Vaccinatiedoden

Er circuleert een filmpje op internet dat volgens de verspreiders bewijst dat er duizenden doden vallen door de vaccinatie tegen covid-19.

De opzet van het filmpje is dat je per land 5 seconden de tijd krijgt om te zien hoe erg het allemaal is. Het is dan ook duidelijk volgens de verspreiders, dat daarmee onomstotelijk het bewijs wordt geleverd dat er meer doden vallen door het vaccin dan door covid 19, nog steeds ‘een onschuldig griepje’. Alleen mensen met een slecht werkend immuunsysteem lopen enig risico. Hadden ze maar beter op hun immuunsysteem moeten letten.

Ik heb het filmpje stil gezet en bij drie landen – aan de hand van de oorspronkelijke gegevens – gekeken hoe de cijfers zijn. Interessant was dat het aantal doden als gevolg van vaccinaties al begon op te lopen toen de eerste prik net wél of net nog niet was gezet. Mensen kunnen dus al overlijden van de prik, voordat ze de prik krijgen. Zelfs met het ontvangen van de brief loop je al risico.

Het tweede opvallende verschijnsel is dat in die landen de afgelopen zes weken het aantal doden een dalende lijn vertoont. Dat is opmerkelijk: naarmate het vaccinatietempo opgevoerd wordt daalt het aantal doden.

Ik ben drie keer voor mijn statistiek-tentamen gezakt, maar volgens mij kun je dan niet ‘onomstotelijk’ bewijzen dat de vaccinaties leiden tot een groot aantal dodelijke slachtoffers.

Maar de opzet is dus weer gelukt. Een klassieke gish-gallop. Je beweert in razendsnel tempo iets (vijf seconden) zodat de ander niet de moeite neemt om het verhaal te controleren.

Dat bericht vespreidt je dan als trol ook zo snel mogelijk binnen een zo groot mogelijke groep. En daarmee is vervolgens het onomstotelijke bewijs  geleverd. 

Achtergrond van feiten (2)

Wat zijn principes waardoor mensen het zo vaak bij het verkeerde eind hebben? Dat is een actuele vraag in corona-tijd. Hoe komt het dat een deel van de bevolking steeds zekerder weet dat er niets aan de hand is ('een onschuldig griepje') terwijl een ander deel zich grote zorgen maakt vanwege een gevaarlijke pandemie?

Het lijkt wel of de kloof steeds dieper wordt en dat niemand die kloof meer kan overbruggen. Dat noemt Rosling ‘the Gap instinct’. Mensen zijn geneigd om in extremen te denken. Het ene is helemaal waar, het andere is onzin. Er bestaan kun grijstinten. Oftewel: de Borderline Society.

Neem de discussie over mondkapjes. De één beweert dat ze hét middel zijn tegen covid-19. De ander meent dat ze levensgevaarlijk zijn (zie mijn blog van donderdag). Alsof mondkapjes de wereld kunnen redden versus vernietigen. Mensen die vóór zijn onderstrepen hun eigen argumenten, mensen die tegen zijn vinden steeds meer bronnen om aan te tonen hoe gevaarlijk die mondkapjes zijn.

Er is zelfs iemand die constateert dat er in België meer mondkapjes worden gedragen dan in Nederland en dat daar het aantal besmettingen hoger is dan in Nederland, dus mondkapjes verspreiden het covid virus. De mensen in Wuhan lopen op sandalen. Daar is de covid-pandemie begonnen. Dus: sandalen verspreiden covid. Maar zo eenvoudig zit de wereld niet in elkaar...

Een gevolg van het Gap Instinct is dat voortdurend de extremen worden vergeleken. “De rijken worden steeds rijker, de armen steeds armer” wordt ondersteund door een grafiek met de beide extremen. Ik dacht ook dat dat het geval was, trouwens.

Hans Rosling kijkt anders naar die grafiek. Als voormalig arts in Mocambique en Nigeria weet hij maar al te goed dat er sprake is van extreme armoede. Maar hij onderschrijft op statistische gronden niet de stelling dat de verschillen alsmaar toenemen. Hij wil weten wat er tussen die extreme rijken en de allerarmsten zit. Dan wordt volgens hem het beeld meer genuanceerd. Hij kiest als voorbeeld Brazilië: één van de landen die qua rijkdom en armoede het grootste verschil laat zien.

