Weglopen (slot)

Weglopen: het zit mogelijk in ons allemaal. Verre reizen naar verlaten oorden zijn misschien ook gebaseerd op de behoefte aan weglopen. Even weg van alle drukte en van alle verplichtingen. 

Angst voor straf

Weglopen blijkt een drietal uitlokkende factoren te hebben. De eerste is de angst voor straf. Als je weet dat je een week binnen moet blijven verkies je misschien je vrijheid boven die week huisarrest. Dat het later nog ingewikkelder wordt neemt een puber zelden direct mee in de afwegingen.

Ruzie

De tweede reden is een crisis of een ruzie. De situatie in huis is zó heftig en/of onvoorspelbaar dat het kind weg wil wezen. Bedenk daarbij dat pubers ook zeer sensitief kunnen zijn en dat een voor volwassenen te hanteren mate van spanning voor hen al snel teveel kan zijn.

Prikkelgevoeligheid

Een derde reden is de behoefte aan rust. Vooral in de tijd dat kinderen geen eigen plekje hadden in gehorige huizen liepen er nogal eens kinderen weg die gewoon de drukte niet aan konden: hun hoofd raakte te vol. Dus hoe drukker het in huis was, des te meer was er de behoefte om weg te lopen om het hoofd weer leger te krijgen.

Opeenstapeling

Maar er kan ook een kleine gebeurtenis zijn die op zichzelf niet veel te betekenen lijkt te hebben. Dan kan het weglopen het gevolg zijn van een opeenstapeling van vervelende gebeurtenissen waardoor de emmer alsnog over loopt.

Waar naar toe?

Waar lopen de jongeren naar toe? Vier op de tien jongeren bedenken zelf onderdak of hebben dit van tevoren geregeld: bij vrienden of kennissen. Opmerkelijk is ook de rol van grootouders waar sommige kinderen zich kennelijk nog veilig voelen. Een andere groep jongeren loopt weg, maar ‘zien wel’. Ze stappen op de trein, slapen op het strand of komen uiteindelijk iemand tegen die hen onderdak biedt.

(G) een avontuur

Het weglopen voor een avontuur komt naar verhouding weinig voor. Er zijn maar weinig jongeren die ‘zoek’ raken om iets spannends mee te kunnen maken. Was het een halve eeuw geleden nog een topprestatie om al liftend in Parijs terecht te komen en dan toch maar een keer op een avond je moeder te bellen dat je nog in leven was, tegenwoordig lijkt dit type van weglopen minder gebruikelijk te zijn.

Weglopen als signaal

Weglopen is een signaal. “Kinderen lopen niet weg om hun ouders pijn te doen” schrijft het blad J/M. Kinderen lopen meestal weg als er een communicatieprobleem is. Straf en boosheid na het weglopen werken meestal averechts omdat je dan de communicatie nog meer blokkeert.

Het belang van goede communicatie

Geef als opvoeder wél aan dat je je zorgen hebt gemaakt, maar ook dat je blij bent dat het kind weer thuis is. Probeer de draad van de communicatie weer op te pakken. Geef aan dat weglopen niet de oplossing is, maar dat je graag wilt werken aan een oplossing waar het kind zich ook in kan vinden.

"Weglopen kun je niet tegenhouden. Werken aan goede communicatie is de meest effectieve manier om de kans op weglopen te verminderen."

Weglopen (4)

Wat maakt de 'Honderdjarige die uit het raam klom en verdween' zo'n intrigerend boek of film. Ik heb al voorspeld dat ik later ook een poging ga wagen. Vooral als ik word opgesloten. Ik moet er uit kunnen...

Jaarlijks lopen in Nederland ongeveer 30.000 kinderen weg van huis of uit de instelling. Ze zijn bijna allemaal boven de 14 jaar. Opmerkelijk is dat twee maal zoveel meisjes weglopen als jongens.

Allochtone gezinnen

Daarnaast wordt gemeld dat ‘allochtone jongeren’ vaker van huis weglopen dan kinderen met Nederlandse voorouders. Een oorzaak die daarbij wordt genoemd is dat deze jongeren de cultuur binnenshuis niet kunnen ‘rijmen’ met de cultuur buitenshuis (bijvoorbeeld de mate van vrijheid). Het is voor een aantal jongeren ook één van de triggers geweest voor het ‘weglopen’ naar IS-gebieden.

Communicatieproblemen

De volgende cijfers haal ik uit een onderzoek in Vlaanderen (2005). Maar ik denk dat de cijfers niet veel zullen verschillen met die van Nederland.

