Pijnlijke plek

De patiënt ging in de stoel liggen. Ondertussen maakte hij grommende geluiden. Op verzoek van de tandarts deed hij zijn mond open.

De tandarts liep zijn tanden en kiezen langs. Het leek allemaal OK, totdat ze bij een gevoelige plek kwam. Op dat moment verkocht de patiënt de tandarts een daverende klap. Haar bril schoot van haar neus en haar beus stond een beetje schever.

Kennlijk was dit een érg gevoelige plek. En pijn kan agressie uitlokken. Hoe nu verder?

De tandarts schatte in dat er mogelijk sprake was van een medische noodsituatie. Ze had een abces gezien en dat kan ernstige complicaties met zich meebrengen. De patiënt zomaar laten gaan leek geen gewenste optie en was zelfs mogelijk gevaarlijk voor hem.

AAaRGA in de Spits

De patiënt was niet wilsbekwaam ‘ter zake’. Het was niet mogelijk om hem uit te leggen wat er aan de hand was. Wat nu? Het was mogelijk om de patiënt vast te houden. Waarschijnlijk was hij wel erg sterk, maar er waren heel wat mensen in huis die mee zouden kunnen helpen. Maar dat mag tegenwoordig niet meer.

De persoonlijk begeleider kon geen uitsluitsel geven. Ze wilde dat de curotor gebeld werd. Die bleek niet bereikbaar. Dan de arts van de patiënt maar? Die was net bezig met het behandelen van een andere patiënt. Tien minuten later kwam de arts aan de lijn. Hij vond dat de tandarts moest inschatten welk risico de patiënt liep.

Maar wat moest er nu gebeuren? Mocht de patiënt (tegen zijn wil) vastgehouden worden? En wie moest daarover het besluit nemen?

Dat bleek nog een ingewikkelde afweging. De grote winst van de afgelopen jaren is dat niemand meer tegen zijn wil in behandeld mag worden. Het nadeel is dat er zóveel afwegingen gemaakt moeten worden en dat daar zoveel administratie voor nodig is dat je ook erg veel tijd kwijt bent.

Voor de goede orde: de patiënt is behandeld. Het medisch risico dat het fout zou gaan was te groot. Hij werd even door vier man (m/v) vastgehouden om een goede verdoving mogelijk te maken. Daarna liet hij zich prima behandelen. 

Chaos in de behandelkamer

Deze zomer ben ik druk bezig met het schrijven voor een casusboek over mondzorg voor en bij mensen met een verstandelijke beperking. Een stukje uit de casus waar ik vandaag mee bezig ben...

Als Hadil (met zijn moeder en Laila, een goede bekende van moeder) opgehaald wordt uit de wachtkamer springt hij direct op. Hij herkent tandarts Nora en lijkt te weten wat de bedoeling is. Maar het is allemaal ook spannend voor hem. Hij vergeet zijn moeder, rent de gang in, maakt gekke sprongen en rent bij de eerste openstaande deur de kamer in en gaat in de stoel zitten. Nora komt zo snel mogelijk achter hem aan en zegt dat we naar een andere kamer moeten. Meteen springt Hadil op, rent weer vooruit en loopt bij toeval de goede kamer binnen. Daar gaat hij meteen weer op de behandelstoel zitten.

“De benen van Hadil gaan sneller dan zijn hoofd aan kan”. Hij ziet Nora en lijkt in een flits te beseffen wat de bedoeling is. Meteen gaat hij op zoek naar een kamer. De eerste openstaande deur laat hem een stoel zien, waar hij ook meteen in duikt. Hadil gunt zichzelf geen tijd: de spanning wordt vertaald in druk gedrag. Je zou kunnen zeggen dat zijn lichaam al in de stoel zit terwijl zijn hoofd nog onderweg is.

