Naar de bollen (2)

Was ik in Leidschendam blijven steken? Nee, ik was noordwaarts verder gefietst, terwijl Tineke zuidwaarts terugfietste naar Delft. Ik zette haar met het voorwiel in de goede richting op het fietspad langs de Vliet. Ik sprak en zeide; "En nergens afslaan, dan kom je vanzelf in Delft." Ze is de weg niet kwijt geraakt.

Vanuit Leidschendam is het maar een klein eindje naar Voorschoten. Beide dorpen liggen op een zandrug die enige bescherming bood tegen hoog water. Voorschoten trok vanouds een wat rijkere bevolking aan. Die noemde de plaats Veurscheuten. Er staat een aantal oude landhuizen aan de voormalige Rijksstraatweg tussen Den Haag en Leiden. Voorschoten heeft ook een beschermd dorpsgezicht. Maar verder is er vooral sprake van fantasieloze nieuwbouw. Pas in de afgelopen jaren werd er weer wat creatiever gebouwd.

Ik zoek de spoorlijn op. Bij het station kan ik onder de spoorlijn door naar Wassenaar. Ook ik vond wassen vroeger naar. Ik sloeg het liever over. Wassenaar is een langgerekt dorp, vele kilometers aan bebouwing, van Den Haag tot bijna aan Leiden toe. Deze keer kruis ik het dorp overdwars. Tegen de duinen aan kom ik bij Rijksdorp. Laat ik daar eens gaan kijken. Wat is dít nu weer voor een dorp?

Welnu, Rijksdorp is net zoals Almere Hout eigenlijk helemaal niets. Er stond ooit een landhuis, in 1920 werd het gebied herkaveld en werden er villa’s op gezet. Er is een brievenbus, er staan villa’s en er is maar één weg om er in te rijden en er weer uit te gaan. Het is een soort van woonreservaat tussen hoge bomen die zo dicht bij zee waarschijnlijk veel wind vangen. Ik maak niet eens een foto, want waar zou ik een foto van moeten maken?

Boulevard Katwijk (oudere foto)

Vanuit Rijksdorp is het een kippeneindje naar Rijnsburg, Katwijk en Katwijk aan Zee. Rechts ligt het voormalige vliegveld Valkenburg waar een enorme Vinex-locatie gebouwd gaat worden. Deze keer fiets ik niet over de Boulevard, maar ik kies een route binnendoor. Dat blijkt geen mooie route te zijn, met eindeloze nieuwbouw. Halverwege kruis ik de Rijn, die in Katwijk de zee in plonst. Daarna gaat de nieuwbouw gewoon door. Ik raak geografisch verstrikt tussen sportvelden en bedrijfsgebouwen. Het kan hier overal in nederland zijn.

Uiteindelijk kom ik op het terrein van één van de grootste instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking uit: de Willem van den Bergh. Bekend terrein, ik heb er regelmatig cursus gegeven. Maar bijna alle gebouwen zijn afgebroken, overal verrijst nieuwbouw.

Tijd om iets te eten. Het personeelsrestaurant zit dicht, maar ik vind een beschut plekje achterop het terrein. Helaas raakt een vrijend stelletje daarbij verstoord in hun omvangrijke bezigheden buitenshuis. Dat de directeur dat zomaar goed vindt. Het vrijend stelletje kiest het hazenpad.   

Retourtje Leiden (3)

Dat is waar ook. Ik was met mijn fiets blijven steken in Leiden. Ondertussen had ik het best koud gekregen. Ik warmde me dus even wat op in de stationshal. Daana besteeg ik de Batavus weer.

Er is een hele rij aan oudhollandse steden die wedijveren wie de mooiste is. Alkmaar, Haarlem, Leiden, Gouda, Delft. De eerste drie steden hebben gestreden tegen de Spanjaarden. FC Barcelona heeft hier weinig aanhang. Ik zie tenminste geen enkele vlag van Barca hangen.

Eén van die steden is dus Leiden. De stad telt veel hofjes. Hier werd het lied ‘Klein klein kleutertje, wat doe je in mijn hof?’ geschreven.

