Eindpunt Alkmaar

Ik kan in Uitgeest op de trein stappen. Er rijdt een rechstreekse trein van Uitgeest naar Rotterdam. Rotterdammers verbazen zich wel eens over de trein die daar op het station staat met als bestemming Uitgeest. Ze hebben geen idee waar dat ligt.

Maar het is leuker om nog even naar Alkmaar door te fietsen. Dan heb ik twee van onze woonplaatsen met elkaar verbonden.

Uitgeest is meer bekend van het Van der Valkhotel, dan als plaats zelf. De naam zegt het al: ‘geest’ van geestgrond. Uitgeest ligt op een oude strandwal, net zoals Oegstgeest. Deze strandwallen waren de oudste bewoonde delen van West-Nederland. Tussen de strandwallen lagen geulen. Bij hoog water stroomde het achterliggende land vol zeewater. Mogelijk is zo ook het Alkmaardermeer ontstaan.

Uitgeest bestaat uit enkele straten die parallel aan elkaar lopen in noordelijke richting als je vanuit het zuiden komt. Kom je vanuit het noorden, dan lopen ze ook parallel, maar dan in zuidelijke richting. Het is maar hoe je het bekijkt. Langs die oude klinkerstraten staan nog tal van historische huizen. Maar het meest historisch is het pleintje bij de kerk, die net als in Heemskerk een helemaal stenen torenspits heeft. De kerk dateert uit de 14e eeuw.

Na Uitgeest fiets ik richting Akersloot, om al snel westwaarts af te buigen, naar Limmen. Ook dat dorp ligt op een oude strandwal. Limmen is heel lang een agrarisch dorp geweest met zelfs tot ver in de 20e eeuw een aantal onverharde wegen. De agrarische sector leeft tegenwoordig vooral van de bollenteelt. Limmen is ook bekend als bedevaartsoord: de kapel van Onze Lieve Vrouw ter Nood. Er ligt ook een stationnetje waar tijdens bedevaarten de trein een extra stop maakte.

Ik volg een route parallel aan de Rijksstraatweg. Want ook Limmen bestaat in historisch opzicht uit lintbebouwing langs enkele parallel aan elkaar lopende straten. Pas vlak voor Heiloo fiets ik een eindje langs de Rijksstraatweg om al weer snel af te slaan naar een ‘fietsstraat’die naar het station van Heiloo leidt. De zaken gaan in fietskundig opzicht vooruit in Heiloo.

Over Heiloo heb ik vaker geschreven. Het is een heel oud dorp. De naam betekent “Heilige Hoogte.” Het zogenaamde Witte Kerkje ligt op een duin (dus niet op een terp, zoals in Friesland). Willibrord zou rond het jaar 690 Heiloo als plaats van aanbidding hebben genoemd. Wat dat betreft is het een oudere plaats dan de grote noorderbuur Alkmaar.

Ook Heiloo telt tal van parallelwegen die soms dichter bij elkaar komen en dan weer van elkaar wijken. Hoewel het dorp inmiddels een echte forensengemeente is heeft het zijn dorpse karakter behouden. Ik hobbel door de smalle, beboomde en beklinkerde straten en kom uiteindelijk in het Heilooërbos uit. Hier zetten nogal wat fietsers de gang in de fietstocht, want in het donkere bos kan een krakende boomtak natuurlijk ook iemand zijn die het op jouw spullen heeft voorzien…

Het Heilooërbos dringt diep de bebouwde kom van Alkmaar binnen: je bent al bijna in het centrum als je het bos uit komt. Ik fiets nog even langs de Grote Kerk, die baadt in het licht. Ook de kerstverlichting is al opgehangen.

Na de foto van de Grote Kerk fiets ik rechtstreeks naar het station. De trein brengt mij weer terug naar onze hudige woonplaats. De fietsteller heeft er vandaag 135 kilometer bij opgetelt.

Rondje Kennemerland (2)

Ook Uitgeest ligt op de zandrug die ooit de grens tussen het zompige Noordhollandse land en de zee van elkaar moest scheiden. De naam zegt het al: geest(grond). En ook deze plaats is al heel oud.

Molens De Kat en De Dog bij UitgeestVoordat ik de plaats binnen fiets passeer ik twee molens: de Kat en de Dog. Vooral de namen van de beide molens vind ik intrigerend. Leven ze als kat en hond naast elkaar?

Uitgeest is een langgerekt dorp, met een paar oude straten die parallel aan elkaar over de zandrug lopen (dezelfde structuur zie je in Oudorp en in  Sint Pancras).

Bijzonder (net als het naburige Heemskerk, ook gebouwd op deze zandrug) is de spits van de toren, die helemaal is gemetseld. Hier liggen dus geen dakpannen op houten spanten op de spits, maar de spits bestaat helemaal uit hoogbejaarde bakstenen. De kerk dateert uit de 14e eeuw en geeft een indruk van de lange periode van bewoning van dit gebied.

Uitgeest NH KerkDe Spanjaarden hebben in het dorp stevig huis gehouden. Bij Alkmaar werden ze tegen gehouden, maar voordat ze daar waren brandden ze een groot deel van het dorp plat en vermoordden honderden boeren. De mensen hebben het wel over de Duitsers, maar de Spanjaarden waren ook geen lieverdjes.

Uitgeest is een spoorknooppunt. Hier takt de lijn naar Haarlem af van de drukke spoorlijn van Den Helder naar Amsterdam. De sprinters over de Zaanlijn (via Breukelen naar Rotterdam) beginnen in Uitgeest. Vroeger moesten de sneltreinen hier langzaam rijden vanwege de vele wissels. Tegenwoordig kunnen de intercity’s op hoge snelheid over het middenspoor rechtdoor rijden. Een goederenloc had minder geluk. Hij ramde het stootblok en belandde in het weiland. De zware loc moest in stukken worden gezaagd om uit de zompige grond bevrijd te kunnen worden.

Vanaf Uitgeest fiets ik even parallel aan de spoorlijn. Het drukke verkeer over de provinciale weg is allesbehalve rustgevend. Ik besluit de eerste afslag te nemen: de spoorwegovergang naar Busch en Dam. De Fort van de Stelling van Amsterdamkronkelende weg leidt langs in van de forten van de vuurlinie, de militaire verdedigingslinie rond Amsterdam (ook wel De Stelling van Amsterdam genoemd). Dit is het Fort aan den Ham.

De stelling heeft in militair opzicht nooit dienst gedaan. Tegenwoordig hebben veel van de (42) forten een toeristische, maar soms ook culturele bestemming gekregen. Ook wonen er in de meeste forten vleermuizen en soms een poes.