Ouderen en visuele problemen (2)

b) Vergeling. Naarmate we ouder worden gaan we bepaalde kleuren steeds minder goed zien. In onze studentenstad valt me dat trouwens al op bij veel jongeren: ze zien de kleur rood niet. Dus fietsen ze gewoon door rood. Maar als je ouder wordt zie je naar verhouding de kleuren rood, oranje en geel beter en bijvoorbeeld kleuren als indigo en violet steeds minder. Pasteltinten zijn dan niet handig. Een stevige rode mok voor de koffie, een knaloranje tandenborstel.

In dit verband bedacht de Schotse onderzoekster Diana Kerr rode toiletbrillen. En wat bleek: zelfs dementerende ouderen herkenden de rode toiletbril gemakkelijker, maar ze zaten ook veel beter op het toilet. Daar waren dus helemaal geen hulpmiddelen voor nodig: de kleur maakte de herkenning…

c) Een verstoring in de ruimtelijke cognitie. Dit is één van de redenen waarom ouderen met een elektrische fiets vaker een ongeluk krijgen: het wordt moeilijker om de afstand in te schatten. Hoe breed is de straat die je moet oversteken? Hoe ver ben ik nu vanaf de stoeprand? Op welk moment moet ik gaan afremmen? Je kunt het effect van deze verstoring voor jezelf ervaren als je bijvoorbeeld door een verrekijker kijkt en dan gaat lopen. Dan vergis je je iedere keer weer in de afstand… Als iemand een verstoorde ruimtelijke cognitie heeft wordt het dus erg moeilijk om te lopen en te fietsen, en zéker om auto te rijden.

d) Problemen met het bewegingszien: deze problemen hebben ook met verkeersveiligheid te maken. Mensen met een verstoring in het bewegingszien kunnen moeilijk inschatten hoe snel iets gaat en in welke richting.

Dat zie ik bijvoorbeeld ook rond de tandartsstoel: een patiënt op leeftijd kan erg schrikken van een instrument dat opeens in de buurt van zijn gezicht komt. Of van een beweging door de tandarts.

In de gymzaal (of gewoon buiten in het spelen met de kleinkinderen) zie je soms dat oudere mensen grote moeite hebben met het overgooien van en reageren op de bal.

De verstoring van het bewegingszien leidt uiteraard ook tot grote problemen in het verkeer: hoe moet je inschatten hoe snel de auto rijdt die er in de verte aan komt? Ouderen die zich deze moeite bewust zijn wachten vaak extra lang en worden vervolgens nerveus van het achterop komende en toeterende verkeer.

e) Simultaanagnosie. De begeleiding had met kerst de tafel leuk gedekt, maar Johan begreep er niets meer van. Hij kon nergens zijn bord vinden en de hagelslag al helemaal niet. Op een gegeven ogenblik probeerde hij de afbeeldingen van dennentakjes van het tafelkleed te plukken. Dat lukte niet en daar werd hij onrustig van.

Bij simultaan-agnosie kun je de beelden niet meer van elkaar onderscheiden, ze gaan door elkaar lopen. Hoe voller de tafel, hoe slechter het eten verloopt. Hoe meer spullen bij de wasbak, des te minder lukt het wassen en het tandenpoetsen. Een kamer vol met ‘Jordaan-renaissance’ (de kamers vol met beeldjes en prullaria in Amsterdamse volksbuurten) is erg gezellig voor oma, maar als ze last heeft van deze afwijking in de waarneming zal ze gemakkelijk de weg kwijt raken in haar eigen huis.

f) Problemen met het waarnemen en herkennen van vormen en objecten. Een voorbeeld daarvan is natuurlijk het lezen (alexie): je moet letters herkennen om te kunnen lezen.

Dit probleem van de herkenning van voorwerpen doet zich vooral voor bij mensen die dementeren, maar toch ook niet alleen bij hen. In een tijd waarin veel verandert wordt het voor ouderen (die meer stabiliteit nodig hebben) steeds lastiger om al die nieuwe voorwerpen te herkennen. Wat ligt hier nu weer voor lang wit voorwerp bij de TV? Is het een mobiele telefoon of is het de afstandsbediening?

