California Zephyr

Vandaag plopte er op You Tube een film op over een reis met de California Zephyr: de trein die de verbinding onderhoudt tussen Chicago en San Francisco.

De California Zephyr is een roemruchte trein, bijna net zo beroemt als de Oriënt Expres in Europa. Alleen is er geen boek verschenen over de moord in de California Zephyr.

Nergens in de westerse wereld is de teloorgang van de spoorwegen zó snel gegaan als in de USA. Veel treinverbindingen werden binnen 30 jaar opgeheven. in de USA heeft het vliegtuig de verbinding op de lange afstand bijna helemaal overgenomen.

Halte onderweg in de staat Washington (het noordwesten van de USA)

Ook de California Zephyr dreigde te bezwijken, maar hij bestaat nog, als onderdeel van Amtrak, het landelijke spoorwegnet. Je maakt tijdens een reis van 4000 kilometer kennis met tal van landschappen. Vooral het contrast tussen de weidse prairie van Iowa en het ruige berglandschap van de Rocky Mountains is erg groot. Maar je reist ook door de woestijn van Nevada en de de afgelopen jaren deels uitgedroogde wijngaarden en sinaasappel-boerderijen van Californië.

Verdroogd grasland en gekartelde bergen

In 2004 en 2006 combineerden we een bezoek aan Tineke’s zus met een reis per trein dwars door de USA. De documentaire op You Tube riep herinneringen op aan deze reizen. De vier treinen die we namen kwamen allemaal met vele uren vertraging aan, o.a. vanwege slecht spooronderhoud (gebroken rails en dergelijke). Maar in zo’n wonderlijke wereld vonden we vertraging niet eens zo vervelend.

We reisden in de Sleeper, een coupé die ’s nachts werd omgebouwd tot slaapruimte. Boven de Sleeper was het panoramarijtuig met zicht aan alle kanten en luidruchtig converserende Amerikanen. Een Stiltecoupé was ook wel aantrekkelijk geweest, maar volgens mij doen ze daar niet aan in de USA.

Ik heb in de USA ook een fiets gehuurd. Daar zat geen slot op. Ik kon er wel een geweer bij huren. Dat leek me niet nodig. 

Het Nederlands denkraam en de Amerikaan

We raken in gesprek met een jong Amerikaans echtpaar.

Ze zijn eigenlijk heel verbaasd dat we beiden in de gehandicaptenzorg werken. Want die bestaat toch eigenlijk in Nederland bijna niet meer? In Nederland is het toch normaal dat gehandicapte kinderen niet meer geboren kunnen worden? Trouwens: ouderen zijn er waarschijnlijk ook niet veel. Want als je ouder wordt en je wordt ziek, dan krijg je zomaar een spuitje. Wij moeten dus – bij wijze van spreken – als 65-plussers maar uitkijken, één koutje en we zijn er geweest…

Trouwens: Nederland is een poel des verderfs. Je kunt bij de plaatselijke supermarkt drugs kopen. Alles legaal verkrijgbaar, misschien nog wel met korting op je bonuskaart.

Ik vertel over mijn verbazing dat ik in een dorp bij de plaatselijke fietsenmaker gewoon een wapen kan kopen. Ik huurde een fiets, maar ik kon ook een geweer meenemen. Want fietsen kan best gevaarlijk zijn. Ik moet toegeven: de USA heeft ook voordelen. Een slot zat er niet op de fiets, want fietsen worden toch niet gestolen.

Dat je zomaar bij de plaatselijke smid cq fietsenmaker ook een geweer kunt kopen is voor mij volkomen onbegrijpelijk. Maar daar snapt dit Amerikaanse echtpaar niets van. Je hebt toch het recht om jezelf te verdedigen? Dat is een fundamenteel grondrecht van iedere Amerikaan. Ze begrijpen niet hoe ik als weldenkend mens daar anders over denk. En al helemaal niet dat ik wél tegen wapens ben, maar niet tegen de doden van ongeboren baby’s en zieke bejaarden.

Ik vraag hen hoeveel doden er door wapens vallen in de USA. Ik heb gelezen dat er jaarlijks 30.000 doden vallen, 20.000 door zelfmoord met een vuurwapen en 10.000 door onderling geweld. Meestal zijn zwarte mensen het slachtoffer. Maar dat is volgens het echtpaar helemaal geen issue. Die zwarte mensen die omkomen zijn bijna altijd lid van rivaliserende bendes. Bovendien zouden er veel meer doden vallen als mensen zichzelf niet zouden kunnen verdedigen.

Hoeveel doden zouden er in Nederland vallen door abortus en euthanasie? Daar heb ik geen enkel idee van. Net zo min als ik dat heb van de USA. Wat ik wél denk is dat de grootscheepse verspreiding van wapens in de USA de drempel verlaagt naar moorddadig geweld.

