De B is van Blokzijl

Vandaag fietsen we naar de Kop van Overijssel. Daar liggen verschillende alleraardigste stadjes. Eén van die plaatsen is Blokzijl. 

Vroeger kon je van Aartswoud (vorige blog) over de Zuiderzee naar Blokzijl varen. Die mogelijkheid is er niet meer. Aartswoud ligt nu tegen de Wieringermeerpolder aan en Blokzijl tegen de NoordOostpolder. Dat is allemaal de schuld van Ir. Lely.

Je fietst rechtstreeks vanuit de NoordOostpolder Blokzijl binnen. Hoewel er de afgelopen jaren geen vijandige troepen zijn gesignaleerd staat er toch een heus kanon bij de ingang van het stadje. Vooral langs de haven staan tal van historische panden die aan een Amsterdamse gracht niet zouden misstaan.

Zoals veel versterkte steden dankt ook Blokzijl een deel van zijn vroegere welvaart aan de Tachtigjarige Oorlog. De troepen van Prins Maurits zorgden ervoor dat de plaats versterkt werd en dat de vaart naar Steenwijk werd uitgediept. Op die manier kon men o.a. voor de aanvoer van voldoende turf (verwarming) voor een stad als Amsterdam zorg dragen.

Het leven is Blokzijl is gevaarlijker dan in Aartswoud. Dat zie je aan het aantal gestolen fietsen in 2020: het waren er drie (tegen één in Aartswoud). Ik voelde dat destijds al aan mijn water. Ik ging niet een plaatselijk café in om koffie te nuttigen, maar ging op een bankje voor een huis zitten met mijn fiets naast mij. De politie maakt melding van maar liefst tien oplichtingszaken in 2020. Dat is niet weinig voor zo’n kleine plaats. Je vraagt je dan ook af: wie kun je hier nog vertrouwen?

In Aartswoud kun je wel naar de kerk, die staat er nog, maar er worden geen kerkdiensten gehouden. In Blokzijl wordt op enkele zondagen in de maand een kerkdienst gehouden in de Grote Kerk en eens in de maand in de Doopsgezinde Kerk. Ook in de Kop van Overijssel loopt de kerkgang terug.

Blokzijl telt 1400 inwoners, en valt bestuurlijk onder de gemeente Steenwijk(erland). De grootste partij in de gemeenteraad is daat Buitengewoon Leefbaar.

Er is in de gemeente ook een wielrenclub. Die heet Het Pijnlijke  Zadeltje. Die  fietsers hebben het niet goed begrepen. Een zadeltje kan niet pijnlijk zijn, je achterwerk wel. 

Chinees station

Nu we het toch over China hadden... Dit bord hangt niet op een Chinees station, maar op het station van Steenwijk. Oftewel het station van Si téng wéi ke. 

Ik heb gekeken of er een camera met gezichtsherkenning hangt, maar die heb ik niet gezien. Maar mogelijk zit die camera verstopt in een plaatselijke plant.

Chinese tekst op station Steenwijk

Tot vorig jaar stroomde de trein naar Leeuwarden op toeristentijden voor een groot deel leeg in Steenwijk. In het kader van de spreiding van het toerisme hadden de Chinezen namelijk Giethoorn ontdekt als ‘typical Dutch’.

Maar ja, als je in Steenwijk bent ben je nog niet in Giethoorn. Daarom was er een speciaal Chinees toeristenbureau gevestigd in het station van Steenwijk. Vanwege corona vermoed ik dat dat bureau momenteel gesloten is. In ieder geval komen er veel minder toeristen naar Steenwijk. Daar werd namelijk door de middenstand van Giethoorn over geklaagd.

Selfies in Giethoorn

De Chinese toeristen werd de weg naar Giethoorn gewezen. Ze konden met de bus (dagkaart voor 10 euro). Met je eigen OV-chipkaart is dat voor minder dan de helft van de prijs, met dezelfde bus.

Ze konden ook een fiets huren. Dat leidde tot gevaarlijke taferelen, want China is geen fietsland meer. Fietsen door Giethoorn vraagt om veel behendigheid, regelmatig plonzen er fietsers in het water. Ze konden ook een taxi nemen.

Spitsverkeer in Giethoorn

En in Giethoorn moet er dan natuurlijk gevaren. In het drukke seizoen leek het meer op botsbootje spelen.

