Splitting (4, slot)

Bij splitting wordt de één op een voetstuk gezet en de ander wordt de zondebok. Hoe valt dat principe vanuit de sociaal-emotionele ontwikkeling te verklaren?

Kinderpsychiater Margareth Mahler bouwde een theorie op rond de hechting en het ontwikkelen van een eigen identiteit van jonge kinderen. Het draait bij haar rond de termen van separatie en individuatie. Je kunt pas los komen van je moeder (separatie) als je ik voldoende ontwikkeld is (individuatie). Die ontwikkeling vindt volgens Mahler vooral plaats in de fase van de object-constantie  (24 tot 36 maanden, oftewel vooral tussen twee en drie jaar).

Vier stappen in het leren loslaten

  1. Eerder heeft het kind al geleerd dat een moeder weg kan zijn en er ergens toch nog is. Nu leert het kind: ook als ik mijn moeder niet zie is ze toch nog voor mij beschikbaar.

2. Het tweede wat kinderen in deze fase leren is: ook als mijn moeder boos op me is mag ik er toch nog zijn. De moeder wordt als een constante factor gezien, de boosheid is iets wat tijdelijk is, maar wat wel weer over gaat.

3. Het derde wat kinderen leren is alvast een beetje in grijstinten denken. Ook lieve mensen kunnen heel boos doen. Toch blijven ze lief. En ook: mamma kan heel erg boos zijn, maar ook een beetje boos. Als ze een beetje boos is is dat geen afwijzing, ze is gewoon even een beetje boos.

4. Ook leren peuters te oefenen in afstand en nabijheid. Dankzij dit oefenen kan het kind leren dat het geen ramp is als mamma niet in de buurt is. En als mamma weg is, is dat geen verlating. Ze is even weg en zo komt straks weer terug.

Geen grijstinten

Als mensen splitten komen ze kennelijk niet aan die derde fase toe: het denken in grijstinten. Mijn vrouw is nu even onbereikbaar, maar straks komt ze weer thuis. Of in de andere dimensie: de ander is er helemaal voor mij óf hij is tegen mij. Het emotionele denken is zwart-wit. De één doet alles goed en de ander kan nooit iets goeds doen.voorafgaande fase steken.

In die voorgaande fase leert het kind geleidelijk aan om zijn moeder te ‘missen’. Als mamma er niet is kan het kind verdrietig zijn, maar dat hoeft niet te ontaarden in heftige driftbuien, in bijtgedrag, in destructie. En als mamma weer terug komt is alle leed geleden. Het kind zoekt troost en daarna is het weer helemaal goed.

Ziehier het principe van de stalkende echtgenoot die op elk moment van de dag wil weten waar zijn of haar partner is. Het gevoel geen controle te hebben wordt ervaren als verlating.

Bij volwassenen is het vaak geen mamma meer, maar bijvoorbeeld de partner. Het valt niet te verdragen dat de partner aandacht geeft aan een ander. Dat wordt niet in de context geplaatst (hij praat nu even met de buurvrouw, maar straks is hij weer bij mij): de gedeelde aandacht staat gelijk aan verlating. Een zeer heftige reactie tot en met een overvliegend servies kan het gevolg zijn. De partner heeft nu de positie van de moeder ingenomen. Hij moet er helemaal voor mij zijn, want anders voel ik me leeg en ben ik verlaten.

Varianten op het splitten

Er zijn veel meer vormen van splitting mogelijk in heel andere omstandigheden:

  • Berend gedraagt zich op de woning redelijk, maar zodra hij bij zijn ouders thuis komt loopt het gedrag direct helemaal uit de hand
  • Met Martine is bij haar moeder geen land te bezeilen, maar als haar vader thuis komt is er opeens niets meer aan de hand
  • Bas heeft intensief contact met zijn zus Merel en met zijn broer Steven, maar met twee andere gezinsleden wil hij geen enkel contact
  • De ouders willen alleen spreken met begeleider Kees, de andere teamleden vinden ze maar niets
  • De broer van Esmee wil alleen spreken met de manager of de orthopedagoog, maar niet met de teamleden

