Een speciale patiënt

Mevrouw Moens vraagt een behandeling aan bij een kliniek. Er is een wachtlijst, maar daar gaat ze niet mee akkoord. Ze drukt net zo lang door met haar wens om vandaag nog gezien te worden, dat een behandelaar uiteindelijk 'ja' zegt. Eenmaal binnen in de spreekkamer steekt ze direct van wal. Ze vertelt welke ziekten ze allemaal heeft en dat geen specialist meer weet wat hij daar mee aan moet. Op de vraag welke behandelaar haar gezien heeft komt ze met een lange lijst. Ze komt niet eens aan werken toe, zóveel onderzoeken heeft ze ondergaan. Maar - zo vertelt ze erbij - niemand wil haar behandelen, want de medische risico's zijn te groot. Ze verwacht echter van de behandelaar dat deze direct een verwijsbrief schrijft voor de beste specialist die hij kan bedenken. Deze zegt dat dat niet kan, want hij moet zich eerst meer verdiepen in haar verhaal. Daarop ontsteekt mevrouw Moens in grote woede. Ze laat doorschemeren dat het is dat ze zo meegaand is, anders zou ze vanavond al een klacht indienen tegen deze specialist.                  

Volgens Martin Appelo, auteur van het boek ‘Een spiegel voor narcisten’ is mevrouw Moens een voorbeeld van een vrouw met een ernstige vorm van narcisme. In vroegere DSM-tijden zouden we hebben gesproken over een theatrale persoonlijkheid.

Er bestaat een aanzienlijke overlap tussen de kenmerken van de theatrale persoonlijkheid, de borderline persoonlijkheidsstoornis en de narcistische persoonlijkheidsstructuur. Al deze mensen willen op een ongezonde manier gezien worden.

Appelo: “Je bent gericht op uiterlijk vertoon, op aandacht, bewondering en erkenning. Je vindt dat de wetten en de regels niet voor jou gelden en dat jij een speciale behandeling verdient” (blz. 73, in Een spiegel voor Narcisten). Je verwacht dat iedereen voor jou klaar staat. Alle mensen hebben een doel in hun leven: ze zijn er ten dienste van jou.

De angstig-depressieve cirkel

Appelo meent dat deze mensen in feite erg bang zijn. Dat wordt gecamoufleerd door zichzelf groter te maken. Hij schrijft in dit verband over de angstig-depressieve cirkel.

  1. Het begint met de instabiele basis: “Ik wil het zelf doen, maar het mag niet.”
  2. Daarna volgt (weer) het opblazen: “Omdat ik zo bijzonder ben gaat de ander alles voor mij doen.”
  3. Er is (weer) geen sprake van wederkerigheid. De boodschap luidt: “Bevredig mij!”
  4. Het vervolg is: Afstoten. “Weg jij, want je bent er niet 100% voor mij.”

Wie is mevrouw Moens?

a. Terug naar mevrouw Moens. We weten niet hoe de basis van haar jeugd is geweest. Wel opvallend is dat ze, ondanks een vermoedelijk hoge intelligentie, nooit een baan heeft gehad. Alsof ze zelf niet aan de slag wil, kan of durft. Dat zou een signaal kunnen zijn van onderliggende angst om te falen, om door de mand te vallen.

b. Mevrouw Moens vindt het eigenlijk heel normaal dat ze de wachtlijsten gewoon kan passeren. Zij is héél speciaal en dat vraagt om een speciale behandeling. Mevrouw Moens verwacht ook direct een behandeling. Ze gaat niet aan de behandelaar in de wijk vragen om een doorverwijzing. Die verwijzing kan de behandelaar van de kliniek toch wel regelen? Bovendien: eigenlijk is die verwijzing helemaal niet nodig. Iedereen kan toch aan haar zien dat zij een speciale behandeling nodig heeft?

c. De boodschap die de behandelaar uitzendt komt eigenlijk niet binnen. Hij wil zich meer verdiepen (dat zou ook een bewijs kunnen zijn hoe speciaal ze is). Maar dat wil mevrouw Moens niet, ze wil direct doorverwezen worden. Is ze misschien bang dat ze bij nader onderzoek met haar verhaal door de mand gaat vallen?

d. Omdat de behandelaar niet meewerkt (in de ogen van mevrouw Moens) klinkt er al direct een klacht in door. ‘Bij deze kliniek zien ze niet hoe speciaal ik ben en weigeren ze mij te behandelen’.  Dat is nog maar een paar stappen verwijderd van een formele aanklacht… Het gevolg van deze houding kan zijn dat behandelaars hun handen niet willen branden aan een patiënt zoals mevrouw Moens. In plaats van samen te werken ontstaan er (van beide zijden) afstotingsmechanismen.

e. Het gevolg is vermoedelijk dat mevrouw Moens zichzelf opnieuw heel bijzonder vindt. Zelfs bij een speciale kliniek wil men haar niet behandelen. Dan moet ze wel héél erg speciaal zijn…

N.a.v.: In: Een spiegel voor narcisten, door Martin Appelo (Boom, 2013).