In latere fasen van dementie, als de neurologische defecten groter worden, herkennen ouderen soms zelfs de meest gebruikte voorwerpen uit het dagelijks leven niet meer. Datzelfde probleem is overigens ook kenmerkend voor een aantal mensen met een stoornis binnen het autistisch spectrum.

Tenslotte

Zien en vervolgens betekenis verlenen aan wat je ziet is een complex neuropsychologisch fenomeen. Dat merk je eigenlijk pas vooral als je ziet hoe moeilijk mensen het hebben bij wie dat niet meer vanzelf gaat…

Door goed te observeren wat er precies gebeurt en door ons eigen tempo te verlagen kunnen we soms op een vrij eenvoudige manier een aantal aanpassingen bedenken waardoor de omgeving toch een beetje meer ‘behapbaar’ blijft.

 

 

Ouderen en hallucinaties (?) 1

Ouderen zien en horen vaak dingen die wij niet zien of horen. Je zou kunnen denken dat ze aan het hallucineren zijn. Maar het psychotische hallucineren is heel wat anders dan datgene wat veel ouderen overkomt. Als gevolg van bijvoorbeeld visuele problemen gaan ze dingen anders interpreteren. Daardoor komen er angsten terug die ook bekend zijn bij peuters. Alleen heeft het bij peuters te maken met een beperkt begripsvermogen. Er verschijnt een schaduw op de muur en ze denken dat er een enge man staat.

Bij ouderen die slecht zien en slecht horen is in principe geen sprake van een beperkt begripsvermogen. Maar omdat ze (bijvoorbeeld) niet goed zien, gaan ze wat ze zien anders interpreteren.

Neem mevrouw Stientje Maandag. Ze weigert steeds om onder de douche te gaan. Dan kijkt ze verstard met grote ogen naar de vloer. De begeleiding denkt dat ze daar iets ziet. Het wordt geïnterpreteerd als ‘iets zien wat er niet is’. Vervolgens wordt gedacht dat mevrouw Maandag last heeft van hallucinaties.

Bij één begeleider gaat mevrouw Maandag zonder problemen onder de douche. Pas nadat de situatie op video is vastgelegd wordt duidelijk waarom dat zo is. Deze begeleider haalde de badmat weg, omdat ze bang was dat mevrouw daar over zou struikelen. En mevrouw Maandag? Die had de donkere badmat aangezien voor een gat waar ze in zou kunnen vallen.

Meneer de Hoop schrikt regelmatig als de begeleiding hem komt halen. Maar ook in bed kan hij opeens gaan roepen dat er iemand in zijn kamer is. Het blijkt dat hij via de spiegel denkt dat er mensen in zijn kamer zijn. Hij kan de contouren van zichzelf zien in de spiegel, maar kan niet (meer) zien dat hij het zélf is.

Als je geen overzicht meer hebt op je omgeving is dat beangstigend. Meneer de Hoop kleurt de angstige beleving in als een ander persoon in zijn omgeving. Net zoals wij in het donker een knotwilg aanzien voor een enge man.

Toen de spiegel op een andere plek was gehangen had meneer De Hoop geen last meer van het idee dat er een vreemde man in zijn kamer was. Het waren dus geen hallucinaties geweest, maar een verkeerde interpretatie als gevolg van het mindere vermogen om te kunnen zien.

Er komt nog één andere verklaring voor gedrag dat vaak wordt geïnterpreteerd als hallucineren, terwijl het in werkelijkheid een gevolg is van visuele problemen. Daar schrijf ik morgen over.

Wat de hallucinaties en wanen betreft is één belangrijke waarschuwing op zijn plaats. Als deze verschijnselen zich opeens voordoen is er vaak sprake van een delier. Dit komt bij kwetsbare ouderen vaak voor als gevolg van een lichamelijke ontregeling. Dan moet de kamer niet verbouwd worden, er moet een dokter gebeld worden.