Silly Walks in Spijkenisse

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, kom jij wel eens in Spijkenisse?" Dat zal ik jullie zeggen. Sinds we in Delft wonen fiets ik elke maand wel een keer door Spijkenisse. Het was ooit een dijkdorp, maar nu is het een satelietstad van Rotterdam, met torenhoge flats lans de Oude Maas. De plaats staat zelfs vermeld in skyscrapercity, een internationale site waar je hoge nieuwbouw terug kunt vinden. 

Spijkenisse heeft de eenzame toerist weinig te bieden. Maar sinds 2018 bevindt zich hier een bijzonder zebrapad. Het idee kwam via John Cleese, die in Monty Python het Ministry of Silly Walks opgericht. Op diverse films is hij te zien met tal van bijzondere loopjes, die navolging verdienen.

Al vanaf de eerste uitzending van Monty Python (waarin John Cleese deze loopjes uitvoerde) had ik de onbedwingbare neiging om bij zebrapaden op deze manier over te steken.

Tineke vond dan 'dat ze er niet bij hoorde'. Maar tegenwoordig doet ze ook mee...

Even Tineke uitlaten (2)

We bevonden ons op de Maasboulevard in Spijkenisse. Omdat veel mensen aan het water willen wonen wordt daar torenhoog gebouwd. Het internationale forum 'skyscraper-city' heeft zelfs Spijkenisse op de site gezet. Oftewel: waarin een boerendorp hoog kan zijn.

Dat voormalige boerendorp bestaat niet meer. Spijkenisse is een soort Purmerend, maar dan in Zuid-Holland. Een plukje oud (in dit geval een zich krommende dijk met een paar zijstraten) temidden van eindeloze bloemkoolwijken. De plaats telt ruim 70.000 inwoners.

De belangrijkste OV-verbinding zijn de beide metrolijnen naar Rotterdam. Je kunt links om en rechtsom. In beide gevallen kom je uit op het Centraal Station. Linksom is goedkoper.

Na onze lunch op de Maasboulevard leid ik Tineke gewoon op mijn richtinggevoel zo groen mogelijk door de stad. Gelukkig loopt er een oude dijkweg al kronkelend tussen de eindeloze nieuwbouwwijken door. We kijken neer op eindeloze rijen pannendaken van eengezinswoningen die kris-kras lijken te zijn neergezet in het land. Als je op leeftijd bent loop je de kans om je huis niet meer terug te kunnen vinden waarna je gedwongen wordt opgenomen op een gesloten afdeling van huize Avondlicht, waar de cliënt zoals gebruikelijk helemaal centraal staat en geen bezoek mag ontvangen vanwege corona. Maar dit terzijde.

Uiteindelijk komen we prima uit waar ik naar toe wilde: het veer van Hekelingen (links onder op de kaart). De Queen Jacqueline maakt tientallen malen per dag de overtocht naar Nieuw Beijerland. Het is één van de drukte veerponten van Nederland.

De Queen jacqueline tussen Hekelingen en Nieuw -Beijerland

Opvallend is dat mondkapjes niet verplicht zijn terwijl je het veer van Rozenburg niet op komt als je geen mondkapje draagt. Je moet hier contant betalen, terwijl je in Rozenburg alleen maar vooraf en digitaal een kaartje kunt kopen. Het veer van Rozenburg is de helft duurder dan dat van Hekelingen en vaart veel minder vaak. Zoek de verschillen.

Molen in Nieuw Beijerland

We zijn door onze watervoorraad heen. Soms lijk ik wel een kameel. Dan rijd ik door de fietswoestijn op 2 liter water. De frisdrank heb ik afgeschaft sinds ik gehoord heb dat je er niet alleen dik van wordt, maar dat de tanden dan ook vanzelf uit je mond vallen. Ik sta liever met mijn mond vol tanden. Zonder omwegen leid ik Tineke naar de plaatselijke kraan. Dat is ook weer handig, een echtgenoot die plaatselijke kranen weet te vinden.