Hadil zit nu dus in de goede behandelstoel. Maar dat is maar voor heel even. Binnen een minuut rent hij rondjes door de ruimte. Inmiddels zijn de moeder van Hadil en Laila ook binnen gekomen. Daardoor ontstaat er extra onrust. Moeder probeert Hadil te ‘vangen’ en zegt dat hij moet zitten.

Ouders reageren nogal eens vanuit schaamte: ze willen dat hun kind zich goed gedraagt en geen overlast veroorzaakt. Op zo’n moment is het goed om ouders in emotioneel opzicht wat gerust te stellen. Het komt allemaal goed, we zijn wel wat gewend. Belangrijk is dat de rust hersteld wordt. In het geval van Hadil betekent dat dat in principe zich maar één persoon het hem zou moeten ‘bemoeien’.

Op dit moment is Nora de regie in de behandelkamer kwijt. Hadil weet niet meer ‘bij wie hij hoort’. Door alle onrust wordt hij nóg onrustiger. Hij trekt een tekening van de muur en doet het licht aan-en uit. Daarop grijpt Laila in. Nu verzet Hadil zich nóg heftiger: hij gaat op de grond liggen schreeuwen.

De vraag is: hoe kunnen we deze chaos beperken? Wat zijn de ingrediënten die maken dat er weer rust komt in de behandelkamer. Dat antwoord heb ik uitgewerkt in het boek... Verschijnt in het voorjaar van 2021 bij uitgeverij Prelum. 

Corona en tandarts

Een deel van mijn werk in pensioentijd vindt plaats in en rond de mondzorg. De patiënten met een lichte verstandelijke beperking staan vaak garant voor 'bijzondere uitspraken'. Zoals onderstaand:

“Mijn tandarts heeft al veel langer Corona, ze had de vorige keer al een mondkapje op. Dat was al in december.” Reactie: “Mijn tandarts ook al. Ik denk dat tandartsen vaak last van Corona hebben.”

“Als je een kunstgebit hebt krijg je geen Corona. Corona gaat tussen je tanden zitten. Daar word je ziek van.”

“Ik vind het niet goed dat de tandarts de afspraak heeft afgezegd. Ik heb geen Corona, dus ik ben veilig.”

“Kan ik niet naar de tandarts? Dan heb ik dus al die tijd mijn tanden voor niks gepoetst!”

Mireille bij de tandarts

Mireille is een meisje van tien jaar oud. Ze stapt stoer de behandelkamer van de tandarts binnen en geeft iedereen een hand. Dit is het eerste bezoek aan de nieuwe tandarts.

Het is eerst tijd voor een nader gesprek. Mireille blijkt een goede woordenschat te hebben. Ze maakt goede en volledige zinnen. Als ze wat meer gespannen is meer staccato en in telegramstijl. Toch heb je de indruk  dat je als behandelaar de indruk dat je  een goed gesprek met haar kunt voeren. Nog wel op concreet niveau, maar dat hoort bij de leeftijd van tien jaar.

Tandarts Birgit vraagt hoe de school heet waar Mireille op zit. Dat is Het Baken. Ze kan ook benoemen hoe haar beide juffen heten. Maar ze kan niet vertellen waar ze woont. Ze woont bij het groene hekje. Ook weet ze niet welke maand het is en welk seizoen. Dat is kennis die de meeste kinderen in groep 3 van de basisschool wel weten. Mireille is 10 jaar.

Uit een eerder intelligentieonderzoek van Birgit komt naar voren dat ze een totaal IQ heeft van 46. Dat betekent dat je haar globaal kunt vergelijke met een ‘grote kleuter’. Maar ook dat is nog riskant, omdat het profiel erg onevenwichtig kan zijn, met dingen die ze goed kan en andere zaken waar ze helemaal geen zicht op heeft.

In ieder geval is Birgit als behandelaar sensitief voor de kwetsbaarheid van Mireille. Met name het taalbegrip zou wel eens een valkuil kunnen zijn. Ze spreekt goed, maar wat begrijpt ze eigenlijk?