Theatrale kenmerken

Op verzoek toch nog iets meer theater. Dat is misschien een goede compensatie voor het feit dat de theaters gesloten zijn.

Ik schrijf dit blog opnieuw aan de hand van de kenmerken die Prof. Kuiper beschrijft. Hij noemt in verband met het ‘hysterische karakter’ drie kenmerken: infantiliteit, egocentriciteit en onechtheid.

Infantiliteit

Eerst gaat Prof. Kuiper in op het begrip infantiliteit. Daarmee bedoelt hij gedrag dat we bij kinderen normaal vinden, maar dat niet meer past bij de volwassene. Voorbeelden zijn: pruilen, kibbelen, verongelijkt doen, overgevoelig reageren, heftige reacties tonen op kleine verschillen van mening.

“Het is niet ongebruikelijk dat zo’n persoon zich na één opmerking gekwetst en gekrenkt terugtrekt in de slaapkamer en verongelijkt op bed blijft liggen. En dat terwijl het ‘geschil’ gemakkelijk in een kortdurend overleg had kunnen worden opgelost.”

Egocentriciteit

Ten tweede de egocentriciteit. Iemand met hysterische trekken kan de hele vakantie bederven omdat er op reis naar het vakantieadres een duif werd doorgereden. Er worden geen leuke dingen gedaan, want er heerst groot verdriet: de duif is dood. Maar diezelfde persoon vindt het ondertussen heel normaal dat de anderen daardoor geen prettige vakantie hebben.

Mensen met deze karaktertrekken hebben de neiging zichzelf als norm te stellen. Bij een volwassen houding hoort dat je de wereld vanuit de gezichtspunten van meerdere personen kunt bekijken, maar mensen met een theatrale persoonlijkheid stellen zichzelf als norm.

Onechtheid

Dit is een lastig onderwerp, want wat de één als onecht, als theater ziet, zal de ander helemaal niet zo beoordelen. Om het allemaal wat helderder te maken heeft Kuiper vanachter zijn notenhouten bureau drie soorten onechtheid bedacht. Maar als ik dat allemaal uit moet werken haken jullie af, dus dat sla ik maar over. We eten vanavond toch geen sla.

Jantje

Een interessant voorbeeld uit de kinderleeftijd is Jantje (zo heetten de kinderen nog in de tijd van P.C. Kuiper) die positieve aandacht van zijn ouders kan verwerven als hij lief is voor zijn zusje. Jantje mag met zijn tante mee naar de dierentuin en zegt later tegen zijn ouders: “Wat erg dat mijn lieve zusje al dat moois niet heeft gezien…”

Volgens Kuiper zit de spanning voor Jantje in het feit dat hij jaloers is op zijn zusje, maar dat hij dat gevoel weg moet stoppen en moet vervangen door een maximaal positieve uiting. Anders is hij immers niet lief in de ogen van zijn ouders. Hij kan zichzelf niet zijn, hij moet een rol spelen. Kuiper stelt dat je ouders altijd bij je zijn, ook al zijn ze allang overleden. Dat maakt dus dat deze onechte, theatrale houding ook kan blijven bestaan als je ouders er niet meer zijn.

Zelfdramatisering

In het verlengde van de onechtheid ligt de zelfdramatisering. Jantje begon er al mee. Hij leed, omdat zijn zusje al dat moois niet meemaakte. Hoe meer ellende, des te minder heeft de persoon last van onderliggende emoties, zoals het gevoel dat hij/zij er niet had mogen zijn of straf verdiende.

Het tweede aspect is de indruk die dit allemaal op anderen maakt. Hoe meer ellende, hoe meer ik door de ander gezien word. Kuiper zou tegenwoordig een prachtig bronnenbestand hebben als hij de sociale media zou lezen van mensen die het alleen nog maar hebben over de ellende die over hen is uitgestort.

Kuiper: “De gevoelens worden geëxhibitioneerd”. De boodschap daarachter is: Met al die speciale gevoelens en emoties, met alles wat ik allemaal meemaak, ga jij me toch niet afwijzen? Ik ben toch immers heel speciaal?”

De theatrale persoonlijkheid (slot)

Ik maak het mijzelf gemakkelijk. Ik verzin geen nieuw verhaal. Er is al genoeg theater. Gewoon de officiële kenmerken van de theatrale persoonlijkheid op een rijtje.