De meest westelijke route is de avondroute

Maar ik moet terug naar Delft en heb geen tijd om hofjes te bezoeken. Het is ook best fris, dus ik zet stevig de voeten op de pedalen. Leiden vormt één bebouwde kom met Voorschoten. Omdat je tijdens de kou veel energie verliest is het de hoogste tijd om een boterham te nuttigen. Ik tracteer mezelf ook nog op bouillon die naar koffie smaakt. Ik had een thermoskan voor de koffie gevuld met bouillon. Op die manier kom je soms op heel nieuwe smaken uit die op den duur trendy zullen worden.

Avondeten in Voorschoten

Voorschoten heeft een beschermd dorpsgezicht. Midden in dat gezicht zit ik op een bankje temidden van afhaalrestaurants. Als je niet binnen kunt zitten moet je buiten gaan zitten. Maar in veel gemeenten is het ook niet de bedoeling dat je buiten gaat zitten. Als we dat allemaal gaan doen is namelijk het einde zoek. Op die manier heb ik al enkele keren een berisping opgelopen. Zo niet in Voorschoten. Daar laten ze een oude man gewoon op een bankje zijn bammetje eten.

Voorschoten bij avond

Na Voorschoten fiets ik zuidwaarts richting Leidschendam. Ik zoek de spoorlijn op. Om de vijf minuten rijdt er een bijna lege trein voorbij. Er passeert ook een strooi-auto die zout op mijn fiets met slakkengang legt. De strooimannen zijn misschien wel blij dat ze eindelijk weer eens mogen strooien. Ik heb niet de indruk dat het echt glad is. Totdat er voor mij een brommer met een ferme klap tegen het asfalt slaat. Dat geeft een speciaal geluid; de vonken slaan van het ijzer af. En dat in een tijd dat vuurwerk verboden is.

De rest van de route naar Delft fiets ik wat voorzichtiger. De gedeelten waar straatstenen of tegels liggen zijn af en toe verraderlijk glad. Het asfalt is nog niet aan bevriezing onderheving. De gemeenten Voorburg en Rijswijk tellen nog veel betegelde fietspaden, dus daar is het uitkijken geblazen. Het laatste stuk fiets ik over de nieuwe fietsstraat tussen Rijswijk en Delft langs de Vliet.

Thuis ga ik eerst mijn voeten maar eens ontdooien. Als ik mijn tenen teruggevonden heb is het tijd voor een warme beker chocomel. Zonder slagroom. Het is niet elke dag feest. 

Herfstfietsen (3): Voorschoten

Ik fietste Voorschoten binnen. Ondertussen had ik het ook koud gekregen. Toch eerst maar eens op zoek naar een plaatselijke herberg om te kijken of daar nog plaats voor mij was.

Onderweg naar die herberg stuitte ik op een muzikale Pietenband. Opmerkelijk was dat ze allemaal pikzwart waren. Ze strooiden vrolijk muzieknoten en pepernoten en nodigden allerlei kinderen en volwassenen uit om mee te dansen. Ik hield mijn fiets als een facade tussen de Pieten en mijzelf. Want dansen en de maat houden, dat is niet aan mij besteed.

Daarna bekijk ik het centrum van het dorp. Wat veel mensen niet weten is dat Voorschoten een beschermd dorpsgezicht heeft. Het betreft een klein deel van het dorp: rond de kerk en het marktplein. Voor het overgrote deel bestaat het dorp uit saaie woonwijken uit de jaren ’60, ’70 en ’80 die ervoor hebben gezorgd dat Lelystad, Oosterhout en Voorschoten er ongeveer hetzelfde uit zijn gaan zien.

Voorschoten ligt op een strandwal. Al rond het begin van de jaartelling woonden hier mensen, maar die zijn inmiddels overleden. Maar deze streken waren later ook aantrekkelijk voor de welgestelden uit de grote stad. Er werden hier tal van buitenhuizen gebouwd. Die sjieke huizen zie je voornamelijk langs de oude Rijksstraatweg, de vroegere grote verbindingsweg tussen Leiden en Den Haag. Daar vind je ook de gebouwen van de voormalige zilverfabriek van Van Kempen en Begeer. Het was dus niet allemaal goud wat er in Voorschoten blonk, er was ook zilver.

Voor mensen die hun Nederlandse literatuur bij hebben gehouden: Een belangrijk deel van de roman De donkere kamer van Damokles van Willem Frederik Hermans speelt zich af in Voorschoten. Het boek geeft een beeld van Voorschoten tijdens de bezettingsjaren.