Het is tijd om Mireille in de stoel te laten zitten. Je zou verwachten dat dit spannende stappen zouden zijn en dat ze tijd nodig heeft. Maar ze staat meteen op en stapt direct in de stoel, alsof ze het dagelijks doet. Wel valt op dat ze meteen op haar handen gaat zitten.

Gaat Mireille niet te snel? Ja, eigenlijk wel. In een vreemde situatie met een vreemde behandelaar, dat zou eigenlijk om meer tijd vragen. Je zou kunnen zeggen dat ze fysiek wel snel in de stoel zit, maar dat ze emotioneel meer tijd nodig heeft. Dat ze op haar handen gaat zitten lijkt een vorm van zelfbescherming te zijn.

Ook het onderzoek van de tanden en kiezen verloopt goed. Mireille vindt het tellen wel leuk. Het is nu niet nodig om verder iets aan haar gebit te doen. Mireille gooit het spiegeltje dat ze van de tandarts heeft gekregen in de prullenbak en blaast de handschoen die ze mee mocht nemen als een ballon op.

's Avonds raakt Mireille helemaal van slag. Ze is totaal in paniek en ziet en hoort dingen die er niet zijn. De hele nacht kan ze niet slapen. Als een patiënt te gemakkelijk meewerkt bij de behandeling kan dat een signaal zijn dat iemand teveel zijn best doet en zich groter voordoet dan wat hij aan kan. Dat lijkt bij Mireille het geval te zijn geweest.

Leidt angst voor de tandarts tot meer gaatjes?

Uit een onderzoek blijkt dat mensen die bang zijn voor de tandarts vaker gaatjes in hun tanden en kiezen hebben.

Dit is natuurlijk voer voor nader onderzoek. Angst is een vorm van stress. En stress op zijn beurt ondermijnt de weerstand. Dit geldt met name voor vormen van onbeheersbare stress: het overkomt je en je ziet uiteindelijk nauwelijks perspectief. Zo is bekend dat bij mensen die langdurig mantelzorg verlenen wonden op de huid langzamer genezen. De energie gaat in het ‘overleven’ zitten.

Dus als ik het zo bekijk zou het kunnen zijn dat stress leidt tot meer gaatjes in de tanden en kiezen. Inderdaad is het zo dat stress ook de mondgezondheid aantast. De tandarts kan aan de toestand van de mond vaak zien hoe het met je lichamelijke, maar ook – zij het in mindere mate – met je psychische toestand gesteld is.

Maar mij lijkt een andere verklaring rond die angst voor de tandarts en het aantal gaatjes meer aannemelijk. In de eerste plaats mijden mensen die bang zijn voor de tandarts ook vaker de tandarts. Daardoor kan er niet op tijd goede preventie plaatsvinden.

In de tweede plaats lijkt het mij aannemelijk dat mensen die regelmatig behandeld zijn vanwege cariës ook eerder bang zullen zijn.

Joshua van 9 jaar vond het naar de tandarts gaan altijd een uitje. Totdat hij een gaatje kreeg en er geboord moest worden. Dat kan in principe pijnloos gebeuren. Toch was Joshua vanaf die dag bang voor de tandarts.

Ook als het geen pijn doet is het 'boren' voor veel mensen toch een belastende ervaring.

Emoties (4)

Eén van de theorieën rond het omgaan met emoties is dat je hersenen sneller reageren op situaties die eerder een bedreiging zijn geweest.

1. Emotie is een signaal

Dat is op zichzelf een gezonde reactie. Je hebt een keer gevaar ervaren en je komt nu snel in de alarmstand omdat je niet nóg een keer aan datzelfde gevaar wilt worden blootgesteld. Een ezel stond zich in het gemeen geen twee keer aan dezelfde steen en een mens ook niet. Tenminste, dat is dan een verklaring. Maar hij gaat lang niet altijd op.