Maar tijdens het gesprek met dit echtpaar kunnen we elkaar niet bereiken. We leven kennelijk in te verschillende werelden en hebben te verschillende ‘denkramen’. Terwijl we alle vier blanke westerlingen zijn…

 

 

 

 

Frisian english

Gisteren sprak ik in de trein met een Amerikaans gezelschap. De dames en de heren waren op reis door Nederland om hun ‘roots’ op te zoeken. Ze schaamden zich als Amerikanen te pletter dat ‘an idiot like Trump’ zó ver kwam bij de voorverkiezingen. Ze vroegen zich ook af er in Nederland ook zo’n idioot rondloopt die het vér schopt bij de verkiezingen.

De zes dames en heren hadden allemaal Nederlandse namen, ze kwamen dan ook uit Holland Michigan. Maar we gingen door op de naam Dijkstra. A Frisian name! De grootouders hadden nog Fries gesproken, wisten ze.

De Friese taal is sterk verwant met het Engels.Omdat het Fries een oudere taal is dan het Engels zou je het Engels dus een dialect van het Fries kunnen noemen.

Toch spreken niet alle Friezen Engels. Sommige Friezen hadden zóveel moeite om het Nederlands als tweede taal onder de knie te krijgen, dat een derde taal er eigenlijk niet meer bij kon. Eén van die Friezen was premier Pieter Sjoerds Gebrandy. Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde hij in Londen, maar het Engels kreeg hij nauwelijks tussen zijn tanden door. Net als sommige van de huidige ministers, overigens. Een paar anekdotes:

– het mooiste in Engeland vond Gerbrandy the ladies toilets (hij bedoelde de kleding van de dames)

– Churchill tegen Gerbrandy: “Spring is in the air, mister Gerbrandy!” waarop Gerbrandy korzelig antwoorde: ‘Why should I, mister Churchill?’

– Gerbrandy liep bij Churchill binnen en zei: ‘Goodbye mister Churchill!’ waarop Churchill antwoordde: “This is indeed te shortest interview I ever had.”

Deze anekdotes halen het nog niet bij de vraag van een Nederlander bij een engelse drogist: “Do you have a spray for a hidden nose?”

Of de Nederlandse eigenaresse van een hondenfokkerij die voor de televisie de legendarische woorden sprak: “I fuck dogs”.

Claimcultuur

De destijds 8-jarige Sean Tarala had voor zijn verjaardag een fiets gekregen. Dolgelukkig fietste hij rondjes om het huis. Toen zag hij zijn tante Jennifer, liet zijn fietst op de grond vallen en vloog haar in de armen. Hij was zó enthousiast dat Tante Jenny haar evenwicht verloor, op de grond viel en haar pols brak.

Vier jaar later moest Sean voor de rechter verschijnen. Volgens zijn tante heeft hij heel onverantwoordelijk gehandeld door haar zo enthousiast te begroeten. Ze wil een vergoeding van ongeveer 120.000 euro vanwege kosten en gederfde levensvreugde. Wat de zaak extra wrang maakt is dat de moeder van Sean vorig jaar is overleden. Voor de rechtbank stond een schuchtere en verdrietige jongen, samen met zijn vader. Tante Jenny benadrukte voor de rechtbank dat ze ontzettend veel van haar neefje houdt, maar dat het wel duidelijk moet zijn dat hij behoorlijk fout zat toen hij haar zo onstuimig begroette.

Cavia

De advocaat stelde dat een 8-jarige had moeten weten dat een zó fysieke begroeting ernstige gevolgen kon hebben voor anderen. Hij had in staat moeten zijn om in te schatten dat zijn enthousiasme zijn tante ernstige schade toe had kunnen brengen. Net zoals de magnetronfirma had kunnen weten dat er ooit iemand haar pasgewassen cavia in de magnetron zou gaan drogen.

Wat was er dan met Tante Jenny aan de hand? Is ze erg oud, is ze invalide geworden, kan de breuk niet meer herstellen? Nee, Tante Jenny is een dertiger die woont in het drukke Manhattan. En dan moet je weten dat het niet eenvoudig is om je te handhaven in zo’n omgeving met veel ellebogenwerk.

Traplopen

Tante Jenny woont op drie hoog. Nu had ik altijd gedacht dat je op je benen de trap op gaat, maar voor deze jonge tante bleek het na het ongeluk erg moeilijk te zijn geworden om haar appartement te bereiken vanwege die gebroken arm. Tineke moet binnenkort aan haar hand geopereerd worden. Ik zal het bed maar vast beneden zetten, want als ze op Tante Jenny lijkt kan ze dan ook geen trap meer lopen. Toegegeven: het is wat lastiger, in één hand de boodschappen en dan heb je de andere hand niet vrij om de leuning vast te houden, maar een gebroken been lijkt me toch lastiger.

Maar het ergste is nog de impact die de gebroken arm heeft op het sociale leven van tante. Laatst was ze op een feestje en ze was nauwelijks in staat om met haar bord met hors d’oevre naar een tafeltje te lopen. Tante is dus blijvend invalide: ook na 4 jaar is ze nog niet in staat om met een bord door de kamer te lopen. Misschien was haar advocaat ook wel op het feestje aanwezig en had hij haar zien kreunen en steunen. Dat was vast weer een mooie rechtszaak met dollartekens in zijn ogen voor hem.