Er is sprake van histrionische persoonlijkheidsstoornis bij een diepgaand patroon van overmatige emotionaliteit en aandacht vragen. Dit begint op jongvolwassen leeftijd en is aanwezig in uiteenlopende situaties, zoals blijkt uit vijf (of meer) van de volgende kenmerken:

  • Voelt zich niet op zijn of haar gemak in situaties waarin hij of zij niet in het centrum van de aandacht staat
  • De interactie met anderen wordt vaak gekenmerkt door onaangepast seksueel verleidelijk of provocerend gedrag
  • Vertoont snel wisselende en oppervlakkige uitingen van emoties
  • Maakt steeds gebruik van het eigen uiterlijk om de aandacht op zichzelf te vestigen
  • Heeft een stijl van spreken die gaat over indrukken en niet over feiten, waarbij details ontbreken
  • Toont dramatiserende, theatrale en overdreven uitingen van emoties
  • Is gemakkelijk beïnvloedbaar door anderen of door de omstandigheden
  • Beschouwt relaties met anderen als intiemer dan ze in werkelijkheid zijn

Woorden en lichaamstaal passen niet bij elkaar

Wat dat laatste betreft nog een voorbeeld, ontleend aan Prof. dr. R.E. Abraham: Er is bij mensen met een theatrale persoonlijkheidsstoornis vaak sprake van een discongruentie tussen het verbale en het non-verbale gedrag. Wat ze zeggen klopt niet met wat je aan hen ziet. De persoon geeft bijvoorbeeld aan ‘zeer diep bewogen te zijn’, maar dat zie je nauwelijks terug in de mimiek.

Heftig reageren

De persoon in kwestie reageert daarnaast zeer heftig op gebeurtenissen die hij of zij slechts zijdelings heeft meegemaakt. Zoals een mevrouw uit onze omgeving die dramatisch reageerde op een schietpartij in Delft. Het is hier levensgevaarlijk en verschrikkelijk, ‘de kogels vliegen je om je oren’. En dat terwijl die mevrouw hooguit de sirenes van de politieauto’s kan hebben gehoord.

Overdrijven

Een derde signaal is het veelvuldig gebruik van superlatieven. Een vrouw vertelde dat ze diep depressief was vanwege het overlijden van een man verderop in de straat. Maar haar lichaamstaal en mimiek bleven ondertussen gelijkmatig. Bovendien kende ze deze man helemaal niet, hooguit omdat hij wel eens langs liep. Ze is dus ‘kapot’ (naar eigen zeggen) van het overlijden van een persoon met wie ze nauwelijks iets te maken heeft gehad en die ook op geheel natuurlijke wijze om het leven is gekomen.

De persoon zet zichzelf centraal. Het mechanisme van mensen met een theatrale persoonlijkheid is dat ze de wereld zó dramatisch voorstellen dat de aandacht naar hén toe gaat. Het ging deze mevrouw niet om het overlijden van iemand uit de straat. Ze wilde aangeven dat zij ontzettend veel verdriet had. Ze stond dus zélf centraal...

De theatrale persoonlijkheid (5)

Je kunt van alles bedenken over de theatrale persoonlijkheid. Deze keer nog een iets andere belichting, De kenmerken die ik eerder beschreef komen ook hier weer in terug, maar ze staan anders op een rijtje.

Mensen met een theatrale persoonlijkheid voelen zich niet gewaardeerd als ze niet in het centrum van de belangstelling staan. Vandaar dat ze alles zullen doen om de aandacht te verkrijgen. Vaak is dat door overdreven emotionele uitingen of door zichzelf een buitengewoon charmante houding aan te meten.

De criteria vanuit de DSM 5 gaan er vanuit dat dit patroon begint tijdens de jongvolwassenheid. Ik meen echter dat je al op veel jongere leeftijd de neiging tot theatraal gedrag kunt zien. Alleen is dit bij peuters en bij pubers in zekere zin nog normaal gedrag. Het past alleen niet bij de volwassenheid.

Uiteenlopende situaties

Het theatrale gedrag doet zich voor in uiteenlopende situaties. Als iemand alleen tijdens feestjes dit gedrag laat zien spreek je dus niet van een theatrale persoonlijkheidsstoornis (nieuwe term: histrionische persoonlijkheidsstoornis). Eén van de kenmerken van het zelfbeeld is dat deze mensen geen besef hebben van wat ze werkelijk voelen. Ze hebben de mond vol van dat het ‘goed voelt’ of ‘niet goed voelt’, maar voor zichzelf kunnen ze het toch niet vangen. Er is sprake van een groot tekort aan zelfkennis en evenzeer van empathisch gevoel naar anderen toe.

Uiterlijk vertoon

Vooral vrouwen met een theatrale persoonlijkheid gedragen zich vaak ongepast seksueel verleidelijk of uitdagend. Ze kunnen daarbij ook ‘vallen’ op veel oudere mannen, want alle aandacht is meegenomen.

Ze gebruiken hun uiterlijk om voortdurend de aandacht op zichzelf te vestigen. Ze willen hiermee indruk maken op anderen en besteden overdreven veel tijd, energie en geld aan kleding en kapsels en andere verschijningsvormen (zoals piercings en tattoos). Ook het continu maken van en doorsturen van selfies past binnen dit beeld. Ze ‘hengelen’ soms naar complimenten. Mensen met een theatrale persoonlijkheid kunnen erg van streek raken als ze niet ‘mooi’ op een foto staan.

Oppervlakkig

Hun manier van spreken is vaak oppervlakkig, uitgaande van indrukken en niet van feiten. Details worden weggelaten. Ze hebben uitgesproken meningen die ze luidkeels verkondigen. Maar ze kunnen weinig of geen argumenten noemen om die te onderbouwen. De kennis van de feiten laat sterk te weinig over.