Landschap in de Hoekse Waard

In Nieuw -Beijerland lopen veel dames in rokken en zo de wind waait zo waaien hun rokken, maar het is vandaag windstil en er is geen sprake van opwaaiende zomerjurken. Dat kan ook niet, want de herft is begonnen. We fietsen het dorp uit langs een kolossaal nieuw kerkgebouw en daarna de rechte polder in.

De Hoekse Waard bestaat uit een bonte verzameling van zo'n zestig polders die bijna allemaal in de loop van een lange reeks van jaren na de Sint Elisabethsvloed in 1421 op de zee herwonnen waren. Elke polder kent zijn eigen wegenstructuur. Het grootste deel van het land wordt gebruikt voor landbouw. 

Even Tineke uitlaten (1)

Het was dinsdag en het was mooi weer. Ik zei tegen mijn wettige huisgenote dat ze nodig een eindje op de Batavus Dinsdag moest gaan rijden. Indien gewenst kon ik haar wel begeleiden.

Nu kennen jullie Tineke niet. Ze heeft een bepaalde gebruiksaanwijzing. Ze meent dat het huishouden eerst ‘af’ moet zijn voordat ze de deur uit kan. Mijn ervaring is dat haar huishouding nooit af is. Dus dan kom je ook de deur niet uit. Ik sprak en zeide dat het misschien wel de laatste mooie dag van het jaar was. “Daar heb je ook weer gelijk in” zei Tineke. Zo is ze wel. Af en toe geeft ze mij gelijk.

Dat de huishouding nooit af is ligt overigens niet aan Tineke. Een huishouden is nooit ‘af’. Het is eigenlijk een cyclus aan bezigheden die zich voortdurend herhaalt. Het is net zoals het schilderen aan de Golden Gate Bridge bij San Francisco. Als de schilders de noordzijde hebben bereikt kunnen ze weer aan de zuidzijde beginnen. Alleen een aardbeving kan een einde aan die cyclus maken. Maar dat wil je ook niet. Er woont familie in de buurt.

Er moest nog van alles gedaan worden. Bovendien had Tineke nog een gesprek met een mevrouw die de Nederlandse taal en de dokter niet begreep. Uiteindelijk konden we pas na twaalven de Batavus Dinsdag bestijgen. Het was nu dus een Batavus Halve Dinsdag.

Vanuit ons huis kun je vier kanten uit en wij gingen één van die vier kanten uit. We begaven ons in zuidelijke richting. We meenden namelijk dat je dan bij zuidenwind op de terugweg wind mee hebt. ‘Niets is veranderlijker dan het weer’ sprak de Griekse filosoof Athanasios Panagiotopoulos, maar je moet toch érgens beginnen. We begonnen bij ons huis en fietsten bijna rechstreeks Schiedam binnen. Zó eenvoudig kan het leven dus zijn…

Benelux-fietstunnel

In Schiedam raakte de weg zoek. Er werd aan de weg gewerkt, maar de borden met de alternatieve route waren ook weg gewerkt. Je kunt namelijk bijna helemaal groen de Beneluxtunnel bereiken. Nu fietsten we even om via een buitenwijk maar kwamen uiteindelijk weer op de groene route en bij de Beneluxtunnel uit. Bij de afdaling testte Tineke haar maximum-snelheid uit. Haar fiets kan 48 kilometer per uur.

Zicht op Spijkenisse (foto op een andere dag genomen)

Aan de overzijde passeerden we Pernis, daarna fietsten we parallel aan de Betuwelijn, we kwamen door Hoogvliet, dat door de gemeente Rotterdam grondig wordt gerenoveerd en van gespuis wordt ontdaan en kwamen daarna over de brug over de Oude Maas.

Daarna zegen we neer op een banke aan de Oude Maas aan de Maasboulevard die wordt gedomineerd door een aantal torenhoge woontorens, waarvan de Rokade (113 meter hoog) de hoogste is.

