Naar de bollen (2)

De inwoners van Wassenaar stinken een uur in de wind. Ze vinden wassen naar. Omdat ik geen corona heb gehad is mijn reukorgaan nog intact. Dus dat wordt afzien.

Omdat ik helemaal geen doel heb gesteld heb ik ook geen route in mijn hoofd. Ik fiets maar wat zigzaggend door Wassenaar. De gemeente heeft een dure naam, en dat is niet ten onrechte. In een deel van de plaats hebben de bewoners van vrijstaande villa’s zich verschanst achter hoge hekken met alarminstallaties. Het lijkt me niet zo’n prettig bestaan, als je zo moet leven. Alleen al het gedoe van het aan-en uitzetten van de alarmen lijkt me een alarmerende bezigheid.

Het bestuurscentrum van de gemeente Wassenaar

Er zijn ook tal van consulaten in Wassenaar gevestigd en er wonen heuse ambassadeurs. Er is ook een HEMA, waar het vier uurtje twee euro kost.

De duurste woning die te koop staat kost ruim 5 miljoen euro, maar dan heb je ook 775 vierkante meter aan leefruimte en zes badkamers. Mooi is het huis niet, het is meer een platte doos met inpandige garage voor zes auto’s. Je hebt het in zo’n groot huis zó druk met stofzuigen dat je niet meer aan werken toekomt.

Sociale woningbouw in Wassenaar

Maar ook Wassenaar deed in het verleden en mogelijk ook nog in het heden op beperkte schaal aan sociale woningbouw. Zo trof ik een aardig hofje aan uit de jaren ’20, dat onlangs nog is gerenoveerd.

Het oude dorp Wassenaar oogt dorps. Eigenlijk net zoiets als Blaricum. Het oude dorpse wordt gekoesterd. Net zoals in het Gooi kwam ook Wassenaar tot bloei door de aanleg van een spoorlijn.

Het dorpse centrum van Wassenaar

Zoals rijke Amsterdammers op de Gooise Heide gingen wonen totdat bijna de hele heide bebouwd was, zo gingen rijke Hagenezen in Wassenaar wonen. De spoorlijn bestaat overigens niet meer: het was de eerste geëlectrificeerde spoorlijn van Nederland, het zogenaamde Hofpleinlijntje van Rotterdam naar Scheveningen.

Je kunt in Wassenaar o.a. de Landgoederenroute fietsen. Dan fiets je langs landgoederen. Overal zitten de hekken dicht, maar in de winter kun je tussen de bomen door af en toe een groot huis zien liggen.

Ik kies mijn al zigzaggend mijn eigen route. In het zuidoosten fietste ik Wassenaar binnen en in het noordoosten fiets ik er weer uit. Dan valt op hoe dorps de plaats af en toe is.

In het noordwesten lag vroeger het vliegveld Valkenburg. Hier wordt een nieuwe Vinex-locatie gebouwd, binnen de gemeentegrenzen van Katwijk. 

Raadhuis de Paauw

Je zou het niet zeggen op de foto, maar ik schoot dit plaatje in de regen. Hoewel: regen? En viel ook hagel en natte sneeuw. Alles door elkaar. Een neerslagmix, dus.

Als je door Wassenaar fietst zie je tal van luxe villa’s. Veel mensen zijn zó bang voor inbraak dat ze grote hekken met alarminstallaties hebben aangebracht. Als je veel bezit hebt word je ook banger dat je het kwijt raakt. De kilometerteller van mijn fiets raakt hier regelmatig van slag vanwege alle radiografische (ofzo) golven van bewakingsinstallaties.

Wat me daarnaast opvalt is dat sommige mensen er niet zo fris uit zien en ook niet zo fris ruiken. Ze vinden wassen naar.

Er wordt een speciale landgoederenfietsroute door Wassenaar aangegeven. Dan kom je langs de duurste panden. Dit is een pand voor algemeen gebruik: Huize De Paauw. Het neo-classicistische gebouw dateert uit 1747. Het huis is grondig gerestaureerd in de kleuren van de periode dat Frederik van Oranje-Nassau in dit huis woonde. Daarom is het huis geel geschilderd. De bedoeling is dat ik ga denken dat het zandsteen is. Maar daar trap ik niet in.

Raadhuis De Paauw in Wassenaar

Huize De Paauw is het bestuurscentrum van de gemeente Wassenaar. Daarbij dacht ik aan een gemeentehuis, maar dat is weer wat anders. In de kelder van het huis bevindt zich een brandweermuseum. Ik wilde wel even opwarmen, dat moet kunnen bij de brandweer, maar het museum was gesloten.