Een voorbeeld: Maggie Berkhout vertelt dat ze een nieuwe kennis een geweldig mens vindt, fantastisch gewoon! Daarop vraagt een vriendin wat er zo geweldig is aan die persoon. Maggie kan geen enkel positief punt noemen, “ze is gewoon geweldig.”

De manier waarop mensen met een theatrale persoonlijkheid hun emoties uiten is vaak overdreven en dramatisch. Ze kunnen bijvoorbeeld relatief onbekenden zomaar om de hals te vliegen. Dat past binnen het charme-offensief, maar het heeft weinig inhoud. De emoties gaan net zo snel voorbij als ze gekomen waren. Je zou kunnen zeggen: ‘holle vaten klinken het hardste’. 

Opmerkelijk is dat mensen met een theatrale (histrionische) persoonlijkheid een vertekend beeld over hun relaties hebben. Ze beschouwen heel veel mensen als hun beste vrienden, zelfs oppervlakkige kennissen. Daar denken die kennissen vaak heel anders over…

De theatrale persoonlijkheid (3)

Mevrouw van Straaten was aanwezig op de verjaardag van haar dochter. Om haar heen werd geanimeerd met elkaar gesproken. Mevrouw van Straaten zat er wat verloren bij. Opeens pakte ze een plastic tas van de plaatselijke apotheek en stalde één voor één haar medicijnen uit temidden van de verjaardagsvisite van haar dochter. Daarna pakte ze uit diverse potjes een pil en vroeg nadrukkelijk aan haar dochter om een glas water...

Het was het feest van haar volwassen dochter. Maar moeder nam de regie over. Opeens waren alle ogen op haar gericht. Mogelijk was de bedoeling van moeder geweest om een gesprek te regelen over haar pillen en poeiers en alle lichamelijke klachten die haar ten deel vielen. Niemand uit het gezelschap deed daar echter aan mee. Het was even stil en daarna ging het gesprek over andere zaken weer verder. Moeder nam zuchtend de pillen met het aangereikte water in.

Psychiater J.S. Reedijk schrijft dat theatrale mensen een niet aflatende behoefte hebben om op anderen indruk te maken. Ze denken dat ze zonder die aandacht niet kunnen leven. Als ze geen bewondering oogsten als als er geen zorg voor hen is worden ze nerveus en ongedurig. De behoefte aan aandacht heeft een dwangmatig karakter gekregen. Als ze niet in het centrum van de belangstelling staan is er een gevoel van leegte.

Volgens Reedijk is deze behoefte aan aandacht en zorg een tweede natuur geworden bij mensen met een theatrale persoonlijkheid. Er zijn mensen die dit op een dramatische wijze uitvergroten. Reedijk maakt onderscheid tussen drie groepen theatrale patiënten:

  1. Zorg van de omgeving oproepen

Een voorbeeld uit het boek ‘Psychiatrie’ van de hand van deze psychiater:

"Jarenlang ligt mevrouw De Groot op bed, midden in de huiskamer. Ze wordt door familieleden liefderijk verzorgd en geprezen om de wijze waarop ze haar harde lot draagt."

Er is geen medische verklaring voor de invaliditeit van mevrouw De Groot. Wel zijn er tal van signalen dat het zou gaan om conversieverschijnselen: uitvalsverschijnselen die een psychische oorzaak hebben. Mevrouw De Groot wil echter niet door een psychiater behandeld worden, want ‘iedereen kan toch zien dat ik invalide ben’. 

2. Charmeurs

Een andere ‘groep’ die door Reedijk beschreven wordt zijn de charmeurs. Het zijn mensen die veel sociale contacten hebben en met hun innemendheid tal van mensen naar zich toe lokken. Degene die hen ontmoet is vaak onder de indruk van de warme belangstelling. Dat klinkt tegenstrijdig: de persoon met theatrale kenmerken die veel aandacht heeft voor anderen. Maar volgens Reedijk gaat het hierbij om mensen die door zich supercharmant op te stellen mensen aan zich binden. Daarbij draait het uiteindelijk toch om henzelf.

Op het moment dat een charmeur op zijn of haar gedrag aan wordt gesproken is het huis te klein. “Kritiek en verschil van mening kunnen deze mensen absoluut niet verdragen en een klein conflict kan bij hen een enorme emotionele ontlading teweeg brengen.”

3. Indruk maken door succesverhalen

De derde groep mensen met een theatrale persoonlijkheid die door Reedijk worden genoemd zijn de mensen die leven van het succes dat hun zelfverzonnen verhalen bij anderen hebben. Ze zijn als het ware verslaafd aan het fantaseren. Die fantasie gaat zó ver dat ze er zelf in gaan geloven. Zo zijn er tal van zogenaamde artsen bekend die achteraf helemaal geen arts bleken te zijn. Zeker in vroeger tijden had je als arts aanzien en de mensen keken naar je op. Het maakte dat sommige mensen met enkele jaren ervaring in de gezondheidszorg zich al snel dokter voelden en zich als dokter presenteerden.