De media laten beelden zien van hyperrijken in Brazilië en van de allerarmsten in de sloppenwijken. Ook Rosling vindt die verschillen veel te groot. Maar, zegt hij op basis van de statistiek: het grootste deel van de inwoners van Brazilië, het modale Braziliaanse inkomen, zit op de schaal van 0 tot 5 op niveau 3. Dat zijn de mensen een TV hebben, een koelkast, een tweedehands auto, ze bezitten een modaal eigen huis (maar vaak nog zonder riolering) en de kinderen gaan naar de middelbare school gaan. Met hun inkomen van 600 euro per maand zijn ze wel veel minder rijk dan de modale Nederlander. Maar het is de grootste groep van de bevolking. Die mensen zien we niet op de televisie. We denken dat Brazilië een aantal miljonairs telt en de rest woont in de sloppenwijken.

Zijn de inkomensverschillen groter of kleiner geworden? De inkomensverschillen zijn afgenomen. De rijkste 10% van de bevolking verdiende twintig jaar geleden 50% van het totale inkomen en nu is dat 41%. Nog steeds is er een grote kloof, maar in een land waar de inkomensverschillen groot waren zijn ze niet nóg groter geworden, maar kleiner.

Ja, maar waar haalt Rosling zijn gegevens vandaan? Die komen van tal van internationale bronnen, zoals de VN. Nu maar hopen dat de bronnen kloppen…

Wat kun je doen tegen het GAP-instinct?

  1. Kijk uit voor grafieken die de extremen benadrukken. Hou in de gaten hoe het in het midden zit. Als het in Nederland in de zomer 39,4 graden is geworden en in de komende winter vriest het 18,5 graden, dan wil dat niet zeggen dat Nederland een uitgesproken landklimaat heeft. Er zijn vooral veel dagen met temperaturen tussen de 12 en 22 graden.

2. Kijk uit voor gemiddelden. Zoek niet naar het gemiddelde inkomen van een land, maar richt je op de vraag: wat verdienen de meeste mensen in dat land? Waar zit de grootste inkomensgroep? Quatar is het rijkste land van de wereld, maar de bulk van de bevolking bestaat uit immigranten met een laag inkomen.

3. Kijk ook uit voor een eenzijdige blik van bovenaf. Als je een groep met een drone filmt lijkt iedereen even groot. Je mist dan een ‘view’ vanaf de zijkant.

Zie je een statistiek: probeer de grafiek dan van meerdere kanten te bekijken. Anders word je zomaar voor de gek gehouden. Er is meer dan alleen de extremen, de gemiddelden of een helicopterview. Om het met Godfried Bomans te zeggen: "Vol vertrouwen liep de statisticus door de rivier. Hij verdronk..." 

Achtergrond van feiten (1)

Tegenwoordig worden we om de oren geslagen met feiten. Maar hoe kunnen we  weten of wat als feit verteld wordt waar is? 

Zeker rond corona word ik daar wel onzeker van. De berichten spreken elkaar soms diametraal tegen en allemaal gebruiken ze hun eigen bronnen.

Als eerste signaal dat iets waarschijnlijk niet waar is gebruik ik een vuistregel: zodra de scribent schrijft dat iets onomstotelijk bewezen is en dat dit door duizenden topwetenschappers bevestigd is is de kans groot dat het bericht onwaar is.  Je hebt dan niet voor niets zulke uitvergrotingen nodig. 

De Zweedse arts (in ontwikkelingslanden) en statisticus Hans Rosling schreef vóór corona-tijd het boek Factfulness. Hij deed dat in familieverband: samen met Ola Rosling en Anna Rosling Rönnlund. Wie welk aandeel had in het boek is mij niet geopenbaard. De feiten rond corona kan hij niet meer bestuderen, want hij is inmiddels overleden.

Rosling begint met de vraag hoe feitelijk onze kennis is. Dat valt op veel gebieden nogal tegen. We denken het te weten maar we weten het niet. We geven een antwoord op basis van ons gevoel en wat de (door ons gelezen of bekeken) media ons vertellen. Het gevolg is een bedroevend lage score op werkelijke kennis.

Veel mensen scoren op het gebied van feitenkennis slechter dan een chimpansee

Steeds meer armoede?

Volgens Rosling scoren we op veel kennisgebieden slechter dan de chimpansee. Als je een aap de vraag voorlegt of de mensen gemiddeld op de wereld rijker of armer worden scoort hij in 50% van de gevallen goed. Maar als je de inwoners van West-Europese landen deze vraag voorlegt scoren ze maximaal 25% goed. Van de Zweedse inwoners denkt 25% van de bevolking dat het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking (over de totale wereld) is gestegen. In Duitsland, België en Frankrijk denkt rond 5% van de bevolking dat het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking in het afgelopen decennium is gestegen. Het betekent dat 95% van de bevolking een onjuist beeld heeft.