Bij zeven op de tien gezinnen waar een kind is weggelopen spelen communicatieproblemen een grote rol. Kenmerkend is meestal de onmogelijkheid te communiceren binnen het gezin. Ouder en kind slagen er niet in om elkaar emotioneel te bereiken.

Opvoedingsproblemen

Bij vier op de tien gezinnen waarbij een kind wegloopt en/of bij iemand anders ‘onderduikt’ is sprake van forse opvoedingsproblemen. De ouders zijn handelingsverlegen of hebben geen idee hoe ze met puberaal gedrag om moeten gaan. Er is bijvoorbeeld sprake van dan weer strenge regels, dan weer geen regels. Of beide ouders stellen heel verschillende regels. Fysieke mishandeling en het stellen van extreem strenge regels kunnen een uitlokkend effect hebben.

Psychische problematiek

Bij drie op de tien kinderen is sprake van psychische problematiek. Zo kan het weglopen worden uitgelokt door een depressie. Maar ook het zoeken naar de eigen identiteit kan aanleiding zijn tot weglopen. Als een kind zich thuis niet gezien of gehoord voelt en als het op zoek is naar een eigen perspectief (wie ben ik? wat wil ik?) ziet het kind soms maar één oplossing: ik moet hier weg.

Verband met delinquentie

Opmerkelijk is dat aan het wegloopgedrag relatief vaak vormen van delinquentie vooraf lijken te gaan. Drie op de tien kinderen was al in aanraking gekomen met justitie, o.a. vanwege diefstal of het gebruik van drugs. Op school is frequent spijbelen een voorspeller van wegloopgedrag.

In de gehandicaptenzorg komt ook vaak wegloopgedrag voor. Dat geldt trouwens ook voor de ouderenzorg. Bij cliënten die niet kunnen overzien wat 'eigen' is en wat 'anders' is zou ik echter niet willen spreken van wegloopgedrag, maar van de neiging om te gaan zwerven omdat er geen verbinding is met wat 'thuis' is. 

Weglopen (3)

Ik merk dat het onderwerp 'weglopen' me wel raakt. Ik voel me verwant aan sommige weglopers. Gelukkig mag ik af en toe aan de 'fietszwerf'.

Mevrouw Jongsma sluit de gordijnen

Maar je kunt ook weglopen door gewoon thuis te blijven. Zoals mevrouw Jongsma, die de deur op slot deed, de gordijnen dicht deed en geen telefoon beantwoordde. Toen ze er later op terug keek zei ze: “Daarmee maakte ik iedereen ongerust“. De bedoeling was dus hetzelfde als bij die man die zich in de bosjes verstopte en vervolgens ging kijken of mensen hem gingen zoeken.Het is een vorm van gezien willen worden.

Dit gedrag komt o.a. voor bij mensen die trekken van een borderline- stoornis vertonen. Ze vertellen in goede perioden dus zelf dat ze -als ze niet lekker in hun vel zitten- de deur dicht doen en niet op de bel en de telefoon reageren.

Samenvattend

De in het tweede blog genoemde vormen van weglopen waren het weglopen als gevolg van 1) een bodemloos bestaan, 2) als outcast, zondebok, 3) vanwege de chaos in het gezin, 4) vanwege de te strenge regels, 5) als uittesten, en 6) als manier om duidelijkheid te krijgen.

Lichamelijke oorzaak

Er zijn ook vormen van weglopen die organisch/ neurologisch bepaald zijn. Er gebeurt iets in het lichaam of in de hersenen waardoor de behoefte aan weglopen (onbewust) gestimuleerd wordt.

Dit zien we o.a. 7) bij epilepsie. De persoon weet eigenlijk niet eens dat hij weg loopt. Er gebeurt iets in zijn lichaam waardoor hij weg moet lopen.

Bij meisjes wordt 8) het pre-menstrueel weglopen genoemd. De hormonale veranderingen leiden tot een veranderde prikkelgevoeligheid.

Bij 9) snel overprikkelde kinderen zie je weglopen soms als vluchtgedrag. In de drukte van het gezin of van de instelling is de enige manier om rust te krijgen: weglopen. Je kunt je verstoppen op de WC, je gaat op de zolder zitten, of je loopt het dorp uit. Dit kan op den duur een patroon worden dat moeilijk te veranderen valt.

Er is ook een vorm van 10) psychotisch weglopen. Bij een psychose staan lichaam en geest onder invloed van ‘vreemde’ belevingen. Je ziet bijvoorbeeld dingen die er niet zijn of je hoort stemmen. Deze mensen kunnen zeer gevaarlijk en roekeloos weglopen omdat hun denken gestuurd wordt door vreemde belevingen. Daarbij hebben ze o.a. de neiging om counterfobisch gedrag te vertonen: opzoeken waar ze zelf bang voor zijn.

