterweg.

Toch stond Hoek van Holland internationaal meer dan een eeuw lang op de kaart. De plaats vormde het begin-en eindpunt van de rechtstreeke trein via Berlijn en Warschau naar Moskou.

Hoek van Holland Strand

Op het station van Hoek van Holland stonden de luxe treinen met slaapwagons klaar voor een verre tocht naar de politiek en weerkundig barre oorden in het oosten van Europa.

Het was in Hoek van Holland maar een paar minuten lopen om de aansluiting vanuit Londen (Harwich) naar Moskou te nemen. Maar er zat wel altijd douane tussen die elke reiziger aan de tand of het kunstigebit voelde. Het vroegere belang van dit station is nog altijd te zien aan het gebouw, dat inmiddels helaas een aftandse indruk maakt. Vergane glorie dus. Er komt zelfs geen trein meer in Hoek van Holland, alleen de metro.

Station Hoek van Holland achter te tralies

Er is nóg iets wonderlijks aan de hand. Je denkt dat Hoek van Holland aan zee ligt, maar de zee is inmiddels een paar kilometer opgeschoven. Het voormalige station Hoek van Holland Strand wekte de indruk dat je daar zó het strand opliep, maar dan moest je nog bijna 2 kilometer lopen. Het is de bedoeling dat de metro wordt doorgetrokken naar het huidige strand, maar er wordt stevig touwgetrokken over de vergunning.

Duinfietspad bij Hoek van Holland

Vanaf het strand volg ik het duinfietspad in de richting van Monster. Rechts van mij de kassen van het Westland, links de smalle duinenrij die het Westland moet beschermen tegen het de Noordzee.

Monster ligt bijna aan zee, de badplaats die bij Monster hoort is Terheijde. Dat is dus eigenlijk Zeemonster. De duinen waren hier zó smal dat er een dijk werd aangelegd.

Fietspad bij Monster

Net zoals bij Petten in Noord-Holland. Beide plaatsen werden door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog afgebroken. Daarom is er (bijna) alleen nieuwbouw van na 1950.

Strand bij Terheijde

Vanaf Monster zijn er veel en tegelijkertijd weinig wegen die naar Delft leiden. Er is geen logische route, maar er zijn wel tal van varianten. Ik neem deze keer de weg via Naaldwijk, de hoofdstad van het Westland. De gemeente Westland heeft – in mijn ervaring – de slechtste fietspaden van Nederland. Het zijn bijna alleen maar hobbelige tegelfietspaden. Ik kies meer een route op comfort dan op afstand. Dus zag ik maar wat zig tussen de kassen. De Glazen Stad is nog altijd dé groentenleverancier van Nederland en van een groot deel van Europa.

Het Westland heeft de slechtste fietspaden van Nederland

Jullie moeten de groenten van het Westland hebben

Een leuke sport onderweg is ook het kopen van zoveel mogelijk tomaten, komkommers en paprika’s voor het thuisfront. Die zijn allemaal erg goedkoop op dit moment. En als je ze zonder tussenhandel koopt heeft de ‘boer’ er toch nog een beetje inkomsten aan. Al is dat een druppel op een gloeiende plaat. Maar elke druppel is in dit droge seizoen meegenomen.

Tegen 16 uur ben ik weer terug in Delft. Wat heb ik weer veel gezien op deze toch vrij beperkte afstand! De fietsteller heeft er 82 kilometer bij opgeteld. 

Rondje Westland (7)

De Lier blijkt meerdere supermarkten te tellen. Ik bezoek één van die supermarkten zodat ik me een beeld kan vormen van de plaatselijke bevolking.

Het is erg stil in de winkel.  De aanbiedingen in deze winkel zijn dezelfde als in Delft. Maar daar komen nu weinig mensen op af. Voor mij zijn aanbiedingen altijd gevaarlijk: ik heb de neiging om ze mee te nemen.

