Cognitieve achteruitgang bij het ouder worden (5)

Gaat de taal achteruit bij het ouder worden? Nee, dat valt zo mee. Ouderen kennen niet minder woorden dan toen ze jonger waren. Soms leer ik zelfs nog een nieuw woord bij... 

Wel zou er een knik in het taalgebruik zitten in de eerste jaren na pensionering. Ik weet niet meer wie dat schreef, dat heeft met mijn leeftijd te maken. Mogelijk was het André Aleman, maar als ik het fout heb heeft dat ook met mijn leeftijd te maken.

Om een al te grote achteruitgang voor mezelf uit te stellen heb ik mijn pensionering overigens ook uitgesteld. Op 31 december loopt mijn BIG-registratie af, dus volgend jaar weet ik opeens veel minder woorden.

Op een bepaald gebied is er wel sprake van verbale achteruitgang bij het ouder worden. Dat is in de eerste plaats de woordvloeiendheid (het gemak waarmee je woorden en zinnen uitspreekt). Het gaat meer haperend, alsof de zinnen over een oneffen traject hun weg moeten vinden.

In de tweede plaats heb je meer moeite met de ‘visuele benoemingstaken’. Dat wil zeggen dat je weliswaar iets ziet staan of liggen, maar dat je niet meer kunt bedenken hoe het voorwerp heet.

Vreemd genoeg wordt het (be) noemen van namen hier niet bij genoemd. Daar hoor ik veel ouderen over. En dat geldt niet in de laatste plaats mijzelf in hoogst eigen persoon al zeg ik het zelf. Dat heet een 'opdiepprobleem'. Het komt in de beste families voor.