Rondje Oostvoorne

Het was wel wat winderig, maar ik wilde toch weer een keer de oversteek wagen. Met de Fast Ferry naar de Maasvlakte en daarna over Voorne-Putten.
Fietsrondje via Voorne Putten

Het was spannend of de Fast Ferry zou varen, maar hij maakte toch nog de oversteek. Boven de windkracht zeven maakt hij de oversteek niet meer over dit ruige deel van de Nieuwe Waterweg.

Ik koos voor het aan land gaan bij het Transferium. Dat is minder desolaat dan de boomloze Maasvlakte zelf waar ik waarschijnlijk van mijn fiets zou worden geblazen. Of anders: waar mijn fiets onder mij vandaan geblazen zou worden.

Duinen van Westvoorne

Binnen vijf kilometer zat ik midden in één van de mooiste duingebieden van Nederland: de duinen van Westvoorne. Die vind je bij Oostvoorne. Wel wat onlogisch, maar de Nederlandse aardrijkskunde is niet altijd zo logisch. In Nergenshuizen staan ook huizen, dat klopt ook al niet.

Kijk je naar rechts (het noorden) dan zie je de enorme bedrijvigheid van het Europoortgebied. Kijk je naar links, dan zie je een onmetelijke vlakte aan zandstrand en duingebied.

Kijk je recht voor je uit, dan zie je Engeland. Maar dat laatste is slechts theorie. 

Via Hellevoetsluis (3)

Het duingebied van Voorne-Putten is één van de mooiste duingebieden van Nederland. Het zijn geen hoge duinen, maar ze zijn wel breed, met een verrassende variatie aan vegetatie.

Ik fiets langs de rand van Rockanje. Dat dorp blijkt inmiddels ook behoorlijk te zijn uitgebreid. Vooral langs de duinen zijn dure huizen verrezen. De overgang tussen dorp en duingebied is dusdanig dat ik in een perceel bos op zo’n honderd meter afstand van de huizen een hert zie lopen.

Voorbij Rockanje kom ik weer in het open land uit. Het is het drassige gebied langs het Haringvliet. Een eldorado voor vogels. Een stiltegebied kun je het nauwelijks noemen: de dieren maken veel kabaal.

Hellevoetsluis was tot in de 20e eeuw het Den Helder van het zuiden. Er lagen veel marineschepen en er was een groot garnizoen. Bovendien was het een havenstad: goederen werden uit de zeeschepen geladen en via het kanaal dat door het eiland Voorne-Putten loopt op kleine schepen naar Rotterdam vervoerd. In 1930 werd de marinebasis opgeheven, alleen werd er vanuit de haven nog op mijnen gejaagd. Hellevoetsluis verpauperde, inwoners trokken weg als gevolg van een tekort aan werkgelegenheid.

Het oude karakter van de marinehaven is nog goed zichtbaar in de vesting, een klein stukje van de plaats die inmiddels 40.000 inwoners telt. Want het stadje fungeerde de afgelopen decennia als ‘overloopgebied’voor Rotterdam. De beroemde tramlijn vanuit Rotterdam naar Hellevoetsluis bestaat niet meer. Een deel van die tram rijdt tegenwoordig tussen Hoorn en Medemblik. De forensen gaan vooral met de auto en deels met één van de vijf buslijnen naar Spijkenisse, waar ze de metro kunnen nemen.

Aan de haven zie ik een mooie zonsondergang. Verder is het stil in Hellevoetsluis. Er is geen plek waar ik even op kan warmen, vanwege de corona-maatregelen zijn alle etablissementen gesloten.