In de gemeenteraad van Voorschoten doen de VVD, Groen Links en het CDA een wedstrijd wie de grootste is. Ik raad hen aan om ook de kwaliteit van de fietspaden nog eens kritisch te bekijken.

Anders dan in veel andere gemeenten stemmen de inwoners in Voorschoten lokaal vooral op landelijke partijen.

Ondertussen heb ik het nog steeds koud, maar ik zie geen plek waar ik even lekker kan zitten. Overal is het druk op deze zaterdagmiddag. Ik bezoek daarom maar een plaatselijke boekhandel. Ik heb nog een boekenbon op zak: wie weet vind ik hier een fraai boek ter lezing en de vermaak voor de donkere avonden in december.

Ritje Randstad (2)

De Batavus nadert een station. Het blijkt station Leiden De Vink te zijn. Een groene fietsroute voert mij verder langs de spoorlijn tot station Voorschoten. De route langs de spoorlijn naar Den Haag is mij bekend. Maar ik wil nu iets anders. Dwars door Voorschoten. Niet geschoten, altijd mis.

Avondlucht bij station VoorschotenVoorschoten is vooral een forsensengemeente. In de afgelopen 30 jaar is de plaats uit zijn voegen gebarsten. Het aantal inwoners is in die tijd vervijfvoudigd. Veel ruimte voor uitbreiding is er niet. Het dorp ligt ingeklemd tussen de ecologische groenstructuur rond Kasteel Duivenvoorde, recreatiegebied de Vlietlanden en de spoorlijn van Den Haag naar Leiden en soms ook omgekeerd.

Ik zie hier weinig oude huizen. Toch heeft de plaats een beschermd dorpsgezicht. Maar dat lees ik pas achteraf. Op de één of andere manier heb ik dat Voorschotenstukje van het dorp gemist. Om een drukke weg te vermijden heb ik mij begeven in een aantal straten uit de periode van rond 1920. Uiteindelijk ben ik via een complexe kruising met wonderbaarlijke fietsoversteekplaats op de oude Rijksstraatweg door het dorp uitgekomen. Deze weg voert mij gevankelijk door de ecologische groenstructuur naar Leidschendam.

Wat me opvalt is dat de plaatsen hier allemaal zo dicht bij elkaar liggen. Je hebt eigenlijk helemaal geen fiets nodig, je kunt eigenlijk ook wel gaan lopen.

Leidschendam Kasteel DuyvenvoordeVoordat ik in Leidschendam ben passeer ik Landgoed Duivenvoorde. Het kasteel ligt vér van de weg af, je kunt het nauwelijks zien. Hier zwaait een heuse barones de scepter. Ze heet: Ludolphine Henriette barones Schimmelpenninck van der Oije. Dan mis ik toch heel wat namen, ik heb maar één voornaam en één achternaam. Daarom ben ik ook niet voornaam. Maar voortaan zal ik vanuit de trein naar de barones zwaaien.

Voor Leidschendam ligt de Robert Fleurystichting. Daar ben ik een aantal malen op bezoek geweest vanwege mijn werk. Tegenover de stichting was een café waar voortdurend bewoners van deze stichting op bezoek kwamen. Daar zat ik ook graag, vanwege de bijzondere verhalen die ik af en toe te horen kreeg. Toen ik dat café nog niet had ontdekt was ik een keer in een restaurant beland, waar de soep alleen al zo’n 25 gulden kostte. Ik heb toen maar schielijk het pand verlaten.

Via binnenwegen met veel bomen en na de stormen van de afgelopen dagen ook veel takken (dus uitkijken op de fiets) fiets ik door de bebouwde kom van Leidschendam. Het oude centrum heb ik al meerdere malen bezocht, ik fiets nu door woonwijken, voor een groot deel uit de periode van voor de Tweede Wereldoorlog. Goed om dat ook even mee te maken, in mijn beeldvorming was Leidschendam eigenlijk alleen maar een plaats met stereotype naoorlogse woonwijken.

Ondertussen wordt het snel donker. De zon is onder gegaan, maar er nadert zo te zien ook een heftig buiencomplex. Ik weet niet of mijn Batavus en ik het droog gaan houden…