Oude Maas bij Spijkenisse met links de verkeersbrug en aan de overzijde Hoogvliet en Zalmplaat
De middagzon scheen mild en een deel van de bevolking van Spijkenisse deed nog wat late zon op voordat de komende strenge winter invalt. Ons viel het hoge aantal scootmobiels en E-bikes op. Wij waren met onze fietsen zonder trapondersteuning een grote uitzondering. We trokken dan ook veel bekijks. 

Stilte voor de storm (1)

Het zou een fietsdag worden, maar het werd een fietsavond. Overdag lag er teveel werk. Dus pas om 19 uur besteeg ik de Batavus Dinsdag. 

De mensen vragen mij wel eens: “Heb je dan een doel?” Welnee, ik weet niet eens of ik op de hoek voor ons huis linksaf of rechtsaf ga slaan. Net zoals in het dagelijks leven. We weten niet waarheen de weg leidt die wij moeten gaan. Althans, volgens Mieke Telkamp. Maar het werd rechtsaf. “De geest van de wijze keert zich naar rechts.”

Avondrondje op dinsdag 24 augustus 2020

Ik fietste langs de Schie om daarna via het Abtswoudse Bos richting Vlaardingen te koersen. Ik zagde zig door de stad en kwam bij de Beneluxtunnel uit. Ik dook op hoge snelheid onder water en kwam bij Pernis wat langzamer boven water. Poortugaal, Hoogvliet en Zalmplaat zijn aan elkaar vastgeklonken plaatsen. Ze vallen onder de gemeente Rotterdam. In de jaren ’60 uit de grond gestampt, dus dat betekent nu: grote problemen, slechte huizen, veel werkloosheid. De gemeente Rotterdam timmert ondertussen stevig aan de weg om de wijken weer wat meer leefbaar te krijgen.

Een mensenkuit is precies een kippenbout: je kunt er lekker aan kluiven

Ook Spijkenisse is zo’n uit de grond gestampte groeikern met woonerven die meer op doolhoven lijken. Het vele groen is aardig, maar een deel van de bevoilking waagt zich hier ’s avonds niet. Een groep jongeren domineert een speelplek voor kinderen. Je wordt bijna high als je hier langs fietst. Opgevoerde scootertjes rijden af en aan en dwars door de grasvelden. Van de 1,5 meter heeft men hier nog nooit gehoord.

Simonshaven

Als ik de stad uitfiets sta ik meteen in de weidse ruimte van Voorne-Putten. Op het fietspad naar Simonshaven domineren de joggers en de mensen die hun hond uitlaten. De eenzame fietser brengt wat onrust teweeg. Een mensenkuit is precies een kippenbout: je kunt er lekker in kluiven.

Bernisse

Omdat ik te eigenwijs ben om op een kaart te kijken (sinds een paar jaar hanteer ik het principe dat ik mijn eigen weg door het fietsleven moet gaan) fiets ik mezelf twee keer vast op een doodlopende weg. De richting was goed, maar er zat een water tussen: het water van de Bernisse. Vroeger voeren hier zeeschepen naar de haven van Heenvliet. Maar die tijd is geweest.

Even pauze bij Oudenhoorn. Rechts de contouren van de Batavus
In Zuidland kom ik op de voormalige trambaan naar Hellevoetsluis uit. Een perfecte fietsroute. Bij Oudenhoorn is het tijd voor een pauze. Het is inmiddels bijna donker, maar de witte wolken weerkaatsen nog een beetje de gloed van de zon. De fietsteller heeft er 35 km. bij opgeteld. Maar ik moet ook nog weer terug naar Delft. 

Geen noord maar zuid (5)

Ter voorbereiding op de overtocht met de Queen Jacqueline zet ik een mondkapje op. Dat is op het open dek van de ponten in Maassluis en in Rhoon op de veerpont verplicht. 

