Cognitieve achteruitgang bij het ouder worden (6)

Een ingewikkeld thema zijn de executieve functies. Daar valt een groot aantal planmatige gedachten en handelingen onder. 

Executieve functies kun je onderscheiden in gedrag en cognitie.

Onder het gedrag valt:

  • de taakinitiatie (je ergens toe zetten)
  • de emotieregulatie (gepast reageren in een bepaalde situatie)
  • de volgehouden aandacht (iets waar je mee bezig gaat ook afmaken)
  • de responsinhibitie (je in kunnen houden, niet meteen iets pakken bijv.)
  • de flexibiliteit (lukt het één niet, dan doe ik het ander)
  • het doelgerichte gedrag (ik ga nu dit doen en daarna iets anders)

Het zal duidelijk zijn dat het ouderen meer moeite kost om op het gebied van de executieve functies ‘te presteren’. Deels komt dat doordat het tempo lager ligt, de schakeltijd meer tijd vraagt en het overzicht (buiten de vaste patronen) moeizamer verloopt. Ook is bekend dat ouderen vaak meer emotioneel zijn (het tweede punt), maar dan nog zie je verschillen. De één flapt iets er uit en de ander weet zich aan te passen, al naar gelang de omstandigheden.

De heer en mevrouw Peereboom wonen nog bij elkaar. De verpleegkundige komt binnen en zet voor hen beiden de pillen klaar. 'Hé', zegt mevrouw Peereboom, 'een snoepje op tafel'. Ze steekt het medicijn van haar man in de mond en slikt de pil meteen door. Bij mevrouw Peereboom zie je op dat moment een tekort aan responsinhibitie. 

Dat het allemaal meer tijd kost valt onder de normale veroudering. Iemand van 71 jaar kan niet meer zo flitsend reageren en handelen als iemand van 21 jaar. Je kunt je ook wel voorstellen wanneer het allemaal meer ‘bijzonder’ wordt.

Onder de cognitie valt:

  • de planning, de prioritering (‘eerst ga ik dit doen, dan dat en daarna weer iets anders. Maar als er iets tussen komt moet ik dat misschien voorrang geven’). Het gaat hierbij niet in de eerste plaats om het gedrag, maar om het bedenken wat je wilt gaan doen.
  • de organisatie. Het meest eenvoudige voorbeeld is het bereiden van een maaltijd. Als je er bij nadenkt komt daar heel wat organisatie bij kijken. De boodschappen doen, het klaar maken van de groenten, de volgorde waarop je de gerechten aan de kook brengt.
  • het werkgeheugen (al eerder beschreven) : in je hoofd verschillende zaken met elkaar combineren, bijvoorbeeld de groenten op de markt kosten 1.20 euro, 2,70 euro, 5,10 euro en 2.70 euro, dus ik heb een briefje van tien en nog wat kleingeld nodig.
  • timemanagement (bijvoorbeeld: hoeveel tijd heb ik nodig om me aan te kleden, te ontbijten zodat ik klaar kan zitten als de taxi komt).
  • metacognitie: nadenken over de interactie tussen jou en de ander: als ik dit zeg tegen de verpleegkundige zal ze er waarschijnlijk op die manier op reageren…

Gaan de executieve functies achteruit bij het ouder worden. Ja! Maar het is niet bij iedereen en op alle punten het geval. Enige achteruitgang is ‘normaal’.

Als het berijden van een maaltijd helemaal niet meer lukt, als de persoon helemaal niet meer kan bedenken wat er vandaag moet gebeuren, als hij al om vier uur opstaat om op tijd aangekleed te zijn, dan is de achteruitgang ernstig en is er meer ondersteuning nodig. 

Cognitieve achteruitgang bij het ouder worden (3)

Hoe zit het met de aandacht en het werkgeheugen bij het ouder worden? De oudere lezers van dit blog hebben daar vast wel een idee van of bij. 

Met de aandacht is iets bijzonders aan de hand. Je zou denken dan ouderen er meer met hun hoofd bij zijn, want ze moeten wel. Welnu, dat valt een beetje tegen. Ouderen doen het op de routine goed. Als ze hun vaste loopje hebben lijkt er niets aan de hand te zijn. Maar het nadeel van dat vaste loopje is dat je ook minder goed oplet. Oftewel: je aandacht zakt te ver weg. Daardoor maak je wel je vaste loopje, maar je vergeet dat je deze keer onderweg nog een brief moest posten.

Dat heeft te maken met het zogenaamde mechanisme van de cognitieve controle. Cognitieve controle is gevoelig voor veroudering.  Dat begint al vanaf je 25e levensjaar, maar neemt substantiëlere vormen aan rond de 65. Deze effecten van veroudering op cognitieve controle hebben meerdere gevolgen.

Ten eerste hebben ouderen meer moeite met nieuwe en flexibele taken (denk aan links rijden in Engeland, hoe organiseer je dat, wat gebeurt er bij de eerste rotonde als je ook nog uit moet zoeken waar je naar toe moet).

Zolang taken een vaste, voorspelbare structuur en vaste regels hebben, die consistent en routinematig uitgevoerd kunnen worden, vormt oefening een buffer tegen verval. Ouderen profiteren door hun levenslange ervaring dan ook meer van routine dan jongeren, maar omgekeerd zijn ze juist minder efficiënt in het afwijken van die routine. Tegelijkertijd kan de aandacht gemakkelijker wegzakken, mede doordat er problemen in het gehoor en met het zicht zijn.

Het voordeel van de routine is dat je niet steeds hoeft na te denken, het nadeel is dat de aandacht onvoldoende kan zijn.

Daarnaast is er een probleem met het werkgeheugen. Dat regelt de complexe zaken, het organiseren van het handelen, het combineren van meerdere taken. Bijvoorbeeld het uit je hoofd maken van een som (18 + 22 maal 3 gedeeld door 7). Je moet dan én het ene vasthouden en doorgaan met het volgende stukje.

Voor mij is er één voordeel: dat hoofdrekenen kon ik vroeger ook al niet. Er is geen sprake van achteruitgang. Ik mag een ‘K’ scoren (karakteristiek).

Iedereen die zelf op leeftijd is en/of ouderen kent weet dat de routinematige taken meestal wel lukken, maar dat nieuwe en complexe opdrachten veel meer tijd vragen dan 'vroeger'. Daarnaast valt als nadeel op dat het hoofd nogal eens meer 'afwezig' is. Je moet als oudere jezelf bij de les zien te houden.