Ik fietste dus verder en raakte geleidelijk aan helemaal doorweekt. Tegen zoveel regen, hagel en natte sneeuw bleek mijn jas niet bestand. En regenkleding had ik niet bij me, want de Buienradar had pas over drie uur neerslag voorspeld. 

Op familiebezoek (3)

Leiderdorp proberen we zo snel mogelijk weer uit te fietsen. Het oude deel van het dorp is wel aardig, maar de nieuwbouwwijken zijn voornamelijk 'één pot fantasieloos nat'.

De wijken zijn bedacht door planologen achter de tekentafel en architecten met weinig fantasie en creativiteit. Voor die laatsten kan ik een studie van de ontwerpen van de Amsterdamse School aanbevelen. In de crisisjaren wist men wat creatief bouwen was…

Veerpont over de Zijl

Aan de noordrand van Leiderdorp kun je aardig fietsen langs de Dwarswatering. We fietsen daarna langs de Zijl en nemen de veerpont naar de overkant (dat doe je meestal met een veerpont). Op de pont zijn mondkapjes en met contant geld betalen verplicht. Het is een mooie oversteek over de hier brede Zijl.

Passagier met mondkapje

Aan de overkant blijven we buiten de bebouwing van de Leidse Merenwijk. Bij de spoorlijn moeten we toch even de stad in, maar een tunnel onder het spoor brengt ons heelhuids terug naar Oegstgeest. In dat villadorp zijn nogal wat beroemde Nederlanders opgegroeid. Er bevindt zich ook één van de grootste psychiatrische instellingen van Nederland. Dat die twee in Oegstgeest bij elkaar komen zal wel toeval zijn.

De fietsroute richting Wassenaar was jarenlang een groot probleem. Inmiddels is er – via de campus van de Leidse Universiteit – een route aangelegd die grotendeels de toets der kritiek kan doorstaan. Er ontbreken nog maar een paar puzzelstukjes.

We fietsen over de Oude Rijn (die in Katwijk in de Noordzee plonst). Daarna blijken er toch weer tal van opbrekingen te zijn vanwege een nieuwe weg in aanleg. Aan de westzijde ligt het Valkenburgse Meer (ontstaan door zandwinning), compleet met een museumstoomtrein die ik nog nooit heb zien rijden.

Het fietspad naar Wassenaar loopt over een voormalige tramlijn. Er staan veel bomen langs: dat helpt tegen de tegenwind. Wassenaar is één van de rijkste gemeenten van Nederland, en dat is aan de villa’s ook wel te zien. Vaak zit er een hek met alarminstallatie rond de tuin. Rijk zijn en je veilig voelen schijnt nogal met elkaar op gespannen voet te staan.

Het centrum van Wassenaar

We besluiten proletarisch te gaan koffie drinken in de Hema. Dat bedrijf moet ook gesteund worden. Koffie met een gebakje voor 2 euro: wat wil je nog meer? Uiteraard drinken we de koffie in stijl: met de pink omhoog. Dat hoort hier zo…

Na Wassenaar fietsen we door naar Den Haag. Met een haakse bocht slaan we linksaf. Vanaf nu hebben we de wind mee. Via Voorburg en Rijswijk fietsen we langs het Rijn-Schiekanaal terug naar ons huis. De teller heeft er vandaag weer 75 fietskilometers bij opgeteld. 

Koufietsen (4)

Het is tijd voor de terugweg. Ik laat Leiden achter me en raak tijdelijk zoek op het Universiteitsterrein. Waarom zijn die terreinen tegenwoordig zo groot. Vroeger had ik college in een villa aan het Vondelpark.

Maar niet alleen het grote terrein zorgt voor geografische ontregeling, ook de wegomleggingen. Er wordt aan alle kanten gebouwd en verbouwd. De logica qua richting is hier ver te zoeken. Maar uiteindelijk kom ik bij een brug over de Oude Rijn uit: de Torenvliedbrug. Dit was de oude grens tussen het Romeinse rijk en de primitieve Kaninefaten. Ze vochten tegen de Friezen en tegen de Romeinen.

Ik maak een foto, maar die blijkt bij thuiskomst niet scherp te zijn. Waarschijnlijk trilde de brug vanwege het verkeer. Of mijn handen trilden vanwege de kou.