Zonder kapje kom je deze ponten niet eens op. De veerbaas in Maassluis vermeldde zelfs inspectie met boetes voor mensen die geen kapje droegen. Maar in Nieuw Beijerland mag je hoesten, niesen en proesten zonder mondkapje. Niemand draagt er verder een mondkapje. Ik ben weer eens de braafste jongen van de klas.

Queen Jacqueline in Nieuw Beijerland

Hoort dat verschil bij het regionale beleid? Ook kun je hier niet met pin betalen, terwijl dat op de andere veerponten verplicht is. De enige corona-maatregel voor de vaargasten is dat je vriendelijk wordt verzocht het geld niet tussen je tanden vast te houden voordat je het overhandigt aan de pontbaas.

Het veer tussen Nieuw Beijerland en Hekelingen behoort tot de drukste veerponten van Nederland. Elke dag vaart het veer heen-en-weer vanaf de vroege ochtend tot de late avond.

Aan de overkant van het Spui fiets je binnen twee kilometer de uitgestrekte bloemkoolwijken van Spijkenisse binnen. Maar daar heb ik vandaag geen zin in. Bloemkoolwijken zijn in heel Nederland hetzelfde. Dus sla ik linksaf, nóg verder van huis. De Schuddebeursedijk brengt mij naar de Bernisse, de vroegere scheiding tussen Voorne en Putten. Dat is een prachtig natuurgebied en de bomen bieden beschutting tegen de nu toch wel straffe westenwind. Straf vind ik niet zo erg, als het maar niet te erg straf is.

Links bij Spijkenisse de knik die mijn fietsroute maakte

Straf vind ik niet zo erg als het maar niet te erg straf is

Door het natuurgebied fiets ik naar Simonshaven. Dit kleine dorp is ontkomen aan de massale nieuwbouw van Spijkenisse. Het ademt een dorps karakter met oude huizen langs de (paar) smalle straatjes. Aan de noordzijde van het dorp bevindt zich een beeldbepalend wit kerkje dat wat hoger ligt dan het dorp zelf.

Dorpskerk van Simonshaven

Wat er daarna gebeurt is toch wel bijzonder. Zoals ik wel vaker heb geschreven ben ik eigenwijs: ik zoek zelf de weg uit. Landkaarten zijn taboe. De eerste weg gaat de verkeerde kant uit, dan zou ik alsnog in Spijkenisse uitkomen. De tweede weg leidt naar het noorden. Dat klopt beter. Maar na twee kilometer gaat de weg opeens naar het oosten, óók naar Spijkenisse. Ik heb geen zin om weer terug te fietsen. De bebouwde kom van Spijkenisse kan ik nét nog ontwijken, vlak vóór de plaats kan ik linksaf, in noordelijke richting. Vervolgens sla ik nog een keer linksaf, in westelijke richting. In de buurtschap Biert ga ik nóg een keer linksaf: ik zuidelijke richting.

Als je logisch denkt fiets ik met vier keer linksaf slaan een blokje om en kom ik in principe weer op dezelfde plek uit. Welnu, logische denkers, in een strakke polder is dat ook zo. Voorne-Putten is wat minder strak georganiseerd. Ik kom bijna op dezelfde plek weer uit: in Zuidland. 

Via Spijkenisse (2)

Al snel stap ik in Spijkenisse weer op de fiets. Ik fiets oostwaarts. Er is maar één optie om de Oude Maas over te steken: dat is via de Spijkenisserbrug.

Vanaf de brug heb je een mooi zich op de rivier, maar ook op de torenhoge nieuwbouw aan het water. Er staan diverse woontorens met een hoogte van ruim 80 meter.

Aan de overkant ligt Hoogvliet. Ook dit stadsdeel van Rotterdam heeft te maken met nogal wat grootstedelijke problemen. Als steden letterlijk in korte tijd uit de grond worden gestampt heb je daar een generatie later last van. Op allerlei plekken wordt jaren ’60 bouw afgebroken en komt er nieuwbouw (vaak grotere eengezinswoningen) voor in de plaats.