Tien vormen van weglopen. Maar er valt nog meer over te schrijven. Daarom volgt er nog een blog. Ik hoop alleen dat de bloglezers niet weglopen...

Weglopen (1)

Volgens mijn leermeester Jacques Heijkoop is mijn fietsverslaving een vorm van 'legaal weglopen'. Dat houd ik nu al 66 jaar zo vol. In plaats van schoenzolen verslijt ik fietsbanden. En wel vanaf het eerste moment dat ik een fiets kreeg. Ik was toen acht jaar oud.

Toen ik een jaar of tien was fietste ik soms 60 kilometer op een vrije middag. Zonder geld, zonder plakspul, zonder drinken, zonder telefoon. En dat terwijl mijn moeder alle kinderen goed in de gaten wilde houden.

Je hoeft maar naar ‘Vermist’ te kijken, of je weet dat er nogal wat mensen weglopen. Ze verdwijnen en laten soms niets meer van zich horen. Vaak willen ze wel, maar durven ze niet (meer). Maar ook gebeurt het dat iemand niets meer te maken wil hebben met het thuisfront.

Weglopen wordt vaak als een afwijking gezien. Maar wie kent niet de innerlijke drang om alles achter te laten en gewoon op reis te gaan? Niet voor niets was Swiebertje jarenlang één van de meest populaire personen op de televisie. Hij was geen echte zwerver, maar liet zich zeker ook niet ‘vastpinnen’ op één adres. Swiebertje deed een appel op onze behoefte aan vrijheid en ongebondenheid: gaan en staan waar je wilt. Een romantisch ideaal dat in de praktijk heel wat minder romantisch is dan het oogt.

Ook de gesloten behandelinstellingen kennen het verschijnsel van het weglopen. Er is zelfs een paradox aanwezig: hoe meer gesloten de instelling is, des te sterker de behoefte om weg te lopen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het niet (willen) weglopen ook een signaal kan zijn dat er iets mis is met het kind.

Kijk je naar het weglopen zélf, dan zie je vaak een ambivalente houding. Er spelen tegengestelde bewegingen. Eerst wint het niet willen blijven, maar geleidelijk wordt de kracht om terug te gaan sterker. Het snelle weglopen verandert in een langzamer tempo en uiteindelijk staat het kind in twijfel stil: teruggaan of verder gaan? Veel kinderen willen wel weer terug, maar de angst voor straf weerhoudt hen.

Ik kan me uit mijn jeugd één keer herinneren dat ik bewust ben weggelopen. Ik herinner me van dat weglopen inderdaad de spanning: verder weg gaan of toch maar terug gaan? Mijn vader kwam me achterna. Ik kon sneller lopen dan hij, maar dat deed ik niet. Hoe dichter hij me naderde, hoe langzamer ik ging lopen…

Bij kinderen die tóch niet terug gaan hoor je vaak dat ze allerlei redenen bedenken. Het kind werd mishandeld, gepest, er werd streng gestraft, het eten was slecht. Bij sommige media gaan die verhalen er in als koek. Maar omgekeerd zie je ook vaak dat de instellingen het weglopen als een krenking ervaren. Er wordt niet geluisterd naar de klacht van het kind omdat er te zeer van tevoren vanuit wordt gegaan ‘dat deze kinderen nu eenmaal graag fantaseren’.

In ‘Vermist’ zie je vanuit de achterblijvers een tweetal reacties. Het meest komt de zorg voor de wegloper naar voren. Waar ben je en hoe gaat het nu met je? Maar ook de andere reactie komt vaak voor: de krenking, het verwijt, de boosheid. “Je had mijn nummer, waarom heb je nooit contact opgenomen?” Die laatste reactie maakt het voor de wegloper juist moeilijker om het contact weer te herstellen.

In het volgende blog worden enkele vormen van weglopen genoemd. Hoe je met het weglopen om moet gaan hangt mede van de vorm af. 

Weglopen (4)

Jaarlijks lopen in Nederland ongeveer 30.000 kinderen weg van huis of uit de instelling. Ze zijn bijna allemaal boven de 14 jaar. Opmerkelijk is dat twee maal zoveel meisjes weglopen als jongens.