Zijn de winkels hier altijd zo stil? Waarschijnlijk zitten de meeste mensen aan tafel of inmiddels voor de televisie. Het is ook al zeven uur. “Kleertjes uit, pyjamaatjes aan, hoogste tijd om naar bed te gaan.” De mensen die ik tegen kom spreken een vorm van onbegrijpelijk Nederlands tegen elkaar. Later blijkt dat het om Polen gaat. Die zijn hier veel aan het werk in de kassen. Meestal Noordpolen, maar er zitten ook Zuidpolen bij. Die zijn herkenbaar aan hun Pools met een zachte ‘g’.

De Lier telt zo’n 13.000 inwoners. Het is dus een uit de kluiten gewassen dorp. Rik Zaal omschrijft De Lier “als een lelijk dorp met een aardige kerk, waaraan een mooie dikke toren zonder spits opvalt.” 

Tijd voor een kerkelijk uitstapje. Toen de strijd tussen Katholieken en protestanten tijdens de Reformatie ontbrandde leek De Lier aan deze kerkelijke oorlog te ontsnappen. De plaatselijke pastoor meldde namelijk dat hij protestants was geworden. Een gevolg was dat de overgang naar het protestantisme vrij geruisloos verliep. Totdat de Spaanse hertog Alva het gezag kwam herstellen. Toen belandde de dominee in de gevangenis. Na drie jaar werd hij ter dood gebracht.

Vrij snel daarna vielen de oranjegezinde troepen De Lier binnen. Ze namen de door de Spanjaarden gesteunde pastoor gevangen en doodden hem. Ook de toren werd in de hens gestoken. De mensen hebben het wel over de moslims, maar de katholieken en de protestanten waren ook geen lieverdjes.

De uivormige spits (net als vroeger van de Nieuwe Kerk in Delft) ging verloren. Het voordeel is dat voortaan de kerkelijke conflicten niet meer op de spits gedreven konden worden. De toren ziet er niettemin imposant uit en wordt wel de Lierse Dom genoemd.

Rondje Westland (6)

De mensen in het Westland moeten wel sportief zijn, want zowel in Poeldijk als in Honselersdijk worden als beroemde inwoners die hier geboren zijn een rijtje sporters genoemd. Geen denkers, politici of dichters, maar schaatsers en wielrenners.

Het is donker, dus ik kan niet zoveel melden over wat er allemaal te zien valt. In ieder geval fiets ik Honselersdijk binnen. Hier bevindt zich de grootste bloemenveiling van de wereld. Ik ben benieuwd hoeveel mannen een bloemetje voor hun vrouw meenemen. Ik doe dat wekelijks, zouden ze dat hier ook doen? Of hoor je hier -om origineel te zijn – juist iets heel anders voor je vrouw mee te nemen? Een doos bonbons ofzo?

In Honselersdijk staat een buiten dat tot 1795 eigendom was van de familie van Oranje. De Fransen pakten alle particuliere bezit af en maakten een gevangenis van dit buiten. Ik denk dat het toen minder luxe was ingericht. Daarna werd het een ziekenhuis en vervolgens een kweekschool voor de scheepvaart. Toen de Fransen in 1814 vertrokken stonden de gebouwen op instorten. Kennelijk zijn de fransozen niet goed in monumentenzorg. Maar een deel van de gebouwen is alsnog voor latere generaties gespaard gebleven. Zo vind je toch nog wat geschiedenis in Honselersdijk.

Het is aardig om kennis te nemen van zo’n plaats, maar net als de andere plaatsen in het Westland heeft de plaats weinig structuur. Dat wat er aan oudbouw was is meestal gesloopt en er kwamen nogal fantasieloze huizen en winkels voor in de plaats. Er staat een grote Rooms-Katholieke Kerk, de Onze Lieve Vrouw van Goeden Raad Kerk. Ik wil nog even om goede raad vragen, maar de kerk is gesloten. Als ik een foto neem van het gebouw verschijnt de maan net om de hoek van de toren.