Ik volg de fietsborden richting de Waalhaven, maar ergens heb ik een bordje gemist. Op je richtinggevoel kun je hier niet goed fietsen, want dan strand je op bedrijventerreinen of enorme verkeersknooppunten. Ik maak daardoor een wat vreemde lus, want ik moet weer over de A 15 en de Betuwelijn. Als dat eenmaal gelukt is ben ik bijna in Pernis, dat een paar weken geleden beschreven werd op dit weblog.

Ik fiets nu in noordelijke richting en heb de wind pal tegen. Die voel je wel in dit open industriegebied: er is geen boom te bekennen en op enige afstand staan alleen maar tanks voor de opslag van olie.

Na een paar kilometer duik ik de Beneluxtunnel in. Over de volle lengte staat een tekst die ik later nog maar eens uitgebreider moet bestuderen. In ieder geval krijgt Ari te horen dat het leven eindig is en dat de mensen slecht zijn.

Aan de overkant van het water ben ik in Schiedam. Ik maak even een ommetje via het historische centrum. Veel mensen denken bij Schiedam aan vervuilende industrie, havens en eindeloze nieuwbouw uit de jaren ’60, maar de stad heeft een schitterend centrum.

Bovendien telt de stad de hoogste (‘klassieke’) windmolens van de wereld. Ooit waren het er 20, er zijn er zeven overgebleven. De laatste is overigens gewoon een windturbine, die een klassieke vorm heeft gekregen. Dat zou men vaker moeten doen, want die metalen turbomolens die op land en in zee worden neergezet verstoren het landschap.

Via uitgebreide bedrijventerreinen fiets ik aan de noordkant bij de Poldervaart en Kerkbuurt Schiedam weer uit. De provincie probeert al een halve eeuw om Midden Delfland als groene buffer te behouden, maar er wordt alweer een bedrijvenpark aangelegd. Toch kun je tussendoor nog steeds aardige weggetjes vinden. En als je het land ‘zo’ bekijkt zie je ook dat de lente in aantocht is.

Het is nog tien kilometer fietsen naar ons huis in Delft. Je kunt vanuit ons huis in drie uur fietstijd heel verschillende gebieden befietsen. Dat is trouwens ook wat het fietsen in Nederland zo aardig maakt. Niks geen eindeloze prairie of uitgestrekte bossen: welke route je ook kiest: je ziet continu verschillende landschappen.

Via Spijkenisse (1)

Onze dochter heeft een wit voetje gehaald en zit met haar voet omhoog. En als je dan gevraagd wordt om iets voor haar op te halen, dan doe je dat natuurlijk. Ook al is het in Spijkenisse.

Je kunt in Spijkenisse komen met de trein en vervolgens de metro. Maar je kunt er ook op de fiets naar toe. Dat heeft mijn voorkeur. Dus besteeg ik vrijdag mijn Batavus Dinsdag. 

Zoals de trouwe lezers van dit weblog weten houd ik niet van vastgeroeste paden. Het voordeel van Delft en omgeving is dat er vele wegen zijn om in Spijkenisse te geraken. De enige hobbel onderweg is de Nieuwe Waterweg. Ten westen van Rotterdam kun je maar op drie plekken per pont en op één plek via een tunnel naar de overkant. Dat is trouwens al een hele vooruitgang. Jarenlang kon je als fietser alleen in Maassluis (per pont) naar de overkant.

Ik heb nog geen enkel idee welke oversteek ik ga wagen. Ik fiets gewoon mijn neus en mijn voorwiel achterna. Ik fiets langs Den Hoorn en vervolgens ook buiten langs Schipluiden, de hoofdstad van de gemeente Midden Delfland. 

Na meer dan een jaar schaven, boren en verven is de oude Trambrug over de Vlaardingervaart in volle glorie hersteld. Over deze brug reden de trams naar de veilingen van het Westland. Het is een fraai staaltje van industriële architectuur. De brug maakt deel uit van de fietsroute over deze oude trambaan.