2. Emoties hebben met hechting te maken

Een tweede verklaring heeft met de hechting te maken. Het zijn de schema’s die je van jongs af aan in je leven hebt meegekregen. Hoe reageerden je ouders op bepaalde situaties? Als je verdrietig was, werd je dan getroost of moest je het alleen oplossen? Hoe werd er op jou gereageerd als je boos was? Mocht je bang zijn of moest je vooral flink zijn?

3. Patronen uit onze jeugd kleuren onze emoties

Patronen uit onze jeugd kunnen een ‘trigger’ zijn om op een bepaalde manier emotioneel heftig te reageren op een situatie die ons nú overkomt.

Mevrouw van den Bos reageerde heftig toen de tandarts opmerkte dat haar gebit wel eens wat beter verzorgd kon worden. Toen ze wat was bijgekomen van de schrik over haar eigen reactie realiseerde ze zich opeens dat haar moeder in alle staten was als de tandarts zei dat het gebit van haar dochter niet goed was gepoetst. Moeder schaamde zich dan heel erg maar ze verweet haar dochter het onvoldoende meewerken aan het poetsen.  De kritiek op het tanden poetsen werd nu door Mevrouw van den Bos veel heftiger opgevat dan de tandarts bedoelde. Er zat de schaamte van háár moeder bij en ook de kritiek die moeder dan op haar dochter had. Het patroon dat ze had geleerd was dat een kritische opmerking van de tandarts meteen ook veel onveiligheid gaf.

Bij de behandeling bij de tandarts speelt o.a. de (ervaren) machteloosheid een grote rol. Veel mensen zijn niet zozeer bang voor de pijn, maar vooral voor het gevoel dat je geen kant uit kunt. Ieder kind heeft in zijn jeugd momenten ervaren dat hij machteloos was. Als dat gevoel onder de oppervlakte steeds een rol blijft spelen kan het in spannende situaties waarin je afhankelijk bent zómaar boven komen. Maar de emotie is dan ook meteen heftig. Je bent niet een klein beetje bang of boos, maar je schiet behoorlijk uit je slof. Vroegere ervaringen kunnen dus ook leiden tot emotionele ontsporingen. Als je ziet wat er gebeurde denk je ‘waar gaat dit over?’ Het wordt meer duidelijk als je weet dat het niet de huidige situatie is die de trigger is, maar een opeenstapeling van ervaringen uit het verleden.

Aangeleerde emoties zijn niet altijd juiste emoties

Maar er is nog meer. Sommige onderzoekers maken onderscheid tussen affect en emotie. Het affect is je automatische reactie op een gebeurtenis, maar de emotie is datgene wat je hebt geleerd vanuit je opvoeding en door je omgeving.

Als je een naald ziet en je geprikt gaat worden heb je bijna automatisch een reactie: ‘blijf uit de buurt, dit is gevaar’. Dat is een universele reactie: iets wat scherp is is gevaarlijk. Maar daar komt nog aangeleerde emotie bij. Stel je voor dat je thuis altijd hebt geleerd ‘flink zijn, stel je niet aan, het doet geen pijn’ dan leidt dat tot een bepaalde extra reactie op het zien van die naald. Nu moet ik flink zijn, ik moet me niet laten kennen. Je schakelt dan dus andere reacties uit. Dat kan uiteindelijk toch een vulkaan worden, want het affect broedt onderhuids en kan tot uitbarsting komen. Wat je aangeleerd hebt blijkt soms op den duur niet bestand tegen wat je van binnenuit voelt.

Ouders zeggen vaak tegen kinderen dat een prik niet zeer doet. Volgens mij is dat vaak een bezwering van de eigen angst van de ouders voor die prik.

Ik ken geen prik die niet zeer doet. Die eerste zuster moet ik nog tegen komen. Tineke is een goede prikzuster, maar zelfs van haar doet de prik zeer. Als je van je moeder hoort dat het geen zeer doet leidt dat tot tegenstrijdige emoties. Je emotionele houvast zegt dat je geen pijn mag voelen, want de prik doet niet zeer.