De oorspronkelijke punters zie je trouwens eigenlijk niet meer. De Chinezen huren massaal elektrieke fluisterboten met gezichtsherkenning.

Wij hebben ooit een punter gehuurd. Dat valt niet mee. Vooral niet als de stuk in de blubber blijft steken. We kregen toen ook een aanvaring met de plaatselijke rondvaartboot. Gelukkig wist iedereen het hoofd boven water te houden. 

Waterland, zandgrond en klei (3)

Ik was in een voortuin in Blokzijl op een bankje beland. Maar nu was het weer tijd om de fietskuiten te strekken.

Een mooie route is vanuit Blokzijl via Jonen naar Giethoorn. Jonen is een wonderbaarlijke buurtschap: het is niet per auto bereikbaar. Toch wonen er volgens mij alleen bemiddelde mensen. Ze hebben hun eigen parkeerplaats bij de pont en maken daarna de oversteek naar hun welgestelde buurtschap.

Maar ik volg vandaag het fietspad  langs de N 333 (van Emmeloord naar Steenwijk). Een vrij saaie provinciale weg die ik voorbij de buurtschap Muggenbeet zonder gestoken te zijn achter me laat. Daardoor kom ik in Scheerwolde.

Scheerwolde

Scheerwolde is ook een opmerkelijke plaats, want ik ben nog ouder dan dit dorp. Je zou zeggen: dat gebeurt alleen in de IJsselmeerpolders, maar nee hoor: het dorp werd in 1952 door koningin Juliana ‘geopend’. Het was bedoeld voor landarbeiders, maar die kwamen niet als gevolg van de mechanisatie van de landbouw. Dus dreigde het dorp een voortijdige dood te sterven. Maar ziet: daar kwam het toerisme en Scheerwolde bestaat nog steeds. Het telt één brievenbus en één gemeentelijk monument: het plaatselijke gemaal. Rond de dorpskern staan vier eengezinswoningen te koop voor ongeveer 100.000 euro per stuk.

Ik vervolg mijn weg nu langs het Steenwijkerdiep. De bedoeling is om op deze manier in Steenwijk te komen, maar ik weet van een vorige fietstocht dat het leven iets minder eenvoudig is: je fietst jezelf dan vast op diverse waterwegen. Dus sla ik op tijd weer af en terug naar de N 333, die mij naar Steenwijk leidt.

Steenwijk

Even voorbij de buurtschap Zuidveen fiets ik Steenwijk in. De stad wordt gedomineerd door de toren van de Sint Clemenskerk, die maar liefst 87 meter hoog is. Ook de kerk is van een aanzienlijke omvang.

Steenwijk is een ruim 750 jaar oude stad waar nog delen van de omwalling zichtbaar zijn. Helaas is het centrum wat rommelig doordat er niet zo zorgvuldig werd omgegaan met allerlei historische bouwwerken. Dat was al zo gedurende de tachtigjarige oorlog, toen de stad zó vaak van overheerser wisselde dat er uiteindelijk bijna niets meer over bleef om over te heersen.

De historische panden in Steenwijk staan her en der verspreid in de binnenstad. Overigens ontdekt ik na beter speurwerk enkele gebouwen die elementen van de Jugendstil laten zien, maar soms moet je daar wel erg goed voor kijken. En ze lijken ook aan verval onderhevig te zijn terwijl je er juist zuinig op zou moeten zijn.

Maar als we het over Jugendstil hebben: dan moet je in Rams Woerthe zijn, het voormalige stadhuis van Steenwijk (zie ook een eerder blog). Het is grotendeels opengesteld voor publiek en valt onder de Top 100 van Nederlandse monumenten. In de kelder is een permanente tentoonstelling gewijd aan Hildo Krop, destijds stadsbouwmeester van Amsterdam, die veel beeldhouwwerken die huizen en gebouwen in de stijl van de Amsterdams School sieren op zijn naam heeft staan. Maar dat alles heb ik al eerder in de vakantie bekeken, samen met Tineke. We waren zeer onder de indruk: echt een aanrader.

In de winkelstraten van Steenwijk doet zich een ander fenomeen voor: daar hangen honderden paraplu's boven je hoofd en in een andere straat tientallen BH's. Daar zit vast een diepere betekenis achter.