Op een fietsbord staat De Lier aangegeven. Daar kan ik natuurlijk ook nog even naar toe. De fietsroute blijkt een wonderbaarlijke route te volgen, waarbij ik het gevoel heb dat ik helemaal zoek raak. Ik meen overal in Nederland de weg te kunnen vinden, maar het Westland is zó’n doolhof dat ik vermoed dat ook veel autochtone inwoners zoek raken. Veel wegen lopen dood op vaarten of eindigen temidden van de kassen. Daarom volg ik nu maar de beborde route. Die leidt zigzaggend tussen de kassen door. Iedere keer als ik denk dat de weg ophoudt komt er weer een zijweg. Vervolgens een natuurgebied (De Wollebrand) en daarna vrees ik het ergste: een autoweg langs de Zweth. Maar ziedaar: er blijkt een doorsteek te zijn gemaakt.

Zo kom ik alsnog behouden in De Lier aan. Deze plaats roept associaties op aan een delier. Je zou kunnen denken dat de mensen hier op doktersadvies veel haldol nuttigen teneinde hun delier te kunnen bestrijden. Om dit alles nader te onderzoeken fiets ik eerst maar eens naar de plaatselijke supermarkt. Daar tref ik mogelijk een doorsnee van de bevolking van De Lier aan.

Rondje Westland (5)

Een fietspad, dat deels over en deels langs de duinen loopt, brengt mij naar Monster.

Ooit was Monster een machtige plaats in dit stukje Nederland. Daarvan getuigt nog altijd de grote Hervormde Kerk met massieve toren. Al rond 1050 stond hier een kerkgebouw.

De plaatselijke dominee stond net vandaag in het Nederlands Dagblad. Hij was aan het vergaderen. De mensen denken wel dat dominees alleen maar preken en verder vrij zijn, maar veel dominees zijn erg veel tijd kwijt aan het vergaderen. Dat mag best wat minder. De dominee van Monster mopperde niet, maar constateerde wel dat de vergadertijd beperkt moet worden.

Aan de rand van Monster verrijst momenteel een nieuwe woonwijk met zicht op de duinen. Daar vind je vooral de huizen in de duurdere prijsklasse.

Het is tijd om even wat op te warmen en mijn schoenen wat te laten drogen. Op zoek naar een tijdelijk onderdak raak ik één van mijn handschoenen kwijt. Daar kan ik dus niet tegen. Dus fiets ik het rondje Monster weer terug en vind bij een rotonde de andere handschoen. Ik had beide handschoenen op de bagagedrager gelegd. Uiteindelijk vind ik onderdak in een eethuis naast molen de Vier Winden. Daar brandt de kachel. De molen deze keer niet, die is al een keer afgebrand (in 1882).

Als ik weer naar buiten loop is het al bijna donker. Ik fiets nog een eindje verder langs de duinen. Ook daar wordt flink gebouwd, vooral in de vorm van dure vrijstaande huizen. Zo kom ik op het terrein van het Westerhonk terecht, een grote instelling van zorgorganisatie ’s HeerenLoo.  Daar heb ik bijna een jaar lang elke vrijdag cursus gegeven. Het terrein is mij dus niet onbekend, maar het is de afgelopen jaren enorm op de schop gegaan.

Tussen de kassen door, over de Casembrootlaan, kom ik in Poeldijk uit. Hier lag of stond de grootste groentenveiling van de wereld, met een oppervlakte die groter is dan het dorp Poeldijk zelf (met 7000 inwoners). De veiling is verplaatst, maar het davert hier nog steeds van het zware vrachtverkeer: de producten van het Westland worden niet ter plekke opgegeten, maar moeten het hele land door. En zonder kanaal of spoorlijn moet dat allemaal over de weg gebeuren.