De weg die ik aan de overkant van het water kies blijkt dood de lopen. Ook dat nog. Dan maar weer terug en om het Valkenburgse Meer heen. Dat heb ik niet op school geleerd, maar toen was het er ook nog niet. Voor de mensen die niet begrijpen waar ik fiets: ik ben niet in Zuid-Limburg. Daar ligt ook een Valkenburg. Daar is vliegveld Valkenburg naar genoemd, maar dat is inmiddels opgeheven. Wel rijdt er hier nog een stroomtram. Die heb ik overigens nooit waargenomen.

Een verstild fietspad in de richting van Wassenaar blijkt over het tracé van een voormalige tramlijn te lopen. Die heeft nog tot 1961 gereden. Ik passeer Maaldrift: een verzameling gebouwen die deels een militaire bestemming had. Daarna fiets ik Wassenaar binnen. Ook die plaats heb ik al eerder beschreven. Deze keer neem ik deels de fietsroute die over de landgoederen leidt. Nauwelijks verlicht, dus het is uitkijken geblazen. Bij een vijver beweegt een tak: waarschijnlijk was het een ringslang, maar misschien ook wel een paling.

Er staan hier aanzienlijke panden. Hoe ze allemaal heten weet ik niet, maar ik zet twee van die optrekjes op de foto...

Herfstfietsen (4): Wassenaar

Toch maar weer verder op de fiets, ook al is deze fietstocht al meer dan zes weken geleden. Het was een rondje middagfietsen. Al in geen drie maanden heb ik een hele dag gefietst.

Ik was in Voorschoten enigszins opgehouden door de kou en een Pietenband, en had me ter plaatse opgewarmd in een plaatselijke boekhandel omdat er geen plek was in de plaatselijke herberg. Hoewel: er was wel plek, maar ik vond het te vol en er was teveel lawaai.

Via het station van Voorschoten maak ik de doorsteek naar Wassenaar. Het is maar een kort doorsteekje van drie kilometer. Links ligt het natuurgebied Raaphorst. Het kasteel rond dit landgoed is er niet meer. Ik weet ook niet waar het gebleven is. Dat zou ik aan een plaatselijk historicus moeten vragen.

Onder de A44 door fiets ik Wassenaar binnen. Deze plaats staat landelijk bekend als één van de meest sjieke plaatsen in Nederland. Als dat zo is val ik met mijn kleding uit de toon. Er zitten zelfs twee gaten in mijn spijkerbroek, heb ik onderweg ontdekt. Ik vroeg me onderweg al af waarom het zo tochtte. Sorry, plaatselijke inwoners, maar ik wist niet van tevoren dat ik in Wassenaar uit zou komen. Ondertussen heb ik het weer behoorlijk koud en ik moet ook nodig een sanitaire stop maken.

Eigenlijk is het winkelcentrum van Wassenaar heel gewoon en ook best aardig. Een leuke dorpsstraat die mooi verlicht is. En er is ook een HEMA met restaurant en toilet. Gewoner kunnen we het niet maken. Koffie met een gebakje voor twee euro, zo komt Henk Splinter door de winter.

Nu nog de vraag: is Wassenaar écht zo duur? Het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking bedraagt er 52.600 euro per jaar. Dat is het hoogste van Nederland, nog boven de gemeente Bloemendaal. De gemiddelde verkoopprijs van een huis was in 2018: 650.000 euro. Blaricum, Laren en Bloemendaal waren duurder. Conclusie: Wassenaar is toch best een erg dure en rijke gemeente...

In 2012 was het oorlog in de Wassenaarse politiek (met o.a. vier lokale partijen). Deze oorlog kreeg in de wandelgangen de naam: de Wassenaarse seksrel. Vier wethouders stapten achtereenvolgens op.

Wassenaar is eigenlijk een dorp. Net als Voorschoten is het op een zandrug gelegen, een voormalige strandwal.

In het centrum vind je aardige en knusse straatjes, een grootse molen, een heel oude kerk en een imposante neogotische Rooms-Katholieke Kerk: de Sint Wilibroduskerk. De plaatselijke pastoor was eerst zeeverkenner, daarna jurist en is nu pastoor. Of hij ook graag fietst staat niet vermeld in zijn personalia. Dat zou ik hem graag willen vragen, maar de kerkdeur zit op slot.

Dwars door Wassenaar loopt een drukke weg naar Den Haag. Ik wil ook die kant uit, maar niet door de drukte. Dus moet ik mijn eigen weg zien te vinden. Dat valt niet mee, want herhaaldelijk fiets ik rondjes. Maar uiteindelijk fiets ik de plaats toch uit en het donkere lover in.