In de Nederlandse literatuur zijn diverse boeken beschikbaar over mensen die op deze manier een schijnwereld in stand hielden. Zoals van een man die beweerde dat hij piloot was bij de KLM. Hij hield een heel schema bij van zijn reizen en organiseerde ook feesten voor en met collega’s. Zijn vrouw kwam er pas na een paar jaar huwelijk achter dat hij helemaal geen piloot was.  De titel van dat boek is me helaas ontschoten. Maar ik heb het niet verzonnen…

Emoties bij theatrale persoonlijkheden

Als je het eenmaal door hebt zul je de emoties van mensen met een theatrale persoonlijkheid als ‘onecht’ beleven. Maar zo voelen deze mensen het zelf niet. Ze zijn er van overtuigd dat alleen zij werkelijk de diepte kunnen peilen van wat hen overkomt. En dat wat ze zelf voelen is meteen ook de realiteit.

"De gedachtenwereld van theatrale mensen bestaat uit een aaneenschakeling van indrukken, is niet 'begrensd', en ze zijn niet in staat tot intellectuele discussies over feiten. Als ze iets op een bepaalde manier voelen is dat meteen voldoende om ook de waarheid te zijn." In: Willem van der Does: Zo ben ik nu eenmaal!

De theatrale persoonlijkheid (2)

Vandaag nog iets meer theater. Deze keer uit een 'klassieker': het boek Nieuwe Neurosenleer van Prof. Dr. P.C. Kuiper.

Onhandig om een boek ‘Nieuwe Neurosenleer’ te noemen. Het is namelijk al best oud. De eerste druk dateert uit 1966. Ik heb de achtste – geheel herziene (dat verkoopt beter) – druk uit 1984.

Aan dat boek hangt nog een anekdote vast uit de serie Stichtelijke Gestichtsherinneringen. Een collega had het boek geleend en er in de kanttekening met potlood een kanttekening bij gezet. Die kanttekening ging over een toenmalig leidinggevende met een in zijn ogen nogal theatrale persoonlijkheid. De volgende die het boek wilde lenen was die leidinggevende. Ik heb gezegd dat ik het boek nog even nodig had, en ben hard aan het gommen geweest om die kanttekening volstrekt onzichtbaar te krijgen...

Prof. P.C. Kuiper was een typisch psycho-analytisch georiënteerd psychiater. Hij verklaart psychische problemen zoals welig bloeiende neurosen uit onopgeloste vroegere conflicten in bepaalde levensfasen. De theatrale persoonlijkheid zou zijn bron vinden in problemen die de peuter destijds heeft ervaren. Hij wilde centraal staan, maar toen kwam er een jonger zusje en ging alle aandacht die hij wenste verloren. Hem restte slechts een poging tot theatraal gedrag om daarmee zijn moeder weer aan zich te binden.

Kindgedrag bij een volwassene

Prof. Kuiper schrijft dat mensen met een theatrale persoonlijkheid gedragingen vertonen ‘die we bij het kind normaal vinden, maar die bij de volwassene onaangepast of zelfs ongepast zijn: pruilen, kibbelen, verongelijkt doen, overgevoelig reageren, heftige reacties vertonen op kleine frustraties. Het is niet ongewoon dat een theatraal persoon zich gekwetst en gekrenkt in de slaapkamer terugtrekt en verongelijkt in bed gaat liggen in een situatie die door gezonde mensen heel eenvoudig kan worden opgelost’. 

De ander is er voor mijn aandacht

Eén van de kenmerken van de theatrale persoonlijkheid is: de ander is een leverancier voor mijn bevredigingen. Bijvoorbeeld in het theater: de ander is er om voor mij te applaudisseren. Het zich werkelijk inleven in de ander wordt daarmee onmogelijk. De behoefte om zelf centraal te staan staat de empathie voor de ander in de weg.

De behoefte om zelf centraal te staan staat de empathie voor de ander in de weg.

Dode duif

Kuiper noemt als voorbeeld een moeder die onderweg naar een vakantieadres in Zuid-Frankrijk meemaakte dat er een duif werd doorgereden. De hele vakantie treurde ze om deze doodgereden duif. Ze had geen zin in gezelligheid, want iedereen moest toch zien hoe verdrietig ze was en dat er na de dood van een duif een lange rouwperiode moest volgen.

Haar dochters mochten dus ook niet vrolijk zijn, want hun moeder was intens verdrietig. Als ze lol hadden tijdens de vakantie namen ze de gevoelens van hun moeder dus niet serieus. In dat verhaal zie je – wat Kuiper noemt – regressieve infantiliteit: de peuter die helemaal centraal wil staan. Alle anderen moeten daarom wijken.

Het centrum van de eigen aandacht

Theatrale mensen bekijken de wereld alleen vanuit hun eigen perspectief. De wereld is zoals zij die beleven. Daarbij merken ze graag op hoe bijzonder het is dat zij iets op een bepaalde manier beleven. Het is voor hen een bedreiging als anderen een vergelijkbare ervaring hebben. Dat kan niet, want hún ervaring is authentiek en alleen zij hebben iets op hun eigen speciale manier ervaren. “Alleen ik weet hoe het voelt.”

