Oudejaarskater met dokter Jansma

Zowaar werd ik op Oudejaarsdag gebeld door dokter Jansma. Het ging hem naar eigen zeggen redelijk wel. Alleen had hij wat vragen over zijn huiskater.

Zijn huiskater Kees (genoemd naar de case study) leverde hem prettig gezelschap, dat wel. Maar hij begaf zich niet altijd binnen de lijntjes van het huiselijk verkeer. Zo had hij gewaterd op de stoel waar Hajé in was gaan zitten. En Hajé wilde weten of daar wat aan te toen viel.

Ik had in zekere zin slecht nieuws voor Hajé. Wij weten het ook niet. Huiskater Ringo piest ook regelmatig naast de pot. Het ging een half jaar goed, maar nu heeft hij opeens de stoel van Tineke besproeid. We hebben al enkele stoelen met de ophaaldienst mee gegeven.

Trouwens: we hebben een kennis die haar fiets heeft verkocht omdat haar kater regelmatig de fiets besproeide. Ze stonk op de fiets een uur in de wind. Zelfs bij tegenwind. En als je dan het eerste uur bij een bezoek stinkt word je niet echt populair.

Ik suggereerde nog dat huiskaters worden gesponsord door de meubelindustrie. Als besproeide stoelen buiten worden gezet levert dat gaten in het huismeubilair op. Als die weer gevuld worden levert dat inkomsten op voor de meubelindustrie en de woonboulevards. Maar dokter Jansma wilde niet mee gaan in complottheoriëen. Dat soort gedachten wees volgens hem naar een geprangd gemoed en een in psychisch opzicht benevelde geest.

Toch kwam het denken van Hajé wel op gang. Hij wilde weten of huiskater Ringo een operatie had ondergaan aan een zeker onderdeel. Ja, dat was het geval.

Daar zocht dokter Jansma ook een verklaring in. Als je gestoord wordt in het bezig zijn met de ene behoefte komt die behoefte op een ander moment weer tevoorschijn. Dat is het model van de fluitketel onder hoge druk. Geen indruk kunnen maken op de vrouwtjes wordt verplaatst naar het indruk maken op het baasje. Een verschuiving, aldus voorvader Freud. En het maakt dan niet uit of het een goede of een slechte indruk is, het gaat om de geldingsdrang.

In hun diepste wezen zijn katten narcisten, aldus dokter Jansma. Zij zijn het centrum van de wereld en alles draait om hen. En het imago van dat centrum een deuk heeft opgelopen moet dat narcisme op een ander punt weer als een welig bloeiende neurose tot uiting worden gebracht.

‘Maar wat zeg ik nu?!?! zegt dokter Jansma. Dit is een ernstige woordverspreking. Narcisme en neurose verdragen zich niet met elkaar, ze zijn elkaars tegenpolen. Immers: de narcist slaat de hand die hem streelt en de neuroot kust de hand die hem slaat. Vergeet deze opmerking, vakbroeder, het is een vergissing mijnentwegen.

Dat had ik niet eerder gehoord, dat ik vakbroeder was. Ik dacht dat ik in de ogen van Hajé slechts een zielknijper light was zonder veel kennis van zaken.

Maar Hajé was al verder gegaan met zijn betoog. Hij zei: “Laten we ons eens voorstellen dat we onder zeil zijn gebracht door een lieftallige zuster op naaldhakken en we worden na een paar uur wakker en we willen even de toiletgang beoefenen en ziedaar, we missen opeens een belangrijk onderdeel dat de helft van onze identiteit uitmaakt, wat zouden zijn dan doen? Want die lieftallige zuster waar wij tijdens de narcose van droomden is opeens in fysiek opzicht voor ons onbereikbaar geworden. Zouden wij dan niet op een bepaalde wijze in het verzet gaan treden?”

Daar zat wat in? Alleen waren wij het niet die de wilsonbekwame Ringo naar de plaats des onheils hebben vervoerd. Maar volgens Hajé kan de ervaring met één persoon leiden tot een emotionele botsing met vergelijkbare personen. Net zoals de ervaring van een zoon tot zijn moeder kan leiden tot een allergie jegens andere vrouwspersonen.

Volgens mij had Hajé het nu over zichzelf. Ik wilde een bruggetje slaan en wilde weten hoe het met hem ging. 'Dat is een ander verhaal' aldus Hajé en hij wenste mij en de mijnen een goede jaarwisseling. Einde gesprek.