De structuur van Poeldijk is mij totaal onduidelijk. Twee provinciale wegen kruisen elkaar hier, er lopen twee vaarten en daartussen ligt een stratenstructuur die ik niet direct kan doorgronden. Ik houd de maan maar een beetje in de gaten om de richting te bepalen die ik uit moet. Want hoewel het geen december meer is schijnt de maan toch nog in Poeldijk door de bomen.

Centraal in Poeldijk staat een enorme Rooms-Katholieke kerk, de Parochie Heilige Bartholomeüs, die ook wel de kathedraal van het Westland wordt genoemd. De tekst die de parochie vandaag aan voorbijgangers meegeeft luidt: “De woede die u voelt door een ander, geeft precies aan hoever u over uw eigen grenzen bent gegaan.” Zo, daar kunnen we het weer mee doen.

Ik snap helemaal niet hoe de wegen hier lopen en op een landkaart kijken is tegen mijn principes. Ik wil niet door de bebouwing van Den Haag fietsen en kies voor een zuidelijker richting. Honselersdijk blijkt slechts vier kilometer van Poeldijk te lggen. Laat ik daar maar eens naar toe fietsen...

Rondje Westland (4)

In Heenweg was ik nog op de Heenweg. Maar nu ik zó dicht bij de zee ben kan ik hier niet aan de Terugweg beginnen. Ik moet tegen de wind in dóórtrappen... Nog 6 kilometer naar zee...

Al het land langs de Maasdijk is bestemd voor de tuinbouw, en vooral voor de glastuinbouw. Maar er worden ook bloemen gekweekt. Dat schijnt Nederlands belangrijkste agrarische exportproduct te zijn.

Voor de smalle duinenrij bij Hoek van Holland verandert het landschap. Geen tuinbouw meer, maar recreatieterreinen. Bungalowparken en campings. Af en toe loopt er een verwaaide toerist rond, maar het is vooral stil. Ook de horeca heeft zijn biezen gepakt.

Op het parkeerterrein voor het naaktstrand staat geen enkele auto. Waarschijnlijk is het te fris om zonder zwembroek naar zee te lopen.

Een fietspad leidt naar het strand, twee kilometer ten noorden van Hoek van Holland. En daar issie weer: de zee die voortklotst in eindeloze deining.

De Zee, de Zee klotst voort in eindeloze deining,
De Zee, waarin mijn Ziel zichzelf weerspiegeld ziet;
De Zee is als mijn Ziel in wezen en verschijning,
Zij is een levend schoon en kent zichzelve niet.

(Willem Kloos, opgedragen aan Frederik van Eeden).

Het heeft de afgelopen dagen flink gewaaid en de golven komen tot bijna aan de voet van de duinen. Die voet is hier voor de zekerheid ook wat opgehoogd. De strandpaviljoens zijn gesloten: warme chocomel met appeltaart is er voor deze eenzame fietser vandaag niet bij.

Het is eb, dus de zee is bezig zich terug te trekken. Ik parkeer mijn fietst op het wat natte zand: daar blijft de standaard in het zand staan zonder er meteen in te zakken. Als ik heb geconstateerd dat mijn fiets stevig staat komt er opeens een onverwachte serie golven die het water flink opstuwen. En daar staat mijn Batavus: midden in het water van de Noordzee. Maar het is een stevige fiets. Voor hem geldt de lijfspreuk van Willem van Oranje: Saevis tranquillus in undis. Oftewel: rustig temidden der woelige baren. Willem van Oranje zou trots zijn geweest op deze Friese fiets.

Het water trekt zich weer terug, en de fiets staat daar eigenlijk prima. Dus maak ik eerst nog even wat foto’s. Vijf kilometer naar het zuiden toe staan de ijzeren silhouetten van de bedrijvigheid op de Maasvlakte. Naar het noorden toe zie ik in de verte nog vaag de contouren van Scheveningen.

Na een half uurtje vind ik het welletjes. Mijn fiets krijgt het trouwens ook koud. Met het zout op de lippen en het zand tussen de tanden en in mijn haren en oren verlaat ik het verder bijna lege strand. Ik fiets weer terug naar het duinfietspad en fiets nu met de wind in de rug richting Monster. 