Geen feiten maar gevoelens

Eén van de kenmerken van theatrale mensen is dat het hen niet gaat om de feiten, maar om de beleving. Het is bij wijze van spreken niet 15 graden, maar de temperatuur is: ‘ik heb het koud en ik heb het nog kouder dan jij het hebt’. 

De egocentriciteit gaat volgens Kuiper nog een stapje verder. Niet wat iemand ziet of beleeft staat centraal, maar het feit dat zij (hij) het beleeft. Het draait dus steeds allemaal om de persoon die centraal moet staan.

Wat de uitingen van de theratrale persoonlijkheid betreft is er overlap tussen narcisme (ik sta centraal en de ander is de leverancier voor mijn behoeften) en de borderline persoonlijkheid (de heftigheid en de wisseling van de emoties).

De theatrale persoonlijkheid (1)

De zogenaamde theatrale persoonlijkheid is een 'psychiatrisch beeld' dat sterk tot de verbeelding spreekt. 
In de DSM V wordt gesproken over de histrionische persoonlijkheid en vroeger sprak men van de hysterische persoonlijkheid. De naamsveranderingen geven al aan dat de bedenkers van de DSM zelf een beetje met dit beeld in hun maag zitten.

Vrouwen met psychische problemen

Het woord hysterie komt van het Griekse woord voor baarmoeder (‘hysteria’). Men dacht namelijk destijds dat dit beeld alleen bij vrouwen voor kwam. Op die manier beschreef Sigmund Freud ook zijn vrouwelijks patiënten. Dat waren allemaal chicque dames uit de Weense elite. Freud behandelde namelijk alleen maar particuliere patiënten. Verschil moet er zijn. de dames dronken thee met een pink omhoog en vielen bij een spannende gebeurtenis spontaan in katzwijm. Volgens Freud lagen er onder dit gedrag verdrongen psychische problemen. Dat was in die tijd een revolutionaire gedachte.

Hysterical Men

In mijn boekenkast stond jarenlang een publicatie met als titel: De hysterische neurose bij de man. Dat was een opzienbarend geschrift. Dat ik die publicatie kwijt ben is trouwens waarschijnlijk een vorm van verdringing.

Zo verklaart ook Mark S. Micale in Hysterical Men: The Hidden History of Male Nervous Illness het feit dat er eeuwen lang niet over een hysterisch beeld bij de man geschreven werd. De destijds uitsluitend mannelijke zenuwartsen wilden er gewoon niet aan dat ook mannen op een ‘hysterische manier’ gevloerd konden worden door psychische problemen.

Vrouwen én mannen

Tegenwoordig gaat men er vanuit dat de histrionische persoonlijkheid zowel vrouwen als mannen betreft, maar dat deze stoornis bij vrouwen en mannen een verschillende kleur krijgt. Bij vrouwen zou meer het onvermogen centraal staan (bijvoorbeeld het zeer heftig reageren op situaties die spanning oproepen).

Mannen zouden die kwetsbaarheid juist camoufleren door zich groots te gedragen. "Kijk mij eens, met mij is niks mis!" Maar, schrijft Marc America, "dat stoere gedrag is een voorgevel waar geen huis achter staat."

Paradijsvogel

Een voorbeeld is de Meneer de Paradijsvogel. Deze veertiger lijkt robuust in het leven te staan en is voor geen kleintje vervaard. Dat etaleert hij ook in zijn lichaamstaal. Vaak gaat hij op zijn racefiets door het dorp, uitgedost in een fietspak dat zó kleurrijk is dat een paradijsvogel er flets bij afsteekt. Het hoofddeksel zou een woeste zeepiraat niet misstaan. Aldus Marc America.

Bij de huisarts blijkt dat deze meneer een verwoed gevecht voert om zijn kwetsbare binnenkant te verhullen. Dat doet hij door alle aandacht op zijn buitenkant te richten. Maar naarmate hij ouder wordt, wordt zijn verschijning minder imponerend. Uiteindelijk zakt hij met zijn stoere buitenkant door het ijs. Hij komt in de ziektewet terecht en heeft langdurige psychiatrische hulp nodig.

Kleding en attributen vormen volgens Marc America voor mannen een belangrijk attribuut om de aandacht op zichzelf te vestigen. Tegenwoordig wordt die kleding vervangen door extreme piercings en tattoos. 

Scheepshoorn en tattoo

Wat de attributen betreft kun je ook denken aan de dreunende muziek die uit sommige gepimpte auto’s met bij voorkeur geblindeerde ramen komt, de scheepshoorn op het dak van de auto en de Hells Angels outfit op de motor. Gelukkig heb ik geen rijbewijs, dus ik kom niet in de verleiding om mee te doen…

En ja, die mannen die van top tot teen onder de tattoos en de piercings zitten... Het lijkt wel of er een mist rond de persoon moet worden opgetrokken. De buitenkant moet helemaal gepimpt worden omdat de binnenkant te kwetsbaar is. Ik denk er dan als ondertitel soms bij: "Binnenkort in dit theater..."

