Supervisie met kater

Ik zou in Amsterdam bij een supervisie-bijeenkomst zijn. Maar vanwege corona-gerelateerde stress werd de fysieke bijeenkomst op het laatste moment met tromgeroffel afgeblazen. Er moest 'gezoomd' worden. 

Dus zat ik aan de lokale tafel met mijn plaatselijke laptop fimpjes te bekijken van behandelingen bij de tandarts. In de stoel zaten patiënten met autisme, een verstandelijke beperking en/of dementie. Of soms wilden ze niet in de stoel.

Supervisie met kater

De meest bijzondere gast was vandaag Ringo, onze huiskater in ruste. Hij is met pensioen en hij vindt dat zijn baas zich ook wat rustiger moet gedragen.

Om het gesprek enigszins in goede banen te leiden verscheen hij steeds in beeld. Aanvankelijk passeerde er steeds een staart voor het scherm, maar later zorgde Ringo er voor dat zijn baas niet meer naar het beeld kon kijken. Hij ging er gewoon tussen zitten.

Later op de dag ontdekte ik een andere oorzaak voor dit gedrag. Het was niet zozeer dat Ringo wilde dat ik stopte met werken. De brokjes waren op. Dus de werkzaamheden moesten alleen even onderbroken worden. Sorry Ringo!

Kun je iemand gelukkig maken?

Misschien kennen jullie de opnames van Céline, destijds in de serie over de Kinderen van de Hondsberg.

Céline was een geadopteerd meisje dat eigenlijk op iedereen een appel deed om haar te helpen. Als begeleider wilde je zorgen dat ze alsnog – na alles wat ze als klein kind had moeten missen – de schade in zou kunnen halen. En een gewone en gezonde puber en later volwassene zou worden. Maar hoe meer er in Céline geïnvesteerd werd, hoe slechter het met haar leek te gaan. Dat leidde tot een groot afbreukrisico voor begeleiders.

In intervisie en supervisie komt dit onderwerp regelmatig ter sprake. Vooral als begeleiders emotioneel uitgeput raken van een cliënt. Dan wordt de kracht van de begeleiding hun zwakte. Je wilt iemand gelukkig maken, maar het werk breekt je ben de handen af.

Ook ouders willen niets liever dan dat hun kind gelukkig is. Maar wat moet je als je kind maanden of jaren achter elkaar lijdt aan zijn bestaan? Dat is vaak nóg zwaarder dan wanneer je zelf lijdt aan je bestaan.

Daar komt nog eens bij dat kwetsbare kinderen vaak precies aanvoelen hoe het met hun ouders gaat. Ze nemen dan ook nog eens het verdriet van hun ouders mee op hun schouders.

Let op: dit bedoel ik allerminst als een beschuldiging aan het adres van de ouders. Het is volkomen begrijpelijk dat je je als ouders zorgen maakt als het met je kind niet goed gaat.

Voor begeleiders geef ik wel eens een voorbeeld als: “Het regent bij Richard altijd. Maar soms sta je even samen onder een afdakje.” Met andere woorden: ga niet op zoek naar de zon. Zoek wel een beschut plekje op waar het leven even iets minder hard is. Even zo’n droog moment geeft jou de ruimte om anders adem te halen en de cliënt ook.

We kunnen niemand gelukkig maken. Als je denkt dat je dat wel kunt loop je uiteindelijk tegen jezelf aan. We kunnen wel proberen om de kwaliteit van bestaan te vergroten. Als dat lukt (ook al is het maar één minuut) hebben we al veel om blij mee te zijn...

Ik wil onmisbaar zijn…

Soms overkomt het je. Je bent ergens op bezoek en je wordt er 'moe' van. Voor mensen die daar gevoelig voor zijn dat wel eens een signaal kunnen zijn van ongezonde relaties binnen een 'systeem'.

Er is dan vaak sprake van ‘overdracht’ en van ‘tegenoverdracht’:  oude thema’s, gevoeligheden en allergiëen spelen op binnen de relatie. Bij dat ‘systeem’ kun je denken aan een team, bijvoorbeeld op school, in de kerk of in de zorg, maar je kunt ook denken aan een gezinssysteem.

Het rijtje ontleen ik aan: Fee van Delft (what’s in a name?), ‘Overdracht en Tegenoverdracht’ (Boom 2016). Ze schrijft met name over de zorg, maar het thema speelt in alle omstandigheden waar mensen langdurige relaties opbouwen.

  1. De persoon in kwestie probeert waardering te krijgen, liefde te winnen, probeert door zijn rol in het systeem zichzelf meer in het centrum van de aandacht te krijgen. Dat kan bijvoorbeeld zijn door taken over te nemen, gunsten te verlenen, bovenmatig aardig te doen, zichzelf wegcijferen.
Dat gedrag zit vaak al in de vroegere ervaringen van de persoon: de aandacht binnen het gezin was bijvoorbeeld niet vanzelfsprekend, je moest als kind iets speciaals' doen om 'gezien' te worden.

2. De persoon in kwestie kan alleen maar samenwerken met mensen die hem (of haar) op een voetstuk zetten (“wat ben jij een fantastische begeleider, collega, ouderling, broer!”). Wie dat spel niet meespeelt wordt verguisd of genegeerd.

Deze 'ambitendentie' heeft met de sociaal-emotionele ontwikkeling te maken. Er bestaan geen grijstinten. De persoon kan alleen samenwerken met mensen over wie hij of zij de controle heeft.

3. De persoon in kwestie ziet zichzelf als onmisbaar. Hij of zij neemt taken op zich omdat hij het gevoel van onmisbaarheid nodig heeft.

Niemand wil graag gemakkelijk gemist worden. Maar als je de ander voortdurend nodig hebt om het gevoel te hebben dat je onmisbaar bent is dat een signaal van eigen kwetsbaarheid.

Het leidt er in de zorg voor kwetsbare mensen toe dat de ander niet kan groeien. Want als de ander meer zelfstandig wordt betekent dat dat je als zorgverlener of familielid minder nodig bent. Dan ben je niet meer onmisbaar…

Wie met kwetsbare mensen werkt heeft het nodig dat hij ook kritisch naar zijn eigen motieven moet kunnen kijken. Wat gebeurt er nu met mij? Durf ik dat te bespreken met anderen. Kan ik mij kwetsbaar opstellen? Aldus Fee van Delft.