Halverwege de route sla ik linksaf, langs de Middelwatering. Ik heb de noordwestenwind in de rug en fiets flink door totdat ik met piepende remmen tot stilstand kom bij de veerpont over de Noordvliet. Die vaart namelijk niet (dat rijmt).

Met een haakse bocht kom ik op het fietspad langs de Noordvliet uit. Maasland (met een mooi historisch centrum) laat ik rechts liggen. De Noordvliet gaat keurig rechtdoor, rechtstreeks naar het centrum van Maassluis, waar een standbeeld van Abraham Kuyper staat. Er wordt ook gesproken over een standbeeld voor Maarten ’t Hart, maar die schrijver heeft zich niet erg populair gemaakt in zijn geboorteplaats.

Mijn vader is kort dominee geweest in Maassluis, hij werd al snel te ziek om zijn werk nog te kunnen doen. Mijn moeder heeft zo’n 25 jaar lang in een flat aan de Nieuwe Waterweg gewoond.

Niet alleen Abraham Kuyper en Maarten 't Hart zijn in Maassluis geboren, maar ook weerman Marco Verhoef benevens het clownsduo Bassie en Adriaan. 

De veerpont naar Rozenburg was vroeger één van de drukste overvaarten van Nederland. Tegenwoordig vaart hij nog maar drie keer per uur. Als hij tenminste vaart. Want er werden vragen in de Provinciale Staten gesteld over de frequente uitval van de boten vanwege achterstallig onderhoud.

Met mij steken nog vijf fietsers, twee wandelaars en één auto van wal.

Al op de steiger aan de Maassluise zijde wordt mijn oor getroffen door een jonge vrouw die kennelijk een verschil van mening heeft met haar vriend. De hele overtocht gaat die ruzie door. Maar ook in Rozenburg is ze nog niet klaar met de berispingen aan het adres van haar vriend. "Wie denk je wel dat ik ben? Ik ben je sloofje niet! Man, word toch eens volwassen. Hoe oud ben je nu? 28! 28 en dan nog steeds niet volwassen. Een kind ben je, een klein kind!"

Rozenburg was ooit een agrarsich dorp, totdat de industrie van het Botlekgebied oprukte. Het dorp breidde sterk uit, maar na ruim een halve eeuw is al die nieuwbouw vergane glorie en heeft de verpaupering aanzienlijk toegeslagen. Her en der probeert men het dorp weer wat op te kalefateren. Rozenburg wordt aan alle kanten omgeven door industrie en haventerreinen.

Rozenburg heeft ook een vliegveld. Daar stijgen alleen modelvliegtuigen op...

Ik heb niet zoveel tijd en volg de fietsborden richting Spijkenisse. Er is ook een aantrekkelijker route via de historische dorpen Zwartewaal, Heenvliet en Geervliet. De kortere route loopt tussen de A 15 en de Betuwelijn. Overal dendert het vrachtverkeer en klinkt het gesis van de leidingen van de olieraffinaderijen rond de havens van het Botlek.

Via de Hartelbrug over het Hartelkanaal fiets ik Spijkenisse binnen. Ook dit voormalige dorp barstte een halve eeuw geleden uit zijn voegen vanwege de bouwactiviteiten. Het dorp was zelfs als groeikern aangewezen: om die reden werd de metro vanuit Rotterdam doorgetrokken. Tegenwoordig moet men alle zeilen bijzetten om de verpaupering tegen te gaan. Een groot deel van het centrum van de plaats (met tegenwoordig ruim 71.000 inwoners)  gaat op de schop.

De plek van mijn bestemming is snel gevonden. Ook deze wijk gaat kennelijk op de schop. Tussen de jaren '60 flats wordt overal nieuw gebouwd en er is een nieuw winkelcentrum. Het bleek over deze route ruim 25 kilometer naar Spijkenisse.