Theatraal in schema

Omdat ik toch bezig ben... Naar aanleiding van een eerdere reeks van blogs: nu ook nog de theatrale persoonlijkheidsstoornis.
  1. Wat is het beeld dat een theatraal persoon van zichzelf heeft?  Een theatraal persoon vindt zichzelf glamoureus, aantrekkelijk, vindt dat zijn of haar verschijning indruk maakt (overeenkomst met narcisme).
  2. Wat is het beeld dat een theatraal persoon van anderen heeft? Iemand met theatrale kenmerken vindt dat de ander verleid moet kunnen worden, de ander moet ook bewondering hebben voor de persoon in kwestie, hem of haar heel bijzonder vinden (overeenkomst met narcisme, maar vooral wat betreft de ‘buitenkant’, de uiterlijke kenmerken).
  3. Wanneer raakt een theatraal persoon van slag? Als je hem of haar ‘niet ziet’, negeert of verlaat (overeenkomst met de borderline persoonlijkheidsstoornis).
  4. Welke overtuiging heeft iemand met theatrale trekken over zijn of haar relatie met de omgeving? a) Ik moet altijd mijn gevoel volgen, ‘als het goed voelt is het goed’ en b) als ik geen indruk op iemand maak voel ik mezelf waardeloos en mislukt (overeenkomst met borderline).
  5. Wat zijn de ‘kern-emoties’ van theatrale mensen?  Emoties zijn altijd in de overtreffende trap, daarnaast overdreven opgewektheid, trots, jaloezie, maar ook angst en verdriet.
  6. Wat is kenmerkend voor het gedrag van theatrale mensen ten opzichte van zichzelf en van anderen? Zichzelf uitvergroten en het de aandacht trekken van anderen overdrijven, charmeren en amuseren (overeenkomst met zowel narcisme als ook wel met borderline).
  7. Hoe proberen theatrale mensen een eventuele ‘bedreiging’ het hoofd te bieden?  Ze proberen nóg meer in het centrum van de belangstelling te komen en ze proberen te voorkomen dat er zich situaties voordoen waarbij ze slechts op de achtergrond aanwezig zijn.
  8. Waar zijn theatrale mensen het meest bang voor? Mensen met theatrale trekken zijn altijd bang niet in het centrum van de bewonderende aandacht te staan. Als ze het gevoel hebben dat ze niet gezien worden ervaren ze dat als een catastrofe.
Aäron Beck meent dat geestelijke gezondheid te zien is aan de manier waarop iemand naar zichzelf en naar andere mensen kijkt. Als je een genuanceerd positief beeld over jezelf hebt en ook positief naar andere mensen kijkt is er sprake van een bepaalde mate van geestelijke gezondheid. 
Theatrale mensen vinden zichzelf bewonderenswaardig (+) en zien de ander als degene die hen moet bewonderen (anderen zijn dus in zekere zin 'minder'). Maar het beeld is minder extreem +/- dan bij de narcist.   Volgens het schema van Beck kun je bij de theatrale persoonlijkheid wel  spreken van een situatie van geestelijke ongezondheid.

 

Theatrale persoonlijkheid (6)

Ik maak het mijzelf gemakkelijk. Ik verzin geen nieuw verhaal. Er is al genoeg theater. Gewoon de officiële kenmerken van de theatrale persoonlijkheid op een rijtje.

Er is sprake van histrionische persoonlijkheidsstoornis bij een diepgaand patroon van overmatige emotionaliteit en aandacht vragen. Dit begint op jongvolwassen leeftijd en is aanwezig in uiteenlopende situaties, zoals blijkt uit vijf (of meer) van de volgende kenmerken:

  • Voelt zich niet op zijn of haar gemak in situaties waarin hij of zij niet in het centrum van de aandacht staat
  • De interactie met anderen wordt vaak gekenmerkt door onaangepast seksueel verleidelijk of provocerend gedrag
  • Vertoont snel wisselende en oppervlakkige uitingen van emoties
  • Maakt steeds gebruik van het eigen uiterlijk om de aandacht op zichzelf te vestigen
  • Heeft een stijl van spreken die gaat over indrukken en niet over feiten, waarbij details ontbreken
  • Toont dramatiserende, theatrale en overdreven uitingen van emoties
  • Is gemakkelijk beïnvloedbaar door anderen of door de omstandigheden
  • Beschouwt relaties met anderen als intiemer dan ze in werkelijkheid zijn

Woorden en lichaamstaal passen niet bij elkaar

Wat dat laatste betreft nog een voorbeeld, ontleend aan Prof. dr. R.E. Abraham: Er is bij mensen met een theatrale persoonlijkheidsstoornis vaak sprake van een discongruentie tussen het verbale en het non-verbale gedrag. Wat ze zeggen klopt niet met wat je aan hen ziet. De persoon geeft bijvoorbeeld aan ‘zeer diep bewogen te zijn’, maar dat zie je nauwelijks terug in de mimiek.