Daar zou ook nog veel meer over te schrijven zijn, maar dan wordt het verhaal te lang. Eerst maar weer even over iets anders na gaan denken…

Deze serie blogs werden geschreven vanuit ervaringen in de gehandicaptenzorg. Daaruit geef ik de volgende literatuursuggesties mee: 
* E. de Belie en F. Morisse: Gehechtheid en gehechtheidsproblemen bij personen met een verstandelijke beperking (Garant, 2007) 
* Erik de Belie en Geert van Hove: Wederzijdse emotionele beschikbaarheid (Garant, 2013)

De achtergrond van splitting (2)

Wat er tussen de zussen Tricia en Christie gebeurde ('rivaliserende zussen') was deels ook een vorm van 'splitting'.

Bij het splitten wordt de één op een voetstuk gezet en de ander wordt diep naar beneden gedrukt. In dit geval zette Christie zichzelf op een voetstuk en van haar zus Tricia deugde helemaal niets.

Koste wat het kost wilde Christie deze situatie zo houden. Zij zorgde voor de kinderen van Tricia, want alleen zij kon een goede moeder zijn voor deze kinderen. Ze wilde niets liever dan dat Tricia in de goot bleef liggen. Hoe slechter het met haar zus ging, des te beter voelde Christie zich.

In het TV-programma ontglipte Christie trouwens nog een uitspraak. Ze zei dat ze geen leven had als ze niet voor de dochters van Tricia kon zorgen. Dat ene ontsnapte zinnetje gaf al aan dat ze de zorg voor deze dochters nodig had om zichzelf beter te voelen.

Splitting tussen personen

Splitting kan plaatsvinden tussen personen, maar ook in de tijd.

Bij het splitten tussen personen zie je dat de één op een voetstuk wordt gezet en de ander deugt helemaal niet. Dat zie je soms bij kinderen: pappa deugt helemaal niet en mamma is alles (of omgekeerd).

Bij kinderen met hechtingsstoornissen zie je dit mechanisme vaak heel sterk. Alle teams die werken met kinderen met verstoorde hechting moeten er op voorbereid zijn dat er tussen teamleden ‘gesplit’ gaat worden. De ene begeleider is de beste die je mee kunt maken en de ander is de slechtste begeleider die er bestaat. Als een team niet voldoende professioneel is opgeleid leidt dit principe eigenlijk altijd tot onderlinge spanning.

Begeleidster A: "Ik loop iedere keer weer tegen Jessica aan. Ik kan niks goed doen bij haar." Begeleidster B: "Bij mij doet ze altijd alles wat ik haar vraag. Ik heb nooit problemen met Jessica."

Splitting in de tijd

Bij het splitten in de tijd wordt de ander aanvankelijk op een voetstuk gezet. “Ik heb me nog nooit zo veilig gevoeld als bij u. Bij u kan ik echt alles zeggen” aldus Jessica tegen haar therapeut. Twee maanden later wil Jessica niet meer naar deze therapeut, want hij is absoluut niet te vertrouwen. Ze gaat een klacht tegen hem indienen omdat hij zich niet aan zijn afspraken houdt en allerlei regels overschrijdt.

Het splitten in de tijd is voor begeleiders en behandelaars lastig, omdat de positieve contacten in het begin vaak leiden tot te hoge verwachtingen. Je denkt dat je de sleutel in handen hebt en opeens wordt jou die sleutel uit handen geslagen. Wordt er dan ook nog een klacht bij je leidinggevende ingediend, dan zit je behoorlijk klem.

Het splitten in de tijd kan verklaard worden uit enerzijds de behoefte aan contact (graag nabij iemand willen zijn) en anderzijds de angst voor nabijheid. Dus eerst vindt de persoon het contact prettig, het voldoet aan een behoefte (iemand heeft werkelijk een luisterend oor voor mij). Maar na een tijdje wordt ditzelfde contact beklemmend: de persoon komt te dichtbij.

Deze behoefte aan contact en angst voor nabijheid kun je omschrijven met de paradoxale opdracht: 'Kom eens wat dichter bij mij uit de buurt'.