Meneer van Leeuwen zit opgehokt

Tijdens de eerste coronagolf zat Arie van Leeuwen twee maanden lang opgesloten in de instelling waar hij na het overlijden van zijn ouders is komen wonen. Hij kreeg al die tijd geen bezoek. Hij legde zich er maar bij neer. Er zat immers niets anders op. 

Arie van Leeuwen is een boerenzoon. Hij heeft tot zijn 85e altijd een grote tuin onderhouden. Ondanks zijn leeftijd is hij een sterke man die nog altijd bergen kan verzetten. Hij hielp in het huis vaak met sjouwen en het buiten zetten van de vuilniskarren. En iedere dag een stevige wandeling. Maar dat ging nu niet meer.

En toen kwam de zomer en leek het virus onder controle. De conditie van de heer Van Leeuwen was sterk verminderd. Maar vanaf nu kon hij weer zijn dagelijkse wandeling maken. Hij begin met een paar honderd meter, maar in augustus kon hij achter zijn rollator alweer een wandeling van een kilometer maken om naar de bibliotheek te gaan. Daar dronk hij dan ’s morgens ook altijd zijn koffie. De conditie van de heer Van Leeuwen ging duidelijk vooruit en met zijn conditie verbeterde ook zijn stemming.

In september werd het dragen van een mondkapje verplicht gesteld in de bibliotheek. Het was een dagje wennen geweest en de bril besloeg altijd, maar verder geen probleem. Al na een paar dagen was hij daar zo aan gewend dat hij vergat dat hij een mondkapje op had. De koffie goot hij tegen zijn mondkapje in plaats van in zijn mond. Hij moest er zelf om lachen. Zijn stemming was prima. Als hij maar naar de bibliotheek kon. Vooral atlassen en boeken over verre landen boeiden hem. Hij droomde er van om nog eens een grote reis te kunnen maken.

Toen kwam de tweede golf. Het zou volgens sommige berichten maar een klein golfje worden, maar de woonplaats van de heer Van Leeuwen werd stevig geraakt. Er kwam ook weer een gedeeltelijke lock-down. Maar de tehuizen hoefden niet meer op slot van de overheid. Dat was een hele geruststelling. Toch wat geleerd van de eerste crisis.

Een paar dagen later mocht de heer Van Leeuwen toch niet meer naar buiten. Er was een vermoeden van corona. De uitslag was negatief en voor de heer Van Leeuwen positief. Hij mocht weer aan de wandel en ook naar de bibliotheek, maar dan zonder koffie. Een boek brengen en een boek halen. Jammer, maar er viel mee te leven.

Weer drie dagen later ging de boel weer op slot. Opnieuw vanwege een vermoeden van corona. Gelukkig was de uitslag negatief. Maar hoe het nu met de nieuwe maatregelen van de overheid? De boel hoefde toch niet collectief op slot? Het vermoeden van corona was op een andere afdeling. Waarom moest hij dan toch binnen blijven? Wat waren de regels? Op de afdeling kreeg hij geen goed antwoord.

Zijn dochter mocht niet op bezoek komen. Maar ze kon vast wel zorgen voor een duidelijk antwoord. Zijn dochter zei echter: ‘Zo zijn de regels nu eenmaal, Pa, u moet beschermd worden, we willen u niet kwijt!’ Dat was aardig om te horen, maar ook pijnlijk. Eigenlijk was het een dubbele boodschap: het voelde als straf omdat je zo gewaardeerd werd.

De volgende week. Paniek in het huis. Op een andere gang in het tehuis is een medewerker positief getest. Ook de afdeling van de heer Van Leeuwen ging direct op slot.

Meneer van Leeuwen begrijpt het niet. Hij kan zich prima aan de regels houden, hij loopt niet naar een andere afdeling. Hij vraagt het nog eens aan zijn dochter. Zij zegt: ‘Pa, ze weten daar wat het beste voor u is. Het virus is té gevaarlijk, vooral voor oudere mensen zoals u!’ Ja, daar is meneer Van Leeuwen wel van overtuigd. Hij volgt het nieuws en hij is er van ook overtuigd dat hij niet besmet moet raken. De verhalen dat het virus gewoon een griepje is en al lang het land uit is heeft hij nooit geloofd.

“Maar” zo vraagt hij zich af, “hoe zit het dan met dat beleid van de regering? Er zou geen verpleeghuis op slot hoeven. Betekent dit dat hij de hele winter binnen moet blijven?” De tranen van wanhoop springen in zijn ogen.

Weer of geen weer, meneer van Leeuwen ging elke dag naar buiten, behalve wanneer het glad was. Maar dat was het bijna nooit meer. Hij raakt nooit de weg kwijt. Hij maakt gewoon zijn wandeling. Hij hoeft helemaal niemand te spreken. Juist als hij binnen moet blijven voelt hij zich steeds minder fit. Dat virus is heftig, maar wat is het gevaar als hij dagelijks een wandeling maakt zonder iemand aan te spreken? Daar is goed genoeg bij de les om dat te kunnen beloven en waar te kunnen maken. En als hij zijn gehoorapparaat uit doet verstaat hij toch niemand. Gesprek onmogelijk…

Meneer van Leeuwen vraagt nog een keer aan zijn dochter of zij niet een goed woordje voor hem kan doen. Hij vangt bot. ‘Pa, je moet je aan de regels houden. Die mensen lopen voor jou de benen uit hun lijf, dan kunnen ze jou ook niet nog een keer extra in de gaten gaan houden.’

Daar zit Arie weer op zijn kamer. Veilig opgeborgen achter het glas. Hij noemt het zelf inmiddels ‘opgehokt’. Het is zelfs niet de bedoeling dat hij door de gangen gaat lopen. In zijn tehuis dat ondanks de landelijke richtlijnen van de overheid helemaal op slot gaat.

En zonder een familielid dat toch nog even de moeite wil doen om het voor hem op te nemen. Dat laatste vindt hij op dit moment het meest moeilijk te verdragen. Het voelt voor hem alsof hij nog maar alleen op de wereld is.

Dit verhaal is geschreven vanuit het perspectief van een bewoner. Maar er is ook terechte zorg over de impact van het corona-virus voor ouderen. Lees bijvoorbeeld het verslag in de Volkskrant van vandaag over de enorme inzet en betrokkenheid van het personeel bij de bewoners in verpleeghuis Nazareth in Boxtel.