Heftig reageren

De persoon in kwestie reageert daarnaast zeer heftig op gebeurtenissen die hij of zij slechts zijdelings heeft meegemaakt. Zoals een mevrouw uit onze omgeving die dramatisch reageerde op een schietpartij in Delft. Het is hier levensgevaarlijk en verschrikkelijk, ‘de kogels vliegen je om je oren’. En dat terwijl die mevrouw hooguit de sirenes van de politieauto’s kan hebben gehoord.

Overdrijven

Een derde signaal is het veelvuldig gebruik van superlatieven. Een vrouw vertelde dat ze diep depressief was vanwege het overlijden van een man verderop in de straat. Maar haar lichaamstaal en mimiek bleven ondertussen gelijkmatig. Bovendien kende ze deze man helemaal niet, hooguit omdat hij wel eens langs liep. Ze is dus ‘kapot’ (naar eigen zeggen) van het overlijden van een persoon met wie ze nauwelijks iets te maken heeft gehad en die ook op geheel natuurlijke wijze om het leven is gekomen.

De persoon zet zichzelf centraal. Het mechanisme van mensen met een theatrale persoonlijkheid is dat ze de wereld zó dramatisch voorstellen dat de aandacht naar hén toe gaat. Het ging deze mevrouw niet om het overlijden van iemand uit de straat. Ze wilde aangeven dat zij ontzettend veel verdriet had. Ze stond dus zélf centraal...

Theatrale persoonlijkheid (5)

Je kunt van alles bedenken over de theatrale persoonlijkheid. Deze keer nog een iets andere belichting, vanuit De Psycholoog. De kenmerken die ik eerder beschreef komen ook hier weer in terug, maar ze staan anders op een rijtje.

Mensen met een theatrale persoonlijkheid voelen zich niet gewaardeerd als ze niet in het centrum van de belangstelling staan. Vandaar dat ze alles zullen doen om de aandacht te verkrijgen. Vaak is dat door overdreven emotionele uitingen of door zichzelf een buitengewoon charmante houding aan te meten.

De criteria vanuit de DSM 5 gaan er vanuit dat dit patroon begint tijdens de jongvolwassenheid. Ik meen echter dat je al op veel jongere leeftijd de neiging tot theatraal gedrag kunt zien. Alleen is dit bij peuters en bij pubers in zekere zin nog normaal gedrag. Het past alleen niet bij de volwassenheid.

Uiteenlopende situaties

Het theatrale gedrag doet zich voor in uiteenlopende situaties. Als iemand alleen tijdens feestjes dit gedrag laat zien spreek je dus niet van een theatrale persoonlijkheidsstoornis (nieuwe term: histrionische persoonlijkheidsstoornis). Eén van de kenmerken van het zelfbeeld is dat deze mensen geen besef hebben van wat ze werkelijk voelen. Ze hebben de mond vol van dat het ‘goed voelt’ of ‘niet goed voelt’, maar voor zichzelf kunnen ze het toch niet vangen. Er is sprake van een groot tekort aan zelfkennis en evenzeer van empathisch gevoel naar anderen toe.

Uiterlijk vertoon

Vooral vrouwen met een theatrale persoonlijkheid gedragen zich vaak ongepast seksueel verleidelijk of uitdagend. Ze kunnen daarbij ook ‘vallen’ op veel oudere mannen, want alle aandacht is meegenomen.

Ze gebruiken hun uiterlijk om voortdurend de aandacht op zichzelf te vestigen. Ze willen hiermee indruk maken op anderen en besteden overdreven veel tijd, energie en geld aan kleding en kapsels en andere verschijningsvormen (zoals piercings en tattoos). Ook het continu maken van en doorsturen van selfies past binnen dit beeld. Ze ‘hengelen’ soms naar complimenten. Mensen met een theatrale persoonlijkheid kunnen erg van streek raken als ze niet ‘mooi’ op een foto staan.

Oppervlakkig

Hun manier van spreken is vaak oppervlakkig, uitgaande van indrukken en niet van feiten. Details worden weggelaten. Ze hebben uitgesproken meningen die ze luidkeels verkondigen. Maar ze kunnen weinig of geen argumenten noemen om die te onderbouwen. De kennis van de feiten laat sterk te weinig over.

Een voorbeeld: Maggie Berkhout vertelt dat ze een nieuwe kennis een geweldig mens vindt, fantastisch gewoon! Daarop vraagt een vriendin wat er zo geweldig is aan die persoon. Maggie kan geen enkel positief punt noemen, “ze is gewoon geweldig.”

De manier waarop mensen met een theatrale persoonlijkheid hun emoties uiten is vaak overdreven en dramatisch. Ze kunnen bijvoorbeeld relatief onbekenden zomaar om de hals te vliegen. Dat past binnen het charme-offensief, maar het heeft weinig inhoud. De emoties gaan net zo snel voorbij als ze gekomen waren. Je zou kunnen zeggen: ‘holle vaten klinken het hardste’. 

Opmerkelijk is dat mensen met een theatrale (histrionische) persoonlijkheid een vertekend beeld over hun relaties hebben. Ze beschouwen heel veel mensen als hun beste vrienden, zelfs oppervlakkige kennissen. Daar denken die kennissen vaak heel anders over…