De prik doet wél zeer en gelukkig is het bijna altijd maar heel eventjes. Moeder, zeg dat dan!

Fysieke beperking

Het was me nog niet opgevallen. Maar ik blijk een handicap te hebben. Dat zag ik op de rekening van de tandarts.

Voor de behandeling van een ontstoken wortelkanaal werden er zo’n tien verrichtingen in rekening gebracht. Eén van die rekening betrof een ‘moeilijke ingang van het wortelkanaal’. 

Dat kan ik voortaan vermelden bij het solliciteren of het verkrijgen van subsidie voor een aangepaste woning. Hebt u enige fysieke beperking? Ja, ik heb een moeilijke ingang van het wortelkanaal.

Die moeilijke ingang kostte mij 27,43 euro extra.

Lieve tandarts

Gisteren fietste ik in Leeuwarden langs een tandarts met een bord op de stoep. 

Dat bord vond ik dusdanig dat ik mijn fiets ontsteeg en het bord op de foto zette.

Ik had de neiging om ook even naar binnen te lopen en een kies te laten vullen. Dat is weliswaar niet nodig, maar bij een lieve tandarts laat ik me graag onnodig behandelen.

Helaas, ik had geen tijd om naar binnen te lopen. Ik moest op tijd een cursus geven.

Tandartsbezoek en kwaliteit van leven…

Gisteren moest ik me vervoegen bij de tandarts. Ik heb nergens last van, maar het ziekenhuis had een ingewikkelde chronische ontsteking in mijn kaakbot geconstateerd. Dat was het indirecte gevolg van een onjuiste wortelkanaalbehandeling, zo'n 25 jaar geleden.

Vanwege mijn werk in de ouderenzorg weet ik dat zo’n type ontsteking op den duur schadelijk kan zijn. Niet alleen je kaak verschrompelt, maar ook de kans op longinfecties, hartfalen en reuma wordt vele malen vergroot. Dus wat te doen?

De tandarts besprak vijf opties, maar hij ging er zelf niet aan beginnen, zei hij. Dat was hem allemaal te ingewikkeld. Het varieerde van niets doen (dat kon hij trouwens nog wel zelf) tot een grondige renovatie nadat er eerst stukken bot gerepareerd waren.

De vraag was wat ik wilde. Als vanzelf trok mijn leven aan mij voorbij. Maar vooral de toekomst. Het is vandaag herfst geworden en ik verkeer in de herfst van mijn leven. Ik begreep nu wat mijn schoonvader regelmartig zei: “Die paar jaar dat ik nog te leven heb…” Dat zei hij trouwens al toen hij 50 jaar was en hij is 86 jaar geworden.

In die tandartsstoel had ik ook opeens weer een flash back van een schema van prognoses hoe lang oudere mensen nog te leven hebben. Hoe zat dat bij mij? Wat is het rendement van zo’n behandeling? Moet alles wel gerepareerd worden? Moeten wel alle risico’s gemeden worden? Ik weet immers ook een beetje teveel wat de risico’s zijn: tien jaar geleden had ik van niets geweten.

De verzekering dekt maar een deel van deze behandeling. Kan ik niet beter een nieuwe CV ketel kopen? Of beter isolerende beglazing? En als ik opeens onder een auto kom, dan is het toch jammer van de investering aan het gebit? En meer van dat soort aardse zaken.

Morgen heb ik een cursusdag over levenskwaliteit bij ouderen. Wie weet kan ik mezelf dan als casus inbrengen…

Ter geruststelling: ik ga niet gebukt onder dit soort vraagstukken. Het was een soort ‘flits moreel beraad’ bij mezelf.

Inmiddels heeft de behandelaar al gebeld voor een afspraak. Hij kijkt er kennelijk naar uit om mij in de stoel te hebben…