Rondje Midden Delfland (3)

De serie heet wel Midden Delfland, maar ik fiets inmiddels ruimschoots door het Westland, oftewel de Glazen Stad. Rinkeldekinkel met Jeroen van Inkel.

Het is weer droog en de fiets komt aan het einde van het Zwethkanaal. Via een voetbrug met trappen kom ik aan de overzijde van de drukke N 230. Als je rolstoelgebonden bent kun je hier met geen mogelijkheid de overkant  bereiken.

Uiteindelijk kom ik bij een dijk uit. Ik kan linksaf en rechtsaf. Ik kies voor rechtsaf. Want in de verte lonkt de zee. Zeg ‘zee’ en Henk50 moet eigenlijk wel die kant uit.

Het fietspad loopt onderaan de dijk. Boven mij raast het autoverkeer. Dan zie ik een bord Heenweg. Dat klopt, ik ben niet op de terugweg. Laat ik maar eens met gevaar voor eigen leven de drukke weg oversteken. Want wat is Heenweg voor een dorp?

Welnu: Heenweg blijkt zeer overzichtelijk te zijn. Het dorp ligt aan de noordzijde van de dijk die via Maasdijk richting Hoek van Holland loopt. Er zijn slechts enkele straten, die meestal de naam van bloemen dragen: de Anjerstraat, Tulpstraat, Hyacintstraat en de Chrysantstraat. De grotere straten heten de Lugtigheidstraat, de Boelhouwerstraat, de Maasdijk en de Heenweg. Je moet je best doen om hier te verdwalen.

Langs de Maasdijk bevinden zich enkele grotere bedrijven met moderne kantoorpanden. Waarschijnlijk heeft dat allemaal met de tuinbouw te maken. Maar wat valt er verder te doen in Heenweg? Er staat een kerkgebouw, maar dat is dicht. Volgens een bord kun je hier op zondag om 09.30 uur vervoegen om naar een dominee uit de regio te luisteren. Maar dat bord is schone schijn: sinds de herfst van 2019 worden er geen kerkdiensten meer gehouden. Ook in het Westland slaat de secularisatie toe.

Verscholen tussen de bomen staat een bijzonder kerkgebouw. Het is klein, maar mooi, in neogothische stijl opgetrokken. Dit is de plaatselijke Rooms-Katholieke Kerk. Hier worden voorstellingen en concerten gehouden, maar voor een kerkdienst word je naar elders verwezen.

Kan ik nog iets anders doen in Heenweg? Jazeker, want er zijn twee kapsalons: van Dusty en van Miranda. Dusty schrijft dat ze altijd in beweging is met nieuwe kapsels. Ik ben wel benieuwd wat ze met mijn kale hoofd zou kunnen doen. Maar helaas: beide kapsalons zijn gesloten. Er is ook een snackbar: de snackbar van Chris. Die ziet er uit als een gewoon woonhuis. Er is geen klant te zien, en ook Chris verschijnt niet.  Dan maar een brievenbus? Het is een ernstige zaak: in Heenweg is ook geen brievenbus. Er is zelfs geen bushalte in Heenweg. Eventuele OV-gebruikers moeten 20 minuten lopen om hier te komen. En ondertussen begint het ook weer te regenen.

Voor de zeshonderd inwoners van Heenweg valt er dus ter plaatse niet veel te doen. In alle gevallen wordt men verwezen naar het nabijgelegen ’s Gravenzande: met 22.000 inwoners de grootste plaats in het Westland.  Naaldwijk is overigens net zo ver weg: naar beide plaatsen is het drie kilometer fietsen.

Desondanks weet een makelaar het hier goed te verkopen. In Heenweg staat één huis te koop. "Laat u verrassen door deze leuke tussenwoning met karakteristieke gevel in een rustige straat in het gezellige dorp Heenweg."