Allochtone gezinnen

Daarnaast wordt gemeld dat ‘allochtone jongeren’ vaker van huis weglopen dan kinderen met Nederlandse voorouders. Een oorzaak die daarbij wordt genoemd is dat deze jongeren de cultuur binnenshuis niet kunnen ‘rijmen’ met de cultuur buitenshuis (bijvoorbeeld de mate van vrijheid). Het is voor een aantal jongeren ook één van de triggers geweest voor het ‘weglopen’ naar IS-gebieden.

Communicatieproblemen

De volgende cijfers haal ik uit een onderzoek in Vlaanderen (2005). Maar ik denk dat de cijfers niet veel zullen verschillen met die van Nederland.

Bij zeven op de tien gezinnen waar een kind is weggelopen spelen communicatieproblemen een grote rol. Kenmerkend is meestal de onmogelijkheid te communiceren binnen het gezin. Ouder en kind slagen er niet in om elkaar emotioneel te bereiken.

Opvoedingsproblemen

Bij vier op de tien gezinnen waarbij een kind wegloopt en/of bij iemand anders ‘onderduikt’ is sprake van forse opvoedingsproblemen. De ouders zijn handelingsverlegen of hebben geen idee hoe ze met puberaal gedrag om moeten gaan. Er is bijvoorbeeld sprake van dan weer strenge regels, dan weer geen regels. Of beide ouders stellen heel verschillende regels. Fysieke mishandeling en het stellen van extreem strenge regels kunnen een uitlokkend effect hebben.

Psychische problematiek

Bij drie op de tien kinderen is sprake van psychische problematiek. Zo kan het weglopen worden uitgelokt door een depressie. Maar ook het zoeken naar de eigen identiteit kan aanleiding zijn tot weglopen. Als een kind zich thuis niet gezien of gehoord voelt en als het op zoek is naar een eigen perspectief (wie ben ik? wat wil ik?) ziet het kind soms maar één oplossing: ik moet hier weg.

Verband met delinquentie

Opmerkelijk is dat aan het wegloopgedrag relatief vaak vormen van delinquentie vooraf lijken te gaan. Drie op de tien kinderen was al in aanraking gekomen met justitie, o.a. vanwege diefstal of het gebruik van drugs. Op school is frequent spijbelen een voorspeller van wegloopgedrag.

In de gehandicaptenzorg komt ook vaak wegloopgedrag voor. Dat geldt trouwens ook voor de ouderenzorg. Bij cliënten die niet kunnen overzien wat 'eigen' is en wat 'anders' is zou ik niet willen spreken van wegloopgedrag, maar van de neiging om te gaan zwerven.

Angst voor straf

Weglopen blijkt een tweetal uitlokkende factoren te hebben. De eerste is de angst voor straf. Als je weet dat je een week binnen moet blijven verkies je misschien je vrijheid boven die week huisarrest. Dat het later nog ingewikkelder wordt neemt een puber zelden direct mee in de afwegingen.

Ruzie

De tweede reden is een crisis of een ruzie. De situatie in huis is zó heftig en/of onvoorspelbaar dat het kind weg wil wezen. Bedenk daarbij dat pubers ook zeer sensitief kunnen zijn en dat een voor volwassenen te hanteren mate van spanning voor hen al snel teveel kan zijn.

Opeenstapeling

Maar er kan ook een kleine gebeurtenis zijn die op zichzelf niet veel te betekenen lijkt te hebben. Dan kan het weglopen het gevolg zijn van een opeenstapeling van vervelende gebeurtenissen waardoor de emmer alsnog over loopt.

Waar naar toe?

Waar lopen de jongeren naar toe? Vier op de tien jongeren bedenken zelf onderdak of hebben dit van tevoren geregeld: bij vrienden of kennissen. Opmerkelijk is ook de rol van grootouders waar sommige kinderen zich kennelijk nog veilig voelen. Een andere groep jongeren loopt weg, maar ‘zien wel’. Ze stappen op de trein, slapen op het strand of komen uiteindelijk iemand tegen die hen onderdak biedt.

(G) een avontuur

Het weglopen voor een avontuur komt naar verhouding weinig voor. Er zijn maar weinig jongeren die ‘zoek’ raken om iets spannends mee te kunnen maken. Was het een halve eeuw geleden nog een topprestatie om al liftend in Parijs terecht te komen en dan toch maar een keer op een avond je moeder te bellen dat je nog in leven was, tegenwoordig lijkt dit type van weglopen minder gebruikelijk te zijn.

Weglopen als signaal

Weglopen is een signaal. “Kinderen lopen niet weg om hun ouders pijn te doen” schrijft het blad J/M. Kinderen lopen meestal weg als er een communicatieprobleem is. Straf en boosheid na het weglopen werken meestal averechts omdat je dan de communicatie nog meer blokkeert.