Een andere vraag is: hoeveel kinderen sterven er vóór hun eerste verjaardag? Veel mensen denken dat dit aantal steeds hoger wordt. Maar in werkelijkheid is het sterftecijfer onder baby's in een eeuw tijd gedaald van 40% naar 4%. 

Armoede bestaat en er is ook veel te veel armoede op de wereld. Er zijn landen waar grote honger heerst. Het aantal inwoners dat sterk ondervoed is, is echter gedaald van 28% in 1970 tot minder dan 10% nu.

Over het geheel gezien is de extreme armoede verminderd. Ook in arme landen kopen mensen een televisie en hebben veel inwoners een mobiele telefoon. Dat was een uitgave die vroeger absoluut niet haalbaar was.

Vervuiling

Hoe zit het met de CO2 uitstoot? Veel mensen denken dat we per hoofd van de bevolking de wereld steeds meer vervuilen. De afgelopen halve eeuw is de uitstoot van gevaarlijke stoffen per hoofd van de bevoling met 2/3 gereduceerd.  

Ik wil hier wel iets aan toevoegen. Want de mooie cijfers die Rosling beschrijft hebben ook een andere kant. Doordat de wereldbevolking snel stijgt wordt de aarde steeds voller. Per inwoner daalt de uitstoot, maar het aantal aardbewoners stijgt. Ik zou ook wel een grafiek willen zien van de enorme hoeveelheden plastic die gedumpt worden en in de zee worden gemieterd.

Waarom doen chimpansees het beter dan mensen?

En toch: hoe komt het dat chimpansees vaker een goed antwoord geven dan mensen? Die vraag intrigeerde Rosling. Heeft dat te maken met de invloed van de media, de berichten die je in de kranten leest over extreme armoede? Is dat een psychologisch mechanisme?

De vraag speelt natuurlijk ook waar Rosling zijn bronnen vandaan haalt. Veel gegevens komen van wetenschappelijke organisaties binnen de Verenigde Naties. Dus als je anti-VN bent neem je deze uitkomsten misschien bij voorbaat al met een flinke korrel zout. Maar dan ben ik weer benieuwd welke andere onderbouwde bronnen er zijn…

Hans Rosling: Factfulness, Scepter (UK), paperback, 2018, 260 bladzijden aan tekst, 60 bladzijden aan verwijzingen en bronnen. 

Flaporen en scheldwoorden

In het Nederlands Dagblad schrijft iemand dat hij plotseling heeft ontdekt dat ook hij een afwijking heeft.

Hij heeft het gemeten. Zijn oren staan bovenaan meer dan 21 millimeter van zijn schedel af. Dat is abnormaal. Het is dus een afwijking.

Nu heeft hij onzichtbare tape op zijn oren geplakt. Ze staan daardoor dichter bij zijn hoofd. Maar hij vindt het maar niks. Hij herkent zichzelf niet meer.

Ook zijn vrouw en zijn kinderen vinden het maar niks. Als je al een halve eeuw met flaporen loopt ben jij dat gewoon, het hoort bij je identiteit.

De auteur wijst terecht op de wonderlijke gewoonte in de westerse wereld om het hele leven aan gemiddelden op te hangen. Het is net alsof je niet gelukkig meer kunt zijn buiten die gemiddelden om.

Bekend is de kwestie van de intelligentie. Heb je een IQ van minder dan 85 of van meer dan 115, dan ben je niet meer gemiddeld. Dan heb je dus een probleem. Het is op school te ingewikkeld óf het is te saai.

Een meisje op mijn werk werd nogal eens 'mongool' genoemd. Dat was in de tijd dat 'mongool' net een scheldwoord was geworden.

Het meisje had inderdaad een chromosoom teveel (het 21e chromosoom). Ik wilde haar helpen om weerbaarder te zijn tegen het naar haar roepen dat ze een mongool was. Haar reactie was ontwapenend: “Maar dat bén ik toch ook?”

Ik heb nog wat doorgevraagd. Ging ze gebukt onder die opmerkingen? Dat kwam in ieder geval niet uit haar antwoorden naar voren. Om haar te trainen om tegen de opmerkingen in te gaan zou mogelijk averechts gaan werken. Ik besloot de kwestie te laten rusten.

Een afwijking is een statistisch begrip. Het zegt nog niets over hoe de persoon in kwestie zijn afwijking van het gemiddelde ervaart.