Wat een onverantwoord gedrag van haar neefje! Een neefje van wie ze ontzettend veel houdt, zo benadrukte ze nog een keer.

En de jury? Die gaf tante ongelijk. Op naar een hoger beroep…

Elektrisch bedienbaar stropdassenrek

Het kan natuurlijk best een probleem zijn. Hoe vind je een passende stropdas bij de kleding die je vandaag aan gaat trekken? Ik kan me voorstellen dat je daar onrustig door slaapt. Zou je de volgende ochtend wel tot een passende oplossing kunnen komen? Je moet natuurlijk niet voor aap komen te staan met een stropdas die pak noch overhemd raakt.

Gelukkig zijn er uitvinders. Helaas loopt Nederland nog wat achter op het gebied van handige huishoudelijke uitvindingen. In de USA maken ze het zichzelf al jaren veel gemakkelijker. De bedoeling van alle uitvindingen daar is gebaseerd op een economisch principe: minimale inspanning voor maximaal resultaat. Ik snap dat wel, zeker in de zomers. Want dan kan het daar zo broeierig warm worden dat het zweet je bij de minste of geringste beweging over de rug gutst.

Had ik in de USA gewoond, dan was het dassenprobleem tot kleine proporties teruggebracht. Daar is de oplossing al ruim tien jaar in de handel. Bill Bryson schreef er al in 2004 over. Een draaiend stropdassenrek. Maar niet zomaar eentje, want daar zou je moe van kunnen worden. Het is een elektrisch bedienbaar stropdassenrek. Het is nog bijzonder luxe uitgevoerd ook. Het kan twee kanten uitdraaien, naar links en naar rechts. Daar hoef je niet veel voor te doen. Eén druk op de knop is voldoende. En omdat het in de meeste kasten nogal donker is hebben ze er meteen iets aan toegevoegd. LED-verlichting. Natuurlijk energiezuinig, want zo zitten de Amerikanen wel in elkaar. Zo ga je ook met de auto naar de winkel die op 200 meter afstand van je huis ligt. Dat is een verantwoorde keuze, want de auto’s zijn tegenwoordig energiezuinig.

Over dat dassenrek moet niet te lichtvaardig gedacht worden. Er passen zo’n 70 dassen in. En voor wie de broekriem aan wil halen kunnen er ook nog riemen aan gehangen worden. Voor mensen die niet zo handig zijn: de beschrijving vermeldt dat het geheel eenvoudig in alle kasten te bevestigen valt, met behulp van de bijgeleverde materialen. Ik hoop dat ze dan ook een bijpassende schroevendraaier leveren. Want als je toch naar zo’n gereedschap moet zoeken zou je bij voorbaat al moe worden. En dat was nu net niet de bedoeling van dit apparaat. Wat ik wel tegen vindt vallen is dat de benodigde batterijen niet mee worden geleverd. Dat had  voor die prijs toch ook wel gekund? Dat scheelt weer extra moeite. Gemak dient immers de westerse mens?

Gelukkig heb ik het rek nu ook in Nederland aangetroffen. In de aanbieding zelfs. Wat ik nog wél mis is een afstandsbediening. Zodat ik vanuit mijn comfortabele bed onder de elektrische deken alvast rustig een keuze kan maken.

Een probleem is nog dat ik nooit stropdassen draag. Maar ik zou er nu toch bijna aan beginnen…

The crew has gone dead


De twee meest bijzondere treinreizen die we hebben gemaakt waren van Oost naar West en van West naar Oost dwars door de Verenigde Staten, met Amtrak, de nationale spoorwegen van de USA. 

Qua spoorwegen zijn de USA een derdewereld-land. In San Francisco kwamen we ’s nachts om vier uur aan met een vertraging van acht uur.

We vertrokken twee nachten later uit San Francisco, ook weer met een vertraging van acht uur, om drie uur ’s nachts.

Van West naar Oost kwamen we met vier uur vertraging aan in Chicago en de volgende dag ook met vier uur vertraging in Washington D.C. Gelukkig was dat overdag, want Washington D.C. is bepaald geen veilige stad ’s nachts.

Ondertussen doen de vakbonden er álles aan om de spoorwegen nog minder in de gratie te laten zijn.

Zo bleven we midden in de Rocky Mountains steken vanwege een gebroken spoorstaaf. Toen dat probleem was hersteld diende zich een nieuwe hobbel aan. ‘The crew has gone dead’ werd er omgeroepen.

Dat betekende dat het personeel van de trein moest worden afgelost, want ze hadden er acht uur werk op zitten (waarvan vier uur wachten op de reparatieploeg). Er moest met een auto een nieuwe ploeg worden opgehaald…

Maar de reis zelf: die was echt ontzettend mooi en voor herhaling vatbaar. Als deze spoorlijnen dan nog bestaan. Want er is discussie om deze transcontinentale spoorlijnen op te heffen… Voor die paar toeristen en de mensen met vliegangst houd je geen paar duizend kilometers aan treinverkeer in stand…