Het belang van goede communicatie

Geef als opvoeder wél aan dat je je zorgen hebt gemaakt, maar ook dat je blij bent dat het kind weer thuis is. Probeer de draad van de communicatie weer op te pakken. Geef aan dat weglopen niet de oplossing is, maar dat je graag wilt werken aan een oplossing waar het kind zich ook in kan vinden.

"Weglopen kun je niet tegenhouden. Werken aan goede communicatie is de meest effectieve manier om de kans op weglopen te verminderen."

Weglopen (3)

Ben jij wel eens weggelopen? En waarom liep je dan weg? Paste je ook in één van die zes hokjes uit het vorige blog?

Mevrouw Jongsma sluit de gordijnen

Maar je kunt ook weglopen door gewoon thuis te blijven. Zoals mevrouw Jongsma, die de deur op slot deed, de gordijnen dicht deed en geen telefoon beantwoordde. Toen ze er later op terug keek zei ze: “Daarmee maakte ik iedereen ongerust“. De bedoeling was dus hetzelfde als bij die man die zich in de bosjes verstopte en vervolgens ging kijken of mensen hem gingen zoeken. Het is een vorm van gezien willen worden.

Dit gedrag komt o.a. voor bij mensen die trekken van een borderline- stoornis vertonen. Ze vertellen in goede perioden dus zelf dat ze -als ze niet lekker in hun vel zitten- de deur dicht doen en niet op de bel en de telefoon reageren.

Samenvattend

De in het tweede blog genoemde vormen van weglopen waren het weglopen als gevolg van 1) een bodemloos bestaan, 2) als outcast, zondebok, 3) vanwege de chaos in het gezin, 4) vanwege de te strenge regels, 5) als uittesten, en 6) als manier om duidelijkheid te krijgen.

Lichamelijke oorzaak

Er zijn ook vormen van weglopen die organisch/ neurologisch bepaald zijn. Er gebeurt iets in het lichaam of in de hersenen waardoor de behoefte aan weglopen (onbewust) gestimuleerd wordt.

Dit zien we o.a. 7) bij epilepsie. De persoon weet eigenlijk niet eens dat hij weg loopt. Er gebeurt iets in zijn lichaam waardoor hij weg moet lopen.

Bij meisjes wordt 8) het pre-menstrueel weglopen genoemd. De hormonale veranderingen leiden tot een veranderde prikkelgevoeligheid.

Bij 9) snel overprikkelde kinderen zie je weglopen soms als vluchtgedrag. In de drukte van het gezin of van de instelling is de enige manier om rust te krijgen: weglopen. Je kunt je verstoppen op de WC, je gaat op de zolder zitten, of je loopt het dorp uit. Dit kan op den duur een patroon worden dat moeilijk te veranderen valt.

Er is ook een vorm van 10) psychotisch weglopen. Bij een psychose staan lichaam en geest onder invloed van ‘vreemde’ belevingen. Je ziet bijvoorbeeld dingen die er niet zijn of je hoort stemmen. Deze mensen kunnen zeer gevaarlijk en roekeloos weglopen omdat hun denken gestuurd wordt door vreemde belevingen. Daarbij hebben ze o.a. de neiging om counterfobisch gedrag te vertonen: opzoeken waar ze zelf bang voor zijn.

Tien vormen van weglopen. Maar er valt nog meer over te schrijven. Daarom volgt er nog één blog. Niet meer, anders lopen jullie als lezers weg.

Weglopen (2)

In dit tweede blog noem ik enkele vormen van weglopen.

1) Kinderen met een ‘bodemloos’ bestaan hebben -soms al heel jong- de neiging om weg te lopen. Ze lopen niet ergens naar toe. Het is een onbestemd weglopen. Zo ken ik iemand die als kind regelmatig zoek was. Dan liep hij ergens in zijn eentje te dagdromen. Vaak was hij ook helemaal de tijd vergeten. Soms was onderweg zijn aandacht getroffen door iets bijzonders. Daar bleef hij dan steken. Omdat hij zijn huis niet als een thuis ervoer was de drijfveer om naar huis te komen nauwelijks aanwezig. Hij was een zwerver die zich overal en nergens kon bevinden.

2) De wat oudere kinderen, pubers en volwassenen kennen het outcast-weglopen. Dit is ook een vorm van weglopen omdat het kind geen bodem ervaart. Maar nu komt er nog iets bij: het kind heeft het gevoel verstoten te worden. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij kinderen die geen aansluiting vinden in de groep. Soms is er binnen het gezin ook een kind dat als zondebok wordt gezien (of dat denkt dat het de zondebok is). Dat kind heeft veel sterker dan de anderen de neiging om weg te lopen.

3) Er zijn ook kinderen die weglopen omdat ze de chaos en structuur-loosheid van het gezin niet aankunnen. Kinderen hebben naast een relatie met de opvoeder (ad 1) ook een structuur nodig die hen houvast geeft. Dat bouwt zich al in de vroege peutertijd op: structuur van ruimte, tijd en persoon. Een vaste plek, een vaste tijd en enkele vaste personen. Als een kind helemaal geen grip ervaart, als het verloop van de dag onvoorspelbaar is, als eten en naar bed gaan op volstrekt willekeurige momenten plaatsvinden raakt het kind zoek in een structuurloos bestaan. De paradox is dat het dan door weg te lopen enige controle over zijn leven krijgt.

4). Het omgekeerde komt ook voor. De structuur binnen het gezin (of de instelling) is dermate strak dat het kind geen enkele ruimte meer rest. De regels houden geen rekening met het individuele karakter van het kind. Binnen dit strakke regime zal het kind spanning op gaan bouwen. Op een bepaald moment móét het wel vluchten. De kinderen in de eerste en derde groep zullen niet zo gedreven weglopen, ze zwerven meer en verdwijnen dan. Bij de tweede en vierde groep overheerst de boosheid. Deze kinderen proberen vaak zo snél mogelijk zo vér mogelijk weg te komen: de spanning is te groot geworden.

5) Bij de eerste vier vormen kun je zeggen dat er (te) weinig relatie is met de opvoeder of dat de regels de relatie in de weg zitten. Maar er zijn ook kinderen die weglopen om de relatie uit te testen. Het weglopen wordt als psychologisch wapen gebruikt. Dat zie je al op jonge leeftijd (de peuter die wegloopt en omkijkt of iemand hem zoekt).

Kees loopt soms weg en verstopt zich dan in de bosjes. Vanuit die bosjes kijkt hij of hij wel gemist en gezocht wordt.

Peter woont een jaar op de instelling. Nu hij begint te wennen aan het wonen constateert de begeleiding dat hij sterk de neiging krijgt om weg te lopen. De angst voor binding leidt tot de behoefte om weg te lopen en tegelijkertijd de relatie uit te testen.

6) De laatste vorm die ik noem is het kind dat wegloopt om duidelijkheid te krijgen. Dat klinkt tegenstrijdig, maar in de relatie gebeurt er na het weglopen vaak iets vreemds. Opvoeders worden namelijk opeens weer erg duidelijk. De regels worden opnieuw helder. Het kind forceert dan dus met zijn gedrag meer duidelijkheid. Dat zie je soms ook bij kinderen die de geboden vrijheid eigenlijk niet goed aankunnen. In zekere zin is er een overlap met de derde genoemde vorm.

Er zijn nog meer varianten op het thema weglopen. Dus volgen er nog twee wegloopblogs.

Weglopen (1)

Je hoeft maar naar ‘Vermist’ te kijken, of je weet dat er nogal wat mensen weglopen. Ze verdwijnen en laten soms niets meer van zich horen. Vaak willen ze wel, maar durven ze niet (meer). Maar ook gebeurt het dat iemand niets meer te maken wil hebben met het thuisfront.

Weglopen wordt vaak als een afwijking gezien. Maar wie kent niet de innerlijke drang om alles achter te laten en gewoon op reis te gaan? Niet voor niets was Swiebertje jarenlang één van de meest populaire personen op de televisie. Hij was geen echte zwerver, maar liet zich zeker ook niet ‘vastpinnen’ op één adres. Swiebertje deed een appel op onze behoefte aan vrijheid en ongebondenheid: gaan en staan waar je wilt. Een romantisch ideaal dat in de praktijk heel wat minder romantisch is dan het oogt.

Ook de gesloten behandelinstellingen kennen het verschijnsel van het weglopen. Er is zelfs een paradox aanwezig: hoe meer gesloten de instelling is, des te sterker de behoefte om weg te lopen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het niet (willen) weglopen ook een signaal kan zijn dat er iets mis is met het kind.

Kijk je naar het weglopen zélf, dan zie je vaak een ambivalente houding. Er spelen tegengestelde bewegingen. Eerst wint het niet willen blijven, maar geleidelijk wordt de kracht om terug te gaan sterker. Het snelle weglopen verandert in een langzamer tempo en uiteindelijk staat het kind in twijfel stil: teruggaan of verder gaan? Veel kinderen willen wel weer terug, maar de angst voor straf weerhoudt hen.

Ik kan me uit mijn jeugd één keer herinneren dat ik bewust ben weggelopen. Ik herinner me van dat weglopen inderdaad de spanning: verder weg gaan of toch maar terug gaan? Mijn vader kwam me achterna. Ik kon sneller lopen dan hij, maar dat deed ik niet. Hoe dichter hij me naderde, hoe langzamer ik ging lopen…

Bij kinderen die tóch niet terug gaan hoor je vaak dat ze allerlei redenen bedenken. Het kind werd mishandeld, gepest, er werd streng gestraft, het eten was slecht. Bij sommige media gaan die verhalen er in als koek. Maar omgekeerd zie je ook vaak dat de instellingen het weglopen als een krenking ervaren. Er wordt niet geluisterd naar de klacht van het kind omdat er te zeer van tevoren vanuit wordt gegaan ‘dat deze kinderen nu eenmaal graag fantaseren’.

In ‘Vermist’ zie je vanuit de achterblijvers een tweetal reacties. Het meest komt de zorg voor de wegloper naar voren. Waar ben je en hoe gaat het nu met je? Maar ook de andere reactie komt vaak voor: de krenking, het verwijt, de boosheid. “Je had mijn nummer, waarom heb je nooit contact opgenomen?” Die laatste reactie maakt het voor de wegloper juist moeilijker om het contact weer te herstellen.

In een volgend blog worden enkele vormen van weglopen genoemd.

Meneer de Leur staat voor de deur

Meneer de Leur (dementerend) staat de hele dag bij de deur. Hoe reageer je op zijn gedrag?

Risico’s uitsluiten?

Het valt mij op hoeveel bewoners ik zie die in zorginstellingen wonen en die in hun dossier hebben staan dat ze wilsonbekwaam zouden zijn. Kennelijk is dat ook de legitimatie om allerlei deuren bij voorbaat op slot te doen en te houden.

Tegenwoordig bestaat de neiging bij instellingen om zich voor alle risico’s zoveel mogelijk in te dekken. Want als het mis gaat hangt de instelling een berisping van de inspectie benevens een schadeclaim boven het hoofd. Het is deze angstcultuur die de kwaliteit van zorg in instellingen steeds meer dreigt te verschralen.

Als je vooral let op de risico’s beland je in een fuik. We gaan alles dichttimmeren. Want meneer de Leur wil misschien weglopen. En als hij wegloopt kan hij onder een auto komen. En als hij onder een auto komt krijgen wij de schuld. Dus sluiten we de deur af. Zo, goed gehandeld! Meneer de Leur is veilig en wij zijn juridisch gedekt tegen onze aansprakelijkheid, mits we de protocollen maar goed hebben gevolgd…

Wat zit er achter het gedrag?

Wat we op zo’n moment helemaal over het hoofd zien is het antwoord op de vraag óf meneer de Leur wel wil weglopen. Wat zit er achter zijn gedrag? Wacht hij op iemand? Wil hij weten wat er achter die deur te zien is? Verwacht hij zijn vrouw? Is hij benieuwd wie er binnen komt? Is hij misschien vroeger portier geweest?

Wil hij gewoon zien wat er te zien is? Vroeger zat meneer de Leur namelijk graag voor het raam om op straat te kunnen kijken wat daar allemaal gebeurde. Helaas is hij zijn uitzicht kwijt. Vanuit zijn kamer valt de straat nauwelijks te zien.

Of wil meneer de Leur liever fietsen? Is een hometrainer misschien een alternatief dat hij zelf niet bedacht heeft. Wil hij gewoon buiten zitten, maar kan dat ook op het balkon?

Wat zijn de risico’s?

Maar stel dat meneer de Leur tóch naar buiten gaat… Is dat zo’n ramp? Want waar gaat hij heen? Misschien wil hij gewoon op het bankje voor het huis gaan zitten. Of misschien wil hij even een blokje om lopen en komt hij zo meteen weer terug. Misschien heeft hij last van alle geluiden op de woning en wil hij gewoon even naar de vogeltjes luisteren.

Dat zijn overwegingen die in sommige vernieuwende instellingen meegenomen worden. Niks geen beginnen met gesloten deuren: de deur is in principe open. En daarmee verdwijnt voor sommige ouderen al de drang om weg te lopen.

 Ernstig nadeel

De wetgever spreekt in de nieuwe wet zorg en dwang van ernstig nadeel. Pas als meneer De Leur ernstig nadeel zou ondervinden van zijn weglopen mag je de deur op slot houden.

Wanneer is er sprake van ernstig nadeel? Bijvoorbeeld als het buiten stevig vriest en je weet dat hij gedesoriënteerd kan raken. Hem dan zomaar naar buiten laten gaan zou een vorm van verwaarlozing zijn. Als je meeloopt en hij een stevige winterjas aan heeft is dat goede zorg. En misschien zelfs ook als je weet dat hij de weg kwijt kan raken, maar hij heeft een stevige winterjas aan en altijd heel wat gewend was (‘winterhard’). Want een meneer De Leur die zijn leven lang postbode was kan wel tegen een winters stootje.

Stel dat het mooi weer is en meneer De Leur wil naar buiten. Mag hij dan naar buiten? Ja, tenzij… En dan heb je weer dat criterium van het ernstig nadeel. Want je moet dan opnieuw een afweging maken. Meneer De Leur kan gedesoriënteerd raken. Hij woont in een nieuwe omgeving en het inprenten van de nieuwe weg gaat (door zijn dementering) niet goed meer. Dan moet je opnieuw een afweging maken. Raakt meneer de Leur in paniek? Dat zou ernstig nadeel kunnen zijn. Raakt hij de weg kwijt, maar geniet hij wel van het wandelen en komt hij uiteindelijk toch wel weer (al dan niet met hulp) thuis, dan zou je de situatie kunnen beoordelen als ‘geen ernstig nadeel’.

Beslisboom

De nieuwe wet zorg en dwang kent een beslisboom waarbij je al deze stappen moet overwegen. Het nadeel waar ik zelf een beetje bang voor ben is dat de registratie teveel tijd gaat kosten waardoor we handen aan het bed kwijt zouden kunnen raken. Maar als de registratie binnen de perken blijft biedt het hanteren van het criterium ‘ernstig nadeel’ mogelijkheden om creatief met dit soort situaties om te gaan…

Weglopen (4, slot)

6) Er zijn ook kinderen die weglopen om duidelijkheid te krijgen. Dat klinkt tegenstrijdig, maar in de relatie gebeurt er na het weglopen vaak iets vreemds. Opvoeders worden namelijk opeens weer erg duidelijk. De regels worden opnieuw helder. Het kind forceert dan dus met zijn gedrag meer duidelijkheid. Dat zie je soms ook bij kinderen die de geboden vrijheid eigenlijk niet goed aankunnen. In zekere zin is er een overlap met de derde genoemde vorm.

7) Er zijn ook vormen van weglopen die organisch bepaald zijn. Er gebeurt iets in het lichaam of in de hersenen waardoor de behoefte aan weglopen (onbewust) gestimuleerd wordt. Dit zien we o.a. soms bij bepaalde vormen van epilepsie, waarbij een soort schemertoestand ontstaat. In opvoedingsinstellingen voor meisjes is het PMS-weglopen bekend: de hormonale veranderingen leiden tot een verhoogde kans op weglopen.

8) Bij snel overprikkelde kinderen (zoals bij kinderen met autisme) zie je weglopen soms als vluchtgedrag. In de drukte van het gezin of van de instelling is de enige manier om rust te krijgen: weglopen (of: wegfietsen). Dit kan op den duur een patroon worden dat moeilijk te veranderen valt.

9) Psychotisch weglopen. Bij een psychose staan lichaam en geest onder invloed van ‘vreemde’ belevingen. Je ziet bijvoorbeeld dingen die er niet zijn of je hoort stemmen. Deze mensen kunnen zeer gevaarlijk en roekeloos weglopen omdat hun denken gestuurd wordt door vreemde belevingen. Ze zoeken dan bijvoorbeeld ook gevaarlijke situaties op, zoals een hoog gebouw, een spoorwegovergang of ze gaan over de middenstreep van de weg lopen.

10) Weglopen door binnen te blijven. Een variant op het thema weglopen zijn de mensen die zich juist onttrekken aan allerlei contacten. Ze maken hun wereld heel klein. Ze lopen in fysiek opzicht niet weg van de plek waar ze zijn, maar ze lopen – door zich af te sluiten – weg van de mensen met wie ze in contact staan. Arthur Hegger noemt in zijn boek over ‘Borderline’ het voorbeeld van een vrouw die de gordijnen van haar huis dicht houdt, niet reageert als er aangebeld wordt en ook de telefoon niet opneemt. Eigenlijk is dat gedrag een variant op het gedrag van André (vorm 5): jezelf zoek maken om gezocht te worden.

Er vallen nog veel meer varianten op het thema weglopen te bedenken, maar dit waren er een paar, geput uit allerlei herinneringen die nog steeds af en toe door mijn hoofd gaan